J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/2016/12/23/2016031901/justel

Titel
23 DECEMBER 2016. - Ordonnantie betreffende de gewestbelasting op de inrichtingen van toeristisch logies Zie wijziging(en)

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 06-01-2017 nummer :   2016031901 bladzijde : 509   BEELD
Dossiernummer : 2016-12-23/09
Inwerkingtreding : 06-01-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - Gewestbelasting op de inrichtingen van toeristisch logies Definities
Art. 2-13
HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen
Art. 14-15
HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen
Art. 16
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding
Art. 17-19

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK I. - Gewestbelasting op de inrichtingen van toeristisch logies Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
  1° toerist : elke persoon die in het kader van zijn privé- of beroepsactiviteiten minstens één nacht verblijft in een andere dan zijn gebruikelijke omgeving zonder er zijn woonplaats te vestigen, voor zover hij bij aanvang van zijn verblijf niet de intentie heeft om er meer dan 90 dagen ononderbroken te verblijven ;
  2° inrichting van toeristisch logies : elk op regelmatige basis of occasioneel aan toeristen tegen betaling aangeboden logies voor één of meer nachten ;
  3° kampeerterrein : de inrichting van toeristisch logies op een afgebakende ruimte in openlucht, bedoeld om het verblijf van toeristen toe te laten ;
  4° logies op het domicilie : de inrichting van toeristisch logies die maximaal 5 eenheden van logies aan toeristen aanbiedt en die wordt geëxploiteerd in het onroerend goed waarin de exploitant gedomicilieerd is ;
  5° eenheid van logies :
  - voor alle inrichtingen van toeristisch logies, met uitzondering van kampeerterreinen : een slaapkamer of een ruimte die daartoe werd ingericht ;
  - voor kampeerterreinen : de kampeerplaatsen ;
  6° exploitant : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een inrichting van toeristisch logies exploiteert of voor wiens rekening dergelijke inrichting wordt geëxploiteerd ;
  7° aanslagjaar : jaar waarvoor de belasting verschuldigd is ;
  8° tussenpersoon : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een eenheid van logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een inrichting van toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden.
  Berekening van de belasting

  Art. 3. § 1. Een belasting is verschuldigd die als volgt wordt berekend :
  - het basisbedrag is 0,0892 euro per eenheid van logies die wordt bezet door toeristen ;
  - dit basisbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal nachten dat de betrokken toeristen doorbrachten in de eenheid van logies.
  Wanneer meerdere eenheden van logies een geheel vormen dat bestemd is om in zijn geheel te worden verhuurd, worden al deze eenheden van logies onweerlegbaar vermoed bezet te zijn door de toeristen die het geheel bezetten.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het basisbedrag van de belasting voor kampeerterreinen 0,0669 euro per eenheid van logies die wordt bezet door toeristen. Dit basisbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal nachten dat de betrokken toeristen doorbrachten in de eenheid van logies.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt het basisbedrag voor logies op het domicilie verminderd tot 0,0669 euro per eenheid van logies die wordt bezet door toeristen. Dit basisbedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal nachten dat de betrokken toeristen doorbrachten in de eenheid van logies.
  Om dit verminderd basisbedrag te kunnen genieten, moet de belastingplichtige het bewijs aanbrengen dat zijn inrichting van toeristisch logies valt onder de definitie van logies op het domicilie.
  Wanneer het logies op domicilie bestaat uit meerdere eenheden van logies die een geheel vormen dat bestemd is om in zijn geheel te worden verhuurd, worden al deze eenheden van logies onweerlegbaar vermoed bezet te zijn door de toeristen die het geheel bezetten.
  § 4. Indien de eenheden van logies bezet zijn door één of meer minderjarige leden van een schoolgroep, worden deze nachten niet in rekening gebracht voor de berekening van de belasting.
  Om dit abattement te kunnen genieten, moet de belastingplichtige, als bijlage bij de ingevulde aangifte van de betrokken maand, aan de ambtenaar bedoeld in artikel 7, § 3, een attest overmaken afgeleverd door de betrokken school. Dit attest moet het betrokken aantal overnachtingen bevatten.
  Belastingplichtige

  Art. 4. De belasting is verschuldigd door de exploitant van de betrokken inrichting van toeristisch logies.
  Indien de exploitant insolvabel is, kan de eigenaar van het onroerend goed waarin de inrichting van toeristisch logies wordt uitgebaat worden aangesproken voor de betaling van de verschuldigde belasting, de eraan verbonden kosten, opcentiemen en intresten, voor zover er een samenhangend geheel van aanwijzingen is, dat redelijkerwijze doet vermoeden dat er collusie is tussen de eigenaar en de exploitant.
  Indien de exploitant niet gekend is, kan de belasting worden ingekohierd op naam van de eigenaar van het onroerend goed waarin de inrichting van toeristisch logies wordt uitgebaat.
  Vrijstelling

  Art. 5. Inrichtingen van toeristisch logies die verblijfscentra voor sociaal toerisme zijn in de zin van artikel 12 van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristisch logies, kunnen van een vrijstelling van de overeenkomstig artikel 3 berekende belasting genieten, indien zij deze vrijstelling aanvragen.
  Voorafgaande kennisgeving

  Art. 6. § 1. Wanneer een inrichting van toeristisch logies geopend wordt, dient de belastingplichtige de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de 31 dagen na de opening in kennis te stellen. Deze kennisgeving moet alle gegevens bevatten die vereist zijn voor de identificatie van de belastingplichtige en van de betrokken inrichting van toeristisch logies.
  De modaliteiten van deze kennisgeving worden bepaald door de regering.
  § 2. De belastingplichtige die een inrichting van toeristisch logies uitbaat op 1 februari 2017, dient de door de regering aangeduide ambtenaar hiervan binnen de 31 dagen kennis te geven. Deze kennisgeving moet alle gegevens bevatten die vereist zijn voor de identificatie van de belastingplichtige en van de betrokken inrichting van toeristisch logies.
  De modaliteiten van deze kennisgeving worden bepaald door de regering.
  § 3. Indien de belastingplichtige de in de voorgaande paragrafen vervatte kennisgevingen niet uitvoert binnen de daartoe voorziene termijnen, kan de daartoe door de regering aangewezen ambtenaar hem een administratieve boete van 1.000 euro opleggen per eenheid van logies van de inrichting van toeristisch logies waarvoor de kennisgeving niet heeft plaatsgevonden.
  De maandelijkse aangifte

  Art. 7. § 1. De gewestelijke fiscale administratie stelt de belastingplichtigen een maandelijks aangifteformulier ter beschikking.
  De belastingplichtigen dienen elke maand het aangifteformulier ingevuld en ondertekend terug te bezorgen aan de administratie binnen de 31 dagen te rekenen vanaf de laatste dag van de maand waarvoor de aangifte wordt ingediend. De ondertekening van het formulier mag elektronisch gebeuren.
  In afwijking van het voorgaande lid moeten de belastingplichtigen geen maandelijkse aangifte indienen voor de inrichtingen van toeristisch logies waarvoor een vrijstelling van de overeenkomstig artikel 3 berekende belasting werd toegekend bij toepassing van artikel 5.
  De modaliteiten van terbeschikkingstelling en indiening van de maandelijkse aangifte worden bepaald door de regering.
  § 2. De belastingplichtige die niet over het aangifteformulier beschikt op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarvoor een aangifte moet gedaan worden, dient dit formulier aan te vragen voor de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarvoor de aangifte moet worden gedaan.
  § 3. De regering wijst de ambtenaren aan die belast zijn met de ontvangst en het nazicht van de aangifte van de belastingplichtigen.
  Rechtzetting van de maandelijkse aangifte

  Art. 8. In geval van vergissingen of onvolledigheden in de aangifte van de belastingplichtige, gaan de ambtenaren bedoeld in artikel 7 over tot de rechtzetting van de aangifte ; de rechtzetting wordt aan de belastingplichtige ter kennis gebracht voor 1 maart van het jaar dat volgt op het aanslagjaar. Deze kennisgeving gebeurt bij een aangetekende postzending of een elektronische aangetekende zending.
  Ambtshalve heffing

  Art. 9. § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel 7 gaan ambtshalve over tot de heffing van de door de belastingplichtige verschuldigde belasting wanneer :
  1° ofwel de belastingplichtige zijn maandelijkse aangifte niet binnen de termijnen vervat in artikel 7 heeft ingediend ;
  2° ofwel de belastingplichtige de verplichtingen hem opgelegd door deze ordonnantie of in uitvoering ervan niet heeft nageleefd ;
  3° ofwel de belastingplichtige de verplichtingen hem opgelegd door de hoofdstukken III tot en met VII van titel I van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of in uitvoering van de voornoemde ordonnantie niet heeft nageleefd.
  De ambtshalve heffing wordt opgelegd op basis van het weerlegbaar vermoeden dat alle eenheden van logies waarover de betrokken inrichting van toeristisch logies beschikt bezet waren door toeristen voor alle nachten van de periode waarvoor de ambtshalve heffing wordt opgelegd.
  § 2. Alvorens over te gaan tot de ambtshalve heffing, stellen de ambtenaren de belastingplichtigen in kennis van de motieven van de ambtshalve heffing en de elementen op basis waarvan de gewestbelasting zal worden geheven. Deze kennisgeving gebeurt bij een aangetekende postzending of een elektronische aangetekende zending.
  § 3. Binnen de 31 dagen te rekenen vanaf de zevende dag volgend op de toezending van deze kennisgeving, kan de belastingplichtige zijn schriftelijke opmerkingen overmaken. De gewestbelasting mag niet worden geheven vooraleer deze termijn is verstreken.
  Wanneer de belastingplichtige ambtshalve wordt belast, komt het hem toe, in geval van betwisting, te bewijzen dat :
  - de ambtshalve heffing onjuist is of
  - er procedurefouten werden begaan in het kader van de ambtshalve heffing.
  Maandelijkse vragen om voorafbetaling

  Art. 10. § 1. De ambtenaren bedoeld in artikel 7 stellen maandelijks een vraag om voorafbetaling, gebaseerd op de gegevens vervat in de maandelijkse aangifte, ter beschikking van de persoon die de maandelijkse aangifte indiende die de administratie ontving.
  Het ter beschikking stellen van de voornoemde vraag om voorafbetaling impliceert allerminst de aanvaarding van de gegevens vervat in de betrokken maandelijkse aangifte. Een rectificatie of een ambtshalve heffing kunnen daarna nog plaatsvinden.
  § 2. Indien de volledige betaling niet gebeurt binnen de 62 dagen te rekenen vanaf de dag waarop de bestemmeling van de vraag om voorafbetaling, naar alle waarschijnlijkheid, kennis heeft gekregen van deze vraag, wordt een bedrag gelijk aan 2 procent van het niet-betaalde bedrag waarvan de voorafbetaling werd gevraagd toegevoegd aan de belasting.
  De bestemmeling wordt, tot bewijs van tegendeel, geacht kennis te hebben gekregen van deze vraag :
  - de zevende dag die volgt op de datum van verzending van deze vraag, zoals deze voorkomt op de vraag ;
  - of, in voorkomend geval, de zevende dag die volgt op de datum waarop de vraag ter beschikking werd gesteld van zijn bestemmeling door middel van een procedure die gebruik maakt van informaticatechnieken.
  § 3. De vraag om voorafbetaling wordt enkel ter beschikking gesteld van zijn bestemmeling door een procedure die gebruik maakt van de informatica-technieken.
  Inkohiering, inning en invordering

  Art. 11. § 1. De in deze ordonnantie vervatte belasting wordt per aanslagjaar ingekohierd. Een aanslagjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
  Het per aanslagjaar verschuldigd bedrag van de gewest-belasting verhoogd met de eventueel verschuldigde gemeentelijke opcentiemen wordt afgerond op de hogere cent bij inkohiering.
  § 2. De hoofdstukken III tot en met VIII van titel I van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn van toepassing op de in deze ordonnantie vervatte belasting
  § 3. Wanneer overeenkomstig artikel 6 of 12 een administratieve boete werd opgelegd, kan de persoon aan wie deze boete werd opgelegd, een bezwaar indienen binnen een termijn van 93 dagen te rekenen vanaf de zevende dag die volgt op de kennisgeving aan de belastingplichtige van de beslissing tot oplegging van de boete.
  De §§ 4 tot en met 7 van artikel 23/1 van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn van toepassing op dit bezwaar.
  Informatieplicht van de tussenpersoon

  Art. 12. De tussenpersonen moeten voor de inrichtingen van toeristisch logies die gelegen zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarvoor ze bemiddelen of promotie maken, op schriftelijk verzoek, de gegevens van de exploitant en de adresgegevens van de inrichtingen van toeristisch logies, alsook het aantal overnachtingen en het aantal tijdens het voorbije jaar geëxploiteerde eenheden van logies, meedelen aan de door de regering aangeduide ambtenaren.
  Een administratieve geldboete van 10.000 euro kan worden opgelegd aan de tussenpersoon die geen gevolg geeft aan het schriftelijke verzoek, vermeld in het vorige lid.
  Opcentiemen op de belasting op het toeristisch logies

  Art. 13. § 1. Het staat de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vrij om opcentiemen te heffen op de in deze ordonnantie vervatte belasting.
  Het belastingreglement dat deze opcentiemen vaststelt voor een bepaald aanslagjaar, moet ten laatste op 31 december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar worden aangenomen en het moet in werking treden op 1 januari van het aanslagjaar.
  § 2. De gewestelijke fiscale administratie zal instaan voor de heffing, de inkohiering, de inning en de invordering van deze opcentiemen voor zover :
  - er door deze gemeente slechts één tarief van opcentiemen wordt vastgelegd ;
  - er geen vrijstellingen of verminderingen van opcentiemen worden voorzien ;
  - het belastingreglement dat de opcentiemen voor het betrokken aanslagjaar vaststelt ten laatste werd aangenomen op 31 december van het jaar dat het aanslagjaar voorafgaat en dit belastingreglement in werking was op 1 januari van het aanslagjaar ;
  - de betrokken gemeente vóór 30 juni van het jaar voor het betreffende aanslagjaar de wens uit om van deze dienst te genieten; het uiten van deze wens, moet gebeuren door het college van burgemeester en schepenen en moet gebeuren in opvolging van een beslissing in deze zin van de gemeenteraad ;
  - de betrokken gemeente het aantal te vestigen opcentiemen doorgeeft aan de gewestelijke fiscale administratie vóór 15 januari van het betrokken aanslagjaar.
  De hierboven vermelde dienstverlening wordt kosteloos verstrekt.
  § 3. De modaliteiten van de in vorige paragraaf bedoelde dienstverlening worden vastgesteld door de regering.
  § 4. Als er met toepassing van de bepalingen van deze ordonnantie opcentiemen worden geheven, worden deze opcentiemen ingekohierd, geïnd, ingevorderd en, in voorkomend geval, terugbetaald samen met de gewestbelasting met toepassing van de procedure van toepassing op de gewestbelasting.
  De ambtenaar bevoegd voor het stellen van deze handelingen in het kader van de gewestbelasting is eveneens bevoegd voor het stellen van dezelfde handeling in het kader van de opcentiemen op de gewestbelasting.

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 14. In titel I van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt een hoofdstuk VIII ingevoegd luidende :
  "HOOFDSTUK VIII. - Fraudebestrijding
  Art. 28/1. § 1. De door de regering daartoe gemachtigde ambtenaar kan een administratieve geldboete opleggen aan elke persoon die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, een inbreuk pleegt op :
  1° de bepalingen van deze ordonnantie en de besluiten genomen ter uitvoering ervan ;
  2° de volgende bepalingen en de besluiten genomen ter uitvoering ervan :
  - de artikelen van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende de gewestbelasting ten laste van houders van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen ;
  - de artikelen van de ordonnantie van 22 december 1994 betreffende de overname van de provinciale fiscaliteit ;
  - de artikelen 40 tot en met 44 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende de afvalstoffen ;
  - de artikelen 2.3.55. tot en met 2.3.62. van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing ;
  de artikelen van de ordonnantie van 29 juli 2015 tot invoering van een kilometerheffing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zware voertuigen bedoeld of gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg, ter vervanging van het Eurovignet ;
  - de artikelen van de ordonnantie van 23 december 2016 betreffende de gewestbelasting op de inrichtingen van toeristisch logies.
  De indiening van een vrijwillig onvolledige of onjuiste aangifte wordt beschouwd als een inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.
  § 2. De beslissing waarin de voornoemde geldboete wordt opgelegd, wordt per aangetekende postzending of per elektronische aangetekende zending verstuurd aan de persoon aan wie de boete werd opgelegd.
  § 3. Voor een eerste inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden door de betrokken persoon bedraagt deze boete :
  

  
Bedrag van de ontlopen belasting (in euro) Bedrag van de boete (in euro) Montant de la taxe éludée (en euros) Montant de l'amende (en euros)
Vanaf Tot een bedrag kleiner dan  A partir de Jusqu'au montant inférieur à  
0 500 500 0 500 500
500 1000 1000 500 1000 1000
1000 2000 2000 1000 2000 2000
2000 3000 3000 2000 3000 3000
3000 5000 5000 3000 5000 5000
5000 10000 10000 5000 10000 10000
10000 - 20000 10000 - 20000

§ 4. Voor een tweede inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden, worden de bedragen opgenomen in de tabel vervat in § 3 vermenigvuldigd met 2.
  Vanaf de derde inbreuk gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden, worden de bedragen opgenomen in de tabel vervat in § 3 vermenigvuldigd met 4. ".

  Art. 15. Artikel 23/1 van dezelfde ordonnantie, ingevoerd door de ordonnantie van 18 december 2015, wordt gewijzigd als volgt :
  1° Aan de eerste paragraaf wordt een tweede zin toegevoegd luidende :
  "Ook de persoon die een administratieve geldboete opgelegd kreeg op basis van artikel 28/1 kan een schriftelijk bezwaar indienen bij de voornoemde ambtenaar.".
  2° Er wordt een paragraaf 3bis aan toegevoegd luidend :
  " § 3bis. Wanneer overeenkomstig artikel 28/1 een administratieve boete werd opgelegd, kan de persoon aan wie deze boete werd opgelegd, een bezwaar indienen binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de zevende dag die volgt op de verzending aan de belastingplichtige van de beslissing genomen met toepassing van artikel 28/1.".

  HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen

  Art. 16. § 1. In afwijking van artikel 11, § 1, eerste lid, loopt het aanslagjaar 2017 van 1 februari 2017 tot en met 31 december 2017.
  § 2. In afwijking van artikel 13, § 1, tweede lid, en § 2, staat de gewestelijke fiscale administratie voor het aanslagjaar 2017 kosteloos in voor de heffing, de inkohiering, de inning en de invordering van de gemeentelijke opcentiemen op de in deze ordonnantie vervatte belasting voor zover :
  - er door deze gemeente slechts één tarief van opcentiemen wordt vastgelegd ;
  - er geen vrijstellingen of verminderingen van opcentiemen worden voorzien ;
  - het belastingreglement dat de opcentiemen oplegt voor het aanslagjaar 2017 ten laatste op 25 januari 2017 aangenomen is en dat het in werking is getreden op 1 februari 2017 ;
  - de betrokken gemeente vóór 28 februari 2017 de wens uit om van deze dienst te genieten; het uiten van deze wens moet gebeuren door het college van burgemeester en schepenen en moet gebeuren in opvolging van een beslissing in deze zin van de gemeenteraad ;
  - de betrokken gemeente het aantal te vestigen opcentiemen doorgeeft aan de gewestelijke fiscale administratie vóór 28 februari 2017.
  De betrokken gemeente moet ten laatste op 28 februari 2017 een dossier bezorgen dat het aan de gewestelijke fiscale administratie mogelijk maakt om een eerste onderzoek te voeren om zich ervan te verzekeren dat de voorwaarden vervuld zijn op het moment van de inkohiering. De gemeente geeft in dit dossier ook de contactgegevens aan van een contactpersoon die zich ter beschikking houdt van de gewestelijke fiscale administratie tussen 9 en 18 uur gedurende alle werkdagen tussen 28 februari 2017 en 15 maart 2017 om, indien nodig, bijkomende informatie te verstrekken aan de gewestelijke fiscale administratie.
  Bovendien, en zonder dat het niet naleven van deze formaliteit kan worden ingeroepen door een belastingplichtige of een derde, moet de gemeente ten laatste op 28 februari 2017 het reglement dat de opcentiemen oplegt, meedelen aan de gewestelijke fiscale administratie alsook, in voorkomend geval, het reglement houdende de intrekking van de andere eigen belastingen op de belastbare materie van de in deze ordonnantie omschreven belasting, of van andere gelijkaardige belastingen.
  De modaliteiten van de in dit artikel bedoelde dienstverlening kunnen worden vastgesteld door de regering.

  HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

  Art. 17. Deze ordonnantie treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  In afwijking van het eerste lid, treedt § 3 van artikel 10 in werking op een datum die wordt bepaald door de regering.

  Art. 18. De in deze ordonnantie vervatte belasting is verschuldigd vanaf het aanslagjaar 2017.

  Art. 19. De artikelen 14 en 15 van deze ordonnantie zijn enkel van toepassing op inbreuken gepleegd na 1 februari 2017.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 23 december 2016.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
D. GOSUIN
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
Mevr. C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 26-01-2017 GEPUBL. OP 31-01-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 10)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Gewone zitting 2016-2017. Documenten van het Parlement. - Ontwerp van ordonnantie, A-445/1. - Verslag, A-445/2. Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 23 december 2016.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten
    Franstalige versie