J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2015/11/30/2015011490/justel

Titel
30 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit betreffende de benaming, de kenmerken en het zwavelgehalte van de marine gasolie

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 08-12-2015 nummer :   2015011490 bladzijde : 72764   BEELD
Dossiernummer : 2015-11-30/02
Inwerkingtreding : 08-12-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-4
HOOFDSTUK 2. - Monsterneming en analyse
Art. 5
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Art. 6-8

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2012/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot wijziging van Richtlijn 1999/32/EG wat het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen betreft.

  Art. 2. Dit besluit is uitsluitend van toepassing op de marine gasolie bedoeld in artikel 3, § 1, 2°, op het moment van de levering aan vaartuigen wanneer zij zich in één van de Belgische havens bevinden.

  Art. 3. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " FOD Economie " : de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  2° " Marine gasolie " : een uit aardolie verkregen vloeibare brandstof bestemd voor de zeescheepvaart, die op grond van de distillatiegrenzen ervan behoren tot de middeldistillaten die zijn bestemd om als brandstof te worden gebruikt en die, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 85 volumeprocent overdistilleren bij 350 ° C, gemeten met ASTM-methode D86, of een viscositeit of dichtheid hebben die binnen de viscositeit- of dichtheidsgrenzen ligt welke in tabel 1 van ISO 8217, laatste versie voor marine distillaten zijn bepaald.
  § 2. Benzine voor motorvoertuigen, de gasolie-diesel voor wegvoertuigen, de gasolie voor verwarming en de residuele brandstoffen vallen buiten de definitie bedoeld in paragraaf 1, 2°.
  § 3. De marine gasolie dient te beantwoorden aan de norm NBN T52-703 - Aardolieproducten - Brandstoffen (klasse F) - Specificaties van marine gasolie. Laatste uitgave.
  § 4. De beschrijving en de specificaties van de technische normen bedoeld in de paragrafen 1 en 3 zijn terug te vinden via het Bureau voor Normalisatie, Jozef II-straat 40 bus 6, 1000 Brussel, http://www.nbn.be/nl.

  Art. 4. Onverminderd het facultatief gelijktijdig gebruik van merken of alle andere commerciële benamingen, moet de benaming van de categorie marine gasolie overeenkomstig de in artikel 3, § 3 bedoelde norm, aangeduid worden op de documenten betreffende de verkoop en de levering.

  HOOFDSTUK 2. - Monsterneming en analyse

  Art. 5. § 1. De FOD Economie is belast met de monsterneming en de analyse van de marine gasolie zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 2° op het moment van de levering aan vaartuigen, wanneer deze vaartuigen zich in één van de Belgische havens bevinden.
  § 2. De monsters worden genomen op gezette tijden, frequent genoeg en in voldoende hoeveelheden zodanig dat deze monsters representatief zijn voor de gecontroleerde brandstof en dit in overeenstemming met de eisen bedoeld in artikel 6, 1ter, a), van Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG, gewijzigd door de Richtlijn 2012/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012.
  § 3. De referentiemethode voor vaststelling van het zwavelgehalte is deze die bepaald is in de norm bedoeld in artikel 3, § 3.

  HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

  Art. 6. Het koninklijk besluit van 13 december 2006 betreffende de benaming, de kenmerken en het zwavelgehalte van de marine gasolie wordt opgeheven.

  Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 8. De minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Middenstand en de minister bevoegd voor Energie en Leefmilieu, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 30 november 2015.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
K. PEETERS
De Minister van Middenstand,
W. BORSUS
De Minister van Energie en Leefmilieu,
Mevr. M.C. MARGHEM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel VI. 9, § 1, 2° en artikel XV.3, 7° ;
   Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, artikel 5, § 1, eerste lid, 3° en 5° ;
   Gelet op het koninklijk besluit van 13 december 2006 betreffende de benaming, de kenmerken en het zwavelgehalte van de marine gasolie;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 augustus 2015;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 31 augustus 2015;
   Gelet op de afwezigheid van het advies binnen de toegekende termijn van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O.;
   Gelet op de kennisgeving aan de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, op 27 augustus 2015;
   Gelet op de kennisgeving aan de Hoge Gezondheidsraad, op 27 augustus 2015;
   Gelet op de kennisgeving aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, op 27 augustus 2015;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd als volgt :
   Overwegende dat dit koninklijk besluit bedoeld is om Richtlijn 2012/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot wijziging van Richtlijn 1999/32/EG wat het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen betreft om te zetten in het Belgisch recht; dat de termijn voor de omzetting van deze richtlijn is verstreken op 18 juni 2014;
   Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid bijzonder voortvloeit uit de ingebrekestelling van 18 juli 2014 van de Europese Commissie wegens niet-kennisgeving van de maatregelen tot omzetting in het intern recht van voornoemde richtlijn en het met redenen omkleed advies van 27 november 2014;
   Overwegende dat de Europese Commissie heeft aangekondigd dat het bij gebrek aan omzetting binnen de vooropgestelde termijn het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zal vatten wegens laattijdige en onvolledige omzetting;
   Overwegende dat Richtlijn 2012/33/EG onder meer de bescherming van het (leef-) milieu beoogt, is het dringend dat controlemaatregelen kunnen worden genomen om maximaal het (leef-)milieu te vrijwaren;
   Gelet op het advies 58.379/1 van de Raad van State, gegeven op 4 november 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van Energie en Leefmilieu en de Minister van Middenstand,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie