J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1997/03/06/1997022210/justel

Titel
6 MAART 1997. - Koninklijk besluit betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van bandagist, van orthesist, van prothesist en houdende vaststelling van de lijst van technische prestaties en de lijst van handelingen waarmee een bandagist, orthesist, prothesist door een arts kan worden belast.

Bron :
SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 16-05-1997 nummer :   1997022210 bladzijde : 12115
Dossiernummer : 1997-03-06/42
Inwerkingtreding : 26-05-1997

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-13
BIJLAGEN.
Art. N1-N6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° een bandage : een uitwendig hulpmiddel ter ondersteuning van het fysisch welzijn van de patiėnt;
  2° een orthese : een uitwendig hulpmiddel ter stabilisering, verbetering of bescherming van een misvormd of deficiėnt lichaamsdeel, huid of orgaan;
  3° een prothese : een uitwendig hulpmiddel ter vervanging of ter vervollediging van een ontbrekend of deficiėnt lichaamsdeel;
  4° een erkend bandagist : een beroepsbeoefenaar die voldoet aan de kwalificatievoorwaarden van het beroep van bandagist bepaald in dit besluit en die zijn titels heeft doen viseren in toepassing van artikel 24 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies;
  5° een erkend orthesist : een beroepsbeoefenaar die voldoet aan de kwalificatievoorwaarden van het beroep van orthesist bepaald in dit besluit en die zijn titels heeft doen viseren in toepassing van artikel 24 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 78;
  6° een erkend prothesist : een beroepsbeoefenaar die voldoet aan de kwalificatievoorwaarden van het beroep van orthesist bepaald in dit besluit en die zijn titels heeft doen viseren in toepassing van artikel 24 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 78.

  Art. 2. De beroepen "bandage", "orthese", "prothese" zijn paramedische beroepen in de zin van artikel 22bis van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 78.

  Art. 3. De in artikel 2 bedoelde beroepen worden respectievelijk uitgeoefend onder de beroepstitel "bandagist", "orthesist", "prothesist".

  Art. 4. Het beroep van bandagist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste drie jaar in een afdeling bandagen, aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen, beiden gevolgd in een in richting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs.
  Het leerprogramma van de afdeling bandagen omvat op zijn minst :
  a) een theoretische opleiding in :
  - anatomie;
  - pathologie;
  - fysiologie;
  - hygiėne;
  - revalidatie;
  - mechanica;
  - biomechanica;
  - deontologie;
  - psychologie;
  - informatica;
  - bedrijfsbeheer;
  b) een theoretische en praktische opleiding, georiėnteerd naar de medische toepassing in :
  - elektriciteit;
  - elektronica;
  - materialenleer;
  - meettechnieken;
  - grafisch tekenen;
  - bandagisterie;
  - werkplaatstechnologie;
  2° met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend bandagisan minstens twee jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van bandagen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden.
  De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid.
  3° hun beroepskennis en vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
  (NOTA : bij arrest nr 118.516 van 24-04-2003 (B.S. 17.01.2005, p. 1345), heeft de Raad van State gedeeltelijk vernietigd de volgende woorden in de art. 4,1° : " houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste drie jaar in een afdeling bandagen, aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs ")

  Art. 5. Het beroep van orthesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste drie jaar in een afdeling orthesen, aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs.
  Het leerprogramma van de afdeling orthesen omvat op zijn minst :
  a) een theoretische opleiding in :
  - anatomie;
  - pathologie;
  - fysiologie;
  - hygiėne;
  - revalidatie;
  - mechanica;
  - biomechanica;
  - deontologie;
  - psychologie;
  - informatica;
  - bedrijfsbeheer;
  b) een theoretische en praktische opleiding, georiėnteerd naar de medische toepassing in :
  - elektriciteit;
  - elektronica;
  - materialenleer;
  - meettechnieken;
  - grafisch tekenen;
  - orthesiologie;
  - werkplaatstechnologie;
  2° met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend orthesist van minstens twee jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van orthesen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden.
  De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid.
  3° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
  (NOTA : bij arrest nr 118.516 van 24-04-2003 (B.S. 17.01.2005, p. 1345), heeft de Raad van State de volgende woorden gedeeltelijk vernietigd in de art. 5,1° : " houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste drie jaar in een afdeling orthesen, aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs ")

  Art. 6. Het beroep van prothesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste drie jaar in een afdeling prothesen, aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs.
  Het leerprogramma van de afdeling prothesen omvat op zijn minst :
  a) een theoretische opleiding omvat in :
  - anatomie;
  - pathologie;
  - fysiologie;
  - hygiėne;
  - revalidatie;
  - mechanica;
  - biomechanica;
  - deontologie;
  - psychologie;
  - informatica;
  - bedrijfsbeheer;
  - chemie;
  b) een theoretische en praktische opleiding, georiėnteerd naar de medische toepassing in :
  - elektriciteit;
  - elektronica;
  - materialenleer;
  - meettechnieken;
  - grafisch tekenen;
  - prothesiologie;
  - werkplaatstechnologie;
  2° met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend prothesist van minstens twee jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van prothesen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden.
  De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid.
  3° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
  (NOTA : bij arrest nr 118.516 van 24-04-2003 (B.S. 17.01.2005, p. 1345), heeft de Raad van State de volgende woorden gedeeltelijk vernietigd in de art. 6,1° : " houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste drie jaar in een afdeling prothesen, aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen beuden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs ")

  Art. 7. De combinatie van de beroepen bandagist-orthesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot het beroep van bandagist of orthesist, aangevuld met de laatste twee jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan datgene waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de twee daarbijhorende jaren stage.
  2° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
  (NOTA : bij arrest nr 118.516 van 24-04-2003 (B.S. 17.01.2005, p. 1345), heeft de Raad van State de volgende woorden gedeeltelijk vernietigd in de art. 7 : " 1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot het beroep van bandagist of orthesist, aangeuld met de laatste twee jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan datgene waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de twee daarbij horende jaren stage ")

  Art. 8. De combinatie van de beroepen orthesist-prothesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot het beroep van orthesist of prothesist, aangevuld met de laatste twee jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan datgene waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de twee daarbijhorende jaren stage.
  2° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
  (NOTA : bij arrest nr 118.516 van 24-04-2003 (B.S. 17.01.2005, p. 1345), heeft de Raad van State de volgende woorden gedeeltelijk vernietigd in de art. 8 : " 1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot het beroep van orthesist of prothesist, aangevuld met de laatste twee jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan datgene waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de twee daarbij horende jaren stage ")

  Art. 9. De combinatie van de beroepen van bandagist-orthesistprothesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° ofwel houder zijn van de diploma's die toegang geven tot de combinatie van de beroepen bandagist-orthesist of van de beroepen orthesist-prothesist, aangevuld met de laatste twee jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan die waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de twee daarbijhorende jaren stage.
  De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid.
  ofwel houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste vier jaar in een afdeling bandagen-orthesenprothesen aangevuld met twee jaar bedrijfsbeleidsgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs, en met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend bandagist-orthesistprothesist van minstens twee jaar.
  De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid.
  ofwel houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van een voltijds hoger onderwijs, afdeling bandagen, orthesen, prothesen, waarvan het leer-programma op zijn minst omvat :
  a) een theoretische opleiding in :
  - anatomie;
  - pathologie;
  - fysiologie;
  - hygiėne;
  - revalidatie;
  - mechanica;
  - biomechanica;
  - deontologie;
  - psychologie;
  - informatica;
  - bedrijfsbeheer;
  - chemie;
  b) een theoretische en praktische opleiding, georiėnteerd naar de medische toepassing in :
  - elektriciteit;
  - elektronica;
  - materialenleer;
  - meettechnieken;
  - grafisch tekenen;
  - bandagisterie-orthesiologprothesiologie;
  - werkplaatstechnologie;
  2° met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend bandagistorthesist-prothesist van minstens 2 jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van bandagen-orthesen-prothesen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden.
  De duur van de stage moet gestaafd worden door een stagecontract.
  3° hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.
  (NOTA : bij arrest nr 118.516 van 24-04-2003 (B.S. 17.01.2005, p. 1345), heeft de Raad van State de volgende woorden gedeeltelijk vernietigd in de art. 9,1° : " ofwel houder zijn van de diploma's die toegang geven tot de combinatie van de beroepen bandagist-orthesist of van de beroepen orthesist-protesist, aangevuld met de laatste twee jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan die waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de twee daarbij horende stage. De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid ")

  Art. 10. § 1. De lijst van de technische prestaties, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 is, voor wat de bandagisten, orthesisten en prothesisten betreft, opgenomen in respectievelijk bijlage Ia), Ib) en Ic) bij dit besluit.
  § 2. De technische prestaties bedoeld in § 1 vereisen een omstandig geneeskundig voorschrift.

  Art. 11. De lijst van handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 een bandagist, een orthesist en een prothesist kan belasten, is opgenomen in respectievelijk bijlage IIa), IIb) en IIc) bij dit besluit.

  Art. 12. Ten titel van overgangsbepaling en zolang Wij de in artikel 24, tweede lid, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 78 bedoelde modaliteiten niet hebben bepaald voor de in dit besluit genoemde beroepen, wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder een erkend bandagist, een erkend orthesist en een erkend prothesist, een door de dienst geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering erkend bandagist, orthesist en prothesist.

  Art. 13. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 6 maart 1997.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
  M. COLLA

  BIJLAGEN.

  Art. N1. - Bijlage I a). - Lijst van de technische prestaties die door de bandagisten mogen worden verricht met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
  De functie van bandagist omvat : de maatname, het bespreken, ontwerpen, vervaardigen, aanpassen, afleveren, en controleren van bandagen, drukverbanden borstprothesen en hulpmiddelen voor thuisverzorging en verplaatsing, zowel voorlopige als definitieve, zowel pasklare als naar maat, zowel esthetische als functionele.

  Art. N2. - Bijlage I b) - Lijst van de technische prestaties die door de orthesisten mogen worden verricht met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
  De functie van orthesist omvat : de maatname, het bespreken, ontwerpen, vervaardigen, aanpassen, afleveren, en controleren van orthesen, zowel statische als dynamische, zowel voorlopige als definitieve, zowel pasklare als naar maat, zowel esthetische als functionele, zowel werkend door eigen lichaamskracht als uitwendige krachtbron, evenals de antikeloļde en bestralingstherapie hulpmiddelen.

  Art. N3. - Bijlage I c). - Lijst van de technische prestaties die door de prothesisten mogen worden verricht met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967.
  De functie van prothesist omvat : de maatname, het bespreken, ontwerpen, vervaardigen, aanpassen, afleveren, en controleren van prothesen, uitgezonderd tand- en borstprothesen, zowel voorlopige als definitieve, zowel pasklare als naar maat, zowel esthetische als functionele, aangedreven door om het even welke krachtbron.

  Art. N4. - Bijlage II a). - Handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 een bandagist kan belasten :
  - het afnemen en/of terug aanleggen van een gips, gipsvervangend materiaal of verbanden, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van bandagen;
  - peroperatoir aanleggen van bandagen;
  - het aanbrengen van toebehoren aan gipsen of gipsvervangend materiaal;
  - het aan- of afkoppelen van tractiesystemen, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van bandagen.

  Art. N5. - Bijlage II b). - Handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 een orthesist kan belasten :
  - het afnemen en/of terug aanleggen van een gips, gipsvervangend materiaal of verbanden, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van orthesen;
  - peroperatoir aanleggen van orthesen;
  - het aanbrengen van toebehoren aan gipsen of gipsvervangend materiaal;
  - het aan- of afkoppelen van tractiesystemen, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van orthesen;
  - het klinisch evalueren van de spieractiviteit tot het aanleggen van een orthese.

  Art. N6. _ - Bijlage II c). - Handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 een prothesist kan belasten :
  - het afnemen en/of terug aanleggen van een gips, gipsvervangend materiaal of verbanden, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van prothesen;
  - peroperatoir aanleggen van prothesen;
  - het aanbrengen van toebehoren aan gipsen of gipsvervangend materiaal;
  - het aan- of afkoppelen van tractiesystemen, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van prothesen;
  - het klinisch evalueren van spieractiviteit tot aanleggen van een prothese.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, inzonderheid op artikel 5, § 1, eerste en derde lid, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1974 en 19 december 1990, artikel 22bis, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990, en artikel 23, gewijzigd bij de wet van 19 december 1990;
   Gelet op het advies van de Nationale Raad van de Paramedische Beroepen van 7 november 1991;
   Gelet op het eensluidend advies van de Technische Commissie voor de Paramedische Beroepen van 4 mei 1995;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie