J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/06/18/2020015049/justel

Titel
18 JUNI 2020. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van bijzondere machten nr. 2020/043 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
(NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij ORD 2020-12-04/04, art. 40) Zie wijziging(en)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 24-06-2020 nummer :   2020015049 bladzijde : 46513       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-18/06
Inwerkingtreding : 24-06-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2007201784       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, wordt een artikel 2bis ingevoegd luidend als volgt:
  "Art. 2bis. § 1. In het kader van de bestrijding van de besmettingsrisico's door Covid-19 werken Bruxelles Formation en VDAB op verzoek van het bestuur een opleidingsmodule uit "met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn ter preventie van het risico van besmetting bij de uitvoering van de activiteiten van huishoudhulp".
  Dit module wordt verstrekt aan de interne opleiders van erkende ondernemingen bedoeld in artikel 1, 4° om hen, indien nodig, in staat te stellen opleidingen te organiseren en te verstrekken aan werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, waarbij dienstencheques worden ingediend bij het aangestelde uitgiftebedrijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  Wanneer de erkende onderneming niet over een interne opleider beschikt, stelt het een persoon aan die bevoegd is om de in het tweede lid genoemde opleidingsmodule te volgen. Deze persoon moet Frans of Nederlands begrijpen en spreken.
  Slechts één persoon per 100 werknemers, per erkende onderneming, kan deze opleiding volgen.
  § 2. Bruxelles Formation en VDAB sturen, in elektronische vorm, een aanvraag tot goedkeuring van de opleidingsmodule naar het bestuur .
  De aanvraag gaat vergezeld van een dossier met een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de voorziene opleiding.
  Het bestuur bevestigt ontvangst van de aanvraag langs elektronische weg en stuurt het volledige dossier door naar de minister.
  De minister stuurt zijn beslissing naar het bestuur, die ze ter kennis brengt van Bruxelles Formation en VDAB en ter informatie een kopie ervan langs elektronische weg stuurt naar de Commissie opgericht bij artikel 4.
  § 3. Het bestuur draagt [00e2][0080][008b][00e2][0080][008b]alle kosten van de in de eerste paragraaf bedoelde opleiding.
  Wanneer alle opleidingen verstrekt werden, sturen de Bruxelles Formation en VDAB naar het bestuur een factuur die zal worden verrekend op basis van de basisallocatie 16.009.38.02.3132.
  Op basis van de aanwezigheidslijst die Bruxelles Formation en VDAB naar het bestuur hebben gestuurd, hebben de interne opleiders alsook de in de eerste paragraaf, derde lid, bedoelde personen, recht op de terugbetaling van de loonvergoeding, vastgesteld op een forfaitair tarief van 50 euro per persoon. Deze terugbetalingen worden automatisch door het bestuur uitbetaald aan de erkende onderneming op basis van de basisallocatie 16.009.38.02.3132.
  § 4. Wanneer werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques worden opgeleid, kan de erkende onderneming een terugbetaling krijgen van de opleidingskosten mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
  1° de opleiding werd online of fysiek verstrekt, met inachtneming van de gezondheidsregels, uiterlijk op 30 september 2020;
  2° de opleiding werd verstrekt door een interne opleider of door een in paragraaf 1, 3de lid bedoelde persoon die de opleidingsmodule heeft gevolgd;
  3° de opleiding werd verstrekt met behulp van het didactische materiaal verstrekt in het kader van de in de eerste paragraaf bedoelde opleidingsmodule;
  4 ° de erkende onderneming heeft haar klanten, gebruikers van Brusselse dienstencheques, geïnformeerd over de gezondheidsregels die in acht moeten worden genomen bij dienstenchequeprestaties.
  Deze opleiding wordt gelijkgesteld met een interne opleiding in de zin van artikel 2, § 2, derde lid, dat in afwijking van artikel 3, 1 ° recht geeft op een forfaitaire terugbetaling van een bedrag:
  - van 18 euro per uur voor de loonkosten van de werknemer tijdens de opleiding inclusief sociale zekerheidsbijdragen, en,
  - van 50 euro per uur voor de kosten van de interne opleider of de aangestelde persoon.
  De aan de werknemers verstrekte opleiding duurt maximaal twee uur.
  De erkende onderneming kan de terugbetaling van de opleiding slechts één keer per opgeleide werknemer verkrijgen.
  § 5. In afwijking van artikel 6, § 1, zendt de erkende onderneming langs elektronische weg een globaal verzoek tot terugbetaling voor alle daadwerkelijk opgeleide werknemers, vergezeld van een elektronisch dossier met:
  1° het unieke ondernemingsnummer, de identiteit/bedrijfsnaam, het erkenningsnummer, de woonplaats/maatschappelijke zetel en het financieel rekeningnummer van de erkende onderneming;
  2° een verklaring op erewoord van de erkende onderneming, naar het model ter beschikking gesteld op de website van het bestuur, met vermelding van de lijst van opgeleide werknemers, met hun namen, voornamen en rijksregisternummers, de datum en het tijdstip van aanvang en einde van de opleiding, of de opleiding fysiek of online werd verstrekt, en de verklaring dat al zijn klanten, gebruikers van Brusselse dienstencheques, op de hoogte zijn gebracht van de gezondheidsregels die in acht moeten worden genomen bij dienstenchequeprestaties;
  3° de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de interne opleider, of van de aangestelde persoon die de opleiding heeft verstrekt.
  Het verzoek tot terugbetaling wordt uiterlijk 30 november 2020 ingediend.
  § 6. De terugbetaling van de kosten van de opleiding met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen die nodig zijn om het risico van besmetting bij de uitvoering van de activiteiten van huishoudhulp te verminderen, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening bedoeld in artikel 8, § 2.
  § 7. Onverminderd de in artikel 10ter, § 6 van de wet van 20 juli 2001 ter bevordering van buurtdiensten en -banen voorziene strafmaatregel, indien de erkende onderneming op frauduleuze wijze de terugbetaling van de opleidingskosten verkrijgt, vordert het bestuur het bedrag dat via alle rechtsmiddelen wordt terugbetaald, terug.
  De erkende onderneming die, in strijd met de eerste paragraaf, geen interne opleider of een aangestelde persoon heeft opgeleid, is vatbaar voor een administratieve boete van 500 euro.
  De bepalingen van de ordonnantie van 9 juli 2015 houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve boetes die door dit besluit worden ingevoerd.
  Artikel 10octies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en buurtbanen is van toepassing op de beslissingen genomen door het bestuur ter uitvoering van dit besluit.
  § 8. In het kader van het beheer en de controle, is het bestuur gemachtigd om het rijksregisternummer te gebruiken, in overeenstemming met artikel 8, § 1, lid 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Het bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid.".

  Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 3. De minister bevoegd voor Werk wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 18 juni 2020.
De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
bevoegd voor Werk,
B. CLERFAYT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19, artikel 2;
   Gelet op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, inzonderheid de artikelen 9bis en 10ter;
   Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, inzonderheid de artikelen 2quater, § 4, 4° en 9quinquies;
   Gelet op het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques;
   Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting;
   Gelet op artikel 2, § 4, van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 waardoor het niet nodig is om bepaalde adviezen in te winnen, behalve dat van de Raad van State;
   Gelet op het advies nr. 67.555/1 van de Raad van State, gegeven op 12 juin 2020, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat de hierboven uiteengezette dringende noodzakelijkheid het niet toelaat het advies van de Inspectie van Financiën aan te vragen, noch de Economische en Sociale Raad te raadplegen, wat artikel 2, § 4, van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19, toestaat;
   Overwegende dat, met het oog op het opnieuw op gang brengen van de activiteiten van de dienstenchequeondernemingen, in optimale omstandigheden, het raadzaam is om de besmettingsrisico's van Covid-19 te beperken en in dit verband ervoor te zorgen dat de werknemers in deze sector beschikken over alle informatie en aanbevelingen die de risico's op besmetting kunnen voorkomen en hun bescherming en die van gebruikers van dienstencheques kunnen waarborgen;
   Overwegend dat het belang van de opleiding met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen erin bestaat de mogelijkheid te voorzien dat deze wordt verstrekt vóór de "normale" heropstart van de dienstenchequeactiviteiten en minstens zo snel mogelijk;
   Overwegende dat, krachtens artikel 4, § 1 en § 2, van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19, dit besluit officieel bekrachtigd zal moeten worden door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 04-12-2020 GEPUBL. OP 11-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : BEVESTIGING)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE REGERING
       Met het oog op het opnieuw op gang brengen van de activiteiten van de dienstenchequeondernemingen, in optimale omstandigheden, is het raadzaam om de besmettingsrisico's van Covid-19 te beperken en in dit verband ervoor te zorgen dat de werknemers in deze sector beschikken over alle informatie en aanbevelingen die de risico's op besmetting kunnen voorkomen en hun bescherming en die van gebruikers van dienstencheques kunnen waarborgen.
       Het belang van de opleiding met betrekking tot de gezondheidsmaatregelen bestaat erin de mogelijkheid te voorzien dat deze wordt verstrekt vóór de "normale" heropstart van de dienstenchequeactiviteiten en minstens zo snel mogelijk.
       Om tegemoet te komen aan het fundamentele bezwaar van de Raad van State, zal elke openbare opleidingsinstelling worden verzocht om de opleidingen te verstrekken aan interne opleiders of aangestelde personen die tot hun eigen taalrol behoren. VDAB werd dus deelgenoot van Bruxelles Formation in de in tweede lezing gewijzigde ontwerptekst
       Deze samenwerking wordt, gezien de urgentie, tot stand gebracht door de oprichting van een publiek-publieke samenwerking, d.w.z. een samenwerking tussen overheden die dus niet onderworpen is aan de wetgeving overheidsopdrachten of aan de regels inzake transparantie en bekendmaking, en dit in overeenstemming met artikel 31 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel
    Franstalige versie