J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2013/07/09/2013011361/justel

Titel
9 JULI 2013. - Koninklijk besluit inzake waarschuwingsberichten om de kosten van elektronische-communicatiediensten te beheersen

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 23-07-2013 nummer :   2013011361 bladzijde : 45883       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-07-09/04
Inwerkingtreding : 01-02-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-8

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " Besluit van het Instituut " : besluit van de Raad van het BIPT van 20 november 2012 betreffende de lijst van bovengrenzen die de operatoren aan hun klanten moeten aanbieden zoals bepaald in artikel 112 van de wet betreffende de elektronische communicatie;
  2° " Bovengrens " : de financiële plafonds zoals vastgesteld in het Besluit van het Instituut.

  Art. 2. § 1. Het eerste waarschuwingsbericht dat de operatoren versturen naar hun klanten bij het bereiken van hun maandelijks forfait bevat minstens de informatie aan de klant dat zijn maandelijks forfait werd overschreden.
  § 2. Het tweede waarschuwingsbericht dat de operatoren versturen naar hun klanten na het overschrijden van de bovengrens, bevat minstens de informatie aan de klant dat zijn bovengrens werd overschreden.
  De operatoren kunnen aan dit bericht onder meer het bedrag van de overschrijding en de diensten toevoegen die al dan niet binnen de bovengrens van het forfait vallen en die vermeld zijn in het Besluit van het Instituut.
  § 3. De operatoren verzenden de waarschuwingsberichten per sms.
  § 4. De operatoren verzenden de waarschuwingsberichten per e-mail wanneer de betreffende klanten bij mobiele data via tablet of USB-stick geen sms'en kunnen ontvangen.

  Art. 3. § 1. Op het moment dat de klant een bovengrens kiest of beslist om in te tekenen op een aanbod zonder een bovengrens in te stellen, meldt de operator aan de klant dat de dienst niet zal worden stopgezet bij overschrijding, naar gelang het geval, van de bovengrens gekozen door de klant of de standaard bovengrens vermeld in het besluit van het Instituut.
  § 2. De operator verwittigt de klant bij de keuze van de bovengrens of bij het inschrijven op het aanbod zonder bovengrens dat de operator niet in staat is om het verbruik in realtime te monitoren en dat er geen garanties zijn dat het bedrag dat hem zal worden gefactureerd, niet hoger zal zijn dan, naar gelang het geval, de bovengrens gekozen door de klant of de standaard bovengrens vermeld in het besluit van het Instituut, ook al stopt hij met het verbruik na de ontvangst van het waarschuwingsbericht.

  Art. 4. De operator verstuurt het waarschuwingsbericht zo snel mogelijk nadat hij heeft kunnen vaststellen dat het maandelijks forfait of de bovengrens werd overschreden.

  Art. 5. Ingeval een klantennummer contractueel verbonden is met meerdere kaarten of eindtoestellen, verzendt de operator het waarschuwingsbericht aan:
  1° de persoon die verantwoordelijk is voor de betaling van de factuur of
  2° het nummer waarop de overschrijding van de bovengrens betrekking heeft of
  3° beide in 1° en 2° vermelde bestemmelingen.

  Art. 6. § 1. De klant kan vragen om :
  1° geen waarschuwingsberichten te ontvangen;
  2° opnieuw waarschuwingsberichten te ontvangen na eerder gevraagd te hebben om deze informatieverstrekking stop te zetten;
  3° de ingestelde bovengrens te wijzigen.
  § 2. De operatoren voldoen gratis en zo snel mogelijk aan de verzoeken vermeld in paragraaf 1. Behoudens hetgeen vermeld is in paragraaf 3 verbinden de operatoren aan deze verzoeken en wijzigingen geen voorwaarden of beperkingen.
  § 3. De operatoren voldoen minstens één maal per facturatieperiode aan de verzoeken vermeld in paragraaf 1.

  Art. 7. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand die volgt op een periode van zes maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 8. De minister bevoegd voor telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 9 juli 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister
  en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee,
  J. VANDE LANOTTE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 112 hersteld bij de wet van 10 juli 2012;
   Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie van 21 maart 2013;
   Gelet op het advies 53.101/4 van de Raad van State, gegeven op 17 april 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Economie,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   De populariteit van mobiele diensten leidt er vaak toe dat consumenten in hun enthousiasme de kosten uit het oog verliezen en zich dan geconfronteerd zien met onverwacht hoge facturen.
   De Europese wetgever erkent dit probleem en heeft in de Verordening nr. 531/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (hierna genoemd " de Verordening ") onder meer bepaald dat gebruikers van hun operatoren een waarschuwing ontvangen wanneer hun verbruik een bepaalde bovengrens dreigt te overstijgen.
   Verschillende mechanismes van de Verordening, waaronder " preventieve mechanisme ", beogen " het probleem van astronomisch hoge rekeningen, (...) uit de weg te ruimen en roamende klanten de instrumenten te verschaffen die zij nodig hebben om hun uitgaven voor dataroamingdiensten te bewaken en te beheersen " (overweging 84).
   Deze Europese reglementering is uitermate nuttig om een " bill shock " ten gevolge van astronomisch hoge rekeningen door mobiel telefoneren of internetten in het buitenland te vermijden. Het toepassingsgebied ervan is, krachtens art. 2.2, f), evenwel beperkt tot roaming op netwerken in andere lidstaten van de Europese Unie dan " die waar zich het netwerk van de binnenlandse aanbieder bevindt door middel van regelingen tussen de exploitant van het thuisnetwerk en de exploitant van het bezochte netwerk ". Daarom is de Verordening niet van toepassing in België op de abonnees van Belgische operatoren die in België gebruik maken van mobiele netwerken.
   " Welnu, het valt moeilijk in te zien waarom in het kader van internationale communicaties wel voorzien wordt in een bescherming van de consumenten die verder gaat dan louter openbare telefonie en die kosteloos is, en waarom dat niet zou gelden t.a.v. nationale communicaties " (wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, Memorie van toelichting, Parl. Doc., 53 2143/001 p. 68).
   Om die redenen heeft de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie in artikel 112 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna genoemd " de WEC "), bepaald dat de Koning, na advies van het BIPT, de faciliteiten kan vaststellen die de operatoren moeten aanbieden om de kosten van elektronische-communicatiediensten te beheersen, waaronder kostenloze waarschuwingen aan de consumenten in geval van abnormale of excessieve consumptiepatronen.
   Onderhavig besluit geeft uitvoering aan dit artikel 112 van de WEC.
   Advies 53.101/4 van de Raad van State van 17 april 2013 werd integraal gevolgd.
   Artikelgewijze bespreking
   Artikel 1. In de definitie van bovengrens wordt verwezen naar de bovengrens die overeenkomstig artikel 112 wordt vastgesteld door het BIPT.
   Bij gebrek aan een maandelijks forfait, gelden deze door het BIPT vastgestelde financiële bovengrenzen voor de ganse factuur.
   Opgemerkt moet worden dat plafonnering evenals het waarschuwingssysteem dat in onderhavig besluit wordt vastgelegd, alleen betrekking hebben op de diensten die in het besluit van het BIPT zijn vastgesteld, namelijk postpaid mobiele telefonie en mobiel internet. De reden hiervoor is dat abnormale en excessieve consumptiepatronen zich vooral met deze diensten voordoen. Onderhavig besluit heeft geen betrekking op prepaid diensten: bij deze diensten behoudt de klant immers steeds de controle over zijn verbruik.
   Zoals de Verordening het in art. 15.4 voor internationale roaming doet, worden " Machine-to-machine-diensten " eveneens van de toepassing van dit besluit uitgesloten.
   Art. 2. De waarschuwingsberichten worden in principe verzonden per sms. Alleen wanneer de betreffende klanten geen sms kunnen ontvangen bij mobiele data via een tablet of USB-stick (dongle), sturen de operatoren aan deze klanten een e-mail met dezelfde waarschuwing. Daarnaast staat het de operatoren vrij om ook andere manieren van verzenden te gebruiken zoals pop-ups of e-mails aan klanten aan wie reeds een sms werd verstuurd.
   De operatoren kunnen zelf beslissen over de bewoordingen van het waarschuwingsbericht. Door de waarschuwingsberichten moet de klant in ieder geval kunnen inschatten wat de financiële gevolgen zijn indien hij kiest om verder te blijven consumeren.
   De operatoren mogen aan hun klanten ook melden welke diensten de overschrijding van de bovengrens hebben veroorzaakt. Daarbij kunnen de operatoren verwijzen naar de diensten vermeld in het Besluit van het BIPT. Wanneer operatoren hun klanten deze verduidelijking bieden moet dit op louter zakelijke en objectieve wijze gebeuren en moet publiciteit en reclame geweerd worden.
   Art. 3. Dit artikel bepaalt welke informatie de operator aan de klant moet geven op het ogenblik dat de klant een bovengrens kiest of intekent op een aanbod zonder bovengrens.
   Art. 4. De operatoren waarschuwen de klant zo snel mogelijk vanaf het ogenblik dat zij merken dat de bovengrens overschreden is.
   Art. 5. Sommige tariefformules verbinden één klantennummer aan verscheidene kaarten en/of verscheidene eindtoestellen.
   Naargelang de omstandigheden is het aangewezen dat de persoon die verantwoordelijk is voor de betaling van de factuur en/of de persoon die het eindtoestel gebruikt en dus verantwoordelijk is voor de overschrijding van de bovengrens hiervan op de hoogte worden gebracht.
   Het alleen versturen van een waarschuwingsbericht naar het nummer waarop de overschrijding betrekking heeft, zou er toe leiden dat de persoon die verantwoordelijk is voor het verbruik, ingelicht wordt maar diegene die de factuur moet betalen niet. In dat geval wordt het gevaar van een " bill shock " uiteraard niet vermeden. Omgekeerd zou het verwittigen van de persoon die de factuur moet betalen, zonder een waarschuwing te versturen naar het betrokken nummer, problemen kunnen doen rijzen: het is immers denkbaar dat de verbruiker over goede redenen beschikt om de bovengrens te overschrijden.
   De operatoren kiezen aan wie zij het waarschuwingsbericht bezorgen. Bij die keuze houden zij ten volle rekening met het doel van onderhavig besluit, namelijk dat de betreffende klanten de controle over hun kosten kunnen behouden.
   Art. 6. Elke klant heeft het recht om aan de operator te vragen om de waarschuwingen niet langer te versturen en om zijn operator te vragen deze dienst gratis opnieuw te activeren. Elke klant heeft eveneens het recht om de bovengrens gratis te wijzigen. De operatoren voldoen onverwijld aan deze verzoeken. Het is hen niet toegestaan om daaraan voorwaarden of beperkingen te verbinden.
   De operatoren zijn verplicht om minstens één maal per facturatieperiode aan de verzoeken tot stopzetting, heractivering en wijziging van de bovengrens te voldoen. Het staat hen vrij om hieraan vaker te voldoen.
   De keuze van de werkwijze voor de toepassing van de systemen van activering, deactivering en verandering van bovengrens wordt overgelaten aan de operatoren, voor zover die werkwijze strookt met de hierboven vermelde vereisten en duidelijk begrijpelijk is voor de klant.
   Art. 7. Na de publicatie van onderhavig besluit in het Belgisch Staatsblad beschikken de operatoren over ongeveer 6 maanden om hun systemen in overeenstemming te brengen met de vereisten van dit besluit. Dit moet volstaan, temeer daar de operatoren nog voor de publicatie van dit besluit betrokken waren bij het besluit van het BIPT inzake de vaststelling van de bovengrenzen en zij er dus van op de hoogte waren dat er snel werk gemaakt wordt van de uitvoering van artikel 112 van de WEC.
   Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaar,
   De Vice-Eerste Minister
   en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee,
   J. VANDE LANOTTE
   
   Raad van State afdeling Wetgeving
   Advies 53.101/4 van 17 april 2013 over een ontwerp van koninklijk besluit 'inzake waarschuwingsberichten om de kosten van elektronische communicatiediensten te beheersen'
   Op 25 maart 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'inzake waarschuwingsberichten om de kosten van elektronische communicatiediensten te beheersen'.
   Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 17 april 2013. De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Jacques Jaumotte en Bernard Blero, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Jacques Englebert, assessoren, en Colette Gigot, griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Anne Vagman, eerste auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Liénardy.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 april 2013.
   Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
   Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
   Opschrift
   Het ontworpen besluit moet voorzien worden van een Franstalig opschrift dat met het Nederlandstalig opschrift overeenstemt.
   Aanhef
   1. Voor het ontworpen besluit is alleen een rechtsgrond te vinden in artikel 112 van de wet van 13 juni 2005 'betreffende de elektronische communicatie', zoals het hersteld is bij de wet van 10 juli 2012.
   Bijgevolg behoort in de aanhef niet verwezen te worden naar artikel 108 van de Grondwet, zodat het eerste lid van de aanhef dient te vervallen.
   Het tweede lid, dat het eerste lid wordt, behoort bovendien als volgt te worden gesteld :
   " Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 112, hersteld bij de wet van 10 juli 2012; ".
   2. Het ontworpen besluit behoort niet tot de ontwerpen die krachtens artikel 14 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 'betreffende de administratieve en begrotingscontrole' aan het voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën moeten worden voorgelegd.
   Bijgevolg behoort het advies van de inspecteur van Financiën dat in casu gegeven is in de aanhef niet vermeld te worden in de vorm van een lid beginnend met de woorden " Gelet op ". Het kan evenwel worden vermeld in de vorm van een overweging.
   Dispositief
   Artikel 2
   In de Franse tekst van het ontwerp wordt ofwel, in artikel 2, § 1, eerste lid, de uitdrukking " message d'avertissement " gebezigd ofwel, in de rest van de tekst, de uitdrukking " message d'alerte ", terwijl overal in de Nederlandse tekst het woord " waarschuwingsbericht " wordt gebruikt.
   De steller van het ontwerp dient ervoor te zorgen dat in de Franse tekst slechts één uitdrukking wordt gebezigd.
   Artikel 3
   Zoals de gemachtigde van de minister bevestigd heeft, geldt voor klanten die geen bovengrens kiezen en voor een aanbod zonder bovengrens opteren, de standaard bovengrens zoals bepaald in het besluit van het BIPT van 20 november 2012 " betreffende de lijst van bovengrenzen die de operatoren aan hun klanten moeten aanbieden zoals bepaald in artikel 112 van de wet betreffende de elektronische communicatie ", zodat er altijd een " bovengrens " zal zijn.
   Zoals artikel 3 van het ontwerp gesteld is, komt die toestand daarin niet duidelijk tot uiting.
   Dat artikel behoort bijgevolg te worden herzien, bijvoorbeeld door in paragraaf 1 de woorden " indien de bovengrens wordt overschreden " te vervangen door de woorden " bij overschrijding, naar gelang van het geval, van de bovengrens gekozen door de klant of de standaard bovengrens vermeld in het besluit van het Instituut " en door in paragraaf 2 de woorden " niet hoger zal zijn dan de bovengrens " te vervangen door de woorden " niet hoger zal zijn dan, naar gelang van het geval, de bovengrens gekozen door de klant of de standaard bovengrens vermeld in het besluit van het Instituut ".
   Artikel 4
   De gemachtigde van de minister is het ermee eens dat, teneinde zo goed mogelijk rekening te houden met de regeling die bij artikel 2, §§ 1 en 2, van het ontwerp wordt ingevoerd, artikel 4 aldus aangevuld behoort te worden dat niet alleen verwezen wordt naar de overschrijding van de " bovengrens " maar ook naar de overschrijding van het " forfait ".
   De griffier
   C. Gigot
   De voorzitter
   P. Liénardy

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie