J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/09/06/2016011375/justel

Titel
6 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit betreffende de migratie van vastelijndiensten en bundels van diensten in de sector van de elektronische communicatie

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 22-09-2016 nummer :   2016011375 bladzijde : 64324       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-09-06/08
Inwerkingtreding : 01-07-2017

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot instelling van een eenvoudig, voorspelbaar, snel en gesynchroniseerd proces
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 3-12
Afdeling 2. - Verplichte vermeldingen op het eenvoudige migratiemandaat
Art. 13
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de tussenkomst van een technicus
Art. 14-15
HOOFDSTUK 3. - Informatieverstrekking
Art. 16-18
HOOFDSTUK 4. - Compensaties voor de in artikel 1 bedoelde abonnee
Art. 19-20
HOOFDSTUK 5. - Communicaties en overeenkomsten tussen operatoren
Art. 21
HOOFDSTUK 6. - Wijzigings- en slotbepalingen
Art. 22-25

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied

  Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de migratie van een internettoegangsdienst geleverd op een vaste locatie, een omroeptransmissie- en omroepdistributiedienst geleverd op een vaste locatie of een geheel van diensten, waarin minstens één van de vorige diensten vervat zit, aangevraagd door een abonnee die er bij de donoroperator voor gekozen heeft een tariefplan bestemd voor residentieel gebruik te onderschrijven, ongeacht of de betrokken abonnee een consument is of niet.
  Het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten is in de mate bepaald in dat besluit van toepassing op het deel van de migratie dat bewerkstelligd wordt via nummeroverdraagbaarheid.

  Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "migratie" : de overdracht van één of meer elektronische-communicatiediensten gevraagd door een abonnee, die leidt tot de activering van één of meer diensten bij één of meerdere recipiëntoperatoren en de opzegging van één of meer diensten bij één of meer donoroperatoren, zonder dat daarom de opgezegde en geactiveerde diensten strikt identiek zijn;
  2° "geheel van diensten" : alle elektronische-communicatiediensten die één donoroperator levert op één installatieadres, met inbegrip van de elektronische-communicatiediensten geleverd op basis van een mobiel nummer, die de donoroperator ten behoeve van de facturatie of de identificatie van de abonnee koppelt aan dat installatieadres;
  3° "donoroperator" : operator wiens dienst(en) beëindigd wordt (worden) in het kader van een migratie;
  4° "recipiëntoperator" : operator bij wie één of meer diensten worden geactiveerd in het kader van een migratie;
  5° "eenvoudige migratie" : migratie tussen één donoroperator en één recipiëntoperator, waarbij door toedoen van de recipiëntoperator :
  - hetzij het enige op één adres geactiveerde contract, dat enkel een internettoegangsdienst of enkel een omroeptransmissie- en omroepdistributiedienst geleverd op een vaste locatie, wordt opgezegd;
  - hetzij alle op één adres door de donoroperator geactiveerde internettoegangs- en omroepdistributiediediensten die op een vaste locatie worden geleverd, worden gedeactiveerd, al dan niet samen met de elektronische-communicatiediensten geleverd op basis van een nummer, die vervat zitten in een geheel van diensten;
  6° "eenvoudige migratiemandaat : de door de in artikel 1 bedoelde abonnee elektronisch of op papier ondertekende verklaring, waarmee de recipiëntoperator gemachtigd wordt alle nodige stappen te ondernemen om de eenvoudige migratie uit te voeren, met inbegrip van het mandaat om het of de bestaande contract(en) op te zeggen bij de donoroperator;
  7° "Wet" : wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  8° "Wet Consumentenbescherming Omroep" : wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten;
  9° "KB Nummeroverdraagbaarheid" : koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten.

  HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot instelling van een eenvoudig, voorspelbaar, snel en gesynchroniseerd proces

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 3. De operator die een aanvraag ontvangt om een nieuw contract te sluiten betreffende de levering van diensten die vallen onder het toepassingsgebied van dit besluit, vergewist zich ervan of de aanvrager dergelijke diensten reeds geactiveerd heeft bij één of meer operatoren.
  De abonnee waarvan de aanvraag zoals bedoeld in het eerste lid overeenkomt met een eenvoudige migratie ondertekent of valideert daartoe een eenvoudige migratiemandaat dat opgenomen is in de bestelling bij de recipiëntoperator of in het contract met de recipiëntoperator.
  Wanneer de in artikel 1 bedoelde abonnee de recipiëntoperator niet wenst te gelasten om de opzegging te doen bij de donoroperator en nieuwe diensten gelijktijdig te activeren met de deactivatie van de diensten bij de donoroperator, geeft hij dat uitdrukkelijk aan op het eenvoudige-migratiemandaat.
  Hij duidt eveneens expliciet aan op het eenvoudige migratiemandaat :
  1° of hij de geografische nummers, die deel uitmaken van het geheel van diensten bij de donoroperator, overeenkomstig het KB Nummeroverdraagbaarheid, overdraagt naar de recipiëntoperator of niet.
  2° of hij de mobiele nummers, die deel uitmaken van het geheel van diensten bij de donoroperator, overeenkomstig het KB Nummeroverdraagbaarheid, overdraagt naar de recipiëntoperator of niet.

  Art. 4. Vóór de ondertekening van de bestelling of van het contract, stelt de recipiëntoperator aan de in artikel 1 bedoelde abonnee de richtdata voor vanaf wanneer het mogelijk is om de activering van de nieuwe diensten uit te voeren. De abonnee kiest hieruit vrij een datum.

  Art. 5. Na de ondertekening bedoeld in artikel 4, komt de recipiëntoperator zo spoedig mogelijk maar steeds vóór de datum waarop de dienst geactiveerd wordt een vaste datum voor de activering overeen met de abonnee die verzoekt om de migratie.
  De Minister bepaalt, na advies van het Instituut, de termijn waarbinnen aan de in artikel 1 bedoelde abonnee een vaste datum voor de activering moet worden gegeven en de termijnen waarbinnen elke betrokken partij aan de recipiëntoperator moet antwoorden opdat deze een vaste datum voor de activering van de diensten met de abonnee kan overeenkomen.

  Art. 6. Na de bepaling van de vaste activeringsdatum neemt de recipiëntoperator de nodige acties met oog op het uitvoeren van de activering van zijn eigen diensten op die datum.

  Art. 7. Onmiddellijk nadat de recipiëntoperator weet dat de activering van zijn eigen diensten niet kan gerealiseerd worden op de overeengekomen vaste datum, brengt hij de in artikel 1 bedoelde abonnee op de hoogte.
  De recipiëntoperator komt zo snel als mogelijk een nieuwe vaste activeringsdatum met de abonnee overeen.

  Art. 8. De recipiëntoperator brengt de in artikel 1 bedoelde abonnee op de hoogte wanneer zijn diensten geactiveerd zijn.

  Art. 9. De recipiëntoperator die over een eenvoudige migratiemandaat beschikt zendt zo snel mogelijk na de activering van zijn diensten het verzoek tot deactivering van de diensten bij de donoroperator aan de donoroperator.
  Bij het bepalen van het moment van doorgifte van het verzoek om deactivering aan de donoroperator, houdt de recipiëntoperator rekening met de technisch realiseerbare wensen van de in artikel 1 bedoelde abonnee in verband met het tegelijkertijd actief laten van internettoegangsdiensten of omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten bij zowel de donor- als de recipiëntoperator.
  De Minister bepaalt, na advies van het Instituut, de termijn binnen dewelke de recipiëntoperator het verzoek tot deactivering moet verzenden aan de donoroperator.

  Art. 10. Wanneer de activering bij de recipiëntoperator om onvermijdbare technische redenen eerst een deactivering van diensten bij de donoroperator vereist, zorgen de betrokken operatoren voor een coördinatie en een minimale dienstonderbreking.

  Art. 11. De donoroperator zet uiterlijk aan het einde van de dag na de doorgifte van het verzoek tot deactivering van de dienst(en) elk contract dat zonder voorwerp geworden is en iedere aanrekening van het verbruik van zijn diensten dat zonder voorwerp geworden is stop.

  Art. 12. Onverminderd de toepassing van artikel 111/3, § 3, van de Wet en artikel 6/1, § 3, van de Wet Consumentenbescherming Omroep, mag de donoroperator van de in artikel 1 bedoelde abonnee die hem verlaat geen vergoeding voor de migratie vragen. De recipiëntoperator mag evenmin een vergoeding voor de migratie aan de in artikel 1 bedoelde abonnee vragen.

  Afdeling 2. - Verplichte vermeldingen op het eenvoudige migratiemandaat

  Art. 13. § 1. Het eenvoudige migratiemandaat bevat minstens de volgende vermeldingen :
  1° de gegevens waarmee de in artikel 1 bedoelde abonnee behoorlijk en ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt;
  2° de migratiegegevens bedoeld in artikel 17;
  3° indien de in artikel 1 bedoelde abonnee een internettoegangsdienst wenst te migreren en hij bij de donoroperator een e-mailadres of een webruimte heeft, zoals omschreven in artikel 121/1 van de Wet, de mogelijkheid om via de recipiëntoperator de faciliteit bedoeld in artikel 121/1 of 121/2 van de Wet bij de donoroperator aan te vragen;
  4° de datum tot wanneer de in artikel 1 bedoelde abonnee, indien gewenst, zijn diensten actief wil laten bij de donoroperator;
  5° een neutrale formulering waarmee de in artikel 1 bedoelde abonnee erop gewezen wordt dat hij al zijn bestaande contractuele verplichtingen ten aanzien van de donoroperator dient te vervullen, op straffe van het betalen van nalatigheidsinteresten of een schadevergoeding aan de donoroperator. Deze formulering verwijst voor de detailaspecten naar de informatie bedoeld in artikel 18;
  6° indien het bezoek van één of meer technici nodig is met het oog op de migratie, de compensatie waarop de in artikel 1 bedoelde abonnee recht heeft bij het niet komen opdagen van de technicus of technici binnen het afgesproken tijdsblok, alsook de procedure die hij moet volgen om deze compensatie uitbetaald te krijgen;
  7° in het gedeelte van het eenvoudige migratiemandaat waarin de in artikel 1 bedoelde abonnee zijn keuze met betrekking tot de overdracht van zijn geografische en/of mobiele nummer(s) aanduidt, de volgende standaardformulering :
  "Volgens de wet mag het verlies van telefoondienst verstrekt aan de abonnee tijdens de nummeroverdrachtsprocedure niet langer dan 1 werkdag duren.
  U dient een specifieke datum overeen te komen voor de overdracht van het nummer met uw operator. Indien de overdracht langer dan een werkdag duurt na de activering van de telefoondienst of indien de overeengekomen datum niet wordt nageleefd, hebt u recht op een compensatie. Hiervoor moet u zich wenden tot uw nieuwe operator. Meer informatie over uw recht op compensatie bij vertraging in de nummeroverdracht vindt u op www.bipt.be/np.";
  8° de handtekening van de abonnee die het eenvoudige migratiemandaat geeft.
  § 2. De Minister bepaalt, op voorstel van het Instituut, het formaat van het eenvoudige migratiemandaat, de onderwerpen die bijkomend op het migratiemandaat moeten worden opgenomen en de nadere regels omtrent de vermeldingen op het mandaat.

  Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de tussenkomst van een technicus

  Art. 14. Indien het voor de uitvoering van de migratie nodig is dat een technicus ter plaatse komt, dan heeft de in artikel 1 bedoelde abonnee minstens de keuze om voor ieder bezoek een afspraak te maken binnen een tijdsblok 's morgens of een tijdsblok `s middags. Deze tijdschema's worden gepreciseerd door de operator.
  Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de operator om in het voormiddag- of het namiddagblok preciezere blokken te definiëren of een ruimer blok te definiëren waarbinnen de abonnee een afspraak kan maken voor zover hij ook de in het eerste lid bedoelde keuze krijgt.

  Art. 15. § 1. De technicus maakt van ieder bezoek op het installatieadres een verslag op.
  § 2. Bij het afsluiten van zijn tussenkomst stelt de technicus een exemplaar van zijn verslag ter beschikking van de in artikel 1 bedoelde abonnee.
  § 3. De Minister bepaalt, op voorstel van het Instituut, het formaat van het verslag van het bezoek van de technicus, de onderwerpen die verplicht in het verslag van de technicus moeten worden opgenomen en de nadere regels omtrent de op te nemen vermeldingen.

  HOOFDSTUK 3. - Informatieverstrekking

  Art. 16. Iedere operator die valt onder het toepassingsgebied van dit besluit identificeert de dienst of het geheel van diensten dat het voorwerp kan uitmaken van een eenvoudige migratie aan de hand van een uniek nummer of een unieke naam. Hij plaatst dat nummer of die unieke naam op zijn factuur.

  Art. 17. De operatoren die vallen onder het toepassingsgebied van dit besluit plaatsen de gegevens die een abonnee moet doorgeven aan de recipiëntoperator om in zijn naam en voor zijn rekening de eenvoudige migratie door te voeren (hierna : "de migratiegegevens" genoemd) ter beschikking van de abonnees :
  1° op de online klantenzone waartoe de abonnee toegang heeft, op een manier die het onmogelijk maakt voor de donoroperator om te weten dat een abonnee die verzoekt om een migratie de intentie heeft om te migreren;
  2° in het document dat de abonnee, in voorkomend geval, uiterlijk bij de activering van zijn diensten ontvangt;
  De migratiegegevens worden beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om een eenvoudige migratie door te voeren. Bij de migratiegegevens worden geen opmerkingen van de operator vermeld die als doel of effect hebben of kunnen hebben de abonnee te ontmoedigen om de migratie door te voeren.

  Art. 18. De operatoren verstrekken via hun website aan het publiek transparante, geschikte, gemakkelijk toegankelijke en verstaanbare informatie betreffende :
  1° de procedures die zijn ingesteld in toepassing van dit besluit;
  2° de rechten die dit besluit toekent aan de abonnees die verzoeken om een migratie en de voorwaarden waaronder deze uitgeoefend kunnen worden;
  3° de mogelijke opzegkosten, die een operator bij vroegtijdige opzeg van het contract kan vorderen, met inbegrip van het vorderen van de restwaarde van het eindapparaat bepaald in artikel 108, § 1, e), derde streepje van de Wet of artikel 6, § 1, e), tweede streepje van de Wet Consumentenbescherming Omroep. De in dit onderdeel bedoelde informatie wordt op een neutrale wijze geformuleerd en mag worden gegeven op een generieke wijze;
  4° de acties die een klant die zijn contract opzegt mogelijk nog dient te stellen ten aanzien van een donoroperator, waaronder, in voorkomend geval, de teruggave van de toestellen ter beschikking gesteld door de donoroperator. De in dit onderdeel bedoelde informatie wordt op een neutrale wijze geformuleerd en mag worden gegeven op een generieke wijze.
  De hierboven vermelde informatie bevat geen opmerkingen van de operator die tot doel of als effect hebben of kunnen hebben dat de abonnee afgeschrikt wordt om met de migratie door te gaan.

  HOOFDSTUK 4. - Compensaties voor de in artikel 1 bedoelde abonnee

  Art. 19. Indien het verslag van het bezoek van de technicus niet conform artikel 15 aantoont dat de technicus binnen het afgesproken tijdsblok aanwezig was op het installatieadres, heeft de abonnee recht op een vergoeding van 10 euro per gemiste afspraak.

  Art. 20. Het verzoek tot compensatie wordt ingediend bij de recipiëntoperator.
  De uitbetaling wordt steeds geregeld via de factuur of een kredietnota van de recipiëntoperator.

  HOOFDSTUK 5. - Communicaties en overeenkomsten tussen operatoren

  Art. 21. § 1. De Minister legt, na advies van het Instituut, de procedures vast die de operatoren onderling dienen te volgen bij het uitvoeren van een migratie en de wijze waarop de operatoren met elkaar communiceren omtrent de vervulling van de acties die in toepassing van dit besluit gesteld moeten worden met het oog op het uitvoeren van de migratie.
  § 2. Iedere operator is verplicht om in te gaan op elk redelijk verzoek van een operator tot het sluiten van een akkoord omtrent de praktische nadere bepalingen om de compensatie bedoeld in artikel 19 aan te rekenen aan de partij of partijen die de oorzaak zijn van de vertraging.

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigings- en slotbepalingen

  Art. 22. Aan het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende : "Art. 2/1. Artikel 10, § 2 is niet van toepassing, indien de nummeroverdracht deel uitmaakt van een ruimere migratie van diensten, bedoeld in het koninklijk besluit van 6 september 2016 betreffende de migratie van vastelijndiensten en bundels van diensten in de sector van de elektronische communicatie";
  2° in artikel 10, § 2, eerste lid, 2°, worden de woorden "nalatigheidsinteresten of" gevoegd tussen de woorden "op straffe van het betalen van" en "een schadevergoeding".
  3° in artikel 11 wordt de zin "De recipiëntoperator is gerechtigd een vergoeding voor de nummeroverdracht te vragen, die echter niet meer mag bedragen dan 10 euro per nummer" vervangen als volgt : " De recipiëntoperator mag aan een abonnee, die er bij de donoroperator voor gekozen heeft een tariefplan bestemd voor residentieel gebruik te onderschrijven ongeacht of hij een consument is of niet, evenmin een vergoeding voor de nummeroverdracht vragen. Aan de overige abonnees mag de recipiëntoperator een vergoeding voor de nummeroverdracht vragen, die echter niet meer mag bedragen dan 10 euro per nummer."

  Art. 23. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2017.

  Art. 24. Twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit evalueert het Instituut de bepalingen van dit besluit.
  Het resultaat van die evaluatie wordt, in voorkomend geval samen met de aanbevelingen van het Instituut, overgemaakt aan de minister en bekendgemaakt op de website van het Instituut.

  Art. 25. De minister bevoegd voor telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 6 september 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Telecommunicatie,
A. DE CROO

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 11, § 7, vervangen door de wet van 10 juli 2012 en artikel 111/2, § 1, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten, artikel 5/2 ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012;
   Gelet op het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten;
   Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie van 25 mei 2016;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 17 mei 2016;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 18 mei 2016;
   Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikels 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Gelet op het overleg binnen het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie van 14 juni 2016;
   Gelet op het akkoord van het Overlegcomité, gegeven op 6 juli 2016;
   Gelet op het advies 59.513/4 van de Raad van State, gegeven op 11 juli 2016, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Telecommunicatie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Op de Belgische elektronische-communicatiemarkt blijkt uit de statistieken en verslagen inzake consumptiegewoonten dat de Belgische telecomgebruiker moeilijker van vaste operator verandert dan van mobiele. Uit onderzoek van het jaarverslag van de Ombudsdienst blijkt bovendien dat eindgebruikers moeilijkheden ervaren wanneer ze van operator veranderen, meer bepaald omdat slechts enkele diensten worden stopgezet of omdat de abonnee wordt gefactureerd door twee operatoren.
   Op 10 maart 2015 heeft het BIPT een rapport gepubliceerd over het veranderen van vaste operator waarbij de moeilijkheden op de Belgische markt zijn onderzocht, de opties die werden gekozen in andere Europese landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland alsook de oplossingen die zouden kunnen worden aangenomen om het makkelijker te maken om van vaste operator te veranderen.
   De overdraagbaarheid van het vaste of mobiele nummer wordt reeds geregeld door een specifieke reglementering, het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van de telecommunicatiediensten, dat de nadere bepalingen en de termijnen vastlegt die van toepassing zijn om een nummer van de ene naar de andere operator over te dragen. Dat besluit stelt de abonnees aan wie Belgische nummers zijn toegekend dus in staat om de diensten van een nieuwe operator te genieten zonder van nummer te moeten veranderen. De nummeroverdracht gebeurt door de nieuwe operator nadat de abonnee hem daar toestemming voor heeft gegeven in een machtigingsformulier.
   De technologische ontwikkelingen en de verschijning van nieuwe diensten hebben hun effect op de elektronische communicatie net zoals op de andere sectoren. Steeds meer abonnees tekenen in op een internetdienst of televisiediensten via hun vaste lijn die voorheen uitsluitend was gereserveerd voor de telefonische oproepen of gebruiken het kabelnetwerk dat voordien enkel voor televisie was bedoeld, om te telefoneren of voor internettoegang. Veranderen van vaste operator heeft dus een bredere reikwijdte dan louter de overdracht van een nummer van de ene naar de andere operator : er dienen één of meerdere diensten te worden stopgezet bij één of meer operatoren en één of meerdere diensten te worden geactiveerd bij één of meer andere operatoren.
   Voor de abonnee is het belangrijk dat de overstap van de ene naar de andere operator zo gemakkelijk mogelijk verloopt en dat hij geen onevenredige dienstonderbreking moet ondervinden of perioden met dubbele facturering.
   Op basis van de grondige analyse die het BIPT heeft uitgevoerd, teneinde het veranderen van vaste operator te vergemakkelijken, en naar analogie van wat gebeurt in het kader van de nummeroverdraagbaarheid, bepaalt dit besluit dat in de meest voorkomende situatie (met name een 1 op 1 migratie van een bundel) aan de recipiëntoperator, de operator die de abonnee kiest, de vereiste administratieve en technische taken voor de stopzetting van de diensten bij de donoroperator en de activering van zijn dienst(en) op het netwerk wordt toevertrouwd, om zo de risico's van langdurige deactivering van de diensten of een dubbele facturering te vermijden. De abonnee zal zijn nieuwe operator belasten met deze taken via een "eenvoudige-migratiemandaat" en de operatoren die zijn betrokken bij de wijziging zullen hun acties op elkaar moeten afstemmen teneinde op eenvoudige, snelle, voorspelbare en gesynchroniseerde wijze de vraag van de abonnee te beantwoorden.
   Het besluit legt bovendien principes vast voor de identificatie van de abonnee en zijn diensten alsook voor het bezoek van de technicus dat nodig is voor de nieuwe installatie; het schrijft tot slot voor dat de operatoren de kwaliteit en toegankelijkheid van informatie die ze op hun website ter beschikking stellen van de klanten, moeten verbeteren.
   Door het veranderen van vaste operator te vergemakkelijken beoogt het besluit de abonnee in staat te stellen om zijn vrijheid beter uit te oefenen, om de concurrentie op de markt te laten spelen en de operator te kiezen die het best aan zijn behoeften beantwoordt.
   Een ontwerpversie van dit besluit werd, op verzoek van het Kabinet van de Minister van Telecommunicatie via de website van het BIPT voorgelegd voor een openbare consultatie die liep van 2 juni 2015 tot en met 1 juli 2015. Volgend op de consultatie gaf de Minister een mandaat aan een werkgroep van operatoren om de processen en de noodzakelijke communicaties die de doelstellingen van Easy Switch in de ganse sector moeten realiseren in een interoperatorenwerkgroep uit te tekenen en overeen te komen. Op 9 maart 2016 leverde de werkgroep een document af, dat ondersteund werd door een aantal operatoren. Dit document bevatte samengevat de volgende elementen :
   a. Alle operatoren wensen het Easy Switch proces zo eenvoudig mogelijk te houden;
   b. De procedure zou niet verplicht moeten worden om de vrijheid van de gebruikers te vrijwaren;
   c. Elke donoroperator moet beslissen welke data nodig zijn voor een ondubbelzinnige identificatie van de klant en van zijn diensten, zoals "Customer ID", "Service ID", telefoonnummers, installatieadres, enz;
   d. Alle operatoren zouden hetzelfde geharmoniseerde document als migratiemandaat (LOA = "Letter Of Authorization") moeten gebruiken, waarvan het formaat en de inhoud in een later stadium zouden moeten worden bepaald;
   e. Alle operatoren moeten de elektronische klantenzone ("My Account") gebruiken om de nodige identificatiedata aan hun klanten te verschaffen met het oog op een eventuele migratie naar een andere operator. Voor klanten die geen e-diensten hebben, adviseren de betrokken operatoren dat die informatie wordt vermeld in de "welkombrief" of op de facturen;
   f. Complexe migratiegevallen, zoals migraties met meer dan één donoroperator, zouden van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit moeten worden uitgesloten;
   g. Het overdragen van vaste en/of mobiele telefoonnummers moet uitgevoerd worden in het kader van het KB Nummeroverdraagbaarheid en de migratie van overgedragen nummers enerzijds en van de andere diensten (internet toegang, televisie) anderzijds moeten in een chronologische volgorde geschieden. Er was geen consensus over het behouden van een mobiel nummer indien er geen aanvraag wordt ingediend voor het overdragen van dit nummer;
   h. Er is bijna een consensus over het feit dat alle componenten van een pack bij de donor moeten worden opgezegd;
   i. Alle operatoren zijn het eens om verhuizingen buiten de draagwijdte van Easy Switch te houden;
   j. Alle operatoren vinden dat er geen "timers" moeten vastgelegd worden voor de installatie, de activatie bij de recipiëntoperator en de deactivatie bij de donoroperator;
   k. Alle operatoren gaan akkoord met het verbieden van "win-back" acties tijdens het Easy Switch proces maar er is geen consensus over het beletten van elke contact met de donoroperator voor de migratiedatum en het verbieden van operationele contacten;
   l. Alle operatoren aanvaarden een bilateraal systeem van informatie-uitwisseling tussen donor en recipient : het implementeren van een eventueel centraal platform zou vanuit een kosten/baten analyse in de toekomst enkel kunnen overwogen worden, als zou blijken dat het bilaterale systeem ernstig mislukt;
   m. Betreffende het type klanten die door Easy Switch zouden worden betrokken zijn alle operatoren met één uitzondering het eens dat de procedure van toepassing zou moeten zijn op alle residentiële klanten en op alle klanten die een product onderschreven hebben dat bestemd is voor de residentiële markt (bv. SOHO's - "Small Office - Home Office"-gebruikers);
   n. Alle operatoren ramen de implementatietermijn op minstens twaalf maanden vanaf het ogenblik dat alle vereisten op een stabiele manier worden vastgelegd.
   Dit besluit houdt in zekere mate rekening met dit standpunt, in het bijzonder door :
   - de one-stop-shopping procedure te beperken tot de eenvoudige migraties;
   - timers maximaal weg te laten uit het besluit;
   - win-back maximaal te vermijden door vóór de activering van de diensten bij de recipiëntoperator geen interacties met de donoroperator te voorzien (behalve in gevallen waar dat technisch gezien onvermijdelijk is);
   - iedere donoroperator vrij te laten om zijn klanten en zijn diensten te identificeren op de wijze door hem bepaald.
   Artikelsgewijze bespreking
   Artikel 1
   Artikel 1 omschrijft het toepassingsgebied van dit besluit en zijn relatie met het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten (hierna ook : "het KB Nummeroverdraagbaarheid").
   Het toepassingsgebied ratione personae van dit besluit is, als gevolg van vragen vanuit de markt tijdens de openbare consultatie, niet meer beperkt tot consumenten. Ook kleine zelfstandigen en ondernemingen die een residentieel tariefplan hebben genomen bij de donoroperator, maar dat tariefplan (ook) gebruiken voor hun professionele activiteiten kunnen gebruik maken van het vereenvoudigde proces van migratie geregeld in dit besluit.
   De focus van dit besluit ligt op een regeling van de migratie van vastelijndiensten (in het bijzonder vast breedbandinternet en tv) en bundels van diensten (waarin ook vaste telefonie en mobiele diensten kunnen zitten, zoals mobiele telefonie en mobiele datadiensten) tussen operatoren. Wanneer een klant verhuist maar niet van operator verandert, dan zijn de bepalingen van dit besluit niet van toepassing. Wanneer enkel openbare telefoniediensten geleverd aan de hand van nummers van het Belgische nummerplan worden gemigreerd is dit besluit niet van toepassing, maar wel het KB Nummeroverdraagbaarheid. De migratie van een bundel, die enkel mobiele telefonie en mobiele data bevat, en waarin beide diensten geleverd worden op basis van een mobiel nummer, valt ook onder de toepassing van het KB Nummeroverdraagbaarheid en niet van dit besluit.
   Als er tussen de diensten die gemigreerd worden diensten zitten waarvoor de activering van de nummeroverdraagbaarheid nodig is en andere diensten waarvoor dat niet nodig is dan zijn de bepalingen van dit besluit betreffende het machtigingsformulier van toepassing. Dit zal ook verduidelijkt zal worden in het KB Nummeroverdraagbaarheid (zie de wijzigingsbepaling van het KB Nummeroverdraagbaarheid aan het eind van dit besluit).
   Dit besluit heeft in geen geval tot doel te raken aan de algemene principes en de technische en operationele regeling van de nummeroverdraagbaarheid ingesteld door het KB Nummeroverdraagbaarheid, zoals de verplichting om gebruik te maken van de centrale referentiedatabank om de nummeroverdraagbaarheid uit te voeren of de termijnen voor de uitvoering van de nummeroverdracht tussen operatoren die in dat besluit zijn gedefinieerd.
   Nog meer in detail kan volgende uitleg gegeven worden betreffende de verhouding tussen het ontwerp KB `Easy Switch' en het KB `Nummeroverdraagbaarheid' van 2 juli 2013 :
   Het is de bedoeling dat :
   - het KB Nummeroverdraagbaarheid volledig en alleen van toepassing is, wanneer de migratie volledig geregeld kan worden door het nummer over te dragen (NB : het is een conventie (en een technische realiteit) dat de abonnee door de overdracht van zijn nummer(s) te vragen een einde stelt aan zijn telefoniecontract(en) bij de donoperator);
   - het KB Nummeroverdraagbaarheid bijna volledig van toepassing is naast het KB `Easy Switch', wanneer een bundel van diensten met en zonder nummers gemigreerd wordt, met uitzondering van artikel 10, § 2 van het KB Nummeroverdraagbaarheid.
   De situatie in het tweede streepje van een `bundel van diensten met en zonder nummers' viseert het geval wanneer er in een bundel diensten zitten die geleverd worden aan de hand van nummers (vaste telefonie en/of mobiele telefonie) en diensten die niet geleverd worden aan de hand van nummers (internet en/of televisie).
   Voor de uitvoering van de migratie van dat deel van de dienst(en) geleverd aan de hand van nummers in een bundel, is het de bedoeling dat :
   - dat technisch nog steeds gebeurt via de centrale referentiedatabank (zie art. 10, § 3 van het KB Nummeroverdraagbaarheid),
   - op operationeel vlak de timers en regels in de §§ 4 tot en met 7 van artikel 10 van het KB Nummeroverdraagbaarheid onverkort van toepassing blijven op dat deel van de migratie,
   - financieel de regels van artikel 12 van het KB Nummeroverdraagbaarheid zonder wijziging van toepassing blijven en
   - abonnees voor vertragingen op vlak van nummeroverdraagbaarheid een recht blijven hebben op compensaties (zie art. 13 KB Nummeroverdraagbaarheid).
   Enkel op het vlak van het door de abonnee te ondertekenen mandaat is het de bedoeling dat (ook voor de diensten die geleverd worden aan de hand van nummers) de regels van het KB `Easy Switch' voorrang krijgen op de regels van het KB Nummeroverdraagbaarheid.
   Het is de bedoeling dat de abonnee één enkel mandaat ondertekent om zijn bundel van diensten te migreren; niet één mandaat voor het deel van zijn diensten geleverd aan de hand van een nummer (op grond van artikel 10, § 2, KB Nummeroverdraagbaarheid) en één mandaat voor de resterende diensten, die niet geleverd worden aan de hand van een nummer.
   Vandaar dat artikel 22 van het KB Easy Switch in het KB Nummeroverdraagbaarheid een nieuwe bepaling over de toepassing van dat laatste KB invoert, die stelt :
   `Art. 2/1. Artikel 10, § 2 is niet van toepassing, indien de nummeroverdracht deel uitmaakt van een ruimere migratie van diensten, bedoeld in het koninklijk besluit van 6 september 2016 betreffende de migratie van vastelijndiensten en bundels van diensten in de sector van de elektronische communicatie"';
   En het KB Easy Switch zelf duidelijk maakt dat ook het KB Nummeroverdraagbaarheid in een bepaalde mate van toepassing blijft, door in artikel 1, 2de lid te bepalen :
   `Het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten is in de mate bepaald in dat besluit van toepassing op het deel van de migratie dat bewerkstelligd wordt via nummeroverdraagbaarheid'.
   Artikel 2
   Artikel 2 legt de definities vast die nodig zijn voor een goed begrip van dit besluit.
   Wat betreft de definitie van " migratie " dient benadrukt te worden dat het niet nodig is dat er tussen de diensten die de abonnee geactiveerd heeft bij de donoroperator en de diensten die hij na de migratie zal afnemen bij de recipiëntoperator een strikte 1-op-1 relatie moet zijn. Zolang er een internettoegangsdienst of een teledistributiedienst getransfereerd wordt, valt men onder het toepassingsgebied van dit besluit. Dat de abonnee die verzoekt om de migratie bijvoorbeeld bij de donoroperator een vaste telefoniedienst gebruikte en bij de recipiëntoperator in de plaats daarvan een mobiele telefoniedienst, impliceert niet dat de betrokken migratie niet valt onder het toepassingsgebied van dit besluit.
   Voor de toepassing van dit besluit wordt een ad hoc definitie van een "geheel van diensten" ingevoerd. Deze definitie is nodig om rekening te houden met de vraag van bepaalde operatoren in het document van 9 maart 2016 om de scope van dit besluit te beperken tot 1 donor naar 1 recipiënt-migraties, waarbij alle internettoegangs- en teledistributiediensten bij de donoroperator op één installatie-adres worden gedeactiveerd. De betrokken operatoren hebben inderdaad gevraagd om partiële migraties buiten het Easy Switch-proces te laten. Daartoe is vereist dat een geheel van diensten voor de doeleinden van Easy Switch alle elektronische communicatiediensten, actief op één installatie-adres omvat, ongeacht of die diensten vallen onder één globaal contract of onder verschillende contracten. De toevoeging betreffende de mobiele diensten aan de definitie van een geheel van diensten maakt duidelijk dat, als mobiele communicatie gefactureerd wordt op hetzelfde adres als het installatie-adres (ingeval van postpaidcontracten) of dat als er voor identificatie van de abonnee van een prepaidkaart hetzelfde adres gebruikt wordt als het installatie-adres van de vastelijndiensten, die mobiele diensten deel uitmaken van het geheel van diensten.
   Alle in het onderhavige besluit beoogde soorten van migratie bevatten een mogelijkheid tot eenvoudige migratie, zoals gedefinieerd in artikel 2, 5°. In het algemeen vormt een eenvoudige migratie een apart, kleiner geheel van een complexere migratie in die zin dat ze maar overeenstemt met de migratie tussen één donoroperator en één recipiëntoperator naar de keuze van de abonnee voor een gegeven adres. Bijvoorbeeld : het blijkt dat een nieuwe klant diensten actief heeft bij 2 operatoren en wil migreren naar 1 operator (2 op 1 migratie). Die abonnee kan dan het Easy Switch proces gebruiken voor de migratie van één van die operatoren naar zijn nieuwe operator.
   Ook moet erop gewezen worden dat een abonnee steeds de keuze heeft om zijn (vaste en/of mobiele) nummers over te dragen naar de recipiëntoperator of niet. Zo kan een abonnee die een migratie uitvoert, verlangen dat zijn vaste nummer bij de donoroperator blijft om daarop bijvoorbeeld een connectie naar een alarmdienst actief te laten. Het is tevens mogelijk dat de recipiëntoperator niet beschikt over diensten voor vaste en/of mobiele telefonie. Dit kan een aanpassing van het contract bij de donoroperator vergen en moet dus door de recipiëntoperator (onder meer op het migratiemandaat) aan de abonnee gemeld worden.
   Het eenvoudige-migratiemandaat is een verklaring die de abonnee en de recipiëntoperator in staat stelt om de te verrichten stappen te attesteren wanneer de abonnee onder de voorwaarden voor een migratie valt, waaronder ten minste een internettoegangsdienst of teledistributiedienst. Dat mandaat is enkel van toepassing op een eenvoudige migratie.
   Artikel 3
   Afdeling 1 van Hoofdstuk 2 heeft als doel de grote stappen in een migratieproces chronologisch te beschrijven.
   Artikel 3, eerste lid, begint met de interactie die de recipiëntoperator heeft met de persoon die geïnteresseerd is om een contract met hem te sluiten. Tijdens die interactie zal de operator de vraag moeten stellen of de nieuwe klant diensten geactiveerd heeft bij één of meer operatoren. Deze verplichte stap maakt het mogelijk zich ervan te vergewissen of een klant al dan niet onder de voorwaarden valt om in aanmerking te komen voor het vereenvoudigde migratieproces via het eenvoudige migratiemandaat.
   Als uit die ondervraging blijkt dat zijn migratie een eenvoudige migratie omvat, dan legt die operator een contract met een geïntegreerd migratiemandaat voor dat het "one-stop-shopping recipient led" proces van migratie, zoals aanbevolen in het Easy Switch rapport van het BIPT van 10 maart 2015, start.
   Dit besluit kiest ervoor om bij een eenvoudige migratie ervan uit te gaan dat de abonnee wenst dat de recipiënt operator alle handelingen die bij een migratie horen uitvoert, met inbegrip van het opzeggen van het bestaande contract bij de donoroperator.
   Mocht hij dit toch niet wensen, dan moet de abonnee dit expliciet aanduiden op het migratiemandaat ("opt-out"). Op die manier kan de abonnee zijn aanvraag bewijzen in geval van een geschil.
   De abonnee die een migratie uitvoert beschikt over de mogelijkheid om rechtstreeks in het eenvoudige-migratiemandaat een overdracht te vragen van zijn vaste en/of mobiele nummers.
   Als alternatief geeft het eenvoudige-migratiemandaat hem de mogelijkheid om zijn vaste en/of mobiele nummers bij de donoroperator te behouden op voorwaarde van de eventuele aanpassing van het contract. Dat is in sommige situaties noodzakelijk, bijvoorbeeld :
   - de klant moet zijn vaste telefoonlijn behouden voor zijn alarmsysteem;
   - de recipiëntoperator beschikt niet over diensten voor vaste en/of mobiele telefonie.
   Artikel 4
   Artikel 4 behoeft geen commentaar.
   Artikel 5
   In dit besluit wordt ervoor gekozen om het migratieproces zelf momenteel niet te onderwerpen aan reglementaire termijnen, om volgende redenen :
   1) Alle operatoren die een netwerk op een vaste locatie uitbaten zijn momenteel onderworpen aan verplichtingen op groothandelsniveau om migraties binnen een bepaalde termijn te voltooien.
   2) De recipiëntoperator heeft er alle belang bij om de migratie zo snel mogelijk uit te voeren, zodat het ondertekende contract effectief ten uitvoer gelegd kan worden. Hij heeft ook het beste zicht op wat een realistische datum voor de migratie is, gelet op de concrete situatie die zich voordoet. Een "one-size-fits-all"-termijn is inderdaad moeilijk te bepalen, omdat sommige (standaard)migraties heel snel kunnen doorgevoerd worden, terwijl andere een grote doorlooptijd kunnen kennen, omdat er plannen aan de bevoegde overheid moeten gevraagd worden, graafwerken moet ingepland en verricht worden, enzovoort.
   Artikel 6
   Artikel 6 behoeft geen commentaar.
   Artikel 7
   Artikel 7 schrijft voor wat de recipiëntoperator moet doen, wanneer om één of andere reden de migratie niet kon doorgaan op de overeengekomen datum. Het beoogt een continuïteit van de dienstverlening aan de abonnee te garanderen en in een nieuwe migratiedatum te voorzien.
   Artikel 8
   Artikel 8 behoeft geen commentaar.
   Artikel 9
   Het eerste lid van artikel 9 is essentieel om te vermijden dat de abonnee gedurende een zekere tijd facturen van twee operatoren ontvangt.
   Het tegelijkertijd actief laten zijn van internettoegangsdiensten of omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten bij zowel de donor- als de recipiëntoperator, bedoeld in het tweede lid van artikel 9, viseert bijvoorbeeld het geval van een verhuis en/of de klant die zeker wil zijn dat zijn nieuwe diensten correct werken, alvorens de oude te deactiveren (en die daarom dus een dubbele facturering aanvaardt).
   Dit is echter niet mogelijk bij een migratie van één DSL-operator naar een andere DSL-operator, vandaar dat de wens van de abonnee technisch realiseerbaar moet zijn.
   Ook wat telefonie gebaseerd op E.164 nummers betreft is een gelijktijdig actief laten van een dienst bij zowel donor- als recipiëntoperator technisch niet realiseerbaar. Een nummer kan inderdaad maar op één netwerk actief zijn.
   Mocht blijken dat er problemen zijn met het zo snel mogelijk doorgeven van het verzoek tot deactivatie, dan kan de Minister hiervoor alsnog dwingende termijn opleggen.
   Artikel 10
   Artikel 10 viseert in de eerste plaats een migratie van één DSL-operator naar een andere DSL-operator. In die hypothese kan de recipiëntoperator niet eerst zijn diensten activeren en dan de donor vragen om diens diensten te deactiveren, aangezien dat op een DSL-netwerk technisch niet mogelijk is. Het gedeelde gebruik van een DSL-lijn door verschillende operatoren is tot op heden onmogelijk, tenzij parallel een lijn in dienst wordt gesteld.
   In dat geval is er dus per definitie een onderbreking van dienstverlening. Van de betrokken operatoren wordt verwacht dat zij die dienstonderbreking zo klein mogelijk houden, zoniet kan het BIPT een dwingendere regeling opleggen.
   Artikel 11
   Artikel 11 geeft de donoroperator een termijn van 24 tot maximum 48 uur om elk relevant contract en iedere relevante aanrekening van het verbruik van diensten stop te zetten. Er dient name een einde gemaakt te worden aan die contract(en) en facturatie(s) die zonder voorwerp geworden zijn tengevolge van het verzoek om deactivatie. Wanneer de abonnee vraagt om bijvoorbeeld een vast of mobiel nummer bij de donor te behouden, dan mag de donor het stand alone contract dat geassocieerd is aan dit nummer niet stopzetten of past hij, indien mogelijk, het bundelcontract (waaruit -per hypothese- de teledistributie- en/of internetdiensten geschrapt worden) aan om het behoud van het nummer bij de donoroperator te accomoderen. Dit betekent dat de one stop shopping niet van toepassing is als een stand alone single play (1P) contract moet afgesloten worden voor overblijvende dienst, maar dat is een resultaat van de keuze van de klant. Het nieuwe contract zal van toepassing zijn vanaf de datum waarop de klant 1P dienst krijgt (dit zou zelfs retroactief geregeld kunnen worden, indien nodig). Dit doet uiteraard geen afbreuk aan de verzending van de eindfactuur door de donoroperator waarop het verbruik van de laatste facturatieperiode vóór de deactivatie wordt aangerekend. Tijdens deze termijn kan de donor de eventuele probleemgevallen in verband met de identificatie met de recipiënt of de klant regelen.
   Wanneer de abonnee vraagt de deactivering van zijn diensten bij de donoroperator uit te stellen, moet deze laatste hiermee rekening houden indien dat technisch mogelijk is.
   Artikel 12
   Artikel 9 beoogt, zoals artikel 11 van het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de nummeroverdraagbaarheid, te vermijden dat de operatoren buiten de drempels van de vergoedingen wegens voortijdige opzeg van het contract (die gelimiteerd worden in de artikelen 111/3, § 3 van de wet van 13 juni 2005 en 6/1, § 3, van de wet van 15 mei 2007) alsnog financiële drempels opwerpen om een migratie op basis van een mandaat aan de recipiëntoperator onaantrekkelijk of onmogelijk te maken.
   Artikel 13
   Artikel 13 detailleert de minimale vermeldingen die het eenvoudige-migratiemandaat moet bevatten.
   Het migratiemandaat (ook "LoA" in het jargon; voor "Letter of Authorisation") speelt een centrale rol in een recipient led proces. Het eenvoudige-migratiemandaat is inderdaad een machtiging van de klant aan zijn nieuwe operator om in zijn naam en voor zijn rekening zijn bestaande contract(en) op te zeggen bij zijn huidige operator, zodat de klant verder niets meer hoeft te ondernemen bij zijn oude operator. Daarnaast heeft het eenvoudige-migratiemandaat, zoals afgeleid kan worden uit artikel 13, ook een informerende rol betreffende zaken die nog afgehandeld moeten worden aangaande het oude contract bij de donoroperator.
   Het migratiemandaat dient ook de migratiegegevens te bevatten (zie ook de uitleg bij artikel 17). De recipiëntoperator heeft deze gegevens nodig, wanneer hij de donoroperator vraagt om de diensten van de abonnee die verzoekt om de migratie te deactiveren. Ze dienen om de te deactiveren diensten op nauwkeurige wijze te kunnen identificeren.
   Andere reglementaire bepalingen stellen de abonnee in staat om een e-mailadres en/of een webpagina te behouden bij de donoroperator. Om de mededeling van deze inlichtingen door de abonnee te vergemakkelijken wordt deze laatste uitgenodigd om zijn wens rechtstreeks in het eenvoudige-migratiemandaat te formuleren.
   Het onderhavige besluit geeft de abonnee de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode de dienst bij de donoroperator te behouden tegelijk met de dienst die bij de recipiëntoperator is geactiveerd. Deze verduidelijkt zijn wens door de datum van opzeg van de diensten bij de donoroperator te vermelden op het eenvoudige-migratiemandaat. Door uitdrukkelijk een datum te vragen aanvaardt de abonnee om de eventuele kosten in verband met de dubbele facturering op zich te nemen.
   De door artikel 13 opgelegde standaardformulering bestemd voor de abonnee die een migratie uitvoert, is een aangepaste en gecombineerde versie van diegene die zijn opgelegd in het kader van het KB Nummeroverdraagbaarheid.
   De handtekening op het eenvoudige migratiemandaat moet, indien die niet handgeschreven is, voldoen aan de voorwaarden van artikel XII.15, van het Wetboek van economisch recht.
   Artikel 14
   In de artikelen 14 en 15 worden de regels vastgelegd betreffende het bezoek van een technicus ter plaatse. Uit het rapport van het BIPT van 10 maart 2015 blijkt dat interventies waar de tussenkomst van een technicus nodig is aanleiding geven tot veel disputen over het al dan niet aanwezig zijn van de technicus of de klant op het afgesproken tijdstip en frustraties vanwege die klanten dat men nodeloos een dag verlof nam voor een technicus die niet is komen opdagen.
   Als eerste maatregel ter verbetering van de problematiek van het bezoek van de technicus wordt in artikel 14 de verplichting voor iedere recipiëntoperator gecreëerd om minstens afspraken te maken binnen tijdsblokken van een halve dag (en niet meer enkel voor een ganse dag, zonder enige duidelijkheid omtrent het moment van passage van de technicus). Artikel 14 betekent evenwel niet noodzakelijk dat operatoren de mogelijkheid om afspraken te maken in een tijdsblok van een volledige dag moeten afschaffen. De operator die momenteel enkel afspraken in tijdsblokken van een dag voorziet, moet bij de inwerkingtreding van dit besluit zijn klanten bijkomend de keuze geven om afspraken binnen tijdsblokken van een halve dag te maken. Het begin en het einde van het tijdsblok 's ochtends en 's avonds moet door iedere operator zelf ingevuld worden. De tijdsblokken zijn niet precies gedefinieerd om de operator enige flexibiliteit te bieden. Toch moet de operator deze tijdsblokken vooraf preciseren zodat de abonnee over een geldige referentie kan beschikken. Artikel 14 schrijft niet voor dat de interventie ook effectief moet beëindigd worden binnen het tijdsblok, omdat de duur van een interventie niet met zekerheid op voorhand te bepalen is.
   Artikel 15
   De tweede maatregel rond de interventie van de technicus betreft de verplichting tot het opmaken van een verslag van de interventie en de ter beschikkingstelling ervan aan de abonnee.
   Artikel 15 § 1 legt op dat elk bezoek van een technicus op het installatieadres (ook het bezoek dat niet kon doorgaan omdat de klant of zijn vertegenwoordiger niet aanwezig zou zijn) het voorwerp moet uitmaken van een verslag.
   Artikel 15, § 2 schrijft voor dat de technicus aan het eind van zijn bezoek een exemplaar van zijn verslag ter beschikking stelt van de consument. Dit kan een overhandiging van een dubbel zijn (of het achterlaten van dat dubbel in de brievenbus van de klant, indien het bezoek niet kon doorgaan) of de verzending van een elektronisch bericht aan de klant waarmee het verslag op een duurzame elektronische drager aan de klant wordt bezorgd.
   Artikel 16
   Opdat de eenvoudige migratie zo homogeen, efficiënt en betrouwbaar mogelijk kan verlopen, moet het mogelijk zijn om alle diensten te identificeren die het voorwerp van een migratie kunnen uitmaken. Zonder een unieke identifier zou het immers kunnen dat de donoroperator niet over de informatie beschikt die noodzakelijk is voor de deactivering van de diensten, of erger nog, overgaat tot de deactivering van diensten die bij een andere abonnee actief zijn. De identificatie van de diensten vormt dus een hoeksteen van dit besluit.
   De factuur, fysiek of elektronisch, is een document dat van nature bestaat en repetitief is. Ze vormt bijgevolg een bevoorrechte drager voor de abonnee om over de unieke identifier te beschikken, wanneer hij van operator wil veranderen.
   Om vanuit het oogpunt van de abonnee te zorgen voor de vereenvoudiging van het proces, is het noodzakelijk dat de abonnee slechts één enkele identifier hoeft over te zenden, die alle diensten vertegenwoordigt die in aanmerking komen voor de eenvoudige migratie.
   Deze identifier kan worden aangeboden in de vorm van een nummer of een naam, volgens de keuze van de operator.
   Artikel 17
   De klantenzone is een geïndividualiseerde dienst, die op beveiligde wijze beschikbaar is op het internet en waartoe de abonnee toegang heeft door middel van een gebruikersnaam en een wachtwoord. Wanneer de abonnee zichzelf identificeert kunnen de computersystemen in staat zijn om het gedrag van de abonnee op deze webpagina van de klant vast te stellen, met name de pagina's die hij bekijkt. Door de beschikbaarstelling van de migratie-informatie op een pagina, bijvoorbeeld de hoofdpagina of de algemene pagina waarop de producten van de klant worden beschreven, zonder dat de abonnee op de pagina een actie moet ondernemen (bijvoorbeeld klikken), is het aldus onmogelijk om zijn gedrag te analyseren. Het is echter altijd mogelijk dat de abonnee verbonden blijft met zijn webpagina (bijvoorbeeld via een cookie) en dat de raadpleging van pagina's van de (niet-beveiligde) website van de operator wordt geanalyseerd. De operator kan deze informatie niet gebruiken om te bepalen of de abonnee het voornemen heeft om van operator te veranderen.
   Talrijke operatoren zenden hun abonnees een welkombrief toe die tot doel heeft alle nuttige informatie die bewaard moet worden samen te vatten. Bijgevolg lijkt het relevant in dat document de migratie-informatie toe te voegen.
   Artikel 18
   Artikel 18 lijst de informatie op die de operatoren specifiek omtrent migraties moeten vermelden op hun websites.
   In uitvoering van onderdeel 1° moet het one-stop-shoppingproces dat by default verplicht wordt in uitvoering van dit besluit prominent worden vermeld op de webpagina's van de operatoren die betrekking hebben op het overstappen van operator.
   Informatie over de rechten die dit besluit toekent aan de consumenten en de voorwaarden waaronder deze uitgeoefend kunnen worden (onderdeel 2° ) viseert in het bijzonder informatie betreffende het in artikel 19 ingestelde recht op compensatie bij niet-opdagen van de technicus binnen het afgesproken timeslot, het bedrag van de compensaties en de procedure en modaliteiten om deze uitbetaald te krijgen.
   In uitvoering van de onderdelen 3° en 4° moet de recipiëntoperator zijn nieuwe klanten in het algemeen wijzen op de mogelijke opzegkosten en de andere handelingen die de klant nog moet stellen bij de operator die hij verlaat. Bij die informatie hoort ook een neutrale formulering dat de klant gehouden blijft om, in voorkomend geval, de nog openstaande -gerechtvaardigde- facturen van de donor te betalen voor het verbruik van diensten vóór de migratie.
   Wanneer dit artikel stelt dat informatie op generieke wijze kan gegeven worden betekent dit bijvoorbeeld dat een omschrijving van mogelijke opzegkosten of van mogelijke teruggave van toestellen in het algemeen voldoende is, zonder detailinformatie of deze of gene operator opzegkosten bij een verbreking binnen de 6 maanden aanrekent of zonder specifieke informatie welke toestellen men bij deze of gene operator moet teruggeven.
   Artikel 19
   Artikel 19 bepaalt de vergoeding waar de consument recht op heeft indien de technicus niet is komen opdagen binnen het afgesproken tijdsblok of wanneer er geen verslag werd opgesteld of dat verslag niet opgesteld werd conform de regels in artikel 15 of in uitvoering daarvan.
   Wanneer de installatie verschillende bezoeken van technici vereist, heeft de abonnee recht op een compensatie voor elk gepland bezoek dat niet is nagekomen.
   Artikel 20
   Artikel 20 stelt de regel in dat het verzoek tot compensatie altijd ingediend moet worden bij de recipiëntoperator, zelfs al zou de abonnee weten dat de vertraging niet aan deze operator, maar bijvoorbeeld aan de technicus van de operator van het onderliggende netwerk te wijten is.
   Het artikel staat de recipiëntoperator verder toe om de compensatie te betalen aan de abonnee via de factuur te verrekenen met de abonnementsgelden die de abonnee aan hem verschuldigd is. Als alternatief wordt de compensatie betaald via een creditnota.
   Artikel 21
   Artikel 21 geeft de Minister de mogelijkheid om de processen en communicatieprotocollen tussen de operatoren nader te regelen, mocht blijken dat de afspraken die gemaakt werden tussen operatoren in de "werkgroep Easy Switch" niet afdoende zouden blijken te werken.
   Artikel 22
   Artikel 22 brengt wijzigingen aan het KB Nummeroverdraagbaarheid aan teneinde dat besluit af te stemmen op het huidige besluit.
   Artikel 23 tot en met 25
   De overige artikelen behoeven geen commentaar
   Er werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State, behalve met de opmerking betreffende artikel 12. Dat artikel speelt een sleutelrol in het faciliteren van vlotte migraties. Via een reparatiewet zal er een wettelijke basis voor deze bepaling ingevoerd worden.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Telecommunicatie,
   A. DE CROO
   
   ADVIES 59.513/4 VAN 11 JULI 2016 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `BETREFFENDE DE MIGRATIE VAN VASTELIJNDIENSTEN EN BUNDELS VAN DIENSTEN IN DE SECTOR VAN DE ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE'
   Op 1 juni 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 13 juli 2016 (*) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de migratie van vastelijndiensten en bundels van diensten in de sector van de elektronische communicatie'.
   Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 11 juli 2016.
   De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Martine Baguet en Bernard Blero, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Marianne Dony, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.
   Het verslag is opgesteld door Anne Vagman, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 11 juli 2016.
   -------------
   (*) Bij e-mail van 6 juni 2016.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Bijzondere opmerkingen
   Aanhef
   1. Het eerste lid behoort te worden aangevuld met de vermelding van artikel 11, § 7, van de wet van 13 juni 2005 `betreffende de elektronische communicatie', vervangen bij de wet van 10 juli 2012 : die bepaling levert immers een rechtsgrond op voor artikel 23 van het ontwerp.
   2. In de aanhef dient een nieuw derde lid ingevoegd te worden teneinde melding te maken van het koninklijk besluit van 2 juli 2013 `betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten', dat men voornemens is te wijzigen bij artikel 23 van het ontwerp.
   3. In de aanhef dient de datum te worden ingevuld waarop voldaan is aan de respectieve vormvereisten die daarin vermeld zijn.
   Dispositief
   Artikel 1
   Wat het eerste lid betreft, wordt erop gewezen dat de ontworpen tekst het toepassingsgebied van het ontwerpbesluit beperkt, inzonderheid door alleen te gewagen van diensten "geleverd via een vaste lijn" en van een "omroepdistributiedienst", en aldus geen volledige uitvoering geeft aan de machtiging die aan de Koning verleend wordt bij artikel 111/2, § 1, van de wet van 13 juni 2005 `betreffende de elektronische communicatie' noch aan de machtiging die eveneens aan de Koning wordt verleend bij artikel 5/2 van de wet van 15 mei 2007 `betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten' (1)
   Artikelen 1 en 23
   Naar aanleiding van het verzoek om nadere uitleg te verstrekken over de wijze waarop de steller van het ontwerp de ontworpen tekst wil laten samengaan met het koninklijk besluit van 2 juli 2013 `betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten', meer in het bijzonder door het uitvaardigen van artikel 1, tweede lid, van het ontwerp en door de wijzigingen die bij artikel 23 ervan aangebracht worden in het voornoemde koninklijk besluit van 2 juli 2013, heeft de gemachtigde van de minister het volgende uiteengezet :
   "Uitleg betreffende de verhouding tussen het ontwerp KB `Easy Switch' en het KB `Nummeroverdraagbaarheid' van 2 juli 2013
   Het is de bedoeling dat :
   - het KB Nummeroverdraagbaarheid volledig en alleen van toepassing is, wanneer de migratie volledig geregeld kan worden door het nummer over te dragen (NB : het is een conventie (en een technische realiteit) dat de abonnee door de overdracht van zijn nummer(s) te vragen een einde stelt aan zijn telefoniecontract(en) bij de donoperator);
   - het KB Nummeroverdraagbaarheid bijna volledig van toepassing is naast het KB `Easy Switch', wanneer een bundel van diensten met en zonder nummers gemigreerd wordt, maar niet de artikelen 10, § 2 en 11 van het KB Nummeroverdraagbaarheid.
   De situatie in het tweede bullet point van een `bundel van diensten met en zonder nummers' viseert het geval wanneer er in een bundel diensten zitten die geleverd worden aan de hand van nummers (vaste telefonie en/of mobiele telefonie) en diensten die niet geleverd worden aan de hand van nummer (internet en/of televisie).
   Voor de uitvoering van de migratie van dat deel van de dienst(en) geleverd aan de hand van nummers in een bundel, is het de bedoeling dat :
   - dat technisch nog steeds gebeurt via de centrale referentiedatabank (zie art. 10, § 3 van het KB Nummeroverdraagbaarheid),
   - op operationeel vlak de timers en regels in de §§ 4 tot en met 7 van artikel 10 van het KB Nummeroverdraagbaarheid onverkort van toepassing blijven op dat deel van de migratie,
   - financieel de regels van artikel 12 van het KB Nummeroverdraagbaarheid zonder wijziging van toepassing blijven en
   - abonnees voor vertragingen op vlak van nummeroverdraagbaarheid een recht blijven hebben op compensaties (zie art. 13 KB Nummeroverdraagbaarheid).
   Enkel op de volgende vlakken is het de bedoeling dat (ook voor de diensten die geleverd worden aan de hand van nummers) de regels van het KB `Easy Switch' voorrang krijgen op de regels van het KB Nummeroverdraagbaarheid :
   1) het door de abonnee te ondertekenen mandaat : het is de bedoeling dat de abonnee één enkel mandaat ondertekent om zijn bundel van diensten te migreren; niet één mandaat voor het deel van zijn diensten geleverd aan de hand van een nummer (op grond van artikel 10, § 2, KB Nummeroverdraagbaarheid) en één mandaat voor de resterende diensten, die niet geleverd worden aan de hand van een nummer.
   2) de vergoeding die de recipiëntoperator kan vragen aan de abonnee voor de uitvoering van de migratie : het is de bedoeling dat de recipiëntoperator geen vergoeding voor de migratie meer kan vragen; niet dat hij nog een vergoeding kan vragen voor het deel van de migratie dat geregeld wordt via nummeroverdraagbaarheid, door beroep te doen op artikel 11 van het KB Nummeroverdraagbaarheid.
   Vandaar dat artikel 23 van het KB Easy Switch in het KB Nummeroverdraagbaarheid een nieuwe bepaling over de toepassing van dat laatste KB invoert, die stelt :
   `Art. 2/1. De artikelen 10, § 2 en 11 zijn niet van toepassing, indien de nummeroverdracht deel uitmaakt van een ruimere migratie van diensten, geregeld in het besluit genomen krachtens artikel 111/2, § 1, van de Wet.';
   En het KB Easy Switch zelf duidelijk maakt dat ook het KB Nummeroverdraagbaarheid in een bepaalde mate van toepassing blijft, door in artikel 1, 2e lid te bepalen :
   `Het koninklijk besluit van 2 juli 2013 betreffende de overdraagbaarheid van de nummers van de abonnees van elektronische-communicatiediensten is in de mate bepaald in dat besluit van toepassing op het deel van de migratie dat bewerkstelligd wordt via nummeroverdraagbaarheid'."
   Die uitleg, die omstandiger en nauwkeuriger is dan die welke in het verslag aan de Koning voorkomt, zou daarin opgenomen moeten worden.
   Overigens lijkt in het licht van de aldus opgegeven redenen, weliswaar a priori aanvaard te kunnen worden dat artikel 10, § 2, van het koninklijk besluit van 2 juli 2013 niet van toepassing verklaard wordt "indien de nummeroverdracht deel uitmaakt van een ruimere migratie van diensten, geregeld in het besluit genomen krachtens artikel 111/2, § 1, van de Wet" (2); de steller van het ontwerp moet in het licht van het gelijkheidsbeginsel evenwel in staat zijn om uit te leggen om welke redenen overwogen wordt te bepalen dat, indien de nummeroverdracht deel uitmaakt van een ruimere migratie van diensten, geregeld in het besluit genomen krachtens artikel 111/2, § 1, van de wet van 13 juni 2005 `betreffende de elektronische communicatie', de vergoeding waarin artikel 11 van het koninklijk besluit van 2 juli 2013 voorziet niet aan de operator verschuldigd zal zijn. In dat verband blijkt de reden die opgegeven is in de uitleg die supra weergegeven is en die alleen steunt op de bedoeling van de steller van het ontwerp ontoereikend (3).
   Artikel 23 van het ontwerp dient in het licht van deze opmerkingen opnieuw onder de loep te worden genomen en het verslag aan de Koning behoort dienovereenkomstig aangevuld te worden.
   Artikel 2
   In de bepaling onder 6° is sprake van een "elektronisch gevalideerde (...) verklaring".
   Het ontwerp behoort aangevuld te worden teneinde in een afzonderlijke bepaling aan te geven volgens welke nadere regels die validatie geschiedt.
   Dezelfde opmerking geldt voor artikel 13, § 1, 8°.
   Artikel 3
   Het derde lid zou duidelijker gesteld zijn indien het gesplitst zou worden in twee leden met de volgende tekst :
   "Wanneer de in artikel 1 bedoelde abonnee geen volmacht wenst te geven aan de recipiëntoperator om de opzeg ten aanzien van de donoroperator te verrichten en de activering van de nieuwe diensten af te stemmen op de deactivering van de diensten bij de donoroperator, geeft hij dat expliciet aan op het eenvoudige migratiemandaat.
   Op het eenvoudige migratiemandaat geeft hij eveneens aan :
   1° [de tekst die overeenstemt met het ontworpen derde lid, 2° ] ;
   2° [de tekst die overeenstemt met het ontworpen derde lid 3, 3° ]".
   Artikel 5
   Volgens de redactie van de machtigingen die aan de Koning verleend worden bij artikel 111/2, § 1, van de wet van 13 juni 2005 `betreffende de elektronische communicatie' en bij artikel 5/2, van de wet van 15 mei 2007 `betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten' staat het aan de uitvoerende macht om de uitvoeringstermijnen te bepalen.
   In artikel 5, tweede lid, van het ontwerp mag dan ook niet voorgeschreven worden dat de minister de termijnen in kwestie "kan" bepalen : die termijnen moeten in het ontworpen besluit zelf bepaald worden, tenzij daarin voorgeschreven wordt dat de minister die termijnen "bepaalt".
   De ontworpen tekst dient in het licht van deze opmerking herzien te worden.
   Dezelfde opmerking geldt, mutatis mutandis, voor artikel 9, derde lid, van het ontwerp.
   Artikel 9
   In de Franse tekst bestaat artikel 8 uit vier leden, maar is er geen artikel 9, terwijl in de Nederlandse tekst artikel 8 uit één lid bestaat en artikel 9 uit drie leden.
   De steller van het ontwerp dient dat ontbrekend artikelnummer in de Franse tekst in te voegen.
   Artikel 12
   Het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk in welke wetsbepaling een rechtsgrond gevonden zou kunnen worden voor artikel 12 van het ontwerp : daarvoor is geen rechtsgrond te vinden in artikel 111/2, § 1, van de wet van 13 juni 2005 `betreffende de elektronische communicatie', noch in artikel 5/2 van de wet van 15 mei 2007 `betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten'; bij die bepalingen worden aan de Koning immers precieze machtigingen verleend die minder talrijk en minder ruim zijn dan die welke vergelijkenderwijze bij artikel 11, § 7, tweede lid, inzonderheid de bepalingen onder 1° en 3°, van de wet van 13 juni 2005 aan de Koning worden verleend inzake nummeroverdraagbaarheid.
   Artikel 12 dient te vervallen.
   Artikel 13
   Artikel 13, § 2, strekt ertoe aan het Instituut een verordenende bevoegdheid te verlenen.
   Doordat de wetsbepalingen tot uitvoering waarvan het ontworpen besluit strekt, geen precieze en uitdrukkelijke machtiging in die zin bevatten, bezit artikel 13 geen rechtsgrond.
   De ontworpen tekst dient aldus herzien te worden dat in voorkomend geval de bevoegdheid van verordenende aard niet aan het Instituut maar aan de minister opgedragen wordt.
   Dezelfde opmerking geldt voor artikel 15, § 3, en voor artikel 17, derde lid.
   Artikel 15
   Doordat daarbij een bewijsmiddel geregeld wordt, bezit artikel 15, § 1, tweede zinsdeel, geen rechtsgrond.
   Dat zinsdeel dient te vervallen.
   Artikel 21
   Artikel 21 heeft geen rechtsgrond : daarvoor is immers geen rechtsgrond te vinden in artikel 111/2, § 1, van de wet van 13 juni 2005 `betreffende de elektronische communicatie', noch in artikel 5/2 van de wet van 15 mei 2007 `betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten'.
   Artikel 21 behoort te vervallen.
   Slotopmerking
   De Franse tekst van het ontwerp dient op taalkundig gebied herzien te worden (4).
   
   De griffier,
   B. Vigneron.
   De voorzitter,
   P. Vandernoot.
   
   ----------
   
   (1) Die wetsbepalingen hebben immers betrekking op de elektronische-communicatiediensten in het algemeen, en de laatstgenoemde bepaling heeft niet alleen betrekking op omroepdistributie maar ook op omroeptransmissie.
   (2) Met het oog op de transparantie van de regelgeving zou het beter zijn die tekst op te stellen door naar het ontworpen koninklijk besluit te verwijzen, met opgave van de datum en het opschrift ervan.
   (3) Zo staat in die uitleg het volgende : "de vergoeding die de recipiëntoperator kan vragen aan de abonnee voor de uitvoering van de migratie : het is de bedoeling dat de recipiëntoperator geen vergoeding voor de migratie meer kan vragen ; niet dat hij nog een vergoeding kan vragen voor het deel van de migratie dat geregeld wordt via nummeroverdraagbaarheid, door beroep te doen op artikel 11 van het KB Nummeroverdraagbaarheid".
   (4) Zie inzonderheid de artikelen 10, 14 en 22, § 1.
   

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie