J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
16 OKTOBER 2015. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opnemen van luchtvaartactiviteiten in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap overeenkomstig Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST.KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
Publicatie : 17-06-2016 nummer :   2016203067 bladzijde : 36681   BEELD
Dossiernummer : 2015-10-16/25
Inwerkingtreding : 27-06-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Aan artikel 1 van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opnemen van luchtvaartactiviteiten in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap overeenkomstig Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Dit samenwerkingsakkoord beoogt tevens de omzetting van verordening nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met het oog op de tenuitvoerlegging tegen 2020 van een internationale overeenkomst die op emissies van de internationale luchtvaart wereldwijd één markt gebaseerde maatregel toepast.".

  Art. 2. Aan artikel 2 van hetzelfde samenwerkingsakkoord worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 18° wordt aangevuld als volgt :
  "In het geval dat er aan meerdere luchthavens evenveel luchtvaartactiviteiten worden toegeschreven, is de luchthavenbeheerder de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die verantwoordelijk is voor de luchthaven, waarvoor de CO2-emissies van de aan haar toegeschreven luchtvaartactiviteiten het grootste zijn.";
  2° een punt 21° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 21° verordening nr. 421/2014: verordening nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met het oog op de tenuitvoerlegging tegen 2020 van een internationale overeenkomst die op emissies van de internationale luchtvaart wereldwijd één markt gebaseerde maatregel toepast.".

  Art. 3. In hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt een hoofdstuk X/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " HOOFDSTUK X/1. - Afwijkingen die gelden vooruitlopend op de tenuitvoerlegging tegen 2020 van een internationale overeenkomst die wereldwijd één marktgebaseerde maatregel toepast ".

  Art. 4. In hetzelfde samenwerkingsakkoord wordt in hoofdstuk X/1, ingevoegd bij artikel 3, een artikel 20/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 20/1. § 1. In afwijking van de artikelen 6, 14, 15, 17 en 20, beschouwen de bevoegde autoriteit en de Nationale Klimaatcommissie de in deze artikelen vastgestelde verplichtingen als vervuld en ondernemen zij geen actie tegen vliegtuigexploitanten voor wat betreft :
  1° alle emissies van vluchten naar of van luchthavens gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
  2° alle emissies van vluchten tussen een luchthaven gelegen in een ultraperifeer gebied in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en een luchthaven gelegen in een ander gebied van de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
  3° de inlevering van emissierechten voor geverifieerde emissies voor 2013 van vluchten tussen luchthavens gelegen in landen van de Europese Economische Ruimte (EER), die uiterlijk op 30 april 2015 in plaats van uiterlijk op 30 april 2014 plaatsvindt, en geverifieerde emissies voor 2013 van die vluchten, die uiterlijk op 31 maart 2015 in plaats van uiterlijk op 31 maart 2014 worden gerapporteerd.
  Voor de toepassing van de artikelen 14 en 17 worden de geverifieerde emissies van vluchten andere dan deze vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, beschouwd als geverifieerde emissies van de vliegtuigexploitant.
  § 2. In afwijking van artikel 7, § 1, en artikel 10, § 2, worden aan vliegtuigexploitanten voor wie de tijdelijke afwijkingen, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2° gelden, een aantal kosteloze emissierechten toegewezen die zijn verminderd in verhouding tot de vermindering van de verplichting om emissierechten in te leveren, vermeld in paragraaf 2, 1° en 2°.
  In afwijking van artikel 11 worden emissierechten die niet zijn toegewezen ten gevolge van de toepassing van het eerste lid geannuleerd.
  Wat de activiteiten in de kalenderjaren met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016 betreft, berekent elke bevoegde autoriteit uiterlijk op 15 augustus 2014 voor elke aan hem toegewezen vliegtuigexploitant het aantal kosteloze toegewezen emissierechten overeenkomstig het eerste lid, en bezorgt de toewijzingstabel aan de Nationale Klimaatcommissie. De Nationale Klimaatcommissie aggregeert de toewijzingstabellen van de bevoegde autoriteiten die aan haar worden bezorgd, en geeft opdracht aan de registeradministrateur om de geaggregeerde toewijzingstabel te publiceren op de website van het nationaal broeikasgasregister ten laatste op 31 augustus 2014.
  § 3. In afwijking van artikel 6 zijn vliegtuigexploitanten niet verplicht om emissiemonitoringplannen in te dienen die de maatregelen beschrijven om emissies te bewaken en te rapporteren met betrekking tot vluchten waarvoor de tijdelijke afwijkingen, vermeld in paragraaf 2, 1° en 2°, gelden.
  § 4. In afwijking van artikel 14, paragraaf 1 en 2, worden de emissies van een vliegtuigexploitant met totale jaarlijkse emissies van minder dan 25.000 ton CO2 beschouwd als geverifieerde emissies als deze werden vastgesteld met gebruikmaking van het instrument voor kleine emittenten dat door verordening (EU) nr. 606/2010 van de Commissie is goedgekeurd en door Eurocontrol werd voorzien van gegevens uit zijn ETS-ondersteuningsfaciliteit."

  Art.5 . In artikel 8, paragraaf 1, punt 2°, wordt tussen de woorden " voor wie de tonkilometergegevens een " en de woorden " jaarlijkse stijging vertonen " het woord " gemiddelde " ingevoegd.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Opgemaakt te Brussel, op 16 oktober 2015, in zoveel exemplaren als er contracterende partijen zijn,
Voor de Federale Staat,
De Eerste Minister,
C. MICHEL
De Minister van Mobiliteit,
J. GALANT
De federale Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling,
M-C. MARGHEM
Voor het Vlaamse Gewest,
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse Minister van Omgeving,
Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGHE
De Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B.WEYTS
Voor het Waalse Gewest,
De Minister-President van de Waalse Regering,
P. MAGNETTE
De Waalse Minister van de Plaatselijke Besturen,
Stedenbeleid, Huisvesting en Energie,
P. FURLAN
De Waalse Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn,
C. DI ANTONIO
Voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest,
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie
C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met het oog op de tenuitvoerlegging tegen 2020 van een internationale overeenkomst die op emissies van de internationale luchtvaart wereldwijd één markt gebaseerde maatregel toepast;
   Gelet op artikel 39 van de Grondwet;
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 6, § 1, II, 1° en artikel 92bis, § 1, § 5 en § 6, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
   Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, artikel 42;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto;
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad;
   Gelet op de beslissing van het Overlegcomité van 1 april 2015;
   De Federale Staat, vertegenwoordigd door de Federale Regering, in de persoon van de Eerste Minister, de Minister van Mobiliteit en de Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling;
   Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar Minister-President, de Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw en de Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn;
   Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering, in de persoon van haar Minister-President, de Waalse Minister van de Plaatselijke Besturen, Stedenbeleid, Huisvesting en Energie en van de Waalse Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn;
   Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, in de persoon van haar Minister-President en van de Brusselse Minister, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie;
   Kwamen het volgende overeen :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie