J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/06/26/2017030434/justel

Titel
26 JUNI 2017. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten voor de indiening en de behandeling van de aanvragen tot bijkomende indexaanpassingen in het kader van de dienstencheques

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 05-07-2017 nummer :   2017030434 bladzijde : 70506       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-06-26/01
Inwerkingtreding : 01-01-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definitie
Art. 1
HOOFDSTUK II. - De regels voor de indiening van de aanvragen voor bijkomende indexaanpassingen
Art. 2-3
HOOFDSTUK III. - De regels voor de indiening van het charter en het vormingsplan
Art. 4-7
HOOFDSTUK IV. - Procedure
Art. 8-11

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definitie

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° "het koninklijk besluit van 12 december 2001": het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;
  2° "het jaar N": het referentiejaar waarvoor de erkende onderneming de in artikel 8, § 1, zesde lid van het koninklijk besluit van 12 december 2001 bepaalde voorwaarden moet naleven;
  3° "het jaar N+1": het jaar dat volgt op het referentiejaar, waarin de erkende onderneming haar aanvraagformulier voor een bijkomende indexaanpassing indient bij het bestuur;
  4° "de aanvraag tot bijkomende indexaanpassing": het verplichte, door het bestuur opgestelde aanvraagformulier voor bijkomende indexaanpassingen.
  5° "het vormingsplan : het verplichte, door het bestuur opgestelde model van vormingsplan ;
  6° "het Charter": het Brusselse diversiteitscharter in de dienstenchequesector", opgenomen in bijlage 2 van het koninklijk besluit van 12 december 2001;
  7° "de werknemersbestand": het verplichte computerbestand dat door het bestuur ter beschikking wordt gesteld waarop de naam, de voornaam, het INSZ-nummer en het statuut bij de indienstneming vermeld staan van de op basis van de voorwaarden bepaald in artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 in de loop van het jaar N door de erkende onderneming in dienst genomen werknemers;
  8° "de rechtvaardigingsstukken": de attesten die aantonen dat de in de loop van het jaar N in het kader van de dienstencheques door de erkende onderneming in dienst genomen werknemers aan de voorwaarden voldoen van artikel 2 bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001;
  9° "het bestuur": Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, met inbegrip van het secretariaat opleidingsfonds;
  10° "het contactadres": het e-mailadres DC@gob.brussels waarnaar de erkende ondernemingen de documenten en rechtvaardigingsstukken versturen die aantonen dat de in artikel 8, § 1, zesde lid van het koninklijk besluit van 12 december 2001 bepaalde voorwaarden nageleefd zijn.

  HOOFDSTUK II. - De regels voor de indiening van de aanvragen voor bijkomende indexaanpassingen

  Art. 2. Om de in artikel 8, § 1, zesde lid van het koninklijk besluit van 12 december 2001 bepaalde bijkomende indexaanpassing te verkrijgen, toegepast op de in de loop van het jaar N bij het uitgiftebedrijf ingediende dienstencheques, dient de erkende onderneming uiterlijk op 15 februari van het jaar N+1 haar aanvraagformulier voor bijkomende indexaanpassingen in bij het contactadres, noodzakelijkerwijs samen met het aangevulde werknemersbestand en de rechtvaardigingsstukken.

  Art. 3. De aanvraag is onvolledig als er na 15 februari van het jaar N+1 elementen ontbreken die in artikel 2 geëist worden.
  De aanvraag is laattijdig als ze na 15 februari van het jaar N+1 ingediend wordt.
  In de voornoemde gevallen deelt het bestuur de erkende onderneming mee dat haar aanvraag niet-ontvankelijk is.

  HOOFDSTUK III. - De regels voor de indiening van het charter en het vormingsplan

  Art. 4. Behalve wanneer het bestuur er al over beschikt, verstuurt de erkende onderneming uiterlijk op 15 september van het jaar N een charter dat overeenstemt met artikel 8, § 1, zesde lid, 2° van het koninklijk besluit van 12 december 2001 naar het contactadres.

  Art. 5. Behalve wanneer de erkende onderneming ervan is vrijgesteld of al beschikt over een vormingsplan dat overeenstemt met artikel 8, § 1, zesde lid, 3° van het koninklijk besluit van 12 december 2001, verstuurt ze uiterlijk op 15 september van het jaar N een vormingsplan naar het contactadres.
  Het vormingsplan dat in de loop van het jaar N wordt ingediend, heeft betrekking op opleidingen die ten vroegste zullen starten in de loop van het jaar N+1.

  Art. 6. De erkende onderneming verstuurt de in de artikelen 2, 4 en 5 van dit besluit bedoelde elementen uitsluitend in digitaal formaat naar het contactadres.
  De erkende onderneming of, in voorkomend geval, de vestiging van de erkende onderneming houdt de originele exemplaren van de in het voorgaande lid bedoelde elementen ter beschikking van het bestuur en zijn controlediensten.

  Art. 7. Voor de toepassing van dit besluit is de datum die het bestuur in aanmerking neemt om de naleving van de termijnen voor de indiening van respectievelijk het charter, het vormingsplan en de aanvraag tot bijkomende indexaanpassing de datum waarop de e-mail naar het contactadres is verstuurd.

  HOOFDSTUK IV. - Procedure

  Art. 8. Het bestuur behandelt de volledig bevonden aanvragen tot bijkomende indexaanpassing en verifieert of de in artikel 8, § 1, zesde lid van het koninklijk besluit van 12 december 2001 voorziene voorwaarden voor het referentiejaar nagekomen zijn.

  Art. 9. Uiterlijk op 15 juni van het jaar N+1 deelt het bestuur aan de betrokken erkende ondernemingen, de beslissingen van toekenning of weigering betreffende hun aanvraag tot bijkomende indexaanpassing mee.

  Art. 10. § 1. De directeur-generaal van Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel is bevoegd om:
  1° te beslissen over de niet-ontvankelijkheid, de toekenning of de weigering van een door een erkende onderneming ingediende aanvraag tot bijkomende indexaanpassing;
  2° de betalingsopdrachten betreffende de ten titel van bijkomende indexaanpassing verschuldigde bedragen te geven aan het uitgiftebedrijf.
  § 2. De directeur-generaal kan de bevoegdheden die hem door dit besluit zijn toegekend geheel of gedeeltelijk afvaardigen.
  In dat geval gebeurt de delegatie door middel van een schriftelijke akte die de directeur-generaal onverwijld meedeelt aan de minister, aan de minister van Openbaar Ambt en aan het Rekenhof.

  Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 26 juni 2017.
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling,
D. GOSUIN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Tewerkstelling,
   Gelet op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, de artikelen 2, 3, 4, 7, 7/1 en 9bis ;
   Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 februari 2017, de artikelen 2bis en 8, § 1, zesde t.e.m. achtste lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mars 2017, artikel 9bis;
   Gelet op de gendertest, uitgevoerd op 20 maart 2017;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 2 mei 2017;
   Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting;
   Gelet op het advies nr. 61.498/1 van de Raad van State, gegeven op 12 juin 2017, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende de aan de minister van Tewerkstelling verleende machtiging om de inhoud van de dossiers en de nadere praktische regels voor de indiening ervan bij het bestuur of de commissie opleidingsfonds dienstencheques te preciseren, evenals de nadere regels voor de validering van het vormingsplan;
   Overwegende bovendien dat de retroactiviteit van de administratieve documenten toegestaan is zodra ze noodzakelijk is voor de continuïteit van de openbare dienstverlening en voor de regularisatie van een feitelijke of rechtstoestand, in zoverre ze de vereisten van rechtszekerheid en de individuele rechten naleven;
   Overwegende dat de retroactiviteit van dit besluit op 1 januari 2017 de rechtszekerheid van de burgers zal versterken en hen een bijkomend financieel voordeel zal opleveren door de erkende ondernemingen vanaf 2018 een bijkomende indexaanpassing toe te kennen die al toegepast zal worden op de vanaf 1 januari 2017 bij het uitgiftebedrijf ingediende dienstencheques,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie