J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2005/10/06/2005015145/justel

Titel
6 OKTOBER 2005. - Wet houdende instemming met en uitvoering van het Protocol van 2003 bij het Internationaal Verdrag van 1992 ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Londen op 16 mei 2003
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-12-2005 en tekstbijwerking tot 17-06-2014)

Bron : BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Publicatie : 21-12-2005 nummer :   2005015145 bladzijde : 54515       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2005-10-06/35
Inwerkingtreding : 31-12-2005

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-11
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  Art. 2.Het Protocol van 2003 bij het Internationaal Verdrag van 1992 ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Londen op 16 mei 2003, [1 met inbegrip van de wijzigingen die op basis van de artikelen 24 en 25 van het bovenvermelde Protocol van 2003 tot stand komen zonder dat België zich verzet tegen de goedkeuring ervan en die op basis van het bovenvermelde artikel 24 ten aanzien van België in werking treden,]1 zal volkomen gevolg hebben.
  ----------
  (1)<W 2014-05-27/09, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 3. Het opschrift van de wet van 6 augustus 1993 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 wordt vervangen als volgt :
  " Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. "

  Art. 4. De artikelen 2 tot 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden vervangen als volgt :
  " Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1°) Verdrag van 1992 : het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, gewijzigd bij het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag van 1971 ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Londen óp 27 november 1992;
  2°) Protocol van 2003 : het Protocol bij het Verdrag van 1992, opgemaakt te Londen op 16 mei 2003;
  3°) Verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid : het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en de Bijlage erbij, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, gewijzigd bij het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag van 1969 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Londen op 27 november 1992;
  4°) Fonds van 1992 : het internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgericht bij artikel 2 van het Verdrag van 1992;
  5°) Bijkomend Fonds : het bijkomend internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgericht bij artikel 2 van het Protocol van 2003;
  6°) persoon, eigenaar en schade door verontreiniging : de termen gedefinieerd in artikel 1 van het Verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid;
  7°) bij dragende olie, ton en garant : de termen gedefinieerd in artikel 1 van het Verdrag van 1992;
  8°) minister : de federale minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort.
  Art. 3. Het Fonds van 1992 en het Bijkomend Fonds worden als rechtspersoon erkend.
  De beheerder van het Fonds van 1992 is de wettige vertegenwoordiger ervan in België. De beheerder van het Bijkomend Fonds is de wettige vertegenwoordiger ervan in België.
  Art. 4. De rechtbank van eerste aanleg van Brussel is als enige bevoegd om kennis te nemen van :
  1° vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging tegen het Fonds van 1992 krachtens artikel 4 van het Verdrag van 1992 en tegen het Bijkomend Fonds krachtens artikel 4 van het Protocol van 2003;
  2° vorderingen van het Fonds van 1992 en van het Bijkomend Fonds met het oog op de betaling van de bijdragen die moeten gestort worden door de personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van deze wet.
  Een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging tegen het Fonds van 1992 wordt beschouwd als een eis geformuleerd door dezelfde eiser tegen het Bijkomend Fonds.
  Art. 5. Het Fonds van 1992 en het Bijkomend Fonds kunnen optreden als tussenkomende partij bij elke vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging ingesteld in uitvoering van artikel IX van het Verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid, tegen een eigenaar of zijn garant, voor de rechtbank van eerste aanleg van Brussel.
  Wanneer een vordering tot vergoeding voor de rechtbank van eerste aanleg wordt ingesteld tegen een eigenaar of zijn garant overeenkomstig artikel IX van het verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid, kan elke procespartij deze vordering, bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, ter kennis brengen van het Fonds van 1992 en van het Bijkomend Fonds.
  Art. 6. Bij betaling van elke som die zij storten overeenkomstig de artikelen 4 van het Verdrag van 1992 en van het Protocol van 2003, worden het Fonds van 1992 en het Bijkomend Fonds, ieder wat hem betreft, in de rechten gesteld waarop de vergoede persoon bij schade door verontreiniging aanspraak kan maken tegen de eigenaar of zijn garant alsook ten aanzien van derde personen.
  Het Bijkomend Fonds verwerft bij indeplaatsstelling de rechten die de vergoede persoon kan genieten tegenover het Fonds van 1992.
  Onverminderd andere eventuele rechten van indeplaatsstelling of verhaal tegen het Fonds van 1992 of het Bijkomend Fonds, treedt elke openbare dienst behorend tot de federale Regering of de Regeringen van de Gewesten of Gemeenschappen die vergoedingen voor schade door verontreiniging gestort heeft, in de rechten die de vergoede persoon zou gehad hebben krachtens het Verdrag van 1992 en het Protocol van 2003. "

  Art. 5. In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden "van artikel 10 van het Verdrag" vervangen door de woorden "van de artikelen 10 van het Verdrag van 1992 en van het Protocol van 2003";
  2° in het tweede lid, in de Franse versie worden de woorden "de l'article 10 de la Convention" vervangen door de woorden "de l'article 10 de la Convention de 1992" en in de Nederlandse versie worden de woorden "van artikel 10" vervangen door de woorden "van artikel 10 van het Verdrag van 1992".

  Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 7bis. Wanneer de totale hoeveelheid bijdragende olie ontvangen in havens of laad- en losinstallaties gelegen op het Belgisch grondgebied minder dan 1.000.000 ton bedraagt, rusten op de Belgische Staat de verplichtingen die krachtens het Protocol van 2003 zouden rusten op elke persoon die aan het Bijkomend Fonds een bijdrage moet betalen in zover de totale ontvangen hoeveelheid olie niet aan een of andere persoon kan worden toegeschreven. "

  Art. 7. Artikel 9 van dezelfde wet wordt als volgt gewijzigd :
  1° in § 1 worden de woorden "artikel 15 van het Verdrag" vervangen door de woorden "artikel 15 van het Verdrag van 1992 en artikel 13 van het Protocol van 2003";
  2° in §§ 1, 2 en 3 worden de woorden "à l'administration du Fonds", in de Franse tekst, of "aan de beheerder van het Fonds" vervangen door de woorden "aan de beheerder van het Fonds van 1992 en aan de beheerder van het Bijkomend Fonds".

  Art. 8. Artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet wordt als volgt gewijzigd :
  1° in de Franse versie worden de woorden "du ministre et" ingevoegd tussen de woorden "sur proposition" en "du ministre des Finances";
  2° de woorden "de beheerder van het Fonds" worden vervangen door "de beheerder van het Fonds van 1992 en de beheerder van het Bijkomend Fonds".

  Art. 9. In artikel 11, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "van artikel 10 van het Verdrag" vervangen door de woorden "van de artikelen 10 van het Verdrag van 1992 en van het Protocol van 2003".

  Art. 10. Artikel 569, eerste lid, 28°, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 1998, wordt vervangen als volgt :
  " 28° vorderingen gebaseerd op het Internationaal Verdrag ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, op de Protocollen bij dat Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003 en op de wetten houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en deze Protocollen. "

  Art. 11. De artikelen 3 tot 10 van deze wet treden in werking op een door de Koning te bepalen datum.
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 3 tot 10 vastgesteld op 14-06-2006 door KB 2006-05-22/33, art. 1)

  BIJLAGE.

  Art. N. Protocol van 2003 bij het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie van 1992 (VERTALING)
  (Voor het Protocol, zie 2003-05-16/64).

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 6 oktober 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
K. DE GUCHT
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Energie,
M. VERWILGHEN
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 27-05-2014 GEPUBL. OP 17-06-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 2)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 2004-2005. Senaat. Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 23 mei 2005, nr. 3-1198/1. - Verslag, nr. 3-1198/2. Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 23 juni 2005. Stemming, vergadering van 23 juni 2005. Kamer van volksvertegenwoordigers Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-1893/1. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 51-1893/2. Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 7 juli 2005. Stemming, vergadering van 7 juli 2005.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie