J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 18 uitvoeringbesluiten 14 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/04/19/2014003229/justel

Titel
19 APRIL 2014. - Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-06-2014 en tekstbijwerking tot 21-05-2019)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE.JUSTITIE.FINANCIEN
Publicatie : 17-06-2014 nummer :   2014003229 bladzijde : 45353       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-04-19/62
Inwerkingtreding : 27-06-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Deel I. - ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 1-9
Deel II. - GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE BEHEERDERS VAN ALTERNATIEVE INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING
Boek I. - Beheerders naar belgisch recht
TITEL I. - Algemeen toepasselijke bepalingen
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Art. 10
HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning
Afdeling I. - Vergunning
Art. 11-19
Afdeling II. - Vergunningsvoorwaarden
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen
Art. 20-21
Onderafdeling II. - Aanvangskapitaal en eigen vermogen
Art. 22-23
Onderafdeling III. - Aandeelhouderschap
Art. 24
Onderafdeling IV. - Leiders
Art. 25
Onderafdeling V. - Organisatie
Art. 26-33
Onderafdeling VI. - Hoofdbestuur
Art. 34
Onderafdeling VII. - Cliëntenbescherming
Art. 35
HOOFDSTUK III. - Bedrijfsuitoefening
Afdeling I. - Bepalingen die van toepassing zijn op de beheerder
Onderafdeling I. - Algemene beginselen
Art. 36-39
Onderafdeling II. - Verloning
Art. 40-43
Onderafdeling III. - Belangenconflicten
Art. 44-46
Onderafdeling IV. - Risicobeheer
Art. 47
Afdeling II. - Bepalingen van toepassing op de beheerder voor elke alternatieve instelling voor collectieve belegging die hij beheert
Onderafdeling I. - Uitoefening van het bedrijf van de alternatieve instelling voor collectieve belegging
A. Liquiditeitsbeheer
Art. 48
[-1 A/1. Belegging in effectiseringsposities]-1
Art. 48/1
B. Waardering
Art. 49-50
C. Bewaarder
Art. 51-58, 58/1, 59
D. Transparantievereisten
a. Periodieke informatie en boekhoudregels
Art. 60-61
b. Informatieplicht ten aanzien van de FSMA
Art. 62-67, 67/1
c. Verplichte informatieverstrekking aan de beleggers
Art. 68-72
Onderafdeling II. - Verplichtingen voor bepaalde categorieën van alternatieve instellingen voor collectieve belegging
A. Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die met hefboomfinanciering werken
Art. 73-75
B. Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die de controle verwerven over niet-genoteerde vennootschappen en uitgevende instellingen
a. Toepassingsgebied
Art. 76-78
b. Kennisgeving van de verwerving van belangrijke deelnemingen in en controle over niet-genoteerde vennootschappen of uitgevende instellingen.
Art. 79-80
c. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het jaarverslag van de niet-genoteerde vennootschappen die gecontroleerd worden door een alternatieve instelling voor collectieve belegging.
Art. 81
d. Verkoop van waardevolle activa
Art. 82-83
Onderafdeling III. - Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging
A. Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie in België
Art. 84-89
B. Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie in een andere lidstaat
Art. 90-92
C. Verhandeling met een paspoort in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit derde landen door een Belgische beheerder
Art. 93-100
HOOFDSTUK IV. - Vestiging van bijkantoren en vrij verrichten van diensten in het buitenland
Art. 101
Afdeling I. - Bedrijfsuitoefening in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
Onderafdeling I. - Vestiging van bijkantoren in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
Art. 102-103
Onderafdeling II. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese economische ruimte
Art. 104
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening in een derde land, zonder verhandeling in de Europese Economische ruimte
Art. 105
TITEL II. - Specifieke bepalingen voor de kleinschalige beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Art. 106
HOOFDSTUK II. - Kleinschalige beheerders die niet-openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging beheren
Art. 107-109
HOOFDSTUK III. - Kleinschalige beheerders van openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging
Art. 110-112
Boek II. - Beheerders naar buitenlands recht
Art. 113
TITEL I. - In een andere lidstaat gevestigde beheerders
HOOFDSTUK I. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België
Afdeling I. - Beheerders met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU
Art. 114-116
Afdeling II. - Kleinschalige beheerders zonder vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU
Art. 117-122
HOOFDSTUK II. - Verhandeling in België van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging
Art. 123
Afdeling I. - Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die worden verhandeld door beheerders met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU
Art. 124-126
Afdeling II. - Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die worden verhandeld door kleinschalige beheerders zonder vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU
Art. 127-133
TITEL II. - In een derde land gevestigde beheerders
HOOFDSTUK I. - In een derde land gevestigde beheerders waarvoor België de referentielidstaat is en die alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie beheren en/of die rechten van deelneming in door hen beheerde alternatieve instellingen voor collectieve belegging verhandelen met een paspoort
Afdeling I. - Toepassingsgebied
Art. 134-135
Afdeling II. - Vergunning
Art. 136-146
Afdeling III. - Verhandeling met een paspoort in de Europese Economische Ruimte van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie, beheerd door een beheerder gevestigd in een derde land
Art. 147-151
Afdeling IV. - Verhandeling met een paspoort in de Europese Economische Ruimte van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit derde landen, beheerd door een beheerder gevestigd in een derde land
Art. 152-157
Afdeling V. - Beheer van in andere lidstaten gevestigde alternatieve instellingen voor collectieve belegging door een in een derde land gevestigde beheerder
Art. 158-159
HOOFDSTUK II. - In een derde land gevestigde beheerders waarvoor België niet de referentielidstaat is en die alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht beheren en/of alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie of uit derde landen in België verhandelen
Art. 160-165
HOOFDSTUK III.
Art. 166-172
HOOFDSTUK IV.
Art. 173-179
Deel III. - NIET-GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE ALTERNATIEVE INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING
Boek I. - Specifieke bepalingen voor de openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging
TITEL I. - Toepassingsgebied
Art. 180, 180/1
TITEL II. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 181-184
HOOFDSTUK II. - Privaatrechtelijk statuut
Afdeling I. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming
Art. 185
Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten
Art. 186-189
Onderafdeling II. - Beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal
Art. 190-192
Afdeling II. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming
Art. 193
Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten
Art. 194
Onderafdeling II. - Beleggingsvennootschappen met vast kapitaal
Art. 195-196, 196/1
HOOFDSTUK III. - Bestuursrechtelijk statuut
Afdeling I. - Bedrijfsvergunningsvoorwaarden
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen
Art. 197-200
Onderafdeling II. - Inschrijvingsvoorwaarden
Art. 201
A. Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van het gemeenschappelijk beleggingsfonds
Art. 202-204
B. Vergunning als beleggingsvennootschap
Art. 205-211
C. Goedkeuring van het beheerreglement en de statuten
Art. 212-215
D. Aanvaarding van de keuze van de bewaarder
Art. 216-220
Onderafdeling III. - Prospectus en essentiële beleggersinformatie met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en bemiddeling bij openbare aanbiedingen van effecten van alternatieve instellingen voor collectieve belegging
A. Prospectus en essentiële beleggersinformatie met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming
Art. 221-234
B. Bemiddeling
Art. 235
Afdeling II. - Bijzondere bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
Onderafdeling I. - Beleggingsbeleid
Art. 236-237
Onderafdeling II. - Master-feederconstructies
Art. 238-243
Onderafdeling III. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 244-247
Onderafdeling IV. - Uitgifte en openbaar aanbod van rechten van deelneming in een alternatieve instelling voor collectieve belegging
Art. 248-250
Onderafdeling V. - Periodieke informatie en boekhoudregels
Art. 251-255
Afdeling III. - Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging aan retailbeleggers in een andere lidstaat
Art. 256
TITEL III. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en algemene bepalingen
Art. 257-262
HOOFDSTUK II. - Bepalingen die van toepassing zijn op openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht met veranderlijk aantal rechten van deelneming
Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden
Art. 263-266
Afdeling II. - Informatieverstrekking aan de beleggers en bemiddeling
Art. 267-268
Afdeling III. - Bedrijfsuitoefening
Art. 269-273
HOOFDSTUK III. - Bepalingen die van toepassing zijn op openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht met een vast aantal rechten van deelneming
Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden
Art. 274-277
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening
Art. 278-280
Boek II. - specifieke bepalingen voor bepaalde niet-openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht
TITEL I. - Algemene bepalingen
Art. 281-282
TITEL II. - Institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Afdeling I. - Institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming
Art. 283-285
Afdeling II. - Institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming
Art. 286-288
HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening
Afdeling I. - Inschrijving
Art. 289
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening
Art. 290, 290/1
HOOFDSTUK III. - Toezicht op de institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging
Art. 291
TITEL III. - Private alternatieve instellingen voor collectieve belegging
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Afdeling I. - Private alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming
Art. 292-294
Afdeling II. - Private alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming
Art. 295-297
Afdeling III. - Private privaks
Art. 297/1, 298-299, 299/1, 299/2, 299/3, 299/4, 300
HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening
Afdeling I. - Inschrijving
Art. 301-302
Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening
Art. 303-304
HOOFDSTUK III. - Toezicht op de private alternatieve instellingen voor collectieve belegging
Art. 305
TITEL IV. [1 - Dematerialisatie van de relaties tussen de federale overheidsdienst financiën en institutionele en private alternatieve instellingen voor collectieve belegging]1
Art. 305/1, 305/2, 305/3, 305/4, 305/5, 305/6, 305/7
DEEL IV. - NIET-GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE BEHEERVENNOOTSCHAPPEN
Boek I. - Toepassingsgebied en algemene bepaling
Art. 306-308
Boek II. - Beheervennootschappen naar Belgisch recht
TITEL I. - Bijzondere bedrijfsvergunningsvoorwaarden
HOOFDSTUK I. - Vergunning
Art. 309-314
HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden
Art. 315-320
TITEL II. - Bijzondere bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur
Art. 321-322
HOOFDSTUK II. - Leiding en leiders
Art. 323-326
HOOFDSTUK III. - Fusies van en overdrachten tussen beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging.
Art. 327-328
HOOFDSTUK IV. - Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 329-331
HOOFDSTUK V. - Reglementaire coëfficiënten
Art. 332
HOOFDSTUK VI. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 333
Boek III. - Beheervennootschappen naar Buitenlands recht
TITEL I. - Bijzondere bedrijfsvergunningsvoorwaarden
Art. 334
TITEL II. - Bedrijfsuitoefening
Art. 335
DEEL V. - TOEZICHT
Art. 336
Boek I. - Toezicht door de FSMA
TITEL I. - Algemene bepalingen
Art. 337-343
TITEL II. - [1 Groepstoezicht]1
Art. 344-345, 345/1
Boek II. - Samenwerking tussen autoriteiten
Art. 346-349
Boek III. - Revisoraal toezicht
Art. 350-358
Boek IV. - afstand, herroeping en intrekking van de inschrijving OF van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties
Art. 359-367
DEEL VI. - STRAFBEPALINGEN
Art. 368-375
DEEL VII. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
Boek I. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen
Art. 376-381
Boek II. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme
Art. 382
Boek III. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen
Art. 383-394
Boek IV. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
Art. 395-402
Boek V. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
Art. 403
Boek VI. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Art. 404-405
Boek VII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening
Art. 406-407
Boek VIII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen
Art. 408
Boek IX. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf
Art. 409-413
Boek X. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
Art. 414-489
DEEL VIII. - DIVERSE BEPALINGEN
Art. 490-491
DEEL IX. - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Boek I. - Vergunningsplicht voor de beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging
Art. 492
Boek II. - Verhandeling zonder paspoort van alternatieve instellingen voor collectieve belegging
TITEL I. - Inwerkingtreding van de artikelen 93 tot 100, 105, 125 [1 ...]1 en 134 [1 tot 165]1
Art. 493
TITEL II. - Overgangsbepalingen
HOOFDSTUK I. - Verhandeling zonder paspoort in België van rechten van deelneming in door een beheerder uit de Europese Unie beheerde alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit derde landen
Art. 494-496
HOOFDSTUK II. - In een derde land gevestigde beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging die rechten van deelneming in door hen beheerde alternatieve instellingen voor collectieve belegging verhandelen zonder paspoort
Art. 497-499
HOOFDSTUK III. - Buitenwerkingtreding van de bepalingen van de hoofdstukken I en II
Art. 500
Boek III. - Kleinschalige beheerders die niet beschikken over de vergunning als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 2011/61/EU
Art. 501
Boek IV.
Art. 502
Boek V. - Bepalingen over de openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen
Art. 503-515

Tekst Inhoudstafel Begin
Deel I. - ALGEMENE BEPALINGEN

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet zorgt voor (a) de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010, (b) de omzetting van Richtlijn 2013/14/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 tot wijziging van Richtlijn 2003/41/EG betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en Richtlijn 2011/61/EU inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen ter voorkoming van een overmatig vertrouwen in ratings, (c) de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat, (d) de omzetting van Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen, (e) de omzetting van Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen en (f) de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft.

  Art. 3.Voor de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, wordt verstaan onder :
  1° "instelling voor collectieve belegging" : een Belgische of buitenlandse instelling waarvan het doel de collectieve belegging van financiële middelen is;
  2° "alternatieve instelling voor collectieve belegging" of "AICB" : de instellingen voor collectieve belegging, met inbegrip van hun beleggingscompartimenten, die
  a) bij een reeks beleggers kapitaal ophalen om dit overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid in het belang van die beleggers te beleggen; en
  b) niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.
  3° "instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : een instelling voor collectieve belegging die belegt in activa die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  4° [2 "openbare alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternative instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen geheel of gedeeltelijk aantrekt via een openbaar aanbod van effecten in België]2;
  5° "niet-openbare alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen niet via een openbaar aanbod van [2 effecten]2 in België aantrekt;
  6° "institutionele alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij in aanmerking komende beleggers die voor eigen rekening handelen, waarvan de [2 effecten]2 uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;
  7° "private alternatieve instelling voor collectieve belegging" : een alternatieve instelling voor collectieve belegging die haar financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekt bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de [2 effecten]2 uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers of door andere beleggers onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, en die conform de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten is ingeschreven;
  8° "alternatieve instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" :
  a) ten behoeve van de bepalingen van deel II, een open AICB als gedefinieerd krachtens artikel 4, lid 4, van Richtlijn 2011/61/EU;
  b) ten behoeve van de overige bepalingen van deze wet, een aan de artikelen 248 en 249 onderworpen AICB waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, ten laste van haar activa rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van de instelling gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die zijn toegelaten tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt, sterk zou afwijken van de inventariswaarde;
  9° "alternatieve instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming" :
  a) ten behoeve van deel II, een gesloten AICB als gedefinieerd krachtens artikel 4, lid 4 van Richtlijn 2011/61/EU;
  b) ten behoeve van de overige bepalingen van deze wet, de instelling voor collectieve belegging waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;
  10° "gemeenschappelijk beleggingsfonds" : de instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij overeenkomst, en die is samengesteld uit het onverdeeld vermogen dat een beheervennootschap van AICB's beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door rechten van deelneming;
  11° "beleggingsvennootschap" : de instelling voor collectieve belegging die bij statuten is geregeld, en die, conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, is opgericht in de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid;
  12° "beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" of "beheervennootschap" : de rechtspersoon waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beheer van een of meer AICB's, ongeacht zijn juridische structuur, en die zelf geen AICB is;
  13° "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" of "beheerder" : een beheervennootschap van AICB's of een AICB die niet door een beheervennootschap van AICB's wordt beheerd;
  14° "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : de in artikel 3, 12°, van de wet van 3 augustus 2012 bedoelde vennootschap;
  15° "alternatieve instelling voor collectieve belegging uit de Europese Unie" :
  a) een AICB die, krachtens de toepasselijke nationale wetgeving, een vergunning heeft of geregistreerd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
  b) een AICB die geen vergunning heeft of niet geregistreerd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, maar die haar statutaire zetel en/of hoofdkantoor in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft;
  16° "alternatieve instelling voor collectieve belegging uit derde landen" : een AICB die geen AICB uit de Europese Unie is;
  17° "in een derde land gevestigde beheerder" : een beheerder van AICB's die geen beheerder van AICB's uit de Europese Unie is;
  18° "referentielidstaat" : de lidstaat zoals bepaald in artikel 37, lid 4, van Richtlijn 2011/61/EU;
  19° "wettelijke vertegenwoordiger" : een natuurlijke of rechtspersoon die, voor natuurlijke personen, zijn woonplaats in de Europese Economische Ruimte heeft, of, voor rechtspersonen, zijn statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft, en die, uitdrukkelijk aangesteld door een in een derde land gevestigde beheerder, namens deze in een derde land gevestigde beheerder, in de Europese Economische Ruimte optreedt jegens autoriteiten, cliënten, organen en tegenpartijen van de beheerder in plaats van de beheerder zelf met betrekking tot de verplichtingen van laatstgenoemde uit hoofde van deze Richtlijn;
  20° "bijkantoor van een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beheerder van AICB's en die rechtstreeks alle of een deel van de werkzaamheden uitoefent die zijn toegelaten op grond van de vergunning van de beheerder van AICB's; verschillende bedrijfszetels in eenzelfde Staat van een beheerder van AICB's met maatschappelijke zetel in een andere lidstaat of in een derde land, worden beschouwd als één enkel bijkantoor;
  21° "gevestigd" :
  (a) voor beheerders : "die hun statutaire zetel hebben in";
  (b) voor AICB's : "die een vergunning hebben of geregistreerd zijn in", of, als ze geen vergunning hebben of niet geregistreerd zijn, "die hun statutaire zetel hebben in";
  (c) voor bewaarders : "die hun statutaire zetel of een bijkantoor hebben in";
  (d) voor wettelijke vertegenwoordigers die een rechtspersoon zijn : "die hun statutaire zetel of een bijkantoor hebben in";
  (e) voor wettelijke vertegenwoordigers die een natuurlijke persoon zijn : "die hun woonplaats hebben in";
  22° "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie" : een beheerder van AICB's die zijn statutaire zetel in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte heeft;
  23° "lidstaat van herkomst van de alternatieve instelling voor collectieve belegging" :
  (a) de lidstaat waar de AICB, krachtens de toepasselijke nationale wetgeving, een vergunning heeft of geregistreerd is, of, in het geval van meerdere vergunningen of registraties, de lidstaat waar de AICB voor het eerst een vergunning heeft gekregen of is geregistreerd;
  (b) indien de AICB niet over een vergunning beschikt of geregistreerd is in een lidstaat, de lidstaat waar zij haar statutaire zetel en/of haar hoofdbestuur heeft;
  (c) als een AICB geen beheervennootschap heeft aangesteld, de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft;
  24° "lidstaat van herkomst van de beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : de lidstaat waar de beheerder zijn statutaire zetel heeft; voor in derde landen gevestigde beheerders dienen alle verwijzingen naar "de lidstaat van herkomst van de beheerder" te worden verstaan als "de referentielidstaat" zoals vastgesteld in titel II, boek II van deel II;
  25° "lidstaat van ontvangst van de beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : naargelang van het geval, één van de volgende definities :
  (a) een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie AICB's uit de Europese Unie beheert;
  (b) een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie de rechten van deelneming van een AICB uit de Europese Unie verhandelt;
  (c) een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie de rechten van deelneming van een AICB uit derde landen verhandelt;
  (d) een lidstaat, die niet de referentielidstaat is, waar een in een derde land gevestigde beheerder AICB's uit de Europese Unie beheert;
  (e) een lidstaat, die niet de referentielidstaat is, waar een in een derde land gevestigde beheerder rechten van deelneming van AICB's uit de Europese Unie verhandelt;
  (f) een lidstaat, die niet de referentielidstaat is, waar een in een derde land gevestigde beheerder rechten van deelneming van AICB's uit derde landen verhandelt;
  [2 g) een lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar een beheerder uit de Europese Unie de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten verleent;]2
  26° "verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : een rechtstreekse of onrechtstreekse aanbieding of plaatsing, op initiatief van of namens de beheerder, van rechten van deelneming in de betrokken AICB, aan of bij beleggers die woonachtig zijn of een statutaire zetel hebben in de Europese Economische Ruimte;
  27° "openbaar aanbod" :
  a) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten [8 ; deze definitie is ook van toepassing op de plaatsing van effecten via financiële tussenpersonen.]8
  [8 ...]8
  b) de toelating tot de verhandeling op een MTF of een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is;
  28° "bieder" : diegene die een openbaar aanbod verricht of diegene die, wat het in artikel 3, 27°, b) bedoelde openbaar aanbod betreft, een aanvraag om toelating tot de verhandeling indient;
  29° "bemiddeling" : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 27°, a), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging;
  30° [8 "professionele beleggers": de gekwalificeerde beleggers in de zin van artikel 2, e), van Verordening 2017/1129;]8
  De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen delen hun classificatie van de [8 professionele beleggers]8 mee aan de AICB's die daarom verzoeken, onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  31° "in aanmerking komende beleggers" : de beleggers als bedoeld in het tweede lid en de beleggers als aangeduid door de Koning [2 krachtens het derde lid, a), met uitsluiting van de in het derde lid, b) bedoelde beleggers]2.
  Professionele beleggers worden beschouwd als in aanmerking komende beleggers.
  De Koning kan evenwel, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA,
  a) het begrip "in aanmerking komende belegger" uitbreiden, daarbij in voorkomend geval een onderscheid makend naargelang van het type of de categorie van AICB, tot alle of bepaalde rechtspersonen die niet als professionele beleggers worden beschouwd en die om een inschrijving in het register van de in aanmerking komende beleggers hebben verzocht;
  b) het begrip "in aanmerking komende belegger" beperken door, in voorkomend geval, een onderscheid te maken naargelang van het type of de categorie van AICB.
  De FSMA houdt het register bij van de in het derde lid, a), bedoelde in aanmerking komende beleggers. De Koning bepaalt de procedure voor de inschrijving in dat register en de modaliteiten voor de toegang van derden tot dat register;
  32° "retailbelegger" : een niet-professionele belegger;
  33° "effecten van een alternatieve instelling voor collectieve belegging" :
  a) de rechten van deelneming in een AICB, en
  b) de andere, door de AICB uitgegeven financiële instrumenten, onverminderd de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over de uitgifte van andere financiële instrumenten dan rechten van deelneming door de AICB's;
  34° "rechten van deelneming in een alternatieve instelling voor collectieve belegging" :
  a) de aandelen van een beleggingsvennootschap en alle andere effecten die het kapitaal van de beleggingsvennootschap vertegenwoordigen, [2 of die een soortgelijk economisch effect hebben,]2 en
  b) alle effecten ter vertegenwoordiging van de onverdeelde rechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds;
  35° "deelnemers" : de houders van rechten van deelneming in een AICB;
  36° "financieel instrument" : een instrument als bedoeld in artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002;
  37° [3 "multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF)": een MTF als bedoeld in artikel 3, 10° van de wet van 21 november 2017;]3
  38° [3 "gereglementeerde markt": elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 3, 7°, 8° of 9°, van de wet van 21 november 2017 ;]3
  39° "uitgevende instelling" : een emittent in de zin van artikel 2, § 1, 8°, van het koninklijk besluit van 14 november 2007 die zijn statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft, en waarvan de aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;
  40° "niet-genoteerde vennootschap" : een vennootschap die haar statutaire zetel in de Europese economische ruimte heeft en waarvan de aandelen niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;
  41° "beheertaken voor alternatieve instellingen voor collectieve belegging" :
  a) het beheer van de beleggingsportefeuille van de AICB;
  b) het risicobeheer;
  c) de administratie van de AICB, waaronder :
  i) de juridische dienstverlening en de werkzaamheden van boekhoudkundig beheer van de AICB, waaronder het opmaken en openbaar maken van de jaarrekening;
  ii) het op verzoek verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers in de AICB;
  iii) de waardering van de portefeuille en de bepaling van de waarde van de rechten van deelneming van de AICB (met inbegrip van de fiscale aspecten);
  iv) het toezicht op de naleving van de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen voor de AICB;
  v) het bijhouden van het register van de houders van rechten van deelneming op naam;
  vi) de bestemming van de inkomsten voor de verschillende categorieën van rechten van deelneming en types van rechten van deelneming in de AICB;
  vii) de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming in de AICB;
  viii) de afwikkeling van de contracten, met inbegrip van de verzending van de rechten van deelneming van de AICB;
  ix) de registratie van de verrichtingen en de bewaring van de desbetreffende stukken;
  d) de verhandeling van de rechten van deelneming van AICB's;
  e) de werkzaamheden met betrekking tot de activa van een AICB, namelijk het verrichten van de diensten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van de plichten inzake zaakwaarneming van de beheerder, het faciliteitenbeheer, het beheer van vastgoed, de adviesverlening aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsook de adviesverlening en de dienstverrichtingen op het vlak van fusie en overname van ondernemingen en andere diensten die verband houden met het beheer van de AICB en de vennootschappen en andere activa waarin zij heeft belegd;
  42° "onafhankelijke controlefunctie" : de interneauditfunctie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie;
  43° "beleggingsdiensten" :
  a) individueel portefeuillebeheer : per cliënt op discretionaire basis portefeuilles beheren op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voor zover die portefeuilles een of meer financiële instrumenten bevatten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  b) beleggingsadvies : gepersonaliseerde aanbevelingen doen aan een cliënt met betrekking tot een of meer transacties in een of meer financiële instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002;
  c) bewaring en administratie : de bewaring en administratie van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
  d) ontvangen en doorgeven van orders : het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot financiële instrumenten;
  44° "aangestelde beheervennootschap" of "beheervennootschap die een alternatieve instelling voor collectieve belegging beheert" : een beheervennootschap die ten minste de beheerfuncties als bedoeld in artikel 3, 41°, a) of b), uitoefent voor een AICB;
  45° "feeder" :
  a) een openbare AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht, hetzij een compartiment van deze instelling voor collectieve belegging, die in afwijking van het beginsel van risicospreiding bedoeld in artikel 182 toegelaten is om ten minste 85 % van haar activa te beleggen in rechten van deelneming in een andere openbare AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht of een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan;
  b) een niet-openbare AICB (i) die ten minste 85 % van haar activa belegt in de rechten van deelneming in een andere AICB, of (ii) in de rechten van deelneming in verschillende andere AICB's wanneer die identieke beleggingsstrategieën hebben, of (iii) die op een andere wijze voor ten minste 85 % van haar activa een risicopositie inneemt in een dergelijke AICB;
  46° "master" :
  a) in het sub 45°, a), bedoelde geval, een openbare AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming naar Belgisch recht, of één van haar compartimenten, of een openbare instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, en die :
  i) ten minste één feeder als bedoeld in punt 45°, a), onder haar deelnemers heeft,
  ii) zelf geen feeder is, en
  iii) geen rechten van deelneming in een feeder bezit;
  b) in het sub 45°, b), bedoelde geval, een AICB of één van haar compartimenten waarin een andere niet-openbare AICB belegt of een risicopositie inneemt conform punt 45°, b);
  47° "cliënten van een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging" : iedere natuurlijke of rechtspersoon, dan wel iedere andere entiteit, inclusief de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen waarvoor de beheervennootschap van AICB's één van de in dit artikel, 41°, bedoelde beheertaken uitoefent of één van de in dit artikel, 43°, bedoelde diensten verricht;
  48° "holding" : een vennootschap met een deelneming in een of meer andere vennootschappen, die als zakelijk doel heeft om, via haar dochtervennootschappen, verbonden vennootschappen of deelnemingen, een bedrijfsstrategie of bedrijfsstrategieën uit te voeren met de bedoeling aan hun langetermijnwaarde bij te dragen, en die
  (a) ofwel optreedt voor eigen rekening en waarvan de aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de Europese Economische Ruimte zijn toegelaten; of
  (b) ofwel niet is opgericht met als hoofddoel voor haar beleggers winst te genereren door haar dochtervennootschappen of verbonden vennootschappen af te stoten, zoals blijkt uit haar jaarverslag of andere officiële stukken;
  49° "voor een bijzonder doel opgerichte effectiseringsstructuren" : entiteiten met als enige opdracht één of meer effectiseringsverrichtingen uit te voeren in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 24/2009 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2008 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten, alsook het verrichten van andere werkzaamheden ter vervulling van deze opdracht;
  50° "prime broker" : een kredietinstelling, een gereglementeerde beleggingsonderneming of een andere, aan prudentiële regelgeving en permanent toezicht onderworpen entiteit, die aan professionele beleggers diensten aanbiedt, hoofdzakelijk om als tegenpartij transacties in financiële instrumenten te financieren of uit te voeren, en die ook andere diensten kan verlenen zoals verrekening en vereffening van transacties, bewaarnemingsdiensten, het verstrekken van effectenleningen, en technologische en operationele ondersteuning op maat van de cliënt;
  51° "carried interest" : voor de beheerder bestemd deel in de winst van de AICB als vergoeding voor het beheer van de AICB, met uitsluiting van elk voor de beheerder bestemd deel in de winst van de AICB als opbrengst van een belegging van de beheerder in de AICB;
  52° "nauwe banden" : een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door :
  (a) een deelneming, met name het rechtstreeks of door middel van een controleband houden van ten minste 20 % van het kapitaal of de stemrechten van een vennootschap;
  (b) een controleband, met name de band tussen een moeder- en een dochtervennootschap als bedoeld in de artikelen 5 tot 9 van het Wetboek van Vennootschappen; voor de toepassing van dit punt wordt een dochtervennootschap van een dochtervennootschap ook beschouwd als een dochtervennootschap van de moedervennootschap van deze dochtervennootschappen.
  Een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen duurzaam met eenzelfde persoon verbonden zijn via een controleband, wordt als een "nauwe band" tussen die personen beschouwd;
  53° "moedervennootschap" : een moedervennootschap als gedefinieerd in artikel 6, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen;
  54° "dochtervennootschap" : een dochtervennootschap als gedefinieerd in artikel 6, 2°, van het Wetboek van Vennootschappen;
  55° "controle" : controle als gedefinieerd in de artikelen 5 tot 9 van het Wetboek van Vennootschappen;
  56° "gekwalificeerde deelneming" : het rechtstreeks of onrechtstreeks bezitten van een deelneming in een beheervennootschap, die ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten vertegenwoordigt, dan wel van een deelneming die de mogelijkheid inhoudt een invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de beheervennootschap of de AICB waarin wordt deelgenomen; de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen;
  57° "aanvangskapitaal" : het gestort kapitaal verhoogd met de uitgiftepremies, de reserves en de overgedragen winst;
  58° "hefboomfinanciering" : elke methode waarmee de beheerder de positie van een door hem beheerde AICB vergroot, met geleend contant geld of geleende effecten, met derivatenposities of anderszins;
  59° "eigen vermogen" : het eigen vermogen in de zin van de artikelen 56 tot 67 van Richtlijn 2006/48/EG. Voor de toepassing van dit punt zijn de artikelen 13 tot 16 van Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen van overeenkomstige toepassing;
  60° "werknemersvertegenwoordigers" : de werknemersvertegenwoordigers als bedoeld in de Belgische of buitenlandse toepasselijke wetgeving of praktijk;
  61° "open raadpleging" : de procedure als bedoeld in artikel 2, 18°, van de wet van 2 augustus 2002;
  62° "ESMA" : de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority) zoals opgericht bij de Europese Verordening nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
  63° "ESRB" : het Europees Comité voor systeemrisico's (European Systemic Risk Board), zoals opgericht bij de Europese Verordening nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010;
  64° : "bevoegde autoriteiten" : de nationale autoriteiten van de lidstaten die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op (a) de AICB's en (b) de beheervennootschappen van AICB's;
  65° "bevoegde autoriteiten" in verband met een bewaarder :
  a) indien de bewaarder een kredietinstelling is waaraan uit hoofde van Richtlijn 2006/48/EG een vergunning is verleend, de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 4, 4), van die Richtlijn;
  b) indien de bewaarder een beleggingsonderneming is waaraan uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG een vergunning is verleend, de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 4, lid 1, 22), van die Richtlijn;
  c) indien de bewaarder onder een in artikel 21, lid 3, alinea 1, c), van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde categorie van instellingen valt, de nationale autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op dergelijke categorieën van instellingen;
  d) indien de bewaarder een in artikel 21, lid 3, alinea 3, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde entiteit is, de nationale autoriteiten van de lidstaat waar deze entiteit haar statutaire zetel heeft en die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op dergelijke entiteiten of op het officieel orgaan dat, krachtens de toepasselijke beroepsregels, bevoegd is voor de registratie van en het toezicht op deze entiteit;
  e) indien de bewaarder overeenkomstig artikel 21, lid 5, b), van Richtlijn 2011/61/EU is aangesteld als bewaarder van een AICB uit derde landen, en niet onder het toepassingsgebied van voornoemde punten a) tot en met d) valt, de relevante nationale autoriteiten van het derde land waar de bewaarder zijn statutaire zetel heeft;
  66° "bevoegde autoriteiten van een alternatieve instelling voor collectieve belegging uit de Europese Unie" : de nationale autoriteiten van een lidstaat die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de AICB's;
  67° "toezichthoudende autoriteiten" : wanneer dit begrip betrekking heeft op AICB's uit derde landen, de nationale autoriteiten van een derde land die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de AICB's;
  68° "toezichthoudende autoriteiten" : wanneer dit begrip betrekking heeft op beheerders van AICB's gevestigd in een derde land, de nationale autoriteiten van een derde land die, op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de beheerders van AICB's;
  69° "FSMA" : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
  70° "de Bank" : de Nationale Bank van België bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  71° "deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen" : deze wet, de besluiten en reglementen die respectievelijk door de Koning of de FSMA worden genomen krachtens de bepalingen van deze wet, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die zijn aangenomen door de Commissie krachtens de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU;
  72° [4 "wet van 7 december 2016": de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren;]4
  73° [4 "wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;]4
  74° "wet van 4 december 1990" : de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;
  75° "wet van 25 april 2014" : [1 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]1;
  76° [1 wet van 25 oktober 2016 : de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]1
  77° "wet van 22 februari 1998" : de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;
  78° "wet van 2 augustus 2002" : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  79° [2 ...]2;
  80° [9 "wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding aan het publiek van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;]9
  81° "wet van 2 mei 2007" : de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen;
  82° "wet van 16 februari 2009" : de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf;
  83° "koninklijk besluit van 3 juni 2007" : het koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten;
  84° "wet van 3 augustus 2012" : de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;
  [3 84° /1 "de wet van 21 november 2017 ": de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU;]3
  85° "Richtlijn 77/91/EEG" : de Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken;
  86° "Richtlijn 2002/14/EG" : de Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap;
  87° "Richtlijn 2003/41/EG" : de Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  88° "Richtlijn 2003/71/EG" : de Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
  89° "Richtlijn 2004/25/EG" : de Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod;
  90° "Richtlijn 2004/39/EG" : de Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
  91° "Richtlijn 2004/109/EG" : de Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;
  92° "Richtlijn 2006/43/EG" : de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;
  93° "Richtlijn 2006/48/EG" : de Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking);
  94° "Richtlijn 2006/49/EG" : de Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking);
  95° "Richtlijn 2006/73/EG" : Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde Richtlijn;
  96° "Richtlijn 2009/65/EG" : de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking);
  97° "Richtlijn 2011/61/EU" : de Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;
  98° "Verordening 583/2010" : de Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt;
  99° "Verordening 1092/2010" : de Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's;
  100° "Verordening 1095/2010" : de Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie;
  101° "Verordening 231/2013" : de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht;
  102° "Verordening 345/2013" : de Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen;
  103° "Verordening 346/2013" : de Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen.
  [2 104° "Verordening 2015/2365" : de Verordening 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;]2
  [4 105° "Verordening 2015/760": de Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen;]4
  [10 106° "Verordening 2017/1129": de Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van richtlijn 2003/71/EG;]10
  [5 107° "Verordening 2017/1131": de Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen.]5
  [6 105° "Verordening 1286/2014": de verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten.]6
  [7 108° "verordening 2017/2402": de verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de richtlijnen 2009/65/eg, 2009/138/eg en 2011/61/eu en de verordeningen (eg) nr. 1060/2009 en (eu) nr. 648/2012.]7
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 159, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 40, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (3)<W 2017-11-21/08, art. 147, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (4)<W 2018-07-11/06, art. 69,e,f,h,i, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>
  (5)<W 2018-07-11/06, art. 69,k, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>
  (6)<W 2018-07-30/47, art. 73, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
  (7)<W 2019-05-02/25, art. 167, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  (8)<W 2018-07-11/06, art. 69,a-69,d, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>
  (9)<W 2018-07-11/06, art. 69,g, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>
  (10)<W 2018-07-11/06, art. 69,j, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 4.§ 1. De verwijzingen naar deze wet, naar Richtlijn 2011/61/EU of naar één van de bepalingen van deze wet of die Richtlijn houden eveneens een verwijzing in naar de overeenstemmende bepalingen van de verordeningen en de technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen krachtens de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU.
  [1 § 2. Deze wet mag ook worden geciteerd onder het verkorte opschrift "AICB-wet".]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 41, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 5. § 1. Voor de toepassing van artikel 3, 27°, hebben de volgende aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter :
  1° de aanbiedingen van effecten die uitsluitend gericht zijn aan professionele beleggers;
  2° de aanbiedingen van effecten die gericht zijn aan minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn;
  3° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, die een totale tegenwaarde van ten minste 100.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen;
  4° de aanbiedingen van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die een totale tegenwaarde van ten minste 250.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen;
  5° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, met een nominale waarde per eenheid van ten minste 100.000 euro;
  6° de aanbiedingen van effecten met een totale tegenwaarde in de Europese Economische Ruimte van minder dan 100.000 euro die wordt berekend over een periode van 12 maanden.
  Bij doorverkoop van effecten die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 27°, vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is.
  § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 27°, b), kan de Koning het begrip "publiek" definiëren.
  § 3. Voor de toepassing van artikel 3, 7°, kan de Koning :
  1° definiëren wat dient te worden verstaan onder "private beleggers";
  2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private AICB.

  Art. 6. § 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op :
  1° de Belgische AICB's;
  2° de buitenlandse AICB's die in België worden verhandeld;
  ongeacht of het daarbij gaat om een instelling voor collectieve belegging met een vast of een veranderlijk aantal rechten van deelneming, en ongeacht of de instelling voor collectieve belegging bij overeenkomst, als trust of bij statuten is opgericht, dan wel een andere rechtsvorm bezit.
  § 2. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de beheerders van AICB's, ongeacht hun juridische structuur,
  1° naar Belgisch recht, die één of meer AICB's beheren, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen;
  2° naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die één of meer AICB's naar Belgisch recht beheren, of die één of meer AICB's in België verhandelen;
  3° die in een derde land gevestigd;
  (a) die één of meer AICB's uit de Europese Unie beheren en waarvoor België de referentielidstaat is; of
  (b) die één of meer AICB's naar Belgisch recht beheren zonder dat België de referentielidstaat is;
  4° die in een derde land zijn gevestigd;
  (a) en die in de Europese Economische Ruimte één of meer AICB's verhandelen, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen, en waarvoor België de referentielidstaat is; of
  (b) die in België een of meer AICB's verhandelen, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen, en waarvoor België niet de referentielidstaat is.

  Art. 7. Tenzij anders bepaald, is deze wet niet van toepassing op de volgende entiteiten :
  1° holdings;
  2° instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die onder Richtlijn 2003/41/EG vallen, inclusief, indien van toepassing, de vergunninghoudende entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het beheer van deze instellingen en in hun naam handelen, als bedoeld in artikel 2, lid 1, van die Richtlijn, of de uit hoofde van artikel 19, lid 1, van die Richtlijn aangewezen beleggingsbeheerders, voor zover die geen AICB's beheren;
  3° supranationale instellingen, zoals de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank, het Europese Investeringsfonds, de Europese ontwikkelingsfinancieringsinstellingen en bilaterale ontwikkelingsbanken, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en andere supranationale instellingen en vergelijkbare internationale organisaties, indien dergelijke instellingen of organisaties een of meer AICB's beheren en voor zover deze AICB's in het algemeen belang handelen;
  4° nationale centrale banken;
  5° nationale, regionale en lokale overheden, en andere organen of instellingen die fondsen ter ondersteuning van socialezekerheids- en pensioenstelsels beheren;
  6° werknemerswinstdelings- of werknemersspaarplannen;
  7° voor een bijzonder doel opgerichte effectiseringsstructuren, inclusief de instellingen voor belegging in schuldvorderingen beheerst door de wet van 3 augustus 2012.

  Art. 8. Tenzij anders is bepaald, is deze wet niet van toepassing op de beheerders die een of meer AICB's beheren waarvan de enige deelnemers de beheerder, de moeder- of dochtervennootschappen van de beheerder of andere dochtervennootschappen van deze moedervennootschappen zijn, voor zover geen van deze deelnemers zelf een AICB is.

  Art. 9. Alleen de beheerders naar Belgisch recht en de in België krachtens de bepalingen van deze wet werkzame beheerders naar buitenlands recht, mogen in België openbaar gebruik maken van de termen "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging", "beheerder van AICB", "abi-beheerder" of gelijkaardige benamingen, met name in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
  Indien gevaar voor verwarring bestaat, kan de FSMA eisen dat er een verklarende vermelding wordt toegevoegd aan de benaming van de beheerders naar buitenlands recht.

  Deel II. - GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE BEHEERDERS VAN ALTERNATIEVE INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING

  Boek I. - Beheerders naar belgisch recht

  TITEL I. - Algemeen toepasselijke bepalingen

  HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

  Art. 10. § 1. Met uitzondering van paragraaf 2 van dit artikel, is deze titel is van toepassing op :
  1° de beheerders naar Belgisch recht die één of meer AICB's beheren, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen; en
  2° voor zover de artikelen 134 en volgende daarin voorzien, op de in een derde land gevestigde beheerders (a) die één of meer AICB's uit de Europese Unie beheren en waarvoor België de referentielidstaat is of (b) die één of meer AICB's in de Europese Economische Ruimte verhandelen, ongeacht of het daarbij gaat om AICB's uit de Europese Unie dan wel uit derde landen, en waarvoor België de referentielidstaat is,
  voor zover zij niet onder de bepalingen van titel II van dit boek vallen.
  § 2. De beleggingsvennootschappen die niet over een eigen beleidsstructuur beschikken die voldoet aan de vereisten van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en de gemeenschappelijke beleggingsfondsen, moeten een beheervennootschap van AICB's aanstellen om het geheel van de in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken uit te oefenen.

  HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning

  Afdeling I. - Vergunning

  Art. 11.§ 1. Iedere beheerder naar Belgisch recht, moet, alvorens zijn werkzaamheden aan te vatten, een vergunning verkrijgen van de FSMA.
  De beheerders moeten te allen tijde voldoen aan de vergunningsvoorwaarden van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  De vergunning is geldig voor alle lidstaten.
  § 2. De AICB's mogen geen andere werkzaamheden verrichten dan de uitoefening van de in artikel 3, 41° bedoelde taken voor eigen rekening.
  Een beheervennootschap van AICB's mag geen andere werkzaamheden verrichten dan deze bedoeld in artikel 3, 41°, en, voor zover haar de door de wet vereiste vergunning is verleend, [2 in artikel 3, 22°, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen]2 [1 ...]1.
  In afwijking van het vorige lid mag een beheervennootschap van AICB's de volgende diensten verrichten :
  a) het, op grond van een door de belegger gegeven opdracht, per cliënt en op discretionaire basis beheren van beleggingsportefeuilles, met inbegrip van die van pensioenfondsen en instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
  b) als nevendiensten :
  i) het beleggingsadvies;
  ii) de bewaring en administratie van rechten van deelneming uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging;
  iii) het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot financiële instrumenten.
  § 3. Het is de beheervennootschappen van AICB's niet toegestaan om
  1° uitsluitend de in § 2, derde lid, vermelde diensten te verrichten;
  2° de in § 2, derde lid, b), vermelde nevendiensten te verrichten, zonder tegelijkertijd ook toestemming te hebben om de in § 2, derde lid, a), vermelde diensten te verrichten;
  3° alleen de in artikel 3, 41°, c), d) en e), bedoelde werkzaamheden te verrichten;
  4° de in artikel 3, 41°, a), bedoelde diensten te verrichten zonder de in artikel 3, 41°, b), bedoelde diensten te verrichten of vice versa.
  § 4. De beheerders verstrekken de FSMA de informatie die zij nodig heeft om zich er steeds van te kunnen vergewissen dat aan de in deze titel gestelde voorwaarden wordt voldaan.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 42, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-11/06, art. 70, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 12. Van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen wordt niet verlangd dat zij een vergunning uit hoofde van deze wet aanvragen om, met betrekking tot AICB's, beleggingsdiensten, zoals het beheer van individuele beleggingsportefeuilles, te mogen verrichten. De beleggingsondernemingen en de kredietinstellingen kunnen evenwel slechts rechtstreeks of onrechtstreeks rechten van deelneming in AICB's aanbieden aan in de Europese Economische Ruimte gevestigde beleggers, of deze rechten van deelneming beleggen bij beleggers die gevestigd zijn in de Europese Economische Ruimte voor zover de rechten van deelneming overeenkomstig deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen mogen worden verhandeld.

  Art. 13. § 1. Bij de vergunningsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat aan de door deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen opgelegde voorwaarden is voldaan.
  § 2. De beheerder die een vergunning aanvraagt, verstrekt de FSMA de volgende informatie over zichzelf :
  1° informatie over zijn effectieve leiders;
  2° informatie over de identiteit van zijn rechtstreekse of onrechtstreekse aandeelhouders of vennoten, natuurlijke of rechtspersonen, die daarin een gekwalificeerde deelneming bezitten, alsook over het bedrag van die deelneming;
  3° een programma van werkzaamheden waarin zijn organisatiestructuur wordt vermeld, inclusief informatie over de wijze waarop hij denkt te voldoen aan zijn verplichtingen krachtens deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  4° informatie over zijn verloningsbeleid en -praktijken als bedoeld in de artikelen 40 en volgende;
  5° in voorkomend geval, informatie over de getroffen regelingen inzake de delegatie en subdelegatie van de in de artikelen 29 en volgende bedoelde taken aan derden.
  Voor elke AICB die hij voornemens is te beheren, verstrekt de beheerder de volgende inlichtingen :
  1° informatie over de beleggingsstrategieën, met inbegrip van de soorten onderliggende fondsen, als de AICB een dakfonds is;
  2° gegevens over zijn beleid met betrekking tot het gebruik van hefboomfinanciering en de risicoprofielen van de AICB's die hij beheert of wil beheren, waaronder informatie over de lidstaten of derde landen waar die AICB's zijn gevestigd of zich denken te gaan vestigen;
  3° informatie over de vestigingsplaats van de master, als de betrokken AICB een feeder is;
  4° het reglement of de statuten van elke AICB die de beheerder wil beheren;
  5° informatie over de regelingen voor de aanstelling van zijn bewaarder als bedoeld in de artikelen 51 en volgende voor elke AICB die de beheerder wil beheren;
  6° alle bijkomende informatie als bedoeld in artikel 68 voor elke AICB die de beheerder wil beheren.
  De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de vergunningsaanvraag.
  § 3. Wanneer een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG over een vergunning beschikt uit hoofde van de wet van 3 augustus 2012, en zij uit hoofde van deze wet een aanvraag indient voor een vergunning als beheerder, mag de FSMA niet verlangen dat die beheerder informatie of stukken verstrekt die hij reeds heeft verstrekt toen hij een vergunning aanvroeg uit hoofde van de wet van 3 augustus 2012, op voorwaarde dat die informatie of stukken nog actueel zijn.

  Art. 14. De desbetreffende bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten worden vooraf geraadpleegd over het verlenen van een vergunning aan de volgende beheerders :
  1° een dochtervennootschap van een andere beheerder, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van een beleggingsonderneming, van een kredietinstelling of van een verzekeringsonderneming, waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
  2° een dochtervennootschap van de moedervennootschap van een andere beheerder, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van een beleggingsonderneming, van een kredietinstelling of van een verzekeringsonderneming, waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; en
  3° een vennootschap die wordt gecontroleerd door dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die de controle uitoefenen over een andere beheerder, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming, waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend.

  Art. 15. Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een beheervennootschap die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.

  Art. 16. § 1. De FSMA stelt de aanvrager er binnen drie maanden na de indiening van een volledige aanvraag schriftelijk van in kennis of de vergunning toegekend dan wel geweigerd is. De FSMA kan deze termijn met maximaal drie maanden verlengen als zij dit, gezien de specifieke omstandigheden van het dossier, nodig acht en zij de aanvrager hiervan op de hoogte heeft gebracht.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt een aanvraag als volledig beschouwd indien de beheerder ten minste de in artikel 13, § 2, eerste lid, 1° tot 4°, en 13, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde gegevens heeft verstrekt.
  De beheerders mogen AICB's met overeenkomstig artikel 13, § 2, tweede lid, 1°, in hun vergunningsaanvraag omschreven beleggingsstrategieën gaan beheren zodra hun de vergunning is verleend, maar niet vroeger dan één maand nadat zij de in artikel 13, § 2, tweede lid, 4°, 5° en 6°, bedoelde ontbrekende gegevens hebben verstrekt.
  De vergunningsaanvraag wordt geacht te zijn verworpen als de FSMA geen uitspraak heeft gedaan binnen een termijn van zes maanden na indiening van een volledige aanvraag.
  § 2. De FSMA informeert de ESMA en de Bank driemaandelijks over de conform dit hoofdstuk verleende vergunningen.

  Art. 17. De FSMA kan de reikwijdte van de vergunning beperken, met name ten aanzien van de uitoefening van bepaalde beheertaken, het verstrekken van bepaalde beleggingsdiensten en de beleggingsstrategieën van de AICB's die de beheerder mag beheren of zij kan bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden koppelen aan de vergunning.

  Art. 18. § 1. De beheerder stelt de FSMA vooraf in kennis van elke belangrijke wijziging in de voorwaarden waaronder de vergunning voor het eerst is verleend, met name belangrijke wijzigingen met betrekking tot de overeenkomstig artikel 13 verstrekte informatie.
  § 2. Indien de FSMA beslist om beperkingen op te leggen of die wijzigingen af te wijzen, brengt zij de beheerder daarvan, binnen een maand na ontvangst van deze kennisgeving, op de hoogte.
  De FSMA kan deze termijn met maximaal één maand verlengen als zij dit, gezien de specifieke omstandigheden van het dossier, nodig acht en zij de beheerder hiervan op de hoogte heeft gebracht.
  De wijzigingen worden doorgevoerd indien de FSMA ze niet afwijst binnen de vastgestelde beoordelingstermijn.

  Art. 19. De FSMA stelt een lijst op van de beheerders waaraan krachtens deze titel een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Wat de beheerders betreft die de hoedanigheid hebben van beheervennootschap, vermeldt de lijst de van de beheerders de in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken en de in artikel 3, 43°, bedoelde beleggingsdiensten, die de beheerder mag verrichten. Tevens vermeldt zij of de beheerder zijn werkzaamheden overeenkomstig hoofdstuk IV op het grondgebied van andere lidstaten uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten.
  De lijst kan in rubrieken en subrubrieken worden onderverdeeld.

  Afdeling II. - Vergunningsvoorwaarden

  Onderafdeling I. - Algemene bepalingen

  Art. 20. De FSMA verleent enkel een vergunning als zij ervan overtuigd is dat de beheerder voldoet aan de voorwaarden van dit hoofdstuk en in staat zal zijn om te voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk III.

  Art. 21. De FSMA weigert de vergunning wanneer de daadwerkelijke uitoefening van haar toezichthoudende taken wordt belemmerd door :
  1° nauwe banden tussen de beheerder en andere natuurlijke of rechtspersonen;
  2° de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op natuurlijke of rechtspersonen waarmee de beheerder nauwe banden heeft;
  3° moeilijkheden in verband met de handhaving van die wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen.

  Onderafdeling II. - Aanvangskapitaal en eigen vermogen

  Art. 22. § 1. Een in deze titel bedoelde AICB beschikt over een aanvangskapitaal van ten minste 300.000 EUR.
  Een beheervennootschap van AICB's beschikt, conform dit artikel, over een aanvangskapitaal van ten minste 125.000 EUR.
  § 2. Wanneer de waarde van de door de beheerder beheerde portefeuilles van AICB's meer dan 250.000.000 EUR bedraagt, moet het eigen vermogen worden verhoogd met 0,02 % van het bedrag waarmee de waarde van de portefeuille 250.000 000 EUR overtreft, met dien verstande echter dat de vereiste som van het aanvangskapitaal en het extra bedrag niet meer mogen bedragen dan 10.000.000 EUR.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden als portefeuilles van de beheerder beschouwd, de door de beheerder beheerde AICB's, met inbegrip van diegene waarvoor de beheerder een of meer beheertaken heeft gedelegeerd overeenkomstig de artikelen 29 en volgende, geacht de portefeuilles van de beheerder te zijn, maar met uitsluiting van de portefeuilles van de AICB's die de beheerder op grond van een delegatie beheert.
  § 3. Ongeacht paragraaf 2 bedraagt het eigen vermogen van de beheerder nooit minder dan het bedrag dat vereist is uit hoofde van artikelen 6, 3° en 7, § 2 van het reglement van 28 augustus 2007 van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen op het eigen vermogen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging.
  § 4. Het is de beheerders toegestaan niet te voorzien in tot 50 % van het in paragraaf 2 bedoelde extra bedrag aan eigen vermogen indien zij voor hetzelfde bedrag een garantie genieten van een kredietinstelling of verzekeringsonderneming waarvan de statutaire zetel is gevestigd in een lidstaat of in een derde land waar die kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan prudentiële regels die, naar het oordeel van de FSMA, gelijkwaardig zijn aan de in het Unierecht vastgestelde regels.
  § 5. Ter dekking van mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico's die voortvloeien uit de werkzaamheden die de beheerders krachtens deze wet mogen verrichten, moeten zowel de beheervennootschappen als de instellingen voor collectieve belegging die niet door een beheervennootschap worden beheerd :
  1° ofwel over een bedrag aan bijkomend eigen vermogen beschikken dat mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico's als gevolg van beroepsnalatigheid kan dekken;
  2° ofwel een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering afsluiten voor aansprakelijkheid als gevolg van beroepsnalatigheid, die bij de gedekte risico's past.
  § 6. Het eigen vermogen, met inbegrip van het in § 5, 1°, bedoelde eigen vermogen, moet worden belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet, en mag geen speculatieve posities omvatten.

  Art. 23. De bepalingen van artikel 22, §§ 1 tot 4, zijn niet van toepassing op de beheerders die ook beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG zijn.

  Onderafdeling III. - Aandeelhouderschap

  Art. 24. De aandeelhouders van de beheervennootschap van AICB's die een gekwalificeerde deelneming bezitten, zijn geschikt in het licht van de noodzaak om een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap te garanderen.

  Onderafdeling IV. - Leiders

  Art. 25. § 1. De effectieve leiding van de beheerder moet aan ten minste twee personen worden toevertrouwd; zij moeten over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die door de door de beheerder beheerde AICB's worden gevolgd.
  § 2. De identiteit van de effectieve leiders van de beheerder, alsook van iedere persoon die hen in hun functies opvolgt, moet onmiddellijk aan de FSMA worden gemeld.

  Onderafdeling V. - Organisatie

  Art. 26. De beheerder beschikt te allen tijde over adequate en voldoende personele en technische middelen om het beheer van de beheerde AICB's naar behoren te kunnen uitvoeren.
  Mede in het licht van de aard van de door hem beheerde AICB's, beschikt de beheerder over solide administratieve en boekhoudkundige procedures.
  De beheerder werkt controle- en beveiligingsvoorschriften op het vlak van de elektronische informatieverwerking en adequate internecontroleprocedures uit, met name met inbegrip van regels voor de persoonlijke transacties van zijn medewerkers en voor het aanhouden of beheren van beleggingen met het oog op het beleggen voor eigen rekening, zodat op zijn minst wordt gewaarborgd dat elke transactie waarbij de AICB's betrokken zijn, kan worden gereconstrueerd wat betreft zijn oorsprong, de betrokken partijen, zijn aard, alsook het tijdstip waarop en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, en dat de activa van de door de beheerder beheerde AICB's worden belegd conform het reglement of de statuten van de betrokken AICB en de vigerende wettelijke bepalingen.

  Art. 27. § 1. De beheerder van AICB's zorgt voor een functionele en hiërarchische scheiding tussen, enerzijds, de risicobeheerfuncties en, anderzijds, de taken van de uitvoerende afdelingen, met inbegrip van de taken in verband met het portefeuillebeheer.
  De FSMA toetst deze functionele en hiërarchische scheiding van de risicobeheerfuncties overeenkomstig het eerste lid in het licht van het evenredigheidsbeginsel.
  De beheerder kan te allen tijde aantonen dat zij specifieke beschermingsmaatregelen tegen belangenconflicten hanteert die de onafhankelijke werking van de risicobeheeractiviteiten waarborgen, en dat de risicobeheerprocedures met een constante doeltreffendheid aan de vereisten van dit artikel voldoen.
  § 2. De beheerder implementeert passende risicobeheersystemen om alle relevante risico's die met elke beleggingsstrategie van de door hem beheerde AICB's verbonden zijn, en waaraan elke door hem beheerde AICB blootstaat of kan blootstaan, op afdoende wijze vast te stellen, te meten, te beheren en te bewaken.
  In het bijzonder vertrouwt de beheerder voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de AICB's niet uitsluitend of mechanisch op ratings, uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus.
  Met inachtneming van de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de AICB's, houdt de FSMA toezicht op de toereikendheid van de kredietbeoordelingsprocessen van de beheerders, beoordeelt zij het gebruik van verwijzingen naar in het vorige lid bedoelde ratings in het beleggingsbeleid van de AICB's, en moedigt zij, indien passend, de beperking van de impact van dergelijke verwijzingen aan, met als doel het verminderen van het uitsluitend en mechanisch vertrouwen op dergelijke ratings.

  Art. 28. Voor elke AICB die hij beheert en die geen AICB met een vast aantal rechten van deelneming zonder hefboomfinanciering is, maakt de beheerder gebruik van een passend liquiditeitsbeheersysteem en stelt hij procedures vast die hem in staat stellen zijn liquiditeitsrisico te bewaken en te waarborgen dat het liquiditeitsprofiel van de beleggingen van de AICB in overeenstemming is met zijn onderliggende verplichtingen.

  Art. 29. § 1. De beheerder mag het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van de beheertaken in de zin van artikel 3, 41°, op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst aan een derde toevertrouwen, als met name aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de beslissing om bepaalde beheertaken door een derde te laten uitoefenen moet vooraf ter kennis worden gebracht van de FSMA; in die kennisgeving moet zijn aangetoond dat aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan;
  2° de beheerder moet zijn hele delegatiestructuur met objectieve argumenten kunnen verklaren;
  3° de gedelegeerde moet over voldoende middelen beschikken om de betrokken taken te kunnen vervullen en zijn effectieve leiders moeten over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken;
  4° als de delegatie het portefeuille- of risicobeheer betreft, mag het mandaat alleen worden verleend aan instellingen die, voor het beheer van activa, een vergunning hebben of zijn geregistreerd, en die aan toezicht zijn onderworpen, of, wanneer niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan, uitsluitend op voorwaarde dat de FSMA daartoe vooraf toestemming heeft verleend;
  5° wanneer de delegatie het portefeuille- of risicobeheer betreft en aan een onderneming uit een derde land is verleend, moet niet alleen worden voldaan aan de vereisten onder 4°, maar moet bovendien voor samenwerking worden gezorgd tussen de FSMA en de autoriteit die toezicht houdt op de onderneming;
  6° de delegatie mag geen belemmering vormen voor een passend toezicht op de beheerder en mag met name niet verhinderen dat de beheerder handelt, of dat de AICB's worden beheerd, in het beste belang van de deelnemers;
  7° de beheerder moet kunnen aantonen dat de gedelegeerde gekwalificeerd is en in staat is om de betrokken taken te vervullen, dat de gedelegeerde met de grootste zorg is gekozen en dat de beheerder in staat is om de gedelegeerde taken efficiënt en voortdurend in het oog te houden, de gedelegeerde te allen tijde verdere instructies te geven en de delegatie met onmiddellijke ingang te herroepen wanneer dat in het belang van de deelnemers is.
  De beheerder onderwerpt de diensten van iedere gedelegeerde doorlopend aan een evaluatie.

  Art. 30. Het portefeuille- of risicobeheer mag niet worden gedelegeerd aan :
  1° de bewaarder of een gedelegeerde van de bewaarder; of
  2° om het even welke andere entiteit waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met die van de beheerder of met die van de deelnemers in de AICB, tenzij deze entiteit de verrichting van zijn portefeuille- of risicobeheer functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn andere, mogelijkerwijs conflicterende taken, en de potentiële belangenconflicten naar behoren zijn geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers in de AICB.

  Art. 31. Het feit dat de beheerder de uitoefening van bepaalde, in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken aan een derde heeft toevertrouwd, en dat die taken, in voorkomend geval, door de gedelegeerde zijn gesubdelegeerd, heeft geen impact op de aansprakelijkheid van de beheerder.
  Het is de beheerder niet toegestaan zijn beheertaken in die mate te delegeren dat hij in wezen niet meer als de beheerder van de AICB kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.

  Art. 32. De gedelegeerde mag elke aan hem gedelegeerde taak subdelegeren, als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de beheerder heeft op voorhand ingestemd met de subdelegatie;
  2° de beheerder heeft de FSMA op de hoogte gebracht van de subdelegatieregelingen vóór ze van kracht werden;
  3° er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 29, met dien verstande dat alle verwijzingen naar "de gedelegeerde" als verwijzingen naar "de subgedelegeerde" moeten worden gelezen.
  Artikel 30 is van overeenkomstige toepassing.
  De betrokken gedelegeerde onderwerpt de diensten van iedere subgedelegeerde doorlopend aan een evaluatie.
  Wanneer de subgedelegeerde een of meer van de hem toevertrouwde taken verder delegeert, zijn de bepalingen van het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  Art. 33.De beheervennootschap van AICB's die de in artikel 3, 43°, bedoelde diensten verricht, conformeert zich aan [2 Artikel 25, § 1, 2°, 3°, 7° en 9°, en de artikelen 26 en 26/1 van de wet van 25 oktober 2016 en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten]2.
  Een beheervennootschap mag geen gelddeposito's, noch gelden of financiële instrumenten in ontvangst nemen die toebehoren aan haar klanten of aan AICB's die zij beheert.
  De bewaring van de tegoeden die toebehoren aan AICB's geschiedt overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
  De bewaring van de beheerde tegoeden die toebehoren aan klanten, moet worden toevertrouwd aan een andere bewaarder dan de beheervennootschap; voor contanten en financiële instrumenten moet deze bewaarder een beleggingsonderneming zijn met een vergunning voor het bewaren van gelden of financiële instrumenten, dan wel een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of een bijkantoor heeft in België.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 160, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2017-11-21/08, art. 148, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Onderafdeling VI. - Hoofdbestuur

  Art. 34. Het hoofdbestuur en de maatschappelijke zetel van de beheerder zijn gevestigd in België.

  Onderafdeling VII. - Cliëntenbescherming

  Art. 35.De beheervennootschap van AICB's die de in artikel 11, § 2, derde lid bedoelde diensten mag verrichten, moet aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling bedoeld in [1 titel IV van de wet van 25 oktober 2016]1.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 161, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  HOOFDSTUK III. - Bedrijfsuitoefening

  Afdeling I. - Bepalingen die van toepassing zijn op de beheerder

  Onderafdeling I. - Algemene beginselen

  Art. 36. Wanneer een beheervennootschap van AICB's of een andere entiteit die voor haar rekening optreedt, deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de door haar beheerde AICB, niet kan naleven, stelt zij de FSMA en, indien van toepassing, de bevoegde autoriteiten van de betrokken AICB daarvan onmiddellijk in kennis.
  De FSMA eist dat de beheervennootschap de nodige corrigerende maatregelen neemt.
  Indien de beheervennootschap, ondanks de in het vorige lid bedoelde maatregelen, de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet naleeft, eist de FSMA dat de beheervennootschap als beheervennootschap van de AICB wordt vervangen.
  Zolang de vervanging niet heeft plaatsgevonden, mag de AICB niet meer in de Europese Economische Ruimte worden verhandeld. De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheervennootschap daarvan onmiddellijk in kennis.

  Art. 37. § 1. De beheerder voldoet te allen tijde aan de volgende voorschriften :
  a) hij gaat bij de uitoefening van zijn werkzaamheden billijk, loyaal en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te werk;
  b) hij zet zich in voor de belangen van de AICB's of de deelnemers in de AICB's die hij beheert, en voor de integriteit van de markt;
  c) hij beschikt over en maakt doeltreffend gebruik van de middelen en procedures die nodig zijn voor een deugdelijke uitoefening van zijn commerciële werkzaamheden;
  d) hij neemt alle redelijke maatregelen om belangenconflicten te vermijden, en als belangenconflicten onvermijdelijk zijn, om ze te identificeren, te beheren en te controleren en, in voorkomend geval, bekend te maken, met als doel te voorkomen dat die de belangen van de door hem beheerde AICB's en die van hun deelnemers zouden schaden, en om ervoor te zorgen dat de door hem beheerde AICB's op billijke wijze worden behandeld;
  e) hij voldoet aan alle voor de uitoefening van zijn commerciële werkzaamheden geldende reglementaire voorschriften, zodat ze de belangen van de door hem beheerde AICB's en die van hun deelnemers optimaal kunnen behartigen, en de integriteit van de markt bevorderd wordt;
  f) hij behandelt alle deelnemers in de door hem beheerde AICB's billijk.
  Geen enkele deelnemer van de door de beheerder beheerde AICB mag een voorkeursbehandeling krijgen, tenzij deze voorkeursbehandeling in het reglement of de statuten van de betrokken AICB wordt vermeld.
  § 2. De beheervennootschap van AICB's waarvan de vergunning ook het portefeuillebeheer op discretionaire basis bestrijkt, mag de portefeuille van een cliënt niet geheel of gedeeltelijk beleggen in rechten van deelneming in door haar beheerde AICB's, zonder de voorafgaande algemene toestemming van de cliënt.

  Art. 38. Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beheerder en de bewaarder loyaal, billijk, professioneel, onafhankelijk en in het belang van de AICB en de deelnemers in de AICB.

  Art. 39.De beheervennootschap van AICB's die de in artikel 3, 43°, bedoelde diensten verricht, conformeert zich aan [1 artikel 27, §§ 1 tot 3, en 5 tot 9, artikel 27bis en artikel 27ter, §§ 1 tot 7,]1 van de wet van 2 augustus 2002.
  ----------
  (1)<W 2017-11-21/08, art. 149, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Onderafdeling II. - Verloning

  Art. 40. De beheerder beschikt over een verloningsbeleid en -praktijken voor de categorieën van medewerkers, inclusief de medewerkers die een hogere leidinggevende, risiconemende en controlefunctie uitoefenen, en alle andere medewerkers van wie de totale verloning hen in dezelfde verloningsschaal plaatst als de hogere leidinggevende en risiconemende medewerkers, en van wie de beroepswerkzaamheden een wezenlijke impact hebben op het risicoprofiel van de beheerder of van de door hem beheerde AICB's.
  Het verloningsbeleid en de verloningspraktijken als bedoeld in het eerste lid moeten in overeenstemming zijn met en bijdragen tot een degelijk en doeltreffend risicobeheer, en niet aanmoedigen tot het nemen van risico's die onverenigbaar zijn met het risicoprofiel, het reglement of de statuten van de door de beheerder beheerde AICB's.

  Art. 41. Bij de vaststelling en toepassing van het totale verloningsbeleid, met inbegrip van de salarissen en de discretionaire pensioenuitkeringen, voor de in artikel 40 bedoelde categorieën van medewerkers, neemt de beheerder de volgende beginselen in acht op een wijze en in een mate die aansluiten bij zijn omvang en zijn interne organisatie en bij de aard, reikwijdte en complexiteit van zijn activiteiten :
  1° het verloningsbeleid is in overeenstemming met en draagt bij tot een degelijk en doeltreffend risicobeheer en moedigt niet aan tot het nemen van risico's die onverenigbaar zijn met het risicoprofiel, het reglement of de statuten van de door hem beheerde AICB's;
  2° het verloningsbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, doelstellingen, waarden en belangen van de beheerder, van de door hem beheerde AICB's en van de deelnemers in de AICB's, en omvat ook maatregelen die belangenconflicten moeten vermijden;
  3° het wettelijk bestuursorgaan van de beheerder stelt bij de uitoefening van zijn toezichtsopdracht de algemene beginselen van het verloningsbeleid vast, toetst deze op gezette tijden en is verantwoordelijk voor de toepassing ervan;
  4° de toepassing van het verloningsbeleid wordt ten minste eenmaal per jaar aan een centrale en onafhankelijke interne beoordeling onderworpen om ze te toetsen aan het verloningsbeleid en de verloningsprocedures die het wettelijk bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn toezichtsopdracht heeft gehanteerd;
  5° bij controlefuncties betrokken medewerkers worden vergoed overeenkomstig de verwezenlijking van de met hun functies samenhangende doelstellingen, ongeacht de prestaties van de door hen gecontroleerde bedrijfsactiviteiten;
  6° het remuneratiecomité houdt, in voorkomend geval, rechtstreeks toezicht op de verloning van hogere leidinggevende personeelsleden die risicobeheer- en compliancefuncties uitoefenen;
  7° wanneer de verloning prestatiegerelateerd is, is het totale bedrag van de verloning gebaseerd op een combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken persoon en het betrokken bedrijfsonderdeel of van de betrokken AICB, en van de resultaten van de betrokken beheerder als een geheel. Bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties worden overigens zowel financiële als niet-financiële criteria gehanteerd;
  8° de prestaties worden beoordeeld in een meerjarenkader dat aangepast is aan de levenscyclus van de door de beheerder beheerde AICB's, om te garanderen dat het beoordelingsproces gebaseerd is op langetermijnprestaties en dat de effectieve betaling van prestatiegerelateerde verloningscomponenten gespreid is over een periode die strookt met het terugbetalingsbeleid van de beheerde AICB's en de desbetreffende beleggingsrisico's;
  9° de gegarandeerde variabele verloning heeft een uitzonderlijk karakter, is enkel van toepassing bij de indienstneming van nieuwe personeelsleden en blijft beperkt tot het eerste jaar;
  10° de vaste en variabele componenten van de totale verloning zijn evenwichtig verdeeld; het aandeel van de vaste component in het totale verloningspakket is groot genoeg om een flexibel beleid te kunnen voeren inzake variabele verloningscomponenten, inclusief de mogelijkheid om geen variabele verloningscomponent uit te betalen;
  11° de vergoedingen bij de vervroegde opzegging van een arbeidsovereenkomst hangen samen met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zijn zodanig geconcipieerd dat falen niet wordt beloond;
  12° de beoordeling van prestaties, als basis voor de berekening van de variabele componenten van de individuele of collectieve verloning, omvat een breed correctiemechanisme om rekening te kunnen houden met alle relevante soorten actuele en toekomstige risico's;
  13° afhankelijk van de rechtsvorm van de AICB en haar reglement of statuten, bestaat een substantieel deel, in elk geval ten minste 50 % van de variabele verloningscomponent, uit rechten van deelneming in de AICB, of uit een equivalente deelneming, of uit aan rechten van deelneming verbonden instrumenten, of uit equivalente niet-geldelijke instrumenten, tenzij het beheer van de AICB's minder dan 50 % vertegenwoordigt van de totale, door de beheerder beheerde portefeuille, waarbij de minimumdrempel van 50 % niet geldt.
  Voor de in dit punt bedoelde instrumenten geldt een passend aanhoudbeleid om de stimulansen te laten aansluiten op de belangen van de beheerder en van de door hem beheerde AICB's en op die van de deelnemers. De Koning kan de ter zake geldende regels verduidelijken bij besluit genomen op advies van de FSMA.
  Dit punt is zowel van toepassing op het gedeelte van de variabele verloningscomponent waarvan de uitkering overeenkomstig punt 14° wordt uitgesteld, als op het gedeelte van de variabele verloningscomponent waarvan de uitkering niet wordt uitgesteld;
  14° een aanzienlijk deel, in elk geval ten minste 40 % van de variabele verloningscomponent, wordt pas uitgekeerd na een periode die aangepast is aan de levenscyclus en het terugbetalingsbeleid van de betrokken AICB. Dat deel is op passende wijze afgestemd op de aard van de door de betrokken AICB gelopen risico's.
  De in dit punt bedoelde periode moet minimum drie tot vijf jaar bedragen, tenzij de levenscyclus van de AICB korter is. Verloning volgens een spreidingsregeling wordt niet sneller verworven dan een betaling naar rato. Indien de variabele verloningscomponent een bijzonder hoog bedrag is, wordt minstens 60 % daarvan met uitstel uitgekeerd;
  15° de variabele verloning, inclusief het uitgestelde deel ervan, wordt alleen uitgekeerd of definitief verworven als het betrokken bedrag verenigbaar is met de financiële situatie van de beheerder als een geheel, en billijk is gelet op de prestaties van de bedrijfseenheid, de AICB en de persoon in kwestie.
  De totale variabele verloning wordt aanzienlijk verlaagd als de financiële prestaties van de beheerder of de AICB minder goed of negatief zijn, zowel rekening houdend met de huidige verloning als met de vermindering van de uitbetalingen van eerder verdiende bedragen, onder meer door middel van malus- of terugvorderingsregelingen;
  16° het pensioenbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, doelstellingen, waarden en langetermijnbelangen van de beheerder en de door hem beheerde AICB's.
  Indien de werknemer de dienst van de beheerder vóór zijn pensionering verlaat, moeten de discretionaire pensioenuitkeringen gedurende een termijn van vijf jaar door de beheerder worden aangehouden in de vorm van in punt 13° omschreven instrumenten. Wanneer een werknemer de pensioenleeftijd bereikt, dienen hem discretionaire pensioenuitkeringen te worden betaald in de vorm van de in punt 13° omschreven instrumenten, onder voorbehoud van een aanhoudperiode van vijf jaar;
  17° het personeel dient zich ertoe te verbinden geen gebruik te maken van persoonlijke hedgingstrategieën of aan verloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekeringen om de in hun verloningsregelingen ingebedde risicobeheereffecten te ondermijnen;
  18° variabele verloningen worden niet uitgekeerd door middel van vehikels of methoden die het omzeilen van de vereisten van deze wet vergemakkelijken.

  Art. 42. De in artikel 41 vermelde beginselen zijn van toepassing op alle soorten door de beheerder uitgekeerde verloningen, op alle door de AICB zelf uitgekeerde bedragen, met inbegrip van de carried interest, en op alle overdrachten van rechten van deelneming in de AICB, ten gunste van de in artikel 40, eerste lid, bedoelde categorieën van medewerkers.

  Art. 43. De beheerders die significant zijn qua omvang of qua omvang van de door hen beheerde AICB's, qua interne organisatie en qua aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden, stellen een remuneratiecomité in.
  Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over verloningsbeleid en -praktijken en over de voor het risicobeheer gecreëerde stimulansen.
  Het remuneratiecomité is verantwoordelijk voor de voorbereiding van beslissingen over verloning, met name van beslissingen die gevolgen hebben voor het risico en het risicobeheer van de beheerder of van de betrokken AICB, en die het wettelijkbestuursorgaan bij de uitoefening van zijn toezichtsopdracht moet nemen.
  Het remuneratiecomité wordt voorgezeten door een lid van het wettelijkbestuursorgaan dat geen uitvoerende functie uitoefent bij de betrokken beheerder. De leden van het remuneratiecomité zijn leden van het wettelijkbestuursorgaan, die geen uitvoerende functie uitoefenen bij de betrokken beheerder.

  Onderafdeling III. - Belangenconflicten

  Art. 44. De beheerder neemt alle redelijke maatregelen om belangenconflicten te identificeren die zich bij het beheer van AICB's voordoen tussen :
  1° de beheerder, met inbegrip van zijn bestuurders, werknemers of andere personen die rechtstreeks of onrechtstreeks met hem verbonden zijn door een controleband, en de door de beheerder beheerde AICB of de deelnemers van die AICB;
  2° de AICB of de deelnemers in die AICB en een andere AICB of de deelnemers van die andere AICB;
  3° de AICB of de deelnemers in die AICB en een andere cliënt van de beheerder;
  4° de AICB of de deelnemers in die AICB en een door de beheervennootschap beheerde instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, of de deelnemers van die instelling voor collectieve belegging; of
  5° twee cliënten van de beheerder.
  De beheerder hanteert en handhaaft doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen, met als doel alle redelijke maatregelen te kunnen nemen om belangenconflicten te identificeren, voorkomen, beheren en controleren, met als doel te voorkomen dat die de belangen van de AICB's die hij beheert en die van hun deelnemers zouden schaden.
  De beheerder houdt, binnen zijn bedrijf, de taken en verantwoordelijkheden gescheiden die als onderling onverenigbaar kunnen worden beschouwd of aanleiding kunnen geven tot systematische belangenconflicten. De beheerder gaat na of de omstandigheden van zijn bedrijfsuitoefening tot andere belangrijke belangenconflicten kunnen leiden, en stelt de deelnemers van de AICB's daarvan in kennis.

  Art. 45. Als de organisatorische en administratieve regelingen die een beheerder heeft getroffen om belangenconflicten te identificeren, voorkomen, beheren en controleren, niet volstaan om met redelijke zekerheid te kunnen aannemen dat het risico zal worden voorkomen dat de belangen van de deelnemers van de door hem beheerde AICB's worden geschaad, brengt de beheerder de deelnemers in duidelijke bewoordingen op de hoogte van de algemene aard of de oorzaken van belangenconflicten alvorens voor hen zaken te doen, en stelt zij aangepaste beleidslijnen en procedures op.

  Art. 46. Wanneer de beheerder, voor rekening van een door hem beheerde AICB, gebruik maakt van de diensten van een prime broker, moeten de ter zake geldende voorwaarden in een schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd.
  In die overeenkomst moeten met name alle mogelijkheden voor de overdracht en het hergebruik van de activa van de AICB worden vastgelegd; die mogelijkheden moeten aan het reglement of de statuten van de AICB voldoen.
  Voorts bepaalt de overeenkomst dat de bewaarder op de hoogte moet worden gebracht van de sluiting ervan.
  De beheerder betracht bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding bij de selectie en aanwijzing van de prime brokers met wie hij een overeenkomst zal sluiten.

  Onderafdeling IV. - Risicobeheer

  Art. 47. § 1. De beheerder toetst de risicobeheersystemen met een passende frequentie, en ten minste eenmaal per jaar, en past ze, zo nodig, aan.
  § 2. De beheerder zorgt er in elk geval voor dat :
  1° hij, naargelang van de beleggingsstrategie, de doelstellingen en het risicoprofiel van de AICB, een passende, gedocumenteerde en geregeld bijgewerkte due-diligenceprocedure implementeert wanneer hij belegt voor rekening van de door hem beheerde AICB;
  2° de risico's van elke beleggingspositie van de AICB en de algemene gevolgen ervan voor de portefeuille van de AICB te allen tijde naar behoren kunnen worden vastgesteld, gemeten, beheerd en bewaakt, met name aan de hand van passende stresstestprocedures;
  3° het risicoprofiel van de AICB aansluit bij haar omvang, portefeuillestructuur en beleggingsstrategieën en -doelstellingen, zoals deze zijn vastgelegd in haar reglement of statuten, prospectus en aanbiedingsdocumenten.
  § 3. De beheerder bepaalt de maximale hefboomfinanciering die hij mag gebruiken voor rekening van elke door hem beheerde AICB, alsook de mate waarin gebruik mag worden gemaakt van de zekerheden of de garanties die in het kader van de hefboomfinancieringsregeling kunnen worden verleend; hij houdt daarbij met name rekening met :
  1° het desbetreffende soort AICB;
  2° de beleggingsstrategie van de AICB;
  3° de hefboomfinancieringsbronnen van de AICB;
  4° alle overige interrelaties of relevante connecties met andere instellingen voor financiële dienstverlening die systeemrisico's kunnen opleveren;
  5° de noodzaak om de risicoblootstelling jegens een enkele tegenpartij te beperken;
  6° de mate waarin hefboomposities zijn afgedekt;
  7° de verhouding tussen activa en passiva;
  8° de schaal, de wijze waarop en de mate waarin de beheerder actief is op de betrokken markten.

  Afdeling II. - Bepalingen van toepassing op de beheerder voor elke alternatieve instelling voor collectieve belegging die hij beheert

  Onderafdeling I. - Uitoefening van het bedrijf van de alternatieve instelling voor collectieve belegging

  A. Liquiditeitsbeheer

  Art. 48. § 1. Elke beheerder voert, voor de AICB's die geen AICB's met een vast aantal rechten van deelneming zijn die zonder hefboomfinanciering werken, geregeld onder zowel normale als uitzonderlijke liquiditeitsomstandigheden stresstests uit die hem in staat stellen zijn liquiditeitsrisico te beoordelen en dienovereenkomstig te monitoren.
  § 2. De beheerder zorgt er, voor elke AICB die hij beheert, voor dat de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid coherent zijn.

  [-1 A/1. Belegging in effectiseringsposities]-1

  Art. 48/1. [1 Indien de beheerders worden blootgesteld in het kader van een effectisering die niet langer voldoet aan de voorschriften van Verordening 2017/2402, handelen zij in het belang van de beleggers in de betrokken OPCA en nemen zij, indien nodig, corrigerende maatregelen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 168, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  B. Waardering

  Art. 49. § 1. Voor elke AICB die hij beheert, ziet de beheerder erop toe dat er passende en consistente procedures worden vastgesteld opdat een passende en onafhankelijke waardering van de activa van de AICB kan worden verricht overeenkomstig dit punt B, de toepasselijke wettelijke bepalingen en haar reglement of statuten.
  § 2. De waardering van de activa en de berekening van de netto-inventariswaarde per recht van deelneming van de AICB worden uitgevoerd conform het recht van het land waar de AICB gevestigd is en het reglement of de statuten van de AICB.
  § 3. De netto-inventariswaarde per recht van deelneming wordt, in overeenstemming met dit punt B, de toepasselijke nationale wetgeving en het reglement of de statuten van de AICB, berekend en aan de deelnemers meegedeeld.
  De gehanteerde waarderingsprocedures waarborgen dat de activa ten minste eenmaal per jaar worden gewaardeerd en dat de netto-inventariswaarde per recht van deelneming ten minste eenmaal per jaar wordt berekend.
  In het geval van een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, worden deze waarderingen en berekeningen voorts verricht met een frequentie die passend is in het licht van de door de AICB aangehouden activa en van het uitgifte- en terugbetalingsbeleid ervan.
  In het geval van een instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming, worden deze waarderingen en berekeningen ook verricht wanneer de AICB tot een kapitaalverhoging of -vermindering overgaat.
  De deelnemers worden op de in het reglement of de statuten van de AICB vastgelegde wijze in kennis gesteld van de waarderingen en berekeningen.
  § 4. De waardering wordt op onpartijdige wijze en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding uitgevoerd.

  Art. 50. § 1. De waardering wordt uitgevoerd door :
  1° een externe waarderingsdeskundige, die onafhankelijk is van de AICB, de beheerder, en om het even welke andere persoon die nauw met hen verbonden is; of
  2° de beheerder zelf, op voorwaarde dat de waarderingstaak functioneel onafhankelijk is van het portefeuillebeheer en mits het verloningsbeleid en andere maatregelen garanderen dat belangenconflicten worden beperkt en ongepaste beïnvloeding van de werknemers wordt verhinderd.
  De voor een AICB aangestelde bewaarder mag niet als externe waarderingsdeskundige worden aangesteld voor deze AICB, tenzij hij de verrichting van zijn bewaarfuncties functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn taken als externe waarderingsdeskundige, en de mogelijke belangenconflicten behoorlijk worden geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers van de AICB.
  § 2. Wanneer een externe waarderingsdeskundige de waardering uitvoert :
  1° is hij verplicht zich in te schrijven in een wettelijk erkend beroepsregister, of is hij onderworpen aan wettelijke en reglementaire bepalingen of aan professionele gedragsregels. In het geval van een AICB onder Belgisch recht, moet de externe waarderingsdeskundige een bedrijfsrevisor zijn;
  2° beschikt hij over voldoende vakbekwaamheid om de betrokken waarderingstaken efficiënt te kunnen uitvoeren, in overeenstemming met artikel 49, §§ 1, 2 en 3; en
  3° gebeurt zijn aanstelling in overeenstemming met de voorschriften van de artikelen 29 en volgende en de gedelegeerde handelingen vastgesteld overeenkomstig artikel 20, lid 7, van Richtlijn 2011/61/EU.
  § 3. De aangestelde externe waarderingsdeskundige mag de waarderingstaken niet aan een derde overdragen.
  § 4. De beheerder brengt de aanstelling van de externe waarderingsdeskundige ter kennis van de FSMA. Zij kan eisen dat de externe waarderingsdeskundige wordt vervangen als niet aan de voorwaarden van § 2 is voldaan.
  § 5. Onverminderd de toepassing van artikel 130 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen, kan de FSMA, indien de waardering niet door een onafhankelijke externe waarderingsdeskundige wordt uitgevoerd, eisen dat de waarderingsprocedures en/of waarderingen van de AICB door een externe waarderingsdeskundige of, waar nodig, een bedrijfsrevisor worden gecontroleerd.
  § 6. De beheerder is verantwoordelijk voor de accurate waardering van de activa van de AICB en voor de berekening en de publicatie van haar netto-inventariswaarde.
  Het feit dat de beheerder een externe waarderingsdeskundige heeft aangesteld, heeft geen enkele invloed op zijn aansprakelijkheid ten aanzien van de AICB en de deelnemers.
  Ondanks de vorige leden en ongeacht eventuele andersluidende contractuele afspraken, is de externe waarderingsdeskundige niettemin aansprakelijk jegens de beheerder voor alle schade die hij ondervindt doordat de externe waarderingsdeskundige zijn taak door nalatigheid of met opzet niet uitvoert.

  C. Bewaarder

  Art. 51.§ 1. De beheerder zorgt ervoor dat voor elke door hem beheerde AICB één individuele bewaarder wordt benoemd, in overeenstemming met de bepalingen van dit punt C.
  § 2. De benoeming van de bewaarder wordt schriftelijk vastgelegd in een contract. Het contract regelt onder meer de uitwisseling van informatie die noodzakelijk wordt geacht om de bewaarder in staat te stellen zijn taken als bewaarder uit te voeren, overeenkomstig deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, alsook andere relevante wetten, besluiten en administratieve bepalingen.
  § 3. Enkel de volgende instellingen en ondernemingen mogen als bewaarder worden aangesteld :
  1° een kredietinstelling die haar statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft en over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG;
  2° een beleggingsonderneming die haar statutaire zetel in de Europese Economische Ruimte heeft, onderworpen is aan de kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Richtlijn 2006/49/EG, met inbegrip van het kapitaalvereiste voor het operationele risico, die voorts over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG, en die tenslotte ook de nevendienst verricht van bewaring en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, overeenkomstig deel B, punt 1, van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG; het eigen vermogen van deze beleggingsondernemingen mag hoe dan ook niet lager zijn dan het in artikel 9 van Richtlijn 2006/49/EG vermelde bedrag van het aanvangskapitaal;
  [1 2° /1 een andere categorie instellingen die aan prudentiële regelgeving is onderworpen en onder permanent toezicht staat, en die sinds 21 juli 2011 tot de soorten instellingen behoort waarvoor de lidstaat van herkomst van de AICB heeft bepaald dat ze als bewaarder mogen worden gekozen, overeenkomstig artikel 23, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG; of]1
  3° voor de AICB's waarvoor, gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van de oorspronkelijke beleggingen, geen terugbetalingsrechten kunnen worden uitgeoefend en die, overeenkomstig hun kernbeleggingsbeleid, over het algemeen niet beleggen in activa die in bewaarneming moeten worden genomen overeenkomstig artikel 21, lid 8, a) van Richtlijn 2011/61/EU, of die over het algemeen beleggen in uitgevende instellingen en niet-genoteerde vennootschappen om mogelijks conform artikel 26 van Richtlijn 2011/61/EU de controle over deze ondernemingen te verwerven,
  a) ingeval de betrokken AICB in België is gevestigd, kan de Koning, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA, toelaten dat een bewaarder wordt aangesteld die niet tot een van de in de voornoemde bepalingen onder 1° en 2° bedoelde categorieën behoort. Deze entiteit moet voldoende financiële waarborgen en vakbekwaamheid bieden om de betrokken bewaardertaken op passende wijze te kunnen uitvoeren en de verbintenissen te kunnen nakomen die voortvloeien uit de uitoefening van deze taken. Conform de bepalingen van artikel 21, lid 3, laatste alinea, van Richtlijn 2011/61/EU, stelt de Koning de verplichtingen vast waaraan een dergelijke bewaarder moet voldoen wat zijn vergunning of verplichte inschrijving en bedrijfsuitoefening betreft, en bepaalt Hij de toezichtsregeling waaraan deze bewaarder onderworpen is;
  [1 In het kader daarvan kan de Koning inzonderheid de toepassing uitbreiden van de volledige of een deel van de specifieke vergunnings-, bedrijfsuitoefenings-, toezichts- en sanctieregeling voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]1
  b) ingeval de betrokken AICB in een andere lidstaat is gevestigd, mag de bewaarder een entiteit zijn die bewaardertaken uitvoert in het kader van haar beroeps- of bedrijfsuitoefening waarvoor zij, krachtens de in deze andere lidstaat geldende nationale rechtsregels voor de betrokken AICB, onderworpen is aan een regeling inzake vergunning of verplichte inschrijving, aan bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en aan een toezichtsregeling die ten minste gelijkwaardige waarborgen bieden als de regeling die door de Koning is vastgesteld met toepassing van bovenstaand punt a). De betrokken entiteit moet voldoende financiële waarborgen en vakbekwaamheid bieden om de betrokken bewaardertaken op doeltreffende wijze uit te voeren en de verbintenissen na te komen die voortvloeien uit de uitoefening van deze taken.
  Alleen voor de AICB's uit derde landen en onverminderd de bepalingen van artikel 53, 2°, kan de bewaarder ook een kredietinstelling of elke andere entiteit van dezelfde aard als de in artikel 51, § 3, opgesomde entiteiten zijn, voor zover aan de voorwaarden van artikel 54, 2°, is voldaan.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 43, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 52. Om belangenconflicten tussen de bewaarder, de beheerder en/of de AICB en/of haar deelnemers te voorkomen :
  1° mag een beheerder niet als bewaarder optreden;
  2° mag een prime broker die optreedt als tegenpartij voor een AICB, niet als bewaarder worden aangesteld voor die AICB, tenzij hij de verrichting van zijn bewaarfuncties functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn taken als prime broker, en de mogelijke belangenconflicten afdoende worden geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers in de AICB. Als aan de relevante voorwaarden is voldaan, mag een bewaarder zijn bewaarnemingstaken overeenkomstig artikel 57 aan een dergelijke prime broker delegeren.

  Art. 53. De bewaarder is op een van de volgende plaatsen gevestigd :
  1° voor de AICB's uit de Europese Unie, in de lidstaat van herkomst van de AICB;
  2° voor de AICB's uit derde landen, wanneer België de referentielidstaat van de beheerder is, in het derde land waar de AICB is gevestigd, of in België.

  Art. 54. Onverminderd de in artikel 51, § 3, bedoelde vereisten is de aanstelling van een in een derde land gevestigde bewaarder te allen tijde aan de volgende voorwaarden onderworpen :
  1° de FSMA en, voor zover dat niet dezelfde autoriteiten zijn, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de rechten van deelneming in de AICB uit derde landen bestemd zijn om te worden verhandeld, hebben samenwerkings- en gegevensuitwisselingsovereenkomsten gesloten met de bevoegde autoriteiten van de bewaarder;
  2° de bewaarder is onderworpen aan effectieve prudentiële regelgeving, inclusief minimumkapitaalvereisten, en toezicht dat dezelfde strekking heeft als het Unierecht en dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd;
  3° het derde land waar de bewaarder is gevestigd, staat niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF;
  4° België en, voor zover dat niet dezelfde lidstaten zijn, de lidstaten waar de rechten van deelneming in de AICB uit derde landen bestemd zijn om te worden verhandeld, hebben, met het derde land waar de bewaarder is gevestigd, een overeenkomst gesloten die aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet, en die een doeltreffende informatie-uitwisseling over fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele belastingovereenkomsten, waarborgt;
  5° de bewaarder is contractueel aansprakelijk jegens de AICB of jegens de deelnemers in de AICB, overeenkomstig artikel 58, §§ 1 en 2, en stemt uitdrukkelijk in met de naleving van artikel 57.
  Als een onenigheid bestaat tussen de FSMA en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat betreffende de toepassing van de bepalingen van artikel 21, lid 6, eerste alinea, a), c) of e), van Richtlijn 2011/61/EU, kan de FSMA de zaak voorleggen aan de ESMA.

  Art. 55. § 1. De bewaarder zorgt er in het algemeen voor dat de kasstromen van AICB's naar behoren worden gecontroleerd, en in het bijzonder dat alle betalingen door of namens deelnemers bij de inschrijving op rechten van deelneming in de AICB ontvangen zijn en dat alle contanten van de AICB geboekt worden op kasgeldrekeningen die, op naam van de AICB, of op naam van de beheerder die namens de AICB optreedt, op of naam van de bewaarder die namens de AICB optreedt, geopend zijn bij een in artikel 18, lid 1, a), b) en c), van Richtlijn 2006/73/EG beschreven entiteit, of bij een andere entiteit van dezelfde aard in de relevante markt waar kasgeldrekeningen nodig zijn, op voorwaarde dat deze entiteit onderworpen is aan effectieve prudentiële regelgeving en toezicht die dezelfde strekking hebben als het Unierecht en die daadwerkelijk worden uitgevoerd, en overeenkomstig de beginselen van artikel 16 van Richtlijn 2006/73/EG.
  Als de kasgeldrekeningen geopend zijn op naam van de bewaarder die namens de AICB optreedt, mogen contanten van de in het eerste lid vermelde entiteit en eigen contanten van de bewaarder niet op deze rekeningen worden ingeschreven.
  § 2. De activa van een AICB of van de beheerder die namens de AICB optreedt, worden in bewaring gegeven bij een bewaarder. Dit gebeurt als volgt :
  1° voor de financiële instrumenten die in bewaarneming kunnen worden genomen :
  a) de bewaarder houdt alle financiële instrumenten in bewaarneming die op een financiële-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder kunnen worden geregistreerd, alsook alle financiële instrumenten die fysiek aan de bewaarder kunnen worden geleverd;
  b) hiertoe zorgt de bewaarder ervoor dat alle financiële instrumenten die op een financiële-instrumentenrekening in de boeken van de bewaarder kunnen worden geregistreerd, in de boeken van de bewaarder worden geregistreerd op afzonderlijke rekeningen, in overeenstemming met de in artikel 16 van Richtlijn 2006/73/EG vastgelegde beginselen; deze aparte rekeningen zijn geopend op naam van de AICB of van de beheerder die namens de AICB optreedt, zodat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat zij conform de toepasselijke wetgeving aan de AICB toebehoren;
  2° voor de overige activa :
  a) de bewaarder gaat na of de AICB of de beheerder die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt, de eigenaar is van deze activa, en houdt een register bij van de activa in verband waarmee duidelijk is dat de instelling voor collectieve belegging of de beheerder die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt, de eigenaar ervan is;
  b) om na te gaan of de AICB of de beheerder die namens de instelling voor collectieve belegging optreedt, de eigenaar is van deze activa, wordt uitgegaan van gegevens of documenten die door de instelling voor collectieve belegging of de beheerder verstrekt zijn, en van extern bewijsmateriaal als dit voorhanden is;
  c) de bewaarder zorgt ervoor dat dit register steeds bijgewerkt is.
  § 3. Naast de in de paragrafen 1 en 2 genoemde taken moet de bewaarder :
  1° ervoor zorgen dat de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van rechten van deelneming in de AICB gebeuren in overeenstemming met het toepasselijk recht, met het reglement of de statuten en, in voorkomend geval, het prospectus van de AICB;
  2° ervoor zorgen dat de waarde van de rechten van deelneming in de AICB wordt berekend overeenkomstig het toepasselijk recht, het reglement of de statuten van de AICB, de in de artikelen 49 en 50 vastgelegde procedures en, in voorkomend geval, het prospectus;
  3° de aanwijzingen van de beheerder uitvoeren, tenzij deze in strijd zijn met het toepasselijk recht, met het reglement of de statuten en, in voorkomend geval, het prospectus van de AICB;
  4° zich ervan vergewissen dat bij transacties met betrekking tot de activa van de AICB de tegenwaarde binnen de gebruikelijke termijnen aan de AICB wordt overgemaakt;
  5° zich ervan vergewissen dat de opbrengsten van de AICB een bestemming krijgen die in overeenstemming is met het toepasselijk recht, met het reglement of de statuten en, in voorkomend geval, het prospectus van de AICB.

  Art. 56. Bij de vervulling van hun respectieve taken handelen de beheerder en de bewaarder loyaal, billijk, professioneel, onafhankelijk en in het belang van de AICB en de deelnemers in de AICB.
  Een bewaarder mag geen activiteiten uitvoeren met betrekking tot de AICB of de beheerder die namens de AICB optreedt, die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten tussen de AICB, de beleggers in de AICB, de beheerder en hemzelf, tenzij hij de verrichting van zijn bewaarfuncties functioneel en hiërarchisch gescheiden heeft van zijn andere, mogelijkerwijs conflicterende taken, en de potentiële belangenconflicten naar behoren zijn geïdentificeerd, beheerd, gecontroleerd en meegedeeld aan de deelnemers in de AICB.
  De bewaarder mag de activa waarnaar wordt verwezen in artikel 55, § 2, niet hergebruiken zonder voorafgaande toestemming van de AICB of van de beheerder die namens de AICB optreedt.

  Art. 57. § 1. De bewaarder mag geen van de in dit punt C beschreven taken overdragen aan derden, met uitzondering van de taken waarnaar wordt verwezen in artikel 55, § 2.
  § 2. De bewaarder mag de taken waarnaar wordt verwezen in artikel 55, § 2, aan een derde delegeren, uitsluitend onder de volgende voorwaarden :
  1° de taken worden niet overgedragen met de bedoeling de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen te ontlopen;
  2° de bewaarder kan aantonen dat er een objectieve reden bestaat voor de overdracht;
  3° de bewaarder is met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk gegaan bij de selectie en de aanstelling van om het even welke derde aan wie hij een deel van zijn taken wil delegeren, en blijft met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van om het even welke derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de hem gedelegeerde taken; en
  4° de bewaarder vergewist zich ervan dat de derde op elk moment voldoet aan de volgende voorwaarden gedurende de verrichting van de hem gedelegeerde taken :
  a) de derde beschikt over de structuren en deskundigheid die passend zijn voor en evenredig zijn met de aard en de complexiteit van de aan hem toevertrouwde activa van de AICB;
  b) voor wat betreft de bewaarnemingstaken bedoeld in artikel 55, § 2, 1°, is de derde onderworpen aan effectieve prudentiële regelgeving, inclusief minimumkapitaalvereisten, en toezicht in het betrokken rechtsgebied alsmede aan een periodieke externe audit om er zeker van te zijn dat de financiële instrumenten in zijn bezit zijn;
  c) de derde scheidt de activa van de cliënten van de bewaarder op zodanige wijze van zijn eigen activa en van de activa van de bewaarder dat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat deze activa toebehoren aan cliënten van een bepaalde bewaarder;
  d) de derde maakt geen gebruik van de activa zonder voorafgaande toestemming van de AICB, en zonder voorafgaande kennisgeving aan de bewaarder; en
  e) de derde respecteert de algemene verplichtingen en verboden die vastgelegd zijn in de artikelen 55, § 2, 38 en 56.
  § 3. Niettegenstaande § 2, 4°, b), kan, wanneer de wetgeving van een derde land eist dat bepaalde financiële instrumenten in bewaarneming worden genomen door een lokale entiteit en er geen lokale entiteiten voldoen aan de onder dat punt b) vermelde eisen inzake bewaringsdelegatie, de bewaarder zijn taken slechts delegeren aan een dergelijke lokale entiteit, in de mate waarin dit vereist wordt door de wetgeving van het derde land en alleen zolang er geen lokale entiteiten aan de eisen inzake delegatie voldoen, onder de volgende voorwaarden :
  1° de deelnemers in de AICB in kwestie zijn vóór hun belegging naar behoren ingelicht over het feit dat deze delegatie verplicht is ingevolge wettelijke vereisten van de wetgeving van het derde land en over de omstandigheden die de delegatie rechtvaardigen; en
  2° de beheerder heeft de bewaarder opgedragen de taak van de inbewaarneming van dergelijke financiële instrumenten aan dergelijke lokale entiteit te delegeren.
  § 4. De derde mag deze taken op zijn beurt, onder dezelfde voorwaarden, subdelegeren. In dit geval is artikel 58, § 2, van overeenkomstige toepassing op de relevante partijen.
  § 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verrichting van diensten zoals bedoeld in Richtlijn 98/26/EG, door effectenafwikkelingssystemen zoals bedoeld in dezelfde richtlijn, of de verrichting van gelijkaardige diensten door effectenafwikkelingssystemen uit derde landen niet beschouwd als delegatie van bewaarnemingstaken.

  Art. 58.§ 1. De bewaarder is jegens de AICB of jegens haar deelnemers aansprakelijk voor het verlies door de bewaarder of door een derde aan wie de bewaarneming van conform artikel 55, § 2, 1°, in bewaarneming genomen financiële instrumenten, is overgedragen.
  Bij een dergelijk verlies van een in bewaarneming genomen financieel instrument restitueert de bewaarder onverwijld een financieel instrument van hetzelfde type of een overeenstemmend bedrag aan de AICB of aan de beheerder die namens de AICB optreedt. De bewaarder is niet aansprakelijk indien hij kan aantonen dat het verlies het gevolg is van een externe gebeurtenis waarover hij redelijkerwijs geen controle heeft en waarvan de gevolgen onvermijdelijk waren, ondanks alle geleverde redelijke inspanningen om ze te verhinderen.
  De bewaarder is jegens de AICB of jegens haar deelnemers eveneens aansprakelijk voor alle andere verliezen die zij ondervinden doordat de bewaarder zijn verplichtingen uit hoofde van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met opzet of door nalatigheid niet naar behoren nakomt.
  § 2. De in artikel 57 bedoelde delegatie laat de aansprakelijkheid van de bewaarder onverlet.
  Niettegenstaande het vorige lid kan, in geval van verlies van financiële instrumenten die conform artikel 57 in bewaarneming waren genomen door een derde, de bewaarder zich evenwel van zijn aansprakelijkheid ontdoen als hij kan bewijzen dat :
  1° aan alle in artikel 57, § 2, vermelde vereisten voor de delegatie van de bewaarnemingstaken voldaan is;
  2° er een schriftelijk contract bestaat tussen de bewaarder en de derde dat de aansprakelijkheid van de bewaarder uitdrukkelijk aan die derde overdraagt en waardoor de AICB of de beheerder die namens de AICB optreedt tegen de derde een vordering kan indienen wegens het verlies van financiële instrumenten of waardoor de bewaarder namens hen een dergelijke vordering kan indienen; en
  3° een schriftelijk contract bestaat tussen de bewaarder en de AICB of de beheerder die namens de AICB optreedt, waarin deze kwijting uitdrukkelijk wordt toegelaten en waarin de objectieve reden wordt vermeld voor deze kwijting.
  § 3. Wanneer de wetgeving van een derde land eist dat bepaalde financiële instrumenten in bewaarneming worden genomen door een lokale entiteit en er geen lokale entiteiten zijn die voldoen aan de in artikel 57, § 2, 4°, b, vermelde eisen inzake bewaringsdelegatie, kan de bewaarder zich van aansprakelijkheid ontdoen op voorwaarde dat :
  1° het reglement of de statuten van de betrokken AICB een dergelijke kwijting uitdrukkelijk toestaan onder de in deze paragraaf vastgestelde voorwaarden;
  2° de deelnemers in de AICB in kwestie vóór hun belegging naar behoren ingelicht werden over deze kwijting en de omstandigheden die de kwijting rechtvaardigen;
  3° de AICB of de beheerder die namens de AICB optreedt de bewaarder heeft opgedragen de taak van het in bewaring nemen van dergelijke financiële instrumenten aan een lokale entiteit te delegeren;
  4° er een schriftelijk contract bestaat tussen de bewaarder en de AICB of de beheerder die namens de AICB optreedt dat een dergelijke kwijting uitdrukkelijk toestaat; en
  5° er een schriftelijk contract bestaat tussen de bewaarder en de derde dat de aansprakelijkheid van de bewaarder uitdrukkelijk aan deze lokale entiteit overdraagt en waardoor de AICB of de beheerder die namens de AICB optreedt tegen deze lokale entiteit een vordering kan indienen wegens het verlies van financiële instrumenten of waardoor de bewaarder namens hen een dergelijke vordering kan indienen.
  § 4. [1 ...]1.
  [1 De bewaarder kan]1, naargelang van de rechtsbetrekking tussen hem, de AICB of de beheerder en de deelnemers, rechtstreeks door de deelnemers in de AICB of onrechtstreeks via de AICB of de beheerder aansprakelijk worden gesteld ten aanzien van de deelnemers in de AICB.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 44, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 58/1.[1 De schuldeisers van de bewaarder of van elke in België gevestigde derde aan wie de bewaring van de activa van een AICB naar Belgisch recht is gedelegeerd, mogen de betaling van hun vorderingen op de bewaarder of op de betrokken derde niet invorderen op de activa van de AICB.
   Het vorige lid is ook van toepassing op de schuldeisers van elke in België gevestigde persoon aan wie de bewaring van de tegoeden van een AICB naar buitenlands recht werd gedelegeerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 45, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 59. Als de bewaarder in België is gevestigd, stelt hij de FSMA op haar verzoek alle informatie ter beschikking die hij bij de uitvoering van zijn taken heeft verkregen en die de FSMA of, in voorkomend geval, als dit andere autoriteiten zijn, de bevoegde autoriteiten van de AICB, nodig kunnen hebben.
  Als de FSMA niet de bevoegde autoriteit is van de AICB of van de beheerder, deelt zij de informatie die zij in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit heeft ontvangen van de bewaarder onverwijld mee aan de bevoegde autoriteiten van de beheerder en van de AICB.

  D. Transparantievereisten

  a. Periodieke informatie en boekhoudregels

  Art. 60. Voor elke AICB uit de Europese Unie die hij beheert en voor elke AICB die hij verhandelt in de Europese Economische Ruimte, stelt de beheerder, uiterlijk zes maanden na afloop van elk boekjaar, een jaarverslag ter beschikking over dat boekjaar. Deelnemers kunnen het jaarverslag op verzoek verkrijgen. Het jaarverslag van de AICB wordt ter beschikking gesteld van de FSMA en, in voorkomend geval, van de autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de AICB.
  Wanneer de AICB overeenkomstig Richtlijn 2004/109/EG een financieel jaarverslag openbaar moet maken, hoeft aan deelnemers op verzoek uitsluitend de in artikel 61, § 1, bedoelde extra informatie te worden verstrekt, hetzij afzonderlijk, hetzij als aanvullend deel van het financiële jaarverslag. In het laatste geval wordt het financiële jaarverslag uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar openbaar gemaakt.

  Art. 61. § 1er. Het jaarverslag bevat ten minste de volgende informatie :
  1° een balans of een vermogensstaat;
  2° een rekening van de inkomsten en uitgaven van het boekjaar;
  3° een verslag over de activiteiten van het verstreken boekjaar;
  4° alle materiële veranderingen in de in artikel 68 bedoelde informatie die in de loop van het boekjaar dat het verslag bestrijkt, hebben plaatsgevonden;
  5° het totale bedrag van de beloning gedurende het boekjaar, onderverdeeld in de vaste en variabele beloning die de beheerder aan zijn personeel betaalt, het aantal begunstigden en, in voorkomend geval, de door de AICB betaalde carried interest;
  6° het geaggregeerde bedrag van de beloning, onderverdeeld naar de hoogste directie en de personeelsleden van de beheerder wier handelen het risicoprofiel van de AICB in belangrijke mate beïnvloedt.
  § 2. Als een AICB, hetzij individueel, hetzij gezamenlijk, controle heeft verworven over een niet-genoteerde vennootschap, neemt zij de in artikel 81, § 2 bedoelde informatie op in haar jaarverslag.
  § 3. De in het jaarverslag vermelde boekhoudkundige gegevens worden voorbereid in overeenstemming met de boekhoudkundige normen van de lidstaat van herkomst van de AICB of de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen van het derde land waar de AICB gevestigd is en in overeenstemming met de boekhoudregels die zijn vastgelegd in het reglement of de statuten van de AICB.
  § 4. Wat de AICB's naar Belgisch recht betreft, worden de in het jaarverslag vermelde boekhoudkundige gegevens gecontroleerd door een of meer commissarissen, conform de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen. Artikel 141 van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.
  Wat de buitenlandse AICB's betreft, worden de in het jaarverslag vermelde boekhoudkundige gegevens gecontroleerd door een of meer personen die krachtens de wet gemachtigd zijn voor het controleren van de rekeningen conform Richtlijn 2006/43/EG.
  Het verslag van de commissaris als bedoeld in het eerste lid of van de persoon die gemachtigd is voor het controleren van de rekeningen als bedoeld in het tweede lid, en elk eventueel voorbehoud moeten integraal in het jaarverslag worden opgenomen.
  In afwijking van de vorige leden kunnen de beheerders die AICB's uit derde landen verhandelen, hun jaarverslag toch onderwerpen aan een controle conform de toepasselijke internationale boekhoudnormen in het land waar de statutaire zetel van de betrokken instelling voor collectieve belegging is gevestigd. In specifieke gevallen kan de FSMA evenwel eisen dat dit jaarverslag zou worden onderworpen aan een controle conform de geldende boekhoudnormen in een lidstaat.

  b. Informatieplicht ten aanzien van de FSMA

  Art. 62. Dit punt b. is van toepassing onverminderd artikel 336 en volgende.

  Art. 63. Elke beheerder brengt aan de FSMA geregeld verslag uit over de voornaamste markten en instrumenten waarin hij handelt voor rekening van de AICB's die hij beheert.
  Hij verstrekt informatie over de voornaamste instrumenten waarin hij handelt, de markten waarvan hij lid is of waarop hij actief handelt, en over de voornaamste posities en belangrijkste concentraties van elk van de AICB's die hij beheert.

  Art. 64. Voor elke AICB uit de Europese Unie die hij beheert en elke AICB die hij verhandelt in de Europese Economische Ruimte, verstrekt de beheerder de FSMA inlichtingen betreffende het volgende :
  1° het percentage van activa van de AICB waarvoor bijzondere regelingen gelden vanwege de illiquide aard ervan;
  2° eventuele nieuwe regelingen voor het beheer van de liquiditeit van de AICB;
  3° het huidige risicoprofiel van de AICB en de risicobeheersystemen waarmee de beheerder het marktrisico, het liquiditeitsrisico, het tegenpartijrisico en andere risico's, waaronder operationele risico's, beheert;
  4° informatie over de voornaamste categorieën activa waarin de AICB heeft belegd; en
  5° de resultaten van de overeenkomstig artikel 47, § 2, 2° en artikel 48, § 1, uitgevoerde stresstests.

  Art. 65. Op verzoek, verstrekt de beheerder de FSMA elk kwartaal een gedetailleerd overzicht van alle AICB's die hij beheert.

  Art. 66. Een beheerder die AICB's beheert die in aanzienlijke mate met hefboomfinanciering werken, stelt de FSMA informatie ter beschikking over de totale hefboomfinanciering waarmee hij werkt voor elke AICB die hij beheert, over de onderverdeling in hefboomfinanciering uit geleend geld of geleende effecten en hefboomfinanciering in de vorm van financiële derivaten, en over de mate waarin de activa van de AICB in het kader van de hefboomfinancieringsregeling zijn hergebruikt.
  Daarbij wordt, voor elke AICB die de beheerder beheert, de identiteit opgegeven van de vijf grootste bronnen van geleend geld of geleende effecten en de hefboomfinancieringsbedragen die van elke bron zijn ontvangen voor elk van deze AICB's.
  Voor de in derde landen gevestigde beheerders zijn de rapporteringsverplichtingen waarvan sprake in dit artikel beperkt tot de AICB's uit de Europese Unie die zij beheren, en de AICB's uit derde landen die zij in de Europese Economische Ruimte verhandelen.

  Art. 67.[1 Onverminderd artikel 36/33 van de wet van 22 februari 1998, legt de FSMA de krachtens de artikelen 60, eerste lid, en 63 tot 66, verzamelde informatie over aan de Bank.
   De Bank brengt de FSMA op de hoogte van de bijkomende informatie die zij bij de beheerders opvraagt krachtens artikel 36/33, § 2, 3°, van de wet van 22 februari 1998. De FSMA brengt de ESMA op de hoogte van de aldus opgevraagde bijkomende informatie.
   Op vraag van de ESMA, stelt de FSMA aanvullende rapporteringseisen. De FSMA maakt de in dit lid bedoelde informatie aan de Bank over.
   De FSMA overlegt met de Bank over de praktische nadere regels van de in dit artikel bedoelde informatieuitwisseling.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/18, art. 104, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  Art. 67/1.[1 De beheervennootschappen van AICB's leggen de FSMA periodiek een gedetailleerde financiële staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld bij een conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement van de FSMA die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van dit deel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd.
   De effectieve leiding van de beheervennootschap van AICB's, in voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de FSMA dat voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar overmaakt in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen.
   De periodieke staten (a) moeten volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en (b) juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan zij worden opgesteld. De effectieve leiding bevestigt het nodige te hebben gedaan opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar.
   De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, volgens welke regels alle beheervennootschappen van AICB's :
   1° hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opmaken en openbaar maken;
   2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken, controleren en openbaar maken en het jaar- en controleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening opmaken en openbaar maken.
   Daartoe kan Hij de ter uitvoering van boek III van het Wetboek van economisch recht genomen regels, alsook, onder de voorwaarden van de artikelen 122, eerste lid, en 123 van het Wetboek van Vennootschappen, de ter uitvoering van de artikelen 92 en 117 van het Wetboek van Vennootschappen genomen regels, aanpassen, wijzigen en vervolledigen.
   In bijzondere gevallen kan de FSMA, met inachtneming van de belangen van de deelnemers, afwijkingen toestaan van de in het eerste en het vierde lid bedoelde besluiten en reglementen.
   De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 46, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  c. Verplichte informatieverstrekking aan de beleggers

  Art. 68.§ 1. Voor elke AICB uit de Europese Unie die hij beheert en voor elke AICB die hij verhandelt in de Europese Economische Ruimte, stelt de beheerder aan de deelnemers van de AICB, in overeenstemming met haar reglement of statuten, de hierna vermelde informatie evenals alle materiële wijzigingen erin, ter beschikking vóór zij beleggen in deze AICB :
  1° een beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van de AICB, inlichtingen over de vestigingsplaats van eventuele masters en over de vestigingsplaats van de onderliggende fondsen als de AICB een fonds van fondsen is, een beschrijving van de soorten activa waarin de AICB mag beleggen, van de technieken die zij daarbij mag toepassen en van alle daarmee gepaard gaande risico's, van eventuele van toepassing zijnde beleggingsbeperkingen, van de omstandigheden waaronder zij hefboomfinanciering mag gebruiken, de toegestane soorten en bronnen van hefboomfinanciering en de daarmee gepaard gaande risico's, van de eventuele beperkingen op het gebruik van hefboomfinanciering, van eventuele regelingen voor het hergebruik van zekerheden of van activa, en van de maximale hefboomfinanciering die de beheerder gemachtigd is te gebruiken voor rekening van de AICB;
  2° een beschrijving van de procedures waarmee de AICB haar beleggingsstrategie, haar beleggingsbeleid of beide kan wijzigen;
  3° een beschrijving van de voornaamste juridische implicaties van de contractuele verhouding die wordt aangegaan voor investeringen, met inbegrip van informatie over de rechterlijke bevoegdheid en de toepasselijke wetgeving en het al dan niet bestaan van rechtsinstrumenten die voorzien in de erkenning en de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen op het grondgebied waarop de AICB is gevestigd;
  4° de identiteit van de beheerder, de bewaarder, de commissaris van de AICB, en andere dienstverleners, alsmede een beschrijving van hun taken en de rechten van de deelnemers;
  5° een beschrijving van de manier waarop de beheerder voldoet aan de vereisten van artikel 22, § 5;
  6° een beschrijving van alle in artikel 3, 41° vermelde beheertaken die de beheerder gedelegeerd heeft en van alle door de bewaarder gedelegeerde bewaringstaken, de identificatie van de delegatieverkrijger en eventuele belangenconflicten die uit dergelijke delegaties kunnen voortvloeien;
  7° een beschrijving van de procedure voor de waardering van de AICB en van de prijsstellingsmethodiek voor de waardering van activa, inclusief de methoden die gebruikt worden voor moeilijk te waarderen activa overeenkomstig de artikelen 49 en 50;
  8° een beschrijving van het beheer van het liquiditeitsrisico van de AICB, inclusief de terugbetalingsrechten onder zowel normale als uitzonderlijke omstandigheden, en de bestaande terugbetalingsregelingen met deelnemers;
  9° een beschrijving van alle vergoedingen, kosten en uitgaven en van de maximumbedragen die rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste komen van de deelnemers;
  10° een beschrijving van de wijze waarop de beheerder een billijke behandeling van deelnemers waarborgt, wanneer een deelnemer een voorkeursbehandeling ten deel valt of het recht op een voorkeursbehandeling verwerft, een beschrijving van deze voorkeursbehandeling, het type deelnemers dat een dergelijke voorkeursbehandeling verwerft en indien van toepassing hun juridische of economische banden met de AICB of de beheerder;
  11° het meest recente jaarverslag;
  12° de procedure en voorwaarden voor de uitgifte en de verkoop van rechten van deelneming;
  13° de meest recente netto-inventariswaarde van de AICB of de meest recente marktprijs van het recht van deelneming in de AICB overeenkomstig de artikelen 49 en 50;
  14° voor zover beschikbaar, het in het verleden behaalde rendement van de AICB;
  15° de identiteit van de prime broker, een beschrijving van alle materiële regelingen met de prime brokers en van de manier waarop belangenconflicten in dit verband beheerd worden, de bepaling in het contract met de bewaarder over de mogelijkheid tot overdracht en hergebruik van haar activa, en informatie over elke eventuele overdracht van aansprakelijkheid aan de prime broker;
  16° een beschrijving van de wijze en het tijdstip waarop de krachtens artikel 71 en 72 vereiste informatie zal worden bekendgemaakt.
  § 2. [1 ...]1
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 69. De beheerder stelt de deelnemers, voordat zij in de AICB beleggen, in kennis van elke eventuele door de bewaarder getroffen regeling waarmee deze zich overeenkomstig artikel 58, § 2, contractueel van aansprakelijkheid kwijt. Hij stelt de deelnemers eveneens onverwijld in kennis van eventuele wijzigingen in verband met de aansprakelijkheid van de bewaarder.

  Art. 70.[1 Indien de AICB een prospectus of een ander informatiedocument moet publiceren overeenkomstig Verordening 2017/1129 of de nationale rechtsregels, hoeft uitsluitend de in artikel 68 bedoelde informatie die bijkomend is aan de in het prospectus of het informatiedocument opgenomen informatie, hetzij afzonderlijk, hetzij als extra informatie in het prospectus of het informatiedocument te worden verstrekt.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 71, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  Art. 71. Voor elke AICB uit de Europese Unie die hij beheert en voor elke AICB die hij verhandelt in de Europese Economische Ruimte, verschaft de beheerder op periodieke basis informatie aan de deelnemers over :
  1° het percentage activa van de AICB waarvoor bijzondere maatregelen gelden vanwege de illiquide aard ervan;
  2° eventuele nieuwe maatregelen voor het beheer van de liquiditeit van de AICB;
  3° het huidige risicoprofiel van de AICB en de risicobeheersystemen waarmee de beheerder deze risico's beheert.

  Art. 72. Een beheerder die AICB's uit de Europese Unie beheert die met hefboomfinanciering werken of die in de Europese Economische Ruimte AICB's verhandelen die met hefboomfinanciering werken, maakt voor elk van deze AICB's geregeld de volgende informatie bekend :
  1° alle eventuele wijzigingen in de maximale hefboomfinanciering die de beheerder voor de AICB mag gebruiken, alsook alle eventuele rechten op hergebruik van zekerheden of alle eventuele garanties die in het kader van de hefboomfinancieringsregeling zijn verleend;
  2° het totale bedrag van de door de AICB gebruikte hefboomfinanciering.

  Onderafdeling II. - Verplichtingen voor bepaalde categorieën van alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  A. Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die met hefboomfinanciering werken

  Art. 73.
  <Opgeheven bij W 2014-05-12/18, art. 105, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  Art. 74.[1 De FSMA zorgt ervoor dat alle krachtens de artikelen 60, eerste lid, en 63 tot 67 verzamelde informatie over alle beheerders die onder het toezicht van de FSMA staan, alsook dat de krachtens artikel 13 verzamelde informatie ter beschikking wordt gesteld van de bevoegde autoriteiten van de andere relevante lidstaten, de ESMA en het ESRB volgens de procedures van artikel 346, §§ 1 tot 5, over de samenwerking tussen toezichthouders.
   Wanneer de Bank in het kader van haar toezichtsopdracht op de kredietinstellingen, of op basis van de informatie die wordt ontvangen met toepassing van artikel 67 en van artikel 36/33 van de wet van 22 februari 1998, kennis krijgt van het feit dat er zich een belangrijk tegenpartijrisico kan voordien op een beheerder of op een AICB voor een kredietinstelling of voor andere instellingen van systemisch belang in andere lidstaten, brengt zij de FSMA daarvan op de hoogte. De FSMA geeft deze informatie op bilaterale basis door aan de bevoegde autoriteiten van de andere rechtstreeks betrokken lidstaten conform de procedures van artikel 346, §§ 1 tot 5.
   Onverminderd het tweede lid, brengt de FSMA de bevoegde autoriteiten van de andere rechtstreeks betrokken lidstaten conform de procedures van artikel 346, §§ 1 tot 5, op de hoogte wanneer zij in het kader van haar toezichtsopdracht kennis krijgt van het feit dat een aan haar toezicht onderworpen beheerder of AICB een belangrijk tegenpartijrisico kan vormen voor een instelling van systemisch belang in een andere lidstaat. Zij kan hiervoor kwantitatieve criteria bepalen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/18, art. 106, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  Art. 75.[1 § 1er. De beheerder moet aantonen dat de door hem gehanteerde hefboomfinancieringslimieten voor elke AICB die hij beheert, redelijk zijn, en dat hij zich te allen tijde aan deze limieten houdt. De FSMA beoordeelt de risico's die het gebruik van hefboomfinanciering door een beheerder ten aanzien van de door hem beheerde AICB's met zich kan brengen. De FSMA kan inzonderheid beperkingen opleggen op het vlak van de hefboom die een beheerder mag gebruiken of enige andere beperking opleggen op het beheer van de beheerde AICB's.
   In het kader van haar opdracht bedoeld in hoofdstuk IV/3 van de wet van 22 februari 1998, analyseert de Bank de informatie die zij van de FSMA ontvangt teneinde systemische risico's aan het licht te brengen, met inbegrip van specifieke risico's die op het vlak van hefboomfinanciering kunnen voortvloeien uit de activiteiten van de beheerders. Onverminderd artikel 36/39 van de wet van 22 februari 1998 kan de Bank in dit kader inzonderheid de FSMA aanbevelen om op het vlak van de hefboom die de beheerders mogen gebruiken beperkingen op te leggen of om andere beperkingen op te leggen op het beheer van door hen beheerde AICB's teneinde de mate waarin de hefboomfinanciering bijdraagt aan de toename van systemische risico's in het financiële systeem of aan de risico's op desorganisatie van de markten te beperken.
   § 2. De maatregelen die de FSMA krachtens paragraaf 1 kan treffen worden pas genomen na kennisgeving aan de ESMA, het ESRB en de bevoegde autoriteiten van de betrokken AICB conform de procedures van artikel 346, §§ 1 tot 5.
   De in het eerste lid bedoelde kennisgeving moet plaatsvinden ten laatste tien werkdagen vóór de voorgestelde maatregel geacht wordt in werking te treden of te worden hernieuwd. De kennisgeving omvat een gedetailleerde beschrijving van de voorgestelde maatregel, de redenen waarom de maatregel wordt genomen, en het moment waarop de inwerkingtreding van de maatregel gepland is. De FSMA kan beslissen dat de voorgestelde maatregel vóór het einde van de in de eerste zin bedoelde periode van kracht wordt.
   Als de FSMA voorstelt om actie te ondernemen die in strijd is met het in artikel 25, lid 6 of 7, van Richtlijn 2011/61/EU genoemde advies van de ESMA, stelt zij de ESMA hiervan in kennis en geeft zij de redenen hiervoor op.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/18, art. 107, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  B. Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die de controle verwerven over niet-genoteerde vennootschappen en uitgevende instellingen

  a. Toepassingsgebied

  Art. 76. § 1. Dit punt is van toepassing op
  a) de beheerders die één of meer AICB's beheren die, hetzij individueel, hetzij gezamenlijk, op grond van een op het verwerven van controle gerichte overeenkomst, controle verwerven over een niet-genoteerde vennootschap overeenkomstig artikel 77;
  b) de beheerders die samenwerken met één of meer andere beheerders op basis van een overeenkomst op grond waarvan de door die beheerders beheerde AICB's samen de controle verwerven over een niet-genoteerde vennootschap.
  § 2. Dit punt is niet van toepassing als het gaat om de volgende niet-genoteerde vennootschappen :
  1° ondernemingen die minder dan 250 werknemers tewerkstellen en waarvan de jaaromzet niet meer bedraagt dan 50 miljoen euro of het balanstotaal niet meer dan 43 miljoen euro;
  2° voor een bijzonder doel opgerichte vehikels die als oogmerk hebben vastgoed aan te kopen, in bewaring te houden of te beheren.
  § 3. Onverminderd paragrafen 1 en 2 is artikel 79, § 1 eveneens van toepassing op beheerders die AICB's beheren die een niet-controlerende participatie verwerven in een niet-genoteerde vennootschap.
  § 4. De artikelen 80, §§ 1, 2 en 3, 82 en 83 zijn eveneens van toepassing op beheerders die AICB's beheren die controle over uitgevende instellingen verwerven. Voor de toepassing van deze artikelen zijn de paragrafen 1 en 2 van overeenkomstige toepassing.

  Art. 77. § 1. Ongeacht artikel 3, 55° betekent controle in deze Onderafdeling, voor wat betreft niet-genoteerde vennootschappen, méér dan 50 % van de stemrechten van de vennootschap.
  Bij de berekening van het percentage van de stemrechten waarover de AICB beschikt, wordt bijkomend aan de stemrechten waarover zij rechtstreeks beschikt rekening gehouden met de stemrechten van de volgende entiteiten, op voorwaarde dat de in het eerste lid bedoelde controle tot stand is gebracht :
  1° een vennootschap die door de AICB gecontroleerd wordt; en
  2° een natuurlijke of rechtspersoon die in zijn eigen naam maar voor rekening van de AICB of in opdracht van een door de AICB gecontroleerde vennootschap optreedt.
  Het percentage stemrechten wordt berekend op basis van alle aandelen waaraan stemrechten verbonden zijn, ook al is de uitoefening van deze rechten opgeschort.
  § 2. Ongeacht artikel 3, 55°, wordt voor de toepassing van de artikelen 80, §§ 1, 2 en 3, 82 en 83, controle over uitgevende instellingen bepaald overeenkomstig artikel 5, lid 3 van Richtlijn 2004/25/EG.

  Art. 78. Dit punt B is van toepassing overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen vastgelegd in artikel 6 van Richtlijn 2002/14/EG.
  Dit punt B is van toepassing onverminderd de artikelen 514 tot 516 van het Wetboek van Vennootschappen, de wet van 2 mei 2007 en de besluiten en reglementen die krachtens deze bepalingen zijn aangenomen, alsook de striktere bepalingen naar Belgisch recht over de verwerving van deelnemingen in niet-genoteerde vennootschappen.

  b. Kennisgeving van de verwerving van belangrijke deelnemingen in en controle over niet-genoteerde vennootschappen of uitgevende instellingen.

  Art. 79. § 1. Wanneer een AICB aandelen van een niet-genoteerde vennootschap verwerft, overdraagt of bezit, stelt de beheerder die deze AICB beheert de FSMA in kennis van het percentage van de stemrechten van de vennootschap waarover de AICB beschikt telkens als dit percentage de drempels van 10 %, 20 %, 30 %, 50 % en 75 % bereikt, overschrijdt of eronder zakt.
  § 2. Wanneer een AICB conform de artikelen 76, § 1 en 77, individueel of gezamenlijk, controle verwerft over een niet-genoteerde vennootschap, stelt de beheerder die deze AICB beheert de volgende personen in kennis van deze verwerving van controle :
  1° de vennootschap;
  2° de aandeelhouders wier identiteit en adres hem ter beschikking staan of ter beschikking kunnen worden gesteld door de vennootschap of via een register waartoe zij toegang heeft of kan verkrijgen; en
  3° de FSMA.
  § 3. De uit hoofde van paragraaf 2 vereiste kennisgeving bevat de volgende aanvullende informatie :
  1° de resulterende situatie wat de stemrechten betreft;
  2° de voorwaarden waaronder controle werd verworven, inclusief informatie over de identiteit van de verschillende betrokken aandeelhouders, alle natuurlijke of rechtspersonen die namens hen stemrechten kunnen uitoefenen en, indien van toepassing, de keten van vennootschappen waarlangs de stemrechten daadwerkelijk worden gehouden;
  3° de datum waarop de controle is verworven.
  § 4. In zijn kennisgeving aan de niet-genoteerde vennootschap vraagt de beheerder dat het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschap de werknemersvertegenwoordigers, of bij ontstentenis, de werknemers zelf, onverwijld op de hoogte brengt van de verwerving van controle door de door de beheerder beheerde AICB en van de informatie bedoeld in paragraaf 3. De beheerder doet zijn uiterste best om te garanderen dat de werknemersvertegenwoordigers, of, bij ontstentenis, de werknemers zelf, naar behoren ingelicht worden door het wettelijk bestuursorgaan, in overeenstemming met dit artikel.
  § 5. De in de paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde kennisgevingen worden zo snel mogelijk gedaan en in elk geval binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen na de datum waarop de AICB de relevante drempel heeft bereikt, overschreden of eronder is gezakt, of waarop zij controle heeft verworven over de niet-genoteerde vennootschap.

  Art. 80. § 1. Wanneer een AICB conform de artikelen 76, § 1, en 77, individueel of gezamenlijk, controle verwerft over een niet-genoteerde vennootschap of een uitgevende instelling, maakt de beheerder die deze AICB beheert de in § 2 bedoelde informatie beschikbaar voor :
  1° de betrokken vennootschap;
  2° de aandeelhouders van de vennootschap wier identiteit en adres hem ter beschikking staan of ter beschikking kunnen worden gesteld door de vennootschap of via een aandeelhoudersregister waartoe hij toegang heeft of kan verkrijgen; en
  3° de FSMA.
  § 2. De beheerder maakt de volgende gegevens beschikbaar :
  1° de identiteit van de beheerders die, hetzij individueel, hetzij op grond van een akkoord met andere beheerders, de AICB's beheren die de controle hebben verworven;
  2° het beleid voor de voorkoming en het beheer van belangenconflicten, met name belangenconflicten tussen de beheerder, de AICB en de vennootschap, met inbegrip van informatie over de specifieke maatregelen die zijn genomen om te garanderen dat eventuele overeenkomsten tussen de beheerder en/of de AICB en de vennootschap at arm's length worden gesloten; en
  3° het beleid inzake de externe en interne communicatie van de vennootschap, met name wat de werknemers betreft.
  § 3. In zijn kennisgeving aan de niet-genoteerde vennootschap uit hoofde van § 1, 1°, vraagt de beheerder dat het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschap de werknemersvertegenwoordigers, of bij ontstentenis, de werknemers zelf, onverwijld op de hoogte brengt van de in § 1 bedoelde informatie. De beheerder doet zijn uiterste best om te garanderen dat de werknemersvertegenwoordigers, of, bij ontstentenis, de werknemers zelf, naar behoren ingelicht worden door het wettelijk bestuursorgaan, in overeenstemming met dit artikel.
  § 4. Wanneer een AICB conform de artikelen 76, § 1 en 77, individueel of gezamenlijk, controle verwerft over een niet-genoteerde vennootschap, gaat de beheerder die deze AICB beheert over tot de bekendmaking van zijn plannen met betrekking tot de zakelijke toekomst van de vennootschap, alsook de te verwachten impact daarvan op de tewerkstelling en eventuele belangrijke veranderingen in de arbeidsvoorwaarden, aan :
  1° de vennootschap; en
  2° de aandeelhouders van de vennootschap wier identiteit en adres hem ter beschikking staan of ter beschikking kunnen worden gesteld door de vennootschap of via een register waartoe hij toegang heeft of kan verkrijgen.
  Bovendien eist de beheerder die de AICB beheert dat het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschap de in het eerste lid bedoelde informatie ter beschikking stelt van de werknemersvertegenwoordigers, of als er geen dergelijke vertegenwoordigers zijn, de werknemers zelf van de vennootschap, en doet hij zijn uiterste best om te garanderen dat de raad van bestuur dit daadwerkelijk doet.
  § 5. Wanneer een AICB controle verwerft over een niet-genoteerde vennootschap, overeenkomstig de artikelen 76, § 1, en 77, verschaft de beheerder die een dergelijke AICB beheert de FSMA en haar deelnemers informatie over de financiering van de verwerving van controle.

  c. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het jaarverslag van de niet-genoteerde vennootschappen die gecontroleerd worden door een alternatieve instelling voor collectieve belegging.

  Art. 81. § 1. Als een AICB conform de artikelen 76, § 1, en 77, individueel of gezamenlijk, controle verwerft over een niet-genoteerde vennootschap, eist de beheerder die deze AICB beheert dat het jaarverslag van de vennootschap, opgesteld in overeenstemming met paragraaf 2, binnen de conform de toepasselijke wetgeving vereiste termijn voor het opstellen van een dergelijk jaarverslag, door het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschap ter beschikking wordt gesteld van alle werknemersvertegenwoordigers, of, als die er niet zijn, van de werknemers zelf, en doet hij zijn uiterste best om te garanderen dat dit daadwerkelijk gebeurt.
  § 2. De aanvullende informatie die moet worden opgenomen in het jaarverslag van de vennootschap of, krachtens artikel 61, § 2, in het jaarverslag van de AICB, moet minstens een getrouwe beschrijving bevatten van de ontwikkeling van de zakelijke activiteiten van de vennootschap en van de situatie aan het einde van de door het jaarverslag bestreken periode. Het verslag vermeldt eveneens :
  1° alle belangrijke gebeurtenissen die sinds het einde van het boekjaar hebben plaatsgevonden;
  2° de verwachte ontwikkeling van de vennootschap; en
  3° wat de verwerving van eigen aandelen betreft, de gegevens vermeld in artikel 22, lid 2 van Richtlijn 77/91/EEG.
  § 3. De beheerder die de AICB beheert,
  1° eist dat het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschap de in artikel 61, § 2, bedoelde informatie met betrekking tot de vennootschap binnen de in artikel 60 bedoelde periode beschikbaar maakt voor de werknemersvertegenwoordigers van de vennootschap, of, als die er niet zijn, de werknemers zelf, en doet zijn uiterste best om te garanderen dat de raad van bestuur dit daadwerkelijk doet; of
  2° stelt de in artikel 61, § 2, bedoelde informatie beschikbaar voor de deelnemers van de AICB, voor zover deze al beschikbaar is, binnen de periode vermeld in artikel 60, en in geen geval later dan de datum waarop het jaarverslag van de vennootschap overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving opgesteld is.

  d. Verkoop van waardevolle activa

  Art. 82. Wanneer een AICB conform de artikelen 76, § 1, en 77, individueel of gezamenlijk, controle verwerft over een niet-genoteerde vennootschap of een uitgevende instelling, zal de beheerder die deze AICB beheert, voor een periode van 24 maanden te rekenen vanaf de verwerving van controle over de vennootschap :
  1° geen uitkering, kapitaalsvermindering, terugbetaling van aandelen en/of verwerving van eigen aandelen door de vennootschap bevorderen, steunen of opdragen, zoals bedoeld in artikel 83;
  2° niet stemmen voor een uitkering, kapitaalsvermindering, terugbetaling van aandelen en/of verwerving van eigen aandelen door de vennootschap, zoals bedoeld in artikel 83; en
  3° in alle gevallen zijn uiterste best doen om uitkering, kapitaalsvermindering, terugbetaling van aandelen en/of verwerving van eigen aandelen door de vennootschap te verhinderen, zoals bedoeld in artikel 83.

  Art. 83. § 1. De verplichtingen die de beheerder uit hoofde van artikel 82 opgelegd worden, zijn van toepassing op het volgende :
  1° elke uitkering aan aandeelhouders die gebeurt wanneer de nettoactiva volgens de jaarrekening van de vennootschap op de sluitingsdatum van het voorbije boekjaar lager zijn, of als gevolg van deze uitkering lager zouden worden, dan het bedrag van het geplaatste kapitaal vermeerderd met die reserves die krachtens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd, met dien verstande dat wanneer het niet-gestorte deel van het geplaatste kapitaal niet opgenomen is in de in de balans vermelde activa, dit deel afgetrokken wordt van het bedrag van het geplaatste kapitaal;
  2° elke uitkering aan aandeelhouders waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag van de winsten van het laatste afgesloten boekjaar, vermeerderd met de overgedragen winst en met de bedragen die zijn onttrokken aan de daarvoor beschikbare reserves, en verminderd met het overgedragen verlies en met de krachtens de wet of statuten aan de reserves toegevoegde bedragen;
  3° voor zover verwerving van eigen aandelen toegestaan is, de verwervingen door de vennootschap - met inbegrip van aandelen die eerder door de vennootschap zijn verworven en in haar bezit zijn, en aandelen die verworven zijn door een persoon die in eigen naam maar voor rekening van de vennootschap handelt - die ertoe zouden leiden dat de nettoactiva onder het onder 1° bedoelde bedrag zakken.
  § 2. Voor de toepassing van § 1 :
  1° omvat de in § 1, onder 1° en 2°, bedoelde gebruikte term "uitkering" met name de betaling van dividenden en van met de aandelen verbonden interest;
  2° zijn de bepalingen inzake kapitaalsvermindering niet van toepassing op een vermindering van het geplaatste kapitaal, bedoeld om de geleden verliezen aan te zuiveren of om geldbedragen op te nemen in een niet uitkeerbare reserve, op voorwaarde dat het bedrag van deze reserve na deze verrichting niet hoger is dan 10 % van het verminderde geplaatste kapitaal; en
  3° is de restrictie conform § 1, 3°, onderworpen aan artikel 20, lid 1, onder b) tot en met h), van Richtlijn 77/91/EEG.

  Onderafdeling III. - Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  A. Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie in België

  Art. 84.[1 Onverminderd de artikelen 30bis en 45, § 2, van de wet van 2 augustus 2002, mag een beheerder in België de rechten van deelneming in elke AICB uit de Europese Unie die hij beheert, verhandelen mits met name de artikelen 68 tot 72 worden nageleefd en wordt voldaan aan de voorwaarden van dit punt]1.
  Als de AICB een feeder is, is aan het in het eerste lid bedoelde verhandelingsrecht de voorwaarde verbonden dat de master (a) een AICB uit de Europese Unie is, beheerd door een vergunde beheerder gevestigd in de Europese Economische Ruimte, of (b) een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, in voorkomend geval, beheerd door een in de Europese Economische Ruimte gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 47, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 85. De rechten van deelneming in een AICB mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van delen III en IV worden nageleefd.

  Art. 86. De beheerder maakt aan de FSMA een kennisgeving over voor elke AICB uit de Europese Unie die hij voornemens is te verhandelen.
  Deze kennisgeving bevat de volgende documentatie en informatie :
  1° een kennisgevingsbrief met daarin een programma van werkzaamheden waarin wordt vermeld om welke AICB het gaat en waar hij gevestigd is;
  2° het reglement of de statuten van de AICB;
  3° wie de bewaarder is;
  4° een beschrijving van de AICB of enige andere informatie over haar die ter beschikking is gesteld van de deelnemers;
  5° informatie over de vestigingsplaats van de master als de AICB een feeder is;
  6° alle bijkomende informatie als bedoeld in artikel 68.

  Art. 87. Uiterlijk 20 werkdagen na ontvangst van een volledig kennisgevingsdossier conform artikel 86 deelt de FSMA de beheerder mee of hij de rechten van deelneming in de AICB mag gaan verhandelen. De beheerder mag de rechten van deelneming in de AICB gaan verhandelen vanaf de kennisgeving door de FSMA daartoe.
  De FSMA verzet zich enkel tegen de verhandeling van de rechten van deelneming in de AICB als het beheer niet strookt of zal stroken met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of als de beheerder niet voldoet of zal voldoen aan deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  Indien de AICB onder een buitenlands recht ressorteert, deelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van die instelling mee dat de beheerder de rechten van deelneming in de AICB in België mag gaan verhandelen.

  Art. 88. Ingeval van een materiële wijziging in de gegevens die overeenkomstig artikel 86 zijn verstrekt, stelt de beheerder de FSMA hiervan schriftelijk in kennis, ten minste een maand vóór de wijziging plaatsvindt of, in geval van een ongeplande wijziging, onmiddellijk nadat de wijziging heeft plaatsgehad.

  Art. 89. Als het beheer van de AICB door de beheerder door een geplande wijziging niet meer zou stroken met deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of als de beheerder door een dergelijke wijziging niet meer zou voldoen aan deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, verzet de FSMA zich tegen deze wijziging.
  Als de geplande wijziging ondanks de vorige leden alsnog wordt doorgevoerd of als een ongeplande wijziging heeft plaatsgehad waardoor het beheer van de AICB door de beheerder niet meer strookt met deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dan wel als de beheerder door een dergelijke wijziging niet meer zou voldoen aan deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, neemt de FSMA alle vereiste maatregelen overeenkomstig de artikelen 359 en volgende, inclusief, indien nodig, een uitdrukkelijk verbod om de rechten van deelneming in de AICB te verhandelen.

  B. Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie in een andere lidstaat

  Art. 90. § 1. De beheerder die voornemens is om de rechten van deelneming in een AICB uit de Europese Unie die hij beheert te verhandelen in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, stelt de FSMA hiervan vooraf in kennis.
  Als de AICB een feeder is, is aan het in dit punt B vastgelegde verhandelingsrecht de voorwaarde verbonden dat de master eveneens een AICB uit de Europese Unie moet zijn die door een in de Europese Economische Ruimte gevestigde beheerder wordt beheerd.
  § 2. De beheerder bezorgt de FSMA voor elke AICB uit de Europese Unie die hij voornemens is te verhandelen, een kennisgeving die is opgesteld in een taal die gebruikelijk is in de internationale financiële wereld.
  Deze kennisgeving bevat de volgende documentatie en informatie :
  1° een kennisgevingsbrief met daarin een programma van werkzaamheden waarin de AICB wordt geïdentificeerd en wordt vermeld waar zij is gevestigd;
  2° het reglement of de statuten van de AICB;
  3° wie de bewaarder is;
  4° een beschrijving van de AICB of enige informatie over haar die ter beschikking is gesteld van de deelnemers;
  5° informatie over de vestigingsplaats van de master als de AICB een feeder is;
  6° alle bijkomende informatie als bedoeld in artikel 68;
  7° vermelding van de lidstaat waar de beheerder voornemens is de rechten van deelneming in de AICB te verhandelen aan professionele beleggers;
  8° informatie over de regelingen inzake de verhandeling en, in voorkomend geval, informatie over de regelingen waarmee wordt belet dat rechten van deelneming verhandeld zouden worden aan retailbeleggers, ook ingeval de beheerder een beroep doet op onafhankelijke entiteiten om beleggingsdiensten te verrichten die op de AICB betrekking hebben.

  Art. 91. § 1. De FSMA zendt dit kennisgevingsdossier uiterlijk 20 werkdagen na ontvangst van het volledige in artikel 90 bedoelde kennisgevingdossier, in zijn geheel door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar het het voornemen is de rechten van deelneming in de AICB te verhandelen. Deze doorzending heeft alleen plaats, als het beheer van de AICB met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen strookt en zal blijven stroken en de beheerder anders aan deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voldoet.
  De FSMA voegt hierbij een verklaring die is opgesteld in een in de internationale financiële wereld gebruikelijke taal, waaruit blijkt dat de beheerder een vergunning heeft, en die daarbij, in voorkomend geval, de krachtens artikel 17 vermelde beperkingen of voorwaarden vermeldt.
  § 2. Na de in § 1 bedoelde doorzending van het kennisgevingsdossier stelt de FSMA de beheerder hiervan onverwijld in kennis. De beheerder kan vanaf de datum van die kennisgeving de rechten van deelneming in de AICB in de lidstaat van ontvangst gaan verhandelen.
  Indien de AICB onder een buitenlands recht ressorteert, deelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van die instelling mee dat de beheerder haar rechten van deelneming in de lidstaat van ontvangst mag gaan verhandelen.

  Art. 92. Ingeval van een materiële wijziging in de gegevens die overeenkomstig artikel 90 zijn verstrekt, stelt de beheerder de FSMA hiervan schriftelijk in kennis, ten minste een maand vóór een geplande wijziging plaatsvindt of onmiddellijk nadat een ongeplande wijziging heeft plaatsgehad.
  Als het beheer van de AICB door de beheerder door een geplande wijziging niet meer zou stroken met deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of als de beheerder door een dergelijke wijziging niet meer zou voldoen aan deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, deelt de FSMA de beheerder onverwijld mee dat hij de wijziging niet kan doorvoeren.
  Als de geplande wijziging ondanks het eerste en tweede lid alsnog wordt doorgevoerd of als een ongeplande wijziging heeft plaatsgehad waardoor het beheer van de AICB door de beheerder niet meer zou stroken met deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dan wel als de beheerder door een dergelijke wijziging niet meer zou voldoen aan deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, neemt de FSMA alle vereiste maatregelen overeenkomstig de artikelen 359 en volgende, inclusief, indien nodig, een uitdrukkelijk verbod om de AICB te verhandelen.
  Als de wijzigingen aanvaardbaar zijn omdat zij geen invloed hebben op de conformiteit van het beheer van de AICB door de beheerder met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of de naleving door de beheerder van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, informeert de FSMA onverwijld de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheerder over deze wijzigingen.

  C. Verhandeling met een paspoort in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit derde landen door een Belgische beheerder

  Art. 93.[1 Onverminderd de artikelen 30bis en 45, § 2, van de wet van 2 augustus 2002, mag een beheerder de rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging uit derde landen en in feeders uit de Europese Unie die niet aan de in artikel 84, tweede lid, bedoelde voorschriften voldoen, in de Europese Economische Ruimte verhandelen zodra aan de in dit punt C vermelde voorwaarden is voldaan.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 48, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 94. § 1. De beheerder voldoet aan de door deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen vastgestelde voorschriften.
  § 2. Bovendien wordt aan de volgende voorwaarden voldaan :
  1° tussen de FSMA en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, bestaat een adequate samenwerkingsregeling die op zijn minst een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, rekening houdend met artikel 346, § 4, zodat de FSMA de haar bij de wet toevertrouwde taken kan uitvoeren;
  2° het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, staat niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF;
  3° het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, heeft met België en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming in de AICB bestemd zijn om te worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en die een doeltreffende informatie-uitwisseling over fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, waarborgt.
  Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst het oneens zijn over de beoordeling van de naleving van de in het eerste lid, 1° en 2°, vastgestelde vereisten, kan de FSMA de zaak voorleggen aan de ESMA.

  Art. 95. De artikelen 86 en 87 zijn van toepassing op de verhandeling in België van de rechten van deelneming in AICB's uit derde landen door een Belgische beheerder.
  De FSMA informeert de ESMA ook over het feit dat de beheervennootschap van AICB's de rechten van deelneming in de betrokken AICB in België mag gaan verhandelen.

  Art. 96. De rechten van deelneming in een AICB mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van delen III en IV worden nageleefd.

  Art. 97. Artikelen 88 et 89 zijn van toepassing bij een materiële wijziging van de informatie die verstrekt is krachtens artikel 91.
  Als de wijzigingen aanvaardbaar zijn omdat zij geen invloed hebben op de conformiteit van het beheer van de AICB door de beheerder met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, noch op de naleving door de beheerder van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, informeert de FSMA de ESMA onverwijld over deze wijzigingen, in zoverre die betrekking hebben op de stopzetting van de verhandeling van bepaalde AICB's of op de verhandeling van nieuwe AICB's, en informeert zij, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheerder hierover.

  Art. 98. De artikelen 90, § 1, eerste lid, en § 2, en 91 zijn van toepassing op de verhandeling van de rechten van deelneming in AICB's uit derde landen aan professionele beleggers in een andere lidstaat.
  Na doorzending van het kennisgevingsdossier stelt de FSMA de ESMA ervan op de hoogte dat de beheerder de rechten van deelneming in de AICB in de lidstaat van ontvangst mag gaan verhandelen.

  Art. 99. Artikel 92, eerste tot derde lid is van toepassing bij een materiële wijziging van de informatie die verstrekt is krachtens artikel 98.
  Als de wijzigingen aanvaardbaar zijn omdat zij geen invloed hebben op de conformiteit van het beheer van de AICB door de beheerder met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, noch op de naleving door de beheerder van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, informeert de FSMA de ESMA onverwijld over deze wijzigingen, in zoverre die betrekking hebben op de stopzetting van de verhandeling van bepaalde AICB's of op de verhandeling van nieuwe AICB's, en informeert zij, indien nodig, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheerder hierover.

  Art. 100. In het in artikel 35, lid 15, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde geval, kan de FSMA de zaak voorleggen aan de ESMA.

  HOOFDSTUK IV. - Vestiging van bijkantoren en vrij verrichten van diensten in het buitenland

  Art. 101. De beheerders mogen hun werkzaamheden verrichten op grensoverschrijdende basis onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.

  Afdeling I. - Bedrijfsuitoefening in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte

  Onderafdeling I. - Vestiging van bijkantoren in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte

  Art. 102.De beheerder die voornemens is een bijkantoor te vestigen in een andere lidstaat teneinde er AICB's uit de Europese Unie te beheren [1 en/of de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten wil verlenen]1, moet de FSMA hiervan vooraf in kennis stellen.
  De beheerder bezorgt de FSMA een kennisgeving met de volgende documentatie en informatie :
  1° de lidstaat waar hij voornemens is een bijkantoor te vestigen;
  2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt vermeld welke diensten hij wil verlenen en welke AICB's hij wil beheren;
  3° de organisatiestructuur van het bijkantoor;
  4° het adres in de lidstaat van herkomst van de AICB waar documenten kunnen worden opgevraagd;
  5° naam en contactgegevens van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het bijkantoor.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 49, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 103. § 1. Binnen twee maanden na ontvangst van de volledige documentatie als bedoeld in artikel 102 zendt de FSMA deze documentatie door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van de beheerder. Onverminderd de bovenstaande bepalingen heeft deze doorzending alleen plaats als het beheer van de AICB door de beheerder strookt en blijft stroken met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, en als de beheerder deze bepalingen naleeft.
  De FSMA voegt hier een verklaring aan toe waaruit blijkt dat zij wel degelijk een vergunning heeft verleend aan de beheerder.
  De FSMA stelt de beheerder onmiddellijk in kennis van de doorzending.
  § 2. In geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 102 verstrekte informatie, stelt de beheerder de FSMA hiervan schriftelijk in kennis, ten minste een maand vóór de geplande wijziging plaatsvindt, of onmiddellijk nadat een ongeplande wijziging heeft plaatsgehad.
  Als het beheer van de AICB door de beheerder door de geplande wijziging niet meer met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zou stroken of als de beheerder anders niet meer aan deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zou voldoen, deelt de FSMA de beheerder onverwijld mee dat hij deze wijziging niet mag doorvoeren.
  Als de geplande wijziging ondanks het eerste of tweede lid wordt doorgevoerd of als een ongeplande wijziging heeft plaatsgehad waardoor het beheer van de AICB door de beheerder niet meer met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zou stroken of de beheerder anders niet meer aan deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zou voldoen, neemt de FSMA alle vereiste maatregelen overeenkomstig de artikelen 359 en volgende, inclusief, indien nodig, een uitdrukkelijk verbod om de AICB te verhandelen.
  Als de wijzigingen aanvaardbaar zijn, omdat zij geen effect hebben op de vraag of het beheer van de AICB door de beheerder met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen strookt en of de beheerder aan deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen voldoet, informeert de FSMA onverwijld de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheerder over deze wijzigingen.

  Onderafdeling II. - Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese economische ruimte

  Art. 104.§ 1. De beheerder die voornemens is om voor de eerste maal AICB's te beheren in een andere lidstaat [1 en/of de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten wil verlenen]1, moet de FSMA hiervan vooraf in kennis stellen.
  Hij bezorgt de FSMA een kennisgeving met de volgende documentatie en informatie :
  1° [1 de lidstaat waarin de beheerder rechtstreeks AICB's wil beheren en/of de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten wil verlenen]1;
  2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt vermeld welke diensten hij wil verlenen en welke AICB's hij wil beheren.
  § 2. Artikel 103 is van toepassing. Onverminderd de bovenstaande bepalingen beschikt de FSMA over een maand vanaf de ontvangst van de volledige documentatie als bedoeld in § 1 om deze documentatie door te zenden naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van de beheerder.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 50, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening in een derde land, zonder verhandeling in de Europese Economische ruimte

  Art. 105. Een beheerder mag AICB's uit derde landen die niet in de Europese Economische Ruimte worden verhandeld, beheren, op voorwaarde dat :
  a) hij voldoet aan alle voorschriften vastgesteld bij deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, met uitzondering van de artikelen 51, 52, 55, 56, 57, 58, 59, 60 en 61, §§ 1, 3 en 4, met betrekking tot de desbetreffende AICB's;
  b) tussen de FSMA en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, een adequate samenwerkingsregeling bestaat die op zijn minst een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, zodat de FSMA de haar bij de wet toevertrouwde taken kan uitvoeren.

  TITEL II. - Specifieke bepalingen voor de kleinschalige beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

  Art. 106. Deze titel is van toepassing op :
  1° de beheerders van AICB's die, rechtstreeks of onrechtstreeks, via een vennootschap waarmee zij verbonden zijn via gemeenschappelijke bedrijfsvoering of gemeenschappelijke controle, dan wel door een substantiële rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming, AICB's beheren waarvan het totaal aan beheerde activa, inclusief de activa die met hefboomfinanciering zijn verworven, niet uitkomt boven de drempel van 100.000.000 EUR;
  2° de beheerders van AICB's die, rechtstreeks of onrechtstreeks, via een vennootschap waarmee zij verbonden zijn via gemeenschappelijke bedrijfsvoering of gemeenschappelijke controle, dan wel door een substantiële rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming, AICB's beheren waarvan het totaal aan beheerde activa niet uitkomt boven de drempel van 500.000.000 EUR, indien de betrokken AICB's niet werken met hefboomfinanciering en er gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de oorspronkelijke belegging in elke instelling, geen terugbetalingsrechten kunnen worden uitgeoefend.

  HOOFDSTUK II. - Kleinschalige beheerders die niet-openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging beheren

  Art. 107. § 1. De beheerders als bedoeld in artikel 106 dienen een kennisgeving te richten aan de FSMA alvorens hun werkzaamheden aan te vatten.
  Deze kennisgeving omvat :
  1° de identificatie van de beheerder en van de door hem beheerde AICB's;
  2° informatie over de beleggingsstrategieën van de door hem beheerde AICB's.
  § 2. De beheerder deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn.
  Meer in het bijzonder :
  1° verstrekt de beheerder de FSMA geregeld informatie over de voornaamste instrumenten waarin hij handelt en over de voornaamste risicoposities en belangrijkste concentraties van de AICB's die hij beheert, met het oog op een doeltreffend toezicht op de systeemrisico's;
  2° stelt de beheerder de FSMA ervan in kennis ingeval hij niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 106.
  In het in het tweede lid, 2°, bedoelde geval dient hij, binnen een termijn van dertig kalenderdagen, een vergunning aan te vragen conform de bepalingen van titel I van dit boek.

  Art. 108.§ 1. De beheerders van AICB's als bedoeld in artikel 106 zijn niet onderworpen aan de bepalingen van Titel I.
  [2 Deze paragraaf geldt onverminderd de toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2, van de wet van 2 augustus 2002.]2
  § 2. De beheerders van AICB's als bedoeld in artikel 106 kunnen een vergunning aanvragen krachtens titel I. In dat geval vallen zij onder alle bepalingen van titel I en Richtlijn 2011/61/EU.
  § 3. De beheerders van AICB's als bedoeld in artikel 106 die geen vergunning hebben aangevraagd krachtens titel I, mogen geen diensten verrichten als bedoeld in artikel 3, 43°, tenzij zij beschikken over de vergunning die daartoe vereist is door de [1 wet van 25 oktober 2016]1.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 162, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 51, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 109. De FSMA stelt een lijst op van de beheerders die krachtens dit hoofdstuk zijn geregistreerd. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Als aan de vereisten van dit hoofdstuk is voldaan, schrijft de FSMA de betrokken beheerder in op de in het eerste lid bedoelde lijst. Vanaf dat moment mag hij van start gaan met zijn activiteiten.

  HOOFDSTUK III. - Kleinschalige beheerders van openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  Art. 110.[1 § 1.]1 De beheerders als bedoeld in artikel 106 die ten minste een openbare AICB naar Belgisch recht die aan de bepalingen van deel III van deze wet wordt onderworpen beheren, zijn onderworpen :
  1° aan de bepalingen van titel I van dit boek, met uitzondering van de artikelen 62 tot 67 en 73 tot 83; en
  2° aan artikel 107, § 2, tweede en derde lid.
  [1 § 2. De in dit hoofdstuk bedoelde beheerders van wie de activiteiten erin bestaan :
   1° een of meer openbare startersfondsen als bedoeld in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te beheren; en
   2° desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren,
   zijn, naast de artikelen 62 tot 67 en 73 tot 83, ook niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
   a) artikel 22, met uitzondering van paragraaf 5;
   b) artikel 43;
   c) de artikelen 51 tot 59;
   d) de artikelen 68 tot 72; en
   e) de artikelen 84 tot 89.]1
  [1 § 3.]1 [1 De in dit artikel bedoelde beheerders]1 vallen niet onder artikel 108, § 3, en mogen de diensten verrichten als bedoeld in artikel 3, 43°, op de voorwaarden vastgelegd door titel I.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 44, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 111. § 1. De in het vorige artikel bedoelde beheerders van AICB's mogen openbare AICB's beheren en de rechten van deelneming ervan openbaar aanbieden in België, onder de voorwaarden van delen III en IV.
  § 2. De beheerders van AICB's als bedoeld in artikel 106 kunnen ervoor opteren om onderworpen te worden aan alle bepalingen van titel I en Richtlijn 2011/61/EU, zonder dat zij er echter kunnen voor opteren zich aan een deel van deze bepalingen te conformeren.

  Art. 112. De FSMA stelt een lijst op van de beheerders die krachtens dit hoofdstuk zijn geregistreerd. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.

  Boek II. - Beheerders naar buitenlands recht

  Art. 113. Dit boek regelt het statuut van de bijkantoren en de dienstverrichtingen in België van de beheerders naar buitenlands recht, alsook de voorwaarden waaronder zij de door hen beheerde AICB's zonder openbare aanbieding in België mogen verhandelen.

  TITEL I. - In een andere lidstaat gevestigde beheerders

  HOOFDSTUK I. - Bijkantoren en dienstverrichtingen in België

  Afdeling I. - Beheerders met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU

  Art. 114.§ 1. De in een andere lidstaat gevestigde beheerders met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU mogen hun werkzaamheden in België aanvatten via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de FSMA de kennisgeving heeft ontvangen met de informatie als, naargelang het geval, bedoeld in artikel 33, lid 2, alsook, in voorkomend geval, in artikel 33, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU.
  [1 ...]1.
  § 2. De bepalingen van boek I zijn enkel van toepassing op de in deze afdeling bedoelde beheerders voor zover aangegeven in deze paragraaf.
  De artikelen 37, 39, 44, 45 en 46 zijn van toepassing op de beheerders die in België werkzaam zijn via de vestiging van een bijkantoor.
  § 3. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 52, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 115. De FSMA maakt elk jaar op haar website de lijst bekend van de beheervennootschappen van AICB's waarover de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst een kennisgeving hebben verricht als bedoeld in het voorgaande artikel, alsook alle wijzigingen die tijdens het jaar in deze lijst worden aangebracht.

  Art. 116.§ 1. De rechten van deelneming in AICB's die conform deze afdeling worden beheerd, mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van delen III en IV worden nageleefd.
  § 2. [1 ...]1
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Afdeling II. - Kleinschalige beheerders zonder vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU

  Art. 117.De in een andere lidstaat gevestigde beheerders als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU die niet beschikken over de vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU, mogen hun werkzaamheden, onder de in deze afdeling gestelde voorwaarden, hetzij rechtstreeks, hetzij via de vestiging van bijkantoren, in België uitoefenen.
  [1 De in het eerste lid bedoelde beheerders mogen in België de in artikel 11, § 2, derde lid, bedoelde diensten echter op geen enkele andere manier verrichten dan conform de bepalingen van de [2 wet van 25 oktober 2016]2.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 53, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-11/06, art. 72, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 118. Als een beheerder voornemens is om voor de eerste maal een AICB naar Belgisch recht te beheren, maakt hij hieromtrent een kennisgeving over aan de FSMA met een programma van werkzaamheden waarin met name wordt vermeld welke diensten hij wil verlenen en welke AICB's hij wil beheren.

  Art. 119. Als een beheerder voornemens is om zijn werkzaamheden in België uit te oefenen via de vestiging van een bijkantoor, maakt hij hieromtrent een kennisgeving over aan de FSMA.
  Deze kennisgeving omvat :
  1° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt vermeld welke diensten hij wil verlenen en welke AICB's hij wil beheren;
  2° de organisatiestructuur van het bijkantoor;
  3° het adres van het bijkantoor;
  4° naam en contactgegevens van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het bijkantoor.

  Art. 120. De beheerder deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn.

  Art. 121. De FSMA stelt een lijst op van de beheerders die krachtens deze afdeling zijn geregistreerd. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Als aan de vereisten van deze afdeling is voldaan, schrijft de FSMA de betrokken beheerder in op de in het eerste lid bedoelde lijst. Vanaf dat moment mag hij van start gaan met zijn activiteiten.

  Art. 122.§ 1. De rechten van deelneming in AICB's die conform deze afdeling worden beheerd, mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van de delen III en IV worden nageleefd.
  § 2. [1 ...]1
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  HOOFDSTUK II. - Verhandeling in België van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  Art. 123. Dit hoofdstuk is van toepassing op de in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde beheerders die de rechten van deelneming in door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging verhandelen in België.

  Afdeling I. - Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die worden verhandeld door beheerders met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU

  Art. 124. Een in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde beheerder mag de rechten van deelneming in AICB's uit de Europese Unie verhandelen in België zodra de FSMA de in artikel 32, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde documenten heeft ontvangen.
  Als de AICB een feeder is, is aan het in het eerste lid bedoelde verhandelingsrecht de voorwaarde verbonden dat de master (a) een AICB uit de Europese Unie is, beheerd door een vergunde beheerder gevestigd in de Europese Economische Ruimte of (b) een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, in voorkomend geval, beheerd door een in de Europese Economische Ruimte gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 125. Een in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde beheerder mag in België rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's uit derde landen en in feeders uit de Europese Unie die niet aan de in artikel 84, tweede lid bedoelde voorschriften voldoen verhandelen zodra de FSMA de in artikel 35, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde documenten heeft ontvangen.

  Art. 126.§ 1. De bepalingen van boek I zijn enkel van toepassing op de in deze afdeling bedoelde beheerders voor zover aangegeven in deze paragraaf.
  De artikelen 37, 39, 44, 45 en 46 zijn van toepassing op de beheerders die in België werkzaam zijn via de vestiging van een bijkantoor.
  § 2. De in deze afdeling bedoelde rechten van deelneming in AICB's mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van [1 deel III en, in voorkomend geval, deel IV]1 worden nageleefd.
  § 3. [2 ...]2
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 56, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Afdeling II. - Alternatieve instellingen voor collectieve belegging die worden verhandeld door kleinschalige beheerders zonder vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU

  Art. 127. Een in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigde beheerder als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU die niet beschikt over de vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU, mag in België rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's uit de Europese Unie verhandelen zonder openbaar aanbod.

  Art. 128.De betrokken beheerder maakt aan de FSMA een kennisgeving over voor elke AICB die hij voornemens is te verhandelen in België.
  Deze kennisgeving omvat :
  1° een kennisgevingsbrief met daarin een programma van werkzaamheden waarin wordt vermeld om welke AICB het gaat en waar zij gevestigd is;
  [1 1° /1 het bewijs dat de beheerder in zijn lidstaat van herkomst is geregistreerd conform artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU;]1
  2° het reglement of de statuten van de AICB;
  3° een beschrijving van de AICB of enige andere informatie over haar die ter beschikking is gesteld van de deelnemers.
  De beheerder mag vanaf dat moment van start gaan met de verhandeling.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 54, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 129. De beheerder deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het dossier permanent bijgewerkt zou zijn.

  Art. 130.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 55, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 131.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 55, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 132. De beheerder deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het dossier permanent bijgewerkt zou zijn.

  Art. 133.§ 1. De rechten van deelneming in AICB's als bedoeld in deze afdeling, mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van [1 deel III en, in voorkomend geval, deel IV]1 worden nageleefd.
  § 2. [2 ...]2
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 56, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  TITEL II. - In een derde land gevestigde beheerders

  HOOFDSTUK I. - In een derde land gevestigde beheerders waarvoor België de referentielidstaat is en die alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie beheren en/of die rechten van deelneming in door hen beheerde alternatieve instellingen voor collectieve belegging verhandelen met een paspoort

  Afdeling I. - Toepassingsgebied

  Art. 134. Dit hoofdstuk is van toepassing op de in een derde land gevestigde beheerders waarvoor België de referentielidstaat is.

  Art. 135. § 1. Onverminderd het tweede, derde en vierde lid is België in de volgende gevallen de referentielidstaat voor een in een derde land gevestigde beheerder die AICB's uit de Europese Unie wil beheren en/of rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's in de Europese Economische Ruimte wil verhandelen overeenkomstig de artikelen 147 tot 149 of 152 tot 155 :
  1° als de betrokken beheerder één of meer in België gevestigde AICB's uit de Europese Unie wil beheren en geen rechten van deelneming in AICB's in de Europese Economische Ruimte wil verhandelen overeenkomstig de artikelen 147 tot 149 of 152 tot 155;
  2° als de betrokken beheerder diverse, in verschillende lidstaten gevestigde AICB's uit de Europese Unie wil beheren en geen rechten van deelneming in AICB's in de Europese Economische Ruimte wil verhandelen overeenkomstig de artikelen 147 tot 149 of 152 tot 155 en België :
  (a) de lidstaat is waar de meeste AICB's zijn gevestigd; of
  (b) de lidstaat is waar het grootste aantal activa wordt beheerd;
  3° als de betrokken beheerder slechts een AICB uit de Europese Unie uitsluitend in België wil verhandelen, en,
  (a) in zoverre de AICB een vergunning heeft of geregistreerd is in een lidstaat, België de lidstaat van herkomst van de AICB is dan wel de lidstaat waar de beheerder die AICB wil verhandelen;
  (b) in zoverre de AICB geen vergunning heeft of niet geregistreerd is in een lidstaat, België de lidstaat is waar de beheerder die AICB wil verhandelen;
  4° als de betrokken beheerder slechts een AICB uit derde landen uitsluitend in België wil verhandelen;
  5° als de betrokken beheerder slechts een AICB uit de Europese Unie in diverse lidstaten wil verhandelen, en
  (a) in zoverre de AICB een vergunning heeft of geregistreerd is in een lidstaat, België de lidstaat van herkomst is dan wel één van de lidstaten waar de beheerder effectieve verhandelingsactiviteiten voor die AICB wil ontplooien;
  (b) in zoverre de AICB geen vergunning heeft of niet geregistreerd is in een lidstaat, België één van de lidstaten is waar de beheerder effectieve verhandelingsactiviteiten voor die AICB wil ontplooien;
  6° als de betrokken beheerder slechts één AICB uit derde landen in diverse lidstaten, waaronder België, wil verhandelen;
  7° als de betrokken beheerder diverse AICB's uit de Europese Unie in de Europese Economische Ruimte wil verhandelen, en
  (a) in zoverre alle AICB's in dezelfde lidstaat geregistreerd zijn of een vergunning hebben, België de lidstaat van herkomst is dan wel de lidstaat waar de beheerder effectieve verhandelingsactiviteiten voor de meeste van die AICB's wil ontplooien;
  (b) in zoverre die AICB's niet in dezelfde lidstaat geregistreerd zijn of een vergunning hebben, België de lidstaat is waar de beheerder effectieve verhandelingsactiviteiten voor de meeste van die AICB's wil ontplooien;
  8° als de betrokken beheerder diverse AICB's uit de Europese Unie en uit derde landen, of diverse AICB's uit derde landen in de Europese Economische Ruimte wil verhandelen, België de lidstaat is waar de beheerder effectieve verhandelingsactiviteiten voor de meeste van die AICB's wil ontplooien.
  In de sub 2°, 3°, (a), 5°, 6° en 7°, (a), bedoelde gevallen dient de betrokken beheerder een aanvraag in bij de FSMA en bij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten die, krachtens de relevante bepalingen van het eerste lid, referentielidstaten kunnen zijn, om onder elkaar te bepalen welke lidstaat zijn referentielidstaat is.
  De FSMA en de andere betrokken bevoegde autoriteiten beslissen gezamenlijk binnen een maand na ontvangst van de aanvraag welk land de referentielidstaat is. Indien België als referentielidstaat wordt aangewezen, informeert de FSMA de beheerder onverwijld over die aanstelling. Als de beheerder niet binnen zeven dagen na de aanstelling naar behoren over die beslissing is geïnformeerd, of als de bevoegde autoriteiten in kwestie binnen een termijn van één maand geen beslissing hebben genomen, kan de beheerder zelf zijn referentielidstaat kiezen op basis van de in het eerste lid vastgelegde criteria.
  De beheerder moet kunnen bewijzen effectieve verhandelingsactiviteiten met betrekking tot de rechten van deelneming in AICB's in een bepaalde lidstaat te willen ontplooien door zijn marketingstrategie aan de bevoegde autoriteiten van de door hem aangewezen lidstaat bekend te maken.
  § 2. In de in paragraaf 1 bedoelde gevallen is de FSMA bevoegd voor de vergunningverlening aan en het toezicht op de beheerder van AICB's.
  Het Belgisch recht is van toepassing op en de Belgische rechtbanken zijn bevoegd voor de relaties tussen de FSMA en de beheerder.
  Geen enkel geschil tussen de beheerder en de deelnemers uit de Europese Economische Ruimte mag conform de wetgeving van een derde land worden opgelost of onder de bevoegdheid van de rechtbanken van dat land vallen.

  Afdeling II. - Vergunning

  Art. 136. § 1. De in een derde land gevestigde beheerders van AICB's waarvoor België de referentielidstaat is en die voornemens zijn om AICB's uit de Europese Unie te beheren en/of AICB's die zij beheren in de Europese Economische Ruimte te verhandelen, moeten vooraf een vergunning verkrijgen van de FSMA.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk, conformeert een dergelijke beheerder zich aan de relevante bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de beheerders naar Belgisch recht.
  De beheerder is niet verplicht om zich te schikken naar een bepaling van boek II van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, voor zover hij aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° de naleving van de betrokken wettelijke bepaling is onverenigbaar met de naleving van een verplichtende bepaling in de wetgeving die geldt voor de betrokken beheerder en/of de door hem in de Europese Economische Ruimte verhandelde AICB uit derde landen;
  2° de wetgeving die geldt voor de betrokken beheerder en/of de door hem in de Europese Economische Ruimte verhandelde AICB uit derde landen, voorziet in een equivalente regel die hetzelfde doel dient op regelgevend vlak en die de deelnemers in de AICB hetzelfde beschermingsniveau biedt;
  3° de betrokken beheerder en/of de door hem verhandelde AICB uit derde landen leven die equivalente regel na.
  § 3. Een beheerder die voornemens is voorafgaand een vergunning te verkrijgen, moet een wettelijke vertegenwoordiger hebben die in België is gevestigd. De wettelijke vertegenwoordiger is het contactpunt van de beheerder in de Europese Economische Ruimte en alle officiële briefwisseling tussen de bevoegde autoriteiten en de beheerder en tussen de deelnemers uit de Europese Economische Ruimte in de betrokken AICB en de beheerder overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU verloopt via hem.
  De wettelijke vertegenwoordiger vervult, samen met de beheerder, de compliancefunctie met betrekking tot de beheer- en verhandelingsactiviteiten die, op grond van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, door de beheerder worden verricht.

  Art. 137. § 1. De beheerders van AICB's waarop dit hoofdstuk betrekking heeft, dienen een vergunningsaanvraag in bij de FSMA.
  § 2. Na ontvangst van de vergunningsaanvraag beoordeelt de FSMA of, bij de bepaling van de referentielidstaat door de beheerder, aan de in artikel 135 vastgestelde criteria is voldaan.
  Als de FSMA van mening is dat dit niet het geval is, wijst zij de vergunningsaanvraag af, met opgave van de redenen voor de afwijzing.
  Als de FSMA van mening is dat aan de in artikel 135 vastgestelde criteria is voldaan, stelt zij de ESMA hiervan in kennis en verzoekt zij haar een advies over haar beoordeling uit te brengen. Die kennisgeving bevat de motivering van de beheerder van zijn beoordeling van de referentielidstaat, alsook informatie over zijn marketingstrategie.
  De in artikel 16, § 1, eerste lid, bedoelde termijn wordt tijdens de behandeling door de ESMA opgeschort.
  Als de FSMA voorstelt om, ondanks het advies van de ESMA, een vergunning te verlenen, stelt zij de ESMA hiervan in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing. Als de betrokken beheerder voornemens is rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's in andere lidstaten dan de referentielidstaat te verhandelen, stelt de FSMA hiervan ook de bevoegde autoriteiten van die lidstaten in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing. In voorkomend geval, stelt de FSMA ook de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst van de door de beheerder beheerde AICB's in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing.

  Art. 138. Als de FSMA het oneens is met de bepaling, door de beheerder, van de referentielidstaat kan zij de vraag voorleggen aan de ESMA.

  Art. 139. § 1. Onverminderd artikel 140, wordt een vergunning alleen verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° België is, met toepassing van de in artikel 135 vastgestelde criteria, als referentielidstaat aangewezen en die keuze is onderbouwd door de marketingstrategie, en de in artikel 37, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde procedure is gevolgd door de FSMA en de andere betrokken bevoegde autoriteiten;
  2° de beheerder van AICB's heeft een wettelijke vertegenwoordiger aangesteld in België;
  3° de wettelijke vertegenwoordiger is, samen met de beheerder, de contactpersoon van de beheerder voor de deelnemers in de betrokken AICB's, voor de ESMA en voor de FSMA wat de activiteiten betreft waarvoor de beheerder een vergunning heeft in de Europese Economische Ruimte. Hij beschikt over de nodige middelen om de compliancefunctie te vervullen overeenkomstig deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  4° tussen de FSMA, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken AICB's uit de Europese Unie en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de beheerder van AICB's is gevestigd, bestaat een adequate samenwerkingsregeling die op zijn minst een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, zodat de FSMA de haar bij de wet toevertrouwde taken kan uitvoeren;
  5° het derde land waar de beheerder van AICB's is gevestigd, staat niet op de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF;
  6° het derde land waar de beheerder is gevestigd, heeft met België een overeenkomst gesloten die voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten;
  7° de daadwerkelijke uitoefening door de FSMA van de haar bij de wet toevertrouwde taken wordt noch verhinderd door de wetten, regelingen of administratieve bepalingen van een derde land waaronder de beheerder van AICB's ressorteert, noch door beperkingen van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden van de toezichtsautoriteiten van dat derde land.
  § 2. Als de FSMA het oneens is met de beoordeling die de bevoegde autoriteiten van de referentielidstaat van de beheerder hebben gemaakt van de toepassing van artikel 37, lid 7, punten a) tot e) en punt g), van Richtlijn 2011/61/EU, of als een bevoegde autoriteit het oneens is met de beoordeling die de FSMA in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit van de referentielidstaat heeft gemaakt van de toepassing van dit artikel, kan de FSMA de vraag voorleggen aan de ESMA.
  § 3. Als de bevoegde autoriteit van een AICB uit de Europese Unie niet binnen een redelijke periode deelneemt aan de vereiste samenwerkingsregelingen overeenkomstig artikel 37, lid 7, punt d) van Richtlijn 2011/61/EU, kan de FSMA de vraag voorleggen aan de ESMA.

  Art. 140. § 1. De vergunning wordt verleend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 11 tot 35.
  § 2. Bovendien zijn de volgende bepalingen van toepassing :
  1° de in artikel 13, § 2, eerste lid, bedoelde informatie wordt aangevuld met :
  (a) de motivering door de betrokken beheerder van zijn bepaling van de referentielidstaat overeenkomstig de criteria van artikel 135, alsook de informatie over de marketingstrategie;
  (b) een lijst van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die onmogelijk door de beheerder kunnen worden nageleefd, doordat de naleving van die bepalingen overeenkomstig artikel 136, § 2, tweede lid, onverenigbaar is met naleving van een verplichtende bepaling in de wet die geldt voor de betrokken beheerder en/of de AICB uit derde landen die door hem in de Europese Economische Ruimte wordt verhandeld;
  (c) schriftelijk bewijs op basis van de door de ESMA ontwikkelde technische reguleringsnormen dat (i) de wetgeving van het derde land in kwestie in een regel voorziet die equivalent is met de desbetreffende bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die niet kunnen worden nageleefd, die hetzelfde doel dient op regelgevend vlak en die de deelnemers in de betrokken AICB's hetzelfde beschermingsniveau biedt en (ii) de beheerder deze equivalente regel naleeft.
  Dit schriftelijke bewijs moet worden ondersteund door een juridisch advies over het feit dat de betrokken verplichtende bepaling in de wetgeving van het derde land in kwestie bestaat, met een omschrijving van het doel ervan op regelgevend vlak en de aard van de bescherming van de deelnemers die ermee wordt nagestreefd; en
  (d) de naam van de wettelijke vertegenwoordiger van de beheerder en de plaats waar hij is gevestigd;
  2° de in artikel 13, § 2, tweede en derde lid, bedoelde informatie mag worden beperkt tot de AICB's uit de Europese Unie die de beheerder wil beheren, en tot de door hem beheerde AICB's die hij in de Europese Economische Ruimte wil verhandelen met een paspoort;
  3° artikel 20 laat de bepalingen van artikel 136, § 2, onverlet;
  4° artikel 16, § 1, tweede lid, wordt geacht een verwijzing naar de in artikel 140 bedoelde informatie te bevatten.
  Artikel 34 is niet van toepassing.
  § 3. Als de FSMA het oneens is met de vergunning die is verleend door de bevoegde autoriteiten van de referentielidstaat van de beheerder, of als een bevoegde autoriteit het oneens is met de vergunning die is verleend door de FSMA in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit van de referentielidstaat, kan de FSMA de vraag voorleggen aan de ESMA.

  Art. 141. Ingeval de FSMA van mening is dat de beheerder kan verwijzen naar artikel 136, § 2, om te worden vrijgesteld van de naleving van sommige bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, stelt zij de ESMA hiervan onverwijld in kennis teneinde haar advies hierover in te winnen. De FSMA onderbouwt haar beoordeling met de informatie die haar door de beheerder is verstrekt overeenkomstig artikel 140, § 2, 1°, b) en c).
  De in artikel 16, § 1, eerste lid, bedoelde termijn wordt tijdens de behandeling door de ESMA opgeschort.
  Als de FSMA voornemens is om de vergunning te verlenen ondanks het advies van de ESMA als bedoeld in artikel 37, lid 9, tweede alinea van Richtlijn 2011/61/EU, stelt zij deze laatste hiervan in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing. Bovendien, als de betrokken beheerder, in ditzelfde geval, voornemens is om rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's in andere lidstaten dan de referentielidstaat te verhandelen, stelt de FSMA hiervan ook de bevoegde autoriteiten van die lidstaten in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing.
  Als de FSMA het oneens is met de beoordeling die de bevoegde autoriteiten van de referentielidstaat van de beheerder hebben gemaakt van de toepassing van artikel 37, lid 9, van Richtlijn 2011/61/EU, of als een bevoegde autoriteit het oneens is met de beoordeling die de FSMA in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit van de referentielidstaat heeft gemaakt van de toepassing van dit artikel, kan de FSMA de vraag voorleggen aan de ESMA.

  Art. 142. De FSMA informeert de ESMA onverwijld over de toekenning of de weigering van de oorspronkelijke vergunning, over elke wijziging in de vergunning van de beheerder van AICB's en over elke intrekking van een vergunning.
  De FSMA informeert de ESMA over de vergunningsaanvragen die zij heeft afgewezen, waarbij zij telkens informatie verstrekt over de beheerder van AICB's die de vergunning had aangevraagd en de redenen opgeeft voor de afwijzing.

  Art. 143. De FSMA stelt een lijst op van de beheerders waaraan krachtens dit hoofdstuk een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Deze lijst kan in rubrieken en subrubrieken worden onderverdeeld.

  Art. 144. § 1. De verdere zakelijke ontwikkeling van de beheerder van AICB's in de Europese Economische Ruimte na het verkrijgen van zijn oorspronkelijke vergunning, heeft geen gevolgen voor de bepaling van de referentielidstaat.
  § 2. Als de beheerder zijn marketingstrategie echter binnen twee jaar na het verkrijgen van zijn vergunning wijzigt en de gewijzigde marketingstrategie tot de aanstelling van een andere referentielidstaat zou hebben geleid, stelt de beheerder de FSMA in kennis van deze wijziging alvorens ze door te voeren en geeft hij aan welk land op basis van de criteria vervat in artikel 135 zijn referentielidstaat is. De beheerder motiveert zijn standpunt door de FSMA in kennis te stellen van zijn nieuwe marketingstrategie en haar mee te delen wie zijn nieuwe wettelijk vertegenwoordiger is, met inbegrip van zijn identiteit en zijn plaats van vestiging. De nieuwe wettelijk vertegenwoordiger moet in de nieuwe referentielidstaat gevestigd zijn.
  De FSMA beoordeelt of de bepaling van de referentielidstaat door de beheerder correct is en stelt de ESMA in kennis van haar beoordeling teneinde haar advies hierover in te winnen. Die kennisgeving bevat de motivering van de beheerder alsook informatie over zijn nieuwe marketingstrategie.
  Na ontvangst van het advies van de ESMA stelt de FSMA de beheerder van AICB's, de oorspronkelijke wettelijk vertegenwoordiger en de ESMA in kennis van haar besluit.
  Als de FSMA het eens is met de door de beheerder gemaakte beoordeling, informeert zij tevens de bevoegde autoriteiten van de nieuwe referentielidstaat over de wijziging. De FSMA bezorgt de bevoegde autoriteiten van de nieuwe referentielidstaat onverwijld een kopie van haar beslissing om een vergunning te verlenen en van het toezichtsdossier van de beheerder. Vanaf de datum van toezending van de kopie van haar beslissing om de vergunning te verlenen en van het toezichtsdossier, zijn de bevoegde autoriteiten van de nieuwe referentielidstaat bevoegd voor de vergunning en het toezicht op de beheerder. Ingeval de nieuwe referentielidstaat België is, is de FSMA vanaf die datum bevoegd.
  Als de beslissing van de FSMA strijdig is met het advies van de ESMA,
  1° stelt de FSMA de ESMA hiervan in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing;
  2° ingeval de beheerder rechten van deelneming in AICB's verhandelt in andere lidstaten dan de oorspronkelijke referentielidstaat, stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaten hiervan in kennis, met opgave van de redenen voor haar beslissing. In voorkomend geval informeert de FSMA hierover ook de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst van de AICB's die door de beheerder worden beheerd, met opgave van de redenen voor haar beslissing.

  Art. 145. § 1. Als binnen twee jaar na het verlenen van de vergunning aan de beheerder van AICB's uit zijn feitelijke zakelijke ontwikkeling in de Europese Economische Ruimte blijkt dat hij de marketingstrategie die hij had voorgelegd bij de indiening van zijn vergunningsaanvraag, niet heeft gevolgd of dat hij hierover valse verklaringen heeft afgelegd, dan wel dat hij zich niet heeft geschikt naar de bepalingen van artikel 144 bij de wijziging van zijn marketingstrategie, verzoekt de FSMA hem om aan te geven welke staat op basis van zijn feitelijke marketingstrategie de referentielidstaat is.
  In dat geval is de in artikel 144 bedoelde procedure van overeenkomstige toepassing.
  Als de beheerder het verzoek van de FSMA niet inwilligt, wordt zijn vergunning ingetrokken.
  § 2. Als de beheerder zijn marketingstrategie na de in artikel 144 bedoelde termijn wijzigt en voornemens is om op basis van zijn nieuwe marketingstrategie zijn referentielidstaat te wijzigen, kan hij bij de FSMA een verzoek indienen om zijn referentielidstaat te wijzigen. In dat geval is de in artikel 144 bedoelde procedure van overeenkomstige toepassing.

  Art. 146. Wanneer een in een derde land gevestigde beheervennootschap die een AICB beheert, of een andere entiteit die voor haar rekening optreedt, de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de door haar beheerde AICB, niet kan naleven, stelt zij de FSMA en, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de betrokken AICB daarvan onmiddellijk in kennis.
  De FSMA eist dat de beheervennootschap de nodige corrigerende maatregelen neemt.
  Indien de beheervennootschap, in het geval van een AICB uit de Europese Unie, ondanks de in het vorige lid bedoelde maatregelen, de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet naleeft, eist de FSMA dat de beheervennootschap als beheervennootschap van de AICB wordt vervangen. Zolang de vervanging niet heeft plaatsgevonden, mag de AICB niet meer in de Europese Economische Ruimte worden verhandeld. De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheervennootschap daarvan onmiddellijk in kennis.
  Indien de beheervennootschap, in het geval van een AICB uit derde landen, ondanks de in het vorige lid bedoelde maatregelen, de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet naleeft, wordt die AICB niet meer verhandeld in de Europese Economische Ruimte. De FSMA stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst van de beheervennootschap daarvan onmiddellijk in kennis.

  Afdeling III. - Verhandeling met een paspoort in de Europese Economische Ruimte van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie, beheerd door een beheerder gevestigd in een derde land

  Art. 147. Een beheerder van AICB's die gevestigd is in een derde land waarvan België de referentielidstaat is, mag rechten van deelneming in AICB's uit de Europese Unie die hij beheert verhandelen in de Europese Economische Ruimte voor zover voldaan is aan de voorwaarden van afdeling II en van de onderhavige afdeling.

  Art. 148. § 1. Als de beheerder voornemens is rechten van deelneming in AICB's in België te verhandelen, zendt hij een kennisgeving aan de FSMA voor elke AICB die hij wil verhandelen.
  Deze kennisgeving bevat de documentatie en de informatie als bedoeld in artikel 86.
  § 2. Artikel 87, eerste en tweede lid, is van toepassing.
  Ingeval de FSMA hier gunstig op beschikt, deelt zij ook aan de ESMA en, als dit andere autoriteiten zijn, aan de bevoegde autoriteiten van de AICB mee dat de beheerder de rechten van deelneming in België mag gaan verhandelen.

  Art. 149.De in deze afdeling bedoelde rechten van deelneming in AICB's mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van [1 deel III en, in voorkomend geval, deel IV]1 worden nageleefd.
  [2 ...]2
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 56, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 150. § 1. Als de beheerder voornemens is rechten van deelneming in AICB's in andere lidstaten dan België te verhandelen, zendt hij een kennisgeving die is opgesteld in een taal die gebruikelijk is in de internationale financiële wereld, aan de FSMA voor elke AICB die hij wil verhandelen.
  Deze kennisgeving bevat de documentatie en de informatie als bedoeld in artikel 90.
  § 2. Artikel 91, § 1, eerste lid, is van toepassing.
  De FSMA voegt bij de in artikel 91, § 1, eerste lid bedoelde kennisgeving die is opgesteld in een taal die gebruikelijk is in de internationale financiële wereld, een verklaring dat de beheerder een vergunning heeft.
  § 3. Artikel 91, § 2, eerste lid, is van toepassing.
  Ingeval de FSMA hier gunstig op beschikt, deelt zij ook aan de ESMA en, als dit andere autoriteiten zijn, aan de bevoegde autoriteiten van de AICB mee dat de beheerder de rechten van deelneming mag gaan verhandelen in zijn lidstaten van ontvangst.

  Art. 151. § 1. In geval van een materiële wijziging van de overeenkomstig artikel 148, § 1, verstrekte gegevens, zijn de artikelen 88 en 89 van toepassing.
  In geval van een materiële wijziging van de overeenkomstig artikel 150, § 1, verstrekte gegevens, is artikel 92, eerste tot derde lid van toepassing.
  § 2. Als de wijzigingen aanvaardbaar zijn omdat zij geen effect hebben op het feit dat het beheer van de AICB strookt met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, noch op het feit dat de beheerder deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen naleeft, informeert de FSMA de ESMA onverwijld over deze wijzigingen, in zoverre die betrekking hebben op de stopzetting van de verhandeling van bepaalde AICB's of op de verhandeling van bijkomende AICB's, en informeert zij, indien nodig, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst hierover.

  Afdeling IV. - Verhandeling met een paspoort in de Europese Economische Ruimte van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit derde landen, beheerd door een beheerder gevestigd in een derde land

  Art. 152. Een beheerder van AICB's waarvan België de referentielidstaat is, mag rechten van deelneming in AICB's uit derde landen die hij beheert verhandelen voor zover voldaan is aan de voorwaarden van afdeling II en van de onderhavige afdeling.

  Art. 153. § 1. Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk, voldoet de beheerder aan de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de beheerders naar Belgisch recht.
  § 2. Daarenboven leeft hij de volgende bepalingen na :
  1° tussen de FSMA en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, bestaat een adequate samenwerkingsregeling die op zijn minst een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, zodat de FSMA de haar bij de wet toevertrouwde taken kan uitvoeren;
  2° het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, staat niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF;
  3° het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, heeft met België en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming in de AICB bestemd zijn om te worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en die een doeltreffende informatie-uitwisseling over fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, waarborgt.
  Als de FSMA het oneens is met de beoordeling die de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat hebben gemaakt van de toepassing van artikel 40, lid 2, eerste alinea, punten a) en b), van Richtlijn 2011/61/EU, of als een bevoegde autoriteit het oneens is met de beoordeling die de FSMA in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit van de referentielidstaat heeft gemaakt van de toepassing van dit artikel, kan de FSMA de vraag voorleggen aan de ESMA.

  Art. 154. De artikelen 86 en 87, eerste en tweede lid, zijn van toepassing op de verhandeling in België van de rechten van deelneming in AICB's uit derde landen door een in een derde land gevestigde beheerder van AICB's.
  De FSMA informeert ook de ESMA over het feit dat de beheerder van AICB's de rechten van deelneming in de betrokken AICB in België mag gaan verhandelen.

  Art. 155.De in artikel 154 bedoelde rechten van deelneming in AICB's mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden onder de voorwaarden vastgesteld in [1 deel III]1.
  [2 ...]2
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 56, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 156. De artikelen 90, § 1, eerste lid, en § 2, en 91, §§ 1 en 2, eerste lid, zijn van toepassing op de verhandeling in een andere lidstaat dan België van de rechten van deelneming in AICB's uit derde landen door beheerders van AICB's waarvoor België de lidstaat van herkomst is.
  De FSMA informeert de ESMA over het feit dat de beheerder de rechten van deelneming in de betrokken AICB in de lidstaten van herkomst mag gaan verhandelen.
  In geval van een materiële wijziging van de overeenkomstig artikel 154, eerste lid en 156, eerste lid, verstrekte gegevens, is artikel 92, eerste tot derde lid van toepassing.
  Als de wijzigingen aanvaardbaar zijn omdat zij geen effect hebben op het feit dat het beheer van de AICB strookt met deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, noch op het feit dat de beheerder deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen naleeft, informeert de FSMA de ESMA onverwijld over deze wijzigingen, in zoverre die betrekking hebben op de stopzetting van de verhandeling van bepaalde AICB's of op de verhandeling van bijkomende AICB's, en informeert zij, indien nodig, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst hierover.

  Art. 157. In het in artikel 35, lid 15, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde geval, kan de FSMA de zaak voorleggen aan de ESMA.

  Afdeling V. - Beheer van in andere lidstaten gevestigde alternatieve instellingen voor collectieve belegging door een in een derde land gevestigde beheerder

  Art. 158. Een beheerder van AICB's waarvan België de referentielidstaat is, mag AICB's uit de Europese Unie die gevestigd zijn in een andere lidstaat beheren, hetzij rechtstreeks, hetzij door de vestiging van een bijkantoor mits hij een vergunning heeft om dit type AICB's te beheren en voor zover voldaan is aan de voorwaarden van afdeling II en van de onderhavige afdeling.

  Art. 159. De artikelen 102, 103 en 104 zijn van toepassing als een beheerder van AICB's voornemens is om voor de eerste maal AICB's uit de Europese Unie die gevestigd zijn in een andere lidstaat te beheren, hetzij rechtstreeks, hetzij door de vestiging van een bijkantoor.
  Zodra zij de kennisgeving met de door de beheerder verstrekte informatie heeft overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst, deelt de FSMA ook aan de ESMA mee dat de beheerder de AICB in de lidstaten van ontvangst van de beheerder mag gaan beheren.

  HOOFDSTUK II. - In een derde land gevestigde beheerders waarvoor België niet de referentielidstaat is en die alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht beheren en/of alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit de Europese Unie of uit derde landen in België verhandelen

  Art. 160. Een beheerder die gevestigd is in een derde land waarvoor België niet de referentielidstaat is, mag in België rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's uit de Europese Unie verhandelen zodra de FSMA de in artikel 39, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde documenten heeft ontvangen.

  Art. 161. Een beheerder die gevestigd is in een derde land waarvoor België niet de referentielidstaat is, mag in België rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's uit derde landen verhandelen zodra de FSMA de in artikel 40, lid 6, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde documenten heeft ontvangen.

  Art. 162.De in dit hoofdstuk bedoelde rechten van deelneming in AICB's mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden conform de bepalingen van [1 deel III en, in voorkomend geval, deel IV]1.
  [2 ...]2
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 56, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 163.Een beheerder van AICB's die gevestigd is in een derde land en waarvoor België niet de referentielidstaat is, mag zijn werkzaamheden in België aanvatten, hetzij rechtstreeks, hetzij door de vestiging van een bijkantoor, zodra de FSMA de in artikel 41, lid 4, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde kennisgeving heeft ontvangen.
  [1 ...]1.
  De FSMA stelt de lijst op van de beheerders die gevestigd zijn in een derde land als bedoeld in het eerste lid en publiceert deze lijst, alsook alle wijzigingen die erin worden aangebracht, op haar website.
  De FSMA schrijft deze beheerders in op de lijst als bedoeld in het tweede lid zodra zij de kennisgeving ontvangt als bedoeld in artikel 41, lid 4 van Richtlijn 2011/61/EU.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 57, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 164.Een in dit hoofdstuk bedoelde beheerder mag in België gevestigde openbare AICB's enkel beheren in overeenstemming met de bepalingen van delen III en IV.
  [1 ]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 58, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 165. De bepalingen van boek I zijn enkel van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde beheerders voor zover aangegeven in dit artikel.
  De artikelen 37, 39, 44, 45 en 46 zijn van toepassing op de beheerders die in België werkzaam zijn via de vestiging van een bijkantoor.

  HOOFDSTUK III.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 166.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 167.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 168.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 169.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 170.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 171.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 172.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  HOOFDSTUK IV.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 173.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 174.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 175.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 176.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 177.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 178.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 179.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Deel III. - NIET-GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE ALTERNATIEVE INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING

  Boek I. - Specifieke bepalingen voor de openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  TITEL I. - Toepassingsgebied

  Art. 180.§ 1. Onverminderd de toepassing van de delen II en IV van deze wet en Verordening 231/2013, zijn de bepalingen van dit deel van toepassing op de openbare AICB's naar Belgisch of buitenlands recht.
  § 2. De bepalingen van dit deel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn echter niet van toepassing op
  1° de vennootschappen
  a) waarvan de effecten het voorwerp uitmaken, of uitgemaakt hebben van een openbaar aanbod in België, als die effecten, voor 90 % of een ander door de Koning te bepalen percentage van hun nominale waarde of fractiewaarde en van de prijs waartegen ze worden aangeboden, onvoorwaardelijk en onherroepelijk worden gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door een van zijn regionale of plaatselijke overheden; en,
  b) die zijn onderworpen aan bijzondere wetgeving die ertoe strekt investeringen in niet-genoteerde vennootschappen te bevorderen en die er, op grond van de wetgeving of hun statuten, toe gehouden zijn informatieverplichtingen na te leven die gelijkwaardig zijn aan de informatieverplichtingen die gelden ter uitvoering van artikel 10, § 1, eerste lid, § 2, 1°, 4° en 5°, van de wet van 2 augustus 2002;
  2° de ontwikkelingsfondsen bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van 1 juni 2008 houdende de invoering van een belastingsvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning als ontwikkelingsfonds.
  [1 § 3. De in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare starterfondsen, die onder de toepassing van artikel 106 vallen, zijn niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
   1° artikel 201, 5° ;
   2° artikel 208; en
   3° de artikelen 216 tot 220.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 45, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 180/1.[1 Het is eenieder verboden om aan het publiek in België rechten van deelneming te commercialiseren in AICB's die niet, zoals vereist door de wet, zijn ingeschreven of vergund om dergelijke rechten van deelneming aan het publiek in België te mogen aanbieden.
   Voor de toepassing van dit artikel verwijst "commercialisering aan het publiek" naar de commercialisering als gedefinieerd in artikel 30bis, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002, in zoverre zij niet onder de toepassing van artikel 5 valt.
   Dit artikel is niet van toepassing op :
   1° de commercialisering van rechten van deelneming in AICB's die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of een MTF, in de zin van respectievelijk artikel 2, eerste lid, 3° en 4°, van de wet van 2 augustus 2002;
   2° de commercialisering van rechten van deelneming in AICB's als bedoeld in artikel 180, § 2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 60, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  TITEL II. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht

  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Art. 181. De openbare AICB's behoren tot één van de volgende twee categorieën :
  1° de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming of de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal;
  2° de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming of de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal.

  Art. 182. Elke openbare AICB wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de deelnemers en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd.

  Art. 183. Elke openbare AICB moet voor de belegging van de financiële middelen die zij inzamelt, opteren voor één van de hierna opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen :
  1° financiële instrumenten en liquide middelen;
  2° opties en termijncontracten op effecten, deviezen en beursindexcontracten;
  3° vastgoed;
  4° hoogrisicodragend kapitaal;
  5° financiële instrumenten die zijn uitgegeven door niet-genoteerde vennootschappen;
  6° andere door de Koning toegelaten beleggingen.
  De Koning definieert de in het eerste lid opgesomde categorieën van toegelaten beleggingen bij besluit genomen op advies van de FSMA.
  De openbare instellingen voor collectieve belegging mogen de financiële middelen die zij aantrekken, slechts in een categorie van toegelaten beleggingen beleggen
  1° als deze door de Koning werd vastgesteld conform het voorgaande lid en conform de aldus vastgestelde regels; of
  2° overeenkomstig de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012.

  Art. 184.§ 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten.
  § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten; er mogen geen verschillende categorieën van rechten van deelneming worden gecreëerd, tenzij :
  1° het beheerreglement of de statuten bepalen dat twee types van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd, waarbij de netto-opbrengst voor het ene type wordt uitgekeerd en voor het andere type wordt gekapitaliseerd;
  2° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, conform de criteria en voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen op advies van de FSMA, bepalen dat verschillende klassen van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd die in verschillende munten zijn uitgedrukt of waarop verschillende kosten of verschillende provisies van toepassing zijn, of die zich van elkaar onderscheiden op grond van andere criteria die door de Koning zijn vastgesteld, met dien verstande dat er geen onderscheid mogelijk is wat de deelname betreft in het resultaat van de portefeuille van de beleggingsvennootschap of van het compartiment; de beslissing van de raad van bestuur om, met toepassing van een dergelijke statutaire bepaling, een nieuwe klasse van rechten van deelneming te creëren, wijzigt de statuten, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen;
  3° het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, conform de criteria en voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld bij besluit genomen op advies van de FSMA, bepaalt dat verschillende klassen van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd die in verschillende munten zijn uitgedrukt of waarop verschillende kosten of verschillende provisies van toepassing zijn, of die zich van elkaar onderscheiden op grond van andere criteria die door de Koning zijn vastgesteld, met dien verstande dat er geen onderscheid mogelijk is wat de deelname betreft in het resultaat van de portefeuille van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van het compartiment; de beslissing van de beheervennootschap om, met toepassing van een dergelijke bepaling van het beheerreglement, een nieuwe klasse van rechten van deelneming te creëren, wijzigt het beheerreglement, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen;
  4° de statuten van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal of het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren overeenkomstig de artikelen 187 en 192;
  5° in de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal verschillende categorieën van rechten van deelneming zijn gecreëerd;
  [1 6° de statuten van een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren overeenkomstig artikel 196/1.]1
  [2 ...]2.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 46, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 61, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  HOOFDSTUK II. - Privaatrechtelijk statuut

  Afdeling I. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming

  Art. 185. De openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 183, eerste lid, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  De openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming mogen de financiële middelen die zij aantrekken, slechts in een categorie van toegelaten beleggingen beleggen als deze door de Koning werd vastgesteld conform artikel 183. Die belegging dient te gebeuren conform de aldus vastgestelde regels.

  Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten

  Art. 186.§ 1. De rechten van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn vertegenwoordigd door (a) op naam gestelde rechten van deelneming, (b) gedematerialiseerde rechten van deelneming of, (c) voor zover de toepasselijke wettelijke bepalingen dit toestaan, aan toonder gestelde rechten van deelneming.
  De beheervennootschap van AICB's moet de bepalingen naleven van deze titel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen met betrekking tot een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  [1 § 1/1. Een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt als Belgisch beschouwd als het op de in artikel 200 bedoelde lijst is ingeschreven.]1
  § 2. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" of "openbaar open fonds naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.
  § 3. De deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn tot de schulden van het fonds slechts gehouden ten belope van het netto-actief van het fonds en pro rata van hun deelneming.
  De schuldeisers van de beheervennootschap van AICB's of van de deelnemers hebben geen verhaal op de activa van het fonds, die slechts tot waarborg strekken voor schulden, verbintenissen en verplichtingen die in overeenstemming met de doelomschrijving in het beheerreglement ten laste kunnen worden gebracht van de activa van het fonds.
  De beheervennootschap van AICB's vertegenwoordigt het gemeenschappelijk beleggingsfonds en zijn deelnemers jegens derden en kan, in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in het beheerreglement, de deelnemers in rechte vertegenwoordigen zonder de identiteit van de deelnemers kenbaar te maken.
  § 4. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een alternatieve instelling voor collectieve belegging die is ingeschreven op de in artikel 200 bedoelde lijst, of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds bepaald is dat zijn beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex.
  § 5. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 62, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 187. § 1. Het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dat heeft geopteerd voor de in artikel 183, eerste lid bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, kan de beheervennootschap van AICB's machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken deel van het vermogen vertegenwoordigen.
  De compartimenten moeten niet individueel in het beheerreglement vermeld worden. Als de compartimenten individueel in het beheerreglement worden vermeld, wordt dat beheerreglement gewijzigd door de beslissing van de beheervennootschap van AICB's om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creëren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen.
  § 2. In het beheerreglement wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan het hele gemeenschappelijk beleggingsfonds en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de raad van bestuur van de beheervennootschap van AICB's.
  § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX, of Boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing.
  Elk compartiment van een gemeenschappelijk beleggingsfonds wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening tot de vereffening van een ander compartiment leidt. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 4. In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en artikel 186, § 3, eerste en tweede lid, zijn de rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, beperkt tot de activa van dit compartiment.
  Als in het vermogen verschillende compartimenten zijn ingericht, wordt, ten aanzien van de tegenpartij, elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze aan één of meer compartimenten toegerekend. De bestuurders van de beheervennootschap zijn, hetzij jegens de deelnemers in het fonds, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
  In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 en artikel 186, § 3, eerste en tweede lid, strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en voor de rechten van de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.

  Art. 188. Het beheerreglement bevat de bepalingen waarin het doel van het gemeenschappelijk beleggingsfonds is vastgesteld, de bijzondere beheer- of bestuursregels die hierop van toepassing zijn en de respectieve rechten en plichten van de beheervennootschap van AICB's, de bewaarder en de deelnemers.
  Het beheerreglement mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  Het beheerreglement bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de beheervennootschap van AICB's bevoegd is om de stemrechten uit te oefenen die verbonden zijn aan de financiële instrumenten in het gemeenschappelijk beleggingsfonds.

  Art. 189. § 1. Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering van de deelnemers van een gemeenschappelijk beleggingsfonds worden gehouden op de plaats, de dag en het uur als vastgelegd in het beheerreglement. De algemene vergadering krijgt kennis van het jaarverslag en het verslag van de commissarissen over de jaarrekening en behandelt de jaarrekening van het gemeenschappelijk beleggingsfonds. De algemene vergadering beslist over de goedkeuring van de jaarrekening, inclusief over de bestemming van het resultaat van het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 2. De raad van bestuur van de beheervennootschap van AICB's en de commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds kunnen een algemene vergadering van de deelnemers in een gemeenschappelijk beleggingsfonds bijeenroepen, in voorkomend geval per compartiment.
  Zij moeten die algemene vergadering bijeenroepen, in voorkomend geval per compartiment
  1° op verzoek van de deelnemers die één vijfde van het bedrag van de in omloop zijnde rechten van deelneming in het gemeenschappelijk beleggingsfonds vertegenwoordigen en die het bezit ervan sinds drie maanden kunnen bewijzen, om te beslissen over de vervanging van de beheervennootschap van AICB's;
  2° voor elke beslissing tot wijziging van het beheerreglement, tot wijziging van de categorie van toegelaten beleggingen of tot ontbinding, vereffening, fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting of tot inbreng of overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak;
  3° telkens als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds in een bijeenroeping van de algemene vergadering van deelnemers voorziet;
  4° teneinde een bedrijfsrevisor aan te stellen om de functie van commissaris van het gemeenschappelijk beleggingsfonds waar te nemen conform artikel 351.
  § 3. Het beheerreglement regelt de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en besluitvorming van de algemene vergadering van deelnemers, met inachtneming van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen voor zover deze door of krachtens deze wet van overeenkomstige toepassing zijn op gemeenschappelijke beleggingsfondsen of hun compartimenten, alsook de wijze van terbeschikkingstelling van het jaarverslag, van het verslag van de commissarissen en van de jaarrekening aan de deelnemers van het gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  Als het beheerreglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, conform artikel 184, § 2, 3°, voorziet in de creatie van verschillende categorieën van rechten van deelneming, is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.

  Onderafdeling II. - Beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal

  Art. 190. Een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, "bevek" genoemd, wordt opgericht als naamloze vennootschap.
  Haar kapitaal verandert, zonder wijziging van de statuten, naargelang zij nieuwe rechten van deelneming uitgeeft of haar eigen rechten van deelneming inkoopt.
  Een bevek mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.

  Art. 191. § 1. De bevek is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voor zover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze Titel of het Wetboek van Vennootschappen.
  § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen bevat de naam van de bevek en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "openbare beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht" of "openbare bevek naar Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam.
  § 3. Het maatschappelijk kapitaal is steeds gelijk aan de waarde van het netto-actief. Het mag niet minder bedragen dan 1.200.000 EUR.
  § 4. Elke inbreng gebeurt in geld. Deze bepaling is niet van toepassing in geval van inbreng van de activa van een op de in artikel 200 bedoelde lijst ingeschreven alternatieve instelling voor collectieve belegging of in geval van inbreng van de korf van de samenstellende effecten van een index, wanneer in de statuten van de alternatieve instelling voor collectieve belegging bepaald is dat haar beleggingsbeleid gericht is op het volgen van een bepaalde effectenindex.
  § 5. De rechten van deelneming moeten vanaf de inschrijving zijn volgestort; zij vermelden geen nominale waarde.
  Er kunnen geen rechten van deelneming worden uitgegeven die het kapitaal niet vertegenwoordigen.
  § 6. De artikelen 78, 79, eerste lid, 96, 4°, 5° en 6°, 141, 184, § 2, eerste, tweede, derde lid en zesde lid, laatste zin, en § 4, 189bis, 190, § 1, derde en vierde lid, 195bis, eerste lid, 3° en 4° bis, 196, eerste lid, 5°, 439 tot 442, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, 463, vierde lid, 465, derde lid, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, 515bis, 533, § 2, 533bis, 533ter, 536, § 2, 542, 546, tweede lid, 547bis, 557, 558, tweede en derde lid, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 600, 603 tot 607, 612 tot 617, 618, zesde en zevende lid, 619 tot 628, 633, 634, 699, § 1, 1°, 712, § 1, 1°, 722, § 1, 1°, 736, § 1, 1°, 751, § 1, 1° en 781, § 1, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing, onverminderd de overige afwijkingen op het Wetboek van Vennootschappen bepaald door of krachtens deze Titel of het Wetboek van Vennootschappen.
  De algemene vergadering kan enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen over de wijzigingen in de statuten als de doelstelling van de voorgestelde wijzigingen specifiek in de oproeping wordt vermeld.
  Onverminderd artikel 185, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.
  In afwijking van het eerste lid is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing in het in artikel 184, § 2, 2°, bedoelde geval.

  Art. 192. § 1. De statuten van de bevek die heeft geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 183, eerste lid kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken gedeelte van het vermogen vertegenwoordigen.
  De compartimenten moeten niet individueel in de statuten vermeld worden. Als de compartimenten individueel in de statuten worden vermeld, worden die gewijzigd door de beslissing van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creëren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen.
  § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
  § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een bevek zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX, of Boek XI van het Wetboek van Vennootschappen, voor zover van toepassing op beveks en met uitzondering van artikel 195bis van het Wetboek van Vennootschappen, van overeenkomstige toepassing.
  Elk compartiment van een bevek wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de bevek.
  § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
  Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
  In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
  De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.

  Afdeling II. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming

  Art. 193. De openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 183, eerste lid, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  De openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming mogen de financiële middelen die zij aantrekken, slechts in een categorie van toegelaten beleggingen beleggen als deze door de Koning werd vastgesteld conform artikel 183, tweede lid. Die belegging dient te gebeuren conform de aldus vastgestelde regels.

  Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten

  Art. 194.§ 1. [1 Artikel 186, §§ 1 en 3, en de artikelen 188 en 189 zijn van toepassing op de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming]1.
  § 2. In de gevallen bedoeld in artikel 189, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, kan de algemene vergadering van deelnemers enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen indien de aanwezige deelnemers ten minste de helft vertegenwoordigen van het aantal in omloop zijnde rechten van deelneming.
  Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en beraadslaagt en beslist de nieuwe vergadering op geldige wijze ongeacht het aantal rechten van deelneming in omloop dat door de aanwezige deelnemers wordt vertegenwoordigd.
  De twee voorgaande leden zijn niet van toepassing op de beraadslagingen en beslissingen als bedoeld in artikel 189, § 1.
  § 3. Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "openbaar gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming" of "openbaar besloten fonds naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.
  § 4. Wanneer nieuwe rechten van deelneming worden uitgegeven tegen een inbreng in geld, moeten zij vooraf worden aangeboden aan de houders van eerder uitgegeven rechten van deelneming.
  § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 63, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Onderafdeling II. - Beleggingsvennootschappen met vast kapitaal

  Art. 195. Een beleggingsvennootschap met vast kapitaal ("bevak" genoemd) wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
  Een bevak mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.

  Art. 196.§ 1. De bevak is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voor zover daarvan niet wordt afgeweken door of krachtens deze Titel.
  § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen bevatten de naam van de bevak en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "openbare beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht" of "openbare bevak naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam.
  § 3. Het maatschappelijk kapitaal mag niet minder bedragen dan 1 200 000 EUR. Het moet zijn volgestort. Voor de toepassing van artikel 634 van het Wetboek van Vennootschappen wordt onder minimumkapitaal het in deze paragraaf voorgeschreven bedrag verstaan.
  [1 In afwijking van het eerste lid mag het maatschappelijk kapitaal van de in artikel 14526 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen, niet minder bedragen dan het in artikel 439 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bedrag.
   Als er in de bevak compartimenten worden gecreëerd, mag het aandeel in het kapitaal dat vertegenwoordigd wordt door de rechten van deelneming van de betrokken categorie niet minder bedragen dan het in het eerste en tweede lid bedoelde bedrag.]1
  § 4. De artikelen 111, 439, 440, 448, 477 en 616 van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing.
  Onverminderd artikel 193, eerste lid, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.
  [1 Ingeval van een bevak met verschillende compartimenten
   1° zijn de artikelen 616 tot 619, 633 en 634 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing op elk afzonderlijk compartiment;
   2° wordt de fractiewaarde en de intrinsieke waarde voor elk afzonderlijk compartiment vastgesteld voor de toepassing van artikel 444, 582, 598, 602 en 606 van het Wetboek van Vennootschappen.]1
  § 5. In het kader van het opleggen van een verplichting om voorrang te verlenen aan de bestaande deelnemers bij de toekenning van nieuwe effecten, mag de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA, in afwijkingen voorzien aan de minimale duurtijd van de inschrijvingstermijn bedoeld in artikel 599 van het Wetboek van Vennootschappen.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 47, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 196/1. [1 § 1. Een bevak die behoort tot de categorieën die door de Koning zijn opgegeven op advies van de FSMA, mag, mits statutair toegestaan, verschillende categorieën van rechten van deelneming creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. In dat geval wordt voor elk compartiment dat wordt gecreëerd, een openbaar aanbod verricht van de categorie van rechten van deelneming die het betrokken deel van het vermogen vertegenwoordigen.
   § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers en de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele beleggingsvennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
   § 3. In geval van ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van compartimenten van een bevak zijn de bepalingen van boek IV, titel IX, of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
   Elk compartiment van een bevak wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de bevak.
   § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
   Als er verschillende compartimenten in het vermogen zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze toegerekend aan één of meer compartimenten. De bestuurders zijn, hetzij jegens de beleggingsvennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
   In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
   De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-18/01, art. 48, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  

  HOOFDSTUK III. - Bestuursrechtelijk statuut

  Afdeling I. - Bedrijfsvergunningsvoorwaarden

  Onderafdeling I. - Algemene bepalingen

  Art. 197. Iedere AICB die aan de bepalingen van deze titel is onderworpen, moet zich, alvorens haar werkzaamheden in België aan te vatten, als openbare AICB laten inschrijven bij de FSMA. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de AICB.

  Art. 198. Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag.

  Art. 199. De FSMA schrijft de AICB's in, alsook, in voorkomend geval, de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en die effectief openbaar worden aangeboden. Zij spreekt zich over de inschrijvingsaanvraag uit (a) binnen dezelfde termijn als voor de aanvraag van een vergunning als beheerder waarvan sprake in artikel 13, als deze gelijktijdig wordt ingediend, of (b) binnen drie maanden na indiening van een volledig dossier in de andere gevallen.
  De inschrijving van de AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming of van de compartimenten van dergelijke instellingen blijft behouden niettegenstaande elke beslissing van de AICB conform deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen om haar rechten van deelneming of de rechten van deelneming in haar compartimenten niet langer openbaar aan te bieden.

  Art. 200. De FSMA stelt een lijst op van de krachtens deze titel ingeschreven openbare AICB's naar Belgisch recht en compartimenten. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.

  Onderafdeling II. - Inschrijvingsvoorwaarden

  Art. 201. Een instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, haar compartimenten worden pas ingeschreven op de lijst van de openbare instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en kunnen hun werkzaamheden pas aanvatten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° de betrokken AICB beschikt over de in artikel 11 bedoelde vergunning of wordt beheerd door een beheervennootschap die over de in artikel 11 of in artikel 334 bedoelde vergunning beschikt;
  2° naargelang het geval, (a) de FSMA heeft de kennisgeving ontvangen als bedoeld in artikel 31, lid 2, of artikel 32, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU, of (b) de FSMA heeft de kennisgeving ontvangen als bedoeld in artikel 39, lid 4 van Richtlijn 2011/61/EU; of
  in het in artikel 3, lid 3 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde geval, wordt de beheervennootschap van de betrokken AICB onderworpen in haar lidstaat van herkomst aan een regeling die tenminste voldoet aan de voorwaarden van artikel 110, en de FSMA heeft de in artikel 128 bedoelde kennisgeving ontvangen;
  3° de FSMA heeft de keuze van de beheervennootschap van het gemeenschappelijk beleggingsfonds aanvaard of heeft de beleggingsvennootschap een vergunning verleend overeenkomstig deze afdeling;
  4° de FSMA heeft het beheerreglement of de statuten van de AICB goedgekeurd;
  5° de FSMA heeft de keuze van de bewaarder van de AICB aanvaard.

  A. Aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van het gemeenschappelijk beleggingsfonds

  Art. 202. § 1. De beheervennootschap van AICB's moet :
  1° conform deel IV van deze wet erkend zijn voor de uitoefening van alle beheertaken als bedoeld in artikel 3, 41°, ten aanzien van een openbare AICB; en
  2° a) als het een beheervennootschap naar Belgisch recht betreft, een in België gevestigd hoofdbestuur hebben;
  b) als het een beheervennootschap naar buitenlands recht betreft, een bijkantoor in België hebben.
  § 2. De beheervennootschap moet aantonen dat haar beleidsstructuur, alsook haar administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en haar interne controle, passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor het gemeenschappelijk beleggingsfonds heeft geopteerd.

  Art. 203. De vervanging van de beheervennootschap van het gemeenschappelijk beleggingsfonds moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de FSMA.
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

  Art. 204. De Koning kan bijkomende voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van het gemeenschappelijk beleggingsfonds, naargelang van de categorieën van toegelaten beleggingen voor de gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

  B. Vergunning als beleggingsvennootschap

  Art. 205. De beleggingsvennootschap moet het bewijs voorleggen dat is voldaan aan de bepalingen van deze titel.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 29 tot 32 en 209, moeten haar statutaire zetel en hoofdbestuur in België gevestigd zijn.

  Art. 206.§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beleggingsvennootschappen, de personen belast met de effectieve leiding, en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
  De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken conform artikel 182 en rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd.
  [1 De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de minimale voorwaarden verduidelijken waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het vereiste inzake de passende deskundigheid, inclusief de modaliteiten van de beoordelingsprocedure van dat vereiste. In voorkomend geval, kan de FSMA verschillende regels vaststellen in functie van de betrokken categorie van toegelaten beleggingen.]1
  § 2. De effectieve leiding van de beleggingsvennootschappen moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.
  § 3. De beleggingsvennootschappen brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan, van de personen belast met de effectieve leiding, en van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
  In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de beleggingsvennootschappen aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken conform § 1, tweede lid.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
  De benoeming van de in § 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
  Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een in § 1 bedoelde functie wordt voorgedragen bij een financiële onderneming die, conform artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank.
  De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van één week na ontvangst van het verzoek om advies.
  De beleggingsvennootschappen informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling.
  Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het vorige lid, geven aanleiding tot de toepassing van leden 1 tot 4.
  [1 Onverminderd artikel 18 brengen de beleggingsvennootschappen en de in het eerste lid bedoelde personen de FSMA onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging in de bij de benoeming verstrekte informatie inhoudt, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste professionele betrouwbaarheid of passende deskundigheid.
   Overeenkomstig de artikelen 11, § 1, tweede lid, 206, § 1, tweede lid en 338, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het eerste lid is verkregen, de naleving van de in artikel 206, § 1, tweede lid bedoelde vereisten herbeoordelen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-12-05/04, art. 24, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 207. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beleggingsvennootschappen, de personen belast met de effectieve leiding, en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties mogen zich niet in één van de in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 voorziene gevallen bevinden.

  Art. 208.§ 1. Dit artikel bevat een opsomming van de vereisten inzake de interne controle, de risicobeheerfunctie, het risicobeheerbeleid en het integriteitsbeleid die op de openbare AICB's van toepassing zijn naast de bepalingen van deel II en van Verordening 231/2013.
  § 2. De permanente risicobeheerfunctie moet, naast de taken vermeld in artikel 39 van Verordening 231/2013 :
  1° erop toezien dat wordt voldaan aan de wettelijke limieten voor het totale risico en het tegenpartijrisico, zoals desgevallend vastgesteld door de Koning;
  2° in voorkomend geval, de regelingen en procedures voor de waardering van OTC-derivaten onderzoeken en ondersteunen, zoals desgevallend bepaald door de Koning.
  § 3. In het kader van haar risicobeheerfunctie, moet de beleggingsvennootschap een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten (afgeleide buitenbeursinstrumenten) in haar portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van haar verschillende compartimenten.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de procedures voor de evaluatie van de OTC-derivaten.
  De beleggingsvennootschap moet de FSMA, jaarlijks en telkens als zij hierom verzoekt, een verslag bezorgen dat een getrouw beeld geeft van de soorten aangewende derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de transacties in derivaten. De FSMA kan, bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de hierbij geldende regels nader bepalen.
  § 4. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA, verduidelijken op welke bijkomende elementen het risicobeheerbeleid betrekking moet hebben.
  De beleggingsvennootschap moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen, op verzoek van de deelnemers aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beleggingsvennootschap, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd.
  [1 § 4/1. Onverminderd de bepalingen van Verordening 231/2013 beoordeelt het wettelijk bestuursorgaan de goede werking van de onafhankelijke controlefuncties.]1
  § 5. [1 Het wettelijk bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap bepaalt en controleert een passend integriteitsbeleid dat]1 geregeld wordt geactualiseerd.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, wat onder "passend integriteitsbeleid" moet worden verstaan.
  § 6. De erkende commissaris brengt bij de raad van bestuur tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die aan het licht zijn gekomen bij de wettelijke controleopdracht, in het bijzonder over ernstige tekortkomingen in het financiële verslaggevingproces.
  § 7. Bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA kan de Koning bovendien de vereisten aanvullen waarvan sprake in de bepalingen van dit artikel, zodat op de AICB's soortgelijke vereisten van toepassing zijn als de vereisten die gelden voor de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.
  [2 § 8. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen.
   Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beleggingsvennootschap minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 7 van dit artikel en bij de artikelen 18, lid 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, alsook de ter uitvoering ervan genomen bepalingen, en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
   De personen belast met de effectieve leiding lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
   De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.]2
  ----------
  (1)<W 2017-12-05/04, art. 25, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>
  (2)<W 2018-07-11/06, art. 73, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 209.§ 1. Wanneer de beleggingsvennootschap het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van de beheertaken in de zin van artikel 3, 41°, op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst, aan een derde toevertrouwt, zijn, onverminderd de toepassing van de artikelen 29 tot 32, de volgende bepalingen van toepassing.
  1° Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de voor de beleggingsvennootschap geldende verplichting om haar werkzaamheden uit te oefenen conform artikel 182.
  2° Wat betreft de beleggingsvennootschappen die hebben geopteerd voor de in artikel 183, eerste lid, 1°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen,
  a) mag de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a) et b), bedoelde beheertaak enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die de in [1 artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016]1 bedoelde beleggingsdiensten mag verrichten, aan een beheervennootschap van AICB's of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  b) moeten de criteria voor beleggingsspreiding worden nageleefd die periodiek door de beleggingsvennootschap worden vastgesteld;
  c) de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a) en b), bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beleggingsvennootschap of van de deelnemers.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden verduidelijken waaronder de beleggingsvennootschappen die hebben geopteerd voor een andere categorie van toegelaten beleggingen dan vermeld in artikel 183, eerste lid, 1°, de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a) en b), bedoelde beheertaak aan een derde mogen toevertrouwen. Daartoe kan Hij de in de artikelen 29 tot 32 vermelde vereisten aanvullen of verduidelijken.
  3° De uitoefening van de in artikel 3, 41°, c), bedoelde beheertaak mag enkel aan een derde worden toevertrouwd als met name aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  a) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die aan prudentieel toezicht is onderworpen. Die onderneming moet bovendien beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie die passend is voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd. Haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende deskundigheid bezitten.
  b) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een onderneming met minstens een bijkantoor in België.
  c) In afwijking van voornoemd punt a) en onverminderd de toepassing van voornoemd punt b) mogen de beleggingsvennootschappen met vast kapitaal de uitoefening van de in artikel 3, 41°, c), i), bedoelde beheertaak van boekhoudkundig beheer aan een erkend revisor, een erkend boekhouder of een accountant toevertrouwen. Deze moet zijn werkzaamheden uitoefenen binnen een vennootschapsstructuur en beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie die passend is voor de aard van de hem toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd. De bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende deskundigheid bezitten.
  De derde aan wie de uitoefening van de in artikel 3, 41°, c), i), bedoelde beheertaak wordt toevertrouwd, moet voldoende onafhankelijk zijn van de commissaris. De bepalingen van de artikelen 183bis tot 183sexies van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen zijn mutatis mutandis op hem van toepassing.
  d) De uitoefening van in artikel 3, 41°, c), i), iii), iv) en ix), bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beleggingsvennootschap of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beleggingsvennootschap of van de deelnemers.
  4° Wanneer de uitoefening van beheertaken wordt toevertrouwd aan een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, moet deze onderneming in haar lidstaat van herkomst onderworpen zijn aan een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in punt 2°, a) dat op permanente wijze wordt uitgeoefend door een openbare autoriteit. De samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet worden gewaarborgd via samenwerkingsovereenkomsten.
  5° In het prospectus bedoeld in artikel 222, eerste lid, van de beleggingsvennootschap, moeten de beheertaken worden vermeld die de beleggingsvennootschap aan de derde heeft toevertrouwd.
  § 2. Indien de derde aan wie de uitoefening van bepaalde beheertaken is toevertrouwd conform § 1 zelf een beroep doet op een derde entiteit voor de uitoefening van de hem opgedragen beheertaken, zijn de bepalingen van § 1 van toepassing.
  Voor de beleggingsvennootschappen die geopteerd hebben voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 183, eerste lid, 3°, bepaalt de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden waaronder de delegatie door de in het eerste lid bedoelde derde van materiële taken verbonden aan beheertaken bedoeld in artikel 3, 41°, c), mag afwijken van het eerste lid.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 163, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 210.§ 1. Een beleggingsvennootschap mag uitsluitend worden beheerd door de beheervennootschappen van AICB's
  1° die, overeenkomstig deel IV van deze wet, zijn erkend voor de uitoefening van alle in artikel 3, 41°, bedoelde beheertaken ten aanzien van een openbare AICB; en
  2° a) als het een beheervennootschap naar Belgisch recht betreft, die een in België gevestigd hoofdbestuur hebben, of,
  b) als het een beheervennootschap naar buitenlands recht betreft, een bijkantoor in België hebben.
  De beheervennootschap moet aantonen dat haar beheerstructuur, alsook haar administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en haar interne controle, passend zijn voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beleggingsvennootschap heeft geopteerd.
  § 2. De Koning kan bijkomende voorwaarden vaststellen voor de aanvaarding van de keuze van de beheervennootschap van AICB's, naargelang van de categorieën van toegelaten beleggingen voor de beleggingsvennootschappen.
  [1 § 3. Indien de beleggingsvennootschap een beheervennootschap, met toepassing van artikel 10, § 2, heeft aangesteld, zijn de artikelen 208 en 209 niet van toepassing.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 64, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 211. De keuze van de beheervennootschap van AICB's moet door de FSMA worden aanvaard en de vervanging van de aangestelde beheervennootschap moet vooraf ter aanvaarding worden voorgelegd aan de FSMA.
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

  C. Goedkeuring van het beheerreglement en de statuten

  Art. 212. De Koning stelt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de minimuminhoud vast van het beheerreglement en de statuten.

  Art. 213. De FSMA controleert of het beheerreglement of de statuten van de AICB overeenstemmen met de voorschriften van deze titel en van zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
  Elke wijziging in het beheerreglement of in de statuten moet vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FSMA.
  De FSMA neemt een beslissing binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

  Art. 214. Het beheerreglement van een gemeenschappelijk beleggingsfonds en, als dat beheerreglement wordt gewijzigd, een gecoördineerde versie ervan moeten bij de FSMA worden neergelegd.
  Elke belanghebbende kan kennis nemen van de reglementen die bij de FSMA zijn neergelegd.

  Art. 215. Het beheerreglement of de statuten worden bij het prospectus gevoegd en maken hier een integrerend bestanddeel van uit.
  De AICB ziet erop toe dat het beheerreglement of de statuten die bij het prospectus zijn gevoegd, steeds bijgewerkt zijn en overeenstemmen met de tekst die, naargelang van het geval, is neergelegd bij de FSMA of ter griffie van de rechtbank van koophandel.
  In het prospectus en de jaarlijkse en halfjaarlijkse verslagen wordt vermeld dat de officiële tekst van het beheerreglement of van de statuten is neergelegd bij de FSMA of ter griffie van de rechtbank van koophandel, naargelang van het geval. Bij betwisting mag de uitlegging enkel steunen op de tekst die, naargelang van het geval, is neergelegd bij de FSMA of ter griffie van de rechtbank van koophandel.

  D. Aanvaarding van de keuze van de bewaarder

  Art. 216. De keuze van de bewaarder moet worden aanvaard door de FSMA die haar aanvaarding kan herroepen.
  Er kan enkel een eind worden gesteld aan de opdracht van de bewaarder nadat de FSMA zijn vervanging heeft goedgekeurd of als er een eind is gesteld aan de activiteiten van de AICB, conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De FSMA brengt haar goedkeuring of weigering van de vervanging ter kennis binnen vijftien dagen na ontvangst van een volledig dossier.

  Art. 217. Bij besluit genomen op advies van de FSMA wijst de Koning, conform de bepalingen van artikel 21, lid 3, laatste alinea, van Richtlijn 2011/61/EU, de categorieën van toegelaten beleggingen aan waarop artikel 51, § 3, eerste lid, 3°, van toepassing is.
  Bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA kan de Koning aanvullende vereisten opleggen bovenop die bepaald door of krachtens artikel 51, § 3, eerste lid, 3°.

  Art. 218. De bewaarder mag niet deelnemen aan de effectieve leiding van de beleggingsvennootschap waarvoor hij optreedt als bewaarder, noch van de beheervennootschap die is aangesteld door de AICB waarvoor hij optreedt als bewaarder.
  De personen die in de raad van bestuur van de beleggingsvennootschap of van de aangestelde beheervennootschap zijn aangesteld op de voordracht van de onderneming die optreedt als bewaarder van deze beleggingsvennootschap of van de AICB die deze beheervennootschap heeft aangesteld, mogen niet deelnemen aan de effectieve leiding van de betrokken beleggingsvennootschap, noch van de betrokken beheervennootschap.

  Art. 219. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA, bijkomende opdrachten toevertrouwen aan de bewaarder, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de betrokken AICB heeft geopteerd.

  Art. 220. § 1. Als een feeder en haar master verschillende bewaarders hebben, moeten deze bewaarders een overeenkomst tot uitwisseling van informatie aangaan, om ervoor te zorgen dat beide bewaarders hun plichten vervullen.
  De Koning legt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de inhoud en modaliteiten vast van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst.
  § 2. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de bewaarder van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke contractuele bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming. Een dergelijke bewaarder of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld.

  Onderafdeling III. - Prospectus en essentiële beleggersinformatie met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en bemiddeling bij openbare aanbiedingen van effecten van alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  A. Prospectus en essentiële beleggersinformatie met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming

  Art. 221. Dit punt treft een regeling voor :
  1° het prospectus en de essentiële beleggersinformatie over een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming;
  2° de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen.

  Art. 222.Er mag pas een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden uitgebracht nadat een prospectus en een document met essentiële beleggersinformatie zijn gepubliceerd.
  [1 Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een AICB dan bedoeld in het eerste lid, moet een prospectus of een informatienota worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die, naargelang het geval, worden bepaald in Verordening 2017/1129 of in de wet van 11 juli 2018.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 74, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 223. § 1. Het prospectus bevat de gegevens die het publiek nodig heeft om zich met kennis van zaken een oordeel te kunnen vormen over de hem voorgestelde belegging, en met name gegevens over de aan die belegging inherente risico's en de aan de rechten van deelneming verbonden rechten.
  Het prospectus bevat een duidelijke en gemakkelijk te begrijpen toelichting inzake het risicoprofiel van de AICB, ongeacht de instrumenten waarin wordt belegd.
  Het prospectus verduidelijkt in welke mate rekening gehouden wordt met sociale, ethische en milieuaspecten bij de uitvoering van het beleggingsbeleid.
  § 2. De in het prospectus opgenomen gegevens moeten worden bijgewerkt, waarbij met name elk nieuw feit moet worden vermeld dat een invloed kan hebben op de beoordeling door het publiek.

  Art. 224. § 1. De essentiële beleggersinformatie biedt beleggers passende informatie over de voornaamste kenmerken van de AICB in kwestie zodat zij redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico's van het aangeboden beleggingsproduct te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen.
  § 2. De essentiële beleggersinformatie wordt beknopt en in niet-technische bewoordingen beschreven. De informatie is opgesteld volgens een gestandaardiseerd model dat vergelijking mogelijk maakt en door de presentatie ervan begrijpelijk is voor retailbeleggers.
  De informatie in de essentiële beleggersinformatie is correct, duidelijk, niet misleidend en in overeenstemming met de relevante delen van het prospectus.
  § 3. De essentiële elementen van de essentiële beleggersinformatie worden regelmatig bijgewerkt.

  Art. 225.§ 1. Het prospectus, de essentiële beleggersinformatie en hun eventuele bijwerkingen mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de FSMA.
  In afwijking van het eerste lid, geeft de Koning aan welke in het prospectus en in de essentiële beleggersinformatie vermelde gegevens, gelet op hun doel, mogen worden gepubliceerd zonder voorafgaande goedkeuring door de FSMA, wanneer zij conform artikel 223, § 2, en artikel 224, § 3, worden bijgewerkt. Niettegenstaande dit lid, moet elke bijwerking aan de FSMA worden meegedeeld vóór zij wordt gepubliceerd, in de vorm van een versie van het prospectus die de betrokken bijwerking omvat.
  § 2. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen, ongeacht de publicatiewijze, pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de FSMA.
  De [1 berichten]1 en andere documenten over het vennootschapsleven van de AICB worden evenwel vóór verspreiding overgelegd aan de FSMA maar zonder te zijn onderworpen aan het eerste lid.
  De FSMA kan bepalen volgens welke modaliteiten en procedures de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde documenten kan gebeuren. Hierbij houdt de FSMA rekening met de aard en de inhoud van deze documenten, waarbij ze onder meer het gestandaardiseerd en recurrent karakter van de documenten, het gebruikte medium en het beleggingsbeleid van de AICB als criteria in aanmerking neemt.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 65, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 226.Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een AICB of door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij :
  1° het aanbod tot één van de in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, bedoelde categorieën behoort; of
  2° een prospectus over een openbaar aanbod en de essentiële beleggersinformatie naar behoren zijn goedgekeurd door de FSMA [1 , of een informatienota werd gepubliceerd]1.
  Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de AICB of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die AICB of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 75, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  Art. 227. Het prospectus en zijn bijwerkingen vermelden dat zij worden gepubliceerd nadat zij overeenkomstig artikel 225, § 1, door de FSMA zijn goedgekeurd en dat deze goedkeuring geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van het aanbod, noch van de toestand van de persoon die ze verwezenlijkt.
  Met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde vermelding en de vermeldingen opgenomen in Verordening 583/2010, mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de FSMA in het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of hun bijwerkingen, noch in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.

  Art. 228. § 1. De essentiële beleggersinformatie betreft precontractuele informatie.
  Ondanks het eerste lid kan een persoon niet enkel op basis van de essentiële beleggersinformatie of de vertaling daarvan burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld, tenzij die informatie misleidend, onnauwkeurig of niet in overeenstemming met de relevante delen van het prospectus is. De essentiële beleggersinformatie bevat een duidelijke waarschuwing ter zake.
  § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers en onverminderd de toepassing van § 1, zijn de overeenkomstig § 3, eerste lid, aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door het ontbreken van of door de onjuiste of misleidende aard van de informatie vervat in het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of hun bijwerkingen.
  Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het onjuiste of misleidende karakter van de informatie in het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of hun bijwerkingen, indien het ontbreken van deze informatie of het onjuiste of misleidende karakter ervan, van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de inschrijvings- of de aankoopprijs van de rechten van deelneming positief kon worden beïnvloed.
  § 3. Onverminderd de bepalingen van § 1 wordt in het prospectus duidelijk vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus, de integrale essentiële beleggersinformatie en hun bijwerkingen. De verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel.
  De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en zijn bijwerkingen kan uitsluitend worden gedragen door de bieder, de AICB en de aangestelde beheervennootschap, of hun organen.
  In het prospectus wordt een verklaring van de verantwoordelijke personen opgenomen waaruit blijkt dat, voor zover hen bekend, de gegevens in het prospectus en de essentiële beleggersinformatie in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, en dat geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus en de essentiële beleggersinformatie zou wijzigen.
  Onverminderd het eerste en het tweede lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en zijn bijwerkingen.
  § 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers, zijn de bieder, de AICB, de aangestelde beheervennootschap of de door hen aangestelde bemiddelaars verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door elk in artikel 225, § 2, bedoeld stuk dat op hun initiatief wordt gepubliceerd en dat, ten aanzien van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente informatie bevat, dan wel door de strijdigheid van die stukken met de bepalingen die door of krachtens artikel 229 zijn voorgeschreven.
  Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het, ten aanzien van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente karakter van de informatie in een in artikel 225, § 2, bedoeld stuk, dan wel van de strijdigheid van een dergelijk stuk met de bepalingen die door of krachtens artikel 229 zijn voorgeschreven, indien dat onjuiste, misleidende of inconsistente karakter dan wel die strijdigheid van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de inschrijvings- of aankoopprijs van de effecten positief kon worden beïnvloed.

  Art. 229. § 1. Naargelang van de publicatiewijze van de hieronder bedoelde documenten, kan de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA en onverminderd paragraaf 2 :
  1° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de minimuminhoud en de voorstellingswijze bepalen van het prospectus, en zijn bijwerkingen, alsook de minimuminhoud en de voorstellingswijze van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;
  2° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de minimuminhoud en de voorstellingswijze van de essentiële beleggersinformatie bepalen;
  3° volgens de aard en het voorwerp van het aanbod, de termijnen en de publicatiewijze vaststellen van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie en hun bijwerkingen, alsook de termijnen en de publicatiewijze van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;
  4° bepalen onder welke voorwaarden op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming kan worden ingegaan op basis van het prospectus of de essentiële beleggersinformatie;
  5° bepalen onder welke voorwaarden het prospectus, de essentiële beleggersinformatie en hun bijwerkingen, alsook de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen worden openbaar gemaakt via publicatie op de website van de AICB, de beheervennootschap, de instelling als bedoeld in artikel 248, § 2, of derden als bedoeld in artikel 29, § 1, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 41°, d).
  § 2. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° zij vermelden dat er een prospectus en een document met essentiële beleggersinformatie is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;
  2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;
  3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus en de essentiële beleggersinformatie en hun bijwerkingen en aanvullingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt.
  Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.

  Art. 230. § 1. Wie voornemens is rechten van deelneming in een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming openbaar aan te bieden, geeft de FSMA daarvan op voorhand kennis.
  § 2. Bij de in § 1 bedoelde kennisgeving wordt een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de voorschriften van de FSMA, met daarin met name :
  1° het ontwerp van prospectus en het ontwerp van de essentiële beleggersinformatie, opgesteld overeenkomstig de artikelen 223, 224 en 227 tot 229, en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten;
  2° het ontwerp van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen en die worden opgesteld op initiatief van de bieder, de AICB, de aangestelde beheervennootschap of de door hen aangestelde bemiddelaars;
  3° de eventuele, krachtens het vennootschapsrecht voorgeschreven bijzondere verslagen die verband houden met de verrichting;
  4° de eventuele deskundigenverslagen waarnaar het prospectus verwijst;
  5° elk ander document dat pertinent is voor het onderzoek van het prospectus en de essentiële beleggersinformatie.

  Art. 231. De FSMA kan de personen die de in artikel 230 bedoelde kennisgeving hebben verricht, verzoeken om het dossier te vervolledigen met alle andere inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie vervat in, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of hun bijwerkingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie in de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.

  Art. 232. Onverminderd artikel 199, eerste lid, laatste zin, beslist de FSMA, binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van een volledig dossier, om hetzij, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiële beleggersinformatie, hun bijwerkingen of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, goed te keuren, hetzij, naargelang van het geval, de goedkeuring te weigeren van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie, hun bijwerkingen, of van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.

  Art. 233. Wanneer de FSMA nog geen van de in artikel 232 bedoelde beslissingen heeft genomen, kunnen de personen die de in artikel 230, § 1, bedoelde kennisgeving hebben verricht, de FSMA met een aangetekende brief aanmanen om dit te doen. Een dergelijke aanmaning kan ten vroegste geschieden na het verstrijken van een termijn van 15 werkdagen na het laatste verzoek van de FSMA om bijkomende inlichtingen in de zin van artikel 231, of bij gebrek aan een dergelijk verzoek, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 15 werkdagen na de in artikel 230, § 1, bedoelde kennisgeving.
  Indien de FSMA, na afloop van een termijn van 15 werkdagen na de in het eerste lid bedoelde aanmaning, in gebreke blijft, hetzij om met opgave van de ontbrekende elementen de beslissing te nemen dat het dossier nog niet als volledig kan worden beschouwd, hetzij om één van de in artikel 232 bedoelde beslissingen te nemen, wordt het verzoek tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiële beleggersinformatie, hun bijwerkingen of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, geacht te zijn geweigerd.

  Art. 234. De in artikel 232 bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de personen die de in artikel 230, § 1, bedoelde kennisgeving hebben verricht. In geval van een in artikel 3, 27°, b), bedoeld aanbod, worden deze beslissingen ook ter kennis gebracht van de betrokken marktondernemingen.
  Enkel de personen die de in artikel 230, § 1 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen, conform artikel 121, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen de in artikel 232 bedoelde weigering van de FSMA tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiële beleggersinformatie, hun bijwerkingen of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, of tegen de in artikel 233, tweede lid, bedoelde impliciete beslissing tot weigering.
  Tegen de beslissing van de FSMA tot goedkeuring van, naargelang van het geval, het prospectus, de essentiële beleggersinformatie, hun bijwerkingen of de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, is geen beroep mogelijk.

  B. Bemiddeling

  Art. 235.Enkel de in artikel 71, eerste lid van de wet van 3 augustus 2012 bedoelde personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van openbare aanbiedingen van effecten van AICB's als bedoeld in artikel 3, 27°, a), die in België worden uitgebracht.
  [1 Het eerste lid doet geen afbreuk
   a) aan de mogelijkheid voor de AICB om zelf haar effecten te plaatsen of om tussenpersonen in bank- of beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006, hiermee te gelasten,
   b) aan de mogelijkheid voor de bieder om de plaatsing van de effecten toe te vertrouwen aan tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7, § 3, van de wet van 22 maart 2006, ingeval de bieder een gereglementeerde onderneming in de zin van de wet is, of
   c) aan de mogelijkheid om een met de bieder of de AICB verbonden onderneming hiermee te gelasten, ingeval de aanbieding tot de personeelsleden van die verbonden onderneming gericht is]1.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 66, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Afdeling II. - Bijzondere bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden

  Onderafdeling I. - Beleggingsbeleid

  Art. 236.De instellingen voor collectieve belegging die hebben geopteerd voor één van de in artikel 183, eerste lid, 2° tot 6°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, mogen steeds bijkomend of tijdelijk kortetermijnbeleggingen en liquide middelen houden.
  [1 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, het eerste lid buiten toepassing verklaren voor de in artikel 145.26 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 49, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 237. Onverminderd artikel 183, tweede lid, bepaalt de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de AICB's, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij hebben geopteerd, en met name :
  1° de risicospreidingscoëfficiënten;
  2° de voorwaarden waaronder de AICB's die hebben geopteerd voor één van de in artikel 183, eerste lid, 2° tot 6°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, financiële instrumenten en liquide middelen mogen houden;
  3° of de instellingen voor collectieve belegging de hieronder opgesomde verrichtingen mogen uitvoeren, alsook, in voorkomend geval, binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden :
  a) leningen aangaan;
  b) verkopen vanuit een ongedekte positie;
  c) uitgiften vast overnemen, de goede afloop ervan verzekeren alsook eender welke financiële verplichting aangaan ten gunste van derden;
  d) effecten lenen, kredieten verstrekken of zekerheden verstrekken om de verbintenissen van derden te waarborgen;
  e) cessie-retrocessieovereenkomsten (repurchase agreements).

  Onderafdeling II. - Master-feederconstructies

  Art. 238. Voor de toepassing van deze onderafdeling verwijst master naar de in artikel 3, 46°, a), bedoelde masters en feeder naar de in artikel 3, 45°, a), bedoelde feeders.

  Art. 239. Indien een master ten minste twee feeders heeft, wordt deze master voor de doeleinden van artikel 185 geacht haar financiële middelen aan te trekken via een openbaar aanbod van rechten van deelneming.

  Art. 240. De belegging van een feeder in een bepaalde master, die de door de Koning overeenkomstig artikel 237 vastgestelde grens overschrijdt, moet vooraf door de FSMA worden goedgekeurd. Hiertoe moet de feeder de door de Koning vastgestelde documenten indienen bij de FSMA in één van de landstalen of in een taal die door de FSMA is goedgekeurd.
  De Koning stelt de modaliteiten van de goedkeuringsprocedure vast.
  De feeder belegt niet in de rechten van deelneming in de master totdat de overeenkomsten of de interne bedrijfsvoeringsregels bedoeld in respectievelijk de artikelen 220, 241 en 356 in werking zijn getreden.
  De feeder controleert de werkzaamheden van de master op doeltreffende wijze.

  Art. 241. De master verschaft de feeder alle documenten en informatie die de feeder nodig heeft om te voldoen aan de eisen die in de wetgeving zijn vastgelegd. Hiertoe moet de feeder een overeenkomst aangaan met de master.
  Indien zowel de master als de feeder door dezelfde beheervennootschap van AICB's worden beheerd, kan de overeenkomst worden vervangen door interne bedrijfsvoeringsregels die waarborgen dat aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.
  De Koning legt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de inhoud en modaliteiten vast van de in dit artikel bedoelde overeenkomst en interne bedrijfsvoeringsregels.

  Art. 242. § 1. Als een master vereffend wordt, wordt de feeder ook vereffend, tenzij de FSMA goedkeurt dat :
  1° ten minste 85 % van de activa van de feeder wordt belegd in rechten van deelneming in een andere master, of
  2° haar beheerreglement of statuten zodanig worden gewijzigd dat de feeder kan worden omgezet in een instelling van collectieve belegging die de hoedanigheid van feeder niet heeft.
  § 2. Als een master met een andere AICB fuseert of in twee of meer AICB's wordt gesplitst, wordt de feeder vereffend, tenzij de FSMA goedkeurt dat de feeder :
  1° een feeder blijft van de master of een andere instelling voor collectieve belegging die uit de fusie of splitsing van de master voortkomt,
  2° ten minste 85 % van haar activa belegt in rechten van deelneming in een andere master die niet uit de fusie of splitsing voortkomt, of
  3° haar beheerreglement of statuten zodanig wijzigt dat zij wordt omgezet in een niet-feeder.
  § 3. De Koning legt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de procedure vast die de feeder dient te volgen bij vereffening, fusie of splitsing van de master.

  Art. 243. De Koning legt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de bepalingen en procedures vast die de feeders en de masters dienen na te leven en die er toe strekken de belangen van de deelnemers te beschermen, ten minste met betrekking tot de bepaling van de nettoinventariswaarde, bijzondere informatieverstrekking aan de deelnemers en de FSMA en de kosten en provisies.

  Onderafdeling III. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 244. § 1. Een AICB mag niet zoveel effecten van eenzelfde vennootschap verwerven dat zij, rekening houdend met de structuur en de spreiding van de aandeelhouderskring van die vennootschap, met deze effecten een invloed zou kunnen uitoefenen op het bestuur van de bedoelde vennootschap of op de aanstelling van haar leiders.
  De Koning legt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de grenzen vast voor het bezit van effecten van eenzelfde categorie van eenzelfde emittent door een AICB.
  § 2. Een AICB mag zich er niet toe verbinden om op een welbepaalde manier te stemmen met de effecten die zij beheert, of om te stemmen volgens de instructies van andere personen dan de deelnemers die in een algemene vergadering bijeen zijn. Een AICB mag zich er niet toe verbinden om effecten niet te verkopen, om een voorkooprecht te verlenen of om enige andere overeenkomst te sluiten die haar beheerautonomie zou belemmeren.
  Elke andersluidende overeenkomst is nietig.
  § 3. De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, voorzien in uitzonderingen op de eerste en tweede paragraaf voor de AICB's die hebben geopteerd voor de in artikel 183, eerste lid, 3°, 4°, 5° en 6°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, om rekening te houden met de kenmerken van de activa waaruit de voornoemde categorieën van toegelaten beleggingen zijn samengesteld.
  § 4. De eerste en tweede paragraaf zijn niet van toepassing in de gevallen waarin een beleggingsvennootschap dochtervennootschappen heeft opgericht die zelf instellingen voor collectieve belegging zijn.
  § 5. De AICB brengt in haar jaarverslag verslag uit over haar beleid met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten die zijn verbonden aan de door haar beheerde effecten. Zij vermeldt en verantwoordt daarbij inzonderheid de manier waarop de stemrechten werden uitgeoefend, of de redenen waarom de stemrechten niet werden uitgeoefend.

  Art. 245.Bij besluit genomen op advies van de FSMA kan de Koning de bij de artikelen 37, 39, 44, 45 en 46 en bij Verordening 231/2013 vastgestelde vereisten inzake gedragsregels en belangenconflicten nader verduidelijken en aanvullen die de AICB bij de uitoefening van haar beheertaken als bedoeld in artikel 3, 41°, moet naleven, desgevallend rekening houdend met de aard van de betrokken beheertaak en de categorie van toegelaten beleggingen, [1 met name]1 zodat op de AICB's soortgelijke vereisten van toepassing zijn als de vereisten die gelden voor de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 67, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 246. De AICB's stellen procedures vast voor de behandeling van klachten van beleggers.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de desbetreffende verplichtingen van de AICB's.

  Art. 247. Bij ontbinding, vereffening, fusie of andere herstructurering van AICB's of van hun compartimenten leven de AICB's, hun beheervennootschappen, bewaarders, commissarissen of andere in dat kader aangestelde onafhankelijke auditoren of bewaarders de bepalingen na die door de Koning zijn vastgesteld op advies van de FSMA, en die er inzonderheid toe strekken de belangen van de deelnemers te beschermen met betrekking tot onder meer de waardering, de aan dergelijke verrichtingen verbonden kosten, de informatieverstrekking en de voorwaarden waaronder en desgevallend de kosten waartegen zij, naar aanleiding van dergelijke verrichtingen, de inkoop, terugbetaling of omzetting van hun rechten van deelneming kunnen verkrijgen. Op advies van de FSMA bepaalt de Koning eveneens de voorwaarden waaraan de statuten of het beheerreglement en het prospectus in het kader van deze verrichtingen moeten voldoen, de voorwaarden waaronder een dergelijke verrichting al dan niet is toegelaten alsook de regels inzake het toezicht door en de bevoegdheden en verplichtingen van de FSMA in het kader van deze verrichtingen.
  De Koning kan in dit kader, rekening houdend met de overige door Hem bepaalde verplichtingen of met de specificiteit van de AICB's, afwijkingen voorzien van de artikelen 444, 533 en 602, en van de bepalingen van boek XI van het Wetboek van Vennootschappen. De Koning kan bovendien bepalen onder welke voorwaarden bij fusie door oprichting van een nieuw compartiment in afwijking van artikel 672 van het Wetboek van Vennootschappen sprake kan zijn van de overgang van het vermogen van slechts één compartiment of gemeenschappelijk beleggingsfonds naar een nieuw compartiment dat niet door hem moet worden opgericht. Onverminderd artikel 72 van de wet van 3 augustus 2012, kan de Koning ook de voorwaarden vaststellen waaronder een AICB of één van haar compartimenten met een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, of met één van haar compartimenten mag fuseren.

  Onderafdeling IV. - Uitgifte en openbaar aanbod van rechten van deelneming in een alternatieve instelling voor collectieve belegging

  Art. 248.§ 1. De rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden door de AICB uitgegeven en ingekocht tegen inventariswaarde, in voorkomend geval verhoogd of verminderd met de in het beheerreglement of de statuten vastgestelde kosten en provisies. Iedere dag waarop de uitgifte en de inkoop van rechten van deelneming is toegestaan door het beheerreglement of de statuten, wordt de inventariswaarde berekend.
  § 2. Om te zorgen voor de uitkeringen aan de deelnemers en de rechten van deelneming uit te geven en in te kopen, moet de AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming een kredietinstelling aanwijzen die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 14 van de wet van 25 april 2014, een bijkantoor van een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd is conform artikel 312 van de wet van 25 april 2014, een beursvennootschap naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in [1 artikel 7, tweede lid, a) van de wet van 25 oktober 2016]1, of een bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese economische ruimte en geregistreerd is conform artikel 258 van de wet van 3 augustus 2012, voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde ondernemingen bij de uitoefening van de in die paragraaf beschreven activiteiten.
  § 3. De rechten van deelneming in een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming kunnen worden toegelaten tot de verhandeling op een MTF of gereglementeerde markt, op voorwaarde dat de AICB een procedure heeft ingevoerd die haar in staat stelt zich ervan te vergewissen dat de koers van de rechten van deelneming niet te sterk afwijkt van hun inventariswaarde.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de maximaal toegestane afwijking.
  Onverminderd het tweede lid, beoordeelt de FSMA of de maximale afwijking tussen de koers en de inventariswaarde aanvaardbaar is ten aanzien van het beleggingsbeleid van de instelling, de kenmerken van de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij heeft geopteerd en de kenmerken van de markt waarop de rechten van deelneming worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 164, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 249.De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de AICB's en de derden als bedoeld in artikel 29, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 41°, d), met betrekking tot de uitgifte en de openbare aanbieding van rechten van deelneming van AICB's, en ten minste :
  1° de wijze waarop de inventariswaarde van de rechten van deelneming in de AICB wordt berekend;
  2° [1 de gevallen waarin het vrij toetredings- en uittredingsrecht kan of moet worden geschorst]1;
  3° de aard van de kosten alsook de wijze waarop de kosten en provisies kunnen worden aangerekend.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 68, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 250. De rechten van deelneming in de AICB's met een vast aantal rechten van deelneming worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
  De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA, voorzien in uitzonderingen op de in het eerste lid bedoelde verplichting. Bij de definitie van die uitzonderingen zal naar behoren rekening worden gehouden met de belangen van de deelnemers.

  Onderafdeling V. - Periodieke informatie en boekhoudregels

  Art. 251.Deze onderafdeling is van toepassing op de AICB's naast de artikelen 60 en 61.
  [1 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, alle of een deel van de bepalingen van deze onderafdeling niet-toepasselijk verklaren voor de in artikel 145.26 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen. Bij het vaststellen van die uitzonderingen wordt terdege rekening gehouden met de belangen van de deelnemers.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 50, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 252. § 1. Elke AICB maakt het in artikel 60 bedoeld jaarverslag en een halfjaarlijks verslag over de eerste zes maanden van het boekjaar openbaar.
  De in het eerste lid bedoelde verslagen (a) moeten volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke verslagen worden opgesteld, en (b) moeten juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke verslagen worden opgesteld.
  Het jaarverslag bevat de in artikel 61 bedoelde elementen.
  Deze verslagen bevatten ook informatie over de mate waarin bij het beheer van de financiële middelen en bij de uitoefening van de rechten die aan de effecten in portefeuille verbonden zijn, rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, per compartiment.
  § 2. De jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen worden overgelegd aan de FSMA.
  De personen belast met de effectieve leiding van de AICB, verklaren aan de FSMA dat de periodieke verslagen in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen.
  De personen belast met de effectieve leiding bevestigen het nodige gedaan te hebben opdat voornoemde verslagen volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening voor de periodieke verslagen per einde boekjaar of met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar voor de andere periodieke verslagen.
  § 3. Het laatste jaarlijks of halfjaarlijks verslag wordt steeds bij het prospectus bedoeld in artikel 222, eerste lid, gevoegd.
  Zij moeten voor het publiek verkrijgbaar worden gesteld op de plaatsen vermeld in het prospectus en in de essentiële beleggersinformatie bedoeld in artikel 222, eerste lid.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de inhoud, de vorm alsook de openbaarmakingswijze en -termijn van de jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen, alsook de voorwaarden waaronder de jaarverslagen en de halfjaarlijkse verslagen mogen worden openbaar gemaakt via publicatie op de website van de AICB, de aangestelde beheervennootschap, de instelling als bedoeld in artikel 248, § 2, of derden als bedoeld in artikel 29, die zijn belast met de uitoefening van de beheertaak als bedoeld in artikel 3, 41°, d).

  Art. 253.De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, volgens welke regels de AICB's hun boekhouding voeren, in voorkomend geval, per compartiment, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Wat de beleggingsvennootschappen betreft, kan Hij afwijken van [1 de artikelen 93, 93/1, 97 en 105 van het Wetboek van vennootschappen]1, alsook de regels genomen met toepassing [2 van boek III van het Wetboek van economisch recht]2 en, onder de voorwaarden van artikel 122, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen, de regels genomen met toepassing van artikel 92 van het Wetboek van Vennootschappen aanpassen, wijzigen en aanvullen.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 51, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 69, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 254. Iedere dag waarop de uitgifte of inkoop van rechten van deelneming mogelijk is, maakt de AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming de inventariswaarde van die rechten van deelneming bekend volgens de door de Koning vastgestelde regels.

  Art. 255. De FSMA kan, als zij oordeelt dat er gevaar voor verwarring bestaat, eisen dat er aan de naam van de AICB een verklarende vermelding wordt toegevoegd.

  Afdeling III. - Verhandeling van rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging aan retailbeleggers in een andere lidstaat

  Art. 256. Een instelling voor collectieve belegging die voornemens is haar effecten aan retailbeleggers in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte te verhandelen, stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis.

  TITEL III. - Openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht

  HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en algemene bepalingen

  Art. 257.Onverminderd de toepassing van deel II en deel IV van deze wet
  1° zijn de bepalingen van hoofdstuk II van toepassing op de AICB's naar buitenlands recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming; en
  2° zijn de bepalingen van hoofdstuk III van toepassing op de AICB's naar buitenlands recht met een vast aantal rechten van deelneming,
  [1 die hun effecten openbaar aanbieden in België]1.
  De in het eerste lid bedoelde AICB's naar buitenlands recht mogen hun werkzaamheden in België pas aanvatten als zij de in deze titel bedoelde voorwaarden naleven.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 70, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 258. Deze titel bepaalt onder welke voorwaarden de in het vorig artikel bedoelde AICB's worden ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 260 en deze instellingen voor collectieve belegging hun inschrijving kunnen handhaven.

  Art. 259. § 1. De AICB's naar buitenlands recht waarvan de werkzaamheden zijn onderworpen aan de bepalingen van deze titel, moeten zich, alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, bij de FSMA laten inschrijven. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de AICB.
  § 2. De FSMA schrijft de AICB's in, alsook de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in dit hoofdstuk en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  Een weigering van inschrijving door de FSMA wordt ter kennis gebracht van de verzoekers.

  Art. 260. De FSMA stelt een lijst op van de krachtens deze titel ingeschreven AICB's naar buitenlands recht en, in voorkomend geval, compartimenten. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.

  Art. 261.Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 150 natuurlijke of rechtspersonen die geen professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een AICB, door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij :
  1° het aanbod tot één van de categorieën behoort als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, of
  2° de FSMA heeft de AICB of het compartiment ingeschreven conform artikel 259, en, in voorkomend geval, naar behoren een prospectus over een openbaar aanbod en een document met essentiële beleggersinformatie zijn goedgekeurd door de FSMA [1 , of een informatienota werd gepubliceerd]1.
  Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de AICB of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die AICB of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 76, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  Art. 262.[1 In afwijking van artikel 58, § 4, kunnen de deelnemers de aansprakelijkheid van de bewaarder (a) rechtstreeks dan wel (b) onrechtstreeks via de beheervennootschap of de AICB inroepen, op voorwaarde dat een en ander niet leidt tot duplicatie van rechtsmiddelen of tot ongelijke behandeling van de deelnemers.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 71, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  HOOFDSTUK II. - Bepalingen die van toepassing zijn op openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht met veranderlijk aantal rechten van deelneming

  Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden

  Art. 263. Een AICB bedoeld in dit hoofdstuk en, in voorkomend geval, haar compartimenten, worden slechts ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 260 en de rechten van deelneming in die AICB en, in voorkomend geval, van haar compartimenten mogen in België slechts openbaar worden aangeboden indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de betrokken AICB beschikt over de in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde vergunning of wordt beheerd door een beheervennootschap die over de in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde vergunning beschikt; of
  in het in artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde geval en als zij niet over de in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde vergunning beschikken, worden de betrokken AICB of haar beheervennootschap onderworpen in hun lidstaat van herkomst aan een regeling die tenminste voldoet aan de voorwaarden van artikel 110;
  2° in het in de bepaling onder 1°, eerste lid bedoelde geval, (a) heeft de FSMA de kennisgeving ontvangen als bedoeld in artikel 31, lid 2 of artikel 32, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU, of (b) heeft de FSMA één van de kennisgevingen ontvangen als bedoeld in artikel 35, lid 5, artikel 39, lid 4, of artikel 40, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU;
  in het in de bepaling onder 1°, tweede lid, bedoelde geval heeft de FSMA, als het om een buitenlandse beheerder gaat, de in artikel 128 of artikel 131 bedoelde kennisgeving ontvangen;
  3° de AICB heeft als uitsluitend doel de collectieve belegging van financiële middelen en zij wordt beheerd of bestuurd volgens het beginsel van risicospreiding, in het uitsluitende belang van de deelnemers;
  4° wat de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a), b) en c), bedoelde beheertaken betreft,
  a) conformeert de beleggingsvennootschap zich, als zij geen beheervennootschap heeft aangesteld, aan de artikelen 206, 208 en 209, of aan regels die gelijkwaardig worden bevonden door de FSMA;
  b) of, in de andere gevallen, voldoen de personen die de in artikel 3, 41°, a), b) en c), bedoelde beheertaken uitoefenen, in hun lidstaat van herkomst aan de bepalingen die ertoe strekken de in de artikelen 316, 317, 319 en 320 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken;
  5° het beheerreglement of de statuten van de AICB bevatten inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan deze voorzien door de Koning met toepassing van artikel 212; zo niet, moet de AICB de ontbrekende inlichtingen toevoegen, die integraal deel zullen uitmaken van het beheerreglement of van de statuten voor de toepassing van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  6° de AICB geeft haar activa in bewaring bij een bewaarder die, in zijn land van herkomst, onderworpen is aan bepalingen die ertoe strekken de doelstellingen te realiseren, beoogd in artikel 218 of door de FSMA gelijkwaardig geachte doelstellingen te realiseren;
  7° indien de betrokken AICB een feeder is, conformeren haar bewaarder en die van de master zich aan artikel 220, § 1, of aan regels die gelijkwaardig worden bevonden door de FSMA;
  8° de AICB heeft een persoon aangeduid die, overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG of een, naar het oordeel van de FSMA, gelijkwaardige regeling, krachtens de wet bevoegd is om jaarrekeningen te controleren en aan wie de boekhoudkundige gegevens in de periodieke verslagen van de AICB ter controle worden voorgelegd;
  9° de AICB heeft een onderneming, bedoeld in artikel 248, § 2, eerste lid, aangeduid om :
  a) in België te zorgen voor de uitkeringen aan de deelnemers, de verkoop of inkoop van de rechten van deelneming;
  b) in België te zorgen voor de verspreiding van de informatie die de AICB moet verstrekken;
  c) de FSMA alle nodige informatie te bezorgen met betrekking tot het openbaar aanbod van de rechten van deelneming in België.

  Art. 264. In de gevallen bedoeld bij artikel 263, 4° en 6°, kunnen de betrokkenen, bij gebreke aan bepalingen in het land van herkomst, aantonen dat zij daadwerkelijk beantwoorden aan de doelstellingen, beoogd in de voormelde bepaling.

  Art. 265. § 1. Het verzoek om inschrijving op de lijst wordt aan de FSMA gericht.
  § 2. Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door dit hoofdstuk.
  Dit dossier omvat inzonderheid :
  1° een verklaring uitgaande van de toezichthoudende autoriteit van het land van herkomst met betrekking tot de voorwaarden bedoeld bij artikel 263, 3° ;
  2° een becommentarieerde selectie van de bepalingen van het land van herkomst die ertoe strekken, naar gelang het geval, de doelstellingen te realiseren beoogd in de artikelen 206, 208 en 209 of de artikelen 316, 317, 319 en 320, of door de FSMA gelijkwaardig geachte doelstellingen te realiseren of, in het geval bedoeld bij artikel 264, een beschrijving van de wijze waarop de betrokkenen daadwerkelijk beantwoorden aan de doelstellingen, beoogd in de hoger vermelde bepalingen;
  3° tenzij in het geval bedoeld bij artikel 264, een beoordeling, door een onafhankelijk expert in de betrokken materies, of de sub 2° bedoelde selectie en de commentaar van de betrokken bepalingen juist, adequaat en volledig is en of de betrokken bepalingen ertoe strekken de vooropgestelde doelstellingen of gelijkwaardige doelstellingen te realiseren;
  4° een kopie van het beheerreglement of de statuten van de AICB en, als zij hierin niet is vervat, een opgave van de regels voor de waardering van de activa van de AICB, de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming en de berekening van de prijs bij uitgifte en inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging;
  5° een beschrijving van de administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie van de AICB;
  6° een beschrijving van het geheel van ondernemingen waartoe de AICB behoort, samen met andere ondernemingen of instellingen waarmee zij is verbonden in het kader van een gezamenlijk beheer of een gezamenlijke controle of door een belangrijke rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming;
  7° de identiteit van de bewaarder en de gegevens waaruit blijkt dat hij beantwoordt aan de gegevens bedoeld in artikel 263, 6° ;
  8° de identiteit en het statuut van de persoon als bedoeld in artikel 263, 8°, alsook een kopie van het laatste verslag dat hij over de instelling heeft opgesteld;
  9° de identiteit van de persoon (personen) die instaat (instaan) voor de beheertaken bedoeld in artikel 3, 41°, a), b) en c), alsook zijn (hun) statuten, de personen die zijn (hun) effectieve leiding voeren, een beschrijving van zijn (hun) administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en de identiteit van zijn (hun) aandeelhouders;
  10° de identificatie van de onderneming als bedoeld in artikel 263, 9° ;
  § 3. De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag.
  § 4. De AICB deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn. In voorkomend geval deelt de betrokken AICB in dit kader onverwijld de wijzigingen mee van de lijst van de bestaande compartimenten en van de bestaande klassen van rechten van deelneming.

  Art. 266. Het beheerreglement of de statuten en het laatst gepubliceerde jaarverslag worden bij het in artikel 222 bedoelde prospectus gevoegd.
  De AICB ziet erop toe dat het beheerreglement of de statuten, die bij het in artikel 222 bedoelde prospectus zijn gevoegd, steeds bijgewerkt zijn en overeenstemmen met de tekst die is neergelegd bij de FSMA.
  In het prospectus en in de periodieke verslagen wordt vermeld dat het beheerreglement of de statuten zijn neergelegd bij de onderneming als bedoeld in artikel 263, 9°.
  Elke belanghebbende kan bij deze onderneming een kopie van het beheerreglement of de statuten verkrijgen.

  Afdeling II. - Informatieverstrekking aan de beleggers en bemiddeling

  Art. 267.Voor de in dit hoofdstuk bedoelde AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming gelden de artikelen 221 tot 235.
  [1 In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen opgenomen in de artikelen 221 tot 235, in de mate ze betrekking hebben op de essentiële beleggersinformatie, niet van toepassing indien de AICB verplicht is om een essentiële-informatiedocument als bedoeld in Verordening (EU) 1286/2014 op te stellen.]1
  De FSMA kan afwijkingen verlenen van de toepassing van de krachtens de artikelen 225, § 1, tweede lid, en 229, § 1, genomen bepalingen.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 74, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 268.§ 1. Een AICB naar buitenlands recht die haar rechten van deelneming openbaar aanbiedt in België, verspreidt, onverminderd artikel 267, tweede en derde lid, in België, in minstens één van de landstalen :
  1° het prospectus;
  2° het document met essentiële beleggersinformatie;
  3° de jaarverslagen en de halfjaarverslagen;
  4° het beheerreglement of de statuten;
  5° alle berichten en kennisgevingen aan de houders van rechten van deelneming.
  Gelet op de omstandigheden van het aanbod van de rechten van deelneming kan de FSMA toestaan dat, in afwijking van het eerste lid, het prospectus, de jaarverslagen, de halfjaarverslagen evenals het beheerreglement of de statuten worden verspreid in België in een andere taal die in België gangbaar is in financiële zaken.
  [1 Indien in België berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming in een AICB naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 260 worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd het eerste en tweede lid, het document met essentiële beleggersinformatie in België te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in België worden verspreid.]1
  [1 Het eerste, tweede en derde lid zijn, in de mate ze betrekking hebben op de essentiële beleggersinformatie, niet van toepassing indien de AICB verplicht is om een essentiële- informatiedocument als bedoeld in Verordening (EU) 1286/2014 op te stellen.]1
  § 2. De Koning kan bijkomende regels vaststellen inzake de stukken en hun bijwerkingen die aan de FSMA moeten worden voorgelegd, evenals inzake de wijze van publicatie in België van de informatie die moet worden verspreid in de lidstaat waar de AICB gevestigd is.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 75, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Afdeling III. - Bedrijfsuitoefening

  Art. 269.De AICB voert haar beleggingen uit in activa uit de categorieën van beleggingen die openstaan voor [1 openbare]1 AICB's naar Belgisch recht.
  De regels inzake het beleggingsbeleid van de AICB mogen niet afwijken van de geldende regels voor de overeenstemmende categorie van beleggingen die openstaat voor [1 openbare]1 AICB's naar Belgisch recht.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 72, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 270. De regels met betrekking tot de vaststelling en de inning van provisies en kosten ten laste van de AICB of de deelnemers moeten duidelijk en nauwkeurig zijn.
  De financiële bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming in de AICB in België mogen geen andere provisies of kosten aanrekenen dan deze die worden voorzien door de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA.

  Art. 271. § 1. Een AICB naar buitenlands recht mag noch de term "gewaarborgd kapitaal" of een gelijkaardige term noch de term "kapitaalbescherming", "beschermd kapitaal" of een gelijkaardige term gebruiken, tenzij is voldaan aan de voorwaarden die de Koning met toepassing van artikel 237 hiertoe heeft vastgesteld.
  § 2. De Koning kan alle of een deel van de krachtens artikel 247 genomen bepalingen toepasselijk maken op de in dit hoofdstuk bedoelde AICB's.
  § 3. De Koning kan alle of een deel van de krachtens de artikelen 248, § 2, tweede lid, § 3, tweede lid, en 249 genomen bepalingen toepasselijk maken op de in dit hoofdstuk bedoelde AICB's. Artikel 248, § 3, derde lid, is van toepassing.
  § 4. De Koning kan alle of een deel van de krachtens artikel 253 genomen bepalingen toepasselijk maken op de in dit hoofdstuk bedoelde instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 272. De regels voor de waardering van de activa van de AICB en de berekening van de netto-inventariswaarde en de prijs van uitgifte en inkoop van rechten van deelneming dienen een correcte informatieverstrekking aan het publiek te waarborgen en mogen de belangen van het publiek niet schaden.

  Art. 273. Voor de in dit hoofdstuk bedoelde AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming gelden de artikelen 252, 253, 254 en 255.

  HOOFDSTUK III. - Bepalingen die van toepassing zijn op openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht met een vast aantal rechten van deelneming

  Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden

  Art. 274. Een AICB bedoeld in dit Hoofdstuk en, in voorkomend geval, haar compartimenten, worden slechts ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 260 en de rechten van deelneming in de AICB, en, in voorkomend geval, van haar compartimenten, mogen in België slechts openbaar worden aangeboden indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° de betrokken AICB beschikt over de in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde vergunning of wordt beheerd door een beheervennootschap die over de in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde vergunning beschikt; of
  in het in artikel 3, § 3 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde geval en als zij niet over de in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde vergunning beschikken, worden de betrokken AICB of haar beheervennootschap onderworpen in hun lidstaat van herkomst aan een regeling die tenminste voldoet aan de voorwaarden van artikel 110;
  2° in het in de bepaling onder 1°, eerste lid bedoelde geval, (a) heeft de FSMA de kennisgeving ontvangen als bedoeld in artikel 31, lid 2, of artikel 32, lid 2, van Richtlijn 2011/61/EU, of (b) heeft de FSMA één van de kennisgevingen ontvangen als bedoeld in artikel 35, lid 5, artikel 39, lid 4, of artikel 40, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU;
  in het in de bepaling onder 1°, tweede lid, bedoelde geval heeft de FSMA, als het om een buitenlandse beheerder gaat, de in artikel 128 of artikel 131 bedoelde kennisgeving ontvangen;
  3° de AICB heeft als uitsluitend doel de collectieve belegging van financiële middelen en zij wordt beheerd of bestuurd volgens het beginsel van risicospreiding, in het uitsluitende belang van de deelnemers;
  4° wat de uitoefening van de beheertaken bedoeld in artikel 3, 41°, a), b) en c), betreft :
  a) conformeert de beleggingsvennootschap zich, als zij geen beheervennootschap heeft aangesteld, aan de artikelen 206, 208 en 209, of aan regels die gelijkwaardig worden bevonden door de FSMA;
  b) of, in de andere gevallen, voldoen de personen die de in artikel 3, 41°, a), b) en c), bedoelde beheertaken uitoefenen, in hun lidstaat van herkomst aan de bepalingen die ertoe strekken de in de artikelen 316, 317, 319 en 320 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken;
  5° het beheerreglement of de statuten van de AICB bevatten inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan deze voorzien door de Koning met toepassing van artikel 212; zo niet, moet de instelling voor collectieve belegging de ontbrekende inlichtingen toevoegen, die integraal deel zullen uitmaken van het beheerreglement of van de statuten voor de toepassing van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  6° de AICB geeft haar activa in bewaring bij een bewaarder die, in zijn land van herkomst, onderworpen is aan bepalingen die ertoe strekken de doelstellingen te realiseren, beoogd in artikel 218 of door de FSMA gelijkwaardig geachte doelstellingen te realiseren;
  7° de AICB heeft een persoon aangeduid die, overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG of een, naar het oordeel van de FSMA, gelijkwaardige regeling, krachtens de wet bevoegd is om jaarrekeningen te controleren en aan wie de boekhoudkundige gegevens in de periodieke verslagen van de AICB ter controle worden voorgelegd;
  8° de AICB heeft een onderneming, bedoeld in artikel 248, § 2, eerste lid, aangeduid om :
  a) in België te zorgen voor de uitkeringen aan de deelnemers, de verkoop of inkoop van de rechten van deelneming;
  b) in België te zorgen voor de verspreiding van de informatie die de AICB moet verstrekken;
  c) de FSMA alle nodige informatie te bezorgen met betrekking tot het openbaar aanbod van de rechten van deelneming in België;
  9° de rechten van deelneming in de AICB zijn, overeenkomstig artikel 250, eerste lid, toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de Europese Unie. Artikel 250, tweede lid is van toepassing.

  Art. 275. In de gevallen bedoeld bij artikel 274, 4° en 6°, kunnen de betrokkenen, bij gebreke aan bepalingen in het land van herkomst, aantonen dat zij daadwerkelijk beantwoorden aan de doelstellingen, beoogd in de voormelde bepaling.

  Art. 276. § 1. Het verzoek om inschrijving op de lijst wordt aan de FSMA gericht.
  § 2. Bij de inschrijvingsaanvraag wordt een dossier gevoegd dat de door de FSMA gevraagde gegevens bevat, dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden opgelegd door dit hoofdstuk.
  Dit dossier omvat inzonderheid :
  1° een verklaring uitgaande van de toezichthoudende autoriteit van het land van herkomst met betrekking tot de voorwaarden bedoeld bij artikel 274, 3°, of, indien een dergelijke verklaring niet kan worden verstrekt, een beschrijving van het statuut waaraan de AICB is onderworpen in het land van herkomst;
  2° een becommentarieerde selectie van de bepalingen van het land van herkomst die ertoe strekken, naar gelang het geval, de doelstellingen te realiseren bedoeld in de artikelen 206, 208 en 209 of de artikelen 316, 317, 319 en 320, of door de FSMA gelijkwaardig geachte doelstellingen te realiseren of, in het geval bedoeld bij artikel 275, een beschrijving van de wijze waarop de betrokkenen daadwerkelijk beantwoorden aan de doelstellingen beoogd in de hoger vermelde bepalingen;
  3° tenzij in het geval bedoeld bij artikel 275, een beoordeling, door een onafhankelijk expert in de betrokken materies, of de sub 2° bedoelde selectie en de commentaar van de betrokken bepalingen juist, adequaat en volledig is en of de betrokken bepalingen ertoe strekken de vooropgestelde doelstellingen of gelijkwaardige doelstellingen te realiseren;
  4° een kopie van het beheerreglement of de statuten van de AICB;
  5° een beschrijving van de administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie van de AICB;
  6° een beschrijving van het geheel van ondernemingen waartoe de AICB behoort, samen met andere ondernemingen of instellingen waarmee zij is verbonden in het kader van een gezamenlijk beheer of een gezamenlijke controle of door een belangrijke rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming;
  7° de identiteit van de bewaarder en de gegevens waaruit blijkt dat hij beantwoordt aan de gegevens bedoeld in artikel 274, 6° ;
  8° de identiteit en het statuut van de persoon als bedoeld in artikel 274, 7°, alsook een kopie van het laatste verslag dat hij over de instelling heeft opgesteld;
  9° de identiteit van de persoon (personen) die instaat (instaan) voor de beheertaken bedoeld in artikel 3, 41°, a), b) en c), alsook zijn (hun) statuten, de personen die zijn (hun) effectieve leiding voeren, een beschrijving van zijn (hun) administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en de identiteit van zijn (hun) aandeelhouders;
  10° de identificatie van de onderneming als bedoeld in artikel 274, 8° ;
  § 3. De FSMA kan aanvullende gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag.
  § 4. De AICB deelt de FSMA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het inschrijvingsdossier permanent bijgewerkt zou zijn.

  Art. 277. In de periodieke verslagen wordt vermeld dat het beheerreglement of de statuten zijn neergelegd bij de onderneming bedoeld in artikel 274, 7°.
  Elke belanghebbende kan bij deze onderneming een kopie van het beheerreglement of de statuten verkrijgen.

  Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening

  Art. 278.De AICB voert haar beleggingen uit in activa uit de categorieën van beleggingen die openstaan voor [1 openbare]1 AICB's naar Belgisch recht.
  De regels inzake het beleggingsbeleid van de instelling voor collectieve belegging mogen niet afwijken van de geldende regels voor de overeenstemmende categorie van beleggingen die openstaat voor [1 openbare]1 AICB's naar Belgisch recht.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 73, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 279. De regels met betrekking tot de vaststelling en de inning van provisies en kosten ten laste van de AICB of de deelnemers moeten duidelijk en nauwkeurig zijn.

  Art. 280. Voor de in dit hoofdstuk bedoelde AICB's met een vast aantal rechten van deelneming gelden de artikelen 250, 252, 253 en 255.

  Boek II. - specifieke bepalingen voor bepaalde niet-openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht

  TITEL I. - Algemene bepalingen

  Art. 281.Onverminderd, in voorkomend geval, de bepalingen van deel II, is dit boek van toepassing op de niet-openbare Belgische AICB's die geopteerd hebben voor een van de statuten waarin door of krachtens dit boek is voorzien.
  Voor een van deze statuten kan ook worden geopteerd door :
  a) de beleggingsinstellingen die slechts één deelnemer tellen;
  b) de in artikel 2, lid 3 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde entiteiten; en
  c) de AICB's die geen beheervennootschap hebben aangesteld en onder toepassing vallen van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2011/61/EU;
  [1 d) de entiteiten die als investeringsvehikel dienen en waarin de aandeelhouders, als collectief, een dagelijkse beslissingsbevoegdheid of zeggenschap hebben.]1
  [1 De in het vorige lid bedoelde entiteiten zijn uitsluitend onderworpen aan de bepalingen van dit Boek, waarbij wordt gepreciseerd dat de verwijzingen in dit Boek naar alternatieve instellingen voor collectieve belegging of AICB dienen te worden begrepen als een verwijzing naar alle entiteiten bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 169, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 282. De artikelen 181 en 184 zijn van toepassing op de aan de bepalingen van dit boek onderworpen AICB's.

  TITEL II. - Institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Afdeling I. - Institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming

  Art. 283. § 1. De institutionele AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de belegging in één van de in artikel 183, eerste lid, 1°, 2° en 6°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze titel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  § 2. De rechten van deelneming in institutionele AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming zijn op naam gesteld.
  § 3. Onverminderd artikel 3, 6°, doet de toelating tot de verhandeling van de rechten van deelneming in een institutionele AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke AICB, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de AICB, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van in aanmerking komend belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het vorige lid, om de hoedanigheid van in aanmerking komende belegger van haar deelnemers te waarborgen.

  Art. 284.§ 1. De artikelen [1 186, § 1, tweede lid, en § 3]1, 187, §§ 1, 2, 3, tweede lid, en § 4, 188, eerste en derde lid, 189 en 194, § 2, zijn van toepassing op de institutionele gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming.
  § 2. Het beheerreglement van een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  § 3. Elk institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" of "institutioneel open fonds naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.
  § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming [1 of een van zijn compartimenten]1 zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 74, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 285.§ 1. Een institutionele beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
  Artikel 190, tweede lid, artikel [1 191, §§ 1, 3 en 5]1, en artikel 192, §§ 1, 2 en 4, zijn van toepassing op de institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming.
  De artikelen 78, 79, eerste lid, 96, 4°, 5° en 6°, 141, 439, 440 tot 442, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, 463, vierde lid, 465, derde lid, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, 542, 557, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 600, 603 tot 607, 612 tot 617, [1 618, zesde en zevende lid,]1 619 tot 628, 633 en 634, van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing.
  Onverminderd artikel 283, § 1, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.
  In afwijking van het derde lid is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing in het in artikel 184, § 2, 2°, bedoelde geval.
  § 2. Een institutionele beleggingsvennootschap mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 11, § 2, eerste lid, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.
  § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevat de naam van een institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "institutionele beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht" of "institutionele Bevek naar Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam.
  § 4. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van Vennootschappen mag een institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden opgericht door een in aanmerking komend belegger.
  Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.
  § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
  Elk compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 75, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Afdeling II. - Institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming

  Art. 286.§ 1. De institutionele AICB's met een vast aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de belegging in één van de in artikel 183, eerste lid, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  § 2. De rechten van deelneming in institutionele AICB's met een vast aantal rechten van deelneming zijn op naam gesteld.
  § 3. Onverminderd artikel 3, 6°, doet de toelating tot de verhandeling van rechten van deelneming in een institutionele AICB met een vast aantal rechten van deelneming op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke AICB, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de AICB, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van in aanmerking komend belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de AICB heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele AICB met een vast aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het vorige lid, om de hoedanigheid van in aanmerking komend belegger van haar deelnemers te waarborgen.
  [1 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de toelating tot het verhandelen van rechten van deelneming van een institutionele AICB met een vast aantal rechten van deelneming op een MTF, zoals gedefinieerd in artikel 3, 37°, of op een gereglementeerde markt, zoals gedefinieerd in artikel 3, 38°, die toegankelijk is voor het publiek, beperken of verbieden.]1
  ----------
  (1)<W 2016-08-03/17, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 26-08-2016>

  Art. 287. § 1. Artikel 186, §§ 1 en 3, artikel 188, eerste en derde lid, artikel 189 en artikel 194, §§ 2 en 4, zijn van toepassing op de institutionele gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming.
  § 2. Het beheerreglement van een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  § 3. Elk institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming" of "institutioneel besloten fonds naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.
  § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.

  Art. 288.§ 1. [2 Artikel 195, eerste lid, artikel [3 196, § 1, en 4, derde lid]3, en artikel 196/1, § 1, eerste zin, 2 en 4]2, zijn van toepassing op de institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming.
  [1 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, institutionele beleggingsvennootschappen met vast aantal rechten van deelneming toelaten om te worden opgericht onder andere maatschappelijke vormen.]1
  [3 Bij de oprichting van compartimenten binnen een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming die in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen is opgericht, mag het aandeel in het kapitaal dat vertegenwoordigd wordt door de rechten van deelneming van de betrokken categorie, niet lager zijn dan het bedrag als bedoeld in artikel 439 van het Wetboek van Vennootschappen.]3
  § 2. Een institutionele beleggingsvennootschap mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 11, § 2, eerste lid, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.
  § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevat de naam van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "institutionele beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht" of "institutionele bevak naar Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam.
  § 4. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van Vennootschappen mag een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming worden opgericht door een in aanmerking komend belegger.
  Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.
  [2 § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
   Elk compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.]2
  ----------
  (1)<W 2016-08-03/17, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 26-08-2016>
  (2)<W 2016-12-18/01, art. 52, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (3)<W 2019-05-02/25, art. 170, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening

  Afdeling I. - Inschrijving

  Art. 289.[1 [2 Met uitzondering van de institutionele AICB's waarvoor de Koning gebruik gemaakt heeft van de machtiging vervat in artikel 291, § 1, worden de institutionele AICB's waarvoor de Koning gebruik gemaakt heeft van de machtiging vervat in artikel 183, tweede lid, ingeschreven op een lijst die wordt bijgehouden door de Federale Overheidsdienst Financiën.]2
   De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging, de verplichtingen en de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving waaraan de institutionele AICB's bedoeld in de artikelen 283 en 286 moeten voldoen alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben.]1
  ----------
  (1)<W 2016-08-03/17, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 26-08-2016>
  (2)<W 2019-05-02/25, art. 171, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening

  Art. 290. De Koning stelt de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de institutionele AICB's met een veranderlijk en een vast aantal rechten van deelneming zijn onderworpen.

  Art. 290/1. [1 De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, volgens welke regels de institutionele AICB's met veranderlijk en vast aantal rechten van deelneming hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. Wat de beleggingsvennootschappen betreft, kan de Koning afwijken van artikel 105 van het Wetboek van vennootschappen, alsook de regels genomen met toepassing van Hoofdstuk 2, Afdeling 3, Boek III van het Wetboek van economisch recht en, onder de voorwaarden van artikel 122, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen, de regels genomen met toepassing van artikel 92 van het Wetboek van vennootschappen aanpassen, wijzigen en aanvullen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/17, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 26-08-2016>
  

  HOOFDSTUK III. - Toezicht op de institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  Art. 291.[1 § 1.]1 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de toepassing van de artikelen 337 tot 365 van deze wet uitbreiden tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de betrokken AICB's hebben geopteerd.
  [1 § 2. Deze paragraaf is van toepassing op de institutionele AICB's waarvoor de Koning gebruik gemaakt heeft van de machtiging vervat in artikel 183, tweede lid, met uitzondering van de institutionele AICB's waarvoor Hij gebruik gemaakt heeft van de machtiging vervat in paragraaf 1.
   De FOD Financiën is belast met het toezicht op de naleving, door deze institutionele AICB's, van de bepalingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   Op verzoek bezorgen deze institutionele AICB's de FOD Financiën alle inlichtingen en stukken over hun organisatie, werking en verrichtingen, inclusief het type uitgevoerde beleggingen, die nodig zijn voor het in het eerste lid bedoelde toezicht. In dit kader kan de FOD Financiën deze institutionele AICB's met name verplichten om, volgens de frequentie die deze bepaalt, verslag uit te brengen over de naleving van de bepalingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   De commissaris belast met het toezicht op de jaarrekening van een dergelijke institutionele AICB die kennis heeft van beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een inbreuk op de bepalingen van deze titel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of de statutaire bepalingen van de betrokken institutionele AICB, stelt de FOD Financiën daarvan onmiddellijk in kennis. Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in dit lid, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
   De FOD Financiën kan een door hem aangestelde revisor of de commissarissen belast met het toezicht op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van een dergelijke institutionele AICB vragen om hem, op kosten van die instelling, bijzondere verslagen te bezorgen over de onderwerpen die hij bepaalt. De institutionele AICB's zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de betrokken revisor.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 172, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  TITEL III. - Private alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Afdeling I. - Private alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming

  Art. 292. § 1. De private AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de belegging in één van de in artikel 183, eerste lid, 1°, 2° en 6°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  § 2. Onverminderd artikel 3, 7°, doet de toelating tot de verhandeling van rechten van deelneming in een private AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke AICB, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de AICB, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de AICB heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de private AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het vorige lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen.

  Art. 293.§ 1. De artikelen 186, §§ 1, 3 en 4, 187, §§ 1, 2, 3, tweede lid, en § 4, 188, eerste en derde lid, 189 en 194, § 2, zijn van toepassing op de private gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming.
  § 2. Het beheerreglement van een privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  § 3. Elk privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" of "privaat open fonds naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.
  § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming [1 of een van zijn compartimenten]1 zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI, van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 76, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 294. § 1. Een private beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
  Artikel 190, tweede lid, artikel 191, § 1 en § 3 tot en met § 5, en artikel 192, §§ 1, 2 en 4, zijn van toepassing op de private beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming.
  De artikelen 78, 79, eerste lid, 96, 4°, 5° en 6°, 141, 439, 440 tot 442, 445 tot 448, 453, eerste lid, 1°, 458, 460, eerste lid, 463, vierde lid, 465, derde lid, 476, 477, 479, 483, 484, 505, 506, 508, 509, 542, 557, 560, 581, 582 tot 590, 592 tot 607, 612 tot 617, 619 tot 628, 633 en 634, van het Wetboek van Vennootschappen zijn niet van toepassing.
  Onverminderd artikel 292, § 1, is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.
  In afwijking van het derde lid is artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing in het in artikel 184, § 2, 2°, bedoelde geval.
  § 2. Een private beleggingsvennootschap mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 11, § 2, eerste lid, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.
  § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevat de naam van de private beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "private beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht" of "private Bevek naar Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam.
  § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een private beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
  Elk compartiment van een private beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.

  Afdeling II. - Private alternatieve instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming

  Art. 295. § 1. De private AICB's met een vast aantal rechten van deelneming hebben als uitsluitend doel de belegging in één van de in artikel 183, eerste lid, 1° tot 6°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  § 2. Onverminderd artikel 3, 7°, doet de toelating tot de verhandeling van rechten van deelneming in een private AICB met een vast aantal rechten van deelneming op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke AICB, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de AICB, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de AICB heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de private AICB met een vast aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen.

  Art. 296. § 1. Artikel 186, §§ 1, 2 en 4, artikel 188, eerste en derde lid, artikel 189 en artikel 194, §§ 2 en 4, zijn van toepassing op de private gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming.
  § 2. Het beheerreglement van een privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  § 3. Elk privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming" of "privaat besloten fonds naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.
  § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI, van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.

  Art. 297.§ 1. [1 Artikel 195, eerste lid, 196, §§ 1, 3 en 4 en 196/1, § 1, eerste zin, 2 en 4]1, zijn van toepassing op de private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming.
  § 2. Een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 11, § 2, eerste lid, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.
  § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevat de maatschappelijke naam van de private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "private beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht" of "private Bevek naar Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 183, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam.
  [1 § 4. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten van een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
   Elk compartiment van een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat een dergelijke vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de beleggingsvennootschap.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 53, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Afdeling III. - Private privaks

  Art. 297/1. [1 Onverminderd de toepassing van de bepalingen van titel I van dit boek en van delen I en II is de private privak onderworpen aan de bepalingen van deze afdeling en van de artikelen 302 tot 305.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 173, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 298.Onder private privak wordt de private AICB met een vast aantal rechten van deelneming verstaan die geregeld is bij statuten en waarvan het uitsluitende doel de belegging in de in artikel 183, eerste lid, 5°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen is, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of haar statuten.
  [1 Voor de toepassing van de bepalingen van deze afdeling en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, en in afwijking van artikel 3, 40°, moet onder "niet-genoteerde vennootschap" een vennootschap worden verstaan waarvan de aandelen niet zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt of op een gelijkwaardige markt van een land dat geen lid is van de Europese Economische Ruimte.]1
  Onverminderd artikel 3, 7°, doet de toelating tot de verhandeling van rechten van deelneming in een private privak op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de rechten van deelneming in een private privak, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de privak, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden bepalen waaronder de private privak geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 174, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 299.De private privak wordt opgericht als gewone commanditaire vennootschap, als commanditaire vennootschap op aandelen of als naamloze vennootschap [2 ...]2.
  Een private privak mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 11, § 2, eerste lid, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar doel.
  [3 Artikel 196, § 4, derde lid, is van toepassing op de private privaks die voldoen aan de voorwaarden bepaald door de Koning bij besluit genomen na advies van de FSMA.
   Artikel 196/1 is mutatis mutandis van toepassing op de private privaks die voldoen aan de voorwaarden bepaald door de Koning bij besluit genomen na advies van de FSMA. Bij de oprichting van compartimenten binnen een private privak die in de vorm van een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen is opgericht, mag het aandeel in het kapitaal dat vertegenwoordigd wordt door de rechten van deelneming van de betrokken categorie, niet lager zijn dan het bedrag als bedoeld in artikel 439 van het Wetboek van Vennootschappen.]3
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 54, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (2)<W 2018-03-26/01, art. 40, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>
  (3)<W 2019-05-02/25, art. 175, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 299/1. [1 De private privak wordt opgericht voor een maximale duur van twaalf jaar.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-26/01, art. 41, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>
  

  Art. 299/2. [1 De statuten van de private privak kunnen voorzien dat de duur van twaalf jaar zoals voorzien in artikel 299/1 kan worden verlengd met maximaal twee termijnen van maximaal drie jaar, telkens volgens de procedure bepaald in artikel 299/3.
   Indien er geen geldige verlenging plaatsvindt volgens de procedure voorzien in artikel 299/3, wordt de private privak bij het einde van zijn termijn van rechtswege ontbonden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-26/01, art. 42, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>
  

  Art. 299/3. [1 § 1. In de veronderstelling dat de statuten voorzien in een mogelijke verlenging onder toepassing van artikel 299/2, voorzien de statuten dat de termijn van de private privak bij besluit van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders of vennoten van de private privak kan worden verlengd overeenkomstig het vereiste aanwezigheids- en meerderheidsquorum zoals voorzien in paragraaf 2.
   § 2. In de veronderstelling dat de statuten voorzien in een mogelijke verlenging onder toepassing van artikel 299/2, voorzien de statuten dat de buitengewone algemene vergadering slechts geldig over de verlenging van de termijn van de private privak kan beraadslagen en besluiten indien de aanwezigen ten minste de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.
   Het besluit om de duur van de private privak te verlengen wordt geldig aangenomen met een meerderheid van minstens 90 pct. van de geldig uitgebrachte stemmen die minstens de helft van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-26/01, art. 43, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>
  

  Art. 299/4. [1 De private privak behoudt zijn statuut van private privak tot en met de afsluiting van zijn vereffening.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-26/01, art. 44, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>
  

  Art. 300.§ 1. De private privak is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen voor zover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
  § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen moeten de naam van de private privak en alle stukken die van haar uitgaan de woorden "private privak naar Belgisch recht" bevatten ofwel moeten deze woorden onmiddellijk volgen op haar naam.
  § 3. In afwijking van [1 de artikelen 93, tweede lid en 93/1, tweede lid]1, van het Wetboek van Vennootschappen moet de private privak in alle gevallen een jaarrekening opstellen volgens de regels die de Koning heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1, van dat Wetboek.
  § 4. In afwijking van artikel 97 van het Wetboek van Vennootschappen moet de private privak haar jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank van België volgens de nadere regels die volgen uit de artikelen 98 en volgende van dat Wetboek.
  § 5. In afwijking van artikel 141, 1° en 2°, van het Wetboek van Vennootschappen moet de private privak de controle van haar jaarrekening ingevolge de toepassing van artikel 142 van dat Wetboek opdragen aan een of meer commissarissen. In afwijking van artikel 144, eerste lid, 8°, van dat Wetboek mag (mogen) deze commissaris(sen) die kennis heeft (hebben) gekregen van overtredingen van de statutaire bepalingen aangaande het statuut als AICB, in geen geval de melding van deze overtredingen, die bovendien omstandig moet zijn en met opgave van de overtreden bepalingen, uit het verslag weglaten. In de gevallen bepaald door de Koning zendt (zenden) de commissaris(sen) een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het verslag aan de FSMA.
  § 6. In afwijking van de artikelen 184, eerste lid, 187 en 193, van het Wetboek van Vennootschappen wordt de wijze van vereffening en van aanstelling van de vereffenaar(s) statutair bepaald, mag de beleggingsvennootschap geen nieuwe beleggingen meer verrichten in niet-genoteerde vennootschappen na het proces-verbaal van de invereffeningstelling en moeten in alle gevallen tijdens de vereffening jaarrekeningen worden opgemaakt volgens de regels die de Koning heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1, van dat Wetboek.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 55, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening

  Afdeling I. - Inschrijving

  Art. 301. De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging, de verplichtingen en de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving waaraan de private AICB's bedoeld in de artikelen 292 en 295 moeten voldoen alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben.

  Art. 302.§ 1. [1 Teneinde het statuut van private privak te verkrijgen, moet de private privak zich voorafgaandelijk en alvorens beleggingen als bedoeld in artikel 183, eerste lid, 5°, te doen bij de Federale Overheidsdienst Financiën laten inschrijven op de lijst van de private privaks.]1
  Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.
  Elk document dat ter bevestiging van deze inschrijving wordt afgegeven door de Federale Overheidsdienst Financiën en elk document dat met het oog op de uitvoering van de verrichtingen van de AICB naar deze inschrijving verwijst, moet vermelden dat de inschrijving geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen, evenmin als van de positie van de instelling voor collectieve belegging.
  § 2. De Federale Overheidsdienst Financiën stelt, op basis van de gegevens die zij bij de inschrijving heeft ontvangen, informatie ter beschikking van het publiek betreffende de identiteit van de vennootschappen die zijn ingeschreven op of geschrapt van de lijst van de private privaks.
  ----------
  (1)<W 2018-03-26/01, art. 45, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>

  Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening

  Art. 303. De Koning stelt, bij besluit genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging, de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de private AICB's met een veranderlijk en een vast aantal rechten van deelneming alsook de private privaks zijn onderworpen.

  Art. 304.§ 1. De Koning kan de regels bepalen die de private privak en de personen die beheertaken uitoefenen voor de private privak, moeten naleven om belangenconflicten met de deelnemers van de private privak te vermijden.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. De private privaks kunnen steeds bijkomend of tijdelijk :
  1° termijnbeleggingen van maximaal 6 maanden of liquide middelen houden;
  2° genoteerde effecten houden voor zover :
  a) zij deze effecten reeds houden op het ogenblik van de aanvraag tot opname in de notering van een beurs of een andere georganiseerde en openbare markt voor effecten;
  b) deze effecten worden verkregen door omruiling van niet-genoteerde effecten, met uitzondering van hun eigen effecten;
  3° in het kader van indekkingsverrichtingen, handelen in al dan niet genoteerde afgeleide financiële instrumenten op al dan niet genoteerde onderliggende materiële of financiële activa.
  De Koning bepaalt wat onder "bijkomend of tijdelijk" dient te worden verstaan.
  ----------
  (1)<W 2018-03-26/01, art. 46, 012; Inwerkingtreding : 09-04-2018>

  HOOFDSTUK III. - Toezicht op de private alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  Art. 305.[1 § 1.]1 De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de toepassing van de artikelen 337 tot 365 van deze wet uitbreiden tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk, rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de betrokken AICB's hebben geopteerd.
  [1 § 2. De FOD Financiën is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen door de private privaks en de andere private AICB's waarvoor de Koning gebruik gemaakt heeft van de machtiging vervat in artikel 183, tweede lid, met uitzondering van de private AICB's waarvoor Hij gebruik gemaakt heeft van de machtiging vervat in paragraaf 1.
   Op verzoek bezorgen deze private AICB's de FOD Financiën alle inlichtingen en stukken over hun organisatie, werking en verrichtingen, inclusief het type uitgevoerde beleggingen, die nodig zijn voor het in het eerste lid bedoelde toezicht. In dit kader kan de FOD Financiën deze private AICB's met name verplichten om, volgens de frequentie die deze bepaalt, verslag uit te brengen over de naleving van de bepalingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   De commissaris belast met het toezicht op de jaarrekening van een dergelijke private AICB die kennis heeft van beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een inbreuk op de bepalingen van deze titel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of de statutaire bepalingen van de betrokken private AICB, stelt de FOD Financiën daarvan onmiddellijk in kennis. Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in dit lid, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vordering worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
   De FOD Financiën kan een door hem aangestelde revisor of de commissarissen belast met het toezicht op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van een dergelijke private AICB vragen om hem, op kosten van die instelling, bijzondere verslagen te bezorgen over de onderwerpen die hij bepaalt. Private AICB's zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de betrokken revisor.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 176, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  TITEL IV. [1 - Dematerialisatie van de relaties tussen de federale overheidsdienst financiën en institutionele en private alternatieve instellingen voor collectieve belegging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 177, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/1. [1 Deze titel is van toepassing op de institutionele alternatieve instellingen voor collectieve belegging en de private alternatieve instellingen voor collectieve belegging, die ingeschreven zijn op een lijst bijgehouden door de Federale Overheidsdienst Financiën, en hun beheerders, bewaarders en revisors.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 178, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/2. [1 Niettegenstaande elke andersluidende wettelijke en reglementaire bepaling, verloopt elke procedure tot inschrijving, controle en schrapping, en elke uitwisseling van informatie of documenten, of alle communicatie tussen de instellingen vermeld in artikel 305/1 en de Federale Overheidsdienst Financiën via elektronische weg.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 179, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/3. [1 De aanbieding van informatie en documenten door de Federale Overheidsdienst Financiën via een elektronische dienst geldt als rechtsgeldige kennisgeving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 180, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/4. [1 Onder voorbehoud van de volgende artikelen van dit deel, bepaalt de Koning de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot het gebruik van elektronische diensten.
   De Koning bepaalt ook de toepassingsmodaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen in geval van de onbeschikbaarheid van het beveiligd elektronisch platform.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 181, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/5. [1 De Federale Overheidsdienst Financiën stelt via een beveiligd elektronisch platform, aan de in artikel 305/1 bedoelde instellingen, elektronische diensten ter beschikking die de oorsprong en de integriteit van de inhoud van de zending door middel van aangepaste beveiligingstechnieken garanderen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 182, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/6. [1 Alle informatie gericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën overeenkomstig artikel 305/2 die rechtsgevolgen teweeg brengt, maakt automatisch het voorwerp uit van een elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de informatie door de Federale Overheidsdienst Financiën.
   De automatische elektronische ontvangstbevestiging geldt niet als een bevestiging van inschrijving op de lijst bijgehouden door de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 183, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  Art. 305/7. [1 De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze titel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-05-02/25, art. 184, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>
  

  DEEL IV. - NIET-GEHARMONISEERDE BEPALINGEN OVER DE BEHEERVENNOOTSCHAPPEN

  Boek I. - Toepassingsgebied en algemene bepaling

  Art. 306. Onverminderd de toepassing van deel II van deze wet en van Verordening 231/2013, zijn de bepalingen van dit deel van toepassing op de beheervennootschappen die aan deel III van deze wet onderworpen openbare AICB's beheren.

  Art. 307.[2 § 1.]2 De bepalingen van dit deel gelden niet voor :
  1° de beleggingsondernemingen [1 als bedoeld in titel II van de wet van 25 oktober 2016 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4, van de wet van 25 oktober 2016 te verrichten]1, wanneer zij deze dienst verrichten voor instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht; de artikelen 9, 26, derde lid, 27, § 2, 32, 33, 37, § 2, 39, 44, 45, 46 en 319, § 2, zijn niettemin van toepassing;
  2° de kredietinstellingen als bedoeld in boek II en titel I en II van boek III van de wet van 25 april 2014 wanneer zij de beleggingsdiensten bedoeld in [1 artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016]1 verrichten voor instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht; de artikelen 9, 26, derde lid, 27, § 2, 32, 33, 37, § 2, 39, 44, 45, 46 en 319, § 2, zijn niettemin van toepassing.
  [2 § 2. De beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 106 vallen en waarvan de enige activiteit erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen, en, desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren, zijn niet onderworpen aan de volgende bepalingen :
   1° artikel 319;
   2° artikel 332; en
   3° artikel 333.]2
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 165, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2016-12-18/01, art. 56, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 308. De beheervennootschap van AICB's moet de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen naleven met betrekking tot een door haar beheerde AICB.

  Boek II. - Beheervennootschappen naar Belgisch recht

  TITEL I. - Bijzondere bedrijfsvergunningsvoorwaarden

  HOOFDSTUK I. - Vergunning

  Art. 309. Iedere beheervennootschap naar Belgisch recht die de werkzaamheden van collectief portefeuillebeheer van AICB's wenst te verrichten ten aanzien van openbare AICB's naar Belgisch of buitenlands recht moet, alvorens deze werkzaamheden aan te vatten, een vergunning verkrijgen van de FSMA.

  Art. 310. De FSMA verleent de aangevraagde vergunning aan de beheervennootschappen van AICB's die aan de voorwaarden van hoofdstuk II voldoen en over de in artikel 11 bedoelde vergunning beschikken. Zij spreekt zich over een aanvraag uit (a) binnen dezelfde termijn als voor de aanvraag van een vergunning als beheerder waarvan sprake in artikel 13, als deze gelijktijdig wordt ingediend, of (b) binnen zes maanden na indiening van een volledig dossier en uiterlijk binnen negen maanden na ontvangst van de aanvraag in de andere gevallen.
  De beslissingen inzake vergunning vermelden de beheertaken die de beheervennootschap mag uitoefenen en de beleggingsdiensten die zij mag verrichten.

  Art. 311. De aanvrager vermeldt de categorie van toegelaten beleggingen van de AICB's waarvoor hij de beheertaken wenst te verrichten.

  Art. 312. Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een beheervennootschap die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
  Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een beheervennootschap die hetzij de dochteronderneming is van een andere beheervennootschap, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming, met vergunning of toelating in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een andere beheervennootschap, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, van een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een andere beheervennootschap, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, een beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de beheervennootschappen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG beleggingsondernemingen, kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen of herverzekeringsondernemingen, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning of toelating hebben verleend.
  De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de in het tweede lid bedoelde toezichthoudende autoriteiten of, in voorkomend geval, de Bank, voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders en de leiding bedoeld in de artikelen 316 en 317, wanneer deze aandeelhouder een in het eerste lid of het tweede lid bedoelde onderneming is en de bij de leiding van de beheervennootschap betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de in het eerste lid of het tweede lid bedoelde ondernemingen. Deze autoriteiten delen elkaar alle informatie mee die relevant is voor het beoordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders en bij de leiding betrokken personen.

  Art. 313. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van een beheervennootschap, kan de FSMA de vergunning van de beheervennootschap beperken tot de uitoefening van welbepaalde beheertaken, dan wel voorwaarden stellen aan de uitoefening van welbepaalde beheertaken.

  Art. 314. De FSMA stelt een lijst op van de beheervennootschappen van AICB's waaraan krachtens dit boek een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.
  De lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.

  HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden

  Art. 315. Iedere beheervennootschap van AICB's naar Belgisch recht moet worden opgericht in de rechtsvorm van een naamloze vennootschap.

  Art. 316. De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks een al dan niet stemrechtverlenende gekwalificeerde deelneming bezitten in het kapitaal van de beheervennootschap van AICB's. In deze kennisgeving worden de kapitaalfractie en het aantal stemrechten vermeld die deze personen bezitten.
  De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen.

  Art. 317.§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beheervennootschappen van AICB's, de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, evenals de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuurlijke personen.
  De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken, met name gelet op de categorie van toegelaten beleggingen van de AICB's waarvoor de beheerder de beheertaken wenst te verrichten.
  [1 De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de minimale voorwaarden verduidelijken waaraan moet worden voldaan met betrekking tot het vereiste inzake de passende deskundigheid, inclusief de modaliteiten van de beoordelingsprocedure van dat vereiste. In voorkomend geval, kan de FSMA verschillende regels vaststellen in functie van de betrokken categorie van toegelaten beleggingen.]1
  § 2. De effectieve leiding van de beheervennootschappen moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd.
  ----------
  (1)<W 2017-12-05/04, art. 26, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 318. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de beheervennootschap van AICB's, de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, en de verantwoordelijken voor een onafhankelijke controlefunctie mogen zich niet in één van de in artikel 20 van de wet van 25 april 2014 voorziene gevallen bevinden.

  Art. 319.§ 1. Dit artikel bevat [1 onder andere]1 een opsomming van de vereisten inzake de risicobeheerfunctie, het risicobeheerbeleid en het integriteitsbeleid, en vermeldt de verplichting tot oprichting van een auditcomité, die voor de in dit boek bedoelde beheervennootschappen gelden naast de bepalingen van deel II en van Verordening 231/2013.
  § 2. In het kader van haar risicobeheerfunctie moet de beheervennootschap een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten (afgeleide buitenbeursinstrumenten) in de portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van de verschillende compartimenten van elke beheerde AICB.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de procedures voor de evaluatie van de OTC-derivaten.
  De beheervennootschap moet de FSMA, jaarlijks en telkens als zij hierom verzoekt, een verslag bezorgen dat een getrouw beeld geeft van de soorten aangewende derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de transacties in derivaten voor elke AICB of, in voorkomend geval, voor de verschillende compartimenten van elke beheerde AICB. De FSMA kan, bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de hierbij geldende regels nader bepalen.
  § 3. De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA, verduidelijken op welke bijkomende elementen het risicobeheerbeleid betrekking moet hebben.
  De beheervennootschap moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen van de beheerde AICB's, op verzoek van de deelnemers aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beheerde AICB's, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beheerde AICB's hebben geopteerd.
  [2 § 3/1. Onverminderd de bepalingen van Verordening 231/2013 beoordeelt het wettelijk bestuursorgaan de goede werking van de onafhankelijke controlefuncties.]2
  § 4. [2 Het wettelijk bestuursorgaan van de beheervennootschap bepaalt en controleert een passend integriteitsbeleid dat]2 geregeld wordt geactualiseerd.
  De Koning verduidelijkt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, wat onder "passend integriteitsbeleid" moet worden verstaan.
  § 5. De beheervennootschap richt een auditcomité op binnen haar wettelijk bestuursorgaan.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Hij kan de voorwaarden bepalen waaronder de FSMA kan afwijken van de krachtens deze paragraaf genomen bepalingen.
  § 6. Bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA kan de Koning bovendien de vereisten aanvullen waarvan sprake in de bepalingen van dit artikel, zodat op de beheerders van AICB's soortgelijke vereisten van toepassing zijn als de vereisten die gelden voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.
  [1 § 7. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuursorgaan inzake de vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 [3 , en van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen]3.
   Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, dient het wettelijke bestuursorgaan van de beheervennootschap, in voorkomend geval via het auditcomité, minstens jaarlijks te controleren of de vennootschap beantwoordt aan het bepaalde bij de artikelen 26, 27, §§ 1 en 2, eerste en tweede lid, 28, 29, § 1, eerste lid, 6°, 40 tot 43, 44, tweede en derde lid, 47, § 1, bij paragrafen 2 tot 5 van dit artikel en bij de artikelen 18, §§ 3 en 4, 22, 25, 31, 33, 35, 39 tot 48 en 57 tot 66 van Verordening 231/2013 en het eerste lid van deze paragraaf, [3 alsook van de ter uitvoering ervan genomen bepalingen,]3 en neemt het kennis van de genomen passende maatregelen.
   De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de FSMA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
   De informatieverstrekking aan de FSMA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 77, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2017-12-05/04, art. 27, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>
  (3)<W 2018-07-11/06, art. 77, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 320.§ 1. Wanneer de beheervennootschap van AICB's het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van de beheertaken in de zin van artikel 3, 41°, op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst, aan een derde toevertrouwt, zijn, onverminderd de toepassing van de artikelen 29 tot 32, de volgende bepalingen van toepassing.
  1° Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de voor de beheervennootschap geldende verplichting om haar beheertaken uit te oefenen conform artikel 182.
  2° Wat betreft de AICB's die geopteerd hebben voor de in artikel 183, eerste lid, 1°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen,
  a) mag de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a) en b), bedoelde beheertaken enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die de in [1 artikel 2, 1°, 4 van de wet van 25 oktober 2016]1 bedoelde beleggingsdiensten mag verrichten, aan een beheervennootschap van AICB's of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  b) moeten de criteria voor beleggingsspreiding worden nageleefd die periodiek door de AICB worden vastgesteld;
  c) de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a) en b), bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beheerde AICB of van de deelnemers.
  De Koning bepaalt, voor de beheerde AICB's die voor een andere categorie van toegelaten beleggingen dan vermeld in artikel 183, eerste lid, 1°, hebben geopteerd, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden waaronder de uitoefening van de in artikel 3, 41°, a) en b), bedoelde beheertaak aan een derde mag worden toevertrouwd. Daartoe kan Hij de in de artikelen 29 tot 32 vermelde vereisten aanvullen of verduidelijken.
  3° De uitoefening van de in artikel 3, 41°, c), bedoelde beheertaak mag enkel aan een derde worden toevertrouwd als met name aan onderstaande voorwaarden is voldaan.
  a) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die aan prudentieel toezicht is onderworpen. Die onderneming moet bovendien beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie die passend is voor de aard van de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beheerde AICB heeft geopteerd. Haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende deskundigheid bezitten.
  b) De uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een in België gevestigde onderneming.
  c) In afwijking van voornoemd punt a) en onverminderd de toepassing van voornoemd punt b) mag voor wat betreft de AICB's met een vast aantal rechten van deelneming de uitoefening van de in artikel 3, 41°, c), i), bedoelde beheertaak van boekhoudkundig beheer aan een erkend revisor, een erkend boekhouder of een accountant worden toevertrouwd. Deze moet zijn werkzaamheden uitoefenen binnen een vennootschapsstructuur en beschikken over een administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie die passend is voor de aard van de hem toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de AICB heeft geopteerd. De bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende deskundigheid bezitten.
  De derde aan wie de uitoefening van de in artikel 3, 41°, c), i), bedoelde beheertaak wordt toevertrouwd, moet voldoende onafhankelijk zijn van de commissaris. De bepalingen van de artikelen 183bis tot 183sexies van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen zijn mutatis mutandis op hem van toepassing.
  d) De uitoefening van in artikel 3, 41°, c), i), iii), iv) en ix), bedoelde beheertaken mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de beheerde AICB of enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beheerde AICB of van de deelnemers.
  4° Wanneer de uitoefening van beheertaken wordt toevertrouwd aan een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, moet deze onderneming in haar lidstaat van herkomst onderworpen zijn aan een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in punt 2°, a), dat op permanente wijze wordt uitgeoefend door een openbare autoriteit. De samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet worden gewaarborgd via samenwerkingsovereenkomsten.
  5° In het prospectus van de AICB moeten de beheertaken worden vermeld die de beheervennootschap van de AICB aan de derde heeft toevertrouwd.
  § 2. Indien de derde aan wie de uitoefening van bepaalde beheertaken is toevertrouwd conform § 1 zelf een beroep doet op een derde entiteit voor de uitoefening van de hem opgedragen beheertaken, zijn de bepalingen van § 1 van toepassing.
  Wat de AICB's betreft die geopteerd hebben voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 183, eerste lid, 3°, bepaalt de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden waaronder de delegatie door de in het eerste lid bedoelde derde van materiële taken verbonden aan beheertaken bedoeld in artikel 3, 41°, c), mag afwijken van het eerste lid.
  [2 § 3. Wanneer een beheervennootschap operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten aan haar klanten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken.
   De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de vennootschap en aan het vermogen van de FSMA om te controleren of de vennootschap haar wettelijke verplichtingen nakomt.
   De FSMA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002.]2
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 166, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 78, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  TITEL II. - Bijzondere bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur

  Art. 321.§ 1. Onverminderd de artikelen 24 en 316 en onverminderd de wet van 2 mei 2007, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een beheervennootschap van AICB's naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de beheervennootschap van AICB's zijn dochteronderneming zou worden, de FSMA daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de relevante informatie bedoeld in § 3, derde lid.
  § 2. De FSMA zendt de kandidaat-verwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in § 1 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in het derde lid van deze paragraaf bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
  De beoordelingsperiode waarover de FSMA beschikt om de in § 3 bedoelde beoordeling uit te voeren, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die bij de kennisgeving gevoegd moeten worden conform de in § 3, derde lid, bedoelde lijst.
  De FSMA kan tijdens de beoordelingsperiode, maar niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.
  De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf de datum van het verzoek van de FSMA om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Hoewel het de FSMA na het verstrijken van de uiterste datum vastgelegd conform het vorige lid, vrij staat om ter vervollediging of verduidelijking bijkomende verzoeken om informatie te formuleren, hebben deze verzoeken evenwel geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg.
  De FSMA kan de in het vierde lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen :
  a) indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet communautaire reglementering is onderworpen; of
  b) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht onderworpen is ingevolge Richtlijn 2011/61/EU, Richtlijn 2006/48/EG, Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche (derde Richtlijn schadeverzekering), Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, Richtlijn 2004/39/EG of Richtlijn 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering.
  § 3. De FSMA kan zich in de loop van de beoordelingsperiode bedoeld in § 2, verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij, uitgaande van de in het tweede lid vastgestelde criteria, om gegronde redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van AICB's te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.
  Bij de beoordeling van de in § 1 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in § 2 bedoelde aanvullende informatie, toetst de FSMA, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van AICB's die het doelwit is van de verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de beheervennootschap van AICB's, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle onderstaande criteria :
  a) de reputatie van de kandidaat-verwerver;
  b) de professionele betrouwbaarheid en de deskundigheid van elke in artikel 25 bedoelde persoon die het bedrijf van de beheervennootschap van AICB's als gevolg van de voorgenomen verwerving feitelijk gaat leiden;
  c) de financiële soliditeit van de kandidaat-verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaamheden die verricht en beoogd worden in de beheervennootschap van AICB's die het doelwit is van de verwerving;
  d) of de beheervennootschap van AICB's zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële voorschriften op grond van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met name of de groep waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten kan worden bepaald;
  e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
  De FSMA publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en is afgestemd op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in § 1 bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt.
  Indien de FSMA na voltooiing van de beoordeling besluit zich te verzetten tegen de voorgenomen verwerving, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.
  Indien de FSMA zich binnen de beoordelingsperiode niet verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.
  De FSMA mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze termijn zo nodig verlengen.
  § 4. Voor het verrichten van de in § 3 bedoelde beoordeling werkt de FSMA in onderling overleg samen met iedere andere betrokken bevoegde autoriteit of, al naargelang het geval, met de Bank, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen is :
  a) een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een beheervennootschap van AICB's waaraan een vergunning is verleend in een andere lidstaat, of, al naargelang het geval, door de Bank; of
  b) de moederonderneming van een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; of
  c) een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen.
  In de in het voormelde lid bedoelde gevallen vermeldt de FSMA in haar besluit steeds de eventuele standpunten en bedenkingen van de autoriteit die bevoegd is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de Bank.
  Indien de prudentiële beoordeling van een voorgenomen verwerving tot de bevoegdheid behoort van een in een andere lidstaat competente toezichthouder op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of beheervennootschappen van AICB's, wisselt de FSMA met deze toezichthouder zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. Daartoe verstrekt zij deze toezichthouder op verzoek alle relevante informatie en uit eigen beweging alle essentiële informatie.
  § 5. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een beheervennootschap van AICB's te bezitten, stelt de FSMA daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming. Een dergelijke persoon stelt de FSMA evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de beheervennootschap van AICB's ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.
  [1 § 6. Indien de bij § 1 of § 5 voorgeschreven voorafgaande kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in § 3 bedoelde verzet van de FSMA, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in artikel 516, § 1, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde maatregelen nemen, alsook alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering die in de voornoemde gevallen zou zijn gehouden, nietig verklaren.
   De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de FSMA.
   Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing.]1
  [1 § 7.]1 Onverminderd de artikelen 24 en 316 en onverminderd de wet van 2 mei 2007, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een beheervennootschap van AICB's naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een beheervennootschap van AICB's naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de FSMA daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving of vergroting van de deelneming.
  Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een beheervennootschap van AICB's, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van 10 werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.
  De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de beheervennootschap van AICB's die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de FSMA conform § 3, derde lid, op haar website publiceert.
  [1 § 8.]1 Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de beheervennootschappen van AICB's de FSMA in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in § 1, eerste lid, tot gevolg hebben.
  Onder dezelfde voorwaarden delen zij de FSMA ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. Zij delen de FSMA evenzo mee voor hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval een dergelijke kennisgeving aan de FSMA niet statutair is voorgeschreven.
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/79, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 322.Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een beheervennootschap van AICB's, een gezond en voorzichtig beleid van deze beheervennootschap van AICB's kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen :
  1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen verbonden stemrechten die in bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA kan haar beslissing openbaar maken;
  2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen.
  Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de beheervennootschap van AICB's die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de beheervennootschap van AICB's en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning.
  Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester.
  De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de FSMA en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester dan wel door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.
  [1 Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de FSMA, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het voor de genoemde beslissingen vereiste aanwezigheids- of meerderheidsquorum, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/79, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK II. - Leiding en leiders

  Art. 323. De statuten van de beheervennootschap van AICB's kunnen de raad van bestuur toestaan alle of een deel van de in artikel 522, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bevoegdheden over te dragen aan een in deze raad opgericht directiecomité, waarvan hij de leden benoemt en ontslaat en de bezoldiging vaststelt.
  Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel noch slaan op het algemeen beleid, noch op de handelingen die bij andere bepalingen van datzelfde Wetboek van Vennootschappen zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.

  Art. 324.De beheervennootschappen brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.
  In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de beheervennootschappen aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken conform artikel 317.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
  De benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA.
  Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een in het eerste lid bedoelde functie wordt voorgedragen bij een financiële onderneming die, met toepassing van artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, onder het toezicht staat van de FSMA, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies.
  De beheervennootschappen informeren de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en de personen belast met de effectieve leiding, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling.
  [1 Onverminderd artikel 18 brengen de beheervennootschappen en de in het eerste lid bedoelde personen de FSMA onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging in de bij de benoeming verstrekte informatie inhoudt, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste professionele betrouwbaarheid of passende deskundigheid.
   Overeenkomstig de artikelen 11, § 1, tweede lid, 317, § 1, tweede lid, en 338, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het zevende lid is verkregen, de naleving van de in artikel 317, § 1, tweede lid bedoelde vereisten herbeoordelen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-12-05/04, art. 28, 011; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 325. § 1. De bestuurders of directeuren van een beheervennootschap van AICB's en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beheer van de vennootschap, al dan niet ter vertegenwoordiging van de beheervennootschap van AICB's, mogen, op de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beheer van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriële, commerciële of financiële werkzaamheden.
  § 2. De externe functies als bedoeld in § 1 worden beheerst door de interne regels die de beheervennootschap van AICB's moet invoeren en doen naleven teneinde :
  1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van AICB's, door de uitoefening van die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om deze leiding waar te nemen;
  2° te voorkomen dat bij de beheervennootschap van AICB's belangenconflicten zouden optreden, alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, met name op het vlak van transacties van ingewijden;
  3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.
  De FSMA bepaalt, bij reglement dat conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 wordt genomen, hoe die verplichtingen ten uitvoer worden gelegd.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, het aldus aangenomen reglement wijzigen, dan wel zelf dit reglement aannemen indien de FSMA in gebreke blijft dit te doen.
  § 3. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op de voordracht van de beheervennootschap van AICB's, moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap dan wel personen die zij aanwijst.
  De bestuurders die niet deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van AICB's, mogen geen bestuurder zijn van een vennootschap waarin de beheervennootschap een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap.
  De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van AICB's mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap als bedoeld in artikel 89, lid 1 van Verordening nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, waarmee de beheervennootschap nauwe banden heeft, in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten, in een patrimoniumvennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten of in een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheerdiensten aan de voornoemde vennootschappen of tot dat van een patrimoniumvennootschap.
  § 4. De beheervennootschap van AICB's notificeert zonder uitstel aan de FSMA de functies uitgeoefend buiten de beheervennootschap door de in § 1 bedoelde personen met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel.

  Art. 326. In geval van faillissement van een beheervennootschap van AICB's zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders of zaakvoerders in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.
  Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duidelijke fout van deze personen heeft bijgedragen tot het faillissement.

  HOOFDSTUK III. - Fusies van en overdrachten tussen beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging.

  Art. 327. De toestemming van de FSMA is vereist :
  1° voor fusies van beheervennootschappen van AICB's of van dergelijke vennootschappen en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen;
  2° wanneer tussen beheervennootschappen van AICB's of tussen dergelijke vennootschappen en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, het bedrijf integraal of gedeeltelijk wordt overgedragen.
  De FSMA kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beheer van de betrokken beheervennootschap(pen) van AICB's. Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen.

  Art. 328. Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen beheervennootschappen van AICB's of tussen dergelijke vennootschappen en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken vennootschappen of instellingen, waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig artikel 328 aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van de FSMA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

  HOOFDSTUK IV. - Verplichtingen en verbodsbepalingen

  Art. 329. Een beheervennootschap van AICB's mag, behoudens toestemming van de FSMA, geen deelnemingen bezitten in handelsvennootschappen of in vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen.
  Dit verbod geldt niet voor deelnemingen in vennootschappen die alle of een deel van de in artikel 3, 41° en 43°, bedoelde werkzaamheden uitoefenen, noch voor deelnemingen in vennootschappen die uitsluitend het bezit van deelnemingen in dergelijke vennootschappen tot doel hebben.

  Art. 330. Bij besluit genomen op advies van de FSMA kan de Koning de bij de artikelen 37, 39, 44, 45 en 46 en bij Verordening 231/2013 vastgestelde vereisten inzake gedragsregels en belangenconflicten nader verduidelijken en aanvullen die de beheervennootschap bij de uitoefening van haar beheertaken als bedoeld in artikel 3, 41°, moet naleven, desgevallend rekening houdend met de aard van de betrokken beheertaak en de categorie van toegelaten beleggingen, zodat op de beheerders van AICB's soortgelijke vereisten van toepassing zijn als de vereisten die gelden voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.

  Art. 331. De beheervennootschappen van AICB's stellen procedures vast voor de behandeling van klachten van beleggers.
  De Koning bepaalt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de desbetreffende verplichtingen van de beheervennootschappen van AICB's.

  HOOFDSTUK V. - Reglementaire coëfficiënten

  Art. 332. § 1. De FSMA bepaalt bij reglement de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie, en andere begrenzingsnormen, die door de beheervennootschappen van AICB's moeten worden nageleefd. De in deze paragraaf bedoelde normen kunnen zowel van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn.
  § 2. Onverminderd het bepaalde bij de eerste paragraaf, moet elke beheervennootschap van AICB's beschikken over een voor haar werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend beleid inzake kapitaalbehoeften. De personen belast met de effectieve leiding van de beheervennootschap van AICB's, in voorkomend geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan een beleid uit dat de huidige en toekomstige kapitaalbehoeften van de vennootschap identificeert en vastlegt, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden, de eraan verbonden risico's, en het beleid van de vennootschap inzake risicobeheer. De beheervennootschap evalueert regelmatig haar beleid inzake kapitaalbehoeften en past dit beleid zo nodig aan.
  De FSMA kan bij reglement de frequentie van deze evaluatie nader bepalen.
  § 3. Wanneer de FSMA van oordeel is dat het beleid van een beheervennootschap van AICB's inzake haar kapitaalbehoeften niet beantwoordt aan het risicoprofiel van de vennootschap, kan zij, onverminderd het bepaalde bij artikel 360, in het licht van de doelstellingen van deze wet vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en risicoposities, ter aanvulling van deze bedoeld in de eerste paragraaf. Zij kan bij reglement de criteria en procedures bepalen die zij daarbij in acht neemt.
  § 4. De FSMA bepaalt bij reglement welke informatie de beheervennootschappen van AICB's publiek moeten maken over hun solvabiliteits-, liquiditeits-, risicoconcentratie- en andere risicoposities, alsook over hun beleid inzake kapitaalbehoeften.
  Zij bepaalt tevens de wijze waarop deze informatie moet worden bekendgemaakt en de frequentie van bekendmaking.
  § 5. De in dit artikel bedoelde reglementen worden genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
  § 6. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen.

  HOOFDSTUK VI. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels

  Art. 333.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 79, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Boek III. - Beheervennootschappen naar Buitenlands recht

  TITEL I. - Bijzondere bedrijfsvergunningsvoorwaarden

  Art. 334.§ 1. De beheervennootschappen naar buitenlands recht mogen een aan deel III van deze wet onderworpen openbare AICB naar Belgisch recht enkel beheren als
  1° zij in België een bijkantoor vestigen om er deze activiteiten uit te oefenen;
  2° de FSMA van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst of van de referentielidstaat van de beheervennootschap de kennisgeving heeft ontvangen met de informatie als bedoeld in de artikelen 33, lid 2 en 3, of 41, lid 2 en 3, van Richtlijn 2011/61/EU; of
  in het in artikel 3, § 3 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde geval, de beheervennootschap van de betrokken AICB in haar lidstaat van herkomst onderworpen wordt aan een regeling die tenminste voldoet aan de voorwaarden van artikel 110, en de FSMA de in artikel 119 bedoelde kennisgeving heeft ontvangen.
  § 2. De volgende bepalingen van boek II zijn van toepassing :
  1° de artikelen 309, 310 en 311;
  2° artikel 314 : de in dit boek bedoelde bijkantoren worden vermeld in een bijzondere rubriek van de in dit artikel bedoelde lijst;
  3° artikel 316 : wat de identiteit van de aandeelhouders of vennoten van de beheervennootschap betreft;
  4° de artikelen 317 en 318 : wat de leiders van het bijkantoor betreft;
  5° de artikelen 319 en 320.
  [1 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 is artikel 319 niet van toepassing op de buitenlandse beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 3, tweede lid, van Richtlijn 2011/61/EU vallen en waarvan de enige activiteit in België erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen en, desgevallend, één of meer niet-openbare AICB's te beheren.]1
  § 3. De FSMA kan een vergunning weigeren aan een bijkantoor indien zij van oordeel is dat voor de bescherming van de beleggers de oprichting van een vennootschap naar Belgisch recht vereist is.
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 57, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  TITEL II. - Bedrijfsuitoefening

  Art. 335.§ 1. De volgende artikelen van boek II zijn van toepassing :
  1° de artikelen 324 en 325, in verband met de leiders van het bijkantoor;
  2° de artikelen 246 en 330;
  3° [2 ...]2.
  [1 § 1/1. In afwijking van paragraaf 1 is artikel 333 niet van toepassing op de buitenlandse beheervennootschappen die onder de toepassing van artikel 3, tweede lid, van Richtlijn 2011/61/EU vallen en waarvan de enige activiteit in België erin bestaat een of meer in artikel 14526 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde openbare startersfondsen te beheren.]1
  § 2. Wanneer de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijk of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming bezit in een beheervennootschap, een gezond en voorzichtig beleid van het bijkantoor zou kunnen belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen, de vergunning van het bijkantoor schorsen voor de termijn die zij bepaalt of herroepen; de bepalingen van deel V zijn van toepassing op deze beslissingen.
  [2 § 3. Artikel 67/1 is van toepassing.]2
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/01, art. 58, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 80, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  DEEL V. - TOEZICHT

  Art. 336.[1 Onverminderd de artikelen 291 en 305 is dit deel van toepassing met betrekking tot:
   1° de bepalingen van deel I, deel II, boek I van deel III, deel IV, deel VIII en deel IX;
   2° de bepalingen van Verordening 345/2013, Verordening 346/2013, Verordening 2015/760, Verordening 2015/2365, Verordening 2017/1131, en de verordeningen en technische reguleringsnormen die door de Commissie zijn aangenomen ter uitvoering van de bepalingen van richtlijn 2011/61/EU.]1
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 78, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  Boek I. - Toezicht door de FSMA

  TITEL I. - Algemene bepalingen

  Art. 337. § 1. De AICB's en de beheerders met België als lidstaat van herkomst zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA.
  § 2. Wanneer een beheerder waarvan België niet de lidstaat van herkomst is, een AICB naar Belgisch recht beheert dan wel rechten van deelneming in AICB's in België verhandelt, is de FSMA bevoegd voor het toezicht op de naleving van de hieronder opgesomde bepalingen :
  1° als de beheerder zijn werkzaamheden in België verricht via de vestiging van een bijkantoor, de artikelen 37, 39, 44, 45 en 46;
  2° als de beheerder een openbare AICB beheert, de bepalingen van boek III van deel IV;
  3° als de rechten van deelneming van een AICB naar buitenlands recht openbaar worden aangeboden in België, de bepalingen van titel II van boek I van deel III.
  § 3. De andere entiteiten op wie de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA.

  Art. 338.§ 1. De FSMA ziet er op toe dat elke in artikel 337 bedoelde entiteit werkt overeenkomstig de op hem van toepassing zijnde bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  § 2. Onverminderd de artikelen 340 en 341, kan de FSMA zich alle inlichtingen en stukken doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de in artikel 337 bedoelde personen, alsook over de waardering en de rendabiliteit van het vermogen van een AICB.
  § 3. Onverminderd de artikelen 340 en 341, kan zij ter plaatse inspecties verrichten bij de in artikel 337 bedoelde personen, en kan zij ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de in artikel 337 bedoelde personen :
  1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen op het statuut van de beheervennootschap zijn nageleefd, en of de boekhouding en jaarrekening, alsook de haar door de beheervennootschap voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;
  2° om na te gaan of de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing op de AICB's, alsook de bepalingen van het beheerreglement of de statuten zijn nageleefd, en of de boekhouding en de jaarrekening alsook de haar door de AICB overgelegde jaarverslagen, halfjaarlijkse verslagen en andere inlichtingen juist en waarheidsgetrouw zijn;
  3° om het passende karakter te toetsen van de beheerstructuren, de administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie, de interne controle van de AICB en de beheervennootschap, alsook, uitsluitend voor wat betreft de beheervennootschappen, het beleid van de entiteit inzake haar kapitaalbehoeften;
  4° om zich ervan te vergewissen dat het beheer van de AICB of van de beheervennootschap gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in het gedrang kunnen brengen, en dat, uitsluitend voor wat betreft de AICB's, het beheer de aan de effecten verbonden rechten niet in het gedrang kan brengen.
  5° om de volledigheid en het passend karakter te toetsen van de informatie in het prospectus, de essentiële beleggersinformatie en hun bijwerkingen over een aanbod als bedoeld in artikel 222, eerste lid, alsook in de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een AICB dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen. In dat geval kan de FSMA ook bij de bieder, als dat geen van de in dit lid bedoelde personen is, alsook bij de financiële bemiddelaars die optreden of zijn opgetreden bij een openbaar aanbod van rechten van deelneming van de AICB, ter plaatse inspecties verrichten.
  § 4. De FSMA kan een revisor aanduiden en belasten met de opdracht om een bijzonder verslag op te stellen over de organisatie, de activiteiten en de financiële structuur van een beheerder. De kosten voor het opstellen van dit verslag worden gedragen door de betrokken beheerder.
  § 5. De bepalingen van de [1 artikelen 79 tot [2 86]2]1, van de wet van 2 augustus 2002 zijn van toepassing in het kader van de uitoefening van de door en krachtens deze wet aan de FSMA toegekende bevoegdheden.
  § 6. De Koning bepaalt welke vergoeding de AICB's en de beheervennootschappen aan de FSMA moeten betalen om de kosten van het toezicht te dekken.
  ----------
  (1)<W 2017-07-31/10, art. 32, 009; Inwerkingtreding : 21-08-2017>
  (2)<W 2018-07-11/06, art. 79, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 339. De AICB's leggen de FSMA periodiek een gedetailleerde financiële staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld bij een conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002 genomen reglement van de FSMA dat de rapporteringsinhoud, -frequentie en -wijze bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd.
  De personen belast met de effectieve leiding, verklaren aan de FSMA dat de in het eerste lid bedoelde periodieke financiële staten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen. Die periodieke staten (a) moeten volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële staten worden opgesteld, en (b) moeten juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële staten worden opgesteld.
  Zij bevestigen het nodige te hebben gedaan opdat voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening.
  In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van het in het eerste lid bedoelde reglement.
  Het in het eerste lid bedoelde reglement wordt genomen na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen.

  Art. 340. § 1. Als de FSMA vaststelt dat
  (a) een AICB; of
  (b) een beheerder,
  waarvan België niet de lidstaat van herkomst is, die in België AICB's beheert en/of verhandelt, ongeacht of dit middels een bijkantoor geschiedt of niet, een van de bepalingen van deze wet of de besluiten en reglementen waarvan het toezicht op de naleving onder haar verantwoordelijkheid valt, niet naleeft, eist zij dat de entiteit in kwestie hieraan een einde maakt en stelt zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis.
  § 2. Indien de entiteit in kwestie weigert de FSMA informatie te verstrekken die onder haar verantwoordelijkheid valt of niet het nodige doet om een einde te maken aan de in § 1 bedoelde tekortkoming, stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst hiervan in kennis.
  § 3. Als de AICB of de beheerder, ondanks de door de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU genomen maatregelen of omdat deze maatregelen ontoereikend blijken of in de lidstaat in kwestie niet voorhanden zijn, blijft weigeren de informatie te verstrekken waarom de FSMA overeenkomstig artikel 338 verzoekt of de in § 1 bedoelde, in België geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen blijft schenden, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst te hebben geïnformeerd, passende maatregelen nemen, inclusief de maatregelen van de artikelen 359 en volgende om verdere onregelmatigheden te voorkomen of te bestraffen en, indien nodig, de AICB of de beheerder in kwestie te beletten nog transacties te initiëren in België. Wanneer de door een beheervennootschap in België uitgevoerde taak het beheer van AICB's is, kan de FSMA de vervanging van die beheervennootschap eisen.
  § 4. Als de FSMA ervan in kennis wordt gesteld dat een beheerder naar Belgisch recht, die AICB's beheert of verhandelt op het grondgebied van een andere lidstaat, ongeacht of dit middels een bijkantoor geschiedt of niet, weigert de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst informatie te verstrekken die onder hun verantwoordelijkheid valt, of niet het nodige doet om een einde te maken aan de overtreding van de regels waarvoor de lidstaat van ontvangst verantwoordelijk is,
  1° treft zij alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de beheerder in kwestie de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst gevraagde informatie verstrekt of een einde maakt aan de overtreding van de betrokken regels;
  2° vraagt zij de nodige informatie aan de bevoegde toezichthoudende autoriteiten van derde landen.
  De aard van de in de bepaling onder 1° van het vorige lid bedoelde maatregel wordt door de FSMA aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst meegedeeld.

  Art. 341. § 1. Als de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een AICB of een beheerder de verplichtingen schendt die voor haar voortvloeien uit regels waarvan het toezicht op de naleving onder de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat valt, deelt zij deze bevindingen mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst.
  § 2. Als de AICB of de beheerder, ondanks de door de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst genomen maatregelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend blijken, of omdat de lidstaat van herkomst niet binnen een redelijke termijn optreedt, blijft handelen op een wijze die de belangen van de beleggers in de AICB in kwestie, de financiële stabiliteit of de integriteit van de Belgische markt duidelijk schaadt, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst te hebben geïnformeerd, alle passende maatregelen nemen die nodig zijn om de belangen van de beleggers in de AICB in kwestie, de financiële stabiliteit en de integriteit van de Belgische markt te beschermen, inclusief de mogelijkheid om de AICB of de aangestelde beheerder in kwestie te beletten in België nog rechten van deelneming in de AICB in kwestie te verhandelen.
  § 3. De FSMA neemt passende maatregelen, inclusief, zo nodig, een verzoek aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten van derde landen om bijkomende informatie te verstrekken, als de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van een beheerder naar Belgisch recht haar ervan in kennis stellen dat zij redenen hebben om aan te nemen dat de beheerder de verplichtingen overtreedt die voor hem voortvloeien uit een bepaling waarvan het toezicht op de naleving onder de bevoegdheid van de FSMA valt.
  § 4. De procedure in paragrafen 1 en 2 is ook van toepassing, als de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om het oneens te zijn met de verlening van een vergunning aan een door de referentielidstaat in een derde land gevestigde AICB of beheerder.

  Art. 342. Als de FSMA het oneens is met een van de maatregelen die overeenkomstig de artikelen 340 en 341 door een bevoegde autoriteit zijn genomen, kan zij de zaak onder de aandacht van de ESMA brengen.

  Art. 343. § 1. Onverminderd de artikelen 37, 39, 44, 45, 46 en 245, alsook de bepalingen van Verordening 231/2013 inzake gedragsregels en belangenconflicten, behoren relaties tussen de AICB en een bepaalde deelnemer niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de AICB dit vergt.
  § 2. Onverminderd de artikelen 37, 39, 44, 45, 46, 245 en 330, alsook de bepalingen van Verordening 231/2013 inzake gedragsregels en belangenconflicten, behoren de relaties tussen de beheervennootschap van AICB's en een bepaalde cliënt of een beheerde AICB, niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de beheervennootschap van AICB's dit vergt.

  TITEL II. - [1 Groepstoezicht]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 84, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 344.[1 Deze titel]1 is van toepassing op de beheerders van AICB's naar Belgisch recht.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 81, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 345.§ 1. Voor de toepassing van dit artikel :
  1° wordt voor de definitie van de begrippen "exclusieve of gezamenlijke controle" en "consortium" verwezen naar de reglementering op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de beheervennootschappen van AICB's die is uitgevaardigd met toepassing van artikel [2 67/1]2, vierde lid;
  2° moet onder "financiële holding" worden verstaan, een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheerders van AICB's of financiële instellingen zijn en waarvan te minste één een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of beheerder van AICB's is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, [1 artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016]1, [4 artikel 338, 7°, van de wet van 13 maart 2016]4 of artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012;
  3° moet onder "consoliderende toezichthouder" worden verstaan, de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsolideerde basis op moederbeheervennootschappen in de Europese Unie van instellingen voor alternatieve collectieve belegging en beheerders van AICB's die onder de zeggenschap staan van een financiële moederholding in de Europese Unie.
  Voor hun groepstoezicht zijn groepen van ondernemingen met een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming onderworpen aan de bepalingen van de afdelingen I, II en IV van boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, [1 aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van 25 oktober 2016]1, artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012, [4 of Titel V, Hoofdstuk II van de wet van 13 maart 2016]4.
  Groepen van ondernemingen met een beheerder van AICB's, maar zonder een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of verzekerings- of herverzekeringsonderneming, zijn onderworpen aan de bepalingen van dit artikel.
  § 2. Wanneer een beheerder van AICB's een moederonderneming is, is zij onderworpen aan het toezicht op geconsolideerde basis door de FSMA, voor het geheel dat zij samen met haar Belgische en buitenlandse dochterondernemingen vormt.
  Het toezicht op geconsolideerde basis slaat op de financiële positie, op het beheer, de organisatie en de interne controle procedures, voor het geconsolideerde geheel, en op de invloed van de geconsolideerde ondernemingen op andere ondernemingen. De Koning kan het toezicht op geconsolideerde basis uitbreiden tot andere gebieden als bedoeld in de Richtlijnen van de Europese Unie.
  De in §§ 1 tot 3 van artikel 332 bedoelde verhoudingen en grenzen kunnen worden opgelegd op basis van de geconsolideerde positie van de beheerder van AICB's en haar dochterondernemingen.
  Voor het toezicht op geconsolideerde basis leggen de betrokken beheerders van AICB's de FSMA periodiek een geconsolideerde financiële staat voor. De FSMA bepaalt, na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen, volgens welke regels deze staat moet worden opgemaakt en inzonderheid volgens welke regels de consolidatiekring wordt bepaald, consolidatie moet worden toegepast en hoe vaak deze staten moeten worden voorgelegd.
  Wanneer zij dit voor het prudentieel toezicht noodzakelijk acht, kan de FSMA eisen dat de vennootschappen die geen dochteronderneming zijn, maar waarin de beheerder van AICB's deelneemt of waarmee zij een andere kapitaalbinding heeft, in de consolidatie worden opgenomen.
  De FSMA kan voorschrijven of eisen dat de betrokken beheerders van AICB's, hun dochterondernemingen en alle andere geconsolideerde ondernemingen haar alle inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor haar toezicht op geconsolideerde basis. Voor dit toezicht kan de FSMA, ter plaatse, bij alle geconsolideerde ondernemingen, de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen in het kader van het toezicht op geconsolideerde basis of, op kosten van de betrokken beheerders van AICB's, erkende revisoren of, in voorkomend geval, door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee gelasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die pas verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd nadat zij de toezichthoudende autoriteit van die Staat daarvan in kennis heeft gesteld en voor zover de betrokken autoriteit die toetsing niet zelf dan wel via een revisor of een deskundige verricht. Indien de FSMA de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
  Het toezicht op geconsolideerde basis heeft niet tot gevolg dat de FSMA individueel toezicht houdt op elke geconsolideerde onderneming.
  Het toezicht op geconsolideerde basis doet geen afbreuk aan het individuele toezicht op elke geconsolideerde beheerder van AICB's. Er kan evenwel rekening worden gehouden met de implicaties van het toezicht op geconsolideerde basis bij de bepaling van de inhoud van en de regels voor het individuele toezicht op beheerders van AICB's of het toezicht op gesubconsolideerde basis op een beheerder van AICB's die de dochteronderneming is van een andere beheerder van AICB's.
  De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen die door een buitenlandse beheerder van AICB's zijn geconsolideerd, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan de buitenlandse autoriteit die bevoegd is voor het toezicht op geconsolideerde basis op deze beheerder van AICB's en waarbij deze autoriteit zelf of via de door haar gemachtigde revisoren of deskundigen, de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
  § 3. Wanneer een beheerder van AICB's een consortium vormt met een of meer andere ondernemingen, valt zij onder het toezicht op geconsolideerde basis dat geldt voor alle ondernemingen van het consortium en hun dochterondernemingen.
  De voorschriften van § 2 zijn van toepassing.
  § 4. Voor iedere beheerder van AICB's waarvan de moederonderneming een Belgische of buitenlandse financiële holding uit een lidstaat van de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiële positie van de financiële holding. Dit toezicht slaat op de in het tweede en derde lid van § 2 bedoelde aspecten. De Koning kan de regels voor dit toezicht bepalen, aanpassen en aanvullen, met opgave van alle andere voorschriften van deze wet die terzake van toepassing zijn op financiële holdings.
  Voor iedere beheerder van AICB's waarvan de moederonderneming een financiële holding van buiten de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiële positie van de financiële holding volgens de regels bepaald door de Koning.
  § 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere de controle hebben over een beheerder van AICB's en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepassingsgebied van de §§ 2, 3 en 4 betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepassingsgebied van de afdelingen I, II en IV van boek II, titel III, hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, [1 van de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van 25 oktober 2016]1, artikel 241 van de wet van 3 augustus 2012, [4 of Titel V, Hoofdstuk III van de wet van 13 maart 2016]4, de FSMA en de bevoegde buitenlandse autoriteiten alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de beheerders van AICB's waarover deze ondernemingen de controle hebben.
  Dergelijke informatieplicht geldt ook voor ondernemingen die, hoewel zij dochterondernemingen zijn van een beheerder van AICB's of een financiële holding, niet in het toezicht op geconsolideerde basis zijn opgenomen. Wanneer de betrokken dochteronderneming een beheerder van AICB's is, kan de FSMA of de buitenlandse autoriteit die bevoegd is voor het toezicht op genoemde dochteronderneming, eisen dat de moederonderneming beleggingsonderneming of de moederonderneming-financiële holding de vereiste inlichtingen en gegevens verstrekt die dienstig zijn voor het toezicht op genoemde dochteronderneming.
  De Koning bepaalt :
  a) de voorwaarden en regels voor de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste en het tweede lid alsook voor de toetsing ter plaatse van de hierin bedoelde gegevens en inlichtingen;
  b) welke sancties van de artikelen [3 365, § 1, tweede lid, 1°]3 en 365 van toepassing zijn wanneer de in het eerste en tweede lid van deze paragraaf bedoelde ondernemingen hun verplichtingen niet nakomen.
  § 6. De Koning regelt tevens het toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/48/EG.
  § 7. In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van de met toepassing van dit artikel genomen besluiten en reglementen.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 167, 005; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 82, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (3)<W 2016-12-25/11, art. 83, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (4)<W 2018-07-11/06, art. 80, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 345/1.[1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
   1° "groep" : een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;
   2° "financiële dienstengroep" : een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet :
   a) wanneer geen gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat :
   i) is deze onderneming een moederonderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de financiële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiële sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
   ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
   iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant; of
   b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat :
   i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector;
   ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
   iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant;
   De Koning bepaalt wat onder de begrippen "in hoofdzaak" en "significant" moet worden verstaan;
   3° "gereglementeerde onderneming" : een rechtspersoon die hetzij een beleggingsonderneming is als gedefinieerd in artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, hetzij een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014, hetzij een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 5, 1° en 2°, van de wet van 13 mars 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, hetzij een beheerder van AICB's, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en elke andere onderneming opgericht naar buitenlands recht die, indien ze haar maatschappelijke zetel in België zou hebben, een toelating dient te verkrijgen voor de uitoefening van het bedrijf van beleggingsonderneming, van beheerder van AICB's of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;
   4° "financiële sector" : een sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen :
   a) een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18), van Verordening (EU) Nr. 575/2013; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de banksector" wordt genoemd;
   b) een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de verzekeringssector" wordt genoemd;
   c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van [2 25 oktober]2 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een financiële instelling in de zin van artikel 2, 7°, van dezelfde wet; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de beleggingsdienstensector" wordt genoemd;
   5° "gemengde financiële holding" : een moederonderneming, andere dan een gereglementeerde onderneming, aan het hoofd van een financiële dienstengroep;
   6° "moederonderneming", "dochteronderneming", "controle", "consortium", "deelneming" : de begrippen in de zin van de omschrijving die ervan wordt gegeven in artikelen 2, 28°, en 59 van de wet van 25 december 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, artikel 3, § 1, 26°, en de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, of artikel 338, 1°, 2° en 3° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
   § 2. De beheerders van AICB's naar Belgisch recht :
   1° die aan het hoofd staan van een financiële dienstengroep; of
   2° waarvan de moederonderneming een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in een lidstaat is,
   zijn onderworpen aan een aanvullend groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
   Indien verschillende gereglementeerde ondernemingen dochterondernemingen van de in het eerste lid, 2°, bedoelde gemengde financiële holding zijn, betreft het aanvullend toezicht op de financiële dienstengroep uitsluitend de beheervennootschap naar Belgisch recht, voor zover de FSMA bevoegd is voor het aanvullend toezicht op de financiële dienstengroep.
   Wanneer een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht aan het hoofd staat van een financiële dienstengroep wordt het aanvullende groepstoezicht uitgeoefend door de toezichthoudende overheid verantwoordelijk voor het toezicht op de betrokken gereglementeerde onderneming.
   Het aanvullende toezicht slaat op de financiële positie van de financiële dienstengroep in het algemeen en de solvabiliteit van de groep in het bijzonder, de risicoconcentratie, de intragroep-verrichtingen, en de interne controleprocedures en de risicobeheer-procedures voor het geheel van de groep.
   De Koning bepaalt de normen die in uitvoering van het tweede en derde lid van toepassing zijn.
   Alle ondernemingen van de financiële dienstengroep die tot de financiële sector behoren worden in het aanvullende groepstoezicht opgenomen, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.
   De Koning kan het aanvullende groepstoezicht uitbreiden tot andere domeinen en tot groepsondernemingen buiten de financiële sector, conform de Europese regelgeving.
   De FSMA kan voorschrijven dat de in het aanvullende groepstoezicht opgenomen gereglementeerde en niet-gereglementeerde ondernemingen haar alle inlichtingen dienen te verstrekken die nuttig zijn voor haar aanvullend groepstoezicht. Voor dit toezicht kan de FSMA ter plaatse in alle in het aanvullende groepstoezicht opgenomen ondernemingen de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen, of, op kosten van de betrokken gereglementeerde onderneming, erkende revisoren, of in voorkomend geval door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, nadat zij de bevoegde toezichthoudende overheid van die andere Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voorzover deze laatste die toetsing niet zelf verricht of toestaat dat een revisor of deskundige deze verricht. Indien de toezichthoudende overheid de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
   Het aanvullende groepstoezicht heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke in dit toezicht opgenomen onderneming individueel toezicht uitoefent. Het aanvullende groepstoezicht doet evenmin afbreuk aan het toezicht op vennootschappelijke en op geconsolideerde basis overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet.
   De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen, die deel uitmaken van een financiële dienstengroep en zijn opgenomen in het aanvullende groepstoezicht dat door een buitenlandse toezichthoudende overheid wordt uitgeoefend, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan die toezichthoudende overheid voor de uitoefening van diens aanvullend groepstoezicht, en waarbij deze overheid zelf of via door haar gemachtigde revisoren of deskundigen de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
   § 3. De Koning bepaalt de regels voor het aanvullende groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad.
   § 4. In bijzondere gevallen kan de FSMA, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, met redenen omklede afwijkingen toestaan van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen, voorzover dergelijke afwijkingen gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen die zich in gelijkwaardige omstandigheden bevinden. Het gebruik van deze bevoegdheid mag niet indruisen tegen de bepalingen van Europees recht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/11, art. 85, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2017-11-21/08, art. 150, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>

  Boek II. - Samenwerking tussen autoriteiten

  Art. 346. § 1. De FSMA werkt samen met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, alsmede met de ESMA en het ESRB, wanneer dat nodig is voor de vervulling van haar taken uit hoofde van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of voor de uitoefening van haar bevoegdheden uit hoofde van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  § 2. De FSMA bevordert de in deze titel bedoelde samenwerking.
  § 3. De FSMA wendt haar bevoegdheden ten behoeve van de samenwerking aan, zelfs in de gevallen waarin de onderzochte gedraging geen overtreding van een Belgische wettelijke bepaling inhoudt.
  § 4. De FSMA voorziet de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de ESMA onmiddellijk van alle gegevens die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van de nationale wetgeving ter omzetting van Richtlijn 2011/61/EU.
  De FSMA zendt, als bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, een kopie van de samenwerkingsregelingen die zij overeenkomstig de artikelen 94, 139 en/of 153, § 2, heeft gesloten, toe aan de lidstaten van ontvangst van de beheerder in kwestie. De FSMA zendt, overeenkomstig de procedures voor de toepasselijke technische reguleringsnormen van artikel 35, lid 14, artikel 37, lid 17, of artikel 40, lid 14, van Richtlijn 2011/61/EU, de informatie die zij van toezichthoudende autoriteiten buiten de Unie met betrekking tot een beheerder ontvangt, overeenkomstig samenwerkingsregelingen met toezichthoudende autoriteiten van derde landen, of indien van toepassing overeenkomstig artikel 340, § 3, of 341, § 1, toe aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van de beheerder in kwestie.
  Als de FSMA, als bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, van mening is dat de inhoud van de samenwerkingsregeling die de lidstaat van herkomst van de beheerder in kwestie overeenkomstig zijn nationale wetgeving ter omzetting van de artikelen 35, 37 en/of 40 van Richtlijn 2011/61/EU heeft gesloten, niet voldoet aan wat overeenkomstig de toepasselijke technische reguleringsnormen vereist is, kan zij de zaak voorleggen aan de ESMA.
  § 5. Wanneer de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om te vermoeden dat handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU worden of zijn uitgevoerd door een beheerder of een andere, aan de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU onderworpen entiteit, die niet onder haar toezicht valt, stelt zij de ESMA en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst en ontvangst in kwestie hiervan op een zo specifiek mogelijke wijze in kennis.
  Wanneer de FSMA een in artikel 50, lid 5, van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde kennisgeving ontvangt, neemt zij de gepaste maatregelen en stelt zij de ESMA en de kennisgevende bevoegde autoriteiten op de hoogte van het resultaat van die maatregelen en, voor zover mogelijk, van belangrijke tussentijdse ontwikkelingen.
  Deze paragraaf laat de bevoegdheden van de FSMA onverlet.
  § 6. De FSMA verstrekt de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten informatie indien dit van belang is voor het monitoren van het antwoorden op de mogelijke gevolgen van de werkzaamheden van individuele beheerders, of alle beheerders samen voor de stabiliteit van systeemrelevante financiële instellingen en voor een ordelijke werking van de markten waarop de beheerders actief zijn. De informatie wordt ook toegezonden aan de ESMA en het ESRB.
  § 7. Onder de voorwaarden van artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verstrekt de FSMA geaggregeerde informatie over de werkzaamheden van de beheerders die onder haar verantwoordelijkheid vallen, aan de ESMA en het ESRB.

  Art. 347. § 1. Wat betreft de overdracht van persoonsgegevens tussen bevoegde autoriteiten, past de FSMA de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens toe.
  § 2. De gegevens worden opgeslagen voor een maximumperiode van vijf jaar.

  Art. 348.§ 1. De FSMA kan om de medewerking van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat verzoeken bij toezichtactiviteiten of voor verificatie ter plaatse of bij een onderzoek op het grondgebied van de andere lidstaat in het kader van haar bevoegdheden uit hoofde van deze wet.
  Artikel 77bis, [1 § 1, 2°, tweede lid]1, 3°, §§ 2 en 3, 1° en 3°, van de wet van 2 augustus 2002 is van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2017-07-31/10, art. 33, 009; Inwerkingtreding : 21-08-2017>

  Art. 349. Bij verschil van mening tussen de FSMA en de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat over een beoordeling, actie of nalatigheid van een bevoegde autoriteit op gebieden waarvoor in Richtlijn 2011/61/EU samenwerking of coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat is voorgeschreven, kan de FSMA de zaak voorleggen aan de ESMA.

  Boek III. - Revisoraal toezicht

  Art. 350. Dit boek is uitsluitend van toepassing :
  1° op de openbare AICB's naar Belgisch recht, die al dan niet door een beheervennootschap worden beheerd, en op de beheervennootschappen naar Belgisch recht die openbare AICB's beheren;
  2° op de bijkantoren van beheervennootschappen naar buitenlands recht, die openbare AICB's naar Belgisch recht beheren; en
  3° voor zover de Koning daarin voorziet, op de institutionele of private AICB's naar Belgisch recht, die al dan niet door een beheervennootschap worden beheerd, en op de beheervennootschappen naar Belgisch recht die institutionele of private AICB's beheren.

  Art. 351.§ 1. De in artikel 350 bedoelde personen moeten een commissaris aanstellen die de opdracht van commissaris uitoefent zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen.
  De opdracht van commissaris zoals bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen mag enkel worden toevertrouwd aan één of meer erkende revisoren of één of meer revisorenvennootschappen die daartoe door de FSMA zijn erkend overeenkomstig artikel 353.
  De in artikel 350 bedoelde personen mogen plaatsvervangende commissarissen aanstellen, die de taak van de commissaris waarnemen als hij langdurig verhinderd is. De voorschriften van dit artikel en van artikel 352 zijn van toepassing op deze plaatsvervangers.
  De overeenkomstig dit artikel aangestelde commissarissen certificeren in voorkomend geval de geconsolideerde jaarrekening van de beheervennootschap van AICB's.
  § 2. Artikel 141, 2°, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing op de AICB's en de beheervennootschappen.
  De bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot de benoeming, de bezoldiging, het ontslag, de herroeping en de bevoegdheden van de commissaris van rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van Vennootschappen, zijn van toepassing op de commissaris die is aangesteld bij een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
  § 3. Een AICB mag niet dezelfde commissaris hebben als de beheervennootschap die haar beheert.
  Als de opdracht van commissaris door een erkende revisorenvennootschap wordt uitgeoefend, is het vorige lid niet van toepassing, op voorwaarde dat :
  1° de betrokken erkende revisorenvennootschap door twee verschillende erkende revisoren wordt vertegenwoordigd; en
  2° tussen die twee erkende revisoren een passende functionele onafhankelijkheid bestaat.
  § 4. In afwijking van [1 artikel 86, § 1 van de wet van 7 december 2016]1 is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing bij de uitwisseling van informatie tussen
  (a) de commissaris van een AICB en de commissaris van de entiteit waaraan die instelling voor collectieve belegging de uitvoering van beheertaken met toepassing van artikel 29 heeft toevertrouwd;
  (b) de commissaris van een AICB en de commissaris van de beheervennootschap die haar beheert; en
  (c) de commissaris van de beheervennootschap van AICB's en de commissaris van de entiteit waaraan die beheervennootschap, met toepassing van artikel 29, de uitvoering van beheertaken heeft toevertrouwd.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 81, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 352.Overeenkomstig [1 artikel 6 van de wet van 7 december 2016]1, doen erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 351, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen.
  Een erkende revisorenvennootschap mag een plaatsvervangend vertegenwoordiger aanstellen onder haar leden die voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 82, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 353. De FSMA legt, na goedkeuring door de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken, het reglement vast voor de erkenning van revisoren en revisorenvennootschappen.
  Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkende revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.
  Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de FSMA op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkende revisor of een erkende revisorenvennootschap wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn of haar taak bij een AICB of een beheervennootschap.

  Art. 354. Voor de aanstelling van commissarissen en plaatsvervangende commissarissen bij de in artikel 350 bedoelde personen is de voorafgaande instemming van de FSMA vereist. Deze instemming moet worden gevraagd door het vennootschapsorgaan dat de aanstelling voorstelt. Bij aanstelling van een erkende revisorenvennootschap slaat deze instemming zowel op de vennootschap en haar vertegenwoordiger als, in voorkomend geval, op haar plaatsvervangende vertegenwoordiger.
  Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.
  Wanneer de aanstelling van de commissaris krachtens de wet geschiedt door de voorzitter van de rechtbank van koophandel of het hof van beroep, kiest hij uit een lijst van erkende revisoren die door de FSMA is goedgekeurd.

  Art. 355. De FSMA kan haar instemming overeenkomstig artikel 354 met een commissaris, een plaatsvervangend commissaris, een erkende revisorenvennootschap of een vertegenwoordiger of plaatsvervangend vertegenwoordiger van een dergelijke vennootschap, steeds herroepen bij beslissing die is gemotiveerd door redenen die verband houden met hun statuut of hun opdracht als erkende revisor of erkende revisorenvennootschap, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van commissaris.
  Vooraleer een commissaris ontslag neemt, worden de FSMA en de beheervennootschap van AICB's daarvan vooraf in kennis gesteld, met opgave van de motivering.
  Het erkenningsreglement bedoeld in artikel 353 regelt de procedure.
  Bij afwezigheid van een plaatsvervangend commissaris of een plaatsvervangend vertegenwoordiger van een erkende revisorenvennootschap zorgt de in artikel 350 bedoelde persoon of de erkende revisorenvennootschap, met naleving van artikel 354, binnen twee maanden voor zijn vervanging.
  Het voorstel om een commissaris bij een beheervennootschap van AICB's van zijn opdracht te ontslaan, zoals geregeld bij de artikelen 135 en 136 van het Wetboek van Vennootschappen, wordt ter advies voorgelegd aan de FSMA. Dit advies wordt meegedeeld aan de algemene vergadering.

  Art. 356.§ 1. Als een feeder en haar master verschillende commissarissen hebben, moeten deze commissarissen een overeenkomst tot uitwisseling van informatie aangaan, om ervoor te zorgen dat beide commissarissen hun plichten vervullen, met inbegrip van de regelingen die getroffen zijn voor de naleving van de voorwaarden vastgesteld in § 2.
  De Koning legt, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de inhoud en modaliteiten vast van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst.
  § 2. In zijn verslag houdt de commissaris van de feeder rekening met het verslag van de commissaris van de master. Indien de feeder en de master niet hetzelfde boekjaar aanhouden, moet de commissaris van de master een ad-hocverslag opstellen op de afsluitingsdatum van de feeder.
  De commissaris van de feeder brengt met name verslag uit over de onregelmatigheden die in het verslag van de commissaris van de master zijn geconstateerd, en over de gevolgen ervan voor de feeder.
  § 3. Wanneer zij voldoen aan de in dit artikel en zijn uitvoeringsbepalingen vastgestelde voorwaarden, overtreden noch de commissaris van de master noch die van de feeder enige toepasselijke regel die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming, zoals artikel 458 van het Strafwetboek, [1 artikel 86 van de wet van 7 december 2016]1 of de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of enige toepasselijke bepaling die het verstrekken van informatie beperkt of die betrekking heeft op gegevensbescherming en die voortvloeit uit een contract of uit een wet. Een dergelijke commissaris of degene die namens hem handelt, kan voor een dergelijke naleving op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 83, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 357.§ 1. De commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht van de FSMA, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig dit artikel, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de FSMA. Daartoe :
  1° beoordelen zij de interne controlemaatregelen die de AICB's en de beheervennootschappen hebben getroffen als bedoeld in [1 de artikelen 26, 208 en 319]1, en delen zij hun bevindingen ter zake mee aan de FSMA;
  2° wat betreft de beheervennootschappen voor AICB's, brengen zij verslag uit bij de FSMA over :
  a) de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke staten die de beheervennootschappen aan het einde van het eerste halfjaar aan de FSMA bezorgen waarin wordt bevestigd dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat deze periodieke staten niet in alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde halfjaar, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin dat zij (a) volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en (b) juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; zij bevestigen ook geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten per einde halfjaar niet zijn opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar; de FSMA kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen;
  b) de resultaten van de controle van de periodieke staten die de beheervennootschappen aan het einde van het boekjaar aan de FSMA bezorgen, en waarin wordt bevestigd dat de periodieke staten in alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de periodieke staten per einde boekjaar, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin dat zij (a) volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en (b) juist zijn en correct de gegevens weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; zij bevestigen ook dat de periodieke staten per einde van het boekjaar werden opgesteld met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening; de FSMA kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen;
  3° wat de AICB's betreft, brengen zij verslag uit bij de FSMA over :
  a) de resultaten van het beperkt nazicht van de halfjaarlijkse verslagen die haar door de AICB's worden bezorgd krachtens artikel 252, § 2, waarin wordt bevestigd dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat de halfjaarlijkse verslagen niet in alle materieel belangrijke opzichten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA werden opgesteld. Bovendien bevestigen zij dat de halfjaarlijkse verslagen, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin (a) dat zij volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de halfjaarlijkse verslagen worden opgesteld, en (b) dat zij juist zijn en de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de halfjaarlijkse verslagen worden opgesteld; verder bevestigen zij geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de halfjaarlijkse verslagen niet met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar zijn opgesteld;
  b) de resultaten van de controle
  (i) van de jaarverslagen die de AICB's aan het einde van het boekjaar aan de FSMA bezorgt krachtens artikel 252, § 2,
  (ii) van de periodieke financiële staten die de FSMA worden verstrekt krachtens artikel 339;
  - per einde kalenderjaar voor AICB's die hun boekjaar afsluiten op 31 december,
  - per einde van het trimester dat samenvalt met de afsluiting van het boekjaar van AICB's waarvan het boekjaar afsluit op de laatste kalenderdag van een trimester dat niet eindigt op 31 december, of
  - per einde van het trimester dat de afsluiting van het boekjaar voorafgaat van AICB's waarvan het boekjaar niet afsluit op een ogenblik dat samenvalt met de laatste kalenderdag van een trimester, waarin bevestigd wordt dat de jaarverslagen en financiële staten in alle materieel belangrijke opzichten werden opgesteld volgens de geldende richtlijnen van de FSMA. Bovendien bevestigen zij dat de jaarverslagen en de financiële staten, wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, in die zin (a) dat zij volledig zijn en alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de jaarverslagen en de financiële staten worden opgesteld, en (b) dat zij juist zijn en de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de jaarverslagen en de financiële staten worden opgesteld; verder bevestigen zij dat de jaarverslagen en de financiële staten met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening werden opgesteld;
  c) de resultaten van hun nazicht van de bedragen van het netto-actief en van de inschrijvingen in de periodieke financiële staten die de FSMA worden verstrekt krachtens artikel 339, per einde kalenderjaar van de AICB's die hun boekjaar niet afsluiten op 31 december, waarin wordt bevestigd dat ze geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat voormelde gegevens niet in alle van materieel belang zijnde opzichten werden opgesteld in overeenstemming met de geldende richtlijnen van de FSMA;
  4° brengen zij bij de FSMA op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiële structuur van de AICB en de beheervennootschap; de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de entiteit gedragen;
  5° brengen zij, in het kader van
  a) hun opdracht bij de AICB of in het kader van een revisorale opdracht bij de betrokken beheervennootschap van AICB's of elke andere entiteit die, rechtstreeks of onrechtstreeks, beheertaken uitoefent voor rekening van de AICB, bij de bewaarder, alsook bij een onderneming die, in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen, verbonden is met de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap; of
  b) hun opdracht bij de beheervennootschap van AICB's of in het kader van een revisorale opdracht bij een met de beheervennootschap verbonden onderneming of bij een door de beheervennootschap beheerde AICB,
  op eigen initiatief verslag uit bij de FSMA, zodra zij kennis krijgen van :
  a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen die de positie van de AICB of van de beheervennootschap, financieel of op het vlak van hun administratieve, boekhoudkundige, technische of financiële organisatie of van hun interne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;
  b) beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen, de statuten, het beheerreglement, van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  c) andere beslissingen of feiten die kunnen leiden tot een weigering om de jaarrekening te certificeren of tot het formuleren van een voorbehoud.
  Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in het eerste lid, 5°, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.
  De commissarissen delen aan de leiders van de AICB of van de beheervennootschap de verslagen mee die zij, overeenkomstig het eerste lid, 4°, aan de FSMA richten. Voor deze mededelingen geldt de geheimhoudingsplicht zoals geregeld bij artikel 76 van de wet van 2 augustus 2002. Zij bezorgen de FSMA een kopie van de mededelingen die zij aan deze leiders richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent.
  De commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen mogen bij de buitenlandse bijkantoren van de beheervennootschap waarop zij toezicht houden, het toezicht uitoefenen en de onderzoeken verrichten die bij hun opdracht horen.
  § 2. De FSMA kan eisen dat de juistheid van de gegevens die haar met toepassing van artikel 338 worden verstrekt, wordt bevestigd door de commissaris van de AICB of de beheervennootschap.
  De commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen kunnen door de FSMA, op verzoek van de Nationale Bank van België of de Europese Centrale Bank, worden gelast te bevestigen dat de gegevens die de AICB's en de beheervennootschappen aan deze autoriteiten moeten verstrekken, volledig, juist en volgens de geldende regels zijn opgesteld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/06, art. 84, 013; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 358. De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, bijkomende opdrachten vastleggen voor de commissaris en de voorwaarden waaronder de commissaris deze opdrachten moet vervullen.

  Boek IV. - afstand, herroeping en intrekking van de inschrijving OF van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties

  Art. 359. § 1. De FSMA trekt de aan een beheerder verleende vergunning als bedoeld in artikel 11 in indien deze :
  1° binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik maakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven geen gebruik te zullen maken van de vergunning, of zijn werkzaamheden gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt; of
  2° failliet is verklaard.
  In het geval van een instelling voor collectieve belegging die niet door een beheervennootschap wordt beheerd, leidt de intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 11 van rechtswege tot de schrapping van de inschrijving als bedoeld in artikel 197.
  In het geval van een beheervennootschap leidt de intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 11 van rechtswege tot de intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 309.
  In het geval van een beheervennootschap naar buitenlands recht die een openbare AICB naar Belgisch recht beheert, leidt de intrekking van de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst krachtens artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU verleende vergunning van rechtswege tot de intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 334.
  § 2. De FSMA schrapt de inschrijving als bedoeld in artikel 197 of trekt de vergunning in als bedoeld in artikel 309 of in artikel 334 als de betrokken AICB of de betrokken beheervennootschap daarvan binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik maakt, uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven er geen gebruik van te zullen maken, of zijn werkzaamheden gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt.
  De FSMA wijzigt de vergunning of de inschrijving bedoeld in het eerste lid van de beheervennootschap of de AICB die gedeeltelijk afstand doet van hun inschrijving of vergunning.
  De FSMA schrapt de inschrijving als bedoeld in artikel 259 van de AICB's naar buitenlands recht en, in voorkomend geval, van de compartimenten (a) die hun rechten van deelneming niet openbaar hebben aangeboden in België binnen twaalf maanden na hun inschrijving, (b) die afstand doen van hun inschrijving of (c) die beslissen hun rechten van deelneming niet langer openbaar aan te bieden in België, wanneer, in laatstgenoemd geval, minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen in België die geen professionele of in aanmerking komende beleggers zijn, de rechten van deelneming in die AICB's of in die compartimenten houden.
  De FSMA trekt de vergunning in als bedoeld in artikel 334, als de betrokken beheervennootschap daarvan binnen een termijn van twaalf maanden geen gebruik maakt, uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven er geen gebruik van te zullen maken, of zijn werkzaamheden gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt.

  Art. 360.§ 1. Onverminderd de artikelen 340 en 362, wanneer de FSMA vaststelt dat
  1° een AICB niet langer voldoet aan de voorwaarden van toekenning van de vergunning of van de inschrijving, niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of overeenkomstig de bepalingen van het beheerreglement of de statuten, dat haar beheer of haar financiële positie de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen, of dat haar beleidsstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiële organisatie of haar interne controle ernstige leemten vertonen, of dat de rechten verbonden aan de effecten van de AICB die het voorwerp uitmaken of hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod, in het gedrang dreigen te komen, of
  2° een beheervennootschap van AICB's niet langer voldoet aan de voorwaarden van toekenning van de vergunning of niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dat haar beheer of haar financiële positie de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit, of dat haar beleidsstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiële organisatie of haar interne controle ernstige leemten vertonen,
  stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
  Indien de toestand na afloop van deze termijn niet is verholpen, kan de FSMA :
  1° a) met betrekking tot de AICB's naar Belgisch recht,
  i) haar standpunt omtrent de krachtens het eerste lid, 1° gedane vaststellingen openbaar maken; deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de beleggingsvennootschap en/of de beheervennootschap die de betrokken AICB beheert;
  ii) een speciaal commissaris aanstellen;
  iii) elke uitgifte of elke inkoop van effecten opschorten of verbieden voor de termijn die zij bepaalt;
  iv) de verhandeling van de effecten van de AICB op de markt opschorten of verbieden voor de termijn die zij bepaalt;
  v) de vervanging gelasten van bestuurders van de beleggingsvennootschap of van de beheervennootschap die de betrokken AICB beheert binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beheerorganen van de beleggingsvennootschap en/of van de beheervennootschap die de betrokken AICB beheert één of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad;
  vi) de vergunning als bedoeld in artikel 11 intrekken of de registratie als bedoeld in artikel 107 herroepen. De intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 11 leidt van rechtswege tot de schrapping van de inschrijving als bedoeld in artikel 197;
  de in artikel 197 bedoelde inschrijving herroepen of de verhandeling verbieden van de AICB of van een van haar compartimenten;
  de FSMA maakt haar beslissing openbaar in het Belgisch Staatsblad;
  b) met betrekking tot de AICB's naar buitenlands recht, de maatregelen nemen als bedoeld in i), iii), iv) en vi), tweede lid, van punt a);
  2° a) met betrekking tot de beheervennootschappen naar Belgisch recht,
  i) een speciaal commissaris benoemen;
  ii) aanvullende vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzingen, buiten deze bedoeld in artikel 332;
  iii) voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de beheervennootschap geheel of gedeeltelijk schorsen dan wel verbieden; deze schorsing kan, in de door de FSMA bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben.
  De FSMA kan een beheervennootschap van AICB's ook gelasten de deelnemingen over te dragen die zij bezit overeenkomstig artikel 329. Artikel 322, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing;
  iv) de vervanging gelasten van bestuurders of zaakvoerders van de beheervennootschap binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beheerorganen van de beheervennootschap één of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad;
  v) de vergunning bedoeld in artikel 11 of 309 geheel of gedeeltelijk intrekken of de registratie als bedoeld in artikel 107 herroepen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad. De intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 11 leidt van rechtswege tot de herroeping van de vergunning als bedoeld in artikel 309;
  b) met betrekking tot de beheervennootschappen naar buitenlands recht die in België een bijkantoor hebben gevestigd, de maatregelen nemen als bedoeld in de punten i), iii), eerste lid, en iv), van punt a). Als de dienst die de beheervennootschap in België verricht, bestaat in het beheer van een AICB, kan de FSMA zich er in alle gevallen ook tegen verzetten dat de betrokken beheervennootschap die AICB blijft beheren.
  Met betrekking tot de bijkantoren van de [3 beheervennootschappen naar buitenlands recht]3 die openbare AICB's naar Belgisch recht beheren, kan de FSMA ook de in artikel 334 bedoelde vergunning herroepen.
  § 2. In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, a), ii) en b), i), is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de AICB of de beheervennootschap, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beheer, de schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming van de speciaal commissaris vereist. In het geval van AICB's beheerd door een beheervennootschap, is de toestemming enkel vereist voor de handelingen van de beheervennootschap die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op de betrokken AICB. De FSMA kan evenwel de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken.
  De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de AICB of van de aangestelde beheervennootschap, inclusief de algemene vergadering en aan de personen die instaan voor het beheer. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en, al naargelang het geval, gedragen door de beleggingsvennootschap of de betrokken beheervennootschap.
  De leden van de bestuurs- en de beheerorganen en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de AICB, de beheervennootschap of voor derden.
  Indien de FSMA de aanstelling van een speciaal commissaris openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
  De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen.
  Bij uiterste hoogdringendheid en inzonderheid bij ernstig gevaar voor de beleggers kan de FSMA de in deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld.
  § 3. In het in § 1, tweede lid, 1°, a), iii), bedoelde geval zijn de leden van de bestuurs- en beheerorganen van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap, en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling voor collectieve belegging of voor derden.
  In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a), iii), zijn de leden van de bestuurs- en beheerorganen en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de beheervennootschap of voor derden.
  Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
  § 4. In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, a), v), wordt de bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) vastgesteld door de FSMA en gedragen door de beleggingsvennootschap of door de aangestelde beheervennootschap.
  In het geval bedoeld in § 1, tweede lid, 2°, a), iv), wordt de bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vastgesteld door de FSMA en gedragen door de beheervennootschap van AICB's.
  De FSMA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van de deelnemers van de instelling voor collectieve belegging of van de aandeelhouders van de aangestelde beheervennootschap, wanneer zij aantonen dat het beheer van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt.
  § 5. De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de beheervennootschap of de AICB uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de voorschriften van §§ 1 en 2 of van artikel 314.
  § 6. Paragraaf 1, eerste lid, en § 5 zijn niet van toepassing ingeval de inschrijving of de vergunning van een failliet verklaarde AICB of beheervennootschap wordt ingetrokken.
  [1 § 7. De rechtbank van koophandel spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragrafen 2 en 3.
   De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de beleggingsvennootschap en/of de betrokken beheervennootschap. Indien verantwoord om ernstige redenen, kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing van de gewraakte handelingen of beslissingen vorderen. De beschikking tot schorsing en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing openbaar was gemaakt, worden de beschikking tot schorsing en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt.
   Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de AICB of van de beheervennootschap, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding.
   De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn.]1
  [1 § 8.]1 De §§ 1 tot en met 5 zijn van toepassing op de beheervennootschappen van AICB's die bij de uitoefening van beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 43°, de gedragsregels vervat in [2 artikel 27, §§ 1 tot 3, en 5 tot 9, artikel 27bis en artikel 27ter, §§ 1 tot 7,]2 van de wet van 2 augustus 2002 en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, systematisch en op ernstige wijze overtreden.
  Paragrafen 1 tot en met 5 zijn van toepassing op AICB's en de beheervennootschappen die bij de uitoefening van beheertaken bedoeld in artikel 3, 41°, de door en krachtens de artikelen 37, 39, 44, 45, 46, 245 en 330, alsook Verordening 231/2013 vastgestelde gedragsregels, systematisch en op ernstige wijze overtreden.
  [3 § 9. Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 5 van toepassing, wanneer de FSMA vaststelt dat een AICB die of een compartiment van een AICB dat ressorteert onder de toepassing van Verordening 2017/1129 of van de wet van 11 juli 2018, niet werkt overeenkomstig deze bepalingen.]3
  [3 § 10.]3 De §§ 1 tot 5 zijn van toepassing in gevallen waarin de ordelijke werking van een markt voor een financieel instrument in gevaar kan komen door de activiteiten van een of meer AICB's op die markt.
  [3 § 11.]3 Als de FSMA van mening is dat een in een derde land gevestigde beheerder met een vergunning waarvan België de referentielidstaat is, zijn verplichtingen op grond van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet nakomt, stelt zij de ESMA hiervan zo spoedig mogelijk met volledige opgave van de redenen in kennis.
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/79, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2017-11-21/08, art. 151, 010; Inwerkingtreding : 03-01-2018>
  (3)<W 2018-07-11/06, art. 85, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2019>

  Art. 361.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/11, art. 86, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 362. Oordeelt de FSMA :
  1° dat een aanbod als bedoeld in artikel 222, eerste lid, dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden waarbij het publiek kan worden misleid, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod; of,
  2° dat berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een AICB dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod, dan geeft ze daarvan, naargelang van het geval, kennis aan de bieder en/of de AICB en/of de aangestelde beheervennootschap en/of de personen op wier initiatief berichten, reclame en andere stukken worden gepubliceerd die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, en/of de door hen aangestelde bemiddelaars, en maant zij hen, in voorkomend geval, aan tot het nemen van bepaalde maatregelen die hieraan een einde kunnen stellen.
  Wordt met deze kennisgeving geen rekening gehouden, dan kan de FSMA beslissen het aanbod op te schorten of te verbieden voor de termijn die zij bepaalt. Zij kan tevens beslissen om de publicatie van de in het eerste lid bedoelde berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten of te verbieden, dan wel die berichten, reclame of andere stukken in te trekken. Tot slot kan zij de in het eerste lid bedoelde personen bevelen een rechtzetting te publiceren.
  De in het tweede lid bedoelde beslissingen worden ter kennis gebracht van de in het eerste lid bedoelde personen en, in het geval van een aanbod in de zin van artikel 3, 27°, b), van de betrokken marktondernemingen.
  De FSMA kan de beslissing openbaar maken om het aanbod op te schorten of te verbieden dan wel de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten, te verbieden of in te trekken, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen, schadelijk zou kunnen zijn voor de belangen van de beleggers of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen. Indien de in het tweede lid bedoelde rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is geschied, kan de FSMA tevens het bevel tot rechtzetting openbaar maken tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, en, in voorkomend geval, zelf de gevraagde rechtzetting publiceren. De in dit lid bedoelde maatregelen van de FSMA gebeuren, naargelang van het geval, op kosten van de bieder en/of de AICB en/of de aangestelde beheervennootschap en/of de personen op wier initiatief berichten, reclame en andere stukken worden gepubliceerd die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, en/of de door hen aangestelde bemiddelaars.
  De FSMA kan eenieder die in gebreke blijft om zich binnen de door haar bepaalde termijn te voegen naar een verbod of naar een bevel tot opschorting of intrekking dat hem werd gegeven overeenkomstig het tweede lid, na die persoon te hebben gehoord of ten minste naar behoren te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen die, per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel tot opschorting of intrekking.

  Art. 363. Onverminderd artikel 327, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is de FSMA niet bevoegd inzake fiscale aangelegenheden.
  Wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat een AICB en/of een beheervennootschap een bijzonder mechanisme heeft ingesteld met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, is echter artikel 360, § 1, eerste en tweede lid, 1°, a), ii), et 2°, a), i), en § 2, van toepassing.

  Art. 364. De AICB's of de compartimenten van AICB's waarvan de inschrijving is ingetrokken, en de beheervennootschappen waarvan de vergunning is herroepen op grond van de artikelen 359 en 360, blijven onderworpen aan deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen tot de terugbetaling van de deelnemers van de AICB, tenzij de FSMA hen vrijstelt van bepaalde voorschriften.
  Dit artikel is niet van toepassing bij de intrekking van de inschrijving of bij de herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde AICB of een failliet verklaarde beheervennootschap.

  Art. 365.§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA een AICB, een beheervennootschap, een financiële holding, een gemengde holding [1 in de zin van artikel 4, (20), van Richtlijn 2006/48/EG]1, een gemengde financiële holding, of andere entiteiten waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen van toepassing zijn, een termijn opleggen waarbinnen :
  1° zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of
  2° zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beleidsstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiële organisatie of haar interne controle.
  [1 Indien de betrokken persoon of entiteit na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden :
   1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van diegene die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
   2° de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag dat het bevel niet wordt nageleefd niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden]1.
  Deze paragraaf is van toepassing onverminderd artikel 340.
  § 2. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, een AICB en/of een beheervennootschap en/of andere entiteiten waarop bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, een administratieve geldboete opleggen [1 ...]1.
  [1 De FSMA kan ook een administratieve geldboete opleggen aan een of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichtsorgaan en aan iedere andere persoon die met de effectieve leiding van de in het eerste lid bedoelde entiteiten is belast, wanneer deze verantwoordelijk worden gesteld voor de overtreding.]1
  [1 De vorige leden zijn van toepassing]1 onverminderd artikel 340.
  [1 § 2/1. Het bedrag van de in paragraaf 2 bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald :
   1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 10 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de betrokken rechtspersoon geen omzet realiseert wordt onder totale jaaromzet begrepen de met omzet corresponderende soort inkomsten, hetzij overeenkomstig de toepasselijke Europese jaarrekeningenrichtlijnen hetzij, indien die niet van toepassing zijn op de betrokken rechtspersoon, overeenkomstig het nationale recht van de lidstaat waar de rechtspersoon gevestigd is. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
   2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve boete, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro.
   Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.]1
  § 3. De met toepassing van § 1 of § 2 en artikel 362 opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geïnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 87, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 366. § 1. Onverminderd het gemeen recht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op effecten van AICB nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van
  1° een openbare aanbieding van rechten van deelneming in een AICB naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, waarbij de bepalingen van de artikelen 222 en 225, § 1, niet werden nageleefd;
  2° een openbare aanbieding van rechten van deelneming in een AICB naar buitenlands recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, waarbij de bepalingen van de artikelen 222 en 225, § 1, niet werden nageleefd conform artikel 267, eerste en tweede lid;
  3° een openbare aanbieding van effecten van een AICB naar Belgisch of buitenlands recht, waarbij artikel 235 niet werd nageleefd; of
  4° een openbare aanbieding van rechten van deelneming van een AICB naar Belgisch of buitenlands recht, waarbij de bepalingen van de artikelen 225, § 2, en 267, eerste lid, niet werden nageleefd door de persoon met wie of door bemiddeling van wie de belegger een contract heeft gesloten.
  § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop of de inschrijving geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke bepalingen.

  Art. 367.
  <Opgeheven bij W 2018-07-11/06, art. 86, 013; Inwerkingtreding : 21-07-2018>

  DEEL VI. - STRAFBEPALINGEN

  Art. 368. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met één van deze straffen alleen, worden zij gestraft die de controles in de weg staan waaraan zij zich, krachtens deze wet, in België of in het buitenland moeten onderwerpen, of die met opzet valse, onjuiste of onvolledige inlichtingen, documenten of stukken verstrekken.

  Art. 369. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die de artikelen 222, eerste lid, 225, §§ 1 en 2, 230, § 1, 235 en 267, overtreden;
  2° zij die geen gevolg geven aan een opschorting, een verbod of een intrekking uitgesproken krachtens de artikelen 362, tweede lid, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiële beleggersinformatie, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen;
  3° zij die met opzet overgaan of laten overgaan tot de publicatie van een prospectus, een document met essentiële beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiële beleggersinformatie, of van berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, die valse, onjuiste of onvolledige gegevens bevatten die het publiek kunnen misleiden, inzonderheid over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging, of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod, en zij die dergelijke stukken hebben gebruikt om beleggers aan te trekken;
  4° zij die een prospectus, een document met essentiële beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiële beleggersinformatie, of berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, publiceren met vermelding van de goedkeuring ervan door de FSMA, terwijl die goedkeuring niet werd gegeven;
  5° zij die een prospectus, een document met essentiële beleggersinformatie of een bijwerking van het prospectus of van de essentiële beleggersinformatie, of berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming van een AICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, publiceren die verschillen van de door de FSMA goedgekeurde documenten;
  6° zij die met opzet effecten hebben aangeboden of overgedragen als effecten van een AICB, terwijl zij wisten dat de entiteit waarvan zij de effecten hebben aangeboden of overgedragen, geen AICB was in de zin van deze wet, of dat die effecten niet de kenmerken vertoonden van de effecten van een AICB in de zin van deze wet;
  7° zij die met opzet effecten openbaar hebben aangeboden of overgedragen als effecten van een openbare AICB, terwijl zij wisten dat de AICB waarvan zij de effecten hebben aangeboden of overgedragen, geen openbare AICB was in de zin van deze wet, of dat die effecten niet de kenmerken vertoonden van de effecten van een openbare AICB in de zin van deze wet;
  8° zij die met opzet het in de artikelen 226 en 261 bedoelde verbod miskennen.

  Art. 370. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die de naam "ABI", "alternatieve instelling voor collectieve belegging", AICB", "gemeenschappelijk beleggingsfonds" of "beleggingsvennootschap" hebben gebruikt ter omschrijving van een entiteit die niet is ingeschreven op de lijst van de AICB's als bedoeld in de artikelen 200, 260, 289, 301 of 302, behalve wanneer dat in België gebeurt door een AICB naar buitenlands rechts die van die naam gebruik mag maken in haar land van herkomst;
  2° zij die de naam "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve vergunning", "beheerder van AICB" of "abi-beheerder" hebben gebruikt met overtreding van artikel 9 van deze wet;
  3° de AICB of de beheervennootschap, de derden als bedoeld in artikel 29, de bewaarder, alsook de bestuurders, zaakvoerders en directeuren van de voormelde vennootschappen en ondernemingen, die met opzet de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen hebben overtreden, of die met opzet verrichtingen met betrekking tot de portefeuille van de AICB hebben uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;
  4° zij die met opzet hebben nagelaten de met toepassing van deze wet voorgeschreven publicaties te verzorgen;
  5° zij die, als commissaris of onafhankelijk deskundige, rekeningen, jaarrekeningen, geconsolideerde jaarrekeningen, of halfjaarlijkse verslagen, of periodieke informatie als bedoeld in artikel 339, of alle andere inlichtingen als bedoeld in artikel 338 certificeren, goedkeuren of bekrachtigen, terwijl niet is voldaan aan de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, en zij daarvan kennis hebben dan wel niet hebben gedaan wat zij normaal hadden moeten doen om zich ervan te vergewissen dat aan die bepalingen was voldaan;
  6° de beheervennootschappen die in het buitenland een bijkantoor of een dochter openen of er beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging uitoefenen, zonder de kennisgevingen te hebben verricht bepaald in de artikelen 102 of 104, of die zich niet conformeren aan artikel 103, § 2;
  7° zij die handelingen stellen of verrichtingen uitvoeren zonder daartoe de in artikel 360, § 2 bedoelde toestemming van de speciaal commissaris te hebben verkregen, of die indruisen tegen een schorsings- of verbodsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 360, § 1, tweede lid, 1°, a), iii) of iv), of 2°, a), iii);
  8° de AICB's, de beheervennootschappen, alsook hun bestuurders, zaakvoerders en directeuren, die de bepalingen van artikel 351, § 1, eerste tot derde lid, § 2, tweede lid en § 3 niet naleven;
  9° de beheervennootschappen, hun bestuurders en directeuren die, bij het verrichten van de beleggingsdienst als bedoeld in artikel 3, 43°, b), met bedrieglijk opzet informatie verspreiden waarvan zij weten dat zij onjuist of onvolledig is.

  Art. 371. Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die de werkzaamheden verrichten als bedoeld in artikel 3, 2°, zonder een beheervennootschap te hebben aangesteld, en zonder een vergunning te hebben verkregen overeenkomstig artikel 11, of terwijl die vergunning is ingetrokken of herroepen;
  2° zij die de werkzaamheden van collectief portefeuillebeheer van AICB's verrichten, zonder een vergunning te hebben verkregen overeenkomstig artikel 11 of geregistreerd te zijn overeenkomstig artikel 107, of terwijl die vergunning of registratie is ingetrokken of herroepen;
  3° zij die de rechten van deelneming in AICB's verhandelen in België, zonder zich aan de bepalingen van de artikelen 87, 95, 124, 125, 128, 131, 148, 154, 160, 161, 174 of 177 te conformeren;
  4° zij die zich bewust niet aan de bepalingen van de artikelen 76 tot 83 conformeren.

  Art. 372.Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met één van deze straffen alleen, worden gestraft :
  1° zij die openbaar rechten van deelneming aanbieden van een Belgische openbare AICB, terwijl die niet is ingeschreven overeenkomstig artikel 197 of terwijl de inschrijving als Belgische openbare AICB of de vergunning als openbare beleggingsvennootschap is herroepen of ingetrokken, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in de artikelen 362, tweede lid, eerste zin, of 360, § 1, tweede lid, 1°, a), iii) of iv);
  2° zij die openbaar rechten van deelneming aanbieden van een AICB naar buitenlands recht, terwijl, naargelang het geval, die niet is ingeschreven overeenkomstig artikel 259 of terwijl de inschrijving als AICB naar buitenlands recht is herroepen, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in artikel 360, § 1, tweede lid, 1°, a), iii) of iv);
  [2 2° /1 zij die, met overtreding van artikel 180/1, rechten van deelneming in AICB's aan het publiek verhandelen;]2
  3° zij die het bedrijf uitoefenen van een beheervennootschap als bedoeld in artikel 306, zonder een vergunning te hebben verkregen overeenkomstig artikel 309 of artikel 334, of terwijl de vergunning als beheervennootschap is ingetrokken of herroepen;
  4° wie met opzet de kennisgevingen bedoeld in artikel 321, §§ 1 en 5, niet verricht, wie het in artikel 321, § 3, bedoelde verzet negeert, of wie de in artikel 322, eerste lid, 1°, bedoelde schorsing negeert;
  5° de beheervennootschappen, hun bestuurders en directeuren die de artikelen 325, [1 67/1]1, eerste lid, eerste en derde zin, 345, § 2, vierde lid, eerste zin, en § 5, eerste en tweede lid, overtreden;
  6° de beheervennootschappen, hun bestuurders en directeuren die de besluiten of reglementen overtreden als bedoeld in de artikelen [1 67/1]1, eerste lid, tweede zin, en vierde lid, 345, § 2, vierde en negende lid, § 4, § 5, derde lid, en § 6;
  7° zij die met opzet overdrachten van door openbare AICB's uitgegeven effecten hebben bewerkstelligd en daarbij de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen hebben miskend;
  8° zij die met opzet jaarverslagen of halfjaarlijkse verslagen publiceren of laten publiceren, die valse, onjuiste of onvolledige gegevens bevatten die het publiek kunnen misleiden, of die dergelijke stukken hebben gebruikt om beleggers aan te trekken;
  9° de AICB's, de beheervennootschappen, alsook hun bestuurders, zaakvoerders en directeuren, die artikel 339, eerste lid, overtreden;
  10° de AICB's, de beheervennootschappen, alsook hun bestuurders, zaakvoerders en directeuren, die de in de artikelen 253 en 339, eerste lid, bedoelde besluiten of reglementen overtreden.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 82, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (2)<W 2016-12-25/11, art. 89, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 373. De overtredingen van de artikelen 207 en 318 worden bestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van 1.000 euro tot 10.000 euro.

  Art. 374. Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze wet of één van de in de artikelen 207 en 318 bedoelde wettelijke bepalingen, tegen AICB's, beheervennootschappen, bestuurders, directeuren, lasthebbers of verantwoordelijken voor onafhankelijke controlefuncties van AICB's of van beheervennootschappen, of erkende commissarissen van een AICB of van een beheervennootschap, alsook ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van deze wet tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke autoriteit waar dit aanhangig is gemaakt.
  Iedere strafrechtelijke vordering op grond van de in het eerste lid bedoelde misdrijven moet door het openbaar ministerie ter kennis worden gebracht van de FSMA.

  Art. 375. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misbruiken.

  DEEL VII. - WIJZIGINGSBEPALINGEN

  Boek I. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen

  Art. 376. In artikel 6bis, tweede lid van de wet van 9 juli 1975, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden ", een beheerder van AICB's" worden telkens ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° de woorden ", beheerders van AICB's" worden ingevoegd tussen de woorden "beleggingsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 377. In artikel 14ter, vierde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden ", van een beheerder van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "van een beleggingsonderneming" en de woorden "of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 378. In artikel 15bis, § 4, eerste lid, 3°, ingevoegd bij koninklijk besluit van 12 augustus 1994, worden de woorden "of in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden ", in een beheervennootschap van AICB's in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders of in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen.".

  Art. 379. In artikel 23bis, § 4, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, a), worden de woorden ", een beheervennootschap van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° in het derde lid worden de woorden ", beheervennootschappen van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "beleggingsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 380. In artikel 91nonies, § 2bis, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 februari 2009, worden de woorden "en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden ", de beheerders van AICB's in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen".

  Art. 381. In artikel 91octies decies, § 1, 3°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als gedefinieerd in artikel 138 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" worden vervangen door de woorden "hetzij een beheerder van AICB's in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen";
  2° de woorden ", beheerder van AICB's" worden ingevoegd tussen de woorden "het bedrijf van beleggingsonderneming" en de woorden "of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Boek II. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

  Art. 382. In artikel 2, § 1 van de wet van 11 januari 1993, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014 worden de bepalingen onder 10°, 11° en 12° vervangen als volgt :
  "10° de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 3, 11° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, voorzover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 22°, c), en 30° van dezelfde wet;
  11° de beleggingsvennootschappen in schuldvorderingen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 505 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, voorzover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 22°, c), en 30° van voormelde wet van 3 augustus 2012;
  12° de beleggingsvennootschappen in schuldvorderingen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 271/1 van voormelde wet van 3 augustus 2012, voorzover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten;
  12° /1 de beheervennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 3, 11° van voormelde wet van 19 april 2014, voorzover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 26° van dezelfde wet;
  12° /2 de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in boek II van deel III van voormelde wet van 3 augustus 2012;
  12° /3 de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 258 van voormelde wet van 3 augustus 2002;
  12° /4 de beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in artikel 3, 12° van voormelde wet van 19 april 2014;
  12° /5 de in België gevestigde bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de artikelen 114, 117, 163 en 166 van voormelde wet van 19 april 2014;".

  Boek III. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen

  Art. 383. In artikel 46 van de wet van 6 april 1995, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 21° wordt vervangen als volgt :
  "21° beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging : een beheervennootschap in de zin van artikel 3, 12° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;";
  2° er wordt een bepaling onder 21° /1 ingevoegd, luidende :
  "21° /1 beheerder van AICB's : een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;";
  3° in de bepaling onder 29° worden de woorden ", de beheervennootschappen van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "de instellingen voor postcheque- en girodiensten," en de woorden "de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 384. In artikel 49 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden ", een beheerder van AICB's" telkens ingevoegd tussen de woorden "een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° in het derde lid worden de woorden ", een beheerder van AICB's" telkens ingevoegd tussen de woorden "een herverzekeringsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  3° in het derde lid worden de woorden ", beheerders van AICB's" ingevoegd tussen het woord "herverzekeringsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 385. In artikel 62 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2bis, vierde lid, worden de woorden ", van een beheerder van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "van een andere beleggingsonderneming" en de woorden "of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° in paragraaf 2ter, vierde lid, worden de woorden ", van een beheerder van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "van een andere beleggingsonderneming" en de woorden "of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 386. In artikel 67 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, vijfde lid, b), worden de woorden "Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE's)" vervangen door de woorden "Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking), Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, a), worden de woorden ", een beheerder van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  3° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden ", beheerders van AICB's" ingevoegd tussen het woord "beleggingsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 387. In artikel 70, § 3, derde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, worden de woorden "in de zin van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of van de wet van 19 avril 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders".

  Art. 388. In artikel 76, § 4, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 15 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 7° worden de woorden "de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen";
  2° er wordt een bepaling onder 7° /1 ingevoegd, luidende :
  "7° /1 Belgische of buitenlandse beheervennootschappen van AICB's;".

  Art. 389. In artikel 95bis, § 1, 3°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als gedefinieerd in artikel 138 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" worden vervangen door de woorden "hetzij een beheerder van AICB's, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° de woorden ", van beheerder van AICB's" worden ingevoegd tussen de woorden "het bedrijf van beleggingsonderneming" en de woorden "of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 390. In artikel 112 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "en de in België gevestigde beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden ", de beheervennootschappen van AICB's als bedoeld in artikel 35 van de wet van 19 april 2014 en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 205 van de wet van 3 augustus 2012";
  2° in het tweede lid worden de woorden ", op de beheervennootschappen van AICB's" ingevoegd tussen het woord "beleggingsondernemingen" en de woorden "en op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging";
  3° de bepaling onder het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap, noch voor de bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen van AICB's. Het geldt evenmin voor de bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen die ressorteren onder een andere Staat en waarvan de verplichtingen door een beschermingsregeling voor beleggers van deze Staat op een ten minste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de overeenstemmende Belgische beschermingsregeling voor beleggers."

  Art. 391. In artikel 113 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden ", een beheervennootschap van AICB's naar Belgisch recht" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming naar Belgisch recht" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden ", een beheervennootschap van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "een kredietinstelling of een beleggingsonderneming of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van AICB's of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  4° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden ", de beheervennootschap van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "de beleggingsonderneming" en de woorden "of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  5° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden ", beheervennootschappen van AICB's" ingevoegd tussen het woord "beleggingsondernemingen" en de woorden "en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging";
  6° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "De in gebreke gebleven kredietinstelling, de beleggingsonderneming, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "De in gebreke gebleven kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van AICB's, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  7° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden ", de beheervennootschap van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "de beleggingsonderneming" en de woorden "de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  8° in paragraaf 1, zesde lid, worden de woorden ", de beheervennootschap van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "de beleggingsonderneming" en de woorden "de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  9° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 392. In artikel 114 van dezelfde wet, zoals vervangen bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging";
  2° in het tweede lid worden de woorden "aan de kredietinstelling of aan de beleggingsonderneming of aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "aan de kredietinstelling, aan de beleggingsonderneming, aan de beheervennootschap van AICB's of aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 393. In artikel 115 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden "door de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "door de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen, de beheervennootschappen van AICB's en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 394. In artikel 116 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2004, worden de woorden "bij kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "bij kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van AICB's en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Boek IV. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten

  Art. 395. In artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 35° wordt het woord "ICBE-beheervennootschap" vervangen door de woorden "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging", en worden de woorden "deel III" vervangen door de woorden "artikel 3, 12°, ";
  2° er wordt een bepaling onder 35° /1 ingevoegd, luidende :
  "35° /1 "beheervennootschap van AICB's" : een beheervennootschap in de zin van artikel 3, 12°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;"

  Art. 396. In artikel 6, § 9, derde lid van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, als vervangen door het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de woorden "De Europese Commissie wordt onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld" vervangen door de woorden "De Europese Commissie en de ESMA worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld".

  Art. 397. In artikel 26, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 5° wordt de punt vervangen door een puntkomma;
  2° er wordt een bepaling onder 6° ingevoegd, luidende :
  "6° de in België gevestigde beheervennootschappen van AICB's, voor hun beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 43°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders.".

  Art. 398. In artikel 40, § 1, tweede lid, 3°, van dezelfde wet worden de woorden ", beheerders van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "vennootschappen voor belegging in schuldvorderingen" en de woorden "en beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 399. In artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, a., van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de woorden ", de beheerders van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" en de woorden "en de wisselkantoren".

  Art. 400. In artikel 86bis, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden ", beheerder van AICB" ingevoegd tussen de woorden "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" en de woorden ", instelling voor bedrijfspensioenvoorziening,";
  2° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° openbaar rechten van deelneming aanbiedt van een Belgische of buitenlandse instelling voor collectieve belegging, terwijl die niet is ingeschreven of vergund overeenkomstig, naargelang van het geval, de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, of terwijl de inschrijving of de vergunning is ingetrokken of herroepen, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in diezelfde wetten;";
  3° er wordt een bepaling onder 4° /1 ingevoegd, luidende :
  "4° /1 aan professionele beleggers rechten van deelneming in AICB's naar Belgisch of buitenlands recht verhandelt, terwijl de betrokken instelling niet wordt beheerd door een beheerder die is vergund of ingeschreven conform de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders of conform de geldende wet in zijn lidstaat van herkomst;".

  Art. 401. In artikel 86ter, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepalingen onder 1° en 2° wordt het woord "effecten" vervangen door de woorden "rechten van deelneming";
  2° een bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "2° /1 de inschrijving op rechten van deelneming van Belgische of buitenlandse AICB's nietig, indien de beheerder van de betrokken AICB's niet over de door de toepasselijke wettelijke of reglementaire bepalingen vereiste vergunning beschikte, of indien zij afstand had gedaan van die vergunning, of indien die vergunning was ingetrokken, geschrapt, herroepen of geschorst;".

  Art. 402. In artikel 87bis, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2012, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en instellingen voor collectieve belegging die geen beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de artikelen 35 of 44 van de wet van 3 augustus 2012 hebben aangeduid, beheerders die openbare AICB's beheren, kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht en de in België gevestigde bijkantoren van dergelijke instellingen die ressorteren onder het recht van derde landen stellen voor de naleving van de volgende bepalingen die op hen van toepassing zijn, één of meer complianceofficers aan die de vereiste professionele betrouwbaarheid en passende kennis en ervaring bezitten :
  a) artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
  b) de artikelen 82, 83, 218, 219 en 220 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 41 en 201 van dezelfde wet;
  c) de artikelen 37, 38, 39, 44 tot 46, 245 en 330 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 26 tot 28, 36, 47, 208 en 319 van dezelfde wet.";
  2° paragraaf 1, tweede lid, a), wordt vervangen als volgt :
  "a) de controle op en de evaluatie van de aangepastheid en de efficiëntie van het beleid, de procedures en de maatregelen die de naleving, door de betrokken onderneming en de betrokken personen, van de in het eerste lid bedoelde bepalingen beogen;".

  Boek V. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten

  Art. 403. In artikel 4 van de wet van 22 maart 2006, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1°, c), wordt vervangen als volgt :
  "c) de voorstelling van rechten van deelneming van openbare instellingen voor collectieve belegging, als gedefinieerd in artikel 3, 2°, van de wet over het collectief beheer van beleggingsportefeuilles of, naargelang van het geval, artikel 3, 4°, van de wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, op welke wijze ook, om de cliënt of de potentiële cliënt ertoe aan te zetten die effecten te kopen of erop in te schrijven;";
  2° in de bepaling onder 1°, d), worden de woorden "of het koninklijk besluit op de kapitalisatieondernemingen" opgeheven;
  3° de aldus gewijzigde bepaling onder 1°, d), wordt aangevuld met de woorden "of de wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders";
  4° in de bepaling onder 5° worden de woorden "artikel 4 en artikel 138" vervangen door de woorden "artikel 3, 1°, en artikel 3, 12°, ";
  5° in de bepaling onder 5° worden de woorden "of een onderneming onderworpen aan het koninklijk besluit op de kapitalisatieondernemingen" opgeheven;
  6° de aldus gewijzigde bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "of een beheerder of een AICB, als respectievelijk gedefinieerd in de artikelen 3, 13°, en 3, 2° van de wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;";
  7° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt :
  "9° "de wet op de beleggingsdiensten" : de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;";
  8° in de bepaling onder 11° worden de woorden "wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectieve beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen";
  9° de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt :
  "12° "de wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders" : de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;".

  Boek VI. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

  Art. 404. In artikel 14 van de wet van 16 juni 2006, gewijzigd bij de wet van 17 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
  "5° "wet van 3 augustus 2012" : de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;";
  2° een bepaling onder 6° wordt ingevoegd, luidende :
  "6° "wet van 19 april 2014" : de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;"

  Art. 405. In artikel 64, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder het derde streepje wordt vervangen als volgt :
  "- bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een openbare aanbieding goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de openbare aanbieding betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, hetzij (i) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 30 van de wet van 3 augustus 2012 is ingediend, dan wel aan de FSMA een kennisgeving als bedoeld in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG is overgelegd, hetzij (ii) bij de FSMA een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 197 of artikel 259 van de wet van 19 april 2014 is ingediend, of";
  2° de bepaling onder het vierde streepje wordt vervangen als volgt :
  "- het prospectus voor een openbare aanbieding op geldige wijze is goedgekeurd door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voorwaarden van artikel 38 is voldaan en, wanneer het openbaar aanbod betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment zijn ingeschreven hetzij (i) op de lijst bedoeld in artikel 33 of, naargelang het geval, artikel 149 van de wet van 3 augustus 2012, hetzij (ii) op de lijst bedoeld in artikel 200 van de wet van 19 april 2014 of, naargelang het geval, artikel 260 van dezelfde wet.".

  Boek VII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening

  Art. 406. In artikel 91, § 1, 2°, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van de verrichtingen, wordt beroep gedaan op een passend en toereikend kredietbeoordelingsproces waarbij niet uitsluitend en mechanisch wordt verwezen naar de ratings uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus en dat, indien passend, van aard is om de impact van de verwijzingen naar dergelijke ratings te beperken.".

  Art. 407. In artikel 95 van dezelfde wet wordt tussen het tweede lid en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Deze verklaring preciseert tevens in welke mate en op welke wijze verwijzingen naar ratings uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, gebruikt worden in het beleggingsbeleid.".

  Boek VIII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen

  Art. 408. In artikel 48, eerste lid, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen wordt het getal "100" vervangen door het getal "150".

  Boek IX. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf

  Art. 409. In artikel 8, tweede lid, van de wet van 16 februari 2009, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden ", een beheerder van AICB's" worden telkens ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° de woorden ", beheerders van AICB's" worden ingevoegd tussen de woorden "beleggingsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 410. In artikel 18, § 2, zesde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden ", van een beheerder van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "van een beleggingsonderneming" en de woorden "of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 411. In artikel 24 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, vijfde lid, b), worden de woorden "Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE's)" vervangen door de woorden "Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking), Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, a), worden de woorden ", een beheervennootschap van AICB's" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  3° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden ", beheervennootschappen van AICB's" ingevoegd tussen het woord "beleggingsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 412. In artikel 89, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden "en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden ", beheerders van AICB's in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen".

  Art. 413. In artikel 98, § 1, 3°, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging als gedefinieerd in artikel 138 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" worden vervangen door de woorden "hetzij een beheerder van AICB's in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen";
  2° de woorden ", beheerder van AICB's" worden ingevoegd tussen het woord "beleggingsonderneming" en de woorden "of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging".

  Boek X. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles

  Art. 414. Het opschrift van de wet van 3 augustus 2012 wordt vervangen als volgt :
  "Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen".

  Art. 415. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° wordt het woord "uitsluitende" opgeheven;
  2° de bepalingen onder 2°, b), en 4° worden opgeheven;
  3° de bepalingen onder 7°, 8° en 9° worden vervangen als volgt :
  "7° "instelling voor belegging in schuldvorderingen" : een instelling waarvan het uitsluitende doel de belegging is in schuldvorderingen die in het bezit zijn van derden en aan haar worden overgedragen bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld;
  8° "instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : een instelling voor collectieve belegging die beleggingen verricht die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  8° /1 "alternatieve instelling voor collectieve belegging" of "AICB" : een instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 19 april 2014;
  9° "instelling voor collectieve belegging die niet voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" : een instelling voor collectieve belegging die geen beleggingen verricht die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, inclusief de AICB's;";
  4° in de bepaling onder 11° worden de woorden ", commanditaire vennootschap op aandelen of gewone commanditaire vennootschap" vervangen door de woorden "of commanditaire vennootschap op aandelen";
  5° in de bepaling onder 12° worden de woorden "openbare instellingen voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG";
  6° er wordt een bepaling onder 12° /1 ingevoegd, luidende :
  "12° /1 "beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU" : de beheervennootschap als bedoeld in artikel 3, 12°, van de wet van 19 april 2014;";
  7° in de bepaling onder 26° wordt de bepaling onder punt b) opgeheven;
  8° in de bepaling onder 27° wordt de bepaling onder punt c) opgeheven;
  9° er wordt een bepaling onder 55° /1 ingevoegd, luidende :
  "55° /1 "wet van 19 april 2014" : de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;".

  Art. 416. In artikel 4, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepalingen onder 1° en 2° worden vervangen als volgt :
  "1° de Belgische instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG;
  2° de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en die hun rechten van deelneming openbaar aanbieden in België.";
  2° de paragrafen 2 en 3 worden opgeheven.

  Art. 417. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "effecten" wordt telkens vervangen door de woorden "rechten van deelneming";
  2° in paragraaf 1, eerste lid worden de bepalingen onder 3° en 5° opgeheven;
  3° paragraaf 4 wordt opgeheven.

  Art. 418. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 6.
  De instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG behoren tot één van de volgende twee categorieën :
  1° de gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming; of
  2° de beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal.".

  Art. 419. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° het tweede lid, dat voortaan het eerste lid is, wordt vervangen als volgt : "Bij koninklijk besluit genomen op advies van de FSMA definieert de Koning de categorieën van toegelaten beleggingen voor de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG.";
  3° artikel 7 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "De instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG moeten, bij de belegging van de financiële middelen die zij aantrekken, opteren voor één van de categorieën van toegelaten beleggingen. Die belegging dient te gebeuren conform de aldus vastgestelde regels.".

  Art. 420. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "met veranderlijk kapitaal" of "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "of van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen," opgeheven;
  3° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "de artikelen 12, 17, 25 of 28" vervangen door de woorden "de artikelen 12 of 17";
  4° in paragraaf 2 worden de bepalingen onder 5° en 6° opgeheven;
  5° paragraaf 3 wordt opgeheven.

  Art. 421. In dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling I van hoofdstuk I, titel II, boek II van deel II vervangen als volgt :
  "Instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG".

  Art. 422. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG hebben als uitsluitend doel de collectieve belegging in de beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 423. In artikel 11, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de zin "Elk gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam", worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" vervangen door de woorden "dat voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG";
  2° de zin "Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam" wordt vervangen door de zin "Indien uit deze naam niet blijkt dat het om een instelling voor collectieve belegging gaat die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, moet de aanduiding van de categorie van toegelaten beleggingen altijd onmiddellijk op die naam volgen.".

  Art. 424. In artikel 12, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming dat heeft geopteerd voor de in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen" opgeheven.

  Art. 425. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt de zin "Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid, heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam" vervangen door de zin "Indien uit deze naam niet blijkt dat het om een instelling voor collectieve belegging gaat die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, moet de aanduiding van de categorie van toegelaten beleggingen altijd onmiddellijk op die naam volgen.";
  2° in paragraaf 6 worden de woorden "184, § 1, tweede en vijfde lid, en § 2" vervangen door de woorden "184, § 2, eerste, tweede, derde lid en zesde lid, laatste zin, en § 4";
  3° in paragraaf 6 worden de woorden "en 4° bis" ingevoegd na de woorden "195bis, eerste lid, 3° ";
  4° in paragraaf 6 worden de woorden "463, derde lid" vervangen door de woorden "463, vierde lid";
  5° in paragraaf 6 worden de woorden ", 466, vierde lid" opgeheven;
  6° in paragraaf 6 wordt het woord ", 515bis" ingevoegd tussen het woord "509" en de woorden ", 533, § 2".

  Art. 426. In artikel 17, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "die heeft geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2° " opgeheven.

  Art. 427. In hoofdstuk I, titel II, boek II van deel II van dezelfde wet worden afdelingen II en III, bestaande uit de artikelen 18 tot 29, opgeheven.

  Art. 428. In artikel 32, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven.

  Art. 429. In artikel 35, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "Wat de gemeenschappelijke beleggingsfondsen betreft die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, mag de functie van beheervennootschap worden uitgeoefend door :" vervangen door de woorden "De functie van beheervennootschap mag worden uitgeoefend door :";
  3° in het derde lid, worden de woorden "of tweede" opgeheven.

  Art. 430. In artikel 41, § 6, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "In het bijzonder vertrouwt de beleggingsvennootschap niet uitsluitend of mechanisch op ratings, uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de instelling voor collectieve belegging.";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Met inachtneming van de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de instellingen voor collectieve belegging, houdt de FSMA toezicht op de toereikendheid van kredietbeoordelingsprocessen van de beleggingsvennootschappen, beoordeelt zij het gebruik van verwijzingen naar ratings als bedoeld in het vierde lid, in het beleggingsbeleid van de instellingen voor collectieve belegging, en moedigt zij, indien passend, de beperking van de impact van dergelijke verwijzingen aan, met als doel het verminderen van het uitsluitend en mechanisch vertrouwen op dergelijke ratings.".

  Art. 431. § 1. In artikel 42, § 1, 4°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder a) worden de woorden "een onderneming die aan prudentieel toezicht is onderworpen" vervangen door de woorden "een onderneming die de in artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995 bedoelde beleggingsdiensten mag verrichten, aan een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° de bepaling onder b) wordt vervangen als volgt :
  "b) De criteria voor beleggingsspreiding die periodiek door de beleggingsvennootschap worden vastgesteld, moeten worden nageleefd.";
  3° de bepaling onder d) wordt opgeheven.
  § 2. In artikel 42, § 1, 5°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepalingen onder b) en d) worden opgeheven;
  2° de bepaling onder c) wordt vervangen als volgt :
  "c) de uitoefening van die beheertaak mag enkel worden toevertrouwd aan een in België gevestigde onderneming of, onder de door deze wet vastgestelde voorwaarden, aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte".
  § 3. In artikel 42, § 3, van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 432. In artikel 44 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  "De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, mogen met toepassing van paragraaf 1 worden aangesteld onder de door deze wet vastgestelde voorwaarden.".

  Art. 433. In artikel 50, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "met een veranderlijk of een vast aantal rechten van deelneming" opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 434. § 1. In het opschrift van zowel afdeling III van hoofdstuk II, titel II, boek II, deel II, van dezelfde wet, als van onderafdeling I van voornoemde afdeling III worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven.
  § 2. In dezelfde wet worden, in onderafdeling I, afdeling III, titel II, boek II, deel II, de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven.

  Art. 435. In artikel 57 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 436. In artikel 60, § 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij wet van 17 juli 2013, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De adviezen en andere documenten over het vennootschapsleven van de instelling voor collectieve belegging worden evenwel vóór verspreiding overgelegd aan de FSMA maar zonder te zijn onderworpen aan het eerste lid.".

  Art. 437. In artikel 63, § 2, eerste lid van dezelfde wet, wordt het woord "vervat" ingevoegd tussen de woorden "van de informatie" en de woorden "in het prospectus".

  Art. 438. Artikel 66 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 439. In de artikelen 69 en 70 van dezelfde wet worden de woorden "artikelen 65, §§ 1 en 3" telkens vervangen door de woorden "artikelen 65, § 1".

  Art. 440. In artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "effecten" wordt vervangen door de woorden "rechten van deelneming";
  2° een punt j)/1 wordt ingevoegd, luidende :
  "j)/1 de beheervennootschappen als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU die zijn ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 314 van de wet van 19 april 2014;".

  Art. 441. In artikel 72 van dezelfde wet worden de woorden "die heeft geopteerd voor de in artikel 7, eerste lid, 1°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen" vervangen door de woorden "die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG".

  Art. 442. Artikel 73 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 443. In artikel 74 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "artikel 7, tweede lid," worden vervangen door de woorden "artikel 7, eerste lid";
  2° de bepaling onder 2° en 3° worden opgeheven.

  Art. 444. Artikel 75 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 445. In artikel 77 van dezelfde wet worden de woorden "die de door de Koning vastgelegde grens overschrijdt," vervangen door de woorden "die de door de Koning krachtens artikel 74 vastgelegde grens overschrijdt,".

  Art. 446. In artikel 81 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 3 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 4, worden de woorden "artikel 4" vervangen door de woorden "artikel 3, 1° ".

  Art. 447. In artikel 85 van dezelfde wet worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven.

  Art. 448. Artikel 87 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 449. In artikel 88 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragrafen 2 en 3 worden de woorden "alsook de driemaandelijkse financiële staten ", de woorden "en de driemaandelijkse financiële staten" en de woorden "en financiële staten" telkens opgeheven.

  Art. 450. In artikel 90 van dezelfde wet worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven.

  Art. 451. In artikel 92, § 2, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "die heeft geopteerd voor de in artikel 7, eerste lid, 1°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen" opgeheven.

  Art. 452. In artikel 96, § 4, van dezelfde wet worden de woorden "79, 80, 82, 1° en 3°, 83 en 85" vervangen door de woorden "79 tot 85".

  Art. 453. In dezelfde wet wordt een artikel 96/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 96/1.
  De andere entiteiten op wie de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA wat de toepassing van deze bepalingen betreft. Artikel 96, §§ 1 tot 4 is van overeenkomstige toepassing."

  Art. 454. In artikel 106, § 1, eerste lid, 2°, a), van dezelfde wet worden de woorden ", alsook van de driemaandelijkse financiële staten", de woorden "en de voormelde financiële staten per einde halfjaar en per einde boekjaar" en de woorden "en de voormelde financiële staten" opgeheven.

  Art. 455. In artikel 115 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en/of een andere entiteit op wie bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn" ingevoegd tussen de woorden "een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" en de woorden "een termijn opleggen";
  2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  "Indien de betrokken persoon of entiteit na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, na hem te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2 500 000 euro per overtreding of 50 000 euro per dag vertraging.";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of een andere entiteit waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn" ingevoegd tussen de woorden "een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht" en de woorden "een administratieve geldboete opleggen".

  Art. 456. De titels III en IV van boek II, deel II van dezelfde wet, die de artikelen 116 tot 147 bevatten, worden opgeheven.

  Art. 457. In artikel 148, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1°, wordt het woord "effecten" vervangen door de worden "rechten van deelneming";
  2° het 2° wordt opgeheven;
  3° in het tweede lid worden de woorden "titels I en II van" opgeheven.

  Art. 458. In artikel 150, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "Indien in België berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 149 worden verspreid in één of meerdere landstalen, dient deze instelling, onverminderd de voorgaande leden, het document met essentiële beleggersinformatie in België te verspreiden in de landstaal of in de diverse landstalen waarin voormelde berichten, reclame en andere stukken in België worden verspreid.";
  3° het zesde lid wordt opgeheven.

  Art. 459. In artikel 151 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of een andere entiteit op wie bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn" ingevoegd tussen de woorden "een instelling voor collectieve belegging" en de woorden "een termijn opleggen";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de instelling voor collectieve belegging" vervangen door de woorden "de betrokken persoon of entiteit" en wordt het woord "haar" telkens vervangen door het woord "hem";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of een andere entiteit waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn," ingevoegd tussen de woorden "een instelling voor collectieve belegging" en de woorden "een administratieve geldboete opleggen";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden "en de artikelen 155, § 3, en 166, § 3" vervangen door de woorden "en artikel 155, § 3".

  Art. 460. In artikel 152, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "met betrekking tot de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in titel I van dit boek, of in een compartiment van een dergelijke instelling," opgeheven;
  2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.

  Art. 461. In artikel 153 van dezelfde wet wordt het woord "effecten" vervangen door de woorden "rechten van deelneming".

  Art. 462. In artikel 155, § 1 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, wordt het woord "effecten" vervangen door de woorden "rechten van deelneming";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De adviezen en andere documenten over het vennootschapsleven van de AICB worden evenwel vóór verspreiding overgelegd aan de FSMA maar zonder te zijn onderworpen aan het eerste lid.".

  Art. 463. In artikel 157, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "3°, 4° " vervangen door de woorden "3°, 4° en 6° ".

  Art. 464. In deel II, boek III, van dezelfde wet wordt titel II dat de artikelen 160 tot 185 bevat, opgeheven.

  Art. 465. § 1. In artikel 190, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "van een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU," worden telkens ingevoegd tussen de woorden "een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging," en de woorden "van een beleggingsonderneming";
  2° de woorden ", een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU" worden ingevoegd tussen de woorden "een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging" en de woorden ", een beleggingsonderneming";
  3° de woorden ", beheervennootschappen als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU" worden ingevoegd tussen de woorden "de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging" en het woord ", beleggingsondernemingen".
  § 2. In artikel 190 van dezelfde wet wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de in het tweede lid bedoelde toezichthoudende autoriteiten of, in voorkomend geval, de Bank, voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders en de leiding bedoeld in de artikelen 198 en 199, wanneer deze aandeelhouder een in het eerste lid of het tweede lid bedoelde onderneming is en de bij de leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de in het eerste lid of het tweede lid bedoelde ondernemingen. Deze autoriteiten delen elkaar alle informatie mee die relevant is voor het beoordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders en bij de leiding betrokken personen."

  Art. 466. In artikel 201, § 6, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "In het bijzonder vertrouwt de beleggingsvennootschap niet uitsluitend of mechanisch op ratings, uitgegeven door ratingbureaus als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de activa van de instelling voor collectieve belegging.";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Met inachtneming van de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de instellingen voor collectieve belegging, houdt de FSMA toezicht op de toereikendheid van kredietbeoordelingsprocessen van de beleggingsvennootschappen, beoordeelt zij het gebruik van verwijzingen naar ratings als bedoeld in het vierde lid, in het beleggingsbeleid van de instellingen voor collectieve belegging, en moedigt zij, indien passend, de beperking van de impact van dergelijke verwijzingen aan, met als doel het verminderen van het uitsluitend en mechanisch vertrouwen op dergelijke ratings.".

  Art. 467. § 1. In artikel 202, § 1, 4°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder a) worden de woorden "een onderneming die aan prudentieel toezicht is onderworpen" vervangen door de woorden "een onderneming die de in artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995 bedoelde beleggingsdiensten mag verrichten, aan een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  2° de bepaling onder b) wordt vervangen als volgt :
  "b) De criteria voor beleggingsspreiding die periodiek door de instelling voor collectieve belegging worden vastgesteld, moeten worden nageleefd.";
  4° de bepaling onder d) wordt opgeheven.
  § 2. In artikel 202, § 1, 5°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder b) worden het tweede en derde lid opgeheven;
  2° de bepaling onder c) wordt opgeheven.
  § 3. In artikel 202, § 3, van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 468. In artikel 207 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, vijfde lid, b), worden de woorden ", Richtlijn 2011/61/EU" ingevoegd tussen de woorden "Richtlijn 2009/65/EG" en de woorden ", Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, a), worden de woorden ", een beheervennootschap als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU" ingevoegd tussen de woorden "een beleggingsonderneming" en de woorden "of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging";
  3° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden ", beheervennootschappen als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EG" ingevoegd tussen de woorden "beleggingsondernemingen" en de woorden "of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging".

  Art. 469. In artikel 218, tweede lid van dezelfde wet, worden de woorden "of van haar klanten" opgeheven.

  Art. 470. In artikel 221 van dezelfde wet wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende :
  "Artikel 62bis van de wet van 6 april 1995 en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, is van toepassing op beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, wat de uitoefening van de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 23° betreft.".

  Art. 471. Artikel 224 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 472. In artikel 228 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 1° opgeheven.

  Art. 473. In artikel 236, § 4, van dezelfde wet worden de woorden "79, 80, 82, 1° en 3°, 83 en 85" vervangen door de woorden "79 tot 85".

  Art. 474. In dezelfde wet wordt een artikel 236/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 236/1.
  De andere entiteiten op wie de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, zijn onderworpen aan het toezicht van de FSMA wat de toepassing van deze bepalingen betreft. Paragrafen 2 tot 4 van artikel 236 zijn van overeenkomstige toepassing.".

  Art. 475. In artikel 241 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° moet onder "financiële holding" worden verstaan, een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheerders van AICB's als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU of financiële instellingen zijn en waarvan ten minste één een kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of beheerder van AICB's als bedoeld in Richtlijn 2011/61/EU is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van artikel 3, 39° van de wet van 25 april 2014, artikel 95bis van de wet van 6 april 1995, artikel 91octiesdecies van de wet van 9 juli 1975 of artikel 98 van de wet van 16 februari 2009;";
  2° in paragraaf 5 worden de woorden "artikel 345 van de wet van 19 april 2014," ingevoegd tussen de woorden "artikel 95bis van de wet van 6 april 1995," en de woorden "artikel 98 van de wet van 16 februari 2009".

  Art. 476. In artikel 250 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, tweede lid, 3°, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "de FSMA kan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ook gelasten de deelnemingen over te dragen die zij bezit overeenkomstig artikel 217. Artikel 208, tweede lid, is van toepassing;";
  2° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven.

  Art. 477. In artikel 255 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of een gemengde financiële holding" vervangen door de woorden ", een gemengde financiële holding of een andere entiteit op wie bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "of een gemengde financiële holding, opgericht naar Belgisch recht" vervangen door de woorden ", een gemengde financiële holding of een andere entiteit waarop bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen van toepassing zijn, opgericht naar Belgisch recht".

  Art. 478. In artikel 256 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 2° opgeheven.
  1° in de bepaling onder 1° wordt de puntkomma vervangen door een punt;
  2° de bepaling onder 2° wordt opgeheven.

  Art. 479. In artikel 271, § 2, tweede lid, worden de woorden "250, § 1, tweede lid, 1°, 3° en 4° " vervangen door de woorden "250, § 1, tweede lid, 1°, 3°, 4° en 5° ".

  Art. 480. In dezelfde wet wordt een deel IIIbis met de artikelen 271/1 tot 271/18 ingevoegd, luidende :
  "DEEL IIIbis. - Instellingen voor belegging in schuldvorderingen
  Boek I. - Toepassingsgebied en algemene bepalingen
  Art. 271/1. Dit deel is van toepassing op de beleggingsinstellingen die hun financiële middelen in België of in het buitenland uitsluitend aantrekken bij in aanmerking komende beleggers die voor eigen rekening handelen, waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven en die zijn ingeschreven conform de bepalingen in dit deel.
  Art. 271/2. Voor de toepassing van artikel 3, 13°, a), i), is artikel 5 van toepassing.
  Art. 271/3. De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen hebben als uitsluitend doel de belegging in schuldvorderingen in het bezit van derden en overgedragen aan de instelling voor belegging bij een overdrachtsovereenkomst onder de voorwaarden en volgens de regels die door de Koning zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en hun beheerreglement of statuten.
  Art. 271/4. Elke institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen wordt bestuurd of beheerd volgens het beginsel van de risicospreiding, in het uitsluitende belang van de houders van effecten die zijn uitgegeven door de beleggingsinstelling en op zodanige wijze dat een autonoom beheer van de instelling is verzekerd.
  Boek II. Privaatrechtelijk statuut
  Art. 271/5. De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen kunnen worden opgericht in de vorm van een fonds voor belegging in schuldvorderingen of een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen ("VBS").
  Art. 271/6. § 1. De rechten van deelneming in de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen zijn op naam gesteld.
  § 2. Niettegenstaande artikel 3, 3°, mag de overdrager van de schuldvorderingen die geen in aanmerking komende belegger is, effecten van de instelling verwerven of haar op een andere wijze financiële middelen verstrekken, in de mate dat de aldus verstrekte financiële middelen voornamelijk worden verstrekt om ten gunste van de andere beleggers de risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen te beheren.
  Onverminderd artikel 3, 3°, doet de toelating tot de verhandeling van effecten van een institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen op een MTF of gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, of het feit dat de effecten van een dergelijke instelling voor belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor belegging, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van in aanmerking komende belegger van de houders van haar effecten te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar effecten door beleggers die geen in aanmerking komende beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het vorige lid, om de hoedanigheid van in aanmerking komende belegger van de houders van haar effecten te waarborgen.
  In afwijking van artikel 3, 1° en 3°, mag de institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen haar financiële middelen uitsluitend aantrekken bij één enkele in aanmerking komende belegger voor zover het een professionele belegger is als bedoeld in punt (4) van deel I, eerste lid, van bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten.
  Art. 271/7. § 1. De netto-opbrengsten van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of van de beleggingsvennootschap worden vastgesteld en uitgekeerd of gekapitaliseerd conform het beheerreglement of de statuten.
  § 2. Alle deelnemers hebben gelijke rechten; er mogen geen verschillende categorieën van rechten van deelneming worden gecreëerd, tenzij :
  1° het beheerreglement of de statuten bepalen dat twee types van rechten van deelneming kunnen worden gecreëerd, waarbij de netto-opbrengst voor het ene type wordt uitgekeerd en voor het andere type wordt gekapitaliseerd;
  2° de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen voorzien in de mogelijkheid om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren overeenkomstig de artikelen 271/11 of 271/9, § 1, eerste lid;
  3° in het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen of in de statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen, verschillende categorieën van rechten van deelneming zijn gecreëerd. Het beheerreglement of de statuten bepalen de wijze van verdeling over de verschillende categorieën van rechten van deelneming, van de bedragen die betaald zijn door de schuldenaars van schuldvorderingen die de schuldvorderingsportefeuille vormen.
  Het beheerreglement of de statuten kunnen in preferente rechten van deelneming voorzien.
  § 3. De statuten van een vennootschap voor belegging in schuldvorderingen of het beheerreglement van een gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen bepalen dat de winst van de vennootschap of van het fonds wordt uitgekeerd of wordt gereserveerd voor latere uitkering of voor de dekking van risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen.
  Art. 271/8. In geval een schuldvordering wordt overgedragen aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, zijn de artikelen 1328 van het Burgerlijk Wetboek en 26 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, artikel 8 van Hoofdstuk II, Titel I van Boek II van het Wetboek van Koophandel en artikelen 18 en 20 van de wet van 15 april 1884 betreffende de landbouwleningen, niet van toepassing op deze overdracht. Dezelfde bepalingen zijn niet van toepassing op een inpandgeving van een schuldvordering aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet.
  Wanneer schuldvorderingen worden overgedragen aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deze wet, dan verwerft de overnemer door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel VI, Hoofdstuk VIII van het Burgerlijk Wetboek alle rechten in verzekeringsovereenkomsten die de cedent bezit als waarborg voor de overgedragen schuldvorderingen. Een inpandgeving van diezelfde rechten aan of door een instelling voor belegging in schuldvorderingen geschiedt door de loutere naleving van de voorschriften van Boek III, Titel XVII van het Burgerlijk Wetboek of titel VI, boek I van het Wetboek van Koophandel.
  Art. 271/9. § 1. Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 12, §§ 1, 2, 3, tweede lid, en 4, artikel 13, eerste en derde lid en artikel 14 zijn van toepassing op de institutionele fondsen voor belegging in schuldvorderingen.
  In de gevallen bedoeld in 14, § 2, tweede lid, 1°, 2° en 3°, kan de algemene vergadering van deelnemers enkel op geldige wijze beraadslagen en beslissen indien de aanwezige deelnemers ten minste de helft vertegenwoordigen van het aantal rechten van deelneming in omloop.
  Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is een nieuwe bijeenroeping nodig en beraadslaagt en beslist de nieuwe vergadering op geldige wijze ongeacht het aantal rechten van deelneming in omloop dat door de aanwezige deelnemers wordt vertegenwoordigd.
  De twee voorgaande leden zijn niet van toepassing op de beraadslagingen en beslissingen als bedoeld in artikel 14, § 1.
  § 2. Wanneer nieuwe rechten van deelneming worden uitgegeven tegen een inbreng in geld, moeten zij vooraf worden aangeboden aan de houders van eerder uitgegeven rechten van deelneming.
  § 3. Het beheerreglement van een institutioneel fonds voor belegging in schuldvorderingen mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.
  § 4. Elk institutioneel fonds voor belegging in schuldvorderingen heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden "institutioneel fonds voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op de naam.
  § 5. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van een institutioneel gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen zijn de bepalingen van boek IV, titel IX of boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing.
  Art. 271/10. § 1. Een VBS wordt opgericht als naamloze vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen.
  § 2. De statuten bepalen het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal.
  Het bedrag bedoeld in het eerste lid mag niet kleiner zijn dan 61 500 euro en moet volgestort zijn.
  Het kapitaal van de VBS is veranderlijk voor het gedeelte dat het bedrag van het vast gedeelte van het maatschappelijk kapitaal overtreft.
  § 3. De artikelen 439, 440, 441, 448, 477 en 616 van het Wetboek van Vennootschappen alsook de artikelen 613 en 614 van het Wetboek van Vennootschappen, wat het veranderlijk gedeelte van het kapitaal betreft, zijn niet van toepassing op de VBS.
  Onverminderd artikel 3, 7°, a), is artikel 559 van het Wetboek van Vennootschappen van toepassing.
  Art. 271/11. § 1. De statuten van een VBS kunnen de raad van bestuur machtigen om verschillende categorieën van rechten van deelneming te creëren, waarbij elke categorie overeenstemt met een afzonderlijk gedeelte of compartiment van het vermogen. Artikel 560 van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.
  Als de compartimenten individueel in de statuten worden vermeld, worden die gewijzigd door de beslissing van de raad van bestuur om een nieuwe categorie van rechten van deelneming te creëren, zonder dat daartoe een algemene vergadering moet worden bijeengeroepen.
  § 2. In de statuten wordt, met inachtneming van de gelijkheid van de deelnemers, de wijze bepaald waarop de kosten worden toegerekend aan de gehele vennootschap en per compartiment, alsook de wijze waarop de algemene vergadering het stemrecht uitoefent, de jaarrekening goedkeurt en kwijting verleent aan de bestuurders en de commissarissen.
  § 3. In geval van ontbinding, vereffening of herstructurering van compartimenten zijn de bepalingen van Boek IV, Titel IX of Boek XI van het Wetboek van Vennootschappen van overeenkomstige toepassing op de compartimenten.
  Elk compartiment van een VBS wordt afzonderlijk vereffend, zonder dat die vereffening leidt tot de vereffening van een ander compartiment. Enkel de vereffening van het laatste compartiment leidt tot de vereffening van de VBS.
  § 4. De rechten van de deelnemers en schuldeisers met betrekking tot een compartiment of die zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van een compartiment, zijn beperkt tot de activa van dat compartiment.
  Als in het vermogen verschillende compartimenten zijn ingericht, wordt ten aanzien van de tegenpartij elke verbintenis of verrichting op een niet mis te verstane wijze aan één of meer compartimenten toegerekend. De bestuurders zijn, hetzij jegens de deelnemers in het fonds, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtredingen van de bepalingen van dit lid.
  In afwijking van de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet van 16 december 1851 strekken de activa van een bepaald compartiment exclusief tot waarborg voor de rechten van de deelnemers met betrekking tot dit compartiment en de schuldeisers van wie de vorderingen zijn ontstaan naar aanleiding van de oprichting, de werking of de vereffening van dit compartiment.
  De regels inzake gerechtelijke reorganisatie en faillissement worden toegepast per compartiment zonder dat een dergelijke gerechtelijke reorganisatie of faillissement van rechtswege de gerechtelijke reorganisatie of het faillissement van de andere compartimenten of van de beleggingsvennootschap tot gevolg kan hebben. Schuldeisers kunnen hun rechten om de ontbinding, de vereffening of het faillissement van de compartimenten of van de beleggingsvennootschap zelf te vorderen, contractueel beperken of er afstand van doen.
  Art. 271/12. § 1. De artikelen 568 tot 580 van het Wetboek van Vennootschappen zijn, behoudens andersluidende bepaling in de uitgiftevoorwaarden, van toepassing op de houders van obligaties of andere schuldinstrumenten die zijn uitgegeven door een instelling voor belegging in schuldvorderingen.
  Wanneer obligaties of andere schuldinstrumenten worden uitgegeven door een fonds voor belegging in schuldvorderingen, worden de verplichtingen waartoe de uitgevende vennootschap of haar raad van bestuur gehouden zijn krachtens de voornoemde artikelen 568 tot 580, opgelegd aan de beheervennootschap van het fonds.
  Voor de houders van schuldinstrumenten die behoren tot een zelfde uitgifte of tot een zelfde categorie van schuldinstrumenten kunnen één of meer vertegenwoordigers worden aangesteld op voorwaarde dat de uitgiftevoorwaarden regels bevatten voor de organisatie van de algemene vergaderingen van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Die vertegenwoordigers kunnen alle houders van de schuldinstrumenten van die uitgifte of categorie verbinden en jegens derden of in rechte vertegenwoordigen binnen de grenzen van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd en zij moeten hun bevoegdheid enkel verantwoorden door de voorlegging van de akte waarin ze zijn aangesteld. Zij kunnen in rechte optreden en de houders van de schuldinstrumenten vertegenwoordigen in elk faillissement, gerechtelijke reorganisatie of analoge procedure zonder de identiteit van de houders van de schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen, te moeten bekendmaken.
  Deze vertegenwoordigers oefenen hun bevoegdheden uit in het uitsluitend belang van de houders van schuldinstrumenten die zij vertegenwoordigen en zij zijn hun rekenschap verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in de uitgiftevoorwaarden of in de beslissing tot aanstelling.
  De vertegenwoordigers van de houders van schuldinstrumenten worden aangesteld, hetzij voor de uitgifte door de emittent, hetzij, indien hun benoeming plaatsvindt na de uitgifte, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten. Hun bevoegdheden worden vastgelegd in de uitgiftevoorwaarden of, zo niet, door de algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten.
  De algemene vergadering van de houders van de betrokken schuldinstrumenten kan steeds de aanstelling van de vertegenwoordiger(s) herroepen op voorwaarde dat zij terzelfder tijd één of meer andere vertegenwoordigers aanstelt.
  Behoudens een strikter beding in de uitgiftevoorwaarden beslist de algemene vergadering bij eenvoudige meerderheid van de vertegenwoordigde schuldinstrumenten.
  § 2. Een instelling voor belegging in schuldvorderingen kan ten behoeve van de houders van de obligaties of schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 2, 31°, b), van de wet van 2 augustus 2002, die zij heeft uitgegeven of zal uitgeven, schuldvorderingen en andere activa die de instelling voor belegging in schuldvorderingen heeft verworven of zal verwerven, in pand geven, overeenkomstig de bepalingen van Titel VI van Boek I van het Wetboek van Koophandel.
  Behoudens andersluidend beding in de pandovereenkomst strekt het pand zich uit tot de gelden voortgebracht door de verpande schuldvorderingen of ter betaling ervan ontvangen en tot de schuldvorderingen en financiële instrumenten waarin zij worden belegd.
  Artikel 17, 3°, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 is niet van toepassing op wijzigingen, toevoegingen of vervangingen wat betreft het voorwerp van het in deze paragraaf bedoeld pand voor zover dit pand wordt gevestigd vóór of gelijktijdig met de uitgifte van de gewaarborgde schuldinstrumenten en de wijzigingen, toevoegingen en vervangingen geschieden overeenkomstig de bepalingen van de pandovereenkomst of overeenkomstig het tweede lid van deze paragraaf.
  Onverminderd andere door de wet bepaalde middelen van tegeldemaking, beveelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel op verzoek van alle houders van de gewaarborgde schuldinstrumenten dat het pand aan hen zal verblijven als betaling en dit ten belope van een schatting door een deskundige.
  Art. 271/13. § 1. Een institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 3, 1° en 3°, en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel.
  § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van Vennootschappen, bevat de naam van de institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden "institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht" of "institutionele VBS naar Belgisch recht", ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam.
  § 3. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van Vennootschappen mag een institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen worden opgericht door een in aanmerking komende belegger.
  Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing.
  Boek III. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening
  Titel I. - Inschrijving
  Art. 271/14. De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen moeten zich, alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, laten inschrijven bij de Federale Overheidsdienst Financiën op de lijst van de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor belegging.
  Art. 271/15. Een institutionele instelling voor belegging in schuldvorderingen wordt ingeschreven op deze lijst op voorlegging van een afschrift van haar statuten of van haar beheerreglement.
  De Koning bepaalt de inschrijvingsvoorwaarden.
  Elk document dat ter bevestiging van deze inschrijving wordt afgegeven door de Federale Overheidsdienst Financiën en elk document dat met het oog op de uitvoering van de verrichtingen van de instelling voor belegging naar deze inschrijving verwijst, moet vermelden dat de inschrijving geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen, evenmin als van de positie van de instelling voor belegging.
  Titel II. - Bedrijfsuitoefening
  Art. 271/16. De Koning stelt de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen zijn onderworpen.
  Die besluiten worden door de Koning genomen op advies van de FSMA en na open raadpleging.
  Art. 271/17. Artikel 81, § 1, eerste lid, §§ 2 en 4, en artikel 101, § 1, eerste en derde lid, zijn van toepassing op de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen.
  De institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen mogen steeds bijkomend of tijdelijk termijnbeleggingen, liquide middelen en effecten in bezit hebben.
  De Koning kan bepalen volgens welke regels de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen hun boekhouding moeten voeren, in voorkomend geval per compartiment, inventarisramingen moeten verrichten en hun jaarrekening moeten opstellen en openbaar maken.
  TITRE III. - Toezicht
  Art. 271/18. De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de toepassing van de artikelen 96 tot 115 van deze wet uitbreiden tot de institutionele instellingen voor belegging in schuldvorderingen."

  Art. 481. In deel III, boek III, van dezelfde wet wordt titel II dat de artikelen 272 tot 285 bevat, opgeheven.

  Art. 482. In artikel 285bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 285bis wordt verplaatst in deel VI van dezelfde wet, en hernummerd 295/1;
  2° het woord "effecten van" wordt telkens vervangen door de woorden "rechten van deelneming in";
  3° in de bepaling onder 1° worden de woorden "instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" vervangen door de woorden "instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG";
  4° de bepaling onder 2° wordt opgeheven;
  5° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° een openbare aanbieding van rechten van deelneming in een instelling voor collectif belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, waarbij artikel 71 niet werd nageleefd; of";
  6° in de bepaling onder 5° worden de woorden "instelling voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht" vervangen door de woorden "instelling voor collectieve belegging naar Belgisch of buitenlands recht die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG" en de woorden "de artikelen 60, § 3, 155, § 1, eerste lid, en 166, § 1" vervangen door de woorden "de artikelen 60, § 3, en 155, § 1, eerste lid".

  Art. 483. In artikel 287 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden ", 155 en 166" vervangen door de woorden "en 155";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden ", 155, § 3, of 166, § 3" vervangen door de woorden "en 155, § 3";
  3° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt :
  "6° zij die met opzet effecten hebben aangeboden of overgedragen als effecten van een instelling voor collectieve belegging of van een instelling voor belegging in schuldvorderingen, terwijl zij wisten dat de entiteit waarvan zij de effecten hebben aangeboden of overgedragen, geen instelling voor collectieve belegging was in de zin van deel II van deze wet of geen instelling voor belegging in schuldvorderingen was in de zin van deel IIIbis van deze wet, of dat die effecten niet de kenmerken vertoonden van de effecten van een instelling voor collectieve belegging in de zin van deel II van deze wet of van een instelling voor belegging in schuldvorderingen in de zin van deel IIIbis van deze wet;";
  4° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt :
  "7° zij die met opzet effecten openbaar hebben aangeboden of overgedragen als effecten van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG, terwijl zij wisten dat de instelling voor collectieve belegging waarvan zij de effecten hebben aangeboden of overgedragen, geen instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG was in de zin van titel II van boek II van deel II van deze wet, of dat die effecten niet de kenmerken vertoonden van de effecten van een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG in de zin van titel II van boek II van deel II van deze wet;";
  4° in de bepalingen onder 2°, 3°, 4° en 5° worden de woorden "met een veranderlijk aantal rechten van deelneming" opgeheven.

  Art. 484. In artikel 288 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° wordt het woord "effecten" vervangen door het woord "rechten van deelneming";
  2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° zij die openbaar rechten van deelneming aanbieden van een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht, terwijl de FSMA de in artikel 93, lid 3, van Richtlijn 2009/65/EG bedoelde kennisgeving niet heeft ontvangen, of terwijl de inschrijving als instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht is herroepen, of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in artikel 157;";
  3° in de bepaling onder 3° worden de getallen ", 143, 144" opgeheven;
  4° een bepaling onder 3° /1 wordt ingevoegd, luidende :
  "3° /1 zij die de naam "instelling voor belegging in schuldvorderingen", "beleggingsfonds in schuldvorderingen" of "beleggingsvennootschap in schuldvorderingen" hebben gebruikt ter omschrijving van een entiteit die niet is ingeschreven op de lijst van de instellingen voor belegging in schuldvorderingen als bedoeld in artikel 271/14, behalve wanneer dat in België gebeurt door een instelling voor belegging in schuldvorderingen naar buitenlands rechts die van die naam gebruik mag maken in haar land van herkomst;";
  5° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
  "4° de beleggingsvennootschap, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de ondernemingen als bedoeld in artikel 42, § 1, alsook de bestuurders, zaakvoerders en directeuren van de voormelde vennootschappen en ondernemingen, die met opzet de bepalingen van delen II of IIIbis van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen hebben overtreden, of die met opzet verrichtingen met betrekking tot de portefeuille van de instelling voor belegging hebben uitgevoerd die strijdig zijn met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;";
  6° in de bepaling onder 7° worden de woorden ", driemaandelijkse financiële staten" opgeheven;
  7° in de bepaling onder 8° worden de woorden "of driemaandelijkse financiële staten" opgeheven.

  Art. 485. In artikel 289, § 1, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "de artikelen 188 of 274 of 279" vervangen door de woorden "artikel 188".

  Art. 486. In artikel 296, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden ", 271, 278 en 284" vervangen door de woorden "en 271".

  Art. 487. In artikel 297, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "de instellingen voor collectieve belegging en" ingevoegd tussen de woorden "op het statuut van en het toezicht op" en de woorden "de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "de instellingen voor collectieve belegging en het" ingevoegd tussen de woorden "de Europese richtlijnen inzake" en de woorden "prudentieel toezicht".

  Art. 488. De artikelen 301, 302, 303, 304 en 305 van dezelfde wet worden opgeheven.

  Art. 489. In de artikelen 5, 61, 152 en 154 van dezelfde wet, worden telkens de woorden "institutionele of professionele beleggers" vervangen door de woorden "professionele beleggers".

  DEEL VIII. - DIVERSE BEPALINGEN

  Art. 490. Vooraleer er uitspraak gedaan wordt over de opening van een faillissementsprocedure of over een voorlopige ontneming van beheer in de zin van artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van een openbare AICB of een beheervennootschap die openbare AICB's beheert, richt de voorzitter van de rechtbank van koophandel een verzoek om advies aan de FSMA. De griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de procureur des Konings ervan in kennis. Het verzoek wordt schriftelijk aan de FSMA gericht. Bij dit verzoek worden de nodige documenten ter informatie gevoegd.
  De FSMA brengt haar advies uit binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een AICB of op een beheervennootschap van AICB's waarvoor een voorafgaande coördinatie met de buitenlandse autoriteiten is vereist, beschikt de FSMA over een ruimere termijn om haar advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de FSMA van oordeel is gebruik te moeten maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de gerechtelijke autoriteit die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de FSMA beschikt om een advies uit te brengen schort de termijn op waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de FSMA geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de rechtbank uitspraak doen.
  De FSMA verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.

  Art. 491. § 1. De Koning kan de terminologie van de geldende wettelijke bepalingen alsook de verwijzingen hierin naar de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012, van de wet van 20 juli 2004 of van Boek III van de wet van 4 december 1990 wijzigen teneinde ze in overeenstemming te brengen met deze wet.
  § 2. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit, op advies van de FSMA, de nodige maatregelen nemen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld. De Koning kan volgens dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve maatregelen en sancties kunnen worden opgelegd met toepassing van de artikelen 359, 362 en 365.
  De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
  De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

  DEEL IX. - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

  Boek I. - Vergunningsplicht voor de beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  Art. 492. § 1. De beheerders, die vóór de inwerkingtreding van deze wet activiteiten verrichtten die onderworpen zijn aan de bepalingen van deel II van deze wet, nemen alle nodige maatregelen om te voldoen aan deze bepalingen en dienen uiterlijk 22 juli 2014 een vergunningsaanvraag in conform artikel 11.
  § 2. De artikelen 84 tot 92, 102 tot 104, 114 tot 124, 126 tot 129 en 133 zijn niet van toepassing op de verhandeling van rechten van deelneming in AICB's waarvoor een lopend openbaar aanbod geldt in het kader van een prospectus dat overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG vóór 22 juli 2013 werd opgesteld en gepubliceerd, en dit voor de geldigheidsduur van dit prospectus.
  § 3. De onderstaande vennootschappen en instellingen mogen hun activiteiten blijven uitoefenen zonder vergunning ingevolge artikel 11, voor zover zij deze activiteiten reeds verrichtten vóór 22 juli 2013 :
  1° de beheervennootschappen van AICB's naar Belgisch recht die AICB's naar Belgisch of buitenlands recht met een vast aantal rechten van deelneming beheren, en
  2° de AICB's naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming die niet worden beheerd door een beheervennootschap,
  voor zover zij na 22 juli 2013 geen bijkomende beleggingen doen.
  De beheervennootschappen en de AICB's als bedoeld in deze paragraaf blijven onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen als van kracht op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet.
  § 4. De onderstaande vennootschappen en instellingen mogen hun activiteiten blijven uitoefenen zonder te moeten voldoen aan deze wet, met uitzondering van de artikelen 60 en 61, §§ 1, 3 en 4, en, in voorkomend geval, de artikelen 76 tot 83, of zonder een vergunningsaanvraag te hoeven indienen ingevolge artikel 11 van deze wet :
  1° de beheervennootschappen van AICB's die AICB's met een vast aantal rechten van deelneming beheren, en
  2° de AICB's met een vast aantal rechten van deelneming die niet worden beheerd door een beheervennootschap,
  waarvan de inschrijvingsperiode voor de deelnemers is afgesloten vóór 21 juli 2011 en die zijn opgericht voor een periode die uiterlijk 22 juli 2016 afloopt.
  De beheervennootschappen en de AICB's als bedoeld in deze paragraaf blijven voor het overige onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen als van kracht op de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet.

  Boek II. - Verhandeling zonder paspoort van alternatieve instellingen voor collectieve belegging

  TITEL I. - Inwerkingtreding van de artikelen 93 tot 100, 105, 125 [1 ...]1 en 134 [1 tot 165]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 90, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 493.De artikelen 93 tot 100, 105, 125 [1 ...]1 en 134 [1 tot 165]1 treden in werking op de datum die is bepaald in de gedelegeerde handeling vastgesteld door de Europese Commissie volgens artikel 67, lid 6 van Richtlijn 2011/61/EU.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 91, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  TITEL II. - Overgangsbepalingen

  HOOFDSTUK I. - Verhandeling zonder paspoort in België van rechten van deelneming in door een beheerder uit de Europese Unie beheerde alternatieve instellingen voor collectieve belegging uit derde landen

  Art. 494. Een beheerder uit de Europese Unie mag in België rechten van deelneming verhandelen in door hem beheerde AICB's uit derde landen en in feeders uit de Europese Unie die niet aan de in artikel 84, tweede lid bedoelde voorschriften voldoen, op voorwaarde dat :
  1° de beheerder volgens de regels een vergunning heeft verkregen in zijn lidstaat van herkomst en voldoet aan de bij Richtlijn 2011/61/EU vastgestelde voorschriften, met uitzondering van artikel 21.
  De beheerder zorgt er evenwel voor dat een of meer entiteiten worden aangesteld om de in artikel 21, paragrafen 7, 8 en 9 van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde taken uit te voeren, en mag die taken onder geen beding zelf verrichten. De beheerder verstrekt de FSMA informatie over de identiteit van die entiteiten;
  2° tussen de FSMA en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de AICB is gevestigd, een adequate, met de internationale normen strokende samenwerkingsregeling voor toezicht op systeemrisico's bestaat die een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, zodat de FSMA de haar bij de wet toevertrouwde taken kan uitvoeren;
  3° het derde land waar de betrokken AICB is gevestigd, niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF staat.

  Art. 495. De betrokken beheerder bezorgt de FSMA vooraf een kennisgeving voor elke AICB die hij voornemens is te verhandelen in België.
  Die kennisgeving omvat :
  1° de documentatie en de informatie als bedoeld in artikel 86, tweede lid, 1°, 2°, 4°, 5° en 6° ;
  2° de identiteit van de entiteit die is aangesteld om de opdrachten te vervullen als bedoeld in artikel 21, paragrafen 7, 8 en 9 van Richtlijn 2011/61/EU;
  3° het bewijs dat is voldaan aan de vereisten van artikel 494.
  Als aan de vereisten van het vorige artikel is voldaan, laat de FSMA aan de beheerder weten dat hij van start mag gaan met de verhandeling.
  Artikelen 88 en 89 zijn van toepassing.

  Art. 496.§ 1. De in dit hoofdstuk bedoelde rechten van deelneming in AICB's mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van artikel 503 worden nageleefd.
  § 2. [1 ...]1
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  HOOFDSTUK II. - In een derde land gevestigde beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging die rechten van deelneming in door hen beheerde alternatieve instellingen voor collectieve belegging verhandelen zonder paspoort

  Art. 497. De in derde landen gevestigde beheerders van AICB's mogen in België rechten van deelneming in door hen beheerde AICB's verhandelen zonder zich aan de bepalingen van hoofdstukken I en II van titel II, boek II, deel II te conformeren, voor zover zij aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° de betrokken beheerder leeft de artikelen 60, 61, §§ 1, 3 en 4, 63, 64, 65, 66, 68, 69, 70, 71 en 72 na voor elke AICB die hij krachtens dit hoofdstuk verhandelt.
  Daarnaast leeft de beheerder ook artikelen 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82 en 83 na ingeval een AICB die hij verhandelt in het toepassingsgebied van deze bepalingen valt.
  Op verzoek, verstrekt de beheerder de FSMA elk kwartaal een gedetailleerd overzicht van alle AICB's die hij beheert;
  2° tussen de FSMA, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken AICB's uit de Europese Unie en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de beheerder van AICB's is gevestigd en, in voorkomend geval, de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de AICB uit derde landen is gevestigd, bestaat een adequate, met de internationale normen strokende samenwerkingsregeling voor toezicht op systeemrisico's die een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert zodat de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten hun taken uit hoofde van Richtlijn 2011/61/EU kunnen uitvoeren;
  3° het derde land waar de beheerder of de AICB is gevestigd, staat niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF.
  Als de bevoegde autoriteit van een AICB uit de Europese Unie niet binnen een redelijke termijn deelneemt aan de samenwerkingsregelingen overeenkomstig artikel 42, lid 1, alinea 2, punt b) van Richtlijn 2011/61/EU, kan de FSMA de vraag voorleggen aan de ESMA.

  Art. 498. De betrokken beheerder bezorgt de FSMA vooraf een kennisgeving voor elke AICB die hij voornemens is te verhandelen in België.
  Die kennisgeving omvat :
  1° de documentatie en de informatie als bedoeld in artikel 86, tweede lid, 1°, 2°, 4°, 5° en 6° ;
  2° het bewijs dat is voldaan aan de vereisten van artikel 497.
  Als aan de vereisten van het vorige artikel is voldaan, laat de FSMA aan de beheerder weten dat hij van start mag gaan met de verhandeling..
  De artikelen 88 en 89 zijn van toepassing.

  Art. 499.§ 1. De in dit hoofdstuk bedoelde rechten van deelneming in AICB's mogen uitsluitend in België openbaar worden aangeboden als de bepalingen van artikel 504 worden nageleefd.
  § 2. [1 ...]1
  Bovendien kan de toepassing van de besluiten en reglementen genomen met toepassing van de artikelen 30bis en 45, § 2 van de wet van 2 augustus 2002, overeenkomstig de voorwaarden die in deze bepalingen zijn voorzien, worden uitgebreid door de FSMA of de Koning tot de niet-openbare AICB's waarvan de rechten van deelneming aan retailbeleggers worden verhandeld.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 76, 014; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  HOOFDSTUK III. - Buitenwerkingtreding van de bepalingen van de hoofdstukken I en II

  Art. 500. De bepalingen van de hoofdstukken I en II treden buiten werking op de datum die is bepaald in de gedelegeerde handeling vastgesteld door de Europese Commissie volgens artikel 68, lid 6 van Richtlijn 2011/61/EU.

  Boek III. - Kleinschalige beheerders die niet beschikken over de vergunning als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 2011/61/EU

  Art. 501.De bepalingen van de artikelen 117 tot 122 en [1 127 tot 129, 132 en 133]1 treden in werking zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
  Tot die datum mogen de [1 kleinschalige beheerders naar het recht van een andere lidstaat]1 zonder vergunning als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU vrij niet-openbare AICB's beheren en de rechten van deelneming in de door hen beheerde AICB's zonder openbaar aanbod verhandelen.
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/11, art. 92, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Boek IV.
  <Opgeheven bij W 2014-05-12/18, art. 108, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  Art. 502.
  <Opgeheven bij W 2014-05-12/18, art. 108, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  Boek V. - Bepalingen over de openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen

  Art. 503. § 1. Tijdens de periode voorafgaand aan de in artikel 500 bedoelde datum mag een beheervennootschap uit de Europese Unie onder de volgende voorwaarden openbaar rechten van deelneming in door haar beheerde AICB's uit derde landen aanbieden in België :
  1° de beheervennootschap conformeert zich aan de artikelen 494 en 495;
  2° de beheervennootschap conformeert zich, voor elke, aldus aan het publiek aangeboden AICB uit derde landen, aan artikel 21 van Richtlijn 2011/61/EU met betrekking tot de AICB's die aan het publiek in België worden aangeboden;
  3° de beheervennootschap conformeert zich, voor elke, aldus aan het publiek aangeboden AICB uit derde landen, aan de bepalingen van deel III, boek I, titel III, met uitzondering van de artikelen 263, 1° en 2°, en 274, 1° en 2° ;
  4° tussen de FSMA en de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de AICB is gevestigd, bestaat een adequate samenwerkingsregeling die op zijn minst een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, zodat de FSMA de haar bij deze wet toevertrouwde taken kan uitvoeren.
  § 2. Het inschrijvingsdossier waarvan, naargelang van het geval, sprake is in artikel 265, § 2, of artikel 276, § 2, bevat het bewijs dat aan paragraaf 1 is voldaan.

  Art. 504. § 1. Tijdens de periode voorafgaand aan de in artikel 500 bedoelde datum mag een beheerder uit derde landen onder de volgende voorwaarden openbaar rechten van deelneming in door hem beheerde AICB's aanbieden in België :
  1° de betrokken beheerder conformeert zich aan de artikelen 497, eerste lid en 498;
  2° de betrokken beheerder conformeert zich, voor elke, in België aan het publiek aangeboden AICB, aan de bepalingen van deel III, boek I, titel III, met uitzondering van de artikelen 263, 1° en 2°, en 274, 1° en 2° ;
  3° de regeling die op de betrokken beheerder van toepassing is in zijn lidstaat van herkomst, moet minstens gelijkwaardig zijn aan de door deel II en door boek II van deel IV vastgestelde regeling, en aan de beheerder moet in dat verband op passende wijze een vergunning zijn verleend door de autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst;
  4° tussen de FSMA, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de betrokken AICB's uit de Europese Unie, de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de beheerder van AICB's is gevestigd, en, in voorkomend geval, de toezichthoudende autoriteiten van het derde land waar de AICB uit derde landen is gevestigd, bestaat een adequate samenwerkingsregeling die op zijn minst een efficiënte informatie-uitwisseling garandeert, zodat de FSMA de haar bij deze wet toevertrouwde taken kan uitvoeren.
  § 2. Het inschrijvingsdossier waarvan, naargelang van het geval, sprake is in artikel 265, § 2, of artikel 276, § 2, bevat het bewijs dat aan paragraaf 1 is voldaan.

  Art. 505. De openbare beleggingsinstellingen die geopteerd hebben voor de categorie van beleggingen als bedoeld in artikel 7, 7°, eerste lid van de voormelde wet van 3 augustus 2012 blijven onderworpen aan de regeling die op hen van toepassing was krachtens deze wet, als in voege de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet, en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen tot hun activiteiten volledig zijn stopgezet.

  Art. 506. De compartimenten met een bepaalde looptijd die gecreëerd zijn tot de inschrijving op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004 van de AICB's die geopteerd hadden voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 122, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 4 december 1990 en die waren ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 120, § 1, van de wet van 4 december 1990 tot de datum van inwerkingtreding van de wet van 20 juli 2004, zijn niet onderworpen aan de bepalingen van boek I van deel III, maar blijven tot hun vervaldag onderworpen aan de beperkingen en voorwaarden die zijn vastgelegd bij de wet van 4 december 1990 en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 122, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 4 december 1990, voor zover zij niet strijdig zijn met de bepalingen van deel II.
  Niettegenstaande het eerste lid zijn de artikelen 184, § 2, 2°, 188, eerste lid, 189, § 1, § 2, tweede lid, 4°, § 3, 191, § 4, 192, 197, tweede zin, 221 tot 234, 247, 252, 253 en, in zoverre zij van toepassing zijn op de AICB's, de artikelen 337 tot 365 van deze wet van toepassing op de in § 1 bedoelde AICB's en in voorkomend geval op hun compartimenten.

  Art. 507. De openbare AICB's naar buitenlands recht, en in voorkomend geval hun compartimenten, die op datum van 20 juli 2004 waren ingeschreven op de in artikel 137 van de wet van 4 december 1990 bedoelde lijst, zijn gerechtigd om, ook na de inwerkingtreding van deze wet, de regels van hun beleggingsbeleid te handhaven zoals deze bestonden vóór de datum van de inwerkingtreding van de wet van 20 juni 2005 houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wetten van 20 juli 2004, en houdende andere diverse bepalingen. Elke wijziging die de AICB's die van deze mogelijkheid gebruik maken, wensen uit te brengen in de regels van hun beleggingsbeleid, of van het beleggingsbeleid van voormelde compartimenten, moet ertoe strekken deze regels beter in overeenstemming te brengen met de bepalingen van boek III van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De AICB's die van deze mogelijkheid gebruik maken, mogen echter enkel nieuwe compartimenten oprichten overeenkomstig de bepalingen van deze wet. Zij worden ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 260 van deze wet zodra zij, met uitzondering van de regels inzake beleggingsbeleid, voldoen aan de bepalingen van deze wet.

  Art. 508. Onverminderd de artikelen 68 tot 72, geldt de volgende regeling :
  1° het prospectus van de compartimenten met een bepaalde looptijd die op de datum van inwerkingtreding van de wet van 20 juli 2004 waren ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 120, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 4 december 1990, moet niet worden aangepast aan de bepalingen van de artikelen 221 tot 234 van deze wet wanneer de AICB het recht op vrije toetreding tot die compartimenten heeft geschorst met toepassing van deze bepaling. De bepalingen betreffende het document met essentiële beleggersinformatie zijn niet van toepassing op de compartimenten bedoeld in dit punt;
  2° de compartimenten met een bepaalde looptijd van de openbare AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en die op de datum van inwerkingtreding van de wet van 3 augustus 2012 waren ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004, blijven onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 52 tot 61 van de wet van 20 juli 2004 tot hun vervaldag indien de AICB het recht op vrije toetreding tot die compartimenten heeft geschorst. De bepalingen betreffende het document met essentiële beleggersinformatie zijn niet van toepassing op de compartimenten bedoeld in dit punt;
  3° de compartimenten met een bepaalde looptijd van de openbare AICB's met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en die op de datum van inwerkingtreding van deze wet waren ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 33 van de wet van 3 augustus 2012, blijven onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 56 tot 70 van de wet van 3 augustus 2012 tot hun vervaldag indien de AICB het recht op vrije toetreding tot die compartimenten heeft geschorst.

  Art. 509.[1 § 1. De beleggingsvennootschappen die geopteerd hebben voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 5° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en die hun vergunning als gereglementeerde vastgoedvennootschap niet aanvragen overeenkomstig de artikels 77 en 78 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen, blijven tot het einde van de vierde maand na de inwerkingtreding van de voormelde wet, onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012 en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen, zoals die van kracht zijn op het ogenblik dat de onderhavige wet in werking treedt.
   Vanaf het verstrijken van de vierde maand na de inwerkingtreding van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, zijn de beleggingsvennootschappen bedoeld in het eerste lid gehouden een vergunningsaanvraag in te dienen overeenkomstig Deel II van de wet van 19 april 2014 betreffende de instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders en zijn ze onderworpen aan alle bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
   § 2. De beleggingsvennootschappen die geopteerd hebben voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 5° van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles en die hun vergunning als gereglementeerde vastgoedvennootschap aanvragen overeenkomstig de artikels 77 en 78 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen, blijven onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 augustus 2012 en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen, zoals die van kracht zijn op datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet, tot op het ogenblik waarop hun vergunning als gereglementeerde vastgoedvennootschap toegekend wordt.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/18, art. 109, 003; Inwerkingtreding: 16-07-2014 (KB 2014-07-13/01, art. 33)>

  Art. 510. De rechtspersonen die op de datum van inwerkingtreding van de wijzigingen die de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen heeft aangebracht in de artikelen 39, § 1, en 199 van de wet van 3 augustus 2012, een functie uitoefenen van lid van het wettelijk bestuursorgaan van een openbare beleggingsvennootschap of een beheervennootschap van openbare AICB's mogen hun lopend mandaat blijven uitoefenen tot het verstrijkt.
  Het eerste lid is ook van toepassing op de eenhoofdige besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die, op de datum van inwerkingtreding van de in artikel 39 van de wet van 3 augustus 2012 door de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen aangebrachte wijzigingen, belast waren met de effectieve leiding van een openbare beleggingsvennootschap.
  Tot het verstrijken van de in dit artikel bedoelde mandaten zijn de artikelen 206, § 1, en 317 van toepassing op de vaste vertegenwoordiger van de rechtspersoon.

  Art. 511. De FSMA is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de wet van 4 december 1990, van de wet van 20 juli 2004 en van de wet van 3 augustus 2012 zolang die van kracht blijven. Voor de uitvoering van deze opdracht beschikt zij over de bevoegdheden die haar zijn toegekend door de bepalingen van deel V.

  Art. 512.De Koning bepaalt de datum van de inwerkingtreding van de artikelen 292 tot 297, 301 en [1 305, § 1]1, bij een in Ministerraad overlegd besluit.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/25, art. 185, 015; Inwerkingtreding : 31-05-2019>

  Art. 513.
  <Opgeheven bij W 2016-12-25/12, art. 68, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 514. § 1. De AICB's die op de in artikel 33 van de wet van 3 augustus 2012 bedoelde lijst waren ingeschreven op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden hun inschrijving op voorwaarde dat de beleggingsvennootschap of hun beheervennootschap uiterlijk op 22 juli 2014 een vergunningsaanvraag indienen conform artikel 11 en dat zij bedoelde vergunning verkrijgt.
  De beheervennootschappen die op de in artikel 193 van de wet van 3 augustus 2012 bedoelde lijst waren ingeschreven op de datum van inwerkingtreding van deze wet, behouden hun inschrijving op voorwaarde dat zij uiterlijk op 22 juli 2014 een vergunningsaanvraag indienen conform artikel 11 en dat zij bedoelde vergunning verkrijgen.
  De in het eerste en het tweede lid bedoelde inschrijvingen worden van rechtswege geschrapt als de betrokken AICB of de betrokken beheervennootschap de in artikel 11 bedoelde vergunning niet heeft verkregen.
  § 2. De AICB's die op de datum van inwerkingtreding van deze wet waren ingeschreven als institutionele of private instelling voor collectieve belegging, behouden deze inschrijving mits voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° hun beheerder dient uiterlijk op 22 juli 2014 een vergunningsaanvraag in als bedoeld in artikel 11 en verkrijgt deze vergunning; of
  2° zij worden beheerd door een kleinschalige beheerder die zich binnen de maand van inwerkingtreding van deze wet voegt naar artikel 107, § 1.
  De in artikel 281, tweede lid bedoelde beleggingsinstellingen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet waren ingeschreven als institutionele of private instelling voor collectieve belegging, behouden deze inschrijving.

  Art. 515. Voor zover zij niet tegen de bepalingen van deze wet indruisen, blijven de krachtens de wetten van 4 december 1990, 20 juli 2004 en 3 augustus 2012 goedgekeurde besluiten en reglementen die van toepassing zijn op de instellingen waarop deze wet van toepassing is, en die op de datum van inwerkingtreding van deze wet van kracht waren, van kracht tot zij worden opgeheven.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 19 april 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Financiën,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De kamers hebben aangenomen en wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 02-05-2019 GEPUBL. OP 21-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 48/1; 281; 288; 269; 291; 297/1; 298; 299; 305; 305/1; 305/2; 305/3; 305/4; 305/5; 305/6; 305/7; 512)
  • originele versie
  • WET VAN 30-07-2018 GEPUBL. OP 05-09-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 267; 268; 68; 116; 122; 126; 133; 149; 155; 162; 496; 499)
  • originele versie
  • WET VAN 11-07-2018 GEPUBL. OP 20-07-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 222; 345; 360)
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 11; 70; 107; 208; 226; 261; 319; 336; 338; 345; 351; 367 352; 356; 357)
  • originele versie
  • WET VAN 26-03-2018 GEPUBL. OP 30-03-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 299; 299/1; 299/2; 299/3; 299/4; 302; 304)
  • originele versie
  • WET VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 206; 208; 317; 319; 324)
  • originele versie
  • WET VAN 21-11-2017 GEPUBL. OP 07-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 33; 39; 345/1; 360)
  • originele versie
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 11-08-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 338; 348)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 513)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 11; 51; 58; 58/1; 67/1; 84; 93; 102; 104; 108; 114; 117; 128; 130; 131; 126; 133; 149; 162; 155; 163; 164; 166-179; 180/1; 184; 186; 194; 210; NL225. 235; 245; 249; 253; 257; 262; 269; 278; 284; 285; 293; 319; 320; 333; 335; 344; 345; 345/1; 361; 365; 367; 372; 493; 501)
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-2016 GEPUBL. OP 20-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 110; 180; 184; 196; 196/1; 236; 251; 253; 288; 297; 299; 300; 307; 334; 335)
  • originele versie
  • WET VAN 25-10-2016 GEPUBL. OP 18-11-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 33; 35; 108; 209; 248; 307; 320; 345; )
  • originele versie
  • WET VAN 03-08-2016 GEPUBL. OP 16-08-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 286; 288; 289; 290/1)
  • originele versie
  • WET VAN 12-05-2014 GEPUBL. OP 30-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 67; 73; 74; 75; 502; 509)
  • originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 17-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 321; 322; 360)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3432 Integraal verslag : 20 maart 2014 Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2777 Handelingen van de Senaat : 3 april 2014.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 18 uitvoeringbesluiten 14 gearchiveerde versies
    Franstalige versie