J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/12/08/2016031863/justel

Titel
8 DECEMBER 2016. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de energieaudit van de grote ondernemingen en de energieaudit van de milieuvergunning

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 27-12-2016 nummer :   2016031863 bladzijde : 90002   BEELD
Dossiernummer : 2016-12-08/12
Inwerkingtreding : 27-12-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Art. 1
Afdeling 2. - De energieaudit van de grote ondernemingen
Art. 2-5
Afdeling 3. - De energieaudit van de milieuvergunning
Art. 6
Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 7-10
HOOFDSTUK II. - Methodologieën van energieaudit
Art. 11-13
HOOFDSTUK III. - Erkende auditors
Art. 14-18
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen
Art. 19
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 20-22
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Afdeling 1. - Definities

  Artikel 1. Definities
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Energieaudit : energieaudit in de zin van artikel 2.5.7., § 1, 3e lid van ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, (BWLKE).
  2° Energieauditor : elke natuurlijke of rechtspersoon die Beschikt over een erkenning die hem in staat stelt energieaudits uit te voeren overeenkomstig dit besluit.
  3° Gebouw : elke constructie, of gedeelte van een constructie ontworpen om gescheiden te functioneren, voorzien van een dak, een vloer en van muren of wanden.
  4° Vestiging : elke technische en geografische eenheid in de zin van artikel 11 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen die een of meerdere gebouw(en) en/of een of meerdere activiteit(en) of industriële of commerciële inrichtingen, met private of openbare diensten omvat, waarvan de ingedeelde inrichtingen worden uitgebaat door een of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen.
  5° Vestigingseenheid : de vestigingseenheid bedoeld door artikel I.2,16° van het Wetboek van economisch recht.
  6° Energieverbruik : het jaarlijkse energieverbruik uitgedrukt in eindenergie of primaire energie dat overeenkomt met de hoeveelheid energie die daadwerkelijk wordt verbruikt om te voldoen aan de verschillende behoeften die verband houden met het gebruik van de vestiging en dat kan worden geverifieerd aan de hand van meterstanden.
  7° Specifiek verbruik : verhouding van het energieverbruik, bij een gegeven klimaat en normale bezetting, tot de vloeroppervlakte van de gebouwen van de vestiging.
  8° Oppervlakte van een gebouw : vloeroppervlakte van een gebouw, namelijk, de totale som van de overdekte vloeren met een vrije hoogte van minstens 2,20 meter in alle lokalen, met uitsluiting van de lokalen gelegen onder het terreinniveau die voor parkeerplaatsen, kelders, technische voorzieningen en opslagplaatsen bestemd zijn. De vloerafmetingen worden buitenwerks gemeten tussen de onbeklede buitenwanden van de gevelmuren, en de vloeren worden geacht door te lopen, zonder rekening te houden met de onderbreking ervan door scheidingswanden en binnenmuren, of door kokers, trappenhuizen en liftschachten.
  9° Gewone terugverdientijd (GTT) : verhouding uitgedrukt in jaren tussen het brutobedrag van een investering uitgedrukt in euro (€) en het bedrag van de jaarlijkse energiewinst die deze investering meebrengt, uitgedrukt in euro (€).
  10° Grote onderneming : elke onderneming die een vestigingseenheid heeft gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met ofwel minstens 250 voltijdse equivalenten, ofwel een omzet die 50 miljoen euro overschrijdt en een jaarbalans waarvan het totaal 43 miljoen euro overschrijdt.
  11° Industriële activiteit : Activiteiten van gemechaniseerde productie met betrekking tot de vervaardiging of omvorming van roerende goederen of de exploitatie van energiebronnen.
  12° PLAGE : Plan voor Lokale Actie voor het Gebruik van Energie bedoeld in artikel 2.1.1. punt 28° van het BWLKE.
  13° Instituut : Brussels Instituut voor Milieubeheer.

  Afdeling 2. - De energieaudit van de grote ondernemingen

  Art. 2. Toepassingsgebied en uitvoering
  § 1. De grote ondernemingen voeren een energieaudit uit van hun vestigingseenheden, die zijn gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en die door een milieuvergunning zijn gedekt.
  § 2. De energieaudit van de grote ondernemingen is conforme met de bepalingen van de artikelen 7, 8 en 9.

  Art. 3. Verplichting om de energieaudit van de grote ondernemingen ten uitvoer te leggen
  Artikel 10, met betrekking tot de uitvoering van de energieaudit is van toepassing wanneer de vestigingseenheid van de grote onderneming voldoet aan de volgende criteria :
  - ze is gedekt door een van de milieuvergunningen bedoeld in artikel 6 § 1, punten a tot d;
  - ze vertoont een specifiek verbruik dat hoger is dan de grenzen van de bijlage of aan de criteria in artikel 6, § 2 a of b beantwoordt.
  De verplichting in onderhavig artikel is enkel van toepassing voor de eerste energieaudit van een grote onderneming die uitgevoerd wordt gedurende elke geldigheidsperiode van een milieuvergunning.

  Art. 4. Termijn om de verplichtingen na te komen
  Wanneer een onderneming de criteria van grote onderneming bereikt en in het toepassingsgebied van onderhavig besluit treedt, voert zij krachtens artikel 2, § 1 de energieaudit uit en maakt ze de audit aan het Instituut binnen de 6 maanden volgend op de indiening van de jaarrekeningen over.

  Art. 5. Vrijstellingen
  § 1. De grote ondernemingen zijn vrijgesteld van de verplichting om een energieaudit uit te voeren in de gevallen bepaald in artikel 2.5.7, § 2 van het BWLKE.
  § 2. De grote ondernemingen bedoeld in het 1ste streepje van artikel 2.5.7. § 2 van het BWLKE maken aan het Instituut evenwel de energieaudit over, uitgevoerd in het kader van hun managementsysteem door het in de databank in te voeren, die door het Instituut ter beschikking is gesteld.
  § 3. Onder "die onderworpen is aan de verplichting om een audit uit te voeren krachtens de wetgeving betreffende de milieuvergunningen" vermeld door het 3de streepje van artikel 2.5.7. § 2 van het BWLKE, dient verstaan te worden "een audit uitgevoerd heeft in het kader van een milieuvergunningsaanvraag bedoeld in artikel 6 van onderhavig besluit en op voorwaarde dat de audit geldig is op het moment dat de grote onderneming zich op deze vrijstelling beroept".

  Afdeling 3. - De energieaudit van de milieuvergunning

  Art. 6. Toepassingsgebied
  § 1. Elke vestiging die als een grote verbruiker beschouwd wordt, maakt onderdeel uit van een energieaudit van de milieuvergunning, in geval van aanvraag van :
  a. milieuvergunning, hernieuwing of verlenging van milieuvergunning van klasse 1A of 1B op voorwaarde dat ze geen betrekking heeft op een milieuvergunning bedoeld in punt d;
  b. milieuvergunning van klasse 1D betreffende een winkel in de zin van rubriek 90 op voorwaarde dat ze geen betrekking heeft op een milieuvergunning bedoeld in punt d;
  c. milieuvergunning, hernieuwing of verlenging van milieuvergunning van klasse 2 afkomstig van een publiekrechtelijke rechtspersoon of betreffende handelingen en werken van openbaar nut, op voorwaarde dat ze geen betrekking heeft op een milieuvergunning bedoeld in punt d;
  d. milieuvergunning ingediend bij het Instituut in overeenstemming met artikel 7bis, § 2 en § 3 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen op voorwaarde dat de wijziging de energie- of oppervlaktecriteria van de vestiging op dusdanige wijze beïnvloedt dat de vestiging in het toepassingsgebied van onderhavig besluit treedt.
  § 2. Een vestiging wordt beschouwd als grote verbruiker indien ze een van de volgende voorwaarden vervult :
  a. ze omvat een winkel bedoeld door rubriek 90 waarvan het specifieke elektriciteitseindverbruik en brandstofeindverbruik respectievelijk hoger is dan 212 kWh/m en 102 kWh/m, of waarvan het totale specifieke eindverbruik hoger is dan de grens die in de bijlage voor handelszaken vastgelegd is;
  b. haar totale primaire verbruik is hoger dan 0,1 PJ wanneer haar hoofdactiviteit een industriële activiteit is;
  c. haar vloeroppervlakte is hoger dan 3500 m en haar totale specifieke eindverbruik is hoger dan de grens van haar bestemming, vastgelegd in de bijlage, wanneer haar hoofdactiviteit niet industrieel is.
  § 3. De energieaudit maakt integraal deel uit van het aanvraagdossier van de milieuvergunning, van verlenging of de vernieuwing ervan.
  § 4. Zijn uitgesloten uit het toepassingsgebied van paragraaf 2, de gebouwen :
  a. die exclusief voor huisvesting bestemd zijn;
  b. die, omdat ze een EPB-eenheid vormen die nieuw of zwaar gerenoveerd is in de zin van artikel 2.1.1. punten 2°, 3° en 4°, van het BWLKE, deel uitmaken van een EPB-voorstel zoals bedoeld in artikel 2.2.5. van het BWLKE;
  c. onderworpen aan PLAGE in overeenstemming met artikel 2.2.22 of met artikel 2.4.3 van het BWLKE, vanaf hun inwerkingtreding;
  d. die tijdens de laatste 4 jaar van een energieaudit overeenkomstig onderhavig besluit onderdeel uitgemaakt hebben;
  e. die hoofdzakelijk door een of meer organismen bezet zijn die volgens de ISO 50.001-norm gecertificeerd zijn of die beschikken over iedere andere certificering van een energie- of miilieumanagementsysteem bedoeld in artikel 2.5.7 § 2, 1e streepje van het BWLKE.
  § 5. De organismen bedoeld in punt e van § 4 maken aan het Instituut evenwel de energieaudit over, uitgevoerd in het kader van hun managementsysteem door het in de databank, door het Instituut ter beschikking gesteld, in te voeren.

  Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 7. Inhoud
  § 1. De energieaudit is conform met een van de stramienen die door het Instituut op zijn website ter beschikking gesteld zijn.
  § 2. De stramienen bevatten op zijn minst de volgende elementen :
  1. De naam en het adres van de energieauditor, alsook zijn erkenningsnummer;
  2. De ligging en een technische beschrijving van de vestiging;
  3. Het jaarlijkse energieverbruik gemeten gedurende de laatste drie jaar, uitgedrukt in eindenergie, primaire energie en CO2;
  4. De analyse van het energieverbruik voor het verschillende gebruik in de vestiging;
  5. De vaststelling van verbeteringsmaatregelen;
  6. Voor elk van deze maatregelen :
  a. een technische beschrijving;
  b. de investeringskosten;
  c. de totale energiebesparing en per energiedrager, uitgedrukt in eindenergie, primaire energie en CO2 en in euro;
  d. de gewone terugverdientijd;
  e. de gewone terugverdientijd waarin investeringshulp en andere mogelijke belastingverminderingen zijn opgenomen;
  f. een raming van de betrouwbaarheid van de resultaten;
  7. Een actieplan met daarin de rendabele maatregelen die volgens een van de methodologieën als bedoeld in de artikelen 11, 12 of 13 vastgesteld zijn;
  8. De besparingsdoelstelling die uit het actieplan voortvloeit, uitgedrukt in eindenergie, primaire energie, in CO2, in euro en in percentage.

  Art. 8. Uitvoering en overdracht
  § 1. De energieaudit wordt uitgevoerd door een erkend energieauditor.
  § 2. Alle noodzakelijke informatie wordt aan de auditor ter beschikking gesteld.
  § 3. De energieaudit wordt gedocumenteerd door een voldoende aantal bezoeken, uitgevoerd door de auditor, zodat hij rekening kan houden met de werking van het gebouw en diens activiteiten en de eventuele nodige campagnes met maatregelen kan voeren. Een van de bezoeken verloopt in aanwezigheid van een verantwoordelijke van de technische inrichtingen of van de onderhoudsfirma.
  § 4. Alvorens het naar het Instituut verzonden wordt, stelt de energieauditor het actieplan voor aan de houder van de milieuvergunning, in aanwezigheid van een verantwoordelijke van de technische inrichtingen of van de onderhoudsfirma.
  § 5. Bij toepassing van artikel 10, medeondertekent de aanvrager van de milieuvergunning de energieaudit waarvan hij de besparingsdoelstelling aanvaardt.
  § 6. De energieaudit wordt ingevoerd in de databank die door het Instituut ter beschikking gesteld is.

  Art. 9. Geldigheid
  De energieaudit overeenkomstig onderhavig besluit is 4 jaar geldig, te rekenen vanaf de ontvangst ervan door het Instituut.

  Art. 10. Tenuitvoerlegging
  § 1. De milieuvergunning neemt de rendabele maatregelen en de besparingsdoelstelling van primaire energie die uit het actieplan van de energieaudit voortvloeien, op.
  § 2. De houder van de milieuvergunning beschikt over vier jaar om ofwel de rendabele maatregelen in te voeren, ofwel de besparingsdoelstelling van primaire energie uit te voeren die uit het actieplan van de energieaudit voortvloeien.

  HOOFDSTUK II. - Methodologieën van energieaudit

  Art. 11. Inhoud van de process methodologie
  Naast de in artikel 7 gedefinieerde inhoud, omvat de process methodologie de volgende informatie :
  1. Het totale jaarlijkse energieverbruik van de vestiging, verdeeld over het gebouw en de industriële activiteit, uitgedrukt in eindenergie, primaire energie en in CO2;
  2. Een gedetailleerde analyse van de energiestromen voorgesteld in de vorm van een tabel die de verdeling van het eindverbruik en primaire verbruik per energiegebruik weergeeft en waarbij met de volgende elementen rekening gehouden wordt :
  a. de evolutie van het soort product;
  b. de evolutie van het soort brandstof;
  c. de evolutie van de milieu-, kwaliteits- en veiligheidseisen;
  d. de evolutie van de conjunctuur op de productie-uurroosters;
  e. het gebruik van het gebouw;
  f. de productie van alternatieve of hernieuwbare energie;
  g. iedere andere impact die de energieprestaties of CO2 -prestaties van de vestiging kunnen beïnvloeden.
  3. De analyse van het energieverbruik waarin de volgende elementen opgenomen zijn :
  a. het eindverbruik en primaire verbruik per soort gebruik;
  b. een activiteitenindicator vastgesteld voor elk gebruik;
  c. een specifiek verbruik eigen aan elk gebruik.
  4. De vaststelling van alle betekenisvolle verbeteringsmaatregelen met betrekking tot :
  a. het gebouw;
  b. de activiteit, de industriële inrichtingen en de installatie voor omzetting van energie
  5. Een actieplan met daarin alle haalbare maatregelen en waarvan de gewone terugverdientijd lager dan 3 jaar is.

  Art. 12. Inhoud van de 'gemengde' methodologie
  Naast de in artikel 7 gedefinieerde inhoud, omvat de 'gemengde' methodologie de volgende informatie :
  1. Het totale jaarlijkse energieverbruik van de vestiging, verdeeld over het gebouw en de industriële activiteit, uitgedrukt in eindenergie, primaire energie en in CO2;
  2. De resultaten van een representatieve meetcampagne in de gebouwen, uitgevoerd of gevalideerd door de energieauditor;
  3. Een gedetailleerde analyse van de energiestromen voorgesteld in de vorm van een tabel die de verdeling van het verbruik per energiegebruik weergeeft en waarbij met de volgende elementen rekening gehouden wordt :
  a. de industriële activiteit;
  b. het gebruik van de gebouwen in functie van het klimaat;
  c. de productie van alternatieve of hernieuwbare energie;
  d. iedere andere impact die de energieprestaties of CO2 -prestaties van de vestiging kunnen beïnvloeden.
  4. De analyse van het energieverbruik gedurende het laatste volledige jaar waarin de volgende elementen opgenomen zijn :
  a. het eindverbruik en primaire verbruik per soort gebruik;
  b. een activiteitenindicator vastgesteld voor elk gebruik;
  c. een specifiek verbruik eigen aan elk gebruik.
  5. De vaststelling van alle betekenisvolle verbeteringsmaatregelen met betrekking tot :
  a. de schil van het gebouw;
  b. de activiteit, de industriële inrichtingen en de uitrusting voor omzetting van energie.
  6. Een actieplan met daarin alle maatregelen en waarvan de gewone terugverdientijd lager dan 5 jaar is.

  Art. 13. Inhoud van de gebouw methodologie
  Naast de in artikel 7 gedefinieerde inhoud, omvat de gebouw methodologie de volgende informatie :
  1. De resultaten van een campagne van representatieve metingen in de gebouwen, uitgevoerd of gevalideerd door de energieauditor;
  2. De vaststelling van alle betekenisvolle verbeteringsmaatregelen met betrekking tot het gebouw;
  3. Een actieplan met daarin alle maatregelen waarvan de gewone terugverdientijd lager dan 5 jaar is.

  HOOFDSTUK III. - Erkende auditors

  Art. 14. Erkenningsvoorwaarden
  § 1. De erkenning als energieauditor wordt toegekend aan natuurlijke personen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1. houder zijn van een diploma architect, burgerlijk ingenieur-architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur, bio-ingenieur, landbouwkundig ingenieur, bachelor in de bouwkunde optie gebouw, elk ander diploma van het hoger onderwijs ter bekrachtiging van een opleiding die de energetische aspecten van de gebouwen behandelt of van een gelijkwaardig diploma afgeleverd in het buitenland, dan wel het bewijs leveren van minstens 3 jaar praktische ervaring met energetische aspecten van gebouwen;
  2. In afwijking van punt 1, houder zijn van een gelijkwaardige titel of erkenning uitgereikt in een ander gewest of een andere Lidstaat van de Europese Unie;
  3. beschikken over naar behoren onderhouden materiaal dat nodig is voor de uitvoering van de energieaudit en meetcampagnes;
  4. beschikken over de geschikte informaticamiddelen om de verplichtingen te vervullen;
  5. de sociale en fiscale verplichtingen nakomen;
  6. niet ontzet zijn uit burgerlijke of politieke rechten.
  § 2. De erkenning als energieauditor wordt toegekend aan rechtspersonen die voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1. een natuurlijk persoon tewerkstellen die beantwoordt aan de punten 1 of 2 van paragraaf 1;
  2. beantwoorden aan de bepalingen van de punten 3, 4, en 5 van paragraaf 1.

  Art. 15. Geldigheid van de erkenning
  De erkenning wordt voor een periode van vijf jaar toegekend.

  Art. 16. Schorsing en intrekking van de erkenning
  De erkenning kan op ieder moment in overeenstemming met artikel 77 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen geschorst of ingetrokken worden.

  Art. 17. Erkenningsaanvraag
  § 1. De erkenningsaanvraag gebeurt aan de hand van het formulier ter beschikking gesteld door het Instituut.
  § 2. De erkenningsaanvraag wordt in één exemplaar ingediend en behandeld in overeenstemming met artikelen 71 tot 73 van de ordonnantie b van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.

  Art. 18. Verplichtingen van de energieauditor
  § 1. Enkel een energieauditor, in orde met de erkenning, mag een energieaudit uitvoeren.
  § 2. Wanneer de energieauditor een rechtspersoon is, brengt hij het Instituut, binnen een termijn van 3 maanden, op de hoogte van elk vertrek of elke komst van auditors die beantwoorden aan artikel 13, § 1, punt 1 of 2.
  § 3. De energieauditor kiest de meest geschikte auditmethodologie voor de vestiging die aan een audit onderworpen moet worden.
  § 4. Voor het uitvoeren van een audit volgens de process of gemengde methodologie, volgt de energieauditor vooraf een specifieke opleiding voor het gebruik van de process en gemengde methodologie die door het Instituut georganiseerd wordt.
  § 5. Het Instituut kan de energieauditor vrijstellen van de in paragraaf 4 bedoelde opleiding indien laatstgenoemde aantoont :
  - een opleiding gevolgd te hebben waarvan de gelijkwaardigheid door het Instituut is bekrachtigd en;
  - reeds de methode van de tabel met de verdeling van het verbruik, bedoeld in artikels 11 punt 3 en 12 punt 3, in het kader van een energieaudit op correcte wijze gebruikt heeft.
  § 6. De energieauditor is niet gebonden door een arbeids- of aansluitingsovereenkomst met de geauditeerde. Hij is overigens volstrekt onafhankelijk van de bedrijfssite die onderdeel van de audit is.
  § 7. De energieauditor mag zijn diensten niet aanbieden aan een aanvrager in het geval de relatie tussen de aanvrager en de auditor een bedreiging kan vormen voor de onpartijdigheid van deze laatste of in het geval van een belangenvermenging uit hoofde van de energieauditor. Een relatie tussen de auditor en zijn klant op basis van gemeenschappelijke eigendommen, een gemeenschappelijke administratie, een gemeenschappelijk beheer of gemeenschappelijk personeel, op basis van middelen, financiën of contracten die worden gedeeld of op basis van een gemeenschappelijke marketing, vormt een geval van partijdigheid.
  § 8. De energieauditor stelt voor elke energieaudit een ondertekende verklaring op waarin hij elke vorm van partijdigheid in het energieauditproces verwerpt en de objectiviteit van de audit garandeert. Deze verklaring maakt integraal van de energieaudit deel uit.
  § 9. De energieauditor aanvaardt dat de kwaliteit van zijn energieaudits wordt gecontroleerd door ambtenaren van het Instituut of een controleorgaan dat is aangesteld door het Instituut.

  HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen

  Art. 19. Wijziging van rubriek 90
  In de bijlage van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen worden de bewoordingen van rubriek 90 door de volgende bewoordingen vervangen :
  

  
N° rubriekBenamingKlasseSleutelwoordenN° rubriqueDénominationClasseMots-clés
90 Winkels voor de kleinhandel waarvan de verkoopruimtes en de hieraan aangrenzende ruimtes en die dienen voor goederenopslag een totale oppervlakte hebben gelijk of hoger dan 1.000 m2, met inbegrip van de oppervlakte die door de toonbanken en andere meubelen ingenomen wordt 1D Winkels 90 Magasins pour la vente au détail dont les locaux de vente et les locaux attenants à ceux-ci et servant de dépôt de marchandises ont une surface totale égale ou supérieure à 1.000 m2, en ce compris la surface occupée par les comptoirs et autres meubles 1D Magasins

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

  Art. 20. Ministeriële delegatie
  De minister die bevoegd is voor Leefmilieu kan de voorwaarden met betrekking tot de parameters, de methodologie, de inhoud van de energieaudit, de actualisering ervan, zijn toepassingsgebied, het materiaal, de informaticamiddelen en het formaat van het auditverslag nader omschrijven.

  Art. 21. Overgangs- en opheffingsbepalingen
  § 1. Treden in werking op de dag van bekendmaking van onderhavig besluit in het Belgisch Staatsblad :
  1° artikel 2.5.7 van het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing van 2 mei 2013 wat de grote ondernemingen betreft gedefinieerd in artikel 1, 10° ;
  2° onderhavig besluit met uitzondering van artikel 6, § 1, b, van artikel 6, § 2, a en b en van artikel 19 die op 1 januari 2018 in werking treden.
  § 2. De grote ondernemingen gedefinieerd in artikel 1, 10° sluiten ten laatste tegen 31 december 2016 met een energieauditor een overeenkomst af met betrekking op de audit die in het kader van onderhavig besluit uitgevoerd moet worden. De audit van de grote ondernemingen wordt ten laatste tegen 31 december 2017 aan het Instituut overgemaakt.
  § 3. In afwachting van de organisatie door het Instituut van de specifieke opleiding bedoeld in artikel 17 § 4, kunnen de process of gemengde methodologie door een energieauditor aangewend worden, indien hij bij de energieaudit een verantwoording aan de hand van opleiding of ervaring voegt waaruit blijkt dat hij de process of gemengde methodologie beheerst.
  § 4. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2011 betreffende een energieaudit voor vestigingen die veel energie verbruiken wordt opgeheven.
  § 5. Het ministerieel besluit van 10 juni 2014 tot vaststelling van de type-inhoud en de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de energieaudit opgelegd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2011 betreffende een energieaudit voor vestigingen die veel energie verbruiken wordt opgeheven.

  Art. 22. Uitvoering
  De minister die bevoegd is voor Leefmilieu en Energie, is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N. Grenzen van specifiek eindverbruik per bedrijfstak
  

  
Bedrijfstak Grenzen van jaarlijks verbruik Branche d'activités Seuils de consommation annuelle
Kantoorgebouw (privé- en van de overheid) > 128 kWhe/m Immeuble de bureaux (privé et public) > 128 kWhf/m
Onderwijs > 107 kWhe/m Enseignement > 107 kWhf/m
Ziekenhuizen > 197 kWhe/m Hôpitaux > 197 kWhf/m
Rusthuizen > 182 kWhe/m Homes > 182 kWhf/m
Hotels > 206 kWhe/m Hôtels > 206 kWhf/m
Handelszaken > 212 kWheelek/m
  En
  > 102 kWhebrand/m
  Of
  > 314 kWhe/m
Commerces > 212 kWhfélec/m
  Et
  > 102 kWhfcomb/m
  Ou
  > 314 kWhf/m
Andere > 142 kWhe/m Autres > 142 kWhf/m
Industrie > 0,1 PJp Industrie > 0,1 PJp

kWhe : totaal energie-eindverbruik
  kWheelek : eindverbruik elektriciteit
  kWhebrand : eindverbruik brandstof
  PJp : primaire petajoule

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 8 december 2016.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
Mevr. C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
   Gelet op de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, artikel 2.2.20, artikel 2.5.1 § 1, eerste lid, 5°, artikel 2.5.2, artikel 2.5.7 en artikel 4.4.1;
   Gelet op de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, artikel 4, 3de lid, artikel 6, § 1, artikel 10, 2de lid, artikel 70 en artikel 75;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2011 betreffende een energieaudit voor vestigingen die veel energie verbruiken;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
   Gelet op het ministerieel besluit van 10 juni 2014 tot vaststelling van de type-inhoud en de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de energieaudit opgelegd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2011 betreffende een energieaudit voor vestigingen die veel energie verbruiken;
   Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd bij de wet van 16 juni 1989, artikel 3 § 3;
   Gelet op de gendertest over de respectievelijke situatie van vrouwen en mannen, zoals gedefinieerd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ten uitvoering van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   Gelet op het advies n° 2016-09-14/12 van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, uitgebracht op 14 september 2016;
   Gelet op het advies n° A-2016-066-CES van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 15 september 2016;
   Gelet op het advies n° 60.279/3 van de Raad van State, gegeven op 21 november 2016 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voordracht van Minister belast met Leefmilieu;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie