J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/09/01/2016003328/justel

Titel
1 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk V : slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-09-2016 en tekstbijwerking tot 11-05-2017)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 23-09-2016 nummer :   2016003328 bladzijde : 64465       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-09-01/14
Inwerkingtreding : 23-09-2016
Opheffing : 01-01-2020 9,L2

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Door instellingen over te dragen gegevens
Art. 2-6
HOOFDSTUK 3. - Overdracht van de gegevens
Art. 7-11
HOOFDSTUK 4. - Overdracht van de verzegelde omslagen
Art. 12-15
HOOFDSTUK 5. - Beheer en toegang tot de registers
Art. 16-27
HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepalingen en inwerkingtreding
Art. 28-31

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° wet : wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I);
  2° bankwerkdag : iedere dag dat het Target2-systeem (Trans-European Automated Real-time Gross Settlement Express Transfer System) operationeel is;
  3° registers : registers bedoeld in de artikelen 30, 32/2 en 40 van de wet;
  4° betrokkene: betrokkene bedoeld in artikel 10, § 1, eerste en tweede lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

  HOOFDSTUK 2. - Door instellingen over te dragen gegevens

  Art. 2. De gegevens bedoeld in artikel 26, § 2, eerste en tweede lid, van de wet zijn, voor wat de houders en de huurders betreft, de volgende :
  1° de identificatienummers van het Rijksregister en van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° de naam en voornamen;
  3° de geboorteplaats en -datum;
  4° het geslacht;
  5° de hoofdverblijfplaats en de andere beschikbare adressen;
  6° de plaats en datum van het overlijden, of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de overschrijving van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid;
  7° de burgerlijke staat;
  8° in geval van overlijden van de houders of de huurders, of als ze vermoedelijk afwezig zijn, geen gekende verblijfplaats hebben of in de onmogelijkheid verkeren om hun wil te kennen te geven of wilsonbekwaam zijn, de samenstelling van het gezin;
  9° de wettelijke samenwoning.
  In de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn hun opeenvolgende wijzigingen en de datum waarop zij uitwerking hebben, inbegrepen.

  Art. 3. De gegevens bedoeld in artikel 36, § 2, eerste en tweede lid, van de wet zijn de volgende :
  a) voor wat betreft de verzekerden van verzekeringsovereenkomsten die prestaties in geval van overlijden bevatten:
  1° de identificatienummers van het Rijksregister en van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° de naam en voornamen;
  3° de geboorteplaats en -datum;
  4° het geslacht;
  5° de hoofdverblijfplaats en de andere beschikbare adressen;
  6° de plaats en datum van het overlijden, of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de overschrijving van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid;
  b) voor wat betreft de begunstigden en de andere personen die nodig zijn om de begunstigden op te sporen :
  1° de identificatienummers van het Rijksregister en van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° de naam en voornamen;
  3° de geboorteplaats en -datum;
  4° het geslacht;
  5° de hoofdverblijfplaats en de andere beschikbare adressen;
  6° de plaats en datum van het overlijden, of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de overschrijving van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid;
  7° de burgerlijke staat;
  8° de samenstelling van het gezin, uitsluitend in geval dit gegeven onontbeerlijk wordt geacht om de begunstigden op te sporen;
  9° de wettelijke samenwoning.
  In de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn hun opeenvolgende wijzigingen en de datum waarop zij uitwerking hebben, inbegrepen.

  Art. 4. Voor de berekening van de bedragen van 20 euro en 50 euro bedoeld in de artikelen 26, § 4 en 28, tweede en vierde lid, van de wet, worden al de tegoeden op rekeningen van eenzelfde houder bij eenzelfde instelling-depositaris samengeteld.
  Voor de toepassing van de artikelen 26, § 4 en 27, eerste lid, van de wet worden volgende koersen gebruikt :
  1° voor de omzetting van vreemde munten in euro, de indicatieve koersen die zijn bekendgemaakt door de Europese Centrale Bank of de Nationale Bank van België overeenkomstig artikel 212, § 2, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, de dag dat de rekening een slapende rekening wordt en, als die dag geen bankwerkdag is, de eerstvolgende bankwerkdag;
  2° voor de berekening van de marktwaarde van de effecten, de koers die op de meest liquide markt waarop de betrokken effecten zijn verhandeld, geldt op de dag dat de rekening een slapende rekening wordt en, als die dag geen bankwerkdag is, de eerstvolgende bankwerkdag.
  Als in toepassing van het eerste lid de tegoeden van verscheidene rekeningen zijn samengeteld en deze rekeningen niet op dezelfde dag slapende rekeningen worden, wordt, voor de toepassing van het tweede lid, enkel rekening gehouden met de dag waarop al deze rekeningen slapende rekeningen zijn geworden.
  Voor de toepassing van artikel 28, tweede en vierde lid, van de wet worden volgende koersen gebruikt :
  1° voor de omzetting van vreemde munten in euro, de indicatieve koersen die zijn bekendgemaakt door de Europese Centrale Bank of de Nationale Bank van België overeenkomstig artikel 212, § 2, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, de vijfde bankwerkdag die de overdracht van de tegoeden aan de Kas voorafgaat;
  2° voor de berekening van de marktwaarde van de effecten, de koers die op de meest liquide markt waarop de betrokken effecten zijn verhandeld, geldt op de vijfde bankwerkdag die de overdracht van de effecten aan de Kas voorafgaat.
  Wanneer de tegenwaarde van speciën uitgedrukt in deviezen of de marktwaarde van effecten bij de start van de opsporingen minder dan 20 euro bedraagt en zelfs wanneer deze bij de overdracht aan de Kas 20 euro of meer bedraagt, worden deze speciën en effecten zonder informatie aan de Kas overgedragen en doven door deze overdracht aan de Kas de rechten van de houder erop uit. Ze mogen op een globale manier aan de Kas worden overgedragen.

  Art. 5. Het nazicht bedoeld in de artikelen 33 en 34 van de wet wordt geacht gedaan te zijn telkens de verzekerde persoonlijk bij dezelfde verzekeringsonderneming tussenkomt met betrekking tot een overeenkomst bedoeld in de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.

  Art. 6. De kosten die de instellingen-depositaris voor de in artikel 26 van de wet bedoelde opsporingen aanrekenen, mogen niet meer dan 200 euro bedragen.
  De kosten die de verzekeringsondernemingen voor de nazichten en opsporingen bedoeld in de artikelen 33 tot 36 van de wet aanrekenen, mogen niet meer dan 200 euro bedragen.
  De kosten die de instellingen-verhuurder voor de in artikel 26 van de bedoelde opsporingen aanrekenen, zijn beperkt tot 100 euro. Ze mogen evenwel gecumuleerd worden met de werkelijke kosten voor de opening van de safe en het opstellen van de inventaris, zoals bedoeld in artikel 32, § 1 zevende lid van de wet en de kosten voor de bewaring en de materiële levering van de verzegelde omslagen, bedoeld in artikel 32, § 2, tweede lid. In voorkomend geval mogen deze kosten verhaald worden op de tegoeden die in speciën werden aangetroffen bij de opening van de safe. De nodige stavingsstukken zullen hiervoor worden overgemaakt aan de Kas, als bijlage aan de inventaris.
  De kosten bedoeld in het eerste lid kunnen enkel in rekening gebracht worden voor de speciën die op rekening werden geschreven conform artikel 32, § 1 van de wet.

  HOOFDSTUK 3. - Overdracht van de gegevens

  Art. 7. De in artikel 28, eerste lid, van de wet bedoelde gegevens die, als ze beschikbaar zijn, door de instellingen-depositaris aan de Kas worden overgedragen, zijn de gegevens die nodig zijn voor :
  1° de identificatie van de overdracht van de gegevens, inzonderheid de identificatiecode van de overdracht, de datum van verzending van de gegevens, de identificatiecode van de instelling-depositaris, het aantal betrokken houders en de datum van overdracht van de tegoeden;
  2° de identificatie van de houder(s), inzonderheid de naam, voornamen en benaming, het identificatienummer van het Rijksregister of van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de plaats en datum van geboorte en overlijden of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid, het geslacht, de laatste hoofdverblijfplaats of bij gebrek daaraan, de andere beschikbare adressen, en het (de) nummer(s) van de slapende rekening(en);
  3° de identificatie van de tegoeden van de slapende rekening, inzonderheid de benaming, het overgedragen bedrag en de munt waarin het is uitgedrukt, de aard en de gedetailleerde samenstelling.
  De overdracht van de in het eerste lid bedoelde gegevens gebeurt maximum vijf bankwerkdagen voorafgaandelijk aan en uiterlijk tegelijk met de overdracht van de tegoeden van de slapende rekeningen.

  Art. 8. De in artikel 32, § 2 van de wet bedoelde gegevens die, als ze beschikbaar zijn, door de instellingen-verhuurder aan de Kas worden overgedragen, zijn de gegevens die nodig zijn voor :
  1° de identificatie van de overdracht van de gegevens, inzonderheid de identificatiecode van de overdracht, de datum van verzending van de gegevens en de identificatiecode van de instelling-verhuurder;
  2° de identificatie van de huurder(s), inzonderheid de naam, voornamen en benaming, het identificatienummer van het Rijksregister of van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de plaats en datum van geboorte en overlijden of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid, het geslacht, de laatste hoofdverblijfplaats of bij gebrek daaraan, de andere beschikbare adressen;
  3° de identificatie van elke slapende safe, inzonderheid de referte van het proces-verbaal van opening van de safe of van het document dat het vervangt, de datum van slapend worden van de safe, de datum van opening van de safe, de identificatiecode van de safe en van de verzegelde omslagen van de safe.
  In afwijking van het eerste lid, 2° mogen de verzegelde omslagen met de tegoeden uit oude safes, waarvan de huurder onidentificeerbaar is en er geen enkel gegeven over de huurder voorhanden is, overgedragen worden op naam van de Kas.

  Art. 9. § 1. De in artikel 38, eerste lid, 1°, van de wet bedoelde gegevens die, als ze beschikbaar zijn, door de verzekeringsondernemingen aan de Kas worden overgedragen, zijn :
  1° de gegevens die nodig zijn voor :
  a) de identificatie van de overdracht van de gegevens, inzonderheid de identificatiecode van de overdracht, de datum van verzending van de gegevens, de naam en de identificatiecode van de verzekeringsonderneming, het aantal betrokken verzekeringsovereenkomsten en de datum van overdracht van de verzekerde prestaties;
  b) de identificatie van de slapende verzekeringsovereenkomst, inzonderheid de identificatiecode bij de verzekeringsonderneming, de datum van sluiting van de overeenkomst, de aard van het risico dat zich heeft voorgedaan en het nominatief, generiek of gemengd karakter van het begunstigingsbeding;
  c) de identificatie van de verzekeringnemer die een natuurlijk persoon is, en van de verzekerde, inzonderheid de naam en voornamen, het identificatienummer van het Rijksregister of van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de plaats en datum van geboorte en overlijden of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid, het geslacht, de laatste hoofdverblijfplaats of bij gebrek daaraan, de andere beschikbare adressen;
  d) de identificatie van de verzekeringnemer die geen natuurlijk persoon is, inzonderheid de benaming, het identificatienummer en de laatste zetel;
  e) de identificatie van de begunstigde(n), inzonderheid de naam en voornamen, het identificatienummer van het Rijksregister of van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de hoedanigheid, de plaats en datum van geboorte en overlijden of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid, het geslacht, de laatste hoofdverblijfplaats of bij gebrek daaraan, de andere beschikbare adressen, de volledige en juiste tekst van het begunstigingsbeding, de verzekerde prestaties die reeds aan hem zijn betaald en het feit dat hij geen rechten meer heeft op verzekerde prestaties;
  2° de gegevens over de verzekerde prestaties, inzonderheid het overgedragen bedrag en de munt waarin dit is uitgedrukt, en de datum waarop de verzekerde prestaties opeisbaar zijn geworden;
  3° de gegevens over de fiscaliteit van de verzekeringsovereenkomst die de Kas nodig heeft om de verzekerde prestaties aan de begunstigde(n) correct te betalen.
  De overdracht van de in het eerste lid bedoelde gegevens gebeurt maximum vijf bankwerkdagen voorafgaandelijk aan en uiterlijk tegelijk met de overdracht van de verzekerde prestaties van de slapende verzekeringsovereenkomsten.
  § 2. De in artikel 38, eerste lid, 2°, van de wet bedoelde gegevens die, als ze beschikbaar zijn, door de verzekeringsondernemingen aan de Kas worden overgedragen, zijn de gegevens die nodig zijn voor :
  1° de identificatie van de overdracht van de gegevens, inzonderheid de identificatiecode van de overdracht, de datum van verzending van de gegevens, de naam en de identificatiecode van de verzekeringsonderneming en het aantal betrokken verzekeringsovereenkomsten;
  2° de identificatie van de slapende verzekeringsovereenkomst, inzonderheid de identificatiecode bij de verzekeringsonderneming, de datum van sluiting van de overeenkomst en de aard van het risico dat zich heeft voorgedaan;
  3° de identificatie van de verzekeringnemer die een natuurlijk persoon is, en van de verzekerde, inzonderheid de naam en voornamen, het identificatienummer van het Rijksregister of van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de plaats en datum van geboorte en overlijden of, in geval van een verklaring van afwezigheid, de datum van de beslissing houdende verklaring van afwezigheid, het geslacht, de laatste hoofdverblijfplaats of bij gebrek daaraan, de andere beschikbare adressen;
  4° de identificatie van de verzekeringnemer die geen natuurlijk persoon is, inzonderheid de benaming, het identificatienummer en de laatste zetel;
  5° de identificatie van het fiscale statuut van de verzekeringsovereenkomst.
  § 3. Paragraaf 2 is van toepassing op de slapende verzekeringsovereenkomsten die uitsluitend voorzien in een prestatie bij leven die uitgekeerd wordt onder de vorm van een rente en die ondanks de opsporingsprocedure bedoeld in artikel 36 van de wet, niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst door de begunstigde.

  Art. 10.De overdracht van de in [1 artikelen 7 tot 9]1 bedoelde gegevens aan de Kas gebeurt volgens de technische standaard en de nadere specificaties die de Kas na overleg met Febelfin en Assuralia op uniforme wijze vaststelt.
  Onder voorbehoud van [1 de artikelen 7, tweede lid, en 9, § 1, tweede lid]1, mag de Kas eisen dat de instellingen-depositaris en de verzekeringsondernemingen de overdracht van slapende tegoeden en verzekerde prestaties gedurende een periode van maximum één maand schorsen met het oog op de koppeling ervan met de gegevens ontvangen door de beheerders van effecten en deviezen.
  Na overleg met Febelfin en/of Assuralia mag de Kas regels opleggen voor de vaststelling van de kalender en de praktische modaliteiten van de overdracht van de slapende tegoeden.
  ----------
  (1)<KB 2017-04-28/04, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 23-09-2016>

  Art. 11. In afwijking van de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934, geschieden de ontvangsten en uitgaven met betrekking tot de slapende rekeningen en verzekeringsovereenkomsten, uitgedrukt in een andere munt dan de euro en met betrekking tot de effecten, door middel van rekeningen die door de Kas zijn geopend bij de door haar aangeduide kredietinstelling.

  HOOFDSTUK 4. - Overdracht van de verzegelde omslagen

  Art. 12. De inhoud van een safe die bij toepassing van artikel 32, § 1, vierde lid van de wet in één of meerdere verzegelde omslagen verpakt werd, vormt een onverdeeldheid. Dit impliceert dat de verzegelde omslagen van eenzelfde safe gegroepeerd blijven. Ze worden in één keer per safe geleverd aan de Kas en in hun geheel teruggegeven aan de rechthebbende.

  Art. 13.Na de correcte overdracht van de gegevens bedoeld in [1 artikel 8]1 bepaalt de Kas een tijdstip voor de levering van de verzegelde omslagen op een door de Kas bepaalde locatie, tegen ontvangstbewijs.
  De instellingen-verhuurder staan in voor het transport en de verzekering ervan.
  De verantwoordelijkheid van de Kas voor de verzegelde omslagen vat slechts aan op het ogenblik van de afgifte van de ontvangstmelding aan de instellingen-verhuurder of de door haar aangestelde persoon.
  Na overleg met Febelfin mag de Kas regels opleggen voor de vaststelling van de praktische modaliteiten van de overdracht van de verzegelde omslagen.
  ----------
  (1)<KB 2017-04-28/04, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 23-09-2016>

  Art. 14. Voor elke slapende safe wordt er een inventaris overgedragen aan de Kas, ook voor lege safes en safes die geleegd werden overeenkomstig artikel 32, vierde lid van de wet.
  De inventaris beantwoordt aan de minimumvereisten, zoals voorgeschreven door de Kas.
  De overdracht van de inventaris vindt plaats samen met de levering van de corresponderende verzegelde omslagen.
  In voorkomend geval voegen de instellingen-verhuurder tevens een afrekening van de tegoeden in speciën die in de safe werden aangetroffen als bijlage aan de inventaris. Deze afrekening zal tevens een verwijzing naar de rekening met het saldo van de slapende speciën bevatten.

  Art. 15. De rekening, bedoeld in artikel 32, § 1, vijfde lid van de wet betreft hetzij een bestaande, niet geblokkeerde rekening op naam van de huurder, hetzij een rekening geopend door de instelling-verhuurder op naam van de huurder. In geval de huurder overleden is op het ogenblik van de opening van de slapende safe en er geen rekening bestaat, kan de instelling-verhuurder een rekening openen op naam van 'de nalatenschap van de huurder'.

  HOOFDSTUK 5. - Beheer en toegang tot de registers

  Art. 16. De Kas wordt aangewezen als de voor de verwerking verantwoordelijke bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, voor wat betreft de registers.

  Art. 17. De betrokkenen en de andere personen die een wettig belang aantonen, hebben op de volgende wijzen toegang tot de registers :
  1° zij mogen er zelf opsporingen in doen uitsluitend via een webstek die er specifiek aan is gewijd;
  2° zij mogen de Kas vragen er opsporingen in te doen.

  Art. 18.§ 1. De identiteit van een betrokkene of van een andere in [1 artikel 17]1 bedoelde persoon, wordt geacht zeker te zijn in geval hij toegang heeft tot de informaticatoepassing van de registers aan de hand van zijn elektronische identiteitskaart en zijn PIN-code (persoonlijke identificatiecode) of een " token " dat is afgeleverd door de bevoegde federale overheid.
  De Minister van Financiën mag andere modaliteiten bepalen voor de certificering van de identiteit van een betrokkene of een andere in [1 artikel 17]1 bedoelde persoon die in de registers opsporingen wenst te doen.
  § 2. In geval een betrokkene of een andere in [1 artikel 17]1 bedoelde persoon, aan de Kas vraagt opsporingen te doen, wordt zijn identiteit geacht zeker te zijn indien hij haar een kopie van zijn identiteitsbewijs voorlegt.
  In geval van twijfel mag de Kas eisen dat haar het originele identiteitsbewijs wordt voorgelegd.
  ----------
  (1)<KB 2017-04-28/04, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 23-09-2016>

  Art. 19. Een persoon die in de registers zelf opsporingen wenst te doen of te laten doen door de Kas naar gegevens over een derde dient :
  1° op zijn eer te verklaren op grond van welke hoedanigheid hij een wettig belang heeft om deze opsporing te doen of te laten doen
  2° volgende gegevens te verstrekken over deze derde: hetzij diens naam, voornamen en geboortedatum, hetzij diens rijksregisternummer.
  De verklaring op eer en de gegevens bedoeld in het eerste lid, dienen, al naargelang het geval, elektronisch of met de hand te worden ondertekend.

  Art. 20.De betrokkenen die in de registers opsporigen doen of laten doen door de Kas, hebben toegang tot alle beschikbare gegevens die rechtstreeks op hen betrekking hebben.
  De andere in [1 artikel 17]1 bedoelde personen die in de registers opsporingen doen of laten doen door de Kas naar gegevens betreffende een derde, hebben toegang tot volgende gegevens voor zover ze beschikbaar zijn :
  1° bij een opsporing in het register bedoeld in artikel 30 van de wet: het bestaan van tegoeden;
  2° bij een opsporing in het register bedoeld in artikel 32/2 van de wet: het bestaan van safes;
  3° bij een opsporing in het register bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet: het bestaan van een verzekeringsovereenkomst.
  ----------
  (1)<KB 2017-04-28/04, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 23-09-2016>

  Art. 21. Artikel 13, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934 is niet van toepassing op de slapende tegoeden in deviezen.

  Art. 22. Wie de teruggave van tegoeden in deviezen en/of effecten vraagt, betaalt aan de Kas een bedrag voor de vergoeding van de beheerskosten die haar worden aangerekend door de derden die instaan voor het beheer. Deze betaling geschiedt voorafgaandelijk aan deze teruggave, tenzij schuldvergelijking met terug te geven tegoeden in euro mogelijk is.
  De derden die instaan voor het beheer van deviezen en/of effecten, drukken de kosten die zij aan de Kas aanrekenen, uit in euro.

  Art. 23. In het kader van het beheer van de aan haar overgedragen effecten vraagt de Kas de betaling in speciën in geval de keuze wordt gelaten tussen een betaling in speciën of in effecten.
  De effecten worden uitsluitend teruggegeven op een effectenrekening geopend bij een kredietinstelling of een beleggingsonderneming die in de Europese Economische Ruimte de activiteit van effectenbeheer uitoefent.
  Wie recht heeft op de teruggave van een fractie van een effect, kan de teruggave van het volledige effect bekomen mits betaling van het verschil tussen de marktwaarde van dit effect en de marktwaarde van de fractie op de datum van de aanvraag tot teruggave.

  Art. 24. Wie de teruggave van tegoeden in deviezen en/of effecten vraagt, betaalt de eraan verbonden kosten.

  Art. 25.De Kas bepaalt de aard en de vorm van de documenten die ter staving van een aanvraag tot teruggave moeten worden voorgelegd. [1 Artikel 18 is van toepassing bij de aanvraag tot teruggave.]1
  ----------
  (1)<KB 2017-04-28/04, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 21-05-2017>

  Art. 26. De Kas neemt in de registers de gegevens op die de instellingen-depositaris, de instellingen-verhuurder en de verzekeringsondernemingen haar onder hun verantwoordelijkheid meedelen aan de hand van een passend bericht. De Kas mag deze gegevens niet wijzigen zonder dat de betrokken instelling-depositaris, instelling-verhuurder of verzekeringsonderneming haar de reden van de wijziging aan de hand van een bericht van verbetering meedeelt.
  In geval een instelling-depositaris, instelling-verhuurder of verzekeringsonderneming verkeerde gegevens aan de Kas heeft meegedeeld, heeft ze het recht deze te verbeteren.
  In geval dat het in het eerste lid bedoelde bericht van verbetering in de registers wordt opgenomen nadat de Kas de tegoeden of verzekerde prestaties heeft teruggegeven aan de persoon die als rechthebbende in het oorspronkelijk bericht is vermeld, draagt de Kas geen enkele verantwoordelijkheid zowel ten opzichte van de betrokken instelling-depositaris of verzekeringsonderneming als ten opzichte van derden die recht op teruggave van dezelfde tegoeden of verzekerde prestaties hebben. De Kas brengt de betrokken instelling-depositaris of verzekeringsonderneming op de hoogte van de uitgevoerde teruggave en de identiteit van de persoon aan wie zij de tegoeden of verzekerde prestaties heeft teruggegeven op grond van het oorspronkelijk bericht.

  Art. 27. Op verzoek van de administraties van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast zijn met de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting, deelt de Kas hun de gegevens waarover zij beschikt met betrekking tot nog uit te voeren teruggaven mee.
  Binnen vijf werkdagen dienen deze administraties hun bedoeling om alle of een deel van de terug te geven slapende tegoeden of verzekerde prestaties in beslag te nemen, mee te delen.
  Vanaf de ontvangst van dit bericht kan de Kas de overeenkomstige tegoeden of verzekerde prestaties niet geldig vrijgeven dan na het verstrijken van een bijkomende termijn van dertig kalenderdagen.

  HOOFDSTUK 6. - Opheffingsbepalingen en inwerkingtreding

  Art. 28. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de artikelen 28, 32, 38 en 45 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 17 december 2009;
  2° het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de artikelen 26, 27, 28, 31, 34, 36 en 37 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen;
  3° het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot uitvoering van hoofdstuk V van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), inzonderheid de artikelen 30, 32, 40, 41 en 45.

  Art. 29. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 30.[1 Artikel 8, tweede lid]1 treedt buiten werking op 1 januari 2020.
  ----------
  (1)<KB 2017-04-28/04, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 23-09-2016>

  Art. 31. De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 1 september 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
J. VAN OVERTVELDT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
   Gelet op het Wetboek diverse rechten en taksen, artikel 211, § 3, ingevoegd bij het besluit van de Regent van 25 november 1947 en vervangen bij de wet van 23 december 2009;
   Gelet op het Wetboek der successierechten, artikel 146ter, ingevoegd bij wet van 17 augustus 2013;
   Gelet op het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, artikel 289, § 3, vervangen bij de wet van 23 december 2009;
   Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel 93quaterdecies, § 3, ingevoegd bij wet van 22 december 1989 en vervangen bij de wet van 23 december 2009;
   Gelet op de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, artikel 210, § 3, vervangen bij de wet van 23 december 2009;
   Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 335, vervangen bij de programmawet van 23 december 2009;
   Gelet op de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), artikel 26, § 2, lid 3, artikel 27, eerste lid, artikel 28, eerste lid, artikel 30, artikel 31, lid 2, artikel 32, § 2, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, artikel 32/2, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, artikel 34, lid 4, artikel 36, § 2, lid 3, artikel 37, eerste lid, artikel 38, eerste en vijfde lid, artikel 40, lid 2, artikel 41, lid 6, artikel 45;
   Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de artikelen 28, 32, 38 en 45 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 17 december 2009;
   Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de artikelen 26, 27, 28, 31, 34, 36 en 37 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot uitvoering van hoofdstuk V van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), inzonderheid de artikelen 30, 32, 40, 41 en 45;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 oktober 2015;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, verleend op 7 januari 2016;
   Gelet op het advies 59.601/2 van de Raad van State, gegeven op 11 juli 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Financiën,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 28-04-2017 GEPUBL. OP 11-05-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 13; 18; 20; 25; 30)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       De wet op de slapende tegoeden (Wet houdende diverse bepalingen (I)) van 24 juli 2008 verleent aan de Koning de zorg met betrekking tot de overdracht van de gegevens, de overdracht van omslagen en de toegang tot de registers.
       Zodoende werden drie koninklijke besluiten aangenomen, respectievelijk:
       1) Koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de artikelen 26, 27, 28, 31, 34, 36 en 37 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen;
       2) Koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de artikelen 28, 32, 38 en 45 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen;
       3) Koninklijk besluit van 30 december 2009 tot uitvoering van hoofdstuk V van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), inzonderheid de artikelen 30, 32, 40, 41 en 45.
       Het initiatief tot het opstellen van deze teksten werd genomen door de Deposito- en Consignatiekas (hierna genoemd "de Kas").
       Inmiddels werden er reeds enkele wetswijzigingen doorgevoerd aan de wet van 2008, waardoor de drie koninklijke besluiten aangepast dienen te worden.
       Bovendien zullen vanaf 1 januari 2016 ook slapende safes aan de Kas worden overgedragen, zodat er enkele bijkomende uitvoeringsmaatregelen nodig zijn.
       Met het oog op de systematische vereenvoudiging van de reglementering wordt ervoor geopteerd om de drie eerdere koninklijke besluiten samen te voegen en een bijkomende afdeling voor de overdracht van de safes in te voegen, zodat alle uitvoeringsbepalingen in één enkele tekst teruggevonden kunnen worden.
       COMMENTAAR BIJ DE ARTIKELEN
       Artikel 1
       Dit artikel geeft verschillende definities. Er werden geen inhoudelijke wijzigingen in aangebracht.
       Artikelen 2-5
       Deze artikelen werden overgenomen uit het koninklijk besluit dat de over te dragen gegevens bepaalt.
       Inhoudelijk werden er geen wijzigingen aangebracht.
       Artikel 6
       Dit artikel regelt de kosten die de instellingen mogen aanrekenen voor de door hen gedane opsporingen.
       Het uitgangspunt is hierbij dat de instellingen steeds zelf kosten kunnen inhouden tot een bepaald maximum, voor zover er gelden aanwezig zijn op de rekening, verzekering of in de safe en mits zij hierover transparant zijn. Dit impliceert dat ze er melding van maken op de rekeninguittreksels voor de rekeningen en verzekeringen en de nodige stavingsstukken ter beschikking stellen van de Kas bij een safe.
       Bovendien kunnen de kosten niet gecumuleerd worden. Wanneer er kosten werden ingehouden op het cash geld in een safe, kunnen er naderhand niet opnieuw kosten worden ingehouden bij de slapende rekening.
       Artikel 7
       Dit artikel werd ongewijzigd overgenomen uit het koninklijk besluit dat de overdracht regelt.
       Artikel 8
       Dit artikel bepaalt welke gegevens er voor iedere kluis overgemaakt moeten worden aan de Kas.
       Aangezien instellingen verhuurders voor de oude enveloppen niet steeds over de identiteit van de huurder beschikken, is er een overgangsperiode voorzien waarin zulke enveloppen op naam van de Kas mogen overgedragen worden.
       Gelet op de huidige reglementering is het onmogelijk dat deze situatie zich in de toekomst voordoet en zullen er wel steeds identiteitsgegevens beschikbaar zijn, zodat deze bepaling slechts gedurende een korte periode een bestaansreden heeft. Deze bepaling mag enkel in uitzonderingssituaties worden toegepast, omdat deze wijze van overdracht de teruggave aan een rechthebbende onmogelijk maakt.
       Artikelen 9-11
       Deze artikelen werden overgenomen uit het koninklijk besluit dat de overdracht bepaalt.
       Inhoudelijk werden er geen wijzigingen aangebracht.
       Artikel 12
       Zodra de speciën, voorwerpen die een risico op ontbinding inhouden en de verboden of gevaarlijke voorwerpen verwijderd zijn, beschouwd de Kas een safe als een ondeelbaar geheel.
       Dit impliceert dat een instelling-verhuurder alle omslagen die betrekking hebben op éénzelfde safe samen geleverd dienen te worden enerzijds en dat de Kas alle omslagen aan één titularis zal teruggeven anderzijds.
       De Kas kan aldus nooit gehouden zijn tot de opening, verdeling en desgevallend verkoop van de inhoud van een safe met het oog op de teruggave ervan aan de rechthebbenden.
       Het zal evenmin toegestaan zijn aan een rechthebbende om slechts een deel van de omslagen te accepteren bij de teruggave om welke reden dan ook.
       Artikel 13
       Dit artikel bepaalt de verantwoordelijkheden van de instellingen-verhuurder en de Kas inzake de overdracht van de safes.
       De Kas zal de praktische modaliteiten betreffende deze overdracht in detail regelen in een circulaire.
       Artikel 14
       Elke envelop of verzameling enveloppen, met betrekking tot de inhoud van één safe wordt aan de Kas geleverd, vergezeld van zijn inventaris. Ook voor lege safes zal er een inventaris afgeleverd dienen te worden. Op deze wijze blijft er immers een administratief spoor van de opening en afsluiting van de slapende safe voor een eventuele rechthebbende.
       Een model van inventaris zal ter beschikking gesteld worden op de website van de Kas.
       Artikel 15
       Dit artikel verduidelijkt op welke rekening eventuele speciën door de instellingen-verhuurder gestort kunnen worden.
       In geval van een overleden titularis kan er een rekening op naam van de nalatenschap geopend worden.
       Onder de nalatenschap wordt begrepen, de erfgenamen, rechthebbende van de gelden, ongeacht of deze reeds gekend zijn op het ogenblik van het opvallen van de nalatenschap.
       Artikelen 16-27
       Deze artikelen werden overgenomen uit het koninklijk besluit dat het beheer en de toegang tot de registers bepaalt.
       Inhoudelijk werden er geen wijzigingen aangebracht.
       Artikelen 28-31
       De drie oude koninklijke besluiten worden opgeheven en worden vervangen door dit nieuwe koninklijk besluit. Aangezien er voor de slapende rekeningen en slapende verzekeringen geen inhoudelijke wijzigingen worden aangebracht, zijn er geen overgangsbepalingen vereist.
       Voor de slapende safes, waarvan de overdracht in januari 2016 kan aanvangen, bestaat er in een eerste periode de mogelijkheid om safes op naam van de Kas over te maken, indien de titularis niet gekend is. Dit is enkel noodzakelijk voor enkele oude omslagen, zodat er geen bestaansreden is voor deze bepaling na 2020.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       Van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
       De Minister van Financiën,
       J. VAN OVERTVELDT
       
       Advies 59.601/2 van 11 juli 2016 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van hoofdstuk V: slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I)'
       Op 13 juni 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van hoofdstuk V: slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I)'.
       Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 11 juli 2016. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Martine Baguet en Bernard Blero, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Marianne Dony, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.
       Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.
       De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.
       Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 11 juli 2016.
       Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
       Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
       Onderzoek van het ontwerp
       Aanhef
       1. Net zoals de drie koninklijke besluiten die worden opgesomd in artikel 29 en die door het ontwerpbesluit worden vervangen, ontleent dit besluit zijn rechtsgronden hoofdzakelijk aan de bepalingen van titel II, hoofdstuk V, van de wet van 24 juli 2008 `houdende diverse bepalingen (I)', waaraan het uitvoering verleent hetzij krachtens bijzondere machtigingen die bij die bepalingen overeenkomstig artikel 105 van de Grondwet aan de Koning worden verleend, hetzij krachtens de algemene bevoegdheid om de wetten uit te voeren, die Hij aan artikel 108 van de Grondwet ontleent.
       Wanneer een besluit aldus steunt zowel op machtigingen die zijn verleend door zekere bepalingen van een wetgevende tekst als op de aan de uitvoerende macht verleende algemene bevoegdheid voor het uitvoeren van de wetgevende teksten, moet naar die wetgevende tekst worden verwezen, alsook naar de relevante onderdelen van artikelen waarin die machtigingen voorkomen en naar artikel 108 van de Grondwet (1).
       Bijgevolg moet de vermelding "Hoofdstuk V: slapende rekeningen, safes en verzekeringsovereenkomsten" in het tweede lid worden vervangen door een nauwkeurige vermelding van de onderdelen van artikelen van de wet van 24 juli 2008.
       2. Naar de wettelijke bepalingen vermeld in het tweede tot het achtste lid van de aanhef moeten worden verwezen in de chronologische volgorde van de wetten waarin ze voorkomen, te beginnen met de oudste (2).
       Bovendien moet worden gepreciseerd dat artikel 335, vermeld in het derde lid, vervangen - en niet gewijzigd - is bij de wet van 23 december 2009, dat artikel 93quaterdecies, § 3, vermeld in het vierde lid, ingevoegd is bij de wet van 22 december 1989 en vervangen is bij de wet van 23 december 2009, dat artikel 211, § 3, vermeld in het vijfde lid, ingevoegd is bij het besluit van de Regent van 25 november 1947 en vervangen is bij de wet van 23 december 2009 en dat de artikelen 289, § 3, en 210, § 3, vermeld in respectievelijk het zesde en het achtste lid, vervangen zijn bij de wet van 23 december 2009 (3).
       3. Ter vervanging van het negende tot het twaalfde lid van de aanhef - waarin gewag wordt gemaakt van oude adviezen van de Raad van State en van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer over een aantal teksten die bij het ontwerpbesluit worden vervangen (4) maar niet over dit ontwerp zelf - moeten drie nieuwe leden worden ingevoegd waarin de drie koninklijke besluiten worden vermeld die bij artikel 29 opgeheven worden (5).
       Ten slotte moet dit advies, dat in het dertiende lid wordt vermeld, overeenkomstig met de chronologische volgorde na het advies van de inspecteur van Financiën en de akkoordbevinding van de minister van Begroting worden vermeld (6).
       Dispositief
       Artikel 1
       Geen enkel artikel, zelfs niet artikel 1, mag buiten de indelingen tot groepering van artikelen van het dispositief worden gelaten. In casu moet dat artikel 1 van het ontwerp een hoofdstuk I vormen met als opschrift "Definities". Het dispositief moet namelijk niet in afdelingen maar in hoofdstukken worden ingedeeld, aangezien dat de passende indeling is, wanneer het dispositief slechts één groeperingsniveau bevat (7).
       Artikel 2
       De terminologie die in het eerste lid, 8°, wordt gebezigd, moet worden aangepast in overeenstemming met de wet van 17 maart 2013 `tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid'.
       Artikel 6
       1. In artikel 6, derde lid, van het ontwerp, moeten de woorden "laatste lid" worden vervangen door "zevende lid", en in de Franse tekst moet "la CDC" worden vervangen door "la Caisse".
       2. Het vierde lid van dezelfde bepaling is onduidelijk: het zou duidelijker moeten worden geredigeerd en de commentaar bij het artikel zou moeten worden aangevuld met de noodzakelijke toelichtingen.
       Artikel 7
       Artikel 7 van het ontwerp is een woordelijke weergave van artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 `tot uitvoering van de artikelen 26, 27, 28, 31, 34, 36 en 37 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I)'.
       Dat artikel heeft betrekking op de rekeningen bedoeld in artikel 49 van die wet, namelijk de rekeningen waarop op het ogenblik van de inwerkingtreding van titel II, hoofdstuk V van die wet, op 7 augustus 2008, sedert meer dan vijf jaar geen activiteit van de houder is geweest, en waarvoor de opsporingsprocedure vermeld in artikel 26 van de wet binnen de twee volgende jaren moest worden gestart.
       Artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 voorziet in een afwijking van artikel 4, tweede lid, van datzelfde besluit, wat betreft de rekeningen waarvoor die overgangsregeling geldt: voor de omzetting van vreemde munten in euro en voor de berekening van de marktwaarde van de effecten moeten de koersen worden gebruikt van "de dag waarop dit besluit in werking treedt en, als die dag geen bankwerkdag is, de eerstvolgende bankwerkdag" in plaats van de koers van "de dag dat de rekening een slapende rekening wordt en, als die dag geen bankwerkdag is, de eerstvolgende bankwerkdag".
       Het koninklijk besluit van 14 november 2008 is in werking getreden de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt is, namelijk op 19 november 2008, zodat artikel 7 ervan de facto doelloos is geworden, aangezien de overgangsregeling van artikel 49 van de wet van 24 juli 2008 geen rechtsgevolgen meer heeft voor de opsporingsprocedures. Daarom lijkt het niet nuttig dat artikel in het ontworpen besluit over te nemen, met bovendien nog een verwijzing naar de koersen van de dag van de toekomstige inwerkingtreding van dit besluit in plaats van naar de koersen van 19 november 2008.
       Indien dat artikel niet wordt weggelaten, zou de commentaar bij het artikel in het verslag aan de Koning derhalve aangevuld moeten worden met uitleg waarmee gerechtvaardigd kan worden waarom het in het dispositief wordt gehandhaafd.
       Artikel 9
       Bij artikel 32, § 2, eerste lid, van de wet van 24 juli 2008 wordt aan de Koning de machtiging verleend om te bepalen welke gegevens betreffende de verzegelde omslagen aan de Kas moeten worden bezorgd. Dienovereenkomstig moet in artikel 9, eerste lid, 3°, van het ontwerp, het woord "verzegelde" worden ingevoegd tussen de woorden "en van de" en "omslagen". Een soortgelijke opmerking geldt voor het vervolg het ontwerp, inzonderheid voor het opschrift van afdeling 3 en voor artikel 14, vierde lid.
       Voorts rijst de vraag of in het tweede lid niet moet worden verwezen naar de verzegelde omslagen met de inhoud van oude safes.
       Dat zou de terminologische samenhang van artikel 9 en de artikelen 13 en 14 ten goede komen.
       Artikel 13
       In artikel 13 moet worden verwezen naar het vierde - en niet naar het vijfde - lid van artikel 32, § 1, van de wet van 24 juli 2008. Die opmerking geldt ook voor artikel 15, eerste lid, van het ontwerp.
       Artikel 31
       In artikel 31 van het ontwerp moeten de woorden "laatste lid" worden vervangen door de woorden "tweede lid".
       
       De griffier,
       B. Vigneron
       De voorzitter,
       P. Vandernoot
       
       ----------
       
       1. Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 23.1, d).
       2. Ibid., aanbeveling 26.
       3. Ibid., aanbeveling 27.
       4. Het verdient aanbeveling die adviezen op het eind van de aanhef in overwegingen te vermelden.
       5. Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbevelingen 29 en 30.
       6. Ibid., aanbeveling 34.
       7. Ibid., aanbevelingen 62 en 63.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie