J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2012/03/19/2012003105/justel

Titel
19 MAART 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, en van andere koninklijke besluiten met verwijzingen naar het Rentenfonds

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 04-04-2012 nummer :   2012003105 bladzijde : 21145       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2012-03-19/11
Inwerkingtreding :
01-04-2012 (Art.1)     (Art.1-Art.8)     (Art.2)     (Art.3)     (Art.4)     (Art.5)     (Art.6)     (Art.7)     (Art.8)
01-07-2012 (Art.9)

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten
Art. 1-5
HOOFDSTUK II. -Wijzigingen aan andere koninklijke besluiten met betrekking tot het Rentenfonds
Art. 6-9
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding en slotbepalingen
Art. 10-11

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten

  Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, worden de bepalingen onder 5°, 7°, 8° en 10° tot en met 12° opgeheven.

  Art. 2. In titel II van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift van titel II wordt vervangen als volgt : " TITEL II : INFORMATIEVERSTREKKING AAN HET PUBLIEK ";
  2° het opschrift van hoofdstuk 1 wordt opgeheven;
  3° artikel 2 wordt vervangen als volgt :
  " Art. 2. § 1. In uitvoering van artikel 14, § 1, 6° van de wet, wordt de informatieverstrekking aan het publiek met betrekking tot de lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten verhandeld op de secundaire markt, als volgt gegarandeerd :
  1° de koersen en de rentevoeten geafficheerd door de markthouders zoals bedoeld in artikel 16, overeenkomstig de bepalingen van het lastenboek;
  2° de referentiekoersen en -rentevoeten van de lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten die het Rentenfonds ten minste één maal per dag bepaalt en publiceert ten laatste op het einde van die dag;
  3° de publicatie, via de tussenkomst van het Rentenfonds, van door de FSMA opgestelde statistische gegevens zoals bedoeld in de volgende paragraaf.
  § 2. De FSMA stelt ten minste één maal per dag en ten laatste op het einde van de werkdag die daarop volgt, minstens de volgende statistische gegevens op met betrekking tot de aankoop- en verkooptransacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten afgesloten op de secundaire markt :
  a) het dagvolume en het aantal afgesloten aankoop- en verkooptransacties op die dag per lijn van lineaire obligaties, per schatkistcertificaat en globaal voor alle gesplitste effecten;
  b) het geactualiseerde dagvolume aan en het geactualiseerde aantal afgesloten aankoop- en verkooptransacties per dag van de laatste 45 kalenderdagen in lineaire obligaties, schatkistcertificaten en gesplitste effecten. "
  4° de volgende hoofdstukken worden opgeheven :
  a) hoofdstuk 2, dat het artikel 3 bevat;
  b) hoofdstuk 3, dat de artikelen 4 en 5 bevat;
  c) hoofdstuk 4, dat de artikelen 6 en 7 bevat;
  d) hoofdstuk 5, dat het artikel 8 bevat.

  Art. 3. Titel III van hetzelfde besluit, die de artikelen 9 tot en met 15 bevat, wordt opgeheven.

  Art. 4. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " In uitvoering van artikel 14, § 3 van de wet is de FSMA belast met het toezicht op de gegevens over de transacties uitgevoerd door de markthouders, die deze markthouders krachtens hun lastenboek aan de FSMA meedelen. De FSMA gaat de juistheid, de tijdigheid en de volledigheid van die gegevens na en deelt het totale maandvolume aan afgesloten transacties van elke markthouder ten laatste op de tiende bankwerkdag van de volgende maand mee aan de Administrateur-generaal van de algemene administratie van de Thesaurie en aan het Agentschap van de Schuld. ".

  Art. 5. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 18. Voor de uitvoering van haar bevoegdheden met betrekking tot aankoop- en verkooptransacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten, bepaald in de wet, dit besluit en andere uitvoeringsbesluiten en reglementen genomen in uitvoering van de wet of van dit besluit, heeft de FSMA het recht informatie te bekomen van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van Belgiė met betrekking tot de aankoop- en verkooptransacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten vereffend in dat systeem.
  In uitvoering van het vorige lid, sluiten de FSMA en de Nationale Bank van Belgiė een protocol over de modaliteiten volgens dewelke de FSMA haar recht tot informatie met betrekking tot de in het vorige lid bedoelde gegevens kan uitoefenen ".

  HOOFDSTUK II. -Wijzigingen aan andere koninklijke besluiten met betrekking tot het Rentenfonds

  Art. 6. In het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot vaststelling van de referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a. in artikel 2, § 2, vervangen door het koninklijk besluit van 20 april 1999, worden de woorden " artikel 10, 2° van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de organisatie van de secundaire buitenbeursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten " vervangen door de woorden " artikel 2, § 1, 2° van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten ";
  b. in artikel 2, § 3, vervangen door het koninklijk besluit van 20 april 1999, worden de woorden " artikel 10, 2° " vervangen door de woorden " artikel 2, § 1, 2° ".

  Art. 7. In artikel 20, § 2 van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende de opdrachten van de FSMA, wordt de bepaling onder 2° opgeheven.

  Art. 8. In artikel 46 van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiėle instrumenten, wordt het derde lid opgeheven.

  Art. 9. Hoofdstuk V van Titel IV, van hetzelfde besluit, dat de artikelen 57 en 58 omvat, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding en slotbepalingen

  Art. 10. Op 1 april 2012 treden in werking :
  1° de artikelen 202, 213, 234, 3°, 246 en 248 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector;
  2° de artikelen 1 tot en met 8 van dit besluit.
  Ten einde de FSMA te kunnen bijstaan in haar taken bedoeld in artikel 2, 3° en artikel 4 van dit besluit die ze overneemt van het Rentenfonds, treden op 1 juli 2012 pas in werking :
  1° artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector;
  2° artikel 9 van dit besluit.

  Art. 11. De Minister bevoegd voor financiėn is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 19 maart 2012.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiėn,
  S. VANACKERE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, inzonderheid op artikel 9, § 1, 3°, vervangen door de wet van 13 maart 1998 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, bekrachtigd door artikel 23 van de programmawet van 5 augustus 2003;
   Gelet op de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, artikel 9, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003, bekrachtigd door artikel 23 van de programmawet van 5 augustus 2003, van 27 april 2007, bekrachtigd door artikel 11 van de wet van 8 juli 2008, en van 3 maart 2011, artikel 14, § 1, 4° en 6° en § 3, tweede lid, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003, bekrachtigd door artikel 23 van de programmawet van 5 augustus 2003, van 27 april 2007, bekrachtigd door artikel 11 van de wet van 8 juli 2008, en van 3 maart 2011, en artikel 56, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 23 december 2009 en bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003, bekrachtigd door artikel 23 van de programmawet van 5 augustus 2003 en van 3 maart 2011;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot vaststelling van de referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreffende de dekking van de werkingskosten van de FSMA ter uitvoering van artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten en ter uitvoering van diverse wettelijke bepalingen betreffende de opdrachten van de FSMA;
   Gelet op het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiėle instrumenten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten;
   Gelet op het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector, artikel 351, § 2, tweede lid;
   Gelet op het advies van de Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten, gegeven op 21 juni 2011;
   Gelet op het advies van de Nationale Bank van Belgiė, gegeven op 23 juni 2011;
   Gelet op het advies 50.206/2 van de Raad van State, gegeven op 26 september 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Financiėn,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2012003173
PUBLICATIE :
2012-06-19
bladzijde : 33355

Addendum



Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector, verder " het volmachtenbesluit ", bevat een reeks artikelen die de bevoegdheden van het Rentenfonds opheffen in verband met het bestuur van en het toezicht op effectenmarkten, en die de FSMA nieuwe bevoegdheden toekennen, op de datum die de Koning bepaalt. De Koning wordt daarin tevens belast met het bepalen van de wijze waarop het publiek geļnformeerd dient te worden over de secundaire markt voor overheidseffecten, met het vaststellen van de modaliteiten van het toezicht op de primary dealers, alsook met het regelen van de frequentie en inhoud van de mededelingen aan de Administrateur-generaal van de algemene administratie van de Thesaurie en aan het Agentschap van de Schuld.
   Het U ter goedkeuring voorgelegde besluit heeft hoofdzakelijk tot doel de huidige bevoegdheden van het Rentenfonds in verband met het bestuur van en het toezicht op effectenmarkten die zijn omschreven in het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, op te heffen en tevens de in het volmachtenbesluit aan de Koning toegekende bevoegdheden uit te werken.
   In artikel 1 worden enkele overbodig geworden definities van het voormelde koninklijk besluit van 20 december 2007 opgeheven.
   Artikel 2 heft Titel II van dat besluit betreffende de gereglementeerde buitenbeursmarkt volledig op welke wordt vervangen door een nieuwe titel over de informatieverstrekking aan het publiek, in uitvoering van artikel 14, § 1, 6° van de wet van 2 augustus 2002, ingevoegd bij artikel 202, 1°, b) van het volmachtenbesluit. De permanente affichering van de koersen en de rentevoeten door de markthouders (primary dealers) en de dagelijkse publicatie door het Rentenfonds van de referentiekoersen en -rentevoeten van de lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten is een voortzetting van de huidige praktijk. Nieuw daarentegen is dat de FSMA wordt belast met het opstellen van de secundaire-marktvolumes met betrekking tot de aankoop- en verkooptransacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten afgesloten op de secundaire markt, die vervolgens door het Rentenfonds zullen worden gepubliceerd. Het gaat meer bepaald over het dagvolume en het aantal afgesloten aankoop- en verkooptransacties van de vorige dag per lijn van lineaire obligaties, per schatkistcertificaat en globaal voor alle gesplitste effecten en het geactualiseerde dagvolume van de laatste 45 kalenderdagen in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten. Deze publicatie gebeurt ten laatste op het einde van elke dag.
   Krachtens artikel 3 wordt Titel III opgeheven, dat het toezicht omvat dat het Rentenfonds tot nu uitvoerde, voor rekening en onder de eindverantwoordelijkheid van de FSMA, op de naleving van de regels van openbare orde (marktmanipulatie e.d.) en van de reportingregels, waardoor de FSMA voortaan deze bevoegdheid verder alleen zal uitoefenen.
   In artikel 4, dat de uitwerking is van artikel 14, § 3 van de wet van 2 augustus 2002, ingevoegd bij artikel 202, 2° van het volmachtenbesluit, wordt de FSMA belast met het toezicht op de gegevens over de transacties uitgevoerd door de primary dealers. Het betreft de controle op de juistheid, de tijdigheid en de volledigheid van die gegevens. De FSMA dient vervolgens het totale maandvolume aan afgesloten transacties van de individuele markthouders ten laatste op de tiende bankwerkdag van de volgende maand mee te delen aan de Administrateur-generaal van de algemene administratie van de Thesaurie en aan het Agentschap van de Schuld.
   Voor de uitvoering van haar bevoegdheden met betrekking tot aankoop- en verkooptransacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten, bepaald in de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, en met name voor het opstellen van de marktvolumestatistieken en voor de controle van de primary dealers, krijgt de FSMA in artikel 5 het recht informatie te bekomen van het effectenvereffeningsstelsel van de NBB met betrekking tot de aankoop- en verkooptransacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten vereffend in dat systeem. Deze toegang kadert in de bevoegdheid van de Koning om, krachtens artikel 14, § 1, 4° van de voormelde wet van 2 augustus 2002, een specifieke toezichtsregeling uit te werken voor transacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten.
   In artikel 6 worden een aantal verwijzingen naar het opgeheven koninklijk besluit van 22 december 1995 vervangen door verwijzingen naar het voormelde koninklijk besluit van 20 december 2007.
   Doordat de gereglementeerde markt opgeheven wordt, vervalt het toezicht door de FSMA op het Rentenfonds als marktonderneming en dus logischerwijs ook de bijdrage in de werkingskosten van de FSMA (artikel 7).
   Ten gevolge van de opheffing van het toezicht op de naleving van de regels van openbare orde en van de reportingregels, dienen een aantal artikelen van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiėle instrumenten, te worden opgeheven (de artikelen 8 en 9).
   In artikel 10 ten slotte worden een aantal artikelen van het volmachtenbesluit samen met de meeste bepalingen van dit besluit in werking gesteld op 1 april 2012. Enkel voor wat betreft de toegang tot de reportinggegevens is de inwerkingtreding pas voorzien op 1 juli 2012, dit om toe te laten dat het Rentenfonds, indien nodig, de FSMA tijdelijk nog bijstaat in haar nieuwe opdrachten inzake de controle op de primary dealers en het opstellen van de marktvolumestatistieken.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Financiėn,
   S. VANACKERE
   
   ADVIES 50.206/2 van 26 september 2011 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State(Addendum, B.St. 19-06-2012, p. 33355-33357)
   
   De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 17 augustus 2011 door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiėn verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 2007 betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, en van andere koninklijke besluiten met verwijzingen naar het rentenfonds », heeft het volgende advies gegeven :
   Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de Regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
   Voorafgaande opmerkingen
   1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011 'betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector' heft artikel 2, eerste lid, 3°, vijfde lid en zesde lid op van de besluitwet van 18 mei 1945 'tot oprichting van een Rentefonds'.
   De toelichting op dit artikel 1 in het verslag aan de Koning dat aan het koninklijk besluit van 3 maart 2011 voorafgaat, luidt als volgt :
   « In afwijking van de bepalingen van de wet van 2 augustus 2002, oefent het Rentenfonds momenteel de functie uit van toezichthouder (eerstelijnsbevoegdheden inzake Market Abuse en Transaction Reporting) op de markt van de overheidsschuld. In het kader van de versterking van haar bevoegdheden als toezichthouder op de financiėle markten, zal de CBFA die bevoegdheid overnemen; daartoe zal de momenteel geldende bevoegdheidsopdracht worden opgeheven. De bepalingen van artikel 14 van de wet van 2 augustus 2002 worden eveneens in die zin aangepast.
   De CBFA zal aldus belast zijn met het permanente toezicht op de transactiegegevens die de markthouders (te weten, de Primary Dealers) uiterlijk op de tiende werkdag van de volgende maand aan het Agentschap van de Schuld meedelen krachtens het lastenboek.
   Het Rentenfonds blijft bevoegd voor het bekendmaken van de dagelijkse statistieken per type van financieel instrument en voor het garanderen van de liquiditeit van de OLO's die zijn toegelaten tot de verhandeling op Euronext Brussels.
   Om het Fonds en de CBFA in staat te stellen de praktische maatregelen te nemen die vereist zijn voor de bevoegdheidsoverdracht, bepaalt de ontwerptekst dat de Koning de datum van inwerkingtreding van deze bepalingen vastlegt. »
   Artikel 351, § 2, tweede lid, van het voornoemde koninklijk besluit van 3 maart 2011 bepaalt aldus dat de datum van inwerkingtreding van dat artikel 1, alsook van de artikelen 202, 213, 234, 3°, 246 en 248 ervan, bij koninklijk besluit zal worden vastgesteld, wat geschiedt in artikel 12, eerste lid, 1°, en tweede lid, 1°, van het ontwerp. Het lijkt dan ook raadzaam in de aanhef van het ontworpen besluit tevens het voornoemde artikel 351, § 2, tweede lid, als rechtsgrond te vermelden (1) in een extra lid dat daartoe na de eerste twee leden wordt ingevoegd.
   2. Door de opheffing van artikel 2, eerste lid, 3°, van de besluitwet van 18 mei 1945 bij het voornoemde artikel 1, verliest het Rentenfonds de opdrachten om de functies in verband met het bestuur van en het toezicht op effectenmarkten uit te oefenen, die daaraan door of krachtens de wet waren toevertrouwd.
   Het ontwerp beoogt dan ook een aantal koninklijke besluiten dienovereenkomstig aan te passen.
   De Raad van State begrijpt echter niet het nut van de opheffing van het koninklijk besluit van 26 maart 2004 'tot goedkeuring van het besluit van het Rentenfonds van 1 december 2003 tot vaststelling van de marktregels van de buitenbeursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten', noch het nut van de opheffing van het koninklijk besluit van 8 december 2008 'tot goedkeuring van het besluit van het Rentenfonds van 21 april 2008 tot wijziging van het besluit van het Rentenfonds van 1 december 2003 tot vaststelling van de marktregels van de buitenbeursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten'.
   Het gaat hier immers om niet-reglementaire handelingen van toezicht (2) met eenmalige uitwerking op het moment dat ze de voorwaarde vervullen, voor de uitvoering van de goed te keuren handeling. Dergelijke bepalingen, die uitgewerkt zijn zodra ze van toepassing zijn, kunnen echter niet worden opgeheven omdat hun lot voor de toekomst niet meer moet worden geregeld (3). De opheffing van het koninklijk goedkeuringsbesluit brengt meer bepaald niet de opheffing mee van het besluit van het Rentenfonds dat door het goedkeuringsbesluit wordt goedgekeurd opdat het uitwerking kan hebben.
   De artikelen 7 en 11 moeten derhalve worden weggelaten.
   Onderzoek van het ontwerp
   Aanhef
   Eerste en tweede lid
   1. Artikel 6 van het ontwerp beoogt de wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 'tot vaststelling van de referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten', dat zijn rechtsgrond vindt in artikel 9, § 1, 3°, van de wet van 4 augustus 1992 'op het hypothecair krediet', vervangen bij de wet van 13 maart 1998 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, bekrachtigd bij artikel 23 van de programmawet van 5 augustus 2003.
   Aan het einde van het eerste lid van de aanhef dient dus nauwkeuriger verwezen te worden naar deze specifieke onderverdeling van artikel 9.
   2. De rechtsgrond die het ontwerp ontleent aan de wet van 2 augustus 2002 'betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten', ligt, zoals blijkt uit het bij het ontwerp gevoegde verslag aan de Koning, in artikel 14, § 1, 4° en 6°, en § 3, tweede lid, ervan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, bekrachtigd bij artikel 11 van de wet van 8 juni 2008 'houdende diverse bepalingen (I)' en bij artikel 202 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011, alsook - wat het koninklijk besluit van 22 mei 2005 betreft, waarvan artikel 8 van het ontwerp de wijziging beoogt - bij artikel 56, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, bekrachtigd bij artikel 23 van de programmawet van 5 augustus 2003, bij artikel 189 van de programmawet van 23 december 2009 en bij artikel 229 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011.
   Aan het einde van het tweede lid van de aanhef dient dus nauwkeuriger te worden verwezen naar deze specifieke onderverdelingen van de artikelen 14 en 56.
   Vierde en achtste lid
   Deze twee leden, die melding maken van de voormelde koninklijke besluiten van 26 maart 2004 en 8 december 2008, moeten vervallen om dezelfde redenen als de artikelen 7 en 11 (4).
   Negende en tiende lid
   Om de chronologische volgorde in acht te nemen waarin de twee voorafgaande vormvereisten moeten worden vervuld, dienen deze twee leden onderling van plaats te worden verwisseld (5).
   Dispositief
   Artikel 1
   Artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit van 20 december 2007 'betreffende de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten' bevat de volgende definitie van de « CBFA : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bedoeld in hoofdstuk III van de wet » van 2 augustus 2002 'betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten'.
   Het letterwoord « CBFA » komt vervolgens voor in de artikelen 4, 6, § 2, 7, §§ 2 en 3, 9, 10 en 12 tot 15 van het besluit.
   De artikelen 2, 4°, en 3 van het ontwerp beogen echter de opheffing van de artikelen 3 tot 15 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 en de nieuwe ontworpen bepalingen in de artikelen 2, 3°, 4 en 5 maken melding van de « FSMA ». Artikel 1, 9°, van dit besluit van 20 december 2007 dient dus te worden vervangen overeenkomstig artikel 331, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 maart 2011 'betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiėle sector', dat luidt als volgt :
   « In de besluiten [...] waarin de CBFA vermeld wordt uit hoofde van haar bevoegdheden zoals die uit het onderhavige besluit voortvloeien, dienen de woorden 'Commissie voor het Bank-, Financie en Assurantiewezen' en het woord 'CBFA' respectievelijk gelezen als 'Autoriteit voor Financiėle Diensten en Markten' en 'FSMA'. »
   Artikel 2
   Met het oog op een betere redactie van de tekst moeten de onderdelen 1°, 2° en 3° zo worden geformuleerd dat elk van deze opmerkingen een volledige zin vormt.
   Artikel 6
   Artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 januari 1993 'tot vaststelling van de referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten' wordt volledig vervangen bij het koninklijk besluit van 20 april 1999. De formulering van artikel 6 moet dus dienovereenkomstig worden aangepast.
   De kamer was samengesteld uit :
   de heren :
   Y. Kreins, kamervoorzitter.
   P. Vandernoot, Mevr. M. Baguet, staatsraden.
   de heer S. Van Drooghenbroeck, assessor van de afdeling Wetgeving.
   Mevr. A.-C. Van Geersdaele, griffier.
   Het verslag werd uitgebracht door de heer J.-L. Paquet, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van Mevr. M. Baguet.
   De griffier,
   A.-C. Van Geersdaele.
   De voorzitter,
   Y. Kreins.
   _______
   Nota's
   (1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, tabblad « Wetgevingstechniek », aanbeveling 24, punt b).
   (2) Ibid., aanbeveling 247, voorbeeld h).
   (3) Ibid., aanbeveling 135.
   (4) Zie supra, voorafgaande opmerking 2.
   (5) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tabblad « Wetgevingstechniek », aanbeveling 34, punt b).

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Erratum Franstalige versie