J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
20 JANUARI 2017. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het nationaal register voor broeikasgassen van België overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad, alsmede bepaalde elementen van de veiling overeenkomstig verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie

Bron :
KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
Publicatie : 06-02-2017 nummer :   2017010448 bladzijde : 17420       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2017-01-20/10
Inwerkingtreding : 06-02-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Het beheer van het register
Afdeling 1. - De registeradministrateur
Art. 2
Afdeling 2. - De bevoegde autoriteiten
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Werkingsmodaliteiten van het register
Afdeling 1. - Beheer van de exploitantrekeningen
Art. 4-5
Afdeling 2. - Beheer van partijrekeningen
Art. 6
Afdeling 3. - Beheer van de ESD-nalevingsrekeningen
Art. 7
Afdeling 4. - Toewijzing van emissierechten voor de periodes vanaf 2013
Art. 8
Afdeling 5. - Internationaalkredietrechttabel voor de periodes vanaf 2013
Art. 9
HOOFDSTUK 4. - Het veilen van emissierechten
Art. 10-15
HOOFDSTUK 5. - Beheer van emissierechten en Kyoto-eenheden
Art. 16-18
HOOFDSTUK 6. - Naleving
Afdeling 1. - Geverifieerde emissies van Activiteiten
Art. 19
Afdeling 2. - Inleveren van emissierechten
Art. 20
HOOFDSTUK 7. - Toegang tot de informatie van het register
Art. 21
HOOFDSTUK 8. - Opheffings- en slotbepalingen
Art. 22-26

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1. In dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder :
  1° Richtlijn : richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad;
  2° Beschikking nr. 406/2009/EG : beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenis van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen;
  3° Veilingverordening : verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig de Richtlijn;
  4° Registerverordening : verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, Beschikkingen nrs. 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie;
  5° Verordening nr. 525/2013 : verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van beschikking nr.280/2004/EG;
  6° Verordening nr. 1123/2013 : verordening (EU) nr. 1123/2013 van 8 november 2013 tot vaststelling van rechten op het gebruik van internationale kredieten overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  7° Samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energiedoelstellingen : samenwerkingsakkoord van 20 januari 2017 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de verdeling van de Belgische klimaat- en energiedoelstellingen voor de periode 2013-2020;
  8° Register : het deel van het geconsolideerd systeem van Europese registers overeenkomstig artikel 19 van de Richtlijn en artikel 10 van verordening nr. 525/2013, dat wordt beheerd door België conform de registerverordening en het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering;
  9° Emissierecht : een overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn overdraagbaar recht om, uitsluitend teneinde aan de eisen van de richtlijn te voldoen, gedurende een bepaalde periode één ton kooldioxide-equivalent uit te stoten;
  10° Kyoto-eenheid : een toegewezen eenheid (AAU), verwijderingseenheid (RMU), emissiereductie-eenheid (ERU), gecertificeerde emissiereductie (CER), tijdelijke CER (tCER) of langetermijn-CER (lCER);
  11° Jaarlijkse emissieruimte-eenheid, afgekort AEA : een deel van de jaarlijkse emissieruimte van een lidstaat ter grootte van één ton kooldioxide-equivalent conform artikel 3, paragraaf 2, en artikel 10 van beschikking nr. 406/2009/EG;
  12° Jaarlijkse emissieruimte van België : de maximaal toegestane broeikasgasemissies voor een jaar van de nalevingsperiode voor België conform artikel 3, paragraaf 2, en artikel 10 van beschikking nr. 406/2009/EG;
  13° Kredietrecht : het recht om kredieten, vermeld in artikel 5 van beschikking nr. 406/2009/EG te gebruiken teneinde te voldoen aan de verplichtingen conform artikel 3 van deze beschikking;
  14° Internationaalkredietrecht van een exploitant of vliegtuigexploitant : het recht van een exploitant of vliegtuigexploitant om kredieten, vermeld in artikel 11bis van de richtlijn, om te ruilen voor emissierechten conform de registerverordening en verordening (EU) nr. 1123/2013;
  15° Internationale kredieten : CERs, ERUs en kredieten uit projecten of andere emissiereducerende activiteiten die kunnen worden gebruikt conform artikel 11bis, lid 5, van de richtlijn;
  16° Nalevingseenheden : jaarlijkse emissieruimte-eenheden, internationale kredieten, tCERs en lCERs;
  17° Nalevingsperiode : de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020;
  18° Activiteit : een vaste technische eenheid of een vlucht waarvan de activiteiten onder het toepassingsgebied van Bijlage I van de richtlijn vallen;
  19° Partijrekening : een nationale tegoedrekening in het register gecreëerd conform de registerverordening om te voldoen aan de verplichtingen onder de richtlijn of een partijtegoedrekening onder het Protocol van Kyoto, waarvan de federale overheid de rekeninghouder is;
  20° Exploitantrekening : een exploitanttegoedrekening of vliegtuigexploitanttegoedrekening gecreëerd in het register conform de registerverordening;
  21° ESD-nalevingsrekening : de rekening geopend voor elk jaar van de nalevingsperiode waarop de centrale administrateur een hoeveelheid AEAs, gelijk aan de jaarlijkse emissieruimte van België, overdraagt uit de EU-rekening voor de totale hoeveelheid AEAs;
  22° Toewijzingstabel : de toewijzingstabel voor de vliegtuigexploitanten vanaf 2012 en de toewijzingstabel voor de exploitanten voor de periodes vanaf 2013, opgesteld conform het besluit van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10bis van de richtlijn, en goedgekeurd door de Europese Commissie, waarin de hoeveelheid toe te wijzen emissierechten wordt vermeld, alsmede de manier waarop deze emissierechten zullen worden toegewezen;
  23° Internationaalkredietrechttabel : de tabel waarin de internationaalkredietrechten van exploitanten of vliegtuigexploitanten zijn opgenomen, vastgesteld door de bevoegde autoriteit conform verordening nr. 1123/2013;
  24° Contracterende partijen : de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
  25° Bevoegde autoriteiten : de instanties aangewezen door respectievelijk het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Federale Staat conform artikel 18 van de richtlijn;
  26° Overlegcomité : het in artikel 31 van de gewone wet van 9 augustus 1980 bepaalde Comité;
  27° Nationale Klimaatcommissie : de commissie opgericht volgens artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto;
  28° Veiler : een openbaar of particulier lichaam aangewezen door België om emissierechten te veilen.

  HOOFDSTUK 2. - Het beheer van het register

  Afdeling 1. - De registeradministrateur

  Art. 2. § 1. De federale Minister, die leefmilieu binnen zijn bevoegdheden heeft, duidt de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als registeradministrateur aan.
  § 2. De registeradministrateur voert de taken uit in uitvoering van de registerverordening, onder de verantwoordelijkheid van de federale Minister die leefmilieu binnen zijn bevoegdheden heeft.
  § 3. De federale Minister, die Leefmilieu binnen zijn bevoegdheden heeft :
  1° deelt aan de Europese Commissie en aan de bevoegde autoriteiten de naam, het adres, de plaats, de postcode, het telefoonnummer, het faxnummer en het e-mailadres van de registeradministrateur mee;
  2° neemt alle nodige maatregelen en voorziet de nodige werkingsmiddelen om een goede uitvoering van de taken van de registeradministrateur te waarborgen;
  3° stelt de Nationale Klimaatcommissie, op diens verzoek, in kennis van de maatregelen die hij denkt te nemen voor het uitvoeren van de opdrachten waarmee hij krachtens dit samenwerkingsakkoord is belast.
  § 4. De registeradministrateur beheert het register conform de registerverordening en dit samenwerkingsakkoord. Daarbij kan hij een beroep doen op externe diensten zonder dat dit aanleiding geeft tot enige overdracht van taken of tot aantasting van de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten.
  § 5. De registeradministrateur voert de instructies uit van de bevoegde autoriteiten en de contracterende partijen voor de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen van de richtlijn, van de registerverordening, van het Protocol van Kyoto en de wijziging van Doha aan het Protocol van Kyoto, waar de registeradministrateur moet worden bij betrokken, conform dit samenwerkingsakkoord en het samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energiedoelstellingen.
  § 6. De registeradministrateur stelt jaarlijks, uiterlijk 30 september, een rapport op voor de Nationale Klimaatcommissie over de uitoefening van zijn taken.
  § 7. De registeradministrateur staat de Nationale Klimaatcommissie bij in het opstellen van de rapporten, vermeld in verordening nr. 525/2013, de richtlijn, en ter uitvoering van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en van het Protocol van Kyoto.

  Afdeling 2. - De bevoegde autoriteiten

  Art. 3. § 1. Elke bevoegde autoriteit duidt twee vertegenwoordigers aan voor het register, waarbij één effectief en één plaatsvervangend, en brengt de registeradministrateur schriftelijk op de hoogte van hun namen, postadressen, telefoon- en faxnummers en hun e-mailadressen. Tevens bezorgt elke bevoegde autoriteit aan de registeradministrateur alle noodzakelijke bewijsstukken ter staving van de identiteit van haar vertegenwoordigers.
  § 2. De vertegenwoordigers van een bevoegde autoriteit krijgen van deze bevoegde autoriteit het mandaat om, in hun naam, de taken vastgelegd in de registerverordening en in dit samenwerkingsakkoord aan de registeradministrateur te geven. Hiertoe bezorgen de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit aan de registeradministrateur alle informatie die deze nodig heeft om de identiteit van de vertegenwoordigers onbetwistbaar te kunnen vaststellen, met inbegrip van de inlichtingen die conform de registerverordening mogen worden geëist.
  § 3. De vertegenwoordigers van een bevoegde autoriteit zijn de formele aanspreekpunten voor de registeradministrateur voor alle kwesties van het register die betrekking hebben op deze bevoegde autoriteit en de Activiteiten die onder haar bevoegdheid vallen.
  § 4. De registeradministrateur zal vragen om verduidelijking en notificaties betreffende de uitvoering van taken gegeven door een bevoegde autoriteit beantwoorden. Dit antwoord wordt bezorgd aan de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit.
  § 5. De bevoegde autoriteit brengt elke wijziging omtrent de informatie over haar vertegenwoordigers onmiddellijk ter kennis van de registeradministrateur.

  HOOFDSTUK 3. - Werkingsmodaliteiten van het register

  Afdeling 1. - Beheer van de exploitantrekeningen

  Art. 4. § 1. De bevoegde autoriteit deelt elk verzoek tot opening van een exploitantrekening mee aan de registeradministrateur.
  De registeradministrateur geeft op zijn beurt elke aan hem gerichte vraag tot opening van een exploitantrekening conform de registerverordening door aan de betrokken bevoegde autoriteit.
  § 2. Als de bevoegde autoriteit op de hoogte is van een wijziging van de juridische entiteit van de houder van een exploitantrekening en waarvoor de bevoegde autoriteit nog geen melding heeft ontvangen van de registeradministrateur, meldt de bevoegde autoriteit deze wijziging aan de registeradministrateur.
  § 3. Elke wijzigingsaanvraag gericht aan de registeradministrateur van de juridische entiteit van de houder van een exploitantrekening conform de registerverordening wordt ter goedkeuring aan de bevoegde autoriteit bezorgd.
  Uiterlijk tien werkdagen na verzending van deze aanvraag bezorgt de bevoegde autoriteit de goedkeuring of een gemotiveerde afwijzing van de wijzigingsaanvraag aan de registeradministrateur. In afwachting van het antwoord van de bevoegde autoriteit neemt de registeradministrateur de tijdelijke maatregelen die hij nodig acht.

  Art. 5. § 1. Binnen de tien werkdagen nadat de registeradministrateur door een exploitant of vliegtuigexploitant in kennis wordt gebracht van stopzetting van een Activiteit brengt de registeradministrateur de betrokken bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte.
  § 2. Binnen de tien werkdagen nadat een bevoegde autoriteit kennis heeft genomen van een volledige stopzetting van een Activiteit, brengt de bevoegde autoriteit de registeradministrateur hiervan op de hoogte.
  § 3. De registeradministrateur brengt na ontvangst van de kennisgeving van volledige stopzetting van een Activiteit door de bevoegde autoriteit de exploitant op de hoogte, met de bevoegde autoriteit in kopie, dat de rekening zal afgesloten worden, en met het verzoek om een rekening aan te duiden voor de eventuele overblijvende rechten op de rekening.
  Uiterlijk tien werkdagen na het afsluiten van een exploitantrekening brengt de registeradministrateur de betrokken bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte.

  Afdeling 2. - Beheer van partijrekeningen

  Art. 6. § 1. De registeradministrateur rapporteert aan de Nationale Klimaatcommissie als er bijkomende partijrekeningen in het register geopend worden of als er partijrekeningen gesloten worden ten gevolge technische modaliteiten of wijzigingen van de registerverordening.
  § 2. De Nationale Klimaatcommissie kan de registeradministrateur de opdracht geven om bijkomende partijrekeningen in het register te openen of te sluiten overeenkomstig de registerverordening.
  § 3. De Nationale Klimaatcommissie zal voor elke bijkomende partijrekening, vermeld in paragraaf 2, die zij in het register wenst te openen, de werkingsmodaliteiten vastleggen. Hierbij zal de Nationale Klimaatcommissie onder meer rekening houden met de registerverordening en de technische modaliteiten van de software applicatie die gebruikt wordt voor het bijhouden van het register.

  Afdeling 3. - Beheer van de ESD-nalevingsrekeningen

  Art. 7. § 1. Conform het samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energiedoelstellingen en artikel 13, § 2, van de registerverordening wordt de registeradministrateur aangeduid als gemachtigd vertegenwoordiger van de ESD-nalevingsrekeningen.
  § 2. De registeradministrateur beheert de ESD-nalevingsrekeningen conform artikel 14 van het samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energie-doelstellingen en :
  1° registreert de hoeveelheden nalevingseenheden en kredietrechten op de ESD-nalevingsrekeningen;
  2° houdt een overzicht bij van alle transacties op de ESD-nalevingsrekeningen, uitgevoerd conform paragraaf 3, met vermelding van de opdrachtgever;
  3° bezorgt dit overzicht aan de Nationale Klimaatcommissie na elke uitgevoerde transactie.
  § 3. De registeradministrateur geeft gevolg aan elke vraag van een contracterende partij inzake transacties conform de artikelen 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 89 en 90 van de registerverordening, voor zover deze vraag betrekking heeft op nalevingseenheden of kredietrechten die toebehoren aan de contracterende partij en ze conform is met de registerverordening, met de beschikking nr. 406/2009/EG en met het samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energiedoelstellingen.
  § 4. Als de registeradministrateur van oordeel is dat een vraag om transactie in strijd is met de registerverordening, met de beschikking nr. 406/2009/EG, met het samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energiedoelstellingen of met dit samenwerkingsakkoord, meldt hij dit onmiddellijk aan de Nationale Klimaatcommissie, die binnen de 15 werkdagen een beslissing neemt.

  Afdeling 4. - Toewijzing van emissierechten voor de periodes vanaf 2013

  Art. 8. § 1. De registeradministrateur registreert voor elke Activiteit en bijbehorende exploitantrekening de bevoegde autoriteit die bevoegd is voor de toewijzing van emissierechten aan deze Activiteit conform de toewijzingstabellen voor de periodes vanaf 2013 en publiceert deze gegevens.
  § 2. Elke bevoegde autoriteit legt de aanvankelijke toewijzingstabel, alsmede elke wijziging aan de toewijzingstabel ter goedkeuring voor aan de Europese Commissie, met de registeradministrateur in kopie.
  De registeradministrateur zal deze wijzigingen aan de toewijzingstabel, na goedkeuring door de Europese Commissie, binnen de tien werkdagen uitvoeren.
  § 3. Ten laatste op de tiende werkdag van de maand februari van elk jaar bezorgt de registeradministrateur een overzicht van de meest actuele toewijzingstabel aan de bevoegde autoriteit.
  De bevoegde autoriteit bevestigt tegen de vierde laatste werkdag van de maand februari voor elke Activiteit onder zijn bevoegdheid of de toewijzing voor dat jaar al dan niet gecorrigeerd moet worden en al dan niet opgeschort moet worden.
  Na deze bevestiging, en tegen uiterlijk 28 februari van elk jaar, verleent de registeradministrateur voor elke Activiteit de hoeveelheid toegewezen emissierechten voor dat jaar.

  Afdeling 5. - Internationaalkredietrechttabel voor de periodes vanaf 2013

  Art. 9. § 1. De registeradministrateur registreert voor elke Activiteit en bijbehorende exploitantrekening de bevoegde autoriteit die bevoegd is voor de bepaling van het internationaalkredietrecht van deze Activiteit conform de internationaalkredietrechttabel voor de periodes vanaf 2013 en publiceert deze gegevens.
  § 2. Elke bevoegde autoriteit legt de aanvankelijke internationaalkredietrechttabel, alsmede elke wijziging aan de internationaalkredietrechttabel ter goedkeuring voor aan de Europese Commissie, met de registeradministrateur in kopie.
  De registeradministrateur zal de wijzigingen aan de internationaalkredietrechttabel, na goedkeuring door de Europese Commissie, binnen de tien werkdagen uitvoeren.
  § 3. Op vraag van een bevoegde autoriteit bezorgt de registeradministrateur de autoriteit de meest actuele internationaalkredietrechttabel.

  HOOFDSTUK 4. - Het veilen van emissierechten

  Art. 10. De registeradministrateur wordt aangeduid als veiler conform de registerverordening en de veilingverordening.

  Art. 11. De taken van de veiler zijn de volgende :
  1° de taken overeenkomstig de veiling- en registerverordening;
  2° de inkomsten uit het veilen van emissierechten die België toekomen, te ontvangen op een daartoe geopende rekening bij BPOST n.v. onder de vermelding "veilinginkomsten emissierechten" met rekeningnummer BE28 6792 0042 3420;
  3° er op toe te zien dat de inkomsten uit het veilen van emissierechten, na aftrek van de eventuele kost van de veilingtoezichthouder, worden doorgestort overeenkomstig het samenwerkingsakkoord verdeling klimaat- en energiedoelstellingen op de specifieke rekeningnummers van de contracterende partijen.

  Art. 12. De minister die leefmilieu of klimaat onder zijn bevoegdheden heeft, maakt onverwijld per aangetekend schrijven het specifieke rekeningnummer van zijn contracterende partij, evenals elke wijziging van dit nummer, over aan de registeradministrateur.

  Art. 13. De registeradministrateur deelt maandelijks aan de contracterende partijen en jaarlijks aan de Nationale Klimaatcommissie de veilinginkomsten mee die toekomen aan België.

  Art. 14. § 1. De voorzitter van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu treedt op als ordonnateur voor de in artikel 11 vermelde BPOST rekening overeenkomstig de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.
  § 2. De registeradministrateur wordt aangeduid als rekenplichtige voor de in artikel 11 vermelde BPOST rekening overeenkomstig de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.

  Art. 15. De Inspectie van financiën voor de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu verricht de administratieve en begrotingscontrole op de in artikel 11, 2°, vermelde rekening verrichten. Deze controle gebeurt in alle transparantie en de resultaten worden doorgestuurd naar de gewestelijke tegenhangers van de federale inspectie van financiën op hun vraag.

  HOOFDSTUK 5. - Beheer van emissierechten en Kyoto-eenheden

  Art. 16. De registeradministrateur voert elke opdracht van een bevoegde autoriteit tot overdracht vanop een partijrekening uit, voor zover de opdracht, in het kader van de richtlijn en de registerverordening onder de bevoegdheid valt van deze autoriteit en overeenkomstig de bepalingen van dit samenwerkingsakkoord.
  Bij overdracht van eventuele overschotten van een te sluiten exploitantrekening naar een partijrekening, registreert de registeradministrateur dat deze overschotten onder de bevoegdheid vallen van de bevoegde autoriteit waaronder de Activiteit van de betrokken rekening valt.

  Art. 17. § 1. De registeradministrateur voert elke opdracht van een bevoegde autoriteit tot afschrijving van emissierechten uit die onder de bevoegdheid vallen van de desbetreffende bevoegde autoriteit.
  § 2. De registeradministrateur voert elke opdracht van een contracterende partij tot annulering van Kyoto-eenheden uit die onder de bevoegdheid vallen van de desbetreffende contracterende partij.

  Art. 18. Binnen de tien werkdagen nadat een bevoegde autoriteit een beslissing genomen heeft inzake het terugstorten van te veel ontvangen emissierechten van een Activiteit en na goedkeuring van de corresponderende wijziging aan de toewijzingstabel door de Europese Commissie, brengt de bevoegde autoriteit de registeradministrateur hiervan op de hoogte.
  De registeradministrateur zal binnen de tien werkdagen na ontvangst van deze kennisneming de exploitant of vliegtuigexploitant contacteren, met de bevoegde autoriteit in kopie, met de te volgen procedure voor het terugstorten van de te veel ontvangen emissierechten.
  Uiterlijk tien werkdagen nadat de exploitant of vliegtuigexploitant de registeradministrateur op de hoogte gesteld heeft van het terugstorten van de emissierechten, brengt de registeradministrateur de betrokken bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte.

  HOOFDSTUK 6. - Naleving

  Afdeling 1. - Geverifieerde emissies van Activiteiten

  Art. 19. § 1. Ten laatste op de negende werkdag voor het einde van de maand maart van elk jaar leveren de bevoegde autoriteiten aan de registeradministrateur de cijfers van de geverifieerde emissies van het voorafgaande jaar, met inbegrip van de naam van de geaccrediteerde verificateur, voor elke Activiteit die onder haar bevoegdheid valt, gebruikmakend van het format aangeleverd door de registeradministrateur of de Europese Commissie.
  Ten laatste op de zesde werkdag voor het einde van de maand maart voert de registeradministrateur de geverifieerde emissies van het voorafgaande jaar in het register in en levert het resultaat daarvan aan de bevoegde autoriteiten ter controle.
  Ten laatste op de derde werkdag voor het einde van de maand maart bevestigen of corrigeren de bevoegde autoriteiten deze cijfers.
  Uiterlijk de laatste werkdag van de maand maart valideert de registeradministrateur de geverifieerde emissies van het voorafgaande jaar in het register.
  § 2. De registeradministrateur voert elke opdracht van een bevoegde autoriteit tot correctie van de jaarlijkse geverifieerde emissies voor een Activiteit voor een bepaald jaar uit conform de registerverordening, voor zover de opdracht een Activiteit betreft die, in het kader van de richtlijn en de registerverordening, onder de bevoegdheid valt van deze autoriteit.

  Afdeling 2. - Inleveren van emissierechten

  Art. 20. De registeradministrateur registreert jaarlijks per Activiteit de ingeleverde emissierechten en het gebruik van internationaalkredietrechten van een exploitant of vliegtuigexploitant, met inbegrip van de bevoegde autoriteit waaronder deze vallen.

  HOOFDSTUK 7. - Toegang tot de informatie van het register

  Art. 21. § 1. Alle gegevens, met inbegrip van de gegevens over de rekeninghouder en zijn gemachtigde vertegenwoordigers, van alle tegoeden van alle rekeningen en van alle uitgevoerde transacties die zich in het register bevinden, worden behalve voor de tenuitvoerlegging van de vereisten van de registerverordening, van de richtlijn of van de nationale wetgeving, als vertrouwelijk beschouwd.
  § 2. De gegevens die zich in het register bevinden mogen niet worden gebruikt noch meegedeeld aan derden zonder het voorafgaand akkoord van de betrokken rekeninghouder, behalve voor het beheren en bijhouden van die registers conform de registerverordening.
  § 3. Zonder afbreuk te doen aan paragrafen 1 en 2 bezorgt de registeradministrateur elke bevoegde autoriteit op eenvoudige vraag gegevens die zich in het register bevinden, voor zover het gegevens betreft in verband met rekeningen, rekeninghouders en Activiteiten die, in het kader van de richtlijn en de registerverordening, onder de bevoegdheid vallen van de betreffende bevoegde autoriteit .
  Deze gegevens worden geleverd in digitaal formaat rekening houdend met de technische mogelijkheden van de softwareapplicatie van het register.
  De beschikbare gegevens omvatten voor elke bevoegde autoriteit :
  1° de verleende emissierechten;
  2° een overzicht van de emissierechten en Kyoto-eenheden op de partijrekeningen;
  3° een nalevingsstatus van de Activiteiten;
  4° de informatie met betrekking tot geblokkeerde en gedeblokkeerde exploitantrekeningen;
  5° de geverifieerde emissies, ingeleverde emissierechten en gebruik van internationaalkredietrechten van een exploitant of vliegtuigexploitant per Activiteit.
  § 4. Iedere vraag van een bevoegde autoriteit naar gegevens die zich in het register bevinden, afgezien van de gegevens vermeld in paragraaf 3, wordt door de registeradministrateur voorgelegd aan de Europese Commissie.
  § 5. Iedere vraag in verband met de taken van de registeradministrateur wordt voorgelegd worden aan de Nationale Klimaatcommissie.
  § 6. De registeradministrateur zorgt ervoor dat de registratie van de opdrachten vermeld in dit samenwerkingsakkoord en in de registerverordening op een overzichtelijke wijze gearchiveerd worden zodat de informatie op een transparante wijze wordt meegedeeld.
  § 7. De registeradministrateur bezorgt de verslagen van de Europese "Registry Administrator meetings" aan de bevoegde autoriteiten.

  HOOFDSTUK 8. - Opheffings- en slotbepalingen

  Art. 22. Elk voorstel tot wijziging van dit samenwerkingsakkoord, onder meer ingevolge Europese en internationale wetgeving of ingevolge technische ontwikkelingen op het gebied van de softwareapplicatie voor het register, wordt binnen de Nationale Klimaatcommissie besproken.

  Art. 23. Dit samenwerkingsakkoord wordt voor onbepaalde duur gesloten.

  Art. 24. Eventuele geschillen onder de contracterende partijen over de interpretatie of de uitvoering van dit samenwerkingsakkoord worden in de Nationale Klimaatcommissie beslecht of, als daar geen oplossing wordt gevonden, binnen de uitgebreide Interministeriële Conferentie voor het Leefmilieu en in voorkomend geval het Overlegcomité. Wordt er geen oplossing gevonden, dan wordt het geschil voorgelegd aan een rechtscollege waarvan de leden worden aangewezen en waarvan de werkingskosten worden verdeeld overeenkomstig artikel 24 van het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto.

  Art. 25. Het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wordt opgeheven.

  Art. 26. Onderhavig samenwerkingsakkoord treedt in werking zodra de betrokken federale en gewestelijke Ministers het hebben ondertekend en na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad op aanvraag van het Centraal Secretariaat van het Overlegcomité.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Opgemaakt te Brussel op 20 januari 2017, in evenveel exemplaren als er contracterende partijen zijn.
Voor de Federale Staat :
De Eerste Minister,
Ch. MICHEL
De Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling,
M.-C. MARGHEM
De Minister van Mobiliteit,
F. BELLOT
Voor het Vlaamse Gewest :
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie,
B. TOMMELEIN
De Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGE
Voor het Waalse Gewest :
De Minister-President van Wallonië,
P. MAGNETTE
De Waalse Minister voor Plaatselijke Besturen, Stad, Huisvesting, Energie en Sportinfrastructuur,
P. FURLAN
De Waalse Minister van Begroting, Openbaar Ambt en Administratieve Vereenvoudiging,
C. LACROIX
Voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORTDe Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
C. FREMAULT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op artikel 39 van de Grondwet;
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 6, § 1, II, 1°, gewijzigd door de bijzondere wetten van 8 augustus 1988 en 16 juli 1993 en de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde staatshervorming, en artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993;
   Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikelen 4 en 42, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 16 juli 1993 en van 27 maart 2006, de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, ter uitvoering van de artikelen 118 en 123 van de Grondwet, de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof en de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 19 februari 2007 tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende het opnemen van luchtvaartactiviteiten in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap overeenkomstig Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van de Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de gemeenschap;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 20 januari 2017 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de verdeling van de Belgische klimaat- en energiedoelstellingen voor de periode 2013-2020;
   Gelet op de wet van 11 mei 1995 houdende goedkeuring van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, en Bijlagen I en II, gedaan te New York op 9 mei 1992;
   Gelet op de wet van 26 september 2001 houdende instemming met het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, en met de Bijlagen A en B, gedaan te Kyoto op 11 december 1997;
   Gelet op de ordonnantie van 19 juli 2001 houdende instemming met het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, en met de Bijlagen A en B, opgemaakt te Kyoto op 11 december 1997;
   Gelet op het decreet van 22 februari 2002 houdende instemming met het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, en met de Bijlagen A en B, opgemaakt te Kyoto op 11 december 1997;
   Gelet op het decreet van 21 maart 2002 houdende instemming met het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, en met de Bijlagen A en B, opgemaakt te Kyoto op 11 december 1997 en met de bijlagen ervan;
   Gelet op de wet van 23 april 2014 houdende instemming met de wijziging van het Protocol van Kyoto, gedaan te Doha in 8 december 2012;
   Gelet op het decreet van 14 maart 2014 houdende instemming met de wijziging van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, aangenomen in Doha op 8 december 2012;
   Gelet op het decreet van 12 maart 2015 houdende instemming met de wijziging van het Protocol van Kyoto aangenomen in Doha op 8 december 2012;
   Gelet op de ordonnantie van 23 april 2015 houdende instemming met de wijziging van het Protocol van Kyoto aangenomen in Doha op 8 december 2012;
   Gelet op het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een " Waals Kyoto Fonds " en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto;
   Gelet op het decreet van 5 april 1999 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zoals gewijzigd door het decreet van 14 februari 2014;
   Gelet op het Brusselse Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing van 2 mei 2013, artikelen 3.3.1 tot en met 3.4.2;
   Overwegende de beschikking 2002/358/EG van de Raad van 25 april 2002 betreffende de goedkeuring, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de gezamenlijke nakoming van de in dat kader aangegane verplichtingen;
   Overwegende de richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad, artikelen 10, 18, 19 en 20;
   Overwegende de verordening (EU) n° 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van beschikking nr. 280/2004/EG;
   Overwegende de verordening (EU) n° 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, beschikkingen nrs. 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie;
   Overwegende de verordening (EU) n° 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap;
   Overwegende de beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen;
   Overwegende de beslissing van de Uitgebreide Interministeriële Conferentie voor het Leefmilieu van 13 mei 2004 betreffende het opzetten van een register, waarbij de verantwoordelijkheid voor het houden van het register wordt toevertrouwd aan de federale Minister voor Leefmilieu en waarbij hem meer bepaald wordt opgelegd de onderrichtingen van de bevoegde gewestelijke overheden aangaande de rekeningverrichtingen uit te voeren, het register toegankelijk te maken en te zorgen voor het archiveren van de gegevens;
   Overwegende het protocolakkoord van 26 april 2013 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de Belgische deelname aan de Europese gezamenlijke aanbestedingsprocedure tot aanwijzing van een veilingplatform, een overgangsplatform en een veilingtoezichthouder;
   Overwegende de beslissing van de Nationale Klimaatcommissie van 26 april 2012 om de registeradministrateur aan te duiden als veiler;
   Overwegende de beslissing van de Nationale Klimaatcommissie van 2 oktober 2012 betreffende de modaliteiten van de rekening waarop de veilinginkomsten uit de emissiehandel kunnen toekomen, bekrachtigd door de beslissing van de Uitgebreide Interministeriële Conferentie voor het Leefmilieu van 12 oktober 2012;
   Overwegende dat die beslissing door een juridisch bindend instrument moet worden bekrachtigd, zijnde onderhavig samenwerkingsakkoord, om zowel aan de federale overheid als aan de bevoegde gewestelijke overheden de juridische zekerheid te bieden die nodig is voor verrichtingen die verband houden met het register;
   Overwegende de beslissing van het Overlegcomité van 23 december 2015 over het politiek akkoord van 4 december 2015 over de verdeling van de Belgische inspanningen met betrekking tot het Europees klimaat-energiepakket, veilingopbrengsten en internationale klimaatfinanciering;
   Overwegende dat de bevoegde autoriteiten moeten samenwerken met de registeradministrateur overeenkomstig verordening (EU) n° 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, beschikkingen nrs. 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie;
   Overwegende dat de verordening (UE) n° 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, beschikkingen nrs. 208/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie, ondanks haar directe uitvoerbaarheid, binnen de bevoegdheidsverdeling in België geen modaliteiten bevat voor de taakverdeling en uitwisseling van informatie tussen enerzijds de federale Minister van Leefmilieu, als autoriteit bevoegd voor het houden van het register en voor het uitvoeren van de taken van registeradministrateur, en anderzijds de bevoegde autoriteiten;
   Overwegende dat, om deze taakverdeling en uitwisseling van informatie uit te klaren en juridische zekerheid te creëren, het nodig is dat de Gewesten en de Federale Staat een samenwerkingsakkoord afsluiten;
   De Federale Staat, vertegenwoordigd door de Federale Regering, in de persoon van de Eerste minister, de Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling en de minister van Mobiliteit;
   Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de Minister-president, de Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie en de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;
   Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering, in de persoon van de Minister-president van Wallonië, de Minister voor Plaatselijke Besturen, Stad, Huisvesting, Energie en Sportinfrastructuur en de Minister van Begroting, Openbaar Ambt en Administratieve Vereenvoudiging;
   Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, in de persoon van de Minister-president, de Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie en de Minister van Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen;
   Komen het volgende overeen :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie