J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/07/21/2016003265/justel

Titel
21 JULI 2016. - Wet tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-07-2016 en tekstbijwerking tot 06-10-2017)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 29-07-2016 nummer :   2016003265 bladzijde : 46367       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-07-21/05
Inwerkingtreding : 01-08-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2003003587        2005021182       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Fiscale regularisatie
Art. 2-11
HOOFDSTUK 3. - Regularisatie van de sociale bijdragen voor de beroepsinkomsten als zelfstandige
Art. 12-17
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Afdeling 1. - Algemeen
Art. 18
Afdeling 1/1. - [1 Bevoegdheden van het Contactpunt regularisaties]1
Art. 18/1
Afdeling 2. - Opheffingsbepaling
Art. 19
Afdeling 3. - Wijziging van de tarieven
Art. 20
Afdeling 4. - Inwerkingtreding
Art. 21

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Fiscale regularisatie

  Art. 2.Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk verstaat men onder:
  1° "Contactpunt": het binnen de Federale Overheidsdienst Financiën opgerichte Contactpunt regularisaties;
  2° "regularisatieaangifte": de aangifte bij de Federale Overheidsdienst Financiën van inkomsten, sommen, btw-handelingen en kapitalen met het oog op het bekomen van een regularisatieattest mits de krachtens dit hoofdstuk verschuldigde heffing wordt betaald;
  3° "natuurlijke personen" de op grond van artikel 3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de personenbelasting onderworpen rijksinwoners en de op grond van artikel 227, 1°, van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-inwoners onderworpen niet-rijksinwoners;
  4° "rechtspersonen" de op grond van artikel 179 van het voormelde Wetboek aan de vennootschapsbelasting onderworpen binnenlandse vennootschappen, de burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid bedoeld in artikel 29 van hetzelfde Wetboek, de rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting op grond van artikel 220 van hetzelfde Wetboek, [1 en de op grond van artikel 227, 2° en 3°, van hetzelfde Wetboek]1 van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-inwoners onderworpen buitenlandse belastingplichtigen;
  5° "geregulariseerde inkomsten": de inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte die door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon wordt ingediend bij het Contactpunt, wanneer deze inkomsten de aard hebben van inkomsten die normaal aan de inkomstenbelasting worden onderworpen in het jaar waarin zij werden behaald of verkregen.
  Als "geregulariseerde inkomsten" worden eveneens aangemerkt: de inkomsten die, overeenkomstig artikel 5/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, door een oprichter of een derde begunstigde van een juridische constructie moeten worden aangegeven, de inkomsten van een in artikel 307, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde buitenlandse rekening en de inkomsten van de in artikel 307, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde buitenlandse levensverzekeringsovereenkomsten, die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte ingediend bij het Contactpunt;
  6° "geregulariseerde sommen": de sommen en waarden die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte die door een rechtspersoon of door een natuurlijke persoon wordt ingediend bij het Contactpunt, wanneer deze aantoont dat deze sommen en waarden niet de aard hebben van inkomsten die normaal aan de inkomstenbelasting worden onderworpen in het jaar waarin zij werden behaald of verkregen maar onder de toepassing van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten vallen, voor zover ze betrekking hebben op niet in artikel 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, vermelde registratierechten, of onder de toepassing vallen van het Wetboek diverse rechten en taksen;
  7° "geregulariseerde btw-handelingen": de in artikel 51 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde aan btw onderworpen handelingen die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte die wordt verricht bij het Contactpunt door een rechtspersoon of door een natuurlijke persoon;
  8° "aangever": de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een regularisatieaangifte indient hetzij in persoon hetzij door tussenkomst van een gemachtigde.
  9° "gemachtigde": een in [2 artikel 5, § 1, 1° tot en met 32°, en § 3, eerste lid, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten]2, beoogde persoon of onderneming;
  10° "heffing": het totaal bedrag van de ingevolge de regularisatie verschuldigde som;
  11° "fiscaal verjaarde kapitalen": de in dit hoofdstuk bedoelde kapitalen ten aanzien waarvan de fiscale administratie ingevolge het verstrijken van de termijnen, naargelang het geval, bedoeld in de artikelen 354 of 358, § 1, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de artikelen 81, 81bis, of 83 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de artikelen 214, 216, 2171 en 2172 of 218 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechtenvoor zover deze artikelen betrekking hebben op niet in artikel 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, vermelde registratierechten, of de artikelen 2028 of 2029 van het Wetboek diverse rechten en taksen, op het ogenblik van de indiening van de regularisatieaangifte geen heffingsbevoegdheid meer kan uitoefenen in hoofde van diegene op wiens naam de regularisatieaangifte is ingediend.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 102, 002; Inwerkingtreding : 01-08-2016>
  (2)<W 2017-09-18/06, art. 187, 003; Inwerkingtreding : 16-10-2017>

  Art. 3. § 1. De geregulariseerde inkomsten die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk worden onderworpen aan een heffing tegen het normale tarief inzake inkomstenbelastingen dat van toepassing is met betrekking tot het belastbaar tijdperk waarin deze inkomsten werden behaald of verkregen, verhoogd met 20 percentpunten.
  Bij de vaststelling van deze heffing wordt geen rekening gehouden met enige belastingvermindering of belastingkrediet, noch met een verrekening van voorheffingen, voorafbetalingen of van de woonstaatheffing.
  § 2. De geregulariseerde sommen die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, worden onderworpen aan een heffing tegen het normale belastingtarief dat volgens de normale regels op die sommen van toepassing is met betrekking tot het belastbaar tijdperk waarin deze sommen werden behaald of verkregen, verhoogd met 20 percentpunten.
  § 3. De geregulariseerde btw-handelingen die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, worden onderworpen aan een heffing tegen het btw-tarief dat van toepassing is op de geregulariseerde handelingen op het ogenblik waarop ze plaatsvonden, verhoogd met 20 percentpunten behalve in de gevallen waarin de regularisatieaangifte reeds aanleiding geeft tot regularisatie van die handelingen als beroepsinkomsten onder toepassing van § 1.

  Art. 4. In geval van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, heeft de definitieve, zonder enig voorbehoud uitgevoerde betaling van de in artikel 3 bepaalde heffingen tot gevolg dat:
  - de in artikel 3, § 1, bedoelde inkomsten voor het overige niet meer onderworpen zijn of kunnen worden aan de inkomstenbelasting zoals bepaald in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, met inbegrip van de daarin vermelde belastingverhogingen, boetes en nalatigheidsintresten;
  - de in artikel 3, § 2, bedoelde sommen voor het overige niet meer onderworpen zijn of kunnen worden aan enige rechten of taksen, zoals bepaald in het Wetboek der registratie, hypotheek en griffierechten voor zover ze betrekking hebben op niet in artikel 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, vermelde registratierechten of het Wetboek diverse rechten en taksen, met inbegrip van de daarin vermelde boetes en nalatigheidsinteresten;
  - de in artikel 3, § 3, bedoelde handelingen voor het overige niet meer onderworpen zijn of kunnen worden aan enige btw, noch aan enige bijkomende sanctie of boete zoals bepaald in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

  Art. 5. Fiscaal verjaarde kapitalen die afkomstig zijn van de fiscale misdrijven bedoeld in artikel 10, § 1, die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, worden onderworpen aan een heffing tegen een tarief van 36 percentpunten op het kapitaal.
  Fiscaal verjaarde kapitalen onder de vorm van levensverzekeringen die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, worden onderworpen aan een heffing tegen een tarief van 36 percentpunten op het kapitaal.
  Fiscaal verjaarde kapitalen van de in artikel 307, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde buitenlandse rekeningen die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, worden onderworpen aan een heffing tegen een tarief van 36 percentpunten op het kapitaal.
  Fiscaal verjaarde kapitalen van een in artikel 2 van het voormelde Wetboek bedoelde juridische constructie die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte conform de bepalingen van dit hoofdstuk, worden onderworpen aan een heffing tegen een tarief van 36 percentpunten op het kapitaal.

  Art. 6.Noch de regularisatieaangifte, noch de betaling van de heffing, noch het regularisatieattest bedoeld in de huidige wet, hebben uitwerking indien:
  1° de geregulariseerde inkomsten, sommen, btw-handelingen of kapitalen het voorwerp hebben uitgemaakt van één van de misdrijven omschreven in artikel 505 van het Strafwetboek, behoudens wanneer deze uitsluitend zijn verkregen uit de misdrijven als bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in de artikelen 206 en 206bis van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten voor zover deze artikelen betrekking hebben op niet in artikel 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, vermelde registratierechten en in de artikelen 207 en 207bis van het Wetboek diverse rechten en taksen;
  2° de geregulariseerde inkomsten, sommen, btw-handelingen of kapitalen voortkomen uit een misdrijf bedoeld in [1 artikel 4, 23°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 4, 23°, k), van dezelfde wet]1, het misdrijf "misbruik van vennootschapsgoederen" en het misdrijf "misbruik van vertrouwen", voor zover geregulariseerd wordt overeenkomstig de artikelen 3 en 5;
  3° de aangever, vóór de indiening van de regularisatieaangifte, door een Belgische gerechtelijke instantie, een Belgische belastingadministratie, een Belgische sociale zekerheidsinstelling of een sociale inspectiedienst of de FOD Economie, schriftelijk in kennis is gesteld van lopende specifieke onderzoeksdaden;
  4° ten behoeve van dezelfde aangever reeds een regularisatieaangifte werd ingediend sinds de datum van de inwerkingtreding van deze wet.
  ----------
  (1)<W 2017-09-18/06, art. 188, 003; Inwerkingtreding : 16-10-2017>

  Art. 7.De regularisatieaangifte wordt bij het Contactpunt ingediend door middel van een aangifteformulier waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld. Dit aangifteformulier vermeldt onder andere de naam van de indiener van de aangifte en in voorkomend geval de naam van zijn gemachtigde, het bedrag van de aangegeven inkomsten, sommen, btw-handelingen en fiscaal verjaarde kapitalen en de datum van indiening van de aangifte.
  De onderliggende stukken kunnen worden ingediend tot 6 maanden na de indiening van de regularisatieaangifte. Het Contactpunt heeft de mogelijkheid om de onderliggende stukken die met de regularisatieaangifte worden meegestuurd en die betrekking hebben op de geregulariseerde bedragen, na te kijken met het oog op de overeenstemming ervan met de gegevens uit de regularisatieaangifte.
  Stukken die naar aanleiding van een regularisatieaangifte worden overgelegd en die geen betrekking hebben op de geregulariseerde bedragen, worden geacht geen deel uit te maken van de regularisatieaangifte en kunnen zodoende later niet worden tegengeworpen aan een binnenlandse of buitenlandse, administratieve of gerechtelijke instantie of financiële instelling.
  De regularisatieaangifte gaat in de gevallen bedoeld in de artikelen 3 en 5, gepaard met een bondige verklaring omtrent het fraudeschema, alsook omtrent de omvang en de oorsprong van de geregulariseerde inkomsten, sommen, btw-handelingen en kapitalen, de periode waarin deze zijn ontstaan en de voor de geregulariseerde bedragen gebruikte financiële rekeningen.
  Na ontvangst van de regularisatieaangifte brengt het Contactpunt de aangever of zijn gemachtigde schriftelijk op de hoogte van de ontvankelijkheid ervan. Het Contactpunt stelt in dezelfde brief het bedrag vast van de in uitvoering van dit hoofdstuk verschuldigde heffing.
  De betaling van de heffing moet definitief en zonder enig voorbehoud worden verricht binnen 15 kalenderdagen volgend op de verzendingsdatum van die brief en is definitief door de Schatkist verworven.
  Op het ogenblik van de ontvangst van deze definitieve en zonder enig voorbehoud uitgevoerde betaling, verzendt het Contactpunt aan de aangever of zijn gemachtigde, een regularisatieattest waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld en dat onder andere bevat: de naam van de aangever en in voorkomend geval van zijn gemachtigde, het bedrag van de heffing, het bedrag van de geregulariseerde inkomsten, sommen, btw-handelingen en kapitalen.
  Zodra het regularisatieattest aan de aangever of zijn gemachtigde wordt verzonden, brengt het Contactpunt de Cel voor financiële informatieverwerking opgericht door de voormelde [1 wet van 18 september 2017]1 op de hoogte van de regularisatie die wordt gesloten en bezorgt het de cel een kopie van het regularisatieattest en de gegevens bedoeld in het vierde lid met uitzondering van het fraudeschema.
  De aangiften die bij het Contactpunt worden verricht, worden genummerd en bijgehouden. Het Contactpunt houdt bovendien een lijst bij van de afgeleverde regularisatieattesten met vermelding van het nummer van de regularisatieaangifte.
  De ambtenaren en personeelsleden die actief zijn binnen het Contactpunt zijn gehouden tot het beroepsgeheim bedoeld in artikel 458 van het Strafwetboek.
  Zij mogen de naar aanleiding van de regularisatieaangifte verkregen inlichtingen bovendien niet bekend maken aan de andere diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  ----------
  (1)<W 2017-09-18/06, art. 189, 003; Inwerkingtreding : 16-10-2017>

  Art. 8. In alle gevallen waar het gaat om een federale belasting of een gewestelijke belasting waarvoor de federale overheid de dienst verzekert en waarvoor het in artikel 18 bedoelde samenwerkingsakkoord is afgesloten, kunnen de aangifte, de daaropvolgende betaling van de verschuldigde heffing en het attest bedoeld in artikel 7, zevende lid, niet als indicie of aanwijzing worden aangewend om fiscale onderzoeks- of controleverrichtingen uit te voeren, om mogelijke inbreuken op de belastingwetgeving te melden of om inlichtingen uit te wisselen, behalve met betrekking tot de vaststelling van de ingevolge de aangifte verschuldigde heffing, het bedrag van de geregulariseerde inkomsten, sommen, btw-handelingen en kapitalen.

  Art. 9. Binnen de grenzen gesteld door de artikelen 4 en 6 en in alle gevallen waar het gaat om een federale belasting of een gewestelijke belasting waarvoor de federale overheid de dienst verzekert en waarvoor het in artikel 18 bedoelde samenwerkingsakkoord is afgesloten, kan het regularisatieattest gebruikt worden als bewijsmiddel voor de hoven en rechtbanken, voor de administratieve rechtscolleges, evenals tegenover elke openbare dienst.

  Art. 10. § 1. Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, in de artikelen 206 en 206bis van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten voor zover deze artikelen betrekking hebben op niet in artikel 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, vermelde registratierechten, in de artikelen 207 en 207bis van het Wetboek diverse rechten en taksen, of aan misdrijven omschreven in artikel 505 van het Strafwetboek, in zoverre die betrekking hebben op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de voormelde misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, of op de inkomsten uit de belegde voordelen, evenals personen die mededaders of medeplichtigen zijn aan deze misdrijven in de zin van de artikelen 66 en 67 van het Strafwetboek, blijven vrijgesteld van strafvervolging uit dien hoofde, indien zij niet vóór de datum van indiening van de in artikel 2, 2°, bedoelde regularisatieaangifte, het voorwerp hebben uitgemaakt van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek uit hoofde van deze misdrijven en indien er een regularisatieaangifte werd gedaan onder de voorwaarden van deze wet en de ingevolge die regularisatieaangifte verschuldigde heffing definitief en zonder enig voorbehoud werd betaald.
  § 2. Voor alle misdrijven, andere dan deze bepaald in § 1, kunnen de in § 1 bedoelde personen nog steeds het voorwerp uitmaken van strafvervolging.
  Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan de misdrijven bepaald in de artikelen 193 tot 197, 489 tot 490bis, 491 en 492bis van het Strafwetboek, artikel 16 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 oktober 2006 houdende maatregelen ter controle van het grensoverschrijdend verkeer van liquide middelen, de verschillende strafbepalingen van het Wetboek van vennootschappen, en die werden begaan met het oog op het plegen van of het vergemakkelijken van de in § 1 bedoelde misdrijven of die het gevolg zijn van de in § 1 bedoelde misdrijven, blijven voor deze misdrijven vrij van straf, indien ze vóór de datum van indiening van de in dit hoofdstuk bedoelde regularisatieaangifte niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek uit hoofde van deze misdrijven, ze een regularisatieaangifte hebben ingediend onder de voorwaarden van deze wet en ze de in dit hoofdstuk bepaalde heffing definitief en zonder enige voorbehoud hebben betaald.
  De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op mededaders en medeplichtigen die geen regularisatieaangifte hebben ingediend.
  De bovenstaande bepalingen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.
  § 3. De leden van het Contactpunt, zijn personeelsleden, alsook de andere ambtenaren die bij hem gedetacheerd zijn, hebben geen mededelingsplicht zoals bedoeld in artikel 29 van het Wetboek van strafvordering.

  Art. 11. De aangever moet in zijn aangifte aan de hand van schriftelijk bewijs, desgevallend aangevuld met andere bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed en het bewijs door getuigen, aantonen dat de inkomsten, de sommen, de btw-handelingen en de fiscaal verjaarde kapitalen hun normale belastingregime hebben ondergaan.
  Onder voorbehoud van het derde en het vierde lid moeten de inkomsten, de sommen, de btw-handelingen en de fiscaal verjaarde kapitalen, of het gedeelte ervan waarvan de aangever niet kan aantonen dat ze hun normale belastingregime hebben ondergaan op de wijze bedoeld in het eerste lid, worden geregulariseerd.
  De in het tweede lid bedoelde bedragen worden slechts geregulariseerd voor zover de aangever aan de hand van een schriftelijk bewijs, zo nodig aangevuld met andere bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed en het bewijs door getuigen, de aard van de belasting aantoont alsook de belastingscategorie en het tijdperk waartoe de inkomsten, de sommen, de btw-handelingen en de fiscaal verjaarde kapitalen die niet hun normale belastingregime hebben ondergaan, behoren.
  Onverminderd artikel 10 is geen regularisatie mogelijk voor de inkomsten, de sommen, de btw-handelingen en de kapitalen die in verband kunnen worden gebracht met:
  - terrorisme of financiering van terrorisme;
  - georganiseerde misdaad;
  - illegale handel in verdovende middelen;
  - illegale handel in wapens en daaraan verbonden goederen en handelswaren, met inbegrip van antipersoonsmijnen en/of clustermunitie;
  - handel in clandestiene werkkrachten;
  - mensenhandel;
  - uitbuiting van prostitutie;
  - illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen;
  - illegale handel in menselijke organen of weefsels;
  - fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
  - verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en corruptie;
  - ernstige milieucriminaliteit;
  - namaak van muntstukken of bankbiljetten;
  - namaak van goederen;
  - piraterij;
  - beursdelicten;
  - onwettig openbaar aantrekken van spaargelden of het verlenen van beleggingsdiensten, diensten van valutahandel of van geldoverdracht zonder vergunning;
  - oplichting, gijzeling, diefstal of afpersing of misdrijven die verband houden met een staat van faillissement.
  De met toepassing van het derde lid geregulariseerde bedragen worden enkel geregulariseerd voor de federale belastingen en de gewestelijke belastingen waarvoor de federale overheid de dienst verzekert en waarvoor een in artikel 18 bedoelde samenwerkingsakkoord is afgesloten.

  HOOFDSTUK 3. - Regularisatie van de sociale bijdragen voor de beroepsinkomsten als zelfstandige

  Art. 12. § 1. De aangever in de zin van artikel 2, 6°, kan middels een definitieve betaling zonder enig voorbehoud van een aanvullende sociale heffing, zijn regularisatieaangifte bedoeld in artikel 2, 2°, uitbreiden met het oog op het bekomen van een sociaal regularisatieattest dat de beroepsinkomsten dekt die onderworpen hadden moeten worden aan de betaling van verschuldigde niet verjaarde sociale bijdragen met toepassing van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
  Wat de verschuldigde kwartaalbijdragen betreffende de kwartalen die het jaar 2015 voorafgaan betreft, worden:
  - de definitieve en voorlopige bijdragen beschouwd als verjaard na vijf jaar, vanaf 1 januari volgend op het jaar waarvoor ze verschuldigd zijn, overeenkomstig artikel 16, § 2, eerste lid, van het voormelde koninklijk besluit nr. 38 zoals dit van toepassing was tot en met 31 december 2014;
  - de regularisatiebijdragen als bedoeld in artikel 16, § 2, tweede lid, van het voormelde koninklijk besluit nr. 38 zoals dit van toepassing was tot en met 31 december 2014, beschouwd als verjaard vanaf 1 januari van het achtste jaar volgend op dat van de start of herneming van de zelfstandige activiteit, overeenkomstig artikel 49 van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het voormelde koninklijk besluit nr. 38 zoals dit van toepassing was tot en met 31 december 2014.
  Wat de verschuldigde kwartaalbijdragen betreffende de kwartalen van de jaren 2015 en volgende betreft:
  - worden de voorlopige bijdragen beschouwd als verjaard na vijf jaar, te rekenen vanaf 1 januari volgend op het jaar waarvoor ze verschuldigd zijn, overeenkomstig artikel 16, § 2, eerste lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38;
  - verjaren de regularisatiebijdragen bedoeld in artikel 11, § 5, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38 na vijf jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het derde jaar volgend op het bijdragejaar, overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het voormelde koninklijk besluit nr. 38.
  § 2. De niet verjaarde sociale bijdragen in de zin van het voormelde koninklijk besluit nr. 38 verschuldigd op deze beroepsinkomsten worden echter enkel als geregulariseerd beschouwd na de definitieve betaling zonder enig voorbehoud van een aanvullende sociale heffing die overeenkomt met 15 pct. van deze beroepsinkomsten.
  § 3. Als de regularisatieaangifte werd gedaan conform de voorwaarden voorzien in dit hoofdstuk, heeft de betaling van de heffing vermeld in dit artikel tot gevolg dat de geregulariseerde beroepsinkomsten niet meer onderworpen kunnen worden aan de betaling:
  - van de bijdragen bepaald bij het voormelde koninklijk besluit nr. 38;
  - van de verhogingen bedoeld in artikel 11bis, van het voormelde koninklijk besluit nr. 38;
  - van de verhogingen bedoeld in de artikelen 44, § 1, en 44bis van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het voormelde koninklijk besluit nr. 38; en
  - van de administratieve boetes bedoeld in artikel 17bis van het voormelde koninklijk besluit nr. 38.
  De betaling van de heffing bedoeld in dit artikel opent geen rechten op de uitkeringen bedoeld in het artikel 18 van het voormelde koninklijk besluit nr. 38.

  Art. 13. Wat de beroepsinkomsten betreft geregulariseerd conform artikel 12, zal de fiscale regularisatieaangifte uit hoofdstuk 2, ingediend bij het in artikel 2, 1°, bedoelde Contactpunt, aangevuld worden met het bedrag van de beroepsinkomsten die onderworpen hadden moeten worden aan de betaling van verschuldigde, niet verjaarde sociale bijdragen met toepassing van het voormelde koninklijk besluit nr. 38 evenals met het bedrag van de aanvullende sociale heffing. Zij zal samen met een bondige verklaring van de periode waarin de beroepsinkomsten zijn ontstaan, worden ingediend. De onderliggende stukken kunnen worden ingediend tot 6 maanden na de indiening van de regularisatieaangifte.
  De brief bedoeld in artikel 7, vijfde lid, die uitgaat van het Contactpunt, zal eveneens het bedrag vermelden van de heffing, verschuldigd in uitvoering van dit hoofdstuk.
  De definitieve betaling zonder enig voorbehoud van de heffing moet verricht worden binnen 15 kalenderdagen volgend op de verzendingsdatum van deze brief en is definitief door de Schatkist verworven.
  Op het ogenblik van de ontvangst van de betaling, verzendt het Contactpunt aan de aangever of zijn gemachtigde, een regularisatieattest waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld en dat onder andere bevat: de naam van de aangever en in voorkomend geval van zijn gemachtigde, het bedrag van de heffing en het bedrag van de geregulariseerde beroepsinkomsten.
  Het Contactpunt zendt eveneens een afschrift van ieder sociaal regularisatieattest over aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, dat het zal meedelen aan het sociaal verzekeringsfonds van de aangever.
  De ambtenaren en personeelsleden van het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en van het sociaal verzekeringsfonds van de aangever, zijn gehouden, buiten de uitoefening van hun ambt, het beroepsgeheim te bewaren wat de feiten, documenten of beslissingen betreft waarvan zij bij deze gelegenheid kennis genomen hebben. Zij hebben eveneens geen meldingsplicht zoals bedoeld in artikel 29 van het Wetboek van strafvordering.

  Art. 14. Noch de regularisatieaangifte bedoeld in artikel 12, noch het regularisatieattest bedoeld in artikel 13 hebben uitwerking:
  1° indien voor de indiening van de regularisatieaangifte de aangever door een Belgische gerechtelijke dienst, Belgische belastingadministratie, een sociale zekerheidsinstelling of een Belgische sociale inspectiedienst of de FOD Economie schriftelijk in kennis is gesteld van lopende, specifieke onderzoeksdaden;
  2° indien ten behoeve van dezelfde aangever reeds een regularisatieaangifte werd ingediend sinds de datum van de inwerkingtreding van deze wet.

  Art. 15. Bij toepassing van artikel 12 kan de aangifte niet als indicie of aanwijzing worden aangewend om onderzoeks- of controleverrichtingen in het kader van het sociaal statuut van de zelfstandigen uit te voeren, behalve wat het bedrag van de ingevolge de aangifte verschuldigde heffing betreft.

  Art. 16. Binnen de grenzen van de bepalingen voorzien in de artikelen 12 en 13 kan het sociale regularisatieattest gebruikt worden als bewijsmiddel voor de hoven en rechtbanken, voor de administratieve rechtscolleges, evenals tegenover elke openbare dienst.

  Art. 17. Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan inbreuken met betrekking tot onjuiste of onvolledige verklaringen betreffende sociale bedragen als zelfstandige, bedoeld in het artikel 234, § 1, van het Sociaal Strafwetboek, blijven vrijgesteld van strafvervolging uit dien hoofde, indien zij niet vóór de datum van indiening van de in dit hoofdstuk bedoelde aangifte, het voorwerp hebben uitgemaakt van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek uit hoofde van deze inbreuken en indien er een sociale regularisatieaangifte werd gedaan onder de voorwaarden van dit hoofdstuk en de ingevolge die regularisatieaangifte verschuldigde sommen definitief en zonder enig voorbehoud werden betaald.

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

  Afdeling 1. - Algemeen

  Art. 18. De regularisatie van een gewestelijke belasting waarvoor de federale overheid de dienst verzekert, is enkel mogelijk wanneer er met het betrokken gewest een samenwerkingsakkoord wordt afgesloten.

  Afdeling 1/1. - [1 Bevoegdheden van het Contactpunt regularisaties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-18/01, art. 103, 002; Inwerkingtreding : 01-08-2016>
  

  Art. 18/1. [1 Er wordt bij de dienst "voorafgaande beslissingen in fiscale zaken", een "Contactpunt regularisaties" opgericht, belast met de opdrachten die aan het contactpunt zijn toegekend door deze wet.
   Het wordt onder toezicht geplaatst van het college bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 augustus 2004 houdende oprichting van de dienst "voorafgaande beslissingen in fiscale zaken" bij de Federale Overheidsdienst Financiën.
   De beslissingen die het college in het raam van dit artikel neemt, worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 13 augustus 2004 houdende oprichting van de dienst "voorafgaande beslissingen in fiscale zaken" bij de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-18/01, art. 103, 002; Inwerkingtreding : 01-08-2016>
  

  Afdeling 2. - Opheffingsbepaling

  Art. 19. De wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte, gewijzigd bij de wetten van 14 december 2004 en 26 maart 2005, en de artikelen 121 tot 127/6 van de programmawet van 27 december 2005, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2013, worden opgeheven.

  Afdeling 3. - Wijziging van de tarieven

  Art. 20. Vanaf 1 januari 2017 worden de in deze wet opgenomen tarieven verhoogd als volgt:
  - wat artikel 3 betreft: 20 percentpunten worden 22 percentpunten;
  - wat artikel 5 betreft: 36 percentpunten worden 37 percentpunten;
  - wat artikel 12 betreft: 15 pct. wordt 17 pct.;
  Vanaf 1 januari 2018 worden de tarieven die zijn bekomen na de toepassing van het eerste lid, verhoogd met 1 percentpunt;
  Vanaf 1 januari 2019 worden de tarieven die zijn bekomen na de toepassing van het eerste lid, verhoogd met 2 percentpunten;
  Vanaf 1 januari 2020 worden de tarieven die zijn bekomen na de toepassing van het eerste lid, verhoogd met 3 percentpunten.

  Afdeling 4. - Inwerkingtreding

  Art. 21. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 juli 2016.
FILIP
Van Koningswege :
["De Minister van Justitie,
K. GEENS"] (Erratum, zie B.St. 27-09-2016, p. 67286)
["De Minister van Financiën belast met de Bestrijding van fiscale fraude"]; (Erratum, zie B.St. 27-09-2016, p. 67286)
J. VAN OVERTVELDT
[De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's,
W. Bursus"] (Erratum, zie B.St. 27-09-2016, p. 67286)
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2016003341
PUBLICATIE :
2016-09-27
bladzijde : 67286

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 18-09-2017 GEPUBL. OP 06-10-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 6; 7)
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-2016 GEPUBL. OP 20-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 18/1)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken : 54-1738 Integraal verslag: 20 juli 2016.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie