J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/05/12/2019012347/justel

Titel
12 MEI 2019. - Koninklijk besluit houdende aanduiding van de na te leven code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 17-05-2019 nummer :   2019012347 bladzijde : 47344       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-12/02
Inwerkingtreding : 01-05-2019

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2010009596       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De Belgische corporate governance code 2020, zoals opgenomen in bijlage, geldt als enige code in de zin van artikel 3:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

  Art. 2. Het koninklijk besluit van 6 juni 2010 houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen wordt opgeheven.

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als de datum waarop de bepalingen van de wet waarvan het de uitvoering verzekert van toepassing worden.

  Art. 4. De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-05-2019, p. 47378 )
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 12 mei 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, artikelen 3:6, § 2, en 7:87, § 1, tweede lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 6 juni 2010 houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 15 maart 2019;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 21 maart 2019;
   Gelet op het advies 65.872/2 van de Raad van State, gegeven op 24 april 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Om de stroomlijning van het geheel aan praktijken inzake deugdelijk bestuur te bevorderen en een maatschappelijk draagvlak te creëren rond één bepaalde code, wordt een referentiecode opgelegd. Genoteerde vennootschappen worden verplicht deze referentiecode als code in de zin van artikel 3:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen aan te duiden.
   In 2010 werd, omwille van de brede steun van het Belgische bedrijfsleven en de betrokkenheid van vooraanstaande organisaties en instellingen bij de opmaak ervan, gekozen door de Regering om de Belgische Corporate Governance Code 2009 als referentiecode op te leggen.
   Zowel internationaal, Europees als op Belgisch vlak, heeft het wettelijk corporate governance kader aanzienlijke evoluties ondergaan. Ook de corporate governance codes in verschillende landen werden (recent) gewijzigd. Daarnaast werd op 23 maart 2019 een nieuw Wetboek van vennootschappen en verenigingen aangenomen. Om beursgenoteerde ondernemingen een referentiekader te bieden van `hard' en `soft law' dat op elkaar is afgestemd, is het belangrijk dat de code rekening houdt met een aantal wijzigingen die worden doorgevoerd in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (zoals bv. de invoering van het duaal systeem).
   Het hoofddoel van de Belgische Commissie Corporate Governance ('de Commissie') bestaat erin ervoor te zorgen dat de bepalingen van de code relevant blijven voor de genoteerde vennootschappen en regelmatig worden bijgewerkt op basis van de praktijk, van de wetgeving en van de internationale normen. Omwille van alle hierboven vermelde redenen, heeft de Commissie de bestaande code herzien en een nieuwe code (`Code 2020') aangenomen. De regering heeft beslist om deze nieuwe versie als referentiecode op te leggen. Zij zal aldus de Code 2009 vervangen.
   De `pas toe of leg uit'-regel blijft logischerwijs onverkort van toepassing, tenzij de wet ervan afwijkt, zoals bij de specifieke regels die gelden voor de financiële sector.
   Dit koninklijk besluit volgt dezelfde overgangsregeling als de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen.
   Dit heeft tot gevolg dat het koninklijk besluit op nieuwe rechtspersonen van toepassing is vanaf 1 mei 2019. Op bestaande rechtspersonen is het koninklijk besluit van toepassing vanaf 1 januari 2020, tenzij zij hebben beslist zich aan het wetboek te onderwerpen vóór die datum. Dit besluit dient bij bestaande vennootschappen te worden toegepast voor de jaarrekeningen die betrekking hebben op de boekjaren met een afsluitingsdatum vanaf 1 januari 2020, tenzij de betrokken vennootschap vóór die datum reeds vrijwillig haar statuten heeft aangepast aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen. De afsluitingsdatum van het boekjaar is in deze aldus bepalend.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Justitie,
   K. GEENS
   
   Raad van State, Afdeling Wetgeving
   Advies 65.872/2 van 24 april 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen'
   Op 4 april 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie, belast met de Regie der gebouwen verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deigdelijk [sic] bestuur door genoteerde vennootschappen'.
   Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 24 april 2019. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Luc DETROUX en Patrick RONVAUX, staatsraden, Béatrice DRAPIER, griffier.
   Het verslag is opgesteld door Xavier DELGRANGE, eerste auditeur-afdelingshoofd. Henri CULOT, die als expert opgeroepen is op grond van artikel 82 van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerde op 12 januari 1973, heeft eveneens verslag uitgebracht.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 24 april 2019.
   ONTVANKELIJKHEID
   Volgens het eerste lid van de aanhef heeft het ontwerp als rechtsgrond artikel 3:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvan het vierde lid gesteld is als volgt:
   "De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een code voor deugdelijk bestuur aanduiden die verplicht van toepassing is op de in het eerste lid, 1°, bedoelde wijze."
   De facultatieve machtiging aan de Koning die vervat ligt in deze bepaling heeft geen betrekking op de bevoegdheid om de code waarvan sprake "vast te stellen" maar enkel op de bevoegdheid om een code "aan te duiden" die uitgewerkt is door een derde instelling.
   Overeenkomstig die bepaling beperkt het ontworpen besluit zich tot het aanduiden van een corporate governance code, die als bijlage erbij is gevoegd.
   Volgens artikel 3 van de wetten "op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vallen ontwerpbesluiten die niet van regelgevende aard zijn buiten zijn werkingssfeer. Om te beoordelen of een ontwerp al dan niet van reglementaire aard is in de zin van die bepaling, moet worden nagegaan in welke mate de overheid wier ontwerpen aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd, heeft bijgedragen tot het uitwerken van de norm, en niet wat de rechtsgevolgen zijn van de desbetreffende norm.
   Aangezien het besluit dat aan de afdeling Wetgeving is voorgelegd betrekking heeft op de aanduiding van een handeling die niet uitgaat van die overheid zelf, en deze uit die handeling niets heeft weggelaten noch er iets aan heeft toegevoegd, bezit dat besluit zelf geen enkel reglementair karakter in de zin van het voornoemde artikel 3. (1)
   De Raad van State is dus niet bevoegd om het ontwerp te onderzoeken.
   Het feit dat de machtiging die aan de Koning wordt verleend bij artikel 7:87, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (2) - een bepaling die niet vermeld wordt in de aanhef - om een "code voor deugdelijk bestuur aan te duiden, ditmaal niet facultatief maar verplicht van aard is en dat die bepaling voorschrijft dat "(erover) [ge]waakt [wordt] dat deze code een lijst van gepaste criteria bevat" voor de onafhankelijkheid van de bestuurders, doet de Raad van State niet anders besluiten wat zijn bevoegdheid betreft, aangezien in dat artikel eveneens bepaald wordt dat de Koning die code "aanduidt", en niet dat hij die "vaststelt".
   Het proces voor de totstandkoming van de normatieve tekst inzake de hiervoor vernoemde criteria voor de onafhankelijheid van de bestuurders, zoals dat voortvloeit uit artikel 7:87, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, heeft tot gevolg dat de afdeling Wetgeving niet bevoegd is om na te gaan of de Koning zijn verplichting is nagekomen "(erover) [te waken] dat deze code [voor deugdelijk bestuur] een lijst van gepaste criteria bevat" op grond waarvan verondersteld kan worden dat de bestuurders onafhankelijk zijn.
   Het besluit is dan ook dat de adviesaanvraag niet-ontvankelijk is.
   De griffier,
   Béatrice Drapier
   De voorzitter,
   Pierre Vandernoot
   Nota's
   1. Het gaat in dat verband om vaste rechtspraak, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot soortgelijke regelingen houdende goedkeuring door de Koning van handelingen die uitgewerkt zijn door derde instellingen (zie inzonderheid arrest nr. 144.528 van 18 mei 2005 inzake Nagiel en Vermuyten).
   2. Artikel 7:87, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is gesteld als volgt: "Om na te gaan of een kandidaat bestuurder aan deze voorwaarde voldoet, worden de criteria toegepast uit de code voor deugdelijk bestuur die de Koning overeenkomstig artikel 3:6, § 2, vierde lid, aanduidt. De Koning waakt erover dat deze code een lijst van gepaste criteria bevat. Een kandidaat bestuurder die aan deze criteria beantwoordt, wordt, tot bewijs van het tegendeel, vermoed onafhankelijk te zijn".

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie