J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/04/02/2014011255/justel

Titel
2 APRIL 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de principes volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 23-05-2014 nummer :   2014011255 bladzijde : 40867   BEELD
Dossiernummer : 2014-04-02/31
Inwerkingtreding : 02-06-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " wet " : wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  2° " fonds " : fonds voor de nooddiensten zoals bedoeld in artikel 107/1, § 1 van de wet;
  3° " begunstigden van het fonds " : de nooddiensten die ter plaats te hulp bieden alsook de organisatie bedoeld in artikel 107/1, § 1, van de wet;
  4° " aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten " : kosten die worden gemaakt door de begunstigden van het fonds en die krachtens de wetgeving moeten worden gedragen door de operatoren en beheerd worden door het fonds.

  Art. 2. Het Instituut controleert het bedrag en de berekening van de kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen aan dit fonds op basis van de volgende principes :
  1° Het Instituut controleert dat de aanvraag voor terugbetaling van kosten bij het fonds werd ingediend binnen de termijnen die zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden;
  2° Het Instituut controleert dat de kosten werden gedaan door de begunstigden van het fonds gedurende het beschouwde jaar;
  3° Het Instituut controleert dat de kosten wel degelijk aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten vormen;
  4° De controle van het Instituut gebeurt op basis van stavende documenten;
  5° Het Instituut controleert dat de stavende documenten die het worden bezorgd door de begunstigden van het fonds werden overgezonden binnen de termijnen vastgelegd door het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, of binnen de termijnen bepaald op grond van dit koninklijk besluit.

  Art. 3. Als het Instituut, in het bijzonder voor één der redenen opgesomd in het artikel 2, het bedrag en de berekening van het geheel van de kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen niet kan goedkeuren, dan duidt het de verschillende kosten aan die het goedkeurt en deze die het verwerpt evenals het totale bedrag van de goedgekeurde kosten.

  Art. 4. De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 2 april 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
J. VANDE LANOTTE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 februari 2013;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 16 december 2013;
   Gelet op de raadpleging van 19 december 2013 tot 10 januari 2014 van het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie;
   Gelet op het akkoord van het Overlegcomité, gegeven op 5 februari 2014;
   Gelet op advies 55.314/4 van de Raad van State, gegeven op 6 maart 2014 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Economie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, geeft uitvoering aan artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna " de wet "). Deze tweede zin is eerst in artikel 107 ingevoegd door de wet van 18 mei 2009 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie en is later verplaatst naar 107/1, § 5, van de wet. Hij luidt als volgt : " De berekening en het bedrag van de kosten worden geverifieerd en goedgekeurd door het Instituut volgens de principes vastgelegd door de Koning ". Dit koninklijk besluit werd ter openbare raadpleging voorgelegd van 16 november 2011 tot 21 december 2011.
   Er werd rekening gehouden met het advies 55.314/4 van 6 maart 2014 van de Raad van State. Bepaalde principes zijn reeds van toepassing voor het BIPT (transparantieprincipe voor de actie van het BIPT via de raadpleging van de belanghebbenden en inzage in de administratieve documenten, het motiveringsprincipe voor de beslissingen van het BIPT, de mogelijkheid beroep aan te tekenen tegen een beslissing van het BIPT, objectiviteit- en neutraliteitsprincipe, eerbiedigen van de vertrouwelijkheid, de mogelijkheid voor het BIPT om van elke betrokken persoon alle nuttige informatie op te vragen, enz.) uit hoofde van de wet en de jurisprudentie. Het is niet nodig deze in herinnering te brengen in het koninklijk besluit.
   ARTIKELGEWIJZE COMMENTAAR
   Artikel 1 definieert een aantal in het besluit voorkomende termen. Voor het overige gelden de definities uit artikel 2 van de wet.
   Het koninklijk besluit definieert het begrip "begunstigden van het fonds". Het gaat om de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, alsook om de organisaties die door de overheid worden belast om de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden te exploiteren (art. 107/1, § 1, van de wet), namelijk op dit ogenblik de NV A.S.T.R.I.D.
   Artikel 2 wijst op de principes op basis waarvan het BIPT het bedrag en de berekening van de kosten moet controleren.
   Het BIPT moet nagaan of de begunstigden van het fonds hun terugbetalingsaanvraag binnen de gestelde termijnen hebben ingediend bij het fonds. Het gaat hier over de datum van 1 maart volgend op het beschouwde jaar (artikel 6 van het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden) en binnen de maand volgend op de inwerkingtreding van het voornoemde besluit voor het eerste werkingsjaar van het fonds (artikel 13 van hetzelfde besluit).
   Het BIPT moet nagaan of de kosten werden gedaan door de begunstigden van het fonds tijdens het beschouwde jaar (en niet tijdens de voorgaande jaren). Voor het eerste werkingsjaar van het fonds worden de kosten gedaan in de voorgaande jaren, ten uitzonderlijken titel, eveneens in rekening gebracht (artikel 13 van het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden).
   Het BIPT moet dus de kosten verwerpen die gebudgetteerd werden maar die uiteindelijk niet werden gemaakt en de kosten die nog niet werden gedaan. Het artikel 107/1 van de wet voorziet inderdaad in een systeem van terugbetaling van kosten wat veronderstelt dat de begunstigden van het fonds deze kosten eerst moeten gedaan hebben vooraleer hun terugbetaling aan het fonds te kunnen vragen.
   Het BIPT moet nagaan of de begunstigden van het fonds hem de stavende documenten hebben overhandigd binnen de gestelde termijnen, het weze de eerste maart volgende op het beschouwde jaar (artikel 6 van het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de nadere regels voor de werking van het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden) en voor het eerste werkingsjaar van het fonds binnen de maand volgend op de inwerkingtreding van voornoemd besluit (artikel 13 van hetzelfde besluit). Als de stavende documenten niet beschikbaar zijn op die data, dan kan het fonds een datum voor het overzenden van deze documenten vastleggen overeenkomstig het voornoemde artikel 6. Dit teneinde het BIPT in staat te stellen om zijn controlewerk af te sluiten en het fonds om de begunstigden van het fonds op tijd te vergoeden.
   Artikel 3 wijst op het principe op basis waarvan het BIPT het bedrag en de berekening van de kosten dient goed te keuren.
   Als het BIPT een onderdeel van de kosten verwerpt, kan het het volledige bedrag en de berekening van de kosten niet goedkeuren. Het koninklijk besluit bepaalt dan dat het BIPT die onderdelen van kosten moet goedkeuren die het kan aanvaarden.
   Artikel 4 heeft betrekking op de uitvoering van het besluit.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Economie,
   J. VANDE LANOTTE
   
   Raad van State, afdeling Wetgeving
   Advies 55.314/4 van 6 maart 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de principes volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd'
   Op 7 februari 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de principes volgens dewelke het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de berekening en het bedrag verifieert en goedkeurt van de kosten waarvan aan het fonds voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden de terugbetaling wordt gevraagd'.
   Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 6 maart 2014.
   De kamer was samengesteld uit Pierre LIENARDY, kamervoorzitter, Jacques JAUMOTTE en Bernard BLERO, staatsraden, en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre LIENARDY.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 maart 2014.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   ONDERZOEK VAN HET ONTWERP
   BIJZONDERE OPMERKINGEN
   AANHEF
   Het eerste lid moet worden geredigeerd als volgt:
   "Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012;".
   DISPOSITIEF
   Artikel 1
   In de bepaling onder 2° moet worden verwezen naar artikel 107/1, § 1, van de wet van 13 juni 2005 en niet naar artikel 107, § 5/1, van die wet.
   Artikel 2
   Artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni 2005, dat als rechtsgrond dient voor het ontworpen besluit, belast de Koning ermee de principes vast te leggen volgens welke de berekening en het bedrag van de kosten die dat artikel vermeldt, worden geverifieerd en goedgekeurd door het BIPT.
   De voorliggende bepaling, die uitvoering beoogt te geven aan die machtiging, luidt als volgt:
   "Het Instituut past het bedrag en de berekening van de kosten waarvan de begunstigden van het fonds de terugbetaling vragen aan, onder andere, wanneer deze kosten niet zijn gerechtvaardigd met bewijsstukken, of, wanneer het Instituut van oordeel is dat deze kosten geen aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten vormen".
   Die bepaling is voor kritiek vatbaar ten aanzien van artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni 2005.
   Ze definieert immers niet de principes volgens welke de kosten door het BIPT worden "geverifieerd en goedgekeurd", maar ze omschrijft - door middel van voorbeelden - de gevallen waarin het BIPT het bedrag en de berekening van de kosten "aanpast".
   Fundamenteler is dat het ontworpen besluit niet meer doet dan - bovendien door middel van voorbeelden - bepalen in welke gevallen het Instituut het bedrag en de berekening van de kosten niet kan goedkeuren en aldus de wettelijke bepaling die ze als rechtsgrond opgeeft, niet volledig uitvoert. Dat geldt des te meer daar het aldus vastgelegde "principe" in het tweede geval eigenlijk louter een tautologie vormt (te weten het geval waarin "het Instituut van oordeel is dat [de] kosten geen aan de begunstigden van het fonds terugbetaalbare kosten vormen").
   Het ontworpen besluit moet dus fundamenteel worden herzien teneinde artikel 107/1, § 5, tweede lid, tweede zin, van de wet van 13 juni 2005 correct uit te voeren, opdat het met name de principes vastlegt op basis waarvan het BIPT de berekening en het bedrag van de kosten verifieert en goedkeurt.
   De griffier,
   A.-C. VAN GEERSDAELE
   De voorzitter,
   P. LIENARDY

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie