J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/02/09/2017010769/justel

Titel
9 FEBRUARI 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 22-02-2017 nummer :   2017010769 bladzijde : 28885   BEELD
Dossiernummer : 2017-02-09/10
Inwerkingtreding : 04-03-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, gewijzigd door de besluiten van 31 oktober 2008, 17 augustus 2013 en 4 april 2014 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 10°, worden de woorden "en rekening houdend met een winst op investeringen in hoofde van de investeerders dewelke een rendabiliteit van de geïnvesteerde kapitalen ten belope van 12 % nastreeft" opgeheven;
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een 13° luidende als volgt :
  " 13° " Nemo " : een beheerder van de Belgische elektriciteitsmarkt aangesteld met toepassing van Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer. ".

  Art. 2. In artikel 14, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd door de besluiten van 5 oktober 2005, 31 oktober 2008, 21 december 2012 en 4 april 2014 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het tweede lid, 1° bis worden de woorden "na 1 mei 2014" vervangen door de woorden "vanaf 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016";
  2° In hetzelfde tweede lid wordt 1° ter ingevoegd, luidende als volgt :
  "1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule :
  minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)],
  waarin :
  - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan :
  a) 129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
  b) 124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
  c) een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in a) en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie;
  - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10;
  - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit;
  - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd;
  3° Het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "Deze aankoopverplichting van groenestroomcertificaten begint bij de inwerkingstelling van de productie-installatie voor een periode van tien jaar. In afwijking van het voorgaande, voor elektriciteit geproduceerd uit offshore windenergie, geldt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten gedurende de volgende periodes :
  1° twintig jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° en 1° bis bedoelde installaties;
  2° negentien jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° ter bedoelde installaties.";
  4° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via offshore windenergie, tegen minimumprijzen zoals bepaald in het tweede lid, 1°, 1° bis en 1° ter, maakt het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder dat, wanneer het van toepassing is, uitdrukkelijk melding maakt van de toepasselijke LCOE. Dit contract wordt, op voorstel van de netbeheerder, ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.".

  Art. 3. In artikel 14, van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2014, opgeheven.

  Art. 4. In artikel 14, van hetzelfde besluit wordt een nieuwe paragraaf 1ter/1 ingevoegd, luidende als volgt :
  " § 1ter/1. Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan.
  Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen :
  1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close;
  2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close,
  alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit.
  Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
  De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs.
  Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter.

  Art. 5. In artikel 14, van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2014, vervangen als volgt :
  " § 1quater. Voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° bis en 1° ter, wordt de LCOE, desgevallend, verhoogd met een bedrag bepaald door of krachtens artikel 7, § 2 van de wet."

  Art. 6. In artikel 14, § 1quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2014 worden de woorden " na 1 mei 2014 " vervangen door de woorden " van 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016 ".

  Art. 7. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt een nieuwe paragraaf 1quinquies/1 ingevoegd, luidende als volgt :
  " § 1quinquies/1. In afwijking van § 1, tweede lid, 1° ter wordt voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close na 1 mei 2016 plaatsvindt, de minimumprijs voor de aankoop van een groenestroomcertificaat vastgelegd op 0 euro wanneer de productie plaatsvindt :
  1° op een ogenblik waarop het onevenwichtstarief van toepassing op een positief onevenwicht gelijk is aan of lager is dan -20 euro/MWh; of
  2° wanneer de day ahead-prijs van een Nemo lager is dan 0 euro/MWh gedurende minimum 6 opeenvolgende uren en dit voor de volledige periode die in beschouwing wordt genomen.
  De minimumprijs voor de aankoop van 0 euro bij toepassing van het eerste lid, 1° is slechts van toepassing gedurende de eerste 288 kwarturen, in hetzelfde kalenderjaar, tijdens dewelke het onevenwichtstarief voor een positief onevenwicht gelijk is aan of lager is dan -20 euro/MWh en waarvan de periodes worden afgetrokken waarin, in hetzelfde kalenderjaar, de minimumprijs van 0 euro wordt gehanteerd bij toepassing van het eerste lid, 2°. ".

  Art. 8. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1sexies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 april 2014, als volgt vervangen :
  " § 1sexies. Nadat ze de volledige gegevens van de houder van de domeinconcessie en de netbeheerder heeft ontvangen, berekent de commissie conform §§ 1 tot 1quinquies/1 de minimumprijs voor de aankoop van elk groenestroomcertificaat van toepassing op elk voor de betreffende maand toegekend groenestroomcertificaat. De commissie publiceert op haar website voormelde minimumprijs uiterlijk op de tiende dag na de toekenning van de groenestroomcertificaten.
  Met het oog op de correcte toepassing van het tweede lid van paragraaf 1quinquies/1 wordt de minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten die op het ogenblik van de toekenning ervan was vast gelegd op 0 euro, desgevallend, door de commissie aangepast. De commissie stelt de houder van de betreffende concessie in kennis van deze aanpassing.".

  Art. 9. Niettegenstaande iedere andersluidende bepaling van het contract bedoeld in artikel 14, § 1, vierde lid van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, is de formule van de minimumprijs opgenomen in artikel 14, § 1, tweede lid, 1° ter van hetzelfde besluit van rechtswege van toepassing op de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt waarvan de financial close heeft plaatsgevonden vanaf 1 mei 2016, en waarvoor de commissie de LCOE heeft aangepast door toepassing van artikel 14, § 1ter van voornoemd koninklijk besluit, zoals van kracht op het moment van haar beslissing.

  Art. 10. De minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 9 februari 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Energie,
M.C. MARGHEM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, artikel 7, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 maart 2003, 22 december 2008, 29 maart 2012, 27 december 2012, 28 juni 2013, 26 december 2013 en van 21 juli 2016;
   Gelet op het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;
   Gelet op het voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 15 januari 2016;
   Gelet op de regelgevingsimpactanalyse van 16 februari 2016;
   Gelet op het nieuwe voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 17 juni 2016, verzocht per brief van de Minister van Energie van 9 juni 2016;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 juni 2016;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 29 juni 2016;
   Gelet op het advies 59.834/1/V van de Raad van State, gegeven op 29 augustus 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het nieuwe voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 20 oktober 2016, verzocht per brief van de Minister van Energie van 12 oktober 2016;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 november 2016;
   Gelet op het overleg met de gewestregeringen van 14 december 2016;
   Gelet op het advies 60.525/3 van de Raad van State, gegeven op 27 december 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende dat de Europese Commissie krachtens artikel 108, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte dient te worden gebracht om haar opmerkingen te kunnen maken en dat de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering mogen worden gebracht voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid;
   Overwegende dat het gewijzigde steunregime, alsook de individuele steun voorzien voor de individuele projecten Norther en Rentel, zoals opgenomen in onderhavig besluit, door de Belgische overheid formeel werd aangemeld bij de Europese Commissie op 6 juli 2016;
   Overwegende dat de Europese Commissie op 8 december 2016 in dat verband een besluit genomen heeft met als titel `"State Aid SA.45867 (2016/N) - Belgium : The Belgian federal regime governing renewable energy certificates and aid to the Rentel and Norther wind farm project" ("C(2016) 8426 final");
   Overwegende dat de Europese Commissie in voornoemde beslissing van 8 december 2016 heeft geconcludeerd dat het gewijzigde steunregime, alsook de individuele steun voorzien voor de individuele projecten Norther en Rentel, zoals opgenomen in het onderhavig besluit, verenigbaar is met de interne markt overeenkomstig artikel 107, lid 3, c) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en bijgevolg in overeenstemming is met de staatssteunregels van de EU;
   Op de voordracht van de Minister van Energie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie