J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2020/06/26/2020015123/justel

Titel
26 JUNI 2020. - Programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 17-07-2020 nummer :   2020015123 bladzijde : 54226       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-26/29
Inwerkingtreding : 27-07-2020

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1998035917        2004035613        2005036659        2012036282        2013206603        2017012207        2017012299        2019015896        2018A15130        1997035456        2009035790        2014A35166        2018011963        2016A36660        2011A35474        2007036482        2014201210        1986016195        2013036154       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Afdeling 1. - Wijziging van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd
Art. 2
Afdeling 2. - Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur
Art. 3
Afdeling 3. - Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector
Art. 4-10
HOOFDSTUK 3. - Internationaal Vlaanderen
Art. 11-12
HOOFDSTUK 4. - Omgeving
Afdeling 1. - Financiële ondersteuning erkende dierenasielen
Art. 13
Afdeling 2. - Generieke maatregel subsidie Vlabinvest apb
Art. 14
Afdeling 3. - Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
Art. 15-17
HOOFDSTUK 5. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Afdeling 1. - Wijziging van artikel 7/2 van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfra- structuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant
Art. 18
Afdeling 2. - Overeenkomst tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid
Art. 19
HOOFDSTUK 6. - Onderwijs en Vorming
Afdeling 1. - Verlenging lerarenplatform basisonderwijs
Art. 20-23
Afdeling 2. - Stopzetting omzetting niet-ingevulde vervangingen basisonderwijs
Art. 24
Afdeling 3. - Zorgtijdgarantie brede types basisonderwijs
Art. 25
Afdeling 4. - Stopzetting omzetting niet-ingevulde vervangingen secundair onderwijs
Art. 26
Afdeling 5. - Afschaffen herberekening van het aantal uren-leraar op basis van de leerlingenpopulatie van het eerste leerjaar A en B
Art. 27
Afdeling 6. - Zorgtijdgarantie brede types secundair onderwijs
Art. 28
Afdeling 7. - Verhoging puntengewichten hogescholen 2020
Art. 29-30
Afdeling 8. - Verschuiving vroegere middelen eigenaarsonderhoud autonome hogescholen naar investeringsmiddelen hogescholen
Art. 31-32
Afdeling 9. - Opheffing verwijzingen naar artikel 28 van Kwaliteitsdecreet in decreet Volwassenenonderwijs
Art. 33-35
Afdeling 10. - Vocvo (Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs)
Art. 36-41
Afdeling 11. - Structurele EVC-financiering volwassenenonderwijs (cvo)
Art. 42-43
Afdeling 12. - Aanpassing groeinorm niet-NT2-aanbod centra voor volwassenenonderwijs
Art. 44
Afdeling 13. - Aanpassing berekeningswijze van de groei in de overgang naar het nieuwe financieringssysteem voor het volwassenenonderwijs
Art. 45
Afdeling 14. - Technische aanpassing fonds Inschrijvingsgelden DKO
Art. 46
Afdeling 15. - Aanwending aanvullende middelen voor pedagogische begeleidingsdiensten met personeelsformatie
Art. 47
Afdeling 16. - Opheffing extra ondersteuning volwassenenonderwijs
Art. 48
Afdeling 17. - Fonds Studietoelagen.
Art. 49
Afdeling 18. - Fonds Dienstverlening AHOVOKS
Art. 50
Afdeling 19. - Eenmalige toekenning van middelen voor kinderen met een specifieke maatregel binnen de internaten
Art. 51-53
Afdeling 20. - Impuls Handelswetenschappen en Bedrijfskunde
Art. 54
HOOFDSTUK 7. - Kanselarij en Bestuur
Art. 55-57
HOOFDSTUK 8. - Financiën en Begroting
Afdeling 1. - Verkeersbelasting
Art. 58-61
Afdeling 2. - Belasting op de inverkeerstelling
Art. 62-64
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
Art. 65

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

  HOOFDSTUK 2. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media

  Afdeling 1. - Wijziging van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd

  Art. 2. In artikel 5/1, vierde lid, van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt de zinsnede "het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof" vervangen door de zinsnede "artikel 75 en 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019".

  Afdeling 2. - Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur

  Art. 3. In artikel 11 van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "jaarlijks" wordt vervangen door de zinsnede "maximaal twee keer per jaar";
  2° de zinnen "De Vlaamse Regering kan beslissen om een tweede indienmoment te organiseren indien het begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur minstens 10.000.000 euro (10 miljoen euro) bedraagt. In dat geval wordt per indienmoment minstens het minimale begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur van 5.000.000 euro (vijf miljoen euro), vermeld in artikel 3, vierde lid, voorzien." worden toegevoegd.

  Afdeling 3. - Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector

  Art. 4. In artikel 2 van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "1 januari 2003" en het woord "een" de zinsnede "tot 1 oktober 2020" ingevoegd;
  2° in punt 2° wordt het woord "ontvangt" vervangen door het woord "ontving";
  3° in punt 6° wordt het woord "loonsubsidie" vervangen door het woord "subsidie".

  Art. 5. In artikel 8, 3°, van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede "overlijden," en het woord "met" de zinsnede "uiterlijk op 31 mei 2020" ingevoegd.

  Art. 6. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3. Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector".

  Art. 7. Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 19. De initiatieven in de sportsector ontvangen een subsidie voor de werknemer in een gewezen DAC-statuut tot uiterlijk het einde van de berekende fictieve opzegtermijn van de werknemer in kwestie. Het einde van de fictieve opzegtermijn wordt berekend alsof die werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg zou worden geplaatst met ingang van 1 oktober 2020, en enkel verlengd met 20 vakantiedagen op jaarbasis.
  Het recht op subsidies, vermeld in het eerste lid, vervalt als de werknemer in een gewezen DAC-statuut uit dienst treedt. Het initiatief in de sportsector deelt binnen de maand na uitdiensttreding deze wijziging mee aan het agentschap Sport Vlaanderen.".

  Art. 8. Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. Het subsidiebedrag, vermeld in artikel 19, wordt vastgesteld op basis van het barema en de anciënniteit van de werknemer in een gewezen DAC-statuut, rekening houdend met het gesubsidieerde arbeidsvolume van de werknemer in een gewezen DAC-statuut. Het barema is de weddeschaal van de werknemer op 31 december 2002, zoals die is vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 tot vaststelling van de weddeschalen van de werknemers tewerkgesteld in het derde arbeidscircuit.
  Als de werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg is geplaatst uiterlijk op 31 december 2020 en wettelijk recht heeft op outplacementbegeleiding, wordt het subsidiebedrag verhoogd. Het subsidiebedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenkomt met het subsidiebedrag voor de maand december 2020.".

  Art. 9. In hetzelfde decreet wordt een artikel 21/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 21/1. Het agentschap Sport Vlaanderen kent per kwartaal voorschotten toe die telkens 20% van het subsidiebedrag bedragen.
  Na goedkeuring door de minister, wordt het verschil tussen de uitbetaalde voorschotten en het subsidiebedrag ofwel als saldo uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is toegekend, ofwel teruggevorderd. Het saldo voor het werkingsjaar 2020 wordt verhoogd met het bedrag, vermeld in artikel 21, tweede lid.".

  Art. 10. In hetzelfde decreet wordt een artikel 21/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art.21/2. Het initiatief in de sportsector bezorgt voor het verstrijken van elk kwartaal het bewijs dat de werknemer in een gewezen DAC-statuut nog in dienst is via de loonfiches. Het voorschot voor het volgende kwartaal wordt uitbetaald nadat deze loonfiches zijn bezorgd.".

  HOOFDSTUK 3. - Internationaal Vlaanderen

  Art. 11. In artikel 4 van het decreet van 19 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Toerisme Vlaanderen", gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2011 en 7 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zin "Toerisme Vlaanderen heeft als missie het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme te bevorderen." wordt vervangen door de zin "Toerisme Vlaanderen heeft als missie het verhogen van de aantrekkelijkheid van Vlaanderen als bestemming, en het bevorderen van het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme.";
  2° in de tweede zin wordt na de woorden "alsmede voor de coördinatie van deze ondersteuning" de zinsnede ", de uitbouw en coördinatie van het Vlaams topevenementenbeleid" toegevoegd.

  Art. 12. Aan artikel 5, § 1, van hetzelfde decreet wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° taken inzake het Vlaams topevenementenbeleid:
  a) het coördineren en het administratief en inhoudelijk ondersteunen van de cel EventFlanders;
  b) het participeren in en het voorzitten van het aansturingscomité voor EventFlanders;
  c) het financieel ondersteunen van Vlaamse topevenementen.".

  HOOFDSTUK 4. - Omgeving

  Afdeling 1. - Financiële ondersteuning erkende dierenasielen

  Art. 13. In de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, wordt een artikel 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5bis. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan de dierenasielen die zijn erkend overeenkomstig artikel 5, § 1.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.".

  Afdeling 2. - Generieke maatregel subsidie Vlabinvest apb

  Art. 14. In artikel 7, eerste lid, van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfrastructuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het bedrag "736.000" wordt vervangen door het bedrag "696.000";
  2° het jaartal "2014" wordt vervangen door het jaartal "2020".

  Afdeling 3. - Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018

  Art. 15. In artikel 4.2.2.1.3, § 1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, wordt de zinsnede "de som van de bijdrage en de vergoeding, vermeld in de artikelen 4.3.2.1 tot 4.3.2.4, exclusief btw" vervangen door de zinsnede "de som van de bovengemeentelijke bijdrage en vergoeding, vermeld in artikel 4.3.2.1 en 4.3.2.2, exclusief btw".

  Art. 16. In artikel 4.2.4.8, § 2, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 410 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992" vervangen door de zinsnede "artikel 61 van het Wetboek van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen".

  Art. 17. In bijlage 5 bij hetzelfde decreet wordt rubriek 28 vervangen door wat volgt:
  " Land- en tuinbouwbedrijven :
  

  

  28.a
  28.b
  28.c
  28.d
a) pluimveebedrijven
  b) varkenshouderijen
  c) rundveebedrijven
  d) veehouderijen niet in sub a, b en c begrepen

  1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water 1 m3 gebruikt water

  0,015/50
  0,015/20
  0,015/10
  0,015/5

  0,001/50
  0,001/20
  0,001/10
  0,001/5

  0,009/50
  0,009/20
  0,009/10
  0,009/5

  0
  0
  0
  0

  0,001
  0,001
  0,003
  0,005
28.e e) overige bedrijven1 m3 gebruikt water 0,015/100 0,001/100 0,009/100 0 0,000

" .

  HOOFDSTUK 5. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

  Afdeling 1. - Wijziging van artikel 7/2 van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfra- structuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant

  Art. 18. In artikel 7/2, eerste lid, van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond- en woonbeleid en een specifiek welzijns- en gezondheidsinfrastructuurbeleid voor Vlaams-Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant, ingevoegd bij het decreet van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het bedrag "2.500.000" wordt vervangen door het bedrag "2.350.000";
  2° het jaartal "2018" wordt vervangen door het jaartal "2020".

  Afdeling 2. - Overeenkomst tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid

  Art. 19. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, vervangen bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014, 18 december 2015, 8 juli 2016, 30 juni 2017, 21 december 2018, 29 maart 2019 en 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede "alternatieve beheersmaatregelen," en de woorden "voor de uitvoering" het woord "en" opgeheven;
  2° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede "artikel 54, § 3, van het decreet," en de zinsnede "wordt opgericht," de zinsnede "en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid," ingevoegd;
  3° een paragraaf 2/11 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/11. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
  4° een paragraaf 3/11 wordt ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3/11. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid.".

  HOOFDSTUK 6. - Onderwijs en Vorming

  Afdeling 1. - Verlenging lerarenplatform basisonderwijs

  Art. 20. Aan artikel 153quaterdecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Tijdens het schooljaar 2020-2021 wordt het lerarenplatform voor één schooljaar verlengd.".

  Art. 21. In artikel 153septiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt tussen het woord "basisonderwijs" en het woord "Indien" de zin "Tijdens het schooljaar 2020-2021 bedraagt het aantal beschikbare voltijdse equivalenten uitzonderlijk 2291 voor alle scholen van het basisonderwijs." ingevoegd.

  Art. 22. In artikel 153undevicies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt in het tweede lid tussen het woord "schooljaar" en het woord "De" de zin "Tijdens het schooljaar 2020-2021 kan deze aanstelling al ten vroegste aanvangen op 1 september." ingevoegd.

  Art. 23. In artikel 153viciesquinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de woorden "een door de regering te bepalen datum" vervangen door de zinsnede "het einde van het schooljaar 2020-2021".

  Afdeling 2. - Stopzetting omzetting niet-ingevulde vervangingen basisonderwijs

  Art. 24. In artikel 153duodetricies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt de zinsnede "een door de regering te bepalen datum." vervangen door de zinsnede "1 juli 2020.".

  Afdeling 3. - Zorgtijdgarantie brede types basisonderwijs

  Art. 25. In artikel 172quinquies, § 3, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het getal "13.623" wordt vervangen door het getal "18.974";
  2° het getal "12.985" wordt vervangen door het getal "17.845";
  3° het getal "7.747" wordt vervangen door het getal "10.761";
  4° het getal "2.605" wordt vervangen door het getal "3614";
  5° in de laatste zin worden de woorden "over een periode van vijf schooljaren" opgeheven.

  Afdeling 4. - Stopzetting omzetting niet-ingevulde vervangingen secundair onderwijs

  Art. 26. In artikel 22/17 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt de zinsnede "een door de regering te bepalen datum." vervangen door de zinsnede "1 juli 2020.".

  Afdeling 5. - Afschaffen herberekening van het aantal uren-leraar op basis van de leerlingenpopulatie van het eerste leerjaar A en B

  Art. 27. Artikel 209/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt opgeheven.

  Afdeling 6. - Zorgtijdgarantie brede types secundair onderwijs

  Art. 28. In artikel 314/8, § 3, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het getal "13.623" wordt vervangen door het getal "18.974";
  2° het getal "12.985" wordt vervangen door het getal "17.845";
  3° het getal "7747" wordt vervangen door het getal "10.761";
  4° het getal "2605" wordt vervangen door het getal "3614";
  5° in de laatste zin worden de woorden "over een periode van vijf schooljaren" opgeheven.

  Afdeling 7. - Verhoging puntengewichten hogescholen 2020

  Art. 29. Aan artikel III.5 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt een paragraaf 18 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 18. In het begrotingsjaar 2020 wordt het bedrag VOWprof, vermeld in of berekend conform dit artikel, vermeerderd met 4.000.000 euro.".

  Art. 30. Aan artikel III.19, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° In afwijking van punt 1°, c), bedraagt voor het begrotingsjaar 2020 het puntengewicht voor het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie 1,25. In afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2020 het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde 1,01.".

  Afdeling 8. - Verschuiving vroegere middelen eigenaarsonderhoud autonome hogescholen naar investeringsmiddelen hogescholen

  Art. 31. Aan artikel III.46 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, vervangen bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 10. Vanaf het begrotingsjaar 2020 wordt een bedrag van 797.000 euro voor 60% toegevoegd aan de enveloppe voor de gesubsidieerde vrije hogescholen en voor 40% aan de enveloppe van de publiekrechtelijke hogescholen, vermeld in paragraaf 2, 2°, van dit artikel.
  Het bedrag, vermeld in het eerste lid, op prijsniveau 2020, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig paragraaf 5 van dit artikel.".

  Art. 32. Artikel III.50 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 19 december 2014, wordt opgeheven.

  Afdeling 9. - Opheffing verwijzingen naar artikel 28 van Kwaliteitsdecreet in decreet Volwassenenonderwijs

  Art. 33. In artikel 10 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 19 juni 2015, wordt de zinsnede "die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs" opgeheven.

  Art. 34. In artikel 24, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 19 juni 2015, wordt de zinsnede "die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs" opgeheven.

  Art. 35. In artikel 72sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011, 19 juni 2015 en 19 december 2015, wordt de zinsnede "die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, vermeld in artikel 50, § 1," opgeheven.

  Afdeling 10. - Vocvo (Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs)

  Art. 36. In artikel 44 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de zinsnede "enerzijds de Centra voor Basiseducatie en anderzijds de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, als vermeld in artikel 16 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs," vervangen door de woorden "de centra voor basiseducatie".

  Art. 37. In artikel 45 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden de woorden "en de centra voor volwassenenonderwijs" opgeheven;
  2° punt 2° wordt opgeheven.

  Art. 38. In artikel 47 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "956.000 euro vanaf het begrotingsjaar 2015" vervangen door de zinsnede "160.000 euro vanaf het schooljaar 2020-2021";
  2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "artikelen 45 en 49" vervangen door de zinsnede "artikel 45";
  3° paragraaf 9, toegevoegd bij het decreet van 20 december 2019, wordt opgeheven.

  Art. 39. Artikel 49 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt opgeheven.

  Art. 40. Artikel 50 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016, wordt opgeheven.

  Art. 41. In artikel 72octies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een globale subsidie van 995.086,73 euro ter beschikking van een organisatie of organisaties voor de volgende opdrachten in uitvoering van het Strategisch Plan Hulp- en Dienstverlening aan Gedetineerden:
  1° de coördinatie en ondersteuning van de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie bij de uitwerking van een onderwijs- en vormingsbeleid voor gedetineerden, de organisatie van het detecteren van de onderwijs- en vormingsbehoeften van gedetineerden en de begeleiding van het onderwijstraject van gedetineerden;
  2° de ondersteuning van de onderwijscoördinatoren bij enerzijds de uitbouw van een behoeftedekkend en aangepast aanbod voor onderwijs aan gedetineerden en anderzijds de coördinatie van het onderwijsaanbod in de gevangenis.";
  2° paragraaf 4, toegevoegd bij het decreet van 20 december 2019, wordt opgeheven.

  Afdeling 11. - Structurele EVC-financiering volwassenenonderwijs (cvo)

  Art. 42. Aan artikel 98 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. Ter uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3, tweede lid, heeft het centrum voor volwassenenonderwijs dat als EVC-centrum erkend is, voor het schooljaar n/n +1 recht op aanvullende leraarsuren per kandidaat waarvan het in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 evaluaties voor een EVC-traject heeft afgenomen.
  Op basis van het aantal lestijden van het opleidingsprofiel, vermeld in artikel 24, dat voor de beroepskwalificatie werd vastgelegd, heeft het centrum recht op:
  1° 12 aanvullende leraarsuren per geteste kandidaat voor het ontwikkelen en afnemen van de evaluaties voor een beroepskwalificatie of deelkwalificatie die volgens het opleidingsprofiel minder dan 300 lestijden bedraagt;
  2° 18 aanvullende leraarsuren per geteste kandidaat voor het ontwikkelen en afnemen van de evaluaties voor een beroepskwalificatie of deelkwalificatie die volgens het opleidingsprofiel 300 tot en met 799 lestijden bedraagt;
  3° 24 aanvullende leraarsuren per geteste kandidaat voor het ontwikkelen en afnemen van de evaluaties voor een beroepskwalificatie of deelkwalificatie die volgens het opleidingsprofiel 800 of meer lestijden bedraagt.
  Voor de berekening van het aantal aanvullende leraarsuren komen enkel geteste kandidaten in aanmerking die voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht en die het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf, zoals bedoeld in artikel 1, 48°. ".

  Art. 43. Aan artikel 108 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 20 december 2019, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Een centrum voor volwassenenonderwijs dat in uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 63, § 3, tweede lid, als erkend EVC-centrum in de referteperiode 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 evaluaties voor een EVC-traject heeft afgenomen en daarvoor een financiële bijdrage van minder dan 96 euro heeft ontvangen, heeft recht op een aanvullende werkingstoelage voor het schooljaar n/n +1.
  De aanvullende werkingstoelage bedraagt:
  1° 60 euro per geteste kandidaat die de verminderde financiële bijdrage voor een EVC-traject met het oog op het verwerven van een beroepskwalificatie heeft betaald;
  2° 48 euro per geteste kandidaat die de verminderde financiële bijdrage voor een EVC-traject met het oog op het verwerven van een deelkwalificatie heeft betaald.
  Voor de berekening van de aanvullende werkingstoelage komen enkel geteste kandidaten in aanmerking die voldaan hebben aan de deeltijdse leerplicht en die het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf zoals bedoeld in artikel 1, 48°.
  De bedragen, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.".

  Afdeling 12. - Aanpassing groeinorm niet-NT2-aanbod centra voor volwassenenonderwijs

  Art. 44. In artikel 107, § 1, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018, wordt het percentage "1%" telkens vervangen door het percentage "0,8%".

  Afdeling 13. - Aanpassing berekeningswijze van de groei in de overgang naar het nieuwe financieringssysteem voor het volwassenenonderwijs

  Art. 45. In artikel 196septies van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2018 en gewijzigd bij de decreten van 5 april 2019 en 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt het cijfer "3,33" vervangen door het cijfer "3,37";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "en vermenigvuldigd met 3,33" vervangen door de zinsnede "waarbij de lesurencursist gerealiseerd in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 vermenigvuldigd worden met factor 2,95 en de lesurencursist gerealiseerd in de overige studiegebieden vermenigvuldigd worden met factor 3,60";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt het cijfer "3,33" vervangen door het cijfer "3,37";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "en vermenigvuldigd met 3,33" vervangen door de zinsnede "waarbij de lesurencursist gerealiseerd in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 vermenigvuldigd worden met factor 2,95 en de lesurencursist gerealiseerd in de overige studiegebieden vermenigvuldigd worden met factor 3,60".

  Afdeling 14. - Technische aanpassing fonds Inschrijvingsgelden DKO

  Art. 46. In artikel 94 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De bedragen, vermeld in artikel 91 en herrekend zoals bepaald in artikel 93, worden toegewezen aan het fonds Inschrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs, verder genoemd `het Fonds'.".

  Afdeling 15. - Aanwending aanvullende middelen voor pedagogische begeleidingsdiensten met personeelsformatie

  Art. 47. In artikel 21/1, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het bedrag "5.731.000 euro" wordt vervangen door het bedrag "4.584.000 euro";
  2° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Van het voormelde bedrag, wordt voor het schooljaar 2019-2020 en schooljaar 2020-2021 478.000 euro gebruikt voor de begeleiding van leerkrachten bij de remediëring van leerlingen in de klas vanaf de opening van de scholen in het derde trimester van het schooljaar 2019-2020 tot en met 30 juni 2021.".

  Afdeling 16. - Opheffing extra ondersteuning volwassenenonderwijs

  Art. 48. Artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014, 19 juni 2015 en 17 juni 2016, wordt opgeheven.

  Afdeling 17. - Fonds Studietoelagen.

  Art. 49. In artikel 21 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006, gewijzigd bij de decreten van 30 juni 2006, 22 december 2006, 21 december 2007 en 21 december 2018, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
  " § 4. Het fonds wordt aangewend voor:
  1° de betaling van school- en studietoelagen aan leerlingen en studenten, overeenkomstig het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  2° de kosten die voortvloeien uit de gedwongen invordering van terugvorderingen ter uitvoering van artikel 62 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  3° de betaling van andere uitgaven met betrekking tot de organisatie van de studiefinanciering.".

  Afdeling 18. - Fonds Dienstverlening AHOVOKS

  Art. 50. Aan artikel 26, § 3, van het decreet van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2013, 19 juni 2015, 3 juli 2015, 8 juli 2016, 22 december 2017 en 17 mei 2019, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° terugstortingen van uitgaven en diverse ontvangsten gedaan in het kader van de dienstverlening van AHOVOKS.".

  Afdeling 19. - Eenmalige toekenning van middelen voor kinderen met een specifieke maatregel binnen de internaten

  Art. 51. Aan deel III, hoofdstuk 3, van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2018 en 15 maart 2019, wordt een afdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 3. Eenmalige toekenning werkingsmiddelen".

  Art. 52. In dezelfde codificatie wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 51, een artikel III.20/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. III.20/1. Deze afdeling is van toepassing op:
  1° internaten als vermeld in artikel III.21 en III.35 voor wat betreft hun openstelling op schooldagen;
  2° tehuizen als vermeld in artikel III.1, § 1, eerste lid, III.20 en III.35, § 1, 2°, voor wat betreft hun openstelling op schooldagen;
  3° de internaten buitengewoon onderwijs, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2.
  Verder in deze afdeling `instellingen' genoemd.".

  Art. 53. In dezelfde codificatie wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 51, een artikel III.20/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. III.20/2. Voor de instellingen wordt een budget van 499.000 euro aan bijkomende werkingsmiddelen voorzien.
  Deze bijkomende werkingsmiddelen worden verdeeld over de instellingen a rato van het aantal internen die beschikken over een jeugdhulpverleningsbeslissing voor de functie verblijf binnen de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, bij een jeugdhulpaanbieder of pleegzorger, op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank.
  Voor het bepalen van dit aantal internen wordt dezelfde teldag gehanteerd als die voor de berekening van de omkadering van het werkjaar 2019/2020.".

  Afdeling 20. - Impuls Handelswetenschappen en Bedrijfskunde

  Art. 54. In de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 wordt een artikel III.40/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. III.40/3. In het begrotingsjaar 2020 ontvangen de instellingen die opleidingen binnen het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde aanbieden een bedrag van 200.000 euro als stimulans voor het versterken van de technologische component van deze opleidingen.
  De subsidie, vermeld in het eerste lid, geldt als bijdrage in de personeels- en werkingskosten die worden gemaakt in het kader van deze uitbouw. De middelen worden verdeeld over de betrokken instellingen op basis van het aantal gegenereerde financieringspunten in dit studiegebied in de academiejaren 2013-2014 tot en met 2017-2018.".

  HOOFDSTUK 7. - Kanselarij en Bestuur

  Art. 55. In artikel 26 van het programmadecreet van 20 december 2019 bij de begroting 2020, worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen door de Federale Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn. Wijzigingen aan die percentages worden enkel in rekening gebracht als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur tot gevolg hebben.".

  Art. 56. Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. Vanaf 2020 stelt de Vlaamse Regering de dotatie, vermeld in artikel 26, voor elk bestuur vast op basis van de meest recente ramingen van de responsabiliseringsbijdragen die de Federale Pensioendienst haar op 30 september van het betrokken begrotingsjaar ter beschikking stelt. Vanaf 2021 wordt die dotatie gecorrigeerd met het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar en de effectieve dotatie waarop het bestuur recht had na het definitief worden van de responsabiliseringsbijdrage.
  Als de correctie, vermeld in het eerste lid, leidt tot een negatief bedrag, kan de Vlaamse Regering dat bedrag van het bestuur terugvorderen.".

  Art. 57. Aan artikel 28 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, worden de dotaties aan de besturen pro rata het beschikbare begrotingskrediet betaald op de eerste werkdag van de maand december van dat jaar. Het nog te betalen saldo voor dat jaar wordt toegevoegd aan het begrotingskrediet van het volgende jaar en betaald binnen de twee maanden nadat daarvoor het nodige krediet op de begroting werd ingeschreven.".

  HOOFDSTUK 8. - Financiën en Begroting

  Afdeling 1. - Verkeersbelasting

  Art. 58. In artikel 1.1.0.0.2, derde lid, 7°, van het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, wordt tussen het woord "handelaarsplaat" en het woord "of" de zinsnede ", beroepsplaat, nationale plaat" ingevoegd.

  Art. 59. In artikel 2.2.4.0.4, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "en 11° " vervangen door de zinsnede ", 11° en 15° ".

  Art. 60. Aan artikel 2.2.6.0.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017 en het decreet van 22 juni 2018, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° de voertuigen voorzien van een nationale plaat.".

  Art. 61. In artikel 2.2.6.0.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Dit artikel is niet van toepassing op de voertuigen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 6.".

  Afdeling 2. - Belasting op de inverkeerstelling

  Art. 62. In artikel 2.3.4.1.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt de zinsnede ", artikel 2.3.6.0.2 en" vervangen door de woorden "en artikel".

  Art. 63. Aan artikel 2.3.6.0.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden een punt 4° en een punt 5° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "4° de voertuigen voorzien van een beroepsplaat;
  5° de voertuigen voorzien van een nationale plaat.".

  Art. 64. Artikel 2.3.6.0.2, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 2018, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding

  Art. 65. Dit decreet treedt in werking tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
  1° artikel 2, 14, 16, 18 en 19 die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2020;
  2° artikel 4, 6 tot en met 10, 58 tot en met 60 en 63 die in werking treden op 1 oktober 2020;
  3° artikel 20 tot en met 23, 25, 27 en 28, 33 tot en met 45, 48 en 51 tot en met 53 die in werking treden op 1 september 2020;
  4° artikel 24 en 26 die uitwerking hebben vanaf 1 juli 2020;
  5° artikel 46 en 47, 1°, die uitwerking hebben vanaf 1 september 2018;
  6° artikel 47, 2°, dat uitwerking heeft vanaf de dag waarop de scholen weer opengaan in het derde trimester van het schooljaar 2019-2020;
  7° artikel 61 dat van toepassing is op de belastbare tijdperken die starten vanaf 1 juli 2020;
  8° artikel 62 en 64 die van toepassing zijn op de voertuigen die geacht worden in het verkeer te zijn gesteld in het Vlaamse Gewest vanaf 1 juli 2020.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 26 juni 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering, de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management,
J. JAMBON
De Vlaamse minister Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand,
B. WEYTS
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme,
Z. DEMIR
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding,
W. BEKE
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed,
M. DIEPENDAELE
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
L. PEETERS
De Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media,
B. DALLE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   PROGRAMMADECREET bij de aanpassing van de begroting 2020

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2019-2020 Documenten: - Ontwerp van programmadecreet : 290 - Nr. 1 - Amendementen : 290 - Nrs. 2 t/m 5 - Verslagen : 290 - Nrs. 6 t/m 14 - Tekst aangenomen door de commissies : 290 - Nr. 15 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 290 - Nr. 16 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 24 juni 2020.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie