J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/06/24/2013000441/justel

Titel
24 JUNI 2013. - Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-2013 en tekstbijwerking tot 30-11-2015)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 01-07-2013 nummer :   2013000441 bladzijde : 41293   BEELD
Dossiernummer : 2013-06-24/04
Inwerkingtreding : 01-01-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Voorafgaande bepaling
Art. 1
TITEL II. - De administratieve sancties
HOOFDSTUK 1. - De sancties
Afdeling 1. - Gesanctioneerde inbreuken
Art. 2-3
Afdeling 2. - Sancties en alternatieve maatregelen voor deze sancties
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 4-8
Onderafdeling 2. - De gemeenschapsdienst voor de meerderjarigen
Art. 9-11
Onderafdeling 3. - De lokale bemiddeling voor de meerderjarigen
Art. 12-13
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen van toepassing op minderjarigen van veertien jaar en ouder
Afdeling 1. - De administratieve geldboete
Art. 14
Afdeling 2. - De informatieplicht
Art. 15
Afdeling 3. - De aanwezigheid van een advocaat
Art. 16
Afdeling 4. - De verschillende procedures van toepassing op minderjarigen
Onderafdeling 1. - De procedure van ouderlijke betrokkenheid
Art. 17
Onderafdeling 2. - De lokale bemiddelingsprocedure
Art. 18
Onderafdeling 3. - De gemeenschapsdienst uitgevoerd door de minderjarige
Art. 19
HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure
Afdeling 1. - Vaststellingen
Art. 20-22
Afdeling 2. - Procedure in geval van gemengde inbreuken
Art. 23-24
Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar
Onderafdeling 1. - Verloop van de procedure
Art. 25-26
Onderafdeling 2. - Kennisgeving van de beslissing
Art. 27-28
Onderafdeling 3. - Procedure in geval van inbreuken betreffende het stilstaan en het parkeren bedoeld in artikel 3, 3°
Art. 29
Afdeling 4. - Beroep
Art. 30-32
HOOFDSTUK 4. - Inning van de geldboete
Art. 33
HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete
Art. 34-42
HOOFDSTUK 6. - Verjaring van de administratieve geldboetes
Art. 43
HOOFDSTUK 7. Register van de gemeentelijke administratieve sancties
Art. 44
HOOFDSTUK 8. - Schorsing, intrekking en sluiting
Art. 45
TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van de Nieuwe gemeentewet
Art. 46-48
Afdeling 2. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 49
HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepaling
Art. 50
TITEL IV. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 51-53

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Voorafgaande bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  TITEL II. - De administratieve sancties

  HOOFDSTUK 1. - De sancties

  Afdeling 1. - Gesanctioneerde inbreuken

  Art. 2. § 1. De gemeenteraad kan straffen of administratieve sancties bepalen voor de inbreuken op zijn reglementen of verordeningen, tenzij voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald.
  § 2. In een meergemeentezone waar de gemeenteraden van de betrokken gemeenten na een overleg, waarvan de nadere regels door de Koning bepaald kunnen worden, beslist hebben een identiek algemeen politiereglement aan te nemen, nemen de gemeenteraden van de politiezone een identiek algemeen politiereglement voor de zone aan, na advies van de raad van de betrokken politiezone.
  § 3. In de hypothese voorzien bij § 2 kunnen de gemeenteraden van de politiezone bovendien beslissen om een algemeen politiereglement aan te nemen dat identiek is voor één zone, meerdere zones of alle andere zones van hun gerechtelijk arrondissement die eveneens gebruik maken van de mogelijkheid voorzien bij § 2.
  § 4. De gemeenteraden van de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen een algemeen gemeenschappelijk politiereglement aannemen, na overleg tussen de betrokken gemeenten waarvan de nadere regels door de Koning bepaald kunnen worden en na advies van de verschillende raden van de betrokken politiezones. De gemeenteraden van de zes zones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen bovendien gebruik maken van de mogelijkheid voorzien bij § 3.

  Art. 3.In afwijking van artikel 2, § 1, kan de gemeenteraad bovendien in zijn reglementen of verordeningen een administratieve sanctie voorzien zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1° :
  1° voor inbreuken bedoeld in de artikelen 398, 448 en 521, derde lid, van het Strafwetboek;
  2° voor inbreuken bedoeld in de artikelen 461, 463, 526, 534bis, 534ter, 537, 545, 559, 1°, 561, 1°, 563, 2° en 3° en 563bis van het Strafwetboek;
  3° voor de volgende inbreuken die worden bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van de algemene reglementen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer en met uitzondering van de overtredingen op autosnelwegen, meer in het bijzonder :
  - de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren;
  - de overtredingen van de bepalingen betreffende [1 de verkeersborden C3 en F103]1, uitsluitend vastgesteld door automatisch werkende toestellen, bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet.
  ----------
  (1)<W 2013-12-21/22, art. 132, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2014>

  Afdeling 2. - Sancties en alternatieve maatregelen voor deze sancties

  Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 4. § 1. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen in de mogelijkheid voorzien om een of meer van de volgende sancties op te leggen voor de feiten bedoeld in de artikelen 2 en 3 :
  1° een administratieve geldboete die maximaal 175 of 350 euro bedraagt, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is;
  2° de administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  3° de administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
  4° de tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.
  § 2. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen voorzien in de volgende alternatieve maatregelen voor de administratieve geldboete bedoeld in § 1, 1° :
  1° de gemeenschapsdienst, gedefinieerd als zijnde een prestatie van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de collectiviteit;
  2° de lokale bemiddeling, gedefinieerd als zijnde een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren.
  § 3. De door de gemeenteraad vastgestelde straffen mogen de politiestraffen niet te boven gaan.
  § 4. In afwijking van § 1 kan voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken alleen een administratieve geldboete zoals bedoeld in § 1, 1°, worden opgelegd.
  Deze inbreuken worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ingedeeld in vier categorieën waarbij het bedrag van de daaraan verbonden administratieve geldboetes wordt bepaald in functie van de ernst van de bedreiging die zij betekenen voor de verkeersveiligheid en de mobiliteit.
  § 5. Indien de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen de mogelijkheid voorziet om de administratieve sanctie bepaald in § 1, 1°, ten aanzien van minderjarigen op te leggen voor de feiten bedoeld in de artikelen 2 en 3 wint hij vooraf het advies in betreffende dat reglement of die verordening van het orgaan of de organen die een adviesbevoegdheid hebben in jeugdzaken, voor zover het aanwezig is of zij aanwezig zijn in de gemeente.

  Art. 5. De gemeenteraad kan voor dezelfde inbreuken op zijn reglementen en verordeningen niet tezelfdertijd in een strafsanctie en in een administratieve sanctie voorzien.

  Art. 6. § 1. De in artikel 4, § 1, 1°, bedoelde administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.
  § 2. De sanctionerend ambtenaar beantwoordt aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegde kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden.
  § 3. De sanctionerend ambtenaar wordt door de gemeenteraad aangewezen en kan niet tegelijkertijd de persoon zijn die, met toepassing van de artikelen 20 en 21, de inbreuken vaststelt en de persoon die de bemiddelingsprocedure leidt. Hij kan tevens door meerdere gemeenten worden aangewezen.

  Art. 7. De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.
  De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

  Art. 8. De lokale bemiddeling wordt gevoerd door een bemiddelaar die beantwoordt aan de minimale voorwaarden die door de Koning worden bepaald, hierna genoemd de bemiddelaar, of door een gespecialiseerde en door de gemeente erkende bemiddelingsdienst, overeenkomstig de door de Koning bepaalde voorwaarden en nadere regels.

  Onderafdeling 2. - De gemeenschapsdienst voor de meerderjarigen

  Art. 9. Indien het gemeentereglement dit voorziet en voor zover de sanctionerend ambtenaar dit aangewezen acht, kan hij aan de meerderjarige overtreder, mits zijn akkoord of op zijn verzoek, een gemeenschapsdienst voorstellen in plaats van de administratieve geldboete.

  Art. 10. De gemeenschapsdienst, bepaald door de reglementen of verordeningen van de gemeente, mag niet meer dan dertig uur bedragen en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.
  Zij bestaat uit :
  1° een opleiding en/of;
  2° een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een gemeentedienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.
  De gemeenschapsdienst wordt omkaderd door een door de gemeente erkende dienst of door een rechtspersoon die door deze gemeente wordt aangewezen.

  Art. 11. § 1. Wanneer de sanctionerend ambtenaar vaststelt dat de gemeenschapsdienst uitgevoerd werd, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
  § 2. In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen.

  Onderafdeling 3. - De lokale bemiddeling voor de meerderjarigen

  Art. 12. § 1. De sanctionerend ambtenaar kan een bemiddeling aan een meerderjarige overtreder voorstellen, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de gemeenteraad moet dit hebben voorzien in zijn reglement, evenals de procedure en de daarmee gepaard gaande nadere regels;
  2° de instemming van de overtreder;
  3° een slachtoffer werd geïdentificeerd.
  § 2. De schadeloosstelling of herstelling van de schade wordt vrij door de partijen onderhandeld en beslist.

  Art. 13. § 1. Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
  § 2. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel een administratieve geldboete opleggen.

  HOOFDSTUK 2. - Bijzondere bepalingen van toepassing op minderjarigen van veertien jaar en ouder

  Afdeling 1. - De administratieve geldboete

  Art. 14. § 1. De minderjarige die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt op het ogenblik van de feiten, kan het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete, zelfs wanneer deze persoon op het ogenblik van de beoordeling van de feiten meerderjarig is geworden.
  § 2. De vader en moeder, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.

  Afdeling 2. - De informatieplicht

  Art. 15. Wanneer de gemeenteraad in zijn reglement voorziet dat de minderjarigen het voorwerp kunnen uitmaken van de administratieve geldboete bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, is hij verplicht om alle in de gemeente wonende minderjarigen en vaders, moeders, voogden of personen die er de hoede over hebben, via een en alle mogelijke communicatiemiddelen te informeren over de door minderjarigen gepleegde inbreuken die bestraft kunnen worden met administratieve sancties.

  Afdeling 3. - De aanwezigheid van een advocaat

  Art. 16. Wanneer een minderjarige verdacht wordt van een inbreuk die bestraft wordt met de administratieve geldboete bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, en de administratieve procedure in gang gezet werd, brengt de voor het opleggen van de sanctie bevoegde overheid de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte, zodat ervoor gezorgd wordt dat de betrokkene door een advocaat bijgestaan kan worden.
  De stafhouder of het bureau voor juridische bijstand stelt een advocaat aan, uiterlijk binnen twee werkdagen na voormelde kennisgeving.
  Een afschrift van het bericht van de kennisgeving aan de stafhouder wordt bij het dossier van de rechtspleging gevoegd.
  Wanneer er een risico op een belangenconflict bestaat, zorgt de stafhouder of het bureau voor juridische bijstand ervoor dat de betrokkene bijgestaan wordt door een andere advocaat dan die waarop zijn vader en moeder, voogd, of personen die hem onder hun hoede hebben of die bekleed zijn met een vorderingsrecht, een beroep hebben gedaan.
  De advocaat kan ook aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure.

  Afdeling 4. - De verschillende procedures van toepassing op minderjarigen

  Onderafdeling 1. - De procedure van ouderlijke betrokkenheid

  Art. 17. § 1. Een procedure van ouderlijke betrokkenheid kan worden voorzien voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of, desgevallend, de oplegging van een administratieve geldboete.
  § 2. In het kader van deze procedure, informeert de sanctionerend ambtenaar per aangetekende brief de vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en verzoekt hen om, onmiddellijk na het ontvangen van het proces-verbaal of de vaststelling bedoeld in artikel 21, hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen mee te delen over deze feiten en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met de vader en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en de minderjarige.
  § 3. Na de in § 2 bedoelde opmerkingen te hebben ingewonnen en/of de minderjarige overtreder te hebben ontmoet, evenals zijn vader, moeder, voogd of personen die er de hoede over uitoefenen en indien hij tevreden is over de educatieve maatregelen die door deze laatsten werden voorgesteld, kan de sanctionerend ambtenaar hetzij de zaak in dit stadium van de procedure afsluiten, hetzij de administratieve procedure opstarten.

  Onderafdeling 2. - De lokale bemiddelingsprocedure

  Art. 18. § 1. Wanneer de gemeenteraad in zijn reglement voorziet dat de minderjarigen het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, voorziet hij hierin eveneens een procedure van lokale bemiddeling en de nadere regels ervan.
  § 2. De sanctionerend ambtenaar dient verplicht een aanbod van lokale bemiddeling voor te stellen aan minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar bereikt hebben op het ogenblik van de feiten.
  § 3. De vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij de bemiddeling.
  § 4. Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
  § 5. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel een administratieve geldboete opleggen.

  Onderafdeling 3. - De gemeenschapsdienst uitgevoerd door de minderjarige

  Art. 19. § 1. In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen, zoals omschreven bij artikel 10, tweede en derde lid, jegens de minderjarige, die georganiseerd wordt in verhouding tot zijn leeftijd en capaciteiten. Hij kan eveneens beslissen de keuze en de nadere regels van de gemeenschapsdienst toe te vertrouwen aan een bemiddelaar of een bemiddelingsdienst.
  Deze gemeenschapsdienst mag niet meer dan vijftien uur bedragen en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.
  § 2. De vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij het uitvoeren van de gemeenschapsdienst.
  § 3. In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst, kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen.

  HOOFDSTUK 3. - Administratieve procedure

  Afdeling 1. - Vaststellingen

  Art. 20. De inbreuken die het voorwerp van administratieve sancties kunnen uitmaken, worden vastgesteld door een politieambtenaar,een agent van politie of een bijzondere veldwachter in het kader van zijn bevoegdheden.

  Art. 21.§ 1. De inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties kunnen eveneens worden vastgesteld door de volgende personen :
  1° de gemeenteambtenaren die voldoen aan de door de Koning vastgelegde minimumvoorwaarden, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad inzake de selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid, en die daartoe door de gemeenteraad worden aangewezen. In geval van een meergemeentepolitiezone, kunnen deze gemeenteambtenaren-vaststellers vaststellingen verrichten op het grondgebied van alle gemeenten die deel uitmaken van deze politiezone, en desgevallend, van de gemeenten van een of meer andere zones, op voorwaarde dat er een voorafgaande overeenkomst daartoe werd gesloten tussen de betrokken gemeenten van de politiezone van oorsprong van de ambtenaar en, in voorkomend geval, de gemeente die tot een andere politiezone behoort;
  2° de provinciale of gewestelijke ambtenaren, de personeelsleden van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en autonome gemeentebedrijven die hiertoe binnen het raam van hun bevoegdheden door de gemeenteraad worden aangewezen.
  3° de personeelsleden van de openbare vervoersmaatschappijen die behoren tot één van de door de Koning bepaalde categorieën, binnen het raam van hun bevoegdheden.
  Voor de in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden, somt de gemeenteraad in het aanstellingsbesluit limitatief op de artikelen uit de gemeentelijke politiereglementen waarvoor deze personen de bevoegdheid hebben om inbreuken vast te stellen.
  De gemeenteraad kan alleen die artikelen opsommen die in rechtstreeks verband staan met de bevoegdheden van de in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden die voortvloeien uit de regelgeving die op hen van toepassing is. De betrokken overheid of entiteit gaat akkoord met deze bijkomende bevoegdheid.
  De in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden moeten voldoen aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegde minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving en opleiding.
  § 2. De personeelsleden van de bewakingsondernemingen, die daartoe door de gemeenteraad werden aangewezen, kunnen uitsluitend bij de ambtenaar bedoeld in artikel 20 melding maken van inbreuken die enkel bestraft kunnen worden met een administratieve sanctie, en dit enkel in het kader van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 6°, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en de bijzondere veiligheid.
  § 3. In geval van vaststellingen van inbreuken die kunnen leiden tot een administratieve sanctie, waarvan ze rechtstreeks getuige zijn en binnen het strikte kader van de hun toegekende bevoegdheden, kunnen de personen bedoeld in § 1, de voorlegging vragen van een identiteitsbewijs om de juiste identiteit van de overtreder te bepalen. Zij geven het identiteitsbewijs nadien onmiddellijk terug aan de betrokkene.
  § 4. [1 De in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken kunnen alleen worden vastgesteld door de volgende personen :
   1° de in artikel 20 bedoelde personen;
   2° de in artikel 21, § 1, 1°, bedoelde gemeenteambtenaren;
   3° de personeelsleden van de autonome gemeentebedrijven wier activiteiten beperkt zijn tot het vaststellen van de gedepenaliseerde parkeerovertredingen, alsook tot de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken, en die in het kader van hun bevoegdheid daartoe door de gemeenteraad zijn aangesteld;
   4° de personeelsleden van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap als bedoeld in artikel 25 van de ordonnantie van 22 januari 2009 houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap, en die in het kader van hun bevoegdheid daartoe door de gemeenteraad zijn aangesteld.]1
  [2 De in het eerste lid, 4°, bedoelde personeelsleden moeten voldoen aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegde minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving en opleiding.]2
  ----------
  (1)<W 2013-12-21/22, art. 133, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2014>
  (2)<W 2015-11-09/19, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 10-12-2015>

  Art. 22. § 1. Voor de in artikel 3, 1°, en 2°, bedoelde inbreuken wordt de originele vaststelling uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling overgezonden aan de procureur des Konings.
  Indien het om minderjarigen gaat, moet het proces-verbaal toekomen bij de procureur des Konings van de verblijfplaats van de ouders, de voogd of de personen die er de hoede over hebben.
  De in artikel 20 bedoelde persoon vermeldt uitdrukkelijk in het proces-verbaal de datum waarop dit is overgezonden of overhandigd aan de procureur des Konings. Een kopie wordt tegelijkertijd overgezonden aan de bevoegde sanctionerend ambtenaar van de gemeente waar de feiten zich hebben voorgedaan.
  § 2. Wanneer de inbreuk enkel met een administratieve sanctie kan worden bestraft, wordt de originele vaststelling uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling verstuurd aan de bevoegde sanctionerend ambtenaar van de gemeente waar de feiten zich hebben voorgedaan.
  § 3. De in de artikelen 20 en 21 bedoelde personen zenden aan de procureur des Konings steeds een kopie over van de vaststellingen ten laste van minderjarigen voor feiten die enkel bestraft kunnen worden met een administratieve sanctie.
  § 4. Ingeval de vaststelling wordt opgesteld door een in artikel 21, § 1, eerste lid, 3°, bedoelde personeelslid, wordt zij uiterlijk binnen twee maanden na de vaststelling door dit personeelslid toegestuurd aan de sanctionerend ambtenaar bevoegd voor het grondgebied van de gemeente waar de feiten zich hebben voorgedaan.
  § 5. Ingeval de vaststelling na een misdrijf op heterdaad wordt opgesteld, wordt het originele exemplaar van de vaststelling overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar of aan de procureur des Konings, binnen een termijn van één maand vanaf de vaststelling van de feiten.
  § 6. Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken wordt de originele vaststelling overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar. De procureur des Konings wordt hiervan op de hoogte gebracht volgens de nadere regels bepaald in het in artikel 23 bedoelde protocolakkoord.
  Wanneer het voertuig op directe of indirecte wijze betrokken is bij een ongeval of wanneer er eveneens andere dan de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken worden vastgesteld, kan alleen een proces-verbaal worden opgesteld door de personen bedoeld in artikel 20. Dit proces-verbaal wordt overgezonden aan de procureur des Konings.

  Afdeling 2. - Procedure in geval van gemengde inbreuken

  Art. 23. § 1. Met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde inbreuken, kan de gemeenteraad een protocolakkoord dat gesloten werd tussen de bevoegde procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, bekrachtigen.
  Dit protocolakkoord, waarvan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere voorwaarden en het model vastlegt, is een overeenkomst die werd opgesteld tussen het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege en de voor de gemengde inbreuken bevoegde procureur des Konings.
  Dit protocolakkoord leeft alle wettelijke bepalingen na die met name betrekking hebben op de procedures voorzien voor de overtreders en kan de rechten van de overtreders niet schenden.
  Het kan identiek zijn voor alle gemeenten van de politiezone in het geval bedoeld in artikel 2, § 2.
  Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken, is de opstelling van een protocolakkoord evenwel verplicht.
  Het protocolakkoord wordt bij de in de artikelen 3 en 4 bedoelde reglementen en verordeningen gevoegd en door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege bekendgemaakt op de internetsite van de gemeente indien zij daarover beschikt en/of via een affiche waarop vermeld staat waar de protocoltekst geraadpleegd kan worden door het publiek.
  § 2 Bij gebrek aan een protocolakkoord en voor de in artikel 3, 1°, bedoelde inbreuken kan de sanctionerend ambtenaar enkel een administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen voor zover de procureur des Konings, binnen een termijn van twee maanden, laat weten dat hij dit opportuun acht en dat hijzelf geen gevolg aan de feiten zal geven.
  § 3. Bij gebrek aan een protocolakkoord en voor de inbreuken bedoeld in artikel 3, 2°, beschikt de procureur des Konings over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de dag van ontvangst van het origineel proces-verbaal, om de sanctionerend ambtenaar in te lichten dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, vervolging werd ingesteld, dan wel dat hij oordeelt het dossier te moeten seponeren bij gebrek aan toereikende bezwaren. Deze mededeling doet de mogelijkheid vervallen voor de sanctionerend ambtenaar om een administratieve geldboete op te leggen.
  De sanctionerend ambtenaar kan geen administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen vóór het verstrijken van deze termijn. Na het verstrijken ervan, kunnen de feiten enkel nog administratiefrechtelijk worden bestraft. De sanctionerend ambtenaar kan evenwel een administratieve geldboete opleggen of een alternatieve maatregel hiervoor voorstellen vooraleer deze termijn is verstreken indien de procureur des Konings vóór het verstrijken ervan heeft laten weten dat, zonder het materieel element van de inbreuk in twijfel te trekken, hij geen gevolg aan de feiten zal geven.

  Art. 24. Indien, afgezien van de gevallen van samenloop bedoeld in artikel 23, § 3, een feit zowel een strafrechtelijke als een administratieve inbreuk vormt, zijn de procedures voorzien voor de inbreuken bedoeld in artikel 3, 2°, van toepassing.

  Afdeling 3. - Procedure voor de sanctionerend ambtenaar

  Onderafdeling 1. - Verloop van de procedure

  Art. 25. § 1. De sanctionerend ambtenaar heeft in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden, toegang tot de hiervoor pertinente gegevens van het Rijksregister en van de Directie Inschrijvingen van Voertuigen, op voorwaarde dat hij voorafgaand een machtiging verkregen heeft, respectievelijk van het Sectoraal Comité van het Rijksregister en van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.
  De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de " Union des Villes et Communes de Wallonie " en de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen voor hun leden een algemene machtiging vragen tot toegang tot de gegevens van het Rijksregister en van de Directie Inschrijvingen van Voertuigen, respectievelijk aan het Sectoraal Comité van het Rijksregister en aan het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.
  § 2. Wanneer de sanctionerend ambtenaar beslist dat de administratieve procedure opgestart dient te worden, deelt hij het volgende, per aangetekende brief, mee aan de overtreder :
  1° de feiten en hun kwalificatie;
  2° dat de overtreder de mogelijkheid heeft om bij aangetekende brief zijn verweermiddelen uiteen te zetten, binnen een termijn van vijftien dagen na de datum van kennisgeving, en dat hij, bij die gelegenheid, het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten;
  3° dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;
  4° dat de overtreder het recht heeft om zijn dossier te raadplegen;
  5° een kopie van het proces-verbaal bedoeld in artikel 20 of van de vaststelling opgesteld door de personen bedoeld in artikel 21.
  § 3. De sanctionerend ambtenaar bepaalt de dag waarop de overtreder wordt uitgenodigd om zijn mondeling verweer uiteen te zetten.
  § 4. Indien de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 70 euro, heeft de overtreder het recht niet om te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten.
  § 5. De vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige overtreder onder hun hoede hebben, worden eveneens per aangetekende brief op de hoogte gebracht dat een administratieve procedure geopend wordt. Deze partijen hebben dezelfde rechten als de minderjarige.

  Art. 26. § 1. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en wordt ter kennis gebracht van de betrokkenen.
  Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten door de in de artikelen 20 en 21 bedoelde personen.
  § 2. In afwijking van § 1, wordt de beslissing van de sanctionerend ambtenaar binnen een termijn van twaalf maanden genomen en wordt ter kennis gebracht van de betrokkenen, indien er een gemeenschapsdienst en/of bemiddeling tussenkomt.
  Deze termijn van twaalf maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten door de in artikelen 20 en 21 bedoelde personen.
  § 3. Na het verstrijken van de in §§ 1 en 2 bedoelde termijnen, kan de sanctionerend ambtenaar geen administratieve geldboete meer opleggen.

  Onderafdeling 2. - Kennisgeving van de beslissing

  Art. 27. Na het verstrijken van de in artikel 25, § 2, 2°, bedoelde termijn of vóór het verstrijken van deze termijn, wanneer de overtreder te kennen geeft de feiten niet te betwisten of, desgevallend, na mondeling of schriftelijk verweer door de overtreder of zijn raadsman, kan de sanctionerend ambtenaar de administratieve geldboete opleggen.
  De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing ter kennis van de overtreder per aangetekende brief en, in geval van in artikel 3 bedoelde inbreuken, van de procureur des Konings.
  De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt eveneens per aangetekende brief ter kennis gebracht van de minderjarige en zijn vader en moeder, zijn voogden of personen die er de hoede over hebben.
  In de kennisgeving wordt tevens de informatie opgenomen bedoeld in artikelen 9, § 1, 10 en 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens.

  Art. 28. De sanctionerend ambtenaar zendt een kopie van het proces-verbaal of van de vaststelling opgesteld door de personen bedoeld in artikel 21, evenals een kopie van zijn beslissing over aan elke partij die hierbij een rechtmatig belang heeft en die hem voorafgaand een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek heeft overgezonden.

  Onderafdeling 3. - Procedure in geval van inbreuken betreffende het stilstaan en het parkeren bedoeld in artikel 3, 3°

  Art. 29. § 1. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsmede het bedrag van de administratieve geldboete.
  De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek worden gehoord wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.
  § 2. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.
  § 3. Wordt de administratieve geldboete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.

  Afdeling 4. - Beroep

  Art. 30. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand vanaf de dag van de kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend overeenkomstig artikel 31.

  Art. 31. § 1. De gemeente of de overtreder, in geval van een administratieve geldboete, kan een beroep instellen bij geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na kennisgeving van de beslissing.
  Wanneer de beslissing van de sanctionerend ambtenaar betrekking heeft op minderjarigen, wordt het beroep ingediend via kosteloos verzoekschrift bij de jeugdrechtbank. In dat geval kan het beroep eveneens worden ingesteld door de vader en moeder, voogden of personen die er de hoede over hebben. De jeugdrechtbank blijft bevoegd indien de overtreder meerderjarig is geworden op het moment van de uitspraak.
  De politierechtbank of de jeugdrechtbank beslissen in het kader van een tegensprekelijk en openbaar debat, over het beroep ingesteld tegen de administratieve sanctie zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1°. Zij oordelen over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete.
  Zij kunnen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar ofwel bevestigen ofwel herzien.
  De jeugdrechtbank kan, wanneer hij gevat wordt door een beroep tegen de administratieve geldboete, in de plaats hiervan een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding opleggen, bepaald bij artikel 37 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. In dit geval is artikel 60 van dezelfde wet van toepassing.
  De beslissing van de politierechtbank of van de jeugdrechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.
  Wanneer de jeugdrechtbank echter beslist om de administratieve sanctie te vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding zoals bedoeld in artikel 37 van de voormelde wet, is zijn beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dit geval zijn de procedures bedoeld in de voormelde wet van toepassing.
  Onverminderd het eerste tot het zevende lid en de voormelde wet van 8 april 1965, zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de politierechtbank en de jeugdrechtbank.
  § 2. Wanneer een beroep wordt ingesteld tegen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar kan deze laatste of zijn afgevaardigde de gemeente vertegenwoordigen in het kader van de procedure voor de politierechtbank of de jeugdrechtbank.

  Art. 32. In afwijking van de in de artikelen 30 en 31 bedoelde termijnen kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een administratieve geldboete op te leggen in geval van in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken gedwongen worden uitgevoerd, indien deze administratieve geldboete niet binnen de termijn bedoeld in artikel 29, § 3, werd betaald, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt.

  HOOFDSTUK 4. - Inning van de geldboete

  Art. 33.De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze van inning van de administratieve geldboete.
  De administratieve geldboetes worden geïnd ten voordele van de gemeente.
  Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig.
  De [1 in artikel 21, § 4, 2° tot 4°]1, bedoelde personen zijn gemachtigd om de identiteit van de houder van de kentekenplaat op te vragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van de voertuigen, op voorwaarde dat zij voorafgaandelijk een machtiging verkregen hebben van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.
  De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de " Union des Villes et Communes de Wallonie " en de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen voor hun leden aan het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid een algemene machtiging vragen tot toegang tot de gegevens van de Directie Inschrijvingen van Voertuigen.
  ----------
  (1)<W 2013-12-21/22, art. 134, 002; Inwerkingtreding : 10-01-2014>

  HOOFDSTUK 5. Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

  Art. 34. Dit hoofdstuk is van toepassing op de in de artikelen 2 en 3, 3°, bedoelde feiten gepleegd door een natuurlijk persoon die, noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats heeft in België.

  Art. 35. Alleen de personeelsleden van het operationele kader van de federale en lokale politie kunnen gebruik maken van de door dit hoofdstuk voorziene onmiddellijke betaling.

  Art. 36. § 1. De administratieve geldboete kan alleen onmiddellijk worden geïnd mits akkoordbevinding van de overtreder.
  § 2. De overtreder wordt bij het verzoek tot onmiddellijke betaling door de personen bedoeld in artikel 35 op de hoogte gebracht van al zijn rechten

  Art. 37. De inbreuken die slechts het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve sanctie kunnen aanleiding geven tot de onmiddellijke betaling van een maximumbedrag van 25 euro per inbreuk en een maximumbedrag van 100 euro wanneer er meer dan vier inbreuken ten laste van de overtreder werden vastgesteld.

  Art. 38. De in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken kunnen aanleiding geven tot de onmiddellijke betaling van een door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgelegd bedrag.

  Art. 39. De onmiddellijke betaling is uitgesloten :
  1° indien de overtreder minder dan 18 jaar oud is of onder het statuut van verlengde minderjarigheid valt of onbekwaam verklaard is;
  2° indien één van de inbreuken die bij dezelfde gelegenheid worden vastgesteld geen aanleiding kan geven tot deze procedure.

  Art. 40. De betaling van de administratieve geldboete gebeurt door middel van een bankkaart of kredietkaart of via overschrijving of in geld.
  De bijkomende nadere regels betreffende de onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete worden door de Koning bepaald.

  Art. 41. Het proces-verbaal dat gewag maakt van een onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete wordt binnen een termijn van vijftien dagen overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar en aan de procureur des Konings, in geval van inbreuken bedoeld in artikel 3, 3°.

  Art. 42.§ 1er. De onmiddellijke betaling doet de mogelijkheid vervallen om aan de overtreder een administratieve geldboete voor het bedoelde feit op te leggen.
  § 2. De onmiddellijke betaling verhindert de procureur des Konings evenwel niet de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering toe te passen, noch strafrechtelijke vervolgingen in te zetten. In geval van toepassing van de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering, wordt het onmiddellijk geïnde bedrag verhaald op het bedrag dat door het openbaar ministerie wordt bepaald en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
  In geval van veroordeling van de betrokkene, wordt het onmiddellijk geïnde bedrag verhaald op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en de uitgesproken boete, en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
  In geval van vrijspraak, wordt het onmiddellijk geïnde bedrag teruggegeven.
  In geval van voorwaardelijke veroordeling, wordt het onmiddellijk geïnde bedrag teruggegeven na aftrekking van de gerechtskosten.
  In geval van een [1 autonome probatiestraf, een werkstraf of een straf onder elektronisch toezicht]1, wordt het onmiddellijk geïnde bedrag verhaald op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
  In geval van gewone schuldigverklaring, wordt het onmiddellijk geïnde bedrag verhaald op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/80, art. 25, 003; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-05-2016 (zie W 2015-11-23/02, art. 13)>

  HOOFDSTUK 6. - Verjaring van de administratieve geldboetes

  Art. 43. De administratieve geldboetes verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop ze betaald moeten worden.
  Die termijn kan gestuit worden, hetzij zoals voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, hetzij door een afstand van de verkregen verjaring. Indien de verjaring gestuit wordt, is een nieuwe verjaring die op dezelfde manier gestuit kan worden, vaststaand vijf jaar na de laatste stuitingsakte van de voorgaande verjaring indien er geen aanleg voor de rechtbank heeft plaatsgevonden.

  HOOFDSTUK 7. Register van de gemeentelijke administratieve sancties

  Art. 44. § 1. Elke gemeente houdt één enkel bestand bij van de natuurlijke personen of rechtspersonen die, op basis van het algemeen politiereglement, het voorwerp hebben uitgemaakt van een administratieve sanctie of een in artikel 4, § 2, bedoelde alternatieve maatregel. De gemeente is verantwoordelijk voor de verwerking van dit bestand.
  Dit bestand is bedoeld om het beheer van de administratieve sancties en de in artikel 4, § 2, bedoelde alternatieve maatregelen te verzekeren.
  Meerdere gemeenten kunnen beslissen om samen één enkel register bij te houden van de gemeentelijke administratieve sancties, op basis van hun algemene politiereglementen. In dat geval moeten zij, na overleg, de verantwoordelijke voor de verwerking bepalen.
  § 2. Dit bestand bevat de volgende persoonsgegevens en informatiegegevens :
  1° de naam, voornamen, geboortedatum en verblijfplaats van de personen die het voorwerp uitmaken van gemeentelijke administratieve sancties of van de in artikel 4, § 2, bedoelde alternatieve maatregelen. In het geval van een minderjarige, de namen, voornamen, geboortedatum en de verblijfplaats van de ouders, voogden of personen die hem onder hun hoede hebben;
  2° de aard van de gepleegde feiten;
  3° de aard van de sanctie en de dag waarop deze werd opgelegd;
  4° in voorkomend geval, de informatie overgezonden door de procureur des Konings in het kader van de in artikel 3 bedoelde inbreuken;
  5° de sancties waartegen geen beroep meer ingesteld kan worden.
  De in het eerste lid bedoelde gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard, te rekenen vanaf de datum waarop de sanctie werd opgelegd of de alternatieve maatregel werd voorgesteld. Eens deze termijn verstreken is, worden zij hetzij vernietigd, hetzij geanonimiseerd.
  § 3. De sanctionerend ambtenaar heeft toegang tot de in § 2 bedoelde persoonsgegevens en informatiegegevens.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, de andere bijzondere voorwaarden met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens die vermeld worden in het register van de gemeentelijke administratieve sancties.

  HOOFDSTUK 8. - Schorsing, intrekking en sluiting

  Art. 45. De schorsing, de intrekking en de sluiting, bedoeld in artikel 4, § 1, 2° tot 4°, worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege.
  Zij kunnen slechts worden opgelegd nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Deze verwittiging bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening.
  De gemeenteraad bepaalt de manier waarop deze sancties ter kennis van de overtreder worden gebracht.

  TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen

  Afdeling 1. - Wijzigingen van de Nieuwe gemeentewet

  Art. 46. Artikel 119bis van de Nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij de wet van 13 mei 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 juni 2011, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 119bis. De gemeenteraad kan gemeentelijke administratieve straffen en sancties opleggen overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. ".

  Art. 47. In dezelfde wet wordt een artikel 134sexies ingevoegd, luidende :
  " Art. 134sexies. § 1. De burgemeester kan, in geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, beslissen over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar, jegens de dader of de daders van deze gedragingen.
  § 2. Onder " tijdelijk plaatsverbod " wordt verstaan het verbod binnen te treden in een of meerdere duidelijke perimeters van plaatsen die als toegankelijk voor het publiek worden bepaald, gelegen binnen een gemeente, zonder evenwel het geheel van het grondgebied te beslaan. Worden beschouwd als plaats die toegankelijk is voor het publiek elke plaats die gelegen is in de gemeente die niet enkel toegankelijk is voor de beheerder van de plaats, voor degene die er werkt of voor degenen die er individueel worden uitgenodigd, met uitzondering van de woonplaats, de plaats van het werk of de plaats van de onderwijs- of opleidingsinstelling van de overtreder.
  § 3. De in § 1 bedoelde beslissing moet aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° met redenen omkleed zijn op basis van de hinder die verband houdt met de openbare orde;
  2° bevestigd worden door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, bij de eerstvolgende vergadering, na de dader of de daders van die gedragingen of hun raadsman te hebben gehoord en nadat hij de mogelijkheid heeft gehad ter gelegenheid hiervan zijn verdedigingsmiddelen schriftelijk of mondeling te doen gelden, behalve indien hij, na te zijn uitgenodigd via een aangetekende brief, zich niet heeft gemeld en geen geldige motieven naar voren gebracht heeft voor zijn afwezigheid of zijn verhindering.
  § 4. De beslissing kan worden genomen, ofwel na een door de burgemeester betekende schriftelijke verwittiging die de dader of de daders van die gedragingen op de hoogte brengt van het feit dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen aanleiding zal kunnen geven tot een plaatsverbod, ofwel, met het oog op de ordehandhaving, zonder verwittiging.
  § 5. In geval van niet-naleving van het tijdelijk plaatsverbod, kan de dader of kunnen de daders van die gedragingen gestraft worden met een administratieve geldboete zoals voorzien door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. ".

  Art. 48. In de Franse tekst van artikel 135, § 2, tweede lid, 7°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 mei 1999, worden de woorden " de dérangement public " vervangen door het woord " d'incivilités ".

  Afdeling 2. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

  Art. 49. In artikel 601ter van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 mei 1999, worden het 1° en 2° vervangen door wat volgt :
  " 1° van het beroep tegen de beslissing tot opleggen van de sanctie bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, door de sanctionerend ambtenaar die daartoe door de gemeente wordt aangewezen;
  2° van het beroep tegen de beslissing tot het niet-opleggen van de sanctie bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, door de sanctionerend ambtenaar die daartoe door de gemeente wordt aangewezen. ".

  HOOFDSTUK 2. - Opheffingsbepaling

  Art. 50. Artikel 119ter van de Nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij de wet van 17 juni 2004, wordt opgeheven.

  TITEL IV. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 51. De procedures die lopende zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet blijven onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht waren op het tijdstip van de inleiding van de procedure.
  Deze wet is enkel van toepassing op de inbreuken die gepleegd werden na de inwerkingtreding ervan.

  Art. 52. De minister van Binnenlandse zaken brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Parlement over de toepassing van deze wet. Daarin wordt minimaal een overzicht gegeven van het aantal administratieve geldboetes bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, die werden opgelegd, voor welke categorieën van inbreuken en de procedurele moeilijkheden waartoe de toepassing van deze wet aanleiding heeft gegeven.

  Art. 53. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 24 juni 2013.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Overheidsbedrijven, Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden,
J.-P. LABILLE
De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit,
M. WATHELET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 09-11-2015 GEPUBL. OP 30-11-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • BEELD
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 19-06-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 42)
  • BEELD
  • WET VAN 21-12-2013 GEPUBL. OP 31-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 21; 33)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2012-2013. Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2712 -2012/2013 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nrs. 2 tot 5 : Amendementen. Nr. 6 : Verslag. Nr. 7 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 8 : Tekst aangenomen door de commissie. Nr. 9 : Amendementen. Nr. 10 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Nr. 11 : Erratum. Integraal Verslag : 30 mei 2013. Stukken van de Senaat : 5-2129 -2012/2013 : Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat. Zie ook : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2848 -2012/2013 : Nr. 1 : tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 30 mei 2013.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie