J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/05/15/2020041467/justel

Titel
15 MEI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van bepaalde tijdelijke maatregelen met betrekking tot subsidies in het beleidsveld sport door de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid ingevolge het coronavirus COVID-19

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 26-05-2020 nummer :   2020041467 bladzijde : 37881       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-05-15/10
Inwerkingtreding : 26-05-2020
Opheffing : 31-12-2020 8

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2017010995       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene tijdelijke bepalingen van toepassing op de subsidies in het beleidsveld sport
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector
Art. 3-8
HOOFDSTUK 3. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentensportvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiėring van een Vlaamse overkoepelende studentensportorganisatie
Art. 9-10
HOOFDSTUK 4. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren van een lokaal sportbeleid
Art. 11-12
HOOFDSTUK 5. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiėren van de tewerkstelling in de sportsector
Art. 13
HOOFDSTUK 6. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de subsidiėring van sportinfrastructuur
Art. 14-15
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Art. 16-17

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene tijdelijke bepalingen van toepassing op de subsidies in het beleidsveld sport

  Artikel 1. Bij het toezicht op de verantwoording van subsidies binnen het beleidsveld sport, worden de voor subsidiėring in aanmerking komende kosten van gesubsidieerde evenementen of activiteiten, die niet of beperkt hebben kunnen plaatsvinden in het kalenderjaar 2020 ingevolge de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid ingevolge het coronavirus COVID-19, binnen de perken van de begrotingskredieten in aanmerking genomen.

  Art. 2. § 1. Als het indienen van een door de algemene vergadering goedgekeurd financieel verslag of werkingsverslag als erkenningsvoorwaarde binnen het beleidsveld sport is gesteld, dan kan de vereniging in kwestie de reeds door de Raad van Bestuur goedgekeurde verslagen bezorgen.
  De vereniging in kwestie bezorgt het door de algemene vergadering goedgekeurde financiėle verslag en werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar nadien aan het agentschap Sport Vlaanderen. De vereniging bezorgt de verslagen uiterlijk 1 week na de effectieve goedkeuring ervan door de algemene vergadering, en ten laatste op 30 september 2020.
  § 2. Als het indienen van een door de algemene vergadering goedgekeurd financieel verslag of werkingsverslag als subsidievoorwaarde of als voorwaarde voor de verantwoording van een subsidie binnen het beleidsveld sport is gesteld, dan kan het saldo van de betreffende subsidie uitzonderlijk en onder voorbehoud van de berekening en goedkeuring van de definitieve subsidie worden uitbetaald na het indienen van de reeds door de Raad van Bestuur goedgekeurde verslagen.
  De vereniging in kwestie bezorgt het door de algemene vergadering goedgekeurde financiėle verslag en werkingsverslag van het voorbije werkingsjaar nadien aan het agentschap Sport Vlaanderen. De vereniging bezorgt de verslagen uiterlijk 1 week na de effectieve goedkeuring ervan door de algemene vergadering, en ten laatste op 30 september 2020.
  De berekening en goedkeuring van de definitieve subsidie gebeurt nadat het door de algemene vergadering goedgekeurde financiėle verslag en het werkingsverslag zijn ingediend.

  HOOFDSTUK 2. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector

  Art. 3. Voor de toepassing van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector, wordt de definitie olympiade, vermeld in artikel 2, 8°, van hetzelfde decreet als volgt toegepast:
  "olympiade: de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen.".

  Art. 4. In afwijking van artikel 25 van hetzelfde decreet, wordt de huidige Topsporttakkenlijst, gevoegd als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 betreffende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector inzake de vaststelling van de voorwaarden om een subsidie te verkrijgen voor de uitvoering van de beleidsfocus topsport, verlengd tot en met 31 december van het jaar dat de Olympische Zomerspelen in Tokio effectief hebben plaatsgevonden.

  Art. 5. Voor de toepassing van de erkenningsvoorwaarde met betrekking tot het aantal aangesloten leden, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van het decreet van 10 juni 2016, kan een reeds erkende sportfederatie ervoor opteren om voor 2020 het ledenaantal voor het jaar 2019 in aanmerking te laten nemen.
  Voor de toepassing van de erkenningsvoorwaarde met betrekking tot het aantal sportieve vrijetijdsbeoefenaars dat ze vertegenwoordigt, vermeld in artikel 40, eerste lid, 6°, van hetzelfde decreet, kan een reeds erkende organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding ervoor opteren om voor 2020 het aantal sportieve vrijetijdsbeoefenaars dat ze vertegenwoordigde in het jaar 2019 in aanmerking te laten nemen. Voor de toepassing van artikel 46, tweede lid, van hetzelfde decreet, kan de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding ervoor opteren om voor de subsidie voor het werkingsjaar 2020 het aantal sportieve vrijetijdsbeoefenaars dat ze vertegenwoordigde voor het jaar 2019 in aanmerking te laten nemen.

  Art. 6. Voor de subsidie die afhankelijk is van het beantwoorden aan kwaliteitsprincipes, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, b), van hetzelfde decreet, kan een sportfederatie ervoor opteren om voor het werkingsjaar 2020 de score die ze behaalde in het werkingsjaar 2019 in aanmerking te laten nemen voor de volgende indicatoren:
  1° voor het kwaliteitsprincipe draagvlak van de sportfederatie: de indicator aantal aangesloten subsidieerbare leden van de sportfederatie, vermeld in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016 tot vaststelling van de algemene erkennings- en subsidiėringsvoorwaarden voor de georganiseerde sportsector;
  2° voor het kwaliteitsprincipe kwaliteit van het aanbod van de sportfederatie:
  a) de indicator aantal sportgekwalificeerde trainers die actief zijn als sporttechnisch begeleider in de sportclubs, aangesloten bij de sportfederatie, vermeld in artikel 13, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit;
  b) de indicator aantal leden van de sportfederatie die in het werkingsjaar in kwestie een nieuwe sportkwalificatie verworven hebben, vermeld in artikel 13, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit.
  Indien een sportfederatie kiest om de scores van het werkingsjaar 2019 in aanmerking te laten nemen, vermeld in het eerste lid, dan geldt deze keuze voor alle in het eerste lid vermelde indicatoren. Het aantal aangesloten subsidieerbare leden van 2019 geldt in dat geval ook voor de bepaling van de basissubsidie, afhankelijk van het aantal aangesloten leden, vermeld in artikel 9, derde lid, 1°, a), en artikel 16, § 2, van het decreet van 10 juni 2016, voor de verdeling van het resterende budget voor de indicator inspanningsverbintenis voor de basisopdracht kaderopleiding en bijscholing, vermeld in artikel 13, § 5, van het besluit van 16 september 2016, en voor de verdeling van het beschikbare budget voor het kwaliteitsprincipe goed bestuur, vermeld in artikel 16 en 17 van hetzelfde besluit.

  Art. 7. De periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de coronacrisis van een personeelslid van de sportfederatie wordt niet meegerekend bij de berekening van het aandeel voor de indicator aantal personeelsleden van de sportfederatie, vermeld in artikel 12, derde lid, van hetzelfde besluit.

  Art. 8. Voor het werkingsjaar 2020 wordt aan artikel 19, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 betreffende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector inzake de vaststelling van de voorwaarden om een subsidie te verkrijgen voor de uitvoering van de beleidsfocus topsport een punt 9° toegevoegd dat luidt als volgt:
  " 9° specifieke kosten eigen aan de voorbereiding van en deelname aan multidisciplinaire stages en Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Youth Olympic Games, European Games, EYOF en Wereldspelen waarvoor het agentschap Sport Vlaanderen voorafgaandelijk zijn uitdrukkelijk akkoord heeft verleend.".

  HOOFDSTUK 3. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentensportvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiėring van een Vlaamse overkoepelende studentensportorganisatie

  Art. 9. Voor de toepassing van het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentensportvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiėring van een Vlaamse overkoepelende studentensportorganisatie, wordt de definitie olympiade, vermeld in artikel 2, 4°, van hetzelfde decreet als volgt toegepast:
  "olympiade: de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen.".

  Art. 10. In afwijking van artikel 4, derde lid, van hetzelfde decreet, is het minimale percentage van 10 percent van de jaarlijkse subsidie dat de overkoepelende studentensportorganisatie moet besteden aan de concrete organisatie van associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en de deelname van studenten aan internationale studentensportinitiatieven niet van toepassing voor het jaar 2020.

  HOOFDSTUK 4. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren van een lokaal sportbeleid

  Art. 11. In afwijking van artikel 25, tweede lid, van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiėren van een lokaal sportbeleid, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2016 en 22 december 2017, is het maximale percentage van 70 percent van de jaarlijkse subsidie dat de organisatie voor de begeleiding van de gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie kan besteden aan personeelskosten niet van toepassing voor het jaar 2020.

  Art. 12. In afwijking van artikel 5, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012 betreffende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiėren van een lokaal sportbeleid, is het bestedingspercentage van ten minste 35% niet van toepassing voor het jaar 2020, op voorwaarde dat het in mindering genomen bestedingspercentage gevoegd wordt bij het bestedingspercentage van de Vlaamse beleidsprioriteit het ondersteunen van de kwalitatieve uitbouw van de sportverenigingen via een doelgericht subsidiebeleid, vermeld in artikel 4 van hetzelfde besluit.
  In afwijking van artikel 6 en 7 van hetzelfde besluit is het bestedingspercentage van ten minste 10% niet van toepassing voor het jaar 2020, op voorwaarde uit de onderdelen van het ingediende jaarlijks verslag, vermeld in artikel 18, tweede lid, 2°, 3° en 4°, van hetzelfde besluit blijkt dat de uitgevoerde acties en de financiėle middelen kaderen in het geheel van de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 11 van het decreet van 6 juli 2012.
  De Vlaamse Gemeenschapscommissie mag voor het jaar 2020 een aangepast subsidiereglement, vermeld in artikel 15, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit indienen. De aanpassingen kunnen de erin opgenomen subsidievoorwaarden en -procedures voor de sportclubs en de maximale bestedingsmogelijkheden van de sportclubs binnen de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 11, 1° en 2°, van het decreet van 6 juli 2012 betreffen.

  HOOFDSTUK 5. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de toepassing van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiėren van de tewerkstelling in de sportsector

  Art. 13. In afwijking van artikel 3, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de uitvoering van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiėren van de tewerkstelling in de sportsector, is de erin vermelde bestedingsverplichting van 80.000 euro van de jaarlijkse subsidie voor de uitvoering van de opdracht in kwestie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad niet van toepassing in 2020. Dit geldt alleen op voorwaarde dat de organisatie voor de coördinatie en de tewerkstelling van een pool van sportbegeleiders en sportondersteuners aantoont dat de oorspronkelijk geplande initiatieven ingevolge de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid ingevolge het coronavirus COVID-19 niet of beperkt konden plaatsvinden.

  HOOFDSTUK 6. - Specifieke tijdelijke bepalingen betreffende de subsidiėring van sportinfrastructuur

  Art. 14. In artikel 13, derde lid, van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur, wordt de definitie olympiade, toegepast als volgt: de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen.

  Art. 15. De uiterlijk toegestane termijn van realisatie van de werken voor een lopend project sportinfrastructuur dat in een van de projectoproepen sportinfrastructuur wordt gesubsidieerd binnen het beleidsveld sport, wordt met één jaar verlengd ingevolge de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid ingevolge het coronavirus COVID-19.

  HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

  Art. 16. Dit besluit treedt in werking op de dag van de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad. Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020.

  Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 15 mei 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand,
B. WEYTS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Rechtsgrond
   Dit besluit is gebaseerd op:
   - het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, artikel 5.
   Vormvereisten
   - De Inspectie van Financiėn heeft advies gegeven op 12 mei 2020.
   - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 14 mei 2020.
   - Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Gelet op de dringende noodzakelijkheid om de gevolgen van de coronacrisis en de federale coronavirusmaatregelen zo snel mogelijk aan te pakken is het van fundamenteel belang dat begunstigden van een subsidie onmiddellijk duidelijkheid krijgen over hun subsidies en over de bijhorende administratieve verplichtingen. De Nationale Veiligheidsraad van 12 maart 2020 besliste tot de annulering van alle sportactiviteiten, wat uiteraard een bijzonder grote impact heeft op de sportsector. Er heerst heel wat ongerustheid in de sportsector. Er moet dan ook, omwille van de rechtszekerheid, zo snel mogelijk duidelijkheid worden gegeven aan de sportsector omtrent bepaalde administratieve verplichtingen en de eventuele impact op de subsidies.
   Motivering
   Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:
   - Het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid verleent in artikel 5 aan de Vlaamse Regering de bevoegdheid om in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid nadere regels uit te werken voor de opschorting, het stuiten of de verlenging van proceduretermijnen of de tijdelijke aanpassing van procedurele of administratieve verplichtingen in diverse decreten en de uitvoeringsbesluiten erbij om een maximale rechtszekerheid te verzekeren.
   - De coronacrisis en de federale coronavirusmaatregelen hebben een rechtstreekse impact op bepaalde administratieve verplichtingen in de verschillende erkennings- en subsidieregelingen met betrekking tot het beleidsveld sport.
   - Het is billijk om kosten die begunstigden van een subsidie binnen het beleidsveld sport hebben gemaakt voor activiteiten of evenementen die niet, of beperkt hebben kunnen plaatsvinden ingevolge de civiele noodsituatie ingevolge het coronavirus COVID-19, uit te betalen binnen de perken van de toegekende subsidie en rekening houdende met de subsidievoorwaarden. Zo wordt zoveel mogelijk vermeden dat voor deze begunstigden van een subsidie financiėle problemen ontstaan. Het betreffen uitbetalingen die reeds voorzien zijn en dus geen meerkost genereren voor de Vlaamse overheid.
   - In heel wat subsidieregelingen en voor heel wat projectsubsidies binnen het beleidsveld sport moet de subsidietrekker achteraf een door de algemene vergadering goedgekeurd financieel verslag en werkingsverslag bezorgen. In de huidige periode van corona kan een algemene vergadering niet fysiek samenkomen. Het Koninklijk besluit nr. 4 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake mede-eigendom en het vennootschaps- en verenigingsrecht in het kader van de strijd tegen de COVID-19 pandemie dat vanaf 1 maart in werking trad, voorziet in een uitstelmogelijkheid van 10 weken (voorlopig tot 8 september), zodat men de algemene vergadering ook nog kan organiseren na 30 juni (de einddatum in normale niet-coronaomstandigheden voor vzw's die hun boekjaar op 31/12 afsluiten). Daarom wordt uitzonderlijk toegestaan om in eerste instantie het reeds door de raad van bestuur goedgekeurde verslag te bezorgen en achteraf het goedgekeurde verslag van de algemene vergadering.
   - Door de pandemie, veroorzaakt door het coronavirus, zijn de Olympische Spelen Tokio 2020 uitgesteld. De Olympische Spelen Tokio 2020 zijn tot nader order uitgesteld naar 23 juli 2021 tot 8 augustus 2021. Het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector voorziet dat de verschillende actoren een vierjaarlijks beleidsplan moeten indienen. Deze vier jaar stemmen overeen met een olympiade, waarbij een olympiade wordt gedefinieerd als "de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de Olympische Zomerspelen". Het uitstel van de Olympische Zomerspelen noopt tot een verduidelijking van de verplichtingen van de verschillende sportactoren die gekoppeld zijn aan een olympiade. Hetzelfde geldt voor de toepassing van het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentensportvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiėring van een Vlaamse overkoepelende studentensportorganisatie.
   Met toepassing van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur worden de investeringssubsidies voor bouw, renovatie of inrichting per olympiade toegekend. Ook voor de toepassing van dat decreet moet definitie van olympiade verduidelijkt worden.
   - Om dezelfde reden, nl. het uitstel van de Olympische Spelen door de corona-pandemie, moet de huidige Topsporttakkenlijst, met de sporttakken die voor subsidiėring van de topsporters in aanmerking kunnen komen, worden verlengd tot na het effectief plaatshebben van de Olympische Zomerspelen Tokio 2020.
   - Sommige sportfederaties zullen in 2020 mogelijks met een groot ledenverlies worden geconfronteerd door de corona pandemie. Eén van de erkenningsvoorwaarden van een sportfederatie is het blijvend voldoen aan de voorwaarde om 500 aangesloten leden te hebben. Erkende sportfederaties die geconfronteerd worden met een groot ledenverlies kunnen ervoor opteren om in 2020 het ledenaantal van 2019 uitzonderlijk in aanmerking te laten nemen. Deze mogelijkheid wordt ook geboden aan de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding. De subsidiėring van de sportfederaties is op heel wat punten afhankelijk van het aangesloten subsidieerbare leden. Daarom wordt aan de sportfederaties te keuze gelaten om de parameter aantal gesubsidieerde leden te laten afhangen van het ledenaantal in 2019.
   - Een deel van de subsidie voor sportfederaties is afhankelijk van het beantwoorden aan kwaliteitsprincipes. Het aandeel voor het kwaliteitsprincipe draagvlak van de sportfederatie wordt voor de helft verdeeld op basis van de indicator aantal aangesloten subsidieerbare leden van de sportfederatie en voor de helft op basis van de indicator aantal personeelsleden van de sportfederatie. Sommige gesubsidieerde sportfederaties opteerden om personeelsleden op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de coronacrisis te plaatsen. In dat geval kan de periode van tijdelijke werkloosheid van het personeelslid in kwestie niet meegeteld worden bij de subsidieberekening op basis van de indicator personeelsleden van de sportfederatie.
   - Het uitstellen van de Olympische en Paralympische Spelen heeft een onvoorziene impact op het BOIC en de huidige lijst van kosten die voor subsidiėring in aanmerking komen. Een groot aantal voorbereidende stages en wedstrijden werden afgelast of uitgesteld voor onbepaalde duur, andere initiatieven ter ondersteuning van topsporters en hun programma werden opgestart of geļntensifieerd.
   - De overkoepelende studentensportorganisatie moet, met toepassing van artikel 4 van het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentensportvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiėring van een Vlaamse overkoepelende studentensportorganisatie, jaarlijks minimum 10% van de subsidie besteden aan de concrete organisatie van associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en de deelname van studenten aan internationale studentensportinitiatieven. Door de coronapandemie en de coronamaatregelen kunnen bepaalde associatieoverschrijdende studentensportinitiatieven en internationale studentensportinitiatieven niet worden georganiseerd. Daarom wordt in 2020 dat minimale bestedingspercentage niet opgelegd.
   - De Vlaamse Gemeenschapscommissie en de organisatie voor de begeleiding van de lokale besturen die gesubsidieerd worden via het decreet 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiėren van een lokaal sportbeleid kunnen ten gevolge van de maatregelen in het kader van de coronacrisis, aan sommige decretale voorwaarden niet voldoen. Er wordt daarom een afwijking toegestaan op het vlak van de opgelegde bestedingspercentages.
   - Aan de organisatie voor de coördinatie en de tewerkstelling van een pool van sportbegeleiders en sportondersteuners wordt jaarlijks een bestedingsverplichting opgelegd op vlak van het uitvoeren van een deel van hun opdracht in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De geplande initiatieven kennen een impact door de coronacrisis waardoor de organisatie, buiten haar wil om, mogelijks niet aan deze bestedingsverplichting kan voldoen. Daarom wordt in 2020 dat minimale bestedingsbedrag niet opgelegd.
   - Voor heel wat lopende sportinfrastructuurprojecten die gesubsidieerd worden op basis van verschillende projectoproepen binnen het beleidsveld sport is de deadline waarbinnen een project gerealiseerd moet worden niet meer haalbaar. Door de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid ingevolge het coronavirus COVID-19 kunnen aannemers tijdelijk de werken niet uitvoeren of worden ze geconfronteerd met leveringsproblemen van bouwmaterialen. Een uitstel van deadline is billijk. Het betreft sportinfrastructuurprojecten binnen de volgende projectoproepen: BLI-Bovenlokale sportinfrastructuur 2014, projectoproep zwembaden 2016, Decreet houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur: bovenlokale sportinfrastructuur 2017, 2018 en 2019 en topsportinfrastructuur 2017, projectoproep voetbalstadions, projectoproep naschools openstellen schoolsportinfrastructuur 2 en 3 en de projectoproep bewegen en sporten in publieke ruimte 2019.
   Juridisch kader
   Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
   - het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning van subsidies voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentensportvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiėring van een Vlaamse overkoepelende studentensportorganisatie;
   - het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiėren van een lokaal sportbeleid;
   - het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiėren van de tewerkstelling in de sportsector;
   - het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector;
   - het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur;
   - het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012 betreffende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiėren van een lokaal sportbeleid;
   - het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de uitvoering van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiėren van de tewerkstelling in de sportsector;
   - het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016 tot vaststelling van de algemene erkennings- en subsidiėringsvoorwaarden voor de georganiseerde sportsector;
   - het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017 betreffende de uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiėring van de georganiseerde sportsector inzake de vaststelling van de voorwaarden om een subsidie te verkrijgen voor de uitvoering van de beleidsfocus topsport.
   Initiatiefnemer
   Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand.
   Na beraadslaging,
   DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie