J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2013/12/12/2014031095/justel

Titel
12 DECEMBER 2013. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de samenstelling van het dossier van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-03-2014 en tekstbijwerking tot 15-07-2019)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 12-03-2014 nummer :   2014031095 bladzijde : 21150       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-12-12/32
Inwerkingtreding : 01-05-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen
Art. 1-4
HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling 1. - In te dienen gemeenschappelijke documenten
Art. 5-6
Afdeling 2. - In te dienen bijkomende exemplaren van de documenten
Art. 7-13
Afdeling 3. - Gemeenschappelijke kenmerken van de plannen
Art. 14-19
Afdeling 4. - Wijzigingsprocedures van de aanvraag of van de vergunning
Onderafdeling 1. - Wijziging van de aanvraag in de loop van de procedure (neerlegging van wijzigingsplannen)
Art. 20
Onderafdeling 2. - Wijziging van de afgeleverde vergunning (stedenbouwkundige wijzigingsvergunning)
Art. 21
HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen volgens het type van beoogde handelingen en werken
Afdeling 1. - Bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting
Onderafdeling 1. - Bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting met verplichte medewerking van een architect
Art. 22-23
Onderafdeling 2. - Bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting vrijgesteld van de verplichte medewerking van een architect
Art. 24-25
Afdeling 2. - Afbraak zonder heropbouw
Art. 26-27
Afdeling 3. - Wijziging van de bestemming of van het gebruik van een bebouwd goed en/of wijziging van het aantal woningen
Art. 28-29
Afdeling 4. - Plaatsing van een reclame-inrichting en/of een uithangbord of van reclame verwijzende naar het uithangbord
Art. 30
Onderafdeling 1. - Plaatsing van een reclame-inrichting
Art. 31-33
Onderafdeling 2. - Plaatsing van een uithangbord of van reclame verwijzende naar het uithangbord
Art. 34-36
Afdeling 5. - Wijziging van de bestemming en/of het gebruik van een onbebouwd goed
Art. 37-38
Afdeling 6. - Gebruik van een terrein voor opslag, voor het parkeren van voertuigen en voor de plaatsing van verplaatsbare inrichtingen
Art. 39-41
Afdeling 7. [1 Ingrepen aan bomen gelegen buiten de weg]1
Art. 42-44
Afdeling 8. - Inrichting van een groene ruimte onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning, wijziging van het bodemreliëf, ontbossing en/of ontginning
Art. 45-48
Afdeling 9. - Infrastructuur- en/of stedelijke inrichtingswerken onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning
Art. 49-51
Afdeling 10. - Plaatsing en/of wijziging van telecommunicatie-installaties
Art. 52-53
Afdeling 11. - Plaatsing of wijziging van tijdelijke evenementele installaties en/of verbonden aan een werf
Art. 54-55
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen van toepassing op de aanvragen tot vergunningen betreffende een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is
Art. 56-58
HOOFDSTUK IVBIS. [1 HOOFDSTUK IVbis: BIJZONDERE BEPALINGEN TOEPASSELIJK OP DE VEREENVOUDIGDE AANVRAGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE REGULARISATIEVERGUNNING ]1
Art. 58/1. [1 Dit hoofdstuk is toepasselijk op de aanvragen van vergunningen die worden ingediend bij toepassing van artikel 330, § 3, van het BWRO. ]1
Art. 58/2. [1 Ter aanvulling van de toepasselijke eisen van de hoofdstukken II en III omvat het in dit hoofdstuk bedoelde dossier een nota, vergezeld van bewijskrachtige elementen, die toelaat het bewijs te leveren van de datum van uitvoering van de handelingen en werken of, ten minste, aan te tonen dat deze handelingen en werken zijn uitgevoerd vóór 1 januari 2000. ]1
Art. 58/3. [1 Bij afwijking van de eisen van de hoofdstukken II en III omvat het dossier van vergunning zoals bedoeld in het huidige hoofdstuk niet:
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 59-63
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit bedoelt men met :
  1° " BWRO ", het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Regering van 9 april 2004 en bekrachtigd door de ordonnantie van 13 mei 2004;
  2° " Overlegcommissie " : de territoriaal bevoegde overlegcommissie bedoeld in artikel 9 van het BWRO;
  3° " DBDMH " : de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp opgericht bij ordonnantie van 19 juli 1990;
  4° " KCML " : de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen bedoeld in artikel 11 van het BWRO;
  5° " Vergunnende overheid " : bevoegde overheid voor het afleveren van de stedenbouwkundige vergunning.
  [1 6° "Hoogstammige boom": een boom waarvan de stam ten minste 40 centimeter omtrek heeft op 1,50 meter hoogte en die ten minste 4 meter hoog is.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 2.De stedenbouwkundige vergunningsaanvraag wordt ingediend via het daartoe voorziene formulier, conform het model van de bijlage 1. van dit besluit.
  De vergunnende overheid stelt de bijgevoegde documenten vermeld in dit besluit ter beschikking van de aanvrager [1 ter beschikking van de aanvrager]1.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 3.Dit besluit stelt de gemeenschappelijke bepalingen vast voor iedere vergunningsaanvraag en betreffende alle types van handelingen en werken alsook, voor elk type van handelingen en werken, de desbetreffende bijzondere bepalingen.
  [1 Onder voorbehoud van de hypothese zoals bedoeld in lid 4,]1 vergunningsaanvraag dient zowel te beantwoorden aan de gemeenschappelijke bepalingen vastgesteld in hoofdstuk II en aan de bijzondere bepalingen vastgesteld in hoofdstuk III toepasbaar op de handelingen en werken beoogd door de aanvrager [1 In geval van tegenspraak tussen de gemeenschappelijke bepalingen en de bijzondere bepalingen zijn deze laatste van toepassing.]1
  Wanneer een zelfde aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken bedoeld in verschillende afdelingen van hoofdstuk III waarin afzonderlijke bijzondere bepalingen worden vastgelegd, dient deze te beantwoorden aan al deze bepalingen.
  Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is, beantwoordt deze aan de gemeenschappelijke bepalingen van hoofdstuk II en aan de bijzondere bepalingen van hoofdstuk IV.
  [1 De krachtens dit besluit verzamelde informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor de uitoefening van hun bevoegdheden door de verschillende overheden.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 4. Het aanvraagdossier van de stedenbouwkundige vergunning dient de relevante elementen te bevatten die de overheid toelaten om zich uit te spreken over de aanvraag met volledige kennis van zaken.
  In functie van de bijzonderheden van elk dossier kan de vergunnende overheid in de loop van de procedure bijkomende elementen vragen, zoals een aanvullende fotoreportage of documenten die de bestemming van het goed aantonen.

  HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Afdeling 1. - In te dienen gemeenschappelijke documenten

  Art. 5.Het aanvraagdossier bevat steeds de volgende documenten :
  1° De vergunningsaanvraag, opgesteld op een formulier overeenkomstig bijlage 1. van dit besluit met een precisering van de type van de beoogde handelingen en werken en ondertekend door de aanvrager alsook door de architect indien deze is vereist, in vier exemplaren;
  2° Een verklarende nota waarin de voornaamste opties van het project worden gedetailleerd, in vier exemplaren.
  Indien de voorziene handelingen en werken elementen bevatten die de buurt kunnen schaden, moet de nota de geplande maatregelen ter vermijding van deze hinder vermelden;
  3° De relevante foto's, in vier exemplaren.
  De relevante foto's zijn recente foto's van het goed, van de aanpalende gebouwen en van de buurt die toelaten om de bestaande toestand en de stedenbouwkundige context waarin de aanvraag zich bevindt correct te evalueren.
  Deze foto's, minstens vier, zijn in kleur, hebben voldoende grote afmetingen en worden genummerd en ingediend op een document (gevouwen) op formaat DIN A4.
  De verschillende fotografische opnamepunten worden aangeduid op het in artikel 16 bedoelde inplantingsplan of, bij ontstentenis, op de uitvoeringsplannen;
  4° De plannen, in vier exemplaren.
  De gemeenschappelijke kenmerken van de verschillende plannen worden gepreciseerd in afdeling 3 van dit hoofdstuk.
  De in te dienen plannen, alsook hun eventuele bijzonderheden, worden bepaald in de verschillende afdelingen van hoofdstuk III met betrekking tot de verschillende types van beoogde handelingen en werken;
  5° De inlichtingen betreffende het eigendomsbewijs van het betrokken goed, afgeleverd overeenkomstig artikel 144 van het Wetboek van de successierechten door [1 de kantoren bevoegd voor de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie ]1 van het ambtsgebied waarin het goed gelegen is of, als de akte dateert van minder dan 6 maanden vóór het indienen van de aanvraag, een attest van de notaris die die akte heeft opgesteld, in twee exemplaren;
  6° Indien de vergunnende overheid dossierkosten eist op het moment van de indiening van de vergunningsaanvraag, het betalingsbewijs.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 6.Het aanvraagdossier bevat desgevallend de volgende documenten :
  1° a) wanneer de aanvrager het goed niet bezit of geen zakelijk of persoonlijk bouwrecht heeft, een afschrift van de bekendmaking aan de eigenaar conform bijlage 2. van dit besluit, waarbij deze ingelicht wordt dat de aanvrager de intentie heeft een aanvraag betreffende zijn goed in te dienen, in twee exemplaren.
  Het document wordt hetzij ter kennisneming ondertekend door de eigenaar, hetzij vergezeld van het ontvangstbewijs van de aangetekende zending aan de eigenaar,
  b) wanneer het handelingen en werken betreft die betrekking hebben op de gemeenschappelijke delen van een mede-eigendom, een afschrift van de bekendmaking aan de mede-eigenaars, eventueel vertegenwoordigd door de syndicus, in twee exemplaren.
  Het document wordt hetzij ter kennisneming ondertekend door alle mede-eigenaars, of desgevallend door de syndicus, hetzij vergezeld van het ontvangstbewijs van de aangetekende zending;
  2° Wanneer de aanvraag wordt ingediend door een volmachthouder, een afschrift van het volmacht, in twee exemplaren;
  3° [1 Wanneer de aanvraag niet is vrijgesteld van het advies van de DBDMH:
   a) en ze wordt ingediend bij toepassing van artikel 330, § 3, van het BWRO: het advies van de DBDMH met een exemplaar van de door de DBDMH afgestempelde plannen;
   b) in de andere hypotheses: de documenten zoals bedoeld door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 april 2019 tot vaststelling van het formulier dat moet worden toegevoegd aan de aanvragen voor stedenbouwkundige en/of milieuattesten en -vergunningen en aan aanvragen voor verkavelingsvergunningen houdende de vereiste gegevens om de Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp in staat te stellen een advies af te leveren]1;
  4° [1 Wanneer het vereist is door het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing van 2 mei 2013 of een van zijn uitvoeringsbesluiten:
   a) het EPB-voorstel, in viervoud;
   b) het bewijs van de afgifte bij of de verzending naar Leefmilieu Brussel van de geïntegreerde haalbaarheidsstudie zoals bedoeld in artikel 2.2.7 van het wetboek, in één exemplaar]1;
  5° Wanneer de aanvraag onderworpen is aan een voorafgaande effectenbeoordeling in toepassing [1 van artikel 175/2 of 175/15]1 van het BWRO, de voorbereidende nota van de effectenstudie bedoeld in bijlage A van het BWRO of het effectenverslag bedoeld in bijlage B van het BWRO, naargelang het geval, in vier exemplaren;
  6° [1 Wanneer de aanvraag niet onderworpen is aan een voorafgaande effectenbeoordeling bij toepassing van artikel 175/2 of 175/15 van het BWRO, maar wel het voorwerp moet zijn van een passende effectenbeoordeling krachtens de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, deze passende beoordeling, in viervoud]1;
  7° Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een goed dat deel uitmaakt van categorie 0 in de inventaris van de bodemtoestand in de zin van artikel 3, 15° van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems en de beoogde handelingen en werken hetzij een uitgraving bevatten, hetzij van dien aard zijn dat ze een eventuele latere behandeling of controle van een bodemverontreiniging belemmeren, hetzij van dien aard zijn dat ze de blootstelling verhogen van personen of van het milieu aan de eventuele risico's veroorzaakt door een bodemvervuiling, een van de volgende documenten, in twee exemplaren :
  - de gelijkvormigheidsverklaring van een verkennend bodemonderzoek (VBO) in de zin van artikel 13, § 4 van deze ordonnantie,
  - de verbintenis om dit onderzoek te laten uitvoeren vóór de aflevering van de gevraagde stedenbouwkundige vergunning,
  8° Wanneer een bestemmingsplan of een stedenbouwkundige verordening dit oplegt, de gemotiveerde nota of ieder ander document dat vereist wordt door dit plan of deze verordening, in vier exemplaren.
  Deze nota kan worden geïntegreerd in de verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2°.
  9° Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken op een afstand van minder dan 4 m van de hoge oever van een waterloop, de voorafgaande toestemming van de beheerder van de waterloop vereist door de Provinciale verordening van 30 januari 1955 betreffende de niet-bevaarbare waterwegen van de Provincie Brabant in haar artikel 32.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Afdeling 2. - In te dienen bijkomende exemplaren van de documenten

  Art. 7.Wanneer de aanvraag onderworpen is [1 ...]1 aan het advies van de overlegcommissie, dienen v ijf bijkomende exemplaren van de volgende documenten te worden ingediend :
  1. de vergunningsaanvraag (bijlage 1.) bedoeld in artikel 5, 1°,
  2. de verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2°,
  3. de relevante foto's bedoeld in artikel 5, 3°,
  4. de syntheseplannen bedoeld in artikel 19 of het geheel van de plannen bedoeld in artikel 5, 4° indien hun afmetingen het DIN A3- formaat niet overschrijden,
  5. in voorkomend geval, de voorbereidende nota van de effectenstudie of het effectenverslag bedoeld in artikel 6, 5°,
  6. in voorkomend geval, de passende beoordeling bedoeld in artikel 6, 6°,
  7. in voorkomend geval, de gemotiveerde nota of ander document, bedoeld in artikel 6, 8°,
  8. in voorkomend geval, de fotoreportage van de binnenkant bedoeld in artikelen 23, 5° et 27, 5°,
  9. in voorkomend geval, de fotomontage bedoeld in artikelen 32, 5°, 35, 5° en 53, 5°,
  10. in voorkomend geval, de afbeelding van de reclame bedoeld in artikel 32, 7°.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 8. Wanneer de aanvraag, in het kader van de effectenbeoordelingen, een openbaar onderzoek in verschillende gemeenten vereist, dient een bijkomend exemplaar, per betrokken gemeente, van de documenten opgelijst in artikel 7 te worden ingediend.

  Art. 9. Wanneer de aanvraag aanleiding geeft tot de raadpleging van besturen of instellingen, dient per gevraagd advies een bijkomend exemplaar van volgende documenten te worden ingediend :
  1. de vergunningsaanvraag (bijlage 1.) bedoeld in artikel 5, 1°,
  2. de verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2°,
  3. de relevante foto's bedoeld in artikel 5, 3°,
  4. het geheel van de plannen bedoeld in artikel 5, 4°,
  5. in voorkomend geval, het EPB-voorstel bedoeld in artikel 6,4°,
  6. in voorkomend geval, de voorbereidende nota van de effectenstudie of het effectenverslag bedoeld in artikel 6, 5°,
  7. in voorkomend geval, de passende beoordeling bedoeld in artikel 6, 6°,
  8. in voorkomend geval, de gemotiveerde nota of ander document, bedoeld in artikel 6, 8°,
  9. in voorkomend geval, de fotoreportage van de binnenkant bedoeld in artikelen 23, 5° et 27, 5°,
  10. in voorkomend geval, de fotomontage bedoeld in artikelen 32, 5°, 35, 5° en 53, 5°,
  11. in voorkomend geval, de afbeelding van de reclame bedoeld in artikel 32, 7°.

  Art. 10. Wanneer de aanvraag het advies van de KCML vereist, dienen twee bijkomende exemplaren van de documenten opgelijst in artikel 9 te worden ingediend.

  Art. 11. Wanneer het een aanvraag betreft voor een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of voor een goed waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is zoals bedoeld in hoofdstuk IV, dienen een bijkomend exemplaar van de documenten opgelijst in artikel 9 en vijf exemplaren van de " erfgoeddocumenten " bedoeld in artikel 58, 5° van hoofdstuk IV, te worden ingediend.

  Art. 12.Wanneer de aanvraag deel uitmaakt van de bevoegdheden van de gemachtigde ambtenaar, in toepassing van artikel [1 123/2]1 van het BWRO, en zich uitstrekt over het grondgebied van verschillende gemeenten, dienen, per betrokken gemeente, twee bijkomende exemplaren van de documenten opgelijst in artikel 9 te worden ingediend.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 13.§ 1 Indien zij het noodzakelijk acht en in functie van de bijzonderheden van het dossier, kan de vergunnende overheid bijkomende exemplaren eisen.
  § 2 De bijkomende exemplaren vereist met toepassing van deze afdeling kunnen worden ingediend op een elektronische drager die leesbaar is voor de vergunnende overheid.
  [1 Bij afwijking van het vorige lid moet de aanvrager bij zijn dossier een voor de vergunnende overheid leesbare digitale informatiedrager voegen waarop zich de overeenkomstig deze afdeling vereiste documenten bevinden, in de volgende gevallen:
   1° de aanvraag vereist de tussenkomst van een architect;
   2° de aanvraag wordt ingediend door een publiekrechtelijk rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 123/2, § 1, 1°, van het BWRO;
   3° de aanvraag heeft betrekking op handelingen en werken van openbaar nut zoals bedoeld in artikel 123/2, § 1, 2°, van het BWRO;
   4° de aanvraag is onderworpen aan een voorafgaande effectenbeoordeling bij toepassing van artikel 175/2 of 175/15 van het BWRO of aan een passende effectenbeoordeling krachtens de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
   5° De aanvraag wordt aan het openbaar onderzoek onderworpen.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Afdeling 3. - Gemeenschappelijke kenmerken van de plannen

  Art. 14. Alle plannen worden gevouwen opDIN A4-formaat met een verticale presentatie van het voorblad waarop het voorwerp van de aanvraag, de datum, de schaal, het nummer, de index en de benaming van de plannen, het adres van het goed, de gegevens van de aanvrager alsook van de architect indien deze vereist is, vermeld worden.
  De tekeningen worden van maten voorzien en gearceerd of gerasterd, volgens een register te vermelden in de legende. Ze geven, zonder onduidelijkheid en op een gecontrasteerde manier, de verschillende ingrepen weer (afbraken, bouwwerken, inrichtingen, ...) alsook de bestemmings- of gebruikswijzigingen van de lokalen.
  Alle plannen worden ondertekend door de aanvrager alsook door de architect indien deze vereist is.

  Art. 15. Het liggingsplan laat toe om het goed nauwkeurig te situeren in het omliggende stadsweefsel.
  Het wordt opgemaakt op schaal tussen 1/10 000 en 1/1 000 en bevat de noordpijl.
  Voor de uitwerking van het liggingsplan wordt de alfanumerieke referentiekaart, " Brussels UrbIS ", ter beschikking gesteld van het publiek door het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG). Ze kan gratis worden gedownload op hun website.

  Art. 16. Het inplantingsplan dient duidelijk de bestaande en de voorziene toestand weer te geven, alsook de verschillende opnamepunten van de relevante foto's bedoeld in artikel 5, 3°, indien nodig, door aparte plannen.
  Voor de uitwerking van het inplantingsplan wordt de alfanumerieke referentiekaart, " Brussels UrbIS ", ter beschikking gesteld van het publiek door het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG). Ze kan gratis worden gedownload op hun website.
  Er bestaan drie types van inplantingsplannen (type A, type B, type C), met een verschillende samenstelling (groot, gemiddeld, klein) en vereist in functie van het type van beoogde handelingen en werken.
  De drie types inplantingsplannen zijn de volgende :
  1° Het inplantingsplan type A :
  Het bestaat uit een inplantingsplan en uit doorsneden en/of opstanden opgemaakt op schaal 1/500, 1/200 of 1/100 met vermelding van de relevante elementen die de beoordeling mogelijk maken van het project in zijn privé- en openbare nabije omgeving, zoals :
  I. in een straal van tenminste 50 meter van het betrokken goed :
  1. de noordpijl en de schaal,
  2. het tracé van de wegen met vermelding van hun benaming, de respectieve breedte van de rijweg, de voetpaden en de parkeerruimten, het tracé van de lijnen van het openbaar vervoer, haltes en toegangen alsook, in voorkomend geval, van de bomen en andere aanplantingen,
  3. de buurtwegen,
  4. de perceelsgrenzen, het huisnummer, de inplanting van de bouwwerken en de aanduiding van het volume van de bouwwerken (aantal bovengrondse verdiepingen en dakvorm),
  II. voor het betrokken goed en de aangrenzende/nabijgelegen goederen :
  1. de inrichtingen voor de openbare verlichting, de wegsignalisatie, technische installaties, stadsmeubilair en de hydranten,
  2. de bestemming van de bouwwerken,
  3. de aanduiding van de openingen en de overstekken van de naastliggende bouwwerken die naar de zijdelingse en achterste grenzen van het project gekeerd zijn,
  4. het huidige en het voorzienereliëf, door middel van hoogtelijnen of -punten met een precisie van minimum 1 meter, met aanduiding van de ingeschreven maten van de ophogingen of uitgravingen ten opzichte van de naastliggende terreinen,
  5. de beken, waterlopen, bronnen, watervlakken, vochtige gebieden of moerassen,
  6. de plaats van de hoogstammige bomen waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen te behouden, te vellen en aan te planten bomen en de aanduiding van hun soort en de projectie op de grond van hun kroon,
  III. voor het betrokken goed :
  1. het kadastraal nummer van het perceel, de grenzen van het goed met ingeschreven maten, de inplanting met ingeschreven maten van de te behouden, af te breken en/of op te bouwen bouwwerken,
  2. de afvoerbuizen voor afvalwater (met aanduiding van hun diepte),
  3. de bestaande erfdienstbaarheden,
  4. de voornaamste elementen (inplanting, ruimteprofiel) van het bijzonder bestemmingsplan en/of van de niet vervallen verkavelingsvergunning,
  5. de omheiningen en de aanleg van de koeren en tuinen en van de achteruitbouwstroken,
  6. de plaats van de parkeerruimten, de garages, de binnenwegen en de aansluiting ervan op het openbaar domein met vermelding van de aard van de gebruikte materialen;
  2° Het inplantingsplan type B :
  Het betreft een inplantingsplan opgemaakt op schaal 1/500, 1/200 of 1/100 en voorzien van de relevante elementen die de beoordeling van de integratie van het project mogelijk maken in zijn privé- en openbare nabije omgeving, zoals :
  I. voor het betrokken goed en de aangrenzende/nabijgelegen goederen :
  1. de noordpijl en de schaal,
  2. het tracé van de wegen met vermelding van hun benaming, de respectieve breedte van de rijweg, de voetpaden en de parkeerruimten, het tracé van de lijnen van het openbaar vervoer, haltes en toegangen alsook, in voorkomend geval, van de bomen en andere aanplantingen, van de inrichtingen voor de openbare verlichting, de wegsignalisatie, technische installaties en stadsmeubilair,
  3. de buurtwegen,
  4. de beken, waterlopen, bronnen, watervlakken, vochtige gebieden of moerassen,
  5. het huidige en het voorzienereliëf, door middel van hoogtelijnen of -punten met een precisie van minimum 1 meter, met aanduiding van de ingeschreven maten van de ophogingen of uitgravingen ten opzichte van de naastliggende terreinen,
  6. de perceelsgrenzen, het huisnummer, de inplanting van de bouwwerken en de aanduiding van het volume van de bouwwerken (aantal bovengrondse verdiepingen en dakvorm) en hun bestemming,
  7. de plaats van de hoogstammige bomen waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen te behouden, te vellen en aan te planten bomen en de aanduiding van hun soort en de projectie op de grond van hun kroon.
  8. de aanduiding van de openingen en de overstekken van de naastliggende bouwwerken die naar de zijdelingse en achterste grenzen van het project gekeerd zijn,
  II. voor het betrokken goed :
  1. het kadastraal nummer van het perceel, de grenzen van het goed met ingeschreven maten, de inplanting met ingeschreven maten van de te behouden, af te breken en/of op te bouwen bouwwerken,
  2. de bestaande erfdienstbaarheden,
  3. de voornaamste elementen (inplanting, ruimteprofiel) van het bijzonder bestemmingsplan en/of van de niet vervallen verkavelingsvergunning,
  4. de omheiningen en de aanleg van de koeren en tuinen en van de achteruitbouwstroken,
  5. de plaats van de parkeerruimten, de garages, de binnenwegen en de aansluiting ervan op het openbaar domein met vermelding van de aard van de gebruikte materialen;
  3° Het inplantingsplan type C :
  Het betreft een inplantingsplan opgemaakt op schaal 1/500, 1/200 of 1/100 met vermelding van de relevante elementen die de beoordeling mogelijk maken van het project in zijn privé- en openbare nabije omgeving, zoals :
  I. voor het betrokken goed en de aangrenzende/nabijgelegen goederen :
  1. de noordpijl en de schaal,
  2. het tracé van de wegen met vermelding van hun benaming en, in voorkomend geval, met vermelding van de bomen en andere aanplantingen, alsook van de inrichtingen voor de openbare verlichting, de wegsignalisatie, technische installaties van stadsmeubilair en haltes van openbaar vervoer,
  3. de buurtwegen,
  4. de perceelsgrenzen, het huisnummer, de inplanting van de bouwwerken en de aanduiding van het volume van de bouwwerken (aantal bovengrondse verdiepingen en dakvorm) en hun bestemming,
  5. de aanduiding van de openingen en de overstekken van de naastliggende bouwwerken die naar de zijdelingse en achterste grenzen van het project gekeerd zijn,
  II. voor het betrokken goed :
  1. het kadastraal nummer van het perceel, de grenzen van het goed met ingeschreven maten, de inplanting met ingeschreven maten van de bouwwerken,
  2. de bestaande erfdienstbaarheden,
  3. de voornaamste elementen (inplanting, ruimteprofiel) van het bijzonder bestemmingsplan en/of van de niet vervallen verkavelingsvergunning,
  4. de omheiningen en de aanleg van de koeren en tuinen en van de achteruitbouwstroken,
  5. de plaats van de parkeerruimten, de garages, de binnenwegen en de aansluiting ervan op het openbaar domein met vermelding van de aard van de gebruikte materialen,
  6. de plaats van de hoogstammige bomen waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen te behouden, te vellen en aan te planten bomen en de aanduiding van hun soort en de projectie op de grond van hun kroon.

  Art. 17.De uitvoeringsplannen dienen duidelijk de bestaande en de voorziene toestand weer te geven, indien nodig door afzonderlijke plannen.
  Tenzij anders vermeld, worden deze plannen opgemaakt op schaal 1/50 of 1/20.
  Voor de bouwwerken van meer dan 10 bovengrondse verdiepingen of met een gevelontwikkeling van meer dan 50 meter of met een grondoppervlakte van meer dan 2 500 m, kunnen deze plannen op schaal 1/100 [1 1/200]1 worden opgemaakt, voor zover de leesbaarheid van deze documenten hierdoor niet in het gedrang komt.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 18. De detailplannen omvatten bepaalde punctuele of herhalende elementen van het project en worden opgemaakt op schaal 1/50, 1/20 of op een grotere schaal.

  Art. 19. De syntheseplannen worden opgemaakt in DIN A3-formaat. Hun vormgeving dient te worden bestudeerd om de beste leesbaarheid toe te laten. Ze bevatten een legende en omvatten, voor de bestaande en de voorziene toestand, alle nodige plannen voor het duidelijke begrip van de aanvraag.

  Afdeling 4. - Wijzigingsprocedures van de aanvraag of van de vergunning

  Onderafdeling 1. - Wijziging van de aanvraag in de loop van de procedure (neerlegging van wijzigingsplannen)

  Art. 20.Wanneer de vergunningsaanvraag in de loop van de procedure wordt gewijzigd, [1 ...]1 preciseert de vergunnende overheid de bijkomende elementen die aan het dossier dienen te worden toegevoegd in functie van de kenmerken van de aangebrachte wijziging.
  De gewijzigde gedeelten dienen duidelijk te worden weergegeven.
  Het formulier van de vergunningsaanvraag (bijlage 1.) alsook de andere documenten waarvan de gegevens werden gewijzigd, dienen te worden aangepast.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Onderafdeling 2. - Wijziging van de afgeleverde vergunning (stedenbouwkundige wijzigingsvergunning)

  Art. 21. § 1 Wanneer een aanvraag tot wijzing van een afgeleverde stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend, met toepassing van artikel 102/1 van het BWRO, komt de bestaande toestand overeen met de vergunde toestand in de afgeleverde vergunning en waarvan de wijziging wordt gevraagd.
  De samenstelling van het dossier van de aanvraag van een afgeleverde stedenbouwkundige vergunning wordt bepaald, in functie van de gevraagde handelingen en werken, door de bepalingen van dit besluit.
  De documenten ingediend bij de oorspronkelijke vergunningsaanvraag en die niet gewijzigd worden door het voorwerp van de aanvraag tot wijzigingsvergunning, dienen niet noodzakelijk te worden neergelegd bij de vergunnende overheid.
  De uitvoeringsplannen kunnen worden beperkt tot de plannen waarop de wijziging betrekking heeft. De gewijzigde gedeelten dienen duidelijk te worden weergegeven.
  § 2 In bepaalde omstandigheden die verband houden met de bijzonderheden van het project, zoals in het geval van overschrijding van drempels die speciale regelen van openbaarmaking tot gevolg hebben of een effectenbeoordeling, zal de toestand vergund in de oorspronkelijke vergunning in aanmerking dienen te worden genomen.
  § 3 In ieder geval wordt het EPB-voorstel opnieuw geanalyseerd door het gehele ontwerp zoals het werd gewijzigd opnieuw in overweging te nemen. Indien het verschilt van het oorspronkelijke voorstel, dan wordt het aangepaste EPB-voorstel toegevoegd bij de wijzigingsaanvraag.

  HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen volgens het type van beoogde handelingen en werken

  Afdeling 1. - Bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting

  Onderafdeling 1. - Bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting met verplichte medewerking van een architect

  Art. 22. Deze onderafdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning voor de volgende handelingen en werken, die de verplichte medewerking van een architect vereisen : bouwen, heropbouwen, verbouwen, plaatsen van een vaste inrichting met of zonder wijziging van het bebouwd volume en/of van de bestemming/het gebruik.
  Wanneer de handelingen en werken bedoeld in het eerste lid voorafgaande afbraakwerken vereisen, worden deze gepreciseerd in de vergunningsaanvraag. Deze worden behandeld volgens de bepalingen van deze onderafdeling en niet volgens de bepalingen vastgelegd door afdeling 2.

  Art. 23. Het aanvraagdossier met betrekking tot dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan
  a) type A, voor de handelingen en werken die een toename van het bebouwde volume tot gevolg hebben, in de diepte of in de hoogte, van meer dan drie meter tegenover de bestaande toestand,
  b) type B, voor de handelingen en werken die een toename van het bebouwde volume tot gevolg hebben, in de diepte of in de hoogte, minder dan of gelijk aan drie meter tegenover de bestaande toestand,
  c) type C, voor de handelingen en werken zonder wijziging van het bebouwde volume;
  3° De uitvoeringsplannen ter verduidelijking van de wijze waarop het project aansluit op de naastliggende bouwwerken of, meer algemeen, waarop het zich in de buurt integreert.
  Deze plannen bevatten :
  a) een plattegrond van alle verdiepingen nodig voor het duidelijke begrip van de aanvraag, met inbegrip van de kelderverdiepingen, met aanduiding van hun precieze bestemming, en van de daken.
  Ze duiden per verdieping, de diepte aan van de naastliggende bouwwerken alsook de verschillende hierna vermelde plaatsen van dwars- en langsdoorsneden.
  Wanneer de handelingen en werken betrekking hebben op woningen geven de plannen, voor ieder bewoonbaar lokaal, nauwkeurig de netto vloeroppervlakte, de netto lichtdoorlatende oppervlakte en de hoogte onder plafond weer,
  b) alle relevante dwars- en langsdoorsneden met vermelding van de verschillende hoogtematen ten opzichte van het natuurlijke peil van het terrein en van de weg.
  Ze dienen het mandelige profiel van de gebouwen en dat van de scheidingsmuren van de naastliggende gebouwen af te beelden alsook de maten van de verhogingen en/of verlengingen van de mandelige muren.
  Ze dienen eveneens het hoogtepeil onder de kroonlijst en het hoogtepeil van de nokbalken van het project en de naastliggende bouwwerken af te beelden.
  In het geval van wijziging van het reliëf van het natuurlijke terrein dienen de bestaande en voorziene grondpeilen op elke doorsnede te worden afgebeeld,
  c) alle opstanden, met duidelijke vermelding van de aard en de kleur van de zichtbare materialen, van elke gevel van de voorziene bouwwerken en, als het project een wijziging beoogt die zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, minstens een betekenisvolle aanzet van de naastliggende gevels.
  Deze opstanden duiden de dikte van de stijlen, de verdeling, de materialen en de kleuren van het schrijnwerk aan,
  d) de rookafvoer- en de ventilatiekanalen alsook, behalve wanneer het project geen wijziging ervan voorziet, de afvoerbuizen voor het afvalwater, elke nuttige inlichting inzake de aansluiting op de riolering en op de leidingnetten voor drinkwater, gas, elektriciteit of andere ondergrondse voorzieningen en alle technische systemen die voor de omgeving hinderlijk kunnen zijn.
  e) in voorkomend geval de voorziene inrichtingen inzake veiligheid en gezondheid en de maatregelen om de rust in de buurt te vrijwaren;
  4° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  5° Een fotoreportage van de binnenkant, die als historische archivering kan dienen, wanneer de aanvraag de verwijdering inhoudt van opmerkelijke binnendecoratie, zoals lijstwerk, schoorstenen, marmer, lambrisering, parket, mozaïek, glas-in-loodramen, in twee exemplaren;
  6° Het statistisch NIS formulier, model I of model II, voorzien door het koninklijk besluit van 3 december 1962 dat een maandelijkse statistiek oplegt van de bouwvergunningen alsook van de aangevatte en voltooide bouwwerken gedurende die maand, in drie exemplaren;
  7° De axonometrie, wanneer deze vereist is krachtens artikel 6, 6° van het BWRO, in twee exemplaren.

  Onderafdeling 2. - Bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting vrijgesteld van de verplichte medewerking van een architect

  Art. 24. Deze onderafdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning voor de niet-structurele handelingen en werken van bouw, heropbouw, verbouwing en/of plaatsing van een vaste inrichting, zoals de wijziging van het schrijnwerk, de wijziging van gevelbekleding zonder volumewijziging, de wijziging van kleur, de plaatsing of de wijziging van precieze elementen, zoals kroonlijst, afvoerpijp, borstwering, zonnetenten, schotelantennes, verlichting, camera's, hek, scheidingsmuurtje, niet bedoeld door de andere hoofdstukken van dit besluit en vrijgesteld van de verplichte medewerking van een architect bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 november 2008 tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente, van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de overlegcommissie alsook van de speciale regelen van openbaarmaking of van de medewerking van een architect.

  Art. 25. Het aanvraagdossier met betrekking tot dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° De uitvoeringsplannen waarop de ingrepen in hun rechtstreekse context worden afgebeeld.
  Bij wijziging van het schrijnwerk mogen de uitvoeringsplannen worden beperkt tot de opstanden van de gevel, waarbij de dikte van de stijlen van het schrijnwerk, de verdeling en de materialen en de kleuren worden aangeduid.
  Bij wijziging van de kleur van de gevel mogen de uitvoeringsplannen worden beperkt tot de opstanden van de gevel of een fotomontage van de voorziene gevel,
  Bij wijziging van de gevelbekleding mogen de uitvoeringsplannen worden beperkt tot de opstanden van de gevel, met aanduiding van de materialen en de kleuren;
  Bij iedere andere ingreep mogen de uitvoeringsplannen worden beperkt tot de plannen, doorsneden en opstanden van de desbetreffende verdiepingen;
  3° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden.

  Afdeling 2. - Afbraak zonder heropbouw

  Art. 26. Deze afdeling is van toepassing op de vergunningsaanvragen betreffende de handelingen en werken van afbraak zonder heropbouw.

  Art. 27. Het aanvraagdossier met betrekking tot dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1, van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type B;
  3° De uitvoeringsplannen van het gedeelte van het goed waarop de afbraak betrekking heeft en zijn onmiddellijke omgeving, met :
  a) een plattegrond van alle verdiepingen, opstanden en doorsneden van het/de af te breken bouwwerk(en),
  b) het mandelige profiel van de zijgevels van de naastliggende bouwwerken,
  c) de plannen van heraanleg met de aanlegwijze van het terrein, de achteruitbouwstroken, de omheiningen en eventuele mandelige zijgevels,
  d) in voorkomend geval, de doorsneden waarop het huidige reliëf van het terrein en het voorziene profiel wordt afgebeeld, met aanduiding van de ingeschreven maten van de ophogingen of uitgravingen ten opzichte van de naastliggende terreinen;
  4° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  5° Een fotoreportage van de binnenkant, die als historische archivering kan dienen, wanneer de aanvraag de verwijdering inhoudt van opmerkelijke binnendecoratie, zoals lijstwerk, schoorstenen, marmer, lambrisering, parket, mozaïek, glas-in-loodramen, in twee exemplaren;
  6° Het statistisch NIS formulier, model I of model II, voorzien door het koninklijk besluit van 3 december 1962 dat een maandelijkse statistiek oplegt van de bouwvergunningen alsook van de aangevatte en voltooide bouwwerken gedurende die maand, in drie exemplaren;

  Afdeling 3. - Wijziging van de bestemming of van het gebruik van een bebouwd goed en/of wijziging van het aantal woningen

  Art. 28. Deze afdeling is van toepassing op de vergunningsaanvragen met betrekking tot de volgende handelingen : de wijziging van de bestemming of van het gebruik van een bebouwd goed en/of wijziging van het aantal woningen binnen een bestaand bouwwerk, dit alles zonder werken onderworpen aan stedenbouwkundige vergunning.

  Art. 29.Het aanvraagdossier met betrekking tot dit type handelingen bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1, van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type C;
  3° Het uitvoeringsplan met :
  a) een plattegrond met de ingeschreven maten van alle verdiepingen waarop de wijziging van bestemming/gebruik van het gebouw of de wijziging van het aantal woningen betrekking hebben,
  Bij creatie van woningen geeft het plan voor ieder bewoonbaar lokaal nauwkeurig de netto vloeroppervlakte, de netto lichtdoorlatende oppervlakte en de hoogte onder plafond weer,
  b) in voorkomend geval, voor het duidelijke begrip van de aanvraag, een schematische plattegrond van de andere verdiepingen van het gebouw, met vermelding van hun bestemming/gebruik,
  c) de rookafvoer- en ventilatiekanalen alsook, behalve wanneer het project geen wijziging ervan voorziet, de afvoerbuizen voor het afvalwater, elke nuttige inlichting inzake de aansluiting op de riolering en op de leidingnetten voor drinkwater, gas, elektriciteit of andere ondergrondse voorzieningen en alle technische systemen die voor de omgeving hinderlijk kunnen zijn,
  d) in voorkomend geval de voorziene inrichtingen inzake veiligheid en gezondheid alsook deze om de rust in de buurt te vrijwaren;
  4° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  5° Het statistisch NIS formulier, [1 In het geval waarin een interventie van een architect vereist is]1 model I of model II, voorzien door het koninklijk besluit van 3 december 1962 dat een maandelijkse statistiek oplegt van de bouwvergunningen alsook van de aangevatte en voltooide bouwwerken gedurende die maand, in drie exemplaren.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Afdeling 4. - Plaatsing van een reclame-inrichting en/of een uithangbord of van reclame verwijzende naar het uithangbord

  Art. 30. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning betreffende de volgende handelingen en werken : de plaatsing van reclame-inrichting en/of uithangbord(en) of reclame verwijzende naar uithangbord(en).

  Onderafdeling 1. - Plaatsing van een reclame-inrichting

  Art. 31. Deze onderafdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de plaatsing van (een) reclame-inrichting(en).

  Art. 32. Het aanvraagdossier betreffende dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type C, dat bovendien, in een straal van minstens 50 meter, de perceelsgrenzen, het huisnummer en de inplanting van de bouwwerken, het stadsmeubilair, alsook alle bestaande reclame-inrichtingen bevat;
  3° De uitvoeringsplannen, ter verduidelijking van de wijze waarop het project zich in de buurt integreert.
  Deze plannen bevatten tenminste een opstand en een doorsnede die de vorm, de grafische voorstelling, de afmetingen, de materialen en kleuren weergeven.
  Dit document vermeldt de bekendmakingstechniek, de bevestigingssystemen en, in voorkomend geval, de verlichtingssystemen;
  4° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  5° Naast de relevante foto's bedoeld in artikel 5, 4° een fotomontage in kleur, die toelaat om de reclame-inrichting op het goed te visualiseren en om de integratie van het project in de nabije omgeving, zowel openbaar als privé, te evalueren, in vier exemplaren;
  6° Wanneer het reclame op werfomheiningen betreft, ieder verantwoordingsstuk voor het bestaan van de werf alsook de aard en de duur ervan, in twee exemplaren;
  7° Wanneer het een reclame op werfdekzeilen en/of reclame op vinyl of hiermee gelijkgesteld betreft, een afbeelding van de reclame alsook ieder verantwoordingsstuk voor het bestaan van de werf alsook de aard en de duur ervan, in vier exemplaren.

  Art. 33. In de verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° dient het concept van de installatie te worden gepreciseerd.

  Onderafdeling 2. - Plaatsing van een uithangbord of van reclame verwijzende naar het uithangbord

  Art. 34. Deze onderafdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de plaatsing van (een) uithangbord(en) of van reclame verwijzende naar het uithangbord.

  Art. 35. Het aanvraagdossier betreffende dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1, van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° De uitvoeringsplannen, ter verduidelijking van de wijze waarop het project zich in de buurt integreert.
  Deze plannen bevatten tenminste een opstand en een doorsnede die de vorm, de grafische voorstelling, de afmetingen, de maatinschrijvingen nodig voor de plaatsing, de materialen en kleuren weergeven.
  De documenten vermelden de bekendmakingstechniek, de bevestigingssystemen en in voorkomend geval de verlichtingssystemen.
  Ze vermelden tevens het geheel van de geschematiseerde afmetingen in bijlage 3. van dit besluit;
  3° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  4° Naast de relevante foto's bedoeld in artikel 5, 3° een fotomontage in kleur, die toelaat om het uithangbord of de reclame-inrichting verbonden aan het uithangbord te visualiseren op het goed en om de integratie van het project in de nabije omgeving, zowel openbaar als privé, te evalueren, in vier exemplaren;

  Art. 36. De verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° preciseert tevens het concept van de installatie.

  Afdeling 5. - Wijziging van de bestemming en/of het gebruik van een onbebouwd goed

  Art. 37. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de wijzigingshandelingen van de bestemming of van het gebruik van een onbebouwd goed of van een niet bebouwd gedeelte van een bebouwd goed.

  Art. 38. Het aanvraagdossier betreffende dit type van handelingen bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type B, met precisering van de/het bestaande en voorziene bestemming/gebruik;
  3° De syntheseplannen, wanneer het inplantingsplan het DIN A3-formaat overschrijdt.

  Afdeling 6. - Gebruik van een terrein voor opslag, voor het parkeren van voertuigen en voor de plaatsing van verplaatsbare inrichtingen

  Art. 39. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de handelingen die gewoonlijk een terrein beogen te gebruiken voor :
  1° het opslaan van één of meer gebruikte voertuigen, van schroot, van materialen of afval;
  2° het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens voor reclamedoeleinden inbegrepen;
  3° het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen, tenten.

  Art. 40. Het aanvraagdossier betreffende één van deze types van handelingen bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type B, met bovendien :
  a) de inplanting van de te plaatsen materialen, voertuigen of verplaatsbare installaties,
  b) de distributienetwerken van water, gas, elektriciteit en afvoerbuizen voor afvalwater, alsook brandkranen,
  c) de weergave van de aanplantingen en andere inrichtingen om de opslagplaats te verbergen;
  3° De syntheseplannen, wanneer het inplantingsplan het DIN A3-formaat overschrijdt.

  Art. 41. De verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° preciseert tevens, wanneer het de plaatsing betreft van één of meer verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen, tenten, de voorziene inrichtingen, hun aantal en de gebruiksfrequentie van het terrein.

  Afdeling 7. [1 Ingrepen aan bomen gelegen buiten de weg]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 42.Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot [1 één of meerdere bomen tot doel hebben die niet aan de openbare weg staan en die beantwoorden een van volgende hypothese :
   1° hoogstammige boom die geveld of verplaatst moet worden, of waarop een ingreep gepland wordt die zijn overlevingskansen in gevaar brengt;
   2° boom die opgenomen werd in de inventaris van het onroerend erfgoed, bedoeld in artikel 207 van het BWRO]1.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 43. Het aanvraagdossier betreffende dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1, van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan opgemaakt op schaal 1/500, 1/200 of 1/100 met vermelding van de relevante elementen die de beoordeling mogelijk maken van het project in zijn privé- en openbare nabije omgeving :
  I. voor het betrokken goed en de aangrenzende/nabijgelegen goederen :
  1. de noordpijl en de schaal,
  2. het tracé van de wegen met vermelding van hun benaming en, in voorkomend geval, met vermelding van de bomen en andere aanplantingen,
  3. de perceelsgrenzen, het huisnummer, de inplanting van de bouwwerken en de aanduiding van het volume van de bouwwerken (aantal bovengrondse verdiepingen),
  II. voor het betrokken goed :
  1. het kadastraal nummer van het perceel, de grenzen van het terrein met ingeschreven maten, de inplanting met ingeschreven maten van de bouwwerken,
  2. de omheiningen en de aanleg van de koeren en tuinen en van de achteruitbouwstroken,
  3. de plaats van de parkeerruimten, de garages, de binnenwegen en de aansluiting ervan op het openbaar domein met vermelding van de aard van de gebruikte materialen,
  4. de plaats van de hoogstammige bomen waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen te behouden, te vellen en aan te planten bomen en de aanduiding van hun soort, de projectie op de grond van hun kroon en de omtrek van hun stam gemeten op 1,50m hoogte,
  5. de voorziene heraanleg- en/of herbeplantingsmaatregelen;
  3° De syntheseplannen, wanneer het inplantingsplan het DIN A3-formaat overschrijdt.

  Art. 44. De verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° preciseert tevens het aantal te vellen bomen, hun soort, hun omtrek op 1,50 meter van de grond, hun veronderstelde leeftijd, de heraanlegmaatregelen en de beoogde periode voor het vellen.

  Afdeling 8. - Inrichting van een groene ruimte onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning, wijziging van het bodemreliëf, ontbossing en/of ontginning

  Art. 45. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de volgende handelingen en werken :
  1° Een aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen groene ruimte inrichten;
  2° Het reliëf van de bodem aanzienlijk wijzigen;
  3° Ontbossen;
  4° Ontginnen of de vegetatie wijzigen van elk gebied waarvan de bescherming door de Regering nodig wordt geacht.

  Art. 46. Wanneer de handelingen en werken meerdere types van werken betreffen bedoeld in punten 1° tot 4° van artikel 45, worden de bepalingen die hierop betrekking hebben samengevoegd.

  Art. 47. Het aanvraagdossier met betrekking tot één van deze types van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type A voor de handelingen en werken met betrekking tot artikel 45, 1° en het inplantingsplan type B voor de handelingen en werken met betrekking tot artikel 45, 2°, 3°, 4°.
  Het inplantingsplan (A of B) bevat bovendien :
  a) in het geval van een inrichting van een groene ruimte, het tracé van de wegen met aanduiding van hun benaming, breedte, hellingen en materialen alsook de bomen en andere aanplantingen,
  b) in het geval van een aanzienlijke wijziging van het bodemreliëf, de grenzen van de gewijzigde zone met ingeschreven maten, alsook de desbetreffende hoogten en volumes,
  c) in het geval van een ontbossing, van een ontginning of van de wijziging van de vegetatie van elk gebied waarvan de bescherming door de Regering nodig wordt geacht, de afbakening van de vegetatiezones, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de te behouden, te ontbossen, te ontginnen of te wijzigen zones en hun respectieve oppervlakten en het type van aanwezige vegetatie nauwkeurig wordt weergegeven (begroeiing, leeftijd en afmetingen);
  3° Voor de inrichting van een groene ruimte, de detailplannen die de specifieke elementen bevatten, zoals het stadsmeubilair, de verlichting, de speelpleinen, de voetpaden, de terrassen, de omheiningen, de aanplantingen;
  4° De syntheseplannen, wanneer de plannen het DIN A3-formaat overschrijden.

  Art. 48. De verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° preciseert tevens :
  a) wanneer het aanzienlijke wijzigingswerken van het bodemreliëf betreft, de beoogde doelen, de aard van de te verwijderen grond en, naargelang het geval, de aard en de herkomst van de aan te voeren grond, de ligging van de grondwaterspiegel, alsmede de genomen maatregelen voor de beveiliging van de omliggende bouwwerken en beplanting,
  b) wanneer het ontbossingswerken betreft, de ouderdom van de houtopstand, het doel van de ontbossing en het project van heraanleg van het goed na de ontbossing alsook de ligging van de grondwaterspiegel en de invloed van de geplande ontbossing op de waterhuishouding wanneer het een omvangrijke ontbossing betreft,
  c) in geval van ontginningswerken of werken tot wijziging van de vegetatie van elk gebied waarvan de bescherming noodzakelijk wordt geacht door de Regering, de aard van de vegetatie, het doel van de werken en de geplande heraanleg na de werken alsook de ligging van de grondwaterspiegel en de invloed van de geplande ontginning of van de geplande wijziging van de vegetatie op de waterhuishouding wanneer deze handelingen omvangrijk zijn,
  d) wanneer de aanvraag het vellen van hoogstammige bomen betreft, het aantal te vellen bomen, hun soort, hun omtrek op 1,50 meter van de grond, hun veronderstelde leeftijd en de heraanlegmaatregelen.

  Afdeling 9. - Infrastructuur- en/of stedelijke inrichtingswerken onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning

  Art. 49. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de volgende handelingen en werken :
  1° de aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen infrastructuurhandelingen en -werken, zoals het aanleggen, het wijzigen, of het afschaffen van wegen, bruggen, tunnels, bovengrondse parkeerplaatsen op het openbaar domein, spoorwegen, metro, hydraulische werken, rioleringen, kanalen, havens, geluidswerende inrichtingen en van de leidingen en installaties voor energie- en grondstoffenvervoer;
  2° de aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen handelingen en werken van stedelijke inrichting, zoals het vellen van bomen op de openbare weg, openbare verlichting, stadsmeubilair, kunstwerken, technische installaties.

  Art. 50. De verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° preciseert tevens :
  a) de beschrijving van de beoogde infrastructuur zowel op het fysisch vlak als op het vlak van de werking,
  b) de doelstellingen van de aanvraag in functie van de evolutie van de bestaande toestand,
  c) de beschrijving van het project en de invloed op de bestaande toestand.

  Art. 51. Het aanvraagdossier met betrekking tot één van deze types van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan met aanduiding van onder meer de noordpijl, de benaming en het administratief statuut van de aangrenzende wegen, de rijrichtingen en het tracé van de geplande werken;
  2° Het inplantingsplan type B op schaal 1/1000, 1/500, 1/200 of 1/100 waarop met name de leidingnetten voor drinkwater, gas, elektriciteit en de afvoerbuizen voor afvalwater, alsook telecom- en datakabels worden aangeduid, met vermelding van hun diepte, en de hydranten;
  3° De uitvoeringsplannen bevatten :
  a) een plattegrond op schaal 1/500 of 1/200, aangevuld met de kruispunten op schaal 1/200, waarbij de nadruk gelegd wordt op de wijze waarop het project bij de nabije omgeving past en zich meer algemeen in de buurt integreert, met aanduiding, zowel voor de bestaande toestand als voor het project, van :
  1. het reliëf door hoogtelijnen,
  2. de voorziene bestemming voor elk deel van de infrastructuur,
  3. de verschillende materialen,
  4. de plaats van te behouden, te planten en te vellen beplantingen met vermelding van de boomsoort wat deze laatste betreft,
  5. de elementen van het stadsmeubilair, de al dan niet lichtgevende signalisatie, de inrichtingen voor de openbare verlichting en de grondmarkeringen,
  b) de voor een goed begrip van het project noodzakelijke langs- en dwarsdoorsneden op schaal 1/500, 1/200, 1/100 of 1/50;
  c) de hellingen van de verschillende elementen van de infrastructuur worden op de in a) en b) bedoelde documenten vermeld. In voorkomend geval wordt het reliëf met hoogtelijnen aangeduid;
  4° De technische detailplannen die nodig zijn voor een goede begrip van het project;
  5° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden.

  Afdeling 10. - Plaatsing en/of wijziging van telecommunicatie-installaties

  Art. 52. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de handelingen en werken voor de plaatsing en/of wijziging van telecommunicatie-installaties, zoals antennes en technische installaties en kasten verbonden aan de antennes, met uitzondering van de schotelantennes of vergelijkbare antennes bestemd voor de ontvangst van televisie-uitzendingen en voor privé-gebruik.

  Art. 53. Het aanvraagdossier betreffende dit type van handelingen en werken bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 1 van dit besluit en de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type C, waarop duidelijk, in kleur, alle bestaande (in groen) en voorziene installaties (in rood) worden weergegeven.
  Wanneer de installatie gelegen is in de openbare ruimte bevat het inplantingsplan bovendien, in een straal van 50 meter, de perceelsgrenzen, het huisnummer, en de inplanting van de bouwwerken;
  3° De uitvoeringsplannen geven duidelijk, in kleur, alle bestaande (in groen) en voorziene installaties (in rood) weer. Ze worden bij voorkeur voorgesteld op DIN A3-formaat. Ze worden op een schaal opgemaakt die de beste leesbaarheid van het project toelaat.
  Ze bevatten :
  a) een plattegrond op schaal 1/50, 1/100 of 1/200 van alle betrokken verdiepingen, de ondergrondse verdiepingen inbegrepen, met duidelijke vermelding van de bestemming ervan, van het dak alsook van de zones palend aan de voorziene bouwwerken; deze plannen geven weer hoe elke verdieping, de daken en de aanleg op de grond kaderen in de naastliggende of omliggende gebouwen en duiden de verschillende plaatsen aan van de hierna bedoeld dwars- en langsdoorsneden,
  b) in voorkomend geval, de relevante dwars- en langsdoorsneden, op schaal 1/50, 1/100, 1/200 of 1/500, met vermelding van de verschillende hoogtematen zowel ten opzichte van het natuurlijke peil van het terrein als dat van de weg.
  Ze dienen het mandelige profiel van de gebouwen en dat van de scheidingsmuren van de naastliggende gebouwen af te beelden alsook de maten van de verhogingen en/of verlengingen van de mandelige muren.
  Ze dienen eveneens het hoogtepeil onder de kroonlijst en het hoogtepeil van de nokbalken van het project en de naastliggende bouwwerken af te beelden.
  Bij wijziging van het reliëf van het natuurlijke terrein dienen de bestaande en voorziene hoogtepeilen op elke doorsnede te worden vermeld,
  c) in voorkomend geval, de relevante dwars- en langsdoorsneden, op schaal 1/50, 1/100 of 1/200, waarbij de voorziene installaties beperkt tot de betrokken verdiepingen in detail worden weergegeven,
  d) alle opstanden, op schaal 1/50, 1/100, 1/200 of 1/500, met duidelijke vermelding van de aard en de kleur van de zichtbare materialen van elk van de voorziene installaties, de gevels van de desbetreffende gebouwen en, als het project wijziging beoogt die zichtbaar is vanaf de openbare ruimte, minstens het ruimteprofiel van de hoofdgevels van de naastliggende al dan niet aanpalende gebouwen. In deze documenten worden alle technische inrichtingen weergegeven die hinder zou kunnen vormen voor de buurt,
  e) wanneer de opstanden bedoeld in punt d) hierboven op schaal 1/500 worden opgemaakt, worden de gedeeltelijke plattegronden waarop de voorziene inrichtingen en hun inplanting in het gebouw in detail worden weergegeven, op schaal 1/50, 1/100 of 1/200 opgemaakt;
  4° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  5° Naast de relevante foto's bedoeld in artikel 5, 3° een fotomontage in kleur waarin duidelijk de integratie van de voorziene installatie op het desbetreffende goed en in zijn omgeving wordt weergegeven en die een gemakkelijke vergelijking toelaat met de foto's van de bestaande toestand, in vier exemplaren;
  6° De verklarende nota bedoeld in artikel 5, 2° bevat tevens een glossarium van de voornaamste technische termen die in de aanvraag worden gebruikt;

  Afdeling 11. - Plaatsing of wijziging van tijdelijke evenementele installaties en/of verbonden aan een werf

  Art. 54. Deze afdeling is van toepassing op de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot de handelingen en werken voor de plaatsing of wijziging van volgende tijdelijke installaties :
  1° De tijdelijke installaties met sociaal, cultureel, recreatief of evenementeel, van een duur korter dan of gelijk aan één jaar;
  2° De tijdelijke installaties die nodig zijn voor de uitvoering van werken of nodig voor de voortzetting van activiteiten die niet meer kunnen worden uitgevoerd op een site wegens een bestaande werf, tijdens de duur van de werken en voor een maximale duur van zes jaar.

  Art. 55. Het aanvraagdossier met betrekking tot één van deze types van handelingen en werken bevat de volgende plannen :
  1° Het liggingsplan;
  2° Het inplantingsplan type C, dat bovendien, in een straal van minstens 50 meter, de perceelsgrenzen, het huisnummer, en de inplanting van de bouwwerken en van het stadsmeubilair bevat;
  3° De uitvoeringsplannen ter verduidelijking van de wijze waarop het project zich in de buurt integreert en die minstens een opstand en een doorsnede bevatten die de vorm, de afmetingen, de materialen en de kleuren nauwkeurig weergeven;
  4° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden.

  HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen van toepassing op de aanvragen tot vergunningen betreffende een beschermd of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is

  Art. 56.Dit hoofdstuk is van toepassing op de vergunningsaanvragen [1 ...]1 die betrekking hebben op een beschermd goed of op de bewaarlijst ingeschreven goed of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 57.Het aanvraagdossier betreffende deze vergunningen bevat de gemeenschappelijke documenten bedoeld in hoofdstuk II van dit besluit en de specifieke documenten bedoeld [1 in artikel 58]1 van dit hoofdstuk.
  ----------
  (1)<BESL 2019-07-04/09, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>

  Art. 58. Het aanvraagdossier bevat de volgende specifieke documenten :
  1° Het liggingsplan;
  2° De uitvoeringsplannen;
  3° De syntheseplannen, wanneer de uitvoeringsplannen het DIN A3-formaat overschrijden;
  4° De documenten bedoeld in hoofdstuk III van dit besluit, wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken die hierin vermeld worden.
  Voor het specifieke geval van niet-structurele handelingen en werken bedoeld in artikel 24 van dit besluit, die niet zijn vrijgesteld van de medewerking een architect enkel en alleen doordat de aanvraag een beschermd goed betreft, ingeschreven op de bewaarlijst of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is, is de samenstelling van het aanvraagdossier van hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 2 van toepassing;
  5° De volgende " erfgoeddocumenten " voor de ingrepen die de gedeelten die specifiek door de beschermingsmaatregel worden vermeld of die hierop een weerslag hebben, en in functie van hun relevantie :
  a) een intentienota waarin het voorwerp en de doelstellingen van de ingrepen worden verduidelijkt en de restauratieprincipes en -opties worden gedefinieerd, en, in voorkomend geval, een actie- en faseringsplan van de ingrepen,
  b) de voorstudies, d.w.z. :
  1. een beschrijving van de uiterlijke toestand van het goed en van de waargenomen ongeordendheden. In voorkomend geval wordt deze beschrijving gevormd door relevante overzichten, volledige inventarissen, fotoreportages en/of -overzichten,
  2. een historische, wetenschappelijke, technische en materiële analyse met betrekking tot de gedeelten van het goed waarop de handelingen en werken betrekking hebben,
  3. een stabiliteitsstudie, wanneer de handelingen en werken de stabiliteit kunnen aantasten,
  c) wanneer de schaal van de uitvoeringsplannen niet nauwkeurig genoeg is, plannen met :
  1. een nauwkeurige staat van de architecturale elementen of bestaande vegetatie bij vervanging, ontmanteling of wijziging van deze elementen,
  2. uitvoeringsdetails die de precieze ligging en het volume van elke categorie werken of ingrepen weergeven,
  d) een beschrijving van de werken en van de geplande technieken.
  Elke categorie werken dient te worden gelokaliseerd en hernomen te worden onder een apart rangnummer.
  Binnen iedere categorie van werken dient iedere post te worden gelokaliseerd, en hernomen worden onder een apart nummer en zo nauwkeurig mogelijk worden omschreven voor wat betreft :
  1. de aard van de gebruikte materialen of vegetatie,
  2. de aangewende technieken,
  3. de hoeveelheden te gebruiken materiaal of vegetatie. De aan te wenden hoeveelheden moeten nauwkeurig bepaald worden. Vermoedelijke hoeveelheden kunnen slechts vermeld worden indien de nauwkeurige bepaling afhangt van de voorafgaande uitvoering van belangrijke werken.

  HOOFDSTUK IVBIS. [1 HOOFDSTUK IVbis: BIJZONDERE BEPALINGEN TOEPASSELIJK OP DE VEREENVOUDIGDE AANVRAGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE REGULARISATIEVERGUNNING ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2019-07-04/09, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  

   Art. 58/1. [1 Dit hoofdstuk is toepasselijk op de aanvragen van vergunningen die worden ingediend bij toepassing van artikel 330, § 3, van het BWRO. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2019-07-04/09, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  

   Art. 58/2. [1 Ter aanvulling van de toepasselijke eisen van de hoofdstukken II en III omvat het in dit hoofdstuk bedoelde dossier een nota, vergezeld van bewijskrachtige elementen, die toelaat het bewijs te leveren van de datum van uitvoering van de handelingen en werken of, ten minste, aan te tonen dat deze handelingen en werken zijn uitgevoerd vóór 1 januari 2000. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2019-07-04/09, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  

   Art. 58/3. [1 Bij afwijking van de eisen van de hoofdstukken II en III omvat het dossier van vergunning zoals bedoeld in het huidige hoofdstuk niet:
   1° het EPB-voorstel;
   2° de voorbereidende nota voor de effectenstudie of het effectenverslag;
   3° de passende evaluatie zoals vereist krachtens de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;
   4° de axonometrie. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2019-07-04/09, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
  

  HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

  Art. 59. Dit besluit bevat 3 bijlagen :
  1. BIJLAGE 1. : Aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning,
  2. BIJLAGE 2. : Bekendmaking aan de (mede-) eigenaar(s) van een goed van de intentie om een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in te dienen,
  3. BIJLAGE 3. : Geschematiseerde afmetingen van de uithangborden (=informatief document).

  Art. 60. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 januari 2002 dat de samenstelling bepaalt van het dossier van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, gewijzigd bij Regeringsbesluit van 11 april 2003, wordt opgeheven.

  Art. 61. Dit besluit is toepasbaar op iedere aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ingediend vanaf de dag van zijn inwerkingtreding.

  Art. 62. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 63. De Minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Monumenten en Landschappen, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-03-2014, p. 21174)
  gewijzigd bij :
  
  <BESL 2019-07-04/09, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2019> Art. N2. Bijlage 2. - Bekendmaking aan de (mede-)eigenaar(s) van een goed van intentie om een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in te dienen
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-03-2014, p. 21183)

  Art. N3. Bijlage 3. - Schematische voorstelling van de afmetingen van het uithangbord (= informatief document)
  (Uithangbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-03-2014, p. 21185)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel,12 december 2013.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
R. VERVOORT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op het Brussels Wetboek voor Ruimtelijke Ordening goedgekeurd bij besluit van 9 april 2004 en bekrachtigd door de ordonnantie van 13 mei 2004, artikels 102/1, § 5, en 124;
   Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 januari 2002 tot vaststelling van de samenstelling van het dossier van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning;
   Gelet op het advies 52.674/4. van de Raad van State, gegeven op 21 januari 2013, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voordracht van de Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Ruimtelijke Ordening en Monumenten en Landschappen;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 04-07-2019 GEPUBL. OP 15-07-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 5; 6; 7; 12; 13; 17; 20; 29; 42; 56; 57; 58/1; 58/2; 58/3; N1)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie