J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2018/06/29/2018040490/justel

Titel
29 JUNI 2018. - Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 26-07-2018 nummer :   2018040490 bladzijde : 59323       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-06-29/13
Inwerkingtreding : 05-08-2018

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2009035356       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
Art. 2-22

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie

  Art. 2. In artikel 2, 26°, a), van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie wordt de zinsnede "artikelen 49 en 50 van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap" vervangen door de zinsnede "artikel 56 en 57 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie".

  Art. 3. Aan artikel 6, § 2, laatste lid, van hetzelfde decreet, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Dit houdt eveneens de mogelijkheid in om persoonsgegevens te verwerken die noodzakelijk zijn om zijn openbare opdracht uit te voeren.".

  Art. 4. Aan artikel 7 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het decreet van 17 juni 2016 houdende de normen voor de Vlaamse overheidscommunicatie is van toepassing op de VRT. In afwijking van het decreet van 17 juni 2016 houdende de normen voor de Vlaamse overheidscommunicatie is dat decreet niet van toepassing voor de communicatie van de VRT over haar aanbod en haar beleid als omroeporganisatie.".

  Art. 5. Aan artikel 8, laatste lid, van hetzelfde decreet, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De merchandising- en nevenactiviteiten worden niet beschouwd als een uitoefening van de taken van VRT als overheidsinstantie in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.".

  Art. 6. In artikel 17, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 oktober 2016, worden het tweede lid en het derde lid opgeheven.

  Art. 7. In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 14 oktober 2016, worden paragraaf 2 en 3 vervangen door wat volgt:
  " § 2. De Vlaamse Regering vraagt daarover het advies van de Vlaamse Regulator voor de Media. In het kader van dat advies organiseert de Vlaamse Regulator voor de Media een open publieke bevraging. In zijn advies analyseert de Vlaamse Regulator voor de Media de publieke waarde van het voorstel waarbij hij rekening houdt met de belangrijke evoluties in de mediamarkt en in de technologie, met het evoluerende medialandschap en met de rol van de VRT daarin. Vervolgens weegt de Vlaamse Regulator voor de Media de publieke waarde van het voorstel af tegen de impact van het voorstel op de markt. De Vlaamse Regulator voor de Media verstrekt zijn advies binnen zes maanden nadat hij de adviesaanvraag van de Vlaamse Regering heeft ontvangen. De Vlaamse Regulator voor de Media publiceert het advies op zijn website.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de toepassing van dit artikel.".

  Art. 8. Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

  Art. 9. In artikel 133, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "De netwerkradio-omroeporganisaties geven uiterlijk op 1 september 2019 hun omroepprogramma's door via etheromroepnetwerken die bestemd zijn voor het aanbod van vrij te ontvangen radio-omroepprogramma's.".

  Art. 10. In artikel 136 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 december 2016, wordt tussen de woorden "het dossier" en de woorden "De Vlaamse Regering" de zin "De erkenningsaanvragen worden in het Nederlands ingediend." ingevoegd.

  Art. 11. In artikel 143/3, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "worden wijzigingen die betrekking hebben op de statuten of op de aandeelhoudersstructuur" vervangen door de woorden "wordt de Vlaamse Regulator voor de Media op de hoogte gebracht van de wijzigingen die betrekking hebben op de statuten of op de aandeelhoudersstructuur en worden die".

  Art. 12. In artikel 146, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en vervangen bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid mogen wijzigingen in de gegevens, vermeld in de offerte die de lokale omroeporganisatie heeft ingediend, waardoor wordt afgeweken van artikel 145, 2°, c), pas worden aangebracht na afloop van het tweede volledige kalenderjaar dat volgt op de datum van de erkenning. De lokale radio-omroeporganisatie brengt de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte. Die kennisgeving wordt conform artikel 219 gedaan.";
  2° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "eerste en tweede" vervangen door de zinsnede "eerste, tweede en derde";
  3° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "worden wijzigingen die betrekking hebben op de statuten of de aandeelhoudersstructuur" vervangen door de woorden "wordt de Vlaamse Regulator voor de Media op de hoogte gebracht van wijzigingen die betrekking hebben op de statuten of de aandeelhoudersstructuur en worden die".

  Art. 13. Artikel 157 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 157. § 1. De niet-lineaire televisieomroeporganisaties bieden in hun programma-catalogus minstens 30% Europese producties aan waarvan een aanzienlijk deel Nederlandstalige Europese producties zijn. De niet-lineaire televisieomroeporganisaties zorgen voor een prominente plaats van deze Europese producties in hun programmacatalogus.
  Het eerste lid is niet van toepassing op niet-lineaire televisieomroep-organisaties met een lage omzet of een klein publiek en is niet van toepassing op kleine en micro-ondernemingen. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria van een lage omzet en van een klein publiek.
  De Vlaamse Regering kan voor de bepaling van een aanzienlijk deel Nederlandstalige Europese producties zoals bedoeld in het eerste lid quota opleggen.
  § 2. De particuliere niet-lineaire televisieomroeporganisaties nemen deel aan de productie van Vlaamse audiovisuele werken, ofwel onder de vorm van een financiële bijdrage aan de productie of de coproductie van Vlaamse audiovisuele werken, ofwel onder de vorm van een gelijkwaardige financiële bijdrage aan het Vlaams Audiovisueel Fonds vzw, opgericht bij het decreet van 13 april 1999 houdende machtiging van de Vlaamse Regering om toe te treden tot en om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel Vlaams Audiovisueel Fonds. Deze bijdrage wordt door het Vlaams Audiovisueel Fonds besteed aan Vlaamse, kwalitatieve onafhankelijke coproducties in reeksvorm.
  De Vlaamse Regering bepaalt de criteria, de voorwaarden en de procedures voor de deelname van de particuliere niet-lineaire televisieomroeporganisaties aan de productie van Vlaamse audiovisuele werken, met inbegrip van de grondslag, het tarief of het bedrag en eventuele vrijstellingen of verminderingen van de financiële bijdrage.
  Het besluit van de Vlaamse Regering strekkende tot de uitvoering van het tweede lid, alsook ieder later besluit van de Vlaamse Regering strekkende tot de wijziging van datzelfde besluit, wordt van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot op de datum van de inwerkingtreding ervan als het niet binnen één maand na de goedkeuring door de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement ter bekrachtiging wordt voorgelegd. Het besluit wordt bekrachtigd bij decreet binnen zes maanden na de goedkeuring ervan. Die periodes worden opgeschort tijdens het parlementaire reces en bij de ontbinding van het parlement.
  § 3. De niet-lineaire televisieorganisaties bezorgen elk jaar voor 31 maart aan de Vlaamse Regulator voor de Media een verslag over de wijze waarop aan de bepalingen van de paragrafen 1 en 2 is voldaan. De Vlaamse Regulator voor de Media maakt die gegevens openbaar.
  § 4. De bepalingen van paragrafen 2 en 3 zijn ook van toepassing op niet-lineaire televisieomroeporganisaties die onder de bevoegdheid vallen van een lidstaat van de Europese Unie en niet-lineaire televisiediensten aanbieden die gericht zijn op de Vlaamse Gemeenschap.".

  Art. 14. In artikel 166/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 februari 2014 en gewijzigd bij het decreet van 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen het woord "omroepprogramma" en het woord "kan" de zinsnede "of de verzorging van het omroepprogramma door de exploitatiemaatschappij, onverminderd de redactionele verantwoordelijkheid van de regionale televisieomroeporganisatie," ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen de woorden "commerciële exploitatie van het omroepprogramma" en de woorden "van één of meer regionale televisieomroeporganisaties" de zinsnede " of, onverminderd de redactionele verantwoordelijkheid van de regionale televisieomroeporganisatie, het omroepprogramma" ingevoegd;
  3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Het aandeelhouderschap van een exploitatiemaatschappij kan voor maximaal de helft in handen zijn van een of meer regionale televisieomroeporganisaties." vervangen door de zin "Het aandeelhouderschap van een exploitatiemaatschappij kan voor maximaal 25% plus één aandeel in handen zijn van een of meer regionale televisieomroeporganisaties.";
  4° aan paragraaf 1, derde lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die minimumvereisten omvatten minstens de plicht om, als de verzorging van het omroepprogramma aan de exploitatiemaatschappij wordt overgedragen, in de exploitatieovereenkomst een regeling op te nemen over de redactionele onafhankelijkheid, de naleving van het redactiestatuut en de verantwoordelijkheid van de regionale televisieomroeporganisatie voor de inhoud van de programma's.";
  5° aan paragraaf 1 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De verzorging van de journaals en de aanstelling van de hoofdredacteur en van de redactie mogen, in afwijking van het eerste lid, niet via de exploitatieovereenkomst aan de exploitatiemaatschappij toevertrouwd worden.";
  6° in paragraaf 2 wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De regionale televisieomroeporganisaties waarvan het verzorgingsgebied minder dan 750.000 inwoners telt en waarvan, op basis van een of meerdere door de Vlaamse Regering vast te stellen indicatoren, aangenomen kan worden dat de thuistaal van een relatief hoog aandeel inwoners Frans is, ontvangen vanaf 1 januari 2018 van de dienstenverdelers die geld innen voor derden en die het omroepprogramma van de regionale televisieomroeporganisaties doorgeven, hiervoor een compensatie van 100.000 euro. Dit bedrag wordt voorafgenomen van de jaarlijkse totale vergoeding, vermeld in het vierde lid. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere grenzen van het relatief hoog aandeel.";
  7° in paragraaf 2 wordt in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, tussen het woord "stellen" en het woord "voor" de woorden "voor de compensatie vermeld in het tweede lid en" ingevoegd;
  8° in paragraaf 2 wordt in het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, het woord "derde" vervangen door het woord "vierde";
  9° in paragraaf 2 wordt tussen het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, en het vijfde lid, dat het zevende lid wordt, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De compensatie, vermeld in het tweede lid, wordt vanaf 1 januari 2019 jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer, zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. Die compensatie wordt geïndexeerd door ze te vermenigvuldigen met het voormelde prijsindexcijfer, vastgesteld voor de maand januari van het lopende jaar en te delen door het voormelde prijsindexcijfer, vastgesteld voor de maand januari van het jaar 2018.";
  10° in paragraaf 2 wordt in het bestaande vijfde lid, dat het zevende lid wordt, het woord "vergoedingen" vervangen door het woord "bereikvergoedingen" en wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "derde";
  11° in paragraaf 2 wordt in het bestaande zevende lid, dat het negende lid wordt, het woord "vergoeding" telkens vervangen door het woord "vergoedingen", wordt het woord "wordt" vervangen door het woord "worden" en wordt het woord "derde" telkens vervangen door het woord "vierde";
  12° in paragraaf 2 wordt in het bestaande achtste lid, dat het tiende lid wordt, het woord "vergoeding" vervangen door het woord "vergoedingen" en wordt het cijfer "2" vervangen door het cijfer "3".

  Art. 15. Aan artikel 169, eerste lid, 7°, van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede "ofwel ter uitvoering van de exploitatieovereenkomst, vermeld in artikel 166/1, § 1, worden uitgewerkt en gerealiseerd, onverminderd de redactionele eindverantwoordelijkheid van de regionale televisieomroeporganisaties" toegevoegd.

  Art. 16. In artikel 185 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 25 april 2014 en 14 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "omroepprogramma's" vervangen door het woord "televisieomroepprogramma's";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "het belangrijkste middel zijn om omroepprogramma's te ontvangen" vervangen door de woorden "het belangrijkste middel zijn om televisieomroepprogramma's te ontvangen".

  Art. 17. In artikel 186 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 21 februari 2014 en 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 185, § 1, eerste lid," vervangen door de zinsnede "die gebruikmaken van netwerken die voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om televisieomroepprogramma's te ontvangen,";
  2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 185, § 1, eerste lid," vervangen door de zinsnede "die gebruikmaken van netwerken die voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om televisieomroepprogramma's te ontvangen,".

  Art. 18. In artikel 187, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 21 februari 2014 en 23 december 2016, worden de woorden "om omroepprogramma's te ontvangen" vervangen door de woorden "om televisieomroepprogramma's te ontvangen".

  Art. 19. In artikel 218 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 19 juli 2013, 17 januari 2014 en 21 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2, eerste lid, worden een punt 14° en een punt 15° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "14° met behoud van de toepassing van paragraaf 3, eerste lid, 2°, niet-bindende interpretatieve richtsnoeren opstellen die de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan verduidelijken;
  15° met behoud van de toepassing van paragraaf 3, eerste lid, 3°, adviezen formuleren als dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan erin voorzien, of op verzoek van de Vlaamse Regering.";
  2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen heeft de volgende taken:
  1° uitspraak doen over geschillen die gerezen zijn naar aanleiding van de toepassing van artikel 38, 39, 42, 44, 45, 72, 5°, 176, 1°, en 180, § 6;
  2° niet-bindende interpretatieve richtsnoeren opstellen over artikel 38, 39, 42, 44, 45, 72, 5°, 176, 1°, en 180, § 6;
  3° adviezen formuleren als dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan erin voorzien, of op verzoek van de Vlaamse Regering over artikel 38, 39, 42, 44, 45, 72, 5°, 176, 1°, en 180, § 6.";
  3° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. Bij het opstellen van niet-bindende interpretatieve richtsnoeren, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 14°, en paragraaf 3, eerste lid, 2°, organiseert de Vlaamse Regulator voor de Media een openbare raadpleging.".

  Art. 20. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt een artikel 227/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 227/1. De Vlaamse Regulator voor de Media neemt deel aan Vlaamse, inter-federale en nationale samenwerkingsverbanden of geschillenorganen waarin hij zitting heeft. De bevoegde kamer kan daarvoor delegatie verlenen aan een lid van de bevoegde kamer of aan een personeelslid van de Vlaamse Regulator voor de Media.".

  Art. 21. Artikel 8 van dit decreet treedt in werking op 30 juni 2020.

  Art. 22. Artikel 13 van dit decreet treedt in werking op 1 januari 2019.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 29 juni 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel,
S. GATZ

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2017-2018 Stukken: - Ontwerp van decreet : 1587 - Nr. 1 - Amendementen : 1587 - Nr. 2 - Verslag : 1587 - Nr. 3 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1587 - Nr. 4 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 20 juni 2018.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie