J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2009/06/19/2009012197/justel

Titel
19 JUNI 2009. - Wet houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-06-2009 en tekstbijwerking tot 31-12-2010)

Bron : WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 25-06-2009 nummer :   2009012197 bladzijde : 43728       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2009-06-19/04
Inwerkingtreding :
25-06-2009
01-07-2009
05-07-2009

Opheffing : 01-02-2011 14-27

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
TITEL 1. - Tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur
Art. 2-13
TITEL 2. - Tijdelijke crisismaatregelen tot aanpassing van het arbeidsvolume
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
Art. 14, 14bis
HOOFDSTUK 2. - Tijdelijke individuele vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis
Afdeling 1. - Overeenkomst tot individuele vermindering van de arbeidsprestaties
Art. 15-17
Afdeling 2. - Toekenning van een uitkering
Art. 18-19
Afdeling 3. - Diverse bepalingen
Art. 20
HOOFDSTUK 3. - Tijdelijke collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst
Art. 21-27
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 28
TITEL 3. - Herstructureringskaarten voor werknemers uit ondernemingen in faling
Art. 29-31
TITEL 4. - Tijdelijke uitbreiding van de toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
Art. 32-34
TITEL 5. [1 Algemene bepalingen]1
Art. 34/1, 35

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  TITEL 1. - Tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur

  Art. 2. In artikel 335, derde lid, van de programmawet van 24 december 2002 (I) worden de woorden " is onderafdeling 6 " vervangen door de woorden " zijn onderafdelingen 6 en 8 ".

  Art. 3. In artikel 336 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005 en 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " G1, G2 of G3 " vervangen door de woorden " G1, G2, G3,G4, G5 of G6 ";
  2° tussen het vierde en vijfde lid worden drie nieuwe leden ingevoegd, luidende;
  " G4 is gelijk aan 600 euro.
  G5 is gelijk aan 750 euro.
  G6 is gelijk aan 1.150 euro. "
  3° in het vroegere vijfde lid dat het achtste lid wordt, worden de woorden " G1, G2 en G3 " vervangen door de woorden " G1, G2, G3, G4, G5 en G6 ".

  Art. 4. In artikel 338 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, worden de woorden " G1, G2 of G3 " vervangen door de woorden " G1, G2, G3, G4, G5 of G6 ".

  Art. 5. In titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een onderafdeling 8 ingevoegd luidende " Onderafdeling 8 - Tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur ".

  Art. 6. In onderafdeling 8, ingevoegd bij artikel 5, wordt een artikel 353bis/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/1. Voor de toepassing van deze onderafdeling verstaat men onder arbeidsduur, de wekelijkse arbeidsduur zoals gedefinieerd in artikel 348, eerste lid.
  Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt rekening gehouden met de arbeidsduur die is vastgesteld hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, hetzij in het arbeidsreglement.
  De Koning kan nadere regelen bepalen voor de berekening van de arbeidsduur. "

  Art. 7. In dezelfde onderafdeling 8 wordt een artikel 353bis/2 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/2. De werkgevers bedoeld in artikel 335, derde lid, die overgaan tot een tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur vóór 1 januari 2010, volgens de voorwaarden bepaald in of krachtens deze onderafdeling, genieten een doelgroepvermindering.
  De Koning bepaalt de nadere regelen betreffende deze aanpassing van de arbeidsduur. "

  Art. 8. In dezelfde onderafdeling 8 wordt een artikel 353bis/3 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/3. De werkgever geniet vanaf het kwartaal van invoering van het stelsel van tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur in de onderneming en tot het kwartaal waarin de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur loopt, van een forfaitaire doelgroepvermindering per kwartaal waarvan het forfaitaire bedrag afhangt van de procentuele aanpassing van de arbeidsduur.
  De tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur moet de arbeidsduur verminderen met een vierde of met een vijfde.
  Het forfaitaire bedrag van deze doelgroepvermindering ligt hoger ingeval de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur gecombineerd wordt met de tijdelijke invoering van de vierdagenweek in de onderneming.
  Het forfaitaire bedrag van deze doelgroepvermindering wordt toegekend per betrokken werknemer.
  De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder invoering van de vierdagenweek voor de toepassing van deze bepaling.
  De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure die moeten worden nageleefd en het dossier en de documenten die moeten worden voorgelegd om de doelgroepvermindering te kunnen verkrijgen. "

  Art. 9. In dezelfde onderafdeling 8 wordt een artikel 353bis/4 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/4. De tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur en de invoering van de vierdagenweek moeten worden vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op het niveau van de onderneming en van toepassing zijn op het geheel van de werknemers van de onderneming of op een specifieke categorie van werknemers van de onderneming.
  De Koning bepaalt de minimale inhoud van de bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst en de na te leven procedures.
  Deze minimale inhoud voorziet op zijn minst dat de collectieve arbeidsovereenkomst de begin- en einddatum van de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur bevat en voorziet in een looncompensatie. De looncompensatie mag niet tot gevolg hebben dat het brutoloon van de werknemer hoger is dan het brutoloon waarop hij recht had vóór de invoering van de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de aanpassing van de lonen aan de index en aan de baremieke loonsverhogingen.
  Deze looncompensatie is loon in de zin van artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de werknemers en van artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, waarop sociale zekerheidsbijdragen worden berekend. "

  Art. 10. In dezelfde onderafdeling 8 wordt een artikel 353bis/5 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/5. Voor de voltijds tewerkgestelde werknemers die betrokken zijn bij de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur zoals bepaald in deze onderafdeling, is artikel 28, § 4, van de arbeidswet van 16 maart 1971 eveneens van toepassing bij overschrijding van het wekelijks aantal arbeidsuren die voortvloeien uit het werkrooster dat in het arbeidsreglement is opgenomen. "

  Art. 11. In dezelfde onderafdeling 8 wordt een artikel 353bis/6 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/6. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is gemachtigd de voordelen die krachtens deze onderafdeling werden toegekend, terug te vorderen bij inbreuk door de werkgever op de bepalingen inzake de arbeidsduur van de arbeidswet van 16 maart 1971 of op de bepalingen van deze onderafdeling.
  Deze terugvordering gebeurt voor elk kwartaal en per werknemer waarop de inbreuk betrekking heeft.
  De terugvordering is enkel mogelijk indien de inbreuk heeft geleid hetzij tot een minnelijke schikking met de werkgever, hetzij tot een administratieve geldboete, hetzij tot een veroordeling door een strafrechtbank. "

  Art. 12. In dezelfde onderafdeling 8 wordt een artikel 353bis/7 ingevoegd, luidende :
  " Art. 353bis/7. Wanneer gedurende de periode van tijdelijke crisisaanpassing van de arbeidsduur, de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt zoals bedoeld in artikel 39 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt onder " lopend loon " begrepen het loon waarop de werknemer op het ogenblik van de beëindiging aanspraak had kunnen maken indien zijn arbeidsduur niet was aangepast. "

  Art. 13.Deze titel treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Onderafdeling 8 van titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3, van de Programmawet (I) van 24 december 2002 treedt buiten werking [1 met ingang van [2 1 februari 2011]2]1.
  [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2010-05-19/02, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 07-06-2010>
  (2)<W 2010-12-29/01, art. 193, 004; Inwerkingtreding : 31-12-2010>

  TITEL 2. - Tijdelijke crisismaatregelen tot aanpassing van het arbeidsvolume

  HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

  Art. 14.§ 1. Deze titel is van toepassing op de werknemers en de werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
  § 2. De toepassing van de beide tijdelijke crisismaatregelen voorzien in deze titel is evenwel beperkt tot de ondernemingen in moeilijkheden bedoeld in § 4 die voor de respectievelijke maatregelen bedoeld in deze titel gebonden zijn door :
  1° een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het bevoegde paritair comité neergelegd binnen de week na de inwerkingtreding van deze wet;
  2° bij ontstentenis van een sectorale CAO bedoeld in 1° voor de ondernemingen met een syndicale delegatie, een cao gesloten op het niveau van de onderneming. Indien binnen de twee weken na het opstarten van onderhandelingen,via de formele uitnodiging van de syndicale delegatie, om te komen tot het sluiten van een cao op het niveau van de onderneming geen resultaten worden bereikt, kan de werkgever de respectievelijke maatregelen bedoeld in deze titel vooralsnog toepassen voor zover hij gebonden is door een ondernemingsplan bedoeld in dit artikel dat is goedgekeurd overeenkomstig de procedure voorzien in § 3;
  3° bij ontstentenis van een sectorale CAO bedoeld in 1°, voor de ondernemingen zonder syndicale delegatie, een ondernemingsplan bedoeld in dit artikel dat is goedgekeurd overeenkomstig de procedure voorzien in § 3;
  4° bij ontstentenis van een sectorale CAO bedoeld in 1°, voor de ondernemingen zonder syndicale delegatie, een collectieve arbeidsovereenkomst.
  Het onder 3° en 4° voorziene ondernemingsplan heeft bindende kracht ten aanzien van de werkgevers en de werknemers in de onderneming.
  Deze collectieve arbeidsovereenkomsten en dit ondernemingsplan moeten :
  - uitdrukkelijk vermelden dat ze gesloten zijn in het kader van deze Titel;
  - uitdrukkelijk vermelden op welke van beide tijdelijke crisismaatregelen bedoeld in deze Titel ze betrekking hebben;
  - worden neergelegd ter griffie van de Directie collectieve arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werk, Arbeid en Sociaal Overleg;
  - maatregelen bevatten tot maximaal behoud van de tewerkstelling.
  Indien deze collectieve arbeidsovereenkomsten en dit ondernemingsplan betrekking hebben op de maatregel van de tijdelijke collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, moet met betrekking tot deze maatregel minstens het volgende worden bepaald :
  - het bedrag van de supplementen bedoeld in artikel 23, § 7;
  - de duurtijd van de volledige en gedeeltelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst, zonder dat die duurtijd de maximale duurtijd bepaald in artikel 26 mag overschrijden.
  § 3. Het ondernemingsplan bedoeld in § 2, eerste lid, 2° en 3° moet door de onderneming samen met een gemotiveerde aanvraag bij aangetekend schrijven worden overgemaakt aan de Directeur-generaal van de dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werk Arbeid en Sociaal Overleg.
  De Directeur-generaal legt het betrokken ondernemingsplan onmiddellijk ter beslissing voor aan een commissie opgericht door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en samengesteld uit 5 leden voorgesteld door de representatieve werknemersorganisaties die zetelen in de Nationale Arbeidsraad, 5 leden voorgesteld door de representatieve werkgeversorganisaties die zetelen in de Nationale Arbeidsraad en 3 leden benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De Koning kan bij een besluit in Ministerraad overlegd nadere regels bepalen met betrekking tot de samenstelling en de werking van deze commissie.
  De Commissie neemt binnen de twee weken na ontvangst van het ondernemingsplan een gemotiveerde beslissing op basis van volgende criteria :
  - voldoet de onderneming aan de voorwaarden tot erkenning als onderneming in moeilijkheden overeenkomstig de bepalingen van § 4;
  - voldoet het ondernemingsplan aan de bepalingen van § 2;
  - wordt aangetoond dat de toepassing van de maatregelen voorzien in het ondernemingsplan leiden tot het vermijden van ontslagen.
  De gemotiveerde beslissingen van deze commissie worden door de Directeur-generaal van de dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werk Arbeid en Sociaal Overleg overgemaakt aan de betrokken ondernemingen.
  § 4. Onder onderneming in moeilijkheden wordt begrepen :
  1° [1 de onderneming, in de zin van de juridische entiteit, met een substantiële daling van minimum 15 % van de omzet of de productie in één van de vier kwartalen voorafgaand aan het eerste gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, vergeleken met hetzelfde kwartaal van het jaar 2008; als deze daling niet voortvloeit uit het laatste kwartaal voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, dan moet de dalende trend in het of de daaropvolgende kwarta(a)l(en) bevestigd worden voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis. Als bewijs van daling in omzetcijfers wordt de BTW-aangifte van de betreffende kwartalen als bijlage toegevoegd;]1
  2° de onderneming, in de zin van de technische bedrijfseenheid bedoeld bij artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven of van de juridische entiteit of van de vestigingseenheid in de zin van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, die, tijdens het kwartaal voorgaand aan het kwartaal tijdens het welke het formulier bedoeld bij de artikelen 15, § 1 of 22 wordt betekend, een aantal dagen kent van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor werklieden van ten minste 20 % van het globaal aantal aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven dagen;
  [1 3° De onderneming, in de zin van de juridische entiteit, met een substantiële daling van de bestellingen van minimum 15 % in één van de vier kwartalen voorafgaand aan het eerste gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, vergeleken met hetzelfde kwartaal van het jaar 2008; als deze daling niet voortvloeit uit het laatst kwartaal voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, dan moet de dalende trend in het of de daaropvolgende kwarta(a)l(en) bevestigd worden voorafgaand aan het gebruik van de vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis.]1
  [1 De substantiële daling van de bestellingen bedoeld in het eerste lid, 3°, moet :
   1° betrekking hebben op alle bestellingen van de onderneming;
   2° bekomen worden door een weging in functie van de belangrijkheid van de diverse bestellingen en aanleiding geven tot een daaraan gerelateerde daling aan productieve arbeidsuren van de werknemers;
   3° bewezen worden door de indiening van een dossier dat, naast ten indicatieve titel de BTW-aangiften van alle betreffende kwartalen, ook alle documenten bevat die de vereiste daling inzake bestellingen aantonen en de gevolgde berekeningswijze toelichten, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen overgemaakt aan de ondernemingsraad.]1
  De Koning kan nadere regels en modaliteiten bepalen met betrekking tot de procedure die moet gevolgd worden door de onderneming om aan te tonen dat zij voldoet aan één van de criteria vermeld in dit artikel. [1 ...]1
  [1 De nadere regels en modaliteiten bepaald door de Koning in toepassing van het vorig lid en met betrekking tot de substantiële daling van minimum 20 % van de omzet of de productie, zijn eveneens van toepassing voor de andere substantiële dalingen bedoeld in 1°.]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-30/01, art. 133, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 14bis.[1 § 1. De duurtijd van een ondernemingsplan wordt automatisch verlengd onder de volgende voorwaarden :
   1° de werkgever is gebonden op [2 31 december 2010]2 door een ondernemingsplan bedoeld in artikel 14, § 2, en dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 14, § 3;
   2° de voorziene geldigheidsduur van het ondernemingsplan gaat verder dan [2 31 december 2010]2 of is verbonden aan de geldigheidsduur van de maatregelen van dit hoofdstuk.
   De duurtijd van het ondernemingsplan wordt verlengd tot de datum zoals voorzien in het ingediende ondernemingsplan maar loopt uiterlijk af op datum van buitenwerkingtreding van deze titel.
   De directeur-generaal van de dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg stelt de betrokken onderneming in kennis van de automatische verlenging met vermelding van de einddatum van het ondernemingsplan en van het bedrag van het supplement bedoeld in artikel 23, § 7, dat door de onderneming moet worden gerespecteerd. Hij stelt eveneens de commissie bedoeld in artikel 14, § 3, in kennis van de verlenging.
   § 2. De duurtijd van een ondernemingsplan wordt op aanvraag van de onderneming verlengd onder de volgende voorwaarden :
   1° de werkgever is gebonden op [2 31 december 2010]2 door een ondernemingsplan bedoeld in artikel 14, § 2, dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 14, § 3;
   2° de aanvraag wordt bij aangetekend schrijven gericht aan de directeur-generaal van de dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
   3° de aanvraag vermeldt de aangepaste einddatum van het plan.
   De duurtijd van het ondernemingsplan wordt verlengd tot de datum zoals vermeld in de aanvraag tot verlenging van het ondernemingsplan maar loopt uiterlijk af op datum van buitenwerkingtreding van deze titel.
   De directeur-generaal van de dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg stelt de betrokken onderneming in kennis van de verlenging met vermelding van de einddatum van het ondernemingsplan en van het bedrag van het supplement bedoeld in artikel 23, § 7, dat door de onderneming moet worden gerespecteerd. Hij stelt eveneens de commissie bedoeld in artikel 14, § 3, in kennis van de verlenging.
   § 3. De commissie bedoeld in artikel 14, § 3, staat voor de ondernemingsplannen bedoeld in artikel 14, § 2, eerste lid, 3°, een afwijking toe op het minimumbedrag van het supplement bedoeld in artikel 23, § 7, derde lid, indien aan volgende voorwaarden is voldaan :
   1° de onderneming heeft daartoe een akkoord gesloten met alle werknemers uit de onderneming;
   2° de onderneming toont aan dat er effectief overleg geweest is met alle werknemers uit de onderneming.
   De commissie bedoeld in artikel 14, § 3, kan voor de ondernemingsplannen bedoeld in artikel 14, § 2, eerste lid, 2° en 3°, een afwijking toestaan op het minimumbedrag van het supplement bedoeld in artikel 23, § 7, derde lid, indien de commissie dit verantwoord acht. Deze beslissing moet bij unanimiteit genomen worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2009-12-30/01, art. 134, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  (2)<W 2010-12-29/01, art. 194, 004; Inwerkingtreding : 31-12-2010>

  HOOFDSTUK 2. - Tijdelijke individuele vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis

  Afdeling 1. - Overeenkomst tot individuele vermindering van de arbeidsprestaties

  Art. 15. § 1. Wanneer zijn onderneming in moeilijkheden is in de zin van artikel 14, § 4, van hoofdstuk 1, en voor zover hij gebonden is door een collectieve arbeidsovereenkomst of een goedgekeurd ondernemingsplan voorzien in artikel 14, §§ 2 en 3, kan de werkgever aan elke voltijds tewerkgestelde werknemer voorstellen om zijn arbeidsprestaties te verminderen met 1/5 of de helft voor een periode die niet korter mag zijn dan één maand en die zes maanden niet mag overschrijden.
  Tenminste veertien dagen voor dat hij lid 1 kan toepassen, moet de werkgever een formulier, overeenkomstig het model vastgelegd door de Minister bevoegd voor Werk, bij aangetekend schrijven ter kennis geven aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is, waarbij hij bewijst dat hij aan de voorwaarden bedoeld bij artikel 14 voldoet, behalve als hij al kennis gegeven heeft van het formulier bedoeld bij artikel 22. Indien hij zich beroept op de eerste voorwaarde van artikel 14, § 4, voegt hij aan dit formulier de BTW-aangiften van de betrokken kwartalen toe.
  § 2. Gaat de werknemer akkoord, dan moet deze overeenkomst tot tijdelijke vermindering van zijn voltijdse arbeidsprestaties schriftelijk worden vastgesteld zoals voorgeschreven door artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  Deze overeenkomst kan worden hernieuwd voor zover op het ogenblik van de hernieuwing nog steeds wordt voldaan aan de bij artikel 14, § 4, van deze Titel vastgestelde voorwaarden.

  Art. 16. De verminderde arbeidsduur, zoals overeengekomen ingevolge artikel 15 van dit hoofdstuk, moet gemiddeld worden gerespecteerd over de periode vastgesteld in de geschreven overeenkomst zoals bedoeld in hetzelfde artikel 15, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld in artikel 26bis, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971.

  Art. 17. Wanneer gedurende de periode van vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt zoals bedoeld in artikel 39 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt onder " lopend loon " begrepen het loon waarop de werknemer op het ogenblik van de beëindiging aanspraak had kunnen maken indien hij voltijds was blijven werken.

  Afdeling 2. - Toekenning van een uitkering

  Art. 18. § 1. Een uitkering wordt toegekend aan de voltijds tewerkgestelde werknemer die met zijn werkgever overeenkomt om zijn arbeidsprestaties te verminderen met 1/5 of de helft overeenkomstig het bepaalde in afdeling 1 van dit hoofdstuk.
  § 2. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het bedrag van de uitkering, alsmede de nadere voorwaarden en regelen tot toekenning van deze uitkering. Bij ontstentenis van dergelijke bepalingen, worden de uitvoeringsmaatregelen van artikel 103quater van de herstelwet houdende sociale bepalingen van 22 januari 1985 toegepast, die betrekking hebben op gelijkaardige regimes tot vermindering van de arbeidsprestaties.
  Deze uitkering heeft dezelfde hoedanigheid als de uitkeringen die worden toegekend in het kader van hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985.
  In geval van toekenning van een bijkomende vergoeding door de werkgever mag de som van het brutoloon, van de uitkering bedoeld in dit artikel en van de bijkomende vergoeding toegekend door de werkgever niet hoger zijn dan het brutoloon waarop de werknemer recht had vóór de invoering van de tijdelijke aanpassing van de arbeidsduur. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de aanpassing van de lonen aan de index en aan de baremieke loonsverhogingen.

  Art. 19.
  <Opgeheven bij W 2009-12-30/01, art. 120, 002; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Afdeling 3. - Diverse bepalingen

  Art. 20. § 1. Werknemers die in de periode van zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk toepassing hebben gemaakt van de regeling bedoeld bij artikel 103quater van de herstelwet houdende sociale bepalingen van 22 januari 1985 kunnen, wanneer zij een overeenkomst overeenkomstig artikel 15 sluiten, genieten van het voordeel dat hun regeling van vermindering van de arbeidsprestaties in zijn geheel wordt onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk, voor zover hun onderneming vanaf het begin van de toepassing van hun regime voldoet aan één van de voorwaarden bedoeld in artikel 14, § 4 en zij gebonden zijn door een CAO of een goedgekeurd ondernemingsplan voorzien in artikel 14, §§ 2 en 3.
  De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad daartoe nadere regelen en modaliteiten vastleggen.
  § 2. De overeenkomsten tot vermindering van de arbeidsprestaties om het hoofd te bieden aan de crisis, gesloten overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2, houden op nog enig gevolg te hebben vanaf hetzelfde ogenblik als de bepalingen van hoofdstuk 2.

  HOOFDSTUK 3. - Tijdelijke collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst

  Art. 21. De werkgevers bedoeld in artikel 14, § 4, die gebonden zijn door een CAO of een goedgekeurd ondernemingsplan voorzien in artikel 14, §§ 2 en 3, kunnen gebruik maken van de bepalingen van dit hoofdstuk.

  Art. 22. Tenminste veertien dagen voor dat hij artikel 23 kan toepassen, moet de werkgever een formulier, overeenkomstig het model vastgelegd door de Minister bevoegd voor Werk, bij aangetekend schrijven ter kennis geven aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is, waarbij hij bewijst dat hij aan de voorwaarden voorzien in artikel 14 voldoet behalve als hij al kennis gegeven heeft van het formulier bedoeld bij artikel 15, § 1.
  Indien hij zich beroept op de eerste voorwaarde van artikel 14, § 4, voegt hij aan dit formulier de BTW-aangiften van de betrokken kwartalen bij.
  De dag van de kennisgeving voorzien in lid 1, moet de werkgever aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging, een kopie van deze kennisgeving meedelen.

  Art. 23.§ 1. Bij gebrek aan werk voor de bedienden, wegens economische oorzaken gebonden aan de crisis, mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de bediende geheel worden geschorst of kan een regeling van gedeeltelijke arbeid voor de bedienden met ten minste twee arbeidsdagen per week worden ingevoerd.
  Van de in het eerste lid geboden mogelijkheid mag enkel gebruik worden gemaakt, mits kennisgeving wordt gedaan door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming, ten minste zeven dagen vooraf, de dag van aanplakking niet inbegrepen.
  De kennisgeving moet vermelden :
  1° naam, voornamen en gemeente van de woonplaats van de bedienden van wie de arbeidsovereenkomst wordt geschorst;
  2° het aantal schorsingsdagen en de data waarop het arbeidscontract voor elke bediende geschorst zal zijn;
  3° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan, en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen.
  De aanplakking kan worden vervangen door een geschreven kennisgeving aan ieder bediende van wie de arbeidsovereenkomst wordt geschorst, ten minste zeven dagen vooraf, de dag van de kennisgeving niet inbegrepen. Die kennisgeving moet de in het derde lid, 2° en 3°, bedoelde vermeldingen aangeven.
  Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving wordt de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening verzonden op elektronische wijze, volgens de nadere regelen vastgesteld door de Koning in uitvoering van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of volgens de specifieke regelen die Hij voor de toepassing van dit hoofdstuk vaststelt.
  § 2. Dezelfde dag van de bij § 1, tweede lid, voorziene kennisgeving, moet de werkgever aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging de redenen die het gevolg zijn van de crisis meedelen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de instelling van een stelsel van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
  § 3. Gedurende de bij dit artikel bedoelde periodes van volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van gedeeltelijke arbeid heeft de bediende het recht de overeenkomst zonder opzegging te beëindigen.
  § 4. Telkens als de werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal schorsingsdagen verhoogt of van een regeling van gedeeltelijke arbeid overgaat naar een volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, is hij verplicht de bepalingen van § 1 van dit artikel na te leven.
  § 5. Voor de berekening van de duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van de regeling van gedeeltelijke arbeid, wordt er rekening gehouden met de duur welke door de werkgever in zijn kennisgeving werd aangeduid.
  De werkgever mag nochtans aan de uitwerking van zijn kennisgeving een einde maken en opnieuw de regeling van volledige arbeid invoeren, indien hij hiervan door individuele kennisgeving aan de bedienden mededeling doet.
  Er wordt voor de toepassing van het eerste lid abstractie gemaakt van de kalenderweken volgend op de beëindiging van de kennisgeving overeenkomstig het vorige lid, indien deze kennisgeving in de bij § 1, vijfde lid, voorziene vormen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening voorafgaandelijk werd meegedeeld.
  § 6. De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van § 1, betreffende de formaliteiten van de kennisgeving, is gehouden aan de bediende zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst.
  De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen waarbij de duur wordt beperkt van de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van de regeling van gedeeltelijke arbeid, vastgesteld bij § 1, of door de werkgever ter kennis gebracht, is verplicht het normaal loon aan de bediende te betalen gedurende de periode die deze grenzen te buiten gaat.
  De werkgever die zich niet gedraagt naar de in het eerste lid bedoelde bepalingen, is gehouden aan de bediende zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst; hij is tevens gehouden aan de bediende, in de daaropvolgende periode, voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is, een normaal loon te betalen waarvan de Koning het bedrag bepaalt.
  § 7. De werkgever is ertoe gehouden om voor elke dag waarop niet werd gewerkt in toepassing van dit artikel een supplement bovenop de crisisuitkeringen wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst verschuldigd aan de bediende, te betalen. Dit supplement moet minstens gelijkwaardig zijn aan het supplement toegekend aan de arbeiders van dezelfde werkgever die genieten van werkloosheidsuitkeringen in geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst in toepassing van het artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten [1 of, bij ontstentenis van dergelijke arbeiders, aan het supplement als bepaald bij de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair orgaan waaronder de werkgever zou ressorteren indien hij arbeiders zou tewerkstellen]1.
  Het bedrag van dit supplement wordt vastgesteld door een collectieve arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités of door een ondernemingsplan zoals voorzien in artikel 14, §§ 2 en 3.
  [1 Onverminderd het eerste lid, en bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 5 december 1968, wordt het minimum bedrag van het supplement bepaald op 5 euro per dag waarop niet wordt gewerkt met toepassing van hoofdstuk 3.]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-30/01, art. 135, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 24. De uitvoering van de arbeidsovereenkomst kan bij toepassing van de artikel 23 maar worden geschorst, wanneer de bediende al zijn volledige dagen inhaalrust waarop hij recht heeft ingevolge de artikelen 16 en 26bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971, de artikelen 7, § 3 en 8, § 3 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector en artikel 11 van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, reeds heeft toegekend gekregen.
  De in het eerste lid bedoelde schorsing moet eveneens worden verdaagd zolang, in geval van toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, de prestaties van de werknemer de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over de periode die de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voorafgaat, overschrijden.
  De werkgever mag volledige rustdagen toekennen om deze gemiddelde wekelijkse arbeidsduur na te leven.

  Art. 25. Zowel de bediende als de werkgever kunnen de overeenkomst opzeggen tijdens de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst bij toepassing van artikel 23.
  Bij opzegging door de bediende gegeven voor de schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing.
  Bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.

  Art. 26. De in artikel 23 voorziene regeling van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en de bij artikel 23, § 1, bedoelde regeling van gedeeltelijke arbeid, kunnen worden ingevoerd voor de periodes voorzien in de in artikel 14, §§ 2 en 3, bedoelde CAO's of goedgekeurd ondernemingsplan en dit voor maximaal respectievelijk zestien of zesentwintig kalenderweken per kalenderjaar.
  Elke kennisgeving moet betrekking hebben op één kalenderweek of meerdere kalenderweken in geval het gaat om een regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of om een regeling van gedeeltelijke arbeid met ten minste twee arbeidsdagen per week.
  Ingeval over éénzelfde jaar de regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeid en van gedeeltelijke arbeid met mekaar gecombineerd worden, vormen twee weken van gedeeltelijke arbeid hetequivalent van een week volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

  Art. 27. § 1. Artikel 7, § 1, derde lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, wordt aangevuld met de bepalingen onder zd), luidende :
  " zd). Met behulp van de instellingen opgericht krachtens punt i), onder de voorwaarden en de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, de uitbetaling verzekeren van een crisisuitkering wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden. Deze uitkering wordt voor de toepassing van dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als een werkloosheidsuitkering. "
  § 2. In artikel 53 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen wordt het eerste lid aangevuld met :
  " Het Fonds neemt een deel ten laste van het bedrag van de crisisuitkering wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden uitbetaald aan de bedienden die in uitvoering van hoofdstuk 3 van titel 2 van de wet van 19 juni 2009 overgaan tot de schorsing van de arbeidsovereenkomst of tot een regeling van gedeeltelijke arbeid. "

  HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 28.Deze Titel treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, en treedt buiten werking [1 met ingang van [2 1 februari 2011]2]1.
  [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2010-05-19/02, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 07-06-2010>
  (2)<W 2010-12-29/01, art. 195, 004; Inwerkingtreding : 31-12-2010>

  TITEL 3. - Herstructureringskaarten voor werknemers uit ondernemingen in faling

  Art. 29. In de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering, wordt een artikel 3bis/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 3bis/1. De bepalingen van artikel 3bis zijn eveneens van toepassing op de werknemers die opnieuw in dienst zijn genomen binnen een bepaalde periode na hun ontslag ten gevolge van het faillissement, de sluiting of de vereffening van de onderneming bij een nieuwe werkgever. "

  Art. 30. In artikel 353bis, van de Programmawet (I), van 24 december 2002, wordt, tussen het eerste en het tweede lid, een lid ingevoegd, luidende :
  " De bepalingen van het eerste lid zijn eveneens van toepassing op de werkgevers bedoeld in artikel 335 wanneer zij werknemers in dienst nemen die als gevolg van het faillissement, de sluiting of de vereffening van de onderneming ontslagen worden. "

  Art. 31.Titel 3 treedt in werking op 1 juli 2009 en is van toepassing voor de werknemers die als gevolg van faillissement, sluiting of vereffening van de onderneming ontslagen worden uiterlijk [1 op [2 31 januari 2011]2]1. [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2010-05-19/02, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 07-06-2010>
  (2)<W 2010-12-29/01, art. 196, 004; Inwerkingtreding : 31-12-2010>

  TITEL 4. - Tijdelijke uitbreiding van de toepassing van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels

  Art. 32. In het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 2bis. De in artikel 1 bedoelde verzekering is, binnen de perken van artikel 4, § 1, 1°, 2° en 5°, en artikel 7, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels en procedures te bepalen door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, eveneens van toepassing op de zelfstandigen in moeilijkheden en dit gedurende maximum zes maanden.
  Onder " zelfstandigen in moeilijkheden " wordt verstaan :
  - de zelfstandigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke reorganisatie in de zin van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, alsmede de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een handelvennootschap die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke gerechtelijke reorganisatie;
  - de zelfstandigen die zich in de onmogelijkheid bevinden hun opeisbare of nog te vervallen schulden te voldoen in de zin van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen;
  - de zelfstandigen, geconfronteerd met een aanzienlijke daling van de omzet of van hun inkomsten die hen in een zodanige economische situatie brengt dat er een risco op faling of kennelijk onvermogen bestaat.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad nader de omschrijving van de in het vorige lid bedoelde zelfstandigen. "

  Art. 33. In artikel 6 van hetzelfde koninklijk besluit gewijzigd bij de wet van 24 januari 2002, worden de woorden " voor het einde van het kwartaal volgend op datgene waarin het vonnis van faillietverklaring werd uitgesproken " vervangen door de woorden " ten laatste binnen het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin het vonnis van faillietverklaring wordt uitgesproken. "

  Art. 34.Artikel 32 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, en is van toepassing voor de aanvragen gedaan tot en met 31 december 2009.
  Artikel 33 is van toepassing op alle vonnissen van faillietverklaring uitgesproken tussen 1 juli 2009 en 1 januari 2010.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassing van artikel 32 uitbreiden tot de aanvragen gedaan tot en met 30 juni 2010.
  (NOTA : De toepassingstermijn van artikel 32 van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis wordt verlengd tot en met 30 juni 2010; zie KB 2009-12-09/04, art. 1)
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassing van artikel 33 uitbreiden tot de vonnissen van faillietverklaring uitgesproken tot en met 30 juni 2010.
  (NOTA : De toepassingstermijn van artikel 33 van dezelfde wet wordt uitgebreid naar de vonnissen van faillietverklaring uitgesproken tot en met 30 juni 2010; zie <KB 2009-12-09/04, art. 2)

  TITEL 5. [1 Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2009-12-30/01, art. 121, 002; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 34/1. [1 De Koning neemt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, alle nodige maatregelen met het oog op de aanpassing van de socialezekerheidswetgeving, ten behoeve van de werknemers bedoeld in deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2009-12-30/01, art. 122, 002; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 35. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 19 juni 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
  Mevr. J. MILQUET
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
  Mevr. S. LARUELLE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 29-12-2010 GEPUBL. OP 31-12-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 14bis; 28; 31)
  • originele versie
  • WET VAN 19-05-2010 GEPUBL. OP 28-05-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 28; 31)
  • originele versie
  • WET VAN 30-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 34/1)
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 14; 14bis; 23; 28; 31)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-12-2009 GEPUBL. OP 16-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENGING.ART.32-33)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Stukken van de Kamer van Volksvertegenwoordigers : 52-2003 - 2008/2009 Nr. 1 : Wetsontwerp Nr. 2 : Amendementen Nr. 3 : Verslag Nr. 4 : Tekst aangenomen door de commissie Nr. 5 : Amendementen Nr. 6 : Aanvullend verslag Nr. 7 : Tekst aangenomen door de commissie Nr. 8 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat Integraal verslag : 28 mei 2009. Stukken van de Senaat 4-1343 - 2008/2009 : Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie