J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2015/12/18/2015003488/justel

Titel
18 DECEMBER 2015. - Wet houdende diverse bepalingen inzake accijnsgoederen, evenals wijzigingen aan de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 29-12-2015 nummer :   2015003488 bladzijde : 79821   BEELD
Dossiernummer : 2015-12-18/18
Inwerkingtreding : 01-01-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen
Art. 2-5
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de programmawet van 27 december 2004
Art. 6-9
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak
Art. 10-13
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken
Art. 14-15
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen
Art. 16-21

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen

  Art. 2. Dit artikel voorziet in de omzetting van richtlijn 2013/61/EU van de Raad van 17 december 2013 tot wijziging van de Richtlijnen 2006/112/EG en 2008/118/EG wat betreft de Franse ultraperifere gebieden en met name Mayotte.
  In artikel 5, § 1, 4°, a), van de wet van 22 december 2009 worden de woorden "de Franse overzeese departementen" vervangen door de volgende woorden "de Franse ultraperifere gebieden vermeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie".

  Art. 3. In hoofdstuk 2 van de wet van 22 december 2009 wordt een afdeling 2bis ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 2bis - Navordering".

  Art. 4. In afdeling 2bis, ingevoegd bij artikel 3, wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 12/1. Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan accijnzen wordt slechts tot navordering van eventueel verschuldigde aanvullende accijnzen overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.".

  Art. 5. In artikel 19, § 2, van de wet van 22 december 2009, worden 1° en 2°, eerste lid, vervangen als volgt:
  " § 2. De erkend entrepothouder moet:
  1° zekerheid stellen ten belope van 10 % van de accijnzen om de risico's te dekken die verbonden zijn aan de productie, de verwerking en het voorhanden hebben van accijnsgoederen in zijn belastingentrepot; voor wat betreft de energieproducten vermeld in artikel 418 van de programmawet van 27 december 2004 waarvoor geen accijnstarief is bepaald in artikel 419 van dezelfde programmawet wordt deze zekerheid berekend op basis van het hoogste accijnstarief op het belaste gelijkwaardige energieproduct;
  2° een door de Koning vast te stellen zekerheid stellen om, inzake accijnzen, de risico's te dekken verbonden aan het verzenden hier te lande of naar een andere lidstaat van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling. De zekerheid moet geldig zijn in de gehele Gemeenschap. Voor wat betreft de energieproducten vermeld in artikel 418 van de programmawet van 27 december 2004 waarvoor geen accijnstarief is bepaald in artikel 419 van dezelfde programmawet wordt deze zekerheid berekend op basis van het hoogste accijnstarief op het belaste gelijkwaardige energieproduct.".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de programmawet van 27 december 2004

  Art. 6. In artikel 429, § 2, van de programmawet van 27 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 2012 tot wijziging van de programmawet van 27 december 2004, wordt de bepaling onder m) vervangen als volgt:
  n) "koolzaadolie van de GN-code 1514, gebruikt als motorbrandstof, wanneer deze wordt geproduceerd door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die het beroep van landbouwer uitoefent, die alleen handelt of in een samenwerkingsverband, op basis van zijn eigen productie van koolzaad en wanneer deze zonder tussenpersoon aan de eindverbruiker wordt verkocht.
  De vrijstelling zal geweigerd worden aan elke hiervoor bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon die voordeel heeft gehaald uit vroegere onrechtmatige en bij een besluit van de Europese Commissie onverenigbaar verklaarde steun, tot op het moment waarop zij het totale bedrag van de onrechtmatige steun en de desbetreffende rente voor terugvordering hebben terugbetaald of op een geblokkeerde rekening gestort.
  Deze vrijstelling verstrijkt op 6 februari 2020.".

  Art. 7. Artikel 429, § 3, van de programmawet van 27 december 2004 wordt aangevuld als volgt:
  "De land-, tuin- en bosbouwtractoren die worden gebruikt in de vrijstellingsgevallen bedoeld in § 2, i), mogen ook worden gebruikt voor werkzaamheden waarvoor geen recht op vrijstelling bestaat en mogen worden aangedreven met gasolie die is vrijgesteld van accijnzen onder de voorwaarden bepaald door de Koning.
  Bij dergelijk gebruik wordt het niet-vrijgestelde verbruik van gasolie vastgesteld door middel van een forfait van 0,2 liter per gepresteerd uur en per kilowatt van de betrokken tractor.".

  Art. 8. Artikel 429, § 5, 2), van de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De terugbetaling wordt slechts toegestaan voor de leveringen van gasolie uitgevoerd na het verkrijgen van de bedoelde registratie.".

  Art. 9. In artikel 433 van de programmawet van 27 december 2004 worden de woorden "andere dan machines, installaties en voertuigen bedoeld in artikel 420, § 4," geschrapt.

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak

  Art. 10. Artikel 3, § 1, van de wet van 3 april 1997 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Op de hier te lande in verbruik gestelde tabaksfabricaten worden een ad valorem accijns en een ad valorem bijzondere accijns geheven die als volgt zijn vastgesteld:
  1° Sigaren:
  a) accijns: 5,00 percent van de kleinhandelsprijs;
  b) bijzondere accijns: 5,00 percent van de kleinhandelsprijs;
  2° Sigaretten:
  a) accijns: 45,84 percent van de kleinhandelsprijs;
  b) bijzondere accijns: 0,00 percent van de kleinhandelsprijs;
  3° Rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak:
  a) accijns: 31,50 percent van de kleinhandelsprijs;
  b) bijzondere accijns: 0,00 percent van de kleinhandelsprijs.".

  Art. 11. In artikel 3, § 6, van de wet van 3 april 1997 wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 12. In artikel 3, § 6, derde lid, van de wet van 3 april 1997 worden de woorden "of van de minimumfiscaliteit of van het verdwijnen van een prijsklasse" opgeheven.

  Art. 13. In artikel 10, § 2, van de wet van 3 april 1997 wordt de bepaling onder het eerste streepje opgeheven.

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken

  Art. 14. In artikel 18, 4°, van de wet van 7 januari 1998 worden de woorden "Richtlijn 65/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten" vervangen door de woorden "de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen".

  Art. 15. In artikel 19 van de wet van 7 januari 1998 worden de woorden "de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop" vervangen door de woorden "de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen".

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen

  Art. 16. Artikel 19/3 van de Algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 wordt gewijzigd als volgt:
  "Tenzij een internationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, stelt de Koning:
  1° de voorwaarden van toekenning, de praktische aspecten van controle en de kwantitatieve en kwalitatieve beperkingen vast waaraan de in dit hoofdstuk genoemde vrijstellingen zijn onderworpen, met inbegrip van de voorwaarden waaronder van deze vrijstellingen kan worden afgezien;
  2° aanvullende bepalingen, voorwaarden en beperkingen (eventueel kwantitatief en kwalitatief) vast voor de toepassing van de vrijstellingen ingesteld door verordeningen van de instellingen van de Europese Unie of door andere bepalingen die kracht van wet hebben, indien voorzien door deze reglementen of bepalingen.".

  Art. 17. Artikel 19/7 van dezelfde wet waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de goederen en diensten bepaald in de punten 1° tot en met 3° van de eerste paragraaf worden beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiėn, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van jaarlijkse drempels, rekening houdende met de gebruikelijke wederkerigheid in deze internationale relaties en met redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.".

  Art. 18. De artikelen 19/8, 19/9 en 19/10 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde goederen zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiėn, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels en beperkingen in naleving van de overeenkomsten, rekening houdende met de redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.".

  Art. 19. Artikel 19/11 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde provisie en diensten zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiėn, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels en beperkingen, rekening houdende met redelijke eisen van begunstigde personen en vervoersmiddelen of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.".

  Art. 20. Artikel 20 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt:
  " § 1. Tenzij een internationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, wordt onder door de Koning te bepalen voorwaarden en eventuele beperkingen op de redelijke hoeveelheden vrijstelling van accijnzen verleend:
  1° voor goederen die worden ingevoerd om één of meer veredelingshandelingen te ondergaan en daarna te worden wederuitgevoerd;
  2° voor goederen die worden ingevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers;
  3° voor goederen die worden ingevoerd in kleine zendingen zonder handelskarakter;
  4° voor provisie, benodigdheden, brandstoffen en smeermiddelen voorhanden in binnenkomende vervoermiddelen;
  5° voor monsters en stalen met een te verwaarlozen handelswaarde die worden ingevoerd voor het opnemen van bestellingen;
  6° voor andere monsters en stalen dan bedoeld onder 5°, ingevoerd voor het opnemen van bestellingen en die daarna worden wederuitgevoerd;
  7° voor redelijke hoeveelheden van goederen welke bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik - gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen - van diplomatieke ambtenaren, van consulaire beroepsambtenaren, van leden van het administratieve en technisch personeel van de diplomatieke zendingen en van consulaire bedienden, in functie in het land, voor zover de belanghebbenden geen Belgische onderdanen zijn of geen permanent verblijf houden in Belgiė en er geen beroeps- of handelsactiviteiten uitoefenen tot hun persoonlijk voordeel;
  8° voor redelijke hoeveelheden van goederen welke bestemd zijn voor de officiėle behoeften - bouwen en herstellen daaronder begrepen - van in het land gevestigde diplomatieke zendingen en consulaire posten, op voorwaarde dat de consulaire posten worden geleid door consulaire beroepsambtenaren;
  9° voor redelijke hoeveelheden van kanselarijbenodigdheden bestemd voor het officieel gebruik van in het land gevestigde consulaire posten die worden geleid door consulaire ereambtenaren;
  10° voor redelijke hoeveelheden van goederen welke bestemd zijn voor internationale organisaties en voor personen die tot deze organisaties behoren voor zover een dergelijke vrijstelling is bepaald door een overeenkomst waar Belgiė deel van uitmaakt;
  11° a) voor redelijke hoeveelheden proviand, uitsluitend ten behoeve van de buitenlandse strijdkrachten van de NAVO, met uitsluiting van de Nederlandse strijdkrachten wat de gemeenschappelijke accijnzen betreft vastgesteld in het raam van de Benelux Unie;
  b) voor persoonlijke goederen in redelijke hoeveelheden bestemd voor de leden van de in letter a bedoelde strijdkrachten en voor de leden van het burgerlijk element van bedoelde strijdkrachten, met uitsluiting van de leden van de Nederlandse strijdkrachten en van de leden van het burgerlijk element van de Nederlandse strijdkrachten wat de gemeenschappelijke accijnzen betreft vastgesteld in het raam van de Benelux Unie;
  12° voor redelijke hoeveelheden van goederen bestemd voor organisaties, die door vreemde regeringen belast zijn met de aanleg, de inrichting of het onderhoud van de kerkhoven, begraafplaatsen en gedenktekens voor de leden van hun strijdkrachten die in oorlogstijd zijn overleden;
  13° voor goederen die bij de invoer wegens bederf niet meer geschikt zijn en ook niet meer geschikt te maken zijn voor het gebruik waarvoor ze normaal worden aangewend;
  14° voor onmisbare voedingsmiddelen en geneesmiddelen geschonken aan liefdadigheidsinstellingen met algemeen karakter om door deze instellingen kosteloos te worden uitgedeeld aan de bevolking of ter beschikking gesteld van soortgelijke instellingen;
  15° voor goederen ingevoerd om op openbare internationale handelstentoonstellingen of jaarbeurzen te worden tentoongesteld en die daarna worden wederuitgevoerd;
  16° voor goederen die in de volgende gevallen uit een lidstaat van de Europese Unie worden binnengebracht:
  a) persoonlijke goederen binnengebracht door een particulier, naar aanleiding van de verandering van zijn gewone verblijfplaats;
  b) goederen die door personen die hun gewone verblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie, als huwelijksgeschenk worden geschonken aan een particulier die, naar aanleiding van zijn huwelijk, zijn gewone verblijfplaats uit een lidstaat van de Europese Unie overbrengt;
  c) persoonlijke goederen van een erflater die uit een lidstaat van de Europese Unie worden overgebracht naar de verblijfplaats van een particulier, die de goederen door erfopvolging (causa mortis) in eigendom heeft verkregen.
  § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde provisie en diensten zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgelegd door de Koning, die de minister van Financiėn, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels, rekening houdende met redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties van de vrijstelling, zij het voor de naleving van het internationale verdrag of het zetelverdrag in de gevallen bedoeld in § 1, punten 7°, 8° en 9°, zij het, indien nodig, ter bestrijding van misbruik in alle gevallen van § 1.".

  Art. 21. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2016.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 december 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Financiėn,
J. VAN OVERTVELDT
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken: 54 1490 Integraal Verslag: 17 december 2015.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie