J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/12/01/2016011506/justel

Titel
1 DECEMBER 2016. - Koninklijk besluit betreffende de elektromagnetische compatibiliteit

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 12-12-2016 nummer :   2016011506 bladzijde : 82108       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-12-01/05
Inwerkingtreding : 22-12-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-5
HOOFDSTUK 2. - Verplichtingen van marktdeelnemers
Art. 6-11
HOOFDSTUK 3. - Conformiteit van uitrusting
Art. 12-19
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Art. 20-23
BIJLAGEN.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit.

  Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "uitrusting" : elk apparaat of vaste installatie;
  2° "apparaat" : elk afgewerkt toestel of een samenstel ervan dat op de markt wordt aangeboden als een aparte functionele eenheid ten behoeve van de eindgebruiker en dat in staat is elektromagnetische storingen te veroorzaken, of waarvan het functioneren vatbaar is om door dergelijke storingen te worden beļnvloed;
  3° "vaste installatie" : een specifieke combinatie van verschillende soorten apparaten en eventueel andere inrichtingen, die samengesteld, geļnstalleerd en bestemd zijn voor permanent gebruik op een van tevoren vastgestelde locatie;
  4° "elektromagnetische compatibiliteit" : het vermogen van uitrusting om op bevredigende wijze in haar elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor andere uitrusting in die omgeving;
  5° "elektromagnetische storing" : elk elektromagnetisch verschijnsel dat een verslechtering van het functioneren van uitrusting kan veroorzaken. Een elektromagnetische storing kan een elektromagnetische ruis, een ongewenst signaal of een wijziging in het voortplantingsmilieu zelf zijn;
  6° "ongevoeligheid" : het vermogen van uitrusting om in aanwezigheid van een elektromagnetische storing te kunnen functioneren zoals beoogd zonder verslechtering van prestaties;
  7° "veiligheidsdoeleinden" : de doeleinden van de bescherming van menselijk leven of bezittingen;
  8° "elektromagnetische omgeving" : het geheel van waarneembare elektromagnetische verschijnselen op een bepaalde locatie;
  9° " op de markt aanbieden" : het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een apparaat met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Europese Unie;
  10° "in de handel brengen" : het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van een apparaat;
  11° "fabrikant" : een natuurlijke of rechtspersoon die een apparaat vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn naam of handelsmerk verhandelt;
  12° "gemachtigde" : een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;
  13° "importeur" : een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een apparaat uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;
  14° "distributeur" : een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, die niet de fabrikant of de importeur is, die een apparaat op de markt aanbiedt;
  15° "marktdeelnemers" : de fabrikant, de gemachtigde, de importeur en de distributeur;
  16° " technische specificatie" : een document dat de technische eisen voorschrijft waaraan de uitrusting moet voldoen;
  17° "geharmoniseerde norm" : een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder c), van verordening (EU) nr. 1025/2012;
  18° "conformiteitsbeoordeling" : het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de essentiėle eisen van dit besluit voor een apparaat;
  19° "harmonisatiewetgeving van de Europese Unie" : alle wetgeving van de Europese Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;
  20° "CE-markering" : een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het apparaat in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Europese Unie waarin het aanbrengen daarvan is geregeld.
  21° "de Algemene Directie Energie" : de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  22° "de Belgische markttoezichtautoriteiten" : de autoriteiten die bevoegd zijn voor de opsporing en vaststelling van de inbreuken bepaald in artikel XV.2 van het Wetboek van economisch recht;
  23° "Gebruiker" : naar gelang het geval de consument, de werkgever of de werknemer.
  § 2. Voor de toepassing van dit besluit worden als een apparaat beschouwd :
  1° componenten of subassemblages die bedoeld zijn om door de eindgebruiker te worden ingebouwd in een apparaat en die in staat zijn elektromagnetische storingen te veroorzaken of waarvan de werking door dergelijke storingen kan worden beļnvloed;
  2° mobiele installaties omschreven als een combinatie van apparaten, en, waar van toepassing, andere inrichtingen, die bestemd is om te worden verplaatst en te worden gebruikt op een verscheidenheid van locaties.

  Art. 3. § 1. Dit besluit regelt de elektromagnetische compatibiliteit van uitrusting. Het strekt ertoe te eisen dat uitrusting voldoet aan een passend niveau van elektromagnetische compatibiliteit.
  § 2. Dit besluit is niet van toepassing op :
  1° apparatuur in de zin van artikel 2, 43°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  2° luchtvaartproducten, onderdelen en uitrustingsstukken in de zin van de Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart en tot intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG ;
  3° radioapparatuur in de zin van artikel 34, 2°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  4° op maat gemaakte evaluatiepakketten die bestemd zijn voor professioneel gebruik en die uitsluitend worden gebruikt in inrichtingen voor onderzoek en ontwikkeling en voor zulke doeleinden.
  Voor de toepassing van punt 3° worden bouwpakketten met onderdelen bedoeld om door radioamateurs te worden geassembleerd, alsmede op de markt aangeboden apparatuur die door en voor gebruik door radioamateurs is gewijzigd, niet beschouwd als op de markt aangeboden apparatuur.
  § 3. Dit besluit is niet van toepassing op uitrusting die vanwege de inherente aard van haar fysische eigenschappen :
  1° geen elektromagnetische emissies kan produceren of niet kan bijdragen tot de productie van elektromagnetische emissies van een niveau dat hoger ligt dan het niveau waarop radio- en telecommunicatieapparatuur en andere uitrusting overeenkomstig hun bestemming kunnen functioneren; en
  2° zonder onaanvaardbare verslechtering functioneert in aanwezigheid van elektromagnetische storingen die normaal gesproken het gevolg zijn van het gebruik overeenkomstig haar bestemming.
  § 4. Wanneer voor de in artikel 2 bedoelde uitrusting de in bijlage I bedoelde essentiėle eisen al geheel of gedeeltelijk op meer specifieke wijze bij andere wetgevende handelingen van de Europese Unie of door nationale Belgische regelgeving ter omzetting daarvan zijn vastgesteld, is dit besluit, wat deze eisen betreft, niet of niet langer van toepassing op die uitrusting, vanaf de toepassingsdatum van die wetgevende handelingen van de Europese Unie;
  § 5. Dit besluit heeft geen gevolgen voor de toepassing van wetgeving van de Europese Unie of nationale wetgeving inzake de veiligheid van uitrusting.

  Art. 4. § 1 De in artikel 2 bedoelde uitrusting kan alleen op de markt worden aangeboden en/of in gebruik worden genomen indien zij voldoet aan alle voorschriften van dit besluit wanneer zij op passende wijze wordt geļnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig haar bestemming wordt gebruikt.
  § 2. Het tentoonstellen van uitrusting op beurzen en exposities en bij demonstraties die niet aan dit besluit voldoen is wel toegestaan, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat zij niet aan dit besluit voldoen en niet te koop zijn voordat zij er door de fabrikant mee in overeenstemming zijn gebracht. Bij demonstraties moeten alle nodige maatregelen worden genomen om elektromagnetische storing te vermijden.

  Art. 5. De in artikel 2 bedoelde uitrusting dient aan de in bijlage I opgenomen essentiėle eisen te voldoen.

  HOOFDSTUK 2. - Verplichtingen van marktdeelnemers

  Art. 6. § 1. Wanneer zij hun apparaten in de handel brengen, waarborgen de fabrikanten dat deze werden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiėle eisen van bijlage I.
  § 2. Fabrikanten stellen de in de bijlagen II of III bedoelde technische documentatie op en voeren de relevante in artikel 13 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedure uit of laten deze uitvoeren.
  Wanneer met die procedure is aangetoond dat het apparaat aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan.
  § 3. Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het apparaat in de handel is gebracht.
  § 4. Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van hun serieproductie met dit besluit te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het apparaat en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of in andere technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het apparaat is verwezen.
  § 5. Fabrikanten zorgen ervoor dat op apparaten die zij in de handel hebben gebracht een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer dit door de omvang of aard van het apparaat niet mogelijk is, dat de vereiste informatie op de verpakking of in een bij het apparaat gevoegd document is vermeld.
  § 6. Fabrikanten vermelden op het apparaat, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het apparaat gevoegd document, hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen. Het adres vermeldt één enkele plaats waar contact met de fabrikant kan worden opgenomen. De contactgegevens worden gesteld in een voor de Algemene Directie Energie, de Belgische markttoezichtautoriteiten en de gemiddelde gebruiker begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden.
  § 7. Fabrikanten zien erop toe dat het apparaat vergezeld gaat van instructies en de informatie zoals bedoeld in artikel 17, in een voor de gemiddelde gebruiker begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden. Die instructies en informatie, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk en begrijpelijk zijn.
  § 8. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht apparaat niet in overeenstemming is met dit besluit, nemen onmiddellijk de corrigerende maatregelen die nodig zijn om dat apparaat in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, indien het apparaat een risico vertoont de Algemene Directie Energie hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen gedetailleerd beschrijven.
  § 9. Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van de Algemene Directie Energie of van de Belgische markttoezichtautoriteiten aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het apparaat met dit besluit aan te tonen, in een voor de Algemene Directie Energie en voor de Belgische markttoezichtautoriteiten begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de producten op de markt worden aangeboden. Op verzoek van de Algemene Directie Energie of van de Belgische markttoezichtautoriteiten verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico's van de door hen in de handel gebrachte producten uit te sluiten.

  Art. 7. § 1. Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde aanstellen.
  De verplichtingen in artikel 6, § 1, en de in artikel 6, § 2, bedoelde verplichting om technische documentatie op te stellen maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde.
  § 2. Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten :
  a) hij houdt de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie gedurende tien jaar nadat het apparaat in de handel is gebracht, ter beschikking van de Algemene Directie Energie en van de Belgische markttoezichtautoriteiten;
  b) hij verstrekt de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten op grond van een met redenen omkleed verzoek alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het apparaat aan te tonen;
  c) hij verleent op verzoek van de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten medewerking aan eventueel genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de apparaten die onder het mandaat van de gemachtigde vallen.

  Art. 8. § 1. Importeurs brengen alleen apparaten in de handel die aan de gestelde eisen voldoen.
  § 2. Alvorens een apparaat in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de in artikel 13 bedoelde conformiteit beoordelingsprocedure heeft uitgevoerd. Zij zien erop toe dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het apparaat voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten, en dat de fabrikant aan de eisen in artikel 6, §§ 5 en 6, heeft voldaan.
  Indien een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een apparaat niet in overeenstemming is met de essentiėle eisen in bijlage I, brengt hij het apparaat niet in de handel alvorens het in overeenstemming is gebracht. Wanneer het apparaat een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de Algemene Directie Energie hiervan bovendien op de hoogte.
  § 3. Importeurs vermelden op het apparaat, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het apparaat gevoegd document, hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen. De contactgegevens worden gesteld in een voor de Algemene Directie Energie, de Belgische markttoezichtautoriteiten en de gemiddelde gebruiker begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden.
  § 4. Importeurs zien erop toe dat het apparaat vergezeld gaat van instructies en de informatie zoals bedoeld in artikel 17, in een voor de gemiddelde gebruiker begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden. Die instructies en informatie, evenals eventuele etikettering, moeten duidelijk en begrijpelijk zijn.
  § 5. Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor een apparaat verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden van het apparaat dat de conformiteit ervan met de eisen in bijlage I niet in het gedrang komt.
  § 6. Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht apparaat niet in overeenstemming is met dit besluit, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het apparaat in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het apparaat een risico vertoont, de Algemene Directie Energie hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen gedetailleerd beschrijven.
  § 7. Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het apparaat in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.
  § 8. Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van de Algemene Directie Energie of van de Belgische markttoezichtautoriteiten aan de verzoekende autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het apparaat met dit besluit aan te tonen, in een voor de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden. Op verzoek van de Algemene Directie Energie of van de Belgische markttoezichtautoriteiten verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen in de handel gebrachte apparaten.

  Art. 9. § 1. Distributeurs die een apparaat op de markt aanbieden, doen dit met de nodige zorgvuldigheid in verband met de eisen van dit besluit.
  § 2. Alvorens een apparaat op de markt aan te bieden, controleren de distributeurs of het apparaat voorzien is van de CE- markering en vergezeld gaat van de vereiste documenten en van instructies en de informatie zoals bedoeld in artikel 17, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen in artikel 6, §§ 5 en 6, respectievelijk artikel 8, § 3, hebben voldaan.
  Indien een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een apparaat niet in overeenstemming is met de essentiėle eisen in bijlage I, mag hij het apparaat pas op de markt aanbieden nadat het in overeenstemming is gebracht. Wanneer het apparaat een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de Algemene Directie Energie.
  § 3. Distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het apparaat verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het apparaat met de essentiėle eisen in bijlage I niet in het gedrang komt.
  § 4. Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden apparaat niet in overeenstemming is met dit besluit, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om het apparaat in overeenstemming te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien het apparaat een risico vertoont, de Algemene Directie Energie hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.
  § 5. Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van de Algemene Directie Energie of de Belgische markttoezichtautoriteiten aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het apparaat aan te tonen, in een voor de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen op de markt aangeboden apparaten.

  Art. 10. Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van dit besluit als een fabrikant beschouwd en hij moet aan de in artikel 6 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer hij een apparaat onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of een reeds in de handel gebracht apparaat zodanig wijzigt dat de conformiteit met dit besluit in het gedrang kan komen.

  Art. 11. § 1. Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de Algemene Directie Energie of de Belgische markttoezichtautoriteiten de identiteit mee van :
  1° iedere marktdeelnemer die een apparaat aan hen heeft geleverd;
  2° iedere marktdeelnemer aan wie zij een apparaat hebben geleverd.
  § 2. Marktdeelnemers moeten tot tien jaar nadat het apparaat aan hen is geleverd en tot tien jaar nadat zij het apparaat hebben geleverd, de in § 1 bedoelde informatie kunnen verstrekken.

  HOOFDSTUK 3. - Conformiteit van uitrusting

  Art. 12. Uitrusting die in overeenstemming is met geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de in bijlage I beschreven essentiėle eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.

  Art. 13. § 1. Overeenstemming van apparaten met de in bijlage I beschreven essentiėle eisen, wordt aangetoond door gebruik te maken van een van de volgende conformiteitsbeoordelingsprocedures :
  1° interne productiecontrole zoals omschreven in bijlage II;
  2° EU-typeonderzoek gevolgd door conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole, zoals omschreven in bijlage III.
  § 2. De fabrikant kan ervoor kiezen de toepassing van de in § 1, 2° bedoelde procedure te beperken tot enkele aspecten van de essentiėle eisen, op voorwaarde dat voor de andere aspecten van de essentiėle eisen de in § 1, 1° bedoelde procedure wordt toegepast.

  Art. 14. § 1. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat aangetoond is dat aan de essentiėle eisen in bijlage I is voldaan.
  § 2. De EU-conformiteitsverklaring komt qua structuur overeen met het model van bijlage IV, bevat de in de desbetreffende modules van de bijlagen II en III vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in een voor de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden.
  § 3. Indien voor een apparaat uit hoofde van meer dan één handeling van de Europese Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Europese Unie opgesteld. In die verklaring moet duidelijk worden aangegeven om welke handelingen van de Europese Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.
  § 4. Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het apparaat met de eisen van dit besluit op zich.

  Art. 15. De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.

  Art. 16. § 1. De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op het apparaat of op het gegevensplaatje aangebracht. Wanneer dit gezien de aard van het apparaat niet mogelijk of niet verantwoord is, wordt de CE-markering aangebracht op de verpakking en in de begeleidende documenten.
  § 2. De CE-markering wordt aangebracht voordat het apparaat in de handel wordt gebracht.
  § 3. Het aanbrengen op het apparaat, de verpakking of de gebruiksaanwijzing ervan, van tekens die derde partijen zouden kunnen misleiden betreffende de betekenis en/of de grafische vormgeving van de CE-markering is verboden.
  Onverminderd artikel 12, indien vastgesteld is dat de CE-markering onrechtmatig is aangebracht, zorgt de fabrikant of diens gevolmachtigde er onmiddellijk voor dat het apparaat in overeenstemming wordt gebracht.

  Art. 17. § 1. Een apparaat gaat vergezeld van informatie over specifieke voorzorgsmaatregelen die tijdens de assemblage, de installatie, het onderhoud of het gebruik van het apparaat moeten worden getroffen om ervoor te zorgen dat het apparaat bij ingebruikname aan de essentiėle eisen van bijlage I, punt 1, voldoet, in een voor de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar het apparaat op de markt wordt aangeboden.
  § 2. Een apparaat waarvan de overeenstemming met de essentiėle eisen van bijlage I, punt 1, in woongebieden niet gegarandeerd kan worden, gaat vergezeld van een duidelijke aanduiding van deze gebruiksbeperkingen, waar nodig ook op de verpakking.
  § 3. De informatie die nodig is om het apparaat overeenkomstig zijn bestemming te kunnen gebruiken, wordt vermeld in de instructies die het apparaat vergezellen.

  Art. 18. § 1. Apparaten die op de markt zijn aangeboden en die in een vaste installatie kunnen worden ingebouwd, zijn onderworpen aan alle voor apparaten toepasselijke bepalingen die in dit besluit zijn opgenomen.
  De bepalingen in de artikelen 5 tot en met 11 en 13 tot en met 17 zijn evenwel niet verplicht in het geval van een apparaat dat bestemd is om in een specifieke vaste installatie te worden geļntegreerd en anderszins niet in de handel verkrijgbaar is.
  In dergelijke gevallen wordt de vaste installatie in de begeleidende documentatie geļdentificeerd, met vermelding van de eigenschappen ervan in verband met de elektromagnetische compatibiliteit en van de voorzorgsmaatregelen welke moeten worden genomen om het apparaat in de vaste installatie in te bouwen, teneinde de overeenstemming van de desbetreffende installatie niet aan te tasten. Voorts wordt in de documentatie de informatie opgenomen als bedoeld in artikel 6, §§ 5 en 6, en artikel 8, § 3.
  De goede technologische praktijken als bedoeld in bijlage I, punt 2, worden gedocumenteerd en de documentatie wordt, zolang de vaste installatie in bedrijf is, voor inspectiedoeleinden door de verantwoordelijke perso(o)n(en) ter beschikking van de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten gehouden.
  § 2. Wanneer er aanwijzingen zijn dat de vaste installatie niet aan de essentiėle eisen voldoet, met name na klachten over storingen die door de installatie zouden worden veroorzaakt, kunnen de Algemene Directie Energie en de Belgische markttoezichtautoriteiten eisen dat er bewijs van overeenstemming van de vaste installatie met de essentiėle eisen wordt voorgelegd en, zo nodig, een beoordeling inleiden.
  Wanneer is vastgesteld dat niet aan de eisen is voldaan, leggen de de Algemene Directie Energie of de Belgische markttoezichtautoriteiten passende maatregelen op om de vaste installatie in overeenstemming te brengen met de essentiėle eisen van bijlage I.
  § 3. De persoon verantwoordelijk voor de overeenstemming van een vaste installatie met de toepasselijke essentiėle eisen en voor het ter beschikking houden van de documentatie bedoeld in bijlage I, punt 2, is de eigenaar of diens mandataris (uitbater, installateur,...).

  Art. 19. Onverminderd voorgaande vereisten voor apparaten en deze vermeld in het Wetboek van economisch recht, worden volgende feiten als formele non-conformiteiten beschouwd en is de betrokken marktdeelnemer verplicht om een einde te maken aan deze niet-conformiteit. die het op de markt aanbieden van het apparaat verhinderen :
  1° de CE-markering is in strijd met artikel 30 van voornoemde Verordening (EG) nr. 765/2008 of artikel 16 van dit besluit aangebracht;
  2° de CE-markering is niet aangebracht;
  3° de EU-conformiteitsverklaring is niet opgesteld;
  4° de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;
  5° technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;
  6° de gegevens als bedoeld in artikel 6, § 6, of artikel 8, § 3, ontbreken, zijn onjuist of zijn onvolledig;
  7° er is niet voldaan aan een ander administratief voorschrift van artikel 6 of artikel 8.

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

  Art. 20. § 1. Wanneer de Belgische markttoezichtautoriteiten voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een uitrusting een risico voor de onder dit besluit vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen vormt, voeren zij in ieder geval een beoordeling van de uitrusting uit in het licht van alle relevante in dit besluit vastgestelde eisen.
  Wanneer de Belgische markttoezichtautoriteiten op basis van een risicobeoordeling van de uitrusting in het licht van de in dit besluit vastgestelde eisen vaststellen dat de uitrusting niet aan de eisen van dit besluit voldoet, verlangen zij onverwijld van de betrokken marktdeelnemer dat hij binnen een door hen vast te stellen redelijke termijn passende corrigerende maatregelen neemt om de uitrusting met deze eisen in overeenstemming te maken.
  De Belgische markttoezichtautoriteiten brengen de desbetreffende aangemelde instantie hiervan op de hoogte.
  Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, maken de Belgische markttoezichtautoriteiten desgevallend toepassing van § 2.
  § 2. Inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden door de ambtenaren hiertoe aangeduid door de bevoegde Minister, ieder wat hem betreft opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, boek XV.

  Art. 21. Het op de markt aanbieden en/of de ingebruikname van uitrusting die in overeenstemming is met de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische compatibiliteit en die vóór de inwerkingtreding van dit besluit op de markt is gebracht, mag niet worden belemmerd.

  Art. 22. Het koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische compatibiliteit wordt opgeheven.
  Verwijzingen naar het voornoemde opgeheven besluit gelden als verwijzingen naar de toepasselijke bepalingen van dit besluit.

  Art. 23. De minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Energie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-12-2016, p. 82116 )

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 1 december 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
K. PEETERS
De Minister van Energie,
Mevr. M.-C. MARGHEM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel VIII.57, ingevoegd bij de wet van 29 juni 2016;
   Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische compatibiliteit;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiėn met referentie `IF82', gegeven op 28 januari 2016;
   Gelet op het advies 60.075/1 van de Raad van State, gegeven op 4 oktober 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Economie en van de Minister van Energie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie