J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 27 uitvoeringbesluiten 17 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/04/04/2014011239/justel

Titel
4 APRIL 2014. - Wet betreffende de verzekeringen.
(NOTA : art. 197/1 ; 197/2 ; 197/3 gewijzigd in de toekomst door W 2019-05-02/28, art. 54-56,018, 018; Inwerkingtreding : 22-05-2020)
(NOTA : gewijzigd in de toekomst door W 2019-04-04/26, art. 3-6; Inwerkingtreding : 01-02-2020)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-04-2014 en tekstbijwerking tot 22-05-2019)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 30-04-2014 nummer :   2014011239 bladzijde : 35487       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-04-04/23
Inwerkingtreding : 01-11-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
DEEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 1-2
Doel
Art. 3
Toepassingsgebied
Art. 4
Definities
Art. 5-6
DEEL 2. - SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE BEDRIJFSVOERING
TITEL I. - Algemene bepalingen
Art. 7-16, 16/1, 16/2
TITEL II. - Overdrachten van verzekeringsovereenkomsten
Art. 17-18
TITEL III. - Bijzondere regels met betrekking tot verzekeringen uit de groep activiteiten "leven" verbonden met beleggingsfondsen
Art. 19-20, 20/2
DEEL 3. - HET AANBIEDEN EN SLUITEN VAN OVEREENKOMSTEN : INFORMATIE, PUBLICITEIT, TARIFERING, SEGMENTATIE EN WINSTDELING
TITEL I. - Algemene bepalingen
Art. 21-27
TITEL II. - Transparantievoorschriften
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen inzake reclame en andere documenten en berichten
Art. 28
HOOFDSTUK 2. - Informatie
Art. 29-38
TITEL III. - Tarifering, voorwaarden en segmentatie
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 39-41
HOOFDSTUK 2. - Segmentatie
Art. 42-46
TITEL IV. - Winstdeling
Art. 47-53
DEEL 4. - DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST
TITEL I. - Toepassingsgebied en definities
Toepassingsgebied
Art. 54
Definities
Art. 55
Dwingende regels
Art. 56
TITEL II. - De verzekeringsovereenkomst in het algemeen
HOOFDSTUK 1. - Bepalingen betreffende alle verzekeringsovereenkomsten
Afdeling I. - Het sluiten van de overeenkomst
Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en verzekeringsaanvraag
Art. 57
Mededelingsplicht
Art. 58
Opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens
Art. 59
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens
Art. 60
Medische informatie
Art. 61
Afdeling II. - Omvang van de dekking
Bedrog en schuld
Art. 62
Oorlog
Art. 63
Afdeling III. - Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Art. 64
Afdeling IV. - Uitvoering van de overeenkomst
Geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie
Art. 65
Combinatiepolissen
Art. 66
Wijze van betaling van de premie en van de verzekeringsprestatie
Art. 67
Betaling aan minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen
Art. 68
Niet-betaling van de premie
Art. 69
Aanmaning tot betaling
Art. 70
Uitwerking van de schorsing van de dekking of van de opzegging van de overeenkomst
Art. 71
Gevolgen van de schorsing ten aanzien van de nog te vervallen premies
Art. 72
Premiekrediet
Art. 73
Melding van het schadegeval
Art. 74
Verplichtingen van de verzekerde bij schadegeval
Art. 75
Sancties
Art. 76
Afdeling V. - Beding ten behoeve van derden
Beding ten behoeve van derden
Art. 77
Mededeling van de voorwaarden van de dekking
Art. 78
Afdeling VI. - Niet bestaan en wijziging van het risico
Niet-bestaan van het risico
Art. 79
Vermindering van het risico
Art. 80
Verzwaring van het risico
Art. 81
Afdeling VII. - Medeverzekering en taak van de eerste verzekeraar
Medeverzekering
Art. 82
Taak van de eerste verzekeraar
Art. 83
Afdeling VIII. - Opzeggingswijzen
Opzeggingswijzen
Art. 84
Afdeling IX. - Duur en einde van de overeenkomst
Duur van de verplichtingen
Art. 85
Opzegging na schadegeval
Art. 86
Faillissement van de verzekeringnemer
Art. 87
Afdeling X. - Verjaring
Verjaringstermijn
Art. 88
Schorsing en stuiting van de verjaring
Art. 89
Afdeling XI. - Scheidsrechterlijke uitspraken
Scheidsrechterlijke uitspraken
Art. 90
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen eigen aan de verzekeringen tot vergoeding van schade
Belang bij het verzekerde
Art. 91
Verzekering ten behoeve van een derde
Art. 92
Omvang van de verzekeringsprestatie
Art. 93
Samenloop van verzekeringen van verschillende aard
Art. 94
Indeplaatsstelling van de verzekeraar
Art. 95
Oververzekering te goeder trouw
Art. 96
Oververzekering te kwader trouw
Art. 97
Onderverzekering : evenredigheidsbeginsel
Art. 98
Verdeling van de last van het schadegeval in geval van samenloop van verzekeringen
Art. 99
Overlijden van de verzekeringnemer, begunstigde van de dekking
Art. 100
Overeenkomsten gesloten intuitu personae
Art. 101
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen eigen aan de verzekering tot uitkering van een vast bedrag
Belang bij het verzekerde
Art. 102
Geen indeplaatsstelling
Art. 103
Samenloop van schadevergoedingen en prestaties
Art. 104
TITEL III. - Schadeverzekeringen
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Het beginsel van de schadevergoeding
Art. 105
Reddingskosten
Art. 106
HOOFDSTUK 2. - Zaakverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende alle zaakverzekeringen
Onderafdeling 1. - Verzekerbare waarde
Wijze van waardebepaling
Art. 107
Vaststelling van de verzekerde som
Art. 108
Voorafgaande taxatie
Art. 109
Onderafdeling 2. - Verplichtingen van de verzekerde
Gesteldheid van de plaats
Art. 110
Onderafdeling 3. - Overdracht onder de levenden
Overdracht onder de levenden van een verzekerde zaak
Art. 111
Onderafdeling 4. - Betaling van de schadevergoeding en voorrecht van de verzekeraar.
Bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers
Art. 112
Faillissement van de verzekerde
Art. 113
Voorrecht van de verzekeraar
Art. 114
Afdeling II. - Nadere bepalingen betreffende sommige zaakverzekeringen
Onderafdeling 1. - Brandverzekering
Normale dekking
Art. 115
Uitbreiding van de dekking
Art. 116
Inboedelverzekering
Art. 117
Verzekering van de met schade samenhangende aansprakelijkheid
Art. 118
Exclusiviteitsclausules
Art. 119
Rechten van bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers
Art. 120
Betaling van schadevergoeding
Art. 121
Eigen recht van eigenaar en derden
Art. 122
Onderafdeling 2. - De verzekering tegen natuurrampen wat betreft eenvoudige risico's
Dekking van het risico van natuurrampen
Art. 123
Natuurramp : omschrijving
Art. 124
Natuurramp : eenheid
Art. 125
Omvang van de waarborg
Art. 126
Algemene uitsluitingen
Art. 127
Uitsluitingen voor het gevaar overstroming en het overlopen of de opstuwing van openbare riolen
Art. 128
Risicozones
Art. 129
Betaling van de vergoeding
Art. 130
Tariferingsbureau
Art. 131
Compensatiekas natuurrampen
Art. 132
Onderafdeling 3. - Oogstverzekering
Opzegging na schadegeval
Art. 133
Onderafdeling 4. - Krediet- en borgverzekering
Toepassingsgebied
Art. 134
Niet-toepasselijke of aanvullende wetsbepalingen
Art. 135
Uitsluitingen
Art. 136
Definitieve weigering van de dekking
Art. 137
Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens bij de aangifte van het risico en verzwaring van het risico
Art. 138
Verhaalrecht van de verzekeraar
Art. 139
Overdracht van de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen
Art. 140
HOOFDSTUK 3. - Aansprakelijkheidsverzekeringen
Toepassingsgebied
Art. 141
Verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de overeenkomst
Art. 142
Leiding van het geschil
Art. 143
Overdracht van de stukken
Art. 144
Niet-verschijning
Art. 145
Betaling door de verzekeraar van de hoofdsom, de intrest en de kosten
Art. 146
Vrije beschikking over de schadevergoeding
Art. 147
Kwitantie ter afrekening
Art. 148
Schadeloosstelling door de verzekerde
Art. 149
Eigen recht van de benadeelde
Art. 150
Tegenstelbaarheid van de excepties, nietigheid en verval van recht
Art. 151
[1 Recht van verhaal van de verzekeraar op de verzekeringnemer en de verzekerde]1
Art. 152
Tussenkomst in de rechtspleging
Art. 153
HOOFDSTUK 4. - Rechtsbijstandverzekeringen
Toepassingsgebied
Art. 154
Geldboeten en minnelijke schikkingen in strafzaken
Art. 155
Vrije keuze van raadslieden
Art. 156
Recht van de verzekeraar om dekking te weigeren
Art. 157
TITEL IV. - Persoonsverzekeringen
HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen
Naamgebondenheid van de polis
Art. 158
Verzekering van zeer jonge kinderen
Art. 159
HOOFDSTUK 2. - Levensverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I. - Algemene bepalingen
Toepassingsgebied
Art. 160
Samenloop en niet-indeplaatsstelling
Art. 161
Afdeling II. - Verzekerd risico
Onbetwistbaarheid
Art. 162
Dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde
Art. 163
Uitgesloten risico's
Art. 164
Het zich voordoen van een uitgesloten risico
Art. 165
Afdeling III. - Betaling van de premie en inwerkingtreding van de overeenkomst
Betaling van de eerste premie
Art. 166
Niet-betaling van een premie
Art. 167
Verplichting tot betaling van de premies
Art. 168
Afdeling IV. - Rechten van de verzekeringnemer
a) Begunstiging
Aanwijzing van de begunstigde
Art. 169
Geen begunstigde
Art. 170
Aanwijzing van de echtgenoot
Art. 171
Aanwijzing van de kinderen
Art. 172
Gezamenlijke aanwijzing van de kinderen en van de echtgenoot als begunstigden
Art. 173
Aanwijzing van de wettelijke erfgenamen als begunstigden
Art. 174
Vooroverlijden van de aangewezen begunstigde
Art. 175
b) Herroeping van de begunstiging
Recht van herroeping
Art. 176
Gevolgen van de herroeping
Art. 177
c) Afkoop en reductie
Recht van afkoop en reductie
Art. 178
d) Opnieuw in werking stellen van de overeenkomst
Opnieuw in werking stellen
Art. 179
e) Voorschot op de in de overeenkomst verzekerde prestaties
Recht van voorschot
Art. 180
f) Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst
Recht van inpandgeving
Art. 181
Vormvoorschrift
Art. 182
g) Overdracht van de rechten uit de overeenkomst
Recht van overdracht
Art. 183
Vormvoorschrift
Art. 184
Afdeling V. - Rechten van de begunstigde
a) Recht op verzekeringsprestaties
Recht op de verzekeringsprestaties
Art. 185
b) Aanvaarding van de begunstiging
Recht van aanvaarding
Art. 186
Vormvoorschrift
Art. 187
c) Rechten van de erfgenamen van de verzekeringnemer ten aanzien van de begunstigde
Inbreng of inkorting in geval van overlijden van de verzekeringnemer
Art. 188
d) Rechten van de schuldeisers van de verzekeringnemer ten aanzien van de begunstigde
Verzekeringsprestaties
Art. 189
Terugbetaling van de premies
Art. 190
Afdeling VI. - Gevolgen van de echtscheiding of van scheiding van tafel en bed bij verzekering tussen in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoten
A. Echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting
Rechten van de verzekeringnemer gedurende de echtscheidingsprocedure
Art. 191
Recht op verzekeringsprestaties gedurende de echtscheidingsprocedure
Art. 192
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding
Art. 193
B. Echtscheiding door onderlinge toestemming
Rechten van de verzekeringnemer gedurende de proeftijd
Art. 194
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden tijdens de proeftijd
Art. 195
Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding
Art. 196
C. Scheiding van tafel en bed
Scheiding van tafel en bed
Art. 197
HOOFDSTUK 3. - Persoonsverzekeringsovereenkomsten andere dan levensverzekeringen
Aard van de dekking
Art. 198
Verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, andere dan levensverzekeringen
Art. 199
Keuze van de arts
Art. 200
HOOFDSTUK 4. - Ziekteverzekeringsovereenkomsten
Afdeling I. - Inleidende bepalingen
Begripsomschrijvingen
Art. 201
Afdeling II. - Andere dan beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomsten
Toepassingsgebied
Art. 202
Duur van de verzekeringsovereenkomst
Art. 203
Wijziging van het tarief en de voorwaarden van de overeenkomst
Art. 204
Onbetwistbaarheid
Art. 205
Chronisch zieken en personen met een handicap
Art. 206-207
Afdeling III. - Individuele voortzetting van beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst
Toekenningsvoorwaarden
Art. 208
Door de verzekeraar te verstrekken informatie
Art. 209
Waarborgen
Art. 210
Premie
Art. 211
HOOFDSTUK 5. - Nadere bepalingen betreffende sommige verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet waarborgen
Art. 212-218
Toegang tot verzekeringen onder de door het Opvolgingsbureau voor de tarifering voorgestelde voorwaarden
Art. 219-220
Bemiddelingsorgaan inzake schuldsaldoverzekeringen<
Art. 221-224
DEEL 5. - DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST, ANDERE DAN DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST ZOALS BEDOELD IN DEEL 4
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 225-227
HOOFDSTUK 2. - Personen die een verzekeringsovereenkomst kunnen aangaan
Art. 228-232
HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen van de verzekeraar en van de verzekerde
Art. 233-248
HOOFDSTUK 4. - Bewijs en inhoud van de overeenkomst
Art. 249-251
HOOFDSTUK 5. - Enige gevallen van ontbinding van de overeenkomst
Art. 252-255
HOOFDSTUK 6. - Verjaring
Art. 256
DEEL 6. - VERZEKERINGSBEMIDDELING EN DE DISTRIBUTIE VAN VERZEKERINGEN
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 257
HOOFDSTUK 2. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 258
HOOFDSTUK 3. [1 - Inschrijving]1
Afdeling I. [1 - Inschrijvingsvereiste]1
Art. 259-263
Afdeling II. [1 - Vereisten van vakbekwaamheid en organisatorische vereisten voor verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen]1
Art. 264-267, 267/1
Afdeling III. [1 - Inschrijvingsprocedure]1
Art. 268
Afdeling IV. [1 - Europees Paspoort]1
Onderafdeling I. [1 - Uitoefening van de vrijheid van dienstverlening.]1
Art. 269
Onderafdeling II. [1 - Uitoefening van de vrijheid van vestiging]1
Art. 270
Onderafdeling III. [1 Vrijheid van dienstverlening en vrijheid van vestiging in België voor tussenpersonen ingeschreven in een andere lidstaat van de EER]1
Art. 271
HOOFDSTUK 4. [1 - Vereisten van vakbekwaamheid en organisatorische vereisten voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen]1
Art. 272-277
HOOFDSTUK 5. [1 - Informatievereisten en gedragsregels]1
Afdeling 1. [1 - Toepassingsgebied]1
Art. 278
Afdeling 2. [1 - Algemeen beginsel]1
Art. 279
Afdeling 3. [1 - Categorisering van klanten]1
Art. 280
Afdeling 4. [1 - Door de verzekeringstussenpersoon, nevenverzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming te verstrekken algemene informatie]1
Art. 281
Afdeling 5. [1 - Belangenconflicten en transparantie]1
Art. 283
Afdeling 6. [1 - Advies, en normen voor de verkoop indien geen advies wordt verstrekt]1
Art. 284
Afdeling 7. [1 - Voorwaarden inzake informatieverstrekking]1
Art. 285
Afdeling 8. [1 - Koppelverkoop]1
Art. 286
Afdeling 9. [1 - Inducements]1
Art. 287
Afdeling 10. [1 - Toezicht op producten en governancevereisten en productkennis]1
Art. 288
Afdeling 11. [1 - Klantendossiers]1
Art. 290
Afdeling 12. [1 - Bewaring van gegevens]1
Art. 291
Afdeling 13. [1 - Terbeschikkingstelling van informatie aan verzekeringsdistributeurs]1
Art. 292
Afdeling 14. [1 - Aansprakelijkheid]1
Art. 293
Afdeling 15. [1 - Aanvullende vereisten met betrekking tot verzekeringsproducten met een beleggingscomponent]1
Onderafdeling 1. [1 - Toepassingsgebied van bijkomende vereisten]1
Art. 294
Onderafdeling 2. [1 - Informatieverstrekking aan klanten]1
Art. 295
Onderafdeling 3. [1 - Beoordeling van geschiktheid en passendheid]1
Art. 296
Onderafdeling 4. [1 - Vereisten inzake Inducements met betrekking tot verzekeringsproducten met een beleggingscomponent]1
Art. 296/1
Onderafdeling 5. [1 - Vereisten inzake rapportering aan klanten met betrekking tot verzekeringsproducten met een beleggingscomponent]1
Art. 296/2
DEEL 7. - ORGANISATIE VAN HET TOEZICHT
TITEL I. - Organisatie van het toezicht en samenwerking tussen de autoriteiten
Art. 297-303
TITEL II. - Uitoefening van het toezicht
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 304-305
HOOFDSTUK 2. - Herstelmaatregelen
Art. 306-312, 312/1, 313-315
HOOFDSTUK 3. - Aansprakelijkheid
Art. 316
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bevoegdheden bij liquidatieprocedures en saneringsmaatregelen
Art. 317-318
TITEL III. - Administratieve sancties
Art. 319-320
TITEL IV. - Commissie voor verzekeringen
Art. 321
TITEL V. - Buitengerechtelijke klachtenregeling
Art. 322-323
DEEL 8. - STRAFBEPALINGEN
Art. 324-330
DEEL 9. - BEPALINGEN VAN VERSCHILLENDE AARD
TITEL I. - Overgangsbepalingen
Art. 331-339
TITEL II. - Uitvoeringsbesluiten
Art. 340-342
TITEL III. - Wijzigingsbepalingen
Wijzigingen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen
Art. 343-352
Wijzigingen aan de wet 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
Art. 353-356
Wijzigingen aan de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
Art. 357
Wijzigingen aan de wet van 31 juli 2009 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
Art. 358-360
Wijzigingen van de wet van 21 januari 2010 tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wat de schuldsaldoverzekeringen voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft
Art. 361-363
Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
Art. 364-366
TITEL IV. - Opheffingsbepalingen
Art. 367
TITEL V. - Andere bepalingen
Art. 368-371
TITEL VI. - Inwerkingtreding
Art. 372-373

Tekst Inhoudstafel Begin
DEEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet betreft een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II).

  Doel

  Art. 3.Deze wet heeft tot doel de rechten te beschermen van de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden en van de derden die belang hebben bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten en daartoe :
  - voorwaarden en regels vast te stellen die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen en waaraan de activiteit van de verzekeraars onderworpen is;
  - informatieregels vast te leggen bij het aanbieden en het sluiten van een verzekeringsovereenkomst en gedurende de looptijd ervan;
  - regels vast te leggen met betrekking tot de publiciteit en de informatieplichten in het geval van commercialisatie in België;
  - informatie en andere regels op te leggen in verband met tarifering, segmentatie en winstdeling;
  - gelet op het beginsel van uitvoering van overeenkomsten te goeder trouw, voorwaarden en regels vast te stellen die de contractuele relatie tussen de verzekeraar, de verzekeringnemer en desgevallend de verzekerde en/of de begunstigde organiseren;
  - [1 de voorwaarden betreffende de toegang tot en de uitoefening van het verzekerings- en herverzekeringsdistributiebedrijf, alsook de vereisten betreffende de informatie aan het publiek en de gedragsregels in dit verband vast te stellen, en;]1
  - [1 het toezicht op de naleving van deze vereisten en regels te organiseren.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Toepassingsgebied

  Art. 4.§ 1. De verplichtingen die overeenkomstig deze wet van toepassing zijn voor verzekeraars, zijn, overeenkomstig artikel 3 en onverminderd de in de wet zelf vastgestelde beperkingen aan het toepassingsgebied, van toepassing op de volgende entiteiten :
  - de Belgische verzekeraars;
  - de buitenlandse verzekeraars die een vestiging hebben in België; en
  - de buitenlandse verzekeraars die in België verzekeringsactiviteiten uitoefenen zonder er gevestigd te zijn.
  [3 ...]3
  § 2. [3 De verplichtingen die overeenkomstig deze wet van toepassing zijn op de verzekeringstussenpersonen, de nevenverzekeringstussenpersonen en/of de herverzekeringstussenpersonen zijn op hen van toepassing wanneer zij België als lidstaat van herkomst hebben of in België werkzaam zijn.
   België wordt geacht de lidstaat van herkomst van een verzekerings-, een nevenverzekerings- of een herverzekeringstussenpersoon te zijn indien
   a) de tussenpersoon die een natuurlijke persoon is zijn woonplaats in België heeft;
   b) de tussenpersoon die een rechtspersoon is, zijn statutaire zetel in België heeft.]3
  § 3. [3 Met het oog op de uitvoering van verplichtingen die voor België uit internationale verdragen of overeenkomsten voortvloeien, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de buitenlandse verzekeraars, verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersonen van de verplichtingen uit deze wet of van een gedeelte ervan ontslaan; in dat geval kan de Koning, op advies van de FSMA, de regels en voorwaarden vaststellen waaraan deze personen onderworpen zijn.]3
  § 4. Om rekening te houden met de bijzondere kenmerken van deze verzekeringsvorm, kan de Koning, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de FSMA en de CDZ, de maatschappijen van onderlinge bijstand, bedoeld in artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen vrijstellen van de toepassing van een of meerdere bepalingen van deze wet en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan van toepassing zijn.
  § 5. Deze wet is van toepassing op de onderlinge verzekeringsverenigingen. Om rekening te houden met de bijzondere kenmerken van deze verzekeringsvorm, kan de Koning evenwel, na advies van de FSMA, de bepalingen van deze wet aangeven die niet op de onderlinge verzekeringsverenigingen van toepassing zijn en de wijze bepalen waarop andere bepalingen dat wel zijn. De Koning stelt dan, na advies van de FSMA, de bijzondere regels en modaliteiten vast waaraan deze verenigingen onderworpen zijn.
  § 6. De Koning kan, na advies van de FSMA, de coöperatieve vennootschappen die hun verzekeringsbedrijvigheid beperken tot de gemeente waar hun maatschappelijke zetel is gevestigd of tot die gemeente en de omliggende gemeenten, en die voldoen aan de bijkomende voorwaarden die Hij bepaalt, vrijstellen van de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet. De Koning stelt, na advies van de FSMA, de bijzondere regels en modaliteiten vast waaraan deze vennootschappen onderworpen zijn.
  § 7. Deze wet is niet van toepassing op de volgende ondernemingen :
  1° de maatschappijen van onderlinge bijstand die zijn erkend overeenkomstig de wet van 23 juni 1894 en niet onder de voormelde wet van 6 augustus 1990 vallen;
  2° de ziekenfondsen, de landsbonden van ziekenfondsen en de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de voormelde wet van 6 augustus 1990, die geen verzekeringen mogen aanbieden en waarvan de diensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), van die wet, voldoen aan alle in artikel 67, eerste lid, van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I) gestelde voorwaarden;
  3° de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening zoals bedoeld in de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen;
  4° de gemeenschappelijke fondsen, private ondernemingen met vaste premies, openbare instellingen, wat betreft de verrichtingen bedoeld bij de wetten betreffende de rust- en overlevingspensioenen van arbeiders, bedienden, mijnwerkers, zeelieden en zelfstandigen;
  5° [2 ...]2
  In de in 5°, onder b), in de punten i. en ii. bedoelde gevallen is de voorwaarde dat het ongeval of defect zich heeft voorgedaan op het grondgebied van de lidstaat of het land van herkomst van de onderneming die dekking verleent, niet van toepassing wanneer de onderneming een organisatie is waarvan de belanghebbende lid is en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door een soortgelijke organisatie van het betrokken land op grond van een reciprociteitsovereenkomst.
  [2 § 7/1. Voor zover zij niet aan deze wet of aan de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn onderworpen voor het verrichten van andere activiteiten, zijn de artikelen 8, 9, 10, 11 en 26 van deze wet, niet van toepassing op ondernemingen die een hulpverleningsactiviteit uitoefenen die aan de volgende voorwaarden voldoet :
   a) de hulp wordt verleend bij een ongeval met of defect aan een wegvoertuig dat zich voordoet op het grondgebied van de lidstaat of het land van herkomst van de onderneming die dekking verleent;
   b) de verplichting tot hulpverlening blijft beperkt tot de volgende verrichtingen :
   i. technische hulp ter plaatse, waarvoor de onderneming in de meeste gevallen eigen personeel en uitrusting gebruiken;
   ii. het vervoer van het voertuig naar de plaats van reparatie die het dichtst bij is of het meest geschikt is voor het uitvoeren van de reparatie, alsmede het eventuele vervoer van bestuurder en passagiers, normaliter met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats van waaruit zij hun reis met andere middelen kunnen voortzetten.
   In de onder b), in de punten i. en ii. bedoelde gevallen is de voorwaarde dat het ongeval of defect zich heeft voorgedaan op het grondgebied van de lidstaat of het land van herkomst van de onderneming die dekking verleent, niet van toepassing wanneer de onderneming een organisatie is waarvan de belanghebbende lid is en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door een soortgelijke organisatie van het betrokken land op grond van een reciprociteitsovereenkomst.]2
  § 8. In afwijking van hetgeen bepaald is in paragraaf 7, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministeraad, genomen na advies van de FSMA, de entiteiten bedoeld in paragraaf 7, punten 1°, 3°, 4° en 5°, onderwerpen aan de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet.
  § 9. De bepalingen van deze wet zijn, binnen de perken van de bijzondere regels en modaliteiten door de Koning, na advies van de FSMA, vast te stellen, van toepassing op de openbare instellingen die verzekeringsactiviteiten verrichten.
  § 10. De Koning kan de verzekeraars vrijstellen van de gehele of gedeeltelijke toepassing van deze wet, wat de volgende verzekeringsverrichtingen betreft :
  1° de verzekeringen betreffende het vervoer of de industriële of commerciële risico's;
  2° de verzekeringen betreffende bijzondere of uitzonderlijke risico's die Hij bepaalt;
  3° de verrichtingen van herverzekering en medeverzekering die Hij bepaalt.
  De Koning kan, na advies van de FSMA, bijzondere regels vaststellen betreffende de verplichtingen van en de controle op die verzekeraars.
  ----------
  (1)<W 2014-04-04/24, art. 344, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2016-06-29/01, art. 67, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 12, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Definities

  Art. 5.Tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken, wordt voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen verstaan onder :
  1° "Verzekeraar" : elke persoon of onderneming die als contractspartij verzekeringsovereenkomst(en) aanbiedt, ongeacht de beroepshoedanigheid van deze persoon en ongeacht of bij het afsluiten van de overeenkomst gebruik wordt gemaakt van actuariële technieken;
  2° "Belgische verzekeraar" : elke persoon of onderneming die beantwoordt aan de definitie van een verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor in België is gelegen;
  3° "EER verzekeraar" : elke persoon of onderneming die beantwoordt aan de definitie van een verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat van de EER, andere dan België, is gelegen;
  4° "Buitenlandse verzekeraar" : elke persoon of onderneming die beantwoordt aan de definitie van een verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor buiten België is gelegen;
  5° "Verzekeraar van een derde land" : elke persoon of onderneming die beantwoordt aan de definitie van een verzekeraar en waarvan het hoofdkantoor buiten de EER is gelegen;
  6° "Belgische verzekeringsonderneming" : een verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in België ligt en die een vergunning heeft verkregen van de Bank om verzekeringsactiviteiten te verrichten, of die, op grond van het in uitvoering van artikel 4 van de Richtlijn 2009/138/EG in België geldende regime, toegelaten is om zonder vergunning verzekeringsactiviteiten te verrichten in België;
  7° "EER verzekeringsonderneming" : een verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor in een lidstaat van de EER, andere dan België, is gevestigd en die overeenkomstig de wetgeving van haar lidstaat van herkomst een vergunning heeft gekregen om verzekeringsactiviteiten te verrichten;
  8° "Buitenlandse verzekeringsonderneming" : een verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor buiten België gevestigd is;
  9° "Verzekeringsonderneming van derde land" : een verzekeringsonderneming waarvan het hoofdkantoor buiten de EER is gevestigd;
  10° "Vergunning" : de overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van herkomst door de bevoegde autoriteiten verleende vergunning om verzekeringsactiviteiten uit te oefenen in de zin van artikel 14 van de Richtlijn 2009/138/EG;
  [6 10° /1 "nauwe banden": nauwe banden in de zin van artikel 15, 41°, van de wet van 13 maart 2016;]6
  11° "Verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven"" : alle verrichtingen met betrekking tot de risico's die behoren tot de groep van activiteiten "niet-leven" zoals bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel tot de schadeverzekeringstakken zoals bepaald in de Bijlage, punt A van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan of in Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG;
  12° "Verzekeringen uit de groep activiteiten "leven"" : alle verrichtingen met betrekking tot de risico's die behoren tot de groep van activiteiten "leven" zoals bepaald in Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel tot de levensverzekeringstakken zoals bepaald in Bijlage I bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de levensverzekering of in Bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG;
  13° "Kapitalisatieverrichting" : een verrichting gebaseerd op een actuariële techniek, waarbij een partij, de verzekeraar, tegen betaling van van tevoren vastgestelde enige of periodieke stortingen, tegenover een andere partij, die de kapitalisatieverrichting sluit, verplichtingen aangaat die, voor wat betreft hun duur en hun bedrag, bepaald zijn en die onafhankelijk zijn van om het even welke toevallige gebeurtenis;
  14° "Verzekeringsovereenkomst" : een overeenkomst, waarbij een partij, de verzekeraar, zich er tegen betaling van een vaste of veranderlijke premie tegenover een andere partij, de verzekeringnemer, toe verbindt een in de overeenkomst bepaalde prestatie te leveren in het geval zich een onzekere gebeurtenis voordoet waarbij, naargelang van het geval, de verzekerde of de begunstigde belang heeft dat die zich niet voordoet. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen worden overeenkomsten met betrekking tot kapitalisatieverrichtingen tevens beschouwd als verzekeringsovereenkomsten. Voor deze verrichtingen wordt onder verzekeringnemer verstaan diegene die een kapitalisatieverrichting sluit;
  15° "Schadeverzekering" : verzekering waarbij de verzekeringsprestatie afhankelijk is van een onzeker voorval dat schade veroorzaakt aan iemands vermogen;
  16° "Persoonsverzekering" : verzekering waarbij de verzekeringsprestatie of de premie afhankelijk is van een onzeker voorval dat iemands leven, fysieke integriteit of gezinstoestand aantast. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen worden kapitalisatieverrichtingen tevens als persoonsverzekeringen beschouwd. Gelet op de afwezigheid van een verzekerd risico bij zulke verrichtingen, zijn de artikelen 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, § 2, 6°, en § 3, 69, 70, 71, 72, 74, 75, 76, 79, 80, 81, 84, § 2, 86, 87, 159 en 200 en hoofdstuk 3 van titel II van deel 4 echter niet van toepassing op de kapitalisatieverrichting;
  [6 16° /1 "verzekering met een beleggingscomponent": een verzekeringsproduct waarmee een waarde op vervaldag of een afkoopwaarde wordt aangeboden, en waarbij die waarde op vervaldag of afkoopwaarde geheel of gedeeltelijk is blootgesteld, direct of indirect, aan marktfluctuaties, met uitsluiting van:
   a) schadeverzekeringsproducten als vermeld in bijlage I bij de wet van 13 maart 2016 (verzekeringstakken niet-leven);
   b) levensverzekeringsovereenkomsten waarbij de contractuele uitkeringen enkel uitbetaald worden in geval van overlijden of bij onvermogen te wijten aan letsels, ziekte of invaliditeit;
   c) pensioenproducten die krachtens het nationale recht van een lidstaat worden geacht voornamelijk tot doel te hebben de belegger van een pensioeninkomen te voorzien, en die de belegger het recht geven op bepaalde uitkeringen;
   d) officieel erkende bedrijfspensioenregelingen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2016/2341 of Richtlijn 2009/138/EG vallen;
   e) individuele pensioenproducten waarvoor naar nationaal recht van een lidstaat een financiële bijdrage van de werkgever is vereist en waarbij de werkgever of de werknemer geen vrijheid heeft in de keuze van het pensioenproduct of de aanbieder.
   Voor de toepassing van deze wet, en niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, a), b), c) en e) worden alle andere verzekeringsproducten die spaarverzekeringen of beleggingsverzekeringen vormen, gelijkgesteld met verzekeringen met een beleggingscomponent, met uitzondering van de in het eerste lid, d), bedoelde producten.
   16° /2 "spaarverzekering": een verzekeringsovereenkomst die:
   a) betrekking heeft op de takken 21, 22 of 26 van de groep van activiteiten "leven" in bijlage II bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en die een spaarcomponent omvat; of
   b) een combinatie vormt van verschillende van de sub a) bedoelde overeenkomsten;
   16° /3 "beleggingsverzekering": een verzekeringsovereenkomst die:
   a) betrekking heeft op tak 23 van de groep van activiteiten "leven" in bijlage II bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; of
   b) een combinatie vormt van een of meer verzekeringsovereenkomsten als bedoeld onder 16° /2, sub a), en een of meer verzekeringsovereenkomsten als bedoeld sub a), of een combinatie van verschillende verzekeringsovereenkomsten als bedoeld sub a);]6
  17° "Verzekerde" :
  a) bij schadeverzekering : degene die door de verzekering is gedekt tegen vermogensschade;
  b) bij persoonsverzekering : degene in wiens persoon het risico van het zich voordoen van het verzekerde voorval gelegen is. Bij een kapitalisatieverrichting is er geen verzekerde;
  18° "Begunstigde" : degene in wiens voordeel verzekeringsprestaties bedongen zijn;
  19° "Premie" : iedere vorm van vergoeding door de verzekeraar gevraagd als tegenprestatie voor zijn verbintenissen;
  [6 19° /1 "professionele klant": een klant die voldoet aan de criteria bepaald door de Koning op advies van de FSMA;
   19° /2 "niet-professionele klant": klant die niet als professionele klant wordt behandeld;
   19° /3 "duurzame drager": elk hulpmiddel:
   a) dat een klant in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd, en
   b) waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd;]6
  20° [6 "verzekeringstussenpersoon": elke rechtspersoon of elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving die geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming en geen nevenverzekeringstussenpersoon is, en die, tegen vergoeding, toegang heeft tot het verzekeringsdistributiebedrijf of het verzekeringsdistributiebedrijf uitoefent;]6
  21° [6 "herverzekeringstussenpersoon": elke rechtspersoon of elke natuurlijke persoon werkzaam als zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die geen herverzekeringsonderneming is, en die, tegen vergoeding, toegang heeft tot het herverzekeringsdistributiebedrijf of het herverzekeringsdistributiebedrijf uitoefent;]6
  [6 21° /1 "verzekeringsmakelaar": de verzekeringstussenpersoon die verzekeringnemers en verzekeringsondernemingen met elkaar in contact brengt, zonder in de keuze van deze verzekeringsondernemingen gebonden te zijn;
   21° /2 "herverzekeringsmakelaar": de herverzekeringstussenpersoon die verzekeringson-dernemingen en herverzekeringsondernemingen met elkaar in contact brengt, zonder in de keuze van deze herverzekeringsondernemingen gebonden te zijn;
   21° /3 "verzekeringsagent": de verzekeringstussenpersoon die, uit hoofde van een of meer overeenkomsten of volmachten, in naam en voor rekening van één of meerdere verzekeringsondernemingen werkzaamheden van verzekeringsdistributie uitoefent;
   21° /4 "herverzekeringsagent": de herverzekeringstussenpersoon die, uit hoofde van een of meer overeenkomsten of volmachten, in naam en voor rekening van één of meerdere herverzekeringsondernemingen werkzaamheden van herverzekerings-distributie uitoefent;
   21° /5 "verzekeringssubagent": de verzekeringstussenpersoon, andere dan deze bedoeld in de punten 21° /1 en 21° /3, die voor het geheel van zijn verzekeringsdistributiewerkzaamheden handelt onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van één verzekeringsmakelaar of agent die België als lidstaat van herkomst heeft;
   21° /6 "herverzekeringssubagent": de herverzekeringstussenpersoon, andere dan deze bedoeld in de punten 21° /2 en 21° /4, die voor het geheel van zijn herverzekeringsdistributiewerkzaamheden handelt onder de verantwoordelijkheid van één herverzekeringsmakelaar of agent die België als lidstaat van herkomst heeft;
   21° /7 "verbonden verzekeringsagent": de verzekeringsagent die, uit hoofde van een of meer overeenkomsten of volmachten, werkzaamheden van verzekeringsdistributie slechts mag uitoefenen in naam en voor rekening van:
   - één enkele verzekeringsonderneming; of
   - verschillende verzekeringsondernemingen in zoverre de verzekeringsovereenkomsten van die ondernemingen geen onderling concurrerende verzekeringsovereenkomsten zijn;
   en onder de volledige verantwoordelijkheid van die onderneming(en) handelt voor de verzekeringsovereenkomsten die haar (hen) respectievelijk aanbelangen.
   In de zin van dit artikel worden de volgende verzekeringsovereenkomsten als "onderling concurrerende verzekeringsovereenkomsten" beschouwd:
   - de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de groep van activiteiten "leven" zoals bepaald in Bijlage II bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, die beantwoorden aan de definitie van spaar- of beleggingsverzekeringen;
   - de andere verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de groep van activiteiten "leven" zoals bepaald in Bijlage II bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen dan deze die beantwoorden aan de definitie van spaar- of beleggingsverzekeringen; evenals,
   - de verzekeringsovereenkomsten die deel uitmaken van de groep van activiteiten "niet-leven", wanneer zij tot eenzelfde tak behoren in de zin van Bijlage I bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
   21° /8, a), "verantwoordelijke voor de distributie":
   - elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van of elke werknemer in dienst van een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, die de facto de verantwoordelijkheid heeft over en toezicht uitoefent op personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de werkzaamheden van verzekerings- of herverzekeringsdistributie van deze tussenpersoon;
   - elke natuurlijke persoon die in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de facto de verantwoordelijkheid heeft over of toezicht uitoefent op personen die instaan voor de distributie van verzekeringsproducten;
   21° /8, b), "persoon in contact met het publiek": elke natuurlijke persoon, andere dan de verantwoordelijke voor de distributie, die bij een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon of bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming rechtstreeks betrokken is bij de werkzaamheden van verzekerings- of herverzekeringsdistributie en die daartoe op welke wijze ook in contact staat met het publiek;]6
  [7 21° /9 "gevolmachtigde onderschrijver" : de verzekeringstussenpersoon die, als lasthebber van één of meer verzekeringsondernemingen, bevoegd is om de dekking van risico's te accepteren, in naam en voor rekening van die verzekeringsondernemingen, en verzekeringsovereenkomsten te sluiten en te beheren;]7
  22° "Vestiging" : het hoofdkantoor of bijkantoor van een onderneming of een persoon.
  23° "Hoofdkantoor" : in het geval van een rechtspersoon, dan wel een natuurlijke persoon, respectievelijk de werkelijke zetel, dan wel het centrum van de zakelijke belangen;
  24° "Bijkantoor" : ieder agentschap of bijkantoor van een onderneming in een ander land dan haar land van herkomst. Met een bijkantoor wordt gelijkgesteld, elke permanente aanwezigheid van een onderneming, zelfs indien die aanwezigheid niet de vorm heeft van een bijkantoor of een agentschap, maar bestaat uit een gewoon bureau dat door het eigen personeel van de onderneming wordt beheerd of door een zelfstandig persoon die evenwel gemachtigd is om voor de onderneming duurzaam op te treden zoals een agentschap zou doen;
  25° "de EER" : de Europese Economische Ruimte;
  26° "Lidstaat" : een staat die lid is van de EER;
  27° "Derde land" : een staat die geen lid is van de EER;
  28° "Vrije dienstverrichting" : de activiteit waarbij een EER verzekeringsonderneming vanuit haar hoofdkantoor of vanuit een bijkantoor gelegen in een andere lidstaat, in een andere lidstaat gelegen risico's dekt of verbintenissen aangaat. Voor zover dit in overeenstemming met de Belgische wetgeving ter zake is, wordt hieronder tevens verstaan de activiteit waarbij een verzekeringsonderneming van een derde land vanuit haar hoofdkantoor of vanuit een bijkantoor gelegen in een ander land, in België gelegen risico's dekt of verbintenissen aangaat;
  29° [6 "lidstaat van herkomst":
   1) voor een verzekeringsonderneming, een van de volgende lidstaten:
   a) bij verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven", de lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar die het risico dekt;
   b) bij verzekeringen uit de groep activiteiten "leven", de lidstaat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar die de verbintenis aangaat;
   2) voor een verzekerings-, een nevenverzekerings- of een herverzekeringstussenpersoon:
   a) indien de tussenpersoon een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft;
   b) indien de tussenpersoon een rechtspersoon is, de lidstaat waar zijn statutaire zetel is gevestigd of, indien deze rechtspersoon volgens zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd;]6
  30° "Land van herkomst" een van de volgende landen :
  a) bij verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven" : het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar die het risico dekt;
  b) bij verzekeringen uit de groep activiteiten "leven" : het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van de verzekeraar die de verbintenis aangaat;
  31° [6 "lidstaat van ontvangst":
   1)voor een verzekeringsonderneming: de lidstaat waar een verzekeraar een bijkantoor heeft of diensten verricht en die niet het land of de lidstaat van herkomst is; in het geval van verzekeringen uit de groep activiteiten "leven" of "niet-leven" wordt onder lidstaat van dienstverrichting, respectievelijk de lidstaat van de verbintenis en de lidstaat waar het risico is gelegen, verstaan; de verbintenis of het risico wordt gedekt door een verzekeraar of een bijkantoor in een andere lidstaat;
   2)voor een verzekerings-, een nevenverzekerings- of een herverzekeringstussenpersoon: de lidstaat waarin de tussenpersoon een permanente aanwezigheid of vestiging heeft of diensten verricht en die niet zijn lidstaat van herkomst is;]6
  32° "Lidstaat van het risico" : een van de volgende lidstaten :
  a) de lidstaat waar de goederen zich bevinden, wanneer de verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;
  b) de lidstaat van registratie, wanneer de verzekering betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even welk type;
  c) de lidstaat waar de verzekeringnemer de overeenkomst heeft gesloten, indien het overeenkomsten betreft met een looptijd van vier maanden of minder die betrekking hebben op tijdens een reis of vakantie gelopen risico's, ongeacht de tak;
  d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd onder a., b. of c. : de lidstaat waarin zich een van het volgende bevindt :
  i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringnemer; of
  ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is : de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft;
  33° "Lidstaat van de verbintenis" : de lidstaat waarin zich een van het volgende bevindt :
  a) de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;
  b) indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is : de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft;
  34° [6 "bevoegde autoriteiten": de nationale autoriteiten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toezicht uitoefenen naargelang het geval op de verzekerings-, nevenverzekerings- en/of herverzekeringstussenpersonen, en/of op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en/of op de activiteit van de verzekeraars, de herverzekeraars en/of de verzekerings, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersonen in het licht van de bescherming van de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden en de derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst;]6
  35° "de minister" : de minister die de verzekeringen onder zijn bevoegdheden heeft;
  36° "de Bank" : de Nationale Bank van België, bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. Voor de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, dienen de woorden "de Bank" in de artikel 5, punt 6°, en de artikelen 17 en 41 te worden gelezen als "de CDZ";
  37° "de FSMA" : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  38° "de CDZ" : de controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
  39° "Grote risico's" :
  a) de risico's die behoren tot de in punt 4, 5, 6, 7, 11 en 12 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12 van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of in deel A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken;
  b) de risico's die behoren tot de in punt 14 en 15 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 14 en 15 van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of in deel A, 14 en 15, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken wanneer de verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;
  c) de risico's die behoren tot de in punt 3, 8, 9, 10, 13 en 16 van Bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel in punt A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van de Bijlage van de Richtlijn 73/239/EEG van de Raad van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan, of in deel A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, van Bijlage I, deel A bij de Richtlijn 2009/138/EG, vermelde takken, voor zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende criteria overschrijdt :
  i. balanstotaal : 6.200.000 euro;
  ii. netto-omzet in de zin van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van de Raad van25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen : 12.800 000 euro;
  iii. gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar : 250.
  Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld, worden de in het eerste lid, onder c), vermelde criteria op basis van de geconsolideerde rekening toegepast.
  40° [2 "Herverzekeringsonderneming": een onderneming als gedefinieerd in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;]2
  41° "Wet van 2 augustus 2002" : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  42° [2 "Wet van 13 maart 2016": de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;]2
  43° [6 "IDD-richtlijn": Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie;]6
  44° "Richtlijn 2009/138/EG" : Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);
  45° "Richtlijn 2009/65/EG" : Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's);
  46° [6 "verzekeringsdistributie": de werkzaamheden die bestaan in het adviseren over, het voorstellen van, het realiseren van voorbereidend werk tot het sluiten van verzekeringsovereenkomsten, of in het sluiten van verzekeringsovereenkomsten, dan wel in het assisteren bij het beheer en de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten, in het bijzonder in het geval van een schadegeval. Daaronder is inbegrepen het verstrekken van informatie over één of meerdere verzekeringsovereenkomsten op basis van criteria die een klant via een website of andere media kiest, en het opstellen van een ranglijst van verzekeringsproducten, met inbegrip van een prijs- en productvergelijking, of van een korting op de premie van een verzekeringsovereenkomst, wanneer de klant rechtstreeks of onrechtstreeks via een website of andere media een verzekeringsovereenkomst kan sluiten.
   Worden niet als verzekeringsdistributie beschouwd:
   a) het beheer door overheidsinstanties of consumentenorganisaties van websites die niet gericht zijn op het sluiten van een overeenkomst, maar louter verzekeringsproducten vergelijken die op de markt beschikbaar zijn;
   b) het incidenteel verstrekken van informatie aan een klant in de context van een andere beroepswerkzaamheid, mits de informatieverstrekker geen verdere stappen onderneemt om te assisteren bij het sluiten of de uitvoering van een verzekeringsovereenkomst;
   c) het beroepshalve afhandelen van -schadegevallen voor een verzekeringsonderneming en schaderegeling en schade-expertise;
   d) het louter verstrekken van gegevens en informatie over potentiële verzekeringnemers aan verzekeringstussenpersonen of verzekerings-ondernemingen, mits de informatieverstrekker geen verdere stappen onderneemt om de klant te assisteren bij de sluiting van een verzekeringsovereenkomst;
   e) het louter verstrekken van informatie over verzekeringsproducten of over een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming aan potentiële verzekeringsnemers, mits de informatieverstrekker geen verdere stappen onderneemt om te assisteren bij de sluiting van een verzekeringsovereenkomst;]6
  47° [6 "advies": het verstrekken van een persoonlijke aanbeveling aan een klant op diens verzoek of op initiatief van de verzekeringsdistributeur met betrekking tot een of meer verzekeringsovereenkomsten;]6
  48° "Gepersonaliseerde aanbeveling" : een aanbeveling met betrekking tot een of meer verzekeringsovereenkomsten, die wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt is voor de persoon in kwestie, of berust op een afweging van zijn persoonlijke omstandigheden.
  Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aanbeveling als deze uitsluitend via distributiekanalen, in de zin van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus 2002, of aan het publiek wordt gedaan;
  49° [6 "herverzekeringsdistributie": de werkzaamheden die bestaan in het adviseren over, het voorstellen van, het realiseren van voorbereidend werk tot het sluiten van herverzekeringsovereenkomsten, of in het sluiten van herverzekeringsovereenkomsten, dan wel in het assisteren bij het beheer en de uitvoering van herverzekeringsovereenkomsten, in het bijzonder in het geval van een schadegeval, ook wanneer deze werkzaamheden door een herverzekerings-onderneming worden uitgevoerd zonder tussenkomst van een herverzekeringstussenpersoon.
   Worden niet als herverzekeringsdistributie beschouwd:
   a) het incidenteel verstrekken van informatie aan een klant in de context van een andere beroepswerkzaamheid, mits het doel van die activiteit niet bestaat in het assisteren van de klant bij de sluiting of uitvoering van de herverzekeringsovereenkomst;
   b) het beroepshalve afhandelen van schadegevallen voor een herverzekeringsonderneming en schaderegeling en schade-expertise;
   c) het louter verstrekken van gegevens en informatie over potentiële verzekeringnemers aan herverzekeringstussenpersonen of aan herverzekeringsondernemingen mits de informatieverstrekker geen verdere stappen onderneemt om te assisteren bij de sluiting van een herverzekeringsovereenkomst;
   d) het louter verstrekken van informatie over herverzekeringsproducten, over een herverzekeringstussenpersoon of een herverzekeringsonderneming aan potentiële klanten, mits de informatieverstrekker geen verdere stappen onderneemt om te assisteren bij de sluiting van een herverzekeringsovereenkomst;]6
  50° "Niet-professionele cliënt" : de niet-professionele cliënt in de zin van artikel 2, eerste lid, 29°, van de wet van 2 augustus 2002;
  [1 51° "Wet van 25 april 2014" : [4 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]4;]1
  [3 52° "EIOPA" : Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen bedoeld in de Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie;
   53° [5 ...]5
   54° [5 ...]5]3
  [6 55° "verzekeringsdistributeur": een verzekeringstussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon of een verzekeringsonderneming;]6
  [6 56° "nevenverzekeringstussenpersoon": een natuurlijke of rechtspersoon die geen kredietinstelling is of geen beleggingsonderneming is in de zin van artikel 4, lid 1, punten 1) en 2), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad, en die, tegen vergoeding, als nevenactiviteit toegang heeft tot het verzekeringsdistributiebedrijf of het verzekeringsdistributiebedrijf uitoefent, mits alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
   a) de natuurlijke of rechtspersoon in kwestie heeft een andere hoofdberoepswerkzaamheid dan verzekeringsdistributie;
   b) de natuurlijke of rechtspersoon biedt alleen bepaalde verzekeringsproducten aan als aanvulling op een goed of dienst;
   c) de desbetreffende verzekeringsproducten omvatten niet de dekking van levensverzekerings- of aansprakelijkheidsrisico's, tenzij die dekking het goed aanvult dat of de dienst aanvult die de tussenpersoon in het kader van zijn hoofdberoepswerkzaamheid aanbiedt.
   Een nevenverzekeringstussenpersoon mag handelen onder de verantwoordelijkheid van een verzekeringsonderneming of van een verzekeringsmakelaar of -agent;]6
  [6 57° "verzekeringsonderneming": een onderneming in de zin van artikel 13, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad;]6
  [6 58° "vergoeding": een commissie, provisie of andere betaling, met inbegrip van economische voordelen van welke aard ook of enigerlei andere financiële of niet-financiële voordeel of stimulans, dat of die in verband met het verzekeringsdistributiebedrijf wordt aangeboden of verstrekt.]6
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 82, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (2)<W 2016-03-13/07, art. 720, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (3)<W 2016-06-29/01, art. 68, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (4)<W 2016-10-25/04, art. 158, 006; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (5)<W 2017-04-18/03, art. 50, 007; Inwerkingtreding : 31-12-2016>
  (6)<W 2018-12-06/11, art. 13, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (7)<W 2019-04-03/02, art. 28, 016; Inwerkingtreding : 10-04-2019>

  Art. 6. § 1. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen bij verzekeringen uit de groep activiteiten "niet leven", wordt het risico geacht in België te liggen als :
  a) de goederen zich in België bevinden, wanneer de verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;
  b) de registratie in België gebeurt, wanneer de verzekering betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even welk type;
  c) de verzekeringnemer de overeenkomst in België heeft gesloten, indien het overeenkomsten betreft met een looptijd van vier maanden of minder die betrekking hebben op tijdens een reis of vakantie gelopen risico's, ongeacht de tak;
  d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd onder a), b) of c) indien een van het volgende zich in België bevindt :
  i. de gewone verblijfsplaats van de verzekeringnemer; of
  ii. indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft.
  § 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en- reglementen bij verzekeringen uit de groep activiteiten "leven", wordt de verbintenis geacht in België te liggen als :
  a) België de gewone verblijfplaats is van de verzekeringnemer;
  b) de vestiging van de verzekeringnemer die een rechtspersoon is en waarop de overeenkomst betrekking heeft in België ligt.
  § 3. Voor de toepassing van deze wet wordt de "verzekeringnemer" gelezen als de "kandidaat-verzekeringnemer" indien het precontractuele verplichtingen betreft.
  § 4. Voor de toepassing van deze wet wordt onder een "verzekeringsonderneming"verstaan, elk van de volgende ondernemingen :
  - een Belgische verzekeringsonderneming;
  - een EER verzekeringsonderneming;
  - een buitenlandse verzekeringsonderneming die geen EER verzekeringsonderneming is en die van de Bank de wettelijk vereiste toelating heeft gekregen om in België via een bijkantoor verzekeringsactiviteiten uit te oefenen;
  - een verzekeringsonderneming van een derde land die alle wettelijke voorwaarden om in België via vrije dienstverrichting activiteiten uit te oefenen heeft vervuld.
  § 5. Voor de toepassing van deze wet wordt onder een "krachtens de wet voor de uitoefening van verzekeringsactiviteit in België toegelaten verzekeraar" verstaan, elk van de volgende verzekeraars :
  - hetzij een Belgische verzekeringsonderneming;
  - hetzij een EER verzekeringsonderneming;
  - hetzij een buitenlandse verzekeringsonderneming die geen EER verzekeringsonderneming is en die van de Bank de wettelijk vereiste toelating heeft gekregen om in België via een bijkantoor verzekeringsactiviteiten uit te oefenen;
  - hetzij een verzekeringsonderneming van een derde land die alle wettelijke voorwaarden om in België via vrije dienstverrichting activiteiten uit te oefenen heeft vervuld;
  - hetzij een verzekeraar, andere dan de voorgaande, die desgevallend, op basis van de op hem toepasselijke wetgeving, de wettelijk vereiste modaliteiten heeft vervuld om in België verzekeringsactiviteiten uit te oefenen.

  DEEL 2. - SPECIFIEKE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE BEDRIJFSVOERING

  TITEL I. - Algemene bepalingen

  Art. 7.Dit deel doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voor de verzekeringsondernemingen voortvloeien uit [1 de wet van 13 maart 2016,]1 de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 721, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  Art. 8. De verzekeringsovereenkomsten die door een niet krachtens de wet voor de uitoefening van verzekeringsactiviteiten in België toegelaten verzekeraar zijn gesloten, zijn nietig. Voor buitenlandse verzekeraars is deze nietigheidssanctie beperkt tot die overeenkomsten die betrekking hebben op in België gelegen risico's of verbintenissen.
  De verzekeraar is echter gehouden tot het nakomen van de verplichtingen die hij heeft aangegaan indien de verzekeringnemer de overeenkomst te goeder trouw heeft gesloten. De verzekeraar is tevens, niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de verzekeringnemer, de verzekerde, en/of de begunstigde, gehouden tot vergoeding van de schade veroorzaakt door de nietigheid van de betrokken overeenkomst in hoofde van de verzekeringnemer, de verzekerde, dan wel de begunstigde. De schade wordt op onweerlegbare wijze geacht het gevolg te zijn van de illegale afsluiting van de verzekeringsovereenkomst door een niet krachtens de wet voor de uitoefening van verzekeringsactiviteiten in België toegelaten verzekeraar.

  Art. 9. De Belgische verzekeraars moeten uit hun statuten elke bepaling weren die nadelig is voor de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden en derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.

  Art. 10. De statuten van de Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen moeten op straffe van nietigheid vermelden :
  - de voorwaarden en de wijze van toelating, ontslag en uitsluiting van de vennoten;
  - de wijze van vaststelling en inning van de bijdragen of de premies, evenals van de eventuele supplementen tot afwikkeling van de schadegevallen;
  - de procedure in geval van wijzigingen in de statuten of van vereffening van de vereniging, onverminderd de bepalingen van dit deel.

  Art. 11. Inzake de ledenrekeningen bepalen de statuten van de Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen dat :
  a) er vanaf deze rekeningen alleen betalingen aan leden mogen worden verricht als zulks geen daling van de reglementaire elementen van het eigen vermogen tot onder het vereiste niveau veroorzaakt, of, na ontbinding van de onderneming, als alle andere schulden zijn voldaan;
  b) dat de Bank ten minste een maand van tevoren in kennis moet worden gesteld van elke betaling voor andere doeleinden dan de individuele opzegging van het lidmaatschap en dat zij gedurende deze termijn de voorgenomen betaling kan verbieden.

  Art. 12. § 1. Ten minste drie weken vóór het samenkomen van de algemene vergadering of bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan van de onderneming, stellen de Belgische verzekeringsondernemingen de FSMA in kennis van de ontwerpen van wijzigingen aan de statuten en de ontwerpen van de beslissingen die zij van plan zijn tijdens die vergadering te nemen en die een weerslag zouden kunnen hebben op de rechten en de verplichtingen van de verzekeringnemers, verzekerden, de begunstigden en derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
  De FSMA kan eisen dat de door haar geformuleerde opmerkingen betreffende die ontwerpen op de wijze die zij voorschrijft ter kennis worden gebracht van de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan van de onderneming. Die opmerkingen en de antwoorden moeten in de notulen worden opgenomen.
  § 2. De bepalingen in de statuten van de Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen betreffende de criteria bedoeld in artikel 11 kunnen pas worden gewijzigd wanneer de FSMA verklaard heeft geen bezwaar tegen deze wijziging te hebben.

  Art. 13. Binnen de maand die volgt op hun goedkeuring door de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, door het beslissingsorgaan, stellen de Belgische verzekeraars en de buitenlandse verzekeraars die geen EER verzekeringsonderneming zijn, de FSMA in kennis van de wijzigingen aan de statuten en van de beslissingen die een weerslag zouden kunnen hebben op de rechten en de verplichtingen van de verzekeringnemers, verzekerden, begunstigden en derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten.
  Binnen een termijn van ten hoogste één maand, te rekenen van de datum af waarop zij er kennis van gekregen heeft, verzet de FSMA zich tegen de toepassing in België van elk der door het vorige lid bedoelde wijzigingen of beslissingen die strijdig zijn met de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.

  Art. 14. De Belgische verzekeraars moeten alle documenten in verband met de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten bewaren. De buitenlandse verzekeraars die geen EER verzekeringsonderneming zijn, moeten alle documenten betreffende de overeenkomsten die door hun Belgische vestiging zijn gesloten, dan wel betreffende de overeenkomsten waarvan het risico of de verbintenis in België is gelegen, bewaren.
  De Belgische verzekeraars bewaren deze documenten in hun hoofdkantoor, de buitenlandse verzekeraars in de Belgische zetel van hun bijkantoren, hetzij op enige andere plaats die vooraf toegelaten is door de FSMA en de Bank.
  De fotografische, microfotografische, magnetische, elektronische of optische afschriften van de documenten van de Belgische verzekeraars en de buitenlandse verzekeraars die geen EER verzekeringsonderneming zijn bewijskrachtig zoals de originele stukken waarvan zij, behoudens bewijs van het tegendeel, worden verondersteld een afschrift te zijn indien zij werden opgesteld door één van deze verzekeraars of onder haar toezicht. De Koning kan, na advies van de FSMA, de voorwaarden en modaliteiten vaststellen om deze afschriften op te stellen.
  Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kunnen de FSMA en de Bank bij reglement de termijn bepalen gedurende welke deze documenten bewaard moeten worden.

  Art. 15. De verzekeraars die in België verzekeringsactiviteiten uitoefenen, moeten de in België op de verzekeraars en hun verrichtingen van toepassing zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen van algemeen belang naleven.

  Art. 16.De Belgische verzekeringsondernemingen en de buitenlandse verzekeringsondernemingen die anders dan in vrije dienstverrichting verzekeringsactiviteiten verrichten in België, treffen de noodzakelijke organisatorische maatregelen inzake hun beleidsstructuur, hun administratieve en boekhoudkundige organisatie, hun controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de elektronische informatieverwerking, en hun interne controle met het oog op de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen.
  [1 De verzekeraars die in België verzekeringsovereenkomsten commercialiseren en/of verzekeringsovereenkomsten afsluiten waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen, moeten beschikken over passende systemen en structuren om aan alle conform deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen vereiste informatieplichten en andere regels die loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, te voldoen. Het wettelijk bestuursorgaan van de verzekeraar superviseert de procedure tot publicatie of communicatie van alle conform deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen vereiste informatie.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 69, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 16/1.[1 De verzekeraars die in België verzekeringsovereenkomsten commercialiseren en/of verzekeringsovereenkomsten afsluiten waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen, moeten beschikken over passende systemen en structuren om aan [2 artikel 304, § 2]2, te voldoen, en over een door het wettelijk bestuursorgaan van de verzekeraar goedgekeurde schriftelijk vastgelegde beleidslijn die waarborgt dat de aan de FSMA overgemaakte informatie altijd correct is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-06-29/01, art. 70, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 14, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 16/2.[1 § 1. De verzekeraar die functies, activiteiten of operationele taken uitbesteedt, blijft volledig verantwoordelijk voor de nakoming van al haar verplichtingen krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen. De uitbesteding mag er niet toe leiden dat de continuïteit en het toereikend karakter van de dienstverlening aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten wordt ondermijnd.
   Ze mag er niet toe leiden dat er afbreuk wordt gedaan aan het vermogen van de FSMA om na te gaan of de verzekeraar de verplichtingen nakomt die door of krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen zijn opgelegd.
   § 2. Indien de verzekeraar functies, taken of operationele activiteiten uitbesteedt die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op de verplichtingen uit deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, dient hij de nodige maatregelen te treffen opdat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
   a) de gedelegeerde moet in verband met de uitbestede functie of activiteit samenwerken met de FSMA;
   b) de verzekeraars, de personen belast met de controle van de rekeningen en de FSMA moeten daadwerkelijk toegang hebben tot gegevens over de uitbestede functies of activiteiten;
   c) de FSMA moet daadwerkelijk toegang hebben tot de bedrijfsruimten van de gedelegeerde en moet haar toegangsrechten overeenkomstig [2 artikel 304, § 2]2, daadwerkelijk kunnen uitoefenen.
   § 3. Indien de verzekeraar bij de verzekeringsverrichtingen die met een beleggingsfonds zijn verbonden het beheer van dit fonds uitbesteedt, dient bovendien aan de volgende voorwaarden worden voldaan :
   1° de verzekeraar moet zijn hele delegatiestructuur met objectieve argumenten kunnen verklaren;
   2° het mandaat mag alleen worden verleend aan instellingen die, voor het beheer van activa, een vergunning hebben of zijn geregistreerd, en die aan toezicht zijn onderworpen, of, wanneer niet aan deze voorwaarde kan worden voldaan, uitsluitend op voorwaarde dat de FSMA daartoe vooraf toestemming heeft verleend;
   3° als de delegatie aan een onderneming uit een derde land is verleend, moet niet alleen worden voldaan aan de vereisten onder 2°, maar moet bovendien voor samenwerking worden gezorgd tussen de FSMA en de autoriteit die toezicht houdt op de onderneming;
   4° de verzekeraar moet kunnen aantonen dat de gedelegeerde gekwalificeerd is en in staat is om de betrokken taken te vervullen, dat de gedelegeerde met de grootste zorg is gekozen en dat de verzekeraar in staat is om de gedelegeerde taken efficiënt en voortdurend in het oog te houden, de gedelegeerde te allen tijde verdere instructies te geven en de delegatie met onmiddellijke ingang te herroepen wanneer dat in het belang van de verzekeringnemers of de begunstigden is. De verzekeraar onderwerpt de diensten van iedere gedelegeerde doorlopend aan een evaluatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-06-29/01, art. 71, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL II. - Overdrachten van verzekeringsovereenkomsten

  Art. 17.De overdrachten van de rechten en de verplichtingen die voortvloeien uit overeenkomsten betreffende risico's of verbintenissen gelegen in België, zijn tegenstelbaar aan de verzekeringnemers, de verzekerden, de begunstigden en alle derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst wanneer ze werden toegestaan door de Bank of door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 34 en 36, heeft die tegenstelbaarheid uitwerking vanaf de dag van [1 de in de artikelen 106 of 567, § 2, van de wet van 13 maart 2016 bedoelde publicatie]1.
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 722, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  Art. 18.§ 1. De verzekeringnemers hebben de mogelijkheid hun overeenkomst volgens de in artikel 84, § 1 voorgeschreven wijzen op te zeggen binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de publicatie [1 bedoeld in de artikelen 106 of 567, § 2, van de wet van 13 maart 2016]1. Die opzegging gaat in na het verstrijken van een termijn van een maand, te rekenen van de dag volgend op de betekening van het deurwaardersexploot, de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of de dag volgend op de afgifte van de aangetekende brief, of op de jaarlijkse premievervaldag indien die vroeger valt.
  § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op fusies en splitsingen van verzekeringsondernemingen, noch op overdrachten uitgevoerd in het kader van een inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid, noch op andere overdrachten tussen verzekeringsondernemingen die deel uitmaken van eenzelfde geconsolideerd geheel.
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 723, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  TITEL III. - Bijzondere regels met betrekking tot verzekeringen uit de groep activiteiten "leven" verbonden met beleggingsfondsen

  Art. 19.§ 1. Bij verzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gedragen door de verzekeringnemer, mogen de verzekeringsuitkeringen slechts verbonden zijn, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks, met activa en instrumenten waarvan de verzekeraar de risico's goed kan inschatten.
  De verzekeraar licht de verzekeringnemer voor het sluiten van de overeenkomst in duidelijke bewoordingen in over het door hem gedragen risico.
  § 2. De overeenkomst mag enkel een waarborg van een minimumrendement bevatten als die waarborg het voorwerp uitmaakt van een dekking door een in de Europese Unie daarvoor toegelaten onderneming.
  [1 § 3. De Koning stelt, na advies van de FSMA, regels vast met betrekking tot de aard van het beleggingsfonds, de vaststelling van en de evolutie van de waarde van het beleggingsfonds, het beheerreglement van het beleggingsfonds en de financiële verslaggeving over het beleggingsfonds.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 72, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 20.
  <Opgeheven bij W 2017-04-18/03, art. 51, 007; Inwerkingtreding : 04-05-2017>

  Art. 20/2.
  <Opgeheven bij W 2018-12-06/11, art. 16, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  DEEL 3. - HET AANBIEDEN EN SLUITEN VAN OVEREENKOMSTEN : INFORMATIE, PUBLICITEIT, TARIFERING, SEGMENTATIE EN WINSTDELING

  TITEL I. - Algemene bepalingen

  Art. 21. Bij het opstellen van alle documenten die betrekking hebben op het sluiten en het uitvoeren van de verzekeringsovereenkomsten, zijn de verzekeraars en de verzekeringstussenpersonen gehouden zich te gedragen naar de regels die krachtens deze wet door de Koning worden vastgesteld, na advies van de FSMA.

  Art. 22.§ 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaarden, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel, evenals alle clausules afzonderlijk, die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van deel 2 en deel 3 en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen, [1 of met de bepalingen van de wet van 13 maart 2016]1 en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, worden vanaf het sluiten van de overeenkomst geacht te zijn opgesteld in overeenstemming met, al naargelang het geval, de bepalingen van deel 2 en deel 3 en hun uitvoeringsbesluiten en -reglementen, [1 dan wel met de bepalingen van de wet van 13 maart 2016]1 en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
  § 2. [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 724, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  Art. 23. § 1. De algemene, bijzondere en speciale voorwaarden, de verzekeringsovereenkomsten in hun geheel, evenals alle clausules afzonderlijk, moeten in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen worden opgesteld. Ze mogen geen enkele clausule bevatten die een inbreuk uitmaakt op de gelijkwaardigheid tussen de verbintenissen van de verzekeraar en die van de verzekeringnemer.
  § 2. In geval van twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert in alle gevallen de voor de verzekeringnemer meest gunstige interpretatie. Indien de verzekeringnemer en de verzekerde niet één en dezelfde persoon zijn, prevaleert de voor de verzekerde meest gunstige interpretatie.
  Het eerste lid is niet van toepassing op verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot grote risico's, met uitzondering van de risico's omschreven in artikel 5, 39°, punt b) voor zover de verzekeringsnemer een vrij beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft.

  Art. 24. Onverminderd de toepassing van internationale verdragen of overeenkomsten, zijn nietig alle clausules en overeenkomsten die, met uitsluiting van de Belgische rechter, aan de buitenlandse rechtbanken de bevoegdheid toewijzen om kennis te nemen van alle geschillen die betrekking hebben op de verzekeringsovereenkomsten.

  Art. 25. De overeenkomsten die bestemd zijn om te voldoen aan een door de Belgische wetgeving opgelegde verzekeringsplicht worden beheerst door het Belgische recht.
  Wanneer een verzekeringsovereenkomst dekking verleent in verscheidene lidstaten waarvan minstens één een verplichting tot verzekering oplegt, wordt de overeenkomst voor de toepassing van dit artikel beschouwd als bestaande uit verscheidene overeenkomsten waarvan elk betrekking heeft op één lidstaat.

  Art. 26. § 1. De verzekeraars die in België verplicht gestelde verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven" aanbieden, moeten dit aan de FSMA meedelen.
  § 2. De FSMA kan aan de verzekeraars uit paragraaf 1 opleggen dat zij de algemene en de speciale voorwaarden van deze in België verplicht gestelde verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven" aan de FSMA en de Bank meedelen voordat er gebruik van wordt gemaakt.
  § 3. De in de eerste en tweede paragraaf bedoelde inlichtingen en documenten dienen minstens in de taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.

  Art. 27. Wanneer de verzekeraar, bij toepassing van de Belgische wetgeving die de verplichting tot verzekeren oplegt, het beëindigen van de waarborg aan de autoriteiten moet melden, kan die beëindiging aan de benadeelde derden slechts worden tegengeworpen onder de door de Belgische wetgeving voorziene voorwaarden.

  TITEL II. - Transparantievoorschriften

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen inzake reclame en andere documenten en berichten

  Art. 28. § 1. Ieder document dat door de verzekeraars of de verzekeringstussenpersonen in België ter algemene kennis wordt gebracht, moet de door de Koning, na advies van de FSMA, bepaalde vermeldingen bevatten.
  § 2. De Koning kan na advies van de FSMA regels vaststellen aangaande de inhoud en de voorstellingswijze van de berichten, de reclame en andere op de commercialisering gerichte documenten die betrekking hebben op de verzekeringsovereenkomsten die een verzekeraar of een verzekeringstussenpersoon in België aanbiedt en/of commercialiseert.
  § 3. De berichten, de reclame en andere documenten die betrekking hebben op de verzekeringsovereenkomsten die een verzekeraar of een verzekeringstussenpersoon in België aanbiedt en/of commercialiseert moeten minstens voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;
  2° de erin vervatte gegevens stemmen overeen met de andere wettelijk verplichte aan de kandidaat-verzekeringnemer over te maken informatie.
  Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig.
  § 4. Voor de doeleinden van dit artikel wordt onder commercialisering verstaan het voorstellen van een verzekeringsovereenkomst, ongeacht de wijze waarop dit gebeurt, om de verzekeringnemer of de potentiële verzekeringnemer aan te zetten tot het sluiten van een verzekeringsovereenkomst.
  § 5. Zolang de verjaringstermijn voor vorderingen jegens de verzekeraar, dan wel de tussenpersoon, niet verstreken is en gedurende een periode van ten minste twee jaar na het verstrijken van de laatste verzekeringsovereenkomst waarop deze berichten, reclame en andere documenten betrekking hebben, houden de verzekeraars en de tussenpersonen een kopie bij van de berichten, de reclame en andere documenten bedoeld in paragraaf 3.
  § 6. De fotografische, microfotografische, magnetische, elektronische of optische afschriften van berichten, reclame en andere documenten zijn bewijskrachtig zoals de originele stukken waarvan zij, behoudens bewijs van het tegendeel, worden verondersteld een afschrift te zijn indien zij werden opgesteld door de verzekeraars en/of de verzekeringstussenpersonen of onder hun toezicht. De Koning kan, na advies van de FSMA, de voorwaarden en modaliteiten vaststellen om deze afschriften op te stellen.

  HOOFDSTUK 2. - Informatie

  Art. 29. De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen.

  Art. 30.[1 § 1.]1 Alle documenten die bestemd zijn voor de verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde en alle derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst moeten de door de Koning bepaalde vermeldingen bevatten. Dit besluit wordt genomen na advies van de FSMA.
  [1 § 2. [2 ...]2]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 74, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2017-04-18/03, art. 52, 007; Inwerkingtreding : 31-12-2016>

  Art. 31. Indien de Belgische wet een bewijs verlangt dat een verplichte verzekering werd afgesloten, moet de verzekeraar de verzekerde een verklaring bezorgen waaruit blijkt dat de verplichte verzekeringsovereenkomst werd afgesloten.
  De Koning bepaalt, in een besluit genomen na advies van de FSMA, welke gegevens moeten worden opgenomen in deze verklaring.

  Art. 32. Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven" moet de verzekeraar voor het sluiten van de overeenkomst de verzekeringnemer die een natuurlijke persoon is minstens :
  a) informatie verschaffen over het op de overeenkomst toepasselijke recht, als volgt :
  i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze hebben, het recht dat op de overeenkomst van toepassing is;
  ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze hebben :
  - het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij kunnen kiezen,
  - de keuze die de verzekeraar desgevallend voorstelt, en
  - het recht dat volgens de relevante wetgeving van toepassing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een uitdrukkelijke keuze door partijen;
  en
  b) in kennis stellen van de regelingen voor het behandelen van klachten van verzekeringnemers over de overeenkomst, met inbegrip van het bestaan van de ombudsdienst inzake verzekeringen, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de verzekeringnemer een gerechtelijke procedure aan te spannen.

  Art. 33.§ 1. Wanneer een verzekering uit de groep activiteiten "niet-leven" wordt aangeboden door een buitenlandse verzekeraar, wordt aan de verzekeringnemer vóór het aangaan van enige verbintenis meegedeeld in welk land het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het bijkantoor waarmee de overeenkomst wordt gesloten, is gevestigd.
  Wanneer aan de verzekeringnemer documenten worden verstrekt, wordt daarin de in het eerste lid bedoelde informatie vermeld.
  In het geval de buitenlandse verzekeraar een EER verzekeringsonderneming is, gelden de in het eerste en de tweede lid bedoelde verplichtingen niet voor grote risico's.
  § 2. In de overeenkomst of andere documenten waarbij de dekking wordt verleend, alsmede in het verzekeringsvoorstel wanneer de verzekeringnemer daardoor wordt gebonden, wordt de naam en het adres vermeld van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, van het bijkantoor van de verzekeraar die de dekking verleent.
  In de in het eerste lid bedoelde documenten wordt ook de naam en het adres van de vertegenwoordiger van de verzekeraar [1 zoals bedoeld in artikel 557 van de wet van 13 maart 2016,]1 vermeld.
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 725, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  Art. 34.Bij verzekeringen uit de groep activiteiten "niet-leven", licht de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst in over elke wijziging van de volgende gegevens :
  a) naam en adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, van het bijkantoor van de verzekeraar die de dekking verleent;
  b) de naam en het adres van de vertegenwoordiger van de verzekeraar [1 zoals bedoeld in artikel 557 van de wet van 13 maart 2016]1.
  De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van deze mededelingen.
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 726, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  Art. 35. § 1. Voor de verzekeringen uit de groep activiteiten "leven" moet de verzekeraar voor het sluiten van de overeenkomst de verzekeringnemer minstens de gegevens uit de paragrafen 2 en 3 meedelen.
  § 2. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen, worden de volgende inlichtingen betreffende de verzekeraar medegedeeld :
  a) naam of firmanaam, rechtsvorm;
  b) naam van het land waar het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het bijkantoor waarmee de overeenkomst zal worden gesloten, is gevestigd;
  c) adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, van het bijkantoor waarmee de overeenkomst zal worden gesloten;
  d) een concrete verwijzing naar het in artikel 51 van de Richtlijn 2009/138/EG bedoelde rapport over de solvabiliteit en financiële positie, zodat de verzekeringnemer gemakkelijk kennis kan nemen van deze informatie.
  § 3. Onverminderd andere wettelijke verplichtingen, worden de volgende inlichtingen betreffende de verbintenis medegedeeld :
  a) omschrijving van elke verzekeringsdekking en keuzemogelijkheid;
  b) de looptijd van de overeenkomst;
  c) de wijze van beëindiging van de overeenkomst;
  d) de wijze en duur van betaling van de premies;
  e) wijze van berekening en toewijzing van winstdelingen;
  f) gegevens over de afkoop- en reductiewaarden en in hoeverre deze zijn gegarandeerd;
  g) inlichtingen over de premies voor iedere verzekeringsdekking, zowel de hoofddekking als de aanvullende dekkingen, indien zulke inlichtingen dienstig blijken;
  h) opsomming van de gebruikte referentiewaarden (rekeneenheden) in verzekeringen verbonden met beleggingsfondsen;
  i) gegevens over de aard van de activa die tegenover de verzekeringen verbonden met beleggingsfondsen staan;
  j) wijze van uitoefening van het recht van opzegging;
  k) algemene informatie betreffende de op het type overeenkomst toepasselijke belastingregeling, met inbegrip van informatie betreffende de fiscale behandeling van prestaties op de eindvervaldag van de overeenkomst en in geval van vervroegde afkoop;
  l) regelingen voor het behandelen van klachten van verzekeringnemers, verzekerden of begunstigden over de overeenkomst, met inbegrip van het bestaan van de ombudsdienst inzake verzekeringen, onverminderd de mogelijkheid een gerechtelijke procedure aan te spannen;
  m) informatie over het op de overeenkomst toepasselijke recht, als volgt :
  i. wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze hebben, het recht dat op de overeenkomst van toepassing is;
  ii. wanneer de partijen wel vrijheid van rechtskeuze hebben :
  - het feit dat de partijen het toepasselijk recht vrij kunnen kiezen,
  - de keuze die de verzekeraar desgevallend voorstelt, en
  - het recht dat volgens de relevante wetgeving van toepassing zal zijn bij gebrek aan akkoord tussen of een uitdrukkelijke keuze door partijen;
  Bovendien wordt specifieke informatie verstrekt om ervoor te zorgen dat de verzekeringnemer goed begrijpt welke risico's hij loopt door de overeenkomst te sluiten.

  Art. 36. Bij verzekeringen uit de groep activiteiten "leven", licht de verzekeraar de verzekeringnemer gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst in over elke wijziging van de volgende gegevens :
  a) de algemene, speciale en bijzondere voorwaarden;
  b) de naam of firmanaam, de rechtsvorm en het adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar en, in voorkomend geval, van het bijkantoor waarmede de overeenkomst is gesloten;
  c) alle in artikel 35, § 3, onder d) tot en met j), bedoelde inlichtingen zowel indien de wijziging het gevolg is van een addendum aan de overeenkomst dan wel van een op de overeenkomst van toepassing zijnde wetswijziging;
  d) elk jaar inlichtingen betreffende de situatie van de winstdeling.
  De verzekeraar bezorgt de FSMA een afschrift van deze mededelingen.

  Art. 37. De in de artikelen 35 en 36 bedoelde inlichtingen worden duidelijk, nauwkeurig, en schriftelijk verstrekt in één van de officiële Belgische landstalen.
  Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere taal aan de verzekeringnemer worden verstrekt indien de verzekeringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de verzekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.

  Art. 38. De Koning kan, na advies van de FSMA, de vereiste inlichtingen uit de artikelen 32 tot en met 36 verder uitwerken en bijkomende inlichtingen bepalen die de verzekeraars en/of de tussenpersonen aan de verzekeringnemer moeten meedelen vóór het sluiten van de overeenkomst en gedurende de looptijd ervan, en de wijze waarop dit moet gebeuren.

  TITEL III. - Tarifering, voorwaarden en segmentatie

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Art. 39. Wat de buitenlandse verzekeraars betreft, hebben de bepalingen van dit hoofdstuk slechts betrekking op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen.

  Art. 40. § 1. Voor het vaststellen en toepassen van hun tarieven en voorwaarden, zijn de verzekeraars gehouden zich te gedragen naar de regels die door de Koning worden vastgesteld, na advies van de FSMA en de Bank.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, moeten de EER verzekeringsondernemingen zich voor het vaststellen en toepassen van hun tarieven gedragen naar de wetgeving van hun lidstaat van herkomst.
  Het eerste lid doet echter geen afbreuk aan de verplichting van de EER verzekeringsondernemingen om zich te houden aan de Belgische dwingende regels van algemeen belang die een technisch kader voor de tariefontwikkeling instellen waarbinnen de verzekeringsondernemingen hun premies moeten berekenen.

  Art. 41.Indien de Bank maatregelen neemt [1 overeenkomstig artikel 504 van de wet van 13 maart 2016]1, wordt de tariefverhoging toegepast op de overeenkomsten die worden gesloten vanaf de kennisgeving van de beslissing van de Bank en, onverminderd het opzeggingrecht van de verzekeringnemer, wordt ze eveneens toegepast op de premies en bijdragen van de lopende overeenkomsten, die vervallen vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing van de Bank.
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 727, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>

  HOOFDSTUK 2. - Segmentatie

  Art. 42. De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen.

  Art. 43.§ 1. Artikel 44 tot en met 46 zijn van toepassing op de hieronder opgesomde verzekeringsovereenkomsten voor zover de verzekeringnemer een consument is in de zin van [1 artikel I. 1, 2° van hetzelfde Wetboek]1 :
  - De verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
  - De verzekering tegen brand en andere gevaren wat betreft de woningen die een eenvoudige risico zijn volgens artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 december 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
  - De verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven;
  - De rechtsbijstandsverzekeringen;
  - De individuele levensverzekering; en
  - De ziekteverzekeringsovereenkomst zoals bepaald in artikel 201, § 1, 1°.
  § 2. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd besluit genomen na advies van de FSMA, de toepassing van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten.
  § 3. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de verplichtingen die overeenkomstig deel 4 van deze wet en de besluiten en/of reglementen genomen ter uitvoering hiervan van toepassing zijn.
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 84, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. 44. Elke segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering en/of de omvang van de dekking moet objectief worden gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel moeten passend en noodzakelijk zijn.

  Art. 45. § 1. De verzekeraar publiceert op zijn website per type van verzekeringsovereenkomst zoals vermeld in artikel 43, § 1, de criteria die hij gebruikt in het kader van de segmentatie op het vlak van acceptatie, tarifering en/of de omvang van de dekking. Op de website van de verzekeraar wordt op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze toegelicht waarom deze criteria worden gehanteerd.
  § 2. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, genomen na advies van de FSMA, aanduiden, desgevallend per type van verzekeringsovereenkomst, welke segmenteringscriteria mogen worden gehanteerd door de verzekeraar, dan wel aanduiden, desgevallend per type van verzekeringsovereenkomst, welke segmenteringscriteria niet mogen worden gehanteerd.

  Art. 46. § 1. In haar aanbod aan de verzekeringnemer vermeldt de verzekeraar welke segmenteringscriteria hij heeft gebruikt bij de bepaling van de tariefvoorwaarden van de overeenkomst en de omvang van de dekking. Deze informatie wordt op individuele wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze gegeven.
  Bij de toelichting van de gebruikte segmenteringscriteria maakt de verzekeraar een onderscheid tussen :
  - de criteria die worden gebruikt om de voorwaarden te bepalen die zullen gelden bij aanvang van de overeenkomst; en
  - de criteria die in de toekomst een impact kunnen hebben op de contractsvoorwaarden.
  § 2. Wanneer de verzekeraar beslist om gedurende de looptijd van de verzekeringsovereenkomst omwille van een gewijzigd risico aan de verzekeringnemer een voorstel tot wijziging van de tariefvoorwaarden of de verleende dekking over te maken, moet hij dit, onverminderd eventuele andere wettelijke verplichtingen, uitdrukkelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze voorleggen aan de verzekeringnemer.
  Het voorstel en de motivering moet op individuele wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar in het bijzonder de bij de beoordeling van het gewijzigde risico gehanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde segmenteringscriteria die hebben geleid tot het voorstel. Het voorstel licht ook, op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze, toe wat er gebeurt met de lopende verzekeringsovereenkomst naargelang de verzekeringnemer al of niet beslist om op het voorstel in te gaan.
  § 3. Wanneer de verzekeraar beslist om een verzekering gedurende de looptijd ervan op te zeggen omwille van een gewijzigd risico, moet hij, onverminderd eventuele andere wettelijke verplichtingen, dit uitdrukkelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze meedelen aan de verzekeringnemer, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 57, §§ 3, 4 en 5.
  Deze beslissing en de motivering moet op individuele wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar in het bijzonder de bij de beoordeling van het risico gehanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde segmenteringscriteria die hebben geleid tot de beslissing.
  § 4. Wanneer een verzekeraar beslist om een verzekering te weigeren moet dit door de verzekeraar uitdrukkelijk, schriftelijk en op gemotiveerde wijze worden medegedeeld aan de verzekeringnemer.
  Deze beslissing en de motivering moet op individuele wijze en op een duidelijke en voor de verzekeringnemer begrijpelijke wijze aan de verzekeringnemer worden medegedeeld. In de motivering vermeldt de verzekeraar in het bijzonder de bij de beoordeling van het risico gehanteerde gegevens, al dan niet meegedeeld door de verzekeringnemer, en de door hem gehanteerde segmenteringscriteria die hebben geleid tot de beslissing.
  Indien de bekendmaking van de weigeringsgrond ernstige schade zou kunnen toebrengen aan het bedrijf van de verzekeraar of indien de bekendmaking van deze weigeringsgrond zou leiden tot een schending van een wettelijke geheimhoudingsplicht, moet de verzekeraar, mits naleving van de in het volgende lid omschreven voorwaarden, de specifieke weigeringsgrond niet meedelen in zijn weigeringsbeslissing.
  Als het niet mededelen van de weigeringsgrond aan de kandidaat-verzekeringnemer niet kan worden verantwoord door de naleving van een wettelijke geheimhoudingsplicht, kan de verzekeraar zich enkel beroepen op de in het vorige lid omschreven uitzondering op de motiveringsplicht indien de weigeringsgrond waarop de beslissing steunt, is opgenomen in een limitatieve lijst van vertrouwelijke weigeringsgronden die op voorhand werd meegedeeld aan en goedgekeurd door de FSMA. Bovendien houdt de verzekeraar gecentraliseerd in één van zijn Belgische vestigingen, dan wel, indien hij geen Belgische vestiging heeft, in zijn binnen de EER gelegen hoofdkantoor of op een andere voorafgaandelijk door de FSMA goedgekeurde plaats, een lijst bij van de door hem geweigerde verzekeringen waarvan de specifieke weigeringsgrond niet meegedeeld is in de weigeringsbeslissing, met vermelding van de relevante weigeringsgrond, zoals deze werd opgenomen in de vooraf aan de FSMA overgemaakte lijst met vertrouwelijke weigeringsgronden, dan wel met verwijzing naar de relevante wettelijke basis voor de geheimhoudingsplicht.
  § 5. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd besluit genomen na advies van de FSMA, bijkomende regels opleggen aangaande de precieze inhoud van de motivering vermeld in de voorgaande paragrafen, de wijze waarop de beslissing moet worden meegedeeld en de termijnen waaraan de verzekeraars zich moeten houden.

  TITEL IV. - Winstdeling

  Art. 47. De bepalingen van deze titel hebben betrekking op de verzekeringsovereenkomsten waarvan het risico dan wel de verbintenis in België is gelegen.

  Art. 48.De winstdeling mag enkel worden vermeld in reclame en andere op commercialisering gerichte documenten voor zover de verzekeraar wettelijk, dan wel contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en voor zover het recht op winstdeling van een individuele overeenkomst niet afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar.
  [1 [2 Niettegenstaande het eerste lid mag de winstdeling worden vermeld in reclame en andere op commercialisering gerichte documenten indien de verzekeraar noch wettelijk, noch contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en/of indien het recht op winstdeling bij een individuele overeenkomst afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar, mits naleving van de volgende voorwaarden:
   1° er moet uitdrukkelijk bij worden vermeld dat de verzekeraar noch wettelijk, noch contractueel, verplicht is over te gaan tot winstdeling en/of dat het recht op winstdeling bij een individuele overeenkomst afhangt van de discretionaire beslissingsbevoegdheid van de verzekeraar;
   2° er moet uitdrukkelijk bij worden vermeld dat winstdeling niet gegarandeerd is en dat deze elk jaar kan wijzigen;
   3° prognoses voor de toekomst mogen niet worden vermeld, noch mag hiernaar worden verwezen.]2
   De FSMA kan bij reglement de modaliteiten van het voorgaande lid nader preciseren.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 75, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-07-30/47, art. 71, 013; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 49.[1 De Koning stelt, op advies van de FSMA en de Bank, de door de verzekeraars na te leven regels inzake deelneming in de winst, vast.]1
   Voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst deelt de verzekeraar aan de kandidaat-verzekeringnemer op individuele wijze mee of en onder welke voorwaarden er een recht op winstdeling ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten is. De wijze van berekening en van toewijzing wordt toegelicht.
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 76, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 50. § 1. De verzekeringnemer wordt minstens één maal per jaar ingelicht over de situatie van de winstdeling en wordt gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst ingelicht over elke wijziging aan de situatie van de winstdeling.
  § 2. Wanneer de verzekeraar in samenhang met een aanbod voor of het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst uit de groep activiteiten "leven" projecties met betrekking tot de winstdeling verstrekt, legt de verzekeraar de verzekeringnemer een modelberekening voor waarin de potentiële uitkering aan het eind van de looptijd wordt vermeld op basis van een berekening bij drie verschillende rentepercentages. Dit geldt niet voor tijdelijke overlijdensverzekeringen. De verzekeraar deelt de verzekeringnemer op duidelijke en begrijpelijke wijze mee dat de modelberekening slechts een voorbeeld is, dat is gebaseerd op theoretische aannamen, en dat de verzekeringnemer uit de modelberekening geen contractuele aanspraken mag afleiden.
  § 3. In geval van verzekeringen met winstdeling stelt de verzekeraar de verzekeringnemer jaarlijks schriftelijk in kennis van de stand van zijn vorderingen met inbegrip van de winstdeling. Indien de verzekeraar projecties met betrekking tot de winstdeling heeft verstrekt, wijst hij de verzekeringnemer bovendien op afwijkingen tussen de feitelijke ontwikkeling en de aanvankelijke gegevens.
  § 4. De verzekeraar bezorgt de FSMA een kopie van de in bovenstaande paragrafen vermelde mededelingen aan de verzekeringnemer.

  Art. 51.§ 1. Indien de winstdeling wordt vermeld in reclame en/of andere op commercialisering gerichte documenten [1 overeenkomstig artikel 48, eerste lid]1 , stelt de verzekeraar ter informatie van de verzekeringnemers een winstdelingsplan op. De verzekeraar stelt dit plan ter beschikking van de kandidaat-verzekeringnemer voordat de verzekeringsovereenkomst wordt afgesloten. Voor zover deze een invloed hebben op de verzekeringsovereenkomsten, worden latere wijzigingen aan het plan onverwijld schriftelijk meegedeeld aan de verzekeringnemers.
  § 2. In dit winstdelingsplan wordt het volgende in voor de verzekeringnemer begrijpelijke termen uiteengezet :
  - de wijze waarop de totale uitkeerbare winst wordt berekend;
  - de wijze waarop wordt bepaald of en hoeveel van deze uitkeerbare winst zal worden uitgekeerd of toegekend aan de aandeelhouders en aan de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten met winstdeling;
  - de wijze waarop wordt bepaald welke verdeelsleutel zal worden gehanteerd tussen de aandeelhouders en de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten; en
  - de criteria op basis waarvan de winstdeling zal worden toegekend aan de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten en de voorwaarden waaronder dit zal gebeuren.
  § 3. Bij de toekenning van de aan de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten verdeelde winst tussen de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten, moet de billijkheid onder verzekeringnemers worden eerbiedigd.
  § 4. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank, de inhoud van het winstdelingsplan nader bepalen en tevens bepalen welke criteria de verzekeraar mag of moet toepassen bij de toekenning van de winstdeling aan de afzonderlijke verzekeringsovereenkomsten.
  ----------
  (1)<W 2018-07-30/47, art. 72, 013; Inwerkingtreding : 15-09-2018>

  Art. 52. § 1. De in de artikelen 48 tot en met 51 bedoelde inlichtingen worden duidelijk, nauwkeurig en schriftelijk verstrekt in één van de officiële Belgische landstalen.
  Deze inlichtingen mogen evenwel ook in een andere taal aan de verzekeringnemer worden gesteld indien de verzekeringnemer daarom verzoekt, dan wel indien de verzekeringnemer vrij het toepasselijke recht kan kiezen.
  § 2. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de FSMA, de inhoud van en de wijze waarop de in de artikelen 48 tot en met 51 bedoelde inlichtingen moet worden verstrekt, verder bepalen.

  Art. 53. De Koning kan, via een in de Ministerraad overlegd besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank, voor één of meerdere verzekeringsactiviteiten, bepalen :
  1° dat een deel van de uitkeerbare winst moet worden verdeeld onder de collectiviteit van de verzekeringsovereenkomsten en volgens welke modaliteiten dit deel van de winst en de gebruikte verdeelsleutel tussen de aandeelhouders en de collectiviteit van de overeenkomsten moet worden berekend;
  2° onder welke voorwaarden de verdeling van de winsten ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten niet de definitieve afstand van deze bedragen inhoudt voor de verzekeringsonderneming, zodat deze gedurende een beperkte periode in de tijd nog kunnen worden aangewend voor de vervulling van de wettelijke solvabiliteitsvereisten;
  3° op welk ogenblik de toegekende bedragen worden geacht definitief verworven te zijn door de begunstigden;
  4° op welke wijze de bovenstaande punten door de verzekeringsonderneming boekhoudkundig moeten worden verwerkt.

  DEEL 4. - DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST

  TITEL I. - Toepassingsgebied en definities

  Toepassingsgebied

  Art. 54. De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op alle landverzekeringsovereenkomsten die onderworpen zijn aan het Belgische recht voor zover er niet wordt van afgeweken door bijzondere wetten.
  Zij zijn niet van toepassing op de herverzekering noch op de verzekeringen van goederenvervoer, met uitzondering van de bagage- en verhuisverzekeringen.

  Definities

  Art. 55. In dit deel wordt verstaan onder :
  1° "benadeelde" : in een aansprakelijkheidsverzekering, degene aan wie schade is toegebracht waarvoor de verzekerde aansprakelijk is.
  2° "verzekeringsprestatie" : het door de verzekeraar uit te betalen bedrag of de door hem te verstrekken dienst ter uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.
  3° "verzekering tot vergoeding van schade" : verzekering waarbij de verzekeraar zich ertoe verbindt de prestatie te leveren die nodig is om de schade die de verzekerde geleden heeft of waarvoor hij aansprakelijk is, geheel of gedeeltelijk te vergoeden.
  4° "verzekering tot uitkering van een vast bedrag" : verzekering waarbij de prestatie van de verzekeraar niet afhankelijk is van de omvang van de schade.
  5° "verzekeringsaanvraag" : een formulier dat uitgaat van de verzekeraar waarbij deze laatste aanbiedt het risico voorlopig ten laste te nemen op verzoek van de verzekeringnemer.
  6° "verzekeringsvoorstel" : een formulier dat uitgaat van de verzekeraar en in te vullen door de verzekeringnemer met het doel de verzekeraar in te lichten over de aard van de verrichting en over de feiten en de omstandigheden die voor hem gegevens zijn voor de beoordeling van het risico.
  7° "voorafgetekende polis" : een verzekeringspolis die vooraf door de verzekeraar ondertekend is en houdende aanbod tot het sluiten van een overeenkomst onder de voorwaarden die erin beschreven zijn, eventueel aangevuld met de nadere bijzonderheden die de verzekeringnemer aanduidt op de daartoe voorziene plaatsen.
  8° "vermindering bij de verzekering tot vergoeding van schade" : sanctie waardoor de verzekeraar zijn prestatie vermindert gelet op de tekortkoming door de verzekeringnemer of de verzekerde aan een van de verplichtingen die voortvloeien uit de verzekeringsovereenkomst.

  Dwingende regels

  Art. 56. De bepalingen van dit deel zijn van dwingend recht, tenzij uit de bewoordingen zelf blijkt dat de mogelijkheid wordt gelaten om er van af te wijken door bijzondere bedingen.

  TITEL II. - De verzekeringsovereenkomst in het algemeen

  HOOFDSTUK 1. - Bepalingen betreffende alle verzekeringsovereenkomsten

  Afdeling I. - Het sluiten van de overeenkomst

  Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en verzekeringsaanvraag

  Art. 57.§ 1. Het verzekeringsvoorstel verbindt noch de kandidaat-verzekeringnemer, noch de verzekeraar tot het sluiten van de overeenkomst. Indien binnen dertig dagen na de ontvangst van het voorstel de verzekeraar aan de kandidaat-verzekeringnemer geen verzekeringsaanbod heeft ter kennis gebracht of de verzekering afhankelijk heeft gesteld van een aanvraag tot onderzoek of de verzekering heeft geweigerd, verbindt hij zich tot het sluiten van de overeenkomst op straffe van schadevergoeding. Die bepalingen, evenals de vermelding dat de ondertekening van het voorstel geen dekking meebrengt, moeten uitdrukkelijk in het verzekeringsvoorstel worden opgenomen.
  § 2. Bij een voorafgetekende polis of een verzekeringsaanvraag komt de overeenkomst tot stand bij de ondertekening van een van deze stukken door de verzekeringnemer.
  Tenzij anders is bedongen, gaat de waarborg in de dag volgend op de ontvangst door de verzekeraar van de voorafgetekende polis of de aanvraag. De verzekeraar zal de verzekeringnemer mededeling geven van deze datum.
  § 3. Behalve voor overeenkomsten met een looptijd van minder dan dertig dagen, moet de verzekeringnemer de mogelijkheid hebben de overeenkomst op te zeggen, met onmiddellijk gevolg op het ogenblik van de kennisgeving, binnen een termijn van dertig dagen voor levensverzekeringsovereenkomsten en voor kapitalisatieverrichtingen en binnen een termijn van veertien dagen voor de andere verzekeringsovereenkomsten na de inwerkingtreding ervan. Deze mogelijkheid moet uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden van de polis. Voor de overeenkomsten die geen levensverzekeringsovereenkomsten of kapitalisatieverrichtingen zijn, heeft de verzekeringnemer deze mogelijkheid slechts indien de overeenkomst via een voorafgetekende polis dan wel een verzekeringsaanvraag tot stand is gekomen.
  § 4. Behalve voor overeenkomsten met een looptijd van minder dan dertig dagen, mag de verzekeraar de overeenkomst die via een voorafgetekende polis dan wel een verzekeringsaanvraag tot stand is gekomen, opzeggen binnen een termijn van dertig dagen voor levensverzekeringsovereenkomsten en van veertien dagen voor de andere verzekeringsovereenkomsten na ontvangst van de voorafgetekende polis of van de aanvraag, met inwerkingtreding van de opzegging acht dagen na de kennisgeving ervan. Deze bepalingen moeten uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden van de voorafgetekende polis of van de aanvraag. De aanvraag en het voorstel dienen beide afzonderlijk te worden ondertekend.
  § 5. Elke verzekeringsovereenkomst op afstand, in de zin van [1 titel 3, hoofdstuk 2 van boek VI van hetzelfde Wetboek]1, wordt gesloten wanneer de verzekeraar de aanvaarding van de verzekeringnemer ontvangt.
  De verzekeringnemer en de verzekeraar beschikken over een termijn van veertien dagen om de verzekeringsovereenkomst zonder boete en zonder verplichte opgave van redenen op te zeggen. Voor levensverzekeringsovereenkomsten bedraagt de termijn evenwel dertig dagen.
  De termijn waarbinnen het opzeggingsrecht kan worden uitgeoefend gaat in :
  - vanaf de dag van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst, behalve met betrekking tot de levensverzekeringsovereenkomsten, waarvoor de termijn ingaat op het tijdstip waarop de verzekeraar aan de verzekeringnemer meedeelt dat de overeenkomst is gesloten;
  - vanaf de dag waarop de verzekeringnemer de contractsvoorwaarden en alle bijkomende informatie ontvangt, indien deze laatste dag na deze valt, bedoeld bij het eerste streepje.
  De opzegging die uitgaat van de verzekeringnemer treedt in werking op het ogenblik van de kennisgeving, deze die uitgaat van de verzekeraar acht dagen na de kennisgeving ervan.
  Het opzeggingsrecht is niet van toepassing op reis- en bagageverzekeringspolissen of soortgelijke kortetermijnverzekeringspolissen met een looptijd van minder dan één maand, noch op levensverzekeringsovereenkomsten gebonden aan een beleggingsfonds.
  § 6. De Koning kan, na advies van de FSMA en de Bank, de verdere modaliteiten bepalen die van toepassing zijn bij de uitoefening van het opzeggingsrecht uit de paragrafen 3, 4, en 5.
  § 7. De verzekeraar zal de inkomende verzekeringsvoorstellen, voorafgetekende polissen en verzekeringsaanvragen, bij het binnenkomen systematisch voorzien van de datumstempel.
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 85, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Mededelingsplicht

  Art. 58. De verzekeringnemer is verplicht bij het sluiten van de overeenkomst alle hem bekende omstandigheden nauwkeurig mee te delen die hij redelijkerwijs moet beschouwen als gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het risico door de verzekeraar. Hij moet de verzekeraar echter geen omstandigheden meedelen die deze laatste reeds kende of redelijkerwijs had moeten kennen. Genetische gegevens mogen niet worden meegedeeld.
  Indien op sommige schriftelijke vragen van de verzekeraar niet wordt geantwoord en indien deze toch de overeenkomst heeft gesloten, kan hij zich, behalve in geval van bedrog, later niet meer op dat verzuim beroepen.

  Opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens

  Art. 59. Wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk onjuist meedelen van gegevens over het risico de verzekeraar misleidt bij de beoordeling van dat risico, is de verzekeringsovereenkomst nietig.
  De premies die vervallen zijn tot op het ogenblik waarop de verzekeraar kennis heeft gekregen van het opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens, komen hem toe.

  Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens

  Art. 60. § 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meedelen van gegevens niet opzettelijk geschiedt, is de overeenkomst niet nietig.
  De verzekeraar stelt, binnen de termijn van een maand, te rekenen van de dag waarop hij van het verzwijgen of van het onjuist meedelen van gegevens kennis heeft gekregen, voor de overeenkomst te wijzigen met uitwerking op de dag waarop hij kennis heeft gekregen van het verzwijgen of van het onjuist meedelen.
  Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het risico nooit zou hebben verzekerd, kan hij de overeenkomst opzeggen binnen dezelfde termijn.
  Indien het voorstel tot wijziging van de overeenkomst wordt geweigerd door de verzekeringnemer of indien, na het verstrijken van de termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van dit voorstel, dit laatste niet aanvaard wordt, kan de verzekeraar de overeenkomst opzeggen binnen vijftien dagen.
  De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft opgezegd noch een wijziging heeft voorgesteld binnen de hierboven bepaalde termijnen, kan zich nadien niet meer beroepen op feiten die hem bekend waren.
  § 2. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen van gegevens niet kan verweten worden aan de verzekeringnemer en indien een schadegeval zich voordoet voordat de wijziging of de opzegging van kracht is geworden, is de verzekeraar tot de overeengekomen prestatie gehouden.
  § 3. Indien het verzwijgen of het onjuist meedelen van gegevens kan verweten worden aan de verzekeringnemer en indien een schadegeval zich voordoet voordat de wijziging of de opzegging van kracht is geworden, is de verzekeraar slechts tot prestatie gehouden op basis van de verhouding tussen de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer zou hebben moeten betalen, indien hij het risico naar behoren had meegedeeld.
  Indien de verzekeraar echter bij een schadegeval het bewijs levert dat hij het risico, waarvan de ware aard door dat schadegeval aan het licht komt, in geen geval zou hebben verzekerd, wordt zijn prestatie beperkt tot het betalen van een bedrag dat gelijk is aan alle betaalde premies.
  § 4. Wanneer gedurende de loop van de verzekering een omstandigheid bekend wordt die beide partijen op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst onbekend was, wordt artikel 80 of artikel 81 toegepast, naargelang die omstandigheid een vermindering of een verzwaring van het verzekerde risico tot gevolg heeft.

  Medische informatie

  Art. 61. De door de verzekerde gekozen arts kan de verzekerde die erom verzoekt de geneeskundige verklaringen afleveren die voor het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst nodig zijn. Deze verklaringen beperken zich tot een beschrijving van de huidige gezondheidstoestand.
  Deze verklaringen mogen uitsluitend aan de adviserend arts van de verzekeraar worden bezorgd. Deze mag de verzekeraar geen informatie geven die niet-pertinent is gezien het risico waarvoor de verklaringen werden opgemaakt of betreffende andere personen dan de verzekerde.
  Het medisch onderzoek, noodzakelijk voor het sluiten en het uitvoeren van de overeenkomst, kan slechts steunen op de voorgeschiedenis van de huidige gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde en niet op technieken van genetisch onderzoek die dienen om de toekomstige gezondheidstoestand te bepalen.
  Mits de verzekeraar aantoont de voorafgaande toestemming van de verzekerde te bezitten, geeft de arts van de verzekerde aan de adviserend arts van de verzekeraar een verklaring af over de doodsoorzaak.
  Wanneer er geen risico meer bestaat voor de verzekeraar, bezorgt de adviserend arts de geneeskundige verklaringen, op hun verzoek, terug aan de verzekerde of, in geval van overlijden, aan zijn rechthebbenden.

  Afdeling II. - Omvang van de dekking

  Bedrog en schuld

  Art. 62. Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
  De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald.
  De Koning kan een beperkende lijst opstellen van feiten die niet als grove schuld aangemerkt mogen worden.

  Oorlog

  Art. 63. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar geen schade veroorzaakt door oorlog of gelijkaardige feiten en door burgeroorlog.
  De verzekeraar moet het bewijs leveren van het feit dat hem van het verlenen van dekking bevrijdt.
  De Koning kan echter regels vaststellen die de bewijslast van het feit dat de verzekeraar bevrijdt van het verlenen van dekking verlichten.

  Afdeling III. - Bewijs en inhoud van de overeenkomst

  Bewijs en inhoud van de overeenkomst

  Art. 64. § 1. Onder voorbehoud van de bekentenis en de eed, en ongeacht het bedrag van de verbintenissen, worden de verzekeringsovereenkomst alsook de wijzigingen ervan tussen partijen door geschrift bewezen. Geen enkel bewijs door getuigen of door vermoedens tegen en boven de inhoud van het geschrift is toegelaten.
  Indien evenwel een begin van bewijs door geschrift wordt geleverd, is het bewijs door getuigen of vermoedens toegelaten.
  Artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomst of op de wijzigingen ervan.
  § 2. De verzekeringsovereenkomst bevat ten minste :
  1° de datum waarop de verzekeringsovereenkomst is gesloten en de datum waarop de verzekering begint te lopen;
  2° de duur van de overeenkomst;
  3° de identiteit van de verzekeringnemer en, in voorkomend geval, de identiteit van de verzekerde en van de begunstigde;
  4° de naam en het adres van de verzekeraar of van de medeverzekeraars;
  5° in voorkomend geval, de naam en het adres van de verzekeringstussenpersoon;
  6° de gedekte risico's;
  7° het bedrag van de premie of de wijze waarop de premie kan worden bepaald.
  § 3. De verzekeraar is ertoe gehouden uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst aan de verzekeringnemer een afschrift te verstrekken van de inlichtingen die deze laatste schriftelijk heeft medegedeeld over het te dekken risico.

  Afdeling IV. - Uitvoering van de overeenkomst

  Geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie

  Art. 65. In de verzekeringsovereenkomst mag geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming van een bepaalde, in de overeenkomst opgelegde verplichting, en mits er een oorzakelijk verband bestaat tussen de tekortkoming en het schadegeval.
  De Koning kan echter regels vaststellen met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzekeringsprestatie.

  Combinatiepolissen

  Art. 66. Wanneer de verzekeraar zich in een zelfde overeenkomst tot verschillende prestaties verbindt, hetzij omwille van de gegeven dekking, hetzij omwille van de verzekerde risico's, geldt de grond van opzegging betreffende een van die prestaties niet voor de gehele overeenkomst, tenzij anders is bedongen.
  Indien de verzekeraar de waarborg met betrekking tot één of meer prestaties opzegt, dan mag de verzekeringnemer de gehele verzekeringsovereenkomst opzeggen.
  De grond van nietigheid betreffende één van de prestaties geldt niet voor de gehele overeenkomst.

  Wijze van betaling van de premie en van de verzekeringsprestatie

  Art. 67. De verzekeringspremie is een haalschuld.
  Wanneer de premie niet rechtstreeks aan de verzekeraar wordt betaald, is de premiebetaling aan een derde bevrijdend indien deze de betaling vordert en hij voor de inning van die premie klaarblijkelijk als lasthebber van de verzekeraar optreedt.
  Wanneer de verzekeraar de bedragen die hij in het kader van de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst aan de verzekerde of zijn rechthebbende is verschuldigd, niet rechtstreeks aan deze laatsten betaalt, maar via een verzekeringstussenpersoon, bevrijdt enkel de werkelijke ontvangst van deze betaling door de verzekerde of zijn rechthebbende de verzekeraar van zijn verplichtingen.

  Betaling aan minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen

  Art. 68.De verzekeraar die aan een minderjarige, onbekwaamverklaarde of andere onbekwame een betaling verricht bij toepassing van een verzekeringsovereenkomst, doet dit op een rekening die op zijn naam is geopend en die onbeschikbaar is tot de meerderjarigheid of het opheffen van de onbekwaamheid, onverminderd het recht op wettelijk genot.
  [1 De aldus gestorte sommen kunnen vrijgemaakt worden op basis van een bijzondere machtiging van de vrederechter, op verzoek van de voogd of de bewindvoerder van de goederen, volgens dezelfde regels die van toepassing zijn op de omstandigheden bedoeld in de artikelen 410, § 1, 14°, of 499/7, § 2, van het Burgerlijk Wetboek.]1
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 86, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Niet-betaling van de premie

  Art. 69. Niet-betaling van de premie op de vervaldag kan grond opleveren tot schorsing van de dekking of tot opzegging van de overeenkomst mits de schuldenaar in gebreke is gesteld.
  De verzekeringsovereenkomst kan echter bepalen dat de dekking pas aanvangt na de betaling van de eerste premie.

  Aanmaning tot betaling

  Art. 70. De ingebrekestelling bedoeld in artikel 69 geschiedt bij deurwaardersexploot of bij een aangetekende brief.
  Daarbij wordt aangemaand om de premie te betalen binnen de termijn bepaald in de ingebrekestelling. Die termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening of de dag volgend op de afgifte van de aangetekende brief.
  In de ingebrekestelling wordt aan de premievervaldag en aan het premiebedrag herinnerd alsook aan de gevolgen van niet-betaling van de premie binnen de gestelde termijn en aan de aanvang van die termijn. Er wordt ook in vermeld dat de schorsing van de dekking of de opzegging van de overeenkomst uitwerking hebben vanaf de dag volgend op de dag waarop de termijn eindigt, zonder dat dit afbreuk doet aan de dekking die betrekking heeft op een verzekerd voorval dat zich voordien heeft voorgedaan.

  Uitwerking van de schorsing van de dekking of van de opzegging van de overeenkomst

  Art. 71. De schorsing of de opzegging hebben slechts uitwerking na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 70, tweede lid.
  Als de dekking geschorst is, wordt als gevolg van de betaling van de achterstallige premies door de verzekeringnemer een einde gemaakt aan die schorsing.
  De verzekeraar die zijn verplichting tot het verlenen van dekking schorst, kan de overeenkomst opzeggen in dezelfde ingebrekestelling; in dat geval wordt de opzegging van kracht na het verstrijken van een termijn die niet korter mag zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de eerste dag van de schorsing.
  Indien de verzekeraar de overeenkomst niet heeft opgezegd in dezelfde ingebrekestelling, kan de opzegging slechts geschieden mits een nieuwe ingebrekestelling is gedaan overeenkomstig artikel 70.
  De bepalingen van dit artikel met betrekking tot de schorsing van de dekking zijn niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten met vrije premiebetaling.

  Gevolgen van de schorsing ten aanzien van de nog te vervallen premies

  Art. 72. De schorsing van de dekking doet geen afbreuk aan het recht van de verzekeraar de later nog te vervallen premies te eisen op voorwaarde dat de verzekeringnemer in gebreke werd gesteld overeenkomstig artikel 70. In dit geval herinnert de ingebrekestelling aan de schorsing van de waarborg.
  Het recht van de verzekeraar wordt evenwel beperkt tot de premies voor twee opeenvolgende jaren.

  Premiekrediet

  Art. 73. In geval van opzegging van de overeenkomst op welke gronden ook, worden de betaalde premies met betrekking op de verzekerde periode na het van kracht worden van de opzegging terugbetaald binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inwerkingtreding van de opzegging of, in geval van toepassing van artikel 57, § 3, vanaf de ontvangst door de verzekeraar van de kennisgeving van de opzegging.
  Bij gedeeltelijke opzegging of bij enige andere vermindering van de verzekeringsprestaties zijn de bepalingen van het eerste lid alleen van toepassing op het gedeelte van de premie dat betrekking heeft op en in verhouding staat tot die vermindering.

  Melding van het schadegeval

  Art. 74. § 1. De verzekerde moet, zodra mogelijk en in elk geval binnen de termijn bepaald in de overeenkomst het schadegeval aan de verzekeraar melden.
  De verzekeraar kan er zich echter niet op beroepen dat de in de overeenkomst gestelde termijn om de in het eerste lid bedoelde melding te doen niet in acht is genomen, indien die melding zo spoedig als redelijkerwijze mogelijk is geschiedt.
  § 2. De verzekerde moet zonder verwijl aan de verzekeraar alle nuttige inlichtingen verstrekken en op de vragen antwoorden die hem worden gesteld, teneinde de omstandigheden en de omvang van de schade te kunnen vaststellen.

  Verplichtingen van de verzekerde bij schadegeval

  Art. 75. Bij elke verzekering tot vergoeding van schade moet de verzekerde alle redelijke maatregelen nemen om de gevolgen van het schadegeval te voorkomen en te beperken.

  Sancties

  Art. 76. § 1. Indien de verzekerde één van de verplichtingen hem opgelegd door de artikelen 74 en 75 niet nakomt en er daardoor een nadeel ontstaat voor de verzekeraar, kan deze aanspraak maken op een vermindering van zijn prestatie tot beloop van het door hem geleden nadeel.
  § 2. De verzekeraar kan zijn dekking weigeren, indien de verzekerde de in de artikelen 74 en 75 bedoelde verplichtingen met bedrieglijk opzet niet is nagekomen.

  Afdeling V. - Beding ten behoeve van derden

  Beding ten behoeve van derden

  Art. 77. Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen dat een derde, onder de voorwaarden welke zij bepalen, aanspraak kan hebben op de door de verzekering geboden voordelen.
  Die derde moet niet aangeduid zijn of zelfs niet verwekt zijn op het ogenblik dat het beding wordt gemaakt, maar hij moet aanwijsbaar zijn op de dag dat de verzekeringsprestaties opeisbaar zijn.
  De Koning kan, na advies van de FSMA, nadere regels bepalen waaraan bedingen ten behoeve van derden moeten voldoen ter bescherming van de rechten van de verzekerden en alle derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.

  Mededeling van de voorwaarden van de dekking

  Art. 78. Iedere begunstigde die onder bezwarende titel recht heeft op de dekking van een verzekering, heeft het recht van de verzekeringnemer of, zo nodig, van de verzekeraar mededeling te krijgen van de voorwaarden van de dekking.

  Afdeling VI. - Niet bestaan en wijziging van het risico

  Niet-bestaan van het risico

  Art. 79. De verzekering is nietig, wanneer bij het sluiten van de overeenkomst het risico niet bestaat of reeds verwezenlijkt is.
  Hetzelfde geldt voor de verzekering van een toekomstig risico, indien dit zich niet voordoet.
  Wanneer de verzekeringnemer, in de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, te kwader trouw heeft gehandeld bij het sluiten van de overeenkomst of een onverschoonbare vergissing heeft begaan, behoudt de verzekeraar de premie die verschuldigd is voor de periode die loopt vanaf de dag waarop de overeenkomst van kracht wordt tot de dag waarop hij het niet-bestaan van het risico verneemt.

  Vermindering van het risico

  Art. 80. Wanneer gedurende de loop van een verzekeringsovereenkomst, andere dan een levensverzekering of ziekteverzekeringsovereenkomst, het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet, aanzienlijk en blijvend verminderd is en wel zo dat de verzekeraar, indien die vermindering bij het sluiten van de overeenkomst had bestaan, op andere voorwaarden zou hebben verzekerd, is hij verplicht een overeenkomstige vermindering van de premie toe te staan vanaf de dag waarop hij van de vermindering van het risico kennis heeft gekregen.
  Indien de contractanten het over de nieuwe premie niet eens worden binnen een maand na de aanvraag tot vermindering door de verzekeringnemer, kan deze laatste de overeenkomst opzeggen.

  Verzwaring van het risico

  Art. 81. § 1. Behalve wanneer het om een levensverzekeringsovereenkomst, een ziekte-verzekering of een kredietverzekeringsovereen-komst gaat, heeft de verzekeringnemer de verplichting in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 58 de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van de omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet te bewerkstelligen.
  Onverminderd hetgeen bepaald is in deel 3, titel III, hoofdstuk 2, wanneer gedurende de loop van een verzekeringsovereenkomst, andere dan een levensverzekering, een ziekteverzekering of een kredietverzekeringsovereenkomst, het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet zo verzwaard is dat de verzekeraar, indien die verzwaring bij het sluiten van de overeenkomst had bestaan, op andere voorwaarden zou hebben verzekerd, moet binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf de dag waarop hij van de verzwaring kennis heeft gekregen, de wijziging van de overeenkomst voorstellen met terugwerkende kracht tot de dag van de verzwaring.
  Indien de verzekeraar het bewijs levert dat hij het verzwaarde risico in geen geval zou hebben verzekerd, kan hij de overeenkomst opzeggen binnen dezelfde termijn.
  Indien het voorstel tot wijziging van de verzekeringsovereenkomst wordt geweigerd door de verzekeringnemer of indien, bij het verstrijken van een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van dit voorstel, dit laatste niet wordt aanvaard, kan de verzekeraar de overeenkomst opzeggen binnen vijftien dagen na het verstrijken van voornoemde termijn.
  De verzekeraar die de overeenkomst niet heeft opgezegd noch binnen de hierboven bepaalde termijnen een wijziging heeft voorgesteld, kan zich later niet meer beroepen op de verzwaring van het risico.
  § 2. Indien zich een schadegeval voordoet voordat de wijziging van de overeenkomst of de opzegging van kracht is geworden, en indien de verzekeringnemer de verplichting van paragraaf 1 heeft vervuld, dan is de verzekeraar tot de overeengekomen prestatie gehouden.
  § 3. Als een schadegeval zich voordoet en de verzekeringnemer de in paragraaf 1 bedoelde verplichting niet is nagekomen :
  a) is de verzekeraar ertoe gehouden de overeengekomen prestatie te leveren wanneer het ontbreken van de kennisgeving niet kan worden verweten aan de verzekeringnemer;
  b) is de verzekeraar er slechts toe gehouden de prestatie te leveren naar de verhouding tussen de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer had moeten betalen indien de verzwaring in aanmerking was genomen, wanneer het ontbreken van de kennisgeving aan de verzekeringnemer kan worden verweten.
  Zo de verzekeraar evenwel het bewijs aanbrengt dat hij het verzwaarde risico in geen enkel geval zou verzekerd hebben, dan is zijn prestatie bij schadegeval beperkt tot de terugbetaling van alle betaalde premies;
  c) zo de verzekeringnemer met bedrieglijk opzet gehandeld heeft, kan de verzekeraar zijn dekking weigeren. De premies, vervallen tot op het ogenblik waarop de verzekeraar kennis heeft gekregen van het bedrieglijk verzuim, komen hem toe als schadevergoeding.

  Afdeling VII. - Medeverzekering en taak van de eerste verzekeraar

  Medeverzekering

  Art. 82. Medeverzekering houdt geen hoofdelijkheid in, tenzij anders is bedongen.

  Taak van de eerste verzekeraar

  Art. 83. Bij medeverzekering dient een eerste verzekeraar te worden aangewezen in de overeenkomst. Deze wordt geacht de lasthebber te zijn van de overige verzekeraars voor het ontvangen van de kennisgevingen bepaald in de overeenkomst en om het nodige te doen om de schadegevallen te regelen, met inbegrip van de vaststelling van het bedrag van de schadevergoeding.
  Dientengevolge kan de verzekerde hem alle betekeningen en kennisgevingen doen, met uitzondering van deze die betrekking hebben op rechtsvorderingen ingesteld tegen de andere medeverzekeraars. Indien er in de overeenkomst geen eerste verzekeraar was aangeduid dan kan de verzekerde om het even wie van de medeverzekeraars als eerste verzekeraar beschouwen voor de toepassing van dit artikel. Niettemin moet de verzekerde zich steeds wenden tot dezelfde medeverzekeraar als eerste verzekeraar.

  Afdeling VIII. - Opzeggingswijzen

  Opzeggingswijzen

  Art. 84. § 1. De overeenkomst kan worden opgezegd bij een aangetekende brief, bij deurwaardersexploot of door afgifte van de opzeggingsbrief tegen ontvangstbewijs.
  In het geval van artikel 71 geschiedt de opzegging bij de akte van ingebrekestelling, bedoeld in artikel 70.
  § 2. Behoudens voor de in de artikelen 57, §§ 3, 4 en 5, 71 en 86, § 1, bedoelde gevallen heeft de opzegging eerst uitwerking na het verstrijken van een termijn van ten minste een maand te rekenen van de dag volgend op de betekening of de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende brief, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte.
  De termijn bedoeld in het eerste lid moet worden vermeld in de overeenkomst en herhaald in de opzegging.

  Afdeling IX. - Duur en einde van de overeenkomst

  Duur van de verplichtingen

  Art. 85.§ 1. De duur van de verzekeringsovereenkomst mag niet langer zijn dan één jaar. Behalve wanneer een van de partijen ten minste drie maanden vóór de vervaldag van de overeenkomst zich ertegen verzet, volgens de in artikel 84 voorgeschreven wijzen, wordt ze stilzwijgend verlengd voor opeenvolgende periodes van één jaar.
  [1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Nationale Bank van België, voor bepaalde types van verzekeringen kortere termijnen bepalen waarbinnen de verzekeringnemer zich moet verzetten tegen de stilzwijgende verlenging.]1
  De overeenkomst mag geen andere opzeggingstermijnen opleggen.
  De partijen mogen de overeenkomst evenwel opzeggen wanneer, tussen de datum van het sluiten en die van de inwerkingtreding ervan, een termijn van meer dan één jaar verloopt. Van deze opzegging moet uiterlijk drie maanden vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst kennis gegeven worden.
  [1 Het eerste en het derde lid]1 zijn niet van toepassing op de kapitalisatieverrichtingen en de ziekte- en levensverzekeringsovereenkomsten. Ongeacht de duur van die overeenkomsten kan de verzekeringnemer ze evenwel jaarlijks opzeggen, hetzij op de jaardag van de ingangsdatum van de overeenkomst, hetzij op de jaarlijkse vervaldag van de premie.
  § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende de risico's die de Koning bepaalt.
  De volgende risico's kunnen evenwel niet worden uitgesloten :
  - Burgerrechtelijke aansprakelijkheid en voertuigcasco inzake motorrijtuigen;
  - Brand (eenvoudige risico's);
  - Burgerrechtelijke extracontractuele aansprakelijkheid met betrekking tot het privéleven;
  - Lichamelijke ongevallen op persoonlijke titel gedekt;
  - Hulpverlening;
  - Rechtsbijstand.
  § 3. Dit artikel is niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten waarvan de duur korter is dan één jaar.
  ----------
  (1)<W 2019-04-22/03, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 10-05-2019>

  Opzegging na schadegeval

  Art. 86. § 1. In de gevallen waarin de verzekeraar zich het recht voorbehoudt de overeenkomst na het zich voordoen van een schadegeval op te zeggen, beschikt de verzekeringnemer over hetzelfde recht. Die opzegging geschiedt ten laatste één maand na de uitbetaling of de weigering tot uitbetaling van de schadevergoeding.
  De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van een termijn van ten minste drie maanden te rekenen van de dag volgend op de betekening, de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende zending, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte.
  Indien de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde één van zijn verplichtingen, ontstaan door het schadegeval, niet is nagekomen met de bedoeling de verzekeraar te misleiden, kan deze laatste te allen tijde de verzekeringsovereenkomst opzeggen, zodra hij bij een onderzoeksrechter een klacht met burgerlijke partijstelling heeft ingediend tegen één van deze personen of hem voor het vonnisgerecht heeft gedagvaard, op basis van de artikelen 193, 196, 197, 496 of 510 tot 520 van het Strafwetboek. De opzegging wordt van kracht ten vroegste een maand te rekenen van de dag volgend op de betekening, de dag volgend op de datum van het ontvangstbewijs of, ingeval van een aangetekende zending, te rekenen van de dag die volgt op zijn afgifte.
  De verzekeraar moet de schade als gevolg van die opzegging vergoeden indien hij afstand doet van zijn vordering of indien de strafvordering uitmondt in een buitenvervolgingstelling of een vrijspraak.
  § 2. De verzekeraar kan zich niet het recht voorbehouden de overeenkomst op te zeggen na schadegeval bij de levens- of de ziekteverzekering.
  § 3. Bij een verzekering die de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen dekt, kan de verzekeraar zich slechts het recht voorbehouden de overeenkomst op te zeggen na een schadegeval, als hij de schadeloosstellingen ten gunste van de benadeelden heeft betaald of zal moeten betalen, met uitzondering van de betalingen die werden verricht met toepassing van artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
  Wanneer de opzegging niet is toegestaan in de zin van het vorige lid, maakt de opzegging door de verzekeraar van een waarborg als bijlage bij de overeenkomst die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekt, het hem niet mogelijk zich te beroepen op de bepalingen van artikel 66 om de overeenkomst op te zeggen.
  § 4. De bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel zijn niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende de risico's die de Koning bepaalt.
  De risico's, bedoeld in artikel 85, § 2, tweede lid, kunnen evenwel niet uitgesloten worden.

  Faillissement van de verzekeringnemer

  Art. 87. In geval van faillissement van de verzekeringnemer blijft de verzekering bestaan ten voordele van de massa van de schuldeisers, die jegens de verzekeraar instaan voor de betaling van de premies die nog moeten vervallen na de faillietverklaring.
  Niettemin hebben de verzekeraar en de curator van het faillissement het recht de overeenkomst op te zeggen. Evenwel kan de opzegging van de overeenkomst door de verzekeraar slechts gebeuren ten vroegste drie maanden na de faillietverklaring, terwijl de curator van het faillissement dit slechts kan gedurende de drie maanden na de faillietverklaring.
  Dit artikel is niet van toepassing op de persoonsverzekeringen.

  Afdeling X. - Verjaring

  Verjaringstermijn

  Art. 88. § 1. De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst bedraagt drie jaar. In de levensverzekering bedraagt de termijn dertig jaar voor wat betreft de rechtsvordering aangaande de reserve die op de datum van opzegging of op de einddatum gevormd is door de betaalde premies, onder aftrek van de verbruikte sommen.
  De termijn begint te lopen vanaf de dag van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer degene aan wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat hij pas op een later tijdstip van het voorval kennis heeft gekregen, begint de termijn te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval vijf jaar na het voorval, behoudens bedrog.
  In de aansprakelijkheidsverzekering begint de termijn, wat de regresvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar betreft, te lopen vanaf het instellen van de rechtsvordering door de benadeelde, onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van een verzwaring van de schade of van het ontslaan van een nieuwe schade.
  In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen vanaf de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het bestaan van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de verzekeringsprestaties opeisbaar doet worden.
  § 2. Onder voorbehoud van bijzondere wettelijke bepalingen, verjaart de vordering die voortvloeit uit het eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar heeft krachtens artikel 150 door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
  Indien de benadeelde evenwel bewijst dat hij pas op een later tijdstip kennis heeft gekregen van zijn recht tegen de verzekeraar, begint de termijn pas te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval na verloop van tien jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
  § 3. De regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog.

  Schorsing en stuiting van de verjaring

  Art. 89. § 1. De verjaring tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen loopt niet tot de dag van de meerderjarigheid of van de opheffing van de onbekwaamheid.
  § 2. De verjaring loopt niet tegen de verzekerde, de begunstigde of de benadeelde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de voorgeschreven termijn op te treden.
  § 3. Indien het schadegeval tijdig is aangemeld, wordt de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft gegeven van zijn beslissing.
  § 4. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen een verzekerde heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering tegen de verzekeraar tot gevolg. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekeraar heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering tegen de verzekerde tot gevolg.
  § 5. De verjaring van de vordering bedoeld in artikel 88, § 2, wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om een vergoeding te bekomen voor de door hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering.

  Afdeling XI. - Scheidsrechterlijke uitspraken

  Scheidsrechterlijke uitspraken

  Art. 90. § 1. Het beding waarbij de partijen bij een verzekeringsovereenkomst zich vooraf verbinden de geschillen die uit de overeenkomst zouden ontstaan, voor te leggen aan scheidsrechters, wordt voor niet geschreven gehouden.
  § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten betreffende de risico's die de Koning bepaalt.
  De risico's, bedoeld in artikel 85, § 2, tweede lid, kunnen evenwel niet uitgesloten worden.

  HOOFDSTUK 2. - Bepalingen eigen aan de verzekeringen tot vergoeding van schade

  Belang bij het verzekerde

  Art. 91. De verzekerde moet kunnen aantonen dat hij een in geld waardeerbaar belang heeft bij het behoud van de zaak of bij de gaafheid van het vermogen.

  Verzekering ten behoeve van een derde

  Art. 92. De verzekering kan worden gesloten ten behoeve van wie het aangaat. In dat geval is de verzekerde hij die in geval van schade aantoont belang te hebben bij het verzekerde.
  Alle excepties eigen aan de verzekeringsovereenkomst en waarop de verzekeraar zich tegen de verzekeringnemer kan beroepen zijn tegenstelbaar aan de verzekerde, wie het ook zij.

  Omvang van de verzekeringsprestatie

  Art. 93. De prestatie die de verzekeraar verschuldigd is, mag de door de verzekerde geleden schade niet te boven gaan.
  Deze schade kan ondermeer bestaan in verlies van gebruik van het verzekerde goed en in derving van verwachte winst.

  Samenloop van verzekeringen van verschillende aard

  Art. 94. Tenzij anders is bedongen, wordt de prestatie die voortvloeit uit een verzekeringsovereenkomst tot vergoeding van schade niet verminderd met de prestatie die voortvloeit uit een verzekering tot uitkering van een vast bedrag.

  Indeplaatsstelling van de verzekeraar

  Art. 95. De verzekeraar die de schadevergoeding betaald heeft, treedt ten belope van het bedrag van die vergoeding in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke derden.
  Indien, door toedoen van de verzekerde of de begunstigde, de indeplaatsstelling geen gevolg kan hebben ten voordele van de verzekeraar, kan deze van hem de terugbetaling vorderen van de betaalde schadevergoeding in de mate van het geleden nadeel.
  De indeplaatsstelling mag de verzekerde of de begunstigde, die slechts gedeeltelijk vergoed is, niet benadelen. In dat geval kan hij zijn rechten uitoefenen voor hetgeen hem nog verschuldigd is, bij voorrang boven de verzekeraar.
  De verzekeraar heeft geen verhaal op de bloedverwanten in de rechte opgaande of nederdalende lijn, de echtgenoot en de aanverwanten in de rechte lijn van de verzekerde, noch op de bij hem inwonende personen, zijn gasten en zijn huispersoneel, behoudens kwaad opzet. In geval van kwaad opzet door minderjarigen kan de Koning het recht van verhaal beperken van de verzekeraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privéleven dekt.
  De verzekeraar kan evenwel verhaal uitoefenen op de in het vorige lid genoemde personen, voor zover hun aansprakelijkheid daadwerkelijk door een verzekeringsovereenkomst is gedekt.

  Oververzekering te goeder trouw

  Art. 96. Wanneer een bedrag te goeder trouw te hoog is verzekerd bij een of meer overeenkomsten afgesloten bij dezelfde verzekeraar, heeft elke partij het recht dit te verminderen tot de waarde van het verzekerde.
  Wanneer het verzekerde bedrag is verdeeld over verschillende overeenkomsten, afgesloten bij verschillende verzekeraars, wordt de vermindering, bij gebrek aan overeenstemming tussen alle partijen, toegepast op de bij de overeenkomsten verzekerde bedragen, naar hun tijdsorde, te beginnen met de jongste overeenkomst, en brengt zij de opzegging mee van één of verscheidene overeenkomsten waarvan het verzekerde bedrag aldus tot nul wordt teruggebracht.

  Oververzekering te kwader trouw

  Art. 97. Wanneer een zelfde verzekerbaar belang door een of meer overeenkomsten te kwader trouw verzekerd is voor een te hoog bedrag, bij een of meer verzekeraars, zijn de overeenkomsten nietig en hebben de verzekeraar of de verzekeraars, indien zij te goeder trouw zijn, het recht de geïnde premies te behouden als schadevergoeding.

  Onderverzekering : evenredigheidsbeginsel

  Art. 98. § 1. Indien de waarde van het verzekerbaar belang bepaalbaar is en indien het verzekerd bedrag lager is dan die waarde, dan is de verzekeraar slechts tot prestatie gehouden naar de verhouding van dat bedrag tot die waarde, tenzij anders is bedongen.
  § 2. De Koning kan voor bepaalde risico's de onderverzekering en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel beperken of verbieden.

  Verdeling van de last van het schadegeval in geval van samenloop van verzekeringen

  Art. 99. § 1. Wanneer een zelfde belang is verzekerd bij verscheidene verzekeraars tegen hetzelfde risico, kan de verzekerde, in geval van schade, van elke verzekeraar schadevergoeding vorderen binnen de grenzen van ieders verplichtingen en ten belope van de vergoeding waarop hij recht heeft.
  Behalve in geval van fraude, kan geen verzekeraar zich beroepen op het bestaan van andere overeenkomsten die hetzelfde risico dekken om zijn waarborg te weigeren.
  § 2. Tenzij de verzekeraars een andere verdeelsleutel bedongen hebben, wordt de last van het schadegeval omgeslagen als volgt :
  1° Indien de waarde van het verzekeraar belang bepaalbaar is, geschiedt de omslag over de verzekeraars naar evenredigheid van hun respectieve verplichtingen;
  2° Indien de waarde van het verzekeraar belang niet bepaalbaar is, dragen alle overeenkomsten met een gelijk aandeel bij ten belope van het hoogste bedrag dat door alle overeenkomsten gemeenschappelijk verzekerd is; zonder dat nog rekening wordt gehouden met de overeenkomsten waarvan de daadwerkelijke dekking met dat bedrag overeenkomt, wordt het overblijvende gedeelte van de schadevergoeding op dezelfde wijze verdeeld. Die verdelingstechniek wordt telkens herhaald totdat de schade geheel is vergoed of totdat is voldaan aan de dekkingen die door de gezamenlijke overeenkomsten daadwerkelijk worden verleend;
  3° Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn hun aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, wordt dit over de andere verzekeraars omgeslagen op de wijze bepaald in 2°, evenwel zonder dat de door ieder van hen verzekerde som wordt overschreden.
  § 3. Indien een of meer verzekeraars niet in staat zijn hun aandeel geheel of gedeeltelijk te betalen, hebben de andere verzekeraars op hen een recht van verhaal in verhouding tot de bijkomende lasten die zij gedragen hebben.

  Overlijden van de verzekeringnemer, begunstigde van de dekking

  Art. 100. In geval van overgang van het verzekerde belang ten gevolge van het overlijden van de verzekeringnemer, gaan de rechten en verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst over op de nieuwe houder van dat belang.
  De nieuwe houder van het verzekerde belang en de verzekeraar kunnen evenwel kennis geven van de beëindiging van de overeenkomst, de eerste bij een aangetekende brief, binnen drie maanden en veertig dagen na het overlijden, de tweede in de bij artikel 84, § 1, voorgeschreven vormen, binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop hij kennis heeft gekregen van het overlijden.

  Overeenkomsten gesloten intuitu personae

  Art. 101. In afwijking van artikel 100 eindigt de overeenkomst die uit hoofde van de persoon van de verzekerde is gesloten, van rechtswege door diens overlijden.

  HOOFDSTUK 3. - Bepalingen eigen aan de verzekering tot uitkering van een vast bedrag

  Belang bij het verzekerde

  Art. 102. De begunstigde moet een persoonlijk en geoorloofd belang hebben bij het zich niet voordoen van de verzekerde gebeurtenis.
  Dat belang is voldoende aangetoond wanneer de verzekerde met de overeenkomst heeft ingestemd.

  Geen indeplaatsstelling

  Art. 103. Tenzij anders is bedongen, treedt de verzekeraar die de verzekerde prestaties heeft uitgevoerd, niet in de rechten van de verzekeringnemer of de begunstigde jegens derden.

  Samenloop van schadevergoedingen en prestaties

  Art. 104. Tenzij anders is bedongen, worden de verplichtingen van de verzekeraar niet verminderd door de schadevergoedingen of prestaties die de begunstigde op andere gronden verkrijgt.

  TITEL III. - Schadeverzekeringen

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Het beginsel van de schadevergoeding

  Art. 105. Elke schadeverzekering beoogt de vergoeding van schade.

  Reddingskosten

  Art. 106. De kosten die voortvloeien zowel uit de maatregelen die de verzekeraar heeft gevraagd om de gevolgen van het schadegeval te voorkomen of te beperken als uit de dringende en redelijke maatregelen die de verzekerde uit eigen beweging heeft genomen om bij nakend gevaar een schadegeval te voorkomen, of, zodra het schadegeval ontstaat, om de gevolgen ervan te voorkomen of te beperken, worden mits zij met de zorg van een goed huisvader zijn gemaakt, door de verzekeraar gedragen, ook wanneer de aangewende pogingen vruchteloos zijn geweest. Zij komen te zijnen laste zelfs boven de verzekerde som.
  Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere dan die bedoeld in de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen en voor de zaakverzekeringsovereenkomsten, kan de Koning de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kosten beperken.

  HOOFDSTUK 2. - Zaakverzekeringsovereenkomsten

  Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende alle zaakverzekeringen

  Onderafdeling 1. - Verzekerbare waarde

  Wijze van waardebepaling

  Art. 107. De partijen kunnen bepalen op welke wijze de waarde van de goederen wordt begroot voor de verzekering. In afwijking van artikel 93 kunnen zij een herbouwwaarde, een herstelwaarde of een vervangingswaarde bedingen, zelfs zonder aftrek van de waardevermindering wegens ouderdom.

  Vaststelling van de verzekerde som

  Art. 108. De verzekerde som wordt vastgesteld door de verzekeringnemer. Deze som wordt geacht gelijk te zijn aan de waarde van het verzekerbaar belang indien ze is vastgesteld in akkoord met de gemandateerde van de verzekeraar.
  Partijen kunnen overeenkomen dat die som van rechtswege wordt aangepast volgens maatstaven die zij bepalen.

  Voorafgaande taxatie

  Art. 109. Partijen kunnen bij een uitdrukkelijk beding aan bepaalde goederen een getaxeerde waarde toekennen. Die waarde is voor partijen bindend, behoudens bedrog.
  Wanneer een goed waarvoor een getaxeerde waarde is bedongen een aanzienlijke waardevermindering ondergaat, kan elke partij het bedrag van de getaxeerde waarde verminderen of een einde maken aan de overeenkomst.

  Onderafdeling 2. - Verplichtingen van de verzekerde

  Gesteldheid van de plaats

  Art. 110. De verzekerde mag behalve indien het echt noodzakelijk is op eigen gezag geen veranderingen aanbrengen aan het beschadigde goed waardoor het onmogelijk of moeilijker wordt de oorzaken van de schade te bepalen of de schade te taxeren.
  Indien de verzekerde de in het eerste lid bedoelde verplichting niet nakomt en er daardoor nadeel ontstaat voor de verzekeraar, kan deze laatste aanspraak maken op een vermindering van zijn prestatie tot beloop van het door hem geleden nadeel of kan hij schadevergoeding vorderen.
  Komt de verzekerde de in het eerste lid bedoelde verplichting met bedrieglijk opzet niet na, dan kan de verzekeraar zijn dekking weigeren.

  Onderafdeling 3. - Overdracht onder de levenden

  Overdracht onder de levenden van een verzekerde zaak

  Art. 111. § 1. In geval van overdracht onder de levenden van een onroerend goed, eindigt de verzekering van rechtswege drie maanden na de datum van het verlijden van de authentieke akte.
  Tot het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, blijft de aan de overdrager verleende dekking gelden voor de overnemer, tenzij deze laatste dekking geniet uit hoofde van een andere overeenkomst.
  § 2. In geval van overdracht onder de levenden van een roerend goed, eindigt de verzekering van rechtswege zodra de verzekerde het goed niet meer in zijn bezit heeft, tenzij de partijen bij de verzekeringsovereenkomst een andere datum hebben bedongen.

  Onderafdeling 4. - Betaling van de schadevergoeding en voorrecht van de verzekeraar.

  Bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers

  Art. 112. In zover de schadevergoeding die verschuldigd is wegens het verlies of de beschadiging van een goed niet geheel gebruikt wordt voor de herstelling of de vervanging van dat goed, wordt zij aangewend voor de betaling van de bevoorrechte of hypothecaire schuldvorderingen, ieder volgens haar rang.
  De betaling van de vergoeding aan de verzekerde bevrijdt niettemin de verzekeraar indien de schuldeisers wier voorrecht niet openbaar gemaakt wordt, geen voorafgaand verzet hebben gedaan.
  Het eerste en het tweede lid doen geen afbreuk aan de wettelijke voorschriften betreffende de rechtstreekse vorderingen tegen de verzekeraar in bijzondere gevallen.

  Faillissement van de verzekerde

  Art. 113. In geval van faillissement van de verzekerde komt de vergoeding toe aan de failliete boedel. Zijn sommige van de verzekerde goederen evenwel niet vatbaar voor beslag, dan komt de vergoeding die verschuldigd is krachtens de overeenkomst tot verzekering van die goederen, aan de gefailleerde toe.

  Voorrecht van de verzekeraar

  Art. 114. Het voorrecht geldt slechts op de verzekerde zaak voor de premie die betrekking heeft op de periode waarin de verzekeraar het risico daadwerkelijk heeft gedekt. Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee jaarpremies, ongeacht de wijze van betaling van de premie.
  Dat voorrecht heeft niet te worden ingeschreven. Het volgt in rang onmiddellijk na dat van de gerechtskosten.

  Afdeling II. - Nadere bepalingen betreffende sommige zaakverzekeringen

  Onderafdeling 1. - Brandverzekering

  Normale dekking

  Art. 115. Tenzij anders is bedongen, dekt de brandverzekering de verzekerde goederen tegen schade veroorzaakt door brand, door blikseminslag, door ontploffing, door implosie, alsmede door het neerstorten van of het getroffen worden door luchtvaartuigen of door voorwerpen die ervan afvallen of eruit vallen, en door het getroffen worden door enig ander voertuig of door dieren.

  Uitbreiding van de dekking

  Art. 116. Ook wanneer het schadegeval zich voordoet buiten de verzekerde goederen, strekt de verzekeringsdekking zich uit tot schade die aan deze goederen is veroorzaakt door :
  1° hulpverlening of enig dienstig middel tot het behoud, het blussen of de redding;
  2° afbraak of vernietiging bevolen om verdere uitbreiding van de schade te voorkomen;
  3° instorting als rechtstreeks en uitsluitend gevolg van een schadegeval;
  4° gisting of zelfontbranding gevolgd door brand of ontploffing.

  Inboedelverzekering

  Art. 117. De verzekering van de inboedel waarmee een gebouw of een gedeelte van een gebouw gestoffeerd is, omvat niet alleen de goederen die aan de verzekerde toebehoren, maar ook die van alle bij hem inwonende personen, ten behoeve van wie de verzekeringnemer geacht wordt de verzekering mede te hebben gesloten.
  Niettemin kunnen de partijen overeenkomen van de verzekerde inboedel bepaalde goederen, die in de overeenkomst worden bepaald, uit te sluiten.

  Verzekering van de met schade samenhangende aansprakelijkheid

  Art. 118. Tenzij anders is bedongen wordt de schade voortkomend uit lichamelijke letsels niet gedekt door de verzekering van de aansprakelijkheid opgelopen tengevolge van een schadegeval dat de in de overeenkomst aangewezen goederen treft en waarvan de oorzaak of het voorwerp wordt vermeld in de artikelen 115 tot 117.

  Exclusiviteitsclausules

  Art. 119. De verzekeraar kan de verzekeringnemer niet verplichten om bij hem te verzekeren :
  1° de verhoging van de verzekerde bedragen;
  2° andere schade dan die waarvoor aanvankelijk dekking is verleend.
  Het eerste lid doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 108, tweede lid.

  Rechten van bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers

  Art. 120. § 1. Geen verweermiddel of verval van recht voortvloeiend uit een feit dat zich na het schadegeval heeft voorgedaan, kan door de verzekeraar worden tegengeworpen aan de schuldeiser die op de verzekerde goederen een recht van voorrang heeft, dat de verzekeraar bekend is.
  § 2. De schorsing van de dekking van de verzekeraar, de vermindering van het bedrag en de opzegging van de overeenkomst kunnen aan de schuldeisers bedoeld in paragraaf 1 worden tegengeworpen.
  Indien een van die schuldeisers aan de verzekeraar mededeling heeft gedaan van het bestaan van zijn recht van voorrang, kunnen de schorsing, de vermindering en de opzegging hem eerst worden tegengeworpen na verloop van een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving die de verzekeraar daarvan doet bij aangetekende brief. De termijn gaat in volgend op die waarop de brief is afgegeven.
  Wanneer de schorsing of de opzegging het gevolg is van wanbetaling van de premie door de verzekeringnemer, kan de schuldeiser de gevolgen daarvan afwenden door binnen een maand na de kennisgeving door de verzekeraar, de achterstallige premies te betalen, in voorkomend geval vermeerderd met de intrest en de kosten van gerechtelijke invordering.

  Betaling van schadevergoeding

  Art. 121. § 1. De partijen kunnen overeenkomen dat de vergoeding slechts betaalbaar zal zijn naarmate de verzekerde goederen worden wedersamengesteld of wederopgebouwd.
  De niet-wederopbouw of -wedersamenstelling van die goederen buiten de wil van de verzekerde, heeft geen invloed op de berekening van de vergoeding, behalve dat het nieuwwaardebeding ontoepasselijk wordt.
  § 2. Voor wat betreft de eenvoudige risico's bepaald door de Koning, wordt de vergoeding betaald als volgt :
  1° de verzekeraar stort het bedrag tot dekking van de kosten van huisvesting en van andere eerste hulp ten laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum van de mededeling van het bewijs dat deze kosten werden gemaakt;
  2° de verzekeraar betaalt het gedeelte van de vergoeding dat zonder betwisting bij onderling akkoord tussen de partijen is vastgesteld binnen dertig dagen die volgen op dit akkoord. In geval van betwisting van het bedrag van de schadevergoeding, stelt de verzekerde een expert aan die in samenspraak met de verzekeraar het bedrag van de schadevergoeding zal vaststellen. Indien er dan nog geen akkoord bereikt wordt, stellen beide experten een derde expert aan. De definitieve beslissing over het bedrag van de schadevergoeding wordt dan door de experten genomen met meerderheid van de stemmen. De kosten van de expert aangesteld door de verzekerde en desgevallend de derde expert worden voorgeschoten door de verzekeraar en zijn ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.
  De beëindiging van de expertise of de vaststelling van het bedrag van de schade moet plaatsvinden binnen 90 dagen die volgen op de datum waarop de verzekerde de verzekeraar heeft op de hoogte gebracht van de aanstelling van zijn expert. De schadevergoeding moet betaald worden binnen 30 dagen die volgen op de datum van de beëindiging van de expertise of, bij gebreke daaraan, op de datum van de vaststelling van het schadebedrag;
  3° in geval van wederopbouw of wedersamenstelling van de beschadigde goederen, is de verzekeraar ertoe gehouden de verzekerde, binnen dertig dagen die volgen op de datum van sluiting van de expertise of, bij ontstentenis, de datum van de vaststelling van het bedrag van de schade, een eerste gedeelte uit te betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°, b) bepaalde minimumvergoeding.
  De rest van de vergoeding mag worden betaald in schijven naargelang de wederopbouw of wedersamenstelling vorderen, voor zover de voorgaande schijf uitgeput is.
  De partijen kunnen na het schadegeval een andere verdeling van de betaling van de vergoedingsschijven overeenkomen;
  4° in geval van vervanging van het beschadigde gebouw door de aankoop van een ander gebouw is de verzekeraar er toe gehouden de verzekerde, binnen dertig dagen die volgen op de datum van de sluiting van de expertise of bij ontstentenis eraan, van de bepaling van het bedrag van de schade, een eerste gedeelte uit te betalen dat gelijk is aan de in paragraaf 4, 1°, b) bepaalde minimumvergoeding.
  Het saldo wordt gestort bij het verlijden van de authentieke akte van aankoop van het vervangingsgoed;
  5° in alle andere gevallen is de vergoeding betaalbaar binnen dertig dagen die volgen op de datum van de sluiting van de expertise of bij ontstentenis, de datum van de vaststelling van het bedrag van de schade;
  6° de sluiting van de expertise of de schatting van de schade bedoeld bij 3°, 4° en 5° hierboven moet plaatsvinden binnen negentig dagen die volgen op de datum van de aangifte van het schadegeval.
  § 3. De termijnen bedoeld bij paragraaf 2 worden opgeschort in de volgende gevallen :
  1° De verzekerde heeft op de datum van sluiting van de expertise niet alle verplichtingen vervuld die hem door de verzekeringsovereenkomst zijn opgelegd. In dit geval beginnen de termijnen pas te lopen vanaf de dag die volgt op de dag waarop de verzekerde de genoemde contractuele verplichtingen is nagekomen;
  2° Het gaat over een diefstal of er bestaan vermoedens dat het schadegeval opzettelijk veroorzaakt kan zijn door de verzekerde of de verzekeringsbegunstigde. In dit geval kan de verzekeraar zich het recht voorbehouden vooraf kopie van het strafdossier te nemen. Het verzoek om kennis ervan te mogen nemen moet uiterlijk binnen dertig dagen na de afsluiting van de door hem bevolen expertise geformuleerd worden. Indien de verzekerde of de begunstigde die om vergoeding vraagt niet strafrechtelijk wordt vervolgd, moet de eventuele betaling geschieden binnen dertig dagen nadat de verzekeraar kennis genomen heeft van de conclusies van het genoemde dossier;
  3° Het schadegeval is veroorzaakt door een natuurramp bedoeld bij onderafdeling 2 van deze afdeling. In dit geval kan de minister bevoegd voor Economische Zaken de termijnen bedoeld bij paragraaf 2, 1°, 2° en 6°, verlengen;
  4° De verzekeraar heeft de verzekerde schriftelijk de redenen duidelijk gemaakt die, buiten zijn wil en die van zijn gemachtigden om,, de sluiting van de expertise of de raming van de schade, bedoeld in paragraaf 2, 6°, beletten.
  § 4. 1°. Onverminderd de toepassing van de andere bepalingen van deze wet die een vermindering van de vergoeding mogelijk maken, mag de vergoeding bedoeld in paragraaf 2 niet minder zijn dan :
  a) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, wanneer de verzekerde het beschadigde goed wederopbouwt, wedersamenstelt of vervangt, 100 % van deze nieuwwaarde na aftrek van slijtage overeenkomstig paragraaf 5.
  Zo evenwel de wederopbouwprijs, de wedersamenstellingsprijs of de vervangingswaarde lager ligt dan de vergoeding voor het beschadigde goed, berekend in nieuwwaarde op de dag van het schadegeval, is de vergoeding minstens gelijk aan deze wederopbouw-, wedersamenstellings- of vervangingswaarde verhoogd met 80 % van het verschil tussen de oorspronkelijk voorziene vergoeding en deze wederopbouw-, wedersamenstellings- of vervangingswaarde verminderd met het slijtagepercentage van het beschadigde goed en met de taksen en rechten die zouden verschuldigd zijn op dit verschil na aftrek van de slijtage, overeenkomstig paragraaf 5;
  b) in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, wanneer de verzekerde het beschadigde goed niet wederopbouwt, wedersamenstelt of vervangt, 80 % van deze nieuwwaarde na aftrek van de slijtage, overeenkomstig paragraaf 5;
  c) in geval van verzekering tegen een andere waarde, 100 % van deze waarde;
  2° in geval van wederopbouw, wedersamenstelling of vervanging van het beschadigde goed, omvat de vergoeding bedoeld bij paragraaf 2 alle taksen en rechten;
  3° indien de overeenkomst een formule van automatische aanpassing bevat, wordt de vergoeding voor het beschadigde gebouw, berekend op de dag van het schadegeval, verminderd met de vergoeding die reeds werd uitbetaald, verhoogd volgens de eventuele verhoging van het op het ogenblik van het schadegeval bekende jongste indexcijfer, gedurende de normale heropbouwperiode die begint te lopen op de datum van het schadegeval zonder dat de op die wijze verhoogde totale vergoeding 120 % van de oorspronkelijk vastgestelde vergoeding mag overschrijden en evenmin meer mag bedragen dan de totale kostprijs van de heropbouw.
  § 5. In geval van verzekering tegen nieuwwaarde mag de slijtage van een beschadigd goed of van het beschadigde gedeelte van een goed slechts worden afgetrokken indien deze hoger ligt dan 30 % van de nieuwwaarde.
  § 6. De paragrafen 1, 4 en 5 zijn niet van toepassing op de aansprakelijkheidsverzekering.
  § 7. In geval van niet-eerbiediging van de termijnen bedoeld bij paragraaf 2, brengt het gedeelte van de vergoeding dat niet wordt betaald binnen de termijnen van rechtswege een intrest op die gelijk is aan tweemaal de wettelijke intrestvoet te rekenen vanaf de dag die volgt op het verstrijken van de termijn tot op de dag van de daadwerkelijke betaling, tenzij de verzekeraar bewijst dat de vertraging niet te wijten is aan hemzelf of aan een van zijn gemachtigden.

  Eigen recht van eigenaar en derden

  Art. 122. De verzekeraar van de huurdersaansprakelijkheid keert, zowel in geval van huur als van onderhuur, de vergoeding uit aan de eigenaar van het gehuurde goed, met uitsluiting van alle andere schuldeisers van de huurder of van de onderhuurder.
  De verzekeraar van het verhaal van derden keert de vergoeding uitsluitend aan die derden uit.
  De eigenaar en de derden bezitten een eigen recht jegens de verzekeraar.

  Onderafdeling 2. - De verzekering tegen natuurrampen wat betreft eenvoudige risico's

  Dekking van het risico van natuurrampen

  Art. 123. De verzekeraar van de zaakverzekeringsovereenkomst met betrekking tot het gevaar brand die dekking verleent voor eenvoudige risico's, zoals bepaald ter uitvoering van artikel 121, § 2, verleent verplicht de waarborg tegen de hierna opgesomde natuurrampen volgens de voorwaarden bedoeld bij deze onderafdeling :
  a) de aardbeving;
  b) de overstroming;
  c) het overlopen of de opstuwing van de openbare riolen;
  d) de aardverschuiving of grondverzakking";
  Elke schorsing, nietigheid, beëindiging of opzegging van de waarborg tegen natuurrampen brengt van rechtswege deze van de waarborg met betrekking tot het gevaar brand met zich. Elke schorsing, nietigheid, beëindiging of opzegging van de waarborg tegen brand brengt eveneens van rechtswege deze van de waarborg met betrekking tot het gevaar natuurrampen met zich.
  Het geheel van de bij deze onderafdeling bedoelde gevaren vormt een enkele en dezelfde waarborg en mag slechts worden beperkt tot een gedeelte van de verzekerde bedragen op het gebouw en de inhoud, volgens de door de Koning bepaalde maatregelen.
  Behoudens andersluidende bepalingen, worden de bepalingen van onderafdeling 1 toegepast op de waarborg bedoeld bij deze onderafdeling.

  Natuurramp : omschrijving

  Art. 124. § 1. Onder natuurramp wordt verstaan :
  a) hetzij een overstroming, te weten het buiten de oevers treden van waterlopen, kanalen, meren, vijvers of zeeën ten gevolge van atmosferische neerslag, het afvloeien van water wegens onvoldoende absorptie door de grond ten gevolge van atmosferische neerslag, het smelten van sneeuw of ijs, een dijkbreuk of een vloedgolf, alsmede de aardverschuivingen of grondverzakkingen die eruit voortvloeien;
  b) hetzij een aardbeving van natuurlijke oorsprong die
  - tegen dit gevaar verzekerbare goederen vernietigt, breekt of beschadigt binnen 10 kilometer van het verzekerde gebouw,
  - of werd geregistreerd met een minimum magnitude van vier graden op de schaal van Richter,
  alsmede de overstromingen, het overlopen of het opstuwen van openbare riolen, de aardverschuivingen of grondverzakkingen die eruit voortvloeien;
  c) hetzij een overlopen of een opstuwing van openbare riolen veroorzaakt door het wassen van het water of door atmosferische neerslag, een storm, het smelten van sneeuw of ijs of een overstroming;
  d) hetzij een aardverschuiving of grondverzakking, te weten een beweging van een belangrijke massa van de bodemlaag, die goederen vernielt of beschadigt, welke geheel of ten dele te wijten is aan een natuurlijk fenomeen anders dan een overstroming of een aardbeving.
  § 2. Metingen uitgevoerd door bevoegde openbare instellingen of bij ontstentenis door private instellingen die over de nodige wetenschappelijke bevoegdheden beschikken, kunnen gebruikt worden voor de vaststelling van natuurrampen bedoeld in paragraaf 1, a) tot d).
  § 3. De Koning kan, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de lijst van de in paragraaf 1 bedoelde natuurrampen uitbreiden.

  Natuurramp : eenheid

  Art. 125. § 1. Worden beschouwd als één enkele aardbeving, de initiële aardbeving en haar naschokken die optreden binnen 72 uur, alsook de verzekerde gevaren die er rechtstreeks uit voortvloeien.
  § 2. Als één enkele overstroming wordt beschouwd, de initiële overstroming van een waterloop, kanaal, meer, vijver of zee en elke overloop die optreedt binnen 168 uur na het zakken van het waterpeil, te weten de terugkeer binnen zijn gewone limieten van de waterloop, kanaal, meer, vijver of zee alsook de verzekerde gevaren die er rechtstreeks uit voortvloeien.

  Omvang van de waarborg

  Art. 126. De waarborg dekt op zijn minst :
  a) de schade die rechtstreeks aan de verzekerde goederen wordt veroorzaakt door een natuurramp zoals bepaald in artikel 124 of een verzekerd gevaar dat er rechtstreeks uit voortvloeit, inzonderheid brand, ontploffing met inbegrip van ontploffing van springstoffen, en implosie;
  b) de schade aan de verzekerde goederen die zou voortspruiten uit maatregelen die in voornoemd geval zouden zijn genomen door een bij wet ingesteld gezag voor de beveiliging en de bescherming van de goederen en personen, daarbij inbegrepen de overstromingen die het gevolg zijn van het openzetten of de vernietiging van sluizen, stuwdammen of dijken, met het doel een eventuele overstroming of de uitbreiding ervan te voorkomen;
  c) de opruimings- en afbraakkosten nodig voor het herbouwen of voor de wedersamenstelling van de beschadigde verzekerde goederen;
  d) voor woningen, de huisvestingskosten gedaan in de loop van de drie maanden die volgen op het schadegeval wanneer de woonlokalen onbewoonbaar zijn geworden.
  De Koning kan bijkomende minimumvoorwaarden betreffende de waarborg opleggen.

  Algemene uitsluitingen

  Art. 127. § 1. Behalve andersluidende uitdrukkelijke bepalingen van de verzekeringsovereenkomst, zijn in principe van de waarborg bedoeld bij deze onderafdeling uitgesloten de niet-binnengehaalde oogsten, de levende veestapel buiten het gebouw, de bodem, de teelten en de bosaanplantingen.
  § 2. Kunnen van de waarborg bedoeld bij deze onderafdeling worden uitgesloten :
  a) de voorwerpen die zich buiten een gebouw bevinden, behalve als ze er voorgoed aan vastgemaakt zijn;
  b) de constructies die gemakkelijk verplaatsbaar of uiteen te nemen zijn of die bouwvallig zijn of in afbraak zijn, en hun eventuele inhoud, behalve indien deze constructies als hoofdverblijf van de verzekerde dienen;
  c) tuinhuisjes, schuurtjes, berghokken en hun eventuele inhoud, afsluitingen en hagen van om het even welke aard, de tuinen, aanplantingen, toegangen en binnenplaatsen, terrassen, alsook de luxegoederen zoals zwembaden, tennis- en golfterreinen;
  d) de gebouwen of gedeelten van gebouwen in opbouw, verbouwing of herstelling en hun eventuele inhoud, behalve indien zij bewoond of normaal bewoonbaar zijn;
  e) de voertuigen en de lucht-, zee-, meer- en riviervaartuigen;
  f) de vervoerde goederen;
  g) de goederen waarvan de herstelling van de schade wordt georganiseerd door bijzondere wetten of door internationale overeenkomsten;
  h) schade veroorzaakt door elke bron van ioniserende stralingen;
  i) diefstal, vandalisme, onroerende en roerende beschadigingen gepleegd bij een diefstal of een poging tot diefstal en daden van kwaadwilligheid die mogelijk gemaakt werden of vergemakkelijkt door een verzekerd schadegeval.
  § 3. De Koning kan de bij de voorgaande paragrafen bedoelde uitsluitingen nader omschrijven.

  Uitsluitingen voor het gevaar overstroming en het overlopen of de opstuwing van openbare riolen

  Art. 128. Uit de door deze onderafdeling bedoelde waarborg, maar alleen voor het gevaar overstroming en het overlopen of de opstuwing van openbare riolen kan worden uitgesloten, de schade veroorzaakt aan de inhoud van kelders die op minder dan 10 centimeter van de grond is opgesteld, met uitzondering van de verwarmings-, elektriciteits- en waterinstallaties die er blijvend zijn bevestigd.
  Onder een kelder verstaat men elk vertrek waarvan de grondoppervlakte zich bevindt op meer dan 50 centimeter beneden het niveau van de hoofdingang die leidt naar de woonvertrekken van het gebouw, met uitzondering van de kelderlokalen die blijvend als woonvertrekken of voor de uitoefening van een beroep zijn ingericht.

  Risicozones

  Art. 129.§ 1. Onder risicozones verstaat men de plaatsen die aan terugkerende en belangrijke overstromingen blootgesteld werden of blootgesteld kunnen worden.
  § 2. De Koning bepaalt, in overeenstemming met de gewesten de criteria op basis waarvan de gewesten hun voorstellen inzake de afbakening van de risicozones dienen te formuleren.
  De Koning bakent vervolgens de risicozones af.
  De Koning kan de risicozones slechts uitbreiden of verkleinen in onderling overleg met de gewesten. Hij bepaalt tenslotte de modaliteiten van de bekendmaking van de risicozones.
  § 3. In afwijking van artikel 123, derde lid, kan de verzekeraar van de zaakverzekeringsovereenkomst met betrekking tot het gevaar brand weigeren dekking te verlenen tegen de overstroming [1 en tegen overlopen en opstuwen van de openbare riolen]1 als hij een gebouw, een gedeelte van een gebouw of de inhoud van een gebouw dekt, die werden gebouwd meer dan achttien maanden na de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit, dat de zone waarin het gebouw zich bevindt, in overeenstemming met paragraaf 2, als risicozone klasseert.
  De goederen bedoeld in het vorig lid zijn de goederen in opbouw, verbouwing of herstelling, die definitief zijn gesloten met afgewerkte en vast geplaatste deuren en ramen, en definitief en volledig gedekt zijn.
  Deze uitzondering is eveneens van toepassing op de uitbreidingen op de grond van de goederen die bestonden voor de datum van klassering, bedoeld in het eerste lid.
  Deze uitzondering is niet van toepassing op de goederen of delen van de goederen die werden heropgebouwd of wedersamengesteld na een schadegeval en die overeenstemmen met de waarde van de wederopbouw of de wedersamenstelling van de goederen voor het schadegeval.
  § 4. De informatie over het feit dat een goed in een risicozone gelegen is, wordt verstrekt :
  - door het comité van aankoop of de notaris, in de authentieke akte, in het geval van akte van overdracht van een zakelijk recht op een onroerend goed;
  - door de architect, schriftelijk in de overeenkomst, in het geval van bouw, restauratie of uitbreiding van een onroerend goed;
  - door de overdrager, schriftelijk in de overeenkomst, in geval van akte van overdracht van een zakelijk recht op een onroerend goed;
  - door de verhuurder, schriftelijk in de overeenkomst of in een bijzonder document, voor de in verhuur gegeven onroerende goederen die na de afbakening van de risicozones werden opgericht;
  - door de daartoe door de Koning aangewezen ambtenaren;
  - door de gemeentelijke administraties, wat betreft de risicozone's die zich op hun grondgebied bevinden.
  ----------
  (1)<W 2017-04-18/03, art. 53, 007; Inwerkingtreding : 04-05-2017>

  Betaling van de vergoeding

  Art. 130. § 1. Behoudens toepassing van paragraaf 2, wordt de vergoeding betaald volgens de bepalingen van artikel 121.
  De verzekeringsovereenkomst mag voor de risico's natuurrampen en andere uitzonderlijke gevaren geen hogere vrijstelling toepassen dan 610 euro per schadegeval. Dit bedrag is gekoppeld aan de ontwikkeling van het indexcijfer der consumptieprijzen met als basisindexcijfer dat van december 1983, namelijk 119,64 (Basis 1981 = 100).
  § 2. De verzekeraar mag het totaal van de vergoedingen die hij zal moeten betalen bij een natuurramp, beperken tot het laagste bedrag van die welke door toepassing van de volgende formules worden verkregen :
  a) (0,45 x P + 0,05 x S) met een minimum van 2.000.000 euro;
  b) (1,05 x 0,45 x P) met een minimum van 2.000.000 euro;
  waar :
  P het incasso is van de premies en bijkomende kosten, zonder commissie en acquisitiekosten voor de waarborgen brand en aanverwante gevaren plus elektriciteit van de eenvoudige risico's, bedoeld in artikel 121, § 2, incasso dat door de verzekeraar gerealiseerd werd gedurende het boekjaar voorafgaand aan het schadegeval;
  S het bedrag is van de vergoedingen te betalen door de verzekeraar voor een natuurramp anders dan een aardbeving dat 0,45 x P overschrijdt.
  In het geval van een aardbeving mag de verzekeraar het totaal van de vergoedingen die hij zal moeten betalen beperken tot het laagste bedrag van die welke door toepassing van de volgende formules worden verkregen :
  a) (1,20 x P + 0,05 x S') met een minimum van 2.000.000 euro;
  b) (1,05 x 1,20 x P) met een minimum van 2.000.000 euro;
  waar :
  P is het incasso van de premies en bijkomende kosten, zonder commissie en acquisitiekosten voor de waarborgen brand en aanverwante gevaren plus elektriciteit van de eenvoudige risico's, bedoeld in artikel 121, § 2, incasso dat door de verzekeraar gerealiseerd werd gedurende het boekjaar voorafgaand aan het schadegeval;
  S' het bedrag is van de vergoedingen te betalen door de verzekeraar voor een aardbeving dat 1,20 x P overschrijdt.
  Het bedrag van 2.000.000 euro, bedoeld bij deze paragraaf wordt geïndexeerd overeenkomstig het voorschrift van artikel 19, § 3, van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en door de Bank bekendgemaakt.
  § 3. Indien een verzekeraar de bepalingen van vorige paragraaf toepast, wordt de vergoeding, door hem verschuldigd uit hoofde van elke door hem gesloten verzekeringsovereenkomst, evenredig verminderd wanneer de limieten voorgeschreven door artikel 34-3, derde lid, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen overschreden worden.

  Tariferingsbureau

  Art. 131. § 1. Teneinde de dekking van de door deze onderafdeling bedoelde risico's te verzekeren, richt de Koning een Tariferingsbureau op met als opdracht de tariefvoorwaarden vast te stellen voor de risico's die geen dekking vinden. Behoudens de gevallen bedoeld in artikel 129, § 3, heeft elke kandidaat-verzekeringnemer toegang tot de tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.
  De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van het Bureau vast.
  Het Tariferingsbureau wordt niet beschouwd als een verzekeringstussenpersoon in de zin van artikel 5, 20°.
  § 2. De verzekeraar, die de kandidaat-verzekeringnemer weigert of die een premie of een vrijstelling voorstelt die hoger ligt dan de tariefvoorwaarden van het Bureau, moet de kandidaat-verzekeringnemer op eigen initiatief informeren over de tariefvoorwaarden van het Tariferingsbureau en tegelijk melding maken aan de kandidaat-verzekeringnemer dat deze zich eventueel kan wenden tot een andere verzekeraar.
  § 3. Het Bureau is samengesteld uit vier leden die de verzekeringsondernemingen vertegenwoordigen en uit vier leden die de consumenten vertegenwoordigen, benoemd door de Koning voor een termijn van zes jaar.
  De leden van het Bureau worden gekozen uit een dubbele lijst, voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen en door de verenigingen die in aanmerking komen om de belangen van de consumenten te vertegenwoordigen.
  De Koning benoemt, voor een periode van zes jaar, een voorzitter die niet bij de vorige categorieën hoort.
  De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de voorzitter en de leden van het tariferingsbureau recht hebben.
  De Koning wijst eveneens voor ieder lid een plaatsvervanger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde manier gekozen als de effectieve leden.
  Het Bureau kan er deskundigen bij nemen die niet stemgerechtigd zijn.
  De ministers bevoegd voor Economie, Binnenlandse Zaken en Consumentenzaken kunnen een waarnemer naar het Bureau afvaardigen.
  Tenzij de Koning er anders over beslist, oefent het Bureau zijn activiteiten uit bij de Nationale Kas voor Rampenschade, bedoeld bij artikel 35 van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, die er het secretariaat en het dagelijks beheer van waarneemt.
  § 4. De Koning legt de voorwaarden vast van de werking van het Bureau en de verplichtingen van de verzekeraars.
  § 5. De aan de voorwaarden van het Bureau getarifeerde natuurrampenrisico's worden verzekerd door al de verzekeraars die in België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden. Het beheer van deze risico's wordt waargenomen door de zaakschadeverzekeraar eenvoudig risico brand van de verzekeringnemer of, bij gebreke daaraan, door een andere door de kandidaat-verzekeringnemer gekozen verzekeraar uit het geheel van de verzekeraars die in België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden. Het resultaat van dit beheer alsmede de werkingskosten van het Bureau worden omgeslagen over de verzekeraars die in België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden.
  § 6. Het Bureau maakt jaarlijks een verslag over zijn werking. Dit verslag bevat onder meer een analyse van de door de verzekeraars toegepaste tariefvoorwaarden en wordt onverwijld overgezonden aan de Federale Wetgevende Kamers.

  Compensatiekas natuurrampen

  Art. 132. § 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een Compensatiekas Natuurrampen, hierna Compensatiekas genoemd, met als opdracht de verdeelsleutel vast te stellen die toelaat de schadelast van de aan de voorwaarden van het Bureau getarifeerde risico's te verdelen tussen al de verzekeraars die in België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden.
  Bovendien kan de Koning aan de Compensatiekas in het raam van de dekking van natuurrampen een opdracht tot coördinatie tussen een verzekeraar en de Nationale Kas voor Rampenschade toevertrouwen.
  § 2. De Koning keurt de statuten goed en reglementeert de controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt de Koning de Compensatiekas in.
  § 3. De verzekeraars die in België de verzekering van de eenvoudige risico's tegen brand aanbieden, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen.
  Indien de Compensatiekas door de Koning is ingesteld, legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeraars moeten worden gedaan.
  § 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten, reglementen of haar statuten.
  In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden en de benadeelden.
  Zolang de vereffening duurt blijft de Compensatiekas aan de controle onderworpen.
  De Koning benoemt voor deze vereffening een bijzonder vereffenaar.

  Onderafdeling 3. - Oogstverzekering

  Opzegging na schadegeval

  Art. 133. In afwijking van artikel 86 wanneer de verzekeraar zich inzake oogstverzekering het recht heeft voorbehouden de verzekering na een schadegeval op te zeggen, heeft deze opzegging eerst gevolg na het verstrijken van de normale oogstperiode.

  Onderafdeling 4. - Krediet- en borgverzekering

  Toepassingsgebied

  Art. 134. Deze onderafdeling is toepasselijk op de verzekeringsovereenkomsten tegen niet-betaling aan de verzekerde van schuldvorderingen, alsook tegen de andere risico's die daarmee kunnen gelijkgesteld worden en die door de Koning worden bepaald.

  Niet-toepasselijke of aanvullende wetsbepalingen

  Art. 135. De artikelen 57, 60, 81, 85, 86, 87, 90 en 95 zijn niet van toepassing op de kredietverzekering en op de borgtochtverzekering.
  De artikelen 66, tweede en derde lid, en 80 zijn aanvullend wat de krediet- en borgtochtverzekering betreft.

  Uitsluitingen

  Art. 136. Dit deel is niet toepasselijk op :
  1° de kredietverzekering en de borgtochtverzekering tot dekking van schuldvorderingen op het buitenland;
  2° de verzekeringen die behoren tot de bevoegdheid van de Nationale Delcrederedienst en die deze dienst rechtstreeks of onrechtstreeks verleent voor rekening of met waarborg van de Staat bij toepassing van de wet van 31 augustus 1939 op de Nationale Delcrederedienst.

  Definitieve weigering van de dekking

  Art. 137. In afwijking van de artikelen 71, tweede lid en 72, kan de verzekeraar definitief dekking weigeren wanneer de verzekeringnemer een maand na de aanmaning tot betaling de achterstallige premies niet heeft betaald; in dat geval is de verzekeringnemer nog tot betaling van de achterstallige premies gehouden.

  Onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens bij de aangifte van het risico en verzwaring van het risico

  Art. 138. Tenzij anders is bedongen, geldt :
  § 1. Wanneer het verzwijgen of het onjuist meedelen van gegevens niet opzettelijk geschiedt, kan de verzekeraar zijn prestatie verminderen op basis van de verhouding tussen de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer zou hebben moeten betalen indien hij het risico naar behoren had opgegeven. De verzekeraar kan niettemin zijn waarborg weigeren zo hij bewijst dat hij in geen enkel geval het werkelijke risico zou verzekerd hebben. In dat geval betaalt hij de premie terug.
  Wanneer in de loop van een verzekering een omstandigheid bekend wordt die beide partijen op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst onbekend was, wordt paragraaf 2 toegepast zo deze omstandigheid een verzwaring van het verzekerde risico uitmaakt.
  § 2. Wanneer in de loop van de uitvoering van de overeenkomst het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet, is verzwaard, moet de verzekeringnemer daarvan onmiddellijk mededeling doen aan de verzekeraar.
  Indien zich een schadegeval voordoet en de verzekeringnemer met bedrieglijk opzet verzuimd heeft van de verzwaring kennis te geven, is de verzekeraar niet tot prestatie gehouden en heeft hij het recht de premie te behouden.
  Indien de verzekeringnemer te goeder trouw is, kan de verzekeraar zijn uitkering verminderen naar de verhouding tussen de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer had moeten betalen indien de verzwaring in aanmerking was genomen. De verzekeraar kan niettemin zijn waarborg weigeren zo hij bewijst dat hij in geen enkel geval het verzwaarde risico zou verzekerd hebben. In dat geval betaalt hij de premie terug.

  Verhaalrecht van de verzekeraar

  Art. 139. Alle rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde betreffende de schuldvordering, die het voorwerp uitmaakt van de verzekering, gaan over op de verzekeraar die de verzekerde, zelfs gedeeltelijk, schadeloos heeft gesteld.
  De artikelen 1689 tot 1701 en 2075 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de overgang van rechten en rechtsvorderingen bedoeld in het eerste lid.
  Tenzij anders is bedongen, worden alle sommen die na schadegeval zijn ingevorderd, verdeeld tussen de verzekeraar en de verzekerde naar verhouding van hun aandeel in het verlies.
  Indien de overdracht door het toedoen van de verzekerde geen gevolg kan hebben ten voordele van de verzekeraar, kan deze hem de terugbetaling vorderen van de betaalde schadevergoeding in de mate waarin hij een nadeel heeft ondergaan.

  Overdracht van de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen

  Art. 140. De overdracht aan een derde van de rechten en verplichtingen die uit een overeenkomst van krediet- of borgtochtverzekering voortvloeien, kan aan de verzekeraar slechts worden tegengeworpen indien deze zijn schriftelijke toestemming heeft gegeven.

  HOOFDSTUK 3. - Aansprakelijkheidsverzekeringen

  Toepassingsgebied

  Art. 141. Dit hoofdstuk is van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die ertoe strekken de verzekerde dekking te geven tegen alle vorderingen tot vergoeding wegens het voorvallen van de schade die in de overeenkomst is beschreven, en zijn vermogen binnen de grenzen van de dekking te vrijwaren tegen alle schulden uit een vaststaande aansprakelijkheid.

  Verplichtingen van de verzekeraar na het einde van de overeenkomst

  Art. 142. § 1. De verzekeringswaarborg slaat op de schade voorgevallen tijdens de duur van de overeenkomst en strekt zich uit tot vorderingen die na het einde van deze overeenkomst worden ingediend.
  § 2. Voor de takken die deel uitmaken van de algemene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, andere dan de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen, die door de Koning worden bepaald, kunnen de partijen overeenkomen dat de verzekeringswaarborg alleen slaat op de vorderingen die schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeraar tijdens de duur van de overeenkomst voor schade voorgevallen tijdens diezelfde duur.
  In dat geval worden ook in aanmerking genomen, op voorwaarde dat ze schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeraar binnen zesendertig maanden te rekenen van het einde van de overeenkomst, de vorderingen tot vergoeding die betrekking hebben op :
  - schade die zich tijdens de duur van deze overeenkomst heeft voorgedaan indien bij het einde van deze overeenkomst het risico niet door een andere verzekeraar is gedekt;
  - daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn voorgevallen en aan de verzekeraar zijn aangegeven.

  Leiding van het geschil

  Art. 143. Vanaf het ogenblik dat de verzekeraar tot het geven van dekking is gehouden en voor zover deze wordt ingeroepen, is hij verplicht zich achter de verzekerde te stellen binnen de grenzen van de dekking.
  Ten aanzien van de burgerrechtelijke belangen en in zover de belangen van de verzekeraar en van de verzekerde samenvallen, heeft de verzekeraar het recht om, in de plaats van de verzekerde, de vordering van de benadeelde te bestrijden. Hij kan deze laatste vergoeden indien daartoe grond bestaat.
  De tussenkomsten van de verzekeraar houden geen enkele erkenning in van aansprakelijkheid vanwege de verzekerde en zij mogen hem ook geen nadeel berokkenen.

  Overdracht van de stukken

  Art. 144. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken betreffende een schadegeval moeten onmiddellijk na de kennisgeving, de betekening of de terhandstelling aan de verzekerde, overgezonden worden aan de verzekeraar, bij verzuim waarvan de verzekerde de verzekeraar moet vergoeden voor de schade die deze geleden heeft.

  Niet-verschijning

  Art. 145. Wanneer de verzekerde bij verzuim niet verschijnt of zich niet onderwerpt aan een door de rechtbank bevolen onderzoeksmaatregel, moet hij de schade die de verzekeraar zou hebben geleden, vergoeden.

  Betaling door de verzekeraar van de hoofdsom, de intrest en de kosten

  Art. 146. De verzekeraar betaalt de in hoofdsom verschuldigde schadevergoeding ten belope van de dekking.
  De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkingsgrenzen, de intrest op de in hoofdsom verschuldigde schadevergoeding.
  De verzekeraar betaalt, zelfs boven de dekkingsgrenzen, de kosten betreffende burgerlijke rechtsvorderingen, alsook de honoraria en de kosten van de advocaten en de deskundigen, maar alleen in zover die kosten door hem of met zijn toestemming zijn gemaakt of, in geval van belangenconflict dat niet te wijten is aan de verzekerde, voor zover die kosten niet onredelijk zijn gemaakt.
  Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen, andere dan die bedoeld in de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, kan de Koning de intresten en de kosten bedoeld in het tweede en het derde lid beperken.

  Vrije beschikking over de schadevergoeding

  Art. 147. De benadeelde beschikt vrij over de door de verzekeraar verschuldigde schadevergoeding. Het bedrag van de schadevergoeding mag niet verschillen naar gelang van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken.

  Kwitantie ter afrekening

  Art. 148. Elke kwitantie voor een gedeeltelijke afrekening of ter finale afrekening betekent voor de benadeelde niet dat hij van zijn rechten afziet.
  Een kwitantie ter finale afrekening moet de elementen van de schade vermelden waarop die afrekening slaat.

  Schadeloosstelling door de verzekerde

  Art. 149. Wanneer de verzekerde de benadeelde heeft vergoed of hem een vergoeding heeft toegezegd, zonder de toestemming van de verzekeraar, kan zulks tegen deze laatste niet worden ingeroepen.
  Het erkennen van feiten of het verstrekken van eerste geldelijke of medische hulp door de verzekerde kunnen voor de verzekeraar geen grond opleveren om zijn dekking te weigeren.

  Eigen recht van de benadeelde

  Art. 150. De verzekering geeft de benadeelde een eigen recht tegen de verzekeraar.
  De door de verzekeraar verschuldigde schadevergoeding komt toe aan de benadeelde, met uitsluiting van de overige schuldeisers van de verzekerde.
  Indien er meer dan één benadeelde is en het totaal bedrag van de verschuldigde schadeloosstellingen de verzekerde som overschrijdt, worden de rechten van de benadeelden tegen de verzekeraar naar evenredigheid verminderd ten belope van deze som. Niettemin blijft de verzekeraar die, onbekend met het bestaan van vorderingen van andere benadeelden, te goeder trouw aan een benadeelde een groter bedrag dan het aan deze toekomende deel heeft uitgekeerd, jegens die anderen slechts gehouden tot het beloop van het overblijvende gedeelte van de verzekerde som.

  Tegenstelbaarheid van de excepties, nietigheid en verval van recht

  Art. 151. § 1. Bij de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen kunnen de excepties, vrijstellingen, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst en die hun oorzaak vinden in een feit dat zich voor of na het schadegeval heeft voorgedaan, aan de benadeelde niet worden tegengeworpen.
  Indien de nietigverklaring, de opzegging, de beëindiging of de schorsing van de overeenkomst geschied is voordat het schadegeval zich heeft voorgedaan, kan zij echter aan de benadeelde worden tegengeworpen.
  § 2. Voor de andere soorten burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen kan de verzekeraar slechts de excepties, de nietigheid en het verval van recht voortvloeiend uit de wet of de overeenkomst tegenwerpen aan de benadeelde persoon voor zover deze hun oorzaak vinden in een feit dat het schadegeval voorafgaat.
  De Koning kan het toepassingsgebied van paragraaf 1 echter uitbreiden tot de soorten van niet verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekeringen die Hij bepaalt.

  [1 Recht van verhaal van de verzekeraar op de verzekeringnemer en de verzekerde]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 77, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 152.[1 De verzekeraar kan zich, voor zover hij volgens de wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal voorbehouden tegen de verzekeringnemer en, indien daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, ten belope van het persoonlijk aandeel in de aansprakelijkheid van de verzekerde.
   De verzekeraar is op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is.
   De Koning kan het recht van verhaal beperken in de gevallen en in de mate die Hij bepaalt.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 77, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Tussenkomst in de rechtspleging

  Art. 153. § 1. Een vonnis kan aan de verzekeraar, aan de verzekerde of aan de benadeelde slechts worden tegengeworpen, indien zij in het geding partij zijn geweest of daarin zijn geroepen.
  Niettemin kan het vonnis dat in een geschil tussen de benadeelde en de verzekerde is gewezen, worden tegengeworpen aan de verzekeraar indien vaststaat dat deze laatste in feite de leiding van het geding op zich heeft genomen.
  § 2. De verzekeraar kan vrijwillig tussenkomen in een geding dat door de benadeelde tegen de verzekerde is ingesteld.
  De verzekerde kan vrijwillig tussenkomen in een geding dat door de benadeelde tegen de verzekeraar is ingesteld.
  § 3. De verzekeraar kan de verzekerde in het geding roepen dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
  De verzekerde kan de verzekeraar in het geding roepen dat door de benadeelde tegen hem is ingesteld.
  § 4. De verzekeringnemer, die niet de verzekerde is, kan vrijwillig tussenkomen of in het geding worden geroepen dat tegen de verzekeraar of de verzekerde is ingesteld.
  § 5. Wanneer het geding tegen de verzekerde is ingesteld voor het strafgerecht, kan de verzekeraar door de benadeelde of door de verzekerde in de zaak worden betrokken en kan hij vrijwillig tussenkomen, onder dezelfde voorwaarden als zou de vordering voor het burgerlijk gerecht gebracht zijn, maar het strafgerecht kan geen uitspraak doen over de rechten die de verzekeraar kan doen gelden tegenover de verzekerde of de verzekeringnemer.

  HOOFDSTUK 4. - Rechtsbijstandverzekeringen

  Toepassingsgebied

  Art. 154. De artikelen 155 tot 157 zijn toepasselijk op de verzekeringsovereenkomsten waarbij de verzekeraar zich verbindt diensten te verrichten en kosten op zich te nemen, ten einde de verzekerde in staat te stellen zijn rechten te doen gelden, als eiser of als verweerder, hetzij in een gerechtelijke, administratieve of andere procedure, tenzij los van enige procedure.
  De verdediging van de verzekerde door de aansprakelijkheidsverzekeraar uit hoofde van de artikelen 143 en 146 valt niet onder toepassing van de artikel 155 tot 157.

  Geldboeten en minnelijke schikkingen in strafzaken

  Art. 155. Geen enkele geldboete of geen enkele minnelijke schikking in strafzaken kan het voorwerp zijn van een verzekeringsovereenkomst, met uitzondering van die welke ten laste zijn van de persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is en die geen betrekking hebben op de wetten en de uitvoeringsbesluiten betreffende het wegverkeer of betreffende het vervoer over de weg.

  Vrije keuze van raadslieden

  Art. 156.In elke verzekeringsovereenkomst inzake rechtsbijstand moet uitdrukkelijk ten minste worden bepaald dat :
  1° [1 wanneer moet worden overgegaan tot een gerechtelijke, administratieve of arbitrageprocedure, de verzekerde vrij een advocaat of iedere andere persoon kan kiezen die, krachtens de op de procedure toepasselijke wet, de vereiste kwalificaties heeft om zijn belangen te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, en dat, in het geval van arbitrage, bemiddeling of een andere erkende buitengerechtelijke vorm van geschillenbeslechting, de verzekerde vrij een persoon kan kiezen die de vereiste kwalificaties heeft en die daartoe is aangewezen]1;
  2° telkens er zich een belangenconflict met zijn verzekeraar voordoet, de verzekerde vrij is in de keuze van een advocaat of zo hij er de voorkeur aan geeft, iedere andere persoon die de vereiste kwalificaties heeft krachtens de op de procedure toepasselijke wet om zijn belangen te verdedigen.
  ----------
  (1)<W 2017-04-09/05, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 05-05-2017>

  Recht van de verzekeraar om dekking te weigeren

  Art. 157. De verzekerde, bij verschil van mening met zijn verzekeraar over de gedragslijn die zal worden gevolgd voor de regeling van het schadegeval en na kennisgeving door de verzekeraar van diens standpunt of van diens weigering om de stelling van de verzekerde te volgen, heeft het recht een advocaat van zijn keuze te raadplegen onverminderd de mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen.
  Zo de advocaat het standpunt van de verzekeraar bevestigt wordt aan de verzekerde de helft terugbetaald van de kosten en honoraria van deze raadpleging.
  Indien tegen het advies van deze advocaat de verzekerde op zijn kosten een procedure begint en een beter resultaat bekomt dan hetgeen hij zou hebben bekomen indien hij het standpunt van de verzekeraar zou hebben gevolgd, is de verzekeraar die de stelling van de verzekerde niet heeft willen volgen gehouden zijn dekking te verlenen en de kosten van de raadpleging terug te betalen die ten laste van de verzekerde zouden zijn gebleven.
  Indien de geraadpleegde advocaat de stelling van de verzekerde bevestigt, is de verzekeraar, ongeacht de afloop van de procedure, ertoe gehouden zijn dekking te verlenen met inbegrip van de kosten en de honoraria van de raadpleging.

  TITEL IV. - Persoonsverzekeringen

  HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Naamgebondenheid van de polis

  Art. 158. De polis moet op naam van de verzekeringnemer worden gesteld; zij kan niet aan order of aan toonder zijn.

  Verzekering van zeer jonge kinderen

  Art. 159. De Koning kan bijzondere voorwaarden opleggen aan verzekeringen die voorzien in uitkeringen voor het geval dat een kind dood geboren wordt of overlijdt voordat het de volle leeftijd van vijf jaar heeft bereikt.

  HOOFDSTUK 2. - Levensverzekeringsovereenkomsten

  Afdeling I. - Algemene bepalingen

  Toepassingsgebied

  Art. 160. Dit hoofdstuk is van toepassing op alle persoonsverzekeringen waarbij het zich voordoen van het verzekerd voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur, zelfs indien de partijen de wederzijdse prestaties hebben geëvalueerd zonder rekening te houden met de voorvalswetten. Die verzekeringen worden geacht uitsluitend te zijn gericht op de uitkering van een vast bedrag. De artikelen 167 en 178 zijn tevens van toepassing op kapitalisatieverrichtingen.
  De Koning kan in een in de Ministerraad overlegd besluit genomen na advies van de FSMA en de Bank, de bepalingen van dit hoofdstuk aanduiden die niet van toepassing zijn op de levensverzekeringen die Hij aanduidt en aangeven welke bepalingen in plaats daarvan van toepassing zijn.

  Samenloop en niet-indeplaatsstelling

  Art. 161. Voor de toepassing van dit hoofdstuk is elk tegenstrijdig beding, toegelaten door de artikelen 103 en 104, nietig.

  Afdeling II. - Verzekerd risico

  Onbetwistbaarheid

  Art. 162. Zodra de levensverzekeringsovereenkomst in werking treedt, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens door de verzekeringnemer of de verzekerde.
  De Koning kan de partijen toestaan om de onbetwistbaarheid uit te stellen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.

  Dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde

  Art. 163. Wanneer de leeftijd van de verzekerde onjuist is opgegeven, worden de prestaties van elke partij vermeerderd of verminderd in verhouding tot de werkelijke leeftijd die in acht had moeten genomen worden.

  Uitgesloten risico's

  Art. 164. § 1. Tenzij het tegendeel is bedongen, dekt de verzekering de zelfmoord van de verzekerde niet die gebeurt minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. De verzekering dekt de zelfmoord die gebeurt een jaar of meer dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. Het bewijs van de zelfmoord moet door de verzekeraar worden geleverd.
  § 2. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar de dood van de verzekerde niet :
  1° wanneer de dood het gevolg is van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke veroordeling tot de doodstraf;
  2° wanneer de dood zijn onmiddellijke en rechtstreekse oorzaak vindt in een misdaad of een wanbedrijf, door de verzekerde als dader of mededader opzettelijk gepleegd en waarvan de gevolgen door hem konden worden voorzien.

  Het zich voordoen van een uitgesloten risico

  Art. 165. Indien de verzekerde overleden is ten gevolge van een uitgesloten risico, betaalt de verzekeraar de begunstigde de opbrengst terug van de kapitalisatie van de premies die betrekking hebben op de periode na de datum van het overlijden, en beperkt tot de verzekerde prestatie bij overlijden.

  Afdeling III. - Betaling van de premie en inwerkingtreding van de overeenkomst

  Betaling van de eerste premie

  Art. 166. Tenzij anders is bedongen, treedt de levensverzekeringsovereenkomst eerst in werking op de dag dat de eerste premie wordt betaald.

  Niet-betaling van een premie

  Art. 167. Niet-betaling van een premie geeft geen aanleiding tot enige vordering tot gedwongen tenuitvoerlegging vanwege de verzekeraar; volgens de door de Koning vastgestelde voorschriften brengt niet-betaling alleen de ontbinding van de overeenkomst mee of de vermindering van de prestaties van de verzekeraar.

  Verplichting tot betaling van de premies

  Art. 168. De verzekeringnemer kan door een andere overeenkomst dan de levensverzekeringsovereenkomst die hij heeft aangegaan, er zich toe verbinden om binnen het verband van de laatstgenoemde overeenkomst te blijven door er de premies van te betalen.

  Afdeling IV. - Rechten van de verzekeringnemer

  a) Begunstiging

  Aanwijzing van de begunstigde

  Art. 169. § 1. De verzekeringnemer heeft het recht één of meer begunstigden aan te wijzen. Dat recht komt uitsluitend aan hem toe en kan noch door de echtgenoot, noch door zijn wettelijke vertegenwoordigers, noch door zijn erfgenamen of rechthebbenden, noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend.
  Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt geleverd overeenkomstig artikel 64.
  § 2. De begunstigde moet identificeerbaar zijn wanneer de verzekerde prestaties opeisbaar worden.
  § 3. De verzekeraar is van iedere verbintenis bevrijd door de uitkering die hij te goeder trouw aan de begunstigde heeft gedaan voordat hij enig geschrift heeft ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd.

  Geen begunstigde

  Art. 170. Wanneer bij de verzekering geen begunstigde is aangewezen of wanneer de aanwijzing van de begunstigde geen gevolgen kan hebben of herroepen is, is de verzekeringsprestatie verschuldigd aan de verzekeringnemer of aan zijn nalatenschap.

  Aanwijzing van de echtgenoot

  Art. 171. Wanneer de echtgenoot bij name als begunstigde wordt aangewezen en hij in de zin van artikel 193 of van artikel 196 begunstigde blijft na echtscheiding, behoudt hij zijn recht op prestatie wanneer de verzekeringnemer een nieuw huwelijk aangaat, tenzij deze het tegendeel heeft bedongen.
  Wordt de echtgenoot niet bij name als begunstigde aangewezen, dan komt het recht op prestatie toe aan hem die bij het opeisbaar worden van de verzekerde prestaties die hoedanigheid heeft.

  Aanwijzing van de kinderen

  Art. 172. Wanneer de kinderen niet bij name als begunstigden worden aangewezen, dan wordt het recht op prestaties verleend aan de personen die bij het opeisbaar worden van de prestaties deze hoedanigheid hebben. De afstammelingen in rechte lijn van een vooroverleden kind komen bij plaatsvervulling op.

  Gezamenlijke aanwijzing van de kinderen en van de echtgenoot als begunstigden

  Art. 173. Wanneer de echtgenoot en de kinderen al of niet bij name gezamenlijk als begunstigden worden aangewezen, dan wordt het recht op prestaties voor de helft verleend aan de echtgenoot en voor de helft aan de kinderen, tenzij anders is bedongen.

  Aanwijzing van de wettelijke erfgenamen als begunstigden

  Art. 174. Wanneer de wettelijke erfgenamen als begunstigden worden aangewezen zonder bij name te zijn vermeld, is, onder voorbehoud van tegenbewijs of andersluidend beding, de verzekeringsprestatie verschuldigd aan de nalatenschap van de verzekeringnemer.

  Vooroverlijden van de aangewezen begunstigde

  Art. 175. Indien de begunstigde overlijdt voor het opeisbaar worden van de verzekeringsprestatie en zelfs indien de begunstigde had aanvaard komt het recht op prestatie aan de verzekeringnemer of aan zijn nalatenschap toe, tenzij hij subsidiair een andere begunstigde heeft aangewezen.

  b) Herroeping van de begunstiging

  Recht van herroeping

  Art. 176. Zolang zij niet door de aangewezen begunstigde is aanvaard, is de verzekeringnemer gerechtigd de begunstiging te herroepen totdat de verzekerde prestaties opeisbaar worden.
  De herroeping wordt bewezen overeenkomstig artikel 64.
  Het recht van herroeping komt uitsluitend toe aan de verzekeringnemer. Het kan alleen door hem worden uitgeoefend en niet door zijn echtgenoot, wettelijke vertegenwoordigers, schuldeisers en behoudens het geval van artikel 957 van het Burgerlijk Wetboek, door zijn erfgenamen of rechthebbenden.

  Gevolgen van de herroeping

  Art. 177. Herroeping van de begunstiging doet het recht op de verzekerde prestaties vervallen.

  c) Afkoop en reductie

  Recht van afkoop en reductie

  Art. 178. Het recht van afkoop en het recht van reductie komen toe aan de verzekeringnemer. Die rechten kunnen noch door zijn echtgenoot noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder zij bestaan en kunnen worden uitgeoefend.
  Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uitoefening van het recht van afkoop de toestemming van de begunstigde vereist.

  d) Opnieuw in werking stellen van de overeenkomst

  Opnieuw in werking stellen

  Art. 179. Bij opzegging van de verzekering wegens niet-betaling van de premie of bij reductie, kan de verzekering weer in werking worden gesteld in de gevallen en onder de voorwaarden door de Koning te bepalen.

  e) Voorschot op de in de overeenkomst verzekerde prestaties

  Recht van voorschot

  Art. 180. Het recht om van de verzekeraar een voorschot op de verzekerde prestaties te verkrijgen, komt toe aan de verzekeringnemer. Dat recht kan noch door zijn echtgenoot, noch door zijn schuldeisers worden uitgeoefend. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder dat recht bestaat en kan worden uitgeoefend.
  Na aanvaarding van de begunstiging is voor de uitoefening van het recht van voorschot de toestemming van de begunstigde vereist.

  f) Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst

  Recht van inpandgeving

  Art. 181. De uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende rechten kunnen in pand worden gegeven, en wel alleen door de verzekeringnemer, met uitsluiting van zijn echtgenoot en zijn schuldeisers.
  In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt de inpandgeving afhankelijk gemaakt van de toestemming van de begunstigde.

  Vormvoorschrift

  Art. 182. Inpandgeving van de rechten uit de overeenkomst kan alleen geschieden door middel van een bijvoegsel, getekend door de verzekeringnemer, de pandhoudende schuldeiser en de verzekeraar.

  g) Overdracht van de rechten uit de overeenkomst

  Recht van overdracht

  Art. 183. De verzekeringnemer kan de uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende rechten geheel of ten dele overdragen. Dat recht van overdracht kan niet worden uitgeoefend door zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.
  In geval van aanvaarding van de begunstiging wordt de uitoefening van het recht van overdracht afhankelijk gemaakt van de toestemming van de begunstigde.

  Vormvoorschrift

  Art. 184. De overdracht van de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten, of van een gedeelte ervan, kan alleen geschieden door middel van een bijvoegsel, getekend door de overdrager, de overnemer en de verzekeraar.
  Evenwel kan de verzekeringnemer in de overeenkomst bedingen dat bij zijn overlijden zijn rechten geheel of ten dele zullen overgaan aan een persoon die hij daartoe aanwijst.

  Afdeling V. - Rechten van de begunstigde

  a) Recht op verzekeringsprestaties

  Recht op de verzekeringsprestaties

  Art. 185. De begunstigde heeft door het enkele feit van zijn aanwijzing recht op de verzekeringsprestaties.
  Dat recht wordt onherroepelijk door de aanvaarding van de begunstiging, onverminderd de herroeping van de schenkingen overeenkomstig de artikelen 953 tot 958 en 1096 van het Burgerlijk Wetboek en behoudens toepassing van artikel 175.

  b) Aanvaarding van de begunstiging

  Recht van aanvaarding

  Art. 186. De begunstigde kan de begunstiging te allen tijde aanvaarden, ook nadat de verzekeringsprestaties opeisbaar zijn geworden.
  Het recht van aanvaarding komt uitsluitend toe aan de begunstigde. Het kan niet worden uitgeoefend door zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.

  Vormvoorschrift

  Art. 187. Zolang de verzekeringnemer leeft kan de aanvaarding slechts geschieden door een bijvoegsel bij de polis met de handtekening van de begunstigde, de verzekeringnemer en de verzekeraar.
  Na het overlijden van de verzekeringnemer kan de aanvaarding uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. Ten aanzien van de verzekeraar echter heeft de aanvaarding eerst gevolg nadat hem daarvan schriftelijk kennis is gegeven.

  c) Rechten van de erfgenamen van de verzekeringnemer ten aanzien van de begunstigde

  Inbreng of inkorting in geval van overlijden van de verzekeringnemer

  Art. 188.In geval van overlijden van de verzekeringnemer is de verzekeringsprestatie, overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek, onderworpen aan de inkorting [1 en aan de inbreng.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-31/25, art. 68, 012; Inwerkingtreding : 01-09-2018>

  d) Rechten van de schuldeisers van de verzekeringnemer ten aanzien van de begunstigde

  Verzekeringsprestaties

  Art. 189. De schuldeisers van de verzekeringnemer hebben geen enkel recht op verzekeringsprestaties die aan de begunstigde verschuldigd zijn.

  Terugbetaling van de premies

  Art. 190. De schuldeisers van de verzekeringnemer kunnen van de begunstigde om niet geen terugbetaling vorderen van de premies behalve voor zover deze kennelijk buiten verhouding staan tot de vermogenstoestand van de verzekeringnemer en voor zover ze betaald zijn met bedrieglijke benadeling van hun rechten in de zin van artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek.
  Die terugbetaling mag het bedrag van de aan de begunstigde verschuldigde verzekeringsprestaties niet overschrijden.

  Afdeling VI. - Gevolgen van de echtscheiding of van scheiding van tafel en bed bij verzekering tussen in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoten

  A. Echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting

  Rechten van de verzekeringnemer gedurende de echtscheidingsprocedure

  Art. 191. De rechten die aan de verzekeringnemer toekomen krachtens de artikelen 169 tot 184, blijven gedurende de echtscheidingsprocedure behouden, behoudens toepassing van de artikelen 1280 en 1283 van het Gerechtelijk Wetboek.

  Recht op verzekeringsprestaties gedurende de echtscheidingsprocedure

  Art. 192. De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden gedurende de echtscheidingsprocedure, worden rechtsgeldig betaald aan de als begunstigde aangewezen echtgenoot, behoudens toepassing van de artikelen 1280 en 1283 van het Gerechtelijk Wetboek.

  Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding

  Art. 193. Behoudens toepassing van artikel 299 van het Burgerlijk Wetboek, worden de verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding rechtsgeldig betaald aan de uit de echt gescheiden echtgenoot die als begunstigde is aangewezen, tenzij in de overeenkomst zelf iemand anders, al dan niet bij name, als begunstigde wordt aangewezen in geval van echtscheiding en de verzekeraar op de hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel tenzij de echtgenoten gedurende de echtscheidingsprocedure of nadien anders hebben bedongen, en zij de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht van de nieuwe aanwijzing.

  B. Echtscheiding door onderlinge toestemming

  Rechten van de verzekeringnemer gedurende de proeftijd

  Art. 194. De rechten die krachtens de artikelen 169 tot 184 aan de verzekeringnemer toekomen, blijven gedurende de proeftijd behouden, tenzij de echtgenoten anders hebben bedongen bij overeenkomst bedoeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek. De overeenkomst kan slechts aan de verzekeraar worden tegengeworpen nadat hij daarvan op de hoogte werd gesteld.

  Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden tijdens de proeftijd

  Art. 195. De verzekeringsprestaties die opeisbaar worden tijdens de proeftijd, worden rechtsgeldig betaald aan de als begunstigde aangewezen echtgenoot, tenzij de echtgenoten anders hebben bedongen bij overeenkomst bedoeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek, en zij de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht van de nieuwe aanwijzing.

  Recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding

  Art. 196. Behoudens toepassing van artikel 299 van het Burgerlijk Wetboek, worden de verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding, rechtsgeldig betaald aan de uit de echt gescheiden echtgenoot die als begunstigde is aangewezen, tenzij in de overeenkomst zelf iemand anders, al dan niet bij name, als begunstigde wordt aangewezen in geval van echtscheiding en de verzekeraar op de hoogte werd gebracht van de echtscheiding, dan wel tenzij de echtgenoten bij overeenkomst bedoeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek, anders hebben bedongen en zij de verzekeraar op de hoogte hebben gebracht van de nieuwe aanwijzing.

  C. Scheiding van tafel en bed

  Scheiding van tafel en bed

  Art. 197. § 1. In geval van scheiding van tafel en bed op grond van onherstelbare ontwrichting zijn de artikelen 191 tot 193 van toepassing.
  § 2. In geval van scheiding van tafel en bed door onderlinge toestemming zijn de artikelen 194 tot 196 van toepassing.

  HOOFDSTUK 3. - Persoonsverzekeringsovereenkomsten andere dan levensverzekeringen

  Aard van de dekking

  Art. 198. Persoonsverzekeringen, andere dan levensverzekeringen, strekken tot vergoeding van schade of tot uitkering van een vast bedrag, naargelang partijen bedongen hebben.

  Verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, andere dan levensverzekeringen

  Art. 199. De Koning bepaalt in hoever en volgens welke regels de bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de levensverzekeringsovereenkomsten ook van toepassing zullen zijn op persoonsverzekeringsovereenkomsten tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval niet uitsluitend afhangt van de menselijke levensduur.

  Keuze van de arts

  Art. 200. Voor zijn verzorging kiest de verzekerde vrij zijn arts.

  HOOFDSTUK 4. - Ziekteverzekeringsovereenkomsten

  Afdeling I. - Inleidende bepalingen

  Begripsomschrijvingen

  Art. 201. § 1. Onder ziekteverzekeringsovereenkomst wordt verstaan :
  1° de ziektekostenverzekering die, in geval van ziekte of in geval van ziekte en ongeval, prestaties waarborgt met betrekking tot elke preventieve, curatieve of diagnostische medische behandeling welke noodzakelijk is voor het behoud en/of het herstel van de gezondheid;
  2° de arbeidsongeschiktheidsverzekering die, in geval van ziekte of in geval van ziekte en ongeval, de vermindering of verlies van beroepsinkomen ten gevolge van de arbeidsongeschiktheid van een persoon geheel of gedeeltelijk vergoedt;
  3° de invaliditeitsverzekering die een prestatie waarborgt in geval van ziekte of in geval van ziekte en ongeval;
  4° de niet-verplichte zorgverzekering die in prestaties voorziet in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van de zelfredzaamheid.
  Vallen buiten deze omschrijving van de ziekteverzekeringsovereenkomst :
  a) de tijdelijke reis- en hulpverleningsverzekeringen die de in het eerste lid bedoelde prestaties waarborgen;
  b) de wettelijke arbeidsongevallenverzekering en de daarmee verbonden aanvullende ongevallenverzekeringen;
  c) de ongevallenverzekeringen;
  d) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels;
  e) de solidariteitsprestaties die bedoeld worden in artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 december 2003 tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale pensioenovereenkomsten.
  § 2. Onder beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst wordt verstaan : de ziekteverzekeringsovereenkomst die gesloten is door één of meerdere verzekeringnemers ten behoeve van één of meerdere personen die op het moment van de aansluiting bij de verzekering beroepsmatig met de verzekeringnemer(s) verbonden zijn.
  § 3. Onder hoofdverzekerde wordt verstaan : degene ten behoeve van wie de ziekteverzekeringsovereenkomst wordt afgesloten.
  § 4. Onder bijverzekerden wordt verstaan : de gezinsleden van de hoofdverzekerde die bij de ziekteverzekeringsovereenkomst worden aangesloten.

  Afdeling II. - Andere dan beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomsten

  Toepassingsgebied

  Art. 202. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de andere dan beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomsten.
  Deze bepalingen gelden voor de verzekeringnemer, de hoofdverzekerde en de bijverzekerden.

  Duur van de verzekeringsovereenkomst

  Art. 203. § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 59, 60, 65, 69, 70, 71, 72 en 81 en behoudens in geval van bedrog, worden de in artikel 201, § 1, 1°, 3° en 4°, bedoelde ziekteverzekerings-overeenkomsten voor het leven aangegaan. De in artikel 201, § 1, 2°, bedoelde ziekteverzekeringsovereenkomsten gelden ten minste tot de leeftijd van 65 jaar of tot een jongere leeftijd, wanneer deze de normale leeftijd is waarop de verzekerde zijn beroepswerkzaamheid volledig en definitief stopzet.
  § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 85, § 3, kunnen de overeenkomsten worden aangegaan voor een beperkte duurtijd op uitdrukkelijk verzoek van de hoofdverzekerde en indien deze daar belang bij heeft.
  § 3. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de ziekteverzekerings-overeenkomsten die op bijkomende wijze worden aangeboden bij een hoofdrisico dat niet levenslang is.

  Wijziging van het tarief en de voorwaarden van de overeenkomst

  Art. 204.§ 1. Behoudens wederzijds akkoord van de partijen en op uitsluitend verzoek van de hoofdverzekerde alsmede in de in paragrafen 2, 3 en 4 vermelde gevallen, kan de verzekeraar de technische grondslagen van de premie en de dekkingsvoorwaarden, na het sluiten van een ziekteverzekeringsovereenkomst niet meer wijzigen.
  De wijziging van de technische grondslagen van de premie en/of dekkingsvoorwaarden bij wederzijds akkoord van de partijen, zoals bepaald bij het eerste lid, kan enkel in het belang van de verzekerden gebeuren.
  [1 Niettegenstaande het eerste lid, kan de verzekeraar, in het belang van de verzekerden en mits akkoord van de verzekeringnemer, omwille van de toepassing van nieuwe regelgeving, de ziekteverzekeringsovereenkomst wijzigen.]1
  § 2. [2 De premie, de vrijstelling en/of de prestatie mogen worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag op grond van het indexcijfer der consumptieprijzen.]2
  § 3. [2 De premie, de vrijstelling en/of de prestatie mogen worden aangepast op de jaarlijkse premievervaldag, op grond van één of verschillende specifieke indexcijfers aan de kosten van de diensten die gedekt worden door de private ziekteverzekeringsovereenkomsten, indien en voor zover de evolutie van dat of deze indexcijfers het indexcijfer der consumptieprijzen overschrijdt.]2
  De Koning, op gemeenschappelijk voorstel van de ministers tot wier bevoegdheid de verzekeringen en de sociale zaken behoren en na raadpleging van het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (hierna "het Kenniscentrum") bepaalt de wijze waarop die indexcijfers worden opgebouwd. Hiertoe :
  - selecteert Hij een geheel van objectieve en representatieve parameters;
  - bepaalt Hij de berekeningswijze van deze parameters;
  - bepaalt Hij het respectieve gewicht van deze parameters in het of de indexcijfers.
  Deze methode kan worden geëvalueerd door het Kenniscentrum op gemeenschappelijke vraag van de ministers die bevoegd zijn voor Verzekeringen en de Sociale Zaken.
  Op basis van de door de Koning vastgestelde methode gaat de FOD Economie over tot de berekening en publiceert hij de waarde van het of de indexcijfers jaarlijks in het Belgisch Staatsblad op basis van de cijfers die zijn gekend op 30 juni. De publicatie van het resultaat gebeurt ten laatste op 1 september. De wijze van samenwerking tussen het Kenniscentrum en de FOD Economie wordt bepaald door een protocol tussen deze twee instellingen.
  De Koning kan de regelmaat van de berekening en bekendmaking van de waarde van het of de indexcijfers verhogen.
  De personen en instellingen die beschikken over de gegevens die nodig zijn voor de berekening moeten deze meedelen aan het Kenniscentrum en de FOD Economie als deze instellingen ze vragen.
  [2 Elke verzekeringsonderneming past de indexatiebedingen en -modaliteiten in de overeenkomsten, automatisch aan in overeenstemming met deze paragraaf en met de uitvoeringsbesluiten, inbegrepen hun latere wijzigingen. Ze worden aangepast binnen een termijn van 2 jaar vanaf de inwerkingtreding van deze besluiten en van iedere latere wijziging ervan. De verzekeringsonderneming informeert de verzekeringnemer over de gewijzigde indexatiemethode en de modaliteiten ervan door middel van een vermelding op het vervaldagbericht.
   De wijzigingen die voortvloeien uit de aanpassing van de bestaande overeenkomsten aan deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, kunnen de opzegging van de overeenkomst door de verzekeringsnemer niet rechtvaardigen.]2
  [3 Met het oog op de berekening van de specifieke indexcijfers bedoeld in het eerste lid delen de verzekeringsondernemingen de bruto-schadelast per waarborg en per leeftijdsklasse voor de ziektekostenverzekering andere dan beroepsgebonden ziektekostenverzekering, mee. Deze gegevens hebben betrekking op de facturen vóór april voor de schadegevallen die zich hebben voorgedaan in de periode tussen 1 oktober van het tweede jaar voorafgaand aan deze rapportering en 30 september van het jaar voorafgaand aan deze rapportering.
   De Koning kan de elementen waarop de gegevens, bedoeld in het vorige lid, betrekking hebben, verder uitwerken.]3
  § 4. De toepassing van dit artikel laat artikel 41 van deze wet en [2 artikel 504 van de wet van 13 maart 2016]2 onverlet.
  § 5. De premie, de vrijstellingstermijn en de dekkingsvoorwaarden mogen op redelijke en proportionele wijze worden aangepast :
  1. aan de wijzigingen in het beroep van de verzekerde wat de niet-verplichte ziektekostenverzekering, de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de invaliditeitsverzekering en de zorgverzekering betreft en/of
  2. aan de wijzigingen in het inkomen van de verzekerde wat de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de invaliditeitsverzekering betreft en/of
  3. wanneer deze laatste verandert van statuut in het stelsel van sociale zekerheid wat de ziektekostenverzekering en de arbeidsongeschiktheidsverzekering betreft, voor zover deze wijzigingen een betekenisvolle invloed hebben op het risico en/of de kosten of de omvang van de verleende dekking.
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 87, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (2)<W 2016-03-13/07, art. 728, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (3)<W 2017-04-18/03, art. 54, 007; Inwerkingtreding : 04-05-2017>

  Onbetwistbaarheid

  Art. 205. Zodra een termijn van twee jaar verstreken is te rekenen van de inwerkingtreding van de ziekteverzekeringsovereenkomst, kan de verzekeraar zich niet meer beroepen op artikel 60 met betrekking tot het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens door de verzekeringnemer of de verzekerde, wanneer deze gegevens betrekking hebben op een ziekte of aandoening waarvan de symptomen zich op het ogenblik van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst reeds hadden gemanifesteerd en deze ziekte of aandoening niet gediagnosticeerd werd binnen diezelfde termijn van twee jaar.
  De verzekeraar kan zich niet beroepen op een onopzettelijk verzwijgen of onopzettelijk onjuist mededelen van gegevens, wanneer deze gegevens betrekking hebben op een ziekte of aandoening die zich op het ogenblik van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst nog op geen enkele wijze had gemanifesteerd.

  Chronisch zieken en personen met een handicap

  Art. 206. De kandidaat-verzekerde die chronisch ziek of gehandicapt is en de leeftijd van vijfenzestig jaar niet heeft bereikt, heeft recht op een ziektekostenverzekering, met dien verstande dat de kosten die verband houden met de ziekte of de handicap welke bestaat op het ogenblik van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst, onverminderd de toepassing van artikel 205 van de dekking mogen worden uitgesloten. De premie moet deze zijn die aangerekend zou worden aan dezelfde persoon indien hij of zij niet chronisch ziek of gehandicapt was.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 58 en 61 wat de informatie met betrekking tot de genetische gegevens betreft, wordt aan de verzekeringsovereenkomst een document gehecht dat nauwkeurig de bedoelde ziekte of handicap alsmede de kosten bepaalt die van de dekking uitgesloten zijn of slechts beperkt worden gedekt. De Koning bepaalt het model van het document.
  Onverminderd de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken worden de geschillen met betrekking tot de kosten die van de dekking uitgesloten zijn of slechts beperkt gedekt worden, eerst voorgelegd aan een door de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, opgericht bemiddelingsorgaan.

  Art. 207. § 1. De hoofdverzekerde brengt de verzekeraar, schriftelijk of elektronisch op de hoogte van het tijdstip waarop een bijverzekerde de verzekeringsovereenkomst verlaat en van diens nieuwe verblijfplaats.
  Op basis van deze gegevens doet de verzekeraar de bijverzekerde binnen de dertig dagen een verzekeringsaanbod dat in overeenstemming is met de artikelen 203 en 204. De verzekeraar informeert de bijverzekerde dat het aanbod ook geldt voor de leden van zijn gezin. Hij kan niet inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
  De bijverzekerde beschikt over een termijn van zestig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektronisch te aanvaarden. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het recht om het aanbod te aanvaarden.
  § 2. De verzekeringsovereenkomst die de bijverzekerde heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij het voordeel van de vorige verzekering verliest.

  Afdeling III. - Individuele voortzetting van beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst

  Toekenningsvoorwaarden

  Art. 208. § 1. Behalve in geval hij het voordeel van de beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst verliest omwille van de bedoelde redenen in de artikelen 59, 60, 69, 70, 72 en 79 en, in het algemeen, in geval van bedrog, heeft elke persoon die bij een beroepsgebonden verzekering is aangesloten het recht om deze verzekering individueel geheel of gedeeltelijk voort te zetten wanneer hij het voordeel van de beroepsgebonden verzekering verliest, zonder een bijkomend medisch onderzoek te moeten ondergaan noch een nieuwe medische vragenlijst te moeten invullen.
  Daartoe moet de hoofdverzekerde gedurende de twee jaren die aan het verlies van de voortgezette beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst vooraf gaan, ononderbroken aangesloten geweest zijn bij een of meer opeenvolgende ziekteverzekeringsovereenkomsten die bij een verzekeringsonderneming zoals bedoeld in deze wet waren aangegaan.
  § 2. De verzekeringnemer of, in geval van faillissement of vereffening, de curator respectievelijk de vereffenaar van de verzekeringnemer, brengt de hoofdverzekerde ten laatste dertig dagen na het verlies van het voordeel van de beroepsgebonden verzekering schriftelijk of elektronisch op de hoogte van het precieze tijdstip van dit verlies en van de mogelijkheid om de overeenkomst individueel voort te zetten. Daarbij informeert hij de hoofdverzekerde over de termijn waarbinnen deze en, in voorkomend geval, de medeverzekerden het recht op individuele voortzetting kunnen uitoefenen. De verzekeringnemer of, in geval van faillissement of vereffening, de curator respectievelijk de vereffenaar maakt de hoofdverzekerde tegelijkertijd de contactgegevens over van de betrokken verzekeringsonderneming.
  De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de medeverzekerde, beschikken over een termijn van dertig dagen om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch kennis te geven van zijn voornemen om de beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst geheel of gedeeltelijk individueel voort te zetten. De termijn begint te lopen op de dag van de ontvangst van het schrijven waarin de verzekeringnemer of, in geval van faillissement of vereffening, de curator respectievelijk de vereffenaar van de verzekeringnemer, de hoofdverzekerde schriftelijk of elektronisch ervan in kennis stelt dat hij kan beslissen de beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst waarvan hij het voordeel verloren heeft, individueel voort te zetten. De hoofdverzekerde en in voorkomend geval de medeverzekerde hebben het recht die termijn met dertig dagen te verlengen, op voorwaarde dat de verzekeraar daarvan schriftelijk of elektronisch in kennis wordt gesteld. Overeenkomstig het eerste lid moet de werkgever hem in kennis stellen van dat recht. Deze termijn verstrijkt in elk geval honderdenvijf dagen na het verlies van het voordeel van de beroepsgebonden ziekteverzekering.
  De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien dagen om de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de medeverzekerde schriftelijk of elektronisch een verzekeringsaanbod te doen dat in overeenstemming is met de artikelen 203 en 204. De verzekeraar kan niet inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
  Tegelijk met het bezorgen van zijn aanbod stelt de verzekeraar de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de medeverzekerde in kennis van de dekkingsvoorwaarden, inzonderheid de gedekte prestaties, de uitsluitingen en de aangiftetermijn. Voorts herinnert hij de hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de medeverzekerde aan de termijn van dertig dagen waarover hij beschikt om het aanbod schriftelijk dan wel elektronisch te aanvaarden.
  De hoofdverzekerde en, in voorkomend geval, de medeverzekerde, beschikken over een termijn van dertig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektronisch te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen op de dag van de ontvangst van het in het derde lid bedoelde aanbod van de verzekeraar. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het recht op individuele voortzetting.
  § 3. Wanneer de medeverzekerde het voordeel van de beroepsgebonden verzekering verliest om een andere reden dan het verlies van het voordeel van die verzekering door de hoofdverzekerde, beschikt de medeverzekerde over een termijn van honderdenvijf dagen te rekenen van het tijdstip waarop hij voornoemd voordeel verliest om de verzekeraar schriftelijk of elektronisch in kennis te stellen van zijn voornemen om het recht op individuele voortzetting uit te oefenen.
  De verzekeraar beschikt over een termijn van vijftien dagen om hem schriftelijk of elektronisch een verzekeringsaanbod te doen dat in overeenstemming is met de artikelen 203 en 204. De verzekeraar kan niet inroepen dat het risico reeds verwezenlijkt is.
  De medeverzekerde beschikt over een termijn van dertig dagen om het verzekeringsaanbod schriftelijk of elektronisch te aanvaarden. Deze termijn begint te lopen op de dag van de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde aanbod van de verzekeraar. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het recht op individuele voortzetting.
  § 4. De verzekeringsovereenkomst die de verzekerde heeft aanvaard, gaat in op het tijdstip waarop hij het voordeel van de beroepsgebonden verzekering verliest.

  Door de verzekeraar te verstrekken informatie

  Art. 209. § 1. De verzekeraar licht de verzekeringnemer in over de mogelijkheid voor de verzekerde om individueel een bijkomende premie te betalen. De verzekeringnemer bezorgt die informatie onmiddellijk aan de hoofdverzekerde.
  De betaling van die bijkomende premies, mits zij jaar na jaar ononderbroken werden betaald, heeft tot gevolg dat de in artikel 211 bedoelde premie in geval van individuele voortzetting berekend wordt rekening houdend met de leeftijd waarop de verzekerde de bijkomende premies is beginnen te betalen.
  De leeftijd die in aanmerking komt voor de berekening van de in artikel 211 bedoelde premie, wordt proportioneel opgetrokken in geval van en in functie van de tijdelijke onderbreking van de betaling van de in het tweede lid bedoelde bijkomende premies.
  § 2. Indien de verzekeraar nagelaten heeft de in paragraaf 1 opgelegde informatieplicht na te komen, wordt de premie voor de individueel voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst in afwijking van artikel 211 berekend rekening houdend met de leeftijd van de hoofd- of medeverzekerde op het ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering, De bewijslast inzake de nakoming van de in paragraaf 1 bedoelde informatieplicht berust bij de verzekeraar.
  Indien de verzekeringnemer nagelaten heeft de in paragraaf 1 bedoelde informatie te bezorgen aan de hoofdverzekerde, is de verzekeringnemer aan de verzekeraar het verschil verschuldigd tussen de premie die berekend wordt op grond van de leeftijd welke bereikt is op het ogenblik van de uitoefening van het recht op individuele voortzetting en de premie die berekend wordt op grond van de leeftijd van de hoofdverzekerde op het ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering. De premie voor de individueel voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst, die aangerekend wordt aan de hoofdverzekerde, wordt ook in dat geval, in afwijking van artikel 211, berekend rekening houdend met de leeftijd van de hoofdverzekerde, op het ogenblik van zijn aansluiting bij de beroepsgebonden verzekering. De bewijslast inzake het bezorgen van de in paragraaf 1 bedoelde informatie berust bij de verzekeringnemer.

  Waarborgen

  Art. 210. § 1. De individueel voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst biedt minstens waarborgen die gelijksoortig zijn met die welke geboden worden door de voortgezette beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereen-komst.
  De waarborgen van de individuele ziektekostenverzekering worden als gelijksoortig beschouwd indien de volgende elementen van de beroepsgebonden ziektekostenverzekering worden overgenomen :
  1° de keuze van de kamer : het al dan niet geheel of ten dele terugbetalen van de kosten die gedragen zijn in een één-, twee- of meerpersoonskamer;
  2° de terugbetalingsformule : het (ten dele) terugbetalen van de werkelijk gedragen kosten, of het vergoeden van de kosten op grond van het RIZIV-terugbetalingsniveau in het raam van de wettelijke ziektekostenverzekering, of het voorzien in een forfaitaire tegemoetkoming;
  3° de pre- en posthospitalisatie : het al dan niet ten laste nemen van de ambulante kosten die verband houden met de hospitalisatie en die voorvallen in een welbepaalde termijn vóór of na de hospitalisatie; in de mate dat deze ambulante kosten gedekt zijn, dient de termijn minstens één maand te bedragen vóór de hospitalisatie en drie maanden na de hospitalisatie;
  4° de zware ziekten : het al dan niet ten laste nemen van de ambulante kosten die verband houden met zware ziekten.
  De waarborgen van de individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering worden als gelijksoortig beschouwd indien deze, net als de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekering, voorzien in de uitkering van eenzelfde percentage van het geleden inkomstenverlies, dan wel in eenzelfde vast bedrag, dat in voorkomend geval beperkt wordt tot het effectief geleden inkomensverlies. De individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering, die de beroepsgebonden arbeidsongeschiktheidsverzekering voortzet, geldt tot de pensioengerechtigde leeftijd of tot een jongere leeftijd, wanneer deze de normale leeftijd is waarop de verzekerde zijn beroepswerkzaamheid volledig en definitief stopzet.
  De waarborgen van de individuele invaliditeitsverzekering worden als gelijksoortig beschouwd indien ze voorzien in de uitkering van eenzelfde vast bedrag dan wel in een vergoeding die berekend wordt op grond van dezelfde parameters als die welke in aanmerking genomen worden in de beroepsgebonden invaliditeitsverzekering.
  De waarborgen van de individuele zorgverzekering worden als gelijksoortig beschouwd indien ze net als de beroepsgebonden zorgverzekering, voorzien in de uitkering van eenzelfde vast bedrag, dan wel in een identieke vergoeding van de kosten die het gevolg zijn van het geheel of gedeeltelijk verlies van de zelfredzaamheid.
  § 2 Onverminderd artikel 203, § 1, gebeurt de individuele voortzetting van de beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst zonder instelling van een nieuwe wachttermijn. De waarborg kan niet worden beperkt en geen bijpremie kan worden opgelegd wegens de evolutie van de gezondheidstoestand van de verzekerde tijdens de duur van de beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst.

  Premie

  Art. 211.Bij de berekening van de premie voor de individueel voortgezette ziekteverzekeringsovereenkomst wordt alleen rekening gehouden met :
  1° de leeftijd van de verzekerde op het ogenblik van de individuele voortzetting, onverminderd artikel 209, § 1;
  2° [1 wat betreft de ziektekostenverzekering, de elementen ter beoordeling van het risico, zoals die bestonden en beoordeeld werden op het ogenblik waarop de verzekerde is toegetreden tot een beroepsgebonden ziektekostenverzekerings-overeenkomst en voor zover hij ononderbroken aangesloten is gebleven bij een of meer opeenvolgende ziektekostenverzekeringsovereen-komsten; voor de andere ziekteverzekeringen, de elementen ter beoordeling van het risico, zoals die bestonden en beoordeeld werden op het ogenblik van het toetreden tot de voortgezette beroepsgebonden ziekteverzekeringsovereenkomst;]1
  3° het stelsel en het statuut van sociale zekerheid waaraan de verzekerde is onderworpen;
  4° wat betreft de ziektekostenverzekering, de invaliditeitsverzekering en de zorgverzekering, alsook het beroep van de verzekerde;
  5° wat betreft de arbeidsongeschiktheidsverzekering, het beroep en het beroepsinkomen van de verzekerde.
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 79, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  HOOFDSTUK 5. - Nadere bepalingen betreffende sommige verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet waarborgen

  Art. 212. § 1. De Koning kan, op gezamenlijk voorstel van de minister en de minister bevoegd voor de Volksgezondheid, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, uitvoeringsbepalingen vaststellen voor één of meerdere van volgende punten :
  1° in welke gevallen en voor welke soorten krediet of welke verzekerde bedragen een standaard medische vragenlijst moet worden ingevuld;
  2° de inhoud van de standaard medische vragenlijst, met dien verstande dat die moet worden bepaald met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, alsook van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950;
  3° op welke wijze de verzekeraars bij hun beslissing over het al dan niet toekennen van de verzekering en het bepalen van de premie rekening houden met de vragenlijst;
  4° de gevallen waarin de verzekeraars een bijkomend medisch onderzoek mogen vragen aan de kandidaat-verzekerde, evenals de inhoud van dit onderzoek en het recht op informatie over de resultaten van deze onderzoeken;
  5° de termijn waarbinnen de verzekeraars hun beslissing over de aanvraag van de verzekering aan de kandidaat-verzekerde moeten meedelen, met dien verstande dat de totale duur van de behandeling door de kredietinstellingen en de verzekeraars van de aanvraagdossiers voor een woonkrediet niet meer dan vijf weken mag bedragen, te rekenen van de ontvangst van het volledige dossier;
  6° op welke wijze de kredietinstellingen ook andere waarborgen dan de schuldsaldoverzekering in overweging nemen bij het verstrekken van een krediet;
  7° onder welke voorwaarden de kandidaat-verzekerden een beroep kunnen doen op het in artikel 217, § 1, bedoelde Opvolgingsbureau voor de tarifering, indien hen een schuldsaldoverzekering wordt geweigerd;
  8° de verplichting voor de verzekeringsmaatschappijen en de kredietinstellingen om de informatie over het bestaan van dit mechanisme van schuldsaldoverzekering voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico ruim en op begrijpelijke wijze te verspreiden;
  9° in welke gevallen een verklaring op eer over het voorwerp van de verzekeringsovereenkomst moet worden afgelegd.
  De in het eerste lid, 7°, bedoelde voorwaarden definiëren onder meer na hoeveel door de verzekeringsinstellingen geweigerde aanvragen een kandidaat-verzekerde zich kan wenden tot het Opvolgingsbureau voor de tarifering, evenals de hoogte van de premies die met een weigering van de aanvraag gelijkgesteld worden.
  § 2. De Koning kan het gebruik van medische vragenlijsten regelen of verbieden.
  De Koning kan vragen die betrekking hebben op de gezondheidstoestand van de verzekerde bepalen, herformuleren of verbieden. Hij kan de draagwijdte van een vraag in de tijd beperken.
  De Koning kan het verzekerde bedrag vaststellen waaronder enkel de medische vragenlijst kan worden gebruikt.
  § 3. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de kandidaat-verzekeringnemer is de verzekeraar verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door het niet-naleven van de bepalingen die worden vastgesteld krachtens paragraaf 1. Het nadeel dat aan de kandidaat-verzekeringnemer wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van de niet-naleving van vermelde bepalingen.

  Art. 213. De verzekeraar die aan de verzekeringnemer een premie voorstelt, is er toe gehouden die premie op te splitsen in de basispremie en de bijpremie die om reden van de gezondheidstoestand van de verzekerde wordt aangerekend.
  Zo de verzekeraar beslist de verzekering te weigeren of de toekenning ervan uit te stellen, bepaalde risico's van de dekking uit te sluiten of een bijpremie aan te rekenen, stelt hij de kandidaat-verzekeringnemer daarvan duidelijk en uitdrukkelijk per brief in kennis, waarbij hij de redenen motiveert waarop hij zijn beslissingen steunt. In diezelfde brief wordt de kandidaat-verzekeringnemer meegedeeld dat hij, rechtstreeks of via een arts naar keuze, schriftelijk contact kan opnemen met de arts van de verzekeraar, om te vernemen op welke medische gronden de verzekeraar zijn beslissingen heeft gesteund. In zijn brief wijst de verzekeraar op het bestaan van het Opvolgingsbureau voor de tarifering en van de bemiddelingsinstantie inzake schuldsaldoverzekeringen en vermeldt hij de contactgegevens ervan.
  De verzekeraar deelt mee of de voorgestelde premie in aanmerking komt voor de toepassing van het solidariteitsmechanisme door de Compensatiekas, bedoeld in artikel 220.

  Art. 214. De verzekeringnemer die niet akkoord gaat met de voorgestelde premie brengt hiervan de verzekeraar op de hoogte. De verzekeraar zendt onverwijld het hele dossier over aan de herverzekeraar met het verzoek het opnieuw te beoordelen.
  De herverzekeraar beslist alleen op grond van het toegezonden dossier. Elk rechtstreeks contact tussen enerzijds de herverzekeraar en anderzijds de verzekeringnemer, de verzekerde of de behandelende geneesheer is verboden.
  De Koning kan hierbij, via een in de Ministerraad overlegd besluit, bepalen dat de herverzekeraar geen herbeoordeling moet verrichten van voorstellen van bijpremie wanneer deze bijpremie kleiner of gelijk is aan een door de Koning bepaald percentage van de basispremie. Dit door de Koning te bepalen percentage bedraagt maximaal 25 %.

  Art. 215. Wanneer de herverzekeraar tot een bijpremie besluit die lager is dan de oorspronkelijk door de verzekeraar voorgestelde bijpremie, past de verzekeraar in die zin zijn voorstel aan.
  In het tegengestelde geval bevestigt de verzekeraar zijn oorspronkelijk aanbod.

  Art. 216. De termijn tussen de oorspronkelijke verzekeringsaanvraag en het meedelen van de beslissing mag vijftien dagen niet te boven gaan. Een nieuwe termijn van vijftien dagen loopt vanaf het ogenblik waarop de verzekeraar kennisneemt van de in artikel 214 bedoelde weigering.

  Art. 217.§ 1. De Koning richt een Opvolgingsbureau voor de tarifering op dat tot taak heeft op verzoek van de meest gerede partij de voorstellen tot bijpremie of de weigeringen van de verzekeringen te onderzoeken.
  De Koning kan hierbij bepalen dat het Opvolgingsbureau voor tarifering geen onderzoek voert naar voorstellen van bijpremie wanneer deze bijpremie geen minimale ratio van de basispremie vertegenwoordigt.
  § 2. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering is samengesteld uit twee leden die de verzekeringsondernemingen vertegenwoordigen, een lid dat de consumenten vertegenwoordigt en een lid dat de patiënten vertegenwoordigt. De leden worden door de Koning benoemd voor een termijn van zes jaar.
  Zij worden gekozen uit een dubbele lijst die wordt voorgesteld door de beroepsverenigingen van de verzekeringsondernemingen en de verenigingen die de belangen van de consumenten en de patiënten vertegenwoordigen.
  Het Opvolgingsbureau wordt voorgezeten door een onafhankelijk magistraat, die door de Koning wordt benoemd voor een termijn van zes jaar.
  De Koning bepaalt de vergoedingen waarop de voorzitter en de leden van het Opvolgingsbureau recht hebben, alsook de vergoeding van de deskundigen.
  De Koning wijst eveneens [1 voor de voorzitter en]1 voor ieder lid een plaatsvervanger aan. De plaatsvervangers worden op dezelfde manier gekozen als de effectieve leden.
  De ministers bevoegd voor Verzekeringen en Volksgezondheid kunnen een waarnemer in het Opvolgingsbureau afvaardigen.
  Het Opvolgingsbureau kan zich laten bijstaan door deskundigen, die evenwel geen stemrecht hebben.
  § 3. Het Opvolgingsbureau gaat na of de voorgestelde bijpremie dan wel de weigering van de verzekering medisch en verzekeringstechnisch objectief en redelijk verantwoord is.
  Het kan rechtstreeks worden aangezocht door de kandidaat-verzekeringnemer, de Ombudsman van de verzekeringen of een van de leden van het Opvolgingsbureau.
  Het doet binnen een tijdspanne van vijftien werkdagen te rekenen van de ontvangst van het dossier, [3 een voorstel, dat bindend is voor de betrokken verzekeringsonderneming die met de kandidaat-verzekeringsnemer een overeenkomst sluit]3.
  § 4. De Compensatiekas draagt de werkingskosten van het Opvolgingsbureau voor de tarifering, volgens de door de Koning vastgestelde modaliteiten.
  § 5. De ombudsdienst bedoeld in [2 artikel 322, § 1]2 staat in voor het secretariaat van het Opvolgingsbureau voor tarifering.
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 88, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 17, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2019-05-02/28, art. 57, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  Art. 218.De Commissie voor verzekeringen zoals bedoeld in deel 7, titel IV is ermee belast de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk te evalueren. Met dat doel bezorgt zij [1 vierjaarlijks]1 een verslag aan de Koning en aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. [1 In geval van wijzigingen aan de bepalingen van dit hoofdstuk of van zijn uitvoeringsbesluiten, wordt het evaluatieverslag twee jaar na de inwerkingtreding ervan bezorgd.]1 Zij kan de door haar aangestelde deskundigen bij haar werkzaamheden betrekken.
  Dit verslag gaat vergezeld van een door het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg verrichte studie, waarin wordt beoordeeld of de tarieven die de verzekeraars hanteren afgestemd zijn op de evolutie van de geneeskundige technieken en van de gezondheidszorg aangaande de belangrijkste betrokken ziektebeelden.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/28, art. 58, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  Toegang tot verzekeringen onder de door het Opvolgingsbureau voor de tarifering voorgestelde voorwaarden

  Art. 219. § 1. Het Opvolgingsbureau voor de tarifering bepaalt onder welke voorwaarden en premies de kandidaat-verzekeringnemer toegang heeft tot een levensverzekering, desgevallend invaliditeitsverzekering, die een hypothecair krediet, consumentenkrediet of professioneel krediet waarborgt.
  Het Opvolgingsbureau herziet om de twee jaar zijn toegangsvoorwaarden en premies rekening houdend met de meest recente wetenschappelijke gegevens inzake de evolutie van de risico's op overlijden, desgevallend invaliditeit, en de kans op een verslechtering van de gezondheid van personen met een verhoogd risico ingevolge hun gezondheidstoestand.
  § 2. De verzekeraar die de kandidaat-verzekeringnemer weigert of die een premie of een vrijstelling voorstelt die hoger ligt dan die welke van toepassing is krachtens de tariefvoorwaarden die het Opvolgingsbureau voor de tarifering heeft voorgesteld, informeert de kandidaat-verzekeringnemer op eigen initiatief over de toegangsvoorwaarden en tarieven die het Bureau heeft voorgesteld, en deelt hem mee dat hij zich eventueel kan wenden tot een andere verzekeraar.
  De verzekeraar deelt schriftelijk en op duidelijke, uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze mee om welke redenen de verzekering geweigerd wordt of waarom een bijpremie of verhoogde vrijstelling wordt voorgesteld en hoe deze precies zijn samengesteld.

  Art. 220. § 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een Compensatiekas die tot taak heeft de last van de bijpremies te verdelen.
  § 2. De Koning keurt de statuten goed en regelt de controle op de activiteit van de Compensatiekas. Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt Hij de Compensatiekas in.
  § 3. De verzekeraars die levensverzekeringen als waarborg voor kredieten aanbieden, alsook de hypothecaire kredietgevers, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen.
  Indien de kas door de Koning is ingesteld, legt een koninklijk besluit jaarlijks de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeraars en de hypothecaire kredietgevers moeten worden gedaan.
  § 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten, reglementen of haar statuten.
  In dat geval kan de Koning alle passende maatregelen nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden en de benadeelden.
  Zolang de vereffening duurt, blijft de Compensatiekas aan de controle onderworpen.
  Voor deze vereffening benoemt de Koning een bijzonder vereffenaar.

  Bemiddelingsorgaan inzake schuldsaldoverzekeringen<
  <Opgeheven bij W 2019-05-02/28, art. 59, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  Art. 221.
  <Opgeheven bij W 2019-05-02/28, art. 60, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  Art. 222.De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die meer dan 200 % van de basispremie bedraagt, is ertoe gehouden de gestandaardiseerde waarborg aan te bieden aan de verzekeringnemer.
  Deze gestandaardiseerde waarborg bedraagt maximaal 200.000 euro indien de kandidaat-verzekerde het hypothecaire krediet alleen aangaat. Indien er een mede-kredietnemer is, kan de kandidaat-verzekerde zich verzekeren tot hetzelfde bedrag [1 ...]1.
  De Koning kan het in dit artikel vermelde bedrag aanpassen om rekening te houden met de prijzenevolutie.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/28, art. 61, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  Art. 223. De verzekeraar die een bijpremie aanrekent die hoger ligt dan een in een percentage van de basispremie uitgedrukte drempel, is ertoe gehouden de tussenkomst van de Compensatiekas te vragen.
  De Compensatiekas is ertoe gehouden het deel van de bijpremie te betalen dat deze drempel overschrijdt, zonder dat de bijpremie echter hoger mag liggen dan een in een percentage van de basispremie uitgedrukt maximumbedrag.
  De basispremie is gelijkgesteld met de laagste premie die de verzekeringsonderneming aanbiedt voor een persoon van dezelfde leeftijd.
  De Koning bepaalt die drempel en dat maximumbedrag zodat ze beantwoorden aan een noodzakelijke solidariteit ten aanzien van de betrokken verzekeringnemers, zonder dat die drempel echter hoger mag liggen dan 200 % van de basispremie. De in artikel 218 bedoelde evaluatie zal ook daarover rapporteren.
  Op vraag van de Compensatiekas bezorgt de verzekeraar een afschrift van het verzekeringsdossier. Hij verstrekt in voorkomend geval de nodige uitleg.

  Art. 224.[1 § 1.]1 De artikelen 212 tot 223 zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling waarborgen van het kapitaal van een hypothecair krediet dat wordt aangegaan voor de [1 bouw,]1 verbouwing of verwerving van de eigen en enige gezinswoning van de verzekeringnemer.
  [1 § 2. Onder dezelfde voorwaarden zijn deze artikelen ook van toepassing bij het aangaan van een hypothecair krediet door de persoon die al een andere woning bezit,
   1° hetzij in volle eigendom, hetzij in vruchtgebruik, en er zich toe verbindt deze woning te verkopen of zijn rechten erop over te dragen binnen twee jaar na het sluiten van de verzekeringsovereenkomst;
   2° hetzij in naakte eigendom als gevolg van een erfenis of van een schenking door een natuurlijke persoon.
   De termijn bedoeld in het eerste lid, 1°, kan op verzoek van de verzekeringnemer met maximaal één jaar worden verlengd op voorwaarde dat hij kan aantonen dat de verkoop van de andere woning of de overdracht van zijn rechten erop om redenen buiten zijn wil vertraging hebben opgelopen. De verzekeringnemer dient zijn aanvraag tot verlenging schriftelijk in bij de verzekeringsonderneming voor het verstrijken van de periode van twee jaar vanaf de sluiting van de verzekeringsovereenkomst.
   De verzekeringsnemer levert het bewijs van verkoop van de andere woning of van de overdracht van zijn rechten erop binnen de voormelde termijnen.
   § 3. Worden voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een woning de binnenvaartuigen zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet van 26 maart 2012 betreffende de teboekstelling van binnenvaartuigen andere dan binnenschepen als bedoeld in artikel 271 van boek II van het Wetboek van Koophandel.]1
  [1 § 4.]1 De Koning kan het toepassingsgebied van die artikelen uitbreiden tot andere verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet waarborgen.
  ----------
  (1)<W 2019-05-02/28, art. 62, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  DEEL 5. - DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST, ANDERE DAN DE LANDVERZEKERINGSOVEREENKOMST ZOALS BEDOELD IN DEEL 4

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Art. 225. De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die onderworpen zijn aan het Belgische recht. Voor zover daarvan door bijzondere artikelen niet wordt afgeweken, zijn ze mede van toepassing op de zeeverzekering en op de verzekering betreffende land-, rivier- en kanaalvervoer.
  Zij zijn niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die onder de bepalingen van deel 4 vallen.

  Art. 226. Verwachte winst kan worden verzekerd in de gevallen bij de wet bepaald.

  Art. 227. De verenigingen van onderlinge verzekering worden beheerst door hun reglementen, door de algemene rechtsbeginselen, door de bijzondere op hen van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en door de bepalingen van dit deel, die met een zodanige verzekering niet onverenigbaar zijn.
  Zij worden in rechte vertegenwoordigd door hun directeurs.

  HOOFDSTUK 2. - Personen die een verzekeringsovereenkomst kunnen aangaan

  Art. 228. Ieder die bij het behoud van een zaak belang heeft wegens een recht van eigendom of een ander zakelijk recht of wegens enige aansprakelijkheid in verband met de zaak, kan die laten verzekeren.

  Art. 229. § 1. De verzekering kan voor rekening van een ander worden aangegaan krachtens een algemene of een bijzondere lastgeving, of zelfs zonder lastgeving. In het laatst bedoelde geval worden de gevolgen geregeld overeenkomstig de bepalingen betreffende de zaakwaarneming.
  § 2. Indien uit de verzekeringsovereenkomst niet volgt dat zij voor een derde is aangegaan, wordt de verzekerde geacht ze voor zichzelf te hebben gesloten.

  Art. 230. § 1. Een schuldeiser kan de gegoedheid van zijn schuldenaar laten verzekeren; de verzekeraar kan zich beroepen op het voorrecht van uitwinning, voor zover niet anders is overeengekomen.
  § 2. De beslagleggende of pandhoudende schuldeisers, alsook de bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers, kunnen de voor de betaling van hun schuldvorderingen verbonden goederen in hun eigen naam laten verzekeren.
  In dat geval treedt de vergoeding voor het schadegeval, wat hen betreft, van rechtswege in de plaats van de verzekerde goederen die hun pand uitmaken.

  Art. 231. Bij verzekering van roerende zaken wordt de verzekeraar bevrijd door betaling van de vergoeding aan de verzekerde, indien geen verzet onder hem gedaan is.

  Art. 232. De bepalingen van de twee vorige artikelen hebben slechts gevolg in zover de schuldeiser bij de rangregeling of bij de verdeling in batige rang zou zijn gekomen, indien de in beslag genomen, in pand gegeven, met hypotheek bezwaarde of bij voorrecht verbonden zaken niet verloren waren gegaan.

  HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen van de verzekeraar en van de verzekerde

  Art. 233. Elke verzwijging of onjuiste opgave van de zijde van de verzekerde, zelfs zonder kwade trouw, maakt de verzekeringsovereenkomst nietig, wanneer daardoor de waardering van het risico zodanig wordt verminderd of het voorwerp ervan zodanig wordt veranderd dat de verzekeraar, indien hij daarvan kennis had gedragen, de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan.

  Art. 234. In alle gevallen waarin de verzekeringsovereenkomst geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, moet de verzekeraar, wanneer de verzekerde te goeder trouw heeft gehandeld, de premie teruggeven, hetzij voor het geheel, hetzij voor het gedeelte waarvoor hij geen risico heeft gelopen.
  De goede trouw kan niet worden ingeroepen in het geval van artikel 236, eerste lid.

  Art. 235. Wanneer de overeenkomst vernietigd wordt uit oorzaak van bedrog, arglist of kwade trouw, behoudt de verzekeraar de premie, onverminderd de strafvordering, indien daartoe grond bestaat.

  Art. 236. De verzekerde zaken waarvan de volle waarde reeds door een verzekeringsovereenkomst gedekt is, kunnen niet een tweede maal tegen dezelfde risico's worden verzekerd ten voordele van dezelfde persoon.
  Wanneer door de eerste overeenkomst niet de volle waarde verzekerd is, zijn de verzekeraars die de volgende overeenkomsten hebben getekend, verbonden voor het meerdere, in de volgorde van dagtekening van de overeenkomsten.
  Alle verzekeringsovereenkomsten die dezelfde dag zijn aangegaan, worden geacht tegelijkertijd te zijn gesloten.

  Art. 237. Het gehele of gedeeltelijke verlies wordt over de onderscheiden verzekeringsovereenkomsten omgeslagen, naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ze gesloten zijn ingeval ze van dezelfde datum zijn, of naar evenredigheid van de waarde waarvoor ieder moet instaan ingeval ze van verschillende datum zijn.

  Art. 238. Achtereenvolgende verzekeringsovereen-komsten van dezelfde waarden tegen dezelfde risico's en ten voordele van dezelfde personen hebben nochtans gevolg :
  1° wanneer zij zijn aangegaan met instemming van elk van de verzekeraars; het verlies wordt in dat geval omgeslagen alsof beide verzekeringsovereenkomsten tegelijkertijd waren gesloten;
  2° wanneer de verzekerde de eerste verzekeraar ontslaat van elke verbintenis voor de toekomst, onverminderd zijn eigen verbintenissen.
  De afstand moet in het laatstbedoelde geval ter kennis worden gebracht van de verzekeraar en op straffe van nietigheid in de nieuwe polis vermeld worden.

  Art. 239. De verzekerde kan de verzekeringspremie laten verzekeren.

  Art. 240. Verlies of schade, veroorzaakt door opzet of grove schuld van de verzekerde, komt niet ten laste van de verzekeraar; deze kan zelfs de premie behouden of vorderen indien hij reeds enig risico heeft gelopen.

  Art. 241. Bij elke verzekering moet de verzekerde al het nodige doen om de schade te voorkomen of te beperken; dadelijk nadat de schade ontstaan is, moet hij daarvan kennis geven aan de verzekeraar; een en ander op straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.
  De kosten, door de verzekerde gemaakt om de schade te beperken, komen ten laste van de verzekeraar, ook wanneer het gezamenlijk bedrag van die kosten en van de schade de verzekerde som te boven gaat en de aangewende pogingen vruchteloos gebleven zijn.
  Niettemin kunnen de rechtbanken en de scheidsrechters, wanneer de partijen zich tot hen hebben gewend, die kosten verminderen of zelfs weigeren toe te kennen, indien zij oordelen dat ze geheel of gedeeltelijk op onbedachtzame wijze zijn gemaakt.

  Art. 242. De verzekeraar staat niet in voor het verlies en de schade die onmiddellijk volgen uit een eigen gebrek van de zaak, tenzij het tegendeel bedongen is.

  Art. 243. Oorlogsrisico en verlies of schade veroorzaakt door oproer, zijn niet verzekerd tenzij het tegendeel bedongen is.

  Art. 244. Bij elke verzekering wordt de vergoeding van de schade bepaald naar de waarde van de zaak ten tijde van het schadegeval.
  Wanneer de verzekerde waarde vooraf geschat is door deskundigen omtrent wie partijen zijn overeengekomen, kan de verzekeraar deze schatting niet betwisten, behalve in geval van bedrog.
  De waarde van de zaak kan bewezen worden door alle wettelijke middelen. De rechter kan zelfs, ingeval de bewijzen onvoldoende zijn, aan de verzekerde ambtshalve de eed opleggen.

  Art. 245. Telkens als de verzekeringsovereenkomst slechts een gedeelte van de waarde van de zaak dekt, wordt de verzekerde zelf als verzekeraar voor het overige beschouwd, tenzij het tegendeel bedongen is.

  Art. 246.De verzekeraar die de schade betaald heeft, treedt in alle rechten die de verzekerde, ter zake van die schade, tegenover derden mocht hebben, en de verzekerde is aansprakelijk voor elke handeling die de rechten van de verzekeraar tegenover derden mocht benadelen.
  In de verzekeringsovereenkomsten die krachtens artikel 230, § 2, mogen worden gesloten, treedt de verzekeraar die de vergoeding betaald heeft, in de plaats van de schuldeiser voor diens rechtsvordering tegen de schuldenaar.
  De indeplaatsstelling kan in geen geval tot nadeel strekken van de verzekerde die slechts gedeeltelijk schadeloos gesteld is; deze kan zijn rechten voor het overige uitoefenen en behoudt te dien aanzien de voorkeur boven de verzekeraar overeenkomstig artikel 1252 van het Burgerlijk Wetboek.
  De verzekeraar die aan een minderjarige, onbekwaamverklaarde of andere onbekwame een betaling verricht bij toepassing van een verzekeringsovereenkomst, doet dit op een rekening die op zijn naam is geopend en die onbeschikbaar is tot de meerderjarigheid of het opheffen van de onbekwaamheid, onverminderd het recht op wettelijk genot.
  [1 De aldus gestorte sommen kunnen vrijgemaakt worden op basis van een bijzondere machtiging van de vrederechter, aangevraagd op verzoek van de voogd of de bewindvoerder van de goederen, volgens dezelfde regels die van toepassing zijn op de omstandigheden bedoeld in de artikelen 410, § 1, 14°, of 499/7, § 2, van het Burgerlijk Wetboek.]1
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. 247. De verzekeraar heeft een voorrecht op de verzekerde zaak.
  Dit voorrecht behoeft niet te worden ingeschreven. Het komt in rang onmiddellijk na het voorrecht van de gerechtskosten.
  Het geldt slechts voor een bedrag gelijk aan twee jaar premie, onverschillig op welke wijze deze betaald wordt.

  Art. 248. De verzekeraar kan het voorwerp van de verzekering altijd laten herverzekeren.

  HOOFDSTUK 4. - Bewijs en inhoud van de overeenkomst

  Art. 249. De verzekeringsovereenkomst moet worden bewezen door geschrift, ongeacht de waarde van het voorwerp der overeenkomst.
  Niettemin kan het bewijs door getuigen worden toegelaten, wanneer er een begin van schriftelijk bewijs aanwezig is.

  Art. 250. Eenzelfde polis mag verscheidene verzekeringen bevatten, die verschillen ten aanzien van de verzekerde zaken, het premiepercentage of de verzekeraars.

  Art. 251. De verzekeringspolis vermeldt :
  1° de dag waarop de verzekeringsovereenkomst is gesloten;
  2° de naam van degene die de verzekeringsovereenkomst voor eigen rekening of voor rekening van een derde aangaat;
  3° de risico's die de verzekeraar op zich neemt, en de tijdstippen waarop de risico's beginnen te lopen en eindigen.

  HOOFDSTUK 5. - Enige gevallen van ontbinding van de overeenkomst

  Art. 252. De verzekeringsovereenkomst kan geen gevolg hebben wanneer de verzekerde zaak niet aan het risico blootgesteld is geweest of wanneer de schade reeds bestond ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.

  Art. 253. Ingeval de verzekeraar failliet gaat voordat het risico geëindigd is, kan de verzekerde vorderen dat een borg gesteld wordt, of, bij gebreke van een borg, dat de overeenkomst wordt beëindigd.
  Gaat de verzekerde failliet, dan heeft de verzekeraar hetzelfde recht.

  Art. 254. Bij vervreemding van de verzekerde zaak loopt de verzekeringsovereenkomst van rechtswege, tenzij het tegendeel bedongen is, ten voordele van de nieuwe eigenaar, ten aanzien van alle risico's waarvoor de premie betaald was ten tijde van de vervreemding.
  Zij loopt eveneens ten voordele van de nieuwe eigenaar, tenzij het tegendeel in de polis bedongen is, wanneer deze in de rechten en verplichtingen van de voorgaande eigenaar jegens de verzekeraars gesteld is of wanneer de verzekeringsovereenkomst verder wordt uitgevoerd in onderlinge overeenstemming tussen de verzekeraar en de nieuwe eigenaar.

  Art. 255. De verbintenissen van de verzekeraar houden op, wanneer een daad van de verzekerde de risico's door verandering van een essentiële omstandigheid wijzigt of die risico's verzwaart in zodanige mate dat de verzekeraar de verzekeringsovereenkomst niet zou hebben aangegaan of daarin slechts op andere voorwaarden zou hebben toegestemd, indien de nieuwe staat van zaken ten tijde van het sluiten der overeenkomst had bestaan.
  De verzekeraar kan zich op deze bepaling niet beroepen, wanneer hij is voortgegaan met de uitvoering van de overeenkomst, nadat hij kennis had gekregen van de verandering in het risico.

  HOOFDSTUK 6. - Verjaring

  Art. 256. Elke rechtsvordering die uit een verzekeringspolis ontstaat, verjaart door verloop van drie jaren, te rekenen van de gebeurtenis waarop ze gegrond is. De verjaring tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen loopt niet tot de dag van de meerderjarigheid of van de opheffing van de onbekwaamheid.
  In geval van regresvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar loopt de termijn echter eerst vanaf het instellen van de rechtsvordering door de getroffene, onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van een verzwaring van de schade of van het ontstaan van nieuwe schade.

  DEEL 6. - VERZEKERINGSBEMIDDELING EN DE DISTRIBUTIE VAN VERZEKERINGEN

  HOOFDSTUK 1. - Definities

  Art. 257.
  <Opgeheven bij W 2018-12-06/11, art. 18, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 2. [1 - Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 19, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 258.[1 § 1. Dit deel is niet van toepassing op de nevenverzekeringstussenpersonen, wanneer alle volgende voorwaarden vervuld zijn:
   a) de verzekering is een aanvulling op de levering van een goed of de verrichting van een dienst door een aanbieder, en dekt:
   - het risico van defect, verlies van, of beschadiging van het door die aanbieder geleverde goed of het niet-gebruik van de dienst die geleverd wordt door die aanbieder; of
   - het risico van beschadiging of verlies van bagage en andere risico's die verbonden zijn aan een bij die aanbieder geboekte reis;
   b) het bedrag van de premie voor het verzekeringsproduct is, op jaarbasis pro rata berekend, niet hoger dan 200 euro, taksen niet inbegrepen;
   c) in afwijking van punt b), indien de verzekering een aanvulling is op een dienst als bedoeld onder a) en de duur van de dienst gelijk is aan of minder dan drie maanden, het bedrag van de premie per persoon is niet hoger dan 200 euro.
   Om de consumentenbescherming te bevorderen en rekening te houden met de evolutie van de consumptieprijzen, kan de Koning, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de in de bepalingen onder b) en c), van het vorige lid vermelde drempel, met inbegrip van de berekeningswijze ervan, aanpassen, door, in voorkomend geval, een onderscheid te maken naargelang van het betrokken type verzekeringsproduct.
   § 2. De verzekeringsonderneming of verzekeringstussenpersoon die een distributieactiviteit uitoefent via een nevenverzekeringstussenpersoon die vrijgesteld is van de toepassing van dit deel overeenkomstig § 1, zorgt ervoor dat:
   a) voordat de overeenkomst wordt gesloten, informatie ter beschikking wordt gesteld van de klant over de identiteit en het adres van de verzekeringsonderneming of verzekeringstussenpersoon en over de in artikel 265 of artikel 276 bedoelde procedures op grond waarvan de nevenverzekeringstussenpersoon verzekeringsdistributiewerkzaamheden uitoefent voor een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming, om die klanten en overige belanghebbenden de mogelijkheid te bieden een klacht in te dienen tegen die verzekeringstussenpersoon of die verzekeringsonderneming;
   b) er passende en proportionele regelingen bestaan om te voldoen aan de artikelen 279, § 1, § 2, eerste lid, en § 3, en 286, en om rekening te houden met de verlangens en behoeften van de klant alvorens een overeenkomst wordt voorgesteld;
   c) het in 284, § 5, bedoelde informatiedocument over het verzekeringsproduct ter beschikking aan de klant wordt gesteld alvorens er een overeenkomst wordt gesloten;
   d) de natuurlijke personen die bij de nevenverzekeringstussenpersoon rechtstreeks deelnemen aan de verzekeringsdistributie in contact met het publiek, de essentiële kenmerken van de betrokken verzekeringsproducten kennen en in staat zijn deze aan de cliënten toe te lichten.
   Artikel 278 is van toepassing om het toepassingsgebied van de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen te bepalen.
   § 3. Dit deel is evenmin van toepassing op de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen, wanneer zij hun activiteiten uitsluitend uitoefenen met het oog op het verzekeren of het herverzekeren van risico's van de eigen onderneming of van de groep van ondernemingen waartoe ze behoren in de zin van artikel 5 van het Wetboek van Vennootschappen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 19, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 3. [1 - Inschrijving]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling I. [1 - Inschrijvingsvereiste]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 259.[1 § 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 258, § 1, mag geen enkele verzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon en geen enkele herverzekeringstussenpersoon met België als lidstaat van herkomst, de activiteit van verzekerings- of herverzekeringsdistributie uitoefenen, zonder respectievelijk vooraf ingeschreven te zijn in het door de FSMA bijgehouden register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of in het door haar bijgehouden register van de herverzekeringstussenpersonen.
   Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 258, § 1, mag geen enkele verzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon en geen enkele herverzekeringstussenpersoon met een andere lidstaat van herkomst dan België in België de activiteit van verzekerings- of herverzekeringsdistributie uitoefenen zonder vooraf ingeschreven te zijn als verzekerings-, nevenverzekerings-, of herverzekeringstussenpersoon door de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst, onverminderd het bepaalde bij artikel 271.
   Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 258, § 1, mag geen enkele verzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon en geen enkele herverzekeringstussenpersoon met woonplaats of statutaire zetel in een land buiten de EER, in België de activiteit van verzekerings- en herverzekeringsdistributie uitoefenen, zonder respectievelijk vooraf ingeschreven te zijn in het door de FSMA bijgehouden register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of in het door haar bijgehouden register van de herverzekeringstussenpersonen.
  [2 Het door de FSMA bijgehouden register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen wordt onderverdeeld in de volgende categorieën : "verzekeringsmakelaars", "verzekeringsagenten", "verzekeringssubagenten", "neven-verzekeringstussenpersonen" en "gevolmachtigde onderschrijvers".]2
   Een verzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon kan slechts in één van de in het vorige lid vermelde categorieën worden ingeschreven.
   Het door de FSMA bijgehouden register van de herverzekeringstussenpersonen wordt onder-verdeeld in de categorieën "herverzekerings-makelaars", "herverzekeringsagenten" en "herverzekeringssubagenten".
   Een herverzekeringstussenpersoon kan slechts in één van de in het vorige lid vermelde categorieën worden ingeschreven.
  [2 § 1/1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 271 mag een verzekeringstussenpersoon zijn activiteiten slechts uitoefenen als hij in de desbetreffende categorie van het register van de verzekeringstussenpersonen is ingeschreven.]2
   § 2. Verzekerings- of herverzekeringsdistributeurs, die een vestiging hebben in België of er hun activiteiten uitoefenen zonder er gevestigd te zijn, mogen geen beroep doen op een verzekerings-, een nevenverzekerings-, of een herverzekeringstussenpersoon die niet is ingeschreven overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 1 of van wie de inschrijving werd geschorst met toepassing van artikel 311, § 1, tweede lid.
   Indien zij toch een beroep doen op een niet-ingeschreven verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die met toepassing van paragraaf 1 ingeschreven moet zijn, zijn zij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de handelingen van deze tussenpersoon verricht in het kader van zijn activiteit van verzekerings- en herverzekeringsdistributie.
   § 3. In afwijking van de bepalingen in paragraaf 1 worden de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I) ingeschreven in het door de CDZ register bijgehouden.
   De Koning bepaalt, op advies van de CDZ, volgens welke modaliteiten deze registerinschrijving moet gebeuren.
   De koninklijke besluiten ter uitvoering van deze paragraaf, worden genomen op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor verzekeringen en de minister van Sociale Zaken.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2019-04-03/02, art. 29, 016; Inwerkingtreding : 10-04-2019>

  Art. 260.[1 De verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die ingeschreven wil worden in de categorie "verzekeringsmakelaars" of "herverzekeringsmakelaars", voegt bij zijn verzoek om inschrijving een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij zijn beroepswerkzaamheden uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische verbintenis die hem rechtstreeks of onrechtstreeks verplicht zijn hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen bij een verzekerings- of een herverzekeringsonderneming of meerdere verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die tot eenzelfde groep behoren of die hem belemmert in de ongebonden keuze van verzekerings- of herverzekeringsonderneming.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 261.[1 § 1. De verzekeringstussenpersoon die in de categorie van verzekeringsagenten is ingeschreven, en die contractueel verplicht is om, binnen de verzekeringssector, uitsluitend met één verzekeringsonderneming of met meerdere verzekeringsondernemingen verzekeringszaken te doen met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten die geen onderling concurrerende verzekeringsovereenkomsten zijn, zodat hij beantwoordt aan de definitie van verbonden verzekeringsagent, stelt de FSMA hiervan in kennis. Hij deelt de FSMA tevens de naam en het adres van deze verzekeringsonderneming(en) mee, alsook de betrokken groep(en) van activiteiten en de betrokken verzekeringstakken.
   § 2. De verzekeringsonderneming stelt de FSMA in kennis van de na(a)m(en) en het/de adres(sen) van de verbonden verzekeringsagent(en) met wie zij samenwerkt. Zij deelt aan de FSMA ook de groep(en) van activiteiten en de betrokken verzekeringstakken mee.
   § 3. Elke wijziging in de gegevens als bedoeld in paragrafen 1 of 2 wordt onverwijld ter kennis gebracht van de FSMA.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 262.[1 De kandidaat-subagent voegt bij zijn verzoek om inschrijving een verklaring waarin de verzekeringsmakelaar of -agent of de herverzekeringsmakelaar of -agent, bevestigt dat hij de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid voor de door de kandidaat-subagent uitgeoefende verzekerings- of herverzekeringsdistributiewerkzaamheden op zich zal nemen.
   Elke wijziging in de gegevens waarop de in het eerste lid bedoelde verklaring betrekking heeft, moet onverwijld aan de FSMA worden meegedeeld.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 263.[1 Voor de in dit deel bedoelde werkzaamheden, mag niemand de titel dragen van verzekeringsmakelaar, verzekeringsagent, verzekeringssubagent, herverzekeringsmakelaar, herverzekeringsagent, herverzekeringssubagent of gevolmachtigde onderschrijver, of van makelaar, agent, subagent of onderschrijver, met verwijzing naar de activiteit van verzekeringen, herverzekeringen, verzekerings- of herverzekeringsdistributie, tenzij hij in de desbetreffende categorie van het register van de verzekeringstussenpersonen of het register van de herverzekeringstussenpersonen is ingeschreven.]1
  ----------
  (1)<W 2019-04-03/02, art. 30, 016; Inwerkingtreding : 10-04-2019>

  Afdeling II. [1 - Vereisten van vakbekwaamheid en organisatorische vereisten voor verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 264.[1 § 1. De verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen duiden een of meer natuurlijke personen als verantwoordelijken voor de distributie aan. Het aantal verantwoordelijken voor de distributie is aangepast aan de organisatie en de activiteiten van de tussenpersoon. De Koning stelt dit aantal vast op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor verzekeringen en van de minister van Sociale Zaken en op advies van de FSMA.
   Uiterlijk op het ogenblik dat hij de verantwoordelijke voor de distributie aanduidt, bezorgt de betrokken verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersoon de FSMA de identiteit van de betrokken persoon en de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de bepalingen van artikel 266, 1° tot 3°. De verantwoordelijken voor de distributie worden door de FSMA opgenomen in het inschrijvingsdossier van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon die hen aanduidt.
   § 2. Voor elk van de in paragraaf 1 bedoelde personen en voor elk van zijn personen in contact met het publiek, legt de verzekerings-, de nevenverzekerings- en de herverzekeringstussenpersoon een dossier aan waarin hij de informatie bewaart die aantoont dat deze aan de bepalingen van artikel 266, 1° tot 3° voldoen. De tussenpersoon houdt die dossiers ter beschikking van de FSMA en is ertoe gehouden de vertrouwelijkheid van deze gegevens te waarborgen.
   Wanneer de samenwerking tussen de tussenpersoon en een in het eerste lid bedoelde persoon beëindigd wordt, vernietigt de tussenpersoon het in het eerste lid bedoelde dossier. De tussenpersoon mag in geen enkel geval een kopie van het dossier bewaren.
   De bepalingen van artikel 10, § 2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, zijn van toepassing.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 265.[1 Verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen stellen interne beleidsmaatregelen vast en passen interne procedures toe om ervoor te zorgen dat klachten die aan hen worden gericht over een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst of betreffende de verzekerings- of herverzekeringsdienst die aan de klager werd verleend, op een deskundige en eerlijke wijze worden onderzocht en dat de klager in elk geval een antwoord ontvangt.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 266.[1 Om in het register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of in het register van herverzekeringstussenpersonen te worden ingeschreven en die inschrijving te behouden, moeten de volgende voorwaarden blijvend zijn vervuld:
   1° de tussenpersoon, de verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek, moeten de vereiste beroepskennis en vakbekwaamheid bezitten, als bepaald door de Koning op advies van de FSMA;
   De in het eerste lid bedoelde beroepskennis en vakbekwaamheid moeten actueel worden gehouden door regelmatige bijscholing, volgens de voorwaarden en modaliteiten bepaald door de Koning op advies van de FSMA;
   2° de tussenpersoon, de verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek moeten over de voor de uitoefening van hun functie passende deskundigheid en vereiste professionele betrouwbaarheid beschikken;
   3° de tussenpersoon, de verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek mogen zich bovendien niet in een van de gevallen bevinden als bedoeld in artikel 20 van de wet van 25 april 2014.
   Zij mogen evenmin minder dan tien jaar geleden failliet zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen;
   4° de werkzaamheid van verzekerings- of herverzekeringsdistributie van de tussenpersoon moet zijn gedekt door een beroepsaansprakelijkheidsverzekering die het hele grondgebied van de EER dekt;
   De beroepsaanprakelijkheidsverzekeringsovereenkomst bevat een bepaling die de verzekeringsonderneming de verplichting oplegt de FSMA ervan in kennis te stellen wanneer de werkzaamheid van verzekerings- of herverzekeringsdistributie van de tussenpersoon niet langer verzekerd is.
   De Koning bepaalt op advies van de FSMA de voorwaarden waaraan deze beroepsaansprakelijkheidsverzekering moet voldoen;
   5° de tussenpersoon moet zich ervan onthouden deel te nemen aan de promotie, de sluiting en de uitvoering van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten die klaarblijkelijk strijdig zijn met de op deze overeenkomsten zelf toepasselijke regels van Belgisch recht en/of met de toepasselijke regels van Belgisch recht in verband met het aanbieden en sluiten van deze overeenkomsten;
   6° de tussenpersoon mag, wat zijn activiteit van verzekerings- of herverzekeringsdistributie in België betreft, slechts handelen met verzekeringsondernemingen die krachtens de toepasselijke Belgische controlewetgeving toegelaten zijn verzekeringsactiviteiten in België uit te oefenen, dan wel met toepassing van de relevante Belgische controlewetgeving voor de uitoefening van herverzekeringsactiviteiten in België toegelaten herverzekeringsondernemingen.
  [2 De tussenpersoon mag, wat zijn activiteit van verzekeringsdistributie in België betreft, slechts handelen met gevolmachtigde onderschrijvers die voor deze activiteit zijn ingeschreven of toegelaten zijn om deze activiteiten in België uit te oefenen in toepassing van artikel 271;]2
   7° de tussenpersoon moet tot de in artikel 322 van deze wet bedoelde buitengerechtelijke klachtenregeling zijn toegetreden. Hij dient ofwel zelf toegetreden te zijn tot die klachtenregeling, ofwel lid te zijn van een beroepsvereniging die is toegetreden. De tussenpersoon dient bij te dragen tot de financiering van bedoelde klachtenregeling en in te gaan op elk verzoek om informatie dat hij in het kader van die regeling ontvangt;
   8° de tussenpersoon moet in voorkomend geval de bepalingen van Deel 6, Hoofdstuk 5 naleven;
   9° de tussenpersoon moet in voorkomend geval, de bepalingen van artikel 304, paragrafen 1 en 2 naleven;
   10° de tussenpersoon moet de bijdragen in de werkingskosten van de FSMA betalen, vastgesteld overeenkomstig artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002;
   11° de tussenpersoon moet voldoen aan de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten en aan de besluiten ter uitvoering daarvan, voor zover deze wetgeving op hem van toepassing is;
   12° de tussenpersoon moet een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA waarnaar deze op rechtsgeldige wijze alle individuele of collectieve mededelingen kan versturen die zij, ter uitvoering van deze wet, verricht.
   In afwijking van de bepalingen in 10°, betalen de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I), hun bijdrage in de werkingskosten van de CDZ.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2019-04-03/02, art. 32, 016; Inwerkingtreding : 10-04-2019>

  Art. 267.[1 De verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen met de hoedanigheid van rechtspersoon worden bovendien slechts ingeschreven, en hun inschrijving wordt slechts gehandhaafd, op voorwaarde dat:
   1° al de personen die met de effectieve leiding worden belast, zich niet bevinden in een van de gevallen die zijn opgesomd in artikel 20 van de wet van 25 april 2014, en over de voor de uitoefening van hun functie passende deskundigheid en vereiste professionele betrouwbaarheid beschikken.
   Zij mogen evenmin minder dan tien jaar geleden failliet zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen;
   2° de personen belast met de effectieve leiding die de facto de verantwoordelijkheid hebben over de werkzaamheid van verzekerings- of herverzekeringsdistributie, bovendien de beroepskennis en vakbekwaamheid bezitten als bedoeld in artikel 266, eerste lid, 1° ;
   3° de FSMA in kennis is gesteld van:
   a) de identiteit van de aandeelhouders of leden - natuurlijke personen of rechtspersonen - die een deelneming van meer dan 10 % in de tussenpersoon bezitten, alsook het bedrag van die deelnemingen;
   b) de identiteit van de personen die nauwe banden met de tussenpersoon hebben;
   c) informatie waaruit blijkt dat die deelnemingen of nauwe banden geen belemmering vormen voor de juiste uitoefening van de toezichthoudende taken van de FSMA;
   4° de FSMA, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, overtuigd is van de geschiktheid van de personen bedoeld in 3°, a) en b).
   Wanneer de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land, die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen met wie de tussenpersoon nauwe banden heeft of wanneer moeilijkheden in verband met de toepassing van die wettelijke, reglementair of bestuursrechtelijke bepalingen, een belemmering vormen voor de juiste uitoefening van haar toezichthoudende taken, weigert de FSMA de inschrijving in het register.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 267/1. [1 De verzekeringstussenpersonen die de activiteit van gevolmachtigde onderschrijver uitoefenen,
   1° beschikken over een passende organisatie die is afgestemd op de aard, de omvang en de complexiteit van de uitgeoefende activiteiten, alsook op de eraan verbonden risico's, met het oog op de naleving van de bepalingen van deze wet. De Koning kan de nadere regels voor de invulling van de vereiste van passende organisatie bepalen;
   2° vermelden op hun website of, bij gebreke daaraan, verstrekken op duurzame drager op verzoek van hun klanten, de naam van alle verzekeringsondernemingen die hun een mandaat hebben verleend, alsook de verzekeringstakken waarvoor ieder mandaat werd verleend;
   3° vermelden op iedere verzekeringspolis de naam van de verzekeringsonderneming of verzekeringsondernemingen in wiens naam en voor wiens rekening de polis werd afgesloten door de gevolmachtigde onderschrijver;
   4° moeten eveneens voldoen aan de bepalingen van deze afdeling die van toepassing zijn op de verzekeringsmakelaars.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-03/02, art. 31, 016; Inwerkingtreding : 10-04-2019>
  

  Afdeling III. [1 - Inschrijvingsprocedure]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 268.[1 § 1. Elke aanvraag om inschrijving in het register van verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen of in het register van herverzekeringstussenpersonen wordt overeenkomstig de door de Koning vastgestelde vormen en voorwaarden gericht aan de FSMA. De kandidaat-tussenpersoon kan volmacht geven aan een derde om namens hem en voor zijn rekening de aanvraag tot inschrijving in te dienen. In elk geval blijft de tussenpersoon verantwoordelijk voor zijn inschrijvingsdossier en voor het actueel houden ervan.
   In zijn aanvraag moet de kandidaat aanduiden in welke categorie hij ingeschreven wenst te worden en of hij distributiewerkzaamheden zal uitoefenen inzake de niet-levensverzekeringsactiviteiten bedoeld in bijlage I bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, inzake verzekeringen met een beleggingscomponent als bedoeld in artikel 5, 16° /1 en/of inzake de andere levensverzekeringsactiviteiten als bedoeld in bijlage II bij de wet van 13 maart 2016.
   Indien de kandidaat verzekerings- of herverzekeringsdistributie wenst uit te oefenen inzake de arbeidsongevallenverzekering, bedoeld in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 of in de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, moet hij dat in zijn aanvraag vermelden.
   De aanvrager moet zijn aanvraag staven met de nodige documenten die aantonen dat alle inschrijvingsvoorwaarden vervuld zijn.
   Binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag en van de vereiste documenten beslist de FSMA de kandidaat al dan niet in te schrijven in het door hem gevraagde register onder de door hem gevraagde categorie. De FSMA brengt haar beslissing ter kennis van de aanvrager. In geval van weigering moet de FSMA deze weigering motiveren.
   De verzekeringsondernemingen, de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen, de nevenverzekeringstussenpersonen alsook de verantwoordelijken voor de distributie en de effectieve leiders brengen de FSMA inzonderheid onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging inhoudt van de bij de aanvraag tot inschrijving verstrekte informatie, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste geschiktheid of professionele betrouwbaarheid.
   Overeenkomstig de artikelen 266, eerste lid, 267, eerste lid, en 304, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het zesde lid is verkregen, de naleving van de in artikelen 266, eerste lid, en 267, eerste lid, 1°, bedoelde vereisten herbeoordelen.
   Elke wijziging van de in het inschrijvingsdossier vermelde gegevens en opgenomen documenten wordt onverwijld aan de FSMA meegedeeld, onverminderd het recht van de FSMA om bij de betrokkene informatie in te winnen of bewijskrachtige documenten op te vragen.
   § 2. De lijst van de ingeschreven verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen en de lijst van de ingeschreven herverzekeringstussenpersonen worden bekendgemaakt op de website van de FSMA. De FSMA zorgt voor een regelmatige actualisering van de website op basis van de haar beschikbare gegevens. De lijst van de bij de CDZ ingeschreven verzekeringstussenpersonen is toegankelijk via de website van de FSMA.
   De website vermeldt, voor iedere verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersoon en voor iedere herverzekeringstussenpersoon, de gegevens noodzakelijk voor zijn identificatie, de datum van inschrijving, de categorie waarin hij is ingeschreven, de namen van de personen belast met de effectieve leiding die de facto de verantwoordelijkheid hebben over de betrokken distributiewerkzaamheden, desgevallend de datum van schrapping, evenals alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek. Voor de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I) bepalen de FSMA en de CDZ de voorwaarden waaronder de vermelding van de schrapping van een tussenpersoon wordt weggelaten van de website.
   § 3. Voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, wordt de FSMA beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke voor de in in dit artikel bedoelde register opgenomen persoonsgegevens.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Afdeling IV. [1 - Europees Paspoort]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Onderafdeling I. [1 - Uitoefening van de vrijheid van dienstverlening.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 269.[1 § 1. Elke in België ingeschreven verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekerings-tussenpersoon die voornemens is voor het eerst op het grondgebied van een andere lidstaat werkzaamheden uit hoofde van het vrij verrichten van diensten uit te oefenen, stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis in de vorm en volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
   De FSMA stelt binnen de maand na de ontvangst ervan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis van de in het eerste lid bedoelde informatie.
   De FSMA stelt, nadat de lidstaat van ontvangst dit bevestigde, de betrokken tussenpersoon er schriftelijk van in kennis dat de lidstaat van ontvangst de informatie heeft ontvangen en dat hij zijn werkzaamheden in de lidstaat van ontvangst kan aanvangen.
   De in het eerste lid bedoelde verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekerings-tussenpersoon moet, bij de uitoefening van zijn werkzaamheden in de lidstaat van ontvangst de wettelijke en reglementaire bepalingen naleven die in die lidstaat van toepassing zijn op de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen om redenen van algemeen belang. De FSMA deelt de betrokken tussenpersoon mee waar hij de toepasselijke bepalingen van algemeen belang van de betrokken lidstaat kan terugvinden.
   In het register wordt aangegeven in welke lidstaten de tussenpersoon werkzaam is in het kader van de vrijheid van dienstverlening.
   § 2. In geval van wijziging van een of meer van de gegevens meegedeeld in het kader van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde kennisgeving, stelt de betrokken tussenpersoon de FSMA daarvan in kennis, ten minste één maand voor de doorvoering van die wijziging.
   De FSMA stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis van deze wijziging, uiterlijk één maand nadat zij de informatie heeft ontvangen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Onderafdeling II. [1 - Uitoefening van de vrijheid van vestiging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 270.[1 § 1. Elke in België ingeschreven verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekerings-tussenpersoon die voornemens is op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor of een permanente aanwezigheid te vestigen uit hoofde van de vrijheid van vestiging, stelt de FSMA daarvan vooraf in kennis in de vorm en volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
   Elke permanente aanwezigheid op het grondgebied van een andere lidstaat die gelijkstaat aan een bijkantoor, wordt op dezelfde wijze behandeld, tenzij de tussenpersoon die permanente aanwezigheid in een andere rechtsvorm opzet.
   Onder voorbehoud van het bepaalde in § 2, stelt de FSMA binnen de maand na de ontvangst ervan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis van de in het eerste lid bedoelde informatie.
   De FSMA stelt, nadat de lidstaat van ontvangst dit bevestigde, de betrokken tussenpersoon er schriftelijk van in kennis dat de lidstaat van ontvangst de informatie heeft ontvangen.
   Binnen de maand na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde informatie, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst de FSMA de wettelijke en reglementaire bepalingen mee die in die lidstaat van toepassing zijn op de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekerings-tussenpersonen om redenen van algemeen belang.
   De FSMA stelt de betrokken tussenpersoon op de hoogte van de in het vorige lid bedoelde bepalingen van algemeen belang en van het feit dat hij zijn werkzaamheden in de betrokken lidstaat kan aanvangen mits hij aan die bepalingen voldoet.
   Indien de lidstaat van ontvangst de in het vijfde lid bepaalde termijn niet naleeft, kan de betrokken tussenpersoon het bijkantoor oprichten en zijn werkzaamheden in de lidstaat van ontvangst aanvangen.
   In het register wordt aangegeven in welke lidstaten de tussenpersoon werkzaam is in het kader van de vrijheid van vestiging.
   § 2. Wanneer de FSMA, gelet op de voorgenomen distributieactiviteiten, redenen heeft om te twijfelen aan de toereikendheid van de organisatiestructuur of de financiële positie van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon, kan zij weigeren om de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde kennisgeving te doen.
   In dat geval deelt de FSMA aan de betrokken tussenpersoon de redenen van deze weigering mee, binnen de maand nadat de betrokken tussenpersoon haar in kennis stelde van zijn voornemen zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid.
   § 3. In geval van wijziging van een of meer van de gegevens meegedeeld in het kader van de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde kennisgeving, stelt de betrokken tussenpersoon de FSMA daarvan in kennis, ten minste één maand voor de doorvoering van die wijziging.
   De FSMA stelt op haar beurt zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan één maand nadat zij de informatie ontvangen heeft, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de wijziging in kennis.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Onderafdeling III. [1 Vrijheid van dienstverlening en vrijheid van vestiging in België voor tussenpersonen ingeschreven in een andere lidstaat van de EER]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 271.[1 § 1. De in een andere EER-lidstaat dan België ingeschreven verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon kan zijn werkzaamheden in België aanvangen, hetzij uit hoofde van het vrij verrichten van diensten, hetzij uit hoofde van de vrijheid van vestiging, nadat hij de bevoegde autoriteit van zijn lidstaat van herkomst hiervan in kennis heeft gesteld, en nadat deze autoriteit de FSMA op de hoogte heeft gebracht overeenkomstig de Europeesrechtelijke bepalingen ter zake. De FSMA maakt de lijst van deze verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekerings-tussenpersonen bekend op haar website en zorgt voor een regelmatige actualisering ervan op basis van de haar beschikbare gegevens.
   De in het eerste lid bedoelde verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon moet bij de uitoefening van zijn werkzaamheden de wettelijke en reglementaire bepalingen naleven die in België van toepassing zijn op de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen om redenen van algemeen belang. De FSMA deelt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst mee welke bepalingen naar haar weten van algemeen belang zijn.
   De FSMA verstrekt op haar website informatie over de in eerste lid bedoelde bepalingen van algemeen belang.
   § 2. Indien de hoofdvestiging van een verzekerings-, herverzekerings- of neven-verzekeringstussenpersoon zich niet in zijn lidstaat van herkomst maar in België bevindt, kan de FSMA met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst overeenkomen dat zij als bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst optreedt met betrekking tot de artikelen 264, 265, 266 en 267, met betrekking tot de bepalingen van Deel 6, Hoofdstuk 5 en Deel 7 en met betrekking tot de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wanneer de hoofdvestiging van een verzekerings-, nevenverzekerings-, of herverzekeringstussen-persoon met die lidstaat van herkomst, zich in België bevindt. In geval van een dergelijke overeenkomst stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de verzekerings-, nevenverzekerings-, of herverzekeringstussenpersoon en EIOPA hiervan onverwijld in kennis.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 4. [1 - Vereisten van vakbekwaamheid en organisatorische vereisten voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 272. [1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan België de lidstaat van herkomst is, met inbegrip van de bijkantoren die zij in andere EER-lidstaten hebben gevestigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 273.[1 De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die ook zonder tussenkomst van een tussenpersoon werkzaamheden van verzekerings- of herverzekeringsdistributie uitoefenen, duiden een of meer natuurlijke personen aan als verantwoordelijken voor de distributie. Het aantal verantwoordelijken voor de distributie is aangepast aan de organisatie en de activiteiten van de onderneming. De Koning kan de toepasselijke vereisten op dit punt vaststellen, op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor verzekeringen en van de minister van Sociale Zaken en op advies van de FSMA.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 274.[1 De personen die als verantwoordelijke voor de distributie zijn aangewezen in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en de personen in contact met het publiek van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die rechtstreeks betrokken zijn bij de distributiewerkzaamheden, moeten voldoen aan dezelfde voorwaarden als deze in artikel 266, 1°, 2° en 3°, gesteld voor de verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek bij een verzekerings-, nevenverzekerings-, of herverzekeringstussenpersoon.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 275.[1 § 1. De betrokken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen stellen interne beleidsmaatregelen vast en passen interne procedures toe om ervoor te zorgen dat blijvend aan het bepaalde in de artikelen 273 en 274 is voldaan.
   Voor elk van de in artikel 274 bedoelde personen legt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een dossier aan waarin zij de informatie bewaart die aantoont dat deze aan de bepalingen van artikel 266, 1° tot 3° voldoen. De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen houden deze dossiers ter beschikking van de FSMA en is ertoe gehouden de vertrouwelijkheid van deze gegevens te waarborgen.
   Wanneer de samenwerking tussen de tussenpersoon en een in het eerste lid bedoelde persoon beëindigd wordt, vernietigt de tussenpersoon het in het eerste lid bedoelde dossier. De tussenpersoon mag in geen enkel geval een kopie van het dossier bewaren.
   De bepalingen van artikel 10, § 2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens zijn van toepassing.
   § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen een verantwoordelijke aan die toeziet op het goed toepassen van de in het eerste lid bedoelde beleidsmaatregelen en procedures en op het goed bijhouden van de in het tweede lid bedoelde dossiers. De identificatiegegevens van deze verantwoordelijke worden meegedeeld aan de FSMA.
   De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen delen aan de FSMA de naamlijst mee van de door hen aangeduide verantwoordelijken voor de distributie alsook het aantal van de andere medewerkers die zich rechtstreeks met de distributiewerkzaamheden bezighouden, volgens de voorwaarden en nadere regels die de FSMA bepaalt.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 276.[1 Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen stellen interne beleidsmaatregelen vast en passen interne procedures toe om ervoor te zorgen dat klachten die aan hen gericht worden over een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst of betreffende de verzekerings- of herverzekeringsdienst die aan de klager werd verleend op een deskundige en eerlijke wijze worden onderzocht en dat de klager in elk geval een antwoord ontvangt.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 277.[1 § 1. De samenwerking tussen de verzekeringsonderneming, de herverzekeringsonderming en de nevenverzekeringstussenpersoon, de verzekeringstussenpersoon of de herverzekeringstussenpersoon maakt het voorwerp uit van een schriftelijke overeenkomst die, in voorkomend geval, regelmatig wordt geactualiseerd.
   § 2. Als de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kennis hebben van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de in deze wet vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden door een verzekerings- een nevenverzekerings- of een herverzekeringstussenpersoon op wie zij een beroep doen of gedaan hebben, brengen zij die elementen onverwijld ter kennis van de FSMA.
   Zij stellen de FSMA ook in kennis van het feit dat iemand zich voordoet als verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon zonder in het in deze wet vermelde register te zijn ingeschreven.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 5. [1 - Informatievereisten en gedragsregels]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 1. [1 - Toepassingsgebied]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 278. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op:
   - verzekeringsdistributeurs waarvan België de lidstaat van herkomst is, uitgezonderd de bijkantoren die zij in andere lidstaten van de EER hebben gevestigd;
   - de in België gevestigde bijkantoren van verzekeringsdistributeurs die onder het recht van een lidstaat van de EER ressorteren, voor de distributieactiviteiten die zij op het Belgisch grondgebied uitvoeren;
   - de in België gevestigde bijkantoren van verzekeringsdistributeurs die ressorteren onder het recht van derde landen;
   - de verzekeringsdistributeurs die ressorteren onder het recht van derde landen die rechtsgeldig hun diensten in België verstrekken, voor de distributie-activiteiten die zij op het Belgisch grondgebied voeren.
   § 2. De bepalingen van de artikelen 5, 16° /1, tweede lid, 258, § 2, iv), 280, 283, § 6, en §§ 8 tot 11, 284, § 3, 288, § 4, 290, 291, 292, 295, § 3, en 296 in zoverre dit laatste artikel geen uitzondering voorziet op de verplichting om de passendheid van de verzekeringen met een beleggingscomponent te bepalen wanneer geen advies wordt verstrekt, en de regels genomen in uitvoering van deze artikelen, alsook de regels genomen ter uitvoering van de artikelen 284, § 7, tweede lid, 286, § 7, en 287 gelden voor alle verzekeringsdistributeurs, met inbegrip van deze die hun activiteiten uitoefenen op grond van het vrije verkeer van diensten, wanneer zij verzekeringscontracten sluiten met klanten die hun gewone verblijfplaats of vestiging op het Belgisch grondgebied hebben.
   § 3. In afwijking van paragrafen 1 en 2 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de distributie van officieel erkende bedrijfspensioenregelingen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2016/2341 of Richtlijn 2009/138/EG vallen, met uitzondering van de artikelen 279, § 1, § 2, eerste lid, derde lid, en § 3, 281, § 1 en § 2, 283, § 1, tot 5, 284, § 1, § 2, § 3, eerste lid, § 4, 285, § 1 tot § 7, 286, § 1 tot § 6, en 288, § 1 tot § 3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 2. [1 - Algemeen beginsel]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 279. [1 § 1. Verzekeringsdistributeurs zetten zich altijd op loyale, billijke en professionele wijze in voor de belangen van hun klanten wanneer ze aan verzekeringsdistributie doen.
   § 2. Onverminderd de bepalingen van Boek VI van het Wetboek van economisch recht aangaande het verbod op oneerlijke handelspraktijken moet alle door verzekeringsdistributeurs aan hun klanten of potentiële klanten verstrekte informatie die verband houdt met het onderwerp van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van publicitaire mededelingen, correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Publicitaire mededelingen moeten altijd duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.
   In geval van collectieve verzekeringen moet onder "klant" worden verstaan, de vertegenwoordiger van een groep leden die een verzekeringsovereenkomst afsluit en waarbij de afzonderlijke leden niet een individueel besluit kunnen nemen om zich aan te sluiten. De vertegenwoordiger van de groep moet onverwijld na de aansluiting van het lid in de collectieve verzekering, dit lid alle inlichtingen verstrekken die vereist zijn op grond van deze wet en de ter uitvoering ervan besluiten en reglementen.
   Wat de verzekeringsproducten betreft die ressorteren onder officieel erkende bedrijfspensioenregelingen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2016/2341 of Richtlijn 2009/138/EG vallen, is het vorige lid enkel van toepassing ten aanzien van de in artikel 278, § 3, bedoelde bepalingen.
   § 3. Een verzekeringsdistributeur wordt niet op zodanige wijze beloond of beloont of beoordeelt de prestaties van zijn werknemers niet op zodanige wijze dat er conflicten ontstaan met zijn plicht in het belang van zijn klanten te handelen. Met name hanteert een verzekeringsdistributeur op beloningsgebied, op het gebied van verkoopdoelen of anderszins, geen regeling die hemzelf of zijn werknemers ertoe kan aanzetten een klant een bepaald verzekeringsproduct aan te bevelen, terwijl de verzekeringsdistributeur een ander verzekeringsproduct zou kunnen aanbieden dat beter aan de behoeften van de desbetreffende klant zou voldoen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 3. [1 - Categorisering van klanten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 280. [1 Alvorens verzekeringsproducten te distribueren, deelt een verzekeringsdistributeur zijn nieuwe klanten, evenals zijn bestaande klanten, hun indeling in de categorie van professionele of niet-professionele klant mee.
   De verzekeringsdistributeur informeert de klant, op duurzame drager, over enig recht van de klant om een andere categorie-indeling te vragen en over het eventueel daaruit voortvloeiende lagere beschermingsniveau voor de klant.
   De verzekeringsdistributeur kan uit eigen beweging of op vraag van de klant een als professioneel beschouwde klant als niet-professionele klant behandelen.
   De verzekeringsdistributeur kan op vraag van de klant een als niet-professionele beschouwde klant als professionele klant behandelen overeenkomstig de voorwaarden voorzien door de Koning.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 4. [1 - Door de verzekeringstussenpersoon, nevenverzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming te verstrekken algemene informatie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 281. [1 § 1. Een verzekeringstussenpersoon deelt de klant tijdig, voordat een verzekeringsovereenkomst wordt gesloten de volgende informatie mee:
   i) zijn identiteit en adres, en het feit dat hij een verzekeringstussenpersoon is;
   ii) of hij advies over de verkochte verzekeringsproducten verstrekt;
   iii) de in artikel 265 bedoelde procedure die klanten en belanghebbenden de mogelijkheid biedt klachten in te dienen over verzekeringstussenpersonen en de in Boek XVI van het Wetboek van economisch recht bedoelde buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures;
   iv) het register van de verzekeringstussenpersonen waarin hij is ingeschreven, hoe zijn registerinschrijving kan worden geverifieerd, en de categorie waarin hij is ingeschreven;
   v) of hij de klant vertegenwoordigt dan wel in naam en voor rekening van de verzekeringsonderneming optreedt.
   De punten i), iii) en iv) zijn ook van toepassing op nevenverzekeringstussenpersonen.
   § 2. Een verzekeringsonderneming deelt de klant tijdig, voordat een verzekeringsovereenkomst wordt gesloten, de volgende informatie mee:
   i) haar identiteit en adres, en het feit dat zij een verzekeringsonderneming is;
   ii) of zij advies over de verkochte verzekeringsproducten verstrekt;
   iii) de in artikel 276 bedoelde procedure die klanten en belanghebbenden de mogelijkheid biedt klachten in te dienen over verzekeringsondernemingen en de in Boek XVI van het Wetboek van economisch recht bedoelde buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures.
   § 3. De in dit artikel bedoelde informatie hoeft niet te worden verstrekt wanneer de verzekeringsdistributeur distributieactiviteiten uitvoert met betrekking tot de verzekering van grote risico's.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 5. [1 - Belangenconflicten en transparantie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 283. [1 § 1. Elke verzekeringstussenpersoon en nevenverzekeringstussenpersoon deelt de klant tijdig, voordat een verzekeringsovereenkomst gesloten wordt ten minste de volgende informatie mee:
   a) of hij een rechtstreekse of middellijke deelneming van 10 % of meer van de stemrechten of van het kapitaal van een bepaalde verzekeringsonderneming bezit;
   b) of een bepaalde verzekeringsonderneming of een bepaalde moedermaatschappij van een verzekeringsonderneming een rechtstreekse of middellijke deelneming van 10 % of meer van de stemrechten of van het kapitaal van de verzekeringstussenpersoon of van de nevenverzekeringstussenpersoon bezit;
   c) met betrekking tot de voorgestelde of geadviseerde overeenkomst, indien van toepassing:
   i) dat hij adviseert op grond van een onpartijdige en persoonlijke analyse die beantwoordt aan de bepalingen van artikel 284, § 3;
   ii) dat hij een contractuele verplichting heeft om uitsluitend met een of meer verzekeringsondernemingen verzekeringsdistributiezaken te doen, in welk geval hij tevens de namen van deze verzekeringsondernemingen moet meedelen, of
   iii) dat hij geen contractuele verplichting heeft om uitsluitend met een of meer verzekeringsondernemingen verzekeringsdistributiezaken te doen en niet adviseert op grond van een onpartijdige en persoonlijke analyse die beantwoordt aan de bepalingen van artikel 284, § 3, in welk geval hij tevens de namen en adressen moet meedelen van de verzekeringsondernemingen waarmee hij zakendoet of kan zakendoen;
   d) de aard van de vergoeding die hij met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst ontvangt;
   e) of hij met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst werkt:
   i) op basis van een provisie, dit wil zeggen een rechtstreeks door de klant betaalde vergoeding;
   ii) op basis van enigerlei commissie, dit wil zeggen een in de verzekeringspremie begrepen vergoeding;
   iii) op basis van enigerlei andere soort vergoeding, met inbegrip van economische voordelen van welke aard ook die in dat verband met de verzekeringsovereenkomst worden aangeboden of verstrekt; of
   iv) op basis van een combinatie van enigerlei soort vergoeding als bepaald in de punten i), ii) en iii).
   § 2. Indien een provisie rechtstreeks door de klant moet worden betaald, geeft de verzekeringstussenpersoon of nevenverzekeringstussenpersoon naargelang het geval de hoogte van het bedrag aan, of indien dat niet mogelijk is, de methode om het bedrag te berekenen.
   § 3. Indien de klant uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst na het sluiten van die overeenkomst andere betalingen moet uitvoeren dan de premies en de geplande betalingen, deelt de verzekeringstussenpersoon of nevenverzekeringstussenpersoon naargelang het geval ook voor elk van die betalingen de in dit artikel bedoelde informatie mee.
   § 4. Een verzekeringsonderneming deelt de klant tijdig, voordat een verzekeringsovereenkomst gesloten wordt, de aard van de vergoeding mee die haar werknemers ontvangen met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst.
   § 5. Indien de klant uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst na het sluiten van die overeenkomst andere betalingen moet uitvoeren dan de premies en de geplande betalingen, deelt de verzekeringsonderneming ook voor elk van die betalingen de in dit artikel bedoelde informatie mee.
   § 6. De verzekeringsdistributeurs verstrekken hun klanten of potentiële klanten, voorafgaand aan de sluiting van een verzekeringsovereenkomst en op elke vervaldag van een verzekeringsovereenkomst informatie over de kosten en bijbehorende lasten.
   De FSMA kan, bij reglement genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002, de inhoud van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking verduidelijken.
   § 7. De in de paragrafen 1 tot 6 bedoelde informatie hoeft niet te worden verstrekt wanneer de verzekeringsdistributeur distributieactiviteiten uitvoert met betrekking tot de verzekering van grote risico's.
   § 8. Onverminderd artikel 279 treft en handhaaft de verzekeringsdistributeur doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen om alle redelijke maatregelen te kunnen nemen teneinde te voorkomen dat de belangen van de klanten door belangenconflicten, als bepaald in dit artikel worden geschaad. Die regelingen staan in verhouding tot de verrichte activiteiten, de verkochte verzekeringsproducten en het soort distributeur.
   § 9. Verzekeringsdistributeurs moeten alle passende maatregelen nemen om belangenconflicten te onderkennen die zich bij het verrichten van verzekeringsdistributiebedrijf voordoen tussen henzelf, met inbegrip van hun bestuurders en werknemers, of een persoon die rechtstreeks of niet rechtstreeks met hen verbonden is door een zeggenschapsband, en hun klanten of tussen hun klanten onderling.
   § 10. Indien de door een verzekeringsdistributeur overeenkomstig paragraaf 8 getroffen organisatorische of administratieve regelingen voor de omgang met belangenconflicten ontoereikend zijn om redelijkerwijs te mogen aannemen dat het risico dat de belangen van de klant worden geschaad, zal worden voorkomen, maakt de verzekeringsdistributeur tijdig, voordat een verzekeringsovereenkomst wordt gesloten, op heldere wijze de algemene aard of de bronnen van belangenconflicten bekend aan de klant.
   § 11. De in paragraaf 10 bedoelde bekendmaking, in afwijking van artikel 285, paragraaf 1:
   a) wordt op een duurzame drager gedaan; en
   b) bevat voldoende details, rekening houdend met het type klant, zodat de klant in staat wordt gesteld met kennis van zaken een beslissing te nemen met betrekking tot de verzekeringsdistributieactiviteiten waarover het belangenconflict is ontstaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 6. [1 - Advies, en normen voor de verkoop indien geen advies wordt verstrekt]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 284. [1 § 1. Voorafgaand aan de sluiting van een verzekeringsovereenkomst stelt de verzekeringsdistributeur op basis van de door de klant verstrekte informatie de verlangens en behoeften van de klant vast en verstrekt hij de klant objectieve informatie over het verzekeringsproduct, in een begrijpelijke vorm, om hem in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.
   Iedere voorgestelde verzekeringsovereenkomst is in overeenstemming met de verlangens en behoeften van de klant.
   Wanneer voorafgaand aan de verkoop van een specifiek verzekeringsproduct advies wordt gegeven, doet de verzekeringsdistributeur een gepersonaliseerde aanbeveling aan de klant waarin wordt uitgelegd waarom een bepaald product het best aansluit bij de verlangens en behoeften van de klant.
   § 2. De in paragraaf 1 bedoelde bijzonderheden variëren naargelang van de ingewikkeldheidsgraad van het aangeboden verzekeringsproduct en het soort klant.
   § 3. Wanneer een verzekeringstussenpersoon de klant meedeelt dat hij adviseert op grond van een onpartijdige en persoonlijke analyse, of dat het advies op onafhankelijke basis wordt verstrekt, baseert hij zijn advies op een analyse van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare verzekeringsproducten, zodat hij aan de hand van professionele criteria in staat is een persoonlijke aanbeveling te doen over een verzekeringsovereenkomst die aan de behoeften van de klant voldoet.
   Voor wat de verzekeringsproducten met een beleggingscomponent betreft, is deze paragraaf van toepassing zonder afbreuk te doen aan artikel 295, § 3.
   § 4. Onverminderd de artikelen 183 en 184 van Richtlijn 2009/138/EG, verstrekt de verzekeringsdistributeur, voorafgaand aan de sluiting van een overeenkomst en ongeacht of advies wordt gegeven en ongeacht of het verzekeringsproduct deel uitmaakt van een pakket in de zin van artikel 286, rekening houdend met de complexiteit van het verzekeringsproduct en het soort klant, deze laatste in een begrijpelijke vorm de relevante informatie over het verzekeringsproduct om de klant in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.
   § 5. Voor de distributie van verzekeringsproducten "niet-leven" als opgesomd in bijlage I bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, wordt de in paragraaf 4 van dit artikel bedoelde informatie verstrekt in de vorm van een gestandaardiseerd informatiedocument over het verzekeringsproduct, op papier of op een andere duurzame drager.
   § 6. Het in paragraaf 5 bedoelde informatiedocument over het verzekeringsproduct wordt opgesteld door de ontwikkelaar van het schadeverzekeringsproduct.
   § 7. Het informatiedocument over het verzekerings-product:
   a) is een kort en zelfstandig document;
   b) is op zodanige wijze vormgegeven dat het duidelijk en gemakkelijk leesbaar is, met gebruikmaking van tekens van leesbare grootte;
   c) is, terwijl het oorspronkelijk in kleur is, niet minder begrijpelijk als het in zwart-wit wordt afgedrukt of gefotokopieerd;
   d) is geschreven in de officiële talen, of in één van de officiële talen, die gebruikt worden in het deel van de lidstaat waar het verzekeringsproduct wordt aangeboden of, indien de klant en de distributeur dit overeenkomen, in een andere taal;
   e) is accuraat en niet misleidend;
   f) heeft als titel "informatiedocument over het verzekeringsproduct" bovenaan de eerste bladzijde;
   g) bevat een verklaring dat de volledige precontractuele en contractuele informatie over het product in andere documenten wordt verstrekt.
   De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, bepalen dat het informatiedocument over het verzekeringsproduct moet worden verstrekt tezamen met informatie die vereist is overeenkomstig overige desbetreffende wettelijke bepalingen van Europees recht of van Belgisch recht op voorwaarde dat aan alle vereisten van de eerste alinea is voldaan.
   § 8. Het informatiedocument over het verzekeringsproduct bevat de volgende gegevens:
   a) informatie over het soort verzekering;
   b) een samenvatting van de verzekeringsdekking, inclusief de belangrijkste verzekerde risico's, de verzekerde som en, in voorkomend geval, de geografische dekking en een samenvatting van de uitgesloten risico's;
   c) de wijze en duur van betaling van de premies;
   d) de belangrijkste uitsluitingen, in welke gevallen geen vraag voor schadevergoeding kan worden ingediend;
   e) de verplichtingen bij het begin van de overeenkomst;
   f) de verplichtingen tijdens de looptijd van de overeenkomst;
   g) de verplichtingen bij aangifte van een schadegeval;
   h) de looptijd van de overeenkomst, met vermelding van de begin- en einddatum;
   i) de wijze van beëindiging van de overeenkomst.
   § 9. De informatie bedoeld in dit artikel, hoeft niet te worden verstrekt wanneer de verzekeringsdistributeur distributieactiviteiten uitvoert met betrekking tot de verzekering van grote risico's.
   § 10. Het informatiedocument over het verzekeringsproduct wordt voorgesteld op de wijze vastgelegd bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1469 van de Commissie van 11 augustus 2017 tot vaststelling van een gestandaardiseerde presentatievorm van het informatiedocument over verzekeringsproducten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 7. [1 - Voorwaarden inzake informatieverstrekking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 285. [1 § 1. Alle informatie die op grond van de artikelen 281 tot 284, 287 en 295 of op grond van de besluiten genomen ter uitvoering van dit hoofdstuk moet worden meegedeeld, wordt, uitgezonderd waar anders bepaald, aan de klanten verstrekt:
   a) op papier;
   b) op duidelijke, nauwkeurige, en voor de klant begrijpelijke wijze;
   c) in een officiële taal van de lidstaat waar het risico is gelegen of van de lidstaat van de verbintenis of in elke andere taal die door de partijen is overeengekomen; en
   d) kosteloos.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1, punt a), van dit artikel, mag de informatie, bedoeld in dit hoofdstuk of in de besluiten genomen ter uitvoering van dit hoofdstuk, via één van de volgende dragers aan de klant worden verstrekt:
   a) op een andere duurzame drager dan papier, mits de voorwaarden in paragraaf 4 zijn vervuld; of
   b) via een website, mits de voorwaarden in paragraaf 5 zijn vervuld.
   § 3. Indien de informatie bedoeld in dit hoofdstuk of in de besluiten genomen ter uitvoering van dit hoofdstuk op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt, wordt echter op verzoek van de klant hem kosteloos een papieren versie verstrekt.
   § 4. De informatie bedoeld in dit hoofdstuk of in de besluiten genomen ter uitvoering van dit hoofdstuk, mag op een andere duurzame drager dan papier worden verstrekt indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   a) het gebruik van de duurzame drager past in de context waarin de verzekeringsdistributeur met de klant zakendoet; en
   b) de klant heeft de keuze gekregen tussen informatie op papier of op een andere duurzame drager en heeft voor die laatste drager gekozen.
   § 5. De informatie bedoeld in dit hoofdstuk of in de besluiten genomen ter uitvoering van dit hoofdstuk mag via een website worden verstrekt indien de informatie persoonlijk aan de klant is gericht of indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   a) de verstrekking van die informatie via een website past in de context waarin de verzekeringsdistributeur met de klant zakendoet;
   b) de klant heeft ingestemd met verstrekking van die informatie via een website;
   c) de klant is elektronisch in kennis gesteld van het adres van de website en van de plaats op de website waar die informatie te vinden is;
   d) de toegang tot die informatie via de website blijft gegarandeerd zolang raadpleging ervan door de klant redelijkerwijze nodig is.
   § 6. Voor de toepassing van de paragrafen 4 en 5 wordt de verstrekking van de informatie op een andere duurzame drager dan papier of via een website geacht te passen in de context waarin de verzekeringsdistributeur met de klant zakendoet, als bewezen is dat de klant regelmatig toegang tot internet heeft. De verstrekking door de klant van een e-mailadres wordt als dergelijk bewijs beschouwd.
   § 7. In geval van verkoop per telefoon wordt de door de verzekeringsdistributeur voor de sluiting van de overeenkomst aan de klant verstrekte informatie, inclusief het informatiedocument over het verzekeringsproduct, verstrekt in overeenstemming met het bepaalde bij Boek VI van het Wetboek van economisch recht. Bovendien wordt, zelfs indien de klant ervoor heeft gekozen informatie te ontvangen op een andere duurzame drager dan papier overeenkomstig paragraaf 4, onmiddellijk na de sluiting van de verzekeringsovereenkomst informatie overeenkomstig paragraaf 1 of paragraaf 2 door de verzekeringsdistributeur aan de klant verstrekt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 8. [1 - Koppelverkoop]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 286. [1 § 1. Koppelverkoop waarbij minstens een element een verzekeringsproduct is, is toegestaan wanneer hij in overeenstemming is met dit artikel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
   § 2. Wanneer een verzekeringsproduct wordt aangeboden samen met een nevenproduct dat of een nevendienst die geen verzekering is, als onderdeel van een pakket of dezelfde overeenkomst, deelt de verzekeringsdistributeur de klant mee of de verschillende componenten van het pakket afzonderlijk kunnen worden gekocht en, zo ja, verstrekt hij een adequate beschrijving van de verschillende componenten van de overeenkomst of het pakket, alsmede afzonderlijke informatie over de kosten en lasten van elke component.
   § 3. In het in paragraaf 2 bedoelde geval en indien het risico of de verzekeringsdekking die uit die overeenkomst of dat pakket, aangeboden aan een klant, voortvloeien, verschillen van het risico en de verzekeringsdekking die aan de verschillende componenten afzonderlijk verbonden zijn, geeft de verzekeringsdistributeur een adequate beschrijving van de verschillende componenten van de overeenkomst of het pakket en van de wijze waarop de interactie ervan het risico en de verzekeringsdekking wijzigt.
   § 4. Indien een verzekeringsproduct een nevenproduct is bij een goed dat of een dienst die geen verzekering is, als onderdeel van een pakket of dezelfde overeenkomst, biedt de verzekeringsdistributeur de klant de mogelijkheid om het goed of de dienst afzonderlijk aan te schaffen. Deze paragraaf is niet van toepassing indien een verzekeringsproduct een nevenproduct is bij een beleggingsdienst of -activiteit als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2014/65/EU, een kredietovereenkomst als gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014, of een betaalrekening als gedefinieerd in artikel 2, punt 3, van Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014.
   § 5. Dit artikel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen mogen de distributie van verzekeringsproducten die meerdere soorten risico's dekken niet beletten.
   § 6. In de in de paragrafen 2 en 4 bedoelde gevallen geeft een verzekeringsdistributeur de verlangens en behoeften van de klant aan met betrekking tot de verzekeringsproducten die deel uitmaken van het hele pakket of dezelfde overeenkomst.
   § 7. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegde besluit genomen op advies van de FSMA:
   1° strengere bepalingen aannemen bij bepaalde praktijken van koppelverkoop wanneer Hij kan aantonen dat deze praktijken nadelig zijn voor de consument;
   2° in individuele gevallen ingrijpen om de verkoop van een verzekering samen met een nevendienst of -product die geen verzekering is, als onderdeel van een pakket of dezelfde overeenkomst, te verbieden wanneer Hij kan aantonen dat deze praktijken nadelig zijn voor de consument.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 9. [1 - Inducements]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 287. [1 De representatieve organisaties van de verzekeringssector, worden ermee belast binnen zes maanden na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad in onderling overleg een gedragscode uit te werken, die minstens het volgende bepaalt, met een onderscheid, waar nodig naargelang het type product :
   1° criteria om te beoordelen of ondernemingen die inducements ontvangen, voldoen aan de verplichting om op eerlijke, billijke en professionele wijze te handelen in het belang van de klant, en
   2° een niet-exhaustieve lijst van inducements die zijn verboden omdat zij afbreuk doen aan de kwaliteit van de aan de klant verleende dienst.
   De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de gedragscode en verleent hieraan bindende kracht bij besluit genomen op advies van de FSMA.
   Bij gebreke aan de bedoelde gedragscode binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze wet of bij gebrek aan bekrachtiging van deze gedragscode door de Koning wordt de Koning gemachtigd om:
   1° criteria vast te stellen om te beoordelen of ondernemingen die inducements ontvangen, voldoen aan de verplichting op eerlijke, billijke en professionele wijze te handelen in het belang van de klant, en
   2° een niet-exhaustieve lijst op te stellen van inducements die zijn verboden omdat zij afbreuk doen aan de kwaliteit van de aan de klant verleende dienst.
   Waar nodig kan Hij een onderscheid maken naargelang het type product.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 10. [1 - Toezicht op producten en governancevereisten en productkennis]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 288. [1 § 1. Verzekeringsondernemingen, alsmede tussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen voor verkoop aan klanten, zorgen voor handhaving, toepassing en toetsing van een procedure voor de goedkeuring van elk verzekeringsproduct, of van significante aanpassingen van bestaande verzekeringsproducten, vóór het in de handel wordt gebracht of onder klanten wordt gedistribueerd.
   Het productgoedkeuringsproces staat in verhouding tot en past bij de aard van het verzekeringsproduct.
   Tijdens het productgoedkeuringsproces wordt een beoogde doelmarkt voor elk product gespecificeerd, wordt gewaarborgd dat alle desbetreffende risico's voor een dergelijke beoogde doelmarkt geëvalueerd zijn en dat de geplande distributiestrategie in samenhang is met de beoogde doelmarkt, en worden redelijke stappen genomen om ervoor te zorgen dat het verzekeringsproduct gedistribueerd wordt op de beoogde doelmarkt.
   De verzekeringsonderneming begrijpt en toetst ook regelmatig de verzekeringsproducten die zij aanbiedt of in de handel brengt, waarbij rekening wordt gehouden met alle gebeurtenissen die materiële gevolgen kunnen hebben voor het potentiële risico voor de beoogde doelgroep, om ten minste te beoordelen of het verzekeringsproduct blijft beantwoorden aan de behoeften van de beoogde doelgroep en of de geplande distributiestrategie passend blijft.
   Verzekeringsondernemingen, alsmede tussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen, verstrekken aan distributeurs alle adequate informatie over het verzekeringsproduct en het productgoedkeuringsproces, met inbegrip van de geïdentificeerde doelmarkt van het verzekeringsproduct.
   Wanneer een verzekeringsdistributeur adviseert over verzekeringsproducten die hij niet zelf ontwikkelt, of dergelijke producten aanbiedt, beschikt hij over adequate regelingen om de in het vijfde lid genoemde informatie te verkrijgen en de kenmerken en de beoogde doelgroep van elk verzekeringsproduct te begrijpen.
   § 2. De beleidsmaatregelen, processen en regelingen bedoeld in dit artikel laten alle andere vereisten van deze wet onverlet, met inbegrip van de vereisten inzake openbaarmaking, geschiktheid of passendheid, vaststelling van en omgang met belangenconflicten, en inducements.
   § 3. Paragrafen 1 en 2 van artikel zijn niet van toepassing op verzekeringsproducten die betrekking hebben op de verzekering van grote risico's.
   § 4. De verzekeringstussenpersonen en de nevenverzekeringstussenpersonen bemiddelen enkel met betrekking tot verzekeringsovereenkomsten waarvan zij, hun verantwoordelijken voor de distributie, en de personen in contact met het publiek die zij tewerkstellen, de essentiële kenmerken kennen en in staat zijn deze aan de klanten toe te lichten.
   De verzekeringsondernemingen bieden enkel verzekeringsovereenkomsten aan waarvan hun verantwoordelijken voor de distributie en de personen in contact met het publiek die zij tewerkstellen, de essentiële kenmerken kennen en in staat zijn deze aan de klanten toe te lichten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 11. [1 - Klantendossiers]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 290. [1 § 1. De verzekeringsdistributeur legt een dossier aan met het of de tussen de verzekeringstussenpersoon of verzekerings-onderneming en de klant overeengekomen document(en), waarin de rechten en plichten van beide partijen worden beschreven, alsmede de overige voorwaarden waarop hij diensten voor de klant zal verrichten. De rechten en plichten van beide partijen bij de overeenkomst kunnen worden opgenomen door middel van verwijzing naar andere documenten of wetsteksten.
   De gegevens worden, opdat de FSMA haar toezichtsopdracht zou kunnen uitoefenen, bewaard gedurende een termijn van vijf jaar en, indien de FSMA daarom verzoekt, gedurende een termijn van zeven jaar, onverminderd de mogelijkheid voor de verzekeringsdistributeur om, met inachtneming van Verordening 2016/679, ze langer te bewaren voor de uitvoering van de overeenkomst en het beheer van ermee gepaard gaande geschillen.
   § 2. De Koning kan, bij besluit genomen op advies van de FSMA, de inhoud van het dossier bedoeld in paragraaf 1, alsmede de inhoud van de met de klanten te sluiten overeenkomsten nader bepalen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 12. [1 - Bewaring van gegevens]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 291. [1 § 1. De verzekeringsdistributeurs bewaren een registratie van elke verrichte activiteit van verzekeringsdistributie, om de FSMA in staat te stellen na te gaan of de verzekeringsdistributeur zich houdt aan de bepalingen van dit deel, en aan de bepalingen genomen in uitvoering van dit deel, en inzonderheid of hij zijn verplichtingen ten aanzien van zijn klanten of potentiële klanten nakomt.
   De gegevens worden, opdat de FSMA haar toezichtsopdracht zou kunnen uitoefenen, bewaard gedurende een termijn van vijf jaar en, indien de FSMA daarom verzoekt, gedurende een termijn van zeven jaar, onverminderd de mogelijkheid voor de verzekeringsdistributeur om, met inachtneming van Verordening 2016/679, ze langer te bewaren voor de uitvoering van de overeenkomst en het beheer van ermee gepaard gaande geschillen.
   § 2. De FSMA kan de bepalingen van dit artikel verduidelijken aan de hand van reglementen genomen ter uitvoering van de artikelen 49, § 3, en 64, van de wet van 2 augustus 2002.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 13. [1 - Terbeschikkingstelling van informatie aan verzekeringsdistributeurs]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 292. [1 De verzekeringsondernemingen stellen de verzekeringsdistributeurs die hun producten distribueren de informatie ter beschikking waarover zij beschikken en die de verzekeringsdistributeurs nodig hebben om te voldoen aan hun verplichtingen die volgen uit dit hoofdstuk en uit de bepalingen die dit hoofdstuk uitvoeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 14. [1 - Aansprakelijkheid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 293. [1 § 1. Verzekeringsondernemingen die samenwerken met verbonden verzekeringsagenten, zijn volledig en onvoorwaardelijk burgerlijk aansprakelijk voor elke handeling of elk verzuim van die verbonden verzekeringsagenten die in naam en voor rekening van die ondernemingen optreden, in zoverre die handeling of dat verzuim betrekking heeft op de gedragsregels vervat in hoofdstuk 5 van dit deel of in de bepalingen ter uitvoering ervan.
   De verzekeringsondernemingen zien erop toe dat de verbonden verzekeringsagenten met wie zij samenwerken, kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zakendoen met een klant.
   De verzekeringsondernemingen dienen de werkzaamheden van de verbonden verzekeringsagenten met wie zij samenwerken, te controleren.
   § 2. Verzekeringsagenten en verzekeringsmakelaars die samenwerken met verzekeringssubagenten blijven volledig en onvoorwaardelijk burgerlijk aansprakelijk voor elke handeling of elk verzuim van die verzekeringssubagenten die voor hun rekening optreden.
   De verzekeringsagenten en de verzekeringsmakelaars zien erop toe dat de verzekeringssubagenten met wie zij samenwerken, kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zakendoen met een klant.
   De verzekeringsagenten en de verzekeringsmakelaars dienen de werkzaamheden van de verzekeringssubagenten met wie zij samenwerken, te controleren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Afdeling 15. [1 - Aanvullende vereisten met betrekking tot verzekeringsproducten met een beleggingscomponent]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Onderafdeling 1. [1 - Toepassingsgebied van bijkomende vereisten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 294. [1 In deze afdeling worden voorschriften vastgelegd die een aanvulling vormen op deze die gelden voor de distributie van verzekeringsproducten, wanneer deze distributie verzekeringen met een beleggingscomponent betreft door:
   a) een verzekeringstussenpersoon, of
   b) een verzekeringsonderneming.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Onderafdeling 2. [1 - Informatieverstrekking aan klanten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 295. [1 § 1. Onverminderd de artikelen 281 en 283, §§ 1 en 2, wordt tijdig, voordat er een overeenkomst wordt gesloten, passende informatie verstrekt aan klanten of potentiële klanten met betrekking tot de distributie van verzekeringen met een beleggingscomponent, en met betrekking tot alle kosten en bijbehorende lasten. Deze informatie behelst ten minste het volgende:
   a) indien advies wordt verstrekt, of de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonder-neming de klant een periodieke beoordeling zal verstrekken van de geschiktheid van de aan die klant aanbevolen verzekering met een beleggingscomponent, als bedoeld in artikel 296;
   b) met betrekking tot de informatie over verzekeringen met een beleggingscomponent en voorgestelde beleggingsstrategieën, passende toelichting en waarschuwingen over de risico's verbonden aan de verzekeringen met een beleggingscomponent of aan bepaalde voorgestelde beleggingsstrategieën;
   c)met betrekking tot de informatie over alle kosten en bijbehorende lasten die moet worden verstrekt, informatie in verband met de distributie van de verzekering met een beleggingscomponent, waartoe eveneens de kosten voor advies behoren en, in voorkomend geval, de kosten van de verzekering met een beleggingscomponent die aan de klant wordt aanbevolen of aangeboden, en de manier waarop de klant deze kan betalen, met inbegrip van eventuele betalingen door derden.
   De informatie over alle kosten en lasten, met inbegrip van de kosten en lasten in verband met de distributie van de verzekering met een beleggingscomponent, die niet het gevolg zijn van de ontwikkeling van onderliggende marktrisico's, worden samengevoegd zodat de klant inzicht krijgt in de totale kosten, alsook in het cumulatieve effect op het rendement op de belegging, en omvat, indien de klant hierom verzoekt, een puntsgewijze uitsplitsing van kosten en lasten. Indien van toepassing wordt dergelijke informatie regelmatig en ten minste jaarlijks aan de klant verstrekt, gedurende de looptijd van de belegging.
   De in deze paragraaf bedoelde informatie wordt in een begrijpelijke vorm en op zodanige wijze verstrekt dat de klanten of potentiële klanten redelijkerwijze in staat zijn de aard en de risico's van de aangeboden verzekering met een beleggingscomponent te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen.
   § 2. De in dit artikel bedoelde informatie moet niet worden verstrekt aan een professionele klant.
   § 3. Indien een verzekeringstussenpersoon de klant meedeelt dat het advies op onafhankelijke basis wordt verstrekt, beoordeelt hij een toereikend aantal op de markt verkrijgbare verzekeringsproducten die voldoende gediversifieerd zijn wat soort en productaanbieders betreft, om te waarborgen dat de doelstellingen van de klant naar behoren kunnen worden verwezenlijkt en niet beperkt blijven tot verzekeringsproducten die worden uitgegeven of verstrekt door entiteiten die nauwe banden hebben met de tussenpersoon.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Onderafdeling 3. [1 - Beoordeling van geschiktheid en passendheid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 296. [1 § 1. Onverminderd artikel 284, § 1, wint de verzekeringstussenpersoon of de verzekeringsonderneming wanneer zij advies verstrekken over een verzekering met een beleggingscomponent tevens de nodige informatie in betreffende de kennis en ervaring van de klant of potentiële klant op beleggingsgebied met betrekking tot de specifieke soort product of dienst, diens financiële situatie, met inbegrip van diens vermogen om verliezen te dragen, en diens beleggingsdoelstellingen, met inbegrip van diens risicotolerantie, teneinde de verzekeringstussenpersoon of de verzekeringsonderneming in staat te stellen om de klant of potentiële klant de verzekeringen met een beleggingscomponent te kunnen aanbevelen, die voor die persoon geschikt zijn en die, met name, stroken met diens risicotolerantie en vermogen om verliezen te dragen.
   Wanneer een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming beleggingsadvies verstrekt waarbij een op grond van artikel 286 gebundeld pakket van diensten of producten wordt aanbevolen, zorgt hij ervoor dat de hele bundel geschikt is voor de klant of potentiële klant.
   § 2. Onverminderd artikel 284, § 1, vragen verzekeringstussenpersonen of verzekeringsondernemingen, wanneer zij andere verzekeringsdistributieactiviteiten uitoefenen dan deze bedoeld in paragraaf 1, met betrekking tot verkoop zonder advies, de klant of potentiële klant informatie te verstrekken over diens kennis en ervaring op het beleggingsgebied met betrekking tot de specifieke soort product of dienst die men voornemens is aan te bieden of die wordt verlangd, zodat de verzekeringstussenpersoon of de verzekeringsonderneming kan beoordelen of de in overweging genomen verzekeringsdienst of het in overweging genomen verzekeringsproduct passend is voor de klant. Wanneer er een bundel van diensten of producten op grond van artikel 286 wordt overwogen, wordt bij de beoordeling nagegaan of het hele gebundelde pakket passend is.
   Indien de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming op grond van de uit hoofde van het eerste lid ontvangen informatie oordeelt dat het product voor de klant of potentiële klant niet passend is, waarschuwt de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming de klant of potentiële klant. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
   Indien klanten of potentiële klanten de in het eerste lid bedoelde informatie niet verstrekken of indien zij onvoldoende informatie over hun kennis en ervaring verstrekken, waarschuwt de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming hen dat hij respectievelijk zij niet in een positie verkeert om vast te stellen of het in overweging genomen product voor hen passend is. Deze waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
   § 3. Bij het verstrekken van advies over een verzekering met een beleggingscomponent, verstrekt de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming vóór het sluiten van de overeenkomst, de klant een geschiktheidsverklaring op een duurzame drager waarin het verstrekte advies is gespecificeerd, alsook hoe dit advies aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de klant beantwoordt. De voorwaarden als bepaald in artikel 285, §§ 1 tot 4, zijn van toepassing.
   Wanneer de overeenkomst wordt gesloten door middel van een techniek voor communicatie op afstand die de voorafgaande verstrekking van de geschiktheidsverklaring belet, kan de verzekeringstussenpersoon of de verzekeringsonderneming de geschiktheidsverklaring verstrekken op een duurzame drager onmiddellijk nadat de klant door een overeenkomst is gebonden, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
   a) de klant heeft ingestemd met de ontvangst van de geschiktheidsverklaring zonder onnodige vertraging na het sluiten van de overeenkomst; en
   b) de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming heeft de klant de mogelijkheid geboden de sluiting van de overeenkomst uit te stellen teneinde de geschiktheidsverklaring voorafgaand aan die sluiting te ontvangen.
   Indien een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming de klant ervan op de hoogte heeft gebracht dat zij een periodieke geschiktheidsbeoordeling zal uitvoeren, bevat het periodieke rapport een bijgewerkte verklaring van de manier waarop de verzekering met een beleggingscomponent beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de klant.
   § 4. De informatieverplichtingen van dit artikel zijn niet van toepassing op professionele klanten.
   § 5. Bij besluit genomen op advies van de FSMA, is de Koning gemachtigd om te verduidelijken hoe de verzekeringstussenpersonen en -ondernemingen zich aan de in dit artikel geponeerde beginselen moeten conformeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Onderafdeling 4. [1 - Vereisten inzake Inducements met betrekking tot verzekeringsproducten met een beleggingscomponent]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 296/1. [1 Onverminderd artikel 283, § 1, onder d) en e), en § 3, voldoen verzekeringsdistributeurs aan hun verplichtingen overeenkomstig artikel 279, § 1, en artikel 283, §§ 8 tot 10, indien zij een provisie of commissie betalen of ontvangen, dan wel een niet-geldelijke tegemoetkoming betalen of ontvangen in verband met de distributie van een verzekeringsproduct of nevendienst, aan of van een ander dan de klant of een persoon die voor rekening van de klant handelt, uitsluitend indien de betaling of de tegemoetkoming:
   a) geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de aan de klant verleende dienst; en
   b) geen afbreuk doet aan de plicht van de verzekeringsdistributeur om zich op loyale, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van zijn klanten.
   De betaling of tegemoetkoming die de verzekeringsdistributie mogelijk maakt of daarvoor noodzakelijk is, zoals wettelijke heffingen, juridische kosten en herverzekeringspremies en die naar haar aard niet onverenigbaar is met de plicht van de verzekeringsdistributeur om zich op eerlijke, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van zijn klanten, is niet onderworpen aan de in de eerste alinea opgenomen vereisten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Onderafdeling 5. [1 - Vereisten inzake rapportering aan klanten met betrekking tot verzekeringsproducten met een beleggingscomponent]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  Art. 296/2. [1 § 1. De verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming verstrekt de klant deugdelijke verslagen over de verrichte dienst op een duurzame drager. Deze verslagen bevatten periodieke mededelingen aan klanten, rekening houdend met de soort en de complexiteit van de betrokken verzekeringen en de aard van de voor de klant verrichte dienst, alsook, in voorkomend geval, de kosten van de transacties en de diensten die voor rekening van de klant werden verricht.
   § 2. Dit artikel is niet van toepassing op diensten verstrekt aan professionele klanten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

  DEEL 7. - ORGANISATIE VAN HET TOEZICHT

  TITEL I. - Organisatie van het toezicht en samenwerking tussen de autoriteiten

  Art. 297. [1 De bepalingen van dit Deel zijn ook van toepassing met betrekking tot de ter uitvoering van de IDD-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 24, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 298.]1 § 1. Behalve voor zover uitdrukkelijk anders bepaald in deze wet, ziet de FSMA toe op de naleving van de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de CDZ belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, en met betrekking tot de verzekeringstussenpersonen zoals bedoeld in artikel 68 van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I).
  Voor de in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten opgenomen toezichts- en sanctiebevoegdheden ten opzichte van de in het eerste lid vermelde maatschappijen van onderlinge bijstand en verzekeringstussenpersonen, wordt "de FSMA" gelezen als "de CDZ", met uitzondering van die bepalingen die een reglementaire bevoegdheid van de FSMA vaststellen en die bepalingen in verband waarmee in de wet zelf een afzonderlijke regeling voor het toezicht door de CDZ is opgenomen. Voor de besluiten van de Koning die op grond van deze wet moeten worden genomen na advies van de FSMA, moet tevens het advies van de CDZ worden ingewonnen indien de in het eerste lid vermelde maatschappijen van onderlinge bijstand en/of verzekeringstussenpersonen onder het toepassingsgebied van de Koninklijke besluiten in kwestie zullen vallen.
  De FSMA en de CDZ sluiten een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst regelt onder meer de uitwisseling van informatie en de eenvormige toepassing van deze wet.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 299.]1 De FSMA is bevoegd voor het toezicht op de naleving door de Belgische verzekeringsondernemingen en de buitenlandse verzekeringsondernemingen, met uitzondering van de EER verzekeringsondernemingen, van de regels die, overeenkomstig artikel 45, § 1, 3°, f. van de wet van 2 augustus 2002, een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 300.]1 Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toezicht op de verzekeringsondernemingen sluiten de Bank en de FSMA een protocol dat op hun respectieve websites wordt bekend gemaakt.
  Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen waar de wet een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 301.]1 Wanneer de FSMA in haar toezicht op de naleving van de bepalingen van deel 6 van deze wet praktijken vaststelt die strijdig zijn met andere wetgevingen dan deze wet, brengt zij de overheden die bevoegd zijn voor deze materies daarvan op de hoogte. Evenzo brengen die overheden de FSMA op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken op wetten, besluiten of reglementen door de ondernemingen en personen onderworpen aan deze wet. Deze inlichtingen blijven onderworpen aan de regels van het beroepsgeheim waartoe die overheden zijn gehouden.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 302.]2 [3 § 1. Met het oog op een goede toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen werkt de FSMA samen met de Bank, EIOPA, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van de EER, de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 12, lid 1 van de IDD-richtlijn en met de autoriteiten van derde landen met een gelijkaardige opdracht, en kan zij met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie uitwisselen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 75 en 77, §§ 1 en 2, van de wet van 2 augustus 2002.
   De FSMA deelt EIOPA onverwijld alle informatie mee die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taken overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1094/2010.
   De FSMA schenkt bij de uitoefening van haar taken aandacht aan de convergentie van de toezichtinstrumenten en -praktijken bij de toepassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG en de IDD-richtlijn zijn vastgesteld. Te dien einde:
   a) neemt de FSMA deel aan de werkzaamheden van EIOPA;
   b) doet de FSMA al het mogelijke om zich te houden aan het overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 door EIOPA geformuleerde richtsnoeren en aanbevelingen, en verantwoordt zij een eventuele niet-naleving;
   c) deelt de FSMA, zowel gedurende de registratieprocedure als op permanente basis, relevante informatie over de betrouwbaarheid, de beroepskennis en vakbekwaamheid van verzekerings- en herverzekeringsdistributeurs met andere bevoegde autoriteiten.
   § 2. Onverminderd de andere rechten die aan de FSMA worden toegekend in het kader van haar toezichtsactiviteiten, mag zij met betrekking tot de transacties die in België door een verzekeringsonderneming uitgevoerd zijn in het kader van het recht van vestiging en/of in het kader van het vrij verrichten van diensten, bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een verzekeringsonderneming, informatie vragen over het totale bedrag aan premies, schadevorderingen en commissies met betrekking tot deze transacties.
   § 3. De FSMA deelt tevens met andere bevoegde autoriteiten gegevens over verzekerings- en herverzekeringsdistributeurs tegen wie een sanctie of andere maatregel is genomen die de registerdoorhaling van die distributeurs tot gevolg kan hebben.]3
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 80, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 25, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 303.]1 Elke klacht wegens overtreding van deze wet wordt ter kennis van de FSMA gebracht door de gerechtelijke of bestuurlijke instantie waarbij zij aanhangig is gemaakt.
  Elke strafvordering uit hoofde van misdrijven als bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis van de FSMA gebracht door de zorg van de griffier van het strafgerecht waarbij zij aanhangig is gemaakt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL II. - Uitoefening van het toezicht

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
  
  [1Art. 304.]1 § 1. [2 De FSMA bepaalt de gegevens en documenten die de verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen, de verzekerings-, de nevenverzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen haar moeten bezorgen opdat zou kunnen worden nagegaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen, blijvend zijn nageleefd. De FSMA bepaalt voor deze gegevens en documenten tevens de rapporteringsfrequentie en -modaliteiten.]2
  § 2. [2 Op eenvoudig verzoek van de FSMA zijn de verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen, de verzekerings-, de nevenverzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen ertoe gehouden alle inlichtingen te verstrekken en alle documenten in te leveren die de FSMA nodig heeft ter uitvoering van haar taken en dit binnen de termijn die zij vaststelt. De in dit lid bedoelde inlichtingen en documenten dienen minstens in de taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
   De FSMA kan in het Belgische hoofdkantoor van de verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen, de verzekerings-, de nevenverzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen of in hun bijkantoren, agentschappen en kantoren in België, inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de verzekeraars, de herverzekeringsondernemingen en de verzekerings-, de nevenverzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen na, ingeval het een onderneming uit de EER betreft, voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de onderneming.
   De FSMA kan de in het tweede lid bedoelde inspecties eveneens verrichten in de bijkantoren van Belgische verzekeraars, verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen in het buitenland na, ingeval het een bijkantoor in een lidstaat van de EER betreft, voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat. Evenzo kan zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor van een Belgische verzekeringsonderneming, verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon verzoeken voor haar rekening die inspecties te verrichten.
   De verzekerings-, de nevenverzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen zijn gehouden tot het verstrekken aan de FSMA, op eenvoudig verzoek, van alle inlichtingen betreffende de verzekeringsovereenkomsten die zij in hun bezit hebben.
   De FSMA kan, voor de uitvoering van dit artikel personeelsleden of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskundigen delegeren, die haar verslag uitbrengen.]2
  § 3. Indien op de verzekeraar de bepalingen van [2 artikel 307]2 worden toegepast, kan de FSMA :
  a) het verzoek om inlichtingen en documenten en de inzage ter plaatse bedoeld in paragraaf 2, eerste en tweede lid, uitbreiden tot elke in België gevestigde onderneming waarop de verzekeraar, alleen of samen met of in overleg met anderen, in rechte of in feite, controle uitoefent in de zin van boek 2, titel II van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen;
  b) hetzelfde doen ten aanzien van in België gevestigde ondernemingen of instellingen waarmee de verzekeraar een beheersovereenkomst, een herverzekeringsovereenkomst of een andere overeenkomst heeft gesloten waardoor het beheer kan worden overgedragen;
  c) de in de paragraaf 2 bedoelde controle in het kader van internationale overeenkomsten eveneens uitbreiden tot in het buitenland gevestigde bijkantoren en dochterondernemingen van Belgische verzekeraars. De FSMA kan voor de toepassing van dit punt c akkoorden sluiten met buitenlandse autoriteiten.
  Die uitbreiding die onderwerp moet zijn van een met redenen omklede beslissing, kan slechts het nazicht tot doel hebben van de nakoming van de verplichtingen die de verzekeraar jegens de verzekeringnemers, verzekerden, de begunstigden of derden die een belang hebben bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten heeft aangegaan.
  [2 § 4. De FSMA kan de gerechtelijke overheden verzoeken alle informatie en documenten te verzamelen die nuttig worden geacht voor de in § 1 bedoelde doeleinden. De gerechtelijke overheden delen deze informatie en documenten mee aan de FSMA, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot hangende gerechtelijke procedures niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de procureur-generaal.
   De bevoegde procureur-generaal kan weigeren om gevolg te geven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek wanneer reeds een gerechtelijke procedure is ingesteld wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen of wanneer zij reeds definitief wegens dezelfde feiten werden veroordeeld.]2
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 26, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 305.]2 [1 Indien de vergunning van een verzekeringsonderneming wordt ingetrokken, dan wel van rechtswege vervalt, kan de FSMA, indien zij oordeelt dat de vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden, de aangeslotenen en/of de begunstigden dit vereist, op kosten van de betrokken verzekeringsonderneming de intrekking of het verval van rechtswege van de vergunning bekendmaken op de wijze die zij bepaalt. In dat bericht wordt de datum vermeld waarop de intrekking of het verval van rechtswege van de vergunning uitwerking heeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-06-29/01, art. 81, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 2. - Herstelmaatregelen
  
  [1Art. 306.]1 Onverminderd de toepassing van artikel 22 eist de FSMA de intrekking of omvorming van de documenten met contractueel of publicitair karakter waarvan zij vaststelt dat zij met de door of krachtens de wet gestelde bepalingen niet overeenstemmen.
  De FSMA stelt de Bank in kennis van haar eis tot intrekking of omvorming van de documenten met een contractueel karakter overeenkomstig het eerste lid.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 307.]1 § 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een Belgische verzekeraar of een buitenlandse verzekeraar die geen EER verzekeringsonderneming is, niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, [2 kan zij de verzekeraar aanmanen om]2, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  De FSMA stelt de Bank in kennis van de feiten die in hoofde van de betrokken verzekeringsonderneming zijn vastgesteld.
  § 2. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de toestand na de door haar overeenkomstig paragraaf 1 opgelegde termijn niet is verholpen, alle passende maatregelen nemen en inzonderheid de verzekeraars verbieden nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten of bepaalde categorieën van nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten, met dien verstande dat indien het buitenlandse verzekeraars betreft, het verbod enkel betrekking kan hebben op overeenkomsten waarvan de risico's of verbintenissen in België liggen.
  De FSMA stelt de Bank in kennis van de op grond van deze paragraaf jegens verzekeringsondernemingen getroffen maatregelen.
  § 3. Indien de door de FSMA voorgenomen maatregelen tot gevolg zouden hebben dat de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van een verzekeringsonderneming zou worden geschorst of verboden, stelt de FSMA de Bank op voorhand in kennis van de maatregelen die zij wenst te nemen.
  Vanaf de ontvangst van deze kennisgeving beschikt de Bank over een termijn van tien dagen om zich te verzetten tegen de voorgenomen maatregelen. Na verloop van de termijn van tien dagen wordt de Bank geacht zich niet tegen de voorgenomen maatregelen te verzetten.
  De Bank motiveert de beslissing waarbij zij zich verzet tegen de voorgenomen maatregelen en deelt deze mee aan de FSMA met alle dienstige middelen. De Bank bepaalt de termijn gedurende dewelke de voorgenomen maatregelen niet kunnen worden uitgevoerd, zonder dat deze termijn meer dan 30 dagen mag bedragen. Deze termijn kan worden verlengd mits akkoord van de FSMA.
  Bij gebrek aan een akkoord tussen de Bank en de FSMA kan de Bank de arbitrageprocedure bedoeld in artikel 36bis, § 4 van de wet van 2 augustus 2002 opstarten. Als de procedure wordt opgestart, stelt de Bank de FSMA hiervan in kennis voor het verstrijken van de termijn.
  Indien de Bank geen gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in het tweede of vierde lid, kan de FSMA de betrokken maatregelen treffen in toepassing van paragraaf 2.
  § 4. Bij ernstige en stelselmatige overtreding van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, van de wet van 2 augustus 2002, kan de Bank de vergunning intrekken op verzoek van de FSMA, volgens de procedure en de regels bepaald bij artikel 36bis van diezelfde wet.
  § 5. De FSMA kan de verzekeraar aan wie zij een aanmaning richt met toepassing van de eerste paragraaf bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen van de commercialisering van de betrokken verzekeringsovereenkomst op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering via alle of een deel van de personen op wie de verzekeraar, aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor de commercialisering. De verzekeraar aan wie het bevel is gericht moet deze opschorting van de commercialisering onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de commercialisering van de betrokken verzekeringsovereenkomst op het Belgisch grondgebied en tot wie de opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers van financiële producten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar maken. De opschorting van de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn nageleefd.
  De FSMA brengt de Bank op de hoogte van de op grond van het eerste lid genomen maatregelen.
  § 6. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 277, § 2, is de CDZ jegens de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 5, en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen als enige bevoegd om de maatregelen voorzien in dit artikel te nemen.
  [2 § 7. Artikel 311, § 5, is van toepassing als de in paragrafen 2 en 5 bedoelde maatregelen zijn genomen.]2
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 27, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 308.]1 Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waar een Belgische verzekeringsonderneming een bijkantoor heeft gevestigd of er werkzaamheden uitoefent in vrije dienstverrichting, de FSMA ervan in kennis stellen dat die onderneming de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen die deze lidstaat heeft vastgesteld en waarop genoemde autoriteiten toezien en die in België tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA behoren, heeft overtreden, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de meest passende maatregelen zoals bedoeld in [2 artikel 307]2 opdat de betrokken onderneming een einde maakt aan die onregelmatigheden. De FSMA brengt dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 28, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 309.]1 Onverminderd de mogelijke toepassing van [2 artikel 307, § 5]2, kan de FSMA in uiterst spoedeisende gevallen de in de artikelen [2 307 en 308]2 bedoelde maatregelen treffen zonder vooraf een hersteltermijn op te leggen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 29, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 310.]2 § 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat een EER verzekeringsonderneming zich niet conformeert aan de in België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen die tot haar bevoegdheidssfeer behoren, [3 kan zij de verzekeringsonderneming aanmanen]3, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  De FSMA stelt de Bank in kennis van de feiten die in hoofde van de betrokken EER verzekeringsonderneming zijn vastgesteld.
  § 2. Indien de toestand na de door haar overeenkomstig paragraaf 1 opgelegde termijn niet is verholpen, stelt de FSMA de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de EER verzekeringsonderneming hiervan in kennis.
  Wanneer de inbreuken blijven aanhouden, kan de FSMA passende maatregelen nemen om verdere onregelmatigheden te voorkomen nadat de FSMA de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de EER verzekeringsonderneming daarvan op de hoogte heeft gebracht. Met name kan de FSMA, voor zover de omstandigheden het vereisen, de verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere verzekeringsovereenkomsten of bepaalde categorieën van verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband houden met in België gelegen risico's of verbintenissen.
  De FSMA stelt de Bank in kennis van de maatregelen getroffen met toepassing van het tweede lid.
  [1 Voorts mag de FSMA de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EIOPA doorverwijzen en om haar bijstand verzoeken. In dat geval mag de EIOPA handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel toegekende bevoegdheden.]1
  § 3. De FSMA kan de EER verzekeringsonderneming aan wie zij een aanmaning richt met toepassing van de eerste paragraaf tevens bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen van de commercialisering van de betrokken verzekeringsovereenkomst op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering via alle of een deel van de personen op wie de EER verzekeringsonderneming, aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor de commercialisering. De EER verzekeringsonderneming aan wie het bevel is gericht moet deze opschorting van de commercialisering onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de commercialisering van de betrokken verzekeringsovereenkomst op het Belgisch grondgebied en tot wie de opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers van financiële producten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar maken. De opschorting van de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn nageleefd.
  De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de EER verzekeringsonderneming op de hoogte van de op grond van het eerste lid genomen maatregelen.
  § 4. Onverminderd de toepassing van de paragrafen 1, 2 of 3, kan de FSMA in dringende gevallen passende maatregelen nemen om inbreuken te voorkomen op de regels die van toepassing zijn op de EER verzekeringsonderneming en die tot haar bevoegdheidssfeer behoren. De FSMA kan onder meer de verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere verzekeringsovereenkomsten of bepaalde categorieën van verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband houden met in België gelegen risico's of verbintenissen.
  De FSMA brengt de Bank en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming onmiddellijk op de hoogte van de genomen maatregelen.
  § 5. De FSMA kan, op verzoek van de ter zake bevoegde Belgische autoriteiten, de vorige paragrafen toepassen op een EER verzekeringsonderneming wanneer zij in België handelingen heeft gesteld die strijdig zijn met wettelijke of reglementaire bepalingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 15.
  [1 § 6. De FSMA verstrekt aan de Europese Commissie en EIOPA informatie over het aantal en de aard van de gevallen waarin maatregelen zijn genomen overeenkomstig de paragrafen 2 en 4.]1
  [3 § 7. Artikel 311, § 5, is van toepassing als de in paragrafen 2, 3, 4 en 5 bedoelde maatregelen zijn genomen]3
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 82, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 30, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 311.]2 § 1. [3 Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deel 6 van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, andere dan de bepalingen van Hoofdstuk 5, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
   Bij deze gelegenheid kan de FSMA het uitoefenen van een deel of het geheel van de activiteit van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon verbieden en de inschrijving in het register schorsen tot zij vastgesteld heeft dat de tekortkomingen werden verholpen.
   Indien de FSMA na afloop van de door haar overeenkomstig lid 1 opgelegde termijn, vaststelt dat de tekortkomingen niet zijn verholpen, schrapt zij de inschrijving van de betrokken verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon.
   De schrapping houdt het verbod in de gereglementeerde werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voeren.]3
  § 2. [3 ...]3
  § 3. [3 Wanneer de FSMA vaststelt dat een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon niet werkt overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet dan de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 4 van deel 6, en/of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen, kan zij de termijn vaststellen waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
   Bij deze gelegenheid kan de FSMA het uitoefenen van een deel of het geheel van de activiteit van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon verbieden en de inschrijving in het register schorsen tot zij heeft vastgesteld dat de tekortkomingen werden verholpen.
   Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de toestand na de door haar overeenkomstig lid 1 opgelegde termijn niet is verholpen, ten aanzien van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon de volgende maatregelen nemen:
   1° voor de duur die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de tussenpersoon geheel of ten deel schorsen, alsook zijn inschrijving in het register schorsen. In het bijzonder kan zij de tussenpersoon verbieden om bepaalde verzekeringsdistributiewerkzaamheden te blijven uitoefenen of om die werkzaamheden verder op bepaalde verzekeringsproducten te laten slaan.
   De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de onderneming of voor derden voortvloeit.
   Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
   2° de vervanging gelasten van de betrokken bestuurders of zaakvoerders van de tussenpersoon binnen een termijn die zij bepaalt. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad;
   3° de inschrijving van de tussenpersoon schrappen.
   De schrapping houdt het verbod in de gereglementeerde werkzaamheid uit te oefenen en de titel te voeren.]3
  [3 § 4. Bij beslissing die ter kennis van de tussenpersoon wordt gebracht, schrapt de FSMA de inschrijving van de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen die hun activiteiten die overeenstemmen met de verleende inschrijving niet binnen zes maanden na hun inschrijving hebben aangevat, die hiervan afstand doen, die failliet verklaard zijn of die hun activiteiten hebben stopgezet.]3
  [3 § 5. Als de in paragraaf 1, tweede en derde lid, in paragraaf 3, tweede en derde lid, en in paragraaf 4 bedoelde maatregelen zijn genomen, publiceert de FSMA de genomen maatregelen conform artikel 72, § 3, vierde tot zevende lid, van de wet van 2 augustus 2002.]3
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 83, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 31, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 312.]2 [3 § 1. Wanneer de FSMA redenen heeft om aan te nemen dat een verzekerings-, een nevenverzekerings- of een herzekeringstussenpersoon die uit hoofde van de vrijheid van dienstverlening distributiewerkzaamheden uitoefent op Belgisch grondgebied, de verplichtingen die zijn opgelegd door deze wet krachtens de IDD-richtlijn, of door bepalingen die zijn genomen op grond van deze bepalingen of van de IDD-richtlijn zelf niet naleeft, stuurt zij haar bevindingen door naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst.
   Indien de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, ondanks de door de lidstaat van herkomst genomen maatregelen of omdat die maatregelen ontoereikend of niet voorhanden zouden zijn, blijft handelen op een wijze die duidelijk strijdig is met de belangen van een groot aantal consumenten op de Belgische markt of met het goed functioneren van de verzekerings- of herverzekeringsmarkten, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben gebracht, passende maatregelen nemen om verdere onregelmatigheden te voorkomen. Bij deze gelegenheid kan de FSMA, voor zover zulks volstrekt noodzakelijk is, het de tussenpersoon beletten om op Belgisch grondgebied nieuwe activiteiten te ontplooien.
   Voorts mag de FSMA de zaak, overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, naar EIOPA doorverwijzen en om haar bijstand verzoeken.
   § 2. Niettegenstaande het bepaalde in paragraaf 1, kan de FSMA passende maatregelen nemen om op Belgisch grondgebied onregelmatigheden te voorkomen of te bestraffen, wanneer onmiddellijk optreden noodzakelijk is om de rechten van de consument te beschermen. Deze bevoegdheid betreft de mogelijkheid te voorkomen dat verzekerings-, herverzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen nieuwe activiteiten ontplooien op Belgisch grondgebied.
   § 3. Wanneer de FSMA redenen heeft om aan te nemen dat een verzekerings-, een nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon via een vestiging op Belgisch grondgebied distributiewerkzaamheden uitoefent en daarbij de verplichtingen vastgesteld in Deel 6, Hoofdstuk 5 krachtens de IDD-richtlijn, en/of de ter uitvoering van die bepalingen genomen besluiten en reglementen niet naleeft, de passende maatregelen nemen om aan die toestand een einde te stellen.
   De FSMA identificeert de tekortkomingen bedoeld in het eerste lid en stelt de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.
   Bij deze gelegenheid kan de FSMA het uitoefenen van de activiteit van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon op Belgisch grondgebied volledig of gedeeltelijk verbieden tot zij vastgesteld heeft dat de tekortkomingen verholpen werden.
   Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de toestand niet is verholpen na de door haar overeenkomstig het tweede lid opgelegde termijn, ten aanzien van de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon de maatregelen bedoeld in artikel 311, § 3, derde en vierde lid nemen.
   Indien de FSMA na afloop van de door haar overeenkomstig het tweede lid opgelegde termijn vaststelt dat de tekortkomingen niet zijn verholpen, kan zij de betrokken verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon beletten om op Belgisch grondgebied nog nieuwe activiteiten te ontplooien.
   § 4. Indien de FSMA redenen heeft om aan te nemen dat een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon op Belgisch grondgebied distributiewerkzaamheden uitoefent via een vestiging, en daarbij de door de IDD-richtlijn opgelegde verplichtingen die tot de bevoegdheden van de lidstaat van herkomst behoren, niet naleeft, brengt zij haar conclusies ter kennis van de bevoegde autoriteit van die lidstaat.
   Indien de verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, ondanks de door de lidstaat van herkomst genomen maatregelen of omdat die maatregelen ontoereikend of niet voorhanden zouden zijn, blijft handelen op een wijze die duidelijk strijdig is met de belangen van een groot aantal consumenten op de Belgische markt of met het goed functioneren van de verzekerings- of herverzekeringsmarkten, kan de FSMA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben gebracht, passende maatregelen nemen om verdere onregelmatigheden te voorkomen. Bij deze gelegenheid kan de FSMA, voor zover zulks volstrekt noodzakelijk is, het de betrokken tussenpersoon beletten om op Belgisch grondgebied nieuwe activiteiten te ontplooien.
   Voorts mag de FSMA de zaak, overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, naar EIOPA doorverwijzen en om haar bijstand verzoeken.
   § 5. Niettegenstaande het bepaalde in paragraaf 4, kan de FSMA passende en niet-discriminerende maatregelen nemen om op Belgisch grondgebied onregelmatigheden te voorkomen of te bestraffen, wanneer onmiddellijk optreden noodzakelijk is om de rechten van de consument te beschermen. Deze bevoegdheid betreft de mogelijkheid te voorkomen dat verzekerings-, herverzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen nieuwe activiteiten ontplooien op Belgisch grondgebied.
   § 6. Niettegenstaande de bepalingen van dit artikel, kan de FSMA passende en niet-discriminerende maatregelen nemen om op Belgisch grondgebied overtredingen van de bepalingen van algemeen belang, te voorkomen voor zover volstrekt noodzakelijk. In dergelijke situaties kan zij de betrokken verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon beletten om op Belgisch grondgebied nog nieuwe werkzaamheden te ontplooien.
   § 7. Niettegenstaande de bepalingen van dit artikel kan de FSMA passende maatregelen nemen om de rechten van de consument in België te beschermen wanneer een verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon een andere EER-lidstaat dan België als lidstaat van herkomst heeft, met als enige doel om niet te moeten voldoen aan de regels die op hem van toepassing zouden zijn indien hij in België zou gevestigd zijn, terwijl de relevante distributiewerkzaamheden van deze tussenpersoon volledig of hoofdzakelijk gericht zijn op het Belgisch grondgebied en wanneer zijn werkzaamheden het goede functioneren van de verzekerings- en herverzekeringsmarkt in België ernstig in gevaar brengen met betrekking tot de bescherming van de consument.
   In dat geval kan de FSMA, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben gebracht, ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde verzekeringsdistributeur alle passende maatregelen nemen die nodig zijn om de rechten van de consument in België te beschermen.
   § 8. De maatregelen die de FSMA uit hoofde van dit artikel neemt, worden zonder vertraging meegedeeld aan de betrokken verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussen-persoon in een met redenen omkleed document en gemeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de tussenpersoon, EIOPA en de Europese Commissie.
   § 9. Artikel 311, § 5, is van toepassing als de in dit artikel bedoelde maatregelen door de FSMA zijn genomen.]3
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-04-18/03, art. 58, 007; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 32, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Art. 312/1. [1 Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waar een Belgische verzekerings-, nevenverzekerings- of herverzekeringstussenpersoon een bijkantoor heeft gevestigd of er werkzaamheden uitoefent uit hoofde van de vrijheid van dienstverlening, de FSMA ervan in kennis stellen dat die tussenpersoon de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen die deze lidstaat heeft vastgesteld en waarop genoemde autoriteiten toezien en die in België tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA behoren, heeft overtreden, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de meest passende maatregelen zoals bedoeld in artikel 311 opdat de betrokken tussenpersoon een einde maakt aan die onregelmatigheden. De FSMA brengt dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-06/11, art. 33, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 313.]2 § 1. De in de [3 artikelen 307 tot en met 311]3 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de verzekeraar, de herverzekeringsonderneming, dan wel de verzekerings- [3 , nevenverzekerings-]3 of herverzekeringstussenpersoon uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Voor derden hebben zij, wat de maatregelen jegens de verzekeraars of de herverzekeringsondernemingen betreft, uitwerking vanaf de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. [3 Het directiecomité van de FSMA kan de notificatie van beslissingen tot inschrijving of tot weigering van inschrijving in het register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen en in het register van de herverzekeringstussenpersonen, alsmede van beslissingen tot wijziging, aanmaning, schorsing en schrapping van inschrijving, opdragen aan een door hem aangeduid lid van het personeel van de FSMA.]3
  [1 La FSMA peut valablement notifier les décisions visées à l'alinéa 1er au moyen de formulaires pré-imprimés, revêtus d'une signature reproduite par un procédé mécanographique.]1
  § 3. [3 ...]3
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 94, 003; Inwerkingtreding : 01-11-2015>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 34, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 314.]1 § 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de verzekeraar of een herverzekeringsonderneming tot wie zij een bevel heeft gericht om zich in regel te stellen met deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of- reglementen, in gebreke blijft bij het verstrijken van de door de FSMA opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die verzekeraar of de herverzekeringsonderneming zijn middelen heeft kunnen laten gelden :
  1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag vertraging niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch in totaal meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel;
  2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming bekendmaken.
  § 2. De dwangsommen die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
  § 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming bekendmaken zonder voorafgaand bevel om zich in regel te stellen, mits de verzekeraar of de herverzekeringsonderneming zijn middelen heeft kunnen laten gelden.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 315.]1 § 1. Onverminderd de overige maatregelen bepaald door of krachtens de wet, kan de FSMA, indien de verzekerings- [2 , nevenverzekerings-]2 of herverzekeringstussenpersoon tot wie zij een bevel heeft gericht om zich in regel te stellen met deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen, in gebreke blijft bij het verstrijken van de door de FSMA opgelegde termijn, en op voorwaarde dat die persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden :
  1° een dwangsom opleggen die per kalenderdag vertraging niet meer mag bedragen dan 5.000 euro, noch in totaal meer dan 75.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel;
  2° haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming bekendmaken.
  § 2. De dwangsommen die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
  § 3. In spoedeisende gevallen kan de FSMA haar standpunt met betrekking tot de betrokken inbreuk of tekortkoming bekendmaken zonder voorafgaand bevel om zich in regel te stellen, mits de verzekerings- [2 , nevenverzekerings-]2 of herverzekeringstussenpersoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 35, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 3. - Aansprakelijkheid
  
  [1Art. 316.]1 De bestuurders, zaakvoerders of algemene lasthebbers van verzekeringsondernemingen zijn aansprakelijk tegenover de verzekeringnemers, verzekerden, de begunstigden of alle derden die belang hebben bij de uitvoering van verzekeringsovereenkomsten voor elke schade die zou voortvloeien uit de niet-nakoming van de verplichtingen die deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen oplegt aan de verzekeringsondernemingen.
  Wat de inbreuken betreft waaraan zij niet hebben deelgenomen, worden zij slechts van hun aansprakelijkheid ontslagen indien hun geen enkele fout kan worden aangerekend en men hun niet kan verwijten dat zij nagelaten hebben alle hun ter beschikking staande middelen aan te wenden om de schade te voorkomen of te beperken.
  Wanneer verscheidene personen overeenkomstig de voorgaande leden aansprakelijk zijn voor eenzelfde schade, kan de hoofdelijkheid worden ingeroepen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  HOOFDSTUK 4. - Bijzondere bevoegdheden bij liquidatieprocedures en saneringsmaatregelen
  
  [2Art. 317.]2 § 1. De FSMA kan de bevoegde Belgische autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een verzekeringsonderneming om informatie over het verloop van een saneringsmaatregel of van een liquidatieprocedure verzoeken.
  § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk hebben de begrippen saneringsmaatregel en liquididatieprocedure [1 de betekenis die hieraan wordt gegeven in de wet van 13 maart 2016.]1
  ----------
  (1)<W 2016-03-13/07, art. 730, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 318.]1 Wanneer de bevoegde autoriteiten van een verzekeringsonderneming een beslissing tot opening van een liquidatieprocedure of tot vaststelling van een saneringsmaatregel hebben genomen, kan de FSMA, na overleg met de bevoegde autoriteiten van de verzekeringsonderneming, een bericht laten publiceren in het Belgisch Staatsblad en in twee dagbladen of periodieke uitgaven met regionale spreiding.
  Dat bericht bevat minstens een uittreksel uit die beslissing en vermeldt de bevoegde autoriteiten, het toepasselijke recht en, in voorkomend geval, de aangewezen liquidateur of saneringscommissaris en wordt bekendgemaakt in minstens één van de Belgische officiële talen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL III. - Administratieve sancties
  
  [1Art. 319.]1 [2 § 1. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de FSMA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van deze wet of de met toepassing ervan genomen maatregelen, de overtreder een administratieve geldboete opleggen.
   Indien de overtreder een rechtspersoon is, kan de FSMA ook een administratieve geldboete opleggen aan één of meer leden van het leidinggevende, bestuurs- of toezichtsorgaan, of aan elke persoon die met de effectieve leiding van de rechtspersoon is belast, wanneer deze verantwoordelijk worden gesteld voor de overtreding.
   § 2. Het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes wordt als volgt bepaald:
   1° wanneer het een rechtspersoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, niet meer bedragen dan 5 000 000 euro, of, indien dit hoger is, 5 % van de totale jaaromzet van die rechtspersoon volgens de recentste jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is opgesteld. Indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de betrokken totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet, volgens de laatst beschikbare geconsolideerde jaarrekening als goedgekeurd door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming;
   2° wanneer het een natuurlijk persoon betreft, mag de administratieve geldboete, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, niet meer bedragen dan 700 000 euro.
   Wanneer de overtreding de overtreder winst heeft opgeleverd of ervoor heeft gezorgd dat een verlies kon worden vermeden, mag dit maximum, ongeacht wat voorafgaat, tot het dubbele van die winst of dat verlies worden verhoogd.
   § 3. De boetes die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering.]2
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 36, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 320.]1 [2 ...]2
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 37, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL IV. - Commissie voor verzekeringen
  
  [2Art. 321.]2 § 1. Onder de naam "Commissie voor Verzekeringen", wordt een adviescommissie ingesteld, met opdracht overleg te plegen omtrent alle vragen die haar door de minister of door de FSMA worden voorgelegd [3 alsmede over de reglementering van de landverzekeringsovereenkomst, waaronder de reglementering in deel IV van deze wet, over de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, en over de regels in de uitvoeringsbesluiten betreffende de brandverzekering eenvoudige risico's, de rechtsbijstandverzekering, de minimumvoorwaarden inzake burgerlijke aansprakelijkheid privé leven en het sluiten en uitvoeren van een levensverzekeringcontract als bedoeld in de artikelen 1 tot 45 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit]3.
  De Commissie kan uit eigen beweging adviezen geven over alle problemen betreffende de verzekeringsverrichtingen die binnen de bevoegdheden van de FSMA vallen.
  § 2. De Commissie bestaat uit zesentwintig vaste leden, te benoemen door de Koning.
  [3 Acht]3 leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van de voor de uitoefening van verzekeringsactiviteit in België toegelaten verzekeringsondernemingenen, waarvan [3 zes]3 op een dubbele lijst worden voorgedragen door de meest representatieve beroepsorganisaties.
  [3 Acht]3 leden worden gekozen uit de personen die in aanmerking komen om de belangen der verbruikers te vertegenwoordigen; twee ervan worden op een dubbele lijst voorgedragen door de [1 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]1. Een van deze [3 acht]3 leden vertegenwoordigt de belangen van de industriële en handelsondernemingen.
  [3 Vier]3 leden worden gekozen uit de vertegenwoordigers van in België bedrijvige verzekeringsbemiddelaars, op een dubbele lijst voorgedragen door de meest representatieve beroepsorganisaties.
  De overige zes leden, waarvan een lid op voordracht van de minister van Financiën zal benoemd worden, moeten bevoegd zijn en blijk geven van beroepservaring op het stuk van de door de FSMA gecontroleerde activiteiten.
  De ministers, die bevoegd zijn voor de problemen betreffende het voorkomen, de aansprakelijkheid of de vergoeding van aan personen of goederen bij ongeval veroorzaakte schade, evenals de CDZ, de FSMA [3 en het Federaal agentschap voor beroepsrisico's]3 kunnen een waarnemer bij de Commissie afvaardigen.
  De Koning benoemt eveneens een plaatsvervanger voor elk lid. De plaatsvervangers worden op dezelfde wijze gekozen als de vaste leden.
  § 3. [3 ...]3
  § 4. De leden van de Commissie worden voor zes jaar benoemd; zij zijn herbenoembaar.
  [3 ...]3
  De Koning wijst uit de leden de Voorzitter van de Commissie aan en bepaalt de vergoedingen die de leden en de deskundigen, waarop eventueel een beroep wordt gedaan, zullen genieten.
  § 5. De FSMA neemt het secretariaat van de Commissie [3 ...]3 op zich. De leden van het directiecomité van de FSMA die zich kunnen laten bijstaan door elk personeelslid van de FSMA, mogen alle Commissie- of afdelingsvergaderingen bijwonen.
  De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het aan de minister ter goedkeuring voor.
  ----------
  (1)<KB 2017-12-13/14, art. 11,10°, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2019-05-02/28, art. 63, 018; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  TITEL V. - Buitengerechtelijke klachtenregeling
  
  [3Art. 322.]3 § 1. Er wordt een buitengerechtelijke klachtenregeling inzake verzekeringen ingesteld met als doel geschillen tussen [4 verzekeringsondernemingen en verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen]4 aan de ene kant, en hun cliënten, aan de andere kant, te helpen oplossen door hierover advies te verstrekken of op te treden als bemiddelaar.
  Deze ombudsdienst inzake verzekeringen dient onder de vorm van een rechtspersoon te worden opgericht.
  § 2. De ombudsdienst heeft de volgende opdrachten :
  1° onderzoeken van alle klachten van de verzekeringnemers, verzekerden, begunstigden en derden die belang hebben bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst, die verband houden met :
  - de activiteiten van de verzekeringsondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet [2 of van de wet van 13 maart 2016,]2 met inbegrip van de EER verzekeringsondernemingen die in België een vestiging hebben en/of er verzekeringsactiviteiten verrichten, wat betreft de overeenkomsten waarop het Belgisch recht toepasselijk is, en/of met
  - [4 de activiteiten van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen die vallen onder het toepassingsgebied van deze wet, met inbegrip van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen met een andere lidstaat van de EER als lidstaat van herkomst die in België werkzaam zijn, wat betreft de handelingen waarop bepalingen van algemeen belang van toepassing zijn,]4
  en een oplossing voorstellen;
  2° bemiddelen om een minnelijke schikking te vergemakkelijken in geschillen die het voorwerp uitmaken van een klacht zoals bedoeld in 1°, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden die de artikelen 58, 8° en 9°, 64bis en 64ter van de wet van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen toekennen aan het Fonds voor Arbeidsongevallen betreffende de bemiddeling, de controle van de vergoeding en de sociale bijstand aan slachtoffers;
  3° [4 oordelen over vragen met betrekking tot de toepassing van het luik "consumenten" van de gedragscodes van verzekeringsondernemingen en verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen;]4
  4° [4 adviezen en aanbevelingen uitbrengen binnen het kader van zijn opdrachten, ook aan individuele verzekeringsondernemingen en verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen.]4
  § 3. Binnen de ombudsdienst verzekeringen wordt een raad van toezicht ingesteld. De raad van toezicht bestaat uit één vertegenwoordiger van de verzekeringsondernemingen, één vertegenwoordiger van de verzekeringstussenpersonen, twee vertegenwoordigers van de consumenten, één vertegenwoordiger van de FSMA, één vertegenwoordiger van de minister en de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie en één onafhankelijke deskundige in het verzekeringswezen. [1 De vertegenwoordigers en de onafhankelijk deskundige worden door de minister benoemd voor een termijn van zes jaar. De minister wijst eveneens voor iedere vertegenwoordiger en voor de onafhankelijk deskundige een plaatsvervanger aan.]1
  De opdrachten van de raad van toezicht zijn :
  1° het formuleren van adviezen aan de raad van bestuur van de ombudsdienst aangaande de organisatie en de werking van de ombudsdienst;
  2° het uitoefenen van een algemeen toezicht op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ombudsdienst;
  3° het jaarlijks rapporteren aan de Koning over de werking van de ombudsdienst;
  4° [1 het uitoefenen van een algemeen toezicht op de specifieke cel die het secretariaat van het opvolgingsbureau waarneemt bedoeld in artikel 217, § 5.]1
  § 4. De Koning kan, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministeraad, na advies van de FSMA, de vorige paragrafen verder uitwerken en inzonderheid het volgende bepalen :
  - welke soort klachten en geschillen kunnen worden voorgelegd aan de ombudsdienst;
  - de samenstelling van de organen en de werking van de ombudsdienst;
  - de toetredingsmodaliteiten tot de ombudsdienst; De Koning kan de FSMA ook gelasten om de aanvragen om toetreding en uittreding te verzamelen en de ombudsdienst daarvan in kennis te stellen;
  - [4 de modaliteiten van financiering van de ombudsdienst; de financiering gebeurt door alle Belgische verzekeringsondernemingen en alle buitenlandse verzekeringsondernemingen die verzekeringsactiviteiten verrichten in België, en door de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen die gemachtigd zijn om in België de activiteit van verzekerings- of herverzekeringsdistributie uit te oefenen, al dan niet via de beroepsvereniging waartoe zij zijn toegetreden; De Koning kan ook de nadere regels voor de betaling van de bijdragen regelen en de FSMA met de inning van die bijdragen belasten;]4
  - de te volgen procedure en de termijnen waarbinnen advies dient te worden uitgebracht of als bemiddelaar moet worden opgetreden;
  - in welke vorm de adviezen of het optreden desgevallend moet worden bekendgemaakt;
  - de modaliteiten en de inhoud van het jaarlijks verslag.
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 95, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (2)<W 2016-03-13/07, art. 731, 004; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (4)<W 2018-12-06/11, art. 38, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 323.]1 De FSMA kan bij de ombudsdienst verzekeringen de informatie opvragen die nodig is voor het vervullen van haar wettelijke opdrachten.
  De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste informatie, alsook de wijze en de vorm waarin deze moet worden verstrekt.
  De FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie mag bij de ombudsdienst verzekeringen bijkomende informatie inwinnen, telkenmale de Federale Overheidsdienst dit nodig acht op grond van het jaarverslag van de ombudsdienst, met het oog op het ontwikkelen van wetgevende of reglementaire initiatieven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  DEEL 8. - STRAFBEPALINGEN
  
  [1Art. 324.]1 Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van 1.000 tot 10.000 euro, of met een van die straffen alleen worden gestraft de verzekeringstussenpersonen die bij het sluiten van een verzekeringsovereenkomst bemiddelen met overtreding van [2 artikel 266, eerste lid, 6°]2.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 40, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 325.]1 Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van 1.000 tot 10.000 euro, of met een van die straffen alleen worden gestraft de bestuurders, de personen belast met de effectieve leiding, de zaakvoerders of de lasthebbers van de verzekeraars die wetens en willens onjuiste verklaringen afleggen aan de FSMA, aan haar personeelsleden of aan de door haar gevolmachtigde personen, of die weigeren de ter uitvoering van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen gevraagde inlichtingen te verstrekken.
  Dezelfde straffen zijn toepasselijk op de bestuurders, personen belast met de effectieve leiding, commissarissen, zaakvoerders of lasthebbers van de verzekeraars die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun opgelegd door deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of -reglementen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 326.]1 Met loterijen worden gelijkgesteld en aan de straffen gesteld in de artikelen 302 en 303 van het Strafwetboek zijn onderworpen alle spaar-, kapitalisatie- of verzekeringsverrichtingen die de samenvoeging behelzen van bedragen welke onder de betrokkenen worden verdeeld hetzij door loting, hetzij door uitwerking van een overlevingsclausule die niet berust op een mathematisch bepaalde verbintenis vastgesteld naar verhouding van de individuele bijdragen of deelnemingen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 327.]1 Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete van 1.000 tot 10.000 euro of met een van die straffen alleen worden gestraft :
  1° zij die als verzekeraar of lasthebber van een verzekeraar overeenkomsten pogen te sluiten of sluiten die nietig zijn op grond van de artikelen 97 of 159;
  2° zij die als verzekeringstussenpersoon bij het sluiten van zulke overeenkomsten bemiddelen.
  3° zij die als verzekeraar of lasthebber van een verzekeraar de regeling bedoeld in de artikelen 213 tot 217 niet naleven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [2Art. 328.]2 § 1. Onverminderd de toepassing van strengere in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 200 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen gestraft, hij die met bedrieglijk opzet :
  - de werkzaamheid van verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon uitoefent zonder ingeschreven te zijn overeenkomstig het bepaalde bij [3 artikel 259]3;
  - het bepaalde bij [3 artikel 263]3 niet naleeft;
  - aan een werknemer opdracht heeft gegeven verzekeringen te koop aan te bieden zonder dat die werknemer aan de in deel 6 gestelde voorwaarden voldoet;
  - verzekeringen aanneemt aangebracht door een niet-ingeschreven verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon;
  - aan een niet-ingeschreven verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon een agentuurovereenkomst aanbiedt;
  - nalaat de in de [3 artikel 266, eerste lid, 4°]3, bedoelde beëindiging of verbreking aan de FSMA mee te delen;
  - [3 ...]3
  - nalaat om wijzigingen mee te delen aan de FSMA met betrekking tot informatie die deel uitmaakt van zijn inschrijvingsdossier in uitvoering van het bepaalde bij deel 6, hoofdstuk 2.
  Aan de personen die wegens een van bovenvermelde inbreuken veroordeeld worden, kan een definitieve of tijdelijke sluiting worden opgelegd van een deel van de lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt voor de uitoefening van de werkzaamheid van verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon.
  Indien deze inbreuken te wijten zijn aan nalatigheid, worden zij gestraft met geldboete van 1 euro tot 25 euro.
  § 2. Elke persoon die weigert aan de FSMA de door hem gevraagde inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig zijn voor de controle op de toepassing van deel 6 of zich tegen de onderzoeksmaatregelen verzet of een valse verklaring aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van 26 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen.
  [1 § 3. Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze wet of een van de bepalingen als bedoeld in artikel 20 van de wet van 25 april 2014, tegen een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, een effectieve leider van een dergelijke tussenpersoon, of een verantwoordelijke voor de distributie bij een dergelijke tussenpersoon of bij een gereglementeerde onderneming, in de zin van deze wet, en ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van deze wet tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke autoriteit waar dit aanhangig is gemaakt.
   Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het eerste lid bedoelde misdrijven moet door het openbaar ministerie ter kennis worden gebracht van de FSMA.]1
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 96, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 41, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 329.]1 Alle bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven in deze wet omschreven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 330.]1 De verzekeraars zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboeten waartoe hun bestuurders, beheerders, commissarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers worden veroordeeld met toepassing van de voorgaande bepalingen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 39, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  DEEL 9. - BEPALINGEN VAN VERSCHILLENDE AARD

  TITEL I. - Overgangsbepalingen
  
  [2Art. 331.]2 § 1. [1 ...]1
  § 2. De artikelen 44, 50 en 51 zijn onmiddellijk van toepassing op de overeenkomsten die worden aangeboden en/of afgesloten na de inwerkingtreding van deze wet. Voor de verzekeringsovereenkomsten die aangegaan zijn vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, zijn deze artikelen van toepassing van zodra de overeenkomsten worden gewijzigd en/of verlengd en ten laatste op de eerste dag van de 13de maand volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
  § 3. Onder voorbehoud van paragraaf 4 en met uitzondering van hoofdstuk 5 van titel IV van deel 4, zijn de bepalingen van deel 4 en deel 5 van deze wet van toepassing zowel op de overeenkomsten gesloten op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet, als op die datum nog lopende overeenkomsten die eerder werden gesloten.
  § 4. Indien het voorval dat de regresvordering zoals vermeld in artikel 88 doet ontstaan, reeds heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van de wet, is artikel 89, § 1 slechts van toepassing op de verjaring van de regresvordering voor zover de verjaringstermijn die loopt op grond van artikel 35, § 1 juncto artikel 34 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst nog niet is afgelopen op het moment van inwerkingtreding van de wet.
  Indien het voorval dat de rechtsvordering zoals vermeld in artikel 256 doet ontstaan, reeds heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van de wet, is artikel 256, tweede zin, slechts van toepassing op de verjaring van de rechtsvordering voor zover de verjaringstermijn die loopt op grond van artikel 32 van de wet van 11 juni 1874 houdende Titels X en XI van het wetboek van koophandel nog niet is afgelopen op het moment van inwerkingtreding van de wet.
  § 5. De verzekeringstussenpersonen die op datum van 30 april 2014 reeds ingeschreven waren in het register van de verzekeringstussenpersonen bijgehouden door de FSMA op grond van [3 artikel 259, § 1]3, of in het register van de verzekeringstussenpersonen bijgehouden door de CDZ op grond van [3 artikel 259, § 3]3, moeten zich, ten einde hun inschrijving te behouden, ten laatste op 1 mei 2015 in regel stellen met [3 artikel 266, eerste lid, 1°]3.
  § 6. De verzekeraars gaan over tot de formele aanpassing van de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van deze wet, ten laatste op de eerste dag van de 13de maand volgend op die waarin de wet is bekendgemaakt. Tot op die datum hoeven de bestaande en de nieuwe verzekeringsovereenkomsten niet naar de vorm overeen te stemmen met de bepalingen van deze wet.
  Zolang de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten niet werden aangepast overeenkomstig het eerste lid van deze paragraaf worden de bepalingen uit deze documenten waarin wordt verwezen naar bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in deze wet.
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 84, 005; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (3)<W 2018-12-06/11, art. 43, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 332.]1 De [2 artikelen 333 tot en met 335]2 zijn van toepassing op verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico's gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van activiteiten "niet-leven" en die werden afgesloten voor 17 december 2009, datum zoals vermeld in artikel 28 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
  Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico's gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van activiteiten "niet-leven" die buiten het toepassingsgebied van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) vallen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 44, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 333.]1 § 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in België gelegen risico's en wanneer de verzekeringnemer er zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur heeft, dan is het toepasselijk recht het Belgisch recht, niettegenstaande elk tegenstrijdig beding.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen bij de overeenkomst, wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in België gelegen risico's en wanneer de verzekeringnemer er zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur niet heeft, kiezen tussen de toepassing ofwel van het Belgisch recht, ofwel van het recht van het land waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur heeft.
  § 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op risico's gelegen in een lidstaat van de EER, andere dan België, en de partijen het toepasselijk recht niet hebben gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst door het recht van de lidstaat waar het risico is gelegen.
  § 3. Wanneer de verzekeringnemer een commerciële of industriële activiteit of een vrij beroep uitoefent en wanneer de overeenkomst twee of meer risico's dekt die verband houden met die activiteit en gelegen zijn in België en in één of meer andere lidstaten van de EER, dan hebben de partijen bij de overeenkomst de keuze tussen de toepassing van het recht van de lidstaten waar die risico's gelegen zijn of het recht van het land waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats of zijn hoofdbestuur heeft.
  § 4. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, en paragrafen 2 en 3 mogen de partijen, wanneer de in die paragrafen bedoelde lidstaten een ruimere keuzevrijheid van het op de overeenkomst toepasselijk recht toestaan, zich op die vrijheid beroepen.
  § 5. Niettegenstaande de paragrafen 1, 2 en 3 mogen de partijen bij de overeenkomst, wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in België gelegen risico's maar die risico's beperkt zijn tot schadegevallen die zich kunnen voordoen in een andere lidstaat van de EER, het recht van die staat kiezen.
  § 6. Voor de grote risico's mogen de partijen bij de overeenkomst het toepasselijk recht vrij kiezen.
  In dat geval mag de keuze van de partijen van een ander recht dan het Belgische geen afbreuk doen aan de dwingende bepalingen van het Belgisch recht wanneer op het tijdstip van de keuze alle elementen van de overeenkomst op het grondgebied van België gelokaliseerd zijn.
  § 7. De in paragraaf 1, tweede lid, en de paragrafen 2 tot en met 6 bedoelde keuze moet uitdrukkelijk zijn of voldoende duidelijk blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van de zaak. Indien dat niet het geval is of indien geen keuze werd gemaakt, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van die lidstaat, onder al de lidstaten die volgens de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid en de paragrafen 2 tot en met 6 in aanmerking komen, waarmee ze het nauwst verbonden is.
  Wanneer een deel van de overeenkomst kan worden afgescheiden van de rest van de overeenkomst en een nauwere band vertoont met een andere lidstaat die volgens de voornoemde paragrafen in aanmerking komt, dan mag op dat deel van de overeenkomst het recht van die lidstaat worden toegepast.
  Er wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst verbonden is met de lidstaat waar het risico is gelegen.
  § 8. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels voor verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke eenheid als een staat beschouwd voor de aanduiding van het volgens de [2 artikelen 333 tot en met 335]2 toepasselijk recht.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 45, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 334.]1 § 1. Indien een zaak bij een Belgische rechter aanhangig wordt gemaakt dan mogen de bepalingen van [2 artikel 333]2 geen afbreuk doen aan de toepassing van de Belgische rechtsregels die, ongeacht het op de overeenkomst toepasselijk recht, het geval dwingend beheersen.
  Er kan gevolg toegekend worden aan de dwingende bepalingen van het recht van de lidstaat waar het risico is gelegen of van de lidstaat die de verplichting tot verzekering oplegt indien en voor zover die bepalingen volgens het recht van die lidstaat toepasselijk zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst.
  § 2. De dwingende bepalingen van het Belgisch recht inzake verplichte verzekeringen zijn van toepassing ongeacht het door de partijen gekozen recht, wanneer het risico in België gelegen is of wanneer België de verplichting tot verzekering oplegt.
  § 3. Wanneer de overeenkomst risico's dekt die in meer dan één lidstaat gelegen zijn, dan wordt de overeenkomst voor de toepassing van dit artikel beschouwd als bestaande uit verscheidene overeenkomsten waarvan elk betrekking heeft op één lidstaat.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 46, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 335.]1 Wanneer bij verplichte verzekering het recht van de lidstaat waar het risico gelegen is, in strijd is met het recht van de lidstaat die de verplichting tot verzekering oplegt, heeft dat laatste voorrang.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 336.]1 De artikelen 25 en 27 en de [2 artikelen 333 tot en met 335]2 zijn niet van toepassing op de overeenkomsten afgesloten voor de datum van inwerkingtreding van artikel 16 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 47, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 337.]1 De artikelen 318 en 319 zijn van toepassing op verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot verbintenissen gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van activiteiten "leven" en die werden afgesloten voor 17 december 2009, datum zoals vermeld in artikel 28 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
  Deze bepalingen zijn tevens van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot risico's gelegen in de lidstaten van de EER die behoren tot de groep van activiteiten "leven" die buiten het toepassingsgebied van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) vallen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 338.]1 § 1. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op in België gelegen verbintenissen, dan is het toepasselijk recht het Belgische recht, niettegenstaande elk tegenstrijdig beding.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen, wanneer de verzekeringnemer een natuurlijke persoon is die zijn gewone verblijfplaats in België heeft maar onderdaan is van een lidstaat van de EER andere dan België, de toepassing van het recht van die lidstaat kiezen.
  § 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op verbintenissen gelegen in een lidstaat van de EER, andere dan België, en de partijen het toepasselijk recht niet hebben gekozen dan wordt de overeenkomst beheerst door het recht van de lidstaat waar de verbintenis is gelegen.
  § 3. Wanneer een lidstaat uit meer dan één territoriale eenheid bestaat en elke eenheid eigen rechtsregels voor verbintenissen uit overeenkomst heeft, wordt elke eenheid als een staat beschouwd voor de aanduiding van het volgens de [2 artikelen 338 en 339]2 toepasselijk recht.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 48, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 339.]1 § 1. Indien een geschil bij een Belgische rechter aanhangig wordt gemaakt dan mogen de bepalingen van [2 artikel 338]2 geen afbreuk doen aan de toepassing van de Belgische rechtsregels die, ongeacht het op de overeenkomst toepasselijk recht, het geval dwingend beheersen. Er kan gevolg toegekend worden aan de dwingende bepalingen van het recht van de lidstaat waar de verbintenis is gelegen indien en voor zover die bepalingen volgens het recht van die lidstaat toepasselijk zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst.
  § 2. Wanneer de verbintenis in België gelegen is, zijn de dwingende bepalingen van het Belgische recht van toepassing welke ook het door de partijen gekozen recht is.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 49, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL II. - Uitvoeringsbesluiten
  
  [1Art. 340.]1 De Koning neemt na advies van de FSMA de besluiten die voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk zijn.
  De minister kan termijnen bepalen waarbinnen de FSMA haar advies dient uit te brengen. In geval van niet-naleving van deze termijnen is het bedoelde advies niet meer vereist.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 341.]1 § 1. De koninklijke besluiten ter uitvoering van artikel 4, § 4, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, worden genomen op gezamenlijke voordracht van de minister van Justitie, van de minister en van minister van Sociale Zaken.
  § 2. De koninklijke besluiten ter uitvoering van deel 4 worden genomen op gezamenlijke voordracht van de minister van Justitie en van de minister.
  Evenwel worden de koninklijke besluiten ter uitvoering van de artikelen 62, 98, 159, 167, 178 tot 180 en 199 genomen op voordracht van de minister alleen.
  De koninklijke besluiten ter uitvoering van de artikelen 212 tot 224 worden genomen op gezamenlijk voorstel van de minister en de minister van Volksgezondheid.
  § 3. De Koning oefent de bevoegdheden die hem zijn toegekend door de bepalingen van deel 6 uit op de gezamenlijke voordracht van de minister en de minister voor Middenstand.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 342.]1 § 1. De Commissie voor Verzekeringen zoals bedoeld in deel 7, titel IV, is bevoegd om adviezen uit te brengen in verband met de besluiten te nemen ter uitvoering van artikel 4, titels I en II van deel 2, titels I en II van deel 3, hoofdstuk 1 van titel III van deel 3 en deel 6.
  De raadpleging van de Commissie voor Verzekeringen is niet vereist voor de door de Koning met toepassing van artikel 4, § 4, en [2 artikel 266, eerste lid, 10°]2, te bepalen regels.
  § 2. De Commissie voor Verzekeringen is tevens bevoegd om adviezen uit te brengen over de wijzigingen aan de uitvoeringsbesluiten vastgesteld op grond van artikel 212, § 1, alsmede over de eventuele opheffing, dan wel de vervanging van deze uitvoeringsbesluiten.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 50, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL III. - Wijzigingsbepalingen

  Wijzigingen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen
  
  [1Art. 343.]1 In artikel 21 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De Bank bepaalt de gegevens die de verzekeringsondernemingen dienen te verstrekken opdat zou kunnen worden nagegaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan zij zijn onderworpen en die tot de bevoegdheden van de Bank behoren, zijn nageleefd. De Bank bepaalt voor deze gegevens tevens de rapporteringsfrequentie en -modaliteiten.";
  2° paragraaf 1bis, derde lid, wordt vervangen als volgt :
  "Op eenvoudig verzoek van de Bank zijn de ondernemingen bedoeld in artikel 2, § 1 ertoe gehouden alle inlichtingen te verstrekken en alle documenten in te leveren die de Bank nodig heeft ter uitvoering van haar taken.";
  3° paragraaf 1bis, vierde lid, wordt vervangen als volgt :
  "De Bank kan in de zetel van de ondernemingen of van hun filialen, agentschappen en kantoren in België, inzage nemen van alle boeken, boekingsstukken, prospectussen en andere bescheiden, en ook alle onderzoekingen doen naar de financiële toestand en de bedrijvigheid van die ondernemingen.";
  4° paragraaf 1bis, vijfde lid, wordt vervangen als volgt :
  "De Bank kan bij de bijkantoren van Belgische ondernemingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, de in het vierde lid bedoelde inspecties verrichten. Evenzo kan zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het bijkantoor verzoeken voor haar rekening die inspecties te verrichten.";
  5° paragraaf 1bis, zesde lid, wordt vervangen als volgt :
  "De agenten, makelaars of tussenpersonen inzake verzekeringen zijn, op eenvoudig verzoek, gehouden tot het verstrekken aan de Bank, voor wat haar bevoegdheden betreft, van alle inlichtingen betreffende de verzekeringscontracten die zij in hun bezit hebben.";
  6° paragraaf 1bis, zevende lid, wordt vervangen als volgt :
  "De Bank kan voor de uitvoering van de voorgaande leden personeelsleden of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskundigen delegeren, die haar verslag uitbrengen.";
  7° in paragraaf 1ter, eerste lid, worden de woorden "kunnen de Bank en de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft", vervangen door de woorden "kan de Bank";
  8° in paragraaf 1ter, eerste lid, derde streepje worden de woorden "De Bank en de FSMA kunnen" vervangen door de woorden "De Bank kan";
  9° in paragraaf 1ter, laatste lid, worden de woorden "alsmede van de nakoming van de verplichtingen die ze jegens de verzekerden of begunstigden van verzekeringscontracten heeft aangegaan" geschrapt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 344.]1 In artikel 21octies van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De Bank eist de intrekking of omvorming van de documenten met contractueel of publicitair karakter waarvan zij vaststelt dat zij met de door of krachtens de wet gestelde bepalingen niet overeenstemmen. De Bank stelt de FSMA hiervan in kennis.".
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "artikel 138bis - 4, §§ 2 en 3, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst" vervangen door "artikel 204, §§ 2 en 3, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen en worden de woorden "artikel 138bis - 2 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst" vervangen door "artikel 202 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen."
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 345.]1 In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en de FSMA" geschrapt;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De Bank en de FSMA kunnen" vervangen door "De Bank kan";
  3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "de FSMA en de Bank verklaard hebben" vervangen door "de Bank verklaard heeft";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en de FSMA" geschrapt;
  5° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "of de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft" geschrapt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 346.]1 Artikel 28 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 28. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waar een verzekeringsonderneming naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of er werkzaamheden uitoefent in vrije dienstverrichting, de Bank ervan in kennis stellen dat die onderneming de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen die deze lidstaat heeft vastgesteld en waarop genoemde autoriteiten toezien en die in België tot de bevoegdheidssfeer van de Bank behoren, heeft overtreden, neemt de Bank zo spoedig mogelijk de meest passende maatregelen onder deze bedoeld in de artikelen 26 en 27 opdat de betrokken onderneming een einde maakt aan die onregelmatigheden. Zij brengt dit ter kennis van de voornoemde autoriteiten.".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 347.]1 Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 69. Op verzoek van de Bank zijn de verzekeringsondernemingen ertoe gehouden alle inlichtingen te verstrekken en alle documenten over te leggen met het oog op het toezicht op de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen van algemeen belang die in België van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen en hun activiteiten en die tot de bevoegdheidssfeer van de Bank behoren. De in dit lid bedoelde inlichtingen en bescheiden dienen minstens in de taal te worden gesteld die bij wet of decreet wordt opgelegd.
  Met hetzelfde doel kan de Bank in het Belgisch bijkantoor inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de verzekeringsonderneming, na voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst.
  Met hetzelfde doel zijn de agenten, makelaars of tussenpersonen inzake verzekeringen gehouden tot het verstrekken aan de Bank, op eenvoudig verzoek, van alle inlichtingen over verzekeringsovereenkomsten betreffende risico's gelegen in België, die zij in hun bezit hebben.
  De Bank kan voor de uitvoering van de drie voorgaande leden naast personeelsleden ook zelfstandige hiertoe gemachtigde deskundigen delegeren, die haar verslag uitbrengen.".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 348.]1 In artikel 71 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Wanneer de Bank vaststelt dat een verzekeringsonderneming zich niet conformeert aan de in België geldende wettelijke en reglementaire bepalingen die tot haar bevoegdheidssfeer behoort, maant zij de verzekeringsonderneming aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen.
  De Bank stelt de FSMA in kennis van haar voornemen toepassing te maken van het vorige lid.
  Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, stelt de Bank de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis.
  Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de Bank, na de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben gebracht, passende maatregelen nemen om verdere onregelmatigheden te voorkomen. Met name kan de Bank, voor zover de omstandigheden het vereisen, de verzekeringsonderneming verbieden om nog verdere verzekeringsovereenkomsten te sluiten die verband houden met in België gelegen risico's. De Bank kan op kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie van de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en tijdschriften van haar keuze of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt.
  Artikel 26, § 2bis, is van toepassing.
  De Bank stelt de FSMA in kennis van de maatregelen getroffen met toepassing van de vorige leden.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Onverminderd de toepassing van de § 1, kan de Bank in dringende gevallen passende maatregelen treffen om inbreuken te voorkomen op de regels die van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen en die tot haar bevoegdheidssfeer behoren. Met name kan de Bank de verzekeringsondernemingen onder meer beletten nieuwe verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot Belgische risico's te sluiten. Zij kan op kosten van de verzekeringsonderneming tot publicatie van de verbodsbepalingen overgaan in de kranten en tijdschriften van haar keuze of op plaatsen en voor de duur die zij bepaalt.
  De Bank brengt de FSMA en de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst onmiddellijk op de hoogte van de genomen maatregelen.";
  3° in paragraaf 4 worden de woorden "De FSMA en de Bank kunnen" vervangen door de woorden "De Bank kan".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 349.]1 In artikel 73/3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de zin "De Bank en de FSMA kunnen een bericht laten publiceren in het Belgisch Staatsblad en in twee dagbladen of periodieke uitgaven met regionale spreiding" vervangen door de zin "Artikel 298 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen is van toepassing.";
  2° het tweede lid wordt geschrapt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 350.]1 In artikel 73/4 van dezelfde wet worden de woorden "en de FSMA kunnen" vervangen door het woord "kan".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 351.]1 In artikel 81 van dezelfde wet worden de woorden "of de FSMA, al naargelang het geval" geschrapt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 352.]1 In artikel 82, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden "de FSMA of" en de woorden "al naargelang het geval, van de FSMA of" geschrapt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Wijzigingen aan de wet 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
  
  [1Art. 353.]1 In artikel 30ter, § 3 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ingevoegd door de wet van 30 juli 2013, wordt een bepaling 3° /1 ingevoegd, luidende :
  "3° /1 voorzover de Koning gebruik heeft gemaakt van de machtiging voorzien in paragraaf 1, tweede lid, 4°, wat betreft de verzekerings- en de herverzekeringstussenpersonen, artikel 273, § 3 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 354.]1 Artikel 36, § 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en de wet van 30 juli 2013, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De FSMA kan de persoon aan wie zij een bevel richt met toepassing van het eerste lid bovendien bevelen om de commercialisering of bepaalde vormen van de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied op te schorten zolang de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen niet zijn nageleefd. Het bevel tot opschorting van de commercialisering kan zich uitstrekken tot de commercialisering via alle of een deel van de personen op wie de persoon, aan wie de FSMA het bevel richt, een beroep doet voor de commercialisering. De persoon aan wie het bevel is gericht moet deze opschorting van de commercialisering onmiddellijk meedelen aan alle personen op wie hij een beroep doet voor de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied en tot wie de opschorting van de commercialisering zich uitstrekt. In het belang van de afnemers van financiële producten en diensten kan de FSMA deze beslissing openbaar maken. De opschorting van de commercialisering wordt door de FSMA opgeheven wanneer vaststaat dat de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen zijn nageleefd.".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 355.]1 In artikel 36bis, § 2, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "bepaalde financiële instrumenten, beleggingsproducten of verzekeringsproducten" vervangen door de woorden "bepaalde categorieën van financiële producten".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 356. ]1 In artikel 45, § 1 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en gewijzigd bij de wetten van 13 november 2011 en 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, e. worden de woorden "de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen" vervangen door de woorden "de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen";
  2° het eerste lid, 3°, c. wordt vervangen als volgt :
  "c. de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen;";
  3° het eerste lid, 3°, e. wordt opgeheven;
  4° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, behoort het toezicht op de naleving van de regels bedoeld in het eerste lid, 3°, en § 2, door de maatschappijen van onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen tot de bevoegdheid van de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Wijzigingen aan de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
  
  [1Art. 357.]1 Artikel 4, § 1, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wordt aangevuld met een 3° bis luidende :
  "3° bis rechten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een of meer roerende goederen of op een agrarische exploitatie, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden, tenzij indien die rechten voorzien in een onvoorwaardelijke, onherroepelijke en volledige levering in natura van de goederen;
  De Koning kan, bij koninklijk besluit genomen na advies van de FSMA, de soorten goederen beoogd in het eerste lid, uitbreiden of beperken".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Wijzigingen aan de wet van 31 juli 2009 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten
  
  [1Art. 358.]1 In artikel 3 van de wet van 31 juli 2009 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen en van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder punt a) wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder punt b) wordt opgeheven;
  3° de bepaling onder punt d) wordt opgeheven;
  4° de bepaling onder punt e) wordt opgeheven;
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 359.]1 Artikel 7 van dezelfde wet wordt opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 360.]1 Hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Wijzigingen van de wet van 21 januari 2010 tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wat de schuldsaldoverzekeringen voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft
  
  [1Art. 361.]1 Artikel 2 van de wet van 21 januari 2010 tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst wat de schuldsaldoverzekeringen voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft wordt opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 362.]1 De artikelen 4 tot en met 17 van dezelfde wet worden opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 363.]1 In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt het woord "echter" geschrapt.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
  
  [1Art. 364.]1 In artikel 4, § 1, tweede lid, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen wordt het woord "en" geschrapt en worden tussen de woorden "laatste lid," en "van toepassing", de woorden "270bis" ingevoegd.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 365.]1 Artikel 270 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
  1° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° de houders van een getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs die zijn geslaagd voor een examen dat, door of krachtens een decreet, wordt georganiseerd door een representatieve beroepsorganisatie, een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon of een kredietinstelling, en dat bedoeld is om te controleren of de betrokkenen over de vermelde beroepskennis beschikken. Het hier bedoelde examen dient door de FSMA te worden erkend. De FSMA kan, bij reglement, de nadere regels vaststellen waaraan de georganiseerde examens moeten voldoen. De betrokkene dient ook een praktische ervaring aan te tonen waarvan de duur door de Koning wordt bepaald, maar die niet meer mag bedragen dan twee jaar. Voor herverzekeringstussenpersonen wordt de duur van de praktische ervaring vastgesteld op vijf jaar.";
  2° in paragraaf 4, wordt het derde lid vervangen als volgt :
  "De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, de beroepsorganisaties, de verzekerings- of herverzekeringstussenpersonen en de kredietinstellingen stellen de FSMA in kennis van de inhoud en de modaliteiten van het examen dat zij organiseren conform het eerste lid, 2°. De FSMA controleert of de georganiseerde examens voldoen aan de in dit artikel gestelde eisen. Zo nodig, kan de FSMA de erkenning intrekken.";
  3° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. De verzekeringsondernemingen en, in voorkomend geval, de verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen staan in voor de in paragraaf 2 bepaalde toereikende basiskennis van de personen bedoeld in artikel 259, tweede lid, en in artikel 260, tweede lid. Dat de betrokken personen over die basiskennis beschikken, wordt gecontroleerd aan de hand van een examen dat door de FSMA moet worden erkend overeenkomstig paragraaf 4, derde lid.";
  4° in paragraaf 7 worden de woorden "en basisopleiding" opgeheven en wordt het woord "maken" vervangen door het woord "maakt".
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 366.]1 In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 270bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 270bis. De verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, de beroepsorganisaties, de verzekerings- of herverzekeringstussenpersonen en de kredietinstellingen bedoeld in artikel 270, § 4, derde lid, waarvan de FSMA het opleidingsprogramma heeft erkend vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, zoals vastgesteld door de Koning, dienen de FSMA uiterlijk binnen zes maanden na die datum in kennis te stellen van de inhoud en de modaliteiten van het examen dat zij organiseren conform artikel 270, § 4, eerste lid, 2°. "
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL IV. - Opheffingsbepalingen
  
  [1Art. 367.]1 Worden opgeheven :
  - artikel 3, § 3, artikel 9, § 1, lid 1, laatste zin, artikel 19, § 1, artikel 19bis, artikel 19ter, artikel 20, artikel 21, § 1bis, lid 1 en 2, artikel 21octies, § 2 derde lid, de artikelen 28ter tot en met 28decies, artikel 41, artikel 65, artikel 76 en artikel 77 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen;
  - de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen;
  - hoofdstuk II, III en IV van titel I, titel II, hoofdstuk I, III, IV en V van titel III, afdeling I, met uitzondering van artikel 97, II, III, IV en V van hoofdstuk II van titel III, onderafdeling II van afdeling VI van hoofdstuk II van titel III van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
  - de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel, Verzekering in het algemeen, Enige verzekeringen in het bijzonder;
  - artikel 86ter, § 1, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL V. - Andere bepalingen
  
  [1Art. 368.]1 § 1. De wetsbepalingen die niet strijdig zijn met deze wet, waarbij verwezen wordt naar bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in deze wet.
  § 2. De reglementaire bepalingen genomen in uitvoering van de bepalingen van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle van de verzekeringsondernemingen, de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, de wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel en de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen die werden overgenomen in deze wet, die niet strijdig zijn met deze wet, blijven van kracht totdat ze worden opgeheven of vervangen door besluiten ter uitvoering van deze wet genomen.
  § 3. Twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet dient de FSMA de toepassing en de werking ervan te evalueren. Zij wint hiervoor het advies in van de Bank, de CDZ en de Commissie voor Verzekeringen. Op grond van deze evaluatie kan de FSMA aanbevelingen formuleren ter attentie van de minister.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 369.]1 Bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad kan de Koning, op advies van de FSMA, de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, in de materies die door de bepalingen van deze wet zijn geregeld. De krachtens dit artikel genomen besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
  De in dit artikel bedoelde koninklijke besluiten zijn van rechtswege opgeheven indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 370.]1 Worden bekrachtigd met uitwerking op de datum van hun respectieve inwerkingtreding :
  - het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten op de verzekeringssector;
  - het koninklijk besluit van 21 februari 2014 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen.
  
  (NOTA : bij arrest nr 89/2016 van 09-06-2016 (B.St. 01-08-2016, p. 46984), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd betreffende de verzekeringen in zoverre het artikel 4, 4°, van het koninklijk besluit van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten op de verzekeringssector, bekrachtigt en vernietigt dit artikel van dezelfde wet in zoverre het artikel 4, 10°, van datzelfde koninklijk besluit bekrachtigt, in zoverre dat artikel de Koning niet toestaat verschillende regels te bepalen naargelang het gaat om professionele of niet-professionele cliënten)
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 371.]1 De verzekeringstussenpersonen die op 30 april 2014 zijn ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen bijgehouden door de CDZ krachtens artikel 5, § 3, van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, moeten zich, om hun inschrijving te kunnen behouden, uiterlijk op 1 mei 2015, conformeren aan artikel 11, § 1, 1°, A, f), van dezelfde wet, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 februari 2014 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen.
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>

  TITEL VI. - Inwerkingtreding
  
  [1Art. 372.]1 Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van zes maanden te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de bepalingen waarvan de datum van inwerkingtreding wordt bepaald overeenkomstig [2 artikel 373]2.
  In afwijking van het eerste lid, treden de [2 artikelen 354 en 355]2 in werking op de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, treedt [2 artikel 370]2 in werking op de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, en treedt [2 artikel 371]2 in werking op 30 april 2014.
  
  (NOTA : bij arrest nr 89/2016 van 09-06-2016 (B.St. 01-08-2016, p.46984 nnn), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd in zoverre het artikel 277 ervan in werking doet treden op een datum die 1 mei 2015 voorafgaat, in zoverre het de nieuwe gedragsregels vervat in de artikelen 273, § 3, en 279 ervan in werking doet treden vóór 1 mei 2015, in zoverre het artikel 350 ervan in werking doet treden vóór 1 mei 2015, in zoverre dit artikel nieuwe gedragsregels bekrachtigt die zijn vervat in de koninklijke besluiten van 21 februari 2014 onder voorbehoud van de in B.9.4.4 vermelde interpretatie, verwerpt het beroep voor het overige.)
  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 51, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  
  [1Art. 373.]1 § 1.De Koning bepaalt, binnen een termijn van twaalf maanden die ingaat op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, de datum van inwerkingtreding van het "hoofdstuk 5 Nadere bepalingen betreffende sommige verzekeringsovereenkomsten die de terugbetaling van het kapitaal van een krediet waarborgen" in deel 4, titel IV, of desgevallend van één of meerdere artikelen van dit hoofdstuk 5.
  § 2. De Koning bepaalt wanneer de [2 artikelen 364, 365 en 366]2 in werking treden.
  
  (NOTA : inwerktreding van hoofdstuk 5, titel IV, deel 4, met name art. 212 tot en met 224 vastgesteld op 10-06-2014 door KB 2014-04-10/76, art. 30)
  (NOTA : inwerktreding van art. 344, 345 en 346 vastgesteld op 01-01-2015 door KB 2014-12-19/14, art. 10, 1°)

  ----------
  (1)<W 2018-12-06/11, art. 42, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  (2)<W 2018-12-06/11, art. 52, 015; Inwerkingtreding : 28-12-2018>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 4 april 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie
J. VANDE LANOTTE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 02-05-2019 GEPUBL. OP 22-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 197/1; 197/2; 197/3; 217; 218; 221; 222; 224; 321)
  • originele versie
  • WET VAN 13-04-2019 GEPUBL. OP 14-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 64)
  • originele versie
  • WET VAN 22-04-2019 GEPUBL. OP 30-04-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 85)
  • originele versie
  • WET VAN 04-04-2019 GEPUBL. OP 18-04-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 61/1-61/4)
  • originele versie
  • WET VAN 03-04-2019 GEPUBL. OP 10-04-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 259; 263; 267/1; 266)
  • originele versie
  • WET VAN 06-12-2018 GEPUBL. OP 18-12-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 16/1; 16/2; 20/2; 217; 257; 258-261bis; 262-272; 273-277; 278-296/2; 280-303; 298-323; 297; 304-310; 324-330: 311-353; 331-373)
  • originele versie
  • WET VAN 20-09-2018 GEPUBL. OP 10-10-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 257 ; 275)
  • originele versie
  • WET VAN 30-07-2018 GEPUBL. OP 05-09-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 48; 51)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-12-2017 GEPUBL. OP 28-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 301)
  • originele versie
  • WET VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 267)
  • originele versie
  • WET VAN 18-09-2017 GEPUBL. OP 06-10-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 268; 270)
  • originele versie
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 01-09-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 188)
  • originele versie
  • WET VAN 09-04-2017 GEPUBL. OP 25-04-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 156)
  • originele versie
  • WET VAN 18-04-2017 GEPUBL. OP 24-04-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 20; 30; 129; 204; 267; 268; 269; 292/1)
  • originele versie
  • WET VAN 25-10-2016 GEPUBL. OP 18-11-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 5)
  • originele versie
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 09-06-2016 GEPUBL. OP 01-08-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 350; 352)
  • originele versie
  • WET VAN 29-06-2016 GEPUBL. OP 06-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5; 16; 16/1; 16/2; 19; 20/2; 30; 48; 49; 152; 211; 284; 286/1; 291; 292; 311)
  • originele versie
  • WET VAN 13-03-2016 GEPUBL. OP 23-03-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 7; 17; 18; 22; 33; 34; 41; 204; 267; 297; 302)
  • originele versie
  • WET VAN 26-10-2015 GEPUBL. OP 30-10-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 20; 43; 57; 68; 204; 217; 246; 261bis; 268; 269; 270; 293; 302; 308)
  • originele versie
  • WET VAN 04-04-2014 GEPUBL. OP 30-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 270; 270bis)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 53-3361 - 2013/2014 Integraal Verslag : 19 en 20 maart 2014. Senaat : (www.senate.be) Stukken : 5-2767 - 2013/2014.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 27 uitvoeringbesluiten 17 gearchiveerde versies
    Franstalige versie