J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2016/05/26/2016031416/justel

Titel
26 MEI 2016. - Besluit tot wijziging van de besluiten van 19 juli 1990 van de Brusselse Hoofdstedelijke executieve betreffende de verkrijging door de gemeenten van verlaten gebouwen, van 12 februari 1998 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende organisatie van de vernieuwing of de sloop gevolgd door de heropbouw van onroerende goederen van de gemeenten en van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van 27 mei 2010 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 14-06-2016 nummer :   2016031416 bladzijde : 36150   BEELD
Dossiernummer : 2016-05-26/27
Inwerkingtreding : 24-06-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Artikel 5 van het besluit van 19 juli 1990 van de Brusselse Hoofdstedelijke executieve betreffende de verkrijging door de gemeenten van verlaten gebouwen wordt vervangen als volgt :
  " Art. 5. Uitgaven die voor een toelage in aanmerking kunnen komen :
  1° in geval van onderhandse aankoop dient het bedrag van de toelage berekend te worden op basis van de prijs en mag het in geen geval hoger zijn dan de verkoopwaarde van het gebouw die door de Regering na advies van het Gewestelijk Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen is vastgesteld.
  2° in geval van onteigening dient het bedrag van de toelage berekend te worden op basis van de kostprijs van de onteigening, vermeerderd met de kosten van een eventuele gerechtelijke procedure alsook met alle door de rechter toegewezen vergoedingen en kosten bij aankoop door onteigening. "

  Art. 2. Artikel 10 - tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 10. tweede lid : De verkoopprijs wordt altijd minstens even hoog geacht als de geactualiseerde schatting door het Gewestelijk Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen of, indien dit niet binnen zestig werkdagen antwoordt, als ten minste een schatting gevraagd aan een notaris of een landmeter-schatter van onroerende goederen ingeschreven in de tabel gehouden door de Federale Raad van Landmeters-Experten, hetzij aan een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. "

  Art. 3. Artikel 15 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 februari 1998 houdende organisatie van de vernieuwing of de sloop gevolgd door de heropbouw van onroerende goederen van de gemeenten en van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt vervangen als volgt :
  " Art. 15. Bij niet-naleving van artikel 6, derde lid, 4°, vordert het Gewest de opbrengst van de verkoop van de grond en de gebouwen terug, ten belope van het totaal bedrag van de subsidies toegekend voor de vernieuwing of de sloop gevolgd door heropbouw van het betrokken onroerend goed, aangepast op grond van de index der bouwprijzen. De verkoopprijs wordt altijd minstens even hoog geacht als de geactualiseerde schatting door het Gewestelijk Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen of, indien dit niet binnen zestig werkdagen antwoordt, ten minste een schatting gevraagd aan een notaris of een landmeter-schatter van onroerende goederen ingeschreven in de tabel gehouden door de Federale Raad van Landmeters-Experten, hetzij aan een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar. "

  Art. 4. Artikel 21, § 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 2010 tot uitvoering van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering wordt vervangen als volgt :
  " Art. 21. § 3. In geval van onderhandse verwerving van zakelijke rechten, wordt het bedrag van de toelage berekend op de basisprijs van de vaststellingsovereenkomst. Het bedrag van de toelage mag in geen geval meer bedragen dan de schatting door het Gewestelijk Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen of, indien dit niet binnen zestig werkdagen antwoordt, dan ten minste een schatting gevraagd aan een notaris of een landmeter-schatter van onroerende goederen ingeschreven in de tabel gehouden door de Federale Raad van Landmeters-Experten, hetzij aan een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, vermeerderd met de registratiekosten en in voorkomend geval met het ereloon van de notaris, de landmeterschatter van onroerende goederen of de vastgoedmakelaar, alsook met de wederbeleggingsvergoeding.
  In geval van onteigening dient het bedrag van de toelage berekend te worden op basis van de kostprijs van de onteigening, vermeerderd met de kosten van de gerechtelijke procedure alsook met alle door de rechter toegewezen vergoedingen en kosten bij aankoop door onteigening. "

  Art. 5. Artikel 22, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 22. § 2. In geval van onderhandse verwerving van zakelijke rechten, wordt het bedrag van de toelage berekend op de basisprijs van de vaststellingsovereenkomst. Het bedrag van de toelage mag in geen geval meer bedragen dan de schatting door het Gewestelijk Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen of, indien dit niet binnen zestig werkdagen antwoordt, dan ten minste een schatting gevraagd aan een notaris of een landmeter-schatter van onroerende goederen ingeschreven in de tabel gehouden door de Federale Raad van Landmeters-Experten, hetzij aan een vastgoedmakelaar ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, vermeerderd met de registratiekosten en in voorkomend geval met het ereloon van de notaris, de landmeter-schatter van onroerende goederen of de vastgoedmakelaar, alsook met de wederbeleggingsvergoeding.
  In geval van onteigening dient het bedrag van de toelage berekend te worden op basis van de kostprijs van de onteigening, vermeerderd met de kosten van de gerechtelijke procedure alsook met alle door de rechter bij aankoop door onteigening toegewezen vergoedingen en kosten. "

  Art. 6. De Minister bevoegd voor Stadsvernieuwing wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 26 mei 2016.
De Minister-President, bevoegd voor Stadsvernieuwing,
Rudi VERVOORT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode en inzonderheid op de artikelen 177, 178 en 183;
   Gelet op de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering en inzonderheid op de artikelen 12 en 14;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke executieve van 19 juli 1990 betreffende de verkrijging door de gemeenten van verlaten gebouwen;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 februari 1998 houdende organisatie van de vernieuwing of de sloop gevolgd door de heropbouw van onroerende goederen van de gemeenten en van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 2010 tot uitvoering van de ordonnantie van 28 januari 2010 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, verstrekt op 20 januari 2016;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, verstrekt op 4 februari 2016;
   Gelet op het verslag met een evaluatie van de impact van het ontwerpbesluit op de respectieve situatie van vrouwen en mannen dat gevoegd is bij de Regeringsbeslissing van 28 januari 2016;
   Gelet op het advies 58.916/4 van de Raad van State, verstrekt op 7 maart 2016, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister bevoegd voor Stadsvernieuwing;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie