J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/06/14/2018012839/justel

Titel
14 JUNI 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het Plan voor Lokale Actie voor het Gebruik van Energie

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 29-06-2018 nummer :   2018012839 bladzijde : 53307       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-06-14/19
Inwerkingtreding : 01-07-2019

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2013031357       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-4
HOOFDSTUK 2. - Actieplan voor het energiebeheer
Afdeling 1. - Eerste fase
Art. 5-10
Afdeling 2. - Tweede fase
Art. 11-16
HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen van de PLAGE-coördinator en het orgaan
Art. 17-18
HOOFDSTUK 4. - Over de specifieke opleinding betreffende de implicaties van het PLAGE
Art. 19-23
HOOFDSTUK 5. - Vereenvoudigde procedure
Art. 24-25
HOOFDSTUK 6. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 26-28
BIJLAGEN.
Art. N1-N6

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Omzetting
  Onderhavig besluit vult de omzetting van de richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG aan.

  Art. 2. Definities
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° "Ordonnantie": Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;
  2° "Orgaan":
  a) orgaan gedefinieerd bij artikel 2.2.22 van de ordonnantie of hierna privaat orgaan genoemd;
  b) overheid zoals bedoeld bij artikel 2.4.3 van de ordonnantie;
  3° "Minister": de Minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die bevoegd is voor energie;
  4° "PLAGE-protocol": door Leefmilieu Brussel ter beschikking gesteld methodologisch protocol dat de door de organen, de PLAGE-coördinator en de PLAGE-revisor te volgen richtlijnen vastlegt bij de uitvoering van het PLAGE en waarvan de minimale inhoud is vastgelegd in bijlage 1 bij het huidige besluit;
  5° "Opleidingsprotocol": door Leefmilieu Brussel ter beschikking gestelde handleiding die de door de opleidingsorganen te volgen richtlijnen vastlegt in het kader van de erkenning van de specifieke opleiding betreffende de implicaties van het PLAGE;
  6° "Vastgoedpark": geheel van gebouwen of gebouwdelen zoals gedefinieerd bij artikel 5 bij het huidige besluit;
  7° "Bezet specifiek genormaliseerd verbruik van een gebouw of van het vastgoedpark": hun genormaliseerd verbruik ten opzichte van hun bezette oppervlakte;
  8° "PLAGE-referentieverbruik": bezet specifiek genormaliseerd verbruik van een gebouw of van het vastgoedpark van het orgaan tijdens een van de twee volgende referentieperiodes, gekozen door het orgaan voor zijn eerste PLAGE uit:
  a) "Referentieperiode A": periode van twaalf opeenvolgende maanden die afloopt in de loop van de eerste fase van het PLAGE of;
  b) "Referentieperiode B": periode van zesendertig opeenvolgende maanden die afloopt in de loop van de eerste fase van het PLAGE;
  Voor de daaropvolgende PLAGE's kan alleen referentieperiode A gebruikt worden.

  Art. 3. Protocol en aanmeldingperiode
  § 1. Het orgaan en de PLAGE-revisor komen hun in onderhavig besluit vastgelegde verplichtingen na door het PLAGE-protocol te volgen en door de voor hen bestemde instrumenten, beschikbaar gesteld door Leefmilieu Brussel, te gebruiken.
  § 2. Binnen een termijn van twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit artikel bezorgen de organen aan Leefmilieu Brussel via elektronische weg aan de hand van het door Leefmilieu Brussel ter beschikking gestelde formulier een lijst die de volgende gegevens vermeldt voor elk gebouw dat meetelt voor de berekening van de voor elk orgaan geldende drempelwaarde:
  1° het adres en de oppervlakte;
  2° de status van eigenaar en/of betrekker;
  3° informatie over het beheer van de verwarmings-, koelings-, verlichtings-, ventilatie- en SWW-installaties (sanitair warm water);
  4° de verschillende energievectoren en de manier waarop ze gemeten en gefactureerd worden;
  5° het al dan niet bestaan van een energieboekhouding.

  Art. 4. Toegang tot de verbruiksgegevens
  In naleving van de reglementering in verband met de verwerking van persoonsgegevens bezorgt de beheerder van het distributienet voor elektriciteit en gas de verbruiksgegevens van de gebouwen aan het orgaan dat er eigenaar van is met het oog op de voering van de energieboekhouding waartoe het orgaan in kwestie gehouden is.

  HOOFDSTUK 2. - Actieplan voor het energiebeheer

  Afdeling 1. - Eerste fase

  Art. 5. Energiekadaster
  Via zijn PLAGE-coördinator stelt het orgaan het energiekadaster op van de zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindende gebouwen of gebouwdelen waarvan hij eigenaar of gebruiker is en die een oppervlakte van meer dan 250 m2 hebben. De minimale inhoud van het energiekadaster wordt bepaald in bijlage 2 van het huidige besluit en kan nader gepreciseerd worden door de Minister.

  Art. 6. Ontwerp van actieprogramma
  Het orgaan stelt zijn ontwerpactieprogramma op aan de hand van zijn energiekadaster dat hij bij zijn ontwerp voegt, door er de maatregelen in te beschrijven tot verbetering van de energieprestatie van zijn vastgoedpark die hij tijdens de tweede fase van het PLAGE zal treffen ten aanzien van dat hele park of een deel ervan. De minimale inhoud van het actieprogramma wordt bepaald in bijlage 3 van voorliggend besluit.
  In zijn ontwerp van actieprogramma evalueert het orgaan het potentieel van deze maatregelen ter verbetering van de energieprestatie in termen van energieverbruikvermindering.

  Art. 7. Energieboekhouding
  In zijn ontwerp van actieprogramma beschrijft het orgaan het energieboekhoudsysteem voor elk gebouw van zijn vastgoedpark dat hij uiterlijk op het moment van de mededeling van zijn actieprogramma aan Leefmilieu Brussel zal implementeren ter verzekering van de opvolging van zijn energieverbruik. Deze energieboekhouding omvat met name een periodieke gegevensopneming, zoals gedefinieerd in bijlage 4 van onderhavig besluit.

  Art. 8. Onderzoek en verslag van de PLAGE-revisor
  § 1. De PLAGE-revisor bestudeert het ontwerp van actieprogramma dat hij van het orgaan ontvangen heeft en bezorgt het orgaan binnen een termijn van twaalf maanden na ontvangst van het ontwerp een verslag.
  § 2. Het verslag van de PLAGE-revisor bevat een evaluatie van het ontwerp aan de hand van minstens de volgende verificatiecriteria:
  1° hij controleert de volledigheid en betrouwbaarheid van het energiekadaster en de gegevens die erin vermeld worden;
  2° hij controleert de volledigheid en betrouwbaarheid van het beoogde energieboekhoudingssysteem;
  3° hij controleert de volledigheid en betrouwbaarheid van de gegevens die door het orgaan gebruikt werden om het PLAGE-referentieverbruik van zijn vastgoedpark te berekenen alsook het resultaat van deze berekening;
  4° hij controleert de betrouwbaarheid en relevantie van de door het orgaan voorgestelde maatregelen ter verbetering van de energieprestatie van het vastgoedpark en gaat het potentieel na van deze maatregelen met betrekking tot de vermindering van het energieverbruik van het door het orgaan geëvalueerde vastgoedpark;
  5° hij controleert of de berekening van de doelstelling tot vermindering van het door het orgaan geraamde PLAGE-referentieverbruik geloofwaardig en relevant is;
  6° hij vermeldt eventuele aanbevelingen in lijn met de maatregelen of gegevens van het ontwerp van actieprogramma.

  Art. 9. Verzendingstermijnen
  § 1. Het orgaan bezorgt zijn actieprogramma aan Leefmilieu Brussel na het eventueel aangepast te hebben naar aanleiding van het onderzoek van de PLAGE-revisor en het verslag van de PLAGE-revisor:
  1° binnen achttien maanden na de aanstelling van de PLAGE-coördinator voor het eerste PLAGE;
  2° binnen twaalf maanden na de bezorging aan Leefmilieu Brussel van het evaluatieverslag opgesteld door het bij artikel 14 beoogde orgaan, voor de daaropvolgende PLAGE's.
  § 2. Voorafgaand aan de kennisgeving van de becijferde doelstelling kan Leefmilieu Brussel aan de PLAGE-coördinator vragen om binnen dertig dagen het actieprogramma aan te passen om zich te richten naar de door de PLAGE-revisor geformuleerde aanbevelingen.

  Art. 10. Becijferde doelstelling
  § 1. Binnen drie maanden na ontvangst van het actieprogramma en het verslag van de PLAGE-revisor bepaalt Leefmilieu Brussel het te bereiken bezet specifiek genormaliseerd verbruik van het vastgoedpark na implementatie van het actieprogramma. Het doet dit als becijferde doelstelling tot vermindering van het energieverbruik van het orgaan op basis van de volgende criteria, opgelijst in volgorde van prioriteit:
  1° het PLAGE-referentieverbruik van het vastgoedpark van het orgaan;
  2° in voorkomend geval, de inspanningsschalen voor elk gebouw, zoals vastgelegd door de Minister, rekening houdend met het belang van het energieverbruik en de bestemming;
  3° het potentieel tot vermindering van het energieverbruik van elke energie-efficiëntiemaatregel die in het actieprogramma beschreven wordt, rekening houdend met de initiële energieprestatie van het vastgoedpark;
  4° desgevallend, de overtollige besparingen ten opzichte van de becijferde doelstelling die in de vorige cyclus gerealiseerd werden ;
  5° een algemene doelstelling tot vermindering met tien procent van het energieverbruik van de gebouwen van het aan het PLAGE onderworpen vastgoedpark.
  § 2. In het bij artikel 9 § 2 beoogde geval wordt de bij de eerste paragraaf vermelde termijn met een maand verlengd.
  § 3. Er wordt bij de Minister een beroep ingesteld tegen de beslissing van Leefmilieu Brussel betreffende het bepalen van de becijferde doelstelling. Dit beroep is niet opschortend en wordt binnen de 60 na de kennisgeving van de beslissing van Leefmilieu Brussel ingediend.
  De Minister, of de persoon die hij of zij hiervoor afvaardigt, hoort de verzoekende of diens raadgever en Leefmilieu Brussel of diens raadgever op hun vraag. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden de andere partijen van het beroep voor de hoorzitting uitgenodigd. Van de beslissing van de Minister wordt binnen de 60 dagen na de indiening van de aangetekende zending met het beroep bij de post, kennis gegeven. Deze termijn wordt met 15 dagen verlengd indien het beroep tussen 15 juli en 15 augustus ingediend wordt. Wanneer de partijen gehoord worden, wordt de termijn eveneens met 15 dagen verlengd.
  De beslissing van de Minister vervangt de beslissing van Leefmilieu Brussel.

  Afdeling 2. - Tweede fase

  Art. 11. Verandering van de vastgoedpark
  § 1. Wanneer in de loop van de tweede fase van het PLAGE het orgaan eigenaar of gebruiker wordt van een op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen gebouw of gebouwdeel met een oppervlakte van meer dan 250 m2, kan het orgaan beslissen om dit op te nemen in zijn energieboekhouding.
  § 2. Omgekeerd, zodra het orgaan niet langer de hoedanigheid van eigenaar of gebruiker heeft ten aanzien van een gebouw uit zijn vastgoedpark, brengt het orgaan Leefmilieu Brussel hiervan onverwijld op de hoogte en deelt het orgaan het instituut daarbij aangetekend de volgende elementen mee:
  1° het postadres van het gebouw in kwestie;
  2° een kopie van de akte waarmee zijn eigendoms- of gebruiksrecht eindigde.
  Bijgevolg is dit gebouw niet langer betroffen door deze tweede fase van het PLAGE, terwijl het orgaan er wel aan onderworpen blijft tot aan het einde van deze fase, ook al is de oppervlakte van het respectieve gebouw van dien aard dat de drempelwaarde voor de toepassing niet langer gehaald wordt.

  Art. 12. Evaluatieverslag
  § 1. Het bij artikel 2.2.23, § 4 van de ordonnantie beoogde evaluatieverslag wordt opgesteld door het orgaan en onderworpen aan het onderzoek van de PLAGE-revisor binnen 45 dagen na afloop van de termijn van 36 maanden die bij artikel 2.2.23, § 2, alinea 4 van de ordonnantie beoogd wordt.
  § 2. Het evaluatieverslag bevat minstens de volgende elementen:
  1° de lijst van de concreet gerealiseerde maatregelen;
  2° de resultaten van zijn energieboekhouding;
  3° voor elk van de getroffen maatregelen:
  a) de datum waarop de maatregel uitgevoerd werd;
  b) de elementen waarmee hun uitvoering aangetoond kan worden;
  c) de geraamde energiebesparing uitgedrukt in eindverbruik aan energie en primaire energie (in kWh per m2 en per jaar);
  d) in voorkomend geval, de bijzondere omstandigheden die de gevolgen van de maatregel beperkt zouden kunnen hebben, alsook elk onontbeerlijk element voor de analyse van hun geloofwaardigheid en hun relevantie.
  § 3. Mocht de doelstelling niet bereikt blijken, dan licht het verslag het bestaande verschil tussen deze doelstelling en het bezet specifiek genormaliseerd verbruik toe van het vastgoedpark dat op het einde van de implementatie van het actieprogramma bereikt werd. In voorkomend geval beschrijft het aan de hand van toe te voegen bewijsstukken die in het PLAGE-protocol gepreciseerd worden, de bijzondere omstandigheden die dit verschil rechtvaardigen, met een voorstel tot kwantificering van elke omstandigheid. Het kan met name gaan om:
  1° een aanzienlijke stijging van de bezettingsgraad of een aanzienlijke toename van de uitrustingen van de gebouwen van het orgaan of van zijn elektrische vloot in de loop van de tweede fase van het PLAGE of van een wijziging van het vastgoedpark, zoals gepreciseerd bij artikel 11, § 2;
  2° technische, functionele of economische beperkingen die in de loop van de tweede fase van het PLAGE verschenen zijn en die niet te voorzien waren op het moment dat het actieprogramma werd opgemaakt;
  3° functionele beperkingen die verband houden met de omstandigheid dat het orgaan, krachtens de wettelijke of contractuele regels die zijn bezettings- of eigendomsrecht bepalen op het moment van de implementatie van de maatregel, niet kon tussenkomen op het constructie-element of op het systeem dat het voorwerp van de maatregel van het actieprogramma uitmaakt. Deze bijzondere omstandigheid wordt alleen aanvaard, als er niettemin een vermindering van het energieverbruik werd vastgesteld.

  Art. 13. Onderzoeksverslag
  § 1. Binnen twee maanden na ontvangst van het evaluatieverslag van het orgaan stelt de PLAGE-revisor er een onderzoeksverslag over op en bezorgt dit aan het orgaan. Zijn verslag bevat de volgende elementen:
  1° de controle van de in het evaluatieverslag vermelde gegevens en informatie;
  2° een beoordeling van het uitgevoerde werk;
  3° mocht de doelstelling niet bereikt zijn, een beoordeling van de relevantie en de geloofwaardigheid van de bijzondere omstandigheden die door het orgaan krachtens artikel 12, § 2, 3°, d) en § 3 ingeroepen worden, opgesteld aan de hand van een erkend protocol ter evaluatie van de energie-efficiëntie, zoals nader bepaald in het PLAGE-protocol.
  § 2. De PLAGE-revisor zorgt voor een regelmatige follow-up van het orgaan door met name na te gaan of de acties ondernomen worden, of de verwachte resultaten behaald worden en of het orgaan vooruitgang boekt in het bereiken van zijn doelstelling. In voorkomend geval stelt de PLAGE-revisor wijzigingsmaatregelen voor, die hij aan zijn onderzoeksverslag toevoegt.

  Art. 14. Bezorging van de verslagen
  Binnen 14 dagen na ontvangst van het onderzoeksverslag van de PLAGE-revisor bezorgt het orgaan dit aan Leefmilieu Brussel evenals zijn bij artikel 12 bedoelde evaluatieverslag, samen met zijn eventuele aanvullende opmerkingen toegevoegd als bijlage.

  Art. 15. Onderzoek van de verslagen
  § 1. Leefmilieu Brussel onderzoekt het evaluatieverslag en het onderzoeksverslag die respectievelijk bij artikel 14 beoogd worden.
  § 2. Op basis van deze rapporten past Leefmilieu Brussel in voorkomend geval de bij artikel 2.6.3 van de ordonnantie voorziene sanctie toe.

  Art. 16. Opeenvolgende PLAGE's
  Tijdens de eerste fase van het volgende PLAGE zoals bepaald bij artikel 2.2.24 van de ordonnantie zet het orgaan zijn lopende energieboekhouding verder, actualiseert het orgaan het energiekadaster dat het opstelde krachtens artikel 5 en werkt het orgaan een nieuw actieprogramma overeenkomstig artikel 5 tot 7 uit.

  HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen van de PLAGE-coördinator en het orgaan

  Art. 17. Verplichtingen van de PLAGE-coördinator
  De PLAGE-coördinator komt de volgende verplichtingen na:
  1° hij is houder van een opleidingsattest energiebeheer (energieverantwoordelijke) of van een attest van een gelijkwaardige certificerende opleiding of is erkend als energieauditeur voor milieuvergunningen;
  2° hij behaalt een geldig specifiek opleidingsattest, uitgereikt krachtens artikel 19, § 2;
  3° hij behaalt, in voorkomend geval, een specifiek bijscholingsattest, uitgereikt krachtens artikel 19, § 2, binnen de door Leefmilieu Brussel vastgelegde termijn;
  wanneer er meerdere PLAGE-coördinatoren aangeduid worden voor eenzelfde gebouw, bezorgt elke PLAGE-coördinator de andere coördinatoren zijn gegevens en wordt er in voorkomend geval een van hen aangeduid om deze gegevens te coördineren voor het gebouw in kwestie.

  Art. 18. Verplichtingen van het orgaan
  § 1. Bij de aanstelling van zijn PLAGE-coördinator deelt het orgaan Leefmilieu Brussel zijn contactgegevens en de bij punt 1° en 2° van artikel 17 bedoelde documenten mee.
  § 2. Het orgaan informeert Leefmilieu Brussel over elke verandering van PLAGE-coördinator door de einddatum van de opdracht van de vorige PLAGE-coördinator mee te delen. De termijnen van de fase die op die einddatum nog zou lopen, worden desgevallend opgeschort gedurende de tijd die het orgaan nodig heeft om een nieuwe PLAGE-coördinator aan te stellen, met dien verstande dat deze termijn niet meer dan zes maanden mag bedragen. Per PLAGE-cyclus zal er één enkele opschorting van de termijnen toegestaan worden.
  § 3. Leefmilieu Brussel kan aan het orgaan vragen dat de PLAGE-coördinator in functie vervangen wordt, als het instituut vaststelt dan deze laatste zijn verplichtingen niet nakomt, die in de ordonnantie en in het huidige besluit beoogd worden.
  § 4. Elk document dat wordt overgedragen door of in naam van het orgaan, zal ondertekend en voor waar en echt alsook desgevallend eensluidend met de originele stukken verklaard moeten zijn.

  HOOFDSTUK 4. - Over de specifieke opleinding betreffende de implicaties van het PLAGE

  Art. 19. Inhoud van de opleiding
  § 1. De erkenning van een specifieke opleiding betreffende de implicaties van het PLAGE wordt toegekend aan de opleidingen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° de specifieke opleiding betreffende de implicaties van het PLAGE heeft betrekking op:
  a) voor de basisopleiding, alle modules waarvan de minimale inhoud bepaald werd in bijlage 5 van het huidige besluit dat door Leefmilieu Brussel nog nader gepreciseerd kan worden;
  b) voor de bijscholing, de wijzigingen die aan de modules van de basisopleiding aangebracht moeten worden, zoals bepaald door Leefmilieu Brussel;
  2° de opleiding wordt gegeven in een infrastructuur die is afgestemd op de organisatie van de opleiding;
  3° de opleiding wordt gegeven door opleiders die op voldoende praktijkervaring met betrekking tot de geziene stof kunnen bogen;
  4° de opleiding respecteert de bepalingen die in het opleidingsprotocol vastgelegd werden.
  § 2. Elk opleidingsorgaan waarvan de opleiding erkend wordt door Leefmilieu Brussel overeenkomstig § 1, is gemachtigd om het attest van de specifieke basisopleiding of de bijscholing uit te reiken, al naargelang het geval, na afloop van de opleiding.
  § 3. Leefmilieu Brussel informeert de opleidingsorganen desgevallend over de gelijkwaardige opleidingen die er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in een ander Gewest of een andere lidstaat gegeven worden, en geeft hen de toelating om iedere natuurlijke persoon die een bewijs van deelname aan voormelde gelijkwaardige opleidingen kan voorleggen, van een of meerdere moduledelen vrij te stellen.

  Art. 20. Over de erkenningsaanvraag
  § 1. De aanvraag tot erkenning van de specifieke opleiding betreffende de implicaties van het PLAGE wordt in één exemplaar aangetekend verstuurd naar Leefmilieu Brussel, per koerier naar de zetel van Leefmilieu Brussel gebracht of via elektronische weg verzonden en bevat minstens de gegevens vermeld in het formulier conform het model van bijlage 6 van het huidige besluit, vergezeld van de documenten die erin opgesomd worden. Leefmilieu Brussel reikt meteen een bewijs van indiening van de aanvraag uit.
  § 2. Binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag tot erkenning verstuurt Leefmilieu Brussel een ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier naar de aanvrager.
  Als het dossier onvolledig is, stelt Leefmilieu Brussel de aanvrager op de hoogte van de ontbrekende documenten en gegevens. Binnen de tien werkdagen na ontvangst van de ontbrekende documenten verstuurt het Instituut hem een ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier.
  Het ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier vermeldt de behandelingstermijnen van het dossier en de beroepsmogelijkheden tegen de beslissing.
  § 3. Leefmilieu Brussel oordeelt over de aanvraag tot erkenning, rekening houdend met de elementen in het volledig verklaard dossier. Het Instituut betekent zijn beslissing bij per post aangetekend schrijven binnen de dertig werkdagen na de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledig verklaard dossier.
  § 4. De erkenning wordt gepubliceerd op het online portaal van Leefmilieu Brussel. Alle handelingen die door het orgaan worden gesteld in het kader van de activiteit waarvoor zijn opleiding erkend wordt, vermelden het nummer van zijn erkenning.

  Art. 21. Verplichtingen van het opleidingsorgaan
  Het opleidingsorgaan waarvan de opleiding erkend wordt, respecteert de volgende verplichtingen:
  1° het past het opleidingsprotocol toe;
  2° het bezorgt Leefmilieu Brussel jaarlijks een activiteitenrapport waarin het de georganiseerde erkende opleidingen beschrijft en de kwaliteit ervan aantoont, de afgeleverde opleidingsattesten opsomt en verklaart dat de opleiding nog steeds aan erkenningsvoorwaarden voldoet;
  het deelt Leefmilieu Brussel alle wijzigingen mee betreffende elk gegeven dat in het erkenningsdossier is opgenomen.

  Art. 22. Opschorting en intrekking van de erkenning
  § 1. Leefmilieu Brussel kan beslissen om de erkenning op te schorten of in te trekken, mits naleving van de bij § 2 beoogde procedure.
  1° Als de erkenningsvoorwaarden van artikel 19, § 1 niet langer vervuld zijn of;
  2° Als het opleidingsorgaan waarvan de opleiding erkend wordt, niet langer zijn bij artikel 21 beoogde verplichtingen nakomt of;
  3° Als het opleidingsorgaan waarvan de opleiding erkend wordt, de door Leefmilieu Brussel in het kader van de erkenning gegeven instructies niet gevolgd heeft.
  § 2. Elke beslissing tot opschorting of intrekking wordt genomen na de houder van de erkenning de mogelijkheid gegeven te hebben om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk overgemaakt te hebben.
  De beslissing tot opschorting of intrekking wordt kenbaar gemaakt per aangetekende brief aan de houder van de erkenning.
  Ze wordt gepubliceerd op het online portaal van Leefmilieu Brussel, zodra een van de twee volgende voorwaarden vervuld is:
  1° de termijn om het bij artikel 23 voorziene beroep in te dienen, is verstreken;
  2° de beslissing werd bevestigd of wordt geacht bevestigd te zijn, na het voorwerp te hebben uitgemaakt van het bij artikel 23 voorziene beroep.

  Art. 23. Beroepsprocedure
  § 1. Elk opleidingsorgaan waarvan de erkenning geweigerd, opgeschort of ingetrokken werd of dat geen beslissing ontving binnen de bij artikel 20, § 3 beoogde termijn, kan hiertegen beroep aantekenen bij het Milieucollege.
  § 2. Het beroep moet binnen dertig dagen na kennisgeving van de beslissing of het verstrijken van de termijn die bij artikel 20, § 3 beoogd wordt, per aangetekende brief verstuurd worden.
  § 3. Binnen de vijf dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het beroep stuurt het Milieucollege een kopie ervan naar Leefmilieu Brussel dat binnen tien dagen een kopie van het dossier aan het College overmaakt.
  § 4. De verzoeker of zijn raadsheer alsook Leefmilieu Brussel of zijn afgevaardigde worden, op hun verzoek, gehoord door het Milieucollege. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden de andere partijen verzocht om te verschijnen en wordt de bij § 5, alinea 1 beoogde termijn verlengd met veertien dagen.
  § 5. De beslissing van het Milieucollege wordt kenbaar gemaakt aan de verzoeker binnen zestig dagen na de datum van het ter post neerleggen van de aangetekende brief die het beroep bevat. Deze termijn wordt verlengd met vijfenveertig dagen, wanneer het beroep ter post wordt neergelegd in de periode tussen 15 juni en 15 augustus.
  Bij ontstentenis van kennisgeving van de beslissing binnen deze termijn wordt de betwiste beslissing als bevestigd beschouwd.
  § 6. De beslissing van het Milieucollege vervangt de beslissing van Leefmilieu Brussel.

  HOOFDSTUK 5. - Vereenvoudigde procedure

  Art. 24. Procedure in geval van implementatie van een gelijkwaardig systeem
  Om hun administratieve lasten in het kader van het PLAGE te beperken, volgen de organen die volgens norm ISO 50001 gecertificeerd werden of die over eender welke andere certificering van een energie- of milieubeheersysteem beschikken dat bij 2.5.7 § 2, eerste streepje van de ordonnantie beoogd wordt, een vereenvoudigde procedure, in het bijzonder voor wat betreft de informatie, documenten en verslagen die ze moeten bezorgen of opstellen, volgens de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden die zijn vastgelegd door de Minister, wanneer dit systeem het mogelijk maakt om doelstellingen te bereiken, die gelijkwaardig zijn aan die van het PLAGE. Bijgevolg kan de Minister de uitvoeringsbepalingen die door dit besluit voorzien worden voor deze organen aanpassen, rekening houdend met de verplichtingen die hen zijn opgelegd krachtens het energie- of milieubeheersysteem dat door hen geïmplementeerd wordt.

  Art. 25. Procedure in geval van energieaudit
  § 1. Wanneer een orgaan over een geldige energieaudit van de milieuvergunning beschikt overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 december 2016 betreffende de energieaudit van de grote ondernemingen en de energieaudit van de milieuvergunning en die betrekking heeft op een aanzienlijk deel van zijn vastgoedpark, zijn de verplichtingen die door dit besluit voorzien zijn niet op hem van toepassing tijdens de geldigheid van de audit.
  § 2. Wanneer een orgaan over een geldige energieaudit van de grote ondernemingen beschikt, opgesteld in overeenstemming met voormeld besluit, en die betrekking heeft op een aanzienlijk deel van zijn vastgoedpark, dan geldt de bij artikel 24 van onderhavig besluit voorziene procedure gedurende de hele geldigheidstermijn van de audit en dan kan Leefmilieu Brussel, in afwijking van artikel 10 van het huidige besluit, zich op de resultaatsdoelstelling baseren, die uit het actieplan van de audit voortvloeit.
  § 3. Als de audit geen betrekking heeft op een aanzienlijk deel van het park, dan kan het orgaan ervoor opteren om het gebouw of de gebouwen waarvoor deze audit bestaat, in zijn actieprogramma op te nemen. Als dat het geval is, dan zal Leefmilieu Brussel rekening houden met dit gebouw of deze gebouwen bij de berekening van de becijferde doelstelling conform artikel 10.

  HOOFDSTUK 6. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 26. Ontstentenis van erkende opleiding
  De specifieke opleiding betreffende de implicatie van het PLAGE die door Leefmilieu Brussel georganiseerd wordt en die overeenstemt met de inhoud bepaald bij artikel 19, § 1, 1°, wordt van rechtswege erkend, wanneer er geen enkele erkende specifieke opleiding in dezelfde taal georganiseerd wordt door een opleidingsorgaan.

  Art. 27. Inwerkingtreding
  De artikelen 2.2.21 tot 2.2.25, 2.4.3, 2.6.3 en 2.6.6 van de ordonnantie, alsook het huidige besluit treden in werking op de 1ste juli 2019.

  Art. 28. Uitvoering
  De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-06-2018, p. 53316 )

  Art. N2. Bijlage 2.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-06-2018, p. 53319 )

  Art. N3. Bijlage 3.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-06-2018, p. 53323 )

  Art. N4. Bijlage 4.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-06-2018, p. 53327 )

  Art. N5. Bijlage 5.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-06-2018, p. 53330 )

  Art. N6. Bijlage 6.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-06-2018, p. 53334 )
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 14 juni 2018.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, artikel 20;
   Gelet op de bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse Instellingen van 12 januari 1989, artikel 8;
   Gelet op de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, artikelen 2.2.23, § 2, lid 2, eerste streepje, 2.2.23, § 7, en 4.4.1;
   Gelet op het advies 2017-12-13/1 van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 13 december 2017;
   Gelet op het advies A-2017-085-ESR van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 20 december 2017;
   Gelet op het akkoord van de Minister van de begroting, gegeven op 12 oktober 2017;
   Gelet op het advies 63.210/3 van de Raad van State, gegeven op 25 april 2018 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gezien de gendertest van de respectieve situatie van vrouwen en mannen, zoals bepaald in het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de uitvoering van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen, uitgevoerd op 22 augustus 2017;
   Op voordracht van de Minister belast met Energie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie