J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2018/01/07/2017014377/justel

Titel
7 JANUARI 2018. - Wet tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens en van het Burgerlijk Wetboek Zie wijziging(en)

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 12-01-2018 nummer :   2017014377 bladzijde : 1474   BEELD
Dossiernummer : 2018-01-07/01
Inwerkingtreding : 22-01-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
Art. 2-28
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
Art. 29
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling en inwerkingtreding
Art. 30-31

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens

  Art. 2. In artikel 2 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "alsook laders" ingevoegd tussen de woorden "onderdelen ervan" en de woorden "of munitie ervoor";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "alsook laders" ingevoegd tussen de woorden "onderdelen ervan" en de woorden "of munitie ervoor";
  c) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 27°, luidende:
  "27° "lader": "een uitneembare patroonhouder voor een vuurwapen die voor de toevoer van patronen zorgt"."

  Art. 3. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 11 mei 2007 en 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 17°, worden de woorden "voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, maar" vervangen door de woorden "voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, maar die werden omgevormd, gewijzigd of vermengd om als wapen te worden gebruikt en";
  2° in paragraaf 2 wordt een bepaling onder 3° /1 ingevoegd, luidende:
  "3° /1. de laders die, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning, definitief onbruikbaar zijn gemaakt;".

  Art. 4. In artikel 5, § 4, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° personen die veroordeeld zijn tot een correctionele hoofdgevangenisstraf van vijf jaar of tot een zwaardere straf of die geïnterneerd zijn krachtens de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering of die het voorwerp hebben uitgemaakt van een beslissing die een behandeling in een ziekenhuis beveelt, zoals bedoeld in de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke;";
  2° een bepaling onder 1° /1 wordt ingevoegd, luidende:
  "1° /1 personen die als dader of medeplichtige veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bepaald in boek II, titels Ibis en Iter, van het Strafwetboek;";
  3° in de bepaling onder 2° worden de woorden "tot een andere correctionele hoofdstraf dan een geldboete van ten hoogste vijfhonderd euro" ingevoegd tussen de woorden "veroordeeld zijn" en de woorden "wegens een van de misdrijven bepaald in";
  4° in de bepaling onder 2°, b), worden de woorden ", 136bis tot 140" opgeheven, wordt het cijfer "193" vervangen door het cijfer "160", en wordt het cijfer "488bis" vervangen door het cijfer "488quinquies";
  5° in de bepaling onder 2° wordt tussen de bepaling onder d) en de bepaling onder e) een bepaling onder d/1) ingevoegd, luidende:
  "d/1) de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;";
  6° de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de bepalingen onder l), m), n) en o), luidende:
  "l) de artikelen 21 tot 26 van het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs op 13 januari 1993;
  m) artikel 47 van het Vlaams decreet van 15 juni 2012 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie;
  n) artikel 20 van het decreet van het Waals Gewest van 21 juni 2012 betreffende de invoer, uitvoer, doorvoer en overdracht van civiele wapens en van defensiegerelateerde producten;
  o) artikel 42 van de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 20 juni 2013 betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan.";
  7° in de bepaling onder 5° worden de woorden "en verlengd minderjarigen" opgeheven;
  8° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "en de personen die het voorwerp uitmaken van de rechterlijke beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 492/1, § 1, derde lid, 20°, van het Burgerlijk Wetboek".

  Art. 5. In artikel 6, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de woorden "of laders" ingevoegd tussen de woorden "of van munitie" en de woorden "wensen aan te leggen".

  Art. 6. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "en munitie" vervangen door de woorden ", munitie of laders";
  2° in paragraaf 2, eerste zin, worden de woorden "of munitie" vervangen door de woorden ", munitie of laders".

  Art. 7. In artikel 11 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 3, eerste lid, worden de bepalingen onder 2° en 3° vervangen als volgt:
  "2° niet als dader of medeplichtige zijn veroordeeld tot een correctionele geldboete van meer dan vijfhonderd euro, een correctionele hoofdstraf onder elektronisch toezicht of een correctionele hoofdgevangenisstraf of een criminele straf wegens een van de misdrijven bedoeld in artikel 5, § 4, 2° ;
  3° niet zijn veroordeeld tot een van de straffen of het voorwerp zijn geweest van een van de beslissingen bedoeld in artikel 5, § 4, 1°, 1° /1, en 4° ;";
  b) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling 4° opgeheven;
  c) in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling onder 9° aangevuld met de bepaling onder g), luidende:
  "g) het behouden van een wapen in een vermogen, onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 11/1 en 11/2, tweede en derde lid.".

  Art. 8. In artikel 11/2, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 juli 2008, worden de woorden "moet de aanvraag indienen binnen twee maanden na het verstrijken van de in artikel 13, tweede lid, bedoelde termijn" vervangen door de woorden "moet, naargelang het geval, de aanvraag indienen binnen twee maanden na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 13, tweede lid, 1° of 2° ".

  Art. 9. In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "en de daarbij horende laders" ingevoegd tussen de woorden "wapens en munitie" en de woorden "tijdelijk mogen voorhanden hebben";
  2° in het eerste lid, 4°, wordt het woord "op" opgeheven;
  3° in het eerste lid, 5°, worden in de Franse tekst de woorden "les particuliers" vervangen door de woorden "aux particuliers";
  4° in het tweede lid worden de woorden ", 1°, 2° en 3° " opgeheven en wordt het woord "rechtmatig" vervangen door het woord "wettig";
  5° in het derde lid worden de woorden "en de munitie" vervangen door de woorden ", de munitie en de laders".

  Art. 10. In artikel 12/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin, worden de woorden "en een vergunning" vervangen door de woorden "of een vergunning";
  b) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
  "4° behalve indien ze beiden aanwezig zijn, kunnen de uitlener en de ontlener enerzijds een door hen ondertekend en gedateerd schriftelijk akkoord voorleggen dat hun beider naam en adres alsook het voorwerp en de duur van de uitlening vermeldt, en anderzijds het in de bepaling onder 1° bedoelde document of een kopie van deze documenten.";
  c) het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid, 2° en 3°, kunnen houders van een jachtverlof vuurwapens uitlenen voor een maximale duur van zes maanden. Worden ze uitgeleend voor een duur langer dan een maand, dan doet de uitlener daarvan aangifte bij de politiediensten of bij de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats.
  In afwijking van het eerste lid, kunnen de houders van een sportschutterslicentie of van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen aan elkaar eveneens vuurwapens uitlenen van een ander type dan hetwelk de ontlener mag voorhanden hebben op basis van het document waarvan hij houder is, onder de volgende voorwaarden:
  1° de uitlening vindt plaats in aanwezigheid van de uitlener, met voorafgaand akkoord van de uitbater van de schietstand of van diens vertegenwoordiger, en onder de verantwoordelijkheid van de uitlener en van de uitbater of diens vertegenwoordiger;
  2° de uitlening vindt plaats voor een punctuele test;
  3° de uitgeleende wapens worden enkel gebruikt met het oog op een toegelaten activiteit op basis van het document waarvan de ontlener houder is.
  Particulieren jonger dan 18 jaar die houder zijn van een sportschutterslicentie of van een voorlopige sportschutterslicentie mogen vergunningsplichtige vuurwapens hanteren op de schietstand voor het beoefenen van de schietsport onder de decretaal bepaalde voorwaarden.".

  Art. 11. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De particulier die een vuurwapen heeft verkregen onder de voorwaarden gesteld in artikel 12, is gerechtigd dat wapen verder voorhanden te hebben, evenwel zonder er nog munitie voor voorhanden te mogen hebben:
  1° gedurende tien jaar na het vervallen van de geldigheid van het jachtverlof of het gelijkwaardig stuk, op voorwaarde dat hij het voorwerp uitmaakt van een controle van zijn strafrechtelijke antecedenten nadat vijf jaren zijn verstreken vanaf het vervallen van de geldigheid van het stuk; of
  2° gedurende drie jaar na het vervallen van de geldigheid van de sportschutterslicentie of het gelijkwaardig stuk.";
  2° de eerste zin van het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt opgeheven;
  3° de tweede zin van het tweede lid, die de eerste zin van het derde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "Het hervatten van de betrokken activiteit door de particulier onderbreekt de periode bedoeld in het tweede lid, 1° of 2°. ";
  4° in de derde zin van het tweede lid, die de tweede zin wordt van het derde lid, worden de woorden "van een maand" vervangen door de woorden "van drie maanden".

  Art. 12. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de eerste zin worden de woorden "of van laders" ingevoegd tussen de woorden "vuurwapens of munitie" en de woorden "mag alleen";
  2° in de bepaling onder 1° worden de woorden "en laders" ingevoegd tussen het woord "munitie" en het woord "daarvoor".

  Art. 13. In artikel 18, 3°, van dezelfde wet worden in de Franse tekst de woorden "est suspendue ou retirée" vervangen door de woorden "sont suspendus ou retirés" en worden de woorden "de artikelen 11, § 2, en 13" vervangen door de woorden "artikel 11, § 1, tweede lid, of § 2, derde lid, of artikel 13.

  Art. 14. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid, 5°, eerste zin, worden de woorden "of munitie" vervangen door de woorden ", munitie of laders";
  b) het eerste lid, 5°, wordt aangevuld met de volgende zin: "De Koning kan, na advies van de Adviesraad voor wapens, een of meerdere voorwaarden bepalen, waaraan die toelating kan worden gekoppeld.".
  c) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende:
  "7° scherpe, snijdende of stompe voorwerpen en stoffen te dragen of vervoeren, die niet als wapen zijn ontworpen, maar waarvan, gegeven de concrete omstandigheden, duidelijk is dat degene die ze draagt of vervoert, ze wenst te gebruiken voor het toebrengen van lichamelijk letsel aan of het bedreigen van personen.".

  Art. 15. Het opschrift van hoofdstuk X van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk X. - Het vervoer van vuurwapens, munitie en laders.".

  Art. 16. In artikel 21, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de aanhef worden de woorden ", munitie en laders" ingevoegd tussen het woord "vuurwapens" en de woorden "is slechts toegelaten";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden ", voor zover de wapens vervoerd worden tussen hun woonplaats en hun verblijfplaats, of tussen hun woon- of verblijfplaats en de schietstand of het jachtterrein, of tussen hun woon- of verblijfplaats en een erkende persoon" opgeheven en wordt de zin "Tijdens het vervoer dienen de vuurwapens ongeladen en verpakt te zijn in een afgesloten koffer, of voorzien te zijn van een trekkerslot of een equivalente beveiliging." vervangen als volgt: "De wapens worden ongeladen vervoerd en op zo'n manier dat ze niet onmiddellijk kunnen worden gegrepen. De Koning bepaalt, overeenkomstig artikel 35, 1°, de nadere of bij-komende veiligheidsvoorwaarden waaraan het vervoer is onderworpen.".

  Art. 17. Het opschrift van hoofdstuk XI van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk XI. - Bepalingen inzake munitie en laders.".

  Art. 18. In artikel 22, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of laders" ingevoegd tussen het woord "munitie" en de woorden "voor vergunningsplichtige vuurwapens";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Particulieren die voldoen aan artikel 11, mogen enkel laders voorhanden hebben die horen bij het vuurwapen waarvoor de vergunning bepaald in dat artikel is verleend.
  Particulieren die voldoen aan artikel 12, mogen enkel laders voorhanden hebben die horen bij de vergunningsplichtige vuurwapens van het type dat ze voorhanden mogen hebben. Zij mogen deze laders bovendien verder voorhanden hebben gedurende de termijn bedoeld in artikel 13, tweede lid, 1° of 2°, naargelang het geval.
  Particulieren die niet voldoen aan de artikelen 11 of 12, en die zich niet bevinden in de situatie bedoeld in artikel 13, tweede lid, mogen geen laders voor vergunningsplichtige vuurwapens voorhanden hebben.".

  Art. 19. In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "van" ingevoegd tussen de woorden "van deze wet of" en de woorden "haar uitvoeringsbesluiten";
  "2° tussen het derde en het vierde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste tot derde lid, worden de niet overeenkomstig artikel 5 erkende personen die de artikelen 12/1, eerste lid, 4°, en 35, 1°, van deze wet of hun uitvoeringsbesluiten overtreden, gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro. De boete kan zo veel keer worden toegepast als er wapens zijn. Indien de feiten met kwaadwillig opzet zijn gepleegd of in geval van een tweede veroordeling wegens een van de in deze bepalingen omschreven misdrijven, gepleegd binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen van de eerste, wordt de straf verhoogd tot een geldboete van honderdeen euro tot driehonderd euro.
  Poging tot het plegen van het in het eerste lid bedoelde misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftienduizend euro, of met een van die straffen alleen.";
  3° in het vierde lid, dat het zesde lid wordt, wordt het woord "Onverminderd" vervangen door de woorden "In geval van een inbreuk bedoeld in het eerste tot derde lid, in het vierde lid, derde zin, of in het vijfde lid, en onverminderd" en worden de woorden "in geval van een inbreuk bedoeld in het vierde lid, derde zin of" ingevoegd tussen de woorden "niet uit te spreken" en de woorden "in geval van inbreuk op".".

  Art. 20. In artikel 27, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "of van munitie" vervangen door de woorden ", munitie of laders".

  Art. 21. In artikel 28 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de Franse tekst van paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "dépots" vervangen door het woord "dépôts" en worden de woorden "of munitie" vervangen door de woorden ", munitie of laders";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "en munitie" vervangen door de woorden ", munitie en laders";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden ", laders" ingevoegd tussen het woord "munitie" en de woorden "en de in deze wet genoemde erkenningen";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "drie maanden" vervangen door de woorden "vier maanden".

  Art. 22. In artikel 29, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden ": 1° zich te allen tijde toegang verschaffen tot alle plaatsen waar de erkende personen hun activiteiten uitoefenen; 2° " opgeheven.

  Art. 23. In artikel 32, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 juli 2008, worden de woorden "2° tot 5° " vervangen door de woorden "2° tot 6° ".

  Art. 24. Artikel 34 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 25 juli 2008, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 34. Na advies van de Adviesraad voor wapens kan de Koning de toepassing van de bepalingen van de artikelen 5 tot 7 en 19, 2° en 5°, geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot andere wapens dan vuurwapens.".

  Art. 25. In artikel 35 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "of munitie" vervangen door de woorden ", munitie of laders";
  b) in de bepaling onder 3° wordt het woord "opspoorbaarbeid" vervangen door het woord "opspoorbaarheid";
  c) in de bepaling onder 7° worden de woorden "en munitie" vervangen door de woorden ", munitie en laders";
  d) in de bepaling onder 8° wordt het woord ", laders" ingevoegd tussen het woord "munitie" en het woord ", erkenningen".

  Art. 26. In artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de Franse tekst van het eerste lid worden de woorden "de laquelle" vervangen door het woord "duquel";
  2° in het derde lid worden de woorden "Hij is samengesteld als volgt, uit leden en plaatsvervangers: "vervangen door de woorden "De Raad is samengesteld als volgt:";
  3° in het derde lid wordt tussen het eerste en het tweede streepje, dat het derde streepje wordt, een streepje ingevoegd, luidende:
  "- een Nederlandstalige magistraat en een Franstalige magistraat van het openbaar ministerie;";
  4° in het derde lid worden de woorden "proefbank", "een Franstalige vertegenwoordiger van de jacht" en "een Nederlandstalige vertegenwoordiger van de jacht" respectievelijk vervangen door de woorden "Proefbank", "een vertegenwoordiger van de Waalse jagersverenigingen" en "een vertegenwoordiger van de Vlaamse jagersverenigingen".
  5° het vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "De minister van Justitie benoemt de leden van de Raad voor een hernieuwbaar mandaat van vijf jaar, op voorstel van de betrokken verenigingen, instanties en ministers. Voor elk vast lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. In geval van ontslag of overlijden van een lid, of op voorstel van zijn volmachtgever, benoemt de minister van Justitie een vervanger die het mandaat voltooit. De Raad komt minstens één maal per jaar samen. De federale wapendienst neemt het secretariaat van de Raad waar.".

  Art. 27. In hoofdstuk XVIII van dezelfde wet wordt een artikel 45/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 45/1. § 1. Eenieder die zonder de vereiste vergunning of erkenning een vergunningsplichtig wapen, een lader of munitie voorhanden heeft, moet daarvan uiterlijk op 31 december 2018 aangifte doen bij de lokale politie:
  - hetzij met het oog op de aanvraag van een erkenning bedoeld in artikel 6, van een vergunning bedoeld in artikel 11 of van de registratie bedoeld in artikel 12, derde lid, bij de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats;
  - hetzij met het oog op de neutralisering op eigen kosten van het wapen of de lader door de Proefbank voor vuurwapens;
  - hetzij met het oog op de overdracht van het wapen, de lader of de munitie aan een persoon die gemachtigd is ze voorhanden te hebben of daarvoor is erkend;
  - hetzij met de bedoeling er afstand van te doen.
  Aangiftes gedaan na 31 december 2018 met het oog op de aanvraag van een erkenning bedoeld in artikel 6, van een vergunning bedoeld in artikel 11 of van de registratie bedoeld in artikel 12, derde lid, leiden tot de onontvankelijkheid van die aanvraag.
  § 2. In afwachting van de beslissing van de gouverneur, kan de aanvraag van een erkenning bedoeld in artikel 6 of van een vergunning bedoeld in artikel 11 als voorlopige erkenning of vergunning gelden volgens de nadere regels bepaald door de Koning. In het tegenovergestelde geval worden het wapen, de laders en de munitie in bewaring gegeven bij de lokale politie of bij een persoon die gerechtigd is ze voorhanden te hebben of daarvoor is erkend, vanaf de dag van de aangifte tot het verkrijgen van de gevraagde erkenning of vergunning of tot de toepassing van het tweede lid.
  In geval van de weigering van de erkenning bedoeld in artikel 6 of de vergunning bedoeld in artikel 11, moet de betrokkene binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop die beslissing definitief is geworden, hetzij het wapen en de laders op eigen kosten laten neutraliseren bij de Proefbank voor vuurwapens, hetzij het wapen, de laders en de munitie overdragen aan een persoon die gerechtigd is ze voorhanden te hebben, hetzij afstand ervan doen bij de lokale politie van zijn verblijfplaats.
  § 3. Wanneer de betrokkene het wapen, de lader of de munitie aangeeft aan de lokale politie met het oog op toepassing van paragraaf 1, wordt hem een aangiftebewijs overhandigd. Dit aangiftebewijs wordt gedateerd en ondertekend door beide partijen of hun gemachtigden en vermeldt om welk wapen of welke lader of munitie het gaat alsook de keuze voor één van de mogelijkheden voorzien in paragraaf 1, eerste lid.
  § 4. Hij die paragraaf 1 toepast, kan niet worden vervolgd wegens het gebrek aan de desbetreffende vergunning:
  1° indien dat feit tot op het moment van de aangifte geen aanleiding heeft gegeven tot een specifiek proces-verbaal of een specifieke onderzoeksdaad door een politiedienst of een gerechtelijke overheid; of
  2° indien het wapen op zijn naam was geregistreerd in het Centraal Wapenregister voor de inwerkingtreding van deze wet.
  § 5. Wanneer ze betrekking hebben op dossiers die ingediend zijn tijdens de periode bedoeld in paragraaf 1, worden de hierna genoemde termijnen als volgt verlengd:
  1° de termijn bedoeld in artikel 11, § 1, eerste lid, wordt gebracht op vier maanden in plaats van drie maanden;
  2° de termijn bedoeld in artikel 31, 2°, wordt gebracht op vijf maanden in plaats van vier maanden.
  § 6. De Koning kan de procedure en de nadere regels omtrent de toepassing van dit artikel bepalen.".

  Art. 28. In artikel 50, eerste lid, 5°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden "of laders" ingevoegd tussen het woord "munitie" en de woorden "voor vergunningsplichtige vuurwapens" en wordt het cijfer "75" vervangen door het cijfer "25".

  HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek

  Art. 29. Artikel 492/1, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt aangevuld met een bepaling onder 20°, luidende:
  "20° de uitoefening van activiteiten van wapenhandelaar, tussenpersoon, wapenverzamelaar of van andere personen bedoeld in hoofdstuk IV van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens.".

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling en inwerkingtreding

  Art. 30. Zijn kosteloos, binnen de termijnen en volgens de procedure door de Koning bepaald:
  - de aanvraag van een erkenning bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, in de mate dat deze erkenning enkel betrekking heeft op laders;
  - de uitbreiding tot laders van een reeds overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van dezelfde wet afgeleverde erkenning.

  Art. 31. Artikel 4, 7°, treedt in werking op 1 september 2019.
  Artikel 5, artikel 6, artikel 9, 1°, artikel 12, artikel 16, 1°, en artikel 18, 2°, treden in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 1 januari 2019. De Koning kan voorzien in overgangsmaatregelen.
  Artikel 10, artikel 15 en artikel 16, 2°, treden in werking op de door de Koning bepaalde datum.
  Artikel 27 treedt in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 1 maart 2018.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 5, 6, 9, 1°, 12, 16, 1° en 18, 2° vastgesteld op 01-01-2019 door KB 2018-02-26/01, art. 11)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 10 vastgesteld op 28-10-2018 door KB 2018-02-26/01, art. 11)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 27 vastgesteld op 01-03-2018 door KB 2018-02-26/01, art. 11)

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 7 januari 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
J. JAMBON
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-02-2018 GEPUBL. OP 28-02-2018
    (BETROKKEN ART. : 5; 6; 9,1°; 12; 16,1°; 18,2°; 10; 27)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Kamer van volksvertegenwoordigers (wwwe.dekamer.be) Stukken : 54 2709. Integraal verslag : 21 december 2017.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
    Franstalige versie