J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŰlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2020/05/07/2020041193/justel

Titel
7 MEI 2020. - Wet om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 inzake spoorvervoer (I)

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 18-05-2020 nummer :   2020041193 bladzijde : 35753       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-05-07/16
Inwerkingtreding : 19-05-2020
Opheffing : 30-09-2020 (ART. 9;11)

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
Hoofdstuk 1. - Maatregelen die verband houden met de Spoorcodex
Afdeling 1. - Maatregelen die verband houden met de activiteiten van de Veiligheidsinstantie
Art. 2
Afdeling 2. - Maatregelen die verband houden met de continu´teit van de activiteiten van spoorwegondernemingen
Onderafdeling 1. - Vergunningen en veiligheidscertifcaten
Art. 3-4
Onderafdeling 2. - Veiligheidspersoneel
Art. 5-8
Onderafdeling 3. - Beheer van de capaciteit
Art. 9
Hoofdstuk 2. - Maatregelen die verband houden met de werktijd van spoorwegpersoneel
Art. 10
Hoofdstuk 3. - Maatregelen die verband houden met de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en met de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen
Art. 11
Hoofdstuk 4. - Slotbepalingen
Art. 12

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Hoofdstuk 1. - Maatregelen die verband houden met de Spoorcodex

  Afdeling 1. - Maatregelen die verband houden met de activiteiten van de Veiligheidsinstantie

  Art. 2. De Veiligheidsinstantie kan de termijn van vier maanden waarover zij overeenkomstig de Spoorcodex en zijn uitvoeringsbesluiten beschikt, verlengen om al haar beslissingen te nemen nadat alle gevraagde inlichtingen zijn verstrekt, voor elk verzoek dat tussen 1 maart 2020 en 30 augustus 2020 door haar ontvangen is of door haar behandeld wordt, voor zover de tussenkomst van een derde instantie of bezoeken ter plaatse gedurende de behandeling van dit verzoek noodzakelijk zijn om de Veiligheidsinstantie in staat te stellen haar beslissing te nemen.
  Wanneer de verlenging van de aan de Veiligheidsinstantie toegekende termijn verband houdt met de tussenkomst van een derde instantie, is de aan de Veiligheidsinstantie toegekende bijkomende termijn gelijk aan de termijn die de derde instantie heeft genomen om in die tussenkomst te voorzien.
  Wanneer bezoeken ter plaatse noodzakelijk zijn, wordt de termijn verlengd met de tijd die nodig is om dergelijke bezoeken te organiseren.
  In de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid, neemt de Veiligheidsinstantie voor alle volledige aanvraagdossiers uiterlijk op 30 december 2020 een definitieve beslissing.

  Afdeling 2. - Maatregelen die verband houden met de continu´teit van de activiteiten van spoorwegondernemingen

  Onderafdeling 1. - Vergunningen en veiligheidscertifcaten

  Art. 3. De vergunningen van spoorwegondernemingen afgegeven overeenkomstig hoofdstuk 2, van titel 3 van de Spoorcodex waarvan het periodiek nieuw onderzoek bepaald in artikel 14, tweede lid, 1░ van de Spoorcodex had moeten uitgevoerd zijn tussen 1 maart 2020 en 30 september 2020, blijven geldig tot en met 31 december 2020 op voorwaarde dat het periodiek nieuw onderzoek wordt uitgevoerd vˇˇr 31 december 2020.

  Art. 4. In afwijking van artikel 102 van de Spoorcodex hebben de veiligheidscertificaten van spoorwegondernemingen afgegeven overeenkomstig afdeling 2, van hoofdstuk 4, van titel 4 van de Spoorcodex en die nog geldig zijn, een geldigheidsduur van 5 jaar vanaf de datum van afgifte, op voorwaarde dat de spoorwegondernemingen die wensen te genieten van een verlenging van rechtswege van hun veiligheidscertificaten, dit binnen een termijn van ÚÚn maand na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad meedelen aan de Veiligheidsinstantie per aangetekende zending tegen ontvangstbewijs.

  Onderafdeling 2. - Veiligheidspersoneel

  Art. 5. De vergunningen van treinbestuurders voor dewelke de periodieke onderzoeken en/of keuringen alsook de permanente opleidingen en evaluaties die daarmee verband houden, bedoeld in artikel 129 van de Spoorcodex, moesten maar niet kunnen plaatsvinden tussen 1 maart 2020 en 30 september 2020, blijven geldig tot en met het ogenblik waarop de periodieke onderzoeken en/of keuringen alsook de permanente opleidingen en evaluaties die daarmee verband houden, zijn uitgevoerd en, uiterlijk tot en met 31 maart 2021.

  Art. 6. De bevoegdheidsbewijzen afgegeven aan treinbestuurders overeenkomstig afdeling 3, van hoofdstuk 1, van titel 5 van de Spoorcodex voor dewelke de periodieke examens bedoeld in artikel 137 van de Spoorcodex en de evaluaties die verband houden met de permanente opleidingen voorzien door de infrastructuurgebruikers overeenkomstig artikel 146 van de Spoorcodex moesten maar niet kunnen plaatsvinden tussen 1 maart 2020 en 30 september 2020 blijven geldig tot en met het ogenblik waarop de periodieke examens en de evaluaties zijn uitgevoerd en, uiterlijk tot en met 31 maart 2021.

  Art. 7. De certificaten van begeleiders van reizigerstreinen afgeleverd door de spoorwegondernemingen overeenkomstig de verordening (EU) 2015/995 van de Commissie van 8 juni 2015 tot wijziging van besluit 2012/757/EU betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie voor dewelke de periodieke evaluaties en de periodieke medische onderzoeken voorzien in het kader van het veiligheidsbeheersysteem van de spoorwegondernemingen overeenkomstig de punten 4.6 en 4.7 van de bijlage bij de voornoemde Verordening, moesten maar niet kunnen plaatsvinden tussen 1 maart 2020 en 30 september 2020, blijven geldig tot en met het ogenblik waarop de periodieke onderzoeken en/of keuringen alsook de permanente opleidingen en evaluaties die daarmee verband houden, zijn uitgevoerd en, uiterlijk tot en met 31 maart 2021.

  Art. 8. De infrastructuurgebruikers kunnen afwijken van de periodieke beoordelingen voorzien in het kader van hun veiligheidsbeheersysteem overeenkomstig ofwel artikel 28 van het koninklijk besluit van 9 juli 2013 tot vaststelling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel ofwel titel 2 van het koninklijk besluit van 23 mei 2013 tot aanneming van de van toepassing zijnde vereisten op het rollend materieel zonder het gebruik van rijpaden en op het veiligheidspersoneel dat handelingen uitvoert met betrekking tot de bediening van een installatie of van een private spooraansluiting, voor de periode tussen 1 maart 2020 tot 30 september 2020 als dit noodzakelijk is voor het behoud van de geldigheid van de certificering van hun veiligheidspersoneel andere dan treinbestuurders en treinbegeleiders, en voor zover de naleving van de nadere regels inzake certificering waarvan afgeweken wordt, vˇˇr 31 maart 2021 verzekerd is.

  Onderafdeling 3. - Beheer van de capaciteit

  Art. 9. De infrastructuurbeheerder mag, op basis van redenen die verband houden met de bewaring van de continu´teit van de bevoorrading en vanuit de doelstelling van een co÷rdinatie van de capaciteiten toegekend aan het goederenvervoer zowel op nationaal als op internationaal vlak, overgaan tot de annulering van treinpaden die toegewezen werden aan spoorwegondernemingen die vervoersdiensten verrichten andere dan het goederenvervoer en de vrijgekomen treinpaden opnieuw toewijzen aan spoorwegondernemingen die goederenvervoersdiensten verrichten.
  In het kader van de uitvoering van artikel 36 van de Spoorcodex, in geval van conflict tussen punctuele capaciteitsaanvragen voor de lopende dienstregeling, wordt voorrang gegeven aan het goederenvervoer ten opzichte van het overige verkeer.
  Telkens de infrastructuurbeheerder de intentie heeft op basis van het eerste lid een treinpad te annuleren, of op basis van het tweede lid voorrang te verlenen aan het goederenvervoer, overlegt hij met de betrokken reizigersspoorwegonderneming(en), rekening houdende met de bezettingsgraad van de reizigers, en dit opdat de regels inzake social distancing tussen personen nageleefd zouden worden.
  Dit artikel is van toepassing vanaf de inwerkingtreding tot en met 30 september 2020.

  Hoofdstuk 2. - Maatregelen die verband houden met de werktijd van spoorwegpersoneel

  Art. 10. Voor zover vereist vanuit operationele noodzaak en in afwijking van artikel 4, ž 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2008 houdende regeling van bepaalde aspecten van de arbeidsvoorwaarden voor mobiele werknemers die interoperabele grensoverschrijdende diensten in de spoorwegsector verrichten, vinden onderhandelingen plaats tussen de sociale partners op het niveau van de spoorwegonderneming of op nationaal niveau, naargelang wat het meest gepast is, die ertoe strekken, voor een periode van drie maanden, treinbestuurders die internationale diensten verrichten toe te staan een tweede opeenvolgende rusttijd buitenshuis op te nemen en de vergoeding voor dagelijkse rusttijden buitenshuis vast te stellen.

  Hoofdstuk 3. - Maatregelen die verband houden met de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en met de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen

  Art. 11. In het kader van artikel 36 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wordt er afgeweken van de verplichting om de bepalingen na te leven van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, geco÷rdineerd op 18 juli 1966, in die mate dat de NMBS naast in de gebruikelijke taal of talen van het betrokken taalgebied in het Nederlands, het Frans, het Duits en in het Engels mag communiceren in treinen en stations over het gehele grondgebied, en dit opdat de regels inzake social distancing tussen personen nageleefd zouden worden. Deze mogelijkheid wordt eveneens geboden voor alle andere mededelingen die noodzakelijk zijn in het kader van de pandemische crisis door COVID-19.
  Dit artikel is van toepassing vanaf de inwerkingtreding tot en met 30 september 2020.

  Hoofdstuk 4. - Slotbepalingen

  Art. 12. Deze wet treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  In afwijking van het eerste lid heeft deze wet uitwerking op 1 maart 2020 voor wat hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdelingen 1 en 2 betreft.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 30 april 2020.
De voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers,
De griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers,
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 7 mei 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit, belast met skeyes en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen,
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Zitting 2019-2020 Kamer van de volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsvoorstel, 55-1161, Nr. 1. - Advies van de Raad van State, 55-1161, Nr. 2. - Amendement, 55-1161, Nr. 3. - Verslag, 55-1161, Nr. 4. - Tekst aangenomen door de Commissie, 55-1161 - Nr. 5. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering, 55-1161 - Nr. 6

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie