J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2006/07/10/2006014162/justel

Titel
10 JULI 2006. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-07-2006 en tekstbijwerking tot 05-04-2018) Zie wijziging(en)

Bron : MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 14-07-2006 nummer :   2006014162 bladzijde : 35336   BEELD
Dossiernummer : 2006-07-10/30
Inwerkingtreding : 01-12-2006 (ART. 37,1$ - ART. 37,2$)    ***    01-09-2006 A12    ***    01-09-2006 A13    ***    01-09-2006 A14    ***    01-09-2006 A15    ***    01-09-2006 A31    ***    01-09-2006 A16    ***    01-09-2006 A32    ***    01-09-2006 A17    ***    01-09-2006 A33    ***    01-09-2006 A34    ***    01-09-2006 A18    ***    01-09-2006 A35    ***    01-09-2006 A19    ***    01-12-2006 (ART. 27,1$ - ART. 27,3$)    ***    01-09-2006 A36    ***    01-09-2006 A37    ***    01-09-2006 A38    ***    01-09-2006 A39    ***    01-12-2006 A42    ***    01-12-2006 A27    ***    01-09-2006 A20    ***    01-09-2006 (ART. (46))    ***    01-09-2006 A21    ***    01-09-2006 A22    ***    01-09-2006 A23    ***    01-09-2006 A24    ***    01-09-2006 A40    ***    01-09-2006 A25    ***    01-09-2006 A26    ***    01-09-2006 A27    ***    01-09-2006 A44    ***    01-09-2006 A28    ***    01-09-2006 A29    ***    01-12-2006 (ART. 42)    ***    01-12-2006 A37

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Het voorlopig rijbewijs B.
Art. 2
Art. 2 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 2 WAALS GEWEST
Art. 3-5, 5/1, 6-7
HOOFDSTUK III. - Het praktisch examen.
Art. 8
Art. 8 WAALS GEWEST
Art. 8 VLAAMS GEWEST
Art. 9
Art. 9 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 9 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK III/1. [1 - Vorming voor begeleiders]1
Afdeling 1. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen over de vorming voor begeleiders]1
Art. 9/1 VLAAMS GEWEST
Art. 9/2 VLAAMS GEWEST
Art. 9/3 VLAAMS GEWEST
Art. 9/4 VLAAMS GEWEST
Afdeling 2. [1 - Erkenning van instructeurs die de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool]1
Art. 9/5 VLAAMS GEWEST
Art. 9/6 VLAAMS GEWEST
Art. 9/7 VLAAMS GEWEST
Art. 9/8 VLAAMS GEWEST
Art. 9/9 VLAAMS GEWEST
Art. 9/10 VLAAMS GEWEST
Art. 9/11 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK IV. - Uitreiking.
Art. 10
Art. 10 WAALS GEWEST
HOOFDSTUK V. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
Art. 11-44
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreden.
Art. 45-47
BIJLAGEN.
Art. N1-N6

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " voorlopig rijbewijs B " : het voorlopig rijbewijs voor een motorvoertuig van categorie B zoals omschreven in [1 artikel 2, § 1, 5°]1, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
  2° " theoretisch examen " : het examen bepaald in artikel 23, § 1, 4°, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
  3° " praktisch examen " : het examen bepaald in artikel 23, § 1, 2°, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
  4° " rijschool " : een rijschool erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
  5° " gebrevetteerd rij-instructeur " : een instructeur met een brevet van beroepsbekwaamheid dat toegang geeft tot de functie van instructeur die met het praktisch onderricht voor het besturen van voertuigen van categorie B belast wordt, zoals bepaald in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
  ----------
  (1)<KB 2017-11-19/04, art. 15, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2013>

  HOOFDSTUK II. - Het voorlopig rijbewijs B.

  Art. 2. De kandidaat voor het rijbewijs B mag deelnemen aan het theoretisch examen vanaf de leeftijd van 17 jaar.

  Art. 2_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   [1 ...]1

  ----------
  (1)<BESL 2018-03-29/04, art. 8.12, 009; Inwerkingtreding : 30-04-2018>
  

  Art. 2_WAALS_GEWEST.
  [1 § 1. De kandidaat voor het rijbewijs van categorie B mag deelnemen aan het theoretisch examen vanaf de leeftijd van 17 jaar.
   § 2. De kandidaat die twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet twaalf uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.]1

  ----------
  (1)<BWG 2017-07-20/16, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  

  Art. 3.[1 § 1. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die geslaagd is voor het theoretisch examen ontvangt een voorlopig rijbewijs B dat hem toelaat om te rijden met de bijstand van een begeleider die beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in § 2. Dit voorlopig rijbewijs is geldig voor zesendertig maanden.
   Het voorlopig rijbewijs B stemt overeen met het model in bijlage 1.
   § 2. De houder van het voorlopig rijbewijs B moet vergezeld zijn van een begeleider die aan de volgende voorwaarden voldoet :
   a) hij moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;
   b) hij moet sedert ten minste 8 jaar houder en drager zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om een voertuig van de categorie B te besturen. De bestuurder die, overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden, behalve indien de kandidaat aan dezelfde handicap lijdt en eveneens een speciaal aan deze handicap aangepast voertuig bestuurt;
   c) hij mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer werden opgelegd;
   d) de begeleider mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs. Dit verbod is niet van toepassing voor de begeleiding van eigen kinderen, kleinkinderen, zussen, broers of pleegkinderen of die van zijn/haar wettelijke partner;
   e) hij moet op het voorlopig rijbewijs vermeld worden en vooraan in het voertuig plaatsnemen.
   § 3. Een tweede begeleider, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 2 mag, door de overheid bedoeld in artikel 10, op het voorlopig rijbewijs vermeld worden hetzij op het ogenblik van de afgifte hetzij tijdens de scholing.
   In geval van verandering van begeleider tijdens de scholing wordt een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10; dit nieuw document heeft dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijk voorlopig rijbewijs.
   Als een van de op het voorlopig rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in § 2 vermelde voorwaarden vervult, moet de kandidaat van begeleider veranderen overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid. Het voorlopig rijbewijs verliest zijn geldigheid niet.
   § 4. De houder van een voorlopig rijbewijs B mag enkel begeleid worden door de ene of de andere of door de twee begeleiders bedoeld in §§ 2 en 3, en/of door een gebrevetteerde rij-instructeur, met uitsluiting van alle andere passagiers.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 4.De kandidaat voor het rijbewijs B die geslaagd is voor het theoretisch examen, minstens 18 jaar is en 20 uur praktisch rijonderricht heeft gevolgd in een rijschool heeft recht op een voorlopig rijbewijs B dat hem toelaat zonder begeleider te rijden. Dit voorlopig rijbewijs is 18 maanden geldig.
  Het voorlopig rijbewijs B stemt overeen met het model in bijlage 2 bij dit besluit.
  [1 De houder van het voorlopig rijbewijs B zonder begeleider mag vergezeld zijn van ten hoogste twee personen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2, a), b) en c).]1
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 5. Het in artikel 3 of 4 bedoelde voorlopig rijbewijs moet worden aangevraagd binnen de drie jaar na het slagen voor het theoretisch examen. Na het verstrijken van deze termijn kan de kandidaat pas terug een voorlopig rijbewijs aanvragen na opnieuw het theoretisch examen met goed gevolg te hebben afgelegd.

  Art. 5/1. [1 § 1. Na het verstrijken van de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B, moet de kandidaat de scholing in een rijschool voortzetten en moet hij, om zich aan te bieden voor het praktisch examen, zes uur praktische lessen in een rijschool volgen.
   De kandidaat kan echter, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een nieuw voorlopig rijbewijs B bekomen indien de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B waarvan hij houder is geweest sinds meer dan drie jaar verstreken is.
   § 2. De houder van een geldig voorlopig rijbewijs B met begeleider kan, een enkele keer, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een voorlopig rijbewijs B zonder begeleider krijgen en omgekeerd. De scholing die gevolgd wordt onder dekking van het vorig voorlopig rijbewijs B wordt in aanmerking genomen voor het berekenen van de termijn voorgeschreven in artikel 8, eerste lid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-04/05, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 6. De kandidaat mag niet rijden van 22u. tot 6u. 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.

  Art. 7.[1 Met uitzondering van de gebrevetteerde rij-instructeurs die in dienst zijn van verenigingen zonder winstoogmerk en daarvan het bewijs leveren, mag niemand de houder van een voorlopig rijbewijs B tegen betaling begeleiden.
   De gebrevetteerde rij-instructeur moet niet op het voorlopig rijbewijs als begeleider vermeld worden.
   Artikel 3, § 2, d) is niet van toepassing op de gebrevetteerde rij-instructeur.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  HOOFDSTUK III. - Het praktisch examen.

  Art. 8.De kandidaat voor het rijbewijs B mag deelnemen aan het praktisch examen vanaf de leeftijd van 18 jaar. [1 De kandidaat moet sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.]1
  [1 De kandidaat legt een geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens drie maanden houder is of een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool voor ten bewijs dat de lessen bedoeld in het artikel 5/1, § 1 werden gevolgd; in dat laatste geval, legt hij een attest voor, afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10 waaruit blijkt dat hij een scholing van ten minste drie maanden heeft gevolgd onder dekking van een voorlopig rijbewijs B.]1
  Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. Het voertuig voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
  Wanneer de kandidaat zich aanbiedt met een instructeur van een rijschool dan legt hij het examen af met een scholingsvoertuig van de rijschool dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
  [1 De kandidaat die geen houder is van een voorlopig rijbewijs B legt het praktisch examen af onder de voorwaarden bedoeld in het vierde lid.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 8_WAALS_GEWEST.
  [1 § 1. Om het praktisch examen te mogen afleggen moet de kandidaat voor het rijbewijs van categorie B :
   1° minstens 18 jaar oud zijn;
   2° sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   3° behoudens die bedoeld in paragraaf 2, een scholing van ten minste drie maanden hebben gevolgd, onder dekking van een voorlopig rijbewijs van categorie B;
   4° behoudens die bedoeld in paragraaf 2, minstens 1 500 kilometer hebben afgelegd.
   Wat betreft het punt 4°, bepaalt de Waalse Minister of zijn afgevaardige de modaliteiten voor de verificatie van deze voorwaarde.
   § 2. De kandidaat voor het rijbewijs van categorie B die sinds minder dan drie jaar geslaagd is voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld is krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, die minstens 18 jaar oud is, en die 30 uur praktisch rijonderricht heeft gevolgd in een erkende rijschool, kan het praktisch examen rechtstreeks afleggen.
   § 3. De kandidaat, behoudens die bedoeld in paragraaf 2, legt een geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens drie maanden houder is of een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool voor ten bewijs dat de lessen bedoeld in het artikel 5/1, § 1 werden gevolgd; in dat laatste geval, legt hij een attest voor, afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10 waaruit blijkt dat hij een scholing van ten minste drie maanden heeft gevolgd onder dekking van een voorlopig rijbewijs B.
   Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. Het voertuig voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
   Wanneer de kandidaat zich aanbiedt met een instructeur van een rijschool dan legt hij het examen af met een scholingsvoertuig van de rijschool dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
   De kandidaat die geen houder is van een voorlopig rijbewijs B legt het praktisch examen af onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid.]1

  ----------
  (1)<BWG 2017-07-20/16, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  

  Art. 8_VLAAMS_GEWEST.
   De kandidaat voor het rijbewijs B mag deelnemen aan het praktisch examen vanaf de leeftijd van 18 jaar. [1 De kandidaat moet sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretisch examen of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.]1
  [1 De kandidaat legt een geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens [2 negen maanden]2 houder is of een getuigschrift van praktisch onderricht afgegeven door een rijschool voor ten bewijs dat de lessen bedoeld in het artikel 5/1, § 1 werden gevolgd; in dat laatste geval, legt hij een attest voor, afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10 waaruit blijkt dat hij een scholing van ten minste [2 negen maanden]2 heeft gevolgd onder dekking van een voorlopig rijbewijs B.]1
  Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie of subcategorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. Het voertuig voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
  Wanneer de kandidaat zich aanbiedt met een instructeur van een rijschool dan legt hij het examen af met een scholingsvoertuig van de rijschool dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
  [1 De kandidaat die geen houder is van een voorlopig rijbewijs B legt het praktisch examen af onder de voorwaarden bedoeld in het vierde lid.]1
  
----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>
  (2)<BVR 2017-06-09/03, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9.De kandidaat die twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet zes uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.
  [1 Niettemin worden de mislukkingen voor het praktisch examen die vóór de afgifte van het voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 5/1, § 1, tweede lid werden afgelegd, niet meegerekend.]1
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 9_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   [2 ...]2
  
----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>
  (2)<BESL 2018-03-29/04, art. 8.12, 009; Inwerkingtreding : 30-04-2018>
  

  Art. 9_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij BVR 2017-01-20/22, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 04-03-2017>

  HOOFDSTUK III/1. [1 - Vorming voor begeleiders]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Afdeling 1. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen over de vorming voor begeleiders]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/1_VLAAMS_GEWEST.
   [1 De kandidaat, houder van een voorlopig rijbewijs B met een begeleider, dient een rijopleiding te volgen met een begeleider die de vorming vermeld in dit hoofdstuk en in bijlage 7 heeft gevolgd. De Vlaamse gemeenten houden toezicht hierop, alsook op de naleving van artikel 8, tweede lid.
   De vorming voor begeleiders wordt gevolgd bij een erkende rijschool conform de voorwaarden, vermeld in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, of bij een instructeur die erkend is conform afdeling 2 van dit hoofdstuk.]1
  
----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/2_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De vorming voor begeleiders duurt drie uur.
   De vorming omvat de leerstof, opgenomen in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/3_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Het begeleidersattest is geldig voor een periode van tien jaar.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/4_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Voor de vorming betaalt de begeleider een vergoeding van 20 euro, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde. De kandidaat-bestuurder mag de vorming van de begeleider bijwonen zonder dat daarvoor een vergoeding hoeft te worden betaald.
   De vergoeding wordt voorafgaand aan de vorming voor begeleiders geïnd.
   Het bedrag van de vergoeding is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Afdeling 2. [1 - Erkenning van instructeurs die de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/5_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Instructeurs kunnen de vorming voor begeleiders aanbieden buiten een erkende rijschool als ze daarvoor erkend zijn door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/6_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde levert de erkenning af als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
   1° de instructeur beschikt over het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
   2° de instructeur heeft de opleiding gevolgd, vermeld in titel II, hoofdstuk V, van het voormelde koninklijk besluit;
   3° de instructeur voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, 2°, en 5°, en artikel 14 van het voormelde koninklijk besluit.
   § 2. De instructeur die de erkenning wil verkrijgen, richt aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde een aanvraag met een aangetekende brief. Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd :
   1° het beroepsbekwaamheidsbrevet II of III, vermeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
   2° het getuigschrift, vermeld in artikel 38quinquies van het voormelde koninklijk besluit;
   3° een uittreksel uit het strafregister, dat hoogstens drie maanden oud is ter bevestiging dat de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, en 2°, van het voormelde koninklijk besluit, worden nageleefd;
   4° het bewijs dat hij gedurende ten minste drie jaar houder is van een rijbewijs dat is afgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en dat ten minste geldig is voor het besturen van voertuigen van categorie B of van een evenwaardige categorie.
   § 3. De instructeur die de erkenning wil verkrijgen, is ter dekking van de bestuurs-, controle- en toezichtkosten een retributie van 80 euro verschuldigd.
   De vergoeding wordt voorafgaand aan de erkenning geïnd door het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
   Het bedrag van de vergoeding is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/7_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De lokalen waarin de instructeur de vorming voor begeleiders aanbiedt, voldoen aan de volgende voorwaarden :
   1° ze omvatten een leslokaal en een sanitaire inrichting;
   2° ze bevinden zich niet in een drankgelegenheid, noch in een woonruimte;
   3° ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, vierde lid, 1°, 2°, 3°, 4°, en 6°, van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen;
   4° de burgemeester of de bevoegde brandweerdienst heeft voor de lokalen een attest uitgereikt dat vaststelt dat ze voldoen aan de geldende wettelijke normen.
   De erkende instructeur geeft altijd drie weken voorafgaand aan elk begeleidersmoment de exacte locatie en het exacte tijdstip door aan het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/8_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De erkende instructeur leidt de begeleider nauwgezet op. Hij brengt hem de kennis, de vaardigheden en het gedrag bij, vermeld in bijlage 7, die bij dit besluit is gevoegd.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/9_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De erkende instructeur geeft de kandidaat-begeleiders die de vorming voor begeleiders, vermeld in dit hoofdstuk, hebben gevolgd, een begeleidersattest, waarvan het model is opgenomen in bijlage 5 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/10_VLAAMS_GEWEST.
  [1 Elke functie of betrekking in een erkend orgaan voor technische controle van motorvoertuigen en de controlefuncties, vermeld in artikel 39 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, zijn onverenigbaar met de functie van erkend instructeur voor de vorming voor begeleiders.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  Art. 9/11_VLAAMS_GEWEST.
  [1 § 1. De erkende instructeurs volgen de instructies die hun door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde worden gegeven om een einde te maken aan de schending van de regelgeving.
   De inspecteurs die de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde aanwijst, mogen in elke omstandigheid de lokalen betreden en de vorming voor begeleiders bijwonen. Ze mogen alle bescheiden over de schoolactiviteiten raadplegen. Ze mogen zich, zo nodig, met het oog op het onderzoek een kopie laten overhandigen.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde controleert de goede werking van de erkende instructeurs.
   De erkende instructeur geeft op verzoek van de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde alle inlichtingen over de toepassing van dit besluit.
   § 2. Alle personen, vermeld in dit artikel, zijn aan het beroepsgeheim gehouden.
   § 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, kan, als de voorwaarden van dit hoofdstuk niet worden nageleefd en na de erkende instructeur gehoord te hebben, de erkenning die met toepassing van deze afdeling verleend is, voor een termijn van minstens acht dagen en hoogstens zes maanden schorsen.
   Als de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, ondanks een voorafgaande schorsingsmaatregel van minstens twee maanden vaststelt dat de voorwaarden van dit hoofdstuk nog altijd niet worden nageleefd, trekt hij de erkenning die met toepassing van deze afdeling verleend is, in nadat hij de instructeur voorafgaandelijk heeft gehoord.
   Gedurende de schorsingsperiode of na de intrekkingsbeslissing mag de instructeur geen enkel vormingsmoment voor begeleiders organiseren.
   § 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde kan met onmiddellijke ingang de erkenning schorsen van een instructeur die het voorwerp vormt van een gerechtelijk onderzoek of van een strafvordering wegens het niet-naleven van de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, a) en b), van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
   Binnen de strikt nodige tijd en maximaal binnen vijftien dagen die op de maatregel van onmiddellijke schorsing volgen, wordt de intrekkings- of schorsingsprocedure, vermeld in paragraaf 3, aangevat. Bij gebrek daaraan houdt de schorsing van rechtswege op.
   § 5. De vorming voor begeleiders die verstrekt is door een instructeur die niet beschikt over een erkenning of van wie de erkenning geschorst is, wordt niet in aanmerking genomen. De instructeur betaalt de begeleider de betaalde vergoedingen terug]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  

  HOOFDSTUK IV. - Uitreiking.

  Art. 10. Het voorlopige rijbewijs en het rijbewijs wordt uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
  Het voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 kan pas uitgereikt worden na vertoon van het bekwaamheidsgetuigschrift bedoeld in artikel 23, § 6, van koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

  Art. 10_WAALS_GEWEST.
   Het voorlopige rijbewijs en het rijbewijs wordt uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
  Het voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 kan pas uitgereikt worden na vertoon van het bekwaamheidsgetuigschrift [1 ...]1.
  [1 De examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen kunnen, volgens de modaliteiten bepaald door de Waalse Minister of zijn afgevaardigde, het bekwaamheidscertificaat verstrekken aan de kandidaat.]1

  ----------
  (1)<BWG 2017-07-20/16, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  

  HOOFDSTUK V. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.

  Art. 11.De bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs zijn van toepassing op de voorlopige rijbewijzen B en op de theoretisch en praktisch examens, bedoeld in dit besluit, met uitzondering van artikel 6, 1°, b), f), h) en j) en 2°, b) en 3°, artikel 8, § 6, 1°, § 7, artikel 9 [1 en artikel 34]1.
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/05, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 12. In artikel 4, 1°, eerste lid worden de woorden " overeenkomstig de bepalingen van dit besluit " vervangen door de woorden " overeenkomstig de bepalingen van dit besluit of van het besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B ".

  Art. 13. Artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 maart 2003 en 15 juli 2004 wordt vervangen als volgt :
  " § 1 Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie A3, A, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcatégorie C1, C1+E, D1 of D1+E of elke houder van een rijbewijs met de vermelding " automatisch " die een rijbewijs waarop deze vermelding niet voorkomt wil behalen moet een scholing doorlopen :
  1° hetzij door, in een rijschool het praktisch onderricht bedoeld in artikel 15 te volgen;
  2° hetzij op basis van een voorlopige rijbewijs model 3, overeenkomstig de regels voorgeschreven in afdeling II.
  Elke kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B moet een scholing doorlopen overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B. ".

  Art. 14. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002 en 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° onderdeel 1°, f), wordt vervangen als volgt :
  " f) mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen.
  Dit verbod is evenwel niet van toepassing :
  - op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd niet meegerekend voor de toepassing van artikelen 15, 1°, en 38, § 14;
  - op de houder van een rijbewijs met de vermelding " automatisch " die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie of subcategorie, uitgerust met een handschakeling :
  - op de houder van een rijbewijs of van een voorlopig rijbewijs A dat de vermelding " A < 25kW en < 0,16kW/kg " draagt, voor het behalen van een voorlopig rijbewijs voor het aanleren van het besturen van motorfietsen met een vermogen van meer dan 25 kW of met een vermogen/gewichtsverhouding van meer dan 0,16 kW/kg; ";
  2° onderdeel 1°, g) wordt vervangen als volgt :
  " g) moet, in een rijschool, het praktisch onderricht bedoeld in artikel 15, 3°, a), gevolgd hebben als het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van motorfietsen, tenzij hij houder is van een rijbewijs met de vermelding " A <= 25kW en <= 0,16kW/kg ";
  3° in onderdeel 1°, h), worden de woorden " categorieën A, B, B+E, C en C+E " vervangen door de woorden " categorieën A, B+E, C en C+E ";
  4° in onderdeel, 1°, j), vervallen de woorden " of van een voorlopig rijbewijs model 2 ";
  5° in onderdeel 2°, f), worden de woorden " moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs model 2, voorzien zijn " vervangen door de woorden " moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn ";
  6° in onderdeel 3°, b), worden de woorden " categorie B, B+E, C of C+E " vervangen door de woorden " categorie B+E, C of C+E ".

  Art. 15. Artikel 7, eerste lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Het voorlopige rijbewijs model 3 stemt overeen met het model van bijlage 2. ".

  Art. 16. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Het voorlopig rijbewijs model 3 is twaalf maanden geldig. ";
  2° § 2, eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " De overheid bedoeld in artikel 7 maakt het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie A3, A, B, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E. ";
  3° in § 6, 2°, vervallen de woorden " Bij teruggave van het document, overeenkomstig artikel 68, verlengt de overheid, bedoeld in artikel 7, de geldigheid van het voorlopige rijbewijs met een termijn die gelijk is aan de periode gedurende dewelke de geldigheid van het document opgeschort is geweest ".

  Art. 17. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art.9. De kandidaat van minder dan 24 jaar mag niet rijden van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen
  De houder van een voorlopige rijbewijs mag, naast de begeleider, vergezeld zijn van één andere persoon. ".

  Art. 18. In hetzelfde besluit wordt afdeling III " leervergunning " opgeheven :

  Art. 19. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in onderdeel 1°, wordt g) en j) opgeheven;
  2° in onderdeel 2°, a), worden de woorden " categorie B, B+E, C, C+E, D of D+E " vervangen door de woorden " categorie B+E, C, C+E, D of D+E ";
  3° onderdeel 2°, b), wordt opgeheven;
  4° in onderdeel 4°, b), worden de woorden " categorie B, B+E, C, C+E, D of D+E " vervangen door de woorden " categorie B+E, C, C+E, D of D+E ";
  5° in onderdeel 4°, worden c) en d) opgeheven;
  6° onderdeel 6° en 7° worden opgeheven.

  Art. 20. In artikel 16, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of van een leervergunning " opgeheven;
  2° in het derde lid wordt de laatste zin opgeheven.

  Art. 21. Artikel 29, 2°, tweede lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " De kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B volgt daarenboven een scholing van ten minste drie maanden op basis van een voorlopige rijbewijs, bedoeld in het koninklijk besluit van 610 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B. ".

  Art. 22. In artikel 30 van hetzelfde besluit vervallen de woorden " of op de aanvraag om een leervergunning ".

  Art. 23. In artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 september 2002 en 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid, eerste streepje, wordt vervangen als volgt :
  " - 17 jaar voor het examen voor het verkrijgen van het voorlopige rijbewijs B, bedoeld in het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van de categorie B; ";
  2° in § 2, wordt het tweede lid opgeheven;
  3° in § 7, eerste lid, vervallen de woorden " of op de aanvraag om een leervergunning ".

  Art. 24. Artikel 34, tweede lid van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Het praktisch examen kan op zijn vroegst één maand na de afgifte van het voorlopige rijbewijs model 3 plaatsvinden. "

  Art. 25. In artikel 35, onderdeel 2° van hetzelfde besluit, woorden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in a) wordt het vierde lid opgeheven;
  2° b) wordt vervangen als volgt :
  " b) het nog geldige voorlopige rijbewijs. Het voorlopige rijbewijs is, in voorkomend geval, vervolledigd met de vermelding dat de lesuren voorgeschreven na twee mislukkingen gevolgd zijn. "
  3° c) worden opgeheven.

  Art. 26. In artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 3, eerste lid, wordt het woord " vier " vervangen door " drie ", in § 3, tweede lid vervallen de woorden " voor- en achteraan ";
  2° § 14 wordt vervangen als volgt :
  " § 14. De kandidaat die zich aanbiedt met een rijschool legt het praktisch examen af met de bijstand van een instructeur en met een scholingsvoertuig van de rijschool waar hij het praktisch onderricht volgde en dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
  De houder van een voorlopige rijbewijs model 3 legt het praktisch examen af :
  1° hetzij met een voertuig dat beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 6, 2°. De begeleider moet aanwezig zijn;
  2° hetzij onder de voorwaarden bedoeld in eerste lid.
  Evenwel, de houder van een voorlopige rijbewijs model 3 die tweemaal niet geslaagd is voor het praktisch examen kan het praktisch examen alleen afleggen onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. ".

  Art. 27. In artikel 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Het praktisch examen bevat de volgende proeven :
  1° categorie A3 : een proef op een terrein buiten het verkeer;
  2° categorie B : een proef op de openbare weg in het verkeer;
  3° categorie A, B+E, C, C+E, D of D+E of subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E : een proef op een terrein buiten het verkeer en een proef op de openbare weg in het verkeer. ";
  2° in § 1, tweede lid, 1°, worden de woorden " categorieën A3, A, B en B+E " vervangen door de woorden " categorieën A3, A en B+E ";
  3° § 1, tweede lid wordt aangevuld als volgt :
  " 5° categorie B : de duur van de proef op de openbare weg mag niet minder zijn dan veertig minuten ";
  4° in § 2, tweede lid, vervallen de woorden " op de leervergunning ";
  5° in § 3, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd : " De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, is naast de examinator, vergezeld van een persoon van minstens 24 jaar die houder is en in het bezit van een rijbewijs dat ten minste geldig is voor voertuigen van categorie B. "
  6° in § 7, tweede lid, vervallen de woorden " of op de leervergunning ".

  Art. 28. In artikel 41 van hetzelfde besluit, worden de woorden " op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs of op de leervergunning " vervangen door de woorden " of op de aanvraag om een voorlopige rijbewijs ".

  Art. 29. In artikel 48 van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " of van de leervergunning ".

  Art. 30. Het opschrift van hoofdstuk V van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Hoofdstuk V. - Vervanging en duplicaten van het rijbewijs en van het voorlopige rijbewijs ".

  Art. 31. In artikel 50 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 5°, worden de woorden " de artikelen 69, §2 en 80, §2 " vervangen door de woorden " artikel 80, §2 ";
  2° in § 3, vervallen de woorden " of de leervergunning ";
  3° in § 4, worden de woorden " het voorlopige rijbewijs of de leervergunning " vervangen door de woorden " of het voorlopige rijbewijs ".

  Art. 32. In artikel 52 van hetzelfde besluit, worden de woorden " een voorlopige rijbewijs of een leervergunning " vervangen door de woorden " of een voorlopige rijbewijs ".

  Art. 33. In artikel 57, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " en voor elke leervergunning ".

  Art. 34. In artikel 58, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " de leervergunningen ".

  Art. 35. In artikel 61, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 vervallen de woorden Afgifte of vervanging van een leervergunning : 9,00 EUR " en de woorden " Afgifte van een duplicaat van een leervergunning : 7,50 EUR ".

  Art. 36. In artikel 62, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, vervallen de woorden " leervergunningen ";
  2° in het tweede lid, worden de woorden " de voorlopige rijbewijzen en de leervergunningen " vervangen door de woorden " en de voorlopige rijbewijzen ".

  Art. 37. In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, in rubriek " Praktisch examen ", worden de woorden " categorie A, B en B+E " vervangen door de woorden " categorieën A en B+E ";
  2° in § 1, eerste lid, wordt de rubriek " Praktisch examen " aangevuld als volgt :
  " Categorie B :
  praktisch examen (36,00 EUR)
  3° in § 2, 2°, b), vervallen de woorden " of voor de leervergunning ".

  Art. 38. In artikel 64, eerste lid van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " de leervergunningen ".

  Art. 39. In artikel 67, eerste lid, 2° van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " of de leervergunning ".

  Art. 40. Artikel 69, § 7, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 8 maart 2006, wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer het verval betrekking heeft op een voorlopig rijbewijs, verlengt de overheid bedoeld in artikel 7 de geldigheid van het voorlopig rijbewijs met een termijn die gelijk is aan de duur van het verval. ".

  Art. 41. In bijlage 2 van hetzelfde besluit worden de I en II opgeheven.
  Bijlage 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

  Art. 42. In bijlage 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in III, A, worden de bepalingen betreffende de manoeuvres van de categorie B opgeheven;
  2° III, B wordt aangevuld als volgt :
  "17. Categorie B : de volgende manoeuvres worden op de openbare weg uitgevoerd :
  1. Voorafgaande controles.
  a) Verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
  b) Afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun;
  c) Nakijken of de portieren goed gesloten zijn;
  d) Banden, remmen, stuurinrichting, vloeistoffen, lichten, verluchting, richtingaanwijzers en geluidstoestel worden steekproefsgewijze gecontroleerd;
  e) De nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het verlaten van het voertuig;
  2. Keren in een smalle straat;
  3. Parkeren achter een voertuig."
  3° VI, B wordt aangevuld als volgt :
  "11° manoeuvres (alleen categorie B)."

  Art. 43. Artikel 8.2, 3°, b), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt vervangen als volgt :
  " b) 17 jaar voor de bestuurders die praktisch rijonderricht volgen met het oog op het behalen van een rijbewijs categorie B of die rijden met een voorlopig rijbewijs categorie B zoals voorzien in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen categorie B. "
  In artikel 8.2, 3°, c), van hetzelfde besluit worden de woorden " of die rijden met een leervergunning " geschrapt.
  In artikel 8.2, 3°, d), van hetzelfde besluit worden de worden " of B " geschrapt.

  Art. 44. In afdeling V van hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen wordt een artikel 22bis toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 22bis De rijschool biedt binnen haar opleidingsaanbod minstens één opleidingspakket aan dat uit hoogstens 6 uren praktisch rijonderricht bestaat. "
  In hetzelfde besluit wordt in artikel 23, § 6, eerste lid de woorden " de in artikel 14 en 15 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde aantal lesuren " vervangen door : " de in artikel 14 en 15 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs of de in artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren "
  In hetzelfde besluit wordt artikel 23, § 6, tweede lid vervangen door :
  " In afwijking van het eerste lid wordt aan de leerling, die het in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren gevolgd heeft en die bewezen heeft bekwaam te zijn alleen te sturen, met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider een bekwaamheidsgetuigschrift afgegeven, waarvan het model door de Minister bepaald wordt. "
  Artikel 23, § 6, derde lid van het zelfde besluit wordt opgeheven.
  In hetzelfde besluit wordt in artikel 47, § 1, laatste lid de volgende zin toegevoegd :
  " Artikel 22bis en 23, § 6 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen zijn evenwel onmiddellijk van toepassing. ".

  HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreden.

  Art. 45.[1 De voorlopig rijbewijzen, conform het model van bijlage 3 of 4, blijven geldig tot de op het document vermelde uiterste geldigheidsdatum.]1
  [2 De bepalingen van dit besluit die van kracht waren vóór 3 februari 2014 blijven van toepassing op de voorlopige rijbewijzen B afgegeven vóór deze datum.
   Na het verstrijken van de geldigheid van het voorlopig rijbewijs bedoeld in het eerste lid, is de kandidaat onderworpen aan de bepalingen van artikel 5/1.]2
  ----------
  (1)<KB 2013-04-03/13, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
  (2)<KB 2013-12-04/05, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. 46. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2006, met uitzondering van artikel 27, 1° tot en met 3°, artikel 37, 1° en 2° en artikel 42 die in werking treden op 1 december 2006.

  Art. 47. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. [1 Bijlage 1. - VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET KAARTMODEL VAN HET VOORLOPIG RIJBEWIJS MODEL 36
   1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.
   De kaart is gemaakt van polycarbonaat.
   De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.
   2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :
   - de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
   - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
   - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
   - lasergravure;
   - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
   - inkt met kleuromslag;
   - aangepaste hologrammen;
   - variabele laserbeelden;
   - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
   - voelbare karakters, symbolen of patronen.
   3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :
   Bladzijde 1 bevat :
   a) de vermelding "voorlopig rijbewijs", in hoofdletters;
   b) de tekst "Enkel geldig in België";
   c) het onderscheidingsteken "B" van België;
   d) het onderscheidingsteken "M36" van model 36;
   e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :
   1. de naam van de houder;
   2. de voornaam van de houder;
   3. geboortedatum en -plaats van de houder;
   4. a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
   b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
   c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;
   5. nummer van het voorlopig rijbewijs;
   6. de foto van de houder;
   7. de handtekening van de houder;
   8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;
   f) referentiekleur: licht lila.
   Bladzijde 2 bevat :
   a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B;
   b) naam en voornaam van de eerste en de tweede begeleider;
   c) de tekst "De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.";
   d) de tekst "Als de houder tweemaal na elkaar niet geslaagd is voor het praktisch examen moet hij zes uren praktische lessen volgen in een rijschool, alvorens aan een nieuw praktisch examen deel te nemen.";
   e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).
   ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-12-2013, p. 98621 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-04/05, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. N2. [1 Bijlage 2. - VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET KAARTMODEL VAN HET VOORLOPIG RIJBEWIJS MODEL 18
   1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.
   De kaart is gemaakt van polycarbonaat.
   De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.
   2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd:
   - de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
   - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
   - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
   - lasergravure;
   - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
   - inkt met kleuromslag;
   - aangepaste hologrammen;
   - variabele laserbeelden;
   - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
   - voelbare karakters, symbolen of patronen.
   3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :
   Bladzijde 1 bevat :
   a) de vermelding "voorlopig rijbewijs", in hoofdletters;
   b) de tekst "Enkel geldig in België";
   c) het onderscheidingsteken "B" van België;
   d) het onderscheidingsteken "M18" van model 18;
   e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :
   1. de naam van de houder;
   2. de voornaam van de houder;
   3. geboortedatum en -plaats van de houder;
   4. a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
   b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
   c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;
   5. nummer van het voorlopig rijbewijs;
   6. de foto van de houder;
   7. de handtekening van de houder;
   8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;
   f) referentiekleur: licht lila
   Bladzijde 2 bevat :
   a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B.
   b) de tekst "De houder mag vergezeld zijn van één of twee personen die sinds ten minste 8 jaar houder zijn van een rijbewijs categorie B, dat zij bij zich hebben."
   c) de tekst "De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.";
   d) de tekst "Als de houder tweemaal na elkaar niet geslaagd is voor het praktisch examen moet hij zes uren praktische lessen volgen in een rijschool, alvorens aan een nieuw praktisch examen deel te nemen.";
   e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).
   ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-12-2013, p. 98627 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-04/05, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. N3.(vroeger Art. N1, hernummerd bij KB 2013-04-03/13, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2013)
  Bijlage 3. - Voorlopig rijbewijs categorie B (beperkte duur 36 maanden).
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-07-2006, p. 35345 ).

  Art. N4. (vroeger Art. N2, hernummerd bij KB 2013-04-03/13, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2013)
  Bijlage 4. - Voorlopig rijbewijs categorie B (beperkte duur 18 maanden).
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-07-2006, p. 35351 ).

  Art. N5. (vroeger N1 wordt N5, hernummerd bij KB 2013-12-04/05, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2013)[1 [3 Bijlage 5.]3 - VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET KAARTMODEL VAN HET VOORLOPIG RIJBEWIJS MODEL 36
   1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.
   De kaart is gemaakt van polycarbonaat.
   De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.
   2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :
   - de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
   - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
   - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
   - lasergravure;
   - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
   - inkt met kleuromslag;
   - aangepaste hologrammen;
   - variabele laserbeelden;
   - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
   - voelbare karakters, symbolen of patronen.
   3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :
   Bladzijde 1 bevat :
   a) de vermelding " voorlopig rijbewijs ", in hoofdletters;
   b) de tekst " Enkel geldig in België ";
   c) het onderscheidingsteken " B " van België;
   d) het onderscheidingsteken " M36 " van model 36;
   e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :
   1. de naam van de houder;
   2. de voornaam van de houder;
   3. geboortedatum en -plaats van de houder;
   4. a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
   b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
   c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;
   5. nummer van het voorlopig rijbewijs;
   6. de foto van de houder;
   7. de handtekening van de houder;
   8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;
   f) referentiekleur : [2 licht lila]2.
   Bladzijde 2 bevat :
   a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B.
   b) de tekst " De houder moet vergezeld zijn van een begeleider die in België woont, sedert minstens 8 jaar houder is van een rijbewijs van categorie B en niet vervallen is van het recht tot sturen gedurende de laatste drie jaar. Naast deze persoon mag hij van nog één andere persoon vergezeld zijn. ";
   c) de tekst " De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen. ";
   d) de tekst " Als de houder tweemaal na elkaar niet geslaagd is voor het praktisch examen moet hij zes uren praktische lessen volgen in een rijschool, alvorens aan een nieuw praktisch examen deel te nemen. " ;
   e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).
  
   (Model M36 voorlopig rijbewijs)
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2013, p. 24143 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-04-03/13, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
  (2)<KB 2013-11-15/04, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
  (3)<KB 2013-12-04/05, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>

  Art. N6. (vroeger N2 wordt N6, hernummerd bij KB 2013-12-04/05, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2013) [1 [3 Bijlage 6.]3 - VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE HET KAARTMODEL VAN HET VOORLOPIG RIJBEWIJS MODEL 18
   1. De fysieke kenmerken van de kaart van het voorlopig rijbewijs zijn in overeenstemming met ISO-norm 7810.
   De kaart is gemaakt van polycarbonaat.
   De methodes voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.
   2. Het voor voorlopige rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd :
   - de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;
   - beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;
   - optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;
   - lasergravure;
   - in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon);
   - inkt met kleuromslag;
   - aangepaste hologrammen;
   - variabele laserbeelden;
   - ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;
   - voelbare karakters, symbolen of patronen.
   3. Het voorlopig rijbewijs heeft twee zijden :
   Bladzijde 1 bevat :
   a) de vermelding " voorlopig rijbewijs ", in hoofdletters;
   b) de tekst " Enkel geldig in België ";
   c) het onderscheidingsteken " B " van België;
   d) het onderscheidingsteken " M18 " van model 18;
   e) de gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven voorlopig rijbewijs, met de volgende nummers :
   1. de naam van de houder;
   2. de voornaam van de houder;
   3. geboortedatum en -plaats van de houder;
   4. a. de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs;
   b. de datum waarop de geldigheidsduur van het voorlopig rijbewijs afloopt;
   c. de naam van de bevoegde instantie die het voorlopig rijbewijs afgeeft;
   5. nummer van het voorlopig rijbewijs;
   6. de foto van de houder;
   7. de handtekening van de houder;
   8. de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen;
   f) referentiekleur : [2 licht lila]2.
   Bladzijde 2 bevat :
   a) de datum van afgifte van het eerste voorlopig rijbewijs van categorie B.
   b) de tekst " De houder mag vergezeld zijn van één persoon die minstens 24 jaar is en houder is van een rijbewijs categorie B, dat hij bij zich heeft. ";
   c) de tekst " De houder mag niet sturen van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen. ";
   d) de tekst " Als de houder tweemaal na elkaar niet geslaagd is voor het praktisch examen moet hij zes uren praktische lessen volgen in een rijschool, alvorens aan een nieuw praktisch examen deel te nemen. " ;
   e) de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code, overeenkomstig bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
   f) een toelichting bij de genummerde rubrieken op de bladzijden 1 en 2 van het voorlopig rijbewijs (ten minste voor de rubrieken 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5 en 8).
  
   (Model M18 voorlopig rijbewijs)
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 19-04-2013, p. 24145 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-04-03/13, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
  (2)<KB 2013-11-15/04, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2013>
  (3)<KB 2013-12-04/05, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 03-02-2014>
  

  Art. N7_VLAAMS_GEWEST
  [1 Bijlage 7. - Leerstof voor vorming van begeleiders
  (Lijst niet opgenomen, zien B.St. van 26-06-2017, p. 69174]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BVR 2017-06-09/03, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
  
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet betreffende de politie van het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 1985, 5 augustus 2003 en 20 juli 2005, op artikel 21, tweede lid, vervangen bij de wet van 9 juli 1976, op artikel 23, gewijzigd bij de wetten van 9 juli 1976, 29 februari 1984 en 18 juli 1990, op artikel 26, gewijzigd bij de wet van 9 juli 1976 en op artikel 27, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990;
   Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, inzonderheid op artikel 8, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1987, 18 september 1991, 23 maart 1998, 24 juni 2000, 14 mei 2002,5 september 2002 en 4 april 2003;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 mei 1999, 20 juli 2000, 14 december 2001, 5 september 2002, 29 september 2003, 22 maart 2004, 15 juli 2004, 17 maart 2005, 20 juli 2005, 30 september 2005, 8 maart 2006 en 24 april 2006;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 maart 2005 en 14 februari 2006;
   Overwegende de richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, gewijzigd door de richtlijnen van de Raad 96/47/EG van 23 juli 1996 en 97/26/EG van 2 juni 1997 en door de richtlijn van de Commissie 2000/56 van 14 september 2000;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 en 22 december 2005;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 23 december 2005;
   Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;
   Gelet op het advies nr. 40.631/4 van de Raad van State, gegeven op 4 juli 2006, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 24-05-2018 GEPUBL. OP 22-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 7/1-7/3; 8; 10)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 29-03-2018 GEPUBL. OP 05-04-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 9; 5/1; 8)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-11-2017 GEPUBL. OP 01-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • BEELD
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 20-07-2017 GEPUBL. OP 03-10-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 8; 10)
  • BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 09-06-2017 GEPUBL. OP 29-06-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 9/1-9/11; N7)
  • BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 20-01-2017 GEPUBL. OP 22-02-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-12-2013 GEPUBL. OP 13-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5/1; 7; 8; 9; 11; 45; N1; N5; N2; N6)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-11-2013 GEPUBL. OP 27-11-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : N1; N2)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-04-2013 GEPUBL. OP 19-04-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 45; N1; N3; N2; N4)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, hervormt de rijopleiding voor motorvoertuigen van categorie B.
       Jonge bestuurders zijn oververtegenwoordigd in de ongevallenstatistieken. Zij zijn het vaakst betrokken bij ongevallen. Een verbeterde rijopleiding moet bijdragen tot een oplossing voor dit fenomeen.
       Onder het huidige opleidingssysteem wordt teveel de nadruk gelegd op risicobeheersing en te weinig op risicovermijding. De aandacht mag niet alleen gaan naar het aanleren van de technische basisvaardigheden (voertuigbeheersing), maar ook naar het verwerken van informatie op de weg, de juiste inschatting van risico's, een goede verkeersattitude in het algemeen en de vaardigheid tot zelfcontrole in het bijzonder. Deze laatste vaardigheden worden niet aangeleerd op korte tijd. Daarom heeft de regering een hervorming uitgewerkt op basis van een meerfasensysteem, waarbij de jonge bestuurder stap voor stap meer ervaring opdoet en stap voor stap rechten op participatie aan het verkeer opbouwt.
       De scholing via de leervergunning, het voorlopig rijbewijs model 1 en model 2 worden afgeschaft. De scholing via het voorlopig rijbewijs model 3 wordt afgeschaft voor wat betreft de rijopleiding voor voertuigen van categorie B.
       De rijopleiding voor motorvoertuigen van categorie B wordt vervangen door de hiernavolgende opleiding.
       De kandidaat legt het theoretisch rijexamen af. Dit kan vanaf 17 jaar.
       Na het slagen voor het theoretisch rijexamen krijgt de kandidaat het voorlopig rijbewijs dat drie jaar geldig is.
       Na het verstrijken van deze geldigheidsduur kan de kandidaat zijn voorlopig rijbewijs pas vernieuwen na het opnieuw slagen voor het theoretisch rijexamen.
       Door het voorlopig rijbewijs op deze manier te beperken in duur wordt de kandidaat gestimuleerd om binnen een redelijke termijn zijn praktisch rijexamen af te leggen en te slagen.
       Tijdens de stageperiode moet de kandidaat in het voertuig steeds begeleid zijn van een persoon die minstens 8 jaar houder is van het rijbewijs B. Daarnaast mag nog één persoon vervoerd worden.
       Deze begeleider mag niet tegen betaling begeleiden, behalve wanneer hij een gebrevetteerde rij-instructeur is.
       De kandidaat kan kiezen om een opleiding te volgen via de rijschool. Elke rijschool biedt binnen dit opleidingsaanbod minstens één opleidingspakket aan dat uit hoogstens 6-uur rijopleiding bestaat.
       Heeft de kandidaat 20 uur rijopleiding gevolgd en is hij minstens 18 jaar, dan kan hij een voorlopig rijbewijs krijgen dat voor 18 maanden geldig is en dat hem toelaat zonder begeleider te rijden. In dat geval mag hij nog één persoon vervoeren die minstens 24 jaar is en houder is van een rijbewijs B. Het voorlopig rijbewijs zonder begeleider is niet hernieuwbaar.
       De kandidaat mag niet rijden van 22u. tot 6u. 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.
       Na een stageperiode van minimum 3 maanden kan de kandidaat het praktisch examen afleggen.
       Telkens wanneer de kandidaat twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet hij zes uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.
       Na het slagen voor het praktisch examen volgt een proefjaar binnen dewelke de kandidaat geen zware overtredingen mag maken.
       Wie in zijn proefjaar een zware fout begaat moet zijn rijbewijs terug inleveren en zijn theoretisch en/of praktisch rijexamen opnieuw afleggen.
       De rijopleiding wordt in beginsel geregeld bij koninklijk besluit. Het concept van het proefjaar vereist evenwel een onafhankelijke instantie die uitsluitsel geeft omtrent de vaststelling van de overtreding en de identiteit van de overtreder. Het is de rechter die hiervoor best in aanmerking komt. De regering zal hieromtrent een wetsontwerp indienen in de Kamer.
       De Minister van Mobiliteit,
       R. LANDUYT

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 8 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie