J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1999/05/04/1999003343/justel

Titel
4 MEI 1999. - Wet houdende bepalingen inzake accijnzen.

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 29-05-1999 nummer :   1999003343 bladzijde : 19326   BEELD
Dossiernummer : 1999-05-04/31
Inwerkingtreding : 08-06-1999

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
A. Bepalingen ter bekrachtiging van accijnzen en van wettelijke bepalingen inzake accijnzen en die de voorlopige heffingen van accijnzen definitief maken.
Art. 2-6
B. Opheffingsbepalingen.
Art. 7
C. Wijzigingen aangebracht aan de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop.
Art. 8-11
D. Wijzigingen aangebracht aan de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie.
Art. 12

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  A. Bepalingen ter bekrachtiging van accijnzen en van wettelijke bepalingen inzake accijnzen en die de voorlopige heffingen van accijnzen definitief maken.

  Art. 2. Artikel 3 van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 oktober 1997 en van 19 juni 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 3. § 1. Van de hier te lande in verbruik gestelde tabaksfabrikaten worden een ad valorem accijns en een ad valorem bijzondere accijns geheven die als volgt zijn vastgesteld :
  1° Sigaren en cigarillo's :
  a) accijns : 10,00 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiėn;
  b) bijzondere accijns : 0,00 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiėn;
  2° sigaretten :
  a) accijns : 47,36 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiėn;
  b) bijzondere accijns : 0,00 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiėn;
  3° Rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere rooktabak :
  a) accijns : 31,50 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiėn;
  b) bijzondere accijns : 6,05 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiėn.
  § 2. Hier te lande in verbruik gestelde sigaretten worden naast de in § 1, 2°, ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns, onderworpen aan een specifieke accijns en een specifieke bijzondere accijns, die als volgt zijn samengesteld :
  a) accijns : 214 frank per 1.000 stuks;
  b) bijzondere accijns : 307 frank per 1.000 stuks.
  § 3. Voor de sigaretten mag het totaal van de accijns en van de bijzondere accijns, geheven overeenkomstig § 1, 2°, en § 2, en van de BTW, in geen geval minder bedragen dan negen tienden van het gezamenlijk bedrag van dezelfde belasting die van toepassing is op sigaretten die behoren tot de meest gevraagde prijsklasse.
  § 4. Voor de rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere rooktabak mag het totaal van de accijns en de bijzondere accijns geheven overeenkomstig § 1, 3°, en van de BTW in geen geval minder bedragen dan vijfentachtig percent van het gezamenlijk bedrag van dezelfde belastingen die van toepassing zijn op rooktabak behorende tot de meest gevraagde prijsklasse.
  § 5. In afwijking op § 1 en § 4 wordt de rooktabak, die door de planters wordt bestemd voor eigen verbruik en die beperkt is tot een maximum van 150 planten per jaar, onderworpen aan een accijns van 20 percent van de kleinhandelsprijs voor rooktabak behorende tot de meest gevraagde prijsklasse.
  § 6. Voor de toepassing van deze wet bepaalt de Minister van Financiėn wat onder kleinhandelsprijs moet worden verstaan. Met verwijzing naar de elementen van de kleinhandelsprijs van elk van de bij deze wet gedefinieerde producten behorende tot de meest gevraagde prijsklasse, kan hij eveneens de berekeningswijze bepalen voor de fictieve kleinhandelsprijs van de overeenkomstige tabaksfabrikaten die in het land in verbruik werden gesteld en die er niet het voorwerp uitmaken van een handel.
  In geval van wijziging van de fiscaliteit of van de kleinhandelsprijs bepaalt hij eveneens de duur van de overgangsperiode tijdens dewelke de tabaksproducten, tegen de oude prijs of belast tegen het voorgaande tarief, nog verder mogen worden verkocht.
  § 7. Geen enkele vrijstelling of vermindering van accijns en bijzondere accijns vastgesteld door dit artikel wordt verleend, noch voor de producten dienende als monster, noch voor producten die gratis worden geleverd.
  § 8. Indien ruwe tabak, hier te lande geoogst, uit derde landen ingevoerd of uit een andere lidstaat binnengebracht, vóór de verwerking tot fabrikaten, ingevolge ongeacht welke oorzaak aan de ambtelijke controle werd onttrokken, is de accijns solidair verschuldigd door de eigenaar en de bezitter of de vervoerder. De accijns wordt geheven tegen het in § 1 vastgestelde tarief voor rooktabak, op grond van de kleinhandelsprijs die door de Minister van Financiėn forfaitair werd bepaald overeenkomstig artikel 16. ".

  Art. 3. Artikel 15 van de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie, gewijzigd door het koninklijk besluit van 22 december 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 15. § 1. Voor verontreinigde of bij toeval vermengde minerale olie die opnieuw in een belastingentrepot wordt ingeslagen voor bewerking, wordt onder de voorwaarden vastgesteld door de Minister van Financiėn, terugbetaling verleend van de reeds betaalde accijns en bijzondere accijns.
  § 2. Terugbetaling van de accijns en de bijzondere accijns wordt toegestaan voor de benzinedampen waarvoor is aangetoond dat ze afkomstig zijn van benzines die in verbruik werden gesteld bij de uitslag uit een belastingentrepot en die werden verzonden naar benzinestations die zijn uitgerust met een dampterugwinningseenheid op voorwaarde dat zij opnieuw in een belastingentrepot worden binnengebracht.
  Deze terugbetaling wordt verleend aan de persoon die de benzine waarvan de dampen afkomstig zijn in verbruik heeft gesteld, tegen het tarief dat betrekking heeft op ongelode benzine, vastgesteld door artikel 7, § 1, van deze wet en dat van toepassing is de dag van de inverbruikstelling bedoeld in § 2, eerste lid. ".

  Art. 4. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt letter g) vervangen door de volgende bepaling :
  " g) als brandstof voor verwarming, voorzover het afgewerkte olie betreft die wordt hergebruikt, hetzij direct na terugwinning, hetzij na recycling, en waarvan op het hergebruik rechten worden geheven. ";
  2° in paragraaf 3, moeten de woorden " letters c) tot g) " worden vervangen door de woorden " letters c) tot f) ";
  3° een paragraaf 7, opgesteld als volgt, wordt in fine toegevoegd :
  " De geldigheidsduur van de vrijstelling met betrekking tot de particuliere plezierluchtvaart, bedoeld in § 1, letter b), de particuliere pleziervaart, bedoeld in § 1, letter c), de afgewerkte olie die wordt hergebruikt, bedoeld in § 2, letter g) en de gasolie gebruikt als motorbrandstof voor de behoeften van de gewestelijke maatschappijen van gemeenschappelijk vervoer, bedoeld in § 5, is beperkt tot 31 december 1999.
  Deze zal automatisch worden verlengd, telkens voor twee jaar, tenzij de Raad van de Europese Unie, op voorstel van de Commissie, voor die datum met eenparigheid van stemmen, beslist dat een of meerdere van deze vrijstellingen worden afgeschaft of gewijzigd. ".

  Art. 5. Artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd door het koninklijk besluit van 22 december 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 18. De Minister van Financiėn stelt de voorwaarden vast waaraan kerosine en gasolie moeten beantwoorden wanneer ze niet worden gebruikt als motorbrandstof in de zin van artikel 7. Hij kan daartoe bepalen dat herkenningsmiddelen of denatureringsmiddelen aan die minerale oliėn moeten worden toegevoegd. Hij bepaalt eveneens de toe te passen modaliteiten en de formaliteiten die moeten worden vervuld om de vrijstellingen of de gedeeltelijke vrijstelling van de bij artikel 16 bedoelde bijzondere accijns te verkrijgen. Tenslotte stelt hij de te volgen procedure vast om een dubbele belasting te vermijden op de benzines die worden verkregen bij de terugwinning van benzinedampen in een dampterugwinningseenheid, onder de voorwaarden voorzien in artikel 15, § 2 van deze wet. ".

  Art. 6. § 1. De accijns en de bijzondere accijns die voorlopig zijn vastgesteld bij de koninklijke besluiten van 21 oktober 1997 en 19 juni 1998 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak worden definitief voor de periode waarin die besluiten van kracht zijn geweest.
  § 2. Wordt eveneens definitief voor de periode dat het van kracht is geweest, de aanvullende bijzondere accijns zoals die voorlopig werd vastgesteld bij het koninklijk besluit van 21 oktober 1997 bedoeld in § 1.

  B. Opheffingsbepalingen.

  Art. 7. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 21 oktober 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak;
  2° het koninklijk besluit van 8 juni 1998 tot wijziging van de wettelijke bepalingen betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie;
  3° het koninklijk besluit van 19 juni 1998 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak;
  4° het koninklijk besluit van 22 december 1998 tot wijziging van de wettelijke bepalingen betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie.

  C. Wijzigingen aangebracht aan de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop.

  Art. 8. Artikel 13, laatste lid, van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De Koning kan, in de omstandigheden en onder de door hem te bepalen voorwaarden, het bedrag van de zekerheden bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, verhogen of beperken. ".

  Art. 9. Artikel 20, § 3, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. De in § 1 bedoelde vergunningen worden geweigerd aan personen die de krachtens de douanewetgeving, fiscale wetgeving of sociale wetgeving verschuldigde bedragen niet betalen of die een ernstige of herhaalde inbreuk plegen op die wetgevingen of die zijn veroordeeld wegens valsheid en gebruik van valsheid in geschriften, namaking of vervalsing van zegels en stempels, omkoping van ambtenaren of knevelarij, diefstal, heling, oplichting, misbruik van vertrouwen of eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk. ".

  Art. 10. In artikel 22, § 5, van dezelfde wet wordt de tweede zin ingetrokken.

  Art. 11. In artikel 39 van dezelfde wet, wordt lid 2 vervangen door de volgende bepaling :
  " Bovendien worden de overtreders bestraft met een gevangenisstraf van vier maanden tot een jaar wanneer accijnsproducten die worden geleverd of zijn bestemd om te worden geleverd in het land, in het verbruik zijn gesteld zonder aangifte of wanneer het vervoer ervan geschiedt onder dekking van valse of vervalste documenten of wanneer de overtreding gebeurt door benden van ten minste drie personen.
  In geval van herhaling wordt de geldboete en de gevangenisstraf verdubbeld. ".

  D. Wijzigingen aangebracht aan de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie.

  Art. 12. Artikel 25 van de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Bovendien wordt het voertuig waarvan de motor op de openbare weg wordt aangedreven met minerale olie die niet beantwoordt aan de overeenkomstig artikel 20 door de Minister van Financiėn bepaalde voorwaarden, wanneer het is uitgerust met een ander reservoir dan die bepaald in artikel 17, § 2, a), in beslag genomen en verbeurdverklaard. ".
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 4 mei 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiėn,
  J.-J. VISEUR
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers. 2128 - 98/99 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nr. 2 : Verslag. Nr. 3 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Handelingen van de Kamer. - 27 en 28 april 1999. Senaat. 1-1417 - 1998/1999 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Nr. 2 : Verslag. Nr. 3 : Tekst aangenomen door de commissie. Handelingen van de Senaat. - 30 april 1999.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie