J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/06/18/2017203313/justel

Titel
18 JUNI 2017. - Koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-06-2017 en tekstbijwerking tot 18-04-2018)

Bron : KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
Publicatie : 23-06-2017 nummer :   2017203313 bladzijde : 67848   BEELD
Dossiernummer : 2017-06-18/01
Inwerkingtreding : 30-06-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Definitie, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied
Afdeling 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
Afdeling 2. - Definities
Art. 2
Afdeling 3. - Belasting over de toegevoegde waarde
Art. 3
Afdeling 4. - Toepassingsgebied
Art. 4-5
HOOFDSTUK 2. - Raming van het bedrag van opdracht
Art. 6-7
HOOFDSTUK 3. - Bekendmaking
Afdeling 1. - Algemene bekendmakingsregels
Art. 8-10
Afdeling 2. - Europese drempels
Art. 11-12
Afdeling 3. - Europese bekendmaking
Art. 13
Onderafdeling 1. - Algemene regels
Art. 14-20
Onderafdeling 2. - Sociale en andere specifieke diensten
Art. 21-22
Afdeling 4. - Belgische bekendmaking
Art. 23
Onderafdeling 1. - Algemene regels
Art. 24-30
Onderafdeling 2. - Sociale en andere specifieke diensten
Art. 31-32
HOOFDSTUK 4. - Prijsvaststelling en prijsbestanddelen
Art. 33-40
HOOFDSTUK 5. - Verbetering van fouten en nazicht van prijzen of kosten
Art. 41-45
HOOFDSTUK 6. - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de impliciete verklaring op erewoord
Art. 46-48
HOOFDSTUK 7. - Regels van toepassing op de handtekeningen en op de communicatiemiddelen
Art. 49-55
HOOFDSTUK 8. - Opties
Art. 56
HOOFDSTUK 9. - Percelen
Art. 57-58
HOOFDSTUK 10. - Indiening van de aanvragen tot deelneming en offertes
Afdeling 1. - Uitnodiging van de geselecteerde kandidaten tot indiening van een offerte
Art. 59
Afdeling 2. - Indieningsmodaliteiten voor de aanvragen tot deelneming en offertes
Art. 60-62
Afdeling 3. - Indiening en verdaging
Art. 63
Afdeling 4. - Verbintenistermijn
Art. 64
HOOFDSTUK 11. - Keuze van de deelnemers
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 65-66
Afdeling 2. - Uitsluitingsgronden
Art. 67-69
Afdeling 3. - Selectiecriteria, beroep op onderaannemers en op andere entiteiten
Art. 70-73
HOOFDSTUK 12. - Regelmatigheid van de offertes
Art. 74
TITEL 2. - Gunning bij openbare of niet-openbare procedure
HOOFDSTUK 1. - Vorm en inhoud van de offerte
Art. 75-76
HOOFDSTUK 2. - Samenvattende opmeting en inventaris
Art. 77
HOOFDSTUK 3. - Interpretatie, fouten en leemten
Art. 78-80
HOOFDSTUK 4. - Indiening en opening
Art. 81-83
HOOFDSTUK 5. - Verbetering van de offertes
Art. 84
HOOFDSTUK 6. - Gunning van de opdracht
Art. 85
HOOFDSTUK 7. - Sluiting van de opdracht
Art. 86-87
TITEL 3. - Gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging
HOOFDSTUK 1. - Specifieke drempels
Art. 88
HOOFDSTUK 2. - Verloop en sluiting van de opdracht
Art. 89-92
TITEL 4. - Gunning bij concurrentiegerichte dialoog
Art. 93-96
TITEL 5. - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures
HOOFDSTUK 1. - Dynamisch aankoopsysteem
Art. 97-101
HOOFDSTUK 2. - Elektronische veiling
Art. 102-107
HOOFDSTUK 3. - Elektronische catalogi
Art. 108-112
HOOFDSTUK 4. - Prijsvragen
Afdeling 1. - Toepassingsvoorwaarden en jury
Art. 113-116
Afdeling 2. - Raming en bekendmaking
Art. 117-119
TITEL 6. - Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsaanvragen
Art. 120
TITEL 7. - Overheidsopdrachten van beperkte waarde
Art. 121
TITEL 8. - Overheidsopdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure
Art. 122
TITEL 9. - Eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen
Vraag tot toegang tot Telemarc
Art. 123
Kennisgeving opdrachten bedoeld in artikel en 114 en 115 van de wet
Art. 123/1
Opheffingsbepalingen
Art. 124
Overgangsbepalingen
Art. 125-128
Inwerkingtredingsbepalingen
Art. 129-131
Slotbepaling
Art. 132
BIJLAGEN.
Art. N1-N10

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Definitie, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied

  Afdeling 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Onderhavig besluit geeft gedeeltelijk omzetting aan de richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van de richtlijn 2004/17/EG.

  Afdeling 2. - Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° de wet : de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
  2° de opdracht : de overheidsopdracht, raamovereenkomst en prijsvraag, bepaald in artikel 2, 17°, 18°, 20°, 21°, 31° en 35°, van de wet;
  3° de opdracht tegen globale prijs: de opdracht waarbij een forfaitaire prijs het geheel van de prestaties van de opdracht of van elke post dekt;
  4° de opdracht tegen prijslijst : de opdracht waarbij de eenheidsprijzen voor de verschillende posten forfaitair zijn en de hoeveelheden, voor zover er hoeveelheden voor de posten worden bepaald, worden vermoed of worden uitgedrukt binnen een vork. De posten worden verrekend op basis van de werkelijk bestelde en gepresteerde hoeveelheden;
  5° de opdracht tegen terugbetaling: de opdracht waarbij de prijs van de uitgevoerde prestaties wordt vastgesteld na onderzoek van de gevorderde prijzen op basis van wat de opdrachtdocumenten bepalen over de kostenbestanddelen die mogen worden aangerekend, de berekeningswijze van de kosten en de omvang van de daarop toe te passen marges;
  6° de opdracht met gemengde prijsvaststelling : de opdracht waarbij de prijzen worden vastgesteld op de verschillende wijzen zoals omschreven in de bepalingen onder 3° tot 5°;
  7° de samenvattende opmeting: het opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor werken over verschillende posten worden gefractioneerd en waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de wijze van prijsvaststelling wordt vermeld;
  8° de inventaris: het opdrachtdocument waarin de prestaties van een opdracht voor leveringen of diensten over verschillende posten worden gefractioneerd en waarbij voor iedere post de hoeveelheid of de wijze van prijsvaststelling wordt vermeld;
  9° de gekwalificeerde elektronische handtekening : de in artikel 3, 12°, van de verordening nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG bedoelde geavanceerde elektronische handtekening die is aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen;
  10° het indieningsrapport: het rapport aangemaakt door het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, dat een lijst van de door de kandidaat of de inschrijver toegestuurde documenten omvat in het kader van de plaatsingsprocedure;
  11° het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, afgekort het UEA : verklaring op erewoord waarmee ondernemers een voorlopig bewijs overleggen ter vervanging van door overheidsinstanties of derden afgegeven certificaten. Dit document is opgenomen in de Uitvoeringsverordening 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument als vermeld in artikel 73, § 1, eerste lid, van de wet;
  12° kopersprofiel: online op een internetadres geplaatst platform, dat de instrumenten en middelen nodig voor de dematerialisering van plaatsingsprocedures centraliseert en deze ter beschikking stelt van de ondernemers, met inbegrip van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde instrumenten voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming en plannen en ontwerpen bij prijsvragen, alsook informatie bevat inzake periodieke indicatieve aankondigingen, lopende plaatsingsprocedures, voorgenomen aankopen, gegunde overheidsopdrachten, geannuleerde procedures en nuttige algemene informatie, zoals een contactpunt, een telefoon- en faxnummer, een postadres en een e-mailadres;
  13° een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector : een opdracht voor diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden.

  Afdeling 3. - Belasting over de toegevoegde waarde

  Art. 3. Tenzij indien anders wordt vermeld in onderhavig besluit is elk bedrag vermeld in dit besluit een bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde.

  Afdeling 4. - Toepassingsgebied

  Art. 4. § 1. Dit besluit is uitsluitend toepasselijk op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen. Overeenkomstig artikel 94, eerste lid, van de wet, is het onderhavige besluit niet van toepassing op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking geplaatst door :
  1° de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;
  2° de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bepaald in artikel 2, 3°, van de wet;
  3° de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 6 van de wet, zijn de volgende artikelen van toepassing op de overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten opgesomd in bijlage III van de wet:
  1° alleen de artikelen 6 tot 11, 21, 22, 31, 32, 33, 46 tot 58, 61, 63, 65 tot 73, 125 en 126 wanneer de aanbestedende entiteit beslist de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging te gebruiken overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 1°, van de wet;
  2° alleen de artikelen 6 tot 8, 10, 11, 33, 46 tot 58, 61, 63, 65 tot 69, 72, 73, 125 en 126 wanneer de aanbestedende entiteit beslist de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging te gebruiken overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 2°, van de wet;
  3° alleen de artikelen 6 tot 11, 21, 22, 31, 32, 33, 46 tot 58, 61, 63, 65 tot 69, 72, 73, 125 en 126 wanneer de aanbestedende entiteit beslist de procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking te gebruiken overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 4°, van de wet;
  4° alle artikelen die van toepassing zijn op de gekozen plaatsingsprocedure of aankooptechniek wanneer de aanbestedende entiteit beslist artikel 159, § 1, eerste lid, 3°, van de wet toe te passen.
  De aanbestedende entiteit kan andere bepalingen van dit besluit toepasselijk maken op de overheidsopdrachten inzake sociale en andere specifieke diensten. Daartoe vermeldt zij de bedoelde andere bepalingen in de opdrachtdocumenten.
  § 3. Overeenkomstig artikel 162 van de wet zijn alleen de artikelen 6, 7 en 121 van dit besluit van toepassing op de in hoofdstuk 7 van titel 3 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde.
  § 4. Alleen artikel 122 en de artikelen die door deze bepaling van toepassing worden verklaard, zijn van toepassing op de in artikel 28, § 1, 4°, a) en b), van de wet, samen gelezen met artikel 108, eerste lid, 2°, van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure.

  Art. 5. Een niet-limitatieve lijst van overheidsbedrijven in de zin van artikel 2, 2°, van de wet is opgenomen in bijlage 1 van dit besluit.

  HOOFDSTUK 2. - Raming van het bedrag van opdracht

  Art. 6. De raming van het bedrag van de opdracht bij het opstarten van de procedure bepaalt de regels die gedurende het hele verloop ervan toepasselijk zijn, voor zover de toepassing van deze regels afhankelijk is van het geraamde waarde van de opdracht of van de verplichte voorafgaande Europese bekendmaking.

  Art. 7. § 1. De geraamde waarde van een opdracht wordt berekend op basis van het totaal te betalen bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, zoals geraamd door de aanbestedende entiteit. De raming houdt rekening met de duur en de totale waarde van de opdracht en met name met de volgende elementen :
  1° alle vereiste of toegestane opties;
  2° alle percelen;
  3° alle herhalingen als bedoeld in artikel 124, § 1, 8°, van de wet;
  4° alle vaste en voorwaardelijke gedeelten van de opdracht;
  5° alle premies of betalingen waarin de aanbestedende entiteit voorziet ten voordele van de kandidaten, deelnemers of inschrijvers;
  6° desgevallend de herzieningsbepalingen;
  7° de verlengingen.
  § 2. Indien een aanbestedende entiteit uit afzonderlijke operationele eenheden bestaat, wordt de geraamde totale waarde van de opdrachten van al de operationele eenheden in beschouwing genomen.
  Niettegenstaande het eerste lid kunnen, indien een afzonderlijke operationele eenheid zelfstandig verantwoordelijk is voor haar overheidsopdrachten of bepaalde categorieën daarvan, de waarden op het niveau van elke operationele eenheid worden geraamd.
  § 3. De keuze van de methode voor de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht mag niet bedoeld zijn om de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken. Een overheidsopdracht mag evenmin worden gesplitst om de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken, tenzij objectieve redenen dit rechtvaardigen.
  § 4. De geraamde waarde is geldig op het tijdstip waarop de aankondiging van opdracht wordt verzonden of, in gevallen waarin niet in een dergelijke aankondiging is voorzien, op het tijdstip waarop de plaatsingsprocedure voor de aanbestedende entiteit aanvangt, bijvoorbeeld, op het tijdstip waarop de opdrachtdocumenten worden verzonden.
  § 5. Bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst en een dynamisch aankoopsysteem wordt uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van alle voor de totale duur van de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem voorgenomen opdrachten.
  § 6. Bij de berekening van de waarde van een innovatiepartnerschap wordt uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die zullen plaatsvinden in alle fases van het voorgenomen partnerschap, alsmede van de leveringen, diensten of werken die zullen worden ontwikkeld en verworven.
  § 7. In het geval van overheidsopdrachten voor werken worden, bij de berekening van de geraamde waarde, de kost van de werken in aanmerking genomen, alsmede de geraamde totale waarde van de leveringen en diensten die door de aanbestedende entiteit ter beschikking van de opdrachtnemer zijn gesteld indien deze nodig zijn voor de uitvoering van de werken.
  § 8. In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om binnen een bepaalde termijn te worden hernieuwd, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen:
  1° ofwel de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden geplaatste soortgelijke opeenvolgende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgend op de eerste opdracht;
  2° ofwel de totale geraamde waarde van de opeenvolgende opdrachten die geplaatst worden gedurende de twaalf maanden volgend op de eerste levering, of gedurende het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.
  § 9. In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur, of huurkoop van producten wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen:
  1° bij overheidsopdrachten met een bepaalde duur, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd indien deze ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde indien de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde;
  2° bij overheidsopdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met achtenveertig.
  § 10. De raming van opdrachten voor diensten omvat de totale vergoeding van de dienstverlener.
  Voor de berekening van dit bedrag worden in aanmerking genomen :
  1° verzekeringsdiensten: de te betalen premie en andere vormen van vergoeding;
  2° bankdiensten en andere financiële diensten: te betalen honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van vergoeding;
  3° opdrachten betreffende een ontwerp: te betalen honoraria, provisies en andere vormen van vergoeding.
  § 11. In het geval van overheidsopdrachten voor diensten waarvoor geen totale prijs is vermeld, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen:
  1° bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter is dan achtenveertig maanden: de totale waarde voor de gehele looptijd;
  2° bij opdrachten voor onbepaalde tijd of waarvan de looptijd langer is dan achtenveertig maanden: de maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig.

  HOOFDSTUK 3. - Bekendmaking

  Afdeling 1. - Algemene bekendmakingsregels

  Art. 8. § 1. Een opdracht onderworpen aan de Europese bekendmaking wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen mag geen andere inhoud hebben dan die bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ze mag niet worden bekendgemaakt vóór de datum van bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie. Niettemin kan de bekendmaking in ieder geval in het Bulletin der Aanbestedingen geschieden indien de aanbestedende entiteit niet binnen twee dagen na de bevestiging van de ontvangst van de aankondiging is geïnformeerd over de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  Een opdracht die enkel onderworpen is aan de Belgische bekendmaking wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Een aanbestedende entiteit kan niettemin eveneens een bekendmaking doen in het Publicatieblad van de Europese Unie van een dergelijke aankondiging van de opdracht, op voorwaarde dat de aankondiging elektronisch gebeurt met inachtneming van het format en de modaliteiten voorzien voor de Europese bekendmaking.
  § 2. Voor de opdrachten die overeenkomstig dit besluit aan de bekendmaking onderworpen zijn, geldt enkel de aankondiging bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en, in voorkomend geval, in het Publicatieblad van de Europese Unie, als een officiële bekendmaking.
  Geen andere bekendmaking of verspreiding mag plaatsvinden vóór de bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen en, in voorkomend geval, in het Publicatieblad van de Europese Unie. De bekendmaking of verspreiding mag geen andere inhoud hebben dan deze van de officiële bekendmaking.
  § 3. De periodieke indicatieve aankondigingen, de aankondigingen van het bestaan van een kwalificatiesysteem, de aankondigingen van de opdracht en deze van gunning van de opdracht, omvatten de inlichtingen vermeld in de bijlagen 2 tot 9 onder de vorm van elektronische standaardformulieren opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening 2015/1986 van de Europese Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.
  § 4. Voor de toepassing van de bekendmakingsvoorschriften worden elektronische communicatiemiddelen aangewend.

  Art. 9. Wanneer de aanbestedende entiteit een officiële bekendmaking wenst te verbeteren of aan te vullen, gaat zij, overeenkomstig dit hoofdstuk, over tot de bekendmaking van een rechtzettingsbericht onder de vorm van een elektronisch standaardformulier opgemaakt door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening 2015/1986 van de Europese Commissie van 11 november 2015 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.
  Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking wordt, wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd tussen de zevende en de twee laatste dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes, de voormelde datum verdaagd met minstens zes dagen. Wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd in de laatste twee dagen vóór de voormelde uiterste datum wordt deze laatste verdaagd met minstens acht dagen.
  Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking en onverminderd artikel 8, § 1, derde lid, wordt, wanneer een rechtzettingsbericht wordt gepubliceerd in de laatste zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offerte, de voormelde datum verdaagd met minstens zes dagen.
  Voor de berekening van in dit artikel bedoelde termijnen is verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden, niet van toepassing.

  Art. 10. De aanbestedende entiteit moet in staat zijn het bewijs van de verzending van de aankondiging te kunnen leveren.
  De door het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie en door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning verstrekte bevestiging van de bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum van de bekendmaking, geldt als bewijs van de bekendmaking van de aankondiging.

  Afdeling 2. - Europese drempels

  Art. 11.De Europese drempelbedragen zijn:
  1° [1 5.548.000 euro]1 voor de overheidsopdrachten voor werken;
  2° [1 443.000 euro]1 voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten en prijsvragen;
  3° 1.000.000 euro voor de overheidsopdrachten voor diensten die betrekking hebben op sociale en andere specifieke diensten zoals bedoeld in titel 3, van hoofdstuk 6 van de wet.
  De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde bedragen worden door de bevoegde minister aangepast op basis van de herzieningen bedoeld in artikel 94, tweede lid, van de wet.
  ----------
  (1)<MB 2017-12-21/02, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 12. Niettegenstaande artikel 7, § 1, mag de aanbestedende entiteit wanneer werken, homogene leveringen of diensten de drempels vermeld in artikel 11 bereiken en in percelen worden verdeeld, van de toepassing van de Europese bekendmaking afwijken voor percelen waarvan het individuele geraamde bedrag, kleiner is dan 1.000.000 euro voor werken, respectievelijk 80.000 euro voor leveringen en diensten, voor zover hun samengevoegde geraamde waarde twintig percent van de geraamde waarde van het geheel van de percelen niet overschrijdt. De bepalingen van de Belgische bekendmaking zijn in dat geval van toepassing op de percelen in kwestie.

  Afdeling 3. - Europese bekendmaking

  Art. 13. Deze afdeling is van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking vermeld in artikel 11 is.

  Onderafdeling 1. - Algemene regels

  Art. 14. § 1. Overeenkomstig artikel 139 van de wet, kan de aanbestedende entiteit haar voornemens met betrekking tot de te plaatsen overheidsopdrachten te kennen geven door een periodieke indicatieve aankondiging te publiceren. Deze aankondiging omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, en wordt bekendgemaakt op één van de volgende wijzen:
  1° door het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie; of
  2° door de aanbestedende entiteit via zijn kopersprofiel.
  Wanneer de aanbestedende entiteit van de in het eerste lid, onder 2°, vermelde mogelijkheid gebruik wenst te maken, zendt zij een "aankondiging van bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging via een kopersprofiel" naar het Bulletin der Aanbestedingen en het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie dat de in bijlage 2, deel B, omschreven informatie bevat. Deze periodieke indicatieve aankondiging mag niet via het kopersprofiel worden bekendgemaakt voordat "de aankondiging van bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging via een kopersprofiel" is verzonden. Een dergelijke aankondiging op het kopersprofiel vermeldt de datum van deze verzending.
  § 2. De bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging is slechts verplicht wanneer de aanbestedende entiteit gebruik wil maken van de mogelijkheid om de termijn voor de ontvangst van offertes overeenkomstig artikel 118, § 2, van de wet in te korten.
  De periodieke indicatieve aankondiging wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt bij het begin van het begrotingsjaar of, voor werken, nadat de beslissing is genomen tot goedkeuring van het programma voor de opdrachten voor werken die de aanbestedende entiteit voornemens is te plaatsen.

  Art. 15. Onverminderd artikel 124, § 1, van de wet wordt iedere opdracht onderworpen aan deze afdeling in mededinging gesteld door middel van :
  1° ofwel een periodieke indicatieve aankondiging die geldt als in mededingingstelling, opgesteld overeenkomstig artikel 139, § 2, van de wet en artikel 16 van het onderhavig besluit;
  2° ofwel een aankondiging van opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 142 van de wet en artikel 17 van het onderhavig besluit;
  3° ofwel een aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem, opgesteld overeenkomstig de artikelen 140 en 148 van de wet en artikel 18 van het onderhavig besluit.

  Art. 16. Voor de niet-openbare procedures en de onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, kan de oproep tot mededinging gebeuren door middel van een periodieke indicatieve aankondiging, die aan de volgende eisen voldoet:
  1° de aankondiging verwijst expliciet naar de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;
  2° de aankondiging vermeldt dat de opdracht zal geplaatst worden via een niet-openbare procedure of via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, zonder latere bekendmaking van een aankondiging van opdracht en nodigt de ondernemers uit hun belangstelling te tonen;
  3° het omvat, naast de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, I, deze vermeld in bijlage 2, deel A, II;
  4° de aankondiging werd verzonden voor bekendmaking tussen de vijfendertig dagen en twaalf maanden vóór de datum van verzending van de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling.
  Dergelijke aankondigingen worden niet gepubliceerd op Europees niveau via een kopersprofiel. Niettemin kan een bijkomende bekendmaking gebeuren op Belgisch niveau via een kopersprofiel.

  Art. 17. Wanneer de aankondiging van de opdracht gebruikt wordt als oproep tot mededinging dient dit de inlichtingen te omvatten van het passende deel van bijlage 3.

  Art. 18. In het kader van een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap, kan de aanbestedende entiteit gebruik maken van een kwalificatiesysteem als middel van oproep tot mededinging. In dit geval dient zij niet over te gaan tot de bekendmaking van een aankondiging zoals bedoeld in artikel 17.
  De plaatsingswijze wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de gekwalificeerde kandidaten.

  Art. 19. Wanneer de aanbestedende entiteit een kwalificatiesysteem instelt moet dit systeem het voorwerp vormen van een aankondiging zoals bedoeld in bijlage 4, met aanduiding van het doel van het kwalificatiesysteem en van de toegangsmodaliteiten tot de regels die het beheren.
  De aanbestedende entiteit verduidelijkt de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem. Zij betekent aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie en aan het Bulletin der Aanbestedingen elke wijziging van deze duur door middel van de volgende typeformulieren:
  1° wanneer de geldigheidsduur gewijzigd wordt zonder dat een einde wordt gesteld aan het systeem, het formulier dat gebruikt wordt voor de aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem;
  2° wanneer het systeem beëindigd wordt, een aankondiging van gegunde opdracht zoals bedoeld in artikel 20.
  De aanbestedende entiteit neemt binnen een termijn van zes maanden een beslissing over de kwalificatie van de aanvragers. Indien deze beslissing meer dan vier maanden vergt vanaf het neerleggen van de aanvraag, licht zij de aanvrager binnen de twee maanden na het neerleggen in over de redenen van verlenging van de termijn en over de datum waarop zijn verzoek aanvaard dan wel zal worden afgewezen.

  Art. 20. Overeenkomstig artikel 143 van de wet, maakt elke gesloten opdracht, met inbegrip van deze na een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, het voorwerp uit van een aankondiging van gegunde opdracht.
  Dit bericht omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 6.
  In het geval van opdrachten voor onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten, kunnen de inlichtingen betreffende de aard en de hoeveelheid van de diensten beperkt zijn tot:
  1° de vermelding "onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten" wanneer de opdracht werd geplaatst via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 124, § 1er, 3°, van de wet;
  2° tot inlichtingen die minstens even gedetailleerd zijn als deze die in het bericht voorkomen, dat werd gebruikt als middel om in mededinging te stellen.

  Onderafdeling 2. - Sociale en andere specifieke diensten

  Art. 21. De aanbestedende entiteit die een overheidsopdracht wenst te plaatsen voor sociale en andere specifieke diensten vermeld in bijlage III van de wet, gebruikt één van de berichten opgesomd in artikel 160, § 1, 1°, 2° en 3°, van de wet als middel om tot mededinging op te roepen. De in dit artikel opgesomde berichten bevatten de inlichtingen vermeld in bijlage 8, deel A, B of C.

  Art. 22. De periodieke indicatieve aankondiging bedoeld in artikel 160, § 1, 2°, van de wet verwijst specifiek naar de types van diensten die het voorwerp zullen uitmaken van de te gunnen opdrachten. Deze zal eveneens aangeven dat de opdrachten zullen gegund worden zonder latere bekendmaking en nodigt de geïnteresseerde ondernemers uit om hun belangstelling schriftelijk te uiten.

  Afdeling 4. - Belgische bekendmaking

  Art. 23. Deze afdeling is van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking vermeld in artikel 11 en die onderworpen zijn aan de Belgische bekendmaking.

  Onderafdeling 1. - Algemene regels

  Art. 24. Overeenkomstig artikel 139 van de wet, kan de aanbestedende entiteit haar intenties inzake de plaatsing van overheidsopdrachten kenbaar maken door middel van de bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging. Deze aankondiging omvat de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, I en deel B.
  De bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging is slechts verplicht wanneer de aanbestedende entiteit gebruik wil maken van de mogelijkheid om de termijn voor de ontvangst van offertes overeenkomstig artikel 118, § 2, van de wet in te korten.
  Indien de aanbestedende entiteit beslist een periodieke indicatieve aankondiging te publiceren, wordt deze zo snel mogelijk na het begin van het budgettair jaar bekendgemaakt of, voor de werken, na de beslissing die het programma goedkeurt waarin de werkenopdrachten die de aanbestedende entiteit wil plaatsen zijn ingeschreven.

  Art. 25. Onverminderd artikel 124, § 1, van de wet, wordt elke opdracht in mededinging gesteld door middel van:
  1° ofwel de periodieke indicatieve aankondiging opgesteld overeenkomstig artikel 139 van de wet en artikel 26 van het onderhavig besluit;
  2° ofwel een bericht over het bestaan van een kwalificatiesysteem opgesteld overeenkomstig de artikelen 140 en 148 van de wet en de artikelen 28 en 29 van het onderhavig besluit;
  3° ofwel een aankondiging van de opdracht opgesteld overeenkomstig artikel 142 van de wet en artikel 27 van het onderhavig besluit;
  4° ofwel van een aankondiging betreffende de opstelling van een lijst van geselecteerde kandidaten, opgesteld overeenkomstig artikel 141 van de wet en artikel 30 van het onderhavig besluit.

  Art. 26. Voor de niet-openbare procedures en de onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, kan de oproep tot mededinging gebeuren door middel van een periodieke indicatieve aankondiging die beantwoordt aan de volgende eisen:
  1° de aankondiging verwijst specifiek naar de werken, leveringen of diensten die het voorwerp vormen van de opdracht;
  2° de aankondiging vermeldt dat de opdracht zal geplaatst worden volgens een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging, zonder latere bekendmaking van een aankondiging van de opdracht en nodigt de ondernemers uit om hun belangstelling schriftelijk te uiten;
  3° hij omvat, naast de inlichtingen vermeld in bijlage 2, deel A, I, deze vermeld in bijlage 2, deel A, II;
  4° de aankondiging werd verstuurd voor bekendmaking tussen de vijfendertig dagen en twaalf maanden vóór de verzending van de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling.
  Een bijkomende bekendmaking kan gebeuren via een kopersprofiel.

  Art. 27. Wanneer de aankondiging van de opdracht gebruikt wordt als oproep tot mededinging, dient dit de inlichtingen te omvatten van het passende deel van bijlage 3.

  Art. 28. In het kader van een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap, kan de aanbestedende entiteit gebruik maken van een kwalificatiesysteem als middel van oproep tot mededinging. In dit geval dient zij niet over te gaan tot de bekendmaking van een aankondiging zoals bedoeld in artikel 27.
  De plaatsingsprocedure wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan de gekwalificeerde kandidaten.

  Art. 29. Wanneer de aanbestedende entiteit een kwalificatiesysteem instelt moet dit systeem het voorwerp vormen van een aankondiging zoals bedoeld in bijlage 4, met aanduiding van het doel van het kwalificatiesysteem en van de toegangsmodaliteiten tot de regels die het beheren.
  De aanbestedende entiteit verduidelijkt de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem. Zij stelt zowel aan het Publicatieblad van de Europese Unie als het Bulletin der Aanbestedingen in kennis van elke wijziging van deze duur.
  De aanbestedende entiteit neemt binnen een termijn van zes maanden een beslissing over de kwalificatie van de aanvragers. Indien deze beslissing meer dan vier maanden vergt vanaf het neerleggen van de aanvraag, licht zij de aanvrager binnen de twee maanden na het neerleggen in over de redenen van verlenging van de termijn en over de datum waarop zijn verzoek aanvaard dan wel zal worden afgewezen.

  Art. 30. In het kader van een niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, kan de aanbestedende entiteit kiezen voor het in mededinging stellen van haar opdracht overeenkomstig artikel 25, 4°. Zij publiceert een bericht betreffende de opstelling van een lijst van geselecteerde kandidaten overeenkomstig bijlage 5.
  De plaatsingsprocedure wordt ten laatste bepaald op het ogenblik van de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan de gekwalificeerde kandidaten.

  Onderafdeling 2. - Sociale en andere specifieke diensten

  Art. 31. De aanbestedende entiteit die een overheidsopdracht wenst te plaatsen voor sociale en andere specifieke diensten vermeld in bijlage III van de wet, gebruikt één van de berichten opgesomd in artikel 160, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, van de wet als middel om tot mededinging op te roepen. De in dit artikel opgesomde berichten bevatten de inlichtingen vermeld in bijlage 8.

  Art. 32. De periodieke indicatieve aankondiging bedoeld in artikel 160, § 1, 2°, van de wet verwijst specifiek naar de types van diensten die het voorwerp zullen uitmaken van de te gunnen opdrachten. De aanbestedende entiteit zal eveneens aangeven dat de opdrachten zullen gegund worden zonder latere bekendmaking en nodigt de geïnteresseerde ondernemers uit om hun belangstelling schriftelijk te uiten.

  HOOFDSTUK 4. - Prijsvaststelling en prijsbestanddelen

  Art. 33. De prijzen worden in de offerte in euro uitgedrukt.
  Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, wordt het totale offertebedrag voluit geschreven.

  Art. 34. De prijs van de opdracht wordt bepaald volgens één van de prijsvaststellingen vermeld in artikel 2, 3° tot 6°.
  In de gevallen waarin artikel 9, tweede lid, van de wet de plaatsing van de opdracht zonder forfaitaire prijsvaststelling toestaat, wordt de opdracht gegund :
  1° hetzij tegen terugbetaling;
  2° hetzij deels tegen terugbetaling, deels tegen forfaitaire prijs.

  Art. 35. De inschrijver wordt geacht zijn offertebedrag te hebben vastgesteld volgens zijn eigen bewerkingen, berekeningen en ramingen, rekening houdend met de inhoud en de omvang van de opdracht.

  Art. 36. De eenheidsprijzen en de globale prijzen voor iedere post van de samenvattende opmeting of van de inventaris worden opgegeven met inachtneming van de betrekkelijke waarde van die posten ten opzichte van het totale offertebedrag. Alle algemene en financiële kosten alsmede de winst worden, in verhouding tot hun belangrijkheid, verdeeld over de onderscheiden posten.

  Art. 37.Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht alle heffingen welke de opdracht belasten, met uitzondering van de belasting over de toegevoegde waarde.
  Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft, schrijft de aanbestedende entiteit voor :
  1° hetzij dat zij in een afzonderlijke post van de samenvattende opmeting of van de inventaris wordt vermeld om bij de prijs van de offerte te worden gevoegd. Indien de inschrijver verzuimt deze post in te vullen, wordt de geboden prijs door de aanbestedende entiteit met deze belasting verhoogd;
  2° hetzij dat de inschrijver verplicht is in de offerte de aanslagvoet van de belasting over de toegevoegde waarde te vermelden. Indien verschillende aanslagvoeten toepasselijk zijn, dient de inschrijver voor elke aanslagvoet de desbetreffende posten van de samenvattende opmeting of van de inventaris op te geven.
  [1 Wanneer de belasting over de toegevoegde waarde een kost met zich meebrengt voor de aanbestedende entiteit, gebeurt de evaluatie van de offertebedragen met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 46, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  Art. 38. § 1. Indien de aanbestedende entiteit zelf een volledige beschrijving van het geheel of een deel van de opdracht geeft, omvatten de eenheidsprijzen of globale prijzen van de opdracht de aankoopprijs en de verschuldigde vergoedingen voor de gebruikslicenties van de bestaande intellectuele eigendomsrechten, die nodig zijn voor de uitvoering van de opdracht en door de aanbestedende entiteit kenbaar worden gemaakt.
  Indien de aanbestedende entiteit geen melding maakt van het bestaan van een intellectueel eigendomsrecht of van een gebruikslicentie, vallen de aankoopprijs en de vergoedingen te haren laste. In dat geval is ze ook aansprakelijk voor eventuele schadevergoedingen gevorderd door de titularis van het intellectuele eigendomsrecht of de licentiehouder.
  § 2. Wanneer de opdrachtdocumenten de inschrijvers verplichten om zelf de beschrijving van het geheel of een deel van de prestaties te geven in het kader van de opdracht, zijn de vergoedingen verschuldigd aan de inschrijvers voor het gebruik van een intellectueel eigendomsrecht, waarvan ze titularis zijn of waarvoor ze van een derde een gebruikslicentie moeten verkrijgen voor het geheel of een deel van die prestaties, inbegrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht. In voorkomend geval vermelden zij in hun offerte het nummer en de datum van de registratie van de eventuele gebruikslicentie. In geen geval zijn zij gerechtigd om van de aanbestedende entiteit schadevergoeding te eisen op grond van de schending van de intellectuele eigendomsrechten in kwestie.

  Art. 39. De opleveringskosten, met inbegrip van de keuringskosten, zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdracht, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de wijze bepalen waarop deze kosten zullen worden berekend.
  De keurings- en opleveringskosten omvatten onder meer de reis- en verblijfskosten en de vergoeding van het met de keuring of oplevering belaste personeel.

  Art. 40.§ 1. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdrachten voor werken, alle kosten, maatregelen en lasten die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name:
  1° in voorkomend geval, de maatregelen opgelegd door de regelgeving inzake veiligheid en gezondheid van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  2° alle werken en leveringen die nodig zijn om de grondafkalvingen en andere beschadigingen te voorkomen en eventueel te verhelpen zoals stempelingen, beschoeiingen en bemalingen;
  3° het ongeschonden bewaren en het eventueel verplaatsen en terugplaatsen van kabels en leidingen waarop bij grond-, graaf- of baggerwerken kan worden gestuit, voor zover de wettelijke last hiervoor niet op de eigenaars van die kabels en leidingen rust;
  4° het verwijderen binnen de grenzen van de grond-, graaf- of baggerwerken die eventueel noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het werk:
  a) van grond, slijk en kiezel, stenen, breukstenen, allerlei gesteente, overblijfselen van metselwerk, zoden, beplantingen, struiken, stronken, wortels, kreupelhout, puin en afval;
  b) van ieder rotsblok, ongeacht zijn volume, wanneer de opdrachtdocumenten vermelden dat de grond-, graaf, of baggerwerken worden uitgevoerd in rotsachtig terrein en, bij gebrek aan deze vermelding, van ieder uit één stuk bestaand rotsblok, metselwerk of betonblok waarvan het volume een halve kubieke meter niet overschrijdt;
  5° het vervoeren en wegbrengen van graafspecie hetzij buiten het domein van de aanbestedende entiteit, hetzij naar de plaatsen voor hergebruik binnen de grenzen van de bouwplaatsen, hetzij naar de stortplaatsen waarin de opdrachtdocumenten voorzien;
  6° alle algemene, bijkomende en onderhoudskosten gedurende de uitvoerings- en waarborgtermijn.
  Zijn eveneens inbegrepen in de prijs van de opdracht, alle werkzaamheden die uit hun aard afhangen van of samenhangen met deze die in de opdrachtdocumenten zijn beschreven.
  § 2. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdrachten voor leveringen, alle kosten, [1 maatregelen en lasten]1 die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name:
  1° de verpakkingen, behalve wanneer ze eigendom blijven van de inschrijver en de kosten voor het laden, de overslag, het overladen, het vervoer, de verzekering en het inklaren;
  2° het lossen, uitpakken en stapelen op de plaats van levering, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten de juiste plaats van levering en de toegangsmogelijkheden vermelden;
  3° de documentatie die met de levering verband houdt;
  4° het monteren en het bedrijfsklaar maken;
  5° de voor het gebruik noodzakelijke vorming.
  § 3. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn inbegrepen in de eenheidsprijzen en globale prijzen van de opdrachten voor diensten, alle kosten, [1 maatregelen en lasten]1 die inherent zijn aan de uitvoering van de opdracht, met name :
  1° de administratie en het secretariaat;
  2° de verplaatsing, het vervoer en de verzekering;
  3° de documentatie die met de diensten verband houdt;
  4° de levering van documenten of stukken die inherent zijn aan de uitvoering;
  5° de verpakkingen;
  6° de voor het gebruik noodzakelijke vorming;
  7° in voorkomend geval, de maatregelen die door de wetgeving inzake de veiligheid en de gezondheid van de werknemers worden opgelegd voor de uitvoering van hun werk.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 47, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  HOOFDSTUK 5. - Verbetering van fouten en nazicht van prijzen of kosten

  Art. 41. Na de verbetering van de offertes overeenkomstig artikel 42, gaat de aanbestedende entiteit over tot het prijs- of kostenonderzoek overeenkomstig artikel 43 en, in geval van vermoeden van abnormaal hoge of lage prijzen of kosten, gaat zij over tot de in artikel 44 bedoelde prijzen- of kostenbevraging.

  Art. 42. § 1. De aanbestedende entiteit verbetert de offertes in functie van de door haar of een inschrijver vastgestelde rekenfouten en zuiver materiële fouten in de opdrachtdocumenten.
  § 2. De aanbestedende entiteit verbetert de rekenfouten en zuiver materiële fouten in de offertes, zonder aansprakelijk te zijn voor de niet ontdekte fouten.
  Ten einde de rekenfouten en de zuiver materiële fouten die door haar vastgesteld worden in de offertes te verbeteren, gaat de aanbestedende entiteit de werkelijke bedoeling na van de inschrijver via een globale analyse van de offerte en door deze te vergelijken met de andere offertes en met de marktprijzen. Indien deze bedoeling, na analyse van de offerte, niet voldoende duidelijk is, kan de aanbestedende entiteit de inschrijver, binnen een door haar gestelde termijn, uitnodigen om de inhoud van zijn offerte te verduidelijken zonder haar te wijzigen en te vervolledigen en dit zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid om te onderhandelen indien de procedure zulks toelaat.
  Als er in dit laatste geval geen toelichting gegeven is of de toelichting niet aanvaardbaar is voor de aanbestedende entiteit, verbetert ze de fouten naar eigen bevindingen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kan de aanbestedende entiteit hetzij beslissen dat de opgegeven eenheidsprijzen van toepassing zijn, hetzij de offerte als onregelmatig weren.
  § 3. Indien de aanbestedende entiteit rechtstreeks fouten verbetert in de offertes, bewaart zij de oorspronkelijke versie van die offertes en ziet zij erop toe dat haar rechtzettingen duidelijk identificeerbaar zijn, terwijl ook de oorspronkelijke gegevens zichtbaar blijven.

  Art. 43. De aanbestedende entiteit onderwerpt de ingediende offertes aan een prijs-of kostenonderzoek. Daartoe kan de aanbestedende entiteit, overeenkomstig artikel 84, tweede lid, van de wet, samen gelezen met artikel 153, 3°, van de wet, de inschrijvers verzoeken alle nodige inlichtingen te verstrekken.

  Art. 44. § 1. Indien uit het prijs- of kostenonderzoek overeenkomstig artikel 43 blijkt dat er prijzen of kosten worden aangeboden die abnormaal laag of hoog lijken, voert de aanbestedende entiteit een bevraging van deze laatste uit. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging en de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, wordt de bevraging uitgevoerd op de laatst ingediende offertes. Dit belet niet dat de aanbestedende entiteit deze bevraging reeds kan verrichten in een vroeger stadium van de procedure.
  § 2. Bij de prijzen- of kostenbevraging verzoekt de aanbestedende entiteit de inschrijver om de nodige schriftelijke verantwoording over de samenstelling van de abnormaal geachte prijs of kost te verstrekken binnen een termijn van twaalf dagen, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt. Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, kan de aanbestedende entiteit, mits uitdrukkelijk gemotiveerde bepaling in de opdrachtdocumenten, in een kortere termijn voorzien.
  De inschrijver draagt de bewijslast van de verzending van de verantwoording.
  De verantwoording houdt met name verband met:
  1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;
  2° de gekozen technische oplossingen of de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten;
  3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;
  4° het eventueel verkrijgen van een wettelijke overheidssteun door de inschrijver.
  In het kader van de in het eerste lid bedoelde prijzen- of kostenbevraging verzoekt de aanbestedende entiteit de inschrijver om de schriftelijke verantwoordingen over te maken inzake de eerbiediging van de verplichtingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, die van toepassing zijn in de domeinen van het sociaal, arbeids- en milieurecht, met inbegrip van de verplichtingen die van toepassing zijn op het vlak van welzijn, lonen en sociale zekerheid.
  De aanbestedende entiteit is er echter niet toe gehouden om verantwoordingen te vragen voor prijzen voor verwaarloosbare posten.
  Zo nodig ondervraagt de aanbestedende entiteit de inschrijver opnieuw. Dit gebeurt schriftelijk. In dit geval kan de termijn van twaalf dagen worden ingekort.
  § 3. De aanbestedende entiteit beoordeelt de ontvangen inlichtingen en :
  1° stelt ofwel vast dat het bedrag van een of meer niet-verwaarloosbare posten een abnormaal karakter vertoont en weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is;
  2° ofwel, stelt vast dat het totale offertebedrag een abnormaal karakter vertoont en weert de offerte omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is;
  3° ofwel, motiveert in de gunningsbeslissing dat het totale offertebedrag geen abnormaal karakter vertoont.
  De aanbestedende entiteit wijst de offerte eveneens af wanneer zij heeft vastgesteld dat het totale offertebedrag abnormaal laag is omdat de offerte niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal- of arbeidsrecht omwille van de substantiële onregelmatigheid waarmee deze behept is. Wanneer de offerte niet voldoet aan de verplichtingen op het gebied van het federaal sociaal- of het arbeidsrecht, deelt de aanbestedende entiteit dit mee overeenkomstig paragraaf 5, tweede lid.
  In het kader van de beoordeling kan de aanbestedende entiteit ook rekening houden met inlichtingen die niet afkomstig zijn van de inschrijver. Deze gegevens worden voorgelegd aan de inschrijver teneinde hem de kans te geven hierop te reageren.
  Wanneer een aanbestedende entiteit vaststelt dat een offerte abnormaal laag lijkt ten gevolge van door de inschrijver verkregen overheidssteun, kan de offerte alleen op die grond worden afgewezen na overleg met de inschrijver en deze niet binnen een door de aanbestedende entiteit gestelde toereikende termijn kan aantonen dat de betrokken steun verenigbaar is met de interne markt, in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Wanneer de aanbestedende entiteit in een dergelijke situatie een offerte afwijst, deelt zij dit mee overeenkomstig paragraaf 5, derde lid. Onderhavig lid is enkel van toepassing voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
  § 4. Als bij een opdracht voor werken of voor een opdracht voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure, de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs, en voor zover minstens vier offertes in aanmerking genomen werden overeenkomstig de derde en vierde leden, voert de aanbestedende entiteit een prijzen- of kostenbevraging uit overeenkomstig de paragrafen 2 en 3, voor elke offerte waarvan het totale offertebedrag minstens vijftien procent onder het gemiddelde bedrag van de door de inschrijvers ingediende offertes ligt. Hetzelfde geldt voor de opdrachten voor werken en voor de opdrachten voor diensten in een fraudegevoelige sector, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure wanneer de economisch meest voordelige offerte geëvalueerd wordt op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria. In dit laatste geval kan de aanbestedende entiteit echter in de opdrachtdocumenten een hoger percentage voorzien dan vijftien procent.
  Het gemiddelde van de bedragen wordt als volgt berekend :
  1° indien het aantal offertes gelijk is aan of groter dan zeven, door zowel de laagste offerte uit te sluiten als de hoogste offertes die samen een vierde van het aantal ingediende offertes vormen. Indien dit aantal niet deelbaar is door vier, wordt het vierde naar de hogere eenheid afgerond;
  2° indien het aantal offertes lager ligt dan zeven, door de laagste en de hoogste offerte uit te sluiten.
  De berekening van het gemiddelde van de bedragen is gebaseerd op alle offertes van de geselecteerde inschrijvers. Deze berekening mag eveneens gebeuren op basis van de offertes van de voorlopig geselecteerde inschrijvers overeenkomstig artikel 147, § 6, van de wet.
  In het kader van deze berekening kan de aanbestedende entiteit echter beslissen om geen rekening te houden met de manifest onregelmatige offertes.
  De opdrachtdocumenten kunnen deze paragraaf toepasselijk maken voor opdrachten voor leveringen of opdrachten voor andere diensten dan deze bedoeld in artikel 2, 13°, geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure en waarbij de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs.
  § 5. Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd op basis van een abnormale prijs dan wel kost, deelt de aanbestedende entiteit dat onverwijld mee aan de Auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit. Deze mededeling bevat minstens de volgende inlichtingen: de identificatiegegevens van de betreffende inschrijvers, het voorwerp van de opdracht, alsook de abnormaal hoge of lage prijs dan wel kost.
  Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd omwille van de vaststelling dat deze abnormaal laag is omdat zij niet voldoet aan de in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde verplichtingen op het gebied van het federaal sociaal- of het arbeidsrecht, deelt de aanbestedende entiteit dit onverwijld mee aan de Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst, met opgave van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
  Wanneer een offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wordt geweerd omwille van de vaststelling dat deze abnormaal laag is ingevolge niet met de interne markt verenigbare overheidssteun, stelt de aanbestedende entiteit de Europese Commissie daarvan onverwijld in kennis. Een kopij van deze kennisgeving wordt eveneens onverwijld doorgestuurd naar het in artikel 163, § 2, van de wet, bedoelde aanspreekpunt.
  Wanneer de offerte in het kader van een overheidsopdracht voor werken wordt geweerd op basis van een abnormaal lage prijs dan wel kost, wordt ook de Commissie voor de erkenning van aannemers onverwijld daarvan op de hoogte gebracht.
  § 6. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is het onderhavige artikel niet toepasselijk op de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, noch op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, noch op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, voor zover het een opdracht voor leveringen of diensten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, dan wel een opdracht voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan 1.000.000 euro.

  Art. 45. De aanbestedende entiteit kan personen aanwijzen voor het uitvoeren van alle verificaties van de boekhoudkundige stukken en alle onderzoeken ter plaatse, teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens verstrekt in het kader van het in de artikelen 43 of 44 bedoelde onderzoek of bevraging.
  De aanbestedende entiteit mag de aldus ingewonnen inlichtingen voor andere doeleinden gebruiken dan voor het onderzoek van de prijzen of kosten in de loop van de plaatsingsprocedure. Zij mag deze inlichtingen zo nodig ook gebruiken tijdens de uitvoeringsfase van de betrokken opdracht.

  HOOFDSTUK 6. - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de impliciete verklaring op erewoord

  Art. 46. § 1. Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende overheid, leggen de kandidaten of inschrijvers het UEA voor op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming, van de aanvragen tot kwalificatie en/of van de offertes.
  Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende entiteit die geen aanbestedende overheid is en deze entiteit, overeenkomstig artikel 151 van de wet, de krachtens de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden toepast, leggen de kandidaten of inschrijvers het UEA voor op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming, van de aanvragen tot kwalificatie en/of van de offertes. Echter moeten alleen de delen van het UEA die verband houden met de weerhouden uitsluitingsgronden ingevuld worden.
  De aanbestedende entiteit, ongeacht het feit of zij al dan niet een aanbestedende overheid is, verschaft in de aankondiging van de opdracht of in de opdrachtdocumenten waarnaar deze aankondiging verwijst de richtsnoeren die toelaten het UEA in te vullen. Met name geeft zij aan welke de werkwijze is overeenkomstig paragraaf 2 op het vlak van de selectiecriteria.
  Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en het UEA moet worden ingevuld, geeft de aanbestedende entiteit, in afwijking van het derde lid en ongeacht het feit of zij al dan niet een aanbestedende overheid is, de betreffende richtsnoeren aan in een ander opdrachtdocument.
  § 2. Wanneer de in artikel 71 van de wet bedoelde selectiecriteria aangewend worden in de overheidsopdracht kan de aanbestedende entiteit, ongeacht het feit of zij al dan niet een aanbestedende overheid is, wat deel IV betreft van het UEA, naar keuze beslissen:
  1° om de ondernemers te verzoeken om precieze inlichtingen op te geven door middel van het invullen van de afdelingen A tot D; of
  2° de gevraagde inlichtingen beperken tot de vraag of de ondernemer al dan niet voldoet aan de voorgeschreven selectiecriteria, overeenkomstig de afdeling "Algemene aanwijzing voor alle selectiecriteria". In dat geval moet alleen deze afdeling ingevuld worden.
  Voor de in bijlage III van de wet opgesomde sociale en andere specifieke diensten beschikt de ondernemer steeds over de mogelijkheid om op globale wijze kenbaar te maken dat hij voldoet aan de voorgeschreven selectiecriteria, overeenkomstig het eerste lid, 2°.
  § 3. Het onderhavige artikel is slechts van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking. Het onderhavige artikel is echter niet van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4° tot 6° en 8° tot 11°, van de wet bedoelde gevallen.

  Art. 47.§ 1. Onverminderd artikel 151, § 3, van de wet, samen te lezen met artikel 73, § § 3 en 4, van de wet, vormt het loutere feit van de indiening van de aanvraag tot deelneming, de aanvraag tot kwalificatie of van de offerte, voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, een impliciete verklaring op erewoord van de kandidaat of van de inschrijver dat hij zich niet bevindt in één van de toepasselijke uitsluitingsgevallen. Hetzelfde geldt voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voormelde drempel en die worden geplaatst bij een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4° tot 6° en 8° tot 11°, van de wet bedoelde gevallen.
  Wanneer de in het eerste lid bedoelde kandidaat of inschrijver zich in een uitsluitingsgeval bevindt en corrigerende maatregelen doet gelden overeenkomstig artikel 70 van de wet, slaat de impliciete verklaring op erewoord niet op elementen die verband houden met de betreffende uitsluitingsgrond. In dat geval legt hij de schriftelijke beschrijving van de genomen maatregelen voor.
  Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, geldt de toepassing van de in het eerste lid bedoelde impliciete verklaring enkel in zoverre de documenten of certificaten betreffende de uitsluitingsgevallen voor de aanbestedende entiteit kosteloos toegankelijk zijn via de in artikel 73, § 4, van de wet bedoelde databanken. Voor de elementen die niet vallen onder de impliciete verklaring moeten de ondersteunende documenten en certificaten waaruit blijkt dat de ondernemer zich niet bevindt in een uitsluitingssituatie [1 vóór de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de aanvragen tot deelneming, de aanvragen tot kwalificatie of de offertes worden voorgelegd.
  Voor de opdracht waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, mag de aanbestedende entiteit de kandidaat of inschrijver niet verzoeken het UEA voor te leggen.
  § 2. Wat de selectiecriteria betreft en, in voorkomend geval, de objectieve regels en criteria voor de beperking van het aantal kandidaten, moeten de documenten en certificaten die aantonen dat de ondernemer zich niet in een uitsluitingssituatie bevindt, [1 vóór de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes worden voorgelegd.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 48, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  Art. 48. De deelnemers aan een combinatie van ondernemers zijn gehouden tot het aanduiden van diegene onder hen die de combinatie zal vertegenwoordigen ten opzichte van de aanbestedende entiteit. Wanneer het UEA moet worden ingevuld is deze vermelding opgenomen in het deel II.B van het UEA.

  HOOFDSTUK 7. - Regels van toepassing op de handtekeningen en op de communicatiemiddelen

  Art. 49. Dit hoofdstuk bevat de regels inzake elektronische handtekeningen en de communicatiemiddelen en is van toepassing bij alle plaatsingsprocedures waarbij gebruik wordt gemaakt van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische platformen.

  Art. 50. § 1. In het kader van de openbare procedure of de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, is de individuele handtekening van de inschrijver niet vereist op het ogenblik van het opladen op het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, wat betreft de offerte en haar bijlagen en, wanneer dit voorgelegd moet worden, het UEA. Deze documenten worden op een globale manier ondertekend op het erbij horende indieningsrapport.
  In het kader van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging moeten alleen de indieningsrapporten die betrekking hebben op de initiële offerte en de definitieve offerte ondertekend zijn.
  § 2. In het kader van een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, een concurrentiegerichte dialoog en een innovatiepartnerschap, is de individuele handtekening van de kandidaat, wat betreft de aanvraag tot deelneming, niet vereist. Dit is evenmin het geval, wanneer dit voorgelegd moet worden, voor het UEA. Beide voormelde documenten kunnen niettemin, op het ogenblik van het opladen op het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, op een globale manier getekend worden op het indieningsrapport dat samen gaat met de aanvraag tot deelneming. Als de ondernemer van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, moet het UEA, wanneer dit voorgelegd moet worden, opnieuw worden bijgevoegd en globaal ondertekend naar aanleiding van het in het tweede lid bedoelde indieningsrapport.
  Wanneer in een volgende fase offertes en hun bijlagen worden ingediend in één van de in het eerste lid bedoelde procedures, wordt evenmin een individuele handtekening vereist op het ogenblik van het opladen op het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet. Deze documenten worden op een globale manier getekend op het erbij horende indieningsrapport.
  In het kader van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging en het innovatiepartnerschap, moeten evenwel alleen de indieningsrapporten die betrekking hebben op de initiële offerte en de definitieve offerte ondertekend zijn.
  § 3. In geval van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, preciseert de aanbestedende entiteit of een handtekening vereist is, het type van handtekening, alsook de te ondertekenen documenten.

  Art. 51. § 1. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, moet het in artikel 50 bedoelde indieningsrapport ondertekend worden door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening.
  § 2. Voor de wijzigingen aan een offerte die tussenkomen na de ondertekening van het indieningsrapport, alsook voor de intrekking van de offerte, wordt een nieuw indieningsrapport opgemaakt dat overeenkomstig de eerste paragraaf getekend wordt.
  Het voorwerp en de draagwijdte van de wijzigingen moeten nauwkeurig worden vermeld.
  De intrekking moet onvoorwaardelijk zijn.
  Wanneer het indieningsrapport dat opgesteld wordt ingevolge de wijzigingen of de intrekking bedoeld in het eerste lid, niet voorzien is van de in de eerste paragraaf bedoelde handtekening, brengt dit van rechtswege de nietigheid van de wijziging of intrekking met zich mee. Deze nietigheid slaat slechts op de wijzigingen of de intrekking en niet op de offerte zelf.
  § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de elektronische veiling, overeenkomstig artikel 105, § 1.

  Art. 52. § 1. De in artikel 51 bedoelde handtekeningen worden afgeleverd door de perso(o)n(en) die bevoegd of gemachtigd is/zijn om de inschrijver te verbinden.
  Het eerste lid is van toepassing op elke deelnemer aan een combinatie van ondernemers wanneer de offerte wordt neergelegd door een dergelijke combinatie. Deze deelnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk.
  De in het tweede lid bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid is niet van toepassing op een architect die zou behoren tot een combinatie waarin eveneens een aannemer aanwezig is.
  § 2. Als de ondertekening van het indieningsrapport gebeurt door een gemachtigde, vermeldt hij duidelijk zijn volmachtgever of volmachtgevers. De gemachtigde voegt de elektronische authentieke of onderhandse akte toe waaruit zijn bevoegdheid blijkt of een scan van het afschrift van zijn volmacht.
  In voorkomend geval verwijst hij naar het nummer van de bijlage van het Belgisch Staatsblad waarin de akte bij uittreksel is bekendgemaakt, waarbij ook de betreffende bladzijde(n) en/of passage worden opgegeven.
  Een volmachtgever kan met het oog op latere opdrachten de volmacht deponeren die hij aan een of meer gemachtigden heeft gegeven. Deze volmacht geldt alleen voor de opdrachten van de aanbestedende entiteit waarbij zij is gedeponeerd. De gemachtigde verwijst in iedere offerte naar die deponering.
  Het indieningsrapport dat namens een rechtspersoon elektronische wordt ondertekend door middel van een certificaat op naam van deze rechtspersoon, die daarbij enkel een verbintenis aangaat in eigen naam en voor eigen rekening, vereist geen bijkomende volmacht.

  Art. 53. Elk schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, kan in een veiligheidsarchief worden opgenomen.
  Voor zover dit technisch noodzakelijk is, kan elke aanvraag tot deelneming of offerte met een in het eerste lid bedoelde macro, computervirus of schadelijke instructie, als niet ontvangen worden beschouwd. De aanvraag tot deelneming of de offerte wordt in dat geval geweerd en de kandidaat of inschrijver wordt hiervan op de hoogte gebracht volgens de bepalingen die van toepassing zijn op de informatie aan de kandidaten en inschrijvers.
  Indien het in het eerste lid bedoelde schriftelijk stuk geen aanvraag tot deelneming of offerte betreft, kan het, voor zover dit technisch noodzakelijk is, als niet ontvangen worden beschouwd. In dit geval wordt de afzender daarvan onverwijld op de hoogte gebracht.

  Art. 54. Overeenkomstig artikel 14, § 5, van de wet, kan de aanbestedende entiteit, zo nodig, voor de communicatie langs elektronische weg, het gebruik van niet-algemeen beschikbare instrumenten en middelen voorschrijven, mits zij passende alternatieve toegangsmiddelen aanbiedt. De aanbestedende entiteit wordt geacht passende alternatieve toegangsmiddelen aangeboden te hebben in de volgende gevallen :
  1° zij biedt kosteloos onbeperkte en volledige, rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot deze hulpmiddelen en instrumenten vanaf de datum van de bekendmaking van de aankondiging van een opdracht. Deze aankondiging vermeldt het internetadres waar deze hulpmiddelen en instrumenten toegankelijk zijn; of
  2° zij zorgt ervoor dat inschrijvers die geen toegang hebben tot deze hulpmiddelen en instrumenten, of buiten hun toedoen niet in staat zijn ze binnen de gestelde termijnen te verkrijgen, toegang hebben tot de plaatsingsprocedure met behulp van tijdelijke tokens die kosteloos op het internet beschikbaar zijn; of
  3° zij ondersteunt een alternatief kanaal voor elektronische indiening van de offertes.

  Art. 55. Door zijn aanvraag tot deelneming of offerte via elektronische communicatiemiddelen over te leggen, aanvaardt de kandidaat of inschrijver dat bepaalde gegevens van zijn aanvraag tot deelneming of offerte worden geregistreerd door het ontvangstsysteem.

  HOOFDSTUK 8. - Opties

  Art. 56. § 1. Opties worden in een afzonderlijk gedeelte van de offerte vermeld.
  § 2. Indien de optie wordt verplicht gesteld, brengt de niet-inachtneming van de minimale vereisten de substantiële onregelmatigheid met zich mee van zowel de optie als van de basisofferte.
  Indien de optie wordt toegestaan, brengt de niet-inachtneming van de minimale vereisten op zich niet de onregelmatigheid van de basisofferte met zich mee.
  § 3. Indien de economisch meest voordelige offerte enkel geëvalueerd wordt op basis van de prijs of de kosten, mogen de inschrijvers aan de vrije of toegestane opties geen meerprijs of een andere tegenprestatie verbinden.

  HOOFDSTUK 9. - Percelen

  Art. 57. Bij opdrachten verdeeld in percelen kan de aanbestedende entiteit het minimale niveau bepalen dat vereist is voor de kwalitatieve selectie :
  1° voor elk perceel afzonderlijk;
  2° in geval van gunning van meerdere percelen aan dezelfde inschrijver.
  Wanneer de aanbestedende entiteit toepassing maakt van het eerste lid, 2°, onderzoekt ze bij de gunning van de percelen in kwestie, of er is voldaan aan het vereiste minimale niveau.
  Wanneer de opdrachtdocumenten het opleggen en de aanbestedende entiteit toepassing maakt van het eerste lid, 2°, vermeldt de inschrijver die offertes voor meerdere percelen indient, zijn voorkeurvolgorde voor de gunning van deze percelen.

  Art. 58. De inschrijver mag in zijn offertes voor meerdere percelen, hetzij één of meerdere prijskortingen aanbieden, hetzij één of meerdere verbeteringsvoorstellen in het kader van zijn offerte, voor het geval dat deze percelen hem zouden worden gegund, op voorwaarde dat de opdrachtdocumenten het niet verbieden.

  HOOFDSTUK 10. - Indiening van de aanvragen tot deelneming en offertes

  Afdeling 1. - Uitnodiging van de geselecteerde kandidaten tot indiening van een offerte

  Art. 59. De uitnodigingen bedoeld in artikel 146 van de wet vermelden de in bijlage 10 vermelde inlichtingen.

  Afdeling 2. - Indieningsmodaliteiten voor de aanvragen tot deelneming en offertes

  Art. 60. § 1. Onverminderd de toepassing van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken geeft de aanbestedende entiteit in de aankondiging van opdracht of, bij ontstentenis daarvan, in de andere opdrachtdocumenten aan in welke taal of talen de kandidaten of inschrijvers hun aanvraag tot deelneming of hun offerte mogen indienen.
  De aanbestedende entiteit kan aan de kandidaat of inschrijver een vertaling vragen van de bijlagen die in een andere taal gesteld zijn dan die van de aankondiging van opdracht of, bij ontstentenis daarvan, van de andere opdrachtdocumenten.
  Behalve indien het gaat om een document dat in één van de landstalen is opgesteld, kan de aanbestedende entiteit hem tevens een vertaling vragen van de inlichtingen en documenten die worden voorgelegd, in voorkomend geval, in het kader van het nazicht van de uitsluitingsgronden, het voldoen aan de toepasselijke selectiecriteria of het voldoen aan de regels voor de beperking van het aantal kandidaten. Hetzelfde geldt ten aanzien van de in artikel 65, 2°, bedoelde statuten, akten en inlichtingen.
  § 2. Zo de opdrachtdocumenten in meer dan één taal zijn opgesteld, gebeurt de interpretatie van de stukken in de taal van de aanvraag tot deelneming of de offerte, voor zover de opdrachtdocumenten in die taal zijn opgesteld.

  Art. 61. § 1. Een kandidaat kan slechts één enkele aanvraag tot deelneming aan de opdracht indienen.
  § 2. Een inschrijver kan slechts één offerte per opdracht indienen of, in geval van concurrentiegerichte dialoog, per aanvaarde oplossing. De indiening van de initiële offerte belet echter niet dat, voor zover toegelaten in de betreffende plaatsingsprocedure, onderhandelingen worden gevoerd en daaropvolgende offertes worden ingediend, noch dat de definitieve offerte wordt ingediend.
  Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid of verplichting om één of meerdere varianten in te dienen of een offerte voor één of meerdere percelen in het kader van eenzelfde opdracht, voor zover dit toegelaten wordt krachtens respectievelijk artikel 136 dan wel artikel 137 van de wet.
  Voor de toepassing van de onderhavige paragraaf wordt elke deelnemer aan een combinatie van ondernemers zonder rechtspersoonlijkheid beschouwd als een inschrijver.
  § 3. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is de onderhavige bepaling niet van toepassing in het kader van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging.

  Art. 62. In een niet-openbare procedure, in een onderhandelingsprocedure met voorafgaande in oproep tot mededinging, in een concurrentiegerichte dialoog en in een innovatiepartnerschap mogen enkel de geselecteerde kandidaten een offerte indienen.
  Nochtans kunnen de opdrachtdocumenten toestaan dat de offerte wordt ingediend door een combinatie van ondernemers bestaande uit een geselecteerde en één of meer niet-geselecteerde personen.
  Anderzijds kunnen de opdrachtdocumenten het gezamenlijk indienen van één enkele offerte door meerdere geselecteerde kandidaten beperken of verbieden, teneinde een voldoende mededinging te waarborgen.

  Afdeling 3. - Indiening en verdaging

  Art. 63.§ 1. De aanbestedende entiteit kan beslissen [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor het indienen van de aanvragen tot deelneming of van de offertes te verdagen, wanneer zij kennis heeft gekregen van de onbeschikbaarheid van de in artikel 14, § 7, van de wet, bedoelde elektronische platformen. Deze verdaging moet minstens zes dagen zijn voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempel voor de Europese bekendmaking en minstens acht dagen voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan de voormelde drempel, onverminderd artikel 8, § 1, derde lid.
  In geval van een verdaging overeenkomstig het eerste lid gaat de aanbestedende entiteit over tot een aangepaste bekendmaking tot mededeling van de nieuwe datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, al naargelang.
  § 2. Voor de opdrachten waarvoor geen gebruik wordt gemaakt van de elektronische platformen overeenkomstig artikel 14, § 2, van de wet, wordt een laattijdige offerte aanvaard voor zover de aanbestedende entiteit de opdracht nog niet heeft gesloten en de offerte ten laatste vier dagen vóór de datum van de opening van de offertes als aangetekende brief is verzonden.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 49, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  Afdeling 4. - Verbintenistermijn

  Art. 64. De inschrijvers blijven verbonden door hun offerte, zoals eventueel verbeterd door de aanbestedende entiteit, gedurende negentig dagen te rekenen vanaf de uiterste datum voor ontvangst. De opdrachtdocumenten kunnen een afwijkende termijn voorschrijven.
  Vóór het verstrijken van de verbintenistermijn kan de aanbestedende entiteit aan de inschrijvers een vrijwillige verlenging van deze termijn vragen, onverminderd de toepassing van artikel 87 in geval de inschrijvers niet op dat verzoek ingaan.
  Onderhavig artikel is niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging.

  HOOFDSTUK 11. - Keuze van de deelnemers

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 65. Onverminderd de artikelen 149 en 151 van de wet, samen gelezen met artikel 73 van de wet, kan de aanbestedende entiteit, wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure :
  1° inlichtingen inwinnen over de in artikel 147, § 1, 1°, van de wet bedoelde situatie van om het even welke kandidaat of inschrijver. Meer bepaald kan de aanbestedende entiteit, wanneer zij twijfels heeft over de persoonlijke toestand van de kandidaten of inschrijvers, ondanks de inlichtingen waarover zij beschikt, zich richten tot de bevoegde Belgische of buitenlandse overheden om de inlichtingen te verkrijgen die zij hieromtrent noodzakelijk acht;
  2° van elke rechtspersoon die een aanvraag tot deelneming of een offerte heeft ingediend de voorlegging eisen van zijn statuten of vennootschapsakten, evenals van elke wijziging van de inlichtingen betreffende zijn bestuurders of zaakvoerders, voor zover het documenten en inlichtingen betreft die niet met toepassing van de artikelen III.29 tot III.35 van het Wetboek van economisch recht kunnen worden verkregen.

  Art. 66. Wanneer een overheidsopdracht geplaatst wordt door een aanbestedende entiteit die voorziene uitsluitingsgronden en/of selectiecriteria toepast overeenkomstig artikel 151 van de wet, kan de aanbestedende entiteit de selectie van een reeds geselecteerde kandidaat of inschrijver herzien, in welk stadium van de plaatsingsprocedure ook, indien zijn situatie in het licht van de uitsluitingsgronden, dan wel van het voldoen aan het of de toepasselijke selectiecriterium of -criteria, niet meer beantwoordt aan de voorwaarden.

  Afdeling 2. - Uitsluitingsgronden

  Art. 67. Artikel 61 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 is van toepassing op de misdrijven die in aanmerking kunnen of moeten genomen worden, al naargelang het geval, voor de toepassing van de in artikel 151 van de wet bedoelde verplichte uitsluitingsgronden, samen te lezen met artikel 67, § 1, van de wet.

  Art. 68. De artikelen 62 en 63 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 zijn van toepassing op de schulden die in aanmerking kunnen of moeten genomen worden, al naargelang het geval, voor de toepassing van de in artikel 151 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden betreffende de sociale en fiscale schulden, samen te lezen met artikel 68 van de wet.

  Art. 69. De bepalingen van deze afdeling zijn eveneens individueel van toepassing op:
  1° alle deelnemers die samen een aanvraag tot deelneming indienen en de intentie hebben om, in geval van selectie, een combinatie van ondernemers op te richten;
  2° alle deelnemers die, als combinatie van ondernemers, een gezamenlijke offerte zullen indienen; en
  3° alle derden op wiens draagkracht beroep wordt gedaan overeenkomstig artikel 72.

  Afdeling 3. - Selectiecriteria, beroep op onderaannemers en op andere entiteiten

  Art. 70. Behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten zijn de artikelen 65 tot 69 en 72 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 van toepassing.

  Art. 71. § 1. Wanneer bij een opdracht voor werken, de werken die er het voorwerp van uitmaken overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, slechts mogen worden uitgevoerd door ondernemers die ofwel hiertoe erkend zijn, ofwel aan de voorwaarden ertoe voldoen of nog het bewijs geleverd hebben van het feit dat ze voldoen aan de voorwaarden voor de erkenning bepaald door of krachtens de voormelde wet, vermelden de aankondiging van de opdracht of, bij gebrek daaraan, de opdrachtdocumenten welke erkenning vereist is in overeenstemming met de eerder aangehaalde wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  De aanvraag tot deelneming of de offerte vermeldt :
  1° ofwel dat de kandidaat of inschrijver over de vereiste erkenning beschikt;
  2° ofwel dat de kandidaat of inschrijver in het bezit is van een certificaat of ingeschreven is op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie. In dat geval kan de kandidaat of inschrijver bij zijn aanvraag tot deelneming of offerte het door de bevoegde certificeringsinstelling afgeleverde certificaat of het door de bevoegde instantie van de lidstaat bevestigde bewijs van inschrijving voegen, alsook elk document dat de gelijkwaardigheid tussen deze certificering of inschrijving en de vereiste erkenning als bedoeld in het eerste lid kan aantonen. Op dit certificaat worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving van die ondernemers op de officiële lijst of certificering mogelijk was, alsmede de classificatie op deze lijst;
  3° ofwel dat de kandidaat of inschrijver de toepassing inroept van artikel 3, eerste lid, 2°, van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. De aanbestedende entiteit stelt de Commissie voor erkenning der aannemers ingesteld door de voormelde wet hiervan onmiddellijk op de hoogte.
  In geval van een openbare procedure of een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging kan de aanbestedende entiteit, indien zij de voorwaarden vastgesteld door of krachtens de wet van 20 maart 1991 voldoende acht om de selectie van de inschrijvers uit te voeren, zich beperken tot de vermelding bedoeld in het eerste lid, zonder van de inschrijvers andere inlichtingen of documenten betreffende hun economische, financiële, alsook hun technische of beroepsbekwaamheid te eisen.
  § 2. De ondernemers die erkend zijn overeenkomstig de voornoemde wet van 20 maart 1991 verwijzen, wat betreft de inlichtingen vereist op basis van de delen III tot V van het UEA, naar het internetadres waarop de aanbestedende entiteit de betrokken certifica(a)t(en) kan ophalen of voegen er een afschrift van toe.
  Deze ondernemers vullen de velden van het UEA in die daar betrekking op hebben. In dit geval zijn ze niet verplicht de delen III tot V van het UEA in te vullen, behalve wanneer de aanbestedende entiteit bijkomende selectiecriteria bepaalt ten opzichte van deze die zijn voorzien in de reglementering aangaande de erkenning van aannemers. In dat laatste geval maakt de aanbestedende entiteit hier melding van in de aankondiging van opdracht of, in afwezigheid daarvan, in de opdrachtdocumenten.
  In afwijking van het tweede lid vult de ondernemer het UEA niet in voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6° en 8° van de wet bedoelde gevallen en voor de opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, maar hij maakt de betreffende inlichtingen of bewijzen over aan de aanbestedende entiteit.
  § 3. De ondernemers die niet erkend zijn, noch overeenkomstig de voornoemde wet van 20 maart 1991, noch in een andere lidstaat, vullen het UEA in overeenkomstig de weerhouden uitsluitingsgronden en/of selectiecriteria. De krachtens de voornoemde wet van 20 maart 1991 voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst neemt, zo nodig, contact op met de ondernemer teneinde de rechtvaardigende stukken te bekomen.
  In afwijking van het eerste lid vult de ondernemer het UEA niet in voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6° en 8° van de wet bedoelde gevallen en voor de opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, maar hij maakt de betreffende inlichtingen en bewijzen over aan de aanbestedende entiteit, die deze op haar beurt doorgeeft aan de voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst.
  § 4. De ondernemers die houder zijn van een certificaat of ingeschreven op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie kunnen, wat betreft de inlichtingen vereist in de delen III tot V van het UEA, verwijzen naar het internetadres waarop de aanbestedende entiteit de betrokken certifica(a)t(en) kan ophalen of voegen een afschrift toe van dit certificaat of van een bewijs van inschrijving.
  De in het eerste lid bedoelde ondernemers vullen die velden van het UEA in die daar betrekking op hebben. Indien de aanbestedende entiteit geen toegang heeft tot de bedoelde certificaten via een internetadres, moet de ondernemer deze afleveren samen met het UEA. De aanbestedende entiteit maakt de voormelde gegevens op haar beurt over aan de voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst.
  In afwijking van het tweede lid vullen de ondernemers het UEA niet in voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6° en 8° van de wet bedoelde gevallen en voor de opdrachten voor werken waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, maar maken de betreffende inlichtingen en bewijzen over aan de aanbestedende entiteit, die deze op haar beurt doorgeeft aan de voor het beheer van het erkenningssysteem bevoegde federale overheidsdienst.
  § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten voor werken geplaatst door de personen die genieten van de speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet.

  Art. 72. § 1. Overeenkomstig artikel 150 van de wet en wanneer de regels en objectieve criteria voor uitsluiting en selectie van de ondernemers die vragen om in het kader van een kwalificatiesysteem opgenomen te worden, voorschriften omvatten inzake economische en financiële draagkracht van de ondernemer of inzake zijn technische en beroepsbekwaamheid, kan deze laatste desgevallend de draagkracht van andere entiteiten doen gelden. Wat betreft de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of van de titularis of van het leidinggevend personeel van de onderneming of de criteria betreffende de overeenstemmende beroepservaring, kan de ondernemer slechts beroep doen op de draagkracht van andere entiteiten, wanneer deze laatste de werken of de diensten waarvoor hun draagkracht vereist is zelf zullen uitvoeren of leveren. Indien een ondernemer wenst beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten, brengt hij bij de aanbestedende entiteit het bewijs aan van het feit dat hij over de nodige middelen zal beschikken gedurende de gehele geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem, bijvoorbeeld door middel van de overlegging van een verbintenis te dien einde vanwege deze entiteiten.
  Wanneer de aanbestedende entiteit, overeenkomstig artikel 151 van de wet, uitsluitings- of selectiecriteria heeft ingeroepen, gaat ze na of de overige entiteiten op wiens draagkracht de ondernemer overweegt beroep te doen, beantwoorden aan de toepasselijke selectiecriteria en of er uitsluitingsgronden werden ingeroepen door de aanbestedende entiteit en dit, onverminderd de mogelijkheid om corrigerende maatregelen te laten gelden, overeenkomstig artikel 70 van de wet, gelezen in combinatie met artikel 151 van de wet. De aanbestedende entiteit moet eisen dat de ondernemer een entiteit, tegen wie door haar verplichte uitsluitingsgronden worden ingeroepen, vervangt. De aanbestedende entiteit kan bovendien eisen dat de ondernemer een entiteit vervangt tegen wie niet-verplichte uitsluitingsgronden kunnen ingeroepen worden door de voornoemde entiteit. Het uitblijven van een vervanging ingevolge een dergelijke vraag geeft aanleiding tot een beslissing van niet-selectie.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemingen de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere entiteiten laten gelden.
  § 2. Overeenkomstig artikel 150 van de wet en wanneer de objectieve regels en criteria voor uitsluiting en selectie van de kandidaten en inschrijvers in openbare, niet-openbare of onderhandelingsprocedures, in concurrentiegerichte dialogen of in innovatiepartnerschappen voorschriften omvatten betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer, of betreffende zijn technische en beroepscapaciteiten, kan deze laatste desgevallend de draagkracht van andere entiteiten doen gelden. Wat betreft de criteria inzake studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of van de titularis of van het leidinggevend personeel van de onderneming, of de criteria betreffende de overeenstemmende beroepservaring, kan de ondernemer slechts beroep doen op de draagkracht van andere entiteiten, wanneer deze laatste de werken of de diensten waarvoor hun draagkracht vereist is zelf zullen uitvoeren of leveren. Indien een ondernemer wenst beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten, brengt hij bij de aanbestedende entiteit het bewijs aan van het feit dat hij over de nodige middelen zal beschikken, bijvoorbeeld door middel van de verbintenis hiertoe vanwege deze entiteiten over te maken.
  Wanneer de aanbestedende entiteit, overeenkomstig artikel 151 van de wet, uitsluitings- of selectiecriteria heeft ingeroepen, gaat ze na of de overige entiteiten op wier draagkracht de ondernemer zich wil beroepen, voldoen aan de toepasselijke selectiecriteria dan wel of er uitsluitingsgronden bestaan die werden ingeroepen door de aanbestedende entiteit en dit, onverminderd de mogelijkheid tot corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 70 van de wet, gelezen in combinatie met artikel 151 van de wet. De aanbestedende entiteit eist dat de ondernemer een entiteit, die het toepasselijk selectiecriterium niet vervult of tegen wie verplichte uitsluitingsgronden bestaan die ze heeft vermeld, vervangt. De aanbestedende entiteit kan bovendien eisen dat de ondernemer een entiteit vervangt, tegen wie niet-verplichte uitsluitingsgronden kunnen ingeroepen worden door de voornoemde entiteit. Het uitblijven van een vervanging ingevolge een dergelijke vraag geeft aanleiding tot een beslissing van niet-selectie.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemingen de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere entiteiten laten gelden.
  § 3. Wanneer de kandidaat of de inschrijver een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten als bedoeld in de paragrafen 1 en 2, antwoordt de kandidaat of inschrijver op de vraag bedoeld in deel II, C, van het in artikel 46 bedoeld UEA. Hij vermeldt tevens voor welk deel van de opdracht hij beroep doet op deze draagkracht, alsook welke andere entiteiten hij voorstelt. Dit laatste gebeurt:
  1° in zijn offerte, ingeval de procedure slechts één fase met de indiening van offertes omvat;
  2° zowel in zijn aanvraag tot deelneming als in zijn offerte, ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat.
  De in het eerste lid bedoelde vermeldingen laten de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.
  In de situatie van het eerste lid, 2°, verifieert de aanbestedende entiteit in de latere fases van de procedure of de inschrijver de in de inleidende zin van dat lid bedoelde vermeldingen in zijn offerte heeft opgenomen en of deze overeenstemmen met de vermeldingen in zijn aanvraag tot deelneming, die in de eerste fase tot zijn selectie hebben geleid.
  De eerste zin van het eerste lid is slechts van toepassing wanneer een UEA moet worden ingevuld.

  Art. 73. Ten aanzien van onderaannemers op wier draagkracht de ondernemer geen beroep doet, kan de aanbestedende entiteit de inschrijver in de opdrachtdocumenten verzoeken om in zijn offerte te vermelden welk gedeelte van de opdracht hij eventueel voornemens is in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.
  De in het eerste lid bedoelde vermelding laat de aansprakelijkheid van de inschrijver onverlet.

  HOOFDSTUK 12. - Regelmatigheid van de offertes

  Art. 74. § 1. De aanbestedende entiteit gaat na of de offertes regelmatig zijn.
  De offerte kan substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn.
  Een offerte is substantieel onregelmatig wanneer ze van aard is de inschrijver een discriminerend voordeel te bieden, tot concurrentievervalsing te leiden, de beoordeling van de offerte van de inschrijver of de vergelijking ervan met de andere offertes te verhinderen, of de verbintenis van de inschrijver om de opdracht onder de gestelde voorwaarden uit te voeren onbestaande, onvolledig of onzeker te maken.
  De volgende onregelmatigheden worden met name als substantieel beschouwd :
  1° de niet-naleving van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, voor zover deze niet-naleving strafrechtelijk gesanctioneerd wordt;
  2° de niet-naleving van de vereisten bedoeld in de artikelen 46, 50, 51, § 1, 52, 56, § 2, eerste lid, 61, § 2, 62, 81 en 89 van dit besluit en in artikel 14 van de wet, voor zover zij verplichtingen bevatten ten aanzien van de inschrijvers;
  3° de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten.
  § 2. De offerte die slechts een of meer niet-substantiële onregelmatigheden bevat die, zelfs gecumuleerd of gecombineerd, niet de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengen, wordt niet nietig verklaard.
  § 3. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een openbare of niet-openbare procedure, verklaart de aanbestedende entiteit de substantieel onregelmatige offerte nietig. Dit is ook het geval voor een offerte die meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat wanneer de cumulatie of combinatie ervan de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengt.
  § 4. De onderhavige paragraaf is van toepassing op het regelmatigheidsonderzoek van de offertes die geen finale offertes zijn bij de opdrachten met een geraamde waarde gelijk aan of hoger dan de drempel voor de Europese bekendmaking waarbij gebruik wordt gemaakt van een procedure waarin onderhandelingen toegelaten zijn en onverminderd artikel 121, § 6, tweede lid, van de wet. Wanneer het een finale offerte betreft is paragraaf 3 van toepassing.
  Wanneer een offerte die meerdere niet substantiële onregelmatigheden bevat die door hun cumulatie of combinatie de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengen, verschaft de aanbestedende entiteit de inschrijver de mogelijkheid om deze onregelmatigheden te regulariseren vóór de onderhandelingen worden aangevat.
  De aanbestedende entiteit verklaart de offerte die een substantiële onregelmatigheid bevat nietig, behalve indien anders is bepaald in de opdrachtdocumenten. In dat laatste geval verschaft zij de inschrijver de mogelijkheid om een substantiële onregelmatigheid te regulariseren vóór de onderhandelingen worden aangevat, tenzij de aanbestedende entiteit ten aanzien van de betreffende onregelmatigheid heeft aangegeven dat deze geen voorwerp kan uitmaken van regularisatie.
  § 5. De onderhavige paragraaf is van toepassing op het regelmatigheidsonderzoek van de offertes bij de opdrachten met een geraamde waarde lager dan de drempel voor de Europese bekendmaking waarbij gebruik wordt gemaakt van een procedure waarin onderhandelingen toegelaten zijn en onverminderd paragraaf 2 en artikel 121, § 6, tweede lid, van de wet. De aanbestedende entiteit beslist om hetzij de substantieel onregelmatige offerte nietig te verklaren, hetzij om deze onregelmatigheid te laten regulariseren. Hetzelfde geldt indien de offerte meerdere niet-substantiële onregelmatigheden bevat, wanneer de cumulatie of combinatie ervan de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde gevolgen teweeg brengt.

  TITEL 2. - Gunning bij openbare of niet-openbare procedure

  HOOFDSTUK 1. - Vorm en inhoud van de offerte

  Art. 75. Als bij de opdrachtdocumenten een formulier is gevoegd voor het opmaken van de offerte en het invullen van de samenvattende opmeting of de inventaris, maakt de inschrijver daarvan gebruik. Doet hij dit niet, dan draagt hij de volle verantwoordelijkheid voor de volledige overeenstemming van de door hem aangewende documenten met het formulier.

  Art. 76. Behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, vermeldt de offerte :
  1° de naam, voornaam, hoedanigheid of beroep, nationaliteit en woonplaats van de inschrijver of voor een rechtspersoon, de handelsnaam of benaming, rechtsvorm, nationaliteit, maatschappelijke zetel, het e-mailadres en, desgevallend, het ondernemingsnummer;
  2° a) het totale offertebedrag, belasting over de toegevoegde waarde desgevallend inbegrepen, zoals eventueel gedetailleerd in de samenvattende opmeting of de inventaris;
  b) de prijstoeslagen;
  c) in voorkomend geval, de prijskorting of verbetering voor het geheel of een deel van de offerte;
  d) de prijskortingen of verbeteringen in geval van toepassing van artikel 58;
  e) elk ander prijsgegeven zoals voorzien door de opdrachtdocumenten;
  3° het nummer en de benaming van de rekening bij een financiële instelling waarop de betaling van de opdracht moet gebeuren;
  4° wat de onderaanneming betreft, de eventuele inlichtingen overeenkomstig artikel 73;
  5° voor zover de opdrachtdocumenten zulks opleggen, de oorsprong van de te leveren producten en de te verwerken materialen die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie, met vermelding per land van oorsprong van de waarde exclusief douanerechten die zij in de offerte vertegenwoordigen. Als de producten of materialen op het grondgebied van de Europese Unie worden afgewerkt of verwerkt, wordt enkel de waarde van deze grondstoffen vermeld;
  6° in geval van offertes voor meerdere percelen, overeenkomstig artikel 57 de voorkeurvolgorde van de percelen.
  Als de offerte wordt ingediend door een combinatie van ondernemers, zijn de bepalingen van het eerste lid, 1°, van toepassing op elke deelnemer aan de combinatie.

  HOOFDSTUK 2. - Samenvattende opmeting en inventaris

  Art. 77. § 1. Indien bij de opdrachtdocumenten een samenvattende opmeting of inventaris is gevoegd, vult de inschrijver deze in en maakt hij de nodige berekeningen.
  § 2. De inschrijver voert, rekening houdende met de opdrachtdocumenten, zijn beroepskennis of persoonlijke vaststellingen, verbeteringen door voor:
  1° de fouten die hij ontdekt in de forfaitaire hoeveelheden;
  2° de fouten die hij ontdekt in de vermoedelijke hoeveelheden waarvoor de opdrachtdocumenten een dergelijke verbetering toelaten en op voorwaarde dat de voorgestelde verbetering minstens tien percent in meer of in min van de hoeveelheid van de post in kwestie bedraagt;
  3° de leemten in de samenvattende opmeting of inventaris.
  Hij voegt bij zijn offerte een nota ter verantwoording van deze verbeteringen.

  HOOFDSTUK 3. - Interpretatie, fouten en leemten

  Art. 78. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is de volgende voorrangsorde bepalend voor de interpretatie in geval van tegenspraak tussen de opdrachtdocumenten:
  1° de plannen;
  2° het bestek;
  3° de samenvattende opmeting of de inventaris.
  Als de plannen tegenspraak vertonen, kan de inschrijver zich op de voor hem meest gunstige hypothese steunen, tenzij de andere opdrachtdocumenten daarover uitsluitsel geven.

  Art. 79. Als een ondernemer in de opdrachtdocumenten fouten of leemten ontdekt die van die aard zijn dat ze de prijsberekening of de vergelijking van de offertes onmogelijk maken, meldt hij dit onmiddellijk en schriftelijk aan de aanbestedende entiteit. Alleszins verwittigt hij haar ten laatste tien dagen vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes, tenzij zulks onmogelijk is door de inkorting van de termijn voor ontvangst van de offertes.
  De aanbestedende entiteit oordeelt of de fouten of leemten voldoende belangrijk zijn om tot een rechtszettingsbericht over te gaan of tot een andere vorm van aangepaste bekendmaking en om, indien nodig en met inachtneming van artikel 9, tweede en derde lid, de termijn voor de indiening van de offertes te verlengen.

  Art. 80.Na de eventueel verlengde [1 limietdatum en het limietuur voor het indienen]1 van offertes heeft de inschrijver niet meer het recht om zich te beroepen op fouten of leemten die voorkomen in de samenvattende opmeting of de inventaris, zoals verstrekt door de aanbestedende entiteit.
  Bovendien kan hij zich vanaf dat ogenblik niet meer beroepen op vormgebreken, fouten of leemten in zijn offerte.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  HOOFDSTUK 4. - Indiening en opening

  Art. 81.Onverminderd artikel 63, moet elke aanvraag tot deelneming of offerte vóór de [1 ...]1 datum en uur voor de indiening aankomen. Laattijdige aanvragen tot deelneming of laattijdige offertes worden niet aanvaard.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  Art. 82. Voor de plaatsingsprocedures waarbij de aanbestedende entiteit gebruik maakt van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische communicatiemiddelen vindt de opening van de offertes plaats op de datum en het uur bepaald in de opdrachtdocumenten. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten verlopen de verrichtingen in de volgende orde:
  1° de offertes worden elektronisch ingediend op het platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet;
  2° alle ingediende offertes worden geopend;
  3° een proces-verbaal wordt opgesteld.
  Het in het eerste lid, 3°, bedoelde proces-verbaal bevat minstens:
  1° de naam of handelsnaam van de inschrijvers, hun woonplaats en maatschappelijke zetel;
  2° de naam van de persoon of personen die het indieningsrapport elektronisch ondertekend heeft/hebben.

  Art. 83. Wat betreft de plaatsingsprocedures waarvoor de aanbestedende entiteit geen gebruik maakt van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische communicatiemiddelen bepaalt deze laatste de regels voor de indiening en opening van de offertes in de opdrachtdocumenten.

  HOOFDSTUK 5. - Verbetering van de offertes

  Art. 84. § 1. Wanneer een inschrijver, overeenkomstig de artikelen 42 en 77, § 2, de hoeveelheid van één of meer posten van de samenvattende opmeting of inventaris heeft verbeterd, ziet de aanbestedende entiteit die wijzigingen na, verbetert ze zo nodig volgens eigen berekeningen en wijzigt desgevallend de opmetingen of inventarissen gevoegd bij de offertes.
  Voor de inschrijver die een vermindering heeft voorgesteld met toepassing van artikel 77, § 2, 2°, wordt de totale prijs die overeenstemt met de aldus verminderde hoeveelheid een forfaitaire prijs, op voorwaarde en in de mate dat de aanbestedende entiteit deze verbetering aanvaardt.
  Wanneer de aanbestedende entiteit de wijzigingen van een post met vermoedelijke hoeveelheden niet door eigen berekeningen kan nazien, brengt zij de voorgestelde verhoging of verlaging van de hoeveelheid terug tot de oorspronkelijke hoeveelheid van de opmeting of inventaris.
  § 2. Wanneer een inschrijver voor een willekeurige post van de samenvattende opmeting of de inventaris geen prijs heeft vermeld, kan de aanbestedende entiteit hetzij de offerte als onregelmatig weren, hetzij ze behouden door de leemte aan te vullen met behulp van de volgende formule :
  P = L x mYm/X
  die als volgt gelezen moet worden:
  - P : de prijs van de post waarvoor de inschrijver geen prijs heeft vermeld;
  - L : de verkregen waarde op basis van het rekenkundig gemiddelde van de prijs, desgevallend verbeterd door de aanbestedende entiteit volgens artikel 42 en paragraaf 1 van dit artikel, die voor die post werd aangegeven door de inschrijvers die de prijs in hun samenvattende opmeting of inventaris hebben vermeld;
  - Y : het totale bedrag van de opmeting of de inventaris van de inschrijver die voor de betrokken post geen prijs heeft vermeld, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de opmeting of de inventaris en overeenkomstig artikel 42 en paragraaf 1 van dit artikel;
  - X : de verkregen waarde op basis van het rekenkundig gemiddelde van het totale bedrag van de opmeting of inventaris van alle inschrijvers die de prijs voor de betrokken post hebben vermeld, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de opmeting of de inventaris en overeenkomstig artikel 42, en paragraaf 1 van dit artikel zonder rekening te houden met de prijs die voor die post werd aangegeven.
  Indien de inschrijver voor verschillende posten geen prijs heeft vermeld, wordt voor de berekening van de waarde van X geen rekening gehouden met de prijs die de andere inschrijvers voor die posten hebben vermeld.
  Voor de berekening van de waarden L en X kan de aanbestedende entiteit beslissen geen rekening te houden met de offertes die voor de betrokken post een abnormale prijs vermelden.
  § 3. Telkens er met toepassing van artikel 77, § 2, een leemte in de samenvattende opmeting of in de inventaris is aangevuld, gaat de aanbestedende entiteit als volgt te werk :
  1° ze onderzoekt de gegrondheid van die aanvulling en verbetert ze zo nodig volgens haar eigen bevindingen.
  Indien de andere inschrijvers geen prijzen voor deze leemten hebben voorgesteld, worden deze prijzen, voor elke post, met het oog op de rangschikking van de offertes, volgens de onderstaande formule berekend en blijven ze behouden bij de definitieve verbetering van de offertes :
  S = L x mYm/X
  waarbij dient te worden begrepen onder :
  - S : de prijs van de leemte;
  - L : het eventueel door de aanbestedende entiteit verbeterde bedrag voor de leemte in de samenvattende opmeting of de inventaris van de inschrijver die op de leemte heeft gewezen;
  - X : het totale offertebedrag van dezelfde inschrijver, desgevallend verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmeting of inventaris en overeenkomstig artikel 42 en paragraaf 1 van dit artikel, zonder met de leemten rekening te houden;
  - Y : het totale offertebedrag van de betrokken inschrijver die de leemte niet heeft vermeld, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmeting of de inventaris en overeenkomstig artikel 42 en paragraaf 1 van dit artikel, zonder met de leemte rekening te houden;
  2° wanneer verscheidene inschrijvers dezelfde leemte hebben vermeld, worden L en X in de voormelde formule verkregen door het rekenkundig gemiddelde te nemen van de waarden L en X in de samenvattende opmeting of inventaris van die inschrijvers;
  3° in de gevallen bedoeld in 1° en 2° wordt de eenheidsprijs van de leemte verkregen door het bedrag S te delen door de overeenstemmende hoeveelheid, zoals die eventueel door de aanbestedende entiteit is verbeterd;
  4° voor de berekening van de prijzen van een leemte overeenkomstig 1° en 2° kan de aanbestedende entiteit beslissen geen rekening te houden met de offerte waarin voor die leemtepost een abnormale prijs is geboden.
  Als geen enkele inschrijver een normale prijs heeft geboden voor die leemte, kan de aanbestedende entiteit de opdracht gunnen zonder die post.
  § 4. Enkel voor de rangschikking van de offertes worden de hoeveelheden aanvaard door de aanbestedende entiteit die groter zijn dan of gelijk zijn aan de hoeveelheden van de oorspronkelijke opmeting of inventaris, zonder onderscheid naar alle opmetingen of inventarissen gebracht.
  Daarentegen spelen de wijzigingen die door de aanbestedende entiteit aanvaard worden en die een vermindering van de hoeveelheden tot gevolg hebben, enkel in het voordeel van de inschrijvers die ze gemeld hebben en enkel in de mate dat hun verantwoording is aanvaard. Aldus:
  1° wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver kleiner is dan de hoeveelheid aanvaard door de aanbestedende entiteit, deze laatste hoeveelheid in de opmeting of inventaris gebracht;
  2° wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver tussen de hoeveelheid ligt aanvaard door de aanbestedende entiteit en de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmeting of inventaris, de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver in de opmeting of inventaris gebracht;
  3° wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver, groter is dan de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmeting of inventaris, de door de inschrijver voorgestelde hoeveelheid teruggebracht tot de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmeting of inventaris.
  § 5. Voor de toepassing van dit artikel houdt de aanbestedende entiteit rekening met de verbeteringen die zijn voorgesteld in al dan niet regelmatige offertes die door geselecteerde of voorlopig geselecteerde inschrijvers overeenkomstig artikel 147, § 6, van de wet zijn ingediend.

  HOOFDSTUK 6. - Gunning van de opdracht

  Art. 85. § 1. In het geval van vereiste of toegestane varianten wordt de economisch meest voordelige offerte bepaald op grond van één enkele rangschikking van de basisoffertes en de variantenoffertes overeenkomstig artikel 81 van de wet, gelezen in combinatie met artikel 153, 1°, van de wet.
  Indien vrije varianten mogen worden voorgesteld, bepaalt de aanbestedende entiteit welke vrije varianten ze niet in aanmerking neemt. Op de andere vrije varianten is het vorige lid toepasselijk.
  De aanbestedende entiteit neemt de vereiste of toegestane opties in aanmerking en beslist welke vrije opties ze in aanmerking neemt voor de bepaling van de inschrijver met de economisch meest voordelige offerte. In geval van vereiste, toegestane of vrije opties die door de aanbestedende entiteit in aanmerking worden genomen wordt de economisch meest voordelige offerte bepaald op grond van de rangschikking van de offertes verhoogd met de erin geboden economische voordelen.
  Indien een inschrijver in strijd met artikel 56, § 3, aan een vrije of toegestane optie een meerprijs of een andere tegenprestatie heeft verbonden, wordt die vrije of toegestane optie buiten beschouwing gelaten voor zover zulks mogelijk is. Zo niet bevat zijn offerte een onregelmatigheid die overeenkomstig artikel 75 moet worden beoordeeld.
  Wanneer inschrijvers conform artikel 58 een prijsvermindering of een verbeteringsvoorstel van hun offerte hebben gedaan, wordt, voor om het even welk perceel, de economisch meest voordelige regelmatige offerte bepaald rekening houdende met de prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor bepaalde gegroepeerde percelen en met het economisch meest voordelige geheel van alle percelen.
  Wanneer de aanbestedende entiteit toepassing maakt van artikel 57, eerste lid, 2°, en de inschrijver met de economisch meest voordelige regelmatige offerte niet voldoet aan het vereiste minimale niveau voor meerdere percelen, wordt hem enkel dat aantal percelen gegund waarvoor hij wel voldoet aan dat vereiste minimale niveau, met inachtneming van de voorkeurvolgorde als bedoeld in artikel 57, derde lid. Bij gebrek aan deze laatste houdt de aanbestedende entiteit een loting tussen de percelen in kwestie waartoe de betrokkenen worden uitgenodigd.
  § 2. Wanneer verscheidene regelmatige offertes in gelijke mate als economisch meest voordelige worden beschouwd, vraagt de aanbestedende entiteit de inschrijvers in kwestie, om ze van elkaar te kunnen onderscheiden, schriftelijke prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor hun offerte in te dienen.
  Zijn de offertes daarna nog gelijkwaardig, dan houdt de aanbestedende entiteit een loting waartoe de betrokkenen worden uitgenodigd.
  De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de elektronische veiling, in welk geval artikel 107, tweede lid, van toepassing is.

  HOOFDSTUK 7. - Sluiting van de opdracht

  Art. 86. De sluiting van de opdracht gebeurt door de kennisgeving van de goedkeuring van zijn offerte aan de opdrachtnemer en mag niet onderhevig zijn aan enig voorbehoud.
  De kennisgeving gebeurt via de elektronische platformen bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, per e-mail of per fax en, dezelfde dag, per aangetekende zending.
  De kennisgeving is geldig en tijdig gedaan binnen de eventueel verlengde verbintenistermijn bedoeld in artikel 64.

  Art. 87.Als de eventueel verlengde verbintenistermijn verstrijkt zonder dat de opdracht is gesloten en de aanbestedende entiteit overheid in dit stadium geen toepassing maakt van artikel 85 van de wet, gelezen in samenhang met artikel 153, 4°, van de wet, gaat ze als volgt te werk.
  Vooraleer de opdracht te gunnen, vraagt de aanbestedende entiteit schriftelijk aan de inschrijver in kwestie of hij instemt met het behoud van zijn offerte. Als die inschrijver daarmee zonder voorbehoud instemt, gaat de aanbestedende entiteit over tot de gunning en de sluiting van de opdracht.
  Indien de inschrijver in kwestie slechts instemt met het behoud van zijn offerte mits hij een wijziging van zijn offerte krijgt, gebeuren de gunning en de sluiting van de opdracht met inbegrip van de gevraagde wijziging indien de inschrijver de wijziging verantwoordt op grond van omstandigheden die zich na [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de offertes hebben voorgedaan en de aldus gewijzigde offerte de economisch meest voordelige blijft.
  Als de inschrijver in kwestie niet instemt met het behoud van zijn offerte of de gevraagde wijziging niet gerechtvaardigd blijkt of de gewijzigde offerte niet de economisch meest voordelige blijft, richt de aanbestedende entiteit zich:
  1° hetzij achtereenvolgens, volgens de rangschikking, tot de andere regelmatige inschrijvers. In dit geval zijn eveneens het tweede en derde lid toepasselijk;
  2° hetzij gelijktijdig tot al de andere regelmatige inschrijvers met de vraag hun offerte te herzien, op grond van de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht, om de opdracht vervolgens te gunnen en te sluiten op basis van de offerte die de economisch meest voordelige is geworden. De gevraagde wijzigingen moeten verantwoord worden op grond van omstandigheden die zich na [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de offertes hebben voorgedaan, opdat ze in aanmerking zouden komen. De aanbestedende entiteit houdt hierbij ook rekening met de bij toepassing van het derde lid gewijzigde offerte, voor zover de gegeven rechtvaardiging werd aanvaard.
  In het geval waarbij de economisch meest voordelige offerte, overeenkomstig artikel 81, § 2, eerste lid, 1°, van de wet, gelezen in combinatie met artikel 153, 1°, van de wet, uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald, kan de in het vierde lid, 2°, bedoelde herziening alleen betrekking hebben op de offerteprijs.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  TITEL 3. - Gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging

  HOOFDSTUK 1. - Specifieke drempels

  Art. 88. De aanbestedende entiteit kan gebruik maken van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging wanneer de goed te keuren uitgave bedoeld in artikel 124, § 1, 1°, van de wet, lager ligt dan :
  1° het in artikel 11, eerste lid, 2°, bedoelde bedrag;
  2° 200.000 euro voor elk perceel van een opdracht waarvan het geraamde bedrag van de opdracht de drempels van artikel 11 niet bereikt, op voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van deze percelen niet meer dan twintig percent van het geraamde bedrag van de opdracht bedraagt.

  HOOFDSTUK 2. - Verloop en sluiting van de opdracht

  Art. 89.In geval van een onderhandelingsprocedure moet elke offerte [1 vóór]1 de [1 ...]1 datum en uur voor de indiening van de offertes aankomen. Laattijdige offertes worden niet aanvaard.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  Art. 90. De spontane offertes worden in de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging niet aanvaard door de aanbestedende entiteit, tenzij uitdrukkelijk gemotiveerde andersluidende beslissing.

  Art. 91.Indien er bij een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging voor een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, meerdere ondernemers worden geraadpleegd, worden ze gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om een offerte in te dienen. Deze uitnodiging bevat minstens:
  1° de opdrachtdocumenten, tenzij de aanbestedende entiteit deze via elektronische middelen op kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse wijze aanbiedt, in welk geval zij het internetadres dat toegang biedt tot deze documenten vermeldt;
  2° [1 de limietdatum en het limietuur]1 voor de indiening van de offertes;
  3° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;
  4° het gunningscriterium of de gunningscriteria voor zover ze niet zijn opgenomen in de andere opdrachtdocumenten, overeenkomstig artikel 81 van de wet, gelezen in combinatie met artikel 153, 1°, van de wet, tenzij desgevallend in de in artikel 124, § 2, tweede lid, 1°, van de wet bedoelde gevallen.
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>

  Art. 92. Een opdracht geplaatst via onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging wordt gesloten :
  1° ofwel op grond van briefwisseling volgens handelsgebruiken, in geval van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging;
  2° ofwel door de kennisgeving aan de opdrachtnemer van de goedkeuring van zijn offerte zoals eventueel gewijzigd na onderhandelingen en/of verbeterd in toepassing van artikel 42. Deze kennisgeving gebeurt overeenkomstig de modaliteiten vermeld in artikel 86, tweede lid;
  3° ofwel door de ondertekening van een overeenkomst door de partijen.

  TITEL 4. - Gunning bij concurrentiegerichte dialoog

  Art. 93. De uitnodiging tot deelneming aan de dialoog bedoeld in artikel 121, § 1, derde lid, van de wet, omvat de inlichtingen bedoeld in de bijlage 10.

  Art. 94. De aanbestedende entiteit start een dialoog op met de geselecteerde kandidaten, met het doel na te gaan en te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan haar behoeften te voldoen. Ze verschaft de deelnemers een voldoende termijn om de dialoog voor te bereiden.
  De dialoog gebeurt met elke deelnemer afzonderlijk.

  Art. 95. Overeenkomstig artikel 121, § 6, van de wet, nodigt de aanbestedende entiteit elke deelnemer aan de dialoog, van wie één of meerdere oplossingen werden weerhouden, tegelijkertijd en schriftelijk uit om een definitieve offerte in te dienen voor één of meerdere oplossingen die in aanmerking werden genomen.
  De aanbestedende entiteit vermeldt in haar uitnodiging om één of meerdere definitieve offertes in te dienen de voorwaarden die van toepassing zijn tijdens de uitvoering van de opdracht.

  Art. 96. De opdracht wordt gesloten door de ondertekening van een overeenkomst tussen de partijen.

  TITEL 5. - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures

  HOOFDSTUK 1. - Dynamisch aankoopsysteem

  Art. 97. Bij het opzetten van een dynamisch aankoopsysteem binnen de voorwaarden van artikel 126 van de wet, gelezen in combinatie met artikel 44, § 1, van de wet gaat de aanbestedende entiteit als volgt te werk:
  1° ze maakt een aankondiging van opdracht bekend onder de vorm van een standaardformulier uit de uitvoeringsverordening (EU) 2015/1986 van de Europese Commissie tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van de uitvoeringsverordening (EU) nummer 842/2011;
  2° ze vermeldt in de opdrachtdocumenten ten minste de aard en de geraamde hoeveelheid van de beoogde aankopen, alsmede alle nodige informatie omtrent het dynamisch aankoopsysteem, inclusief op welke wijze het dynamisch aankoopsysteem functioneert, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding;
  3° ze geeft elke verdeling in categorieën van producten, werken of diensten aan en de kenmerken daarvan;
  4° ze biedt vanaf de bekendmaking van de opdracht en zolang het dynamisch aankoopsysteem geldig is via elektronische communicatiemiddelen een vrije, rechtstreekse, onmiddellijke en volledige toegang tot de opdrachtdocumenten.

  Art. 98. De aanbestedende entiteit verleent elke ondernemer tijdens de gehele geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem de mogelijkheid te verzoeken om deelneming aan het systeem onder de voorwaarden van artikel 126 van de wet gelezen in combinatie met artikel 44, § 2 van de wet. Zij verricht een beoordeling van deze verzoeken volgens de selectiecriteria binnen de tien werkdagen volgend op de ontvangst. Waar dit gerechtvaardigd is, kan die termijn in bepaalde gevallen tot vijftien werkdagen worden verlengd, met name gezien de noodzaak aanvullende documentatie te bestuderen of anderszins te controleren of aan de selectiecriteria wordt voldaan.
  Niettegenstaande het eerste lid kan de aanbestedende entiteit, voor zover de uitnodiging tot het indienen van een offerte voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamisch aankoopsysteem niet is toegezonden, de evaluatieperiode verlengen, op voorwaarde dat er tijdens de verlengde evaluatieperiode geen uitnodiging tot het indienen van een offerte wordt uitgeschreven. De aanbestedende entiteit geeft in de opdrachtdocumenten de duur van de door haar voorgenomen verlenging aan.
  De aanbestedende entiteit deelt de betrokken ondernemer zo spoedig mogelijk mee of hij al dan niet is toegelaten tot het dynamisch aankoopsysteem.

  Art. 99. De aanbestedende entiteit nodigt overeenkomstig artikel 146 van de wet alle toegelaten deelnemers uit om voor elke specifieke opdracht in het dynamisch aankoopsysteem een offerte in te dienen. Wanneer het dynamisch aankoopsysteem in categorieën van werken, producten, of diensten is ingedeeld, nodigt de aanbestedende entiteit alle deelnemers die zijn toegelaten tot de categorie waarop de betrokken specifieke opdracht betrekking heeft, uit een offerte in te dienen.
  Zij gunt de opdracht aan de inschrijver die de beste offerte heeft ingediend op basis van de gunningscriteria als bepaald in de aankondiging van de opdracht voor het dynamisch aankoopsysteem. Deze criteria kunnen in voorkomend geval worden gepreciseerd in de uitnodiging tot het indienen van een offerte.

  Art. 100. De bepalingen van artikel 73, § § 3 en 4, van de wet, samen te lezen met artikel 151 van de wet, zijn gedurende de gehele geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem van toepassing.
  De aanbestedende entiteit kan op ieder moment tijdens de geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem van toegelaten deelnemers verlangen dat zij binnen de vijf werkdagen vanaf de datum van verzending van het verzoek, een herziene en geactualiseerde UEA overleggen. Het onderhavige lid is niet van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.

  Art. 101. De aanbestedende entiteit vermeldt de geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem in de aankondiging van opdracht. Indien het geraamd bedrag van het systeem gelijk is aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking brengt zij de Europese Commissie en het in artikel 163, § 2, van de wet bedoelde aanspreekpunt op de hoogte van elke verandering in de geldigheidstermijn, met gebruik van de volgende standaardformulieren:
  1° wanneer de geldigheidstermijn wordt gewijzigd zonder dat het systeem wordt beëindigd: het formulier dat aanvankelijk is gebruikt voor de aankondiging van de opdracht voor het dynamisch aankoopsysteem;
  2° wanneer het systeem wordt beëindigd, een aankondiging van gegunde opdracht als bedoeld in artikel 20.

  HOOFDSTUK 2. - Elektronische veiling

  Art. 102. Om gebruik te kunnen maken van een elektronische veiling overeenkomstig artikel 45 van de wet, gelezen in combinatie met artikel 127 van de wet, vermeldt de aanbestedende entiteit deze mogelijkheid in de aankondiging van opdracht. De opdrachtdocumenten bevatten ten minste de in bijlage 9 genoemde informatie.

  Art. 103. Overeenkomstig artikel 45, § 4, van de wet, gelezen in combinatie met artikel 127 van de wet, doet de aanbestedende entiteit, alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, een eerste volledige beoordeling van de ingediende offertes.
  Alle inschrijvers die een offerte hebben ingediend die na de in het eerste lid bedoelde beoordeling in aanmerking komen, worden tegelijkertijd via elektronische weg uitgenodigd om aan de elektronische veiling deel te nemen, door op het vermelde tijdstip overeenkomstig de in de uitnodiging vermelde instructies gebruik te maken van de verbindingen. De elektronische veiling kan in een aantal opeenvolgende fasen verlopen.

  Art. 104. De uitnodiging gaat vergezeld van het resultaat van de volledige beoordeling van de betrokken offerte, uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 81, § 4, van de wet, samen te lezen met artikel 153, 1°, van de wet, bedoelde weging.
  De uitnodiging vermeldt eveneens de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling zal worden gebruikt om de automatische herklasseringen te bepalen op basis van de ingediende nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden. Behoudens in gevallen waarin de economisch meest voordelige offerte uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald, houdt deze formule rekening met het gewicht dat is toegekend aan alle vastgestelde criteria om de economisch meest voordelige offerte te bepalen, zoals in de aankondiging van de opdracht of in andere opdrachtdocumenten is aangegeven. Daartoe moeten eventuele marges vooraf in een bepaalde waarde worden uitgedrukt.
  Wanneer varianten zijn toegestaan, moeten voor elke variant afzonderlijke formules worden verstrekt.
  Vrije varianten zijn niet toegelaten in het kader van een elektronische veiling.
  De uitnodiging bevat eventueel aangepaste informatie voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronisch systeem. Ze preciseert de datum en het aanvangsuur van de elektronische veiling evenals, in voorkomend geval, de opeenvolgende fases en hun tijdschema en afsluitingswijze.
  De elektronische veiling kan pas beginnen na het verstrijken van een termijn van minstens twee werkdagen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging.

  Art. 105. § 1. De biedingen worden niet elektronisch ondertekend, aangezien de inschrijver erdoor gebonden is indien ze worden ingediend op de wijze bepaald in de opdrachtdocumenten en eventueel in de uitnodiging.
  § 2. In elke fase van de elektronische veiling verstrekt de aanbestedende entiteit aan alle inschrijvers onmiddellijk ten minste voldoende informatie om hen in staat te stellen op elk moment hun respectieve klassering te kennen. Zij kan ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden verstrekken indien dat in de opdrachtdocumenten is vermeld. Zij kan tevens op elk moment meedelen hoeveel inschrijvers aan die fase van de veiling deelnemen. Zij mag echter hoe dan ook in geen enkele fase van de elektronische veiling de identiteit van de inschrijvers bekendmaken.
  Noch gedurende de veiling, noch na afloop ervan, kan de inschrijver zijn laatste bod intrekken.

  Art. 106. De aanbestedende entiteit kan de elektronische veiling op één of meer van de onderstaande wijzen afsluiten:
  1° op het vooraf aangegeven datum en uur;
  2° wanneer zij geen nieuwe prijzen of nieuwe waarden meer ontvangt die voldoen aan de voorschriften inzake minimumverschillen, mits zij vooraf heeft aangegeven welke termijn zij na ontvangst van de laatste aanbieding in acht zal nemen alvorens de elektronische veiling te sluiten; of
  3° wanneer het vooraf aangegeven aantal fasen in de veiling volledig is doorlopen.
  Wanneer de aanbestedende entiteit voornemens is de elektronische veiling overeenkomstig punt 3° van het eerste lid af te sluiten, in voorkomend geval in combinatie met de in punt 2° van dit lid bepaalde regelingen, vermeldt de uitnodiging tot deelneming aan de veiling het tijdschema voor elke fase van de veiling.

  Art. 107. Na de sluiting van de elektronische veiling gunt de aanbestedende entiteit de opdracht op basis van het resultaat van de veiling, overeenkomstig artikel 81 van de wet, samen gelezen met artikel 153, 1°, van de wet.
  Wanneer meerdere inschrijvers dezelfde economisch meest voordelige bieding hebben gedaan, gaat de aanbestedende entiteit over tot een elektronische loting.

  HOOFDSTUK 3. - Elektronische catalogi

  Art. 108. Offertes die in de vorm van de in artikel 128 van de wet, samen gelezen met artikel 46 van de wet bedoelde elektronische catalogus worden ingediend, kunnen vergezeld gaan van andere documenten ter aanvulling van de offerte.

  Art. 109. Wanneer de indiening van offerte in de vorm van een elektronische catalogus wordt aanvaard dan wel verplicht is gesteld, gaat de aanbestedende entiteit te werk als volgt :
  1° zij vermeldt dit in de aankondiging van de opdracht of, in het geval waarin de oproep tot mededinging werd gedaan door middel van een aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem, in de uitnodiging tot het indienen van een offerte of tot onderhandeling;
  2° zij verstrekt in de opdrachtdocumenten alle nodige informatie betreffende het format, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen voor de verbinding en technische specificaties voor de catalogus.

  Art. 110. Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer is gesloten na indiening van de offertes in de vorm van elektronische catalogi, kan de aanbestedende entiteit bepalen dat voor specifieke opdrachten opnieuw tot mededinging wordt opgeroepen op basis van bijgewerkte catalogi. In een dergelijk geval gebruikt de aanbestedende entiteit een van de volgende methodes:
  1° zij verzoekt de deelnemers aan de raamovereenkomst hun elektronische catalogi, na aanpassing aan de eisen van de betrokken opdracht, opnieuw in te dienen, of
  2° zij deelt de deelnemers aan de raamovereenkomst mee dat zij voornemens is uit de reeds ingediende elektronische catalogi de nodige informatie te verzamelen om offertes op te maken die aan de vereisten van de betrokken opdracht aangepast zijn, mits het gebruik van deze methode in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst is aangekondigd.

  Art. 111. Indien een aanbestedende entiteit voor specifieke opdrachten overeenkomstig artikel 110, 2°, opnieuw oproept tot mededinging, deelt hij aan de inschrijvers de datum en het uur mede, waarop zij voornemens is de nodige informatie te verzamelen voor nieuwe offertes die aan de eisen van de betrokken specifieke opdracht aangepast zijn, en geeft zij inschrijvers de mogelijkheid om het zodanig verzamelen van informatie te weigeren.
  De aanbestedende entiteit voorziet in een toereikende termijn tussen de mededeling en het daadwerkelijk verzamelen van de informatie.
  Vóór de gunning van de opdracht, legt de aanbestedende entiteit de verzamelde informatie over aan de betrokken inschrijver zodat deze kan betwisten of bevestigen dat de aldus samengestelde offerte geen materiële fouten bevat.

  Art. 112. De aanbestedende entiteit mag opdrachten op grond van een dynamisch aankoopsysteem gunnen op basis van de eis dat offertes voor een specifieke opdracht in de vorm van een elektronische catalogus moeten worden ingediend.
  De aanbestedende entiteit kan opdrachten ook gunnen op grond van een dynamisch aankoopsysteem overeenkomstig de artikelen 110, 2°, en 111, mits het verzoek om deelname aan het dynamische aankoopsysteem vergezeld gaat van een elektronische catalogus in overeenstemming met de technische specificaties en format zoals vastgesteld door de aanbestedende entiteit. Deze catalogus wordt vervolgens aangevuld door de kandidaten, wanneer zij in kennis zijn gesteld van het voornemen van de aanbestedende entiteit om offertes op te stellen door middel van de procedures als bepaald in artikel 110, 2°.

  HOOFDSTUK 4. - Prijsvragen

  Afdeling 1. - Toepassingsvoorwaarden en jury

  Art. 113. De aanbestedende entiteit kan:
  1° prijsvragen organiseren die als onderdeel van een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten worden uitgeschreven;
  2° prijsvragen met prijzengeld of betalingen aan de deelnemers organiseren.

  Art. 114. De beoordelingscriteria worden vermeld in de aankondiging van de prijsvraag. Hetzelfde geldt voor de eventuele selectiecriteria overeenkomstig artikel 151, § 2, van de wet.

  Art. 115. § 1. De prijsvraagdocumenten bepalen de samenstelling van de jury en haar wijze van optreden.
  De jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen, minimum vijf in aantal, die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag. Minstens één van hen behoort niet tot de aanbestedende entiteit.
  Indien van de deelnemers aan de prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie vereist wordt, beschikt minstens één derde van de juryleden over diezelfde of een gelijkwaardige beroepskwalificatie.
  § 2. De prijsvraagdocumenten bepalen of de jury een beslissings- of adviesbevoegdheid heeft. In alle gevallen is de jury autonoom bij het uitspreken van haar beslissingen of adviezen.
  § 3. De prijsvraagdocumenten bepalen het eventueel toekennen van prijzengeld voor de best gerangschikte ontwerpen of van vergoedingen voor de deelnemers. Het prijzengeld wordt door de aanbestedende entiteit toegekend met verplicht behoud van de door de jury opgestelde rangschikking. De aanbestedende entiteit kan het prijzengeld of de vergoedingen ook geheel of gedeeltelijk niet toekennen indien ze oordeelt dat de ontwerpen niet voldoen.
  § 4. De prijsvraagdocumenten bepalen nauwkeurig de respectieve rechten van de aanbestedende entiteit en de ontwerpers inzake de eigendom en het gebruik van de ontwerpen.

  Art. 116. Wanneer het een prijsvraag betreft waarvoor een voorafgaande Europese bekendmaking verplicht is, worden de ontwerpen anoniem aan de jury voorgesteld en uitsluitend op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is.
  Vóór het verstrijken van de termijn voor ontvangst van de ontwerpen neemt de jury geen kennis van de inhoud ervan.
  Ze evalueert de ontwerpen op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.
  Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op met de op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van opmerkingen en punten die verduidelijking behoeven.
  De deelnemers kunnen zo nodig worden verzocht om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.
  Van de informatie-uitwisseling tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld.

  Afdeling 2. - Raming en bekendmaking

  Art. 117. § 1. De prijsvraag is onderworpen aan de verplichte voorafgaande Europese bekendmaking in de volgende gevallen:
  1° wanneer de prijsvraag georganiseerd wordt in het kader van de plaatsingsprocedure van een overheidsopdracht voor diensten waarvan het geraamde bedrag, met inbegrip van het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers, gelijk is aan of hoger dan de drempel vermeld in artikel 11;
  2° in alle gevallen van prijsvraag waarvoor het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers gelijk is aan of hoger dan de drempel vermeld in artikel 11. Het geraamde bedrag van de overheidsopdracht die achteraf kan worden geplaatst, wordt ook in aanmerking genomen, tenzij de aanbestedende entiteit de plaatsing van deze opdracht heeft uitgesloten in de aankondiging van prijsvraag.
  Wanneer de aanbestedende entiteit het voornemen heeft een vervolgopdracht voor diensten te gunnen overeenkomstig artikel 124, § 1, 12°, van de wet, wordt dit in de aankondiging van de prijsvraag vermeld.
  § 2. De prijsvraag die niet verplicht onderworpen is aan de voorafgaande Europese bekendmaking zoals vermeld in paragraaf 1, is onderworpen aan de Belgische bekendmaking.

  Art. 118. Inzake de bekendmakingsvoorschriften van hoofdstuk 3 van titel 1 zijn enkel de artikelen 8 tot 10 van toepassing op de prijsvraag.
  De aankondiging van prijsvraag bevat de inlichtingen bedoeld in bijlage 7.A.

  Art. 119. Wanneer het een prijsvraag betreft waarvoor een voorafgaande Europese bekendmaking verplicht is, wordt een aankondiging van de resultaten van de prijsvraag bekendgemaakt die de inlichtingen in bijlage 7.B omvat.
  De aankondiging wordt naar het Publicatieblad van de Europese Unie en naar het Bulletin der Aanbestedingen verzonden binnen een termijn van dertig dagen na het afsluiten van de prijsvraag.
  Bepaalde gegevens betreffende de resultaten van de prijsvraag mogen niet meegedeeld worden indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het algemeen belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van de overheidsbedrijven of particuliere ondernemingen, of de eerlijke mededinging tussen de dienstverleners zou kunnen schaden.

  TITEL 6. - Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsaanvragen

  Art. 120. De aanbestedende entiteit die gebruik wenst te maken van de uitzondering voorzien in artikel 116 van de wet, geeft haar aanvraag door aan het aanspreekpunt bedoeld in artikel 163, § 2, van de wet. Zij vermeldt er onder meer alle pertinente feiten die toelaten te bewijzen dat de door haar uitgeoefende activiteit rechtstreeks is blootgesteld aan de mededinging, op opdrachten waartoe de toegang niet beperkt is. Deze vraag wordt vervolgens door dit laatste aanspreekpunt doorgegeven aan de Europese Commissie, die al dan niet ingaat op de vrijstellingsaanvraag.

  TITEL 7. - Overheidsopdrachten van beperkte waarde

  Art. 121. Voor de in hoofdstuk 7 van titel 3 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde plaatst de aanbestedende entiteit zijn opdracht na raadpleging, indien mogelijk, van de voorwaarden van meerdere ondernemers maar zonder dat om de indiening van offertes moet worden verzocht.
  Het bewijs van die raadpleging moet door de aanbestedende entiteit geleverd kunnen worden.

  TITEL 8. - Overheidsopdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure

  Art. 122. De in artikel 28, § 1, 4°, a) en b), van de wet, samen gelezen met artikel 108, 2°, van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure, zijn onderworpen aan de beginselen van titel 1 van de wet, met uitzondering van de artikelen 12 en 14 van de wet. Deze overheidsopdrachten worden geplaatst na raadpleging, indien mogelijk, van de voorwaarden van meerdere advocaten maar zonder dat om de indiening van offertes moet worden verzocht.
  Het bewijs van die raadpleging moet door de aanbestedende entiteit geleverd kunnen worden.
  De in het eerste lid bedoelde opdrachten mogen niet tot stand komen via een aanvaarde factuur, behalve indien hun geraamd bedrag lager ligt dan het in artikel 162, eerste lid, van de wet bedoelde bedrag.

  TITEL 9. - Eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen
   Vraag tot toegang tot Telemarc

  Art. 123. De aanbestedende entiteiten die nog niet over een toegang tot Telemarc beschikken, vragen dit aan bij de Dienst voor Administratieve Vereenvoudiging.

  Kennisgeving opdrachten bedoeld in artikel en 114 en 115 van de wet

  Art. 123/1. [1 Indien hierom wordt verzocht verstrekken de aanbestedende entiteiten de volgende informatie aan de Europese Commissie omtrent de toepassing van de artikelen 114, §§ 2 en 3, en 115 van de wet :
   1° de namen van de betrokken ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen;
   2° de aard en de waarde van de betrokken overheidsopdrachten;
   3° de gegevens die de Europese Commissie noodzakelijk acht ten bewijze dat de betrekkingen tussen de aanbestedende entiteit en de onderneming of de gezamenlijke onderneming waaraan de opdrachten worden gegund, voldoen aan de voorschriften van artikel 114 of 115 van de wet.
   Een kopij van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt eveneens onverwijld doorgestuurd naar het in artikel 163, § 2, van de wet bedoelde aanspreekpunt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-04-15/01, art. 55, 003; Inwerkingtreding : 28-04-2018>
  

  Opheffingsbepalingen

  Art. 124. Het koninklijk besluit van 16 juli 2012 plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren en het koninklijk besluit van 24 juni 2013 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, beide gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 februari 2014 en bij ministerieel besluit van 22 december 2015, worden opgeheven.

  Overgangsbepalingen

  Art. 125. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, mag de aanbestedende entiteit tot en met 17 oktober 2018 ervoor kiezen om niet, of niet uitsluitend, gebruik te maken van de elektronische communicatiemiddelen. In dat geval geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welke van volgende communicatiemiddelen gebruik mag worden gemaakt :
  1° per post of via een andere geschikte vervoerder;
  2° per fax;
  3° via communicatie door middel van elektronische middelen, maar zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische platformen;
  4° door een combinatie van deze middelen.
  De onderhavige overgangsbepaling blijft van kracht zelfs na de in het eerste lid vermelde datum, ten aanzien van de overheidsopdrachten die tot aan deze datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, tot aan die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of van een offerte.
  Het onderhavige artikel is niet van toepassing wanneer gebruikt wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi. Het onderhavige artikel mag niet worden toegepast in het kader van de bekendmakingsvoorschriften, de terbeschikkingstelling van opdrachtdocumenten en mag evenmin worden aangewend door aankoopcentrales.

  Art. 126. Onverminderd artikel 14, § 2, eerste lid, 5°, van de wet en voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, mag de aanbestedende entiteit nog tot en met 31 december 2019 ervoor kiezen om in een plaatsingsprocedure niet, of niet uitsluitend, gebruik te maken van de elektronische communicatiemiddelen. In dat geval geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welke van volgende communicatiemiddelen gebruik mag worden gemaakt :
  1° per post of via een andere geschikte vervoerder;
  2° per fax;
  3° via communicatie door middel van elektronische middelen, maar zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van de in artikel 14, § 7, van de wet bedoelde elektronische platformen;
  4° door een combinatie van deze middelen.
  De onderhavige overgangsbepaling blijft van kracht zelfs na de in het eerste lid vermelde datum, ten aanzien van de overheidsopdrachten die tot aan deze datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, tot aan die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of van een offerte.
  Het onderhavige artikel is niet van toepassing wanneer gebruikt wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi. Het onderhavige artikel mag niet worden toegepast in het kader van de bekendmakingsvoorschriften en mag evenmin worden aangewend door aankoopcentrales.
  Het onderhavige artikel kan wel worden toegepast in het kader van het ter beschikking stellen van opdrachtdocumenten.

  Art. 127. De aanbestedende entiteit die gebruikt maakt van de overgangsmaatregelen vervat in de artikelen 125 of 126 maakt hier melding van in de opdrachtdocumenten. Zij geeft aan welke vereisten gelden, desgevallend, op het vlak van de ondertekening van het UEA, de aanvraag tot deelneming of de offertes.

  Art. 128. In het kader van de in artikel 120 bedoelde vrijstellingsprocedure, kunnen de aanvragen doorgestuurd worden naar de Eerste Minister, en dit tot de instelling door de Koning, krachtens artikel 163, § 2, van de wet, van het aanspreekpunt.

  Inwerkingtredingsbepalingen

  Art. 129. Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 3 van de wet vallen, treden de artikelen van de wet die nog niet in werking zijn getreden, met uitzondering van de in artikel 130 van dit besluit vermelde bepalingen, in werking op 30 juni 2017, voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.

  Art. 130.Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 3 van de wet vallen, [1 treedt artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet]1, in werking op een van de volgende data voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf de desbetreffende datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte:
  1° 30 juni 2017, wanneer deze bepalingen worden toegepast door aankoopcentrales;
  2° 30 juni 2017 voor de opdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi;
  3° 18 oktober 2018 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;
  4° 1 januari 2020 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.
  [1 Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen, treedt artikel 73, § 2, van de wet, samen gelezen met artikel 151, § 3, eerste en tweede lid, van de wet in werking op 18 april 2018 voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.]1
  ----------
  (1)<KB 2018-04-15/01, art. 56, 003; Inwerkingtreding : 18-04-2018>

  Art. 131. Dit besluit, met uitzondering van artikel 123, treedt in werking op 30 juni 2017.
  Artikel 123 treedt in werking op 1 mei 2018.

  Slotbepaling

  Art. 132. De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - NIET-LIMITATIEVE LIJST VAN OVERHEIDSBEDRIJVEN IN DE SPECIALE SECTOREN
  SECTOR WATER
  - Société wallonne des Eaux (SWDE)
  - Vivaqua
  - Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW)
  SECTOR VERVOER
  o Luchthavens
  - Société wallonne des Aéroports (SOWAER)
  - Société de gestion de l'Aérodrome de Saint-Hubert
  - Société de gestion de l'Aérodrome de Spa
  - Brussels South Charleroi Airport (BSCA)
  - Brussels South Charleroi Airport security (BSCA SECURITY)
  - Liège Airport (LA)
  - Liège Airport Business Park
  - Liège Airport Security (LAS)
  - Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Antwerpen
  - Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Kortrijk-Wevelgem
  - Luchthavenontwikkelingsmaatschappij Oostende- Brugge
  o Havens
  - AG Haven Oostende
  - Havenbedrijf Antwerpen
  - Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel
  - Havenbedrijf Gent GAB
  - Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen
  - NV De Scheepvaart
  - Port autonome de Charleroi (PAC)
  - Port autonome du Centre et de l'Ouest (PACO)
  - Port autonome de Liège (PAL)
  - Port autonome de Namur (PAN)
  - Waterwegen en Zeekanaal NV
  o Vervoer
  - Infrabel
  - Maatschappij voor het intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB)
  - Nationaal Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS)
  - HR Rail
  - Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn
  - Société régionale wallonne du Transport (SRWT)
  - TEC Brabant wallon
  - TEC Charleroi
  - TEC Hainaut
  - TEC Liège - Verviers
  - TEC Namur - Luxembourg
  SECTOR ENERGIE
  - Eandis
  - Infrax
  - Ores
  - Sibelga
  SECTOR POSTDIENSTEN
  - bpost

  Art. N2. Bijlage 2.
   DEEL A. INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN PERIODIEKE INDICATIEVE AANKONDIGINGEN
  I. Informatie die in alle gevallen moet worden vermeld
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit
  3. a) Voor opdrachten voor leveringen: aard en hoeveelheid of waarde van de prestaties of de te leveren producten (CPV-codes).
  b) Voor opdrachten voor werken: aard en omvang van de prestaties, algemene kenmerken van het werk of van de percelen die betrekking hebben op het werk (CPV-codes).
  c) Voor opdrachten voor diensten: totaal van de voorgenomen aankopen voor elk van de beoogde categorieën van diensten (CPV-codes).
  4. Datum van verzending van de aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking van deze vooraankondiging in het kopersprofiel.
  5. Andere relevante inlichtingen.
  II. Bijkomende informatie die moet worden verstrekt wanneer de aankondiging dient als oproep tot mededinging of een grond vormt voor een verkorting van de termijnen voor ontvangst van de offertes
  6. Vermelding van het feit dat belangstellende ondernemers de dienst op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en).
  7. E-mail- of internetadres waar de opdrachtdocumenten kosteloos, rechtstreeks en volledig toegankelijk zijn.
  Wanneer er geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang is om de in artikel 14, § 2, eerste lid, van de wet, genoemde redenen, of omdat de aanbestedende entiteit artikel 13, § 3, van de wet wil toepassen, wordt aangegeven hoe de opdrachtdocumenten kunnen worden geraadpleegd.
  8. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  9. Uiterste termijn voor ontvangst van het verzoek om te worden uitgenodigd tot inschrijving of tot onderhandelingen.
  10. Aard en hoeveelheid van de te leveren producten of algemene aard van het werk of categorie waartoe de dienst behoort, en beschrijving, met vermelding of het om (een) raamovereenkomst(en) gaat, inclusief van mogelijke latere overheidsopdrachten en een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van deze mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding van het voorlopige tijdschema van latere oproepen tot mededinging. Vermelding of het een aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan betreft.
  11. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de prestatie in het geval van opdrachten voor leveringen en diensten; indien de opdracht verdeeld is in percelen, moet deze informatie worden verstrekt voor elk perceel.
  12. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht voor diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
  13. Adres waar belangstellende ondernemingen schriftelijk hun belangstelling te kennen kunnen geven.
  14. Uiterste termijn voor ontvangst van de blijken van belangstelling.
  15. Taal of talen waarin de aanvragen tot deelneming of offertes moeten worden ingediend.
  16. Voorschriften van economische en technische aard, financiële en technische waarborgen die van de leveranciers worden verlangd.
  17. a) Vermoedelijke datum van aanvang van de procedures voor het gunnen van de opdracht(en) (indien bekend);
  b) Aard van de plaatsingsprocedure (niet-openbaar, al dan niet met een dynamisch aankoopsysteem, of via onderhandelingen).
  18. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).
  19. Indien van toepassing, vermelding of:
  a) elektronische indiening van offertes of aanvragen tot deelneming vereist is/aanvaard wordt,
  b) er gebruik wordt gemaakt van elektronische orderplaatsing,
  c) er gebruik wordt gemaakt van elektronische facturering,
  d) elektronische betalingen worden aanvaard.
  20. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.
  21. a) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  b) onverminderd bijlage 10, punt 2.h), in voorkomend geval, opgave van de weging dan wel de (dalende) volgorde van belangrijkheid, overeenkomstig artikel 153, 1°, van de wet, samen gelezen met artikel 81, § 4, van de wet.
  De in het onderhavige punt 21 bedoelde informatie mag echter ook uitsluitend in het bestek of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document worden opgenomen, tenzij wanneer de economisch meest voordelige offerte louter op basis van de prijs wordt bepaald.
  DEEL B. INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN DE AANKONDIGING VAN BEKENDMAKING VIA HET KOPERSPROFIEL VAN EEN NIET ALS OPROEP TOT MEDEDINGING GEBRUIKTE PERIODIEKE INDICATIEVE AANKONDIGING
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen
  2. Hoofdactiviteit.
  3. CPV-codes.
  4. Internetadres van het "kopersprofiel" (URL).
  5. Datum van verzending van de aankondiging van bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging in het kopersprofiel.

  Art. N3. Bijlage 3. - INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN OPDRACHEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN
  A. OPENBARE PROCEDURES
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  4. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat of om een dynamisch verkoopsysteem), omschrijving (CPV-codes). Indien van toepassing, vermelding of de offertes worden gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan.
  5. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.
  6. Voor leveringen en werken:
  a) aard en hoeveelheid van de te leveren producten (CPV-codes). Vermelding van met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor aan te kopen producten of de aard en omvang van de prestaties en de algemene kenmerken van de werken (CPV-codes);
  b) vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen en/of voor het geheel van de gevraagde producten in te schrijven.
  Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven;
  c) voor opdrachten voor werken: informatie betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling van ontwerpen.
  7. Voor diensten:
  a) aard en hoeveelheid van de te verlenen diensten. Vermelding van met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor de aan te besteden diensten;
  b) vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden;
  c) verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
  d) vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties dienen op te geven van het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast;
  e) vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.
  8. Indien bekend, aangeven of er varianten zijn toegestaan.
  9. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht voor diensten en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
  10. E-mail- of internetadres waar de opdrachtdocumenten kosteloos, rechtstreeks en volledig toegankelijk zijn.
  Wanneer er geen kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang is om de in artikel 14, § 2, eerste lid, van de wet, genoemde redenen, of omdat de aanbestedende overheid artikel 13, § 3, van de wet wil toepassen, wordt aangegeven hoe de opdrachtdocumenten kunnen worden geraadpleegd.
  11. a) Uiterste datum voor ontvangst van de offerte.
  b) Adres waar deze moeten worden ingediend.
  c) Taal of talen waarin zij moeten worden ingediend.
  12. a) Indien van toepassing, personen die bij de opening van de offertes worden toegelaten.
  b) Dag, uur en plaats van de opening.
  13. Indien van toepassing, gevraagde borgsommen en waarborgen.
  14. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden en/of verwijzingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.
  15. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.
  16. Minimumvoorschriften van economische en technische aard waaraan de ondernemer aan wie de opdracht wordt gegund, moet voldoen.
  17. Termijn gedurende welke de inschrijver zijn offerte gestand moet doen.
  18. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).
  19. a) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  b) onverminderd bijlage 10, punt 2.h), in voorkomend geval, opgave van de weging dan wel de (dalende) volgorde van belangrijkheid, overeenkomstig artikel 153, 1°, van de wet, samen gelezen met artikel 81, § 4, van de wet.
  De in het onderhavige punt 19 bedoelde informatie mag echter ook uitsluitend in het bestek of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document worden opgenomen, tenzij wanneer de economisch meest voordelige offerte louter op basis van de prijs wordt bepaald.
  20. Indien van toepassing, dag(en) en referentie(s) voor de bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen en/of Publicatieblad van de Europese Unie van de periodieke indicatieve aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft.
  21. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.
  22. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende entiteit.
  23. Andere relevante inlichtingen.
  B. NIET-OPENBARE PROCEDURES
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  4. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat). Omschrijving (CPV-codes). Indien van toepassing, vermelding of de offertes worden gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan.
  5. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.
  6. Voor leveringen en werken:
  a) aard en hoeveelheid van de te leveren producten (CPV-codes). Vermelding van met name de mogelijkheden tot latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor aan te kopen producten of de aard en omvang van de prestaties en de algemene kenmerken van de werken (CPV-codes);
  b) vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen en/of voor het geheel van de gevraagde producten in te schrijven.
  Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven;
  c) informatie betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling van ontwerpen.
  7. Voor diensten:
  a) aard en hoeveelheid van de te verlenen diensten. Vermelding van met name de opties voor latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de opties, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor de te gunnen diensten;
  b) vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden;
  c) verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
  d) vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties dienen op te geven van het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast;
  e) vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.
  8. Indien bekend, aangeven of er varianten zijn toegestaan.
  9. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
  10. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.
  11. a) Uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  b) Adres waar deze moeten worden ingediend.
  c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.
  12. Uiterste datum voor de verzending van de uitnodigingen tot inschrijving.
  13. Indien van toepassing, gevraagde borgsommen en waarborgen.
  14. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden en/of verwijzingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.
  15. Informatie over de situatie van de ondernemer en minimumvoorschriften van economische en technische aard waaraan hij moet voldoen.
  16. a) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  b) onverminderd bijlage 10, punt 2.h), in voorkomend geval, opgave van de weging dan wel de (dalende) volgorde van belangrijkheid, overeenkomstig artikel 153, 1°, van de wet, samen gelezen met artikel 81, § 4, van de wet.
  De in het onderhavige punt 16 bedoelde informatie mag echter ook uitsluitend in het bestek of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document worden opgenomen, tenzij wanneer de economisch meest voordelige offerte louter op basis van de prijs wordt bepaald.
  17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht(en).
  18. Indien van toepassing, dag(en) en referentie(s) voor de bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen en/of Publicatieblad van de Europese Unie van de periodieke indicatieve aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft.
  19. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.
  20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende entiteit.
  21. Andere relevante inlichtingen.
  C. ONDERHANDELINGSPROCEDURES
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  4. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat). Omschrijving (CPV-codes). Indien van toepassing, vermelding of de offertes worden gevraagd met het oog op aankoop, lease, huur, huurkoop of een combinatie hiervan.
  5. NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.
  6. Voor leveringen en werken:
  a) aard en hoeveelheid van de te leveren producten (CPV-codes). Vermelding van met name de mogelijkheden tot latere aankopen en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van de mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor aan te kopen producten of de aard en omvang van de prestaties en de algemene kenmerken van de werken (CPV-codes);
  b) vermelding of leveranciers de mogelijkheid hebben om voor delen en/of voor het geheel van de gevraagde producten in te schrijven.
  Indien, bij opdrachten voor werken, het werk of de opdracht in meerdere percelen is verdeeld, vermelding van de orde van grootte van de percelen en van de mogelijkheid om voor één, meerdere of alle percelen in te schrijven;
  c) voor opdrachten voor werken: informatie betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op de opstelling van ontwerpen.
  7. Voor diensten:
  a) aard en hoeveelheid van de te verrichten diensten, met inbegrip van mogelijkheden voor latere overheidsopdrachten en, indien mogelijk, een voorlopig tijdschema voor de uitoefening van deze mogelijkheden, alsook van het aantal eventuele verlengingen. In het geval van periodiek terugkerende opdrachten, verdere vermelding, indien mogelijk, van het voorlopige tijdschema van de latere oproepen tot mededinging voor de te gunnen diensten;
  b) vermelding of het verrichten van de dienst ingevolge wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden;
  c) verwijzing naar de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
  d) vermelding of rechtspersonen de namen en beroepskwalificaties dienen op te geven van het personeel dat met het verrichten van de dienst wordt belast;
  e) vermelding of dienstverleners voor een gedeelte van de betrokken diensten kunnen inschrijven.
  8. Indien bekend, aangeven of er varianten zijn toegestaan.
  9. Leverings- of uitvoeringstermijn of looptijd van de opdracht en, in de mate van het mogelijke, de datum van aanvang.
  10. Indien van toepassing, de vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund.
  11. a) Uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  b) Adres waar deze moeten worden ingediend.
  c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.
  12. Indien van toepassing, verlangde borgsommen of andere waarborgen.
  13. Belangrijkste financierings- en betalingsvoorwaarden en/of verwijzingen naar de teksten waar deze te vinden zijn.
  14. Informatie over de situatie van de ondernemer en minimumvoorschriften van economische en technische aard waaraan hij moet voldoen.
  15. a) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  b) onverminderd bijlage 10, punt 2.h), in voorkomend geval, opgave van de weging dan wel de (dalende) volgorde van belangrijkheid, overeenkomstig artikel 153, 1°, van de wet, samen gelezen met artikel 81, § 4, van de wet.
  De in het onderhavige punt 15 bedoelde informatie mag echter ook uitsluitend in het bestek of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document worden opgenomen, tenzij wanneer de economisch meest voordelige offerte louter op basis van de prijs wordt bepaald.
  16. Indien van toepassing, naam en adres van reeds door de aanbestedende entiteit geselecteerde ondernemers.
  17. Indien van toepassing, de bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht.
  18. Indien van toepassing, dag(en) en referentie(s) voor de bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen en/of Publicatieblad van de Europese Unie van de periodieke indicatieve aankondiging of van de aankondiging van bekendmaking in het kopersprofiel waarop de opdracht betrekking heeft.
  19. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.
  20. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende entiteit.
  21. Andere relevante inlichtingen.

  Art. N4. Bijlage 4. - INFORMATIE DIE IN DE AANKONDIGING INZAKE HET BESTAAN VAN EEN KWALIFICATIESYSTEEM MOET WORDEN OPGENOMEN
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit
  3. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  4. Onderwerp van het kwalificatiesysteem (beschrijving van (categorieën van) producten, diensten of werken die door middel van deze regeling moeten worden aangekocht - CPV-codes). NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.
  5. Voorwaarden die door ondernemers moeten worden vervuld met het oog op hun kwalificatie overeenkomstig de regeling en methoden waarmee elk van deze voorwaarden zal worden gecontroleerd. Indien de beschrijving van deze voorwaarden en toetsingsmethoden omvangrijk is en gebaseerd is op documenten waarover de ondernemers kunnen beschikken, kan worden volstaan met een samenvatting van de belangrijkste voorwaarden en methoden en met een verwijzing naar deze documenten.
  6. Geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem en formaliteiten voor de verlenging ervan.
  7. Vermelding van het feit dat de aankondiging dient als oproep tot mededinging.
  8. Adres waar nadere inlichtingen en documenten over het kwalificatiesysteem kunnen worden aangevraagd (indien dat adres afwijkt van het in punt 1 vermelde adres).
  9. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.
  10. a) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  b) onverminderd bijlage 10, punt 2.h), in voorkomend geval, opgave van de weging dan wel de (dalende) volgorde van belangrijkheid, overeenkomstig artikel 153, 1°, van de wet, samen gelezen met artikel 81, § 4, van de wet.
  De in het onderhavige punt 10 bedoelde informatie mag echter ook uitsluitend in het bestek of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document worden opgenomen, tenzij wanneer de economisch meest voordelige offerte louter op basis van de prijs wordt bepaald.
  11. Indien van toepassing, vermelding of:
  a) elektronische indiening van offertes of aanvragen tot deelneming vereist is/aanvaard wordt,
  b) er gebruik wordt gemaakt van elektronische orderplaatsing,
  c) er gebruik wordt gemaakt van elektronische facturering,
  d) elektronische betalingen worden aanvaard.
  12. Andere relevante inlichtingen.

  Art. N5. Bijlage 5. - INFORMATIE DIE IN DE AANKONDIGING INZAKE DE OPSTELLING VAN EEN LIJST VAN GESELECTEERDE KANDIDATEN
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit
  3. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  4. Onderwerp (beschrijving van (categorieën van) producten, diensten of werken die door middel van deze regeling moeten worden aangekocht - CPV-codes). NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting van de dienst.
  5. Voorwaarden die door ondernemers moeten worden vervuld met het oog op hun selectie
  6. Geldigheidsduur van de lijst.
  7. Vermelding van het feit dat de aankondiging dient als oproep tot mededinging.
  8. Adres waar nadere inlichtingen en documenten over de lijst kunnen worden aangevraagd (indien dat adres afwijkt van het in punt 1 vermelde adres).
  9. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en, in voorkomend geval, bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen verkrijgbaar zijn.
  10. a) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  b) onverminderd bijlage 10, punt 2.h), in voorkomend geval, opgave van de weging dan wel de (dalende) volgorde van belangrijkheid, overeenkomstig artikel 153, 1°, van de wet, samen gelezen met artikelen 81, § 4, van de wet.
  De in het onderhavige punt 10 bedoelde informatie mag echter ook uitsluitend in het bestek of, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document worden opgenomen, tenzij wanneer de economisch meest voordelige offerte louter op basis van de prijs wordt bepaald.
  11. Andere relevante inlichtingen.

  Art. N6. Bijlage 6. - INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN GEGUNDE OPDRACHTEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN
  I. Bekend te maken gegevens [1]
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Aard van de opdracht (leveringen, werken of diensten en CPV-codes; indien van toepassing, vermelding of het om een raamovereenkomst gaat).
  4. Ten minste een beknopte beschrijving van de aard en hoeveelheid van de producten, werken of diensten.
  5. a) Vorm van de oproep tot mededinging.
  b) Dag(en) en referentie(s) voor bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen en/of Publicatieblad van de Europese Unie.
  c) In het geval van opdrachten die zonder oproep tot mededinging worden gegund, vermelding van de toepasselijke bepaling van artikel 124 van de wet.
  6. Gevolgde plaatsingsprocedure.
  7. Aantal ontvangen offertes, met vermelding van
  a) aantal offertes van ondernemers die mkb's zijn,
  b) het aantal uit het buitenland ontvangen offertes,
  c) het aantal elektronisch ontvangen offertes.
  In het geval van meervoudige gunning (percelen, verschillende raamovereenkomsten) moet volgende informatie worden verstrekt voor elke gunning.
  8. Datum van sluiting van de overeenkomsten(en) of van de raamovereenkomst(en) volgens het gunnings- of sluitingsbesluit.
  9. Prijs die is betaald voor gelegenheidsaankopen uit hoofde van artikel 124, § 1, 10°, van de wet.
  10. Voor elke gunning, naam, adres en NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de begunstigde inschrijver(s), met inbegrip van;
  a) vermelding of de begunstigde inschrijver een mkb is,
  b) vermelding of de opdracht aan een consortium is gegund.
  11. Indien van toepassing, vermelden of de opdracht in onderaanbesteding is of kan worden gegeven.
  12. Betaalde prijs, c.q. prijs van de hoogste en de laagste offerte die bij de gunning van de opdracht in aanmerking is genomen.
  13. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
  14. Facultatieve gegevens:
  - waarde en deel van de opdracht welke aan derden in onderaanbesteding is gegeven of kan worden gegeven;
  - gunningscriteria.
  II. Niet voor publicatie bestemde gegevens
  15. Aantal gegunde opdrachten (wanneer een opdracht over verschillende leveranciers is verdeeld).
  16. Waarde van elke gegunde opdracht.
  17. Land van oorsprong van het product of de dienst (van oorsprong uit de Gemeenschap of niet van oorsprong uit de Gemeenschap; in het laatste geval, uitgesplitst per derde land).
  18. Welke gunningscriteria zijn gebruikt
  19. Is de opdracht gegund aan een inschrijver die een variant voorstelt op grond van artikel 136, eerste lid?
  20. Zijn overeenkomstig artikel 44 bepaalde offertes niet in aanmerking genomen omdat zij abnormaal laag waren?
  21. Datum van verzending van de aankondiging door de aanbestedende entiteit.

  Art. N7. Bijlage 7.
  DEEL A. INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN PRIJSVRAGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Omschrijving van het ontwerp (CPV-codes).
  4. Type prijsvraag: openbaar of niet-openbaar.
  5. In geval van een openbare prijsvraag: uiterste datum voor ontvangst van de ontwerpen.
  6. In geval van een niet-openbare prijsvraag:
  a) beoogd aantal deelnemers, of minimum- en maximumaantal;
  b) indien van toepassing, namen van reeds geselecteerde deelnemers;
  c) criteria voor selectie van de deelnemers;
  d) uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelname.
  7. Indien van toepassing, vermelding of de deelname aan een bepaalde beroepscategorie is voorbehouden.
  8. Criteria die bij de beoordeling van de ontwerpen worden gehanteerd.
  9. Indien van toepassing, namen van de geselecteerde juryleden.
  10. Vermelding of de beslissing van de jury bindend is voor de aanbestedende entiteit.
  11. Indien van toepassing, aantal prijzen en waarde ervan.
  12. Indien van toepassing, nadere gegevens over vergoedingen aan alle deelnemers.
  13. Vermelding of de winnaars recht hebben op eventuele vervolgopdrachten.
  14. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
  15. Datum van verzending van de aankondiging.
  16. Andere relevante inlichtingen.
  DEEL B. INLICHTINGEN DIE IN AANKONDIGINGEN VAN UITSLAGEN VAN PRIJSVRAGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN
   1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Omschrijving van het ontwerp (CPV-codes).
  4. Totaal aantal deelnemers.
  5. Aantal buitenlandse deelnemers.
  6. Winnaar(s) van de prijsvraag.
  7. Indien van toepassing, toegekende prijs of prijzen.
  8. Andere inlichtingen.
  9. Verwijzing naar de aankondiging van de prijsvraag.
  10. Naam en adres van de instantie die bevoegd is voor beroepsprocedures en eventueel bemiddelingsprocedures. Precieze aanduiding van de termijnen voor het instellen van een beroep, of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoon- en faxnummers, en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
  11. Datum van verzending van de aankondiging.

  Art. N8. Bijlage 8. - INFORMATIE DIE MOET WORDEN VERMELD IN AANKONDIGINGEN BETREFFENDE OPDRACHTEN VOOR SOCIALE EN ANDERE SPECIFIEKE DIENSTEN
  Deel A. - Aankondiging van opdracht
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Omschrijving van (categorieën van) diensten en indien van toepassing, te gunnen bijkomende werken en leveringen, met inbegrip van vermelding van hoeveelheden of waarden, CPV-codes.
  4. NUTS-code voor de voornaamste plaats van verrichting van de diensten.
  5. Indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.
  6. Voornaamste voorwaarden waaraan ondernemers moeten voldoen om te kunnen deelnemen, of indien van toepassing, het elektronische adres waar nadere informatie verkrijgbaar is.
  7. Termijn(en) voor contact met de aanbestedende entiteit voor de deelname.
  8. Andere relevante inlichtingen.
  Deel B. - Periodieke indicatieve aankondiging
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit.
  2. Korte beschrijving van de opdracht, met referentienummer(s) van de CPV-codes.
  3. Voor zover bekend:
  a) NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting in het geval van leveringen en diensten;
  b) termijn voor de levering of verrichting van de goederen, werken of diensten en looptijd van de opdracht;
  c) voorwaarden voor deelneming, met name:
  indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid,
  indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden;
  d) korte beschrijving van de hoofdkenmerken van de plaatsingsprocedure die zal worden toegepast.
  4. Vermelding van het feit dat belangstellende ondernemers de aanbestedende entiteit op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en), van de uiterste data voor de ontvangst van de blijken van belangstelling en van het adres waarnaar de blijken van belangstelling verzonden moeten worden.
  Deel C. - Aankondigingen inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit.
  2. Korte beschrijving van de opdracht, met referentienummer(s) van de CPV-codes.
  3. Voor zover bekend:
  a) NUTS-code voor de voornaamste plaats van uitvoering van de werken in het geval van werken of NUTS-code voor de voornaamste plaats van levering of verrichting in het geval van leveringen en diensten;
  b) termijn voor de levering of verrichting van de goederen, werken of diensten en looptijd van de opdracht;
  c) voorwaarden voor deelneming, met name:
  indien van toepassing, de vermelding of het gaat om een overheidsopdracht die is voorbehouden aan sociale werkplaatsen of waarvan de uitvoering is voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid,
  indien van toepassing, vermelding of het verlenen van de dienst ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aan een bepaalde beroepsgroep is voorbehouden;
  d) korte beschrijving van de hoofdkenmerken van de plaatsingsprocedure die zal worden toegepast.
  4. Vermelding van het feit dat belangstellende ondernemers de aanbestedende entiteit op de hoogte moeten brengen van hun belangstelling voor de opdracht(en), van de uiterste data voor de ontvangst van de blijken van belangstelling en van het adres waarnaar de blijken van belangstelling verzonden moeten worden.
  5. Geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem en formaliteiten voor de verlenging ervan.
  Deel D. - Aankondiging van gunning van opdracht
  1. Naam, identificatienummer (indien de nationale wetgeving daarin voorziet), adres met inbegrip van NUTS-code, telefoon- en faxnummers, e-mail- en internetadres van de aanbestedende entiteit en, indien verschillend, van de dienst waar aanvullende informatie te verkrijgen is.
  2. Hoofdactiviteit.
  3. Ten minste een beknopte beschrijving van de aard en hoeveelheid van de diensten, en indien van toepassing, de bijkomende werken en leveringen.
  4. Verwijzing naar bekendmaking van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen en/of Publicatieblad van de Europese Unie.
  5. Aantal ontvangen offertes.
  6. Naam en adres van de gekozen ondernemer(s).
  7. Andere relevante inlichtingen.

  Art. N9. Bijlage 9. - INLICHTINGEN DIE IN DE OPDRACHTDOCUMENTEN MET BETREKKING TOT ELEKTRONISCHE VEILINGEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN
  Wanneer de aanbestedende entiteiten hebben besloten een elektronische veiling te houden, omvatten de opdrachtdocumenten tenminste de volgende bijzonderheden:
  a) de elementen waarvan de waarden vallen onder de elektronische veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn zodat ze kunnen worden uitgedrukt in cijfers of procenten;
  b) de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend, zoals zij voortvloeien uit de specificaties van het voorwerp van de opdracht;
  c) de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van de inschrijvers zal worden gesteld en, in voorkomend geval, het tijdstip waarop;
  d) relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische veiling;
  e) de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en met name de minimumverschillen die in voorkomend geval voor de biedingen vereist zijn;
  f) relevante informatie betreffende het gebruikte elektronische systeem en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.

  Art. N10. Bijlage 10. - INHOUD VAN DE UITNODIGINGEN TOT INDIENING VAN OFFERTES, TOT DEELNAME AAN DE DIALOOG, TOT ONDERHANDELINGEN OF TOT BEVESTIGING VAN BELANGSTELLING
  1. De uitnodiging tot indiening van offertes, tot deelname aan de dialoog of tot onderhandelingen bevat ten minste volgende gegevens:
  a) de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld.
  Bij opdrachten die gegund worden op basis van een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap staat deze inlichtingen echter niet in de uitnodiging tot deelneming aan de procedure, maar in de uitnodiging tot indiening van een offerte;
  b) in het geval van een concurrentiegerichte dialoog, de datum en het adres waarop met de raadpleging wordt begonnen en de daarbij gebruikte taal of talen;
  c) verwijzing naar elke bekendgemaakte oproep tot mededinging;
  d) vermelding van eventueel bij te voegen stukken;
  e) de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria, indien deze niet vermeld zijn in de oproep tot mededinging;
  f) de weging van de gunningscriteria of, in voorkomend geval, de dalende volgorde van belangrijkheid van deze criteria, indien deze niet in de oproep tot mededinging en evenmin in het bestek is vermeld dan wel, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvende document.
  2. Wanneer een oproep tot mededinging wordt gedaan door middel van een periodieke indicatieve aankondiging, verzoeken de aanbestedende entiteiten alle gegadigden nadien hun belangstelling te bevestigen aan de hand van nadere gegevens betreffende de betrokken opdracht, alvorens aan te vangen met de selectie van de inschrijvers of deelnemers aan de onderhandelingen.
  Deze uitnodiging omvat ten minste de volgende gegevens:
  a) de aard en de hoeveelheid, met inbegrip van eventuele mogelijkheden voor latere opdrachten en, indien mogelijk, een schatting van de termijn voor de uitoefening van deze mogelijkheden; in het geval van periodiek terugkerende opdrachten, de aard en de hoeveelheid en, indien mogelijk, een schatting van de termijnen waarop de latere oproepen tot mededinging voor werken, leveringen of diensten worden bekendgemaakt;
  b) type procedure: niet-openbaar of via onderhandelingen;
  c) in voorkomend geval, de begin- of einddatum van de levering, de werken of de diensten;
  d) wanneer geen elektronische toegang kan worden geboden, het adres en de uiterste datum voor indiening van aanvragen van opdrachtdocumenten alsmede de taal of talen waarin deze moeten worden gesteld;
  e) het adres van de aanbestedende entiteit;
  f) de economische en technische eisen, de financiële waarborgen en de inlichtingen die van de ondernemers worden verlangd;
  g) de contractvorm van de opdracht waarop kan worden ingeschreven : aankoop, leasing, huur of huurkoop, of een combinatie van deze vormen, en
  h) - de opgave van het gunningscriterium prijs of de gunningscriteria;
  - de weging van de gunningscriteria of, in voorkomend geval, de dalende volgorde van belangrijkheid van deze criteria, indien deze niet in de oproep tot mededinging en evenmin in het bestek is vermeld dan wel, in geval van een concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvende document.
  

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-04-2018 GEPUBL. OP 18-04-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 37; 40; 47; 63; 80; 81; 87; 89; 91; 123/1; 130)
  • BEELD
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 21-12-2017 GEPUBL. OP 28-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 11)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Inhoudsopgave
       Titel 1 - Algemene bepalingen
       Hoofdstuk 1 - Definities, belasting over de toegevoegde waarde en toepassingsgebied
       Afdeling 1 - Inleidende bepaling
       Art. 1
       Afdeling 2 - Definities
       Art. 2
       Afdeling 3 - Belasting over de toegevoegde waarde
       Art. 3
       Afdeling 4 - Toepassingsgebied
       Art. 4 en 5
       Hoofdstuk 2 - Raming van het opdrachtbedrag
       Art. 6 en 7
       Hoofdstuk 3 - Bekendmaking
       Afdeling 1 - Algemene bekendmakingsregels
       Art. 8 tot 10
       Afdeling 2 - Europese drempels
       Art. 11 en 12
       Afdeling 3 - Europese bekendmaking
       Art. 13
       Onderafdeling 1 - Algemene regels
       Art. 14 tot 20
       Onderafdeling 2 - Sociale en andere specifieke diensten
       Art. 21 en 22
       Afdeling 4 - Belgische bekendmaking
       Art. 23
       Onderafdeling 1 - Algemene regels
       Art. 23 tot 30
       Onderafdeling 2 - Sociale en andere specifieke diensten
       Art. 31 en 32
       Hoofdstuk 4 - Prijsvaststelling en prijsbestanddelen
       Art. 33 tot 40
       Hoofdstuk 5 - Verbetering van fouten en nazicht van prijzen of kosten
       Art. 41 tot 45
       Hoofdstuk 6 - Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de impliciete verklaring op erewoord
       Art. 46 tot 48
       Hoofdstuk 7 - Regels van toepassing op de handtekeningen en op de communicatiemiddelen
       Art. 49 tot 55
       Hoofdstuk 8 - Opties
       Art. 56
       Hoofdstuk 9 - Percelen
       Art. 57 en 58
       Hoofdstuk 10 - Indiening van de aanvragen tot deelneming en offertes
       Afdeling 1 - Uitnodiging van de geselecteerde kandidaten tot indiening van een offerte
       Art. 59
       Afdeling 2 - Indieningsmodaliteiten voor de aanvragen tot deelneming en offertes
       Art. 60 tot 62
       Afdeling 3 - Indiening en verdaging
       Art. 63
       Afdeling 4 - Verbintenistermijn
       Art. 64
       Hoofdstuk 11 - Keuze van de deelnemers
       Afdeling 1 - Algemene bepalingen
       Art. 65 en 66
       Afdeling 2 - Uitsluitingsgronden
       Art. 67 tot 69
       Afdeling 3 - Selectiecriteria, beroep op onderaannemers en op andere entiteiten
       Art. 70 tot 73
       Hoofdstuk 12 - Regelmatigheid van de offertes
       Art. 74
       Titel 2 - Gunning bij openbare of niet-openbare procedure
       Hoofdstuk 1 - Vorm en inhoud van de offerte
       Art. 75 en 76
       Hoofdstuk 2 - Samenvattende opmeting en inventaris
       Art. 77
       Hoofdstuk 3 - Interpretatie, fouten en leemten
       Art. 78 tot 80
       Hoofdstuk 4 - Indiening en opening
       Art. 81 tot 83
       Hoofdstuk 5 - Verbetering van de offertes
       Art. 84
       Hoofdstuk 6 - Gunning van de opdracht
       Art. 85
       Hoofdstuk 7 - Sluiting van de opdracht
       Art. 86 en 87
       Titel 3 - Gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging
       Hoofdstuk 1 - Specifieke drempels
       Art. 88
       Hoofdstuk 2 - Verloop en sluiting van de opdracht
       Art. 89 tot 92
       Titel 4 - Gunning bij concurrentiegerichte dialoog
       Art. 93 tot 96
       Titel 5 - Specifieke en aanvullende opdrachten en procedures
       Hoofdstuk 1 - Dynamisch aankoopsysteem
       Art. 97 tot 101
       Hoofdstuk 2 - Elektronische veiling
       Art. 102 tot 107
       Hoofdstuk 3 - Elektronische catalogi
       Art. 108 tot 112
       Hoofdstuk 4 - Prijsvragen
       Afdeling 1 - Toepassingsvoorwaarden en jury
       Art. 113 tot 116
       Afdeling 2 - Raming en bekendmaking
       Art. 117 tot 119
       Titel 6 - Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsvragen
       Art. 120
       Titel 7 - Overheidsopdrachten van beperkte waarde
       Art. 121
       Titel 8 - Overheidsopdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure
       Art. 122
       Titel 9 - Eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen
       Vraag tot toegang tot Telemarc
       Art. 123
       Opheffingsbepalingen
       Art. 124
       Overgangsbepalingen
       Art. 125 tot 128
       Inwerkingtredingsbepalingen
       Art. 129 tot 131
       Slotbepaling
       Art. 132
       De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten (hierna "de wet" genaamd) is erop gericht de bepalingen van de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 om te zetten naar Belgisch recht.
       Het onderhavig ontwerp van koninklijk besluit is gericht op de uitvoering van titel 3 van de voormelde wet en vormt een wijziging en samenvoeging van twee koninklijke besluiten, te weten :
       - het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012 (waarnaar doorgaans verwezen wordt als zijnde de "publieke speciale sectoren"); en
       - het koninklijk besluit van 24 juni 2013 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten (waarnaar doorgaans verwezen wordt als zijnde de "private speciale sectoren").
       De in beide voormelde besluiten voorziene plaatsingsregels worden geharmoniseerd. Een aantal bepalingen die reeds voorzien waren in het koninklijk besluit van 16 juli 2012 werden dan ook veralgemeend naar de private speciale sectoren. Deze nieuwe aanpak is ingegeven vanuit een streven naar eenvormigheid en vereenvoudiging. Hieruit volgt dat nog slechts één stelsel aan regels zal toegepast worden, behoudens uitzondering.
       Zoals het geval is in de nieuwe wetten inzake overheidsopdrachten en betreffende de concessieovereenkomsten, werd de nieuwe Europese terminologie wat de benamingen van de procedures betreft overgenomen in het onderhavige ontwerp.
       De bepalingen die eigen zijn aan richtlijn 2014/25/EU niet te na gelaten, is het onderhavig ontwerp in belangrijke mate geïnspireerd op het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Echter werd voorzien in versoepelingen en wel via de volgende twee wijzen :
       1) een aantal bepalingen van het koninklijk besluit "klassieke sectoren" werden niet overgenomen.
       Het betreft voornamelijk :
       - de bepaling omtrent belangenconflicten - draaideurconstructie (waarbij er evenwel op gewezen moet worden dat artikel 6 van de wet van toepassing blijft). Een dergelijke bepaling zou inderdaad te streng zijn voor de arbeidsmobiliteit in de betreffende sectoren, met name voor de overheidsbedrijven en de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten;
       - de bepalingen omtrent de inschrijver-natuurlijke persoon die in de loop van de plaatsingsprocedure zijn beroepsactiviteit onderbrengt in een rechtspersoon;
       - sommige van de voorwaarden die van toepassing zijn voor het "vervroegd" nazicht van de offertes in de openbare procedure of in de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (meer bepaald nog vóór de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld), werden niet overgenomen (verplicht voorafgaand nazicht van de fiscale/sociale schulden en verplicht voorafgaandelijk nazicht, in voorkomend geval, van de corrigerende maatregelen);
       2) de werking van een aantal andere bepalingen, hoewel hernomen in het onderhavige ontwerp, werd verzacht ingevolge de toevoeging van de woorden "behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten". Het betreft voornamelijk de artikelen 70 (selectiecriteria), 76 (vermeldingen in de offerte) en 82 (opening van de offertes bij de openbare of de niet-openbare procedures).
       Zelfs al is dit een evidentie, toch wordt de aandacht gevestigd op het feit dat er onderhandelingen kunnen gevoerd worden in elke procedure die onderhandelingen toelaat.
       Er wordt aan herinnerd dat geen enkele drempel werd voorzien wat het gebruik zonder verdere voorwaarden betreft van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, aangezien deze procedure geen uitzonderingsprocedure is, in tegenstelling tot hetgeen het geval is voor de mededingingsprocedure met onderhandeling in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
       In het ontwerp is daarnaast voorzien, wat het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging betreft, dat de aanbestedende entiteit gebruik kan maken van deze procedure wanneer de goed te keuren uitgave lager ligt dan een bedrag van (op heden) 418.000 euro. Dit is een verhoging ten opzichte van de thans in de publieke speciale sectoren normaliter van toepassing zijnde drempel van 170.000 euro (voor bepaalde diensten geldt nu evenwel al een drempel van 418.000 euro; zie artikel 104, § 1, 1°, van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren van 16 juli 2012).
       Er moet eveneens worden herinnerd aan het feit dat in het onderhavige ontwerp nog steeds een onderscheid wordt gemaakt tussen de publieke en private speciale sectoren, ondanks de eenmaking van de stelsels. Inderdaad wijkt het ontwerp af van de regel dat slechts één stelsel van toepassing is, daar waar gesteld is dat het ontwerp niet van toepassing is op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking geplaatst door :
       - overheidsbedrijven voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie,
       - personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten, of door
       - aanbestedende overheden voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit.
       Omtrent de volgende bepalingen is nadere toelichting vereist :
       - fraudegevoelige sectoren :
       Het ontwerp omvat specifieke bepalingen omtrent het nazicht van de prijzen/kosten (berekening van het gemiddelde) voor de overheidsopdrachten van diensten in de voormelde sectoren. Het gaat om de opdrachten van diensten geplaatst in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden. De volgende link laat toe om de betreffende uitvoeringsbesluiten van de voormelde wet van 12 april 1965 te vinden (tab "uitvoeringen") : http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/index.reflex?page= articles&c=detail_get&d=detail&docid=426015&tab=&§9001;=nl
       - Gebruik van de uitsluitingsgronden en de selectiecriteria (de artikelen 67, 68 en 70 van het besluit)
       In artikel 151 van de wet wordt een verschil ingevoerd al naargelang het type aanbestedende entiteit. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is, dan moet zij de in de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden hernemen. Het is anders gesteld wanneer de aanbestedende entiteit geen aanbestedende overheid is. In dat laatste geval kan zij alle of een deel van de voormelde uitsluitingsgronden hernemen en betreft het dus slechts een mogelijkheid. Er wordt op gewezen dat niets verhindert dat rekening wordt behouden met de corrigerende maatregelen. Daarnaast mogen ook selectiecriteria worden ingesteld, onafhankelijk van het feit of de aanbestedende entiteit al dan niet een aanbestedende overheid is.
       De uitsluitingsgronden die, afhankelijk van het geval, kunnen of moeten gebruikt worden door de aanbestedende entiteiten, zijn mutatis mutandis dezelfde als deze die voorzien zijn in het koninklijk besluit "klassieke sectoren". Vandaar dan ook dat verwezen wordt naar het verslag aan de Koning bij dit laatste besluit voor nadere toelichting.
       Wat de selectiecriteria betreft verduidelijkt artikel 70 dat, behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, de artikelen 65 tot 69 en 72 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 van toepassing zijn.
       - Uniform Europees Aanbestedingsdocument (afgekort het UEA; artikel 46 van het besluit)
       Artikel 46 van het ontwerp voert een onderscheid in al naar gelang het een overheidsopdracht betreft die wordt geplaats door een aanbestedende overheid of door een aanbestedende entiteit die geen aanbestedende overheid is.
       Wanneer een overheidsopdracht wordt geplaatst door een aanbestedende entiteit die een aanbestedende overheid is, dan moeten de kandidaten of inschrijvers het UEA voorleggen. Er is inderdaad geen tegenspraak aangezien de voormelde aanbestedende overheid de in de artikelen 67 tot 69 van de wet bedoelde uitsluitingsgronden moet hernemen (zie supra).
       Wanneer het echter een overheidsopdracht betreft die wordt geplaatst door een aanbestedende entiteit die geen aanbestedende overheid is, dan kan deze entiteit alle of bepaalde voormelde uitsluitingsgronden (zie supra) toepassen, zonder hiertoe verplicht te zijn. Ook in dat geval moet het UEA worden voorgelegd. Echter wordt verduidelijkt, wat de uitsluitingsgronden betreft, dat bepaalde delen van het UEA niet ingevuld moeten worden. De delen die ingevuld moeten worden hangen af van de gekozen uitsluitingsgronden. Het zou inderdaad weinig zinvol zijn voor een ondernemer om de delen van het UEA in te vullen die betrekking hebben op uitsluitingsgronden die door de voormelde aanbestedende entiteit niet weerhouden werden.
       Voor nadere toelichting omtrent het UEA wordt verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
       - Erkenning van aannemers (artikel 71 van het besluit)
       In het onderhavige ontwerp wordt rekening gehouden met het feit dat de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, laatst gewijzigd door de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten, vereist dat de werken slechts uitgevoerd kunnen worden door ondernemers die ofwel hiervoor erkend zijn, ofwel aan de voorwaarden ertoe voldoen of het bewijs hebben geleverd dat zij de voorwaarden opgelegd door of krachtens de wet om erkend te worden vervullen (zie artikel 3 de voormelde wet van 20 maart 1991, vervangen door de voormelde wet van 17 juni 2016).
       Zodoende zal de ondernemer, in tegenstelling tot hetgeen voorzien is voor de selectiecriteria waarvan de toepassing slechts facultatief is (zie supra), ofwel moeten beschikken over de vereiste erkenning, ofwel houder moeten zijn van een certificaat of ingeschreven moeten zijn op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie, ofwel de toepassing moeten inroepen van artikel 3, eerste lid, 2°, van de voormelde wet van 20 maart 1991.
       De tekst is in grote mate geïnspireerd op het koninklijk besluit "klassieke sectoren". Echter moet erop gewezen worden dat het onderhavige artikel niet van toepassing is op overheidsopdrachten voor werken geplaatst door de personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Deze beperking van het toepassingsgebied is ingegeven door het feit dat de voormelde wet van 20 maart 1991 evenmin van toepassing is op de voormelde personen.
       Voor nadere toelichting wordt verwezen naar het verslag aan de Koning van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
       - Procedure vrijstellingsaanvragen voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie (artikel 120 van het besluit)
       De aanbestedende entiteiten kunnen, overeenkomstig artikel 116 van de wet, vragen om van de toepassing van de wetgeving "overheidsopdrachten" vrijgesteld te worden voor de uitoefening van activiteiten in de sectoren water, energie, transport en postale diensten, indien de uitgeoefende activiteit rechtstreeks blootgesteld is aan de mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is.
       De aanbestedende entiteit die gebruik wenst te maken van deze vrijstellingsprocedure moet aan het in artikel 163, § 2, van de wet bedoelde aanspreekpunt haar aanvraag alsook een omstandig en gemotiveerd dossier overmaken. Het voormelde aanspreekpunt is als enige bevoegd om deze vrijstellingsaanvraag door te sturen naar de Europese Commissie die een beslissing ter zake zal nemen.
       In een overgangsperiode kunnen de aanvragen echter doorgestuurd worden naar de Eerste Minister, en dit tot de instelling door de Koning van het voormelde aanspreekpunt.
       Voor nadere toelichting omtrent de door de Europese Commissie te gebruiken procedure, moet verwezen worden naar het Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1804 van de Commissie van 10 oktober 2016 betreffende de nadere regels voor de toepassing van de artikelen 34 en 35 van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten.
       - Regelmatigheidsonderzoek (artikel 74 van het besluit)
       Er moet op worden gewezen dat het regelmatigheidsonderzoek op analoge wijze is opgevat als in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Zoals in de voormelde sectoren het geval is, beschikt de aanbestedende entiteit niet over een beoordelingsruimte in de in artikel 74, § 1, vierde lid, bedoelde gevallen.
       - Overgangsbepalingen wat het gebruik van elektronische communicatiemiddelen betreft
       Net zoals het geval is in het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 wordt wat het verplicht gebruik van elektronische communicatiemiddelen betreft, in bepaalde overgangsmaatregelen voorzien tot 17 oktober 2018 voor de opdrachten boven de Europese drempels en tot 31 december 2019 wat de opdrachten onder deze drempels betreft (behoudens uitzonderingen). Als een aanbestedende entiteit gebruikt wenst te maken van de overgangsmaatregel, geeft zij in de opdrachtdocumenten aan van welke van volgende communicatiemiddelen gebruik mag worden gemaakt : post of via een andere geschikte vervoerder, fax, via communicatie door middel van elektronische middelen (zonder gebruik, voor de indiening van de aanvragen tot deelneming of offertes, van elektronische platformen), of door een combinatie van deze middelen. De vereisten die desgevallend van toepassing zijn op het vlak van de ondertekening van het UEA, de aanvraag tot deelneming of de offertes, moeten eveneens worden vermeld in de opdrachtendocumenten.
       In het onderhavige verslag aan de Koning worden niet alle bepalingen van het ontwerp becommentarieerd. Heel wat bepalingen komen echter overeen met een bepaling van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. Voor nadere toelichting omtrent deze bepalingen kan worden verwezen naar het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.
       Een aantal andere bepalingen, met name wat de bekendmakingsvoorschriften betreft, zijn voldoende duidelijk en behoeven geen nadere toelichting.
       Ten slotte is rekening gehouden met de opmerkingen in het advies 61.457/1 van de Raad van State, gegeven op 6 juni 2017. Echter werd geen gevolg gegeven aan de aanbeveling van de Raad van State om in artikel 5 van het ontwerp (zoals voorgelegd voor advies aan de Raad van State) te verduidelijken wat de sanctie is indien in het bestek geen melding wordt gemaakt van de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken. Het is immers geenszins de bedoeling om in een sanctionering te voorzien. Overigens is evenmin in een sanctie voorzien in artikel 9, § 4, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. Enkel de miskenning van de bijzondere motiveringsplicht wordt in de voormelde bepaling gesanctioneerd, maar in het om advies voorgelegd ontwerp betrof het alleen een verplichting om de afwijkingen vooraan in het bestek te vermelden. Bij nader inzien werd geoordeeld, in het licht van de afwezigheid van enige sanctie, dat de bepaling beter achterwege wordt gelaten. Op die manier wordt ook vermeden dat het onderhavig ontwerp omtrent dit punt strenger zou zijn dan het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017. In dat laatste koninklijk besluit is immers niet voorzien in een dergelijke verplichting. De praktijk waarbij de bepalingen waarvan wordt afgeweken (voor zover toegelaten) vooraan in het bestek worden vermeld, is echter een goede praktijk. De aanbestedende entiteiten worden dan ook aangeraden om dit te doen met het oog op een betere leesbaarheid van de opdrachtdocumenten door de ondernemers.
       In artikel 72, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van het ontwerp wordt gesteld dat de ondernemer, wat betreft de criteria inzake studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of van de titularis of van het leidinggevend personeel van de onderneming, of de criteria betreffende de overeenstemmende beroepservaring, slechts beroep kan doen op de draagkracht van andere entiteiten, wanneer deze laatste de werken of de diensten waarvoor hun draagkracht vereist is zelf uitvoeren of leveren. Volgens de Raad van State houdt dit een beperking in op het recht om beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten "ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten", beperking waarvoor geen aanknopingspunt te vinden zou zijn in artikel 79 van richtlijn 2014/25/EU. Anders dan de Raad van State aangeeft verschaft artikel 79 van de voormelde richtlijn een aanknopingspunt voor het invoeren van een dergelijke beperking. Artikel 79.2 bepaalt immers hetgeen volgt :
       "2.... Wat betreft de criteria inzake de onderwijs- en beroepskwalificaties van de dienstverlener of de aannemer of die van het leidinggevend personeel van de onderneming of inzake de relevante beroepservaring, mogen ondernemers zich evenwel slechts beroepen op de capaciteit van andere entiteiten wanneer laatstgenoemde de werken of diensten waarvoor die vereist is, zal verrichten.". Een soortgelijke bepaling is vervat in artikel 79.1 (voor het geval waarbij gebruik wordt gemaakt van een kwalificatiesysteem). Om de overeenstemming met de richtlijn te bewaren mag artikel 72 van het ontwerp inhoudelijk niet worden aangepast. Op redactioneel vlak werd de Nederlandse versie wel verbeterd.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       Van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
       De Eerste Minister,
       Ch. MICHEL
       
       Advies 61.457/1 van 6 juni 2017 van de Raad van State over een ontwerp van koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren"
       Op 4 mei 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Eerste Minister verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren".
       Het ontwerp is door de eerstekamer onderzocht op 30 mei 2017. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Wouter Pas, staatsraden, Marc Rigaux en Michel Tison, assessoren, en Wim Geurts, griffier.
       Het verslag is uitgebracht door Jonas Riemslagh, auditeur.
       De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix Van Damme, kamervoorzitter.
       Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 juni 2017.
       1. Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan.
       Strekking en rechtsgrond van het ontwerp
       2. De regeling die in het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit is vervat, betreft de plaatsing van overheidsopdrachten in de zogenaamde "speciale sectoren", zijnde de overeenkomsten onder bezwarende titel die worden gesloten tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende entiteiten en die betrekking hebben op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten.
       Het ontwerp strekt tot een verdere omzetting in het interne recht van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 "betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG" (hierna : Richtlijn 2014/25/EU). Met die omzetting werd eerder een begin gemaakt met de wet van 17 juni 2016 "inzake overheidsopdrachten" (hierna : de wet van 17 juni 2016).
       Het ontwerp beoogt diverse bepalingen van titel 3 ("Overheidsopdrachten in de speciale sectoren") van de wet van 17 juni 2016 uit te voeren en regelt de inwerkingtreding van sommige bepalingen van die wet.
       De ontworpen regeling is in essentie bedoeld om mettertijd in de plaats te komen van de regeling die nu is vervat in het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren" van 16 juli 2012 (hierna : het koninklijk besluit van 16 juli 2012) en in het koninklijk besluit van 24 juni 2013 "betreffende de mededinging in het raam van de Europese Unie van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten" (hierna : het koninklijk besluit van 24 juni 2013).
       Het ontworpen koninklijk besluit houdt een vrij grondige hervorming in van de in de koninklijke besluiten van 16 juli 2012 en 24 juni 2013 vervatte regelingen. De plaatsingsregels die zijn vervat in deze besluiten worden geharmoniseerd tot één nieuwe regeling die in belangrijke mate gelijkenissen vertoont met het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 waarover de Raad van State, afdeling Wetgeving, op 13 maart 2017 advies 60.903/1 uitbracht. [1]
       3. Het ontwerp van koninklijk besluit bestaat uit negen titels.
       Titel 1 bevat een aantal algemene bepalingen waarin onder meer het toepassingsgebied wordt omschreven (hoofdstuk 1), en regelt voorts de raming van het opdrachtbedrag (hoofdstuk 2), de bekendmaking (hoofdstuk 3), de vaststelling, samenstelling en verbetering van prijzen (hoofdstukken 4 en 5), de opdrachtdocumenten (hoofdstuk 6), de ondertekening en de communicatiemiddelen (hoofdstuk 7), de opties (hoofdstuk 8), de percelen (hoofdstuk 9), de indiening van de aanvragen tot deelneming en van de offertes (hoofdstuk 11), de keuze van de deelnemers (hoofdstuk 12) en het onderzoek en de voorwaarden voor de regelmatigheid van de offertes (hoofdstuk 13). [2]
       Titel 2 betreft de regeling van de gunning bij openbare en niet-openbare procedure. Die regeling omvat voorschriften voor de vorm en de inhoud van de offerte (hoofdstuk 1), de samenvattende opmeting en de inventaris (hoofdstuk 2), de interpretatie, fouten en leemten (hoofdstuk 3), de indiening en de opening (hoofdstuk 4), de verbetering van de offertes (hoofdstuk 5), en de gunning en de sluiting van de opdracht (hoofdstukken 6 en 7).
       Titel 3 heeft betrekking op de gunning bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en bij onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging. Daarvoor wordt voorzien in specifieke toepassingsdrempels (hoofdstuk 1) en eigen regels voor het verloop en de sluiting van de opdracht (hoofdstuk 2).
       In titel 4 wordt de regeling van de gunning bij concurrentiegerichte dialoog uitgewerkt.
       Daarnaast zijn er in titel 5 een aantal regels betreffende specifieke of aanvullende opdrachten en procedures. Zij hebben het dynamisch aankoopsysteem (hoofdstuk 1), de elektronische veiling (hoofdstuk 2), de elektronische catalogi (hoofdstuk 3) en de prijsvragen (hoofdstuk 4) tot voorwerp.
       Titel 6 betreft de procedure voor de aanvraag tot vrijstelling op grond waarvan de uitsluiting van het toepassingsgebied van titel 3 van de wet van 17 juni 2016 mogelijk is wanneer de uitgeoefende activiteiten rechtstreeks blootstaan aan mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is.
       Voorts handelen de titels 7 en 8 respectievelijk over de overheidsopdrachten van beperkte waarde en tot aanstelling van een advocaat in het kader van vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure.
       In titel 9 zijn ten slotte de eind-, opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen opgenomen.
       4.1. Het merendeel van de artikelen van het ontwerp kan worden geacht rechtsgrond te vinden in de bepalingen van de wet van 17 juni 2016 waarvan melding wordt gemaakt in het tweede lid van de aanhef van het ontwerp, zoals het om advies is voorgelegd. Het verdient wel aanbeveling om enkele van de in het voornoemde lid van de aanhef opgesomde wetsbepalingen te specificeren of te corrigeren, door te verwijzen naar de artikelen 14, § § 5 en 7, vierde lid (niet "14"), 68, § 1, eerste lid, 1°, en § 2 (niet "68"), 71, derde lid (niet "71"), 116, tweede lid (niet "116, lid 2"), en 171, eerste lid (niet: "171"). [3]
       4.2. Wat de artikelen 151 en 153, 1° en 3°, van de wet van 17 juni 2016 betreft, moet worden opgemerkt dat deze zelf geen machtiging aan de Koning bevatten, maar dat zij bepalingen uit titel 2 van de wet "betreffende opdrachten in de klassieke sectoren" van toepassing verklaren die op hun beurt een machtiging aan de Koning bevatten (namelijk de artikelen 67, § 1, tweede lid, 68, § 1, eerste lid, 1°, en § 2, 71, derde lid, 74, 75, 81, § 5, en 84, eerste lid, al ontbreekt de vermelding van die laatste bepaling in het tweede lid van de aanhef).
       4.3. De Raad van State ziet niet in welke bepalingen van het ontwerp zouden kunnen worden beschouwd als een uitvoering van de machtigingen in artikel 90, § 4, en artikel 123, § 3, van de wet van 17 juni 2016. Bij gebreke van een zodanige uitvoering dient de vermelding van deze bepalingen te worden weggelaten in het tweede lid van de aanhef.
       4.4. De opsomming van rechtsgrond biedende bepalingen in het tweede lid van de aanhef moet worden vervolledigd met de vermelding van artikel 84, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016, dat in artikel 153, 3°, van deze wet van toepassing wordt verklaard op overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen. Deze bepaling biedt rechtsgrond voor sommige onderdelen van het ontwerp die betrekking hebben op het prijs- en kostenonderzoek (b.v. artikelen 44 en 45 van het ontwerp).
       4.5. Een aantal bepalingen van het ontwerp vindt rechtsgrond in de algemene bevoegdheid om de wet uit te voeren die de Koning put uit artikel 108 van de Grondwet, gelezen in samenhang met sommige bepalingen van de wet van 17 juni 2016, waarvan er een aantal worden vermeld in het tweede lid van de aanhef, maar andere niet. Dat een beroep wordt gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid blijkt evenwel reeds uit het eerste lid van de aanhef van het ontwerp waarin wordt verwezen naar artikel 108 van de Grondwet en uit de verwijzing naar de wet van 17 juni 2016 in haar geheel. [4] De verwijzingen naar de artikelen 47, § 3, 58, § 2, 73, 108, eerste lid, 118, § 2, 1°, 124, § 2, 129, vierde lid, 137, 141, 143, 149 en 162 van de wet van 17 juni 2016 worden derhalve het best weggelaten in het tweede lid van de aanhef.
       Onderzoek van de tekst
       Aanhef
       5. Het tweede lid van de aanhef van het ontwerp moet in overeenstemming worden gebracht met hetgeen is opgemerkt met betrekking tot de rechtsgrond.
       Artikel 4
       6. In de Nederlandse tekst van artikel 4, § 1, 2°, van het ontwerp is sprake van "bijzondere of alleenrechten". In artikel 2, 3°, van de wet van 17 juni 2016 is evenwel sprake van "bijzondere of exclusieve rechten". In artikel 94, eerste lid, 2°, b), van dezelfde wet, is op zijn beurt sprake van "speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3°".
       Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde dat « [i]n plaats van "alleenrechten" [...] beter [wordt] gesproken over "exclusieve rechten", zoals in de wet. Wat de "bijzondere" rechten betreft is de situatie iets ingewikkelder. In de wet is er namelijk zowel sprake van "bijzondere rechten" (in de definities) als "speciale rechten" (artikel 94) maar telkens worden dezelfde rechten bedoeld. Het begrip wordt wellicht beter gebruikt zoals het wordt gedefinieerd in de wet ("bijzondere rechten"). Ook in de huidige wet van 2006 is sprake van "bijzondere rechten" ».
       Met dit voorstel kan worden ingestemd.
       7. Artikel 4, § 3, van het ontwerp, bepaalt dat "alleen de artikelen 7 en 8 van dit besluit van toepassing [zijn] op de in hoofdstuk 7 van titel 3 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde". Deze bepaling moet worden aangevuld met artikel 122 van het ontwerp, dat eveneens van toepassing is op de betrokken overheidsopdrachten van beperkte waarde. [5]
       8. De gemachtigde verklaarde :
       « En vérifiant les renvois, on a constaté les erreurs suivantes :
       - Article 4, § 2, 1° : remplacer la référence à l'article 21 par une référence à l'article 22 (en néerlandais uniquement);
       - Article 4, § 2, 3° : remplacer la référence à l'article 58 par une référence à l'article 59 (en français uniquement);
       - Article 4, § 4 : remplacer la référence à l'article 125 par une référence à l'article 123 (en français et en néerlandais) ».
       Met deze wijzigingen kan worden ingestemd.
       Artikel 5
       9. Artikel 5 van het ontwerp bevat diverse foutieve verwijzingen.
       Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde :
       « Dans la version française, l'article 43, §§ 2, 4 et 6 doit en effet être remplacé par l'article 45, §§ 2, 4 et 6.
       Le renvoi vers l'article 38 ne devrait viser que l'alinéa 1er de cette disposition (dans les deux langues). Le renvoi vers l'article 92 est erroné et doit être enlevé.
       Il en résulte que les renvois suivants seraient plus justes :
       « Conformément aux articles 34, 38, alinéa 1er, 41, 45, §§ 2, 4 et 6, 48, § 1er, alinéa 3, 52, § 1er, 59, 62, § 3, 63, alinéas 2 et 3, 65, alinéa 1er, 71, 75, § 4, alinéa 3, 77, alinéa 1er, 79 et 83, alinéa 1er, il peut être dérogé aux dispositions y mentionnées »
       "Overeenkomstig de artikelen 34, 38, eerste lid, 41, 45, §§ 2, 4 en 6, 48, § 1, derde lid, 52, § 1, 59, 62, § 3, 63, tweede en derde lid, 65, eerste lid, 71, 75, § 4, derde lid, 77, eerste lid, 79 en 83, eerste lid mag afgeweken worden van de aldaar bedoelde bepalingen...". »
       Met deze voorstellen, waarbij tevens de verwijzing naar artikel 41, § 1, wordt vervangen door een verwijzing naar het gehele artikel 41 en een verwijzing naar artikel 71 wordt toegevoegd, kan worden ingestemd.
       10. Het verdient aanbeveling om in artikel 5 van het ontwerp te verduidelijken wat de sanctie is indien vooraan in het bestek geen melding wordt gemaakt van de lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken. [6]
       Artikel 9
       11. In het reeds eerder vermelde advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op :
       « 16. In artikel 8, § 3, van het ontwerp, wordt melding gemaakt van "de ter zake bevoegde federale overheidsdienst". Aan de gemachtigde werd gevraagd of de beoogde overheidsdienst nog moet worden aangeduid en in welke normatieve tekst dit zal gebeuren. De gemachtigde antwoordde :
       "Dit kan reeds gebeuren in het ontwerp van koninklijk besluit dat voor advies aan de Raad van State is voorgelegd. Ondertussen is immers gekend welke de ter zake bevoegde federale overheidsdienst is. Het betreft de (nog op te richten) federale overheidsdienst "Beleid en Ondersteuning" (afgekort FOD BOSA). Binnen de federale overheid loopt thans een optimaliseringsproject (redesign). Eind vorig jaar heeft de Regering in het kader van dit project beslist om een aantal (horizontale) federale diensten te integreren (de diensten van de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Budget en Beheerscontrole, Fedict, Selor en Empreva). In de komende weken zal de FOD BOSA formeel worden opgericht en haar werking opstarten. Daarmee is dan ook duidelijk dat de FOD BOSA zal worden opgericht vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten (en de publicatie van het ontwerp van KB dat ter advies voorligt). Zodoende kan al melding worden gemaakt van deze FOD BOSA in het ontwerp."
       Rekening houdend met deze toelichting dient de redactie van artikel 8, § 3, van het ontwerp, te worden aangepast op de wijze zoals aangegeven door de gemachtigde. Een gelijkaardige opmerking kan worden gemaakt met betrekking tot het begrip 'bevoegde federale overheidsdienst' in de artikelen 10, tweede lid, 23, § 2, eerste lid, en 127 van het ontwerp. »
       Hoewel in artikel 10, eerste lid, van het ontwerp uitdrukkelijk wordt verwezen naar de "Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning", is in artikel 9, § 3, van het ontwerp nog steeds sprake van "de ter zake bevoegde federale overheidsdienst". Ook in artikel 11, tweede lid, van het ontwerp is sprake van "de bevoegde federale overheidsdienst".
       De gemachtigde bevestigde dat dit in beide gevallen op een vergissing berust :
       « Ook in artikel 9, § 3, moet verwezen worden naar de FOD BOSA die op dit vlak bevoegd is. Hetzelfde geldt voor artikel 11, tweede lid, van het ontwerp. ».
       Artikel 10
       12. In de Nederlandse tekst van het ontwerp moeten in artikel 10, eerste lid, de woorden "ter zake" voor "Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning" worden weggelaten.
       Artikel 30
       13. In artikel 30, tweede lid, van het ontwerp, dat deel uitmaakt van afdeling 4 van hoofdstuk 3 van titel 1 van het ontwerp, die de "Belgische bekendmaking" betreft, wordt bepaald dat de aanbestedende entiteit de geldigheidsduur van het kwalificatiesysteem verduidelijkt in de aankondiging betreffende het bestaan van dit systeem en dat zij elke wijziging van deze duur "betekent aan het Publicatieblad van de Europese Unie en aan het Bulletin der Aanbestedingen ».
       Gevraagd om een nadere toelichting omtrent de rol van het Publicatieblad van de Europese Unie verklaarde de gemachtigde :
       « In het tweede lid is vermeld dat elke wijziging van de geldigheidsduur betekend moet worden aan het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie. Er is zodoende steeds een kennisgeving vereist op het Europees niveau, ook wanneer het kwalificatiesysteem uitsluitend gebruikt zou worden voor de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking, maar deze "Europese" kennisgeving gebeurt de facto via de diensten van het Bulletin der Aanbestedingen. Deze aanpak ligt in lijn met artikel 43, 2°, van het koninklijk besluit van 16 juli 2012, dat verduidelijkt dat de opdrachten onderworpen aan de Belgische bekendmaking in mededinging kunnen worden gesteld via een aankondiging betreffende het bestaan van een kwalificatiesysteem. Dit laatste systeem moet dan wel ingevoerd zijn overeenkomstig artikel 40, dus overeenkomstig de regels die ter zake gelden voor de Europese bekendmaking. ».
       Het ontwerp lijkt op dit punt baat te hebben bij een verduidelijking. Minstens is het raadzaam om desbetreffend een en ander toe te lichten in het verslag aan de Koning.
       Artikel 34
       14. Artikel 34 bepaalt dat "[b]ehoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten [...] de prijzen in de offerte in euro [worden] uitgedrukt en [...] het totale offertebedrag voluit [wordt] geschreven".
       Ondervraagd omtrent de noodzaak van een regeling inzake de conversie van en naar de euro (zoals bijvoorbeeld inzake het tijdstip dat als basis wordt genomen voor de toepasselijke wisselkoersen) verklaarde de gemachtigde :
       « Les prix devant être en principe énoncés en euros dans l'offre, il n'y a (en principe) pas d'intérêt à fixer les règles de conversion de la monnaie. Lorsque les documents du marché dérogent à l'utilisation obligatoire de l'euro, c'est différent. Dans ce cas, il convient de fixer les règles de conversion de la monnaie dans les documents du marché. Néanmoins, la question se pose si une dérogation à l'utilisation de l'euro a beaucoup d'utilité. La possibilité de dérogation porte surtout sur le fait de mettre le montant de l'offre en toutes lettres. »
       Artikel 34 bepaalt bovendien strikt genomen dat niet alleen "het totale offertebedrag voluit [wordt] geschreven", maar ook dat "[h]etzelfde geldt voor de eenheidsprijzen". De gemachtigde verklaarde hieromtrent :
       « En effet, la rédaction de l'article 34 laisse penser que le prix exprimé en toutes lettres est également d'application pour les prix unitaires. Ce n'est pas le but de l'article. De cette manière, la disposition serait trop contraignante. Pour ne pas induire en erreur, il pourrait être envisagé tout simplement de ne pas aborder cette problématique de manière expresse dans le projet (il existe déjà une possibilité de dérogation pour l'indication en toutes lettres du montant total). »
       Gelet op de geciteerde antwoorden stelde de gemachtigde voor om artikel 34 van het ontwerp als volgt aan te passen :
       « Art. 34. Les prix sont énoncés dans l'offre en euros.
       Sauf disposition contraire dans les documents du marché, le montant total de l'offre est exprimé en toutes lettres. »
       Met dit tekstvoorstel kan worden ingestemd, met dien verstande dat de verwijzing naar artikel 34, in artikel 5 van het ontwerp, in dat geval moet worden vervangen door een verwijzing naar artikel 34, tweede lid.
       Artikel 46
       15. In artikel 46, eerste lid, van het ontwerp, moet de verwijzing naar "de artikelen 43 of 44" worden vervangen door een verwijzing naar "de artikelen 44 of 45".
       Artikel 48
       16. Aan het begin van het eerste lid van artikel 48 van het ontwerp lijkt de aanduiding " § 1." te ontbreken.
       Titel 1, hoofdstuk 11
       17. Titel 1 van het ontwerp bevat geen hoofdstuk 10. Hoofdstuk 11 van titel 1 (artikelen 60 tot 65) dient bijgevolg hoofdstuk 10 te worden. Ook de hoofdstukken 12 en 13 dienen te worden hernummerd.
       Artikel 62
       18. In de Nederlandse tekst van het ontwerp moet de aanduiding "Art. 61. § 1" worden vervangen door "Art. 62. § 1".
       Artikel 66
       19. Artikel 66, 2°, van het ontwerp, bepaalt dat de aanbestedende entiteit in bepaalde gevallen "van elke rechtspersoon die een aanvraag tot deelneming of een offerte heeft ingediend de voorlegging [kan] eisen van zijn statuten of vennootschapsakten, evenals van elke wijziging van de inlichtingen betreffende zijn bestuurders of zaakvoerders, voor zover het documenten en inlichtingen betreft die niet met toepassing van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, kunnen worden verkregen."
       De voornoemde wet van 16 januari 2003 werd echter opgeheven bij de wet van 17 juli 2013 « houdende invoeging van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht », die op 9 mei 2014 in werking is getreden.
       De verwijzing naar de wet van 16 januari 2003 dient bijgevolg te worden vervangen door een verwijzing naar de relevante bepalingen in het Wetboek van economisch recht.
       Artikelen 68 en 69
       20. In de Nederlandse tekst van de artikelen 68 en 69 van het ontwerp moeten de woorden "het koninklijk besluit plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017" worden vervangen door de woorden "het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017".
       Artikel 71
       21. De gemachtigde verklaarde dat de verwijzing naar "de artikelen 66 tot 70 en 73 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" moet worden vervangen door een verwijzing naar de artikelen 65 tot 69 en 72 van dat besluit.
       Tevens dient de datum van het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" (18 april 2017) te worden vermeld.
       Artikel 72
       22. De gemachtigde verklaarde dat in artikel 72, §§ 2, 3 en 4, van het ontwerp, de verwijzing naar "artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 11°" van de wet van 17 juni 2016 moet worden vervangen door een verwijzing naar "artikel 124, § 1, 4°, 5°, 6°, en 8°" van die wet. Daarmee kan worden ingestemd.
       23. Artikel 72, § 5, van het ontwerp, dient te worden aangevuld met de woorden "van de wet".
       Artikel 73
       24. De Nederlandse tekst van artikel 73, § 1, eerste lid, van het ontwerp, is zeer moeilijk leesbaar. Met het oog op de rechtszekerheid en de transparantie van de regelgeving is het raadzaam om deze bepaling aan een bijkomend redactioneel nazicht te onderwerpen. Artikel 73, § 2, eerste lid, van het ontwerp, bevat een gelijkaardige regeling en is enigszins duidelijker.
       25. Artikel 73, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van het ontwerp, bevatten een beperking waardoor "de ondernemers slechts beroep [kunnen] doen op de draagkracht van andere entiteiten, voor zover deze laatste zelf de werken zullen uitvoeren of de diensten zullen presteren waarvoor deze draagkracht nodig is".
       Deze bepaling vormt een beperking op het recht om beroep te doen op de draagkracht van andere entiteiten "ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten". Deze beperking lijkt geen aanknopingspunt te vinden in artikel 79 van Richtlijn 2014/25/EU.
       De auteur van het ontwerp dient deze bepalingen aan een bijkomend onderzoek te onderwerpen in het licht van artikel 79 van Richtlijn 2014/25/EU. In voorkomend geval dient een verantwoording over de verenigbaarheid met deze richtlijnbepaling in het verslag aan de Koning te worden opgenomen.
       Artikel 86
       26. In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op :
       « 67. In de Nederlandse tekst van artikel 87, § 2, eerste lid, van het ontwerp, komt geen zinsnede voor die overeenstemt met de zinsnede ", afin de les départager," in de Franse tekst van die bepaling. Deze discordantie moet worden weggewerkt. »
       Dezelfde opmerking kan worden gemaakt ten aanzien van artikel 86 van het ontwerp. Ondervraagd over het gegeven dat met de geciteerde opmerking ogenschijnlijk geen rekening was gehouden in het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 verklaarde de gemachtigde :
       « Inderdaad. Dit moet ons zijn ontgaan. De Nederlandse versie wordt wellicht beter aangepast als volgt :
       "Wanneer verscheidene regelmatige offertes in gelijke mate als economisch meest voordelige worden beschouwd, vraagt de aanbestedende entiteit de inschrijvers in kwestie, om ze van elkaar te kunnen onderscheiden, met het oog een beslissing schriftelijke prijsverminderingen of verbeteringsvoorstellen voor hun offerte in te dienen". »
       Artikel 93
       27. In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op :
       « 68. In de onderscheiden leden van artikel 88 van het ontwerp wordt in de Franse tekst melding gemaakt van het woord "notification". In de Nederlandse tekst wordt telkens melding gemaakt van de term "betekening". Overeenkomstig artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het begrip "betekening" evenwel uitsluitend gebruikt voor gerechtsdeurwaardersexploten, terwijl voor poststukken de term "kennisgeving" moet worden gebruikt. Vraag is derhalve of in de Nederlandse tekst van de verschillende leden van artikel 88 van het ontwerp niet telkens beter melding wordt gemaakt van het begrip "kennisgeving".
       Dezelfde vraag rijst ten aanzien van de Nederlandse tekst van artikel 95, 2°, van het ontwerp. »
       Het actueel voorliggende ontwerp houdt in grote mate rekening met deze opmerking. In artikel 93, 2°, van het ontwerp is echter sprake van zowel "kennisgeving" als van "betekening". Het is aangewezen om telkens het begrip "kennisgeving" te gebruiken. Het begrip "betekening" refereert trouwens veeleer aan de afgifte van een afschrift van een akte van rechtspleging bij gerechtsdeurwaardersexploot. [7]
       Artikel 109
       28. In artikel 109 van het ontwerp moet de verwijzing naar artikel 127 worden vervangen door een verwijzing naar artikel 128.
       Artikel 121
       29. Artikel 121, § 2, van het ontwerp, stemt goeddeels overeen met artikel 34, lid 2, van Richtlijn 2014/25/EU. Deze bepalingen bevatten elementen die bij de beoordeling van een aanvraag tot vrijstelling worden betrokken. Deze beslissing inzake de vrijstelling wordt echter genomen door de Europese Commissie, die rekening dient te houden met de artikelen 34 en 35 van Richtlijn 2014/25/EU. Hoewel het opnemen van de beoordelingselementen in artikel 121, § 2, van het ontwerp, een informatieve waarde kan hebben voor de betrokken aanbestedende entiteit, heeft deze bepaling als dusdanig geen normatieve waarde en dient deze uit het ontwerp te worden weggelaten.
       Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor artikel 121, § 3, en bijlage 11 bij het ontwerp, die overeenstemmen met respectievelijk artikel 34, lid 3, en bijlage III bij Richtlijn 2014/25/EU.
       Artikel 123
       30. In advies 60.903/1 merkte de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op :
       « 83. In het opschrift van titel 7 en in artikel 126 van het ontwerp, dienen de woorden "procedure in rechte" te worden vervangen door het woord "procedure". Uit artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b) (niet : "artikel 28, § 1, 4°, a) en b)"), van de wet van 17 juni 2016,
       blijkt immers dat de in die wetsbepaling en de in artikel 126 van het ontwerp beoogde overheidsopdrachten (niet : "opdrachten") niet noodzakelijk op een procedure voor een rechterlijke instantie betrekking hoeven te hebben. »
       Hoewel het opschrift van titel 8 rekening houdt met de geciteerde opmerking, wordt in artikel 123 van het ontwerp nog steeds verwezen naar "een procedure in rechte". Ook de redactie van artikel 123 moet bijgevolg worden aangepast.
       Artikel 128
       31. Er moet worden verwezen naar de artikelen 126 en 127 in plaats van naar de artikelen 128 en 129. Tevens moet de discordantie tussen de Nederlandse en de Franse tekst ("artikelen 128 of 129" en "articles 128 et 129") worden weggewerkt.
       Artikel 131
       32. De verwijzingen naar de artikelen 15, § 1, eerste lid, en 74, § 2, van de wet van 17 juni 2016, in de inleidende zin van artikel 131 van het ontwerp moeten worden vervangen door verwijzingen naar de artikelen 14, § 1, eerste lid, en 73, § 2, van de voornoemde wet.
       Artikel 132
       33. Artikel 132 van het ontwerp bevat een interne tegenstrijdigheid omtrent de bepaling die niet op 30 juni 2017, maar op 1 mei 2018 in werking treedt (artikel 124 dan wel 126). Deze inconsistentie verschilt bovendien naargelang de taalversie van de bepaling.
       Hieromtrent ondervraagd verklaarde de gemachtigde :
       « Wat artikel 132 betreft is het de bedoeling dat het besluit in werking treedt op 30 juni 2017. De regel is echter anders wat de bepaling betreft omtrent de vraag tot toegang tot Telemarc (art. 124). Deze laatste bepaling treedt slechts in werking op 1 mei 2018.
       Artikel 132 hoort dan ook te luiden als volgt :
       « Art. 132. Dit besluit, met uitzondering van artikel 124, treedt in werking op 30 juni 2017.
       Artikel 124 treedt in werking op 1 mei 2018." ».
       
       De griffier,
       Wim Geurts
       De voorzitter,
       Marnix Van Damme
       
       ---------------
       
       [1] Adv. RvS 60.903/1 van 13 maart 2017 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017.
       [2] Titel 1 van het ontwerp bevat geen hoofdstuk 10.
       [3] Wat de laatste van die aanpassingen betreft, zij erop gewezen dat het ontwerp geen bepalingen bevat ter uitvoering van de machtiging in artikel 171, derde lid, van de wet van 17 juni 2016 om bepalingen van die wet zelf op te heffen, aan te vullen, te wijzigen of te vervangen om te voorzien in de omzetting van niet-verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de internationale akten die genomen werden krachtens dit Verdrag en die betrekking hebben op de overheidsopdrachten en de opdrachten voor werken, leveringen en diensten bedoeld in die wet.
       [4] Zie ook Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbeveling nr. 23.1, d), te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be).
       [5] Vgl. ook met artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit "plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren" van 18 april 2017 : "Overeenkomstig artikel 92 van de wet zijn alleen de artikelen 6, 7 en 124 van dit besluit van toepassing op de in hoofdstuk 7 van titel 2 van de wet bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde."
       [6] Ter vergelijking kan gewezen worden op artikel 9, § 4, van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 "tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken", waarbij weliswaar enkel de miskenning van de bijzondere motiveringsplicht wordt gesanctioneerd.
       [7] Zie artikel 32, 1°, Ger.W.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie