J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2015/04/30/2015031293/justel

Titel
30 APRIL 2015. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende toekenning van bepaalde bevoegdheden aan de directeur - hoofd van de dienst van het Brussels Instituut voor Milieubeheer die de inspectie en de verontreinigde bodems onder zijn bevoegdheden heeft

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 02-06-2015 nummer :   2015031293 bladzijde : 31255   BEELD
Dossiernummer : 2015-04-30/11
Inwerkingtreding : 02-06-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-5

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Het Instituut : Het Brussels Instituut voor Milieubeheer ;
  2° De leidende ambtenaar van het Instituut : de leidende ambtenaar van het Brussels Instituut voor Milieubeheer ;
  3° Het afdelingshoofd van de afdeling die de inspectie en de verontreinigde bodems onder zijn bevoegdheden heeft : Het afdelingshoofd van de afdeling van het Brussels Instituut voor Milieubeheer die de inspectie en de bodem onder zijn bevoegdheden heeft.

  Art. 2. § 1. De bevoegdheden toevertrouwd aan de leidend ambtenaar van het Instituut door de artikelen 7, 8, 12, 13, 15, §§ 2 tot 5, 17, § 2, 23, § 3, 26, § 2, 27, 30, § 2, 31, 32, 34, §§ 2 et 3, 35, 37, § 1, 38, 40, 42, §§ 2 en 3, 43, 45, § 1, 46, 48, 49, 50, 51, §§ 1, 2 et 4, 53, 55, § 2, 56, §§ 2 en 3, 59, 60, §§ 5, 6 en 7, 61, 63, 65, §§ 3 en 4, 66, 71 en 78 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems worden uitgeoefend door het afdelingshoofd van de afdeling die de inspectie en de verontreinigde bodems onder zijn bevoegdheden heeft.
  § 2. De volgende bevoegdheden die aan de leidende ambtenaar van het Instituut worden toevertrouwd door de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, worden uitgeoefend door het afdelingshoofd van de dienst die de inspectie en de verontreinigde bodems onder zijn bevoegdheden heeft :
  a) de bevoegdheid om een kopie van het dossier van het Instituut over te maken aan het Milieucollege en om memories over te maken en te ondertekenen in naam van het Instituut, in het kader van beroepen ingediend overeenkomstig artikel 55 ;
  a) de bevoegdheid om een kopie van het dossier van het Instituut aan de regering over te maken en om memories over te maken en te ondertekenen in naam van het Instituut, in het kader van beroepen ingediend overeenkomstig artikel 56.

  Art. 3. De volgende bevoegdheden, toevertrouwd aan de leidende ambtenaar van het Instituut door de ordonnantie van 25 maart 1999 houdende het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zoals gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden uitgeoefend door het afdelingshoofd van de afdeling die de inspectie en de verontreinigde bodems onder zijn bevoegdheden heeft :
  a) de bevoegdheden voorzien door de artikelen 8, § 4, 11 en 21, §§ 1 en 2;
  a) de bevoegdheid om de persoon die met een administratieve geldboete strafbaar is in staat te stellen zijn middelen tot verdediging over te maken, voorzien door artikel 45 ;
  b) de bevoegdheid om aan de Procureur des Konings te vragen om de leidende ambtenaar van het Instituut in kennis te stellen van zijn beslissing om een verdachte van een inbreuk in de zin van artikel 44 al dan niet te vervolgen ;
  b) de bevoegdheid om de door de Regering gemachtigde ambtenaar in te lichten dat de administratieve geldboete of de dwangsom niet werd betaald, om deze toe te laten tot invordering overeenkomstig artikel 51 over te gaan ;
  c) de bevoegdheid om een kopie van het administratief dossier van de persoon, veroordeeld tot betaling van een administratieve geldboete, over te maken aan het Milieucollege in geval van een beroep tegen die beslissing overeenkomstig artikel 49 ;
  c) de bevoegdheid om de ontvangst van een klacht te bevestigen ;
  d) de bevoegdheid om een schrijven te verzenden waarbij geïnformeerd wordt over het afsluiten van een dossier binnen het Instituut ;
  d) de bevoegdheid om de ontvangst te bevestigen van inlichtingen overgemaakt aan het Instituut of om bijkomende informatie te vragen.

  Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag van haar publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 2 wat de bevoegdheden betreft die voorzien zijn door de artikelen 12 en 61 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, die in werking treden op 1 januari 2016.

  Art. 5. De Minister die bevoegd is voor Leefmilieu, Energie, Huisvesting en Levenskwaliteit, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 30 april 2015.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
De Minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
Mevr. C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ;
   Gelet op artikel 3, § 2, 4°, van de ordonnantie van 25 maart 1999 houdende het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, zoals gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014 tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ;
   Gelet op artikel 3/1, § 3, van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems zoals ingevoerd door artikel 136 § 2 van de ordonnantie van 8 mei 2014 tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ;
   Gelet op het advies 56.447/1 van de Raad van State, verleend op 10 juli 2014 met toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 1/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 ;
   Op voorstel van de Minister, belast met Leefmilieu, Energie, Huisvesting en Levenskwaliteit;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie