J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/2016/12/23/2016031900/justel

Titel
23 DECEMBER 2016. - Ordonnantie houdende de Middelenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor het begrotingsjaar 2017
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-01-2017 en tekstbijwerking tot 14-03-2018)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 03-01-2017 nummer :   2016031900 bladzijde : 130   BEELD
Dossiernummer : 2016-12-23/08
Inwerkingtreding : 01-01-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-25
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor het begrotingsjaar 2017 :
  § 1. worden de algemene ontvangsten geraamd op : 4.251.716.000 euro, overeenkomstig Opdracht 01 van de bijgevoegde tabel.
  § 2. worden de specifieke ontvangsten geraamd op : 319.789.000 euro, overeenkomstig Opdracht 02 van de bijgevoegde tabel.
  Hetzij samen : 4.571.505.000 euro.

  Art. 3. De op 31 december 2016 bestaande belastingen ten behoeve van het Gewest worden tijdens het jaar 2017 ingevorderd volgens de wetten, ordonnanties, besluiten en tarieven die er de zetting en invordering van regelen.

  Art. 4. De Regering wordt gemachtigd om het overschot van de uitgaven op de ontvangsten van de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de begrotingsjaren 1989 tot en met 2017 door leningen te dekken.

  Art. 5. De Regering wordt gemachtigd om elke financiėle beheersverrichting in het algemeen belang van de gewestelijke thesaurie en elke beheersverrichting met betrekking tot de gewestschuld uit te voeren.

  Art. 6. De Regering wordt gemachtigd om de vervroegde terugbetaling van leningen, overeenkomstig de bepalingen van de leningovereenkomsten, de in het algemeen belang van de gewestelijke thesaurie gerealiseerde verrichtingen inzake financieel beheer en de uitgaven die voortvloeien uit verrichtingen inzake het beheer van de gewestschuld via leningen te dekken.

  Art. 7. De Regering wordt gemachtigd om rentedragende financieringsmiddelen te creėren met inbegrip van de thesauriebewijzen zoals bedoeld door de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen.

  Art. 8. In afwijking van artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, blijven alle op basis van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit van 17 juli 1991 aangestelde titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtigen van de ontvangsten (contractueel of statutair) in functie tot op het moment dat een nieuw besluit of nieuwe beslissing een einde maakt aan hun huidige aanstelling. Zij blijven hun functie eveneens uitoefenen in het geval van de creatie van nieuwe basisallocaties inzake ontvangsten die bestaande basisallocaties die zij beheren en die niet meer geschikt zijn (bv. ingevolge een foutieve economische code) vervangen of in het geval van de creatie van nieuwe basisallocaties inzake ontvangsten die toegevoegd worden aan de door de rekenplichtige beheerde bestaande basisallocaties indien deze binnen hetzelfde beheersdomein blijven. In voorkomend geval kan hiertoe een nieuw benoemingsbesluit genomen worden.
  In afwijking van artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, worden de titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtigen van de ontvangsten niet verplicht gekozen uit de ambtenaren onderworpen aan het statuut.
  De plaatsvervangende centraliserende rekenplichtige van de ontvangsten, rekenplichtige van de geschillen en rekenplichtige van de liggende gelden worden niet verplicht gekozen uit de ambtenaren van niveau A onderworpen aan het statuut.
  In afwijking van artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, kan de Minister van Financiėn, overeenkomstig artikel 16, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiėle actoren, op voordracht van de functioneel bevoegde Minister, een contractueel personeelslid van de MIVB, gedetacheerd bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (G.O.B.), aanstellen in de functie van titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtige van de ontvangsten belast met de uitvoering van de bevoegdheden inzake vervoer en openbare werken, waaronder de ontvangsten toe te wijzen aan het fonds voor uitrusting en verplaatsingen en het verkeersveiligheidsfonds, zoals bedoeld in hetzelfde artikel.
  In afwijking van artikel 69, § 1, tweede lid, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, kan de Minister van Financiėn, overeenkomstig artikel 16, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiėle actoren, op voordracht van de functioneel bevoegde Minister, een contractueel personeelslid van de MIVB, gedetacheerd bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (G.O.B.), aanstellen in de functie van titelvoerende en/of plaatsvervangende rekenplichtige van de ontvangsten belast met de uitvoering van de bevoegdheden inzake vervoer en openbare werken, waaronder de ontvangsten toe te wijzen aan het fonds voor uitrusting en verplaatsingen en het verkeersveiligheidsfonds, zoals bedoeld in hetzelfde artikel.
  In afwijking van artikel 69, § 1, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, kan de door de Minister van Financiėn en Begroting aangewezen rekenplichtige ontvangstverrichtingen voor rekening van derden uitvoeren in het kader van de door de Minister van Financiėn en Begroting gespecifieerde activiteiten, op voorwaarde dat die financiėle stromen geen budgettaire weerslag hebben en de door Brussel Financiėn en Begroting vastgestelde procedures eerbiedigen. De gedelegeerde ordonnateur voor bovenvermelde verrichtingen is de door de Minister van Financiėn en Begroting aangewezen gedelegeerde ordonnateur.

  Art. 9. In afwijking van artikel 13, § 4, 3°, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiėle beheer, wordt het ontwerp van controleverslag enkel overgemaakt aan de gecontroleerde entiteit en mag de tegensprekelijke procedure niet langer duren dan vijftien werkdagen.

  Art. 10. Het " Gewestelijk Begrotingsfonds voor Solidariteit ", opgericht door artikel 16, § 1, van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, gewijzigd door artikel 11, § 1, van de ordonnantie van 11 juli 2013, is een organiek begrotingsfonds zoals bedoeld in artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle.

  Art. 11. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 2° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende de oprichting van begrotingsfondsen, worden de aan de bedrijven gevraagde inschrijvingsgelden alsook de bijdragen van de partners zoals AWEX, FLANDERS INVESTMENT & TRADE en de federaties voor hun deelname aan promotieacties, eveneens toegewezen aan het Fonds ter bevordering van de buitenlandse handel.

  Art. 12. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 5° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende de oprichting van begrotingsfondsen, worden de ontvangsten uit de verkoop van boeken en uit de terugbetalingen van ten onrechte ontvangen subsidies in verband met stedenbouw en planning eveneens toegewezen aan het Fonds voor stedenbouw en grondbeheer.

  Art. 13. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 5° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de ontvangsten uit terugbetalingen van kosten en de verkoopopbrengsten die resulteren uit ambtshalve uitvoeringsmaatregelen, genomen in uitvoering van artikel 305 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) eveneens toegewezen aan het Fonds voor stedenbouw en grondbeheer.

  Art. 14. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 5° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de terugbetalingen door de gemeenten en OCMW's van ten onrechte ontvangen subsidies voor stadsvernieuwing eveneens toegewezen aan het Fonds voor stedenbouw en grondbeheer.

  Art. 15. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 5° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden het bedrag van de administratieve dadingen en elk ander bedrag dat het Gewest int naar aanleiding van beslissingen van hoven en rechtbanken ten laste van overtreders van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, evenals het bedrag van administratieve boetes opgelegd aan overtreders wegens misdrijven opgesomd in artikel 300 van voornoemd Wetboek, op grond van een beslissing genomen vóór 1 januari 2016, eveneens toegewezen aan het Fonds voor stedenbouw en grondbeheer.
  In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 5° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden het bedrag van de administratieve dadingen en elk ander bedrag dat het Gewest int naar aanleiding van beslissingen van hoven en rechtbanken ten laste van overtreders van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, evenals het bedrag van administratieve boetes opgelegd aan overtreders wegens misdrijven opgesomd in artikel 300 van voornoemd Wetboek, op grond van een beslissing genomen vóór 1 januari 2016, eveneens toegewezen aan het Fonds voor stedenbouw en grondbeheer.

  Art. 16. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 6°, 4de streepje, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden eveneens toegewezen aan het Fonds voor investeringen en aflossing van de schuldenlast in de sector van de sociale woningbouw : `Alle andere inkomsten inzake sociale huisvesting, met inbegrip van terugbetalingen en toevallige ontvangsten'.

  Art. 17. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 9° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de forfaitaire bijdrage van "Fost Plus" tot de financiering van het beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de preventie en het beheer van verpakkingsafval, eveneens toegewezen aan het Fonds voor de bescherming van het milieu.

  Art. 18.[1 In afwijking van artikel 8 van de ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 12° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen afkomstig van de " fees " die door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevraagd worden aan de instanties die financiėle operaties wensen aan te gaan waarvoor ze de gewestwaarborg vragen, eveneens toegewezen aan het Fonds voor het beheer van de gewestschuld.
   De waarborgfees worden binnen het Fonds voor het beheer van de gewestschuld opgenomen in een afzonderlijk compartiment.]1
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-15/31, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 15-12-2017>

  Art. 19. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 13° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de middelen afkomstig van subsidies die door Europese of internationale instellingen gestort worden aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in zijn hoedanigheid van projectleider of partner eveneens toegewezen aan het Fonds van het onroerend erfgoed.

  Art. 20. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 14°, 3de streepje, van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden eveneens toegewezen aan het Fonds openbaar beheersrecht : `Alle andere inkomsten inzake openbaar beheersrecht, met inbegrip van terugbetalingen en toevallige ontvangsten'.

  Art. 21. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 16° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden eveneens toegewezen aan het Fonds voor energiebeleid, de ontvangsten voortvloeiend uit de terugbetaling van leningen in het kader van het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE) dat geregionaliseerd is sinds de 6de Staatshervorming (opdracht 02, programma 240).

  Art. 22. In afwijking van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en van artikel 2, 21° van hoofdstuk II van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen, worden de ontvangsten ingevolge de vereffening van de vzw "Fonds voor Inspectie van Automobielen" in het kader van de 6de Staatshervorming eveneens toegewezen aan het Verkeerveiligheidsfonds.

  Art. 23. In toepassing van artikel 8 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, wordt het organiek begrotingsfonds "Fonds voor grondinvesteringen" opgericht.
  Een ontwerp van ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen zal in 2017 bij het Parlement ingediend worden teneinde het voortbestaan van het Fonds na 2017 te verzekeren.
  Aan het Fonds worden de ontvangsten toegewezen voortkomend uit de verkopen van de onroerende goederen van de Grondregie (basisallocaties 02.170.06.01.76.11, 02.170.06.02.76.12, 02.170.06.03.76.31, 02.170.06.04.76.32).

  Art. 24. Onverminderd afwijkende wettelijke of regelgevende bepalingen kan elke vordering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van een van de instellingen bedoeld in artikel 85 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, bij ontstentenis van betaling binnen de termijn die is opgelegd in het kader van de invorderingsprocedure, aanleiding geven tot een dwangbevel dat door de bevoegde ordonnateur wordt ondertekend en uitvoerbaar verklaard.
  Onverminderd afwijkende wettelijke of regelgevende bepalingen kan tegen elk dwangbevel dat wordt uitgevaardigd krachtens het vorig lid schorsend beroep worden aangetekend bij de Brusselse Hoofdstedelijke Regering binnen 60 dagen na de kennisgeving ervan.
  De Regering spreekt zich uit binnen 90 dagen na ontvangst van het beroep. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn mag het dwangbevel uitgevoerd worden. De Regering bepaalt de procedure voor het in het vorige lid bedoelde beroep.

  Art. 25. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2017.

  BIJLAGE.

  Art. N.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 03-01-2017, p. 134 )

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 23 december 2016.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiėn, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
D. GOSUIN
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
Mevr. C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 15-12-2017 GEPUBL. OP 14-03-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 18)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Gewone zitting 2016-2017. Documenten van het Parlement. - Ontwerp van ordonnantie, A-423/1. - Verslag, A-423/2. Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 23 december 2016.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie