J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/11/24/2016031783/justel

Titel
24 NOVEMBER 2016. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de duurzame wijkcontracten
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-12-2016 en tekstbijwerking tot 30-03-2017)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 05-12-2016 nummer :   2016031783 bladzijde : 79660   BEELD
Dossiernummer : 2016-11-24/06
Inwerkingtreding : 16-12-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Handelingen, werken en acties die door de Regering kunnen worden gesubsidieerd
Afdeling 1. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie
Art. 2
Afdeling 2. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie
Art. 3
Afdeling 3. - Operaties betreffende de herwaardering van de openbare ruimte en het stedelijk netwerk bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de ordonnantie
Art. 4
Afdeling 4. - Milieu-operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° van de ordonnantie
Art. 5
Afdeling 5. - Acties van maatschappelijke en economische herwaardering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5° van de ordonnantie
Art. 6
Afdeling 6. - Participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6° van de ordonnantie
Art. 7
Afdeling 7. - Coördinatie-, communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie
Art. 8-10
Afdeling 8. - Plafonnering van de subsidies voor de in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie bedoelde operaties
Art. 11
HOOFDSTUK 3. - Participatie
Afdeling 1. - De wijkcommissie
Onderafdeling 1. - Samenstelling en werking
Art. 12
Onderafdeling 2. - Participatie in de opstelling van het programma
Art. 13
Onderafdeling 3. - Participatie naar aanleiding van de wijziging of aanvulling van het programma
Art. 14
Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de uitvoering van het programma
Art. 15
Onderafdeling 5. - Participatie tijdens de implementatie van het programma
Art. 16
Afdeling 2. - De algemene wijkvergadering
Onderafdeling 1. - Participatie in de opstelling van het programma
Art. 17
Onderafdeling 2. - Participatie naar aanleiding van de wijziging of aanvulling van het programma
Art. 18
Onderafdeling 3. - Participatie tijdens de uitvoering van het programma
Art. 19
Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de implementatie van het programma
Art. 20
Afdeling 3.-. Openbare onderzoeken
Art. 21
Afdeling 4. - Begeleidingscomités en Stuurcomités
Art. 22
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring en uitbetaling van de subsidies
Afdeling 1. - Opstelling, wijziging en aanvulling van het duurzaam wijkcontract
Art. 23-25
Afdeling 2. - Valorisatie van de inbreng van onroerende goederen door de gemeente
Art. 26
Afdeling 3. - Operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot 3° van de ordonnantie
Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen documenten
Art. 27-35
Onderafdeling 3. - Uitbetaling van de subsidies
Art. 36-37
Afdeling 4. - Operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie
Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen documenten
Art. 38
Onderafdeling 2. - Uitbetaling van de subsidies
Art. 39
Afdeling 5. weigering van subsidiëring, hergebruik en herinvestering
Art. 40
HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen ten laste van de begunstigden en de investeerders
Afdeling 1. - Maatregelen voor het behoud van de goederen
Art. 41
Afdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegang tot en het beheer van de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen
Art. 42
Afdeling 3. - Overdracht van zakelijke rechten aan een investeerder en toegangsvoorwaarden voor geconventioneerde woningen
Onderafdeling 1. - Overdrachten van de zakelijke rechten aan een investeerder
Art. 43
Onderafdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegang tot geconventioneerde woningen die persoonlijk door de investeerder in gebruik zijn genomen
Art. 44
Onderafdeling 3. - Voorwaarden betreffende de overdracht van en de toegang tot geconventioneerde woningen die het voorwerp uitmaken van een overdracht van zakelijke rechten door de investeerder
Art. 45-46
Onderafdeling 4. - Voorwaarden voor toegang tot en beheer van geconventioneerde woningen verhuurd door de investeerder
Art. 47-48
Afdeling 4. - Beheermaatregelen voor de buurtinfrastructuur, de gemeenschapsvoorzieningen, de commerciële en productieve ruimten
Art. 49
HOOFDSTUK 6. - Periodieke rapporten
Art. 50
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 51-53

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de ordonnantie : de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering;
  2° de minister: de minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing;
  3° het bestuur : de directie van Gewestelijke Overheidsdienst belast met stadsvernieuwing;
  4° transitwoning : de woning bedoeld in artikel 2, 22° van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
  5° solidaire woning : de woning bedoeld in artikel 2, 25° van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
  6° intergenerationele woning : het gebouw bedoeld in artikel 2, 26° van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
  7° Wijkbewoners : natuurlijke personen die hun woonplaats hebben in de in aanmerking komende perimeter of in de onmiddellijke omgeving ervan, evenals de vertegenwoordigers die door de rechtspersonen of verenigingen zijn aangesteld die hun maatschappelijke zetel of een exploitatiezetel hebben in deze perimeter of in de onmiddellijke omgeving ervan;
  8° "studie" : de studie bedoeld in artikel 23, § 1 van de ordonnantie.
  9° CAOG : Comité tot aankoop van onroerende goederen, de personeelsleden van Brussel Fiscaliteit bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die de opdrachten uitvoeren bedoeld in artikelen 3 en 5 van deze ordonnantie;
  10° Kostprijs : alle kosten met betrekking tot de te verhuren geconventioneerde woning die worden gedragen door een begunstigde of een investeerder, met inbegrip van de verwervingskosten, waarvan de realiteit kan worden gerechtvaardigd met bewijsstukken, met uitzondering van indirecte kosten;

  HOOFDSTUK 2. - Handelingen, werken en acties die door de Regering kunnen worden gesubsidieerd

  Afdeling 1. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie

  Art. 2. De vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie hebben als voorwerp het oprichten, het behouden, het uitbreiden, het herinrichten, het saneren, het verwerven of het verbeteren, desgevallend in het kader van projecten met een gemengde bestemming, van de met een sociale woning gelijkgestelde woning, van de buurtinfrastructuur of van de commerciële en productieve ruimten, alsook van hun aanhorigheden, met eerbiediging van de ordonnantie.
  § 2. De woningen die met sociale huisvesting worden gelijkgesteld, kunnen onder meer woningen zijn bedoeld in artikel 2, § 1, 22°, 25° en 26° van de Brusselse Huisvestingscode, evenals conciërgewoningen of dienstwoningen.
  De parkeerplaatsen buiten de openbare weg, al dan niet overdekt, die horen bij de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen en zijn opgelegd door de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, komen in aanmerking onder dezelfde voorwaarden als de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen.
  § 3. De handelingen die het mogelijk maken om de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
  1° de studies en de technische proeven;
  2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
  3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
  4° het bouwrijp maken, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering;
  5° de werken voor de verbouwing, de renovatie, de nieuwbouw en de heropbouw van onroerende goederen en hun directe omgeving;
  6° de kosten voor de herhuisvesting van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9, § 3 van de ordonnantie;
  7° de andere handelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° van de ordonnantie, mits een met bijzondere redenen omklede beslissing van de regering in de kennisgeving bedoeld in artikel 23, § 2, lid 4 van de ordonnantie.
  § 4. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
  De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.

  Afdeling 2. - Vastgoedoperaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie

  Art. 3. § 1 De geconventioneerde woningen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie kunnen onder meer solidaire of intergenerationele woningen zijn.
  § 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
  1° de studies en de technische proeven;
  2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
  3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
  4° het bouwrijp maken en de renovatie, waaronder de sanering, met inbegrip van de afbraak, de behandeling van de verontreinigde bodems en de asbestverwijdering.
  5° de kosten voor het herhuisvesten van de bewoners van de gebouwen bedoeld in artikel 9 § 3 van de ordonnantie.
  § 3. De handelingen en werken bedoeld in § 1, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
  De verwervingen bedoeld in § 1, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.

  Afdeling 3. - Operaties betreffende de herwaardering van de openbare ruimte en het stedelijk netwerk bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de ordonnantie

  Art. 4. § 1. De herwaardering van de openbare ruimten en het stedelijk netwerk gebeurt via de volgende operaties :
  1° de inrichtingen ter bevordering van de leefbaarheid van de openbare ruimte;
  2° de inrichtingen en de handelingen om de druk van het autoverkeer te verminderen en de mobiliteit van fietsers en voetgangers te verbeteren en te beschermen;
  3° de inrichtingen ter verbetering van de milieukwaliteit van de openbare ruimte;
  4° de aanleg van groene ruimten, de groenvoorziening in de binnenhuizenblokken en de implementatie van openbare buitenvoorzieningen;
  5° de aanleg van speel- en ontspanningsruimten;
  6° de verfraaiing van de gevels in de omgeving van de betrokken openbare ruimten;
  7° de functionele verbetering van de openbare toegangen tot deze woongebouwen;
  8° het aanleggen, herinrichten of wijzigen van de wegen, met inbegrip van de verfraaiing ervan;
  9° de aanleg of de wijziging van parkeerplaatsen buiten de openbare weg, wanneer ze voortvloeien uit de compensatie van parkeerplaatsen op de openbare weg die werden geschrapt in toepassing van § 1, 2°.
  § 2. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
  1° de studies en de technische proeven;
  2° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op de onroerende goederen of delen van onroerende goederen, met inbegrip van de prijs van de verwerving, de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
  3° de bewarende of dringende handelingen en werken;
  4° het bouwrijp maken, met inbegrip van de behandeling van de verontreinigde bodems, de afbraak en de asbestverwijdering;
  5° de werken voor het herstellen of het aanleggen van openbare ruimten, met inbegrip van de ruilverkaveling van percelen op het binnenterrein van huizenblokken, hun uitrusting en de beplantingen;
  6° de maatregelen inzake privé- of openbare goederen met betrekking tot de groenvoorziening, de gevelverfraaiing en de functionele verbetering van de toegang tot deze woongebouwen; deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van investeringen of aanmoedigingspremies toegekend aan personen;
  7° de verwerving van zakelijke rechten voor een duur van minimaal negen jaar voor de eenvoudige groenaanplanting en de verfraaiing van de gevels en de openbare ruimte, en voor een duur van minimaal vijftien jaar voor de andere handelingen.
  § 3. De handelingen en werken bedoeld in § 2, 1°, 3° en 4° kunnen worden gesubsidieerd voor zover ze ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werden besteld.
  De verwervingen bedoeld in § 2, 2° kunnen worden gesubsidieerd op voorwaarde dat een authentieke verwervingsakte ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn werd ondertekend.

  Afdeling 4. - Milieu-operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° van de ordonnantie

  Art. 5. De handelingen die het mogelijk maken om de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
  1° de operaties om de energie- en milieuprestaties van de bouwwerken in de hele of een deel van de betrokken perimeter van het duurzaam wijkcontract te verbeteren;
  2° de operaties om de sanitaire en comfortomstandigheden in de perimeter te verbeteren, er de algemene ecologische voetafdruk van de gebruikers te verminderen en de hinder, vooral de geluidshinder, te beperken;
  3° de operaties om het waterbeheer in de perimeter te verbeteren, met name door de bodem doorlaatbaar te maken en het regenwater te laten insijpelen;
  4° de operaties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;
  5° de operaties om de biodiversiteit in de perimeter te verbeteren;
  6° de operaties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;
  7° de operaties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan.

  Afdeling 5. - Acties van maatschappelijke en economische herwaardering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5° van de ordonnantie

  Art. 6. De handelingen die het mogelijk maken om de acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5° van de ordonnantie uit te voeren, zijn :
  1° de acties die de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de wijken verzekeren in partnerschap met de private of de publieke plaatselijke socio-economische actoren en, in het bijzonder, de sociale herinschakeling verzekeren, de werkzoekenden opleiden en opnieuw aan werk helpen en jobs voor laaggeschoolden of ongeschoolden creëren;
  2° de acties die het mogelijk maken om de wijkbewoners te informeren over en te oriënteren bij de evolutie van de levenswijzen die verband houdt met de uitdagingen van de duurzame ontwikkeling;
  3° de acties die de wijkbewoners aanzetten tot het onderhouden en renoveren van hun woning en de omgeving ervan;
  4° de sociale herwaarderingsacties op lokaal niveau, en onder meer de sport- en culturele acties die maatschappelijke verbondenheid creëren;
  5° de culturele projecten met een origineel karakter die een meerwaarde bieden op het vlak van sociale verbondenheid en de identiteit van de wijk;
  6° de acties om de preventie en het beheer van afval te verbeteren;
  7° de acties om gedeelde tuinen, gemeenschappelijke moestuinen en groendaken te ontwikkelen;
  8° de acties die bedoeld zijn om de door de regering of haar gemachtigde aanvaarde doelstellingen op het vlak van positieve discriminatie te verwezenlijken.

  Afdeling 6. - Participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6° van de ordonnantie

  Art. 7. De participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 6° van de ordonnantie, zijn :
  1° de acties die de wijkbewoners aanzetten en vormen tot deelname aan het beheer en de animatie van de gemeenschapsvoorzieningen, van de gemeenschappelijke ruimten en van de openbare ruimten van de wijk;
  2° de door collectieven gecoördineerde acties voor door de wijkbewoners zelfgemaakte stadsinrichtingen;
  3° de acties die het mogelijk maken voor de wijkbewoners om zichzelf te organiseren;
  4° de acties van het type burgercafé of de burgerinitiatieven die het mogelijk maken om een lokaal duurzaam engagement op gang te brengen;
  5° de acties voor kinderen om hen actief te laten bijdragen aan de opstelling, de uitvoering en/of de implementatie van het duurzaam wijkcontract;
  6° de participatieve acties rond stadskunst in samenwerking met wijkbewoners en verenigingen van de wijk.

  Afdeling 7. - Coördinatie-, communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie

  Art. 8. De in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie bedoelde coördinatie-, communicatie- en participatieve acties zijn de personeels-, werkings-, activiteits- en leveringskosten bedoeld in deze afdeling.

  Art. 9. § 1. De gemeente stelt een projectleider aan die wordt belast met de coördinatie van de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21 van de ordonnantie.
  § 2. Naast de projectleider bedoeld in § 1 komen de volgende profielen in aanmerking voor een subsidie :
  1° een technische coördinator die belast is met de overheidsopdrachten en de werken in het kader van de operaties beschreven in punten 1° tot 3° van artikel 21 van de ordonnantie;
  2° een coördinator voor de communicatie en participatie betreffende de operaties beschreven in punten 1° tot 6° van artikel 21 van de ordonnantie;
  3° een administratieve en financiële coördinator voor de operaties beschreven in punten 1° tot 7° van artikel 21 van de ordonnantie;
  4° een coördinator voor de socio-economische en milieu-operaties in het kader van de operaties beschreven in artikel 21, eerste lid, 4° en 5°, evenals voor de opvolging van de montage en de implementatie van de vastgoedoperaties van het type "buurtinfrastructuur" beschreven in artikel 21, 1° van de ordonnantie.
  § 3. De kosten betreffende de in § 1 bedoelde post komen in aanmerking :
  1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23 van de ordonnantie, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid van de ordonnantie vastgestelde limiet overschreden mag worden;
  2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
  3° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn.
  § 4. De kosten betreffende de in § 2, 1° bedoelde post komen in aanmerking :
  1° vanaf de 19de uitvoeringsmaand van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
  2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn.
  § 5. De kosten betreffende de in § 2, 2° bedoelde post komen in aanmerking :
  1° gedurende de opstellingsperiode van het basisdossier, zoals bepaald in artikel 23 van de ordonnantie, met inbegrip, in voorkomend geval, in geval van een verlenging van deze termijn, zonder dat de in artikel 27, § 4, derde lid van de ordonnantie vastgestelde limieten overschreden mogen worden;
  2° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
  3° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie.
  § 6. De kosten betreffende de in § 2, 3° bedoelde post komen in aanmerking :
  1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
  2° gedurende de hele implementatieperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie, met inbegrip van de in dit artikel vastgelegde verantwoordingstermijn;
  § 7. De kosten betreffende de in § 2, 4° bedoelde post komen in aanmerking :
  1° gedurende de hele uitvoeringsperiode van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 1 van de ordonnantie, met inbegrip van de eventuele in dit artikel vastgelegde bijkomende termijnen;
  2° gedurende de eerste 6 maanden van de implementatie van het duurzaam wijkcontract, zoals bepaald in artikel 27, § 2 van de ordonnantie.

  Art. 10. De communicatie- en participatieve acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie zijn :
  1° de informatie en de sensibilisering van de wijkbewoners over de goedkeuring, de wijziging, de uitvoering en de implementatie van het duurzaam wijkcontract, mede door de oprichting van een wijkantenne in de perimeter ;
  2° de kosten voor de implementatie van de partnerschappen met private of publieke partners, met het oog op de uitvoering van het wijkcontract;
  3° de operaties die de wijkbewoners informeren en mobiliseren in verband met de uitvoering van het duurzaam wijkcontract.
  De kosten van de communicatieacties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 7° van de ordonnantie die ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27, § 1 bedoelde termijn zijn uitgevoerd, kunnen ook worden gesubsidieerd.

  Afdeling 8. - Plafonnering van de subsidies voor de in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie bedoelde operaties

  Art. 11. § 1. Alle kosten bedoeld in de artikelen 5, 6 en 7 mogen niet meer dan twintig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs bedragen.
  § 2. Alle kosten bedoeld in de artikelen 8 tot 10 mogen niet meer dan tien procent van de in aanmerking komende totale kostprijs bedragen.
  De personeelskosten bedoeld in artikelen 8 tot 10 kunnen enkel in aanmerking komen ten belope van maximaal drie gelijktijdige voltijdse equivalenten.

  HOOFDSTUK 3. - Participatie

  Afdeling 1. - De wijkcommissie

  Onderafdeling 1. - Samenstelling en werking

  Art. 12. Na de eerste bijeenkomst van de algemene wijkvergadering duidt de gemeenteraad onder de personen die hun kandidatuur hebben ingediend de effectieve en plaatsvervangende leden van de wijkcommissie aan, bedoeld in artikel 26, § 2, 2° tot 4° van de ordonnantie.
  De wijkcommissie wordt voorgezeten door een van de leden die de gemeente vertegenwoordigen. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel 9. In dat geval neemt de voorzitter niet deel aan de opstelling van het advies.
  De leden van de wijkcommissie worden minstens 8 dagen vóór de vergadering bijeengeroepen bij gewoon schrijven of, voor degene die uitdrukkelijk hebben ingestemd met deze convocatiewijze, via e-mail op initiatief van de voorzitter of de gemeente. In de convocatiebrief is de agenda van de vergadering opgenomen.
  De nuttige documenten voor de bespreking van de agendapunten kunnen tot de dag vóór de vergadering worden geraadpleegd op het gemeentehuis.
  De wijkcommissie kan beslissen om werkgroepen op te richten die bestaan uit een aantal van haar leden en worden voorgezeten door een van de leden die bij meerderheid van de stemmen wordt verkozen door de leden van de werkgroep. Bij afwezigheid van de vertegenwoordigers van de gemeente, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de leden van het coördinatieteam, zoals bepaald in artikel 9. In dat geval neemt de voorzitter niet deel aan de opstelling van de verslagen. De werkgroepen brengen aan de wijkcommissie verslag uit over hun activiteiten.
  Het secretariaat van de wijkcommissie wordt waargenomen door een van de personen bedoeld in artikel 9.
  Ten minste zeven leden, waarvan minstens één lid van elke in artikel 26, § 2, 2° en 3° van de ordonnantie opgesomde categorie, moeten aanwezig zijn, opdat de wijkcommissie op geldige wijze een advies kan uitbrengen. De leden kunnen zich laten bijstaan door deskundigen die niet deelnemen aan de opstelling van de adviezen.
  De adviezen van de wijkcommissie worden uitgebracht bij meerderheid van de tijdens de vergadering aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De leden van de minderheid kunnen vragen om een nota met hun standpunt bij het advies te laten voegen.
  De secretaris stelt binnen vijftien werkdagen na de vergadering het verslag op.

  Onderafdeling 2. - Participatie in de opstelling van het programma

  Art. 13. Behalve in de gevallen bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de ordonnantie, roept de gemeente tijdens de opstelling van het programma van het duurzaam wijkcontract de wijkcommissie samen om haar advies te vragen over :
  1. de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1, eerste lid van de ordonnantie;
  2. de definitie van de doelstellingen en prioriteiten van het duurzaam wijkcontract;
  3. het ontwerp van duurzaam wijkcontract, bedoeld in artikel 23, § 1, tweede lid van de ordonnantie.

  Onderafdeling 3. - Participatie naar aanleiding van de wijziging of aanvulling van het programma

  Art. 14. Tijdens de wijziging of aanvulling van het programma van het duurzaam wijkcontract roept de gemeente de wijkcommissie samen om haar advies te vragen over het gewijzigde of aangevulde ontwerpprogramma van duurzaam wijkcontract.

  Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de uitvoering van het programma

  Art. 15. § 1.De gemeente roept de wijkcommissie minstens twee keer per periode van twaalf maanden samen vanaf de inwerkingtreding van de uitvoeringstermijn, en minstens twaalf keer gedurende de volledige looptijd van de uitvoering van het programma.
  Ze kan onder meer worden geraadpleegd over :
  1° de voorontwerpen en de uitvoeringsdossiers van de operaties die strekken tot de realisatie van woningen, buurtinfrastructuur, commerciële- en productieve ruimten, evenals van de operaties die strekken tot de herwaardering van de openbare ruimte of van stadsnetwerkinfrastructuur;
  2° de financiële verslagen en de activiteitenverslagen bedoeld in de artikelen 36 en 38.
  § 2. Na afloop van de uitvoeringstermijn bedoeld in artikel 27, § 1 van de ordonnantie roept de gemeente de wijkcommissie samen om haar advies in te winnen over de financiële verslagen en de activiteitenverslagen.
  § 3. De gemeente kan de wijkcommissie ook samenroepen telkens wanneer ze dit nodig acht.

  Onderafdeling 5. - Participatie tijdens de implementatie van het programma

  Art. 16. § 1. Tijdens de implementatie van het programma roept de gemeente de wijkcommissie minstens één keer per periode van twaalf maanden samen vanaf het begin van de implementatie.
  Ze kan onder meer worden geraadpleegd over :
  1° de financiële verslagen en de activiteitenverslagen bedoeld in de artikelen 36 en 38 van het laatste uitvoeringsjaar van deze activiteiten;
  2° de evolutie van de werken in het kader van de operaties bedoeld in de artikelen 2 tot 5;
  3° de opstelling en de uitvoering van plannen betreffende het beheer van de buurtinfrastructuur.
  § 2. De gemeente kan de wijkcommissie ook samenroepen telkens wanneer ze dit nodig acht.

  Afdeling 2. - De algemene wijkvergadering

  Onderafdeling 1. - Participatie in de opstelling van het programma

  Art. 17. Behalve in het geval bepaald door artikel 26, § 3 van de ordonnantie, roept de gemeente de algemene wijkvergadering samen om haar kennis te laten nemen van :
  1° de identificatie van de feitelijke toestand, bedoeld in artikel 23, § 1 van de ordonnantie;
  2° het ontwerp van wijkcontract, zoals voorgelegd voor openbaar onderzoek, overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van de ordonnantie.

  Onderafdeling 2. - Participatie naar aanleiding van de wijziging of aanvulling van het programma

  Art. 18. De gemeente roept de algemene vergadering samen om haar het gewijzigde of aangevulde programma van duurzaam wijkcontract voor te leggen.

  Onderafdeling 3. - Participatie tijdens de uitvoering van het programma

  Art. 19. Tijdens de uitvoering van het programma roept de gemeente de algemene wijkvergadering minstens één keer per periode van twaalf maanden samen vanaf de inwerkingtreding van de uitvoeringstermijn en minstens zes keer lopende de ganse uitvoeringstermijn, om haar op de hoogte te houden over de vorderingen in de uitvoering van het programma.

  Onderafdeling 4. - Participatie tijdens de implementatie van het programma

  Art. 20. Tijdens de implementatie van het programma roept de gemeente de algemene wijkvergadering minstens twee keer in de ganse implementatietermijn samen, om haar op de hoogte te houden over :
  1° de vorderingen in de implementatie van het programma;
  2° de toegangs- en beheervoorwaarden van de in het kader van het duurzaam wijkcontract gecreëerde woningen;
  3° de toegangs- en beheervoorwaarden van de andere vastgoedoperaties.

  Afdeling 3.-. Openbare onderzoeken

  Art. 21. § 1. Het openbaar onderzoek bedoeld in artikelen 24 en 25 van de ordonnantie wordt bekendgemaakt via de aanplakking van affiches op het gemeentehuis en het betrokken grondgebied, evenals op de website van de gemeente.
  Het openbaar onderzoek wordt bekendgemaakt via aanplakking van affiches die ten laatste achtenveertig uur voor de datum van zijn aanvang en tijdens zijn ganse duur worden aangebracht.
  Het aantal affiches dat wordt uitgehangen op het betrokken grondgebied, moet volstaan om de openbaarmaking van het openbaar onderzoek te garanderen.
  De affiches zijn leesbaar en moeten in een leesbare toestand worden gehouden gedurende de volledige duur van het onderzoek.
  De affiches dienen zodanig te zijn aangeplakt dat ze goed leesbaar zijn, op een hoogte van 1,50 m, zo nodig op een omheining of op een bord met paal.
  De Minister kan de inhoud van de affiches verduidelijken.
  Tijdens de dertig dagen van het openbaar onderzoek kan het volledig dossier op het gemeentebestuur geraadpleegd worden en dit elke werkdag tussen 9 en 12 uur.
  Ten minste een halve dag per week kan iedereen technische uitleg krijgen over het dossier dat het voorwerp is van een onderzoek. Men kan het dossier één dag in de week tot 20 uur `s avonds raadplegen maar in dit geval wordt de technische uitleg slechts na afspraak gegeven.
  Het recht om mondeling opmerkingen en bezwaren te maken, wordt uitgeoefend bij de ambtenaren of de personen die aangewezen zijn door de overheid belast met het onderzoek. Deze stellen een proces-verbaal op van de gemaakte opmerkingen dat ter ondertekening aan de betrokken persoon voorgelegd wordt en waarvan hem onmiddellijk een afschrift afgeleverd wordt. Dit recht moet ten minste een halve dag per week mogelijk zijn.
  De geschreven en de in lid 3 bedoelde opmerkingen en bezwaren worden bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd.
  De gemeente stelt de ambtenaren aan die belast zullen zijn met het geven van de technische uitleg aan het publiek.
  Binnen acht dagen na de afronding wordt een proces-verbaal van sluiting van het openbaar onderzoek opgesteld waarin de opmerkingen worden vermeld.

  Afdeling 4. - Begeleidingscomités en Stuurcomités

  Art. 22. § 1 Overeenkomstig artikel 22 § 3 van de ordonnantie, kan de Minister of diens afgevaardigde telkens hij het nuttig acht het Begeleidingscomité met de begunstigde(n) van het Duurzame Wijkcontract bijeenroepen, met het oog op de opvolging van het duurzaam wijkcontractprogramma.
  § 2. Overeenkomstig artikel 26 § 4 van de ordonnantie kan de Gemeente de publiek- of privaatrechtelijke personen die betrokken zijn bij de desbetreffende operatie of actie van het duurzame wijkcontract, uitnodigen op een stuurcomité, dat bijeenkomt telkens de gemeente het nuttig acht.

  HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring en uitbetaling van de subsidies

  Afdeling 1. - Opstelling, wijziging en aanvulling van het duurzaam wijkcontract

  Art. 23. § 1. De beslissing van de Regering om op het grondgebied van een gemeente, overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie, een perimeter in te stellen die in aanmerking komt voor subsidiëring, wordt door de Minister bekendgemaakt aan de gemeente.
  De perimeter die zich geheel of gedeeltelijk uitstrekt over de perimeter van een lopend duurzame wijkcontract, kan overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie slechts in aanmerking komen voor subsidies voor de uitwerking van duurzame wijkcontracten na het einde van de implementatie van het lopende duurzame wijkcontract.
  § 2. Om een subsidie te bekomen voor de vergoeding van de in artikel 31 van de ordonnantie beschreven prestaties die door de gemeente werden uitbesteed, bezorgt de gemeente aan de minister of zijn gemachtigde een dossier. Dit dossier omvat :
  1° de verslagen van de opening van de offerteaanvragen;
  2° de ingediende offertes;
  3° de analyseverslagen van de offertes;
  4° de beraadslagingen over de aanstelling van de dienstverlener(s).
  § 3. Overeenkomstig artikel 23, § 1, tweede lid, 8° van de ordonnantie stelt de begunstigde een ontwerp van beheersplan op voor iedere buurtinfrastructuur die in het ontwerp van duurzaam wijkcontract wordt voorgesteld.

  Art. 24. § 1. De subsidies met betrekking tot de externe prestaties betreffende de opstelling van het duurzaam wijkcontract, worden volgens de volgende modaliteiten uitbetaald :
  1° er wordt een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tegemoetkoming van het Gewest na goedkeuring van de aanwijzing van de dienstverlener door de minister of zijn gemachtigde;
  2° het saldo wordt uitbetaald na goedkeuring van het duurzaam wijkcontract door de regering.
  § 2. De subsidies met betrekking tot de externe prestaties betreffende de wijzigingen of aanvullingen van het duurzaam wijkcontract worden uitbetaald nadat ze zijn goedgekeurd.
  § 3. De Minister weigert een deel of het volledige bedrag van de subsidies uit te betalen, wanneer een begunstigde zonder gegronde reden beslist om volledig of deels af te zien van de uitwerking van een ontwerp van duurzame wijkcontract of de wijzigingen en aanvullingen ervan, in de zin van artikel 13 van de ordonnantie.
  Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen.

  Art. 25. De Minister spreekt zich uit over de door de hoofdbegunstigde ingediende aanvragen om het duurzame wijkcontract te wijzigen of aan te vullen, overeenkomstig artikel 28 van de ordonnantie.
  De minister spreekt zich uit over de verzoeken tot verlenging van de termijn bedoeld in de artikelen 23, § 2, tweede lid, en 27, § 1, tweede lid, van de ordonnantie.

  Afdeling 2. - Valorisatie van de inbreng van onroerende goederen door de gemeente

  Art. 26. Voor de raming van de waarde van de door de gemeente ingebrachte onroerende goederen, overeenkomstig artikel 32 § 3 van de ordonnantie, legt de gemeente een verslag voor van het CAOG.
  Als het CAOG zijn verslag niet binnen zestig werkdagen na de aanvraag heeft overgemaakt, kan de gemeente het goed laten ramen door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
  Het verslag wordt opgesteld op basis van relevante objectieve gegevens, onder meer de eventuele kosten voor de behandeling van de verontreinigde bodems die zouden moeten worden gedragen om aan het goed de bestemming te geven die het in het kader van het wijkcontract zal hebben.
  Het verslag waarin de gedwongen verkoopwaarde van het gebouw wordt beschreven dat de gemeente wil inbrengen, moet ten vroegste één jaar vóór de in artikel 27 § 1 van de ordonnantie bedoelde termijn zijn opgesteld.

  Afdeling 3. - Operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot 3° van de ordonnantie

  Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen documenten

  Art. 27. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een volledig dossier, de ontwerpen tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten voor elke vastgoedoperatie of tot herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
  Dit dossier bevat :
  1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verwervingsvoorwaarden;
  2° een kopie van de raming van het CAOG of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar;
  3° in voorkomend geval, een kopie van het ontwerp van onderhandse akte.
  De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
  § 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een dossier betreffende de verwerving of vestiging van zakelijke rechten voor elk van de verwervingen of vestigingen van zakelijke rechten bedoeld in § 1.
  Dit dossier bevat :
  1° een kopie van de akte tot verwerving of vestiging van zakelijke rechten of van de in het kader van een onteigening uitgesproken vonnissen;
  2° in voorkomend geval, de afrekening van de registratie- en notariskosten;
  3° in voorkomend geval, de afrekening van de afbakenings- en verkavelingskosten;
  4° in voorkomend geval, de afrekening van de wederbeleggingsvergoedingen in het kader van een onderhandse verwerving en alle door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in het geval van een verwerving via onteigening;
  5° in voorkomend geval, de andere door de minister of zijn gemachtigde vereiste documenten.
  § 3. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier van de ontwerpen tot overdracht van zakelijke rechten of van overheidsopdrachten of van concessie van werken.
  Dit dossier bevat :
  1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp tot overdracht van zakelijke rechten en tot vaststelling van de verkoopvoorwaarden of desgevallend het bestek van de opdracht bedoeld in het eerste lid;
  2° een kopie van de raming van het CAOG tot bijwerking van de waarde van het goed na de door de begunstigde uitgevoerde werken bedoeld in artikel 3 of, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
  De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
  § 4. Voor elke operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde aan het bestuur een volledig dossier inzake de toewijzing van de overdracht van zakelijke rechten of van de overheidsopdracht of de concessie van werken.
  Dit dossier bevat :
  1° het verslag van de opening van de offertes;
  2° de ingediende offertes;
  3° het analyseverslag;
  4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanduiding van de gekozen offerte.
  De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de - desgevallend verlengde - termijn wordt het dossier geacht te zijn goedgekeurd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidies in aanmerking komen van de uitgave.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.

  Art. 28. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier met de documenten van de dienstenopdrachten voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
  Dit dossier bevat :
  1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;
  2° het bestek;
  3° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure.
  § 2. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
  § 3. De begunstigde bezorgt het bestuur een gunningsdossier voor elk van de in § 1 bedoelde opdrachten.
  Dit dossier bevat :
  1° het proces-verbaal van de opening van de offertes;
  2° de ingediende offertes;
  3° het analyseverslag van de offertes;
  4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer.
  De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.

  Art. 29. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier betreffende het voorontwerp van werken voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
  Dit dossier bevat :
  1° het voorontwerpdossier;
  2° een overzicht van de bestaande toestand;
  3° een technische beschrijving van de bestaande toestand van elk betrokken goed;
  4° een beschrijving van de geplande werken en projecten;
  5° een raming van de kosten van de werken;
  6° het advies van de wijkcommissie.
  § 2. De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 2 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.

  Art. 30.§ 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier met de documenten van elke opdracht van werken voor elke vastgoedoperatie of voor de herwaardering van openbare ruimten of stadsnetwerkinfrastructuur van het duurzaam wijkcontract.
  Dit dossier bevat :
  1° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het ontwerp en tot vaststelling van de voorwaarden en van de gunningswijze van de opdrachten;
  2° de kostenraming;
  3° de plannen;
  4° het bestek;
  5° de beschrijvende en samenvattende opmetingsstaat;
  6° [1 het EPB-voorstel, de haalbaarheidsstudie of de geïntegreerde haalbaarheidsstudie, zoals bedoeld in de artikelen 2.2.5 en 2.2.7 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing]1;
  7° de lijst van de te raadplegen inschrijvers bij een beperkte of onderhandelingsprocedure.
  De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
  § 2. De begunstigde bezorgt de minister of zijn gemachtigde een gunningsdossier voor elk van de opdrachten.
  Dit dossier bevat :
  1° het verslag van de opening van de offertes;
  2° de ingediende offertes;
  3° het analyseverslag van de offertes;
  4° de met redenen omklede beslissing van de bevoegde overheid houdende de aanstelling van de opdrachtnemer.
  De minister of zijn afgevaardigde controleert de conformiteit van het dossier ten opzichte van het goedgekeurde - in voorkomend geval gewijzigde of aangevulde - programma, evenals ten opzichte van de verplichtingen van de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De minister of zijn afgevaardigde beschikt over een verificatietermijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier door het bestuur. Deze termijn kan met dertig dagen worden verlengd. Als de minister of zijn gemachtigde tijdens deze - eventueel verlengde - termijn van dertig dagen een of meer niet-conformiteiten vaststelt in het dossier, brengt hij de begunstigde hiervan op de hoogte en maakt, in voorkomend geval, een voorbehoud betreffende het voor subsidie in aanmerking komen van de uitgaven.
  Het uitblijven van een reactie binnen de in lid 4 bedoelde en eventueel verlengde termijn, brengt geen beslissing met zich mee over het in aanmerking komen van de voorziene uitgaven.
  ----------
  (1)<BESL 2017-03-23/05, art. 44, 002; Inwerkingtreding : 09-04-2017>

  Art. 31. § 1. De begunstigde levert aan het bestuur voor elk van de gegunde overheidsopdrachten :
  1° de kennisgeving van afsluiting van de opdracht of van de concessie van werken;
  2° voor opdrachten voor aannemingen van werken of de concessies van werken, het bevel om de werken aan te vatten.
  § 2. Wanneer de begunstigde een overheidsopdracht of een concessie van werken organiseert die zowel betrekking heeft op het ontwerp als de uitvoering van de werken, zijn de artikelen 28 en 29 niet van toepassing.

  Art. 32. § 1. De begunstigde bezorgt het bestuur een dossier betreffende de opleveringen van de verschillende opdrachten voor elke vastgoedoperatie of voor de openbare ruimten van het duurzaam wijkcontract.
  Dit dossier bevat :
  1° het proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van voorlopige oplevering, zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten;
  2° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het proces-verbaal van voorlopige oplevering of van weigering van voorlopige oplevering;
  3° in voorkomend geval, de plaatsbeschrijving zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten voor de volledige of gedeeltelijke inbezitneming van het bouwwerk door de aanbestedende overheid;
  4° het proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering, zoals bepaald in de wet en de koninklijke besluiten betreffende de overheidsopdrachten;
  5° de beraadslaging van de bevoegde overheden tot goedkeuring van het proces-verbaal van definitieve oplevering of van weigering van definitieve oplevering;
  6° de eindafrekening van de opdracht;
  7° de afrekening van de boetes, ambtshalve maatregelen en inhoudingen die van toepassing zijn op de opdracht.
  § 2. De begunstigde bezorgt het bestuur eveneens een dossier met :
  1° de ontwerpen van bezettings- of huurovereenkomsten voor de vastgoedoperaties van het type buurtinfrastructuur, commerciële- en productieve ruimten;
  2° de globale eindafrekening van de operatie, met inbegrip van de kosten betreffende de financieringen afkomstig van andere overheidssubsidies of aanvullende private financiering.

  Art. 33. Wanneer de begunstigde overweegt om onderhands of in openbare verkoop afstand te doen van de zakelijke rechten op de gesubsidieerde goederen, moet hij zijn beslissing om de zakelijke rechten op het goed af te staan openbaar maken, met name door het aanplakken van een bekendmaking, voor een duur van minstens dertig dagen, in de onmiddellijke omgeving van het bedoelde goed en op het gemeentehuis. Dit bericht maakt de overdrachtvoorwaarden bekend evenals de offertevoorwaarden, hun geldigheidsvoorwaarden en de plaats waar de ontwerpakten die de overdracht van zakelijke rechten, met uitzondering van de erfdienstbaarheden regelen, kan worden geraadpleegd. De affiches worden in het zwart gedrukt op rood papier van DIN-A2-formaat en het gebruikte lettertype is minstens 14 didotpunten groot. Deze affiches worden zodanig opgehangen dat ze makkelijk leesbaar zijn, op een hoogte van 1,50 meter, zo nodig op een omheining of op een bord met paal.

  Art. 34. Wanneer een operatie bedoeld in artikel 21, eerste lid, 2° van de ordonnantie kadert in een overheidsopdracht of een concessie voor werken, bevat het bestek minstens :
  1° de beschrijving van de uit te voeren werken en hun prijs;
  2° de verplichting van de promotor om voor de betreffende investering een afzonderlijke boekhouding bij te houden;
  3° de voltooiingstermijn van de werken en het bedrag dat als waarborg of borgstelling voor de naleving van deze termijn moet worden neergelegd;
  4° de verplichting van de begunstigde om voor de duur van de werken en dit voor een periode van maximaal veertig jaar, een maximum van vijfenzeventig procent van de afgewerkte woningen in erfpacht te nemen; waarbij het erfpachtrecht als volgt betaalbaar is :
  a) de betaling van de hoofdsom aan het einde van de werken;
  b) en de gedeeltelijke en geïndexeerde betalingen in overeenstemming met de huurwaarden met aftrek van de beheerskosten.

  Art. 35. Het recht van voorkoop bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie is niet van toepassing op de overdrachten van zakelijke rechten van de begunstigde aan de investeerder, noch op de overdrachten van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper.
  In afwijking van het eerste lid is het recht van voorkoop van toepassing op elke overdracht van zakelijke rechten van de investeerder aan de eerste koper wanneer de investeerder de geconventioneerde woning zelf bewoonde.
  Het recht van voorkoop is van toepassing op de opeenvolgende overdrachten van zakelijke rechten door de eerste koper en zijn rechthebbenden, gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de verwervingsdatum van het goed door de investeerder.
  Het recht van voorkoop ten gunste van het gewest bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie wordt uitgevoerd overeenkomstig de in artikelen 263, 265 tot 269 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening beschreven procedure.

  Onderafdeling 3. - Uitbetaling van de subsidies

  Art. 36. § 1. Voor de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot 3° van de ordonnantie worden de subsidies uitbetaald volgens de manier die wordt beschreven in paragrafen 2 en 3.
  § 2. Wanneer de begunstigde een in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie bepaalde betaling ontvangt, kan de begunstigde maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen.
  De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur.
  De betalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan, na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De betaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen.
  Wanneer de begunstigde, in toepassing van het derde lid, de betaling van zeventig procent van de in aanmerking komende totale kostprijs heeft ontvangen :
  1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van het programma is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;
  2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het eerste tot derde lid. Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag dat wordt betaald in uitvoering van artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie.
  § 3. Bij het uitblijven van de uitbetaling bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid van de ordonnantie kan de begunstigde de betaling van een voorschot van twintig procent van de voor de operatie vastgelegde subsidie vragen vanaf de ondertekening van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, de voorlopige uitspraak in geval van een onteigening of de ondertekening van de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken. In dat geval bezorgt de begunstigde het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst of de overeenkomst van verwerving van zakelijke rechten, het vonnis tot vastlegging van het bedrag van de provisionele en voorlopige vergoeding in geval van een onteigening of de bestelbon van de opdracht voor architectuurdiensten of de opdracht van werken.
  De betalingen worden uitgevoerd na goedkeuring van het bedrag van de in aanmerking komende kosten door de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld.
  De begunstigde kan maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 31 mei en 15 september van elk jaar, de betaling van bijkomende schijven vragen voor de operatie die het voorwerp heeft uitgemaakt van de betaling bedoeld in het eerste lid.
  De aanvraag tot betaling van een bijkomende schijf wordt vergezeld van een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals van alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties. Deze verantwoordingsstukken worden ter controle voorgelegd aan het bestuur.
  De uitbetalingen van de als in aanmerking komende geachte kosten worden gedaan na goedkeuring van de minister of zijn gemachtigde, op basis van een schuldvorderingsaangifte die is opgesteld door de begunstigde en waarop het bedrag van de als in aanmerking komende geachte kosten wordt vermeld. De uitbetaling van bijkomende schijven houdt geen rekening met de betaling, bedoeld in het eerste lid, totdat de begunstigde de betaling van zeventig procent van de subsidie heeft ontvangen die kan worden toegekend voor de operatie.
  Wanneer de begunstigde zeventig procent van het totaalbedrag van de subsidies voor de operatie heeft ontvangen :
  1° bezorgt de begunstigde aan het bestuur een tussentijds activiteitenverslag, dat aantoont dat de uitvoering van de operatie is gevorderd overeenkomstig de reeds uitbetaalde subsidies;
  2° De bijkomende schijven worden betaald volgens de procedure bedoeld in het derde tot vijfde lid. Er wordt evenwel rekening gehouden met de vrijgave van de betaling bedoeld in het eerste lid. Bovendien worden de bedragen die aan de begunstigde worden betaald, verlaagd met het bedrag bedoeld in het eerste lid.
  § 4. In geval van onderhandse verwerving van zakelijke rechten wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de prijs van de vaststellingsovereenkomst. Het bedrag van de subsidie mag in geen geval hoger zijn dan de raming van het CAOG of, desgevallend, bij het uitblijven van een antwoord van deze laatste binnen zestig werkdagen na de aanvraag, minstens een raming opgesteld door een notaris, een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten, of bij een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, vermeerderd met de registratiekosten, en desgevallend, met het ereloon van de notaris en de wederbeleggingsvergoedingen.
  In geval van een onteigening wordt het bedrag van de subsidie berekend op basis van de kostprijs ervan, vermeerderd met de kosten van de gerechtelijke procedure, evenals met de door de rechter opgelegde vergoedingen en kosten in geval van een verwerving via onteigening.

  Art. 37. Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2 van de ordonnantie bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister.

  Afdeling 4. - Operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie

  Onderafdeling 1. - Aan het bestuur te bezorgen documenten

  Art. 38. Voor de operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie bezorgt de begunstigde jaarlijks en uiterlijk op 31 mei van elk jaar de volgende documenten aan het bestuur :
  1° een volledige afrekening die in één keer wordt ingediend en waarin een overzicht wordt gegeven van de in aanmerking komende uitgavenstaten van de projecten waarop de betalingsaanvraag betrekking heeft, evenals alle verantwoordingsstukken betreffende de gesubsidieerde operaties;
  2° een financieel verslag over de desbetreffende operaties;
  3° een activiteitenverslag over de desbetreffende operaties.
  De minister kan de inhoud van de verslagen bedoeld in lid 1, 2° en 3° verduidelijken.

  Onderafdeling 2. - Uitbetaling van de subsidies

  Art. 39. Voor de operaties en acties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4° tot 7° van de ordonnantie worden de subsidies volgens de volgende modaliteiten uitbetaald :
  1° er wordt jaarlijks een voorschot betaald ten belope van zeventig procent van het bedrag van de tussenkomst van het gewest, desgevallend op basis van de overeenkomsten bedoeld in artikel 29, § 2 van de ordonnantie, en voor zover de minister of zijn gemachtigde de rekeningen van het voorafgaande jaar heeft goedgekeurd
  2° uitzonderlijk, op aanvraag van de begunstigde en op vertoon door deze laatste, uiterlijk op 15 september van elk jaar, van de bewijsstukken van de in aanmerking komende uitgaven die cumulatief minstens vijftig procent van het voor dat jaar in het financieel plan, bedoeld in artikel 23, eerste lid, lid 2, 5° van de ordonnantie, voorziene bedrag bereiken of overschrijden, kan een bijkomend voorschot ten belope van vijftig procent van de gewestelijke toelage uitbetaald worden;
  3° het saldo van de subsidie wordt jaarlijks uitbetaald na goedkeuring door de minister of zijn afgevaardigde op vertoon van de in artikel 38, eerste lid, 1° en 2° opgesomde documenten.
  Wanneer het duurzame wijkcontract ten goede komt aan gemachtigde begunstigden, wordt de in artikel 29 § 2 van de ordonnantie bedoelde overeenkomst opgesteld en afgesloten door de Minister.

  Afdeling 5. weigering van subsidiëring, hergebruik en herinvestering

  Art. 40. § 1. De Minister weigert een deel of het volledige bedrag van de subsidies uit te betalen, wanneer een begunstigde zonder gegronde reden beslist een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract deels of volledig niet uit te voeren of te implementeren, overeenkomstig artikel 13 van de ordonnantie.
  Daartoe richt het bestuur aan de Minister een voorafgaand verslag waarin het vaststelt welke delen van de operatie of actie door de begunstigde niet zijn geimplementeerd en welke redenen daaraan ten grondslag liggen.
  § 2. Wanneer een begunstigde de bedragen van de subsidie voor het duurzame wijkcontract niet volledig heeft aangewend, kan de Minister de toestemming geven om deze deels of volledig te hergebruiken voor andere operaties en acties die kaderen in het duurzame wijkcontract, conform artikel 33 van de ordonnantie.
  § 3. Wanneer de Regering de begunstigde van een operatie of actie in het kader van een duurzame wijkcontract overeenkomstig artikel 14, § 1, 2° van de ordonnantie toestemming verleent voor een overdracht van zakelijke rechten, een buitengebruikstelling of het wijzigen van de aard ervan, stelt de Minister de begunstigde in kennis van de herinvestering van alle of een deel van de opbrengsten van die buitengebruikstellingen of vervreemdingen in het kader van een operatie van een duurzaam wijkcontract. De beslissing van de Minister bepaalt het bedrag dat de begunstigde moet herinvesteren en het soort operatie of actie van een duurzaam wijkcontract waarin het bedrag geherinvesteerd moet worden.

  HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen ten laste van de begunstigden en de investeerders

  Afdeling 1. - Maatregelen voor het behoud van de goederen

  Art. 41. De begunstigden zijn verplicht om, in afwachting van de uitvoering van de geprogrammeerde operaties, al de maatregelen te treffen die nuttig zijn voor het goede behoud van de betreffende goederen.

  Afdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegang tot en het beheer van de met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen

  Art. 42.§ 1. Wanneer de operaties bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° en 2° van de ordonnantie de realisatie van met sociale huisvesting gelijkgestelde woningen beogen, zijn de volgende toegangsvoorwaarden van toepassing :
  a) Met betrekking tot de toekenningsregels voor woningen:
  1° op de dag van de toekenning van de woning, mag het gezamenlijk belastbaar inkomen van het gezin, in de zin van artikel 2, 18° van de ordonnantie, niet hoger zijn dan de bedragen bedoeld in [1 artikel 31]1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, verhoogd met twintig procent.
  Deze bedragen worden geïndexeerd op de verjaardag van de inwerkingtreding van dit besluit, op basis van de index van de consumptieprijzen die van kracht is op de maand voorafgaand aan de maand van de inwerkingtreding van dit besluit.
  2° de gerenoveerde of gebouwde woningen worden bij voorkeur toegekend aan de personen die er vóór de uitvoering van de werken woonden, op voorwaarde dat zij aan de in 1° bepaalde inkomensvoorwaarden voldoen.
  3° de verplichtingen die zijn opgenomen in artikelen 25 tot 32 van de Brusselse Huisvestingscode, zijn van toepassing.
  b) [1 wat de berekening van de huurprijzen betreft, wordt de maximale huurprijs vastgelegd conform de tabel in artikel 16 § 1 en artikel 16 § 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2015 houdende organisatie van de sociale verhuurkantoren en worden de bedragen geïndexeerd conform artikel 20 van hetzelfde besluit.]1
  c) Met betrekking tot de duur van de ingebruikneming :
  1° de huurovereenkomst wordt gesloten voor een duur van negen jaar en bevat de voorwaarde bedoeld punt a), 1° ;
  2° in de loop van het eerste halfjaar van het derde en het zesde jaar van de huurovereenkomst wordt onderzocht of de huurder nog steeds voldoet aan de toegangsvoorwaarden bedoeld in punt a), 1°. Indien dit niet het geval is, kan de begunstigde de huurovereenkomst voortijdig beëindigen na het derde of zesde jaar, mits hij een opzeggingstermijn van zes maanden naleeft.
  [1 3° na afloop van de huurovereenkomst wordt deze automatisch verlengd voor een periode van drie jaar :
   i. indien het gezin nog steeds voldoet aan de toegangs-voorwaarden bedoeld in punt a), 1° ;
   ii. Indien de huurder of één van de gezinsleden erkend is als gehandicapte in de zin van artikel 135, eerste lid, van het Wetboek van de inkomsten-belastingen of de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. In dat geval, indien het gezin niet langer voldoet aan de toegangs-voorwaarden bedoeld in punt a), 1°, is artikel 143 §§ 1 en 2 van de Brusselse Huisvestingscode op het gezin van toepassing.]1
  d) Wat het toezicht op het beheer betreft, bezorgt de begunstigde de minister of zijn gemachtigde uiterlijk op 31 maart van elk jaar een verslag over de bewegingen van het voorgaande jaar met betrekking tot het kandidatenregister, de toewijzing van woningen, de gesloten huurovereenkomsten en de vastgelegde huurprijzen.
  § 2. Bij wijze van uitzondering en op met redenen omklede vraag van de begunstigde kan de minister, overeenkomstig artikel 9, § 2, zevende lid van de ordonnantie, afhankelijk van het geval, een afwijking toestaan van de regels betreffende de toekenning, de berekening en de duur bedoeld in § 1, om in de behoefte aan een dienst-, conciërge- of transitwoning te voorzien.
  ----------
  (1)<BESL 2017-03-23/05, art. 44, 002; Inwerkingtreding : 09-04-2017>

  Afdeling 3. - Overdracht van zakelijke rechten aan een investeerder en toegangsvoorwaarden voor geconventioneerde woningen

  Onderafdeling 1. - Overdrachten van de zakelijke rechten aan een investeerder

  Art. 43. § 1. De prijs van de overdracht van zakelijke rechten van de begunstigde aan een investeerder mag niet lager zijn dan de kosten van de studies en werken die door de cedent werden uitgevoerd, overeenkomstig artikel 3, § 2, 1°, 3° en 4°, in voorkomend geval verhoogd met de verkoopwaarde van de delen van het gebouw die een andere bestemming hebben dan de woning, de commerciële- of productieve ruimte.
  In geval van overdracht van erfpachtrechten mag de jaarlijkse erfpachtrente gedurende de eerste vijfentwintig jaar van de erfpachtovereenkomst niet minder dan één euro bedragen. Na het verstrijken van het vijfentwintigste jaar zal de jaarlijkse erfpachtrente worden herzien en op een bedrag worden gebracht dat ten minste 4 procent bedraagt van de waarde van het terrein berekend op basis van de marktprijs. Deze herziening zal na het verstrijken van iedere nieuwe periode van vijfentwintig jaar worden herhaald.
  § 2. Elke akte van overdracht van zakelijke rechten bevat de volgende minimale verplichtingen ten laste van de investeerder :
  1° de bouw of renovatie moet voltooid zijn binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum van de betekening van de afgifte van de stedenbouwkundige vergunning en uiterlijk binnen de termijn die is vastgelegd in artikel 10, lid 2 van de ordonnantie;
  2° de naleving van de toegangsvoorwaarden tot de gecreëerde woningen, ongeacht of ze worden gehuurd of afgestaan, conform de voorwaarden bepaald in de artikelen 45 tot 48.

  Onderafdeling 2. - Voorwaarden betreffende de toegang tot geconventioneerde woningen die persoonlijk door de investeerder in gebruik zijn genomen

  Art. 44. Wanneer de investeerder het goed dat hij van plan is om te kopen van de begunstigde zelf in gebruik zal nemen, bezorgt hij op het moment dat hij zijn overnamebod aan het college van burgemeester en schepenen richt het bewijs dat hij voldoet aan de voorwaarden die zijn opgelegd betreffende de toegang tot geconventioneerde woningen bedoeld in artikel 45.

  Onderafdeling 3. - Voorwaarden betreffende de overdracht van en de toegang tot geconventioneerde woningen die het voorwerp uitmaken van een overdracht van zakelijke rechten door de investeerder

  Art. 45. § 1. In toepassing van artikel 9 § 2, tweede lid van de ordonnantie kunnen de zakelijke rechten op de geconventioneerde woningen gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder enkel worden overgedragen aan personen die :
  1° minstens 18 jaar oud zijn op de datum van aankoop;
  2° op de datum van aankoop geen eigenaar of vruchtgebruiker zijn, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, van onroerende goederen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor bewoning;
  3° op het moment van de aankoop in België onderworpen zijn aan de personenbelasting;
  4° tijdens het referentiejaar, alleen of samen met hun echtgenoot/echtgenote of samenwonenden, geen gezamenlijk belastbaar inkomen hebben genoten dat hoger is dan de bedragen bedoeld in artikel 8, § 1, 4° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2013 betreffende de uitvoering van de stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  De overdrager van de zakelijke rechten bedoeld in het eerste lid bezorgt de investeerder vóór de overdracht alle documenten ter staving van de in het eerste lid vastgestelde voorwaarden, evenals in voorkomend geval een schriftelijke verklaring op erewoord dat hij voldoet aan de in het eerste lid, 2° vastgestelde voorwaarde. Hij verbindt er zich daarenboven toe de bestemming van het goed als geconventioneerde woning te behouden gedurende een periode van vijftien jaar vanaf de eerste aankoopakte van het goed gesubsidieerd door de investeerder.
  § 2. Voor de bepaling van het inkomen, waarvan hierboven sprake in § 1, 4°, zal slechts rekening worden gehouden met de helft van het gezamenlijk belastbaar inkomen van de echtgenoot of de samenwonende met het laagste belastbaar inkomen. Dezelfde regel is van toepassing als er meerdere samenwonenden zijn.
  De bedragen bedoeld in § 1, 4°, zijn gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen die wordt gepubliceerd voor de maand december 2016. Ze worden jaarlijks aangepast in de maand januari op basis van de index van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de aanpassing.

  Art. 46. § 1 Bij overdrachten van zakelijke rechten op de geconventioneerde woningen mag de prijs niet meer dan 1.850 euro exclusief belasting per bruto vierkante meter bedragen. Dit bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan de ABEX-index, waarbij die van december 2015 de basisindex is.
  Onder bruto vierkante meter wordt verstaan de totale oppervlakte van de woning, met inbegrip van de muren en de quotiteiten in de gemeenschappelijke delen van het gebouw. De terrassen maken deel uit van de totale bruto-oppervlakte, ten belope van vijfentwintig procent van hun oppervlakte. De kelders zijn, met uitzondering van de ondergrondse parkings, inbegrepen in de totale bruto-oppervlakte, ten belope van vijftig procent van hun oppervlakte.
  De al dan niet overdekte parkeerplaatsen zijn niet onderworpen aan de beperking bedoeld in het eerste lid.
  De quotiteiten van de gezinnen in de gemeenschappelijke delen van het gebouw worden bepaald op basis van het reglement van mede-eigendom. Indien dit reglement niet bestaat, worden de quotiteiten van de gemeenschappelijke delen die bij elke woning horen, berekend in verhouding tot de bruto-oppervlakte van deze woning ten opzichte van de andere oppervlakten van de privatieve kavels.
  § 2 De begunstigde bezorgt het bestuur een kopie van de verkoopovereenkomst met de openbare of privé-investeerder.

  Onderafdeling 4. - Voorwaarden voor toegang tot en beheer van geconventioneerde woningen verhuurd door de investeerder

  Art. 47. Geconventioneerde woningen mogen slechts verhuurd worden aan huurders die op het ogenblik van de ondertekening van de huurovereenkomst, die slechts plaats kan vinden na de ingenottreding, voldoen aan de inkomensvoorwaarden bedoeld in artikel 45, § 1, 4°.
  Daarenboven mag de jaarlijkse basishuurprijs de 6,5 procent van de kostprijs van de geconventioneerde woning niet overschrijden.

  Art. 48. De investeerder bewaart een kopie van de huurovereenkomsten en van de bewijsstukken inzake de naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 47 gedurende de ganse geldigheidsduur van de huurovereenkomsten en tot drie jaar na hun einde.
  Onverminderd de controlemodaliteiten onder meer voorzien in de artikelen 13 en 14 van de ordonnantie, kan de begunstigde op elk ogenblik aan de investeerder de overlegging vragen van kopies van de huurovereenkomsten en van de bewijsstukken voorzien in het eerste lid.
  De investeerder maakt de huurovereenkomsten en de bewijsstukken voorzien in het eerste lid over binnen de 15 dagen na ontvangst van de aanvraag van de begunstigde.
  De begunstigde licht de ambtenaren bedoeld in artikel 14 van de ordonnantie in aangaande de onregelmatigheden die blijken uit de huurovereenkomsten en de bewijsstukken bedoeld in het eerste lid die hem zijn overgemaakt, alsook aangaande de afwezigheid of de onvolledigheid van het antwoord op een vraag om mededeling.

  Afdeling 4. - Beheermaatregelen voor de buurtinfrastructuur, de gemeenschapsvoorzieningen, de commerciële en productieve ruimten

  Art. 49. De begunstigde of de investeerder legt een ontwerp van overeenkomst ter goedkeuring voor aan de minister of zijn afgevaardigde waarin de aan de specifieke kenmerken van de commerciële en productieve ruimten, buurtinfrastructuur of collectieve voorzieningen aangepaste voorwaarden betreffende het beheer ervan, overeenkomstig artikel 11, § 2 van de ordonnantie, zijn vastgelegd.
  In de overeenkomsten betreffende de commerciële- en productieve ruimten zijn minstens de verplichtingen in termen van toegankelijkheid en de financiële voorwaarden van de ingebruikneming vastgelegd.
  In de overeenkomsten betreffende de buurtinfrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen zijn minstens de toegankelijkheidsregels vastgelegd.

  HOOFDSTUK 6. - Periodieke rapporten

  Art. 50. In toepassing van artikel 17 van de ordonnantie, bezorgt de begunstigde van een duurzaam wijkcontract het bestuur:
  1° binnen de zes maanden na het einde van de eventueel verlengde uitvoeringstermijn van het duurzaam wijkcontract, een tussentijds verslag waarin de evolutie van elke operatie en actie, alsook het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten voor elk van deze operaties en acties omstandig worden beschreven.
  2° binnen de zes maanden na het einde van de uitvoering van het duurzaam wijkcontract, een eindverslag waarin voor elke operatie en actie van het duurzaam wijkcontract de uitvoering en implementatie, het deel van de bereikte doelstellingen en resultaten en de perspectieven van voortzetting omstandig worden beschreven.
  Binnen zes maanden na de ontvangst van elk van de verslagen bedoeld in het vorige lid bezorgt het bestuur de Regering een samenvattend verslag van de verslagen die de begunstigden van elk duurzaam wijkcontract haar hebben bezorgd.

  HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 51. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 2010 tot uitvoering van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering wordt opgeheven.
  Overeenkomstig artikel 71 van de ordonnantie zijn de duurzame wijkcontracten die goedgekeurd zijn in toepassing van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering onderworpen aan de artikelen 2 tot 11, 25, 26, 34, 40 § 2 en 41 tot 49 van dit besluit, onder de voorwaarden bepaald in artikel 71, tweede lid van de ordonnantie.

  Art. 52. Hoofdstuk 2, afdelingen 1 en 2, alsook de artikelen 69 tot 70, 71 leden 1, 2, 3° en 3, 73 en 74 van hoofdstuk 3 van de ordonnantie van 6 oktober 2016 en dit besluit treden in werking op 16 december 2016.

  Art. 53. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 24 november 2016.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid,
R. VERVOORT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering, artikel 9, §§ 1 en 2, artikel 10, tweede lid, artikel 11, § 2, artikel 13, § 1, artikel 14, § 7, artikel 15, derde lid, artikel 17, artikel 19, 3°, artikel 20, eerste lid, artikel 21, derde en vijfde lid, artikel 23, § 1, tweede lid, 8° en § 2, zesde lid, artikel 24, § 8, tweede en derde lid, artikel 26, §§ 1 tot 3, artikel 27, § 4, tweede en derde lid, en § 5, artikel 28, § 3, eerste lid, artikel 30, derde lid, artikel 31, artikel 32 § 3, artikelen 33 en 34 en artikel 75;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 2010 tot uitvoering van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 maart 2016;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 19 april 2016;
   Gelet op het evaluatieverslag van de impact van het ontwerpbesluit op de respectievelijke toestand van de vrouwen en de mannen, aangehecht aan de beslissing van de Regering van 14 april 2016;
   Gelet op het advies nr. 60.149/4 van de Raad van State, gegeven op 26 oktober 2016, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voordracht van de Minister-President, bevoegd voor territoriale ontwikkeling,
   Na beraadslaging

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 23-03-2017 GEPUBL. OP 30-03-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 30; 42)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie