J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiŰlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/09/12/2007012400/justel

Titel
12 SEPTEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging, wat betreft de onderzoekers en de kaderleden, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Bron :
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 28-09-2007 nummer :   2007012400 bladzijde : 50527       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2007-09-12/35
Inwerkingtreding : 08-10-2007

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Door dit besluit wordt Richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek gedeeltelijk omgezet.

  Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt aangevuld als volgt :
  " 12░ opleiding : een activiteit of een geheel van activiteiten die erop gericht is de personen die eraan deelnemen meer kennis en meer vaardigheden bij te brengen die hen moeten toelaten hun beroepswerkzaamheden efficiŰnter uit te oefenen. In ieder geval kan de bedrijfsgebonden opleiding niet gepaard gaan met enige productieve prestatie.
  13░ kaderlid : de bedienden die een functie bekleden zoals bedoeld in artikel 14, ž 1, 3░, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven;
  14░ hoofdkwartier: iedere binnenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, ž 1, 5░, b), van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en ieder Belgisch filiaal van een buitenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, ž 1, 5░, c) van het zelfde Wetboek, op voorwaarde dat de binnenlandse vennootschap of buitenlandse vennootschap minstens gekwalificeerd kan worden als een geassocieerde vennootschap zoals bedoeld in artikel 12 van het Wetboek van Vennootschappen en de binnenlandse vennootschap of Belgische filiaal activiteiten met een voorbereidend of hulpverlenend karakter ten voordele van het geheel of een deel van de vennootschappen van de groep waartoe ze behoort, activiteiten inzake informatieverstrekking aan klanten, activiteiten die op een passieve wijze bijdragen tot verkoopverrichtingen en/of activiteiten die een actieve tussenkomst in de verkopen impliceren uitoefent;
  15░ groep: het geheel van verbonden en/of geassocieerde vennootschappen zoals bedoeld in artikelen 11 en 12 van het Wetboek van vennootschappen die in ten minste drie verschillende landen gevestigd zijn. "

  Art. 3. In artikel 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
  " 26░ de onderzoekers die naar BelgiŰ komen om onderzoek te doen bij een erkende onderzoekinstelling in het kader van een gastovereenkomst, in de gevallen, onder de voorwaarden en volgens de nadere regelen bepaald bij de artikelen 61/10 tot 61/12 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en bij het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten.
  De duur van de vrijstelling wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject die wordt vastgelegd in de door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst. Haar geldigheid is beperkt tot de onderzoeksactiviteit voor dewelke ze werd toegekend alsook tot de onderzoeksinstelling bedoeld in het eerste lid met wie de buitenlandse onderdaan voor dewelke deze vrijstelling werd toegekend, samenwerkt;
  27░ de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar BelgiŰ komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen, mits hun verblijf nodig voor deze congressen niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt;
  28░ de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever die naar BelgiŰ komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring, mits hun verblijf nodig voor de activiteiten niet meer dan 5 dagen per maand bedraagt;
  29░ de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, hetzij onderdanen zijn van een Staat bedoeld bij artikel 10, die naar BelgiŰ komen om een opleiding te volgen van minder of gelijk aan drie kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep.
  De vrijstelling is beperkt tot de duur van de opleiding.
  De in dit eerste punt bedoelde onderneming die de opleiding organiseert is ertoe gehouden de bevoegde overheid in kennis te stellen van de komst van de in opleiding zijnde werknemer en dit uiterlijk bij aanvang van de opleiding.
  30░ de buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever, die naar BelgiŰ komen om prototypes van voertuigen uit te testen of om prototypes uit te testen die ontwikkeld zijn door een onderzoekinstelling bedoeld in 26░
  De vrijstelling is beperkt tot de duur van het uittesten van de prototypes. Per betrokken buitenlandse onderdaan kan de vrijstelling voor maximum vier weken per kalenderjaar ingeroepen worden.
  Onder " prototype " wordt verstaan, het oorspronkelijke of eerste model van een product dat aan een intensief proefondervindelijk gebruik onderworpen wordt voordat het product in productie kan gaan;
  31░ de werknemers die naar BelgiŰ worden gedetacheerd voor de initiŰle assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt. Deze afwijking geldt evenwel niet voor activiteiten in de bouwsector, zoals hierna gedefinieerd in artikel 10 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 genomen ter uitvoering van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de Programmawet (I) van 27 december 2006;
  32░ de buitenlandse onderdanen die als gespecialiseerde technici tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar BelgiŰ komen om dringende onderhouds- of herstellingswerken aan machines of apparaten uit te voeren die door hun werkgever geleverd werden aan de in BelgiŰ gevestigde onderneming, in dewelke de herstellingen of het onderhoud plaatsvinden mits hun verblijf, nodig voor de activiteiten, niet meer dan vijf dagen per maand bedraagt.
  33░ de buitenlandse onderdanen die door een hoofdkwartier tewerkgesteld worden als kaderlid, voor zover hun jaarlijkse bezoldiging hoger ligt dan het in artikel 69 van voornoemde wet van 3 juli 1978 aangegeven bedrag, berekend en aangepast volgens artikel 131 van dezelfde wet.
  Het hoofdkwartier moet de bevoegde overheid inlichten van de komst van het kaderlid en dit uiterlijk bij aanvang van zijn tewerkstelling. "
  b) in het laatste lid worden de woorden " artikel 2, eerste lid, 4░, 6░, 7░, 8░, 9░, 10░, 11░, 13░, 14░, 15░, 16░, 17░ en 20░ " vervangen door de woorden " artikel 2, eerste lid, 4░, 6░, 7░, 8░, 9░, 10░, 11░, 13░, 14░, 15░, 16░, 17░, 20░, 26░, 27░, 28░, 29░, 30░, 31░,32░ en 33░. "

  Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, 9░,:
  - worden de woorden " tot de montage en het op gang brengen " vervangen door de woorden " tot de montage of het op gang brengen ";
  - worden de woorden " of door hem geleverde " ingevoegd tussen de woorden " vervaardigde " en " installatie ".
  b) in het eerste lid, 17░, worden de woorden " artikel 2, eerste lid, 4░, 6░, 7░, 12░, 14░, 15░, en 25░ " vervangen door de woorden " artikel 2, eerste lid, 4░, 6░, 7░, 12░, 14░, 15░, 25░ en 26░. "
  c) het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
  " 18░ de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, hetzij onderdanen zijn van een Staat bedoeld bij artikel 10, en die naar BelgiŰ komen om een opleiding te volgen gedurende meer dan drie kalendermaanden in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep;
  19░ de werknemers die, hetzij geen onderdaan zijn van een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die tewerkgesteld worden in een onderneming die gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte, hetzij geen onderdanen zijn van een Staat die de Conventie van 14 december 1960 met betrekking tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft ondertekend, en die naar BelgiŰ komen om een opleiding te volgen in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van die multinationale groep ".

  Art. 5. Artikel 16, zesde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 6 februari 2003, wordt aangevuld als volgt:
  " h) aan de werknemers die een opleiding volgen op basis van artikel 9, eerste lid, 18░ en 19░. "

  Art. 6. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 12 september 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  P. VANVELTHOVEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, inzonderheid op de artikelen 7 en 8;
   Gelet op het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, inzonderheid op de artikel 2 en 9;
   Gelet op het adviezen van de Adviesraad voor buitenlandse arbeidskrachten, gegeven op 15 februari 2006 en 14 maart 2007;
   Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŰn, gegeven op 21 maart 2007;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 22 maart 2007;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 7 mei 2007, met toepassing van artikel 84, ž 1, 1░ van de geco÷rdineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderende Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd heeft tot doel de administratieve formaliteiten voor de tewerkstelling van buitenlandse onderzoekers in BelgiŰ te vereenvoudigen.
   De Lidstaten van de Europese Unie hebben zich op de Europese Raad van Barcelona (2002) ertoe verbonden 3 % van hun BBP te besteden aan onderzoek en ontwikkeling tegen het jaar 2010. Uiteraard worden de lidstaten verondersteld over de nodige onderzoekscapaciteit te beschikken. Daarom moet de Europese Unie 700.000 nieuwe onderzoekers aantrekken voor 2010. Rekening houdend met de veroudering moeten er nog 300.000 bijkomende onderzoekers aan toegevoegd worden. Dit houdt in dat BelgiŰ 25.000 bijkomende onderzoekers moet aantrekken.
   De formaliteiten inzake immigratie en tewerkstelling dienen dan ook zoveel mogelijk vereenvoudigd te worden om zo snel mogelijk die onderzoekers te kunnen aantrekken. Te dien einde heeft de Europese Unie een richtlijn en twee aanbevelingen goedgekeurd inzake een specifieke toelatingsprocedure voor onderdanen uit derde landen voor het beoogde onderzoek. De Richtlijn 2005/71/EG betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek (gepubliceerd in het Publicatieblad van Europese Unie op 3 november 2005) moet ten laatste vˇˇr 12 oktober 2007 worden omgezet.
   In de aanbeveling van de Raad van 12 oktober 2005 tot vergemakkelijking van de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de Europese Gemeenschap, beveelt de Europese Unie de Lidstaten aan de onderzoekers vrij te stellen van de arbeidskaart, dan wel te voorzien in automatische of versnelde afgifte van werkvergunningen.
   In diezelfde optiek werd, met oog op het verblijf van de onderzoekers in BelgiŰ te vergemakkelijken, de wet van 25 april 2007 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen goedgekeurd.
   Commentaar bij de artikelen
   Artikel 1
   Aangezien artikel 17 van de Richtlijn 2005/71/EG van 12 oktober 2005 voorschrijft dat wanneer de Lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aannemen om deze richtlijn te voldoen, in deze bepalingen zelf of bij de officiŰle bekendmaking daarvan moet worden verwezen naar de richtlijn, geeft artikel 1 van het ontwerp aan dat het besluit deze richtlijn omzet in het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
   Artikel 2
   Dit artikel vervolledigt de lijst van definities van voornoemd koninklijk besluit van 9 juni 1999.
   Punt 12░ geeft de definitie van 'opleiding'. Daarbij wordt verduidelijkt dat die opleiding geen aanleiding mag geven tot enige productieve prestatie van betekenis.
   Een opleiding van het type " training on the job " is mogelijk op voorwaarde dat dit occasioneel gebeurt, maar niet wanneer de opleiding enkel of in belangrijke mate uit dergelijke prestaties zou bestaan.
   Het punt 13░ geeft de definitie van kaders door naar artikel 14, ž 1, 3░ van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven te verwijzen. Derhalve worden de werknemers beoogd die in de onderneming een hogere functie uitoefenen welke normaal gezien is voorbehouden aan een houder van een diploma van een welbepaald niveau of aan diegene een gelijkwaardige beroepservaring bezit.
   Punt 14░ definieert het begrip hoofdzetel. Deze definitie sluit zo nauw mogelijk aan bij de definitie van het begrip " co÷rdinatiecentrum " in de zin van het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van co÷rdinatiecentra. Dit is niet verwonderlijk, aangezien de vrijstelling voorzien in het nieuwe art. 2, 33░ van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 dient ter vervanging van de bestaande vrijstelling voor kaderleden in dienst van co÷rdinatiecentra voorzien in artikel 2, 12░ van hetzelfde koninklijk besluit
   Punt 15░ refereert voor de definitie van een groep' naar de artikelen 11 en 12 van het Wetboek van vennootschappen.
   Artikel 3
   Dat artikel somt de nieuwe categorieŰn op van buitenlandse werknemers die van vrijstelling van arbeidskaart kunnen genieten. Daarbij wordt in het bijzonder op de onderzoekers gefocust.
   Punt 26░ voert een algemene vrijstelling van arbeidskaart in voor buitenlandse onderzoekers. De reglementering (artikel 2, 25░) bevat reeds een specifieke vrijstelling voor bepaalde onderzoekers die een postdoctorale titel hebben. Die specifieke vrijstelling blijft van toepassing.
   Rekening houdend met de aanbevelingen van de Europese Unie om zo snel mogelijk de voorwaarden voor het verkrijgen van een arbeidskaart af te schaffen, werd evenwel een nieuwe vrijstelling ten gunste van de onderzoekers ingevoerd die een groter toepassingsgebied heeft.
   Die nieuwe algemene vrijstelling brengt ook een oplossing voor het probleem van de uitdoving van het systeem van co÷rdinatiecentra die voor de tewerkstelling van bepaalde buitenlandse onderzoekers vrijgesteld waren van de arbeidsvergunning en arbeidskaart (artikel 2, 12░ van voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999).
   Punt 27░ voert een vrijstelling van arbeidskaart in ten gunste van buitenlandse werknemers die naar BelgiŰ komen om deel te nemen aan congressen en vergaderingen van wetenschappelijke orde. De vrijstelling is beperkt in de tijd (5 dagen per maand).
   Deze bepaling is overgenomen van artikel 1, 4░ van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 genomen ter uitvoering van Hoofdstuk 8 van de Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 die bepaalt dat deze categorie van werknemers geen voorwerp uitmaken van voorafgaandelijke melding van werknemers via het systeem van het elektronische loket "LIMOSA".
   Punt 28░ voert een vrijstelling van arbeidskaart in ten gunste van buitenlandse onderdanen die tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar BelgiŰ komen om deel te nemen aan vergaderingen in beperkte kring. De vrijstelling is beperkt in de tijd (5 dagen per maand).
   Deze bepaling is overgenomen van artikel 1, 5░ van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 genomen ter uitvoering van Hoofdstuk 8 van de Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 die bepaalt dat deze categorie van werknemers geen voorwerp uitmaken van voorafgaandelijke melding van werknemers via het systeem van het elektronische loket " LIMOSA ".
   Punt 29░ voert een vrijstelling van arbeidskaart in ten gunste van werknemers die een opleiding volgen aan de Belgische zetel van de multinationale groep waarvan hun onderneming deel uitmaakt, voor zover :
   - die werknemers, welke ook hun nationaliteit is, tewerkgesteld worden in een onderneming gevestigd in de Europese Economische Ruimte, die deel uitmaakt van een multinationale groep;
   - die werknemers, als zij tewerkgesteld worden door een onderneming die niet gevestigd is in de Europese Economische Ruimte, onderdanen zijn van een Staat die lid is van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling of onderdanen zijn van een land waarmee BelgiŰ door internationale overeenkomsten of akkoorden inzake de tewerkstelling van werknemers verbonden is in de zin van art. 10 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Dit laatste geval betreft de onderdanen van Zwitserland, ex-JoegoslaviŰ (KroatiŰ, BosniŰ-Herzegovina, ServiŰ, Montenegro en MacedoniŰ), Marokko, TunesiŰ en Turkije.
   De vrijstelling geldt enkel voor een opleiding waarvan de duur minder dan drie kalendermaanden bedraagt. De onderneming waarvoor de vrijstelling geldt, moet de bevoegde gewest- of gemeenschapsoverheid verwittigen van de komst van de werknemers die in opleiding zijn en dit uiterlijk de dag van aanvang van de opleiding. In ieder geval kan de bedrijfsgebonden opleiding niet gepaard gaan met enige productieve prestatie. De vorming gebeurt in het kader van een opleidingsovereenkomst.
   Punt 30░ voert een vrijstelling van arbeidskaart in ten gunste van buitenlandse werknemers die naar BelgiŰ komen om prototypes uit te testen. Daarbij worden vooral de testpiloten bedoeld die naar BelgiŰ worden gestuurd door bepaalde grote autoconstructeurs. Meer algemeen heeft die bepaling ook betrekking op buitenlandse werknemers die in BelgiŰ prototypes komen uittesten die ontwikkeld werden in universiteiten, hogescholen evenals in de instellingen bepaald in punt 26░.
   Die vrijstelling is beperkt in de tijd.
   Punt 31░ voert een vrijstelling van arbeidskaart in voor de werknemers die naar BelgiŰ worden gedetacheerd voor de initiŰle assemblage of eerste installatie van een geleverd goed
   Deze vrijstelling is beperkt tot gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, geldt slechts voor zover de duur van deze werken niet meer dan acht dagen bedraagt, en is niet van toepassing voor activiteiten in de bouwsector.
   Punt 32░ voert een vrijstelling van arbeidskaart in voor de buitenlandse werknemers die als gespecialiseerde technici tewerkgesteld worden in een onderneming gevestigd in het buitenland en die naar de Belgische onderneming komen voor dringende herstellingen aan machines die geleverd zijn door hun werkgever.
   Deze bepaling is overgenomen van artikel 1, 3░ van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 genomen ter uitvoering van Hoofdstuk 8 van de Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 die bepaalt dat deze categorie van werknemers geen voorwerp uitmaken van voorafgaandelijke melding van werknemers via het systeem van het elektronische loket " LIMOSA ".
   Het 33░ voorziet in een vrijstelling van arbeidskaart voor de buitenlandse werknemers die een kader functie bekleden in de internationale of Europese zetel van een multinationale onderneming of multinationale groep van ondernemingen die in BelgiŰ gevestigd is. Die vrijstelling wordt ingevoegd om een oplossing te vinden voor de verdwijning van de co÷rdinatiecentra bepaald in artikel 2, 12░, van voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999. Die vrijstelling is niet beperkt in de tijd. De onderneming die het kaderlid tewerkstelt dat aanspraak kan maken op die vrijstelling is ertoe gehouden de bevoegde overheid ervan te verwittigen uiterlijk bij aanvang van de tewerkstelling.
   Artikel 4
   Dit artikel wijzigt op een aantal punten artikel 9 van voormeld koninklijk besluit van 9 juni 1999 waarin de categorieŰn van werknemers vermeld staan waarvoor de toekenning van de arbeidsvergunning niet onderworpen is aan een voorafgaand onderzoek van de arbeidsmarkt.
   Punt a) verruimt het toepassingsgebied van het eerste lid, 9░. Daarbij wordt bepaald dat het niet meer gaat om " gespecialiseerde technici (...) die naar BelgiŰ komen om over te gaan tot de montage en het op gang brengen (...) " maar eerder om " gespecialiseerde technici (...) die naar BelgiŰ komen om over te gaan tot de montage of het op gang brengen (...) ". Op dezelfde wijze worden de bedoelde installatie uitgebreid tot de door de werkgever geleverde installaties. Voordien kwamen enkel de door de werkgever vervaardigde installaties in aanmerking.
   Deze bepaling verschilt van voornoemd artikel 2, 31░ en 32░, dat in vrijstellingen voorziet. De beoogde duur is ruimer aangezien het niet om een maximum van 8 of 5 dagen maar wel van 6 maanden gaat.
   Punt c) heeft betrekking op de overblijvende categorie van buitenlandse werknemers die een opleiding komen volgen in de Belgische zetel van de multinationale groep tot dewelke hun onderneming behoort, maar die niet onder het toepassingsgebied vallen van artikel 2, 29░, om van een vrijstelling van arbeidskaart te kunnen genieten:
   ofwel omdat de opleiding meer dan drie maanden duurt :
   - en dat de werknemer tewerkgesteld is in een onderneming die gevestigd is in de Europese Economische ruimte,
   - ofwel dat de werknemer onderdaan is van een staat die lid is van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling of onderdaan is van een staat in de zin van artikel 10 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (cf. punt 18░);
   ofwel, welke ook de duur is van de opleiding, omdat :
   - de onderneming gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte en dat de tewerkgestelde werknemers geen onderdanen zijn van een lidstaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling of van een staat in de zin van art. 10 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (cf. punt 19░).
   Artikel 5
   Dit artikel bepaalt dat de periodes waarbinnen de buitenlandse werknemer in het kader van de opleiding die beoogd wordt in artikel 9, eerste lid, 18░ en 19░, geniet van een werkvergunning B, niet in rekening genomen kunnen worden om een werkvergunning A te verkrijgen.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Werk
   P. VANVELTHOVEN

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie