J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/03/26/2014011175/justel

Titel
26 MAART 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 01-04-2014 nummer :   2014011175 bladzijde : 28175   BEELD
Dossiernummer : 2014-03-26/06
Inwerkingtreding : 01-04-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-7
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art. 8-9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. In artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, wordt de bepaling onder 20°, opgeheven bij de wet van 1 juni 2005, hersteld als volgt :
  "20° "verbruikslocatie" : verbruiksinstallaties op een topografisch geļdentificeerde plaats, waarvan het aardgas dat dient voor hun bevoorrading wordt afgenomen van een aardgasvervoersnet, en/of van een distributienet en/of van een directe leiding door eenzelfde netgebruiker;".

  Art. 3. In artikel 15/10, § 2, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, worden het derde, vierde, vijfde en zesde lid opgeheven.

  Art. 4. In artikel 15/11, § 1, van dezelfde wet, gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 98/2013 van het Grondwettelijk Hof en laatst gewijzigd bij de wet van 26 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 3°, b), worden de woorden "door de houders van een leveringsvergunning, bedoeld in artikel 15/3," tussen de woorden "wordt gefinancierd" en de woorden "door middel van heffingen" en de woorden "uitgevoerd in het kader van de hiervoor vermelde leveringsvergunning," tussen de woorden "door middel van heffingen" en de woorden "op de hoeveelheden," opgeheven;
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "In het kader van wat in het eerste lid wordt bepaald houdt de Koning rekening met het investeringsprogramma vervat in het indicatieve plan bedoeld in artikel 15/13, § 2, 3° ";
  3° het vierde, vijfde, zevende, achtste en negende lid worden opgeheven.
  4° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
  "Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiėn een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het paragraaf 1ter, met uitzondering van het fonds bedoeld in het paragraaf 1ter, 1°. "
  5° de §§ 1bis, 1ter, 1quater, 1quinquies, worden ingevoegd, luidende :
  " § 1bis. Een "federale bijdrage "wordt geheven tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden met de regulering van en de controle op de gasmarkt.
  De federale bijdrage is verschuldigd door elke eindafnemer gevestigd op het Belgische grondgebied, op de hoeveelheden aardgas, aangevoerd langs een aardgasvervoersnet, een distributienet of door middel van een directe leiding, die hij voor eigen gebruik afneemt.
  De beheerder van het aardgasvervoersnet wordt belast met de inning van de federale bijdrage.
  Daarvoor factureert hij de federale bijdrage voor de toegang tot zijn net aan de houders van een vervoerscontract.
  Indien de houders van een vervoerscontract niet zelf het van het net afgenomen gas verbruiken, factureren ze de federale bijdrage aan hun eigen afnemers, tot op het ogenblik dat de toeslag uiteindelijk aangerekend wordt aan de persoon die het aardgas voor eigen gebruik verbruikte.
  In afwijking van het vorige lid, wordt de operator van een directe leiding belast met de inning van de federale bijdrage verschuldigd door de eindafnemers die via deze directe leiding bevoorraad worden.
  De opbrengst van de federale bijdrage is bestemd voor :
  1° de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie zoals bedoeld in artikel 15/15, § 4, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 15/15, § 4;
  2° de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en maatschappelijke steunverlening inzake energie voorzien door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
  3° de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximum prijzen voor de levering van aardgas aan de residentiėle beschermde klanten zoals bepaald in artikel 15/10, § 2.
  § 1ter. De beheerder van het aardgasvervoersnet en de operatoren van een directe leiding storten de gefactureerde federale bijdrage aan de commissie volgens de door de commissie vastgelegde en gepubliceerde verdeling, respectievelijk :
  1° in een fonds dat beheerd wordt door de commissie, voor de financiering van haar werkingskosten, overeenkomstig artikel 15/15, § 4;
  2° in het fonds dat beheerd wordt door de commissie, bedoeld onder § 1, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de maatregelen bedoeld in de bepaling onder § 1bis, zevende lid, 2°, waarvan de middelen te dien einde, ter beschikking gesteld worden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
  3° in een fonds dat beheerd wordt door de commissie ten behoeve van beschermde residentiėle klanten, zoals bedoeld in § 1bis, zevende lid 3°.
  § 1quater. Na advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad :
  1° het bedrag, de berekeningswijzen en de overige modaliteiten van de federale bijdrage bedoeld in § 1bis;
  2° de modaliteiten voor het beheer van deze fondsen door de commissie;
  3° de modaliteiten van de heffing van de federale bijdrage;
  4° de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en de vrijstelling bedoeld in artikel 15/11bis en 15/11ter, in het bijzonder de wijze waarop de aardgasondernemingen die de federale bijdrage in rekening brengen aan de eindafnemers, de voorgeschoten bedragen zullen kunnen terugkrijgen van de commissie en de nodige bewijzen om deze terugbetaling te verkrijgen;
  5° het forfait dat in aanmerking kan worden genomen, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt om de extra administratieve kosten te dekken die verband houden met de heffing van de federale bijdrage, de financiėle kosten en risico's;
  6° de betalingsvoorwaarden van de federale bijdrage voor de eindafnemers die worden bevoorraad door meer dan één leverancier of die hun aardgas doorverkopen.
  Elk besluit tot vaststelling van het bedrag, de modaliteiten van heffing en toepassing van de degressiviteit en vrijstelling, alsook de wijze van berekening van de federale bijdrage bedoeld in § 1bis, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien dit besluit niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  Onverminderd het tweede lid, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, na advies van de commissie, de bepalingen wijzigen, vervangen of intrekken van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt., bekrachtigd door het artikel 437 van de programma wet van 22 december 2003.
  § 1erquinquies. Op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de aardgasondernemingen, als gevolg van de in artikel 15/10, § 2 bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming.
  Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  Op voorstel van de commissie, kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen, die zijn vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de werkelijke nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgasmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, zoals bevestigd door de wet van 27 december 2004.".

  Art. 5. In dezelfde wet wordt een artikel 15/11bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 15/11bis. § 1. Wanneer een hoeveelheid van meer dan 20 000 MWh/jaar wordt verstrekt aan een verbruikslocatie voor professioneel gebruik, wordt de federale bijdrage voor deze eindafnemer als volgt verlaagd, op basis van zijn jaarlijks verbruik :
  1° voor de verbruiksschijf tussen 20 000 MWh/jaar en 50 000 MWh/jaar : met 15 procent;
  2° voor de verbruiksschijf tussen 50 001 MWh/ jaar en 250 000 MWh/ jaar : met 20 procent;
  3° voor de verbruiksschijf tussen 250 001 MWh/ jaar en 1 000.000 MWh/jaar : met 25 procent;
  4° voor de verbruiksschijf hoger dan 1 000 001 MWh/jaar : met 45 procent.
  De Koning kan de in het eerste lid genoemde percentages aanpassen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie.
  Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  Per verbruikslocatie en per jaar, bedraagt de federale bijdrage voor deze verbruikslocatie maximaal 750.000 euro.
  De in deze paragraaf bedoelde verlagingen worden berekend en toegepast door de aardgasonderneming die de federale bijdrage aanrekent aan de eindafnemer.
  Zij gelden voor het aardgas dat wordt afgenomen door alle eindafnemers, behalve door degenen die geen sectorakkoorden of "convenant" ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen.
  Wanneer het blijkt dat een onderneming die een sectorakkoord of "convenant" heeft afgesloten en geniet van degressiviteit op basis van haar verklaring, de verplichtingen van dit sectorakkoord of "convenant" niet naleeft, is ze gehouden om aan de commissie, de bedragen terug te betalen die niet werden betaald door de onjuiste toepassing van degressiviteit. Daarnaast verliest zij het recht op degressiviteit voor het volgende jaar.
  § 2. Ter dekking van het totale bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in § 1, worden de volgende elementen bestemd voor de fondsen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter :
  1° de inkomsten voortvloeiend uit de verhoging van de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, punt e) i) en punt f) i), van de programmawet van 27 december 2004 voor de dieselolie met de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten bedrage van 1,50 euro per 1 000 liter aan 15 ° ;
  2° indien het totale bedrag van de bepaling onder 1° van dit lid niet volstaat om het totale bedrag van verminderingen te dekken, wordt bijkomend een gedeelte van de opbrengsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, punt j) van de programmawet van 27 december 2004 voor kolen, cokes en bruinkool van de GN-codes 2701, 2702 en 2704, toegekend;
  3° indien het totale bedrag van de bepalingen onder 1° en 2° van dit lid niet volstaat om het totale bedrag van de verminderingen te dekken, wordt bijkomend een gedeelte van de opbrengst van de vennootschapsbelasting toegekend.
  De in dit artikel bedoelde codes van de gecombineerde nomenclatuur zijn deze die zijn vervat in Verordening nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage 1 van Verordening EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.".

  Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 15/11ter ingevoegd, luidende :
  "Artikel 15/11ter. Wanneer de productie-installatie van de eindafnemer enkel bestemd is voor de productie van elektriciteit, zijn de hoeveelheden aardgas die zijn afgenomen van het aardgasvervoersnet of van een directe leiding, voor de productie van elektriciteit die in het elektriciteitsnet wordt geļnjecteerd, vrijgesteld van de federale bijdrage zoals bedoeld in artikel 15/11, § 1bis, volgens de modaliteiten die worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Wanneer de afgenomen hoeveelheden aardgas bestemd zijn om een installatie voor gecombineerde productie van elektriciteit en warmte te voeden, wordt de vrijstelling alleen toegekend onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Dit besluit wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  De in deze paragraaf bedoelde vrijstelling wordt toegepast door de aardgasonderneming die de federale bijdrage aan de eindafnemer aanrekent."

  Art. 7. Artikel 15/15 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en vervangen bij de wet van 20 juli 2006, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. De werkingskosten van de commissie worden gedekt door de federale bijdrage, beoogd in artikel 15/11, § 1bis, ten belope van het budget dat door de Kamer van Volksvertegenwoordigers werd vastgelegd in toepassing van artikel 25, § 5, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.".

  HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen

  Art. 8. Het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot bepaling van de nadere regels voor de financiering van de reėle nettokost die voortvloeit uit de toepassing van maximumprijzen voor de levering van aardgas aan residentiėle beschermde klanten, bekrachtigd bij de programmawet van 9 juli 2004, wordt opgeheven.

  Art. 9. Deze wet treedt in werking op 1 april 2014, met uitzondering van de artikelen 5 en 6 die in werking treden op 1 juli 2014.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 26 maart 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
De Staatssecretaris voor Energie,
M. WATHELET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Nota Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken: 53-3386 - 2013/2014 Integraal Verslag : 13 maart 2014. Senaat : (www.senate.be) Stukken: 5 - 2744 - 2013/2014

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie