J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/09/04/2014014345/justel

Titel
4 SEPTEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegheidsbewijzen voor zeevarenden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1973 houdende zeevaartinspectiereglement

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 17-09-2014 nummer :   2014014345 bladzijde : 73342   BEELD
Dossiernummer : 2014-09-04/12
Inwerkingtreding : 04-07-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-23
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 157bis van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, ingevoegd door het koninklijk besluit van 24 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aanbracht :
  1° de bepaling onder 1. wordt aangevuld met de bepalingen onder f) en g), luidende :
  "f) zeevarenden die worden aangesteld op een van haar schepen, herhalingscursussen en bijscholing hebben gekregen zoals is vereist in het STCW-verdrag;
  g) op elk moment aan boord van haar schepen een doelmatige mondelinge communicatie is in overeenstemming met hoofdstuk V, voorschrift 14, leden 3 en 4 van SOLAS-verdrag.";
  2° wordt aangevuld met de bepaling onder 4., luidende :
  "4. De maatschappijen zorgen ervoor dat kapiteins, officieren en andere bemanningsleden die belast zijn met bijzondere taken en verantwoordelijkheden aan boord van ro-ro-passagiersschepen, de vertrouwdmakingsopleiding hebben voltooid zodat zij de bekwaamheden hebben verworven die nodig zijn voor de te vervullen functie, de uit te voeren taken en de te nemen verantwoordelijkheden, overeenkomstig de richtsnoeren in sectie B-I/14 van de STCW-code.".

  Art. 2. Artikel 1, eerste lid, van bijlage XX van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 24 mei 2006, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De voormelde erkenning vermeldt of de geneesheer voldoet aan de norm ISO 9001 of een gelijkwaardige norm met het oog op de afgifte van het certificaat van medische geschiktheid bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden.".

  Art. 3. In het opschrift van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden wordt in de Franstalige tekst het woord "brevets" vervangen door de woorden "brevets d'aptitude".

  Art. 4. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 14° wordt opgeheven;
  b) de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt :
  "18° "STCW-code" : de code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst voor zeevarenden, zoals aangenomen bij resolutie 2 van de Conferentie van 1995, in de bijgewerkt versie;";
  c) de bepalingen onder 24° en 25° worden vervangen als volgt :
  "24° "radioreglement" : het radioreglement dat is gehecht aan, of wordt geacht te zijn gehecht aan, het internationaal Verdrag betreffende telecommunicatie, zoals gewijzigd;
  25° "passagiersschip" : een schip zoals omschreven in het SOLAS-verdrag;";
  d) de bepaling onder 31° wordt opgeheven;
  e) de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt :
  "32° "diensttijd" : het dienstdoen aan boord van een schip voor zover van belang voor de afgifte of vernieuwing van een vaarbevoegdheidsbewijs, een bekwaamheidsbewijs of een andere kwalificatie;";
  f) in de bepaling onder 36° worden de woorden "van de Europese Gemeenschappen" vervangen door de woorden "van de Europese Unie";
  g) de bepaling onder 42° wordt vervangen als volgt :
  "42° "Richtlijn 2008/106/EG" : Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden, in de meest recente versie;";
  h) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 43° tot en met 53°, luidende :
  "43° "GMDSS-radio-operator" : een persoon die gekwalificeerd is in overeenstemming met hoofdstuk IV van bijlage I;
  44° "ISPS-Code" : de internationale code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (International Ship and Port Facility Security Code), zoals op 12 december 2002 goedgekeurd bij resolutie 2 van de Conferentie van verdragsluitende staten bij SOLAS-verdrag, in bijgewerkte versie;
  45° "scheepsveiligheidsbeambte" : een zich aan boord van het schip bevindende, aan de kapitein verantwoording verschuldigde persoon, die door de maatschappij is aangesteld als verantwoordelijke voor de beveiliging van het schip, inclusief uitvoering en onderhoud van het scheepsveiligheidsplan, en voor het contact met de veiligheidsbeambte van de maatschappij en de veiligheidsbeambten van de havenfaciliteit;
  46° "beveiligingstaken" : alle beveiligingstaken aan boord van schepen zoals bepaald in hoofdstuk XI/2 van SOLAS-Verdrag, en in de ISPS-code;
  47° "vaarbevoegdheidsbewijs" : een vaar-bevoegdheidsbewijs afgegeven en voorzien van een officiële verklaring voor kapiteins, officieren en GMDSS-radio-operatoren van het wereldwijd maritiem nood- en veiligheidssysteem in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstukken II, III, IV of VII van bijlage I, dat de rechtmatige houder ervan het recht geeft dienst te doen in de daarin beschreven hoedanigheid en de daarbij behorende functies te vervullen op het daarin omschreven verantwoordelijkheidsniveau;
  48° "bekwaamheidsbewijs" : een bewijs van bekwaamheid anders dan het vaarbevoegdheidsbewijs dat aan een zeevarende wordt afgegeven, waarin staat dat aan de in dit besluit vermelde relevante eisen op het gebied van opleiding, vaardigheden of diensttijd is voldaan;
  49° "schriftelijk bewijs" : een ander document dan een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat wordt gebruikt om vast te stellen dat aan de relevante eisen van dit besluit is voldaan;
  50° "elektrotechnisch officier" : een officier die bevoegd is in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk III van bijlage I;
  51° "volmatroos met dekdienst" : een matroos die bevoegd is in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk II van bijlage I;
  52° "volmatroos met machinekamerdienst" : een matroos die bevoegd is in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk III van bijlage I;
  53° "elektrotechnisch matroos" : een matroos die bevoegd is in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk III van bijlage I.".

  Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Om een bewijs zoals omschreven in artikel 1, onder 47° en 48°, en/of een schriftelijk bewijs zoals omschreven in artikel 1, punt 49°, te verkrijgen moeten zeevarenden die dienst doen op een schip als bedoeld in artikel 2 ten minste een opleiding hebben genoten die voldoet aan de eisen van het STCW-verdrag opgenomen in bijlage I bij dit besluit en aan de bepalingen van dit besluit.";
  2° in het tweede en derde lid worden de woorden "bewijs van beroepsbekwaamheid" vervangen door het woord "bekwaamheidsbewijs".

  Art. 6. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

  Art. 7. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 5. § 1. Vaarbevoegdheidsbewijzen en bekwaamheidsbewijzen worden slechts afgeven aan kandidaten die aan de eisen van dit artikel voldoen door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld, onverminderd het bepaalde in paragraaf 4.
  § 2. De vaarbevoegdheidsbewijzen en bekwaamheidsbewijzen voor kapiteins, officieren en radio-operators worden door de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, voorzien van een officiële verklaring volgens de voorschriften van dit artikel.
  § 3. Vaarbevoegdheidsbewijzen en bekwaamheidsbewijzen worden afgegeven in overeenstemming met voorschrift I/2, lid 3, van de bijlage bij het STCW-verdrag.
  § 3/1. Vaarbevoegdheidsbewijzen worden uitsluitend afgegeven na controle van de echtheid en de geldigheid van de nodige schriftelijke bewijzen en in overeenstemming met de bepalingen in dit artikel.
  § 4. Met betrekking tot de radio-operators wordt door het BIPT een afzonderlijk vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs afgegeven waarin is vermeld dat de houder de aanvullende kennis vereist volgens de desbetreffende voorschriften bezit.
  § 5. De officiële verklaringen worden opgenomen in het model van het vaarbevoegdheidsbewijs en bekwaamheidsbewijs afgegeven zoals voorgeschreven in sectie A-I/2 van de STCW-code. Het gebruikte model komt overeen met het model dat is beschreven in sectie A-I/2, lid 1 van de STCW-code.
  De officiële verklaringen worden afgegeven overeenkomstig artikel VI, lid 2, van het STCW-verdrag.
  Officiële verklaringen ter bevestiging van de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs en officiële verklaringen ter bevestiging van afgifte van een bekwaamheidsbewijs aan kapiteins en officieren in overeenstemming met voorschriften V/1-1 en V/1-2 van bijlage I worden uitsluitend afgegeven indien aan alle vereisten van het STCW-verdrag en dit besluit is voldaan.
  § 6. De met scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld, geven een officiële verklaring af ter bevestiging van de erkenning van een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs dat krachtens de procedure van artikel 15, § 1, a), is afgegeven aan kapiteins en officieren in overeenstemming met de voorschriften V/1-1 en V/1-2 van de bijlage bij het STCW-verdrag, na zich te vergewissen van de echtheid en geldigheid van dat bewijs. Het model van de gebruikte officiële verklaring komt overeen met het model zoals opgenomen in lid 3 van sectie A-I/2 van de STCW-code.
  § 7. De officiële verklaringen bedoeld in de paragrafen 5 en 6 :
  a) mogen als afzonderlijke documenten worden afgegeven;
  b) worden uitsluitend door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld afgeven;
  c) zijn alle voorzien van een eigen, uniek nummer, met dien verstande dat aan officiële verklaringen die de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs bevestigen, hetzelfde nummer mag worden toegekend als aan het desbetreffende vaarbevoegdheidsbewijs, op voorwaarde dat dit nummer uniek is; en
  d) verliezen hun geldigheid zodra het van een officiële verklaring voorziene vaarbevoegdheidsbewijs of het van een officiële verklaring voorziene bekwaamheidsbewijs dat aan kapiteins en officieren is afgegeven overeenkomstig voorschriften V/1-1 en V/1-2 van bijlage I bij het STCW-verdrag, verloopt of wordt ingetrokken, tijdelijk wordt ingetrokken of ongeldig wordt verklaard door de lidstaat of het derde land dat het heeft afgegeven en, in elk geval, uiterlijk vijf jaar na de datum van afgifte ervan.
  § 8. De hoedanigheid waarin de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs gerechtigd is te varen wordt in de officiële verklaring vermeld in bewoordingen gelijk aan die welke worden gebruikt in de van toepassing zijnde eisen inzake het veilig bemannen van zeeschepen zoals bepaald in artikel 90 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.
  § 9. Behoudens de bepalingen van artikel 15, § 2, is het origineel van elk op grond van dit besluit vereist vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs beschikbaar aan boord van het zeeschip waarop de houder dienst doet.
  § 10. Kandidaten die een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs wensen te verkrijgen, dienen het bewijs over te leggen :
  a) van hun identiteit;
  b) dat hun leeftijd niet lager is dan die welke is voorgeschreven in de in bijlage I opgesomde voorschriften voor het aangevraagde vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs;
  c) dat zij voldoen aan de normen betreffende medische geschiktheid van sectie A-I/9 van de STCW-code overeenkomstig artikel 102 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement;
  d) dat zij de diensttijd, en elke verplichte opleiding die door de voorschriften van bijlage I voor het aangevraagde vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs wordt vereist, hebben voltooid; en
  e) dat zij voldoen aan de normen van vakbekwaamheid die door de voorschriften van bijlage I worden vereist voor de hoedanigheden, functies en niveaus, die moeten worden vermeld in de officiële verklaring bij het vaarbevoegdheidsbewijs.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op erkenningen van officiële verklaringen overeenkomstig voorschrift I/10 van het STCW-verdrag.
  § 11. De met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld :
  a) houdt een elektronisch register bij van alle vaarbevoegdheidsbewijzen en bekwaamheidsbewijzen en officiële verklaringen voor kapiteins en officieren en, waar van toepassing, matrozen, die zijn afgegeven, zijn verlopen of zijn vernieuwd, ingetrokken, tijdelijk ingetrokken of ongeldig verklaard of als vermist of vernietigd zijn aangemeld, en tevens van dispensaties die zijn verleend;
  b) stelt alle gegevens elektronisch beschikbaar betreffende de status van vaarbevoegdheidsbewijzen, officiële verklaringen en dispensaties aan andere lidstaten of andere partijen bij het STCW-verdrag en maatschappijen die om bevestiging van de echtheid en geldigheid verzoeken van vaarbevoegdheidsbewijzen en/of aan kapiteins en officieren overeenkomstig voorschriften V/1-1 en V/1-2 van bijlage I afgegeven bewijzen die aan hen worden overgelegd door zeevarenden die conform voorschrift I/10 van het STCW-verdrag erkenning aanvragen of werk zoeken aan boord van een schip."

  Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 5/1. Het Directoraat verstrekt, met het oog op statistische analyse en uitsluitend voor het gebruik door de lidstaten of de Commissie, jaarlijks aan de Commissie de in bijlage VI bij dit besluit bedoelde gegevens over vaarbevoegdheidsbewijzen en over officiële verklaringen ter bevestiging van de erkenning van vaarbevoegdheidsbewijzen. Voor dezelfde doeleinden kan het Directoraat de bekwaamheidsbewijzen die aan matrozen zijn uitgegeven in overeenstemming met de hoofdstukken II, III en VII van de bijlage bij het STCW-Verdrag verstrekken aan de Commissie.".

  Art. 9. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de paragrafen 1 en 2 worden de woorden " bewijzen van beroepsbekwaamheid" vervangen door de woorden " bekwaamheidsbewijzen";
  2° wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. Voor schepen waarop de voordelen van de bepalingen van het STCW-verdrag inzake reizen nabij de kust van toepassing zijn, met inbegrip van reizen aan de kust van andere lidstaten of partijen bij het STCW-verdrag binnen de grenzen van hun omschrijving van "nabij de kust", sluit het Directoraat een overeenkomst met de betrokken lidstaten of partijen waarin de details van hun handelsgebied in kwestie en andere relevante bepalingen worden vastgesteld.";
  3° worden de paragrafen 3/1 en 3/2 ingevoegd, luidende :
  " § 3/1. De vaarbevoegdheidsbewijzen van zeevarenden die door een lidstaat of een partij bij het STCW-verdrag zijn afgegeven voor wat betreft haar omschreven beperkingen tot reizen nabij de kust kunnen door het Directoraat worden aanvaard voor diensten binnen hun omschreven beperkingen tot reizen nabij de kust, mits de betrokken lidstaten of partijen een overeenkomst sluiten waarin de details van hun handelsgebied in kwestie en andere relevante bepalingen worden vastgesteld.
  § 3/2. De reizen nabij de kust die worden omschreven in overeenstemming met de eisen in dit artikel moeten voldoen aan de beginselen inzake reizen nabij de kust van sectie A-I/3 van de STCW-code.
  De met scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld moeten de beperkingen van de reizen nabij de kust opnemen in de officiële verklaringen die overeenkomstig artikel 5 worden afgegeven.".

  Art. 10. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Alle werkzaamheden betreffende opleiding en beoordeling van bekwaamheid, die worden uitgevoerd door niet-gouvernementele instanties of door lichamen die onder hun gezag vallen, worden voortdurend door een systeem van kwaliteitsbewaking volgens de norm ISO 9001 of volgens een gelijkwaardige norm getoetst teneinde te garanderen dat de vastgestelde doelstellingen worden verwezenlijkt, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de bevoegdheden en ervaring van instructeurs en beoordelaars, in overeenstemming met de bepalingen van sectie A-I/8 van de STCW-code.
  De afgifte van bewijzen, officiële verklaringen en verlenging van geldigheid, gebeurt door de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn en wordt door een systeem van kwaliteitsbewaking getoetst volgens de ISO norm 9001 of volgens een gelijkwaardige norm teneinde te garanderen dat de vastgestelde doelstellingen worden verwezenlijkt, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de bevoegdheden en opgedane ervaring van instructeurs en beoordelaars, in overeenstemming met de bepalingen van sectie A-I/8 van de STCW-code.
  De afgifte van een certificaat van medische geschiktheid bedoeld in artikel 102 van het koninklijk besluit van 1973 houdende zeevaartinspectiereglement wordt voortdurend getoetst door een systeem van kwaliteitsbewaking volgens de norm ISO 9001 of een gelijkwaardige norm. Een erkende geneesheer die voldoet aan de norm ISO 9001 of een gelijkwaardige norm geeft het certificaat van medische geschiktheid af conform het model van bijlage XXIV van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement. In afwijking van artikel 2, eerste lid van bijlage XX van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement vult een erkende geneesheer die niet voldoet aan de ISO norm 9001 of een gelijkwaardige norm deel 1 in van het certificaat van medische geschiktheid volgens het model in bijlage VII van dit besluit en maakt dit over aan de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld. De met scheepvaartcontrole ambtenaar die daartoe is aangesteld is vult deel 2 in van het certificaat van medische geschiktheid en geeft het certificaat af aan de aanvrager.
  De onderwijs- en opleidingsdoelstellingen en de daarmee verband houdende te bereiken kwaliteitsnorm van bekwaamheid zijn duidelijk omschreven met vermelding van de niveaus van kennis, inzicht en vaardigheid die passen bij de krachtens dit besluit vereiste onderzoeken en beoordelingen. De doelstellingen en de daarmee verband houdende kwaliteitsnormen mogen afzonderlijk worden aangegeven voor verschillende cursussen en opleidingsprogramma's en omvatten het beheer van het systeem voor het verlenen van getuigschriften.
  Het toepassingsgebied van de kwaliteitsnormen omvat het beheer van het systeem voor het verlenen van getuigschriften, alle opleidingscursussen en -programma's, de door de instanties, aangewezen overeenkomstig artikel 13, afgenomen examens en de beoordelingen, alsmede de van instructeurs en beoordeelaars verlangde bevoegdheden en ervaring, rekening houdend met de beleidslijnen, systemen, controles en interne kwaliteitsbewakingsonderzoeken die zijn ingesteld ter verwezenlijking van de omschreven doelstellingen.";
  2° in de paragrafen 2 en 3 worden het woord "vaarbevoegdheidsbewijzen" vervangen door het woord "bewijzen";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met de bepaling onder d), luidende :
  "d) op het stelsel van kwaliteitsnormen alle toepasselijke bepalingen van het STCW-verdrag en de STCW-code, alsook de wijzigingen hiervan, van toepassing zijn.".
  4° wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. Het Directoraat zendt, overeenkomstig het in sectie A-I/7 van de STCW-code bepaald formaat, de Commissie binnen zes maanden na de datum waarop de evaluatie is voltooid een verslag betreffende de op grond van paragraaf 3 vereiste evaluatie.".

  Art. 11. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de paragrafen 1, 2 en 3 opgeheven.

  Art. 12. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 10. § 1. Elke kapitein, officier en radio-operator die in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs dat is afgegeven of erkend krachtens enig hoofdstuk van bijlage I, uitgezonderd hoofdstuk VI, en die buitengaats dienst doet of van plan is na een periode aan de wal naar zee terug te keren, dient, teneinde zijn bevoegdheid om buitengaats dienst te doen te behouden, met tussenpozen van ten hoogste vijf jaar :
  a) aan te tonen dat hij voldoet aan de normen betreffende medische geschiktheid van sectie A-I/9 van de STCW-code overeenkomstig artikel 102 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement; en
  b) aan te tonen dat hij bij voortduring bevoegd en vakbekwaam is in overeenstemming met de sectie A-I/11 van de STCW-code;
  § 2. Elke kapitein, officier en radio-operator sluit om bij voortduring buitengaats dienst te doen aan boord van zeeschepen waarvoor internationaal bijzondere opleidingseisen overeengekomen zijn, een goedgekeurde desbetreffende opleiding met goed gevolg.
  § 2/1. Elke kapitein en officier moet om blijvend buitengaats dienst te doen aan boord van tankers, voldoen aan de eisen in paragraaf 1 van dit artikel en moet minstens om de vijf jaar aantonen dat hij nog steeds bevoegd en vakbekwaam is om dienst te doen aan boord van tankers in overeenstemming met sectie A-I/11, lid 3, van de STCW-code.
  § 3. De met scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld vergelijken de normen inzake bekwaamheid die werden gesteld aan kandidaten voor vaarbevoegdheidsbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2017, met die welke in deel A van de STCW-code voor het betrokken vaarbevoegdheidsbewijs zijn genoemd, en stellen vast of het noodzakelijk is de houders van dergelijke vaarbevoegdheidsbewijzen een passende herhalings- en bijscholingscursus te laten volgen of een beoordeling te laten ondergaan.
  Instellingen die erkende getuigschriften voor het volgen van zulke herhalings- en bijscholingscursussen wensen uit te reiken of zulke beoordeling wensen te doen, voldoen aan de bepalingen van artikel 8.
  § 4. De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, formuleren, in overleg met de betrokkenen, de opmaak van een structuur van herhalings- en bijscholingscursussen, zoals bepaald in sectie A-I/11 van de STCW-code.
  § 5. Teneinde de kennis van kapiteins, officieren en radio-operatoren "up to date" te houden, stellen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn de teksten van de laatste wijzigingen in de nationale en internationale voorschriften inzake de beveiliging van mensenlevens op zee, beveiliging en de bescherming van het mariene milieu elektronisch ter beschikking aan de zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren, met inachtneming van artikel 157bis, derde lid, b, en artikel 98bis van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.".

  Art. 13. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "passend vaarbevoegdheidsbewijs" worden vervangen door de woorden "vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheids-bewijs";
  2° het woord "vaarbevoegdheidsbewijs" wordt vervangen door de woorden "vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs".

  Art. 14. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de woorden " het in artikel 9 bedoelde vaarbevoegdheidsbewijs" vervangen door de woorden "de in artikel 5 bedoelde vaarbevoegdheidsbewijzen en bekwaamheids-bewijzen".

  Art. 15. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 14. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 15 en 16, is dit artikel van toepassing voor erkenningen van vaarbevoegdheidsbewijzen of bekwaamheidsbewijzen voor zeevarenden die :
  a) onderdaan van een lidstaat zijn en opgeleid zijn en van een lidstaat de opleiding en het bekwaamheidsbewijs hebben ontvangen ten minste overeenkomstig de in bijlage I bij Richtlijn 2008/106/EG vastgelegde eisen;
  b) onderdaan van een derde land zijn en houder zijn van een door een lidstaat afgegeven bekwaamheidsbewijs.
  § 2. Het Directoraat erkent vaarbevoegdheidsbewijzen of andere bekwaamheidsbewijzen die overeenkomstig de eisen van Richtlijn 2008/106/EG zijn afgegeven door een andere lidstaat.
  § 3. De erkenning van vaarbevoegdheidsbewijzen is beperkt tot de daarin omschreven functies, taken en verantwoordelijkheidsniveaus en gaat vergezeld van een officiële verklaring ten bewijze van deze erkenning.
  § 4. Het Directoraat ziet erop toe dat zeevarenden die met het oog op erkenning bewijzen indienen voor functies op managementniveau, beschikken over een passende kennis van het zeerecht van die lidstaat met betrekking tot de functies die zij mogen uitoefenen.".

  Art. 16. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "Zeevarenden die niet in het bezit zijn van de in artikel 4 bedoelde bewijzen van beroepsbekwaamheid, kunnen op zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren, dienst doen indien er over de erkenning van hun passend vaarbevoegdheidsbewijs een beslissing is genomen overeenkomstig de hieronder uiteengezette procedure :" vervangen door de woorden "Zeevarenden die niet in het bezit zijn van een in artikel 5 afgegeven vaarbevoegdheidsbewijs noch van een door de overeenkomstig voorschriften V/1-1 en V/1-2 van het STCW-verdrag aan kapiteins en officieren afgegeven bekwaamheidsbewijs, kunnen op schepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren dienst doen, indien er over de erkenning van hun vaarbevoegdheids- en/of bekwaamheidsbewijs een besluit is genomen overeenkomstig de in dit artikel uiteengezette procedure :";
  2° in paragraaf 1 wordt in de bepaling onder a) de woorden "passende vaarbevoegdheidsbewijzen" vervangen door de woorden "vaarbevoegdheidbewijzen en/of bekwaamheidsbewijzen";
  3° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt :
  "b) Het Directoraat kan besluiten het derde land eenzijdig te erkennen totdat een besluit over het verzoek om erkenning van dat derde land bedoeld in a) is genomen door de Commissie;";
  4° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. Het BIPT kan, voor een zeevarende die niet in het bezit is van een in artikel 5, § 4, bedoelde vaarbevoegdheidbewijs en/of bekwaamheidsbewijs voor radio-operators om op zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren dienst te doen, overgaan tot de in paragraaf 1 uiteengezette procedure.".

  Art. 17. In hetzelfde besluit wordt het artikel 16/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 16/1. Het Directoraat verstrekt de Commissie de in bijlage VI genoemde gegevens uitsluitend voor statistische doeleinden. Deze gegevens mogen niet worden gebruikt voor administratieve, juridische of controledoeleinden, en zijn uitsluitend bestemd voor beleidsvorming door de lidstaten en de Commissie.
  Het Directoraat stelt deze gegevens jaarlijks aan de Commissie ter beschikking in een elektronisch formaat; deze gegevens zullen de informatie omvatten die tot en met 31 december van het vorige jaar werd geregistreerd. Alle eigendomsrechten op de gegevens in hun onbewerkte versie worden behouden. Op de grondslag van deze gegevens opgestelde statistieken worden algemeen beschikbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen inzake transparantie en bescherming van informatie in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1406/202.
  Ten einde de bescherming van persoonsgegevens zeker te stellen wordt alle persoonlijke informatie als aangegeven in bijlage VI geanominiseerd door middel van door de Commissie vertrekte of goedgekeurd software, alvorens deze aan de Commissie te zenden.".

  Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 1/1 ingevoegd, luidende :
  "HOOFDSTUK 1/1. - Intoxicatie
  Art. 16/2. Vaststellingsbevoegdheid
  De officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings, het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie kunnen een ademtest of een ademanalyse, zoals gedefinieerd in artikel 16/3, § 1, een speekseltest, zoals gedefinieerd in artikel 16/4, § 1, een speekselanalyse zoals gedefinieerd in artikel 16/5 en een bloedanalyse, zoals gedefinieerd in artikel 16/6 opleggen aan zeevarenden, in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs, bekwaamheidsbewijs of schriftelijk bewijs in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit, die actief dienst doen op zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren.
  Art. 16/3. Alcoholopname : ademtest, ademanalyse en tijdelijk verbod
  § 1. De overheidsagenten bedoeld in artikel 16/2 kunnen een ademtest opleggen die erin bestaat te blazen in een toestel dat het niveau van de alcoholopname in de uitgeademde alveolaire lucht aangeeft. De overheidsagenten kunnen in dezelfde omstandigheden, zonder voorafgaande ademtest, een ademanalyse opleggen, die erin bestaat te blazen in een toestel dat de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht meet.
  § 2. Op verzoek van de in artikel 16/2 bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, wordt onmiddellijk een tweede analyse uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt dan de door de Koning vastgestelde nauwkeurigheidsvoorschriften, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen, een derde analyse.
  Indien het eventuele verschil tussen twee van deze resultaten niet meer bedraagt dan de hierboven bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, wordt het laagste resultaat in aanmerking genomen.
  Indien het verschil groter is, wordt de ademanalyse als niet uitgevoerd beschouwd.
  § 3. De toestellen gebruikt voor de ademtest en voor de ademanalyse moeten gehomologeerd zijn, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen uit het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen.
  § 4. Er wordt een ademanalyse verricht wanneer de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft.
  § 5. Het actief dienst doen op zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren is verboden aan iedere persoon voor de duur van drie uren te rekenen vanaf de vaststelling :
  a) wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;
  b) wanneer de ademanalyse niet uigevoerd kan worden en de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft.
  § 6. Het actief dienst doen op zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren is verboden voor de duur van zes uren te rekenen vanaf de vaststelling :
  a) wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;
  b) wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;
  c) in geval van weigering van de ademtest of van de ademanalyse.
  § 7. Wanneer, wegens een andere reden dan de weigering, noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd en de persoon die actief dienst deed op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren duidelijk tekenen van alcoholopname vertoont, dan is het hem verboden voor de duur van zes uren, te rekenen vanaf de vaststelling, om actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren.
  Wanneer wegens een andere reden dan de weigering noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd en de persoon die actief dienst deed op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren, zich blijkbaar bevindt in staat van intoxicatie, dan is het hem verboden voor de duur van twaalf uren, te rekenen vanaf de vaststelling, om actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren.
  § 8. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan opnieuw actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren, wordt hem, in de gevallen bedoeld in de paragrafen 6 en 7, een nieuwe ademanalyse of ademtest opgelegd.
  In het geval deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of in geval van weigering zich hieraan te onderwerpen, wordt het verbod om actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren verlengd met een periode van zes uren, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of de ademtest of de weigering.
  In het geval evenwel deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht wordt het verbod om actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren verlengd met een periode van drie uren, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of ademtest.
  Wanneer noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd zoals bepaald in de gevallen bedoeld in paragraaf 7, wordt het verbod om actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren, naargelang het geval, met dezelfde periode verlengd.
  De bepalingen van paragraaf 2 en artikel 16/6 zijn hierbij niet van toepassing.
  § 9. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de toepassing van andere wettelijke bepalingen betreffende de beteugeling van de openbare dronkenschap.
  Art. 16/4. Andere stoffen die de uitvoering van opdrachten aan boord beïnvloeden : speekseltest en tijdelijk verbod
  § 1. De test voor het detecteren van stoffen die de uitvoering van opdrachten aan boord beïnvloeden bestaat uit :
  a) eerst het vaststellen van indicaties van tekenen van recent gebruik van één van volgende stoffen :
  - Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)
  - Amfetamine
  - Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)
  - Morfine of 6-acetylmorfin
  - Cocaïne of benzoylecgonine
  aan de hand van een gestandaardiseerde checklist, waarvan de nadere toepassingsregels en het model door de Koning zijn bepaald in het koninklijk besluit van 17 september 2010 betreffende het model en de toepassingsregels van de gestandaardiseerde checklist tot vaststelling van indicaties van tekenen van recent druggebruik in het verkeer;
  b) vervolgens, indien de gestandaardiseerde checklist bedoeld in a), een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in a), het afnemen van een speekseltest.
  Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking genomen :
  

  
StofGehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)25
Amfetamine50
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)50
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine10
Cocaïne of Benzoylecgonine20

§ 2. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het invullen van de gestandaardiseerde checklist en voor het afnemen van de speekseltest moet zich beperken tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen uit dit hoofdstuk. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.
  De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien bewezen is dat het gehalte van de stoffen aangegeven in paragraaf 1, b), bewezen is.
  § 3. Het actief dienst doen op zeeschepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren is verboden aan iedere persoon gedurende twaalf uur vanaf de vaststelling :
  a) wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de stoffen bepaald in paragraaf 1, b) in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in dezelfde paragraaf;
  b) in geval van weigering van de speekseltest of speekselanalyse zonder wettige reden;
  c) in geval van een weigering van de speekseltest omwille van een wettige reden of omwille van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd en de gestandaardiseerde checklist bedoeld in paragraaf 1, a), een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in paragraaf 1, b);
  d) in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in staat van intoxicatie.
  § 4. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan opnieuw actief dienst te doen op een zeeschip dat gerechtigd is de Belgische vlag te voeren, wordt hem een nieuwe speekseltest, bedoeld in paragraaf 1, b), opgelegd, zonder de gestandaardiseerde checklist bedoeld in paragraaf 1, a), te overlopen.
  Het verbod bedoeld in artikel 16/4, § 3, wordt telkens hernieuwd voor een periode van twaalf uur :
  a) wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van één van de stoffen bepaald in paragraaf 1, b), in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in hetzelfde artikel;
  b) in geval van weigering van deze speekseltest;
  c) in geval van weigering van de speekseltest omwille van een wettige reden of ingeval van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, en de gestandaardiseerde checklist, bedoeld in paragraaf 1, a), die in dit geval wordt overlopen, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in paragraaf 1, b);
  d) in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in staat van intoxicatie.
  § 5. Wanneer de persoon een wettige reden inroept voor het weigeren van de speekseltest of de speekselanalyse, vorderen de in artikel 16/2 bedoelde overheidsagenten een geneesheer om het ingeroepen motief te beoordelen.
  De inhoud van de wettige reden mag door de geneesheer niet worden onthuld als ze door het medisch geheim wordt gedekt.
  De kosten voor de tussenkomst van de geneesheer zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de in het eerste lid bedoelde weigering niet gegrond was.
  De praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren om de speekseltest of de speekselanalyse uit te voeren wordt niet beschouwd als een vorm van weigering. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 16/4, § 1, door middel van een bloedanalyse bewezen is.
  Art. 16/5. Speekselanalyse
  § 1. De in artikel 16/2 bedoelde overheidsagenten leggen een speekselanalyse voor het detecteren van de stoffen die de uitvoering van de opdrachten aan boord beïnvloeden op wanneer de speekseltest bedoeld artikel 16/4, § 1, de aanwezigheid aantoont van één van de stoffen bedoeld in artikel 16/4, § 1, b).
  Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekselanalyse niet in aanmerking genomen :
  

  
StofGehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)10
Amfetamine25
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)25
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine5
Cocaïne of Benzoylecgonine10

§ 2. De kosten van de speekselanalyse zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 16/4, § 1, b), bewezen is.
  § 3. De analyse van het speekselstaal geschiedt in een van de laboratoria die daartoe door de Koning erkend zijn in uitvoering van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
  De persoon van wie het speekselstaal is afgenomen, kan op eigen kosten een tweede speekselanalyse laten verrichten in het laboratorium waar het eerste heeft plaatsgehad, of in een ander door de Koning erkend laboratorium. In het eerste geval kan hij op de tweede analyse toezicht laten houden door een technisch raadsman van zijn keuze.
  De bepalingen tot nadere regeling van de speekselanalyse voor het wegverkeer zijn eveneens van toepassing bij de uitvoering van dit reglement.
  Art. 16/6. Bloedanalyse
  § 1. De in artikel 16/2 bedoelde overheidsagenten laten de in dat artikel bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer :
  a) in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;
  b) in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden en betrokkene duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont of zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 16/3, § 7;
  c) in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden bij de personen bedoeld in artikel 16/2 en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn;
  d) indien de speekseltest minstens één van de stoffen detecteert bedoeld in artikel 16/4, § 1, a) in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van dezelfde paragraaf, en een speekselanalyse niet uitgevoerd kan worden;
  e) in het geval noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd.
  § 2. In het geval van paragraaf 1, d) en e), bestaat de bloedanalyse uit een kwantitatieve bepaling op plasma door middel van gas- of vloeistofchromatografie-massaspectrometrie met gebruik van gedeutereerde interne standaarden voor een of meerdere van de navolgende stoffen.
  Onder het overeenstemmende gehalte wordt de analyse niet in aanmerking genomen :
  

  
StofGehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)1
Amfetamine25
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)25
Morfine (vrij)10
Cocaïne of Benzoylecgonine25

§ 3. De in artikel 16/2 bedoelde overheidsagenten moeten op verzoek van de personen van hetzelfde artikel, en bij wijze van tegenexpertise, deze personen een bloedproef laten ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer indien de ademanalyse, bekomen na toepassing van artikel 16/3, een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet.
  § 4. De kosten van het nemen van het bloedstaal en van de bloedanalyse komen ten laste van de onderzochte persoon :
  a) indien de overtreding bepaald in artikel 16/3, § 6, a), bewezen is, of
  b) indien de overtreding bepaald in artikel 16/4, § 1, b), bewezen is.
  § 5. Het inzamelen van de gegevens van de bloedproef bedoeld in paragraaf 1, d) en e), beperkt zich tot deze die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van dit hoofdstuk. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.".

  Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een artikel 29/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 29/1. Aan zeevarenden die goedgekeurde diensttijd, een goedgekeurde onderwijs- en opleidingsprogramma of een goedgekeurde cursus hebben aangevat voor 1 juli 2013, kunnen tot 1 januari 2017 vaarbevoegdheidsbewijzen worden afgegeven, erkent en officieel worden verklaard in overeenstemming met de eisen in dit besluit zoals zij voor 4 juli 2014 waren.
  Tot 1 januari 2017 kunnen vaarbevoegdheidsbewijzen en officiële verklaringen worden vernieuwd en de geldigheid ervan worden verlengd in overeenstemming met de eisen in dit besluit zoals zij voor 4 juli 2014 waren.".

  Art. 20. In hetzelfde besluit wordt de bijlage I, gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 november 2009, vervangen door bijlage I gevoegd bij dit besluit.

  Art. 21. In hetzelfde besluit worden de bijlagen VI en VII ingevoegd die als bijlagen II en III zijn gevoegd bij dit besluit.

  Art. 22. Dit koninklijk besluit heeft uitwerking met ingang van 4 juli 2014.

  Art. 23. De minister bevoegd voor de Maritieme Mobiliteit, de minister bevoegd voor elektronische communicatie en de minister bevoegd voor de scheepvaartpolitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Opleidingsvoorschriften van het STCW-verdrag als bedoeld in artikel 3 van dit besluit
  {Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-09-2014, p. 73353-73390)

  Art. N2. Bijlage VI. - Aan de commissie mee te delen gegevenstypen voor statistische doeleindent
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-09-2014, p. 73391-73392)

  Art. N3. Bijlage VII. - Certificaat van medische geschiktheid/Medical certificate
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-09-2014, p. 73393-73395)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 4 september 20104.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee,
J. VANDE LANOTTE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen,
M. WATHELET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, artikel 4, 1°, f);
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 39, § 2;
   Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement;
   Gelet op het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 13 februari 2014;
   Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 14 mei 2014;
   Gelet op advies 56.007/4 van de Raad van State, gegeven op 7 mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Noordzee, de Minister van Economie en de Minister van Binnenlandse zaken,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie