J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2018/03/11/2018030697/justel

Titel
11 MAART 2018. - Wet met betrekking tot de financiering van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten Zie wijziging(en)

Bron :
FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR GENEESMIDDELEN EN GEZONDHEIDSPRODUCTEN
Publicatie : 26-03-2018 nummer :   2018030697 bladzijde : 29515       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-03-11/08
Inwerkingtreding : 01-01-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
Art. 2-52
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon
Art. 53
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
Art. 54
HOOFDSTUK 5. - Opheffingsbepalingen
Art. 55-67
HOOFDSTUK 6. - Overgangsbepaling
Art. 68
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
Art. 69
BIJLAGEN.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten

  Art. 2. In artikel 2 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, gewijzigd bij de wet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
  "5° "grondstof" : alle enkelvoudige of samengestelde substanties die, zonder op zichzelf geneesmiddelen te zijn in de zin van artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, door een officina-apotheker worden aangeschaft om ze als dusdanig of na verdeling af te leveren of om ze te verwerken in een magistrale of officinale bereiding;";
  2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 10° tot 20°, luidende :
  "10° "de omzet" : de op de Belgische markt gerealiseerde omzet zoals vastgesteld overeenkomstig de bepalingen vastgesteld bij en krachtens artikel 92 van het Wetboek van vennootschappen maar beperkt tot de levering van goederen waarop het FAGG toezicht houdt;
  11° "levering" : de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijk goed te beschikken, zoals bedoeld in artikel 10, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;
  12° "dienst" : een dienst zoals bedoeld in artikel 18, § 1, eerste en tweede lid, 7°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;
  13° "de aangifteplichtige" : de natuurlijke of rechtspersoon die is aangewezen bij deze wet belast met de uitvoering van de aangiftemodaliteiten en de betaling;
  14° "de belasting- of retributieplichtige" : de heffings-, bijdrage- of retributieplichtige;
  15° "de uitvoeringsrekening" : de rekening van uitvoering van de begroting van het Agentschap, zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk III, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat;
  16° "gecommercialiseerd geneesmiddel" : een geneesmiddel dat daadwerkelijk in de handel is zoals bedoeld in artikel 6, § 1sexies, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
  17° "kosten" : het bedrag van de vergoeding toegekend aan inspecteurs voor in het buitenland uitgeoefende functie, als vereffening voor de reiskosten en buitengewone lasten die zij dragen in de uitoefening van hun functie;
  18° "totale omzet" : het totaal bedrag van de maatstaf van heffing van de levering van goederen en diensten verricht door de belasting- of retributieplichtige en waarvoor de btw opeisbaar geworden is tijdens het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de belasting is verschuldigd, zoals bepaald overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;
  19° "detailhandelaar" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die hulpmiddelen levert aan consumenten zijnde iedere natuurlijke persoon die uitsluitend voor niet-beroepsmatige doeleinden hulpmiddelen verwerft of gebruikt;
  20° "eindgebruiker" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, anders dan een distributeur, die een medisch hulpmiddel gebruikt in het kader van zijn beroepsactiviteiten.";
  3° het artikel waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. De Koning kan de kosten vaststellen zoals bedoeld in paragraaf 1, 17°. Indien de Koning geen gebruik gemaakt heeft van deze delegatie, worden de kosten bepaald overeenkomstig de overeenkomstige bepalingen van toepassing op de ambtenaren afhangend van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.".

  Art. 3. In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "De middelen van het Agentschap".

  Art. 4. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 3, wordt artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008, 30 juli 2013 en 26 december 2015, vervangen als volgt :
  "Art. 13. Het Agentschap wordt gefinancierd door :
  1° de kredieten ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting;
  2° de inkomsten afkomstig uit de heffingen en bijdragen vastgesteld bij afdelingen 3, 4 en 5;
  3° de retributies vastgesteld bij en krachtens afdeling 6;
  4° de inkomsten afkomstig van de Europese Unie met betrekking tot de activiteiten van het Agentschap;
  5° de geldsommen betaald op grond van administratieve minnelijke schikkingen voorgesteld door het Agentschap overeenkomstig de toepasselijke wetgeving;
  6° schenkingen en legaten;
  7° mits het akkoord van de minister bevoegd voor Financiën, de opbrengst van de plaatsing van financiële reserves;
  8° toevallige inkomsten;
  9° alle andere inkomsten afkomstig uit de uitvoering van zijn opdrachten;
  10° een jaarlijks bedrag ten laste van de administratiekosten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, vastgelegd door de Koning.".

  Art. 5. Artikel 13/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 18 december 2016, wordt opgeheven.

  Art. 6. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 3, wordt artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 14. § 1. Het Agentschap kan de voor de uitvoering van zijn opdrachten noodzakelijke uitrusting en installaties verwerven.
  De Staat kan de diensten, uitrustingen en installaties, toebehorend aan de Staat of aan een openbare instelling en die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten van het Agentschap, zoals bepaald in artikel 4, gratis of tegen betaling ter beschikking van het Agentschap stellen.
  § 2. Het Agentschap is mits het akkoord van de minister bevoegd voor Financiën, gemachtigd om leningen aan te gaan die Staatswaarborg kunnen genieten.".

  Art. 7. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Administratieve bepalingen".

  Art. 8. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 14/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/1. De door de minister aangewezen statutaire ambtenaar belast met budget- en beheerscontrole, vertegenwoordigt het Agentschap in en buiten rechte voor de toepassing van deze wet. Deze ambtenaar kan deze bevoegdheid delegeren en deze delegatie aan voorwaarden onderwerpen.
  Tenzij anders bepaald in deze wet is de belasting- of retributieplichtige tevens de aangifteplichtige.".

  Art. 9. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende "Belastingen".

  Art. 10. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 9, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende "Heffingen op de omzet".

  Art. 11. In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 10, wordt een artikel 14/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/2. Een jaarlijkse heffing is verschuldigd op de omzet waarvan de heffingsplichtige, de betrokken goederen en diensten, de hoogte en de minimale forfaitair bepaalde heffing, is vastgesteld in bijlage I bij deze wet.
  Deze heffing is verschuldigd voor ieder jaar dat de heffingsplichtige de in het eerste lid bedoelde omzet verwezenlijkt met inbegrip van het jaar waarin de betrokken activiteit aanvangt en het jaar waarin de betrokken activiteit wordt stopgezet.".

  Art. 12. In dezelfde onderafdeling 1, wordt een artikel 14/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/3. De in artikel 14/2 bedoelde heffing wordt berekend op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd. Indien in het voorafgaande jaar geen in artikel 14/4 bedoelde omzet werd verwezenlijkt dan is de minimale forfaitair bepaalde heffing verschuldigd.".

  Art. 13. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 14/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/4. Het bedrag van het in artikel 14/2 bedoelde omzetcijfer maakt het voorwerp uit van een aangifte door de aangifteplichtige die wordt gedagtekend, ondertekend en voor waar en echt verklaard. Bij deze aangifte wordt het attest gevoegd dat werd opgesteld overeenkomstig artikel 14/6. Deze aangifte wordt gestuurd aan het Agentschap ten laatste op 31 maart van het jaar volgend op dat waarin het omzetcijfer werd verwezenlijkt. Het Agentschap verstuurt een betalingsbericht met het te betalen bedrag. De storting van de heffing gebeurt ten laatste 15 dagen na ontvangst van het betalingsbericht door het Agentschap overeenkomstig artikel 14/18, § 1.".

  Art. 14. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 14/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/5. Onverminderd de bij artikel 14/22 bepaalde straffen, kan het Agentschap bij gebreke van een overeenkomstig artikel 9 opgestelde aangifte, de bijdrage ambtshalve vaststellen op basis van de totale omzet van de heffingsplichtige.
  De heffingsplichtige wordt bij een aangetekende zending tegen ontvangstbewijs op de hoogte gesteld van de ambtshalve vaststelling met vermelding van het in artikel 14/20 bedoelde beroep alsmede de in acht te nemen vormvoorschriften en termijnen.
  Het Agentschap kan de omzet die als basis dient voor de vaststelling van de bijdrage overeenkomstig het eerste lid, verminderen in geval van kennelijke wanverhouding tussen de totale omzet en de omzet van medische hulpmiddelen, in de mate van deze wanverhouding.
  Op verzoek van het Agentschap, verstrekt de bevoegde dienst binnen de Federale Overheidsdienst Financiën, de informatie voor de toepassing van het eerste lid.".

  Art. 15. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 14/6 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/6. De aangifteplichtige houdt jaarlijks een register bij met vermelding van de in artikel 14/2 bedoelde goederen en diensten, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie goederen en diensten worden geleverd en de gevolgen van deze overmaking voor de omzet.
  Op basis van het in het eerste lid bedoelde register laat de aangifteplichtige een attest opmaken door een bedrijfsrevisor of een accountant waarin de volgende elementen worden bevestigd en voor echt verklaard :
  1° de naam van de in artikel 14/2 bedoelde heffingsplichtige als natuurlijke of rechtspersoon, met vermelding van de rechtsvorm en diens ondernemingsnummer;
  2° de belastbare omzet bedoeld in artikel 14/2.".

  Art. 16. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 9, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende "Bijdrage op de verpakking van een vergund geneesmiddel".

  Art. 17. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 16, wordt een artikel 14/7 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/7. Een bijdrage is verschuldigd op de verpakking van geneesmiddelen en grondstoffen waarvan de bijdrageplichtige, de aangifteplichtige, het bedrag per verpakking of het bedrag per gewicht actieve substantie en de periodiciteit, is vastgesteld in bijlage II bij deze wet.
  Het aantal verpakkingen maakt het voorwerp uit van een aangifte die door de aangifteplichtige wordt gedagtekend, ondertekend en waar en echt verklaard. Deze aangifte wordt gericht aan het Agentschap, uiterlijk op het einde van de maand volgend op de periode waarop de bijdrage betrekking heeft tegelijkertijd met de storting van de bijdrage. overeenkomstig artikel 14/18.
  In afwijking van het tweede lid is, indien de belasting jaarlijks is verschuldigd, het voorschot voor de in dit artikel bedoelde belastingen op de verpakking van een vergund geneesmiddel, verschuldigd op de in het jaar voorafgaand aan het bijdragejaar verkochte verpakkingen. De aangifte wordt uiterlijk op 30 april van het bijdragejaar ingediend. Het Agentschap verstuurt een betalingsbericht met het te betalen bedrag. De belasting- of retributieplichtige beschikt over een betalingstermijn van 15 dagen na ontvangst van het betalingsbericht door het Agentschap overeenkomstig artikel 14/18.
  Onverminderd de bij artikel 14/22 bepaalde straffen, kan het Agentschap bij gebreke van een in het eerste lid opgestelde aangifte, de bijdrage ambtshalve vaststellen.".

  Art. 18. In dezelfde onderafdeling 2, wordt een artikel 14/8 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/8. Indien de in artikel 14/7 bedoelde bijdrage is uitgedrukt in functie van het actief bestanddeel wordt de bijdrage per individueel in de handel gebrachte verpakking vastgesteld in euro tot de tweede decimaal. Bedragen worden afgerond naar boven of naar beneden op de dichtstbijzijnde cent. Als de vaststelling tot een resultaat leidt dat precies de helft van een eurocent is, wordt het bedrag naar boven afgerond. Het Agentschap maakt op zijn website de lijst van de in dit artikel bedoelde bijdragen bekend.".

  Art. 19. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 9, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende "Jaarlijkse bijdrage van marktdeelnemers".

  Art. 20. In onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel 14/9 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/9. § 1. Een forfaitaire bijdrage is verschuldigd door de houder waarvan de vergunning, certificaat, erkenning of vrijstelling, de aangifteplichtige en de bijdrage is opgenomen in bijlage III. Indien bepaald, is deze bijdrage verschuldigd voor iedere entiteit van economische activiteit zoals bepaald in bijlage VI.
  Voor de bepaling van het totaal aantal vergunningen onderworpen aan de in het eerste lid bedoelde forfaitaire bijdrage, wordt 1 april van het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is, gehanteerd als referentiedatum.
  § 2. Het Agentschap verstuurt een betalingsbericht met het te betalen bedrag. De bijdrageplichtige beschikt over een betalingstermijn van 15 dagen na ontvangst van het betalingsbericht door het Agentschap, overeenkomstig artikel 14/18.".

  Art. 21. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Belastingen in functie van de uitvoeringsrekening".

  Art. 22. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 21, wordt een artikel 14/10 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/10. § 1. De belastingen opgenomen in bijlage IV zijn afhankelijk van een in deze bijlage bepaald deel van het hypothetisch overschot op de uitvoeringsrekening. In afwijking van de artikelen 14/2, 14/7 en 14/9, vormt de betaling overeenkomstig deze artikelen een voorschot.
  De overeenkomstig dit artikel verschuldigde belastingen zijn positief en bedragen niet meer dan het in het eerste lid bedoelde voorschot.
  § 2. Het hypothetisch overschot op de uitvoeringsrekening voor de toepassing van artikel 14/11, is het positief verschil tussen de opbrengsten, met inbegrip van de in paragraaf 1 bedoelde voorschotten, en de uitgaven van het Agentschap zonder rekening te houden met de stortingen en de middelen van de Staat, verricht en ontvangen overeenkomstig artikel 7bis van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong.".

  Art. 23. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 14/11 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/11. § 1. Het verschuldigde bedrag van een in artikel 14/10, § 1, bedoelde belasting is het betaalde voorschot vermenigvuldigd met een coëfficiënt die het Agentschap bekendmaakt op zijn website voor de betrokken belasting. Het Agentschap betaalt het niet-verschuldigde deel van het voorschot terug voor 31 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarop de belasting betrekking heeft.
  In afwijking van het eerste lid, compenseert het Agentschap het niet-verschuldigde deel van het voorschot met de forfaitaire bijdrage verschuldigd voor het lopende bijdragejaar indien de bijdrageplichtige dezelfde blijft.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde coëfficiënt is het quotiënt van het in artikel 14/10, § 1, bedoelde deel van de belasting vermenigvuldigd met het hypothetisch overschot, gedeeld door de verschuldigde voorschotten voor deze belasting voor het jaar waarop de belasting betrekking heeft.
  § 3. De bepaling van het niet-verschuldigde deel van het voorschot gebeurt in euro tot de tweede decimaal. Bedragen worden afgerond naar boven of naar beneden op de dichtstbijzijnde cent. Als de vaststelling tot een resultaat leidt dat precies de helft van een eurocent is, wordt het bedrag naar boven afgerond.".

  Art. 24. In dezelfde afdeling 4, wordt een artikel 14/12 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/12. Na toepassing van de artikelen 14/10 en 14/11 stort het Agentschap het saldo van het hypothetisch overschot zoals bedoeld in artikel 14/10, § 2, in de Schatkist.".

  Art. 25. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende "Bijdragen".

  Art. 26. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 14/13 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/13. Een bijdrage is verschuldigd waarvan de bijdrageplichtige, het bijdrageplichtig feit en het bedrag zijn vastgesteld in bijlage V bij deze wet. Artikel 14/15, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op deze bijdrage.".

  Art. 27. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 6 ingevoegd, luidende "Retributies".

  Art. 28. In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 27, wordt een artikel 14/14 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/14. Een retributie is verschuldigd waarvan de retributieplichtige, het retributieplichtig feit en het bedrag zijn vastgesteld in bijlage VII bij deze wet.".

  Art. 29. In dezelfde afdeling 6 wordt een artikel 14/15 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/15. Behoudens andersluidende bepaling vastgesteld bij of krachtens de op de betrokken procedure toepasselijke wet en met uitzondering van de retributies die zijn bepaald per dag en per inspecteur, is het betalingsbewijs op straffe van onontvankelijkheid gevoegd bij de aanvraag.
  De retributies die zijn bepaald per dag en per inspecteur, zijn betaalbaar op het moment dat het inspectierapport definitief is. Het Agentschap verstuurt een betalingsbericht met het te betalen bedrag. De bijdrageplichtige beschikt over een betalingstermijn van 15 dagen na ontvangst van het betalingsbericht door het Agentschap, overeenkomstig de bepalingen van artikel 14/18, § 1.".

  Art. 30. In dezelfde afdeling 6 wordt een artikel 14/16 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/16. De Koning kan de in bijlage VII bedoelde bedragen wijzigen en nadere regels betreffende de inning vaststellen.".

  Art. 31. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 7 ingevoegd, luidende "Interesten".

  Art. 32. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 31, wordt een artikel 14/17 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/17. § 1. Een interest van 0,8 % per maand is van rechtswege verschuldigd wanneer de belasting niet voldaan is binnen de toepasselijke betalingstermijn bepaald overeenkomstig de artikelen 14/4, 14/7, tweede lid, 14/9, § 2, of 14/13, § 2.
  De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.
  De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 2,50 euro bereikt.
  § 2. Een interest van 0,8 % per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden gestort met toepassing van artikelen 14/11, § 1, en 14/12 te rekenen vanaf het verstrijken van de in deze bepalingen bepaalde termijn.
  De interest wordt om de maand berekend over het totaal van het terug te storten bedrag, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.
  De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 2,50 euro bereikt.
  § 3. De moratoire interesten over in te vorderen of terug te geven sommen die niet in de §§ 1 en 2 zijn bedoeld, zijn verschuldigd tegen de rentevoet in burgerlijke zaken en met inachtneming van de ter zake geldende regels.
  § 4. De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, de in de §§ 1 en 2 bedoelde interestvoeten aanpassen.".

  Art. 33. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 8 ingevoegd, luidende "Betalingswijzen".

  Art. 34. In afdeling 8, ingevoegd bij artikel 33, wordt een artikel 14/18 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/18. § 1. Heffingen, bijdragen en retributies bedoeld in de artikelen 14/2, 14/7, 14/9, 14/13 en 14/14, worden door de aangifteplichtige gestort op de rekening die het Agentschap bekendmaakt op zijn website. Daar maakt het Agentschap ook de informatie die moet worden medegedeeld bij de stortingen bekend, en dit teneinde de controle mogelijk te maken.
  De Koning kan de nadere regels bepalen voor de in dit artikel bedoelde stortingen.
  § 2. Behoudens indien de papieren aangifte wordt opgelegd bij of krachtens paragraaf 1, worden de aangiftes op grond van deze wet op straffe van nietigheid elektronisch ingediend overeenkomstig de nadere regels vastgesteld krachtens paragraaf 1.
  In geval van papieren aangifte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt de aangifte op straffe van nietigheid bij een aangetekende zending verstuurd aan het Agentschap.".

  Art. 35. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 9 ingevoegd, luidende "Indexering".

  Art. 36. In afdeling 9, ingevoegd bij artikel 35, wordt een artikel 14/19 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/19. De bijdragen bedoeld in de artikelen 14/7, 14/9 en 14/13, de minimale forfaitair bepaalde heffing bedoeld in artikel 14/2, en de retributies bedoeld in artikel 14/14, worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk, in functie van het indexcijfer van de maand september. Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand september 2015. De geïndexeerde bedragen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en zijn opeisbaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat gedurende hetwelk de aanpassing is uitgevoerd.".

  Art. 37. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 10 ingevoegd, luidende "Administratief beroep en invordering".

  Art. 38. In afdeling 10, ingevoegd bij artikel 37, wordt een artikel 14/20 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/20. § 1. De belastingplichtige bedoeld in artikelen 14/2, 14/7 en 14/10, of de in artikel 14/14 bedoelde retributieplichtige indien de retributie niet op straffe van onontvankelijkheid werd vastgesteld, kan een met redenen omkleed administratief beroep instellen, op straffe van verval binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het betalingsbericht. Bij gebreke aan administratief beroep wordt de belasting definitief.
  Op straffe van nietigheid wordt het beroepschrift gericht aan de administrateur-generaal van het Agentschap en bevat :
  1° de handtekening van de belasting- of retributieplichtige of, in geval van een rechtspersoon, de handtekeningen van de personen die de rechtspersoon rechtens vertegenwoordigen;
  2° de vermelding of de belasting- of retributieplichtige wenst gehoord te worden;
  en
  3° een afschrift van het betalingsbericht.
  De administrateur-generaal of zijn afgevaardigde legt het bedrag van de belasting vast in een beslissing nadat de belasting- of retributieplichtige, indien hij daarom heeft verzocht, werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen. Van deze beslissing wordt kennis gegeven aan de belasting- of retributieplichtige binnen drie maanden te rekenen vanaf het instellen van het beroep.
  Bij gebreke van kennisgeving van beslissing binnen drie maanden zoals bedoeld in het derde lid, kan de belasting- of retributieplichtige de zaak aanhangig maken bij de bevoegde rechtbank.
  § 2. Indien een administratief beroep werd ingesteld overeenkomstig paragraaf 1 wordt de belasting definitief :
  1° bij het verstrijken van een termijn van drie maanden, indien de belasting- of retributieplichtige geen beroep heeft ingesteld bij de bevoegde rechtbank nadat hij kennis heeft gekregen van de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde beslissing of na het verstrijken van de in paragraaf 1, vierde lid, bedoelde termijn;
  of
  2° indien de belasting werd vastgesteld bij vonnis of arrest met kracht van gewijsde.
  § 3. De inning en de invordering van de overeenkomstig paragraaf 2 definitief geworden belastingen gebeurt op verzoek van het Agentschap door de administratie belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen van de Federale Overheidsdienst Financiën met alle rechtsmiddelen, overeenkomstig de Domaniale wet van 22 december 1949.".

  Art. 39. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 11 ingevoegd, luidende "Toezicht en strafbepalingen".

  Art. 40. In afdeling 11, ingevoegd bij artikel 39, wordt een artikel 14/21 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/21. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, oefenen de daartoe door de Koning aangewezen statutaire, of bij gebreke daarvan contractuele personeelsleden aangeworven door middel van een contract van onbepaalde duur, van het Agentschap het toezicht uit op de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten door, zo nodig, onaangekondigde, inspecties uit te voeren.
  § 2. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie mogen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in paragraaf 1, voorzien van behoorlijke legitimatiebewijzen, bij de uitoefening van hun opdracht :
  1° tussen 5 uur `s ochtends en 9 uur `s avonds, zonder voorafgaande verwittiging, alle plaatsen, met uitzondering van plaatsen die dienen als woning, betreden en doorzoeken die aan het toezicht van het Agentschap onderworpen zijn, zelfs indien deze voor het publiek niet toegankelijk zijn en meer in het algemeen alle plaatsen waar zij redelijkerwijze vermoeden dat er zich documenten bevinden die relevant zijn voor de toepassing van deze wet;
  2° overgaan tot elk onderzoek, elke controle, en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen vastgesteld bij en krachtens deze wet werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid :
  a) gelijk welke persoon wiens verhoor zij nodig achten, ondervragen over alle feiten die dienstig kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht;
  b) de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verhoor zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht; daartoe kunnen zij van deze personen de overlegging vorderen van officiële identiteitsdocumenten, of deze identiteit trachten te achterhalen met andere middelen, met inbegrip van het maken van foto's, filmen video-opnamen;
  c) zich, zonder verplaatsing, alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers, die gegevens kunnen bevatten die ingevolge deze wet, dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, alsmede alle andere boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers die zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht, ter inzage doen voorleggen, alsook uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopieën of fotokopieën daarvan nemen of zich die kosteloos laten verstrekken of zelfs gelijk welke van de in dit littera bedoelde informatiedragers tegen ontvangstbewijs in beslag nemen.
  Bij een schriftelijke vraag tot informatie op grond van dit artikel is de tekst van artikel 14/22 gevoegd op straffe van nietigheid.
  § 3. De statutaire en contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, hebben het recht alle dienstige vaststellingen te doen en processen-verbaal op te stellen.
  § 4. In de uitoefening van hun ambt kunnen de statutaire of contractuele personeelsleden bedoeld in § 1, de bijstand van de openbare macht vorderen.".

  Art. 41. In dezelfde afdeling 11 wordt een artikel 14/22 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/22. § 1. Onverminderd artikel 14/5, wordt de overtreding op de aangifteverplichting zoals bedoeld in artikel 14/4 en artikel 14/7, tweede lid, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van 100 euro tot 100 000 euro of met één van die straffen alleen.
  Onverminderd artikel 14/5, wordt het niet-houden van een register zoals bedoeld in artikel 14/6, gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot één jaar en met een geldboete van 200 euro tot 15 000 euro of met één van die straffen alleen.
  Wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 500 euro :
  1° het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van een belasting of retributie, bedoeld in de artikelen 14/2, 14/7, 14/9, 14/13 en 14/14, tenzij tijdig beroep werd ingesteld overeenkomstig artikel 14/20;
  2° het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van een in artikel 14/20 bedoelde definitieve belasting of retributie, bedoeld in de artikelen 14/2, 14/7, 14/9, 14/13 en 14/14;
  3° het niet-beantwoorden van een schriftelijke vraag tot inlichtingen zoals bedoeld in artikel 14/21, § 2, eerste lid, 2°.
  § 2. In afwijking van artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, stelt het Agentschap aan de vermoedelijke dader van de inbreuk een minnelijke schikking voor waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen op voorwaarde dat :
  1° indien het een inbreuk betreft zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid of in paragraaf 1, derde lid, 1° of 2° : de verschuldigde belasting wordt voldaan binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3;
  2° indien het een inbreuk betreft zoals bedoeld in paragraaf 1, derde lid, 3° : de gevraagde inlichtingen werden verstrekt binnen de termijn bedoeld in paragraaf 3.
  § 3. De minnelijke schikking wordt verstuurd aan de dader van de inbreuk binnen drie maanden te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal.
  In geval van betaling van de minnelijke schikking binnen de maand na de verzending, stelt het Agentschap de procureur des Konings hiervan in kennis en maakt hem het originele proces-verbaal en een kopie van het voorstel van minnelijke schikking over. Indien beroep werd ingesteld overeenkomstig artikel 14/20, begint de termijn te lopen op het moment dat de belasting definitief wordt zoals bedoeld in artikel 14/20.
  Door betaling van de minnelijke schikking vervalt de strafvordering, tenzij de procureur des Konings binnen een maand, te rekenen van de kennisgeving van betaling van de minnelijke schikking, de dader van de inbreuk kennis geeft van zijn voornemen die vordering in te stellen.
  Indien de strafvordering wordt ingesteld na betaling van de minnelijke schikking en leidt tot veroordeling van de betrokkene dan wordt het bedrag van de minnelijke schikking toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten en op de uitgesproken geldboete. Het eventueel overschot wordt terugbetaald. In geval van vrijspraak wordt het bedrag van de minnelijke schikking teruggegeven.
  In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt het bedrag van de minnelijke schikking teruggegeven na aftrek van de gerechtskosten.
  In geval van niet-betaling van de minnelijke schikking binnen een maand te rekenen vanaf de verzending, stelt het Agentschap de procureur des Konings hiervan in kennis en maakt hem het originele proces-verbaal en een kopie van het voorstel van minnelijke schikking over.
  Indien het Agentschap geen minnelijke schikking voorstelt, maakt hij het origineel proces-verbaal over aan de procureur des Konings binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van het proces-verbaal. De procureur des Konings kan het origineel proces-verbaal terugzenden aan het Agentschap voor een voorstel van minnelijke schikking aan de vermoedelijke dader van de inbreuk. De minnelijke schikking wordt verstuurd aan de dader van de inbreuk binnen drie maanden vanaf de terugzending.
  § 4. Het bedrag van de minnelijke schikking mag niet lager zijn dan het minimum noch het maximum van de voor de inbreuk vastgelegde geldboete overschrijden. Het bedrag van de minnelijke schikkingen wordt vermeerderd met de opcentiemen die van toepassing zijn op de in het Strafwetboek bepaalde geldboetes.
  § 5. De persoon aan wie de betaling van de minnelijke schikking wordt voorgesteld, kan op verzoek bij het Agentschap inzage krijgen van het dossier met betrekking tot de hem ten laste gelegde inbreuk. Deze persoon kan zijn opmerkingen of verdedigingsmiddelen schriftelijk meedelen aan het Agentschap dat, bij niet-betaling van de minnelijke schikking, deze samen met het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk zal bezorgen aan de procureur des Konings.
  § 6. Indien de vermoedelijke dader niet betaalt overeenkomstig paragraaf 3, maakt het Agentschap het dossier over overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van strafvordering.
  § 7. Het recht om aan de dader van de inbreuk een schikking voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, kan niet worden uitgeoefend wanneer de zaak reeds bij de rechtbank aanhangig is gemaakt of wanneer van de onderzoeksrechter het instellen van een onderzoek is gevorderd.".

  Art. 42. In dezelfde afdeling 11 wordt een artikel 14/23 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/23. Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, zijn van toepassing op de in deze wet bepaalde misdrijven.".

  Art. 43. In hetzelfde hoofdstuk V wordt een afdeling 12 ingevoegd, luidende "Verjaring".

  Art. 44. In afdeling 12, ingevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 14/24 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/24. De belastingen vastgesteld bij en krachtens deze wet verjaren door verloop van vijf jaar te rekenen vanaf de datum waarop ze dienen betaald te zijn tenzij beroep werd ingesteld overeenkomstig artikel 14/20 in welk geval de belastingen verjaren door verloop van vijf jaar te rekenen vanaf de datum dat ze definitief geworden zijn.".

  Art. 45. In dezelfde afdeling 12 wordt een artikel 14/25 ingevoegd, luidende :
  "Art. 14/25. Indien de belasting- of retributieplichtige zijn aangifteverplichtingen niet nakomt in overtreding van artikelen 14/4 of 14/7, kan het Agentschap de belasting vaststellen overeenkomstig artikelen 14/5 of 14/7, tweede lid, voor ten hoogste vijf jaren waarin de belasting werd ontdoken en voorafgaand aan het jaar van de vaststelling.
  Artikel 14/24 is van toepassing op de vordering van de belasting die wordt vastgesteld voor de voorgaande jaren krachtens het eerste lid.".

  Art. 46. In dezelfde wet wordt een bijlage I ingevoegd die als bijlage I is gevoegd bij deze wet.

  Art. 47. In dezelfde wet wordt een bijlage II ingevoegd die als bijlage II is gevoegd bij deze wet.

  Art. 48. In dezelfde wet wordt een bijlage III ingevoegd die als bijlage III is gevoegd bij deze wet.

  Art. 49. In dezelfde wet wordt een bijlage IV ingevoegd die als bijlage IV is gevoegd bij deze wet.

  Art. 50. In dezelfde wet wordt een bijlage V ingevoegd die als bijlage V is gevoegd bij deze wet.

  Art. 51. In dezelfde wet wordt een bijlage VI ingevoegd die als bijlage VI is gevoegd bij deze wet.

  Art. 52. In dezelfde wet wordt een bijlage VII ingevoegd die als bijlage VII is gevoegd bij deze wet.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon

  Art. 53. Artikel 34/1 van de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon, ingevoegd bij de wet van 7 mei 2017, wordt vervangen als volgt :
  "Artikel 34/1. § 1. Artikel 11, §§ 1 tot 3, en § 7, is niet van toepassing op de voor de inwerkingtreding van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) georganiseerde pilootprojecten.
  § 2. In het kader van de in paragraaf 1 bedoelde pilootprojecten richt de opdrachtgever het in artikel 10 bedoelde verzoek tot gunstig advies bestemd voor het ethisch comité en het in artikel 12 bedoelde verzoek tot toelating bestemd voor de minister of het in artikel 19 bedoelde voorstel tot substantiële wijziging bestemd voor het ethisch comité en de minister, aan het FAGG.
  Het FAGG bezorgt het in artikel 10 bedoelde verzoek tot advies of het in artikel 19 bedoelde voorstel tot wijziging bestemd voor het ethisch comité aan de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  De Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wijst deze verzoeken en voorstellen toe aan een volledig erkend ethisch comité zoals bedoeld in artikel 11/2 dat onafhankelijk is van de locatie of de structuur waar de klinische proef wordt uitgevoerd of de uitvoering van de proef wordt overwogen.
  § 3. In afwijking van artikel 30, §§ 1, 2, 5 en 6, worden de in paragraaf 2 bedoelde verzoeken en voorstellen in het kader van de pilootprojecten, vrijgesteld van iedere betaling van retributie zowel aan het FAGG als aan het ethisch comité.
  § 4. Indien het advies wordt gevraagd overeenkomstig artikel 10, kent het FAGG een subsidie toe van 4029 euro aan het overeenkomstig paragraaf 2, derde lid, aangewezen ethisch comité.
  Indien het advies wordt gevraagd overeenkomstig artikel 18, kent het FAGG een subsidie toe van 1014 euro aan het overeenkomstig paragraaf 2, derde lid, aangewezen ethisch comité.
  De op grond van deze paragraaf verschuldigde subsidies zijn betaalbaar binnen een termijn van dertig dagen die aanvangt op de dag dat het ethische comité het betrokken advies verleent.
  Het onderzoek van het protocol van een nieuwe klinische proef zoals bedoeld in het eerste lid, wordt niet in rekening gebracht voor de bepaling van de in artikel 30, § 4, bedoelde subsidie.
  § 5. De in dit artikel bedoelde bedragen van de subsidies worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk, in functie van het indexcijfer van de maand september.
  Het aanvangscijfer is dat van de maand september 2017.
  De geïndexeerde bedragen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de aanpassing werd uitgevoerd.
  § 6. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in dit artikel bedoelde bedragen van de subsidies wijzigen. Hij kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, retributies opleggen aan de opdrachtgevers van klinische proeven waarvan Hij het bedrag vaststelt, na een analyse van de reële kosten van de verwerking van de aanvragen in het kader van de pilootprojecten, indien de verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG nog niet van toepassing is op 30 juni 2019.
  § 7. De Koning kan nadere regels vaststellen met betrekking tot deze pilootprojecten.".

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen

  Art. 54. In artikel 225 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 augustus 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, ingevoegd bij wet van 26 december 2015, wordt de zin "Voor de toepassing van dit lid is het te financieren tekort op de uitvoeringsrekening, het verschil tussen de uitgaven en de ontvangsten voor dit jaar voor de aanrekening van de betrokken forfaitaire bijdragen." vervangen als volgt :
  "Voor de toepassing van dit lid is het te financieren tekort op de uitvoeringsrekening, het verschil tussen de uitgaven en de ontvangsten voor dit jaar voor de aanrekening van de betrokken forfaitaire bijdragen en de in artikel 34 van de wet van 15 december 2013 met betrekking tot medische hulpmiddelen bedoelde bijdragen.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, wordt het bedrag van 1,75 euro telkens vervangen door het bedrag van 3,06 euro.

  HOOFDSTUK 5. - Opheffingsbepalingen

  Art. 55. Titel XII, hoofdstuk 2, van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, dat de artikelen 223 tot 228 bevat, wordt opgeheven.

  Art. 56. In artikel 605quater van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt de bepaling onder 8° opgeheven.

  Art. 57. Artikel 72/2 van de wet van 6 juli 2007 betreffende de medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige embryo's en gameten, wordt opgeheven.

  Art. 58. In artikel 7 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, wordt paragraaf 5 opgeheven.

  Art. 59. Artikel 13bis van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen wordt opgeheven.

  Art. 60. Titel 3, hoofdstuk 2, van de wet van 15 december 2013 met betrekking tot medische hulpmiddelen, dat de artikelen 33/1 tot 49 bevat, wordt opgeheven.

  Art. 61. De artikelen 67 tot 76, van de wet van 18 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, worden opgeheven.

  Art. 62. In artikel 9, achtste lid, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, wordt de zinsnede en de erop volgende zin ", samen met de retributies of bijdragen die verschuldigd zijn. De bedragen die voortkomen uit deze retributies of bijdragen zijn bestemd voor de financiering van de opdrachten die voor de betrokken administratieve diensten voortvloeien uit de artikelen 6 tot 21.", opgeheven.

  Art. 63. In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "samen met de retributies of bijdragen die verschuldigd zijn" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de tweede zin opgeheven;
  3° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede en de erop volgende zin ", evenals de retributie of bijdrage die verschuldigd is. De bedragen die voortkomen uit deze retributies of bijdragen zijn bestemd voor de financiering van de opdrachten die voor de betrokken administratieve diensten voortvloeien uit de artikelen 6 tot 21.", opgeheven.

  Art. 64. Artikel 19 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 65. De artikelen 44 en 45 van de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I), worden opgeheven.

  Art. 66. In artikel 7 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, wordt paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2017, opgeheven.

  Art. 67. De Koning heft, met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit artikel, de uitvoeringsmaatregelen op :
  1° houdende vaststelling van retributies, alsook de termijnen en de nadere regels van hun inning, zoals bedoeld in artikel 13, § 2, van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, met uitzondering van de uitvoeringsmaatregelen vastgesteld krachtens de wet van 7 mei 2004 inzake experimenten op de menselijke persoon en het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot vaststelling van retributies voor indiening van een periodiek geactualiseerd veiligheidsverslag;
  2° houdende vaststelling van retributies, alsook de termijnen en de nadere regels van hun inning, zoals bedoeld in artikel 7, § 2, van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.

  HOOFDSTUK 6. - Overgangsbepaling

  Art. 68. Indien de periodiciteit van de in artikel 17 bedoelde bijdrage trimestrieel is, is voor het jaar 2018 de bijdrage verschuldigd vanaf het tweede trimester.
  Voor het jaar 2018 is de bijdrage bedoeld in artikel 225, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, niet verschuldigd.

  HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding

  Art. 69. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018, met uitzondering van :
  1° de artikelen 25 tot 30, de artikelen 57 tot 59, de artikelen 62 tot 64, en de artikelen 66 en 67, die in werking treden tien dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
  2° artikel 53, dat in werking treedt op een datum die de Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  3° artikel 54, dat uitwerking heeft met ingang van 31 december 2017;
  4° artikel 55, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2017.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 53, §1 en §2 vastgesteld op 12-09-2018 door KB 2018-09-02/03, art. 4)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 53, §1 tot en met §7 vastgesteld op 01-01-2018 door KB 2018-09-02/03, art. 4)

  BIJLAGEN.

  Art. N. Bijlagen 1 tot en met 7.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2018, p. 29527 )

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 11 maart 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK
De Minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-09-2018 GEPUBL. OP 12-09-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 53)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 2017-2018 Kamer van Volksvertegenwoordigers Stukken. - 54-2836: nr. 1 : Wetsontwerp nr. 2 : Amendement nr. 3 : Verslag nr. 4 : Tekst aangenomen door de Commissie nr. 5 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering Integraal verslag : 22 februari 2018.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
    Franstalige versie