J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 31 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2014/04/03/2014029357/justel

Titel
3 APRIL 2014. - Bijzonder decreet betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie wordt overgedragen

Bron :
FRANSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 25-06-2014 nummer :   2014029357 bladzijde : 47867       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-04-03/53
Inwerkingtreding : 01-07-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-16

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit decreet wordt aangenomen met toepassing van artikel 138 van de Grondwet.

  Art. 2. In de zin van dit decreet wordt verstaan onder :
  1° Gemeenschap : de Franse Gemeenschap;
  2° Gewest : het Waalse Gewest;
  3° Commissie : de Franse Gemeenschapscommissie;
  4° Parlement van de Gemeenschap : het Parlement van de Franse Gemeenschap;
  5° Waals Parlement : het Parlement van het Waalse Gewest;
  6° Vergadering : de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie;
  7° Gemeenschapsregering : de Regering van de Franse Gemeenschap;
  8° Waalse Regering : de Regering van het Waalse Gewest;
  9° College : het College van de Franse Gemeenschapscommissie;
  10° bijzondere wet : de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd;
  11° bijzondere wet van 12 januari 1989 : de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, zoals gewijzigd;
  12° bijzondere financieringswet : de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, zoals gewijzigd;

  Art. 3. Het Gewest en de Commissie, het eerste op het grondgebied van het Franse taalgebied, en de tweede op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, oefenen de bevoegdheden van de Gemeenschap in de volgende aangelegenheden uit :
  1° wat de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven betreft, bedoeld in artikel 4, 9°, van de bijzondere wet : de gemeentelijke, provinciale, intergemeentelijke en privé-infrastructuren;
  2° de sociale promotie, bedoeld in artikel 4, 15°, van de bijzondere wet;
  3° de beroepsomscholing en -bijscholing, bedoeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet;
  4° de stelsels van alternerend leren, bedoeld in artikel 4, 17°, van de bijzondere wet, met uitsluiting van het alternerend onderwijs;
  5° het leerlingenvervoer, bedoeld in artikel 4 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; de decreten en reglementaire besluiten worden genomen met het eensluidend advies van de Gemeenschapsregering, wat de normen inzake het recht op vervoer betreft;
  6° het gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet, met uitzondering van :
  a) de universitaire ziekenhuizen;
  b) de revalidatieovereenkomsten die met de in punt a) bedoelde ziekenhuizen worden gesloten;
  c) de "Académie royale de médecine de Belgique";
  d) de erkenning en de contingentering van de gezondheidszorgberoepen;
  e) de activiteiten en diensten op het vlak van de preventieve gezondheidszorg, bestemd voor zuigelingen, kinderen, leerlingen en studenten;
  f) wat behoort tot de opdrachten die aan de "Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE)" worden toegekend;
  g) de sportmedische keuring;
  h) de "Société scientifique de médecine générale";
  7° de bijstand aan personen, bedoeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet, met uitzondering van :
  a) wat behoort tot de opdrachten die aan de "Office de la Naissance et de l'Enfance" worden toegekend;
  b) de diensten "Espaces-Rencontres";
  c) de sociale hulpverlening aan rechtzoekenden;
  d) de jeugdbescherming;
  e) de sociale hulpverlening aan gedetineerden;
  f) de juridische eerstelijnsbijstand.
  8° de gezinsbijslag, bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet.

  Art. 4. In de aangelegenheden bedoeld in artikel 3 :
  1° hebben het Gewest en de Commissie dezelfde bevoegdheden als deze die aan de Gemeenschap worden toegekend;
  2° de decreetmacht wordt gezamenlijk uitgeoefend, overeenkomstig de artikelen 18, 19, § 1, eerste lid, en § 2, 21 en 22, van de bijzondere wet, naargelang van het geval, door het Parlement en de Waalse Regering of door de Vergadering en het College; de decreten vermelden dat ze een aangelegenheid regelen zoals bedoeld in artikel 127 of in artikel 128 van de Grondwet, krachtens artikel 138 van de Grondwet;
  3° de Waalse Regering en het College stellen, elk afzonderlijk, de verordeningen en besluiten vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de decreten, overeenkomstig artikel 20 van de bijzondere wet; de verordeningen en besluiten vermelden dat ze een aangelegenheid regelen zoals bedoeld in artikel 127 of in artikel 128 van de Grondwet, krachtens artikel 138 van de Grondwet;
  4° de bekrachtiging en de afkondiging van de decreten van het Waalse Parlement geschieden op de wijze bepaald in artikel 54, § 3, van de bijzondere wet; de bekrachtiging en de afkondiging van de decreten van de Vergadering geschieden op de volgende wijze :
  "De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, College, bekrachtigen hetgeen volgt :
  (Decreet)
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt ".
  5° na hun afkondiging worden de decreten van het Waalse Parlement en de Vergadering met een Nederlandse vertaling bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; artikel 56 van de bijzondere wet is toepasselijk op die besluiten;
  6° de besluiten van de Waalse Regering en het College worden met een Nederlandse vertaling bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; artikel 84, 1°, tweede lid, en 2°, van de bijzondere wet is toepasselijk op die besluiten;
  7° voor het overige oefenen het Waalse Parlement en de Waalse Regering alsook de Vergadering en het College hun bevoegdheden uit overeenkomstig de werkingsregels die respectief bij of krachtens de bijzondere wet en de wet van 12 januari 1989 bepaald zijn, mits de nodige aanpassingen.

  Art. 5. De roerende en onroerende goederen van de Franse Gemeenschap, zowel van het publiek domein als van het privaat domein, die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, worden zonder vergoeding respectievelijk aan het Gewest en de Commissie overgedragen.
  Onder de "roerende en onroerende goederen van de Franse Gemeenschap" in de zin van het eerste lid, worden eveneens de roerende en onroerende goederen van de Federale Staat begrepen die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de bijkomende bevoegdheden die naar de Gemeenschap worden overgedragen bij de bijzondere wet van 26 december 2013 betreffende de zesde Staatshervorming in de bij artikel 3 bedoelde aangelegenheden.
  De roerende en onroerende goederen van de Franse Gemeenschap, zowel van het publiek domein als van het privaat domein, die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap die door het Gewest en de Commissie werden uitgeoefend krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, en die opnieuw door de Gemeenschap overeenkomstig dit decreet worden uitgeoefend, worden, zonder vergoeding naar de Gemeenschap overgedragen.
  De in het eerste tot derde lid bepaalde voorwaarden en nadere regels voor de overdracht worden door een besluit van de Gemeenschapsregering, genomen met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College, vastgesteld. De overdrachten worden van rechtswege uitgevoerd. Ze kunnen aan derden worden tegengeworpen zonder verdere vormen, zodra dat besluit in werking treedt.

  Art. 6. § 1. Voor de uitoefening van de bevoegdheden die aan het Gewest en de Commissie worden toegekend in de in artikel 3 bedoelde aangelegenheden, worden personeelsleden van de diensten van de Gemeenschap naar het Gewest en de Commissie op billijke wijze en op grond van de behoeften overgedragen bij een besluit van de Gemeenschapsregering dat wordt genomen met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College.
  Onder "personeelsleden van de diensten van de Gemeenschap" worden eveneens de personeelsleden meegerekend van de diensten van de Staat die overeenkomstig artikel 88 van de bijzondere wet worden overgedragen voor de uitoefening van de bijkomende bevoegdheden die aan de Gemeenschap werden toegekend bij de bijzondere wet van 26 december 2013 betreffende de zesde Staatshervorming in de bij artikel 3 bedoelde aangelegenheden.
  Voor de uitoefening van de bevoegdheden die door het Gewest en de Commissie werden uitgeoefend krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, en die opnieuw door de Gemeenschap overeenkomstig dit decreet worden uitgeoefend, worden personeelsleden van de diensten van het Gewest of de Commissie naar de Gemeenschap overgedragen bij een besluit van de Gemeenschapsregering dat wordt genomen met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College.
  § 2. De Gemeenschapsregering bepaalt, na overleg met de representatieve organisaties van het personeel, de datum en de nadere regels voor de overdracht van de in § 1 bedoelde personeelsleden.
  In afwijking van het eerste lid, worden de in § 2, tweede lid, bedoelde personeelsleden onmiddellijk naar het Gewest en de Commissie overgedragen op de datum en volgens de nadere regels die overeenkomstig artikel 88, § 2, van de bijzondere wet worden bepaald.
  § 3. De personeelsleden die overeenkomstig § 1 en § 2 worden overgedragen, behouden hun graad of een gelijkwaardige graad en hun hoedanigheid.
  Ze behouden minstens de bezoldiging en de anciënniteit die ze genoten of zouden hebben genoten, als ze in hun oorspronkelijke dienst het ambt verder zouden hebben uitgeoefend waarvan ze titularis waren op het ogenblik van hun overdracht.
  § 4. De bezoldiging en de werkingskosten van het overeenkomstig de §§ 1 en 2 overgedragen personeel zijn ten laste van de begroting, naargelang van het geval, van het Gewest of de Commissie of de Gemeenschap waarnaar het wordt overgedragen.

  Art. 7. § 1. Naast de dotaties bepaald bij artikel 7 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, wordt een bijkomende dotatie jaarlijks toegekend aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.
  § 2. Het bedrag van de bijkomende dotatie die aan het Waalse Gewest wordt toegekend, is gelijk aan de som van de volgende bedragen :
  1° een bedrag dat voor het begrotingsjaar 2015 op 5.820.251 euro wordt vastgesteld; vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt dat bedrag aangepast door het te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding tussen het bedrag van de dotatie van de Franse Gemeenschap bepaald in artikel 40 quinquies van de bijzondere financieringswet voor het betrokken jaar en het bedrag van dezelfde dotatie voor het voorafgaande begrotingsjaar;
  2° de bedragen die aan de Franse Gemeenschap vanaf het begrotingsjaar 2015 jaarlijks worden toegekend krachtens de artikelen 47/5, 47/6 en 47/7 van de bijzondere financieringswet, met aftrek, in voorkomend geval, van de bedragen die ten laste van de Franse Gemeenschap worden gelegd krachtens artikel 68 quinquies van de bijzondere financieringswet;
  3° een bedrag dat voor het begrotingsjaar 2015 op 234.483.192 euro wordt vastgesteld, met aftrek, in voorkomend geval, van een bedrag dat wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 47/8, tweede lid, van de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989, voor zover de bij dat artikel bepaalde aftrek betrekking heeft op een dienst die in het Franse taalgebied gelegen is; vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt het in voorkomend geval aldus verminderde bedrag aangepast overeenkomstig artikel 47/8, derde tot vijfde lid, van de bijzondere financieringswet;
  4° de bedragen die aan de Franse Gemeenschap vanaf het begrotingsjaar 2015 jaarlijks worden toegekend krachtens artikel 47/9, § 3, derde lid, van de bijzondere financieringswet, met aftrek van de financiering die jaarlijks door de federale overheid wordt toegekend overeenkomstig artikel 47/9, § 4, van de bijzondere financieringswet met het oog op de investering van de ziekenhuisinfrastructuren en de medisch-technische diensten die bij dit decreet aan het Waalse Gewest worden overgedragen.
  5° voor het begrotingsjaar 2015, een bedrag dat gelijk is aan de som van :
  - de negatieve waarde van het bedrag dat in artikel 48/1, § 1, eerste lid, 2° wordt vastgesteld, voor de Franse Gemeenschap;
  - 29,25 % van de middelen die aan de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden toegekend krachtens artikel 47/7, § 2, van de bijzondere financieringswet voor het begrotingsjaar 2015, waarvan de middelen die aan de Franse Gemeenschap worden toegekend krachtens artikel 47/7, § 3, eerste lid, voor het begrotingsjaar 2015 worden afgetrokken;
  - een bedrag dat voortvloeit uit het verschil tussen het bedrag van 208.479.620 en het in 3° bepaalde bedrag voor het begrotingsjaar 2015, vóór de eventuele aftrek die onder diezelfde bepaling wordt vastgesteld;
  - de negatieve waarde van het bedrag van 44.001.224 euro;
  6° voor het begrotingsjaar 2016, een bedrag dat gelijk is aan de som van :
  - het bedrag dat met toepassing van 5° voor het begrotingsjaar 2015 wordt gekregen;
  - het bedrag dat gekregen wordt door het verschil tussen de twee volgende bedragen :
  - 27,07 % van het bedrag vastgesteld in artikel 48/1, § 4, tweede lid, 2° van de bijzondere financieringswet vóór de toepassing van de verdeelsleutel die in diezelfde bepaling wordt vastgesteld;
  - het bedrag dat voor het jaar 2016 met toepassing van 4° werd gekregen;
  - een negatief bedrag van 45.477.841 euro;
  7° voor het begrotingsjaar 2017 en elk van de volgende begrotingsjaren, het bedrag dat in 6° wordt vastgesteld, na aanpassing volgens de regels die nader bepaald zijn in artikel 35 nonies, § 1, vierde lid en vijfde lid, van de bijzondere financieringswet.
  § 3. Het bedrag van de bijkomende dotatie die elk jaar aan de Franse Gemeenschapscommissie wordt toegekend, is gelijk aan de som van de volgende bedragen :
  1° voor het begrotingsjaar 2015, een bedrag van 2.858.693 euro; vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt dat bedrag aangepast, door dit te vermenigvuldigen door een coëfficiënt die gelijk is aan de verhouding tussen het bedrag van de dotatie van de Franse Gemeenschap bepaald in artikel 40 quinquies van de bijzondere financieringswet voor het betrokken jaar en het bedrag van dezelfde dotatie voor het voorafgaande begrotingsjaar;
  2° een vast bedrag dat voor het begrotingsjaar 2015 op 560.090 euro wordt vastgesteld; vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt dat bedrag aangepast overeenkomstig artikel 47/8, derde tot vijfde lid, van de bijzondere financieringswet;
  3° voor het begrotingsjaar 2015, een bedrag dat overeenstemt met 1,48 % van de middelen die aan de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden toegekend krachtens artikel 47/7, §§ 1 en 2 van de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989, waarvan, in voorkomend geval, de volgende bedragen worden afgetrokken :
  - het bedrag dat wordt vastgesteld met toepassing van artikel 47/7, § 3, tweede lid, van de bijzondere financieringswet, voor zover de bij dat artikel vastgestelde aftrek betrekking heeft op geriatriediensten die gelegen zijn in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die, wegens hun organisatie, op 1 januari 2013 moesten worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren;
  - de bedragen die worden vastgesteld met toepassing van artikel 48/1, § 1, tweede en vierde lid, voor zover die betrekking hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet die, wegens hun organisatie, niet meer moeten worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren, en bijgevolg ressorteren onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  en waarbij, in voorkomend geval, het bedrag wordt opgeteld dat met toepassing van artikel 48/1, § 1, derde en vierde lid, wordt vastgesteld, voor zover die bedragen betrekkingen hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet die, wegens de wijziging van hun organisatie, moeten worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren en bijgevolg niet meer ressorteren onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; voor de jaren 2016 tot en met 2024, is het toegekende bedrag gelijk aan het in 2015 toegekende bedrag; vanaf 2025 tot 2034, wordt het toegekende bedrag over 10 jaar tot 0 lineair verminderd;
  4° een bedrag dat voor het begrotingsjaar 2015 op 52.677.231 euro wordt vastgesteld, waarvan, in voorkomend geval, de volgende bedragen worden afgetrokken :
  - het bedrag dat met toepassing van artikel 47/8, tweede lid, van de bijzondere financieringswet wordt vastgesteld, voor zover de aftrek die bij dat artikel wordt bepaald, betrekking heeft op gespecialiseerde diensten voor revalidatie en behandeling, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die, wegens hun organisatie, op 1 januari 2013 moesten worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren;
  - de bedragen die met toepassing van artikel 48/1, § 1, tweede en vierde lid worden vastgesteld, voor zover die bedragen betrekking hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 2°, 4° en 5°, van de bijzondere wet, die, wegens de wijziging van hun organisatie, niet meer moeten worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren en bijgevolg ressorteren onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  - en waarbij, in voorkomend geval, het bedrag wordt opgeteld dat met toepassing van artikel 48/1, § 1, derde en vierde lid, wordt vastgesteld, voor zover die bedragen betrekking hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 2°, 4° en 5°, van de bijzondere wet die, wegens de wijziging van hun organisatie, moeten worden beschouwd uitsluitend tot de Franse Gemeenschap te behoren en bijgevolg niet meer ressorteren onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; voor de jaren 2016 tot en met 2024, is het toegekende bedrag gelijk aan het bedrag dat in 2015 wordt toegekend; vanaf 2025 tot 2034, wordt het toegekende bedrag over 10 jaar tot 0 lineair verminderd;
  5° voor de begrotingsjaren 2016 tot en met 2024, een bedrag dat gelijk is aan 0,0685 % van het bedrag vastgesteld in artikel 48/1, § 4, tweede lid, 2° van de bijzondere financieringswet vóór de toepassing van de verdelingssleutel die in diezelfde beslissing wordt bepaald; vanaf het begrotingsjaar 2025 tot en met 2034, wordt die dotatie over 10 jaar tot 0 lineair verminderd;
  6° voor het begrotingsjaar 2015, een negatief bedrag van 59.546 euro;
  7° voor het begrotingsjaar 2016, een negatief bedrag van 121.090 euro;
  8° voor het begrotingsjaar 2017 en elk van de volgende begrotingsjaren, het in 7° bepaalde bedrag, na aanpassing volgens de regels die nader worden bepaald in artikel 35 nonies, § 1, vierde en vijfde lid van de bijzondere financieringswet.
  Elk jaar wordt van de dotatie bedoeld in het eerste lid de financiering afgetrokken die door de federale overheid overeenkomstig artikel 47/9, § 4 van de bijzondere financieringswet wordt verricht voor de investeringen inzake ziekenhuisinfrastructuren en medisch-technische diensten die bij dit decreet naar de Franse Gemeenschapscommissie worden overgedragen.
  § 4. Reeds vanaf de inwerkingtreding van de besluiten bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, genomen voor de uitoefening van bevoegdheden die door de Franse Gemeenschap werkelijk worden uitgeoefend tot de inwerkingtreding van dit decreet, worden de bedragen bedoeld in § 2, 1° en § 3, 1°, elk vermeerderd met een bedrag dat bij een besluit van de Gemeenschapsregering wordt vastgesteld met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College; dat bedrag kan niet hoger zijn dan het totale bedrag van de uitgaven betreffende de bezoldiging en de werkingskosten van het personeel dat respectievelijk naar het Gewest en de Commissie bij die besluiten wordt overgedragen.
  Vanaf de inwerkintreding van de in artikel 6, § 1, derde lid bedoelde besluiten, worden de in § 2, 1° en § 3, 1° bedoelde bedragen elk verminderd met een bedrag dat wordt vastgesteld bij een besluit van de Gemeenschapsregering dat wordt genomen met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College; dat bedrag kan niet hoger zijn dan het totale bedrag van de uitgaven betreffende de bezoldiging en de werkingskosten van het personeel dat respectievelijk naar het Gewest en de Commissie bij die besluiten wordt overgedragen.
  § 5. De dotaties bedoeld bij de §§ 2 en 3 worden uitbetaald overeenkomstig de regels die nader worden bepaald bij een besluit van de Gemeenschapsregering dat wordt genomen met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College, met inachtneming van de beginselen vermeld in artikel 54, § 1, vierde lid, en § 2, van de bijzondere financieringswet op de werkdag volgend op die van de overdracht naar de Gemeenschap van de middelen die bij dat artikel bedoeld zijn.

  Art. 8. Als inhoudingen worden verricht op de middelen die naar de Franse Gemeenschap worden overgedragen met toepassing van de artikelen 75 of 77 van de bijzondere financieringswet als gevolg van de uitgaven die door de federale overheid of de federale instellingen in het kader van de bevoegdheden bedoeld in artikel 3 van dit decreet worden gedaan, worden die inhoudingen -, naar gelang van het geval, uitgetrokken op de bedragen die door de Gemeenschap aan het betrokken Gewest of de betrokken Commissie worden uitbetaald, bij een besluit van de Gemeenschapsregering na overleg met de betrokken Regering of het betrokken College.

  Art. 9. Bij wijze van overgangsmaatregel, gedurende de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014, verricht de Gemeenschap, voor rekening van het Gewest en de Commissie, ten laste van de door het decreet geopende kredieten, de vastlegging, ordonnancering en vereffening van de uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van de decreten, verordeningen of beslissingen, betreffende de bevoegdheden bedoeld in artikel 3, die tot 30 juni 2014 door de Gemeenschap werkelijk werden uitgeoefend.
  Geen decreet, geen besluit en geen beslissing waarvan de toepassing rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kan hebben op de uitgaven die overeenkomstig het eerste lid door de Gemeenschap worden betaald of die worden betaald door een bevoegde instelling die bevoegd wordt verklaard door de decreten en verordeningen bedoeld in het eerste lid, kan vóór 1 januari 2015 in werking treden, als het niet voor verslag vooraf wordt voorgelegd aan de Inspecteur van Financiën die geaccrediteerd is bij de gemeenschapsminister die voor die uitgaven bevoegd is. In het verslag van de Inspecteur van Financiën, dat hij binnen de veertien dagen na de ontvangst van de aanvraag voorlegt, wordt het bedrag geraamd van de rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen van het decreet, de regel bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, het besluit of de beslissing, op die uitgaven zoals bepaald in de begroting van de betrokken Gemeenschap of de betrokken Gemeenschapsinstelling.
  Het in het tweede lid bedoelde advies wordt aan de betrokken Regering of het betrokken College, alsook aan de Gemeenschapsminister bevoegd voor de begroting en de financiën, meegedeeld. Deze stelt, na overleg met de betrokken Regering of het betrokken College, op basis van het verslag van de Inspecteur van Financiën, het provisionele bedrag, in plus of in min, al naargelang het geval, vast, dat wordt verrekend op de voorschotten van de dotaties bedoeld in artikel 7 van het decreet van 22 juli 1993 die voor het jaar 2014 nog uit te betalen zijn aan de betrokken entiteit.
  Op het einde van het begrotingsjaar 2014, wordt het bedrag van de impact van de maatregelen die overeenkomstig het tweede lid op dat begrotingsjaar worden genomen, bepaald bij besluit van de Gemeenschapsregering, op grond van het verslag van de Inspecteur van Financiën, na overleg met de betrokken regering of het betrokken college. Dat bedrag, na aftrek van het in het derde lid bedoelde provisionele bedrag, wordt in plus of in min verrekend op het saldo van voormelde dotaties.

  Art. 10. Bij wijze van overgangsmaatregel, gedurende de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014, verrichten het Waalse Gewest, enerzijds, en de Franse Gemeenschapscommissie, anderzijds, voor rekening van de Franse Gemeenschap, ten laste van de door het decreet geopende kredieten, de vastlegging, ordonnancering en vereffening van de uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van de decreten, verordeningen of beslissingen, betreffende de bevoegdheden die door deze worden uitgeoefend krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, en die vanaf 1 januari 2014 opnieuw door de Gemeenschap overeenkomstig dit decreet worden uitgeoefend.
  Geen decreet, geen besluit en geen beslissing waarvan de toepassing rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen kan hebben op de uitgaven die overeenkomstig het eerste lid worden betaald door het Waalse Gewest of de Franse Gemeenschapscommissie of die worden betaald door een instelling die bevoegd wordt verklaard door de decreten en verordeningen bedoeld in het eerste lid, kan vóór 1 januari 2015 in werking treden, als het niet voor verslag vooraf wordt voorgelegd aan de Inspecteur van Financiën die geaccrediteerd is bij de Waalse minister of de minister van de Franse Gemeenschapscommissie die voor die uitgaven bevoegd is. In het verslag van de Inspecteur van Financiën, dat hij binnen de veertien dagen na de ontvangst van de aanvraag voorlegt, wordt het bedrag geraamd van de rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen van het decreet, de regel bedoeld in artikel 134 van de Grondwet, het besluit of de beslissing, op die uitgaven zoals bepaald in de begroting van het Waalse Gewest of van de Franse Gemeenschapscommissie of van de betrokken Gemeenschapsinstelling.
  Het in het tweede lid bedoelde advies wordt aan de Regering van de Franse Gemeenschap, alsook aan de Waalse minister of de minister van de Franse Gemeenschapscommissie bevoegd voor de begroting en de financiën, meegedeeld. Deze stelt, na overleg met de Regering van de Franse Gemeenschap, op basis van het verslag van de Inspecteur van Financiën, het provisionele bedrag, in plus of in min, al naargelang het geval, vast, dat wordt verrekend op de voorschotten van de dotaties bedoeld in artikel 7 van het decreet van 22 juli 1993 die voor het jaar 2014 nog te uit te betalen zijn aan de betrokken entiteit.
  Op het einde van het begrotingsjaar 2014, wordt het bedrag van de impact van de maatregelen die overeenkomstig het tweede lid op dat begrotingsjaar worden genomen, bepaald bij besluit van de Regering of het College, naar gelang van het geval, op grond van het verslag van de Inspecteur van Financiën, na overleg met de Regering van de Franse Gemeenschap. Dat bedrag, na aftrek van het in het derde lid bedoelde provisionele bedrag, wordt in plus of in min verrekend op het saldo van voormelde dotaties.

  Art. 11. § 1. Het Waalse Parlement kan alle financiële middelen aanwenden die aan die instelling worden toegekend krachtens de bijzondere financieringswet en krachtens de bepalingen van dit decreet voor de financiering zowel van de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 3 en 39 van de Grondwet als van de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet.
  § 2. De Vergadering kan alle financiële middelen aanwenden die haar worden toegekend krachtens artikel 178 van de Grondwet, de wet van 12 januari 1989, de financieringswet, en krachtens dit decreet, voor de financiering zowel van de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 136, 163 en 166, § 3, van de Grondwet als van de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet.

  Art. 12. § 1. Het Gewest en de Commissie nemen, elk wat het of haar betreft, de rechten en verplichtingen van de Gemeenschap over betreffende de in artikel 3 bedoelde bevoegdheden en de goederen die krachtens artikel 5 worden overgedragen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.
  Worden eveneens bedoeld, de rechten en verplichtingen betreffende de bijkomende bevoegdheden die aan de Gemeenschap worden overgedragen bij de bijzondere wet van 26 december 2013 betreffende de zesde Staatshervorming in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, die de Gemeenschap overneemt krachtens artikel 61, § 8, van de bijzondere financieringswet.
  § 2. De Gemeenschap neemt de rechten en verplichtingen van het Gewest en de Commissie over betreffende de uitoefening van de bevoegdheden van de Gemeenschap die door het Gewest en de Commissie werden uitgeoefend krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, en die opnieuw door de Gemeenschap overeenkomstig dit decreet worden uitgeoefend.
  Het Gewest en de Commissie blijven echter, voor de verbintenissen die vóór 1 juli 2014 werden aangegaan, gebonden door de verplichtingen die op 30 juni 2014 bestonden,
  1° ofwel wanneer hun betaling op die datum verschuldigd is, als het gaat om vaste uitgaven of uitgaven waarvoor een aangifte van schuldvordering niet moet worden overgelegd;
  2° ofwel voor de andere schulden, wanneer ze vaststaand zijn en hun betaling op diezelfde datum regelmatig werd geëist, overeenkomstig de geldende wetten, decreten en verordeningen".
  § 3. In een geschil kunnen de Gemeenschap, het Gewest of de Commissie altijd, naar gelang van het geval, in het geding tussenkomen of de overheid die ze opvolgt of die ze opvolgen in het geding roepen.

  Art. 13. De Gemeenschap, het Gewest en de Commissie sluiten een samenwerkingsakkoord overeenkomstig artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, om de samenhang van hun beleid inzake gezondheid en bijstand aan personen te bevorderen.
  Dat samenwerkingsakkoord bepaalt inzonderheid :
  - de instelling van een gemeenschappelijke beginselenbasis die de partijen zullen naleven bij de uitoefening van hun bevoegdheden inzake gezondheidsbeleid en beleid betreffende de bijstand aan personen, waarbij zal worden gezorgd voor de werkelijke toepassing ervan;
  - de oprichting van een structuur voor het overleg tussen de verschillende entiteiten om de samenhang te bevorderen van het beleid dat wordt gevoerd op de grondgebieden van het Franse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, het beheer van diezelfde bevoegdheden te verbeteren en te zorgen voor de werkelijke toepassing van de in punt a) gemeenschappelijke beginselen.
  Die overlegstructuur bestaat uit een ministerieel comité, samengesteld uit de ministers van alle Executieven van de betrokken deelstaten, dat op geregelde wijze moet vergaderen, alsook uit een overlegorgaan, samengesteld uit vertegenwoordigers van de partners die deelnemen aan het beheer van die bevoegdheden, dat zal worden belast met het voorleggen van adviezen, aanbevelingen en evaluaties over de wijze waarop een structurerende en duurzame beleidsvisie zal worden uitgevoerd.
  Er zal een geregeld overleg worden georganiseerd met de leidende ambtenaren van de betrokken administratieve organen.

  Art. 14. De opdrachten, goederen, personeelsleden, rechten en verplichtingen van de federale overheidsinstellingen die naar de Gemeenschap worden overgedragen krachtens de wet van 13 maart 1991 betreffende de afschaffing of de herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, worden onmiddellijk op billijke wijze en op grond van de behoeften naar het Gewest en de Commissie opnieuw overgedragen bij een besluit van de Gemeenschapsregering, genomen met het eensluidend advies van de Waalse Regering en het College.

  Art. 15. Dit decreet heft het decreet II van 19 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie op en vervangt het, met uitzondering van de artikelen 7, 9, tweede lid, 10, § 1, 11, 3° en 14, tweede lid van dat decreet.

  Art. 16. Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in artikel 13 bedoelde samenwerkingsakkoord in werking treedt.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 april 2014.
De Minister-President van de Regering van de Franse Gemeenschap,
R. DEMOTTED
De Vice-President en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken,
J.-M. NOLLETS
De Vice-President en Minister van Begroting, Financiën en Sport,
A. ANTOINE
De Vice-President en Minister van Hoger Onderwijs,
J.-C. MARCOURT
De Minister van Jeugd,
Mevr. E. HUYTEBROECK
De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke Kansen,
Mevr. F. LAANAN
De Minister van Leerplichtonderwijs en van Onderwijs voor Sociale Promotie,
Mevr. M.-M. SCHYNS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen, en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2013-2014. Stukken van het Parlement. - Voorstel van decreet, nr. 587-1. - Advies van de Raad van State, nr. 587-2. - Commissieamendementen, nr. 587-3. - Verslag, nr. 587-4. Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 2 april 2014.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 31 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie