J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
18 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit betreffende de kruispuntbank van de rijbewijzen

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 08-12-2011 nummer :   2011014290 bladzijde : 72110   BEELD
Dossiernummer : 2011-11-18/03
Inwerkingtreding : 01-01-2012

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Bewaring van de gegevens
Art. 2-3
HOOFDSTUK 3. - Inzameling en actualisering van de gegevens
Art. 4-12
HOOFDSTUK 4. - Gebruik van de gegevens opgenomen in de kruispuntbank
Art. 13-20
HOOFDSTUK 5. - Coordinatiecomité
Art. 21-26
HOOFDSTUK 6. - Registratie in de kruispuntbank
Art. 27-28
HOOFDSTUK 7. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
Art. 29-32

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
  1° " wet " : de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen;
  2° " geanonimiseerde gegevens " : gegevens zoals bedoeld artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

  HOOFDSTUK 2. - Bewaring van de gegevens

  Art. 2. De bewaring van gegevens in de kruispuntbank gebeurt zonder tijdsbeperking, onverminderd artikel 4, § 1, 5°, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

  Art. 3. Eenieder die toegang wenst te bekomen tot de geanonimiseerde gegevens, richt hiertoe een aanvraag aan de beheersdienst.

  HOOFDSTUK 3. - Inzameling en actualisering van de gegevens

  Art. 4. De beheersdienst en de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs verwerken volgende gegevens betreffende het rijbewijs :
  1° de overheid, datum en plaats van afgifte van het rijbewijs;
  2° het nummer van het rijbewijs;
  3° de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs is afgegeven;
  4° per categorie of subcategorie, de datum van afgifte en de uiterste geldigheidsdatum;
  5° de gegevens betreffende de vakbekwaamheid;
  6° de bijkomende of beperkende vermeldingen;
  7° de elektronische verklaring van de kandidaat waarin hij op zijn woord van eer bevestigt medisch en psychisch geschikt te zijn en niet vervallen verklaard te zijn van het recht tot sturen zoals bedoeld in artikel 23, § 1, 3°, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;
  8° de datum van het medisch getuigschrift voor rijgeschiktheid dat niet elektronisch werd afgegeven en het identificatienummer van de geneesheer;
  9° de datum van teruggave van het document in toepassing van artikel 24 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968.

  Art. 5. De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken verwerkt volgende identiteitsgegevens betreffende de rijbewijshouder :
  1° naam en voornaam;
  2° geboortedatum en geboorteplaats;
  3° identificatienummer bij het rijksregister;
  4° adres en NIS-code van de gemeente;
  5° land van verblijf;
  6° geslacht;
  7° nationaliteit.

  Art. 6. De Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken verwerkt volgende identiteitsgegevens betreffende de rijbewijshouder die houder is van een diplomatieke identiteitskaart :
  1° naam en voornaam;
  2° geboortedatum en geboorteplaats;
  3° identificatienummer bij het register van het protocol;
  4° adres en NIS-code van de gemeente;
  5° land van verblijf;
  6° geslacht;
  7° nationaliteit.

  Art. 7. De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid verwerkt volgende gegevens betreffende de rijbewijshouder :
  1° bij ontstentenis van het identificatienummer bij het rijksregister, het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° van het geneeskundig onderzoek, bedoeld in de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 :
  a) de uiterste geldigheidsdatum van de medische geschiktheid;
  b) de beslissing over de rijgeschiktheid die door de onderzoekende geneesheer genomen is;
  c) de voorwaarden, beperkingen en aanpassingen aan het voertuig met betrekking tot de medische geschiktheid.

  Art. 8. De Federale Overheidsdienst Justitie verwerkt volgende gegevens betreffende de rijbewijshouder :
  1° de gegevens betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen, de maatregelen die een einde stellen aan het verval van het recht tot sturen en de onmiddellijke intrekkingen, bedoeld in artikel 55 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;
  2° de gegevens betreffende de herstelonderzoeken in het recht tot sturen;
  3° de gegevens betreffende het alcoholslot, bedoeld in artikel 37/1 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968.

  Art. 9. De politiediensten verwerken de gegevens betreffende de rijverboden, bedoeld in artikelen 61 en 61ter van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968.

  Art. 10. De centra die bevoegd zijn om de examens betreffende het rijbewijs en de vakbekwaamheid af te nemen, verwerken de gegevens betreffende de voor het rijbewijs en het bewijs van vakbekwaamheid afgelegde examens.

  Art. 11. De erkende opleidingscentra, bedoeld in artikel 46 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E, verwerken gegevens betreffende de door de rijbewijshouder gevolgde nascholing.

  Art. 12. Het centrum, bedoeld in artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998, verwerkt de gegevens van het attest, bedoeld in hetzelfde artikel, § 2.

  HOOFDSTUK 4. - Gebruik van de gegevens opgenomen in de kruispuntbank

  Art. 13. De beheersdienst heeft toegangs-, invoer-, wijzigings- en annulatierechten voor alle gegevens bedoeld in artikel 8, § 2, van de wet.

  Art. 14. Volgende diensten zijn gemachtigd gebruik te maken van de gegevens opgenomen en ter beschikking gesteld in de kruispuntbank zonder de voorafgaande machtiging voorzien in artikel 13, § 1, van de wet :
  1° de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998;
  2° de gerechtelijke overheden;
  3° de politiediensten, voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 8, § 2 en § 3, 5°, van de wet;
  4° de overheden belast met de afgifte van rijbewijzen en de gerechtelijke overheden van lidstaten van de Europese Unie, voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 8, § 2 en § 3, 5°, van de wet.

  Art. 15. Iedere machtiging tot gebruik van de gegevens opgenomen en ter beschikking gesteld in de kruispuntbank wordt vooraf aangevraagd bij de beheersdienst.
  De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat minstens volgende gegevens :
  1° de benaming en het adres van de aanvrager;
  2° een omschrijving van de opdrachten en wettelijke of reglementaire verplichtingen in het kader waarvan het gebruik van de gegevens van de kruispuntbank gevraagd wordt;
  3° de aard van de gewenste toegang of communicatie;
  4° de identificatiegegevens van de persoon of de personen die door de dienst worden aangesteld als beheerder van de betreffende toepassing of verbinding;
  5° de identiteit van de verantwoordelijke inzake informatieveiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer bedoeld in artikel 22 van de wet.
  Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het standaardformulier dat het bevoegde sectoraal comité hiervoor ter beschikking stelt.

  Art. 16. Iedere machtigingsaanvraag bedoeld in artikel 15 wordt door de beheersdienst doorgestuurd naar het sectoraal comité.

  Art. 17. De met toepassing van artikel 13 van de wet verkregen informatiegegevens van de kruispuntbank mogen uitsluitend gebruikt worden voor de doeleinden vermeld in dat artikel.

  Art. 18. Iedere aanvrager is verantwoordelijk voor het beheer van de toegangs-, invoer-, wijzigings- en annulatierechten die hij toekent aan de gebruikers die hij aanduidt in het kader van de door hem ingediende aanvraag.
  Iedere aanvrager moet eveneens alle noodzakelijke maatregelen nemen om de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen waartoe ze toegang hebben.

  Art. 19. De beheersdienst is ermee belast een register te houden waarin alle machtigingen, bedoeld in artikel 13 van de wet, worden vermeld. Dit register wordt door de beheersdienst toegankelijk gemaakt voor het publiek.

  Art. 20. De beheersdienst is ermee belast een lijst bij te houden van de categorieën van personen die de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, 8° en 7, 2° mogen raadplegen.

  HOOFDSTUK 5. - Coordinatiecomité

  Art. 21. § 1. Het voorzitterschap van het coördinatiecomité, bedoeld in artikel 20 van de wet, wordt waargenomen door de Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid.
  Het ondervoorzitterschap wordt waargenomen door de Adviseur-generaal van de Directie Verkeersveiligheid.
  Ingeval de in de leden 1 en 2 bedoelde vertegenwoordigers samen verhinderd zijn en indien het coördinatiecomité desondanks genoodzaakt is te zetelen, duiden zij een vertegenwoordiger aan die het plaatsvervangend voorzitterschap zal waarnemen.
  § 2. Naast de voorzitter en de ondervoorzitter, is het coördinatiecomité samengesteld uit volgende effectieve leden :
  1° één vertegenwoordiger per dienst bedoeld in de artikelen 4 tot 8;
  2° een lid dat de centra, bedoeld in artikel 10, vertegenwoordigt.

  Art. 22. Het coördinatiecomité wordt bijgestaan door een secretaris, aangewezen onder het personeel van de beheersdienst.

  Art. 23. Het coördinatiecomité kan, wanneer hij dat nuttig acht, vertegenwoordigers van andere beleidsniveaus, andere diensten of andere natuurlijke of rechtspersonen uitnodigen.

  Art. 24. Het coördinatiecomité stelt notulen op van de vergadering, ondertekend door de voorzitter van de vergadering en de secretaris, waarin het standpunt van elk lid is opgenomen.

  Art. 25. De deelneming aan de werkzaamheden van het coördinatiecomité is onbezoldigd.

  Art. 26. Het coördinatiecomité stelt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de beheersdienst.

  HOOFDSTUK 6. - Registratie in de kruispuntbank

  Art. 27. Bij de verwerking van de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998, wordt de aanvrager geïnformeerd overeenkomstig artikel 9 van de wet van 8 december 1992.
  De Minister of zijn gemachtigde kan de nadere regels bepalen voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde verplichting.

  Art. 28. De overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 registreert elke aanvraag om een rijbewijs in de kruispuntbank bij het indienen van de aanvraag.
  De overheid bedoeld in het eerste lid registreert de afgifte van het rijbewijs onmiddellijk in de kruispuntbank.

  HOOFDSTUK 7. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

  Art. 29. Titel V van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 wordt opgeheven.

  Art. 30. In afwijking van artikel 15 zijn de centra bedoeld in artikel 10 of de groeperingen waarbij zij zijn aangesloten, voor wat betreft de gegevens bedoeld in artikel 8, § 2 en § 3, 5°, van de wet, tot 1 januari 2013 gemachtigd om gebruik te maken van de gegevens opgenomen in de kruispuntbank zonder voorafgaande machtigingsaanvraag.

  Art. 31. Op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treden in werking :
  1° de artikelen 4 tot 24 van de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen;
  2° dit besluit.

  Art. 32. De Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, de Minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken, de Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd voor het Wegverkeer zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 18 november 2011.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  Y. LETERME
  De Minister van Sociale Zaken,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Buitenlandse Zaken,
  S. VANACKERE
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
  E. SCHOUPPE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen, de artikelen 7, tweede lid, 9, 11, 12, 13, § 2, 15, 20, § 2, tweede lid, en 25;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 31 mei 2011;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 1 juli 2011;
   Gelet op het advies nr. 16/2011 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, gegeven op 6 juli 2011;
   Gelet op het advies nr. 50.271/4 van de Raad van State, gegeven op 5 oktober 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Eerste Minister, van de Minister van Sociale Zaken, van de Minister van Buitenlandse Zaken, van de Minister van Justitie, van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Staatssecretaris voor Mobiliteit,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Onderhavig koninklijk besluit beoogt de uitvoering van de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen, titel III, hoofdstuk 1, de artikelen 7, tweede lid, 9, 11, 12, 13, § 2, 15, 20, § 2, tweede lid, en 25.
   Bij deze wet wordt de kruispuntbank van de rijbewijzen opgericht en wordt aan de Koning de bevoegdheid gegeven om volgende regels nader te bepalen.
   Voor de bewaring van gegevens in de kruispuntbank, wordt niet afgeweken van wat bepaald werd in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en in haar uitvoeringsbesluit van 13 februari 2001.
   De kruispuntbank van de rijbewijzen is een kruispuntbank sui generis, die afwijkt van het kruispuntbankbeginsel van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. De kruispuntbank van de rijbewijzen dient immers enerzijds als authentieke bron voor de rijbewijsgegevens die erin worden bewaard, en anderzijds als dienstenintegrator voor de rijbewijsgegevens waarvoor andere authentieke bronnen bestaan.
   De kruispuntbank dient als authentieke bron voor de rijbewijsgegevens opgesomd in artikel 4. Deze gegevens vinden hun oorsprong bij de registratie van het rijbewijs, die in de eerste plaats gebeurt door de gemeentelijke overheidsdiensten en in bepaalde gevallen door de Federale Overheidsdient Buitenlandse Zaken. Deze diensten zijn immers verantwoordelijk voor de afgifte, zoals bepaald in de artikelen 7 en 17 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. Het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid kan als beheersdienst deze gegevens verbeteren, aanvullen en wijzigen.
   De gegevens betreffende de rijgeschiktheid die niet via een elektronisch getuigschrift werden afgegeven, worden door de gemeentelijke overheidsdiensten verwerkt in de kruispuntbank. Dit gebeurt in afwachting van de elektronische afgifte van alle medische getuigschriften voor rijgeschiktheid. Voor de medische getuigschriften die elektronisch werden afgegeven, bedoeld in artikel 7, 2°, dient de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid als authentieke bron via het eHealth-platform.
   Het rijksregister dient als authentieke bron voor de gegevens betreffende de rijbewijshouder opgesomd in artikel 5. Het gaat met name om identiteitsgegevens. Enkele van deze gegevens worden bewaard in de kruispuntbank om de rijbewijshouder te kunnen identificeren : naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, en identificatienummer bij het rijksregister. Het rijksregister blijft echter de authentieke bron van deze gegevens.
   Het register van het protocol, beheerd door de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, dient als authentieke bron voor de gegevens betreffende de rijbewijshouder die houder is van een diplomatieke identiteitskaart, opgesomd in artikel 6. Enkele van deze gegevens worden bewaard in de kruispuntbank om de rijbewijshouder te kunnen identificeren : naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats. Het register van het protocol blijft echter de authentieke bron van deze gegevens.
   De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid dient als authentieke bron voor de gegevens opgesomd in artikel 7, 1°. Om de rijbewijshouder te kunnen identificeren, wordt, bij onstentenis van het identificatienummer bij het rijksregister, het identificatienummer bij het zogenaamde bisregister' bewaard in de kruispuntbank. De Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid blijft echter de authentieke bron van deze gegevens.
   Van de gegevens opgesomd in de artikelen 8 tot 12 wordt de authentieke bron beheerd door de respectievelijk in deze artikelen aangewezen dienst.
   Diensten die gebruik maken van de gegevens in de kruispuntbank, dienen een voorafgaande machtiging te verkrijgen van het sectoraal comité voor de federale overheid van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De machtigingsaanvraag wordt ingediend bij de beheersdienst, die ze registreert en vervolgens aan het sectoraal comité bezorgt.
   Het sectoraal comité voor de federale overheid heeft krachtens artikel 36bis van de wet van 8 december 1992 een residuaire bevoegdheid. Het is bijgevolg mogelijk dat andere sectorale comités bevoegd zijn om machtigingen te verlenen.
   Van deze verplichting worden de diensten opgesomd in artikel 14 vrijgesteld.
   In artikel 30 wordt in een overgangsmaatregel voorzien die, om redenen van continuïteit, toelaat dat de daar opgesomde diensten tot 1 januari 2013 gebruik kunnen maken van bepaalde gegevens in de kruispuntbank zonder machtiging van het sectoraal comité.
   We hebben de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaars,
   De Eerste Minister,
   Y. LETERME
   De Minister van Sociale Zaken,
   Mevr. L. ONKELINX
   De Minister van Buitenlandse Zaken,
   S. VANACKERE
   De Minister van Justitie,
   S. DE CLERCK
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Mevr. A. TURTELBOOM
   De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
   E. SCHOUPPE
   
   ADVIES 50.271/4 VAN 5 OCTOBER 2011 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
   De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 9 september 2011 door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit " betreffende de kruispuntbank van de rijbewijzen ", heeft het volgende advies gegeven :
   Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Voorafgaande vormvereisten
   In het kader van de procedure van het betrekken van de gewestregeringen bij het uitwerken van het ontwerp zoals bepaald in artikel 6, § 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, heeft de Vlaamse Regering slechts een voorwaardelijk akkoord geformuleerd over het ontwerp.
   Opdat het voorafgaande vormvereiste van het erbij betrekken van de gewestregeringen beschouwd kan worden als deugdelijk vervuld, dient de Vlaamse Regering op de hoogte te worden gebracht van het gevolg dat wordt gegeven aan de opmerkingen die ze heeft geformuleerd. Indien deze opmerkingen een wijziging van de oorspronkelijke tekst tot gevolg hebben, dienen ook de twee andere gewestregeringen ervan op de hoogte te worden gebracht.
   Bijzondere opmerkingen
   Aanhef
   In het eerste lid moeten de woorden " titel III, " worden weggelaten.
   Dispositief
   Artikel 2
   Wat betreft de bewaring van gegevens in de kruispuntbank van de rijbewijzen verwijst artikel 2 van het ontwerp alleen maar naar artikel 4, § 1, 5°, van de wet van 8 december 1992 'tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens'.
   Veeleer dan een dergelijke van rechtsgevolg verstoken verwijzing te formuleren, verdient het de voorkeur om daadwerkelijk uitvoering te geven aan de machtiging, verleend bij artikel 11 van de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen (1)', dat als volgt luidt :
   " Art. 11. De gegevens bedoeld in artikel 8, §§ 2 en 3, worden, na advies van de Commissie, bewaard tot een door de Koning bepaalde datum. "
   Artikel 20
   Zoals de gemachtigde ambtenaar heeft beaamd, moeten de woorden " bedoeld in de artikelen 2, 8° en 5, 2° " worden vervangen door de woorden " bedoeld in de artikelen 4, 8° en 7, 2° ".
   Artikel 21
   Artikel 21 van het ontwerp stelt de samenstelling vast van het coördinatiecomité, opgericht bij artikel 20 van de voornoemde wet van 14 april 2011.
   Artikel 20, § 2, eerste lid, van de wet stelt nochtans dat de diensten waarin artikel 12 voorziet " automatisch lid [zijn] van dit coördinatiecomité ".
   Elk van deze beheersdiensten die in hoofdstuk 3 van het ontwerp worden aangewezen, moet dus worden vermeld bij de leden van het coördinatiecomité. Thans is dat niet het geval voor de in de artikelen 9, 11 en 12 van het ontwerp vermelde diensten.
   Artikel 21, § 2, van het ontwerp moet in dezen worden aangevuld.
   Artikel 27
   Artikel 27 van het ontwerp, betreffende de overname van de werkingskosten van het coördinatiecomité, is overbodig aangezien dit comité is opgericht binnen de beheersdienst die zelf is opgericht binnen de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer (1) waarvan de werking, zoals elke administratie, ten laste is van de algemene uitgavenbegroting van het Rijk.
   Artikel 28
   Artikel 7, tweede lid, van de wet van 14 april 2011 luidt als volgt :
   " De Koning bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden de beheersdienst en de overige verantwoordelijken verplicht zijn om hun informatieplicht overeenkomstig artikel 9 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens na te leven, dit na advies van de Commissie. "
   Artikel 28 van het ontwerp moet worden herzien zodat daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan deze machtiging, veeleer dan slechts - onnodig - de verplichting te herhalen om artikel 9 van de voornoemde wet van 8 december 1992 na te leven, en voor het overige alle bij artikel 7, tweede lid, van de wet van 14 juni 2011 aan de Koning opgedragen bevoegdheden te subdelegeren aan de minister of zijn gemachtigde.
   Artikel 31
   In navolging van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer vraagt de afdeling Wetgeving zich af of de in artikel 31 van het ontwerp bepaalde overgangsmaatregel niet zou moeten worden uitgebreid tot " andere instanties " die toegang moeten kunnen krijgen tot de gegevens van de kruispuntbank van de rijbewijzen (2).
   Op de vragen die hieromtrent aan de gemachtigde ambtenaar werden gesteld, heeft hij echter het volgende geantwoord :
   " Article 31 du projet :
   Hors les centres visés à l'article 10 et les services visés à l'article 14, il n'y a pas d'autres services qui utilisent actuellement les données concernées.
   Rapport au Roi :
   Dans l'alinéa relatif à l'article 31 du projet, la date finale de la mesure transitoire ne correspond pas à l'article 31. Cet alinéa doit être corrigé comme suit :
   L'article 31 prévoit une mesure transitoire permettant aux services qui y sont mentionnés, pour des raisons de continuité, d'utiliser certaines données de la banque-carrefour jusqu'au 1er janvier 2013, sans autorisation du comité sectoriel' ".
   Gelet op dit antwoord, geeft de bepaling geen aanleiding tot opmerkingen.
   De kamer was samengesteld uit :
   De heren :
   P. Liénardy, kamervoorzitter;
   J. Jaumotte en L. Detroux, staatsraden;
   Mevr. C. Gigot, griffier.
   Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. Chauffoureaux, auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van heer P. Liénardy.
   (1) Zie de artikelen 4, 9° en 10°, 19 en 20, § 1, van de wet van 14 april 2011.
   (2) Zie advies nr. 16/2011 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van 6 juli 2011, § 20.
   De griffier,
   C. Gigot.
   De voorzitter,
   P. Liénardy.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie