J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/05/08/2014024239/justel

Titel
8 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de drempelniveaus voor de emissies naar het binnenmilieu van bouwproducten voor bepaalde beoogde gebruiken

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 18-08-2014 nummer :   2014024239 bladzijde : 60603   BEELD
Dossiernummer : 2014-05-08/77
Inwerkingtreding : 01-01-2015

Inhoudstafel Tekst Begin
Onderwerp en toepassingsgebied
Art. 1
Definities
Art. 2
Drempelniveaus
Art. 3
Verplichtingen van de fabrikant
Art. 4
Vrijstelling
Art. 5
Gemachtigden
Art. 6
Verplichtingen van de importeur
Art. 7
Verplichtingen van de distributeur
Art. 8
Identificatie van de marktdeelnemers
Art. 9
Geharmoniseerde technische specificaties
Art. 10
Markttoezicht
Art. 11
Inwerkingtreding
Art. 12
Uitvoering
Art. 13
BIJLAGEN.
Art. N1-N4

Tekst Inhoudstafel Begin
Onderwerp en toepassingsgebied

  Artikel 1. Dit besluit bepaalt voor de fundamentele eis drie "Hygiėne, gezondheid en milieu" van bijlage I van de Verordening 305/2011 van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, de essentiėle kenmerken van bouwproducten en de voorwaarden voor het in de handel brengen of aanbieden op de markt ervan, met betrekking tot de emissies naar het binnenmilieu in functie van het beoogde gebruik van deze bouwproducten. Dit met als doel de volksgezondheid te beschermen tegen schadelijke effecten of de risico's op schadelijke effecten te verminderen.
  Dit besluit is van toepassing op de bouwproducten waarvan één of meer van hun beoogde gebruiken opgenomen worden in bijlage 1, en waarbij het op de markt aanbieden en het in de handel brengen gebeurt op de Belgische markt, met uitzondering van bouwproducten die uitsluitend een of meerdere van volgende beoogde gebruiken hebben, en die dit als dusdanig expliciet en leesbaar op de verpakking vermelden:
  1° beoogd gebruik in binnenruimtes voor industrieel gebruik en productie- of labo-ruimtes;
  2° beoogd gebruik in binnenruimtes met verkeer van gemotoriseerde voertuigen (garages, etc);
  3° beoogd gebruik in binnenruimtes niet bestemd voor personen.

  Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° binnenmilieu: binnenruimtes in gebouwen;
  2° bevoegde dienst: Dienst DG Leefmilieu van de Federale Overheid Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  3° Bouwproductenverordening: de Verordening 305/2011 van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad;
  4° in de handel brengen: in de handel brengen zoals bepaald in artikel 2 van de Bouwproductenverordening;
  5° op de markt aanbieden: op de markt aanbieden zoals bepaald in artikel 2 van de Bouwproductenverordening.

  Drempelniveaus

  Art. 3. Het is verboden bouwproducten in de handel te brengen, op de markt aan te bieden, die niet in overeenstemming zijn met de drempelniveaus vastgelegd in bijlage 2.

  Verplichtingen van de fabrikant

  Art. 4. § 1. De fabrikant zorgt ervoor dat de bouwproducten die hij in de handel brengt in overeenstemming zijn met deze van de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus.
  Wanneer de fabrikant een bouwproduct in de handel brengt, zijn de emissies van dit bouwproduct in overeenstemming met het, vooraf vastgestelde, overeenkomstige producttype.
  De fabrikant zorgt voor een eenduidige traceerbaarheid tussen producten die hij in de handel brengt en het overeenkomstige producttype en omgekeerd.
  § 2. Voor elk producttype stelt de fabrikant een productemissiedossier op dat aantoont dat het bouwproducttype in overeenstemming is met de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus. De inhoud, samenstelling en vormvereisten van het productemissiedossier zijn in overeenstemming met de bepalingen van bijlage 3.
  Het voorhanden zijn van een productemissiedossier ontslaat de fabrikant niet van de verantwoordelijkheid om te voldoen aan de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus.
  Als het productemissiedossier onvolledig is, wordt deze als niet in overeenstemming met de eisen van dit besluit aanzien.
  De fabrikant bewaart het productemissiedossier minstens tot tien jaar nadat het bouwproduct in de handel is gebracht.
  § 3. De fabrikant zorgt ervoor dat er procedures worden ingesteld om voor serieproductie de aangegeven prestaties te handhaven. Met veranderingen in het producttype en in de geharmoniseerde technische specificaties wordt op passende wijze rekening gehouden.
  De fabrikant onderzoekt klachten, non-conforme producten en teruggeroepen producten en houdt daarvan een register bij, en hij houdt de distributeurs op de hoogte van dat toezicht. Hij stelt hiervoor een procedure op.
  § 4. De fabrikant verstrekt op eenvoudig verzoek van de bevoegde dienst alle benodigde informatie en documentatie om aan te tonen dat het bouwproduct conform de toepasselijke bepalingen van dit besluit is, in een taal die de bevoegde dienst gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze bevoegde dienst verleent hij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen in de handel gebrachte bouwproducten.
  § 5. De fabrikant die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem in de handel gebracht bouwproduct niet in overeenstemming is met de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus of aan andere toepasselijke voorschriften van dit besluit voldoet, neemt onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de niet-conforme producten die op de markt zijn conform te maken of ze zo nodig uit de markt te nemen of terug te roepen. In dit geval brengt de fabrikant de bevoegde dienst hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.

  Vrijstelling

  Art. 5. In afwijking van artikel 4 is de fabrikant voor de bouwproducten opgenomen in bijlage 4 vrijgesteld van de verplichting om over een productemissiedossier te beschikken.

  Gemachtigden

  Art. 6. De fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde aanstellen.
  De opstelling van het productemissiedossier kan geen deel uitmaken van het mandaat van de gemachtigde.
  Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten:
  1° hij houdt het productemissiedossier gedurende de in artikel 4, § 2, bedoelde termijn ter beschikking van de bevoegde dienst;
  2° hij verstrekt op eenvoudig verzoek van de bevoegde dienst aan deze overheid het productemissiedossier en alle andere benodigde informatie en documentatie om aan te tonen dat het bouwproduct conform de toepasselijke voorschriften van dit besluit is;
  3° hij verleent op verzoek van de bevoegde dienst medewerking aan eventueel genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van bouwproducten die onder het mandaat van de gemachtigde vallen.

  Verplichtingen van de importeur

  Art. 7. § 1. De importeur mag alleen bouwproducten in de handel brengen die aan de voorschriften van artikel 3 voldoen.
  De importeur waakt erover dat alle maatregelen genomen zijn om ervoor te zorgen dat de bouwproducten die in de handel worden gebracht in overeenstemming zijn met de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus.
  Alvorens een bouwproduct in de handel wordt gebracht, zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant het productemissiedossier heeft opgesteld volgens de bepalingen van dit besluit.
  § 2. Indien de importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat het bouwproduct niet conform de bepalingen van dit besluit is, brengt de importeur het bouwproduct niet in de handel zolang het niet in overeenstemming is met de toepasselijke voorschriften van dit besluit. Indien het product een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de bevoegde dienst hiervan op de hoogte.
  De importeur die van mening is of redenen hebben om aan te nemen dat een door hem in de handel gebracht bouwproduct niet in overeenstemming is met de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus of aan andere toepasselijke voorschriften van dit besluit voldoet, neemt onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het product conform te maken of zo nodig uit de markt te nemen of terug te roepen. In dit geval brengt de importeur, indien het product een risico vertoont, de bevoegde dienst hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.
  De importeur houdt gedurende de in artikel 4, § 2, bedoelde termijn een kopie van productemissiedossier ter beschikking van de bevoegde dienst en zorgt ervoor dat het productemissiedossier op verzoek aan die overheid wordt verstrekt.
  § 3. De importeur wordt beschouwd als de fabrikant voor de toepassing van dit besluit en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant bepaald in artikel 4, wanneer hij een bouwproduct onder zijn naam of merknaam in de handel brengt of een al in de handel gebracht bouwproduct zodanig wijzigt dat de conformiteit met de bepalingen van dit besluit in het gedrang kan komen.

  Verplichtingen van de distributeur

  Art. 8. De distributeur die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem op de markt aangeboden bouwproduct niet in overeenstemming is met de toepasselijke voorschriften van dit besluit, zorgt ervoor dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om het product conform te maken of zo nodig uit de markt te nemen of terug te roepen.
  Op verzoek van de bevoegde dienst verleent hij medewerking aan de uitvoering van alle maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen op de markt aangeboden bouwproducten.
  De distributeur wordt beschouwd als de fabrikant voor de toepassing van dit besluit en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant bepaald in artikel 4, wanneer hij een bouwproduct onder zijn naam of merknaam in de handel brengt of een al in de handel gebracht bouwproduct zodanig wijzigt dat de conformiteit met de bepalingen van dit besluit in het gedrang kan komen.

  Identificatie van de marktdeelnemers

  Art. 9. De marktdeelnemers delen de bevoegde dienst op eenvoudig verzoek het volgende mee:
  1° welke marktdeelnemer hen een bouwproduct heeft verstrekt waarop dit besluit van toepassing is;
  2° aan welke marktdeelnemer zij een bouwproduct waarop dit besluit van toepassing is, hebben verstrekt.

  Geharmoniseerde technische specificaties

  Art. 10. Indien voor het betreffende bouwproduct een geharmoniseerde technische specificatie bestaat, en indien in deze technische specificatie de karakteristieken van dit besluit zijn opgenomen, declareert de fabrikant deze karakteristiek overeenkomstig de Bouwproductenverordening en de geharmoniseerde technische specificatie bij het op de markt aanbieden van deze producten. In dit geval zijn bijkomend aan dit besluit de bepalingen van de Bouwproductenverordening van toepassing. Het markttoezicht hierop gebeurt door de bevoegde dienst.

  Markttoezicht

  Art. 11. De monsterneming gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van CEN/TR 16220:2011 Construction products - Assessment of release of dangerous substances - Complement to sampling, CEN/TS 16516, ISO 16011 en de van toepassing zijnde CEN productnormen. Het nemen van de monsters gebeurt ten vroegste als het product verpakt is en klaar is om in de handel te worden gebracht.
  Elk product dat in de voorraad aanwezig is en verpakt is, wordt aanzien als klaar om in de handel te worden gebracht, tenzij de marktdeelnemer over een geschreven en geldige procedure beschikt die het tegendeel aantoont.
  De bevoegde dienst kan een beoordeling uitvoeren in het licht van de in dit besluit vastgestelde voorschriften. De desbetreffende marktdeelnemers werken zo nodig samen met de bevoegde dienst.
  De laboratoria die belast kunnen worden met de uitvoering van de analyse, moeten geaccrediteerd zijn volgens de norm NBN EN ISO/CEI 17025-norm voor de ISO 16000 testnormen of de CEN/TS 16516 Construction products - Assessment of emissions of regulated dangerous substances from construction products - Determination of emissions into indoor air.

  Inwerkingtreding

  Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
  Als uitzondering op het eerste lid mogen bouwproducten die vóór 1 september 2014 in de handel zijn gebracht of op de markt worden aangeboden en niet aan de drempelniveaus van artikel 3 voldoen, vanaf 1 september 2015 niet op de markt worden aangeboden.

  Uitvoering

  Art. 13. De minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Lijst met bouwproducten en beoogde gebruiken waarop dit besluit van toepassing is
  § 1. Alle vloerbedekkingsproducten met als beoogd gebruik het door een toplaag bedekken van een ondergrond al dan niet op een voorbereidingslaag, in binnenruimtes voor residentieel, tertiair, quartair, sportief, commercieel, publiek gebruik en/of voor gebruik in kantoren, met een geringe tot zeer intense gebruiksintensiteit van personen;
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
  a) vloerbedekkingsproducten:
  - vloertegels uit natuursteen,
  - keramische vloertegels,
  - vloerpanelen van verhoogde vloeren,
  - houten of uit hout bestaande vloerbedekkingen (plankenvloer, parket, houtfineervloer, houtvezelplaten, spaanplaten, houtschilferplaat, multiplexplaten),
  - textiel vloerbekleding,
  - soepele of elastische vloerbekledingen uit kunststof, rubber, kurk of linoleum,
  - harsgebonden vloeren op basis van epoxyharsen, polyurethaanharsen, polymethylmethacrylaten, onverzadigde polyesters, vinylesters hun copolymeren, polyesterharsen),
  - impregnaties,
  - coatings of filmvormende lagen,
  - gietvloeren of zelfeffenende vloerbedekkingen,
  - harsmortelvloeren,
  - steentapijten,
  - andere materialen.
  b) ondergrond:
  - betonvloeren (zowel prefab als ter plaatse gestort),
  - bouwelementen samengesteld uit onder andere bindmiddel, vulstoffen, water en is op de bouwplaats gestort op een draagvloer, kortweg dekvloeren (doorgaans cement- of anhydrietgebonden maar ook magnesia, kalk, bitumen, trascement en anderen zijn mogelijk),
  - droge vloersystemen,
  - houten vloeren,
  - metalen vloeren,
  - de draagstructuur van verhoogde vloersystemen (paneelvloeren, droge holtevloeren, natte holtevloeren),
  - keramische tegelvloeren,
  - een bestaande elastische vloerbekleding,
  - een bestaande textielvloerbekleding,
  - elk oppervlak waarop een bekleding (met of zonder laag die tussen de vloerbekleding en de ondergrond wordt geplaatst voor de demping van contactgeluid, thermische isolatie of om andere specifieke eigenschappen te verschaffen zoals houtachtige platen) wordt geplaatst met inbegrip van trappen of hellende vlakken.
  c) draagvloer:
  Draagvloeren zijn vlakke, horizontale of licht hellende bouwdelen, waarop circulatie van personen mogelijk is. Draagvloeren hebben naast een dragende functie ook een ruimte-scheidende functie. (houten, stalen of betonnen ribbenvloeren, glazen ribbenvloeren, betonbalkjes en vulblokken, ter plaatse gestort beton, prefab betonelementen, e.a.).
  d) voorbereidingslaag:
  bijvoorbeeld: voorstrijklaag en egalisatielaag.
  § 2. Alle niet-metallische bouwproducten met als beoogd gebruik het hechten van vloerbedekkingsproducten aan een ondergrond (draagvloer, dekvloer of voorbereidingslaag) door middel van adhesie en cohesie, zonder de hulp van spijkers, schroeven, klemmen, nieten;
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder `lijmen voor vloerbedekkingsproducten:
  - lijmen voor soepele vloerbedekkingsproducten:
  * dispersielijmen: Synthetisch hars (vinyl of acryl) in waterige dispersie, zonder solventen of met een laag solventgehalte (max. 5 %),
  * dispersielijm met cement (Synthetisch hars in waterige dispersie en cement als snelhardend bindmiddel),
  * tweecomponentenlijmen (Polyurethaan (PU) of epoxy)
  * lijmen op basis van solventen,
  * lijmmortel,
  * pick-uplijmen (lijmen zonder solventen bevatten een bindmiddel in waterige dispersie),
  * zelfklevende membranen,
  * andere.
  - parketlijmen
  * dispersielijmen,
  * alcohollijmen,
  * polyurethaanlijmen,
  * epoxylijmen, elastische lijmen,
  * andere.
  - lijmen voor verhoogde vloeren.
  § 3. Afwerkingsproducten voor houten vloerbedekkingen zoals parketvernissen (op basis van polyurethaan, alkyd, alkydurethaan...), boenwassen en oliėn.

  Art. N2. Bijlage 2. - Karakteristieken en bijhorende drempelniveaus
  

  
Karakteristiek Bepaald volgens Drempelniveau na 28 dagen
R De R-waarde is de som van alle ratios Ri voor alle vluchtige organische stoffen met een gekende LCI-waarde (lowest concentration of interest). De ratio Ri is de verhouding van de gemeten concentratie in de testkamer van een bepaalde vluchtige organische stof en de bij deze vluchtige organische stof horende LCI-waarde. De concentraties van de individuele vluchtige organische stoffen waarden worden bepaald volgens CEN/TS 16516 Construction products - Assessment of emissions of regulated dangerous substances from construction products - Determination of emissions intoindoor air. De LCI-waarden zijn deze van de geharmoniseerde lijst opgesteld door het Joint Research Centre van de Europese Commissie (DG JRC) (Report No 29 - Harmonisation framework for health based evaluation of indoor emissions from construction products in the European Union using the EU-LCI concept) .
  Voor de stoffen waarvoor nog geen LCI-waarde werd bepaald, geldt de genotificeerde LCI-waarde van AgBB (Ausschuss zur gesundheitlichen Bewertung von Bauprodukten) die op het moment van in de handel brengen of aanbieden op de markt van toepassing zijn. De bereiding van de teststalen gebeurt volgens ISO 16000-11, CEN/TS 16516 en relevante aanvullende bepalingen in CEN productnormen.
≤ 1
Het totale gehalte aan vluchtige organische stoffen (TVOS)  ≤ 1 000 µg/mü
  
Het totale gehalte aan halfvluchtige organische stoffen (TSVOS)  ≤ 100 µg/mü
  
CMR stoffen categorie 1A en 1B zoals bedoeld in Art. 36(1)(c) van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels  ≤ 1µg/mü
  
Acetaldehyde (EINECS 200-836-8; CAS 75-07-0)  ≤ 200 µg/mü
  
Tolueen (EINECS 203-625-9; CAS 108-88-3)  ≤ 300 µg/mü
  
Formaldehyde (EINECS 200-001-8; CAS 50-00-0)  ≤ 100 µg/mü

Art. N3. Bijlage 3. - Samenstelling, inhoud en vormelijke vereisten van het productemissiedossier
  Het productemissiedossier bestaat uit drie onderdelen: de identificatie van het producttype, een geschreven motivatie en specifieke documentatie.
  De identificatie van het producttype bevat ten minste volgende elementen:
  (1) de unieke identificaties van het producttype waarop de motivatie betrekking heeft;
  (2) de overeenstemming tussen het producttypen en de commerciėle productnamen;
  (3) het beoogde gebruik van het bouwproduct;
  (4) gegevens van de fabrikant (naam, adres en telefoonnummer van de fabrikant, het ondernemingsnummer, het telefoonnummer en emailadres van de verantwoordelijke voor het productemissiedossier).
  De geschreven motivatie legt uit en toont aan, op basis van de specifieke documentatie, dat het producttype in overeenstemming is met de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus.
  Het bevat onderstaande elementen:
  (1) een geschreven motivering waarbij aan de hand van typeonderzoek (test, historische data, etc.) aangetoond wordt dat met grote waarschijnlijkheid het producttype voldoet aan de in artikel 3 bedoelde drempelniveaus;
  (2) een geschreven motivering voor de representativiteit van het producttype voor de in de handel gebrachte producten;
  (3) identificatie van de procedures met betrekking tot artikel 4, paragraaf 3;
  (4) in het voorkomend geval van gebruik van productfamilies volgens EN-normen, dient het productemissiedossier de parameters die de keuze en opdeling in productfamilies bepalen te duiden.
  De specifieke documentatie bevat één of meerdere van onderstaande elementen:
  (1) testverslagen van testen ter bepaling van het producttype volgens de testmethode in bijlage 2 van dit besluit;
  (2) testverslagen van testen uitgevoerd conform andere testmethodes op voorwaarde dat een correlatie is aangetoond;
  (3) bestaande test data, zowel van interne (bedrijfseigen) of externe origine (wetenschappelijke publicaties);
  (4) documenten die eenduidig aantonen dat het producttype in overeenstemming is met het producttype van een ander bouwproduct door een andere fabrikant vervaardigd waarvan de conformiteit aan bijlage 2 reeds werd aangetoond. Indien deze voorwaarden zijn vervuld, heeft de fabrikant het recht de prestaties aan te geven op basis van alle of een deel van de testresultaten van dat andere product. De fabrikant kan de door een andere fabrikant verkregen testresultaten pas gebruiken als hij daarvoor de schriftelijke toestemming heeft gekregen van die andere fabrikant, die verantwoordelijk blijft voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en bestendigheid van die testresultaten;
  (5) de afzonderlijke testresultaten van de verschillende componenten indien het bouwproduct dat de fabrikant in de handel brengt, een samenstel is van componenten die de fabrikant naar behoren samenvoegt volgens nauwkeurige instructies van de leverancier van dat samenstel of component, die dat samenstel of die component al heeft getest. De fabrikant kan de door een andere fabrikant of leverancier van het samenstel verkregen testresultaten pas gebruiken als hij daarvoor van die andere fabrikant of leverancier van het samenstel de toestemming heeft gekregen; deze laatste blijft verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en bestendigheid van die testresultaten. Indien het samenstellen van de componenten een chemische reactie veroorzaakt waardoor de productkarakteristieken mogelijks veranderen is deze mogelijkheid niet toegelaten;
  (6) behaalde Type I of III labels volgens respectievelijk NBN EN ISO 14021 en NBN EN ISO 14025, die relevant zijn voor het (de) betreffende producttype(s) en die data bevat relevant voor de drempelniveaus van dit besluit.
  De vormvereisten zijn de volgende:
  1° het productemissiedossier moet normaal leesbaar zijn en is opgesteld in een taal die de overheid gemakkelijk kan begrijpen;
  2° het dossier is op het voorblad identificeerbaar door een nummering, datering, titel met verwijzing naar de producttypes en een versie-aanduiding en dient de traceerbaarheid tussen dossier, producttypes en op de markt gebracht product te garanderen;
  3° indien het dossier gewijzigd wordt, dient de fabrikant een nieuw voorblad te voorzien met een overzicht van de wijzigingen ten opzicht van de vorige versie;
  4° alle documenten in het dossier hebben een unieke identificatie: nummering, datering, versie, titel;
  5° het dossier heeft een inhoudsopgave met verwijzing naar de verschillende documenten;
  6° het dossier mag digitaal worden bijgehouden, mits traceerbaarheid van de vorige versies gegarandeerd is. Elke vorige versie moet worden bijgehouden, met de duidelijke vermelding "niet meer geldig";
  7° als de motivatie deels of volledig gebaseerd is op testen, dan bevat het dossier de betreffende testverslagen. Indien de testmethode afwijkt van de testmethode in bijlage 2, bevat het dossier een kwalitatieve en/of kwantitatieve vergelijking tussen de beide methodes;
  8° als de motivatie deels of volledig gebaseerd is op bestaande data, dan bevat het dossier deze data, de bron van deze data, en toont ze duidelijk aan dat deze data representatief zijn voor het betreffende producttype;
  9° als de motivatie deels of volledig gebaseerd is op het dossier van een andere fabrikant, dan bevat het dossier de testverslagen en -resultaten van het producttype van de andere fabrikant, de schriftelijke toelating van de andere fabrikant, en de motivatie waaruit blijkt dat het producttype van de andere fabrikant representatief is voor het producttype onderwerp van het productemissiedossier;
  10° de bevoegde dienst kan een verplicht te gebruiken template ter beschikking stellen.

  Art. N4. Bijlage 4. - Producten die vrijgesteld zijn van een productemissiedossier
  Volgende vloerbedekkingsproducten zijn vrijgesteld van het opstellen van een productemissiedossier:
  1° 100 % natuursteen,
  2° 100 % keramisch materiaal,
  3° onbehandeld glas volgens NBN EN 572, met inbegrip van gecoat glas volgens NBN EN 1096-4, gelaagd glas en veiligheidsglas (NBN EN 14449) en gehard glas (NBN EN 12150) en met uitzondering van gespiegeld glas (NBN EN 1036) en glas met langs buiten aangebrachte films,
  4° 100 % staal.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 8 mei 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Staatssecretaris voor Leefmilieu,
M. WATHELET

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de Verordening (EU) Nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad;
   Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, artikel 5, § 1, eerste lid, 1° en 3° gewijzigd bij de wet van 27 juli 2011, en 15, § 3;
   Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 10 december 2012, met toepassing van artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
   Gelet op het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling gegeven op 31 januari 2012;
   Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven gegeven op 24 februari 2012;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiėn, gegeven op 18 maart 2013;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik gegeven op 29 maart 2012;
   Gelet op het advies van de Hoge Gezondheidsraad gegeven op 4 april 2012;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van begroting, gegeven op 4 november 2013;
   Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikels 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Gelet op advies 55.734/1 van de Raad van State, gegeven op 9 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Volksgezondheid, de Minister van Leefmilieu en de Minister van Economie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het ontwerp van koninklijk besluit strekt tot vaststelling van de drempelniveaus voor de emissies naar het binnenmilieu van bouwproducten voor bepaalde beoogde gebruiken.
   In zijn advies van 9 april 2014 leverde de Raad van State bemerkingen op dit ontwerp.
   De Raad van State stelt in punt 3 van het advies dat de normen waarnaar gerefereerd wordt toegankelijk moeten zijn.
   Het besluit verwijst naar een rapport van de Europese Commissie en een document van het Duitse Ausschuss zur gesundheitlichen Bewertung von Bauproducten (AgBB), die beiden gratis en online verkrijgbaar zijn. Toegankelijkheid is bijgevolg gegarandeerd.
   Het besluit verwijst ook naar Europese normen gepubliceerd door het CEN en Internationale normen gepubliceerd door ISO. Deze normen zijn eenvoudig toegankelijk via de norminstellingen van alle Europese lidstaten.
   De Belgische norminstelling NBN voorziet de mogelijkheid om alle normen gratis ter plaatse te raadplegen. Deze normen zijn beschermd door het auteursrecht waardoor gratis ter beschikking stelling wettelijk niet mogelijk is. De normen zijn algemeen en eenvoudig verkrijgbaar en de kosten zijn niet onredelijk hoog.
   Het verwijzen naar Europese en internationale normen zorgt daarenboven voor een verlaging van de lasten voor zowel de bedrijven als de overheid.
   Alle andere opmerkingen van de Raad van State werden ingepast in het koninklijk besluit en waar gevraagd werd het koninklijk besluit aangepast.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Economie,
   J. VANDE LANOTTE
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Mevr. J. MILQUET
   De Minister van Volksgezondheid,
   Mevr. L. ONKELINX
   De Staatssecretaris voor Leefmilieu,
   M. WATHELET
   
   Raad van State, afdeling Wetgeving
   advies 55.734/1 van 9 april 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de drempelniveaus voor de emissies naar het binnenmilieu van bouwproducten voor bepaalde beoogde gebruiken'
   Op 17 maart 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Staatssecretaris voor Leefmilieu verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de drempelniveaus voor de emissies naar het binnenmilieu van bouwproducten voor bepaalde beoogde gebruiken'.
   Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 1 april 2014. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, Marc RIGAUX en Michel TISON, assessoren, en Marleen VERSCHRAEGHEN, toegevoegd griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Kristine BAMS, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 april 2014.
   1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
   ALGEMENE OPMERKINGEN
   2. De ontworpen regeling kan worden geacht rechtsgrond te vinden in de bepalingen van de wet van 21 december 1998 `betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers', die worden vermeld in het tweede lid van de aanhef van het ontwerp.
   Ook artikel 5, § 1, eerste lid, 2°, van de voornoemde wet van 21 december 1998 lijkt evenwel rechtsgrond te bieden voor sommige bepalingen van het ontwerp, zijnde meer in het bijzonder artikel 3, tweede lid (1). In die optiek dient de ontworpen bepaling overeenkomstig artikel 5, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, in Ministerraad te worden overlegd. Dergelijk overleg heeft evenwel niet plaatsgevonden, hetgeen de adviesaanvraag onontvankelijk maakt, althans wat artikel 3, tweede lid, van het ontwerp betreft.(2)
   3. In diverse bepalingen van het ontwerp wordt gerefereerd aan internationale, Europese of buitenlandse normen die niet overeenkomstig artikel 190 van de Grondwet zijn bekendgemaakt en die derhalve in beginsel niet tegenwerpbaar zijn aan iedereen. (3) Indien de steller van het ontwerp dergelijke verwijzingen wil behouden in het ontwerp dient hij er derhalve op toe te zien dat de betrokken normen voldoende toegankelijk en kenbaar zijn, temeer daar van sommige normen slechts een Engelse samenvatting vrij te raadplegen valt en raadpleging ervan voor het overige enkel tegen betaling kan gebeuren.(4)
   ONDERZOEK VAN DE TEKST
   Aanhef
   4. Aan het einde van het tweede lid van de aanhef van het ontwerp schrijve men ", artikelen 5, § 1, eerste lid, 1° en 3°, gewijzigd bij de wet van 27 juli 2011, en 15, § 3;".(5)
   5. Zoals door de gemachtigde werd bevestigd, heeft de Nationale Arbeidsraad niet geadviseerd over de ontworpen regeling. Het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar "het advies van de Nationale Arbeidsraad [...] gegeven op 25 februari 2013" moet derhalve worden weggelaten.
   Artikel 12
   6. In artikel 12 van het ontwerp wordt bepaald dat de minister bevoegd voor Leefmilieu de bijlagen bij het ontworpen koninklijk besluit kan aanvullen of wijzigen. Het toekennen van verordenende bevoegdheid aan een minister kan enkel worden gebillijkt indien het om bevoegdheden van bijkomstige of detailmatige aard gaat. In artikel 1, tweede lid, van het ontwerp, wordt evenwel bepaald dat het ontworpen besluit van toepassing is op de bouwproducten "waarvan één of meer van hun beoogde gebruiken opgenomen worden in bijlage 1". Een aanvulling of wijziging van die bijlage komt bijgevolg neer op een wijziging van het toepassingsgebied van het ontworpen besluit, hetgeen niet kan worden beschouwd als betrekking hebbende op een bijkomstige of detailmatige bevoegdheid die aan de minister kan worden gedelegeerd. De in artikel 12 van het ontwerp vervatte delegatie van bevoegdheid aan de minister is derhalve problematisch, wat de aanvulling of wijziging van bijlage 1 bij het ontwerp betreft.
   Bijlage 1
   7. De Nederlandse en de Franse tekst van paragraaf 2, eerste onderdeel ("lijmen voor soepele vloerbedekkingsproducten") en tweede onderdeel ("parketlijmen") stemmen niet met elkaar overeen. Deze discordantie moet worden weggewerkt. Daartoe dient in de Franse tekst telkens een streepje met bijhorende tekst te worden toegevoegd.
   
   De Griffier,
   Marleen VERSCHRAEGHEN
   De Voorzitter,
   Marnix VAN DAMME
   
   ----------
   
   (1) Artikel 5, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 21 december 1998 luidt:
   "Teneinde het leefmilieu, de volksgezondheid of de werknemers te beschermen en duurzame productie- en consumptiepatronen te bevorderen, kan de Koning maatregelen nemen om:
   (...)
   2° het op de markt brengen van een product afhankelijk te maken van een voorafgaande homologatie, toelating, registratie of kennisgeving, alsook de voorwaarden te bepalen waaronder toelatingen of registraties kunnen worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
   (...)".
   (2) Het overleg in de Ministerraad valt te onderscheiden van de "verplichte raadplegingen" die de wetgever voor ogen stonden bij de redactie van artikel 84, § 3, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (zie Parl.St. Kamer 2002-03, nr. 50K2131/1, 7).
   (3) Zie artikel 11 en de bijlagen 2, 3 en 4 bij het ontwerp waarin, al naar het geval, wordt verwezen naar onder meer ISO-normen, NBN EN-normen, CEN/TR-normen en CEN/TS-normen.
   (4) De gemachtigde wees enkel op het kosteloos karakter van de raadpleging van Europese normen "bij het NBN, de Belgische norminstelling die afhangt van FOD Economie".
   (5) Zie ook de opmerking sub 2, met betrekking tot artikel 3, tweede lid, van het ontwerp, dat - zoals het is geredigeerd - rechtsgrond vindt in artikel 5, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 21 december 1998.
   

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie