J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/04/02/2014011250/justel

Titel
2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 30-05-2014 nummer :   2014011250 bladzijde : 42023       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2014-04-02/35
Inwerkingtreding : 09-06-2014

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2010011090       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden wordt vervangen als volgt : "Koninklijk besluit betreffende de overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden.".

  Art. 2. Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de bepalingen onder 4° en 5°, luidende :
  "4° verhuurder : operator die gebruiksrechten verhuurt;
  5° huurder : operator die gebruiksrechten huurt.".

  Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "of verhuurder" worden ingevoegd tussen de woorden "overdrager" en "kan";
  b) in de Franse tekst worden de woorden "ou louer" ingevoegd tussen de woorden "céder" en "entièrement";
  c) het lid wordt aangevuld met de woorden "of verhuren";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De verhuurder blijft verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden verbonden aan het verkrijgen en uitoefenen van de verhuurde gebruiksrechten.".

  Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "of te verhuren" worden ingevoegd tussen de woorden "over te dragen" en ", deelt hij";
  b) in de bepalingen onder 1° en 3°, worden in de Franse tekst de woorden "candidat cessionnaire" vervangen door de woorden "candidat-cessionnaire";
  c) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "of kandidaat-huurder" ingevoegd tussen de woorden "kandidaat-overnemer" en "is";
  d) de bepaling onder 1° wordt in de Franse tekst aangevuld met de woorden "ou le candidat-preneur";
  e) de bepaling onder 2°, wordt aangevuld met de woorden "of verhuurd";
  f) in de bepaling onder 3°, worden de woorden "of kandidaat-huurder" ingevoegd tussen de woorden "kandidaat-overnemer" en "daarvan";
  2° in het derde lid worden de woorden "of - verhuur" ingevoegd tussen de woorden "frequentieoverdracht" en "in te stemmen";
  3° in het derde lid worden in de Franse tekst de woorden "le transfert" vervangen door de woorden "la cession ou la location".

  Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste zin worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de Franse tekst wordt het woord "tout" vervangen door het woord "toute";
  b) de woorden "of verhuur" worden telkens ingevoegd na het woord "overdracht";
  c) in de Franse tekst wordt het woord "transfert" telkens vervangen door de woorden "cession ou location";
  d) in de Franse tekst wordt het woord "communiqué" vervangen door het woord "communiquée";
  e) de woorden "of verhuurder" worden ingevoegd tussen de woorden "overdrager" en "meegedeeld";
  2° tussen de eerste en de tweede zin wordt de zin "Ook de beëindiging van de overeenkomst tot tijdelijke overdracht of verhuur wordt door de partij die de gebruiksrechten heeft overgedragen of verhuurd, meegedeeld aan het Instituut." ingevoegd;
  3° in de vroegere tweede zin die de derde zin wordt, worden de woorden ", de verhuur of de beëindiging van de tijdelijke overdracht of de verhuur" ingevoegd tussen de woorden "overdracht" en "bekend";
  4° in de vroegere tweede zin die de derde zin wordt, worden in de Franse tekst de woorden " le transfert " vervangen door de woorden "la cession, la location ou la fin du contrat de cession temporaire ou de location".

  Art. 6. De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 2 april 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 19, § 1, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012;
   Gelet op het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden;
   Gelet op het advies van 12 december 2013 van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 12 december 2013;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 17 december 2013;
   Gelet op de raadpleging van 19 december 2013 tot 10 januari 2014 van het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie;
   Gelet op het akkoord van het Overlegcomité, gegeven op 5 februari 2014;
   Gelet op advies 55.320/4 van de Raad van State, gegeven op 20 maart 2014 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op de impactanalyse van de regelgeving uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Op de voordracht van de Minister van Economie en op advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   ALGEMEEN
   Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, wijzigt het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden. Het koninklijk besluit van 26 februari 2010 geeft uitvoering aan artikel 19 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna "de wet"). Artikel 19 handelt over de mogelijkheid tot overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties. Dit artikel maakte deel uit van de bepalingen ter omzetting van artikel 9 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn).
   Bij de wijziging van de Kaderrichtlijn in 2009 werd een nieuw artikel 9ter ingevoegd. Ter omzetting daarvan werd artikel 19 van de wet aangepast bij de wet van 10 juli 2012 : naast de overdracht werd ook de verhuur van radiofrequenties mogelijk.
   Het voorliggende koninklijk besluit past het koninklijk besluit van 26 februari 2010 aan aan de wijziging van artikel 19 van de wet.
   Doorheen de artikelen 1 tot 5 wordt aan de overdracht de term verhuur toegevoegd om de terminologie in overeenstemming te brengen met het gewijzigde artikel 19 van de wet.
   Het advies van de Raad van State werd integraal gevolgd.
   ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING
   Artikel 1
   Dit artikel past het opschrift aan van het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden.
   Artikel 2
   Dit artikel bevat terminologische aanpassingen.
   Artikel 3
   Naast terminologische aanpassingen legt dit artikel de specifieke modaliteiten vast volgens dewelke de verhuur van radiofrequenties kan plaatsvinden.
   Terwijl het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna "BIPT") bij een overdracht van spectrum de gebruiksrechten van de overdrager geheel of gedeeltelijk zal intrekken en deze gebruiksrechten zal toekennen aan de overnemer, blijven de gebruiksrechten bij een verhuur toegekend aan de verhuurder. Door de verhuur wordt er een uitzondering gecreëerd op het persoonlijk karakter van de vergunning waarbij de huurder het recht verwerft om het spectrum te gebruiken in overeenstemming met het huurcontract.
   De partijen kunnen de duur van de verhuur bepalen (binnen de geldigheidsduur van de gebruiksrechten). Ook de voorwaarden voor opzeg zijn vrij te bepalen door de partijen (uiteraard binnen de wettelijke grenzen van het verbintenissenrecht).
   In het geval van verhuur blijven alle rechten en plichten bij de verhuurder : de verhuurder is verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden verbonden aan het verkrijgen en uitoefenen van de verhuurde gebruiksrechten en is dus het aanspreekpunt voor het Instituut i.v.m. deze gebruiksrechten. Zo is de verhuurder verantwoordelijk voor het vervullen van de financiële verplichtingen zoals het eventuele aflossen van de enige heffing, het jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties en het recht voor het beheer van de gebruiksrechten. Aangezien het jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties slechts verschuldigd is vanaf hun indienststelling, is het nodig dat de verhuurder goed op de hoogte is van het werkelijk gebruik van de frequenties die hij verhuurt, aangezien dit jaarlijks recht aan hem gefactureerd zal worden.
   De verhuurder is ook het eerste aanspreekpunt in geval van storingen door het verhuurde spectrum. De verhuurder zal de storingen die zich voordoen tussen zijn huurders oplossen. Anderzijds zal het BIPT in die gevallen waar het noodzakelijk is moeten optreden tegen de huurder, indien er bijvoorbeeld een veiligheidsdienst ernstig gestoord wordt en onmiddellijk actie noodzakelijk is.
   Tevens blijft de verhuurder van de frequenties ook gebonden aan alle verplichtingen in verband met de dekkingseisen, eisen in verband met de opening van de dienst, bepalingen in verband met de intrekking van de vergunning en eventuele andere verplichtingen die voortvloeien uit de koninklijke besluiten die in uitvoering van artikel 18 van de wet genomen werden, evenals aan de verplichtingen die voortvloeien uit toepassing van art. 19/1 van de wet.
   De spectrum caps verbonden aan de gebruiksrechten blijven ook van toepassing. Op dit vlak dient er dus wel op toegezien te worden dat aan de huurder in totaal niet meer spectrum ter beschikking wordt gesteld dan toegestaan in een bepaalde band.
   Bij de openbare raadpleging over dit ontwerp kwamen ook een aantal vragen naar boven i.v.m. gedeeltelijke overdracht van spectrum. In geval van overdracht dient de overnemer de verplichtingen verbonden aan het spectrum te respecteren zoals aangegeven in de reeds bestaande tekst van artikel 2. Dit geldt ook in geval van gedeeltelijke overdracht. Wanneer een operator bijvoorbeeld slechts een gedeelte van het spectrum dat hij bezit overdraagt, dienen zowel de overdrager als de overnemer de daaraan verbonden dekkingsverplichtingen te voldoen (de eventuele termijn die lopende is blijft ook gelden). Ook de financiële verplichtingen dient ieder wat zijn spectrum betreft te voldoen.
   Eénzelfde verhuurder kan gebruiksrechten verhuren aan meerdere huurders.
   Artikel 4
   Dit artikel bevat terminologische aanpassingen.
   Artikel 5
   In artikel 5 wordt toegevoegd dat ook de beëindiging van de overeenkomst tot tijdelijke overdracht of van de huurovereenkomst aan het Instituut moet worden meegedeeld en bekend wordt gemaakt op de website van het Instituut. Dit is het geval bij beëindiging van de overeenkomst op het oorspronkelijk voorziene tijdstip en bij opzeg gedurende de overeenkomst door één van de partijen. Op die manier blijven alle belanghebbenden steeds op de hoogte van de precieze stand van zaken.
   Artikel 6
   Artikel 6 betreft de uitvoering van het besluit.
   Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Economie,
   J. VANDE LANOTTE
   
   Raad van State, afdeling Wetgeving
   Advies 55.320/4 van 20 maart 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden'
   Op 7 februari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 24 maart 2014 (*) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 februari 2010 betreffende de overdracht van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden'.
   Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 20 maart 2014. De kamer was samengesteld uit Pierre LIENARDY, kamervoorzitter, Jacques JAUMOTTE en Bernard BLERO, staatsraden, en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre LIENARDY.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 20 maart 2014.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerking.
   VOORAFGAANDE VORMVEREISTEN
   1. Uit de wet van 15 december 2013 `houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging', die in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt op 31 december 2013 en die met betrekking tot de regelgevingsimpactanalyse in werking getreden is op 1 januari 2014 (1), vloeit voort dat voor elk ontwerp van koninklijk besluit waarover overleg moet worden gepleegd in de Ministerraad, in principe een impactanalyse moet worden uitgevoerd betreffende de verschillende punten die vermeld worden in artikel 5 van die wet. (2) De enige gevallen waarin die verplichting niet geldt, zijn die welke opgesomd worden in artikel 8 van de wet van 15 december 2013.
   Het voorliggende ontwerpbesluit valt onder die verplichting. Het behoort immers niet tot een van de gevallen die worden vrijgesteld of uitgezonderd van de impactanalyse die vastgelegd zijn in artikel 8 van de wet van 15 december 2013.
   Er behoort derhalve op toegezien te worden dat dit vormvereiste naar behoren wordt vervuld (3) en de aanhef moet dienovereenkomstig worden aangevuld.
   De griffier,
   A.-C. VAN GEERSDAELE
   De voorzitter,
   P. LIENARDY
   Nota's
   (*) Bij e-mail van 10 februari 2014.
   (1) Zie artikel 12 van die wet.
   (2) Zie artikel 6, § 1, van de wet van 15 december 2013. Zie, wat de procedure voor de impactanalyse betreft, de artikelen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 `houdende uitvoering van titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013'.
   (3) Zie in die zin advies 54.734/2, op 6 januari 2014 gegeven over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van artikel 37bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994'.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie