J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Errata Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2013/12/11/2013014729/justel

Titel
11 DECEMBER 2013. - Koninklijk besluit houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS [(2)] (ERRATUM, zie B.St. 19-12-2013, p. 99702)

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 16-12-2013 nummer :   2013014729 bladzijde : 98952   BEELD
Dossiernummer : 2013-12-11/03
Inwerkingtreding : 01-04-2014    ***    01-01-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Algemene bepalingen en definities
Art. 1
TITEL II. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
Afdeling I. - Algemene bepalingen
Art. 2-5
Afdeling II. - De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
Art. 6-27
Afdeling III. - Infrabel
Art. 28-43
Afdeling 4. - Opheffing van titel IX
Art. 44
TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Afdeling 1. - Wetswijzigingen
Art. 45-52
Afdeling 2. - Reglementaire wijzigingen
Art. 53-59
TITEL IV. - Overgangsbepalingen
Art. 60-68
TITEL V. - Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling I. - Fiscale bepalingen
Art. 69
Afdeling II. - Diverse bepalingen
Art. 70-75

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Algemene bepalingen en definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt verstaan onder :
  1° Infrabel : de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel;
  2° Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort "NMBS" : de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS, vanaf het ogenblik dat de fusie bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) uitwerking heeft;
  3° NMBS Holding : de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding voor het ogenblik waarop de fusie bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) uitwerking heeft;
  4° HR Rail : de naamloze vennootschap van publiek recht bedoeld in artikel 7 van de wet van 30 augustus 2013 betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen;
  5° wet van 21 maart 1991 : de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

  TITEL II. - Wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven

  Afdeling I. - Algemene bepalingen

  Art. 2. Artikel 1, § 4, 2°, van de wet van 21 maart 1991, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen door "de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort NMBS, en Infrabel.".

  Art. 3. In artikel 2, § 2, 2°, van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" vervangen door de woorden "de NMBS".

  Art. 4. In artikel 27, §§ 4 en 5, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden "de NMBS-Holding" vervangen door de woorden "de NMBS" en worden de woorden "de NMBS" opgeheven.

  Art. 5. In artikel 43, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 28 april 2010 en van 13 december 2010, worden de woorden "NMBS-Holding, Infrabel en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen" vervangen door de woorden "de NMBS en Infrabel".

  Afdeling II. - De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen

  Art. 6. Het opschrift van titel V van de wet van 21 maart 1991, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt : "De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen".

  Art. 7. In titel V van dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen als volgt : "Definities en maatschappelijk doel".

  Art. 8. In titel V, hoofdstuk I, van dezelfde wet, worden de artikelen 154quater en 154quinquies ingevoegd, luidende :
  "Art. 154quater. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
  1° Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer : de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal, bedoeld in het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden;
  2° HR Rail : de naamloze vennootschap van publiek recht HR Rail, bedoeld in de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen.
  Art. 154quinquies. De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort NMBS, is een autonoom overheidsbedrijf met de rechtsvorm van een naamloze vennootschap van publiek recht. Zij ressorteert onder de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven.".

  Art. 9. Artikel 155 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 155. De NMBS heeft tot doel :
  1° het vervoer per spoor van reizigers en goederen, met inbegrip van het onthaal van en de informatie aan haar klanten;
  2° het vervoer van goederen in het algemeen en de logistieke diensten die daarmee verband houden;
  3° de verwerving, het onderhoud, het beheer en de financiering van rollend spoorwegmaterieel;
  4° de veiligheid en de bewaking op het gebied van de spoorwegen;
  5° het verwerven, het ontwerpen, de bouw, de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de spoorwegstations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden alsook hun directe omgeving, met inbegrip van het ontwerp, de ontwikkeling, de modernisering en de valorisatie van de stedelijke centra;
  6° de ontwikkeling van commerciële of andere activiteiten die bestemd zijn om rechtstreeks of indirect haar diensten te bevorderen of het gebruik van haar goederen te optimaliseren.
  De NMBS kan, zelf of via deelneming in bestaande of op te richten Belgische, buitenlandse of internationale instellingen en rechtspersonen, alle commerciële, industriële of financiële verrichtingen doen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of ten dele, verband houden met haar doel of de verwezenlijking of ontwikkeling ervan kunnen vergemakkelijken of bevorderen, met inbegrip van het stellen van zekerheden voor schulden van verbonden vennootschappen of vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
  De fabricage en de verkoop van goederen of diensten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de spoorwegactiviteit, worden inzonderheid geacht de verwezenlijking of ontwikkeling van het doel te kunnen bevorderen.
  De NMBS kan eveneens optreden als bestuurder, volmachtdrager, mandataris of vereffenaar in andere vennootschappen of ondernemingen.".

  Art. 10. Artikel 156 van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 156. De opdrachten van openbare dienst van de NMBS omvatten :
  1° het binnenlands vervoer van reizigers met treinen van de gewone dienst, met inbegrip van het onthaal van en de informatie aan haar klanten alsook het aandoen van binnenlandse bestemmingen door hogesnelheidstreinen;
  2° het grensoverschrijdende vervoer van reizigers, dit wil zeggen het vervoer met treinen van de gewone dienst voor het deel van het nationale traject dat niet gedekt is door 1° en tot de stations gelegen op de naburige netwerken bepaald in het beheerscontract;
  3° de verwerving, het onderhoud, het beheer en de financiering van rollend spoorwegmaterieel bestemd voor de uitvoering van de taken bedoeld in 1° en 2° ;
  4° de prestaties die de spoorwegonderneming moet leveren voor de behoeften van de Natie;
  5° het verwerven, het ontwerpen, de bouw, de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de spoorwegstations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden;
  6° de instandhouding van het historisch patrimonium betreffende de spoorwegexploitatie;
  7° de veiligheidsactiviteiten in de stations, in de onbemande stopplaatsen, in de treinen, op de sporen, met inbegrip van de reizigers- en goederenbundels, op de andere voor het publiek toegankelijke plaatsen van het spoorwegdomein en op alle plaatsen die beheerd worden door de NMBS;
  8° de bewakingsactiviteiten van de inrichtingen waarvan zij eigenaar is of waarvan zij het beheer waarneemt;
  9° de andere opdrachten van openbare dienst waarmee zij belast is door of krachtens de wet.

  Art. 11. In titel V, hoofdstuk II, van dezelfde wet, worden de artikelen 156bis tot 156sexies ingevoegd, luidende :
  "Art. 156bis. De opdracht van openbare dienst bedoeld in artikel 156, 7° omvat de volgende activiteiten :
  1° het controleren van de naleving van de wetgeving betreffende de spoorwegpolitie binnen de grenzen bepaald door het beheerscontract;
  2° het waken over de veiligheid, inzonderheid door de aanwezigheid en de tussenkomsten van de veiligheidsdienst;
  3° het coördineren van alle activiteiten die de strijd tegen fraude beogen te verbeteren;
  4° het beheer van de camera's die zich bevinden in de voor het publiek toegankelijke plaatsen, de treinen en de andere inrichtingen beheerd door de NMBS;
  5° het behandelen van noodoproepen in verband met veiligheidsproblemen;
  6° het deelnemen op verzoek van de politiediensten of van de douane, aan de organisatie van hun controles, alsmede aan de uitvoering van de veiligheidscontroles van de reizigers en hun bagage die via de Kanaaltunnel reizen;
  7° de verrichtingen inzake veiligheid afstemmen met de gerechtelijke overheden evenals de politiediensten en de Staatsveiligheid;
  8° het toezicht houden op de sporen met inbegrip van de reizigers- en goederenbundels, inzonderheid met het oog op de bestrijding van kabeldiefstallen.
  Art.156ter. § 1. De NMBS sluit met Infrabel een samenwerkingsovereenkomst die tot doel heeft de gezamenlijke uitoefening van hun opdrachten van openbare dienst in verband met veiligheid te verzekeren.
  Deze overeenkomst bepaalt de gemeenschappelijke strategie van de NMBS en van Infrabel, inzonderheid wat betreft de wijze en de omvang van de samenwerking, haar financiële modaliteiten, de wederzijdse verplichtingen van de partijen en opvolging van de overeenkomst.
  § 2. De NMBS en Infrabel nemen alle noodzakelijke maatregelen om de instandhouding van de veiligheidsketen en de samenhang van het beleid op vlak van veiligheid te verzekeren.
  Art. 156quater. § 1. De NMBS is de houder van een eeuwigdurende erfdienstbaarheid ten kosteloze titel op de perrons, op de doorgangen onder de sporen en op alle toegangswegen tot de perrons die eigendom zijn van Infrabel en zich bevinden in de stations en de onbemande stopplaatsen die door de NMBS worden beheerd, evenals op gelijksoortige nieuwe inrichtingen, opgericht door of voor rekening van Infrabel, vanaf hun inwerkingstelling, en dit uitsluitend met het oog op de uitvoering van haar opdrachten van openbare dienst bedoeld in artikel 156, 1° en 5°.
  § 2. De NMBS voert, met vrijstelling van Infrabel, op de goederen die het voorwerp uitmaken van de erfdienstbaarheid de volgende werken uit :
  1° de onderhoudswerken;
  2° de kleine en grote herstellingen;
  3° de inrichting, de verbetering en de renovatie.
  De NMBS heeft het recht om verankeringen aan te brengen aan de structuur van de perrons, de doorgangen onder de sporen en andere toegangswegen tot de perrons die toebehoren aan Infrabel voor zover deze verankeringen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werken bedoeld in het vorige lid.
  Indien de werken de grenzen van de grondslag van de erfdienstbaarheid wijzigen of in staat zijn deze grenzen te wijzigen, is het voorafgaande akkoord van Infrabel vereist.
  § 3. De erfdienstbaarheid heeft geen betrekking op de aanleg van de perrons, hun hoogte, hun structuur, hun nuttige lengte en breedte, hun afstand in verhouding tot de as van het spoor, hun tracé, hun bescherming tegen elektrische schokken, de plaatsing van beveiligingselementen op de perrons zoals signalisatie, elektrische en relaisdozen en dragers van bovenleidingen of elementen die deel uitmaken van de vertrekprocedure van de treinen. De uitoefening van de erfdienstbaarheid mag deze beveiligingselementen niet aantasten, noch de werking ervan hinderen.
  In haar hoedanigheid van eigenaar behoudt Infrabel het recht om alle elementen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar opdrachten van openbare dienst van spoorweginfrastructuurbeheer op te richten.
  § 4. Infrabel verzaakt aan de natrekking op de bouwwerken, uitrustingen en inrichtingen opgericht door de NMBS in het kader van de erfdienstbaarheid bedoeld in paragraaf 1.
  § 5. De NMBS is aansprakelijk ten aanzien van derden voor de schade veroorzaakt aan de personen en de goederen op of in de inrichtingen bedoeld in paragraaf 1 in haar hoedanigheid van bewaarder van de goederen op basis van artikel 1384, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek alsook ten gevolge van haar fout of haar onzorgvuldigheid.
  § 6. De erfdienstbaarheid heeft niet voor gevolg dat aan de NMBS de hoedanigheid van infrastructuurbeheerder wordt toegekend in de zin van artikel 3, 2°, van de Richtlijn 2012/34/EU van 21 november 2012 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie tot instelling van één Europese spoorwegruimte.
  § 7. De NMBS en Infrabel hebben de verplichting om zich op elkaar af te stemmen, volgens onderling te bepalen modaliteiten, inzonderheid voor de toepassing van de wet van 25 juli 1891 houdende herziening van de wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen en voor de organisatie van werken op de perrons, de doorgangen onder de sporen en andere toegangswegen tot de perrons om de doorstroming op de perrons, in de doorgangen onder de sporen en op andere toegangswegen tot de perrons evenals het treinverkeer, zo weinig mogelijk te verstoren.
  Art. 156quinquies. § 1. Indien de NMBS het voornemen opvat om in een station dat gelegen is in een verstedelijkt gebied een onroerend ontwikkelingsproject tot stand te brengen dat geheel of gedeeltelijk zal worden uitgevoerd in het gebied dat zich boven of onder het domein van Infrabel bevindt, kent deze laatste aan de NMBS de noodzakelijke zakelijke rechten toe om dit project uit te voeren. In de hypothese dat technische problemen worden ingeroepen door Infrabel, overleggen partijen om een oplossing te vinden die de uitvoering van het project toch mogelijk maakt.
  § 2. De NMBS neemt met betrekking tot genoemd project alle bijkomende kosten ten laste die Infrabel oploopt in het kader van de ontwerp- en bouwfase en die betrekking hebben op de spoorweginfrastructuur, evenals, nadat het project werd uitgevoerd, alle eventuele bijkomende exploitatiekosten die voortvloeien uit het gerealiseerde project.
  § 3. Voor het gedeelte van de zakelijke rechten, toegekend in het kader van genoemd project, dat niet behoort tot de opdrachten van openbare dienst van de NMBS, wordt voorzien in een eenmalige vergoeding ten gunste van Infrabel of één van haar dochtervennootschappen, die is overeen te komen tussen de twee partijen, op basis van een voorstel geformuleerd door het comité tot aankoop van onroerende goederen van de Staat, bedoeld in artikel 10, § 2, rekening houdend met de boekwaarde van de oppervlakte van de gronden waarop de voormelde zakelijke rechten zijn toegekend. Deze eenmalige vergoeding is beperkt tot maximum de boekwaarde van de oppervlakte van de gronden waarop de voornoemde zakelijke rechten zijn toegekend, zoals uitgedrukt in de boeken van Infrabel op het ogenblik van de toekennen van de zakelijke rechten.
  § 4. Een tussen Infrabel en de NMBS te sluiten overeenkomst vermeldt de lijst van de stations, bedoeld in paragraaf 1, en de wijze van de eventuele herziening ervan, evenals de overlegprocedures die ertoe strekken de eventuele technische problemen waarmee partijen worden geconfronteerd op te lossen, en bepaalt de modaliteiten van de vergoeding bedoeld in paragraaf 3.
  Art. 156sexies. In afwijking van artikel 5, § 2, wordt het beheerscontract tussen de NMBS en de Staat gesloten voor een duur van ten minste vijf en ten hoogste tien jaar.".

  Art. 12. Artikel 159 van dezelfde wet, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt in de volgende bewoordingen opnieuw ingevoegd :
  " De onroerende goederen die eigendom zijn van de NMBS mogen niet worden onteigend. Op voordracht van de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven, en na advies van de raad van bestuur van de NMBS, dat wordt verleend binnen de twee maanden volgend op de ontvangst van het verzoek daartoe, mag de Koning echter de onteigening toestaan van een onroerend goed dat niet langer nuttig zou zijn voor de spoorwegexploitatie. De opbrengst van de vervreemding van elk onroerend goed komt toe aan de NMBS.".

  Art. 13. In titel V, hoofdstuk III, van dezelfde wet, wordt een artikel 159bis ingevoegd luidende :
  "Art. 159bis. Voorafgaand aan de vervreemding van een onroerend goed dat niet noodzakelijk is voor de uitvoering van haar opdrachten van openbare dienst, informeert de NMBS Infrabel over de voorwaarden van de vervreemding met inbegrip van de overdrachtsprijs.
  Indien de voorwaarden van de NMBS door Infrabel zonder voorbehoud en onvoorwaardelijk worden aanvaard, wordt de overdracht aan Infrabel geacht tot stand te zijn gekomen.
  Indien Infrabel het recht bedoeld in het eerste lid niet uitoefent en vervolgens de voorwaarden van het aanbod door de NMBS substantieel worden gewijzigd, herleeft dit recht.
  De modaliteiten van de uitoefening van dit recht worden geregeld in een overeenkomst te sluiten tussen de NMBS en Infrabel. In de tussentijd oefenen de partijen dit recht uit als een goede huisvader.".

  Art. 14. In artikel 161ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen ingevoegd :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  "De raad van bestuur richt in zijn schoot een auditcomité en een benoemings- en bezoldigingscomité op.";
  2° de paragrafen 5 tot 7 worden opgeheven.

  Art. 15. In titel V van dezelfde wet, wordt hoofdstuk IIIbis, dat de artikelen 161quater en 161quinquies bevat, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 september 2004, hersteld als volgt :
  "HOOFDSTUK IIIbis - Het oriënteringscomité binnen de NMBS.
  Art. 161quater. Binnen de NMBS wordt een comité opgericht dat hierna het oriënteringscomité wordt genoemd.
  Art. 161quinquies. § 1. Het oriënteringscomité is samengesteld uit :
  1° zes vertegenwoordigers van de NMBS;
  2° zes vertegenwoordigers, leden van de gewestelijke vervoermaatschappijen, die worden benoemd volgens de modaliteiten bepaald in een samenwerkingsakkoord met de Gewesten.
  § 2. Het oriënteringscomité geeft, op eigen initiatief of op verzoek van de raad van bestuur, advies over elke maatregel die de samenwerking met de gewestelijke vervoermaatschappijen kan beïnvloeden. Indien de raad van bestuur wenst af te wijken van het advies van het comité, motiveert het zijn standpunt.".

  Art. 16. Artikel 162 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 september 2004, wordt vervangen als volgt :
  "De artikelen 18 tot 23 zijn niet van toepassing op de NMBS."

  Art. 17. In artikel 162bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De raad van bestuur is samengesteld uit maximum veertien leden, met inbegrip van de gedelegeerd bestuurder. Het aantal bestuurders wordt bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Ten minste een derde van zijn leden moet van het andere geslacht zijn.";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "De Koning benoemt de bestuurders, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.";
  3° in paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven;
  4° de woorden "N.M.B.S. Holding" worden vervangen door het woord "NMBS";
  5° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De bestuurders kunnen slechts door de Koning worden ontslagen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".

  Art. 18. In titel V, hoofdstuk IV, van dezelfde wet, wordt een artikel 162bis/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 162bis/1. De gedelegeerd bestuurder van de NMBS behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de gedelegeerd bestuurder van Infrabel behoort.".

  Art. 19. Artikel 162ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 162ter. Het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging wat dat bestuur aangaat, alsmede de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur worden opgedragen aan het directiecomité.
  De leden van het directiecomité vormen een college.
  Zij kunnen hun taken onder elkaar verdelen. Onder voorbehoud van de bevoegdheden die hem door deze wet zijn opgedragen als college, kan het directiecomité sommige van zijn bevoegdheden delegeren aan één of meer van zijn leden of aan personeelsleden. Hij kan de subdelegatie ervan toestaan. Hij stelt de raad van bestuur in kennis van de bevoegdheidsdelegaties krachtens dit lid."

  Art. 20. In artikel 162quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Het directiecomité van de NMBS is samengesteld uit de gedelegeerd bestuurder en de leden van het directiecomité. Het aantal leden van het directiecomité wordt bepaald door de raad van bestuur. Dit aantal mag de helft van het aantal leden van de raad van bestuur niet overtreffen. Het directiecomité wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder.";
  2° de woorden "N.M.B.S. Holding" worden vervangen door het woord "NMBS";
  3° de woorden "directeur-generaal" worden in het derde tot het vijfde lid in de Nederlandstalige versie vervangen door de woorden "algemeen directeur".

  Art. 21. In artikel 162quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "161ter, § 4" vervangen door de woorden "161ter, § 4, tweede lid";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" vervangen door het woord "NMBS";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  "De algemene vergadering stelt de bezoldiging vast van de leden van de raad van bestuur op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité. Zij houdt hierbij rekening met de prestaties van de mandatarissen, in acht genomen onder andere hun lidmaatschap van de bij wet bepaalde comités en de doelstellingen van de onderneming.";
  4° in paragraaf 3, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" vervangen door het woord "NMBS".

  Art. 22. In artikel 162sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "N.M.B.S. Holding" worden vervangen door het woord "NMBS";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "van het strategisch comité," opgeheven;
  3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 6° opgeheven;
  4° in paragraaf 1, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Geen andere bestuurders dan de gedelegeerd bestuurder mogen personeelsleden zijn van de NMBS in de zin van artikel 163bis.".

  Art. 23. In artikel 162octies, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002, worden de woorden "het strategisch comité" opgeheven.

  Art. 24. In artikel 162nonies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "N.M.B.S. Holding" worden vervangen door het woord "NMBS";
  2° de woorden "minister onder wie de spoorwegen ressorteren" worden vervangen door de woorden "minister bevoegd voor de overheidsbedrijven";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "van het organieke statuut" vervangen door de woorden "van de statuten";
  4° de woorden "van het strategisch comité" worden opgeheven;
  5° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "of van het oriëntatiecomité" opgeheven;
  6° in paragraaf 3, worden de woorden "van het oriënteringscomité" opgeheven;
  7° paragraaf 4, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "De Regeringscommissaris tekent binnen een termijn van vier werkdagen beroep aan bij de bovengenoemde minister tegen elke beslissing die strijdig is met de wet, de statuten, het beheerscontract of waarvan hij oordeelt dat zij nadeel kan berokkenen aan de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst van de NMBS.";
  8° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven;
  9° in paragraaf 4 worden het vierde tot het zesde lid vervangen als volgt :
  "De minister kan de betrokken beslissing vernietigen binnen een termijn van veertien dagen ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn. Hij betekent de vernietiging aan het betrokken bestuursorgaan. Indien de minister de vernietiging niet heeft uitgesproken binnen voornoemde termijn, wordt de beslissing definitief, onverminderd de bepalingen van het laatste lid.
  In geval van weerslag op de algemene uitgavenbegroting van de Staat, vraagt de minister het akkoord van de minister van begroting. Indien deze beide ministers niet tot een akkoord komen binnen de in het vierde lid bedoelde termijn van veertien dagen, wordt over de aangelegenheid beslist binnen een termijn van dertig dagen ingaand op dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde procedure.".

  Art. 25. Artikel 162decies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 maart 2002 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 162decies. § 1. In afwijking van artikel 26, eerste lid stelt de raad van bestuur van de NMBS het ondernemingsplan op voor de duur van het beheerscontract en past het jaarlijks aan. Dit plan geeft de doeleinden en de strategie van de onderneming aan rekening houdend met de mobiliteitsdoeleinden bepaald door de Ministerraad.
  § 2. Verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan zijn :
  1° de structuur en de kenmerken van het transportaanbod op het spoorwegnet en de onthaalpunten;
  2° de noden die voortvloeien uit haar doel weergegeven in een meerjarig investeringsplan;
  3° de vooruitzichten inzake personeelsbehoeften;
  4° de evolutie van de exploitatierekeningen weergegeven in een financieel plan;
  5° de beschrijving van de algemene exploitatievoorwaarden betreffende de sectoren die niet tot de opdrachten van openbare dienst van de NMBS behoren.
  § 3. Het meerjarig investeringsplan bedoeld in paragraaf 2, 2°, bevat de planning over meerdere jaren van de investeringen betreffende de verwerving, het onderhoud, het beheer en de financiering van het rollend spoorwegmaterieel, evenals betreffende het verwerven, het ontwerpen, de bouw, de vernieuwing en het beheer van de spoorwegstations, van de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden en betreffende de activiteiten inzake veiligheid en bewaking.
  § 4. Het meerjarig investeringsplan van de NMBS wordt afgestemd op het meerjarig investeringsplan van Infrabel, in de mate dat de planning van de werken van de NMBS die betrekking hebben op het ontwerpen, de bouw en de vernieuwing van de spoorwegstations, onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden, een invloed heeft op het meerjarig investeringsplan van Infrabel.
  § 5. Het ondernemingsplan en de jaarlijkse aanpassingen daaraan worden meegedeeld aan de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven. In afwijking van artikel 26, tweede lid, worden de elementen bedoeld in § 2, 1° en 2°, als noodzakelijk deel voor de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst van de NMBS en van haar meerjarig investeringsplan, goedgekeurd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad.
  § 6. Het ondernemingsplan is een voorafgaande voorwaarde voor het afsluiten van het beheerscontract. In geval van vernieuwing van het beheerscontract wordt het plan uiterlijk twaalf maanden vóór de vervaldag van het lopende beheerscontract opgesteld. Artikel 3, § 2, 9°, is niet van toepassing.
  § 7. De NMBS stelt een vervoersplan op in uitvoering van het beheerscontract. Elke significante wijziging aan dit plan behoeft de goedkeuring van de Ministerraad.".

  Art. 26. In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd dat het artikel 162duodecies bevat, luidende :
  "HOOFDSTUK IVbis. - Financiële en boekhoudkundige bepalingen.
  Art. 162duodecies. § 1. Dit artikel zet artikel 6(3) om van de Richtlijn 2012/34/EU van 21 november 2012 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie tot instelling van één Europese spoorwegruimte.
  § 2. Onverminderd artikel 27, § 1, houdt de NMBS in haar interne boekhouding afzonderlijke rekeningen aan voor haar activiteiten met betrekking tot het goederenvervoer per spoor. De bijlage bij de jaarrekening van de NMBS bevat een afzonderlijke balans en resultatenrekening voor deze activiteiten.
  § 3. De bijdragen gestort voor de activiteiten met betrekking tot de verstrekking van vervoerdiensten voor reizigers in het kader van de opdrachten van openbare dienst, moeten afzonderlijk worden vermeld in de overeenkomstige rekeningen en mogen niet worden overgedragen naar de activiteiten met betrekking tot de verstrekking van andere vervoerdiensten of naar enige andere activiteit. ".

  Art. 27. In titel V van dezelfde wet wordt een hoofdstuk Vbis ingevoegd dat de artikelen 163quater tot 163septies bevat, luidende :
  "HOOFDSTUK Vbis. - De vervoersovereenkomst.
  Afdeling I. - Definitie en inhoud.
  Art. 163quater. § 1. De NMBS sluit met Infrabel een vervoersovereenkomst die de voorwaarden en nadere regels van de operationele samenwerking tussen de NMBS en Infrabel vastlegt, voor de in het kader van de opdrachten van openbare dienst te presteren diensten, onder andere met het oog op de stipte en kwalitatieve dienstverlening aan de reizigers.
  § 2. De vervoersovereenkomst regelt ten minste de volgende aangelegenheden :
  1° de stiptheid en het treinverkeer;
  2° het onthaal van en de informatie aan de reizigers;
  3° het beheer van incidenten, waaronder de spoedinterventieplannen;
  4° de coördinatie van de uitvoering van de investeringen van de NMBS en van Infrabel.
  § 3. Elke uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde in de vervoersovereenkomst wordt voor niet geschreven gehouden. Artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de vervoersovereenkomst.
  Afdeling II. - Sluiting, goedkeuring, einde en vernieuwing.
  Art. 163quinquies. § 1. Bij de onderhandeling en het sluiten van de vervoersovereenkomst worden de NMBS en Infrabel vertegenwoordigd door hun directiecomité. De vervoersovereenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raden van bestuur die er bij meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen over beslist.
  § 2. De Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer geeft een advies over elk ontwerp van vervoersovereenkomst of over elk ontwerp van wijziging van de vervoersovereenkomst binnen een termijn van een maand nadat de NMBS en Infrabel haar een gemeenschappelijk ontwerp hebben overgemaakt.
  De NMBS en Infrabel mogen niet overgaan tot de sluiting of de wijziging van de vervoersovereenkomst voor het verstrijken van de bovenstaande termijn van een maand.
  § 3. De vervoersovereenkomst en haar opeenvolgende wijzigingen treden pas in werking na goedkeuring door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, en vanaf de datum vastgesteld bij dat besluit.
  Art. 163sexies. § 1. De vervoersovereenkomst wordt gesloten voor een duur van vijf jaar.
  § 2. De vervoersovereenkomst wordt, overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 163quinquies, aangepast aan de wijzigingen van het beheerscontract van de NMBS en/of Infrabel, voor zover deze wijzigingen dit vereisen.
  In het geval van onenigheid omtrent de noodzaak om de vervoersovereenkomst te wijzigen of omtrent de wijzigingen zelf, bepaalt de Koning bij besluit genomen na overleg in de Ministerraad, de inhoud van de in voorkomend geval gewijzigde vervoersovereenkomst, na het advies te hebben ingewonnen van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer. Deze vervoersovereenkomst is bindend voor de NMBS en Infrabel. Het artikel 163quinquies, § 3, is niet van toepassing.
  § 3. De NMBS en Infrabel kunnen op elk moment in onderling akkoord de vervoersovereenkomst wijzigen overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 163quinquies.
  § 4. Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de vervoersovereenkomst, vatten de NMBS en Infrabel de onderhandelingen betreffende de inhoud van een nieuwe vervoersovereenkomst aan. Indien voor het verstrijken van deze periode geen nieuwe vervoersovereenkomst in werking is getreden, bepaalt de Koning, bij besluit genomen na overleg in de Ministerraad, voorlopig de inhoud van de vervoersovereenkomst na het advies van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer te hebben ingewonnen. Deze overeenkomst is bindend voor de NMBS en Infrabel tot op het ogenblik dat een nieuwe vervoersovereenkomst wordt gesloten, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
  Art. 163septies. De Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer neemt een beslissing inzake de geschillen met betrekking tot de uitvoering van de vervoersovereenkomst binnen een termijn van dertig dagen."

  Afdeling III. - Infrabel

  Art. 28. In artikel 197 van de wet van 21 maart 1991, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 3° wordt opgeheven;
  2° de opsomming wordt aangevuld met de bepalingen onder 5° en 6°, luidende :
  "5° Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer : de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal bedoeld in het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden;
  6° HR Rail : de naamloze vennootschap van publiek recht HR Rail bedoeld in de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen.".

  Art. 29. Artikel 199 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 199. § 1. Infrabel heeft tot doel, met betrekking tot het volledige Belgische net :
  1° het verwerven, het ontwerpen, de bouw, de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de spoorweginfrastructuur;
  2° het beheer van de regelings- en veiligheidssystemen van deze infrastructuur;
  3° het leveren aan de spoorwegondernemingen van de hen overeenkomstig de wet te leveren diensten;
  4° de toewijzing van de beschikbare spoorweginfrastructuurcapaciteit;
  5° de tarifering, de facturering en de inning van heffingen voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur en voor de diensten bedoeld in 3° ;
  6° de verwerving, de ontwikkeling, het onderhoud, het beheer, de uitbating en de commercialisering van informaticasystemen en telecommunicatienetwerken.
  Infrabel kan deelnemen in elke vennootschap of vereniging, van publiek of privaat recht, in België en in het buitenland, die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot haar doel. Zij kan eveneens zekerheden stellen voor de schulden van verbonden vennootschappen.
  Infrabel kan eveneens optreden als bestuurder, volmachtdrager, mandataris of vereffenaar in andere vennootschappen of ondernemingen.
  Zij mag, in België en in het buitenland, alle handelingen stellen en verrichtingen doen die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van haar doel.
  § 2. De opdrachten van openbare dienst van de infrastructuurbeheerder omvatten de taken bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 5°, evenals de andere opdrachten van openbare dienst waarmee hij door of krachtens de wet wordt belast."

  Art. 30. Artikel 199ter, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2008, wordt vervangen als volgt :
  "De personeelsleden die behoren tot de in artikel 199bis, § 1, bedoelde gespecialiseerde dienst en er een directiefunctie of een functie als lid van het hogere kaderpersoneel uitoefenen, mogen noch persoonlijk, noch via tussenkomst van een rechtspersoon, een andere, al dan niet bezoldigde, functie, mandaat of activiteit uitoefenen, ten dienste van een spoorwegonderneming, ten dienste van HR Rail of ten dienste van een vennootschap die, in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, verbonden is met één ervan.".

  Art. 31. In titel VIII, hoofdstuk I van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de artikelen 199quater en 199quinquies ingevoegd luidende :
  "Art. 199quater. Infrabel sluit met de NMBS de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 156ter.
  Art. 199quinquies. In afwijking van artikel 5, § 2, wordt het beheerscontract tussen Infrabel en de Staat gesloten voor een duur van ten minste vijf en ten hoogste tien jaar.".

  Art. 32. In artikel 200 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : "In afwijking van artikel 26, eerste lid, stelt de raad van bestuur van Infrabel een ondernemingsplan vast voor de duur van het beheerscontract en past het dit jaarlijks aan. Dit plan geeft de doeleinden en de strategie van de onderneming aan, rekening houdend met de mobiliteitsdoeleinden bepaald door de Ministerraad."
  2° paragraaf 3, eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Het meerjarig investeringsplan bedoeld in paragraaf 2, 1°, bevat de planning over meerdere jaren van de investeringen betreffende het verwerven, het ontwerpen, de bouw, de vernieuwing en het beheer van de spoorweginfrastructuur."
  3° in paragraaf 3 wordt een lid ingevoegd tussen de huidige leden 1 en 2, luidende :
  "Het meerjarig investeringsplan van Infrabel wordt afgestemd op het meerjarig investeringsplan van NMBS in de mate dat de planning van de werken van Infrabel die betrekking hebben op het ontwerpen, de bouw en de vernieuwing van de spoorweginfrastructuur een invloed heeft op het gedeelte van het meerjarig investeringsplan van de NMBS met betrekking tot het ontwerpen, de bouw en de vernieuwing van de spoorwegstations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden.";
  4° in paragraaf 4, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 september 2008 bekrachtigd door de wet van 21 augustus 2008 worden de woorden "na raadpleging van N.M.B.S. Holding" opgeheven.

  Art. 33. In titel VIII, hoofdstuk II, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004 worden de artikelen 202bis en 202ter ingevoegd luidende :
  "Art. 202bis. De onroerende goederen die eigendom zijn van Infrabel mogen niet worden onteigend. Op voordracht van de minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven, en na advies van de raad van bestuur van Infrabel, dat wordt verleend binnen de twee maanden volgend op de ontvangst van het verzoek daartoe, mag de Koning echter de onteigening toestaan van een onroerend goed dat niet langer nuttig zou zijn voor het beheer van de spoorweginfrastructuur. De opbrengst van de vervreemding van elk onroerend goed komt toe aan Infrabel.
  Art. 202ter. Voorafgaand aan de vervreemding van een onroerend goed dat niet noodzakelijk is voor de uitvoering van haar opdrachten van openbare dienst, informeert Infrabel de NMBS over de voorwaarden van de vervreemding met inbegrip van de overdrachtsprijs.
  Indien de voorwaarden van Infrabel door de NMBS zonder voorbehoud en onvoorwaardelijk worden aanvaard, wordt de overdracht aan de NMBS geacht tot stand te zijn gekomen.
  Indien de NMBS het recht bedoeld in het eerste lid niet uitoefent en vervolgens de voorwaarden van het aanbod door Infrabel substantieel worden gewijzigd, herleeft dit recht.
  De modaliteiten van de uitoefening van dit recht worden geregeld in een overeenkomst te sluiten tussen Infrabel en de NMBS. In de tussentijd oefenen de partijen dit recht uit als een goede huisvader."

  Art. 34. Artikel 205 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt opgeheven.

  Art. 35. In artikel 207 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, lid 1, wordt het woord "tien" vervangen door het woord "veertien";
  2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De Koning benoemt de bestuurders bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.";
  3° in paragraaf 2, lid 3, wordt de laatste zin vervangen als volgt :
  "De bestuurders kunnen slechts door de Koning worden ontslagen, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad."

  Art. 36. In titel VIII, hoofdstuk III, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt een artikel 207bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 207bis. De gedelegeerd bestuurder van Infrabel behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de gedelegeerd bestuurder van de NMBS behoort."

  Art. 37. In artikel 208, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In paragraaf 2 wordt lid 1 aangevuld met de volgende zin :
  "Het aantal leden van het directiecomité mag de helft van het aantal leden van de raad van bestuur niet overtreffen.";
  2° de vierde paragraaf wordt vervangen door wat volgt :
  "Infrabel wordt geldig vertegenwoordigd jegens derden en in rechte door de gedelegeerd bestuurder en het daartoe aangewezen lid van het directiecomité, die gezamenlijk optreden.
  Alle akten van bestuur of akten die de vennootschap verbinden worden gezamenlijk ondertekend door de gedelegeerd bestuurder en het daartoe door de raad van bestuur aangewezen lid van het directiecomité. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de akten waarvan de goedkeuringswijze afwijkt van deze paragraaf.
  De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan deze van het lid van het directiecomité aangewezen overeenkomstig het eerste lid.".

  Art. 38. In artikel 209, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Onverminderd artikel 211, § 2, tweede lid, worden de rechten, met inbegrip van de bezoldiging, en plichten van de gedelegeerd bestuurder en van de andere leden van het directiecomité, enerzijds, en van Infrabel, anderzijds, geregeld door een bijzondere overeenkomst tussen de partijen. Bij de onderhandelingen over deze overeenkomst wordt Infrabel vertegenwoordigd door haar raad van bestuur met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder.
  De gedelegeerd bestuurder kan geen andere emolumenten ontvangen dan zijn vergoeding.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.

  Art. 39. Artikel 210, § 2, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  "De algemene vergadering kan, op voorstel van de raad van bestuur, een extern auditeur aanduiden opdat hij eveneens met raadgevende stem zou deelnemen aan de vergaderingen van dit comité."

  Art. 40. In artikel 212 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Het mandaat van lid van de raad van bestuur of van het directiecomité, is onverenigbaar met elke al dan niet bezoldigde functie, mandaat of activiteit, die hetzij persoonlijk, hetzij via tussenkomst van een rechtspersoon uitgeoefend wordt ten dienste van een spoorwegonderneming, ten dienste van HR Rail of ten dienste van een vennootschap die, in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, verbonden is met één ervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "Het verbod vermeld in het eerste lid is niet van toepassing op de mandaten bedoeld in de artikelen 34, § 1, 2° en 45, § 1, derde streepje van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen."

  Art. 41. In artikel 213 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 4 worden in het derde lid de woorden "acht vrije dagen" vervangen door de woorden "veertien dagen";
  2° in paragraaf 4 worden in het vierde lid de woorden "acht vrije dagen" vervangen door de woorden "veertien dagen" en worden de woorden "dertig vrije dagen" vervangen door de woorden "dertig dagen".

  Art. 42. In titel VIII, hoofdstuk III, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juni 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 24 december 2004, wordt een artikel 213bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 213bis. Infrabel sluit met de NMBS de overeenkomst bedoeld in artikel 163quater, § 1.".

  Art. 43. In titel VIII van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk V ingevoegd, dat de artikelen 215bis tot 215quater bevat, luidende :
  "HOOFDSTUK V. Diverse bepalingen.
  Art. 215bis. Infrabel is de houder van een eeuwigdurende erfdienstbaarheid ten kosteloze titel op de stations en op de terreinen die eigendom zijn van de NMBS om een doorgang te verlenen aan alle hoogspanningskabels, aan de kabels die verbonden zijn met de elementen die deel uitmaken van de vertrekprocedure van de treinen, met de signalisatie of met de geluidsinstallaties, die nodig zijn voor de uitvoering door Infrabel van haar opdrachten van openbare dienst.
  Art. 215ter. § 1. Infrabel mag daarenboven eeuwig en ten kosteloze titel gebruik maken van het stationsdomein voor de plaatsing en de instandhouding van de kabels en de verbonden uitrustingen die verband houden met communicatie- en informaticasystemen, en voor de uitvoering van de daarmee verbonden werken.
  § 2. Onder de werken bedoeld in paragraaf 1 worden deze begrepen die noodzakelijk zijn voor het onderhoud, de instandhouding, de wijziging, de herstelling, de verwijdering en de controle van de kabels en verbonden uitrustingen.
  Voorafgaand aan de plaatsing van de kabels en verbonden uitrustingen op het stationsdomein, dient Infrabel het voorafgaand akkoord van de NMBS in te winnen over het liggingsplan en de inrichtingskenmerken.
  § 3. Infrabel heeft toegang tot genoemde uitrustingen om te kunnen overgaan tot hun onderhoud, hun instandhouding, hun wijziging, hun herstelling, hun verwijdering of hun controle.
  § 4. De werken worden uitgevoerd als een goed huisvader en op een wijze die zo weinig mogelijk hinder veroorzaakt.
  Art. 215quater. § 1. De NMBS heeft het recht wijzigingen te laten aanbrengen aan de ligging van de kabels en van de verbonden uitrustingen bedoeld in artikel 215ter ter gelegenheid van werken die zij wenst uit te voeren in een station.
  De NMBS en Infrabel hebben de verplichting om elkaar te informeren en zich op elkaar af te stemmen voor de organisatie van de werken.
  § 2. De kosten verbonden aan de wijziging van de kabels en verbonden uitrustingen uitgevoerd op vraag van de NMBS in het kader van haar taken van openbare dienst zijn ten laste van Infrabel.
  § 3. Als de werken die de NMBS uitvoert echter kaderen in haar commerciële activiteiten met betrekking tot vastgoedontwikkeling, blijven de kosten van de verplaatsing van de kabels en verbonden uitrustingen ten haren laste.".

  Afdeling 4. - Opheffing van titel IX

  Art. 44. Titel IX van de wet van 21 maart 1991, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt opgeheven.

  TITEL III. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen

  Afdeling 1. - Wetswijzigingen

  Art. 45. § 1. In artikel 10 van de wet van 25 juli 1891 houdende herziening der wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen, vervangen bij de wet van 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de personeelsleden van de politiediensten, zien de door de Koning aangewezen en te dien einde beëdigde personeelsleden van HR Rail, die ter beschikking zijn gesteld van de NMBS en van Infrabel en de ambtenaren van het Bestuur dat bevoegd is voor het spoorwegvervoer toe op de naleving van deze wet, van de wet van 12 april 1835 rakende de tolrechten en de reglementen van politie nopens de ijzeren weg en van hun uitvoeringsbesluiten.
  Zij stellen de misdrijven omschreven in de voornoemde wetten en uitvoeringsbesluiten vast bij processen-verbaal die gelden tot het bewijs van het tegendeel.";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  3° paragraaf 6 wordt opgeheven.
  § 2. Artikel 12 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd door de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  "De reizigers en het publiek in het algemeen zijn gehouden, in de stations en de onbemande stopplaatsen, op de perrons, in de treinen en langs de sporen, om zich in overeenstemming te gedragen met de instructies van de personeelsleden van de NMBS en de personeelsleden van de spoorwegondernemingen die makkelijk als zodanig herkenbaar zijn door hun uniform of anderszins, wanneer die instructies erop gericht zijn te waarschuwen voor gevaarlijke situaties, voor exploitatieongevallen of ongevallen met personen, voor zichzelf of voor anderen."
  § 3. In artikel 15 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" vervangen door het woord "NMBS".

  Art. 46. § 1. Artikel 1bis van de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt opgeheven.
  § 2. Artikel 2, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  "De vennootschap draagt de naam de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort NMBS.".
  § 3. In artikel 4, zesde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" vervangen door de woorden "de NMBS".
  § 4. In artikel 14, lid 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden "NMBS Holding" vervangen door het woord "NMBS".

  Art. 47. In artikel 10, § 1, lid 1, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004 bekrachtigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" opgeheven.

  Art. 48. § 1. Artikel 1, § 10, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Infrabel als beheerder van de spoorweginfrastructuur evenals de spoorwegondernemingen worden voor de toepassing van dit artikel niet beschouwd als derden ten aanzien van de NMBS."
  § 2. Artikel 1, § 11, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  "In de zin van deze wet wordt als een veiligheidsdienst beschouwd :
  a) elke dienst die in de schoot van een openbare vervoersmaatschappij is georganiseerd met het oog op het verzekeren van de veiligheid op al dan niet publiek toegankelijke plaatsen, die door de openbare vervoersmaatschappij worden uitgebaat;
  b) voor wat betreft de NMBS, elke dienst die in haar schoot is georganiseerd met het oog op het verzekeren van de veiligheid van de goederen en personen op de plaatsen bedoeld in artikel 13.1., § 2.".
  § 3. Artikel 13.1., § 1, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "op de plaatsen bedoeld in dit artikel".
  § 4. Artikel 13.1., § 2, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
  "Voor wat betreft de veiligheidsdienst behorend tot de NMBS, kunnen de in § 1, 1°, bedoelde veiligheidsagenten de bevoegdheden zoals voorzien in dit hoofdstuk uitoefenen in de stations, de onbemande stopplaatsen, de treinen die toebehoren aan de spoorwegondernemingen, de sporen, met inbegrip van de reizigers- en goederenbundels, de andere plaatsen van het spoorwegdomein die toegankelijk zijn voor het publiek en alle plaatsen die beheerd worden door de NMBS, met uitzondering van :
  a) de infrastructuur die aan derden als concessie wordt gegeven, behalve in geval van samenwerkingsakkoord met de concessiehouder en volgens de modaliteiten die door voornoemd akkoord zijn bepaald;
  b) de wegen die een openbare weg vormen, met uitzondering van de ondergrondse doorgangen en passerellen;
  c) de transportvoertuigen van andere spoorwegondernemingen dan de NMBS indien deze geen voorafgaandelijk verzoek hebben geformuleerd aan de voornoemde veiligheidsdienst.".
  § 5. In artikel 13.3 van dezelfde wet worden de woorden " de NMBS-Holding N.V. en" opgeheven.

  Art. 49. In de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 355, laatstelijk gewijzigd door de wet van 22 juni 2012, worden de woorden "een naamloze vennootschap van publiek recht van de NMBS-groep" vervangen door de woorden "de NMBS, Infrabel of HR Rail";
  2° de artikelen 357 tot en met 359bis worden opgeheven.

  Art. 50. In artikel 16, § 1, c), van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, worden de woorden "NMBS-Holding" vervangen door het woord "NMBS".

  Art. 51. In de wet van 12 december 2006 betreffende GSM-R, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° artikel 2, 3°, wordt vervangen als volgt :
  "3° HR Rail : de naamloze vennootschap van publiek recht bedoeld in de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgsiche Spoorwegen";
  2° in artikel 6, 1°, worden de woorden "de NMBS-Holding" vervangen de woorden "HR Rail";

  Art. 52. In de programmawet van 23 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 202 worden de woorden "NMBS-Holding" vervangen door het woord "NMBS";
  2° in artikel 203 worden de woorden "de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding" opgeheven.

  Afdeling 2. - Reglementaire wijzigingen

  Art. 53. In artikel 4 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden, worden de woorden "N.M.B.S. Holding" vervangen door de woorden "NMBS, van HR Rail".

  Art. 54. In artikel 4, 9°, van het koninklijk besluit van 26 januari 2006 tot oprichting van een Federaal Comité voor de Beveiliging van het Spoorwegvervoer en houdende diverse maatregelen voor de beveiliging van het intermodaal vervoer, worden de woorden "NMBS Holding" vervangen door het woord "NMBS".

  Art. 55. In het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende reglement van de politie op de spoorwegen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 1, 5°, worden de woorden "of NMBS Holding" opgeheven;
  2° in artikel 9, § 3, worden de woorden "NMBS Holding" vervangen door het woord "NMBS".

  Art. 56. In het koninklijk besluit van 4 juli 2008 tot vaststelling van de bezoldiging van de Regeringscommissaris bij de NMBS-Holding, de NMBS en Infrabel, worden de woorden "de NMBS-Holding" opgeheven.

  Art. 57. In artikel 14 van het koninklijk besluit van 22 juni 2011 tot aanwijzing van de veiligheidsinstantie van de spoorwegen, worden de woorden "NMBS-groep" vervangen door de woorden "NMBS, Infrabel of HR Rail".

  Art. 58. In artikel 2, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 11 juli 2011 betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen, worden de woorden "NMBS Holding" vervangen door de woorden "NMBS of Infrabel".

  Art. 59. In het koninklijk besluit van 23 mei 2013 tot aanduiding van de statutaire personeelsleden van de NMBS Holding die instaan voor de veiligheid en de bewaking van de spoorwegen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift wordt vervangen als volgt :
  "Koninklijk besluit tot aanduiding van de personeelsleden van HR Rail die instaan voor de veiligheid en de bewaking van de spoorwegen";
  2° in artikel 1, worden de woorden "De statutaire personeelsleden van de NMBS Holding" vervangen door de woorden "De personeelsleden van HR Rail";
  3° in artikel 2, worden de woorden "De statutaire personeelsleden van de NMBS Holding, opgenomen in bijlage 2, die ter beschikking van Infrabel zijn gesteld" vervangen door "De personeelsleden van HR Rail, opgenomen in bijlage 2";
  4° in artikel 3, worden de woorden "De statutaire personeelsleden van de NMBS Holding, opgenomen in bijlage 3, die ter beschikking van de NMBS zijn gesteld" vervangen door "De personeelsleden van HR Rail, opgenomen in bijlage 3";
  5° artikel 4 wordt opgeheven;
  6° het opschrift van de bijlagen 1, 2 en 3 wordt vervangen als volgt :
  "Koninklijk besluit tot aanduiding van de personeelsleden van HR Rail die instaan voor de veiligheid en de bewaking van de spoorwegen".

  TITEL IV. - Overgangsbepalingen

  Art. 60. Indien de vervoersovereenkomst bedoeld in artikel 8 van de wet van 30 augustus 2013 niet gesloten wordt vóór 1 april 2014, bepaalt de Koning voorlopig de inhoud van de vervoersovereenkomst na het advies ingewonnen te hebben van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer. Deze overeenkomst is bindend ten aanzien van de NMBS en Infrabel tot op het ogenblik dat een nieuwe vervoersovereenkomst overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk Vbis van titel V van de wet van 21 maart 1991, ingevoegd op grond van artikel 27 van dit besluit.

  Art. 61. Onverminderd artikel 3, § 4, van de wet van 30 augustus 2013 betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen, worden de lopende overeenkomsten tussen de NMBS Holding, Infrabel of de entiteit bedoeld in artikel 1, 2° van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) enerzijds en een of meerdere willekeurige derden anderzijds, gesplitst en/of overgedragen zonder schadeloosstelling of voorafgaand akkoord van een van de partijen in het kader van de verrichtingen bedoeld in artikel 3 van voornoemde wet van 30 augustus 2013 zodat zij van kracht blijven tussen de derde of de derden enerzijds en Infrabel, de NMBS en/of HR Rail anderzijds.

  Art. 62. De lopende dienstverlening tussen de NMBS Holding en Infrabel of tussen Infrabel en de entiteit bedoeld in artikel 1, 2° van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) kan worden verzekerd tot 30 juni 2014.

  Art. 63. Zolang de Koning het aantal bestuurders in de raad van bestuur van de NMBS niet heeft bepaald overeenkomstig artikel 17 van dit besluit dat een zin invoegt in artikel 162bis, § 1, van de wet van 21 maart 1991 dat voorziet dat de Koning het aantal bestuurders bepaalt, wordt het aantal bestuurders bepaald op tien.

  Art. 64. Zolang het aantal bestuurders in de raden van bestuur van de NMBS en Infrabel niet op veertien wordt gebracht, treden de artikelen 20, 1° en 37, 1° van dit besluit, in de mate dat zij in respectievelijk de artikelen 162quater, eerste lid, en 208, § 1, van de wet van 21 maart 1991 een zin invoegen die voorziet dat het aantal leden van het directiecomité de helft van het aantal leden van de raad van bestuur niet mag overtreffen, niet in werking.

  Art. 65. In afwijking van artikel 207 van de wet van 21 maart 1991, zoals gewijzigd bij dit besluit, oefenen de leden van de raad van bestuur van Infrabel, benoemd op grond van artikel 207, § 2, eerste lid, laatste zin, rechtsgeldig hun mandaat uit tot op het moment van hun benoeming of herroeping op basis van artikel 207 van de wet van 21 maart 1991, zoals gewijzigd bij dit besluit.

  Art. 66. Aan de NMBS en Infrabel wordt een overgangstermijn tot 30 juni 2014 toegekend om hun statuten in overeenstemming te brengen met de wijzigingen aan de wet van 21 maart 1991 op grond van dit besluit.

  Art. 67. De NMBS en Infrabel sluiten uiterlijk op 31 december 2014 de overeenkomst bedoeld in artikel 156quinquies van de wet van 21 maart 1991, zoals ingevoegd door artikel 11 van dit besluit.

  Art. 68. De NMBS en Infrabel sluiten uiterlijk op 31 december 2014 de overeenkomst bedoeld in artikel 159bis en artikel 202ter van de wet van 21 maart 1991, zoals ingevoegd door de artikelen 13 en 33 van dit besluit.

  TITEL V. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Afdeling I. - Fiscale bepalingen

  Art. 69. Alle overdrachten van goederen die plaatsvinden in het kader van de verrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I), met uitzondering van deze die plaatsvinden ingevolge de fusie zoals voorzien bij de artikelen 2 tot 4 van het voornoemde koninklijk besluit of ingevolge de partiële splitsing zoals voorzien bij de artikelen 5 tot 7 van voornoemd koninklijk besluit, vallen niet onder het toepassingsgebied van de artikelen 442bis Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 93undeciesB van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, 41quinquies van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en 16ter van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.

  Afdeling II. - Diverse bepalingen

  Art. 70. § 1. De gronden die respectievelijk toebehoren aan Infrabel en aan de NMBS worden overgedragen tussen de vennootschappen in meerdere loten, vóór 31 december 2014, met als doel hun respectieve vermogens te harmoniseren in functie van hun doel.
  § 2. De partijen stellen alles in het werk, opdat elke negatieve invloed op hun resultatenrekeningen marginaal is, door de marktwaardes van de overgedragen activa in evenwicht te brengen. Indien voor een bepaald lot de impact op het boekhoudkundig resultaat zich vertaalt in een verlies voor een van de partijen, dan moet de andere partij ten gunste van deze laatste partij een opleg betalen voor een bedrag gelijk aan dit verlies.
  § 3. De waarde van de niet-gesubsidieerde gronden die worden overgedragen in overeenstemming met de paragrafen 1 en 2 wordt bepaald met verwijzing naar hun marktwaarde, die moet worden begrepen als de netto boekwaarde van het actief waarvan het bedrag van de milieuvoorzieningen die er op het ogenblik van de ruil mee verbonden zijn, wordt afgetrokken.
  § 4. De gesubsidieerde gronden worden overgedragen aan hun marktwaarde, zonder rekening te houden met de kapitaalsubsidie die er betrekking op heeft.
  § 5. Wanneer afschrijfbare activa verbonden zijn met een grond die het voorwerp uitmaakt van de overdracht, worden de afschrijfbare activa volledig afgeschreven in hoofde van de overdragende vennootschap, voorafgaand aan de overdracht van genoemde grond. Indien kapitaalsubsidies aan deze activa verbonden zijn, worden deze eveneens volledig afgeschreven.
  § 6. Voor elk lot, keurt de Koning de lijst goed van de over te dragen goederen, opgesteld door de raden van bestuur van de overdragende vennootschappen.
  § 7. De lijsten worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel te Brussel, waar elke persoon er gratis kennis van kan nemen en er een volledige of gedeeltelijke kopie van kan nemen tegen betaling van de griffierechten. De publicatie van een bericht in het Belgisch Staatsblad dat de neerlegging op de griffie bevestigt brengt van rechtswege de overdracht aan Infrabel of aan de NMBS met zich mee van de goederen die erin worden vermeld. Deze overdracht is tegenstelbaar aan derden vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het bericht. Met uitzondering van de goederen die behoren tot het publieke spoorwegdomein, worden de lijsten overgeschreven in het daartoe bestemde register op elk kantoor van bewaring der hypotheken in wiens ambtsgebied de betrokken onroerende goederen zijn gelegen.

  Art. 71. De NMBS en Infrabel worden niet geacht een consortium te vormen in de zin van artikel 10 van het Wetboek van vennootschappen.

  Art. 72. De verrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) hebben geen invloed op de bestaande machtigingen aan de Koning om staatswaarborgen te verlenen ten gunste van de NMBS.

  Art. 73. § 1. Vanaf het ogenblik dat de partiële splitsing als bedoeld in de artikelen 5 tot 7 van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) uitwerking heeft, zal Infrabel in haar aandelenregister de Infrabel aandelen die zij uitgeeft ten voordele van de houders van bewijzen van deelgerechtigdheid aan toonder van de NMBS Holding die, op 31 december 2013, niet op naam zijn ingeschreven in het aandelenregister van de NMBS Holding, inschrijven in haar aandelenregister op naam van Infrabel, maar voor rekening van de genoemde houders van bewijzen van deelgerechtigdheid. Infrabel heeft het recht tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015 om genoemde Infrabel aandelen in te kopen tegen fractiewaarde, indien deze aandelen op het ogenblik van de inkoop ervan nog steeds zijn ingeschreven in het aandelenregister op naam van Infrabel maar voor rekening van de houders van de bewijzen van deelgerechtigdheid.
  § 2. Artikel 620, § 1, 3° van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op de inkoop bedoeld in paragraaf 1.
  § 3. De opbrengsten die volgen uit de inkoop, bedoeld in paragraaf 1 worden, na aftrek van de boete bedoeld in paragraaf 4, gestort bij de Deposito- en Consignatiekas, totdat een persoon die op geldige wijze zijn hoedanigheid van rechthebbende heeft kunnen aantonen, de teruggave ervan vraagt.
  § 4. De persoon die de teruggave vraagt van de bedragen afkomstig van de inkoop bedoeld in paragraaf 1, die gedeponeerd zijn bij de Deposito- en Consignatiekas, is een boete verschuldigd, berekend per jaar achterstand vanaf 31 december 2015. Het bedrag van deze boete wordt berekend naar analogie met artikel 11, § 3 van de wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder.

  Art. 74. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014, of op een latere door de Koning te bepalen datum, maar ten laatste op 1 april 2014.

  Art. 75. De minister bevoegd voor overheidsbedrijven, de minister bevoegd voor binnenlandse zaken en de minister bevoegd voor financïen, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 11 december 2013.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Minister Van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Overheidsbedrijven,
  J.-P. LABILLE
  De Minister van Financiën,
  K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 30 augustus 2013 betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen, inzonderheid op artikelen 3 tot 6, 8 en 11;
   Gelet op de wet van 25 juli 1891 houdende herziening der wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen;
   Gelet op de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen;
   Gelet op de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
   Gelet op de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
   Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
   Gelet op de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen;
   Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening;
   Gelet op de wet van 12 december 2006 betreffende GSM-R;
   Gelet op de programmawet van 23 december 2009;
   Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden;
   Gelet op het koninklijk besluit van 26 januari 2006 tot oprichting van een Federaal Comité voor de Beveiliging van het Spoorwegvervoer en houdende diverse maatregelen voor de beveiliging van het intermodaal vervoer;
   Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 2007 houdende reglement van de politie op de spoorwegen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 4 juli 2008 tot vaststelling van de bezoldiging van de Regeringscommissaris bij de NMBS-Holding, de NMBS en Infrabel;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2011 betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 22 juni 2011 tot aanwijzing van de veiligheidsinstantie van de spoorwegen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 mei 2013 tot aanduiding van de statutaire personeelsleden van de NMBS Holding die instaan voor de veiligheid en de bewaking van de spoorwegen;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën gegeven op 22 november 2013;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting gegeven op 26 november 2013;
   Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid dat de hervorming, waarvan het eerste luik reeds het voorwerp uitmaakt van het koninklijk besluit van 7 november 2013 houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I), dringend moet worden uitgevoerd omdat (i) de met de huidige overgangsperiode gepaard gaande onzekerheid voor het personeel, het cliënteel en andere belanghebbende partijen dringend moet worden beëindigd door op korte termijn naar de nieuwe structuur over te stappen, (ii) de kwaliteit van de openbare dienstverlening en de stiptheid dringend moeten worden verbeterd, waartoe de nieuwe structuur de nodige maatregelen zal toelaten, (iii) de schuldpositie van de huidige NMBS groep dringend moet worden beheerst in het belang van de continuïteit van de openbare dienst en de Staatsfinanciën en (iv) de nieuwe structuur om boekhoudkundige redenen bij voorkeur bij de aanvang van een nieuw kalenderjaar in werking treedt, wat er samen toe leidt dat de nieuwe structuur op 1 januari 2014 in werking dient te treden; opdat deze nieuwe structuur in werking kan treden op 1 januari 2014 is het nodig dat voorafgaand een aangepast organiek en wettelijk kader wordt aangenomen, wat het voorwerp uitmaakt van dit koninklijk besluit;
   Gelet op het advies van de Raad van State nr. 54.637/4, gegeven op 5 december 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Overwegende het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
   Overwegende het koninklijk besluit van 7 november 2013 houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I);
   Op voordracht van de Minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden, van de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, van de Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Errata Tekst Begin

BEELD
2013014748
PUBLICATIE :
2013-12-19
bladzijde : 99702

ERRATUM


BEELD
2013014757
PUBLICATIE :
2013-12-24
bladzijde : 10204

ERRATUM, p. 102040


Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, wordt genomen in uitvoering van de artikelen 3 tot 6, 8 en 11 van de wet van 30 augustus 2013 betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen.
   Het advies van de Raad van State, afdeling Wetgeving, werd integraal gevolgd.
   De wet van 30 augustus 2013 machtigt de Koning om met inachtneming van de daarin vastgelegde beginselen en principes alle nuttige maatregelen te nemen met het oog op de reorganisatie van de activiteiten en structuren van NMBS Holding, Infrabel en NMBS (de NMBS groep), tot twee autonome overheidsbedrijven met de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht in de zin van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (een infrastructuurbeheerder en een spoorwegonderneming) die, samen met de Staat, zullen participeren in een naamloze vennootschap van publiek recht, "HR Rail", die als enige werkgever voor het voltallige personeel van de huidige NMBS groep zal optreden.
   In uitvoering van voormelde wet van 30 augustus 2013, werd het koninklijk besluit van 7 november 2013 houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS afgekondigd. Voormeld koninklijk besluit strekt ertoe het voor de betrokken vennootschappen mogelijk te maken om de vereiste structuuroperaties te initiëren en door te voeren, in het bijzonder (i) de fusie van NMBS Holding en NMBS via de techniek van een fusie door overneming van NMBS door NMBS Holding, (ii) de overgang van bepaalde activiteiten en vermogensbestanddelen van NMBS Holding naar Infrabel via een partiële splitsing en de daarmee verbonden ontkoppeling van de participatie van NMBS Holding in Infrabel en (iii) de inbreng van activa en passiva van de huidige bedrijfsactiviteit "human resources" van NMBS Holding in HR Rail, zodat de hervorming in zijn geheel op 1 januari 2014 in werking kan treden.
   Genoemde structuuroperaties zullen tot gevolg hebben dat er in de Belgische spoorwegen slechts twee autonome overheidsbedrijven zullen overblijven, met name NMBS Holding, die, na fusie met de huidige NMBS, de nieuwe spoorwegonderneming wordt, en de benaming "NMBS" zal aannemen, en Infrabel, de infrastructuurbeheerder. De operaties zullen er tevens toe leiden dat de activiteiten tussen (nieuwe) NMBS en Infrabel worden verdeeld in overeenstemming met de wet van 30 augustus 2013. Onderhavig besluit, dat eveneens in uitvoering van de wet van 30 augustus 2013 wordt genomen, bevat de wijzigingen aan, onder meer, de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en de wet van 23 juli 1926 betreffende N.M.B.S. Holding en haar verbonden vennootschappen, alsook een aantal andere met de hervorming van de Belgische spoorwegen verbonden maatregelen, zodat de wettelijke bepalingen die de vennootschappen beheersen die momenteel deel uitmaken van de NMBS groep worden aangepast aan de nieuwe structuur met twee autonome overheidsbedrijven die geen onderdeel meer zijn van een vennootschapsgroep en aan de nieuwe activiteiten van deze twee overheidsbedrijven.
   Een derde besluit, dat u afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden, zal HR Rail als naamloze vennootschap van publiek recht tot stand brengen, haar organiek statuut vaststellen, en de nodige regelingen inzake de overdracht van het personeel en de personeelsaangelegenheden omvatten. Dit besluit zal tevens een aantal wijzigingen doorvoeren aan de wet van 21 maart 1991 en aan de wet van 23 juli 1926 voor zover zij betrekking hebben op bepalingen in genoemde wetten inzake het personeel.
   Tot slot zullen U op grond van de artikelen 9 en 10 van de wet van 30 augustus 2013 drie koninklijke besluiten ter ondertekening worden aangeboden, die bepaalde aangelegenheden inzake de spoorwegreglementering betreffen. In overeenstemming met artikel 6, § 4, 3° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 op de hervorming der instellingen, worden de gewestregeringen bij de totstandkoming van deze besluiten betrokken.
   Het voormelde koninklijk besluit van 7 november 2013 strekt ertoe het voor de betrokken vennootschappen mogelijk te maken de vereiste stappen te zetten opdat de hervorming op 1 januari 2014 in werking treedt. Onderhavig besluit, dat eveneens in werking dient te treden op 1 januari 2014, bevat één van de cruciale luiken van deze hervorming, want strekt er onder meer toe te verzekeren dat het organiek statuut van Infrabel en van de toekomstige spoorwegonderneming, (nieuwe) NMBS, en de overige wettelijke bepalingen worden afgestemd op de nieuwe structuur die vanaf 1 januari 2014 in werking treedt, en dat Infrabel en (nieuwe) NMBS in continuïteit hun (deels nieuwe) activiteiten en hun opdrachten van openbare dienst kunnen blijven verzekeren.
   COMMENTAAR BIJ DE ARTIKELEN
   Titel I bevat een algemene bepaling met de definities die in dit besluit worden aangewend. Het artikel behoeft geen verdere toelichting.
   Titel II van dit besluit bevat de wijzingen aan de wet van 21 maart 1991. Deze wijzigingen strekken ertoe het wettelijk kader en het organiek statuut dat momenteel van toepassing is op de vennootschappen van de NMBS groep aan te passen (i) aan de nieuwe structuur, die slechts uit twee autonome overheidsbedrijven zal bestaan die geen vennootschapsgroep meer vormen, met name enerzijds NMBS Holding, die (na fusie met de huidige NMBS) de nieuwe spoorwegonderneming wordt en de naam "NMBS" zal dragen, en anderzijds Infrabel en (ii) aan de verdeling van activiteiten tussen Infrabel en (nieuwe) NMBS, zoals bepaald in de wet van 30 augustus 2013.
   Afdeling I van titel II (de artikelen 2 tot 5) brengt wijzigingen aan in titel I ("De autonome overheidsbedrijven") van de wet van 21 maart 1991, zodat de bepalingen ervan rekening houden met de naamswijziging van NMBS Holding in NMBS.
   Afdeling II bevat de wijzigingen aan titel V ("N.M.B.S. Holding") van de wet van 21 maart 1991. Aangezien NMBS Holding de nieuwe spoorwegonderneming wordt ten gevolge van een fusie door opslorping van de huidige NMBS, is het aangewezen deze titel V van de wet van 21 maart 1991 te behouden en aan te passen aan de nieuwe hoedanigheid van NMBS Holding van spoorwegonderneming, aan haar nieuwe activiteiten, en aan haar nieuwe benaming, "NMBS". Titel IX ("N.M.B.S.") van de wet van 21 maart 1991 zal op grond van een andere bepaling in dit besluit worden opgeheven, nu de huidige NMBS naar aanleiding van de fusie door NMBS Holding wordt opgeslorpt.
   Artikel 8 voegt in artikel 197 van de wet van 21 maart 1991 twee nieuwe definities in, meer bepaald de definitie van "Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer" en van "HR Rail". De eerste definitie is relevant in het kader van de invoering van het concept van vervoersovereenkomst, dat hierna in de commentaar bij artikel 27 zal worden toegelicht; de tweede definitie in het kader van de wijzigingen inzake het personeel, die op grond van het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen zullen worden ingevoegd in titel V van de wet van 21 maart 1991.
   Artikel 9 van dit besluit voegt artikel 155 van de wet van 21 maart 1991 opnieuw in met betrekking tot het doel van (nieuwe) NMBS, in overeenstemming met artikel 5 van de wet van 30 augustus 2013.
   Er wordt verduidelijkt dat de activiteit bedoeld in artikel 155, 5° zich ook uitstrekt tot de directe omgeving en dus het ontwerp, de ontwikkeling, de modernisering en de valorisatie van de stedelijke centra omvat.
   De Staat zal bijzondere aandacht besteden aan de motivering van het algemeen nut van eventuele onteigeningen.
   Er wordt ook een "catch-all" bepaling toegevoegd, die, behoudens wat betreft het laatste lid van artikel 155, vóór de hervorming al was opgenomen in artikel 217, lid 2 en lid 3 van de wet van 21 maart 1991. Het laatste lid van artikel 155 was reeds opgenomen in het statutaire doel van de NMBS. Artikel 1bis van de wet van 23 juli 1926, dat momenteel het doel van NMBS Holding bevat, wordt bijgevolg opgeheven op grond van artikel 45 van dit besluit.
   Artikel 10 wijzigt de opdrachten van openbare dienst van (nieuwe) NMBS, zodat ze gealigneerd zijn op wat is voorzien in artikel 6 van de wet van 30 augustus 2013.
   Om enig misverstand uit te sluiten, en gelet op het belang dat in het kader van de hervorming wordt gehecht aan het onthaal van en de informatie aan de reiziger, werd in vergelijking met de tekst van voornoemde wet van 30 augustus 2013, in punt 1° van de opdrachten van openbare dienst van NMBS toegevoegd dat de opdracht inzake het binnenlands reizigersvervoer ook het onthaal van en de informatie aan haar klanten omvat, zoals dat overigens ook is gepreciseerd in artikel 5, 1° van dezelfde wet inzake het doel van de NMBS.
   De opdracht van openbare dienst, voorzien in artikel 156, 5°, is beperkt tot het verwerven, het ontwerpen, de bouw, de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de spoorwegstations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden. De opdracht strekt zich niet uit tot de directe omgeving en omvat dus niet het ontwerp, de ontwikkeling, de modernisering en de valorisatie van de stedelijke centra.
   Waar in artikel 6, 7° van de wet van 30 augustus 2013 de veiligheids- en bewakingsactiviteiten op het gebied van de spoorwegen samen worden vermeld, worden in het nieuwe artikel 156 beide activiteiten als afzonderlijke opdrachten van openbare dienst vermeld. Met betrekking tot de veiligheidsactiviteiten wordt gepreciseerd waar deze worden uitgeoefend. De bewaking van de installaties die haar toebehoren of die ze beheert, is eveneens een opdracht van openbare dienst van de (nieuwe) NMBS. Het gaat bij wijze van voorbeeld om de bewaking van de gebouwen en inrichtingen beheerd door de (nieuwe) NMBS met inbegrip van de behandeling van alarmmeldingen.
   Artikel 11 van het besluit voegt vijf nieuwe bepalingen in de wet van 21 maart 1991 in.
   Artikel 156bis somt op limitatieve wijze de veiligheidsactiviteiten op die een openbare dienst uitmaken in de zin van artikel 156, 7°. Die veiligheidsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend op de in artikel 156, 7° vermelde plaatsen, bijvoorbeeld de stations, de treinen, enz.
   Deze activiteiten omvatten het nemen van preventieve maatregelen gericht op het optimale risicobeheer en de ontwikkeling van partnerships die toelaten een allesomvattende en geïntegreerde aanpak van de veiligheid tot stand te brengen.
   Punt 7° omvat onder meer de coördinatie van de maatregelen ter preventie van daden van terrorisme.
   Artikel 156ter bevestigt dat (nieuwe) NMBS en Infrabel zullen samenwerken met het oog op de gezamenlijke uitvoering van hun opdrachten van openbare dienst met betrekking tot veiligheid. Zulke samenwerking gebeurt in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake de publiek-publieke samenwerking tussen aanbestedende overheden (o.m. HvJ, arrest C 159/11 van 19 december 2012; zie ook voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gunnen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, artikel 21.4). Hoewel de opdrachten van beide vennootschappen onderscheiden zijn, vereisen ze niettemin een gemeenschappelijke strategie en een eenvormigheid in hun coördinatie teneinde een optimale efficiëntie te bereiken inzake veiligheid op het spoorwegdomein, zoals omschreven in artikel 156, 7°. Artikel 156ter voorziet in die context dat (nieuwe) NMBS en Infrabel een samenwerkingsovereenkomst zullen sluiten waarin zij de voorwaarden en de modaliteiten van hun samenwerking zullen vastleggen. Dit akkoord zal het algemeen belang voor ogen hebben.
   Artikel 156quater heeft als doel aan de (nieuwe) NMBS een gratis en eeuwigdurende erfdienstbaarheid toe te kennen op bepaalde elementen van de spoorweginfrastructuur, met name de perrons, de doorgangen onder de sporen en meer algemeen de toegangen tot de perrons ten einde haar toe te laten haar opdrachten van openbare dienst als vermeld in artikel 156, 1° en 5° uit te oefenen, t.t.z. enerzijds het onthaal van en informatie aan haar reizigers (meer bepaald artikel 156, 1° ) en anderzijds de vernieuwing, het onderhoud en het beheer van de stations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden (meer bepaald artikel 156, 5° ). De wet van 30 augustus 2013 strekt er immers toe dat (nieuwe) NMBS het enige aanspreekpunt vormt voor haar cliënteel ("Business-to-Consumer"-relatie), terwijl Infrabel zich concentreert op de "Business-to-Business"-relatie.
   Deze erfdienstbaarheid mag uiteraard de niet discriminerende toegang tot de dienstvoorzieningen niet verhinderen, die het voorwerp uitmaakt van één van de koninklijke besluiten inzake de spoorwegreglementering, die U afzonderlijk ter ondertekening worden aangeboden. De uitoefening van deze erfdienstbaarheid mag dus geen afbreuk doen aan het recht bedoeld in artikel 9/1 van de Spoorwegcodex dat door dit besluit zal worden ingevoerd.
   Artikel 156quater, § 2 preciseert de werken die NMBS verwezenlijkt op de installaties waarop de erfdienstbaarheid betrekking heeft. Deze werken zullen door (nieuwe) NMBS op eigen verantwoordelijkheid en rekening houdend met haar eigen budget en prioriteiten kunnen worden uitgevoerd. (Nieuwe) NMBS zal daarbij uiteraard wel de veiligheidsreglementering dienen na te leven die van toepassing is op het personeel dat met de interventie wordt belast.
   Om deze werken uit te voeren, kan (nieuwe) NMBS in de structuur van de perrons, doorgangen onder de sporen en toegangen tot de perrons van Infrabel verankeringen aanbrengen die noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld om een trap te vervangen door een roltrap of een lift, op voorwaarde dat deze werken de grenzen van de grondslag van de erfdienstbaarheid niet wijzigen. Indien de werken de grenzen van de grondslag van de erfdienstbaarheid (kunnen) wijzigen is evenwel het voorafgaand akkoord van Infrabel vereist, bijvoorbeeld naar aanleiding van werken die een doorgang onder de sporen verbreden.
   Gezien NMBS geen infrastructuurbeheerder is, noch eigenaar is van de perrons, de doorgangen onder de sporen en andere toegangen tot de perrons, kan de haar toegekende erfdienstbaarheid niet slaan op elementen vermeld in paragraaf 3, zoals de aanleg van de perrons, hun hoogte, hun structuur, hun nuttige lengte en breedte, hun afstand ten opzichte van de as van het spoor, hun tracé, enzovoorts.
   Teneinde NMBS toe te laten investeringen te verwezenlijken op onroerende goederen waarvan de eigendom bij de infrastructuurbeheerder blijft, is in paragraaf 4 gepreciseerd dat Infrabel aan de natrekking verzaakt, waardoor NMBS eigenaar blijft van de investeringen.
   Paragraaf 5 regelt de verdeling van de buitencontractuele aansprakelijkheid tussen de NMBS en Infrabel ten aanzien van derden. NMBS is aansprakelijk ten aanzien van derden voor haar fout of onzorgvuldigheid bij de uitvoering van de werken bedoeld in paragraaf 2. Daarenboven zal NMBS als bewaarder van de perrons, de doorgangen onder de sporen en alle toegangswegen tot de perrons, aansprakelijk zijn ten aanzien van derden op grond van artikel 1384, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.
   Voor zoveel als nodig, preciseert paragraaf 6 dat het nieuwe artikel 156quater van de wet van 21 maart 1991 geen afbreuk doet aan de hoedanigheid van Infrabel van infrastructuurbeheerder in de zin van de Europese spoorwegreglementering.
   Indien de NMBS het voornemen opvat om in een station dat gelegen is in een verstedelijkt gebied een onroerend ontwikkelingsproject tot stand te brengen dat geheel of gedeeltelijk zal worden uitgevoerd in het gebied dat zich boven of onder het domein van Infrabel bevindt, zal deze laatste, overeenkomstig het nieuwe artikel 156quinquies van de wet van 21 maart 1991, aan de NMBS de noodzakelijke zakelijke rechten toekennen om dit project uit te voeren. De partijen moeten meewerken aan de technische uitvoering van voornoemd project.
   De NMBS draagt de bijkomende kosten die door Infrabel werden opgelopen in het kader van de ontwerp- en bouwfase en die betrekking hebben op de spoorweginfrastructuur. De NMBS draagt eveneens alle eventueel bijkomende exploitatiekosten, en uitsluitend deze laatste kosten, nadat het onroerend ontwikkelingsproject werd gerealiseerd en die door het project werden veroorzaakt. Het is bijvoorbeeld in de hypothese dat de bouw van een spoorwegtunnel, tot stand gebracht in het kader van een onroerend ontwikkelingsproject de plaatsing van rookafzuiginstallaties vereist, dat de NMBS de kosten van genoemde installaties en de exploitatiekosten als gevolg van het gebruik van voornoemde installaties zal moeten dragen. Daarentegen worden de bijkomende exploitatiekosten van Infrabel die betrekking hebben op wijzigingen van de treinroutes of elke andere kost die verbonden is met het treinverkeer tijdens de bouwfase van het project, niet ten laste genomen door de NMBS. De partijen moeten een eenmalige vergoeding overeenkomen die gebaseerd is op een schatting door het comité tot aankoop van onroerende goederen van de Staat.
   Het nieuwe artikel 156sexies van de wet van 21 maart 1991 voorziet een specifieke afwijking voor (nieuwe) NMBS voor wat betreft de duurtijd van het beheerscontract, die op grond van artikel 5 van de wet van 21 maart 1991 in principe drie tot vijf jaar is. Een langere duur werd door de regering aangewezen geacht aangezien de visie op de opdrachten van openbare dienst van de NMBS die in het beheerscontract wordt weerspiegeld zich doorgaans over een langere periode dan vijf jaar uitstrekt, hetgeen ook een grotere garantie biedt voor de continuïteit van deze diensten. Eenzelfde afwijking wordt voorzien voor Infrabel op grond van artikel 31 van dit besluit.
   Artikel 12 voegt opnieuw (in licht gewijzigde vorm) artikel 159 inzake de onteigening in de titel van (nieuwe) NMBS in, nadat dit artikel om ongekende redenen werd opgeheven naar aanleiding van de hervorming van de (unitaire) NMBS in 2004. Het nieuwe artikel 159 bepaalt als principe dat de onroerende goederen die eigendom zijn van (nieuwe) NMBS niet het voorwerp kunnen uitmaken van een onteigening. Op dit principe wordt een uitzondering geformuleerd : de Koning kan de onteigening van een onroerend goed toelaten in de mate dat het goed niet meer nuttig is of zou zijn voor de spoorwegexploitatie. Dergelijke toelating door de Koning vereist echter een voorafgaand voorstel van de Minister die bevoegd is voor de overheidsbedrijven, evenals een voorafgaand advies van de raad van bestuur van de (nieuwe) NMBS. Het advies van de raad van bestuur is niet bindend en dient te worden uitgebracht binnen de twee maanden nadat de raad daartoe een verzoek heeft ontvangen van de Minister. Met deze bepaling, zoals met de oorspronkelijke bepaling in de wet van 21 maart 1991, wordt beoogd het risico uit te sluiten dat (nieuwe) NMBS zou worden onteigend van onroerende goederen die nuttig zijn voor de spoorwegexploitatie, terwijl ze moeilijk zonder grote uitgaven een geschikt vervangend onroerend goed zou kunnen vinden. De opbrengst van de verkoop van het in voorkomend geval onteigende onroerend goed zal in elk geval toekomen aan de (nieuwe) NMBS.
   Artikel 13 van het besluit voegt een nieuw artikel 159bis in, in de wet van 21 maart 1991. Het herneemt, omwille van de rechtszekerheid, deels het recht ten voordele van Infrabel dat terug te vinden is in het beheerscontract van de huidige NMBS.
   Deze bepaling is samen te lezen met artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 21 maart 1991 op grond waarvan de autonome overheidsbedrijven, behoudens de eventuele vereiste van een machtiging van de Minister op grond van lid 2, vrij, binnen de grenzen van hun doel, beslissen over de vervreemding van hun lichamelijke goederen.
   Het artikel verplicht (nieuwe) NMBS om met betrekking tot elk onroerend goed dat zij niet nodig heeft voor haar opdrachten van openbare dienst en dat zij wenst te vervreemden, het betreffende goed vooraf voor te stellen aan Infrabel met mededeling van de voorwaarden van de vervreemding met inbegrip van de prijs. Deze verplichting geldt ongeacht de vraag of een geïnteresseerde partij zich reeds heeft gemanifesteerd. Indien Infrabel de voorwaarden van (nieuwe) NMBS zonder meer aanvaardt, zal de overdracht tussen partijen volmaakt zijn. Indien Infrabel het initiële aanbod van (nieuwe) NMBS niet heeft aanvaard, zal de verplichting van (nieuwe) NMBS herleven indien (nieuwe) NMBS vervolgens substantieel de voorwaarden waaronder zij tot vervreemding van het onroerend goed wil overgaan, wijzigt. In dat geval zal de procedure van artikel 159bis opnieuw moeten worden toegepast. Partijen zullen de verdere modaliteiten waaronder dit recht kan worden uitgeoefend in een overeenkomst vastleggen. Het recht ontstaat evenwel vanaf de inwerkingtreding van dit besluit en zal in afwachting van voornoemde overeenkomst door partijen als goede huisvader worden uitgeoefend.
   Een analoog artikel wordt op grond van artikel 33 van dit besluit ingevoegd in titel VIII van de wet van 21 maart 1991 ten laste van Infrabel.
   Artikel 14 van het besluit wijzigt artikel 161ter van de wet van 21 maart 1991. Het strekt ertoe het strategisch comité van NMBS Holding, waarin ook vertegenwoordigers van de vakorganisaties zetelen, af te schaffen. De bevoegdheden van het strategisch comité zullen in de toekomst immers in essentie worden uitgeoefend door het strategisch bedrijfscomité, dat in de wet van 23 juli 1926 wordt ingevoerd op het niveau van elke vennootschap en wordt geregeld door het besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen, dat U afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden.
   Artikel 15 strekt ertoe de bepalingen met betrekking tot het oriënteringscomité in titel IX van de wet van 21 maart 1991 (die zal worden opgeheven op grond van artikel 44 van dit besluit) in te voegen in de titel betreffende de (nieuwe) NMBS. De bewoordingen van het huidige artikel 231 van de wet van 21 maart 1991 worden daarbij integraal behouden.
   Artikel 16 van het besluit herneemt artikel 222 van de wet van 21 maart 1991 (van toepassing op de huidige NMBS) in de titel V betreffende de (nieuwe) NMBS, zodat deze bepaling overeenkomt met artikel 206 van de wet van 21 maart 1991, van toepassing op Infrabel.
   Op grond van artikel 17 worden een aantal wijzigingen ingevoegd die betrekking hebben op de samenstelling en werking van de raad van bestuur van (nieuwe) NMBS.
   In eerste instantie wordt het aantal bestuurders gewijzigd van maximum tien leden naar maximum veertien leden. Deze vermeerdering heeft tot doel rekening te houden met de toekomstige vertegenwoordiging van de Gewesten in de raad van bestuur van (nieuwe) NMBS, die zal worden geregeld, in overeenstemming met artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 op de hervorming der instellingen, in een koninklijk besluit dat U afzonderlijk ter ondertekening zal worden aangeboden. Het exacte aantal bestuurders zal, zoals dat ook het geval is voor Infrabel in artikel 207, § 1 van de wet van 21 maart 1991, worden bepaald bij een koninklijk besluit. Bij wijze van overgangsbepaling wordt in artikel 63 van dit besluit voorzien dat, zolang de Koning het aantal bestuurders niet heeft bepaald, de raad van bestuur zal zijn samengesteld uit tien bestuurders.
   Aangezien zo goed als alle aandelen van (nieuwe) NMBS in handen zijn van de Staat, voorziet het artikel 162bis van de wet van 21 maart 1991 niet langer de mogelijkheid dat bestuurders worden benoemd of herroepen door aandeelhouders, andere dan de Staat.
   Artikel 18 voegt een nieuw artikel 162bis/1 in. Ten gevolge van dit artikel dienen de gedelegeerd bestuurder van (nieuwe) NMBS en van Infrabel tot een andere taalrol te behoren. Een analoog artikel wordt door artikel 37 van dit besluit ook ingevoegd in titel VIII ("Infrabel") van de wet van 21 maart 1991. Beide nieuwe artikelen moeten worden samen gelezen met het artikel 3 van het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen, dat U afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden, en dat via een invoeging in de wet van 23 juli 1926, de samenstelling van de raad van bestuur van HR Rail, de vennootschap van publiek recht waarin (nieuwe) NMBS en Infrabel participeren, regelt. De raad van bestuur van HR Rail zal van rechtswege bestaan uit de gedelegeerd bestuurder van (nieuwe) NMBS en van Infrabel, uit een voorzitter, benoemd bij koninklijk besluit en uit een algemeen directeur. Overeenkomstig het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen zullen de voorzitter en algemeen directeur van HR Rail tot een andere taalrol moeten behoren. Het nieuwe artikel 162bis/1 zorgt ervoor dat ook de gedelegeerd bestuurders van (nieuwe) NMBS en Infrabel tot een andere taalrol behoren, zodat de raad van bestuur van HR Rail, op vlak van de taal, paritair zal zijn samengesteld.
   Artikel 19 vervangt integraal artikel 162ter van de wet van 21 maart 1991 inzake het directiecomité door de bepalingen inzake het directiecomité die op grond van artikel 224, § 1 van de wet van 21 maart 1991 van toepassing zijn op de huidige NMBS.
   Artikel 20 heeft tot doel eenvormigheid tussen (nieuwe) NMBS en Infrabel tot stand te brengen inzake de wijze waarop de leden van het directiecomité worden betiteld. Daar waar zij op grond van het huidige artikel 162quater van de wet van 21 maart 1991 binnen de NMBS Holding (met uitzondering van de gedelegeerd bestuurder) in de Nederlandse tekst werden betiteld als "directeurs-generaal", wordt deze betiteling op grond van artikel 20 afgeschaft en, zoals bij de huidige NMBS (zie artikel 224, § 2 en § 4 van de wet van 21 maart 1991) en Infrabel (zie artikel 208, § 2 en § 4 van de wet van 21 maart 1991), vervangen door "leden van het directiecomité" en "algemeen directeur".
   Om redenen van goed bestuur voorziet artikel 20 bovendien in een beperking van het aantal leden van het directiecomité tot de helft van het aantal bestuurders (de gedelegeerde bestuurder inbegrepen). Dezelfde wijziging wordt aangebracht in artikel 37 van dit besluit voor wat het directiecomité van Infrabel betreft.
   Artikel 21 van dit besluit wijzigt artikel 162quinquies van de wet van 21 maart 1991, betreffende de rechten, met inbegrip van de vergoeding, van de leden van het directiecomité en van de leden van de raad van bestuur.
   Punt 1 beoogt duidelijk te maken dat in de specifieke context van artikel 162quinquies enkel de verwijzing naar lid 2 van § 4 van artikel 161ter van de wet van 21 maart 1991 relevant is, met uitsluiting van lid 1.
   Punt 2 herneemt de relevante bepaling inzake de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur (met inbegrip van de gedelegeerd bestuurder) die van toepassing zijn op de huidige NMBS (zie artikel 226, § 1) (en die naar analogie ook gelden voor Infrabel (zie artikel 209, § 2)). Aangezien het strategisch comité wordt afgeschaft in de wet van 21 maart 1991, is het niet langer vereist de bezoldiging van de leden van dit comité te bepalen.
   De verwijzingen in artikel 162quinquies naar de Nationale Paritaire Commissie zullen, nu zij betrekking hebben op het personeel van de Belgische spoorwegen, op grond van het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen, dat U afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden, worden gewijzigd.
   Artikel 22 van het besluit brengt een aantal noodzakelijke wijzigingen aan, aan het artikel 162sexies van de wet van 21 maart 1991 ten gevolge van de afschaffing van het strategisch comité en ten gevolge van het feit dat HR Rail na de inwerkingtreding van de hervorming zal optreden als enige juridische werkgever van het personeel van (nieuwe) NMBS en Infrabel. Met betrekking tot dit laatste aspect zal het nieuwe artikel 162sexies verwijzen naar een nieuw artikel 163bis van de wet van 21 maart 1991. Dit laatste artikel zal bepalen dat (nieuwe) NMBS zal beschikken over het personeel dat haar wordt ter beschikking gesteld door HR Rail en zal worden ingevoegd op basis van het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen, dat U afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden.
   De artikelen 23 en 24 wijzigen de artikelen 162octies en nonies van de wet van 21 maart 1991, zodat de verwijzingen naar het strategisch comité, dat op grond van dit besluit wordt opgeheven, worden geschrapt, en zodat de inhoud van artikel 162nonies wordt afgestemd op het analoge artikel inzake het administratief toezicht in titel VIII ("Infrabel") van de wet van 21 maart 1991 (zie artikel 213). De termijn waarbinnen de minister een beslissing kan vernietigen wordt met een week verlengd en alle termijnen worden berekend in kalenderdagen in plaats van vrije dagen omwille van de eenvormigheid.
   Op grond van artikel 25 van het besluit wordt artikel 162decies van de wet van 21 maart 1991 inzake het ondernemingsplan van (nieuwe) NMBS volledig vervangen door een bepaling die analoog is aan de bepaling die op grond van artikel 219 van de wet van 21 maart 1991 geldt voor de huidige NMBS.
   Artikel 162decies preciseert voor alle duidelijkheid dat NMBS, in afwijking van artikel 26, lid 1, niet jaarlijks een ondernemingsplan dient op te stellen, maar haar ondernemingsplan enkel jaarlijks dient aan te passen.
   Daarnaast wordt de notie van het meerjarig investeringsplan geïntroduceerd, dat reeds een verplicht element uitmaakt van het ondernemingsplan van Infrabel op grond van artikel 200 van de wet van 21 maart 1991 en dat momenteel de facto ook door de huidige NMBS wordt opgesteld. De regering wenst aan deze praktijk een rechtsbasis in de wet van 21 maart 1991 te verlenen. Het plan zal de investeringen omvatten die door (nieuwe) NMBS moeten worden gerealiseerd in het kader van haar doel, waaronder bij wijze van voorbeeld ook de investeringen met betrekking tot de uitoefening van haar erfdienstbaarheid op grond van het door dit besluit ingevoegde artikel 156quater zullen ressorteren.
   Paragraaf 4 voegt de verplichting in om het meerjarig investeringsplan van (nieuwe) NMBS af te stemmen op dat van Infrabel voor wat betreft de planning van de werkzaamheden van (nieuwe) NMBS die betrekking hebben op het ontwerpen, de bouw en de vernieuwing van de spoorwegstations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden en die een invloed hebben op het meerjarig investeringsplan dat Infrabel op grond van artikel 200 van de wet van 21 maart 1991, zoals gewijzigd bij dit besluit, dient op te stellen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om werkzaamheden aan de stations die een invloed hebben op de perrons of de sporen, die tot de eigendom van Infrabel behoren, en met betrekking waartoe Infrabel in haar eigen meerjarig investeringsplan investeringen heeft voorzien. Teneinde de uitvoering van de werkzaamheden zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en met zo weinig mogelijk hinder is een goede afstemming van de planning van de werkzaamheden onontbeerlijk. De regering acht het daarom aangewezen dat Infrabel en (nieuwe) NMBS over deze aspecten, die nauw met elkaar verband houden, overleg plegen.
   Wat meer in het algemeen het meerjarig investeringsplan betreft, zal de regering er bovendien over waken dat de jaarlijkse budgettaire verdeelsleutel van de investeringen voorzien in het samenwerkingsakkoord van 22 maart 2002, gerespecteerd wordt. Infrabel en de (nieuwe) NMBS zullen toezien op de jaarlijkse eerbiediging van de verdeelsleutel 60/40 op het totaal van de investeringen van de spoorweggemeenschap die onderworpen zijn aan deze sleutel.
   Artikel 26 van dit besluit voegt een nieuw artikel 162duodecies in, dat betrekking heeft op de verplichting voor spoorwegondernemingen, zoals (nieuwe) NMBS, op grond van de Europese spoorwegreglementering, om afzonderlijke rekeningen te houden voor de activiteiten met betrekking tot het vervoer per spoor. Artikel 162duodecies is een integrale herneming van artikel 221, § 2 en § 3 van de wet van 21 maart 1991 dat van toepassing is op de huidige NMBS. Overeenkomstig het advies van de Raad van State, afdeling Wetgeving, werd de verwijzing naar de Europese richtlijnen die door deze bepaling werden omgezet, toegevoegd en werd de verwijzing naar richtlijn 91/440/EEG vervangen door Richtlijn 2012/34/EU van 21 november 2012 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie tot instelling van één Europese spoorwegruimte.
   Artikel 27 voegt in de wet van 21 maart 1991 een nieuw hoofdstuk Vbis in betreffende de vervoersovereenkomst in verband met binnenlands vervoer. Dit nieuwe instrument dat tot doel heeft om het kader te bepalen voor de samenwerking tussen (nieuwe) NMBS en Infrabel onder meer teneinde de reiziger een betere stiptheid te garanderen en een kwaliteitsvollere dienstverlening aan te bieden, werd geïntroduceerd door artikel 8 van de wet van 30 augustus 2013. Dit nieuwe hoofdstuk heeft tot doel paragraaf 2 van artikel 8 van de wet van 30 augustus 2013 uit te voeren en bepaalt de aangelegenheden die door de vervoersovereenkomst worden geregeld, de procedure die is te volgen met het oog op het sluiten of wijzigen van de vervoersovereenkomst en het mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen (nieuwe) NMBS en Infrabel over de uitvoering van de vervoersovereenkomst. Overeenkomstig het advies van de Raad van State, afdeling Wetgeving, werd de termijn voor de raadpleging van de Dienst Regulering voor het Spoorwegvervoer, die was bepaald op twee maanden op grond van artikel 163quinquies, § 2, zoals ingevoegd door artikel 27 van het ontwerp van besluit, beperkt tot een maand. De oorspronkelijke termijn bedoeld in artikel 60 van het ontwerp om de eerste vervoersovereenkomst te sluiten werdt ook verlengd met een maand.
   Paragraaf 1 van het nieuwe artikel 163quater preciseert dat de vervoersovereenkomst de operationele samenwerking regelt tussen (nieuwe) NMBS en Infrabel, doch enkel voor wat betreft de diensten die binnen hun respectievelijke opdrachten van openbare dienst vallen. Het gaat meer in het bijzonder om de materies opgesomd in paragraaf 2. De regering meent dat (nieuwe) NMBS en Infrabel in het bijzonder wat betreft deze materies operationele raakvlakken en een gemeenschappelijk belang vertonen. Worden met name beoogd in § 2, 1° de regels inzake het opstellen van dienstregelingen voor de treinen en het "traffic management" in real time te worden begrepen. De vervoersovereenkomst zal wat de aangelegenheid bedoeld in paragraaf 2, 2° betreft voorzien dat Infrabel zal zorgen voor de kwaliteit en de beschikbaarheid van de informatiesystemen zodat (nieuwe) NMBS haar reizigers op een correcte manier kan informeren.
   Artikel 163sexies regelt de wijze waarop de vervoersovereenkomst, die in beginsel voor een periode van vijf jaar wordt gesloten, kan worden gewijzigd met dien verstande dat partijen er zullen naar streven om de einddatum van de vervoersovereenkomst zoveel mogelijk af te stemmen op de einddatum van de beheerscontracten.
   In de eerste plaats, in geval van wijzigingen aan het beheerscontract van de (nieuwe) NMBS en/of van Infrabel, beoordelen laatstgenoemden of het noodzakelijk is de vervoersovereenkomst te wijzigen en bepalen zij, in voorkomend geval, deze wijzigingen. In geval van een meningsverschil, hetzij over de vraag of het noodzakelijk is om de vervoersovereenkomst te wijzigen, hetzij, indien (nieuwe) NMBS en Infrabel het eens zijn dat de vervoersovereenkomst moet worden gewijzigd, over de door te voeren wijziging(en), komt de Koning tussen om, te beoordelen of enige wijziging noodzakelijk is en, indien hij oordeelt dat de vervoersovereenkomst moet worden gewijzigd of indien tussen de ondernemingen enkel betwisting bestaat over de door te voeren wijzigingen, welke wijzigingen aan de vervoersovereenkomst moeten worden aangebracht. De Koning zal bij koninklijk besluit overlegd in de Ministerraad de inhoud bepalen van de vervoersovereenkomst die al dan niet gewijzigd is ten opzichte van de vorige versie. Deze overeenkomst moet aldus niet meer bij koninklijk besluit worden goedgekeurd in overeenstemming met artikel 163quinquies, § 3. Het niet bindend advies van de Dienst Regulering voor het Spoorvervoer dient door de Koning enkel te worden ingewonnen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen aan de vervoersovereenkomst. Ingeval beide vennootschappen van oordeel zijn dat de vervoersovereenkomst moet worden gewijzigd (in het licht van wijzigingen aangebracht aan de beheerscontracten), maar het niet eens zijn met betrekking tot de door te voeren wijzigingen, kan de Koning niet weigeren zich over de inhoud van de wijzigingen uit te spreken op grond van de overweging dat een wijziging van de vervoersovereenkomst niet noodzakelijk zou zijn in het licht van de gewijzigde inhoud van de beheerscontract(en).
   In de tweede plaats, kunnen de (nieuwe) NMBS en Infrabel, op elk moment, beslissen om de vervoersovereenkomst in onderlinge overeenstemming te wijzigen. In dat geval zullen deze wijzigingen vóór hun inwerkingtreding door de Koning worden goedgekeurd op basis van artikel 163quinquies, § 3. Indien de (nieuwe) NMBS en Infrabel geen overeenstemming bereiken over een wijziging, zal de vervoersovereenkomst ongewijzigd blijven.
   Indien de (nieuwe) NMBS en Infrabel bij de onderhandeling over de inhoud van een nieuwe vervoersovereenkomst (na het verloop van een termijn van vijf jaar) geen (tijdige) overeenstemming bereiken, stelt de Koning, na het niet bindend advies van de Dienst Regulering voor het Spoorvervoer te hebben ingewonnen, de regels vast die voorlopig van toepassing zullen zijn, tot op het ogenblik dat de partijen alsnog een akkoord bereiken over de inhoud van het ontwerp. Artikel 163quinquies, § 3 is in dat geval niet van toepassing. De Koning kan derhalve slechts voorlopig de regels vastleggen, tot op het ogenblik dat partijen zelf tot een akkoord zijn gekomen over de inhoud ervan. Bovendien is zijn tussenkomst noodzakelijk om de gecoördineerde voortzetting van de openbare dienst van (nieuwe) NMBS en Infrabel te verzekeren.
   Afdeling III van dit besluit wijzigt de bepalingen in titel VIII van de wet van 21 maart 1991 die betrekking hebben op de infrastructuurbeheerder, Infrabel. De wijzigingen zijn veelal analoog met de wijzigingen in titel V van de wet van 21 maart 1991 die hiervoor zijn toegelicht, en worden door dezelfde motieven gerechtvaardigd. Hieronder worden derhalve enkel de wijzigingen becommentarieerd die eigen zijn aan Infrabel en hiervoor nog niet werden toegelicht onder de titel (nieuwe) NMBS.
   Artikel 28 heft in de definitielijst van artikel 197 van de wet van 21 maart 1991 de definitie van NMBS Holding, wiens taken als enige juridisch werkgever worden overgenomen door HR Rail, op en voegt een aantal nieuwe definities toe, met name de definitie van Dienst voor de Regulering voor het spoorvervoer (die aan bod komt in het kader van de vervoersovereenkomst) en HR Rail (die aan bod komt als juridisch werkgever van het personeel van Infrabel in het kader van de onverenigbaarheidsregels).
   Artikel 29 wijzigt het doel en de opdrachten van openbare dienst van Infrabel in artikel 199 van de wet van 21 maart 1991 om ze in overeenstemming te brengen met artikel 4 van de wet van 30 augustus 2013. Deze wijzigingen worden toegelicht in de commentaar bij het voornoemde artikel 4. Daaraan werd nog een "catch-all" bepaling toegevoegd, die vóór de hervorming al was opgenomen in de statuten van Infrabel.
   Het beheer van de regelings- en veiligheidssystemen van de spoorweginfrastructuur (artikel 199, § 1, 2° ) sluit nauw aan bij de veiligheidsactiviteiten op het spoorwegdomein.
   Artikel 30 wijzigt artikel 199ter van de wet van 21 maart 1991 dat er toe strekt de onafhankelijkheid van (de essentiële functies bij) Infrabel te waarborgen door een verbod op te leggen voor de personeelsleden die een directiefunctie of een functie als lid van het hogere kaderpersoneel uitoefenen bij de dienst van Infrabel die belast is met de essentiële functies om bepaalde activiteiten uit te oefenen ten dienste van spoorwegondernemingen, van NMBS Holding of van met één van hen verbonden vennootschappen. De wijzigingen in artikel 30 van dit besluit beogen enerzijds de schrapping van de woorden "NMBS Holding", nu zij een spoorwegonderneming wordt en zij in die zin al is vermeld in het voormelde artikel, en anderzijds de toevoeging van HR Rail, die hoewel het niet gaat om een met (nieuwe) NMBS of Infrabel verbonden vennootschap in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, toch een vennootschap is waarin (nieuwe) NMBS en Infrabel participeren. Om die reden acht de regering aangewezen om het verbod van artikel 199ter ook zoveel mogelijk tot HR Rail uit te breiden.
   Op grond van artikel 32 wordt artikel 200, § 3 van de wet van 21 maart 1991 inzake het meerjarig investeringsplan van Infrabel gewijzigd, zodat de daarin te vermelden investeringen overeenstemmen met het gewijzigde doel van Infrabel. De raadpleging van NMBS Holding op grond van paragraaf 4 van artikel 200 wordt in het licht van de hervorming geschrapt.
   Het meerjarig investeringsplan van Infrabel zal afgestemd worden op dat van (nieuwe) NMBS, net zoals dat het geval is voor dat van (nieuwe) NMBS op grond van artikel 25 van dit besluit. De afstemming zal zich beperken tot het onderdeel van het plan van (nieuwe) NMBS dat betrekking heeft op de investeringen inzake het ontwerpen, de bouw en de vernieuwing van de stations, de onbemande stopplaatsen en hun aanhorigheden, nu de investeringen van beide vennootschappen vooral op dat punt raakvlakken vertonen die een coördinatie vereisen.
   Artikel 34 heft artikel 205 van de wet van 21 maart 1991 op, aangezien na de hervorming zo goed als alle aandelen van Infrabel eigendom zullen zijn van de Staat.
   Artikel 37, 2° vervangt in artikel 208 de titel van "algemeen directeur aangewezen door de raad van bestuur" door "lid van het directiecomité, aangewezen door de raad van de bestuur".
   Artikel 39 voegt in artikel 210, § 2 van de wet van 21 maart 1991 de mogelijkheid toe voor de algemene vergadering om op voorstel van de raad van bestuur een externe auditeur aan te duiden die met raadgevende stem kan deelnemen aan de vergaderingen van het auditcomité, naar analogie met de bepaling die terzake voor (nieuwe) NMBS geldt (zie artikel 161ter, § 3, laatste lid).
   Artikel 40 wijzigt artikel 212 van de wet van 21 maart 1991 inzake de onverenigbaarheidsregels die gelden voor de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité van Infrabel om de onafhankelijkheid van Infrabel, als infrastructuurbeheerder, ten aanzien van de spoorwegondernemingen te verzekeren, zoals voorgeschreven door de Europese spoorwegreglementering. In paragraaf 2 van artikel 212 worden de woorden "NMBS Holding" geschrapt, nu zij ten gevolge van de hervorming een spoorwegonderneming wordt en zij in die zin al is geviseerd door voormelde paragraaf 2. Daarnaast wordt "HR Rail" toegevoegd, die geen spoorwegonderneming is. De regering acht het om de reden aangegeven in de toelichting bij artikel 30 van dit besluit aangewezen om het verbod van artikel 212, § 2 ook tot HR Rail uit te breiden. Artikel 40 voegt ook een uitzondering toe op het verbod van paragraaf 2, om het mogelijk te maken dat de gedelegeerd bestuurder van Infrabel van rechtswege zetelt in de raad van bestuur van HR Rail (conform artikel 34, § 1, 2° van de wet van 23 juli 1926, zoals dat zal worden ingevoegd door het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen, dat U afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden) en de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij Infrabel van rechtswege zetelt in het comité voor de coördinatie van het beheer van de personeelszaken van HR Rail (conform het toekomstige artikel 45, § 1, 3e streepje van voornoemde wet van 23 juli 1926).
   Artikel 43 voegt de artikelen 215bis tot 215quater in. Artikel 215bis brengt een erfdienstbaarheid van algemeen nut tot stand ten gunste van Infrabel op de stations en gronden die eigendom zijn van (nieuwe) NMBS. Deze erfdienstbaarheid strekt ertoe Infrabel het recht te verlenen om deze eigendommen van (nieuwe) NMBS te gebruiken om al haar hoogspanningskabels en kabels verbonden met de "AVG"-toestellen ("Aanwijzing Verrichtingen Gedaan"-toestellen), met de signalisatie en met de geluidsinstallaties een doorgang te verlenen. Dergelijke erfdienstbaarheid is noodzakelijk voor Infrabel om haar taken van openbare dienst, onder meer inzake het beheer van de regelings- en veiligheidssystemen van de spoorweginfrastructuur, uit te voeren.
   De artikelen 215ter en quater houden verband met het feit dat Infrabel, op grond van de wet van 30 augustus 2013 (en op grond van artikel 29 van dit besluit), na de hervorming, als onderdeel van haar doel, onder meer belast zal zijn met het onderhoud, het beheer en de uitbating van informaticasystemen en telecommunicatienetwerken. Infrabel dient daartoe te beschikken over een erfdienstbaarheid op het stationsdomein van (nieuwe) NMBS om de kabels en bijbehorende uitrustingen die betrekking hebben op genoemde telecommunicatie- en informaticasystemen te kunnen installeren en onderhouden.
   Met "telecommunicatie- en informaticasystemen" worden onder anderen volgende installaties bedoeld :
   alle actieve infrastructuur (installaties) en passieve infrastructuur (kabels, verbindingen, antennes & masten) inzake telecommunicatie en informatica, die al dan niet deel uitmaken van de spoorweginfrastructuur en die inzonderheid de informatica- en telecommunicatienetwerken omvat, met inbegrip van de aansluitingen op de eindgebruikers, de servers, de uitzenduitrustingen, de machines die toegang verlenen tot het transmissienetwerk en de einduitrustingen die reiken tot de applicaties;
   alle infrastructuur verbonden met het geheel van ontwikkelde en/of geïmplementeerde toepassingen die gemeenschappelijk zijn aan de verschillende entiteiten van de Belgische spoorwegen.
   Deze erfdienstbaarheid verleent aan Infrabel het recht om de werken uit te voeren die vermeld zijn in paragraaf 2 van artikel 215ter. Opdat Infrabel kabels en verbonden uitrustingen kan installeren op het stationsdomein van (nieuwe) NMBS, dient zij evenwel het voorafgaandelijk akkoord te bekomen van (nieuwe) NMBS met het liggingsplan en de (technische) inrichtingskenmerken. Het begrip "ligging" verwijst naar de plaatsen waar de kabels van Infrabel doorlopen. De inrichtingskenmerken betreffen de modaliteiten van de ligging van de kabels en de verbonden uitrustingen (het betreft de technische gegevens betreffende de kabels en de verbonden uitrustingen bedoeld in het liggingsplan, zoals bijvoorbeeld hun afmetingen of de wijze waarop ze vastgehecht zijn aan het stationsdomein).
   Om de kabels te kunnen onderhouden, wijzigen, herstellen, wegnemen of controleren, krijgt Infrabel op grond van paragraaf 3 uiteraard toegang tot de stations en tot de kabels en verbonden uitrustingen.
   Infrabel dient de werken als een goed huisvader uit te voeren en zo min mogelijk hinder te veroorzaken, zowel ten aanzien van (nieuwe) NMBS als ten aanzien van derden.
   Als tegenhanger van de erfdienstbaarheid van Infrabel krijgt (nieuwe) NMBS in artikel 215quater het recht om de ligging van de kabels en verbonden uitrustingen waarvan sprake in artikel 215ter te laten wijzigen indien zij zelf werken wenst uit te voeren in de stations (o.m. de vernieuwing van de stations). Beide ondernemingen dienen elkaar te informeren en de organisatie van de werken zo goed mogelijk te coördineren. De kosten die voortvloeien uit een wijziging van de kabels en de verbonden uitrustingen zijn ten laste van Infrabel in de mate dat de wijziging wordt uitgevoerd in het kader van de opdrachten van openbare dienst van de NMBS.
   In de mate dat de wijzigingen door (nieuwe) NMBS worden gevraagd in het kader van haar commerciële activiteit van vastgoedontwikkeling, zullen de kosten die worden veroorzaakt door de verplaatsing van de kabels en verbonden uitrustingen evenwel ten laste van (nieuwe) NMBS zijn.
   Artikel 44 heft titel IX van de wet van 21 maart 1991 op, nu de huidige NMBS ten gevolge van een fusie zal worden opgeslorpt door NMBS Holding.
   Titel III van dit besluit bundelt de wijzigings- en opheffingsbepalingen die, naast de wijzigingen van de wet van 21 maart 1991, een gevolg zijn van de hervorming van de NMBS groep. Overeenkomstig het advies van de Raad van State, afdeling Wetgeving, werden de artikelen 47, 50 en 53 van het ontwerp van besluit gewijzigd. Aangezien artikel 47 werd geschrapt, werd de nummering van de artikels dienovereenkomstig aangepast.
   Artikel 45 wijzigt de artikelen 10, 12 en 15 van de wet van 25 juli 1891 houdende herziening van de wet van 15 april 1843 op de politie der spoorwegen. De wijzigingen aan genoemd artikel 10 zijn ingegeven door de vaststelling dat voornoemde wet verwijst naar NMBS Holding en het statutair personeel ter beschikking gesteld door NMBS Holding, terwijl NMBS Holding na de hervorming niet langer de juridische werkgever van het voltallige personeel van de Belgische spoorwegen zal zijn. Daarnaast bestaat de wens om niet langer uitsluitend te verwijzen naar het "statutair" personeel, nu elke discriminatie ten aanzien van het contractuele personeel moet worden vermeden. De wijzigingen in artikel 12 strekken ertoe de onbewaakte stopplaatsen toe te voegen, alsook NMBS Holding te vervangen door NMBS. Dat laatste geldt ook voor de wijziging in artikel 15.
   Artikel 46 voert een aantal wijzigingen door in de wet van 23 juli 1926, in het bijzonder de naamswijziging van NMBS Holding in Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort "NMBS", en de opheffing van het doel in artikel 1bis. Om de parallellie in de wet van 21 maart 1991 tussen de bepalingen van de (nieuwe) NMBS en deze van Infrabel te vrijwaren, werd er immers voor geopteerd om het maatschappelijk doel opnieuw op te nemen in de wet van 21 maart 1991 (zie hierboven, commentaar bij artikel 9 van dit besluit). Het koninklijk besluit houdende het personeel van de Belgische Spoorwegen, dat U afzonderlijk ter ondertekening wordt aangeboden, zal de wet van 23 juli 1926 ingrijpend wijzigen op andere punten, in het bijzonder door de invoeging van een nieuw Boek 2 betreffende het personeel van de Belgische Spoorwegen.
   Artikel 48 wijzigt de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid die van toepassing is op de interne bewakings- en veiligheidsdiensten (B-Security en Securail) van NMBS Holding.
   Deze wijzigingen hebben tot doel rekening te houden met de realiteit dat (nieuwe) NMBS, die na de hervorming belast is met de taken van openbare dienst inzake veiligheid, en Infrabel niet langer tot eenzelfde groep zullen behoren, waardoor Infrabel, volgens de huidige bewoordingen van voornoemde wet van 10 april 1990 niet langer beroep kan doen op de veiligheidsdienst van (nieuwe) NMBS. De regering acht het nochtans belangrijk dat de veiligheid in het domein van de spoorwegen volgens één globale benadering kan worden uitgeoefend door de agenten van de (nieuwe) NMBS, ook op de spoorweginfrastructuur die wordt beheerd door Infrabel.
   De wijzigingen aan voornoemde wet van 10 april 1990 laten ook toe dat de veiligheidsagenten van (nieuwe) NMBS kunnen optreden op de plaatsen bepaald in artikel 156, 7°, waaronder in spoorwegvoertuigen van andere spoorwegondernemingen in de mate dat deze spoorwegondernemingen daartoe een voorafgaandelijk verzoek hebben gericht tot de veiligheidsdienst van (nieuwe) NMBS.
   Titel IV van dit besluit voegt een aantal overgangsbepalingen in die verband houden met de wijzigingen die op grond van dit besluit worden doorgevoerd.
   Artikel 60 strekt ertoe Infrabel en (nieuwe) NMBS de mogelijkheid te bieden tot 1 april 2014 om in onderling overleg een vervoersovereenkomst te sluiten in overeenstemming met de nieuwe artikelen 163quater tot 163septies en 213bis van de wet van 21 maart 1991, zoals ingevoegd door dit besluit. Indien op die datum geen vervoersovereenkomst tot stand is gekomen, bepaalt de Koning voorlopig de inhoud van de vervoersovereenkomst. Overeenkomstig het advies van de Raad van State, afdeling Wetgeving, werd de datum van 1 maart 2014 voor het sluiten van de eerste vervoersovereenkomst uitgesteld tot 1 april 2014. De termijn van twee maanden die aanvankelijk in artikel 27 van het ontwerp dat artikel 163quinquies, § 2 invoegt, was voorzien, werd bovendien beperkt tot een maand.
   De overgangsbepaling van artikel 61 van dit besluit strekt ertoe om in het belang, de continuïteit en de goede werking van (nieuwe) NMBS, Infrabel en HR Rail, de bestaande contracten/overheidsopdrachten die verbonden zijn met de activa die in het kader van de hervorming aan één of meer van die entiteiten worden overgedragen, verder te zetten zonder enig recht op schadevergoeding en zonder voorafgaande toestemming van één van de partijen, ondanks de gebeurlijke opsplitsing van die contracten/overheidsopdrachten naar aanleiding van die overdrachten.
   Artikel 62 voorziet een overgangsbepaling voor de diensten die vóór de hervorming reeds werden verzekerd tussen NMBS Holding en Infrabel enerzijds en tussen de huidige NMBS en Infrabel anderzijds zodat deze diensten, met het oog op het verzekeren van de continuïteit van de openbare dienst, verder kunnen worden geleverd tot 30 juni 2014,
   indien de vennootschappen dit wensen. Dergelijke overgangsbepaling is niet nodig voor de contracten die vóór de hervorming bestonden tussen NMBS Holding en (oude) NMBS, nu beide vennootschappen fuseren.
   De overgangsbepaling in artikel 63 werd hierboven toegelicht bij de commentaar bij artikel 17 van dit besluit.
   Artikel 64 stelt de inwerkingtreding van de artikelen 20, 1° en 37, 1° van dit besluit, die voorzien in de beperking van het aantal leden van het directiecomité tot de helft van het aandelen leden benoemd in de raad van bestuur, afhankelijk van de effectieve aanwezigheid van de vertegenwoordigers van de gewesten in de raden van bestuur van de (nieuwe) NMBS en van Infrabel. De vertegenwoordiging van de gewesten in de raden van bestuur zal worden geregeld in een koninklijk besluit dat U afzonderlijk zal worden aangeboden ter ondertekening.
   Aangezien alle bestuurders van Infrabel vanaf 1 januari 2014 overeenkomstig het door dit besluit bij artikel 35 gewijzigde artikel 207 van de wet van 21 maart 1991 worden benoemd door de Koning, verzekert de overgangsbepaling van artikel 65 van dit besluit dat de bestuurders die vóór 1 januari 2014 door de algemene vergadering van Infrabel werden benoemd hun mandaat op geldige wijze kunnen blijven uitoefenen tot wanneer de Koning hun mandaat heeft bevestigd, dan wel herroepen, en in dit laatste geval, tot benoeming van een nieuwe bestuurder ter vervanging is overgegaan.
   Artikel 66 verleent aan Infrabel en (nieuwe) NMBS een overgangstermijn tot 30 juni 2014 om hun statuten aan te passen aan de wijzigingen van de wet van 21 maart 1991 die op grond van dit besluit worden doorgevoerd.
   De overgangsbepalingen van de artikelen 67 en 68 behoeven geen nadere toelichting.
   Titel V voegt een aantal gemeenschappelijke bepalingen toe, waaronder fiscale en diverse bepalingen.
   De administratie beschikt over specifieke invorderingswaarborgen wanneer een geheel van goederen wordt overgedragen dat is samengesteld uit elementen die het behoud van het cliënteel mogelijk maken. Deze invorderingswaarborgen beschermen de administratie tegen het onvermogen van de overdrager die niet meer in staat zou zijn om zijn (para)fiscale schulden te betalen. Deze invorderingswaarborgen zijn niet van toepassing in geval van een overdracht (fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid of van een tak van werkzaamheid) overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen. Buiten de overdrachten in het kader van de fusie en de partiële splitsing voorziet de wet van 30 augustus 2013 als onderdeel van de operaties die dienen te leiden tot de hervorming ook in de overdracht van andere goederen. Aangezien het niet wenselijk is dat de verschillende entiteiten aansprakelijk zouden zijn voor elkaars (para)fiscale schulden, dat het gaat om wettelijke overdrachten, en aangezien de entiteiten niet onvermogend worden ten gevolge van de hervorming, beoogt artikel 69 van dit besluit de bedoelde overdrachten uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze specifieke invorderingswaarborgen.
   Artikel 70 laat aan de (nieuwe) NMBS en aan Infrabel toe om onderling gronden over te dragen.
   De netto boekwaarde van de activa waarvan het bedrag van de ermee op 31 december 2013 verbonden milieuvoorzieningen wordt afgetrokken, vertegenwoordigt hun marktwaarde.
   In elk geval is de aanschafwaarde van de geruilde goederen vermeld op het actief van de balans van de vennootschappen, gelijk aan de marktwaarde van het verkregen actief, verhoogd met het bedrag van de voorzieningen die moeten worden wedersamengesteld op het passief van de balans.
   Artikel 71 bepaalt, voor zoveel als nodig, dat (nieuwe) NMBS en Infrabel geen consortium vormen in de zin van artikel 10 van het Wetboek van vennootschappen.
   Voor zoveel als nodig bevestigt artikel 72 van het besluit dat de hervorming de bestaande staatswaarborgen niet aantast en derhalve de mogelijkheid onverlet laat voor de (nieuwe) NMBS om mits machtiging van de Koning en aan marktconforme voorwaarden een staatswaarborg te bekomen, voor wat betreft hun opdrachten van openbare dienst, ten belope van een totale leningscapaciteit van EUR 1,138 miljard. Artikel 203 van de wet van 21 maart 1991, dat niet wordt gewijzigd biedt de Koning reeds de mogelijkheid de staatswaarborg toe te kennen aan de verbintenissen van Infrabel ingevolge van de leningen die door haar zijn uitgegeven of aangegaan in het kader van haar opdracht van openbare dienst.
   Artikel 73 van dit besluit beoogt een oplossing te bieden voor de Infrabel aandelen die naar aanleiding van de partiële splitsing van de NMBS Holding door Infrabel zullen worden uitgegeven ten voordele van de houders van bewijzen van deelgerechtigdheid (aan toonder) bij de NMBS Holding die niet hebben verzocht om de omzetting op naam van hun bewijzen en die door Infrabel derhalve niet kunnen worden geïdentificeerd. Infrabel zal deze nieuwe Infrabel aandeelhouders naar aanleiding van de partiële splitsing in haar aandelenregister inschrijven in haar eigen naam, maar voor rekening van de niet-geïdentificeerde houders van bewijzen van deelgerechtigdheid. Deze personen krijgen nog minstens een jaar de kans om zich alsnog te manifesteren. Gedurende het kalenderjaar 2015 evenwel, wordt op grond van het besluit aan Infrabel de mogelijkheid geboden om deze aandelen in te kopen, in de mate dat, op het ogenblik van de inkoop, de houders ervan zich nog steeds niet hebben gemanifesteerd. Deze inkoop kan gebeuren aan fractiewaarde en ongeacht of het voor de verkrijging van de eigen aandelen uitgetrokken bedrag, vermeerderd met het bedrag uitgetrokken voor de aandelen die Infrabel in voorkomend geval al eerder heeft verkregen en in portefeuille houdt en met (het bedrag uitgetrokken voor) de aandelen die verkregen zijn door een persoon die handelt in eigen naam maar voor rekening van Infrabel, voor uitkering vatbaar is overeenkomstig artikel 617 van het Wetboek van vennootschappen. Vervolgens wordt met betrekking tot de koopprijs, naar analogie, het regime gevolgd dat is opgenomen in artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder.
   Wij hebben de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaars,
   De Minister Van Binnenlandse Zaken,
   Mevr. J. MILQUET
   De Minister van Overheidsbedrijven,
   J.-P. LABILLE
   De Minister van Financiën,
   K. GEENS
   
   RAAD VAN STATE
   Afdeling Wetgeving
   Advies 54.637/4 van 5 december 2013 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS' (2)
   Op 29 november 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Overheidsbedrijven verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende hervorming van de structuren van de NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (2)'.
   Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 5 december 2013. De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Jacques Jaumotte en Bernard Blero, staatsraden, en Colette Gigot, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Yves Chauffoureaux, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Liénardy .
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 5 december 2013.
   Volgens artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996 en vervangen bij de wet van 2 april 2003, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
   De motivering in de brief luidt als volgt :
   "L'urgence est motivée par la nécessité de mettre en oeuvre, au plus vite, la réforme, dont un premier volet fait déjà l'objet de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 portant réforme des structures de la SNCB Holding, d'Infrabel et de la SNCB (I), dans la mesure où (i) il faut au plus vite mettre fin à l'incertitude, associée à la présente période de transition dans le chef du personnel, des clients et des autres parties prenantes en passant à bref délai à la nouvelle structure, (ii) la qualité des services publics et la ponctualité, pour lesquels la nouvelle structure permettra de prendre les mesures nécessaires, sont à améliorer d'urgence, (iii) l'endettement du groupe SNCB est à maitriser d'urgence dans l'intérêt de la continuité du service public et la trésorerie de l'Etat et (iv) pour des raisons comptables, il est préférable que la nouvelle structure entre en vigueur au début d'une nouvelle année civile, ce qui, au final, implique que la nouvelle structure entre en vigueur le 1er janvier 2014. Pour que cette nouvelle structure puisse entrer en vigueur le 1er janvier 2014, il convient préalablement d'adopter un cadre organique et légal adapté, ce qui fait l'objet du présent projet d'arrêté royal".
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Voorafgaande opmerking
   Gelet op de omvang van het ontwerp, heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State niet alle juridische kwesties kunnen onderzoeken die in het ontwerp aan de orde zouden kunnen worden gesteld, vanwege de korte termijn die haar voor dat onderzoek is toegemeten.
   Het grote aantal teksten dat wordt gewijzigd alsook de aard en de inhoud ervan, maken het onderzoek van het ontwerp in dat opzicht nog complexer.
   Uit de omstandigheid dat over deze of gene bepaling van het ontwerp geen opmerkingen worden gemaakt, mag bijgevolg niet worden afgeleid dat die teksten niet aan kritiek onderhevig zijn of niet voor verbetering vatbaar zijn. Het stilzwijgen van de afdeling Wetgeving over die bepalingen kan dus niet worden aangegrepen om het voorliggende ontwerpbesluit op de ene of de andere manier uit te leggen.
   Bijzondere opmerkingen
   Aanhef
   Eerste lid
   In het eerste lid moet als rechtsgrond van het ontwerp meer bepaald worden verwezen naar de artikelen 3 tot 6, 8 en 11 van de wet van 30 augustus 2013 `betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen'.
   Vierde lid
   Wat betreft de vermelding, in het vierde lid van de aanhef, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 `betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten', wordt verwezen naar de opmerking betreffende artikel 47 van het ontwerp.
   Nieuw lid
   Er moet ook worden verwezen naar het koninklijk besluit van 11 juli 2011 `betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen' dat bij artikel 59 van het ontwerp wordt gewijzigd.
   Dispositief
   Artikel 26
   Het ontworpen artikel 162duodecies van de wet van 21 maart 1991 `betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven' strekt ertoe het bepaalde van het huidige artikel 221, §§ 2 en 3, van dezelfde wet te handhaven wegens de opheffing van titel IX van deze wet bij artikel 44 van het ontwerp.
   In datzelfde ontworpen artikel moeten ook de Europese richtlijnen worden vermeld die door deze bepaling worden omgezet en die thans in artikel 221, § 1, van de wet van 21 maart 1991 worden vermeld. Die wet moet evenwel worden bijgewerkt, aangezien Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 `tot instelling van één Europese spoorwegruimte' Richtlijn 91/440/EEG opheft.
   Artikel 47
   Artikel 47 van het ontwerp strekt tot wijziging van artikel 63, § 2, tweede lid, 2° (lees : 1° ) van de bijzondere wet van 16 januari 1989. Er kan niet worden van uitgegaan dat de - gewone - wet van 30 augustus 2013 rechtsgrond oplevert voor de wijziging van een bijzondere wet.
   Artikel 47 van het ontwerp en het vierde lid van de aanhef van het ontwerp moeten dus worden weggelaten.
   Artikel 50
   Artikel 50 wijzigt artikel 355 van de wet van 20 juli 2006 `houdende diverse bepalingen'.
   De afdeling Wetgeving vraagt zich echter af of in dezelfde wet de artikelen 357 tot 359bis niet moeten worden opgeheven, gelet op andere bepalingen die zijn uitgevaardigd ter uitvoering van artikel 11 van de wet van 30 augustus 2013.
   Artikel 53
   In artikel 53, 3°, hoeft artikel 204 van de programmawet van 23 december 2009 niet te worden gewijzigd. Deze bepaling heeft immers twee leden toegevoegd aan artikel 355 van de wet van 20 juli 2006 `houdende diverse bepalingen", dat zelf al door artikel 50 van het ontwerp wordt gewijzigd.
   Artikel 53, 3°, moet dus uit het ontwerp worden weggelaten.
   Artikel 61
   De termijn die in artikel 61 van het ontwerp aan de N.M.B.S. en aan Infrabel wordt toegekend om de eerste vervoersovereenkomst te sluiten, is te kort, gelet op de termijn van twee maanden die het ontworpen artikel 163quinquies, § 2, (artikel 27 van het ontwerp) vaststelt voor het raadplegen van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer.
   
   De Griffier,
   C. Gigot.
   De Voorzitter,
   P. Liénardy.
   

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Errata Franstalige versie