J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 176 uitvoeringbesluiten 50 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/02/28/2013A11134/justel

Titel
28 FEBRUARI 2013. - Wetboek van economisch recht
(NOTA 2 : art. XI.82 en XI.91 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2016-06-29/01, art. 21 en 24, 036; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTE 3 : art XII.25, § 5, derde lid, § 7, tweede lid, § 8, tweede lid; art. XII.34; XII.35 ingevoegd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2016-07-21/40, art. 7 ; 20 et 21, 037; Inwerkingtreding : 55-55-555)
(NOTA : artikelen gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2017-06-08/13, art. 2-85 en 97-118; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-03-2013 en tekstbijwerking tot 06-10-2017)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 29-03-2013 nummer :   2013A11134 bladzijde : 19975   BEELD
Dossiernummer : 2013-02-28/19
Inwerkingtreding : 12-12-2013

Inhoudstafel Tekst Begin
BOEK I. - Definities
Titel 1. [1 Algemene definities]1
Art. I.1
Titel 2. - Definities eigen aan bepaalde boeken
HOOFDSTUK 1. [1 Definities eigen aan boek III.]1
Art. I.2-I.5
HOOFDSTUK 2. - [1 Definities eigen aan Boek IV.]1
Art. I.6
HOOFDSTUK 3. - [1 Definities eigen aan boek V.]1
Art. I.7
HOOFDSTUK 4. [1 Definities eigen aan boek VI]1
Art. I.8
HOOFDSTUK 5. - [1 Definities eigen aan boek XIV.]1
Art. I.8
HOOFDSTUK 5. [1 - Definities eigen aan boek VII.]1
Art. I.9
HOOFDSTUK 6. - Definities eigen aan boek VIII
Art. I.9
HOOFDSTUK 7. [1 Definities eigen aan boek IX]1
Art. I.10
HOOFDSTUK 8. [1 - Definities eigen aan boek X.]1
Art. I.11
HOOFDSTUK 9. - [1 Definities eigen aan boek XI]1
Art. I.13-I.17
HOOFDSTUK 10. [1 Definities eigen aan Boek XII]1
Art. I.18
HOOFDSTUK 11. [1 - Definities eigen aan boek XVI.]1
Art. I.19
HOOFDSTUK 12. [1 - Definities eigen aan boek XV]1
Art. I.20
HOOFDSTUK 12. [1 - Definitie eigen aan boek XVII]1
Art. I.20
HOOFDSTUK 13. [1 - Definities eigen aan boek XVII]1
Art. I.21-I.22
BOEK II. - Algemene beginselen
Titel 1. - Toepassingsgebied
Art. II
Titel 2. - Doelstellingen
Art. II.2
Titel 3. - Vrijheid van ondernemen
Art. II.3-II.4
Titel 4. [1 Raadplegingen.]1
Art. II.5
BOEK III. [1 Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen.]1
Titel 1. [1 Vrijheid van vestiging en van dienstverlening.]1
Hoofdstuk 1. [1 Toepassingsgebied.]1
Art. III.1
Hoofdstuk 2. [1 Vrijheid van vestiging.]1
Afdeling 1. [1 Vergunningsstelsels.]1
Art. III.2-III.11
Afdeling 2. [1 Andere vereisten.]1
Art. III.12
Hoofdstuk 3. [1 Vrijheid van dienstverlening.]1
Art. III.13-III.14
Titel 2. [1 Kruispuntbank van Ondernemingen en erkende ondernemingsloketten.]1
Hoofdstuk 1. [1 Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Afdeling 1. [1 Oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Art. III.15-III.16
Afdeling 2. [1 Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Art. III.17-III.21
Afdeling 3. [1 Toekenning en gebruik van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer.]1
Art. III.22-III.28
Afdeling 4. [1 Toegang en gebruik van de gegevens opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Art. III.29-III.35
Afdeling 5. [1 Realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling.]1
Art. III.36-III.37
Afdeling 6. [1 Inschrijving, wijziging of doorhaling van de onjuiste of ontbrekende gegevens.]1
Art. III.38-III.42
Afdeling 7. [1 Bijzondere bepalingen omtrent de werking van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
Art. III.43-III.48
Hoofdstuk 2. [1 Inschrijving van handels-, ambachtsondernemingen en niet-handelsondernemingen naar privaat recht.]1
Afdeling 1. [1 Verplichting tot inschrijving.]1
Art. III.49-III.50
Afdeling 2. [1 Verplichting tot wijziging.]1
Art. III.51
Afdeling 3. [1 Verplichting tot doorhaling.]1
Art. III.52
Afdeling 4. [1 Gemeenschappelijke bepalingen aan de inschrijving, wijziging of doorhaling.]1
Art. III.53-III.57
Hoofdstuk 3. [1 Inrichting van de ondernemingsloketten.]1
Afdeling 1. [1 Instelling en taken van de ondernemingsloketten.]1
Art. III.58-III.60
Afdeling 2. [1 Erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingsloketten.]1
Art. III.61-III.69
Afdeling 3. [1 Verplichtingen van de ondernemingsloketten.]1
Art. III.70-III.72
Afdeling 4. [1 Vergoeding van de ondernemingsloketten.]1
Art. III.73
Titel 3. [1 Algemene verplichtingen van de ondernemingen.]1
Hoofdstuk 1. [1 Informatie, transparantie en niet-discriminatie.]1
Afdeling 1. [1 Informatie- en transparantieverplichtingen.]1
Art. III.74-III.79
Afdeling 2. [1 Niet-discriminatie van de afnemers.]1
Art. III.80-III.81
Hoofdstuk 2. [1 Boekhouding van de ondernemingen.]1
Art. III.82-III.93, III.93/1, III.93/2, III.94-III.95
BOEK IV. - [1 Bescherming van de mededinging]1
TITEL 1. - [1 Mededingingsregels]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Restrictieve mededingingspraktijken]1
Art. IV.1-IV.5
HOOFDSTUK 2. - [1 Concentraties]1
Art. IV.6-IV.11
HOOFDSTUK 3. - [1 Overheidsondernemingen]1
Art. IV.12
HOOFDSTUK 4. - [1 Maatregelen of beslissingen door een vreemde staat]1
Art. IV.13-IV.15
TITEL 2. - [1 Handhaving van het mededingingsrecht]1
HOOFDSTUK 1. - [1 De Belgische Mededingingsautoriteit]1
Afdeling 1. - [1 Organisatie]1
Art. IV.16
Onderafdeling 1. - [1 De voorzitter en de dienst van de voorzitter]1
Art. IV.17-IV.20
Onderafdeling 2. - [1 Het Mededingingscollege]1
Art. IV.21-IV.22
Onderafdeling 3. - [1 Het directiecomité]1
Art. IV.23-IV.25
Onderafdeling 4. - [1 De auditeur-generaal en het auditoraat]1
Art. IV.26-IV.31
Onderafdeling 5. - [1 Wraking en tucht]1
Art. IV.32-IV.33
Onderafdeling 6. - [1 Het beroepsgeheim en immuniteit]1
Art. IV.34-IV.36
Onderafdeling 7. - [1 Onverenigbaarheden]1
Art. IV.37-IV.38
Onderafdeling 8. - [1 De Commissie voor de Mededinging]1
Art. IV.39-IV.40
Afdeling 2. - [1 Procedures]1
Onderafdeling 1. - [1 Onderzoeksprocedure]1
Art. IV.41
Onderafdeling 2. - [1 Specifieke onderzoeksregels betreffende restrictieve mededingingspraktijken]1
Art. IV.42-IV.44
Onderafdeling 3. - [1 Beslissing inzake restrictieve praktijken]1
Art. IV.45-IV.50
Onderafdeling 4. - [1 Procedure inzake transacties]1
Art. IV.51-IV.57
Onderafdeling 5. - [1 Onderzoek inzake concentratie]1
Art. IV.58-IV.59
Onderafdeling 6. - [1 Beslissing inzake concentratie]1
Art. IV.60-IV.62
Onderafdeling 7. - [1 Onderzoek en beslissing tijdens een vereenvoudigde procedure bij concentraties]1
Art. IV.63
Onderafdeling 8.-. [1 Voorlopige maatregelen]1
Art. IV.64
Onderafdeling 9. - [1 Bekendmaking en kennisgeving]1
Art. IV, IV.66
Onderafdeling 10. - [1 Samenwerking met de Europese Commissie en de mededingingsautoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie]1
Art. IV.67-IV.69
Afdeling 3. - [1 Geldboeten en dwangsommen]1
Art. IV.70-IV.74
HOOFDSTUK 2. - [1 Prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Cassatie en tussenkomsten als amicus curiae]1
Art. IV.75-IV.78
HOOFDSTUK 3. - [1 Hoger beroep]1
Art. IV.79
HOOFDSTUK 4. - [1 Overige bepalingen]1
Art. IV.80-IV.83
BOEK V. - [1 De mededinging en de prijsevoluties]1
TITEL 1. - [1 Algemene bepalingen]1
Art. V.1-V.8
TITEL 2. - [1 Prijsvaststelling van geneesmiddelen en gelijkgestelden]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Toepassingsgebied]1
Art. V.9
HOOFDSTUK 2. - [1 Beslissingen tot prijsvaststelling]1
Art. V.10-V.14
Boek VI. [1 Marktpraktijken en consumentenbescherming]1
TITEL 1. - [1 Algemene principes]1
Art. VI.1
TITEL 2. - [1 Informatie van de markt]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene verplichting tot informatie van de consument]1
Art. VI.2
HOOFDSTUK 2. - [1 Prijsaanduiding]1
Art. VI.3-VI.7
HOOFDSTUK 2/1. [1 - Afronding van het te betalen bedrag]1
Art. VI.7/1, VI.7/2, VI.7/3
HOOFDSTUK 3. - [1 Benaming, samenstelling en etikettering van goederen en diensten]1
Art. VI.8-VI.10
HOOFDSTUK 4. - [1 Aanduiding van de hoeveelheid]1
Art. VI.11-VI.16
HOOFDSTUK 5. - [1 Vergelijkende reclame]1
Art. VI.17
HOOFDSTUK 6. - [1 Promoties inzake prijzen]1
Afdeling 1.
Art. VI.18-VI.21
Afdeling 2. - [1 Uitverkopen]1
Art. VI.22-VI.24
Afdeling 3. - [1 Opruimingen of solden]1
Art. VI.25-VI.30
Afdeling 4. - [1 Titels die recht geven op terugbetaling of prijsvermindering]1
Art. VI.31-VI.33
HOOFDSTUK 7. - [1 Diverse bepalingen]1
Art. VI.34-VI.36
TITEL 3. - [1 Overeenkomsten met consumenten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen]1
Art. VI.37-VI.44
HOOFDSTUK 2. - [1 Overeenkomsten op afstand]1
Afdeling 1. - [1 Overeenkomsten op afstand die geen betrekking hebben op financiële diensten]1
Art. VI.45-VI.53
Afdeling 2. - [1 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten]1
Art. VI.54-VI.61
Afdeling 3. - [1 Aan dit hoofdstuk gemene bepalingen]1
Art. VI.62-VI.63
HOOFDSTUK 3. - [1 Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten]1
Art. VI.64-VI.74
HOOFDSTUK 4. - [1 Openbare verkoop]1
Art. VI.75-VI.79
HOOFDSTUK 5. - [1 Gezamenlijk aanbod]1
Art. VI.80-VI.81
HOOFDSTUK 6. - [1 Onrechtmatige bedingen]1
Art. VI.82-VI.87
HOOFDSTUK 7. - [1 Bestelbon]1
Art. VI.88
HOOFDSTUK 8. - [1 Bewijsstukken]1
Art. VI.89-VI.90
HOOFDSTUK 9. - [1 Verlenging van overeenkomsten]1
Art. VI.91
TITEL 4. - [1 Verboden praktijken]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten]1
Afdeling 1. - [1 Toepassingsgebied]1
Art. VI.92
Afdeling 2. - [1 Oneerlijke handelspraktijken]1
Art. VI.93-VI.96
Afdeling 3. - [1 Misleidende handelspraktijken]1
Art. VI.97-VI.100
Afdeling 4. - [1 Agressieve handelspraktijken]1
Art. VI.101-VI.103
HOOFDSTUK 2. - [1 Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten]1
Art. VI.104-VI.109
HOOFDSTUK 3. - [1 Ongewenste communicaties]1
Art. VI.110-VI.115
HOOFDSTUK 4. - [1 Verkoop met verlies]1
Art. VI.116-VI.117
TITEL 5. - [1 Collectieve consumentenovereenkomsten]1
Art. VI.118-VI.123
TITEL 6. - [1 Bijzondere regels inzake geregistreerde benamingen]1
Art. VI.124-VI.127
TITEL 7. - [1 Slotbepalingen]1
Art. VI.128
BOEK VII. - [1 BETALINGS- EN KREDIETDIENSTEN.]1
TITEL 1. - [1 Algemene principes.]1
Art. VII.1
TITEL 2. [1 Toepassingsgebied.]1
Art. VII.2-VII.3
TITEL 3. [1 Betalingsdiensten.]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Inleidende bepaling.]1
Art. VII.4
HOOFDSTUK 2. - [1 Eenmalige betalingstransacties.]1
Afdeling 1. [1 Toepassingsgebied.]1
Art. VII.5
Afdeling 2. [1 Voorafgaande informatie en voorwaarden.]1
Art. VII.6-VII.8
Afdeling 3. - [1 Informatie na betalingsopdracht en na betalingstransactie]1
Art. VII.9-VII.10
HOOFDSTUK 3. - [1 Raamcontract en de daaronder vallende afzonderlijke betalingstransacties.]1
Afdeling 1. [1 Toepassingsgebied.]1
Art. VII.11
Afdeling 2. [1 Raamcontract.]1
Onderafdeling 1. - [1 Voorafgaande informatie en voorwaarden.]1
Art. VII.12-VII.14
Onderafdeling 2. - [1 Wijziging van de voorwaarden en opzegging van het raamcontract.]1
Art. VII.15-VII.16
Afdeling 3. - [1 Afzonderlijke betalingstransacties.]1
Onderafdeling 1. - [1 Informatie vóór de uitvoering van de betalingstransactie.]1
Art. VII.17
Onderafdeling 2. - [1 Informatie [2 na de uitvoering]2 van de betalingstransactie.]1
Art. VII.18-VII.19
Afdeling 4. - [1 Afwijkende bepalingen.]1
Art. VII.20
HOOFDSTUK 4. - [1 Bepalingen die gelden voor alle betalingstransacties bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3.]1
Art. VII.21-VII.26
HOOFDSTUK 5. - [1 Toestaan van betalingstransacties.]1
Afdeling 1. - [1 Instemming met de uitvoering van betalingsopdrachten en mogelijke beperkingen van gebruik van betaalinstrumenten.]1
Art. VII.27-VII.29
Afdeling 2. - [1 Verplichtingen met betrekking tot betaalinstrumenten.]1
Art. VII.30-VII.32
Afdeling 3. - [1 Kennisgeving en betwisting in geval van niet-toegestane of niet correct uitgevoerde betalingstransacties.]1
Art. VII.33-VII.34
Afdeling 4. - [1 Aansprakelijkheid in geval van niet-toegestane betalingstransacties.]1
Art. VII.35-VII.36
Afdeling 5. - [1 Terugbetaling van door of via een begunstigde geïnitieerde betalingstransactie.]1
Art. VII.37-VII.38
HOOFDSTUK 6. - [1 Uitvoeren van betalingstransacties.]1
Afdeling 1. - [1 Betalingsopdrachten en overgemaakte bedragen.]1
Art. VII.39-VII.42
Afdeling 2. - [1 Uitvoeringstermijn en valutadatum.]1
Art. VII.43-VII.47
Afdeling 3. - [1 Aansprakelijkheid in geval van onjuiste unieke identificator, niet-uitvoering of gebrekkige uitvoering.]1
Art. VII.48-VII.53
HOOFDSTUK 7. - [1 Bepalingen die gelden voor alle betalingstransacties bedoeld in de hoofdstukken 5 en 6.]1
Art. VII.54-VII.56
HOOFDSTUK 8. [1 Basisbankdienst.]1
Art. VII.57-VII.59
HOOFDSTUK 9. - [1 Uitgifte en terugbetaalbaarheid van elektronisch geld en verbod op rente.]1
Art. VII.60-VII.62
HOOFDSTUK 10. [1 Gegevensbescherming.]1
Art. VII.63
HOOFDSTUK 11. [1 - Afwikkelingsvergoedingen]1
Art. VII.63/1, VII.63/2, VII.63/3
TITEL 4. [1 Kredietovereenkomsten.]1
HOOFDSTUK 1. [1 Consumentenkrediet.]1
Afdeling 1. [1 Kredietpromotie.]1
Onderafdeling 1. [1 Reclame.]1
Art. VII.64-VII.66
Onderafdeling 2. - [1 Leuren]1
Art. VII.67
Onderafdeling 3. - [1 Promotieaanbiedingen]1
Art. VII.68
Afdeling 2. - [1 Totstandkoming van de kredietovereenkomst.]1
Onderafdeling 1. - [1 Inlichtingen te vragen door de kredietgever en de kredietbemiddelaar.]1
Art. VII.69
Onderafdeling 2. - [1 Precontractuele informatie]1
Art. VII.70-VII.72
Onderafdeling 3. - [1 Plicht tot bijzondere informatieverstrekking van de kredietbemiddelaar]1
Art. VII.73
Onderafdeling 4. - [1 Passende toelichtingen]1
Art. VII.74
Onderafdeling 5. - [1 Raadgevingsverbintenissen]1
Art. VII.75
Onderafdeling 6. - [1 Onderzoeksplicht]1
Art. VII.76-VII.77
Onderafdeling 7. - [1 Sluiten van de kredietovereenkomst]1
Art. VII.78
Onderafdeling 8. - [1 Kredietweigering]1
Art. VII.79
Onderafdeling 9. - [1 Bijzondere bepalingen inzake financieringshuur]1
Art. VII.80-VII.82
Afdeling 3. [1 Herroepingsrecht.]1
Art. VII.83
Afdeling 4. - [1 Onrechtmatige bedingen.]1
Onderafdeling 1. - [1 Onrechtmatige betalingen.]1
Art. VII.84-VII.85
Onderafdeling 2. - [1 Berekening van de debetintresten en veranderlijkheid van de debetrentevoet en de kosten]1
Art. VII.86
Onderafdeling 3. - [1 Nevendiensten]1
Art. VII.87
Onderafdeling 4. - [1 Ongeoorloofde waarborgen]1
Art. VII.88-VII.89
Afdeling 5. - [1 Uitvoering van de kredietovereenkomst.]1
Onderafdeling 1. - [1 Terbeschikkingstelling van het kredietbedrag.]1
Art. VII.90
Onderafdeling 2. - [1 Financiering van goederen en diensten]1
Art. VII.91-VII.93
Onderafdeling 3. - [1 Maximale kosten en terugbetalingstermijnen]1
Art. VII.94-VII.95
Onderafdeling 4. - [1 Vervroegde terugbetalingsmodaliteiten en beëindiging]1
Art. VII.96-VII.98
Onderafdeling 5. - [1 Rekeningafschrift]1
Art. VII.99
Onderafdeling 6. - [1 Ongeoorloofde debetstand en overschrijding]1
Art. VII.100-VII.101
Afdeling 6. - [1 Overdracht van de kredietovereenkomst en van de vorderingen die voortvloeien uit deze overeenkomst.]1
Art. VII.102-VII.104
Afdeling 7. - [1 Niet-uitvoering van de kredietovereenkomst.]1
Art. VII.105-VII.108
Afdeling 8. [1 Zekerheden.]1
Art. VII.109-VII.111
Afdeling 9. [1 Kredietbemiddelaars.]1
Art. VII.112-VII.114
Afdeling 10. [1 Schuldbemiddeling.]1
Art. VII.115
Afdeling 11. - [1 Verwerking van persoonsgegevens.]1
Onderafdeling 1. - [1 Overmaking van persoonsgegevens.]1
Art. VII.116-VII.119
Onderafdeling 2. - [1 Verwerking van gegevens]1
Art. VII.120-VII.122
HOOFDSTUK 2. - [1 Hypothecair krediet]1
Afdeling 1. - [1 Reclame]1
Art. VII.123-VII.124
Afdeling 2. - [1 Prospectus]1
Art. VII.125
Afdeling 3. - [1 Totstandkoming van de kredietovereenkomst]1
Onderafdeling 1. - [1 Inlichtingen te vragen door de kredietgever en de kredietbemiddelaar]1
Art. VII.126
Onderafdeling 2. - [1 Precontractuele informatie]1
Art. VII.127
Onderafdeling 3. - [1 Informatievoorschriften voor bemiddelaars inzake hypothecair krediet]1
Art. VII.128
Onderafdeling 4. - [1 Passende toelichtingen]1
Art. VII.129
Onderafdeling 5. - [1 Algemene gedragsregels]1
Art. VII.130
Onderafdeling 6. - [1 Raadgevingsplicht en -diensten]1
Art. VII.131
Onderafdeling 7. - [1 Onderzoeksplicht]1
Art. VII.132-VII.133
Onderafdeling 8. - [1 Sluiten van de kredietovereenkomst.]1
Art. VII.134
Onderafdeling 9. - [1 Wedersamenstelling van kapitaal]1
Art. VII.135-VII.136
Onderafdeling 10. - [1 Kredietweigering]1
Art. VII.137
Afdeling 4. - [1 Herroepingsrecht]1
Art. VII.138
Afdeling 5. - [1 Onrechtmatige bedingen]1
Onderafdeling 1. - [1 Onrechtmatige betalingen]1
Art. VII.139-VII.141
Onderafdeling 2. - [1 Berekening van de debetrente, veranderlijkheid van de periodieke rentevoet, de debetrentevoet, de kosten en van de contractvoorwaarden]1
Art. VII.142-VII.145
Onderafdeling 3. - [1 Nevendiensten]1
Art. VII.146-VII.147
Onderafdeling 4. - [1 Ongeoorloofde waarborgen]1
Art. VII.147/1, VII.147/2
Afdeling 6. - [1 Uitvoering van de kredietovereenkomst]1
Onderafdeling 1. - [1 Terbeschikkingstelling van het kredietbedrag]1
Art. VII.147/3
Onderafdeling 2. - [1 Financiering van goederen en diensten]1
Art. VII.147/4, VII.147/5, VII.147/6, VII.147/7
Onderafdeling 3. - [1 Maximale kosten en terugbetalingstermijnen]1
Art. VII.147/8, VII.147/9, VII.147/10
Onderafdeling 4. - [1 Vervroegde terugbetalingsmodaliteiten en beëindiging van de kredietovereenkomst]1
Art. VII.147/11, VII.147/12, VII.147/13
Onderafdeling 5. - [1 Rekeningafschrift]1
Art. VII.147/14
Onderafdeling 6. - [1 Ongeoorloofde debetstand en overschrijding]1
Art. VII.147/15, VII.147/16
Afdeling 7. - [1 Overdracht van de kredietovereenkomst en van de vorderingen die voortvloeien uit deze overeenkomst]1
Art. VII.147/17, VII.147/18, VII.147/19
Afdeling 8. - [1 Niet-uitvoering van de kredietovereenkomst]1
Art. VII.147/20, VII.147/21, VII.147/22, VII.147/23
Afdeling 9. - [1 Betalingsfaciliteiten]1
Art. VII.147/24, VII.147/25
Afdeling 10. - [1 Zekerheden]1
Art. VII.147/26, VII.147/27, VII.147/28
Afdeling 11. - [1 Gedragsregels voor het verstrekken van krediet aan consumenten via kredietbemiddelaars en het betalen van commissielonen en vergoedingen aan kredietbemiddelaars en personeelsleden]1
Art. VII.147/29, VII.147/30
Afdeling 12. - [1 Schuldbemiddeling]1
Art. VII.147/31
Afdeling 13. - [1 Verwerking van persoonsgegevens]1
Onderafdeling 1. [1 Overmaking van persoonsgegevens]1
Art. VII.147/32, VII.147/33, VII.147/34, VII.147/35
Onderafdeling 2. - [1 Verwerking van gegevens]1
Art. VII.147/36, VII.147/37, VII.147/38
HOOFDSTUK 3. - [1 Centrale voor Kredieten aan Particulieren.]1
Afdeling 1. [1 Registratie.]1
Art. VII.148
Afdeling 2. - [1 Mededeling en raadpleging van gegevens.]1
Art. VII.149-VII.154
Afdeling 3. - [1 Diverse bepalingen.]1
Art. VII.155-VII.157
HOOFDSTUK 4. - [1 Toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars.]1
Art. VII.158
Afdeling 1. [1 Kredietgevers.]1
Art. VII.159
Afdeling 2. - [1 Kredietgevers naar Belgisch recht.]1
Onderafdeling 1. [1 Vergunningsvoorwaarden.]1
Art. VII.160-VII.165
Onderafdeling 2. - [1 Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden]1
Art. VII.166-VII.173
Afdeling 3. - [1 Kredietgevers naar buitenlands recht.]1
Onderafdeling 1. - [1 Bepaalde gereglementeerde financiële ondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat.]1
Art. VII.174-VII.175
Onderafdeling 2. - [1 Andere kredietgevers naar buitenlands recht]1
Art. VII.176
Afdeling 4. [1 Kredietbemiddelaars.]1
Art. VII.177-VII.179
Afdeling 5. - [1 Bemiddelaars inzake hypothecair krediet.]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemene bepalingen.]1
Art. VII.180
Onderafdeling 2. - [1 Inschrijvingsvoorwaarden]1
Art. VII.181
Onderafdeling 3. - [1 Inschrijvingsprocedure]1
Art. VII.182
Onderafdeling 4. - [1 Vrijheid van vestiging en vrijheid van dienstverrichting]1
Art. VII.183
Afdeling 6. - [1 Bemiddelaars inzake consumentenkrediet.]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemene bepalingen.]1
Art. VII.184-VII.185
Onderafdeling 2. - [1 Inschrijvingsvoorwaarden]1
Art. VII.186-VII.187
Onderafdeling 3. - [1 Inschrijvingsprocedure]1
Art. VII.188
TITEL 5. - [1 Burgerlijke sancties.]1
HOOFDSTUK 1. [1 Betalingsdiensten.]1
Art. VII.189-VII.193
HOOFDSTUK 2. [1 Consumentenkrediet.]1
Art. VII.194-VII.208
HOOFDSTUK 3. - [1 Hypothecair krediet.]1
Art. VII.209-VII.214, VII.214/1, VII.214/2, VII.214/3, VII.214/4, VII.214/5, VII.214/6, VII.214/7, VII.214/8, VII.214/9, VII.214/10
HOOFDSTUK 4. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen.]1
Art. VII.215
TITEL 6. - [1 Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen.]1
Art. VII.216
TITEL 7. [1 Slotbepalingen.]1
Art. VII.217-VII.N3
BOEK VIII. - Kwaliteit van producten en diensten
Titel 1. - Normalisatie
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. VIII.1-VIII.2
HOOFDSTUK 2. - Het Bureau voor Normalisatie
Art. VIII.3-VIII.18
HOOFDSTUK 3. - De Hoge Raad voor Normalisatie
Art. VIII.19-VIII.29
Titel 2. - Accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling
Art. VIII.30-VIII.32
Titel 3. - Meeteenheden, de meetstandaarden en de meetinstrumenten
HOOFDSTUK 1. - Wettelijke eenheden
Afdeling 1. - Algemeenheden
Art. VIII.33
Afdeling 2. - Meeteenheden van het internationaal stelsel
Art. VIII.34-VIII.35
Afdeling 3. - Meeteenheden die niet behoren tot het internationaal stelsel
Art. VIII.36
Afdeling 4. - Tabel van de wettelijke meeteenheden
Art. VIII.37
Afdeling 5. - Aanpassing van de wetgeving aan het internationaal stelsel
Art. VIII.38
Afdeling 6. -Gebruik van de meeteenheden
Art. VIII.39
Afdeling 7. - Standaarden en regels
Art. VIII.40-VIII.42
HOOFDSTUK 2. - Meetinstrumenten
Afdeling 1. - Gebruiksregelen
Art. VIII.43-VIII.46
Afdeling 2. - Ijking van de meetinstrumenten
Art. VIII.47-VIII.54
HOOFDSTUK 3. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. VIII.55-VIII.56
Titel 4. [1 - Conformiteit]1
Art. VIII.57
Boek IX. [1 Veiligheid van producten en diensten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene veiligheidsverplichting]1
Art. IX.1-IX.11
HOOFDSTUK 2. - [1 Informatie- en adviesstructuren]1
Art. IX.12-IX.14
BOEK X. - [1 Handelsagentuurovereenkomsten, commerciële samenwerkingsovereenkomsten en verkoopconcessies"]1
TITEL 1. - [1 Handelsagentuurovereenkomsten]1
Art. X.1-X.25
TITEL 2. - [1 Precontractuele informatie in het kader van commerciële samenwerkingsovereenkomsten]1
Art. X.26-X.34
TITEL 3. - [1 Eenzijdige beëindiging van voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop]1
Art. X.35-X.40
Boek XI. - [1 Intellectuele eigendom]1
Titel 1. - [1 Uitvindingsoctrooien]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemeenheden]1
Art. XI.1-XI.2
HOOFDSTUK 2. - [1 Het uitvindingsoctrooi]1
Afdeling 1. - [1 Algemene bepalingen]1
Art. XI.3-XI.8
Afdeling 2. - [1 Het recht om een uitvindingsoctrooi te bekomen]1
Art. XI.9-XI.13
Afdeling 3. - [1 De aflevering van het uitvindingsoctrooi]1
Art. XI.14-XI.27
Afdeling 4. [1 Rechten en verplichtingen verbonden aan het uitvindingsoctrooi en aan de aanvraag ervan]1
Art. XI.28-XI.48
Afdeling 5. - [1 Het octrooi en de octrooiaanvraag als deel van het vermogen]1
Art. XI.49-XI.54
Afdeling 6. - [1 Nietigheid, afstand en herroeping van het uitvindingsoctrooi]1
Art. XI.55-XI.59
Afdeling 7. - [1 Bescherming van de door het uitvindingsoctrooi verleende rechten]1
Art. XI.60-XI.61
HOOFDSTUK 3. - [1 Vertegenwoordiging voor de Dienst]1
Art. XI.62-XI.76
HOOFDSTUK 4. - [1 Diverse bepalingen]1
Art. XI.77-XI.81
HOOFDSTUK 5. - [1 Europese octrooien]1
Art. XI.82-XI.90
HOOFDSTUK 6. - [1 Internationale aanvragen]1
Art. XI.91
Titel 2. - [1 Aanvullende beschermingscertificaten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Verlening en verlenging van de duur van het certificaat]1
Art. XI.92-XI.99
HOOFDSTUK 2. - [1 Taksen en vergoedingen]1
Art. XI.100-XI.101
HOOFDSTUK 3. - [1 Herstel]1
Art. XI.102-XI.103
Titel 3. - [1 Kwekersrecht]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Materieel recht]1
Afdeling 1. [1 Voorwaarden inzake de verlening van het kwekersrecht]1
Art. XI.104-XI.110
Afdeling 2. - [1 Rechthebbenden of rechtverkrijgenden]1
Art. XI.111-XI.112
Afdeling 3. - [1 Rechtsgevolgen van het kwekersrecht]1
Art. XI.113-XI.119
Afdeling 4. - [1 Duur en beëindiging van het kwekersrecht]1
Art. XI.120-XI.123
Afdeling 5. - [1 Het kwekersrecht als deel van het vermogen]1
Art. XI.124-XI.126
HOOFDSTUK 2. - [1 De Raad en de Commissie]1
Art. XI.127-XI.128
HOOFDSTUK 3. - [1 De procedure voor de Dienst]1
Afdeling 1. - [1 Partijen in de procedure en gemachtigden]1
Art. XI.129-XI.130
Afdeling 2. - [1 De aanvraag]1
Art. XI.131-XI.134
Afdeling 3. - [1 Het onderzoek]1
Art. XI.135-XI.140
Afdeling 4. - [1 Beslissingen]1
Art. XI.141-XI.143
Afdeling 5. - [1 Instandhouding van het kwekersrecht]1
Art. XI.144-XI.147
Afdeling 6. - [1 Overige procedurevoorschriften]1
Art. XI.148-XI.149
Afdeling 7. - [1 Vergoedingen en taksen]1
Art. XI.150-XI.151
Afdeling 8. - [1 Bijhouden van het register]1
Art. XI.152-XI.154
HOOFDSTUK 4. - [1 Handhaving van de rechten]1
Afdeling 1. - [1 Namaak]1
Art. XI.155-XI.158
Afdeling 2. - [1 Opeising van het kwekersrecht en identificatie van een ras]1
Art. XI.159-XI.161
Afdeling 3. - [1 Verjaring]1
Art. XI.162
Titel 4. - [1 Merken en tekeningen of modellen]1
Art. XI.163
Titel 5. - [1 Auteursrecht en naburige rechten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemeenheden]1
Art. XI.164
HOOFDSTUK 2. - [1 Auteursrecht]1
Afdeling 1. - [1 Auteursrecht in het algemeen]1
Art. XI.165-XI.171
Afdeling 2. - [1 Bijzondere bepalingen betreffende de werken van letterkunde]1
Art. XI.172
Afdeling 3. - [1 Bijzondere bepalingen betreffende de werken van grafische of beeldende kunst]1
Art. XI.173-XI.178
Afdeling 4. - [1 Bijzondere bepalingen betreffende de audiovisuele werken]1
Art. XI.179-XI.185
Afdeling 5. [1 Bijzondere bepalingen betreffende databanken]1
Art. XI.186-XI.188
Afdeling 6. - [1 Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemene uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur]1
Art. XI.189-XI.191
Onderafdeling 2. [1 Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur ten behoeve van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek]1
Art. XI.191/1, XI.191/2
Onderafdeling 3. - [1 Uitlening van werken]1
Art. XI.192
Onderafdeling 4. - [1 Verweesde werken]1
Art. XI.192/1
Onderafdeling 5. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen voor de onderafdelingen 1, 2, 3 en 4]1
Art. XI.193
Afdeling 7. - [1 Gemeenschappelijke bepaling betreffende de geluidswerken en audiovisuele werken]1
Art. XI.194
Afdeling 8. - [1 Het uitgavecontract]1
Art. XI.195-XI.200
Afdeling 9. [1 Het opvoeringscontract]1
Art. XI.201-XI.202
HOOFDSTUK 3. - [1 Naburige rechten]1
Afdeling 1. - [1 Algemene bepaling]1
Art. XI.203
Afdeling 2. - [1 Bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars]1
Art. XI.204-XI.208
Afdeling 3. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de producenten van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films]1
Art. XI.209-XI.210
Afdeling 4. - [1 Bepaling betreffende de verhuring van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films]1
Art. XI.211
Afdeling 5. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars en de producenten]1
Art. XI.212-XI.214
Afdeling 6. - [1 Bepalingen betreffende de omroeporganisaties]1
Art. XI.215-XI.216
Afdeling 7. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen voor de afdelingen 1 tot 6]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemene uitzonderingen]1
Art. XI.217
Onderafdeling 2. - [1 Uitzonderingen ten behoeve van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek]1
Art. XI.217/1
Onderafdeling 3. - [1 Uitlening van prestaties]1
Art. XI.218
Onderafdeling 4. - [1 Verweesde werken]1
Art. XI.218/1
Onderafdeling 5. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen voor de onderafdelingen 1, 2, 3 en 4]1
Art. XI.219
HOOFDSTUK 4. - [1 Mededeling aan het publiek per satelliet en doorgifte via de kabel]1
Afdeling 1. - [1 Mededeling aan het publiek per satelliet]1
Art. XI.220-XI.222
Afdeling 2. - [1 Doorgifte via de kabel]1
Art. XI.223-XI.228
HOOFDSTUK 5. [1 De vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van werken en prestaties]1
Art. XI.229-XI.234
HOOFDSTUK 6. [1 De vergoeding voor reprografie]1
Art. XI.235-XI.239
HOOFDSTUK 7. [1 Het gebruik van werken of prestaties ten behoeve van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek]1
Art. XI.240-XI.242
HOOFDSTUK 8. - [1 Bepalingen inzake openbare uitlening]1
Art. XI.243-XI.245
HOOFDSTUK 8/1. [1 - Bepalingen inzake verweesde werken]1
Art. XI.245/1, XI.245/2, XI.245/3, XI.245/4, XI.245/5, XI.245/6, XI.245/7
HOOFDSTUK 9. - [1 Vennootschappen voor het beheer van de rechten]1
Art. XI.246-XI.273
Afdeling 8. [1 Multiterritoriale licenties van onlinerechten inzake muziekwerken met het oog op onlinegebruik ervan]1
Art. XI.273/2, XI.273/3, XI.273/4, XI.273/5, XI.273/6, XI.273/7, XI.273/8, XI.273/9, XI.273/10, XI.273/11, XI.273/12
HOOFDSTUK 10. - [1 Transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten]1
Afdeling 1.
Art. XI.274-XI.278
Afdeling 2. - [1 De Controledienst van de beheersvennootschappen]1
Art. XI.279-XI.283
Afdeling 3. - [1 Economische analyse van het auteursrecht en de naburige rechten]1
Art. XI.284-XI.285
Afdeling 4. - [1 Bepalingen gemeenschappelijk aan de afdelingen 1 tot 3]1
Art. XI.286-XI.288
HOOFDSTUK 11. - [1 Toepassingsgebied]1
Art. XI.289-XI.290
HOOFDSTUK 12. - [1 Rechtsbescherming van technische voorzieningen en informatie betreffende het beheer van rechten]1
Art. XI.291-XI.292
HOOFDSTUK 13. - [1 Namaak]1
Art. XI.293
Titel 6. - [1 Computerprogramma's]1
Art. XI.294-XI.304
Titel 7. - [1 Databanken]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Begrippen en toepassingsgebied]1
Art. XI.305-XI.306
HOOFDSTUK 2. - [1 Rechten van de producenten van databanken]1
Art. XI.307-XI.309
HOOFDSTUK 3. - [1 Uitzonderingen op het recht van de producenten van databanken]1
Art. XI.310
HOOFDSTUK 4. - [1 Rechten en verplichtingen van de rechtmatige gebruikers]1
Art. XI.311-XI.314
HOOFDSTUK 5. - [1 Beschermingsgerechtigden]1
Art. XI.315
HOOFDSTUK 6. - [1 Rechtsbescherming van technische voorzieningen en van informatie betreffende het beheer van rechten]1
Art. XI.316-XI.317
HOOFDSTUK 7. - [1 Namaak]1
Art. XI.318
TITEL 7/1. - [1 De vergoeding van de uitgevers voor reproducties op papier van hun uitgaven op papier]1
Art. XI.318/1, XI.318/2, XI.318/3, XI.318/4, XI.318/5, XI.318/6
Titel 8. - [1 Topografieën van halfgeleiderproducten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Het exclusief recht op een topografie van een halfgeleiderproduct]1
Afdeling 1. - [1 Het voorwerp en de houder van het exclusief recht]1
Art. XI.319-XI.320, XI, XI.322-XI.323
Afdeling 2. - [1 Voorwaarden op het stuk van nationaliteit, verblijf of vestiging]1
Art. XI.324-XI.326
Afdeling 3. - [1 De duur en het verstrijken van het exclusief recht]1
Art. XI.327
HOOFDSTUK 2. - [1 De beperkingen van het exclusief recht op een topografie van een halfgeleiderproduct]1
Art. XI.328-XI.332
Titel 9. - [1 Burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemeenheden]1
Art. XI.333
HOOFDSTUK 2. - [1 Staking van de inbreuk en andere maatregelen]1
Art. XI.334
HOOFDSTUK 3. - [1 Vergoeding van de schade geleden door de namaak]1
Art. XI.335
HOOFDSTUK 4. - [1 Vordering betreffende de toepassing van technische voorzieningen in het kader van het auteursrecht, de naburige rechten en het recht van de producenten van databanken ]1
Art. XI.336
Titel 10. - [1 Aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Bevoegheid inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende beschermingscertificaten ]1
Art. XI.337-XI.338
HOOFDSTUK 2. [1 - Bevoegdheid inzake kwekersrechten.]1
Art. XI.339
HOOFDSTUK 3.
Art. XI.340-XI.341
HOOFDSTUK 4. - [1 Bevoegdheid inzake topografieën van halfgeleiderproducten]1
Art. XI.342
HOOFDSTUK 5. - [1 Gemeenschappelijke bepaling]1
Art. XI.343
Boek XII. - [1 Recht van de elektronische economie]1
Titel 1. - [1 Bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij]1
Hoofdstuk 1. - [1 Voorafgaande bepalingen]1
Art. XII.1
Hoofdstuk 2. - [1 Grondbeginselen]1
Afdeling 1. - [1 Het beginsel van vrijheid van vestiging]1
Art. XII.2
Afdeling 2. - [1 Het beginsel van vrij verrichten van diensten]1
Art. XII.3
Afdeling 3. - [1 Afwijkingen van het beginsel van het vrij verrichten van diensten]1
Art. XII.4-XII.5
Hoofdstuk 3. - [1 Informatie en doorzichtigheid]1
Art. XII.6-XII.11
Hoofdstuk 4. - [1 Reclame]1
Art. XII.12-XII.14
Hoofdstuk 5. - [1 Langs elektronische weg gesloten contracten]1
Art. XII.15-XII.16
Hoofdstuk 6. - [1 Aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden]1
Afdeling 1. - [1 "Mere conduit " (doorgeefluik)]1
Art. XII.17
Afdeling 2. - [1 Opslag in de vorm van tijdelijke kopiëring van gegevens]1
Art. XII.18
Afdeling 3. - [1 Hosting (host-diensten)]1
Art. XII.19
Afdeling 4. - [1 Toezichtverplichtingen]1
Art. XII.20
Hoofdstuk 7. - [1 De juridische bescherming van diensten van de informatiemaatschappij gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang.]1
Art. XII.21
Hoofdstuk 8. - [1 Het registreren van domeinnamen]1
Art. XII.22-XII.23
Titel 2. - [1 Bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor vertrouwensdiensten]1
Hoofdstuk 1. - [1 Toepassingsgebied]1
Art. XII.24
Hoofdstuk 2. [1 Algemene principes]1
Art. XII.25-XII.26
Hoofdstuk 3. - [1 Eisen voor elektronische archiveringsdiensten]1
Art. XII.27-XII.29
Hoofdstuk 4. - [1 Eisen betreffende de diensten van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending]1
Art. XII.30
Hoofdstuk 5. - [1 Intrekking, schorsing en verval van de gekwalificeerde certificaten van elektronische handtekening en van elektronisch zegel]1
Art. XII.31-XII.33
Hoofdstuk 6. - [1 De vertrouwende partijen van een gekwalificeerde elektronische handtekening of van een gekwalificeerd elektronisch zegel]1
Hoofdstuk 7. [1 Stopzetting van de activiteiten van een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een of meer gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent]1
Art. XII.36-XII.38
Art. XII.N1. [1 BIJLAGE I
Art. XII.N2. [1 BIJLAGE II
Boek XIII. - [1 Overleg]1
TITEL 1. - [1 De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven Algemene organisatie]1
Art. XIII.1-XIII.5
TITEL 2. - [1 Bijzondere raadgevende commissies]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Oprichting]1
Art. XIII.6
HOOFDSTUK 2. - [1 Samenstelling en werking]1
Art. XIII.7-XIII.16
HOOFDSTUK 3. - [1 Integratie van bestaande raadgevende commissies]1
Art. XIII.17
HOOFDSTUK 4. - [1 Door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ingerichte bijzondere raadgevende commissies]1
Art. XIII.18-XIII.19
HOOFDSTUK 5. - [1 Bijzondere bepalingen]1
Afdeling 1. - [1 Behandeling van de adviesaanvraag]1
Art. XIII.20
Afdeling 2. - [1 Verhouding tussen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de bijzondere raadgevende commissies]1
Art. XIII.21
Afdeling 3. - [1 Bepalingen inzake het secretariaat en het personeel]1
Art. XIII.22-XIII.23
BOEK XIV. - [1 Marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende beoefenaars van een vrij beroep.]1
Titel 1. - [1 Algemene principes.]1
Art. XIV.1
Titel 2. - [1 Informatie aan de consument.]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene verplichting tot informatie aan de consument.]1
Art. XIV.2-XIV.3
HOOFDSTUK 2. - [1 Prijsaanduiding.]1
Art. XIV.4-XIV.8
HOOFDSTUK 2/1. [1 - Afronding van het te betalen bedrag.]1
Art. XIV.8/1, XIV.8/2, XIV.8/3
HOOFDSTUK 3. - [1 Vergelijkende reclame.]1
Art. XIV.9
HOOFDSTUK 4. - [1 Promoties inzake prijzen.]1
Afdeling 1.
Art. XIV.10-XIV.13
Afdeling 2. - [1 Titels die recht geven op terugbetaling of prijsvermindering.]1
Art. XIV.14-XIV.16
HOOFDSTUK 5. - [1 Diverse bepalingen.]1
Art. XIV.17
Titel 3. - [1 Overeenkomsten met consumenten.]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen.]1
Art. XIV.18-XIV.25
HOOFDSTUK 2. - [1 Overeenkomsten op afstand.]1
Art. XIV.26-XIV.37
HOOFDSTUK 3. - [1 Buiten de gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening gesloten overeenkomsten.]1
Art. XIV.38-XIV.47
HOOFDSTUK 4. - [1 Gezamenlijk aanbod.]1
Art. XIV.48
HOOFDSTUK 5. - [1 Onrechtmatige bedingen.]1
Art. XIV.49-XIV.54
HOOFDSTUK 7. - [1 Bestelbon.]1
Art. XIV.55
HOOFDSTUK 8. - [1 Bewijsstukken.]1
Art. XIV.56-XIV.57
HOOFDSTUK 9. - [1 Verlenging van dienstenovereenkomsten.]1
Art. XIV.58
Titel 4. - [1 Verboden praktijken.]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Oneerlijke beroepspraktijken jegens consumenten.]1
Afdeling 1. - [1 Toepassingsgebied.]1
Art. XIV.59
Afdeling 2. - [1 Oneerlijke beroepspraktijken.]1
Art. XIV.60-XIV.63
Afdeling 3. - [1 Misleidende beroepspraktijken.]1
Art. XIV.64-XIV.67
Afdeling 4. - [1 Agressieve beroepspraktijken.]1
Art. XIV.68-XIV.70
HOOFDSTUK 2. - [1 Oneerlijke beroepspraktijken jegens andere personen dan consumenten.]1
Art. XIV.71-XIV.76
HOOFDSTUK 3. - [1 Ongewenste communicaties.]1
Art. XIV.77-XIV.82
Titel 5. [1 Slotbepalingen.]1
Art. XIV.83
Boek XV. - [1 Rechtshandhaving]1
TITEL 1. - [1 De uitoefening van toezicht en de opsporing en vaststelling van inbreuken]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bevoegdheden]1
Art. XV.1-XV.3, XV.3/1, XV.4-XV.6, XV.6/1, XV.7-XV.10
HOOFDSTUK 2. - [1 Bijzondere bevoegdheden [...]]1
Afdeling 1. [1 De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek VI]1
Art. XV.11-XV.16, XV.16/1, XV.16/2
Afdeling 2. [1 - De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek VII]1
Onderafdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. XV.17-XV.18
Onderafdeling 2. [1 - De bevoegdheden van de FSMA]1
Art. XV.18/1, XV.18/2, XV.18/3
Onderafdeling 3. [1 - De bevoegdheden van de Bank.]1
Art. XV.18/4
Afdeling 3. - [1 De bijzondere bevoegdheden voor de toepassing van Boek IX]1
Art. XV.19-XV.20
Afdeling 4. - [1 De bijzondere bevoegdheden voor de toepassing van boek XI]1
Onderafdeling 1. - [1 Bestrijding van namaak en piraterij]1
Art. XV.21-XV.25, XV.25/1, XV.25/2, XV.25/3
Onderafdeling 2. - [1 Collectief beheer van het auteursrecht en naburige rechten en transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten]1
Art. XV.25/4
Afdeling 5. [1 De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek XII]1
Art. XV.26
Afdeling 6. - [1 De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek XIV.]1
Art. XV.27, XV.27/1, XV.27/2, XV.27/3, XV.27/4, XV.27/5
Afdeling 7. [1 - De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek XVIII]1
Art. XV.28
Afdeling 8. - [1 De bijzondere bevoegdheid van het openbaar ministerie en de onderzoeksrechter]1
Art. XV.30, XV.30/1
Afdeling 9. [1 Andere bijzondere bevoegdheden]1
Art. XV.30/2
HOOFDSTUK 3. - [1 Waarschuwings- en [2 openbaarmakingsprocedures]2 ]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. XV.31
Afdeling 2. [1 - Transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten]1
Art. XV.31/1, XV.31/2
HOOFDSTUK 3/1. [1 - Bevel en dwangsomprocedures]1
Art. XV.31/3
HOOFDSTUK 4. - [1 Coördinatie en opvolging tussen verschillende overheidsdiensten]1
Afdeling 1. - [1 Algemeen]1
Art. XV.32-XV.34
Afdeling 2. [1 Coördinatie en opvolging van de acties in het kader van titel 1 van boek III.]1
Onderafdeling 1. [1 Toepassingsgebied.]1
Art. XV.35
Onderafdeling 2. [1 Principes.]1
Art. XV.36-XV.48
Onderafdeling 3. [1 Bescherming van persoonsgegevens.]1
Art. XV.49-XV.57
Afdeling 2/1. [1 - Informatieverstrekking aan de FSMA in het kader van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4.]1
Art. XV.57/1
Afdeling 3. [1 - Bestrijding tegen namaak en piraterij]1
Art. XV.58-XV.60
TITEL 2. - [1 De bestuurlijke handhaving]1
HOOFDSTUK 1. - [1 De transactie]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. XV.61
Afdeling 2. [1 - Bepalingen betreffende boek XI]1
Onderafdeling 1. [1 - Bestrijding tegen namaak en piraterij]1
Art. XV.62
Onderafdeling 2. [1 - Collectief beheer van het auteursrecht en de naburige rechten]1
Art. XV.62/1
HOOFDSTUK 2. - [1 De bestuurlijke sancties [...]]1
Afdeling 1. [1 Bestuurlijke sancties in het kader van boek III.]1
Art. XV.63-XV.65
Adeling 2. - [1 Bestuurlijke sancties in het kader van boek VII]1
Art. XV.66
Afdeling 3. [1 - Bestuurlijke sancties inzake het auteursrecht en de naburige rechten]1
Art. XV.66/1, XV.66/2, XV.66/3, XV.66/4
HOOFDSTUK 3. - [1 Schrapping en andere herstelmaatregelen in het kader van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4.]1
Afdeling 1. - [1 Schrapping en andere herstelmaatregelen toepasselijk op kredietgevers en kredietbemiddelaars naar Belgisch recht.]1
Art. XV.67, XV.67/1, XV.67/2
Afdeling 2. - [1 Schrapping en andere herstelmaatregelen van toepassing op kredietgevers naar buitenlands recht]1
Art. XV.67/3, XV.67/4
Afdeling 3. - [1 Schrapping en andere herstelmaatregelen van toepassing op bemiddelaars inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht.]1
Art. XV.68
TITEL 3. - [1 De strafrechtelijke handhaving van dit Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen]1
Art. XV.69-XV.74
HOOFDSTUK 2. - [1 De strafrechtelijk gesanctioneerde inbreuken [...]]1
Afdeling 1. [1 De straffen voor de inbreuken op boek III.]1
Art. XV.75-XV.79
Afdeling 2. - [1 De straffen voor de inbreuken op Boek IV]1
Art. XV.80
Afdeling 3. - [1 De straffen voor de inbreuken op Boek V]1
Art. XV.81-XV.82
Afdeling 4. [1 De straffen voor de inbreuken op boek VI]1
Art. XV.83-XV.86
Afdeling 5. - [1 De straffen voor de inbreuken op boek VII.]1
Art. XV.87-XV.91
Afdeling 6. - [1 De straffen voor de inbreuken op Boek VIII]1
Art. XV.99-XV.101
Afdeling 7. - [1 De straffen voor de inbreuken op Boek IX]1
Art. XV.102
Afdeling 8. - [1 De straffen voor inbreuken op boek XI]1
Onderafdeling I. - [1 Bestrijding van namaak en piraterij]1
Art. XV.103-XV.111
Onderafdeling 2. - [1 Collectief beheer van het auteursrecht en de naburige rechten]1
Art. XV.112-XV.113
Afdeling 9. - [1 De straffen voor de inbreuken op Boek XII]1
Art. XV.118-XV.123
Afdeling 10. - [1 De straffen voor de inbreuken op boek XIV.]1
Art. XV.124, XV.124/1, XV.124/2, XV.124/3
Afdeling 11. - [1 De straffen voor de inbreuken op boek XVI.]1
Art. XV.125
Afdeling 11/1. [1 De straffen voor de inbreuken op boek XVII.]1
Art. XV.125/1
Afdeling 11/2. [1 - De straffen voor de inbreuken op boek XVIII]1
Afdeling 11/3. [1 - De straffen voor inbreuken op verordeningen van de Europese Unie]1
Art. XV.125/3, XV.125/24
Afdeling 12. - [1 Belemmering van toezicht]1
Art. XV.126, XV.126/1
HOOFDSTUK 3. - [1 Bijkomende straffen [...]]1
Afdeling 1. [1 - Definitief of tijdelijk verbod om gereglementeerde verrichtingen uit te oefenen.]1
Art. XV.127
Afdeling 2. - [1 Verbeurdverklaring]1
Art. XV.130, XV.130/1, XV.130/2, XV.130/3, XV.130/4
Afdeling 3. - [1 De aanplakking van het vonnis of arrest]1
Art. XV.131
Afdeling 4. [1 - Gehele of gedeeltelijke sluiting]1
Art. XV.131/1
Afdeling 5. [1 - Beslag op de ontvangsten]1
Art. XV.131/2
Boek XVI. - [1 Buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen]1
Titel 1. [1 Algemene bepaling]1
Art. XVI.1
Titel 2. [1 De behandeling van klachten door de ondernemingen]1
Art. XVI.2-XVI.4
Titel 3. [1 : De Consumentenombudsdienst]1
Hoofdstuk 1. [1 Oprichting en opdrachten]1
Art. XVI.5-XVI.7
Hoofdstuk 2. [1 Werking]1
Art. XVI.8-XVI.12
Hoofdstuk 3. [1 Bevoegdheden]1
Afdeling 1. [1 Informatie]1
Art. XVI.13-XVI.14
Afdeling 2. [1 De buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen]1
Onderafdeling 1. [1 De ontvangst van de aanvragen]1
Art. XVI.15
Onderafdeling 2. [1 Behandeling van consumentengeschillen]1
Art. XVI.16-XVI.21
Hoofdstuk 4. [1 De personeelsleden van de Consumentenombudsdienst]1
Art. XVI.22-XVI.23
Titel 4. [1 De gekwalificeerde entiteiten voor buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen]1
Art. XVI.24-XVI.26, XVI.26/1, XVI.26/2, XVI.26/3, XVI.27-XVI.28
Boek XVII. - [1 Bijzondere rechtsprocedures]1
TITEL 1. - [1 Vordering tot staking]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen]1
Art. XVII.1-XVII.6
HOOFDSTUK 2. - [1 Titularissen van de vordering tot staking]1
Art. XVII.7-XVII.8
HOOFDSTUK 3. - [1 Bijzondere bepalingen eigen aan boek VI ]1
Art. XVII.9-XVII.13
HOOFDSTUK 4. - [1 Bijzondere bepalingen eigen aan boek XI]1
Afdeling 1. [1 Vordering tot staking in geval van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht ]1
Art. XVII.14-XVII.20
Afdeling 2. - [1 Vordering tot staking inzake de controle van de vennootschappen voor het beheer van de auteursrechten en de naburige rechten]1
Art. XVII.21
HOOFDSTUK 5. - [1 Bijzondere bepalingen eigen aan boek XII]1
Art. XVII.22-XVII.25
HOOFDSTUK 5/1. [1 - Bijzondere bepalingen eigen aan boek XIV]1
Art. XVII.25/1, XVII.25/2, XVII.25/3, XVII.25/4, XVII.25/5
HOOFDSTUK 6. - [1 Intracommunautaire vordering tot staking op het gebied van de bescherming van de consumentenbelangen]1
Art. XVII.26-XVII.29, XVII.29/1, XVII.30-XVII.34
TITEL 2. [1 De rechtsvordering tot collectief herstel]1
HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen]1
Afdeling 1. - [1 Bevoegdheid van de hoven en rechtbanken te Brussel ]1
Art. XVII.35
Afdeling 2. - [1 Ontvankelijkheidsvoorwaarden]1
Art. XVII.36-XVII.37
Afdeling 3. - [1 Samenstelling van de groep]1
Art. XVII.38
Afdeling 4. - [1 De groepsvertegenwoordiger]1
Art. XVII.39-XVII.41
HOOFDSTUK 2. - [1 De procedure]1
Afdeling 1. - [1 De ontvankelijkheidsfase]1
Art. XVII.42-XVII.44
Afdeling 2. - [1 De onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel]1
Art. XVII.45-XVII.48
Afdeling 3. - [1 De homologatie van het akkoord tot collectief herstel]1
Art. XVII.49-XVII.51
Afdeling 4. - [1 Beslissing ten gronde]1
Art. XVII.52-XVII.56
Afdeling 5. - [1 De uitvoering van het gehomologeerde akkoord of van de beslissing ten gronde]1
Art. XVII.57-XVII.62
HOOFDSTUK 3. - [1 Verjaring, tussengeschillen en verband met andere procedures]1
Afdeling 1. - [1 Verjaring]1
Art. XVII.63
Afdeling 2. - [1 Tussengeschillen]1
Art. XVII.64-XVII.66
Afdeling 3. - [1 Verband met andere procedures]1
Art. XVII.67-XVII.70
Titel 3. [1 - Rechtsvordering tot schadevergoeding voor inbreuken op het mededingingsrecht]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Toepassingsgebied]1
Art. XVII.71
HOOFDSTUK 2. [1 - Recht op volledige vergoeding]1
Art. XVII.72-XVII.73
HOOFDSTUK 3. [1 - Bewijsmateriaal]1
Afdeling 1. [1 - Overlegging van het bewijsmateriaal]1
Onderafdeling 1. [1 - Algemene beginselen]1
Art. XVII.74-XVII.76
Onderafdeling 2. [1 - Overlegging van bewijsmateriaal dat zich in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt]1
Art. XVII.77-XVII.80
Onderafdeling 3. [1 - Sancties]1
Art. XVII.81
Afdeling 2. [1 - Doorwerking van de nationale beslissingen waarbij een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld]1
Art. XVII.82
Afdeling 3. [1 - Doorberekening van meerkosten]1
Art. XVII.83-XVII.85
HOOFDSTUK 4. [1 - Hoofdelijke aansprakelijkheid]1
Art. XVII.86-XVII.88
HOOFDSTUK 5. [1 - Schorsende werking van de minnelijke oplossing van geschillen]1
Art. XVII.89
HOOFDSTUK 6. [1 - Verjaringstermijnen]1
Art. XVII.90-XVII.91
BOEK XVIII. - [1 Maatregelen voor crisisbeheer]1
TITEL 1. - [1 Reglementering in crisistijd]1
Art. XVIII.1
TITEL 2. - [1 Opeising in crisistijd]1
Art. XVIII.2
TITEL 3. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen]1
Art. XVIII.3-XVIII.4
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
BOEK I. - Definities

  Titel 1. [1 Algemene definities]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-11-07/33, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 5)>

  Art. I.1. [1 Behoudens andersluidende bepaling in titel 2, wordt voor de toepassing van dit Wetboek verstaan onder :
   1° onderneming : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen;
   2° consument : iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;
   3° minister : de minister bevoegd voor Economie;
   4° producten : goederen en diensten, onroerende goederen, rechten en verplichtingen;
   5° dienst : elke prestatie verricht door een onderneming in het kader van haar professionele activiteit of in uitvoering van haar statutair doel;
   6° goederen : de lichamelijke roerende zaken;
   7° gedragscode : een overeenkomst of een aantal niet bij wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven regels waarin wordt vastgesteld hoe ondernemingen die zich aan de code binden, zich moeten gedragen met betrekking tot een of meer handelspraktijken of bedrijfssectoren;
   8° lidstaat : een lidstaat van de Europese Unie of in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend;
   9° werkdagen : het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;
   10° adres : een geografisch adres en, in voorkomend geval, het elektronisch adres;
   11° elektronisch adres : een geheel van elektronische gegevens waarmee een persoon elektronisch kan gecontacteerd worden;
   12° geografisch adres : het geheel van geografische gegevens omvattend, in voorkomend geval, het huisnummer, de straat, de postcode en de gemeente waar een persoon een vestiging heeft of gecontacteerd kan worden;
   13° FOD Economie : de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie."
   Het eerste lid, 1°, 4°, 5° en 8°, is niet van toepassing op Boek XI.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-11-07/33, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 5)>

  Titel 2. - Definities eigen aan bepaalde boeken

  HOOFDSTUK 1. [1 Definities eigen aan boek III.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. I.2.[1 Voor de toepassing van boek III gelden de volgende definities :
  1° Kruispuntbank van Ondernemingen : register, opgericht binnen de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die belast is met de opdrachten bedoeld in artikel III.15;
  2° bevoegde autoriteit : elke autoriteit of instantie die een toezichthoudende of regelgevende rol vervult ten aanzien van dienstenactiviteiten; met name de administratieve autoriteiten, met inbegrip van de rechtbanken die in die hoedanigheid optreden, de beroepsorden of andere professionele organen die in het kader van hun juridische autonomie de toegang tot de dienstenactiviteiten of de uitoefening ervan collectief regelen;
  3° dienstverrichter : iedere natuurlijke persoon onderdaan van een lidstaat of rechtspersoon in de zin van artikel 54 van het VWEU, gevestigd in een lidstaat die een dienst aanbiedt of verricht;
  4° vergunningstelsel : elke procedure die voor een dienstverrichter of voor een afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde autoriteit stappen te ondernemen ter verkrijging van een formele of stilzwijgende beslissing over de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit;
  5° dienst : elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, bedoeld in artikel 57 van het VWEU;
  6° vestiging : de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 49 van het VWEU, door de dienstverrichter voor onbepaalde tijd en vanuit een duurzame infrastructuur van waaruit daadwerkelijk diensten worden verricht;
  7° afnemer : iedere natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of die rechten heeft die hem door communautaire besluiten zijn verleend, of iedere rechtspersoon in de zin van artikel 54 van het VWEU die in een lidstaat is gevestigd en, al dan niet voor beroepsdoeleinden, van een dienst gebruik maakt of wil maken;
  8° gereglementeerd beroep : een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of één van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties; met name het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening;
  9° [2 "ambachtsonderneming" : de onderneming opgericht door een private persoon die over een vestigingseenheid beschikt in België en er gewoonlijk, krachtens een contract van huur van diensten, hoofdzakelijk materiële prestaties levert, voor zover daarmee geen leveringen of slechts toevallige leveringen van waren gepaard gaan;]2
  10° handelsonderneming : elke persoon, die over een vestigingseenheid beschikt in België en er daden van koophandel uitoefent, zoals beschreven in het Wetboek van Koophandel en die aldus wordt vermoed de hoedanigheid van " handelaar " te hebben;
  11° niet-handelsonderneming naar privaat recht : elke onderneming van privaat recht, bedoeld in artikel III.16, § 1, 1°, 3°, 4° of 5°, die een vestigingseenheid in België heeft maar die niet de hoedanigheid van handels- of ambachtsonderneming heeft.
  12° vereiste : elke verplichting, verbodsbepaling, voorwaarde of beperking uit hoofde van de wet, het reglement of administratieve bepalingen of voortvloeiend uit de rechtspraak, de administratieve praktijk, de regels van beroepsorden of de collectieve regels van beroepsverenigingen of andere beroepsorganisaties, die deze in het kader van de hun toegekende juridische bevoegdheden hebben vastgesteld;
  13° ondernemingsloket : de instelling die erkend is in uitvoering van boek III, titel 2, hoofdstuk 3 en belast is met taken van openbare dienst of van algemeen belang bedoeld in deze titel 2;
  14° handelsregister : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen die de gegevens omvat van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde handels- en ambachtsondernemingen;
  15° rechtspersonenregister : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen omvattende de gegevens van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde rechtspersonen;
  16° vestigingseenheid : een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend;]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2016-05-04/13, art. 12, 034; Inwerkingtreding : 01-06-2016>

  Art. I.3. [1 Voor de toepassing van boek III, titel 1, gelden de volgende definities :
  1° dwingende redenen van algemeen belang : redenen zoals in het bijzonder de openbare orde, de openbare veiligheid, de staatsveiligheid, de volksgezondheid, de handhaving van het financiële evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel, de bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, de eerlijkheid van handelstransacties, de fraudebestrijding, de bescherming van het milieu en het stedelijke milieu, dierenwelzijn, de intellectuele eigendom, het behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid;
  2° beroepsaansprakelijkheidsverzekering : een door de dienstverrichter afgesloten verzekering ter dekking, jegens afnemers en, in voorkomend geval, derden, van zijn eventuele aansprakelijkheid in het geval van schade voortvloeiend uit de verrichting van de dienst;
  3° arbeidsrecht : alle wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen betreffende de arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden met inbegrip van het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk en de daarmee gepaard gaande organisatorische structuren, alsook de controles en de sancties die daarop betrekking hebben en ook de relaties tussen de sociale partners, zoals het recht om collectieve arbeidsovereenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten en toe te passen en het recht om te staken en vakbondsacties te voeren;
  4° lidstaat van vestiging : de lidstaat op wiens grondgebied de betrokken dienstverrichter is gevestigd;
  5° recht van sociale zekerheid : alle wets-, verordenings- en sectorale bepalingen betreffende de inning van de bijdragen en de organisatie en toekenning van de sociale uitkeringen waarop de sociaal verzekerden recht hebben en die tot doel hebben een al dan niet beroepsgebonden inkomen toe te kennen, te vervangen of aan te vullen, om ze te vrijwaren tegen de gevolgen van de sociale risico's die gedekt worden in de reglementeringen betreffende de verzekeringsplicht voor werknemers en zelfstandigen, geneeskundige verzorging en uitkeringen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, pensioenen, gezinsbijslag, werkloosheid, jaarlijkse vakantie, tegemoetkomingen voor personen met een handicap;
  6° federale coördinator : de natuurlijke persoon benoemd binnen de FOD Economie, om in het kader van de administratieve samenwerking, bepaald in de artikelen XV.35 tot XV.48, het aanspreekpunt te zijn tussen de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel I.2, 2°.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. I.4. [1 Voor de toepassing van boek III, titel 2 gelden de volgende definities :
  1° onderneming : elke entiteit die zich dient in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen krachtens artikel III.16;
  2° dienst : openbare dienst, instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie taken van openbare dienst of van algemeen belang zijn toevertrouwd in uitvoering van boek III, titel 2;
  3° beheersdienst : de dienst binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie belast met het beheer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  4° de minister : de minister bevoegd voor Middenstand.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. I.5. [1 Voor de toepassing van boek III, titel 3, hoofdstuk 2, gelden de volgende definities :
  1° onderneming :
  a) de natuurlijke personen die koopman zijn;
  b) de handelsvennootschappen, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, met uitzondering van de administratieve openbare instellingen bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, en de Europese economische samenwerkingsverbanden;
  c) de openbare instellingen die een statutaire opdracht vervullen van commerciële, financiële of industriële aard;
  d) de instellingen, niet bedoeld in het b) en het c), al dan niet met eigen rechtspersoonlijkheid die, met of zonder winstoogmerk, een commercieel, financieel of industrieel bedrijf uitoefenen en waarop dit hoofdstuk, per soort van instellingen, van toepassing wordt verklaard door een koninklijk besluit.
  Voor natuurlijke personen zonder woonplaats in België, voor ondernemingen naar buitenlands recht zoals bedoeld in het b), het c) en het d) van het eerste lid, en voor de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in een andere Staat is gevestigd, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk alleen van toepassing op hun in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden met dien verstande dat hun gezamenlijke bijkantoren en centra van werkzaamheden in België als één onderneming worden beschouwd. De boeken, rekeningen en verantwoordingsstukken betreffende die bijkantoren en centra worden in België bewaard.
  In de besluiten waarbij de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing worden verklaard op ondernemingen bedoeld in het d) van het eerste lid, worden de verplichtingen die voor de betrokken ondernemingen voortvloeien uit de besluiten ter uitvoering van boek III, titel 3, aangepast aan wat vereist wordt door de bijzondere aard van de werkzaamheid of door het wettelijk statuut van de betrokken ondernemingen .]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Definities eigen aan Boek IV.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-29/01, art. 2, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. I.6.- [1 Voor de toepassing van boek IV [2 gelden de volgende definities]2 :
   [2 1° machtspositie]2 : de positie die een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen en het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen;]1
  [2 2° werkdagen : alle kalenderdagen met uitsluiting van de zaterdagen, de zondagen, de wettelijke feestdagen, de sluitingsdagen vastgelegd door de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken, de sluitingsdagen vastgelegd door de minister bevoegd voor Economie, de eerste dag van het kalenderjaar, 2 en 15 november alsook de dagen vanaf 26 december tot en met 31 december.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 2,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2016-06-29/01, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  HOOFDSTUK 3. - [1 Definities eigen aan boek V.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 3,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. I.7.[1 Voor de toepassing van boek V geldt de volgende definitie :
   - prijzenobservatorium : de instelling belast met de observaties en analyses bedoeld onder artikel 108, i), van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 3,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  HOOFDSTUK 4. [1 Definities eigen aan boek VI]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. I.8. [1 Voor de toepassing van boek VI gelden de volgende definities:
   1° homogene diensten: alle diensten waarvan de eigenschappen en de modaliteiten identiek of gelijkaardig zijn, ongeacht onder meer het ogenblik, de plaats van de uitvoering, de dienstverstrekker of de persoon voor wie ze bestemd zijn;
   2° etikettering: de vermeldingen, aanwijzingen, gebruiksaanwijzingen, merken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een goed of op een homogene dienst en die voorkomen op het goed zelf of op enig verpakkingsmiddel, document, bordje, etiket, band of label dat bij dit goed of bij deze dienst is gevoegd of daarop betrekking heeft;
   3° op de markt brengen: de invoer met het oog op de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, de tekoopaanbieding, de verkoop, het huuraanbod van goederen en diensten, de verhuring van goederen en diensten, de afstand onder bezwarende titel of gratis, als deze verrichtingen worden gedaan door een onderneming;
   4° geregistreerde benaming:
   a) voor de landbouwproducten en de levensmiddelen:
   de beschermde benaming van oorsprong of de beschermde herkomstaanduiding of elke gelijkwaardige benaming, waarop de landbouwproducten en de levensmiddelen zich kunnen beroepen bij toepassing van de bepalingen van de Europese Unie die de regels met betrekking tot hun bescherming bepalen;
   b) voor de andere producten:
   - de beschermde benaming van oorsprong waarop de producten afkomstig uit een bepaalde streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven, en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschiedt, wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
   - de beschermde geografische aanduiding waarop de producten afkomstig uit een streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven, en waarvan de productie en/of de verwerking en/of de bereiding in het geografische gebied geschieden, wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
   5° los verkochte goederen: goederen die niet vooraf worden verpakt en die door of in tegenwoordigheid van de consument worden gemeten of gewogen;
   6° per stuk verkochte goederen: goederen die niet kunnen worden gefractioneerd zonder hun aard of eigenschappen te wijzigen;
   7° geconditioneerde goederen: goederen die een fractionering, weging, telling of meting ondergaan hebben, zelfs tijdens het fabricageproces, al dan niet gevolgd door een verpakking, en met het doel die verrichting overbodig te maken bij de tekoopaanbieding;
   8° voorverpakte goederen: de geconditioneerde goederen die verpakt zijn alvorens te koop te worden aangeboden ongeacht de aard van de verpakking, die het goed geheel of slechts ten dele bedekt, maar op zo'n wijze dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat de verpakking wordt geopend of gewijzigd.
   Daaronder vallen:
   a) voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden: zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
   b) voorverpakte goederen in variabele hoeveelheden: zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid niet overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
   9° meeteenheid: de eenheid als bedoeld in boek VIII;
   10° vulbedrijf: de persoon die de goederen werkelijk voorverpakt met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
   11° conditioneerder: de persoon die de goederen conditioneert met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
   12° nominale hoeveelheid: het op een voorverpakking aangegeven gewicht of volume dat overeenstemt met de nettohoeveelheid die deze voorverpakking wordt geacht te bevatten;
   13° reclame: iedere mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen;
   14° vergelijkende reclame: elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.
   15° overeenkomst op afstand: iedere overeenkomst die tussen de onderneming en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer technieken voor communicatie op afstand;
   16° techniek voor communicatie op afstand: ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van onderneming en consument, kan worden gebruikt voor de sluiting van de overeenkomst tussen deze partijen;
   17° communicatietechniek-exploitant: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit erin bestaat één of meer technieken voor communicatie op afstand aan de ondernemingen ter beschikking te stellen;
   18° financiële dienst: iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen;
   19° duurzame gegevensdrager: ieder hulpmiddel dat de consument of de onderneming in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
   20° aanbieder: iedere onderneming die optreedt als de contractuele verrichter van diensten op grond van overeenkomsten op afstand;
   21° gezamenlijk aanbod: het aanbod waarbij de al dan niet kosteloze verkrijging van goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten;
   22° onrechtmatig beding: elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen een onderneming en een consument die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument;
   23° handelspraktijk: iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een onderneming, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product;
   24° het economische gedrag van consumenten wezenlijk verstoren: een handelspraktijk gebruiken om het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten;
   25° professionele toewijding: het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een onderneming in haar activiteitsdomein ten aanzien van de consument mag worden verwacht, overeenkomstig de eerlijke handelsgebruiken;
   26° uitnodiging tot aankoop: een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen;
   27° ongepaste beïnvloeding: het uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, druk uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt;
   28° besluit over een transactie: elk door een consument genomen besluit over de vraag of, en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt, behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product, ongeacht of de consument wel of niet tot handelen overgaat;
   29° collectieve consumentenovereenkomst: een akkoord dat afgesloten wordt binnen de Raad voor het Verbruik tussen de consumentenorganisaties en de beroepsorganisaties, en die de relaties regelt tussen ondernemingen en consumenten wat betreft goederen of diensten of categorieën van goederen of diensten;
   30° volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen: goederen die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument;
   31° buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst: iedere overeenkomst tussen de onderneming en de consument:
   a) die wordt gesloten in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument op een andere plaats dan de verkoopruimten van de onderneming; of
   b) waarvoor een aanbod werd gedaan door de consument onder dezelfde omstandigheden als bedoeld onder a); of
   c) die gesloten wordt in de verkoopruimten van de onderneming of met behulp van een techniek voor communicatie op afstand, onmiddellijk nadat de consument persoonlijk en individueel is aangesproken op een plaats die niet de verkoopruimte van de onderneming is, in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de onderneming en de consument; of
   d) die gesloten wordt tijdens een excursie die door de onderneming is georganiseerd met als doel of effect de promotie en de verkoop van goederen of diensten aan de consument.
   32° verkoopruimten:
   a) iedere onverplaatsbare ruimte voor detailhandel waar de onderneming op permanente basis zijn activiteiten uitvoert; of
   b) iedere verplaatsbare ruimte voor detailhandel waar de onderneming gewoonlijk zijn activiteiten uitvoert;
   33° verkoopsovereenkomst: iedere overeenkomst waarbij de onderneming de eigendom van goederen aan de consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze over te dragen en de consument de prijs daarvan betaalt of zich ertoe verbindt de prijs daarvan te betalen, met inbegrip van elke overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft;
   34° dienstenovereenkomst: iedere andere overeenkomst dan een verkoopovereenkomst, waarbij de onderneming de consument een dienst levert of zich ertoe verbindt een dienst te leveren en de consument de prijs daarvan betaalt of zich ertoe verbindt de prijs daarvan te betalen;
   35° digitale inhoud: gegevens die in digitale vorm geproduceerd en geleverd worden;
   36° openbare veiling: een verkoopmethode waarbij goederen of diensten door de onderneming worden aangeboden aan consumenten die persoonlijk aanwezig zijn of de mogelijkheid krijgen om persoonlijk aanwezig te zijn op de veiling, door middel van een transparante competitieve biedprocedure, onder leiding van een ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen, en waarbij de winnende bieder verplicht is de goederen of diensten af te nemen;
   37° commerciële garantie: iedere verbintenis van de onderneming of een producent om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of de goederen op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer die niet voldoen aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst;
   38° aanvullende overeenkomst: een overeenkomst waarbij een consument goederen of diensten verwerft in verband met een overeenkomst, en deze goederen of diensten door de onderneming worden geleverd of door een derde partij op basis van een afspraak tussen die derde partij en de onderneming;]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 5. - [1 Definities eigen aan boek XIV.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/08, art. 2, 022; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. I.8. [1 Voor de toepassing van boek XIV gelden de volgende definities :
  1° homogene diensten : alle diensten waarvan de eigenschappen en de modaliteiten identiek of gelijkaardig zijn, ongeacht onder meer het ogenblik, de plaats van de uitvoering, de dienstverstrekker of de persoon voor wie ze bestemd zijn;
  2° etikettering : de vermeldingen, aanwijzingen, gebruiksaanwijzingen, merken, afbeeldingen of tekens die betrekking hebben op een goed of op een homogene dienst en die voorkomen op het goed zelf of op enig verpakkingsmiddel, document, bordje, etiket, band of label dat bij dit goed of bij deze dienst is gevoegd of daarop betrekking heeft;
  3° op de markt brengen : de invoer met het oog op de verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, de tekoopaanbieding, de verkoop, het huuraanbod van goederen en diensten, de verhuring van goederen en diensten, de afstand onder bezwarende titel of gratis, als deze verrichtingen worden gedaan door een beoefenaar van een vrij beroep;
  4° los verkochte goederen : goederen die niet vooraf worden verpakt en die door of in tegenwoordigheid van de consument worden gemeten of gewogen;
  5° per stuk verkochte goederen : goederen die niet kunnen worden gefractioneerd zonder hun aard of eigenschappen te wijzigen;
  6° geconditioneerde goederen : goederen die een fractionering, weging, telling of meting ondergaan hebben, zelfs tijdens het fabricageproces, al dan niet gevolgd door een verpakking, en met het doel die verrichting overbodig te maken bij de tekoopaanbieding;
  7° voorverpakte goederen : de geconditioneerde goederen die verpakt zijn alvorens te koop te worden aangeboden ongeacht de aard van de verpakking, die het goed geheel of slechts ten dele bedekt, maar op zo'n wijze dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat de verpakking wordt geopend of gewijzigd.
  Daaronder vallen :
  a) voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden : zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
  b) voorverpakte goederen in variabele hoeveelheden : zodanig voorverpakte goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid niet overeenstemt met een vooraf gekozen waarde;
  8° meeteenheid : de eenheid als bedoeld in boek VIII;
  9° conditioneerder : de persoon die de goederen conditioneert met het oog op de tekoopaanbieding ervan;
  10° nominale hoeveelheid : het op een voorverpakking aangegeven gewicht of volume dat overeenstemt met de nettohoeveelheid die deze voorverpakking wordt geacht te bevatten;
  11° reclame : iedere mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen;
  12° vergelijkende reclame : elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd;
  13° overeenkomst op afstand : iedere overeenkomst die tussen de beoefenaar van een vrij beroep en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de beoefenaar van een vrij beroep en de consument en waarbij, tot op en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer technieken voor communicatie op afstand;
  14° techniek voor communicatie op afstand : ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de beoefenaar van een vrij beroep en consument, kan worden gebruikt voor de sluiting van de overeenkomst tussen deze partijen;
  15° communicatietechniek-exploitant : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit erin bestaat één of meer technieken voor communicatie op afstand aan de beoefenaar van een vrij beroep ter beschikking te stellen;
  16° financiële dienst : iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen;
  17° duurzame gegevensdrager : ieder hulpmiddel dat de consument of de beoefenaar van een vrij beroep in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
  18° aanbieder : iedere beoefenaar van een vrij beroep die optreedt als de contractuele verrichter van diensten op grond van overeenkomsten op afstand;
  19° gezamenlijk aanbod : het aanbod waarbij de al dan niet kosteloze verkrijging van goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten;
  20° onrechtmatig beding : elk beding of elke voorwaarde in een overeenkomst tussen een beoefenaar van een vrij beroep en een consument die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument;
  21° beroepspraktijk : iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een beoefenaar van een vrij beroep, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product;
  22° het economische gedrag van consumenten wezenlijk verstoren : een beroepspraktijk gebruiken om het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten;
  23° professionele toewijding : het normale niveau van bijzondere vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een beoefenaar van een vrij beroep in zijn activiteitsdomein ten aanzien van de consument mag worden verwacht, overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken;
  24° uitnodiging tot aankoop : een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen;
  25° ongepaste beïnvloeding : het uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, druk uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt;
  26° besluit over een transactie : elk door een consument genomen besluit over de vraag of, en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt, behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product, ongeacht of de consument wel of niet tot handelen overgaat;
  27° volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen : goederen die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument;
  28° buiten de gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening gesloten overeenkomst : iedere overeenkomst tussen de beoefenaar van een vrij beroep en de consument :
  a) die wordt gesloten in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de beoefenaar van een vrij beroep en de consument op een andere plaats dan een gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening van de beoefenaar van een vrij beroep; of
  b) waarvoor een aanbod werd gedaan door de consument onder dezelfde omstandigheden als bedoeld onder a); of
  c) die gesloten wordt in de gebruikelijk plaats van beroepsuitoefening van de beoefenaar van een vrij beroep of met behulp van een techniek voor communicatie op afstand, onmiddellijk nadat de consument persoonlijk en individueel is aangesproken op een plaats die niet de gebruikelijke plaats van de beroepsuitoefening van de beoefenaar van een vrij beroep is, in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de beoefenaar van een vrij beroep en de consument; of
  d) die gesloten wordt tijdens een excursie die door de beoefenaar van een vrij beroep is georganiseerd met als doel of effect de promotie en de verkoop van goederen of diensten aan de consument;
  29° de gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening waar :
  a) iedere onverplaatsbare ruimte voor beroepsuitoefening waar de beoefenaar van een vrij beroep op permanente basis zijn activiteiten uitvoert; of
  b) iedere verplaatsbare ruimte voor beroepsuitoefening waar de beoefenaar van een vrij beroep gewoonlijk zijn activiteiten uitvoert;
  30° verkoopovereenkomst : iedere overeenkomst waarbij de beoefenaar van een vrij beroep de eigendom van goederen aan de consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze over te dragen en de consument de prijs daarvan betaalt of zich ertoe verbindt de prijs daarvan te betalen, met inbegrip van elke overeenkomst die zowel goederen als diensten betreft;
  31° dienstenovereenkomst : iedere andere overeenkomst dan een verkoopovereenkomst, waarbij de beoefenaar van een vrij beroep de consument een dienst levert of zich ertoe verbindt een dienst te leveren en de consument de prijs daarvan betaalt of zich ertoe verbindt de prijs daarvan te betalen;
  32° digitale inhoud : gegevens die in digitale vorm geproduceerd en geleverd worden;
  33° commerciële garantie : iedere verbintenis van de beoefenaar van een vrij beroep of een producent om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op conformiteit, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of de goederen op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer die niet voldoen aan de specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de conformiteit, die vermeld zijn in de garantieverklaring of in de desbetreffende reclameboodschappen ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst;
  34° aanvullende overeenkomst : een overeenkomst waarbij een consument goederen of diensten verwerft in verband met een overeenkomst, en deze goederen of diensten door de beoefenaar van een vrij beroepworden geleverd of door een derde partij op basis van een afspraak tussen die derde partij en de beoefenaar van een vrij beroep;
  35° beoefenaar van een vrij beroep : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op intellectueel onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid een beroepsactiviteit uitoefent die hoofdzakelijk uit intellectuele prestaties bestaat, voorafgaand de vereiste opleiding heeft gevolgd, tot permanente vorming is gehouden, onderworpen is aan een bij of krachtens de wet opgericht tuchtorgaan en geen koopman is in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel.
  36° de minister : de ministers bevoegd voor justitie en desgevallend economie, K.M.O. en middenstand, en volksgezondheid. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/08, art. 2, 022; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 5. [1 - Definities eigen aan boek VII.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>

  Art. I.9.[1 Voor de toepassing van boek VII gelden de volgende definities :
   1° betalingsdienst : elke dienst, te koop aangeboden in het raam van een bedrijfsactiviteit, als hierna vermeld :
   a) diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten op een betaalrekening te plaatsen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn;
   b) diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten van een betaalrekening op te nemen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn;
   c) uitvoering van betalingstransacties, met inbegrip van de overmaking van geldmiddelen op een betaalrekening bij de betalingsdienstaanbieder van de gebruiker of bij een andere betalingsdienstaanbieder :
   - uitvoering van domiciliëringen;
   - uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument;
   - uitvoering van overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten;
   d) uitvoering van betalingstransacties waarbij de geldmiddelen zijn gedekt door een krediet die aan de betalingsdienstgebruiker wordt verstrekt :
   - uitvoering van domiciliëringen;
   - uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument;
   - uitvoering van overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten;
   e) uitgifte van en/of aanvaarding van betaalinstrumenten;
   f) geldtransfers;
   g) uitvoering van betalingstransacties waarbij de instemming van de betaler met een betalingstransactie wordt doorgegeven met behulp van een telecommunicatie-, digitaal- of informatica-instrument en de betaling rechtstreeks geschiedt aan de beheerder van de telecommunicatiediensten, het informaticasysteem of het netwerk, die louter optreedt als tussenpersoon tussen de betalingsdienstgebruiker en de persoon die de goederen levert of de diensten verricht;
   2° betalingsdienstaanbieder : iedere rechtspersoon die betalingsdiensten verstrekt aan een betalingsdienstgebruiker en beantwoordt aan de kenmerken van een van de hierna opgesomde instellingen :
   a) de kredietinstellingen bedoeld in [8 artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoots-chappen]8;
   b) de instellingen voor elektronisch geld bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 21 december 2009;
   c) de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;
   d) betalingsinstellingen : de rechtspersonen die gemachtigd zijn betalingsdiensten aan te bieden en uit te voeren overeenkomstig de wet van 21 december 2009;
   e) de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire- of andere publieke autoriteit;
   f) de Belgische federale, regionale en lokale overheden voor zover zij krachtens de wetgeving die hun opdrachten regelt en/of hun statuten hiertoe gemachtigd zijn en zij niet handelen in hun hoedanigheid van publieke autoriteit.
   De persoon die als gewoon beroep of bedrijf betalingsdiensten verstrekt aan betalingsdienstgebruikers of elektronisch geld levert aan een houder van elektronisch geld zonder hiertoe over de nodige vergunning of toelating te beschikken blijft niettemin onderworpen aan de dwingende bepalingen van deze wet;
   3° betalingsdienstgebruiker : de natuurlijke of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt;
   4° betaler : de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, of de natuurlijke of rechtspersoon die bij het ontbreken van een betaalrekening, een betalingsopdracht geeft;
   5° begunstigde : de natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;
   6° betalingstransactie : een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden gedeponeerd, overgemaakt of opgenomen, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn;
   7° betalingsopdracht : door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
   8° betaalrekening : een op naam van een of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;
   9° geldmiddelen : bankbiljetten en muntstukken, giraal geld en elektronisch geld zoals bedoeld in artikel 4, 11°, van de wet van 21 december 2009;
   10° betaalinstrument : elk gepersonaliseerd instrument en/of geheel van procedures, overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder, waarvan de betalingsdienstgebruiker gebruikmaakt om een betalingsopdracht te initiëren;
   11° authentificatie : een procedure die de betalingsdienstaanbieder in staat stelt het gebruik van een welbepaald betaalinstrument na te gaan met inbegrip van de gepersonaliseerde veiligheidskenmerken;
   12° unieke identificator : de door de betalingsdienstaanbieder aan de betalingsdienstgebruiker opgegeven combinatie van letters, nummers of symbolen, door laatstgenoemde te verstrekken om voor een betalingstransactie de andere betrokken betalingsdienstgebruiker en/of zijn betaalrekening ondubbelzinnig te identificeren;
   13° domiciliëring : een betalingsdienst voor het debiteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming;
   14° geldtransfer : een betalingsdienst waarbij, zonder opening van betaalrekeningen op naam van de betaler of de begunstigde, van een betaler geldmiddelen worden ontvangen met als enig doel het daarmee overeenstemmende bedrag over te maken aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder, en/of waarbij dergelijke geldmiddelen voor rekening van de begunstigde worden ontvangen en aan de begunstigde beschikbaar worden gesteld;
   15° betalingssysteem : een systeem met formele en gestandaardiseerde procedures en gemeenschappelijke regels voor de verwerking, verrekening en/of afwikkeling van betalingstransacties dat toelaat geldmiddelen over te maken;
   16° raamcontract : een betalingsdienstencontract dat de toekomstige uitvoering regelt van afzonderlijke en opeenvolgende betalingstransacties en dat de verplichtingen en voorwaarden voor de opening van een betaalrekening kan omvatten;
   17° werkdag : een dag waarop de relevante betalingsdienstaanbieder van de betaler of de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde die betrokken is bij de uitvoering van een betalingstransactie toegankelijk is voor de bij de uitvoering van een betalingstransactie vereiste werkzaamheden;
   18° valutadatum : het referentietijdstip dat door een betalingsdienstaanbieder wordt gebruikt voor de berekening van de interesten op de geldmiddelen waarmee een betaalrekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd;
   19° referentiewisselkoers : de wisselkoers die als berekeningsgrondslag wordt gehanteerd bij een valutawissel en die door de betalingsdienstaanbieder beschikbaar wordt gesteld of afkomstig is van een bron die voor het publiek toegankelijk is;
   20° referentierentevoet : de rentevoet die als berekeningsgrondslag wordt gehanteerd voor het aanrekenen van interesten en die afkomstig is van een voor het publiek toegankelijke bron en door beide partijen bij een betalingsdienstencontract kan worden nagegaan;
   21° techniek voor communicatie op afstand : ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker, kan worden gebruikt voor het sluiten van een betalingsdienstencontract;
   22° duurzame drager : ieder hulpmiddel dat een persoon in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie gemakkelijk toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;
   23° gepersonaliseerde veiligheidskenmerken : elk technisch middel toegewezen door een betalingsdienstaanbieder aan een bepaalde betalingsdienstgebruiker voor het gebruik van een betaalinstrument. Deze kenmerken, eigen aan de betalingsdienstgebruiker en onder zijn toezicht, laat toe om het gebruik van een welbepaald betaalinstrument na te gaan en beoogt de gebruiker te authentiseren;
   24° agent : een natuurlijke of rechtspersoon die bij de uitvoering van betalingsdiensten voor rekening van een betalingsdienstaanbieder optreedt;
   25° bijkantoor : een bedrijfszetel die niet het hoofdkantoor is en die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een betalingsdienstaanbieder, van een kredietgever of van een kredietbemiddelaar en rechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, de handelingen verricht die eigen zijn aan de werkzaamheden van een betalingsdienstaanbieder een kredietgever of een kredietbemiddelaar; verscheidene bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een betalingsdienstaanbieder een kredietgever of een kredietbemiddelaar met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden als één bijkantoor beschouwd;
   26° elektronisch geld : elektronisch, met inbegrip van magnetisch, opgeslagen monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgever, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten en die wordt aanvaard door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de uitgever van elektronisch geld;
   27° uitgever van elektronisch geld : een uitgever van elektronisch geld als bedoeld in artikel 4, 32° van de wet van 21 december 2009;
   28° instelling voor elektronisch geld : een instelling voor elektronisch geld als bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 21 december 2009;
   29° houder van elektronisch geld : een natuurlijke of rechtspersoon die geld overhandigt aan een uitgever van elektronisch geld in ruil voor de uitgifte van elektronisch geld door die uitgever;
   30° wet van 21 december 2009 : wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen;
   31° overschrijving : een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie;
   32° Verordening (EG) nr. 924/2009 : Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001;
   33° Verordening (EU) nr. 260/2012 : Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009;
   34° kredietgever : elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die, in het raam van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een krediet toestaat, met uitzondering van de persoon die een kredietovereenkomst aanbiedt of sluit wanneer deze overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
   35° kredietbemiddelaar : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet optreedt als kredietgever en die in het raam van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten tegen een vergoeding in de vorm van geld of een ander overeengekomen economisch voordeel :
   a) aan consumenten kredietovereenkomsten voorstelt of aanbiedt;
   b) consumenten anderszins dan onder a) bedoeld, bijstaat bij de voorbereiding van het sluiten van kredietovereenkomsten;
   c) namens de kredietgever met consumenten kredietovereenkomsten sluit. Wordt hiermee gelijkgesteld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voorwerp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een andere vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
   36° [3 verbonden agent: een kredietbemiddelaar die handelt voor rekening van en onder de volle en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van:
   a) slechts één kredietgever, of
   b) meerdere kredietgevers die behoren tot eenzelfde groep;]3
   37° [2 kredietmakelaar : een kredietbemiddelaar, met uitsluiting van een verbonden agent, een subagent of een agent in een nevenfunctie, die zijn bemiddelingsactiviteiten uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen bij een of meerdere kredietgevers;]2
   38° groep : groep kredietgevers die geconsolideerd moeten worden voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening als omschreven in Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen;
   39° kredietovereenkomst : elke overeenkomst waarbij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan een consument, in de vorm van uitstel van betaling, van een lening, of van elke andere gelijkaardige betalingsregeling;
  [6 De overeenkomst waarbij een hypotheek wordt verleend tot zekerheid van een geopend krediet zoals bedoeld in artikel 80, derde lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851, wordt niet beschouwd als een kredietovereenkomst in de zin van dit boek voor zover deze overeenkomst geen met dit boek tegenstrijdige bepalingen bevat;]6
   40° kredietaanbod : de definitieve uitdrukking van de wil van de kredietgever die door de consument enkel nog moet worden aanvaard opdat de overeenkomst zou zijn gesloten;
   41° totale kosten van het krediet voor de consument : alle kosten die de consument moet betalen in verband met de kredietovereenkomst en die de kredietgever bekend zijn, met uitzondering van de notariskosten. Zijn hierin onder meer begrepen :
   a) de debetrente;
   b) commissielonen en/of vergoedingen die de kredietbemiddelaar ontvangt voor zijn bemiddeling;
   c) belastingen;
   d) vergoedingen van welke aard ook, onder meer, onderzoekskosten, kosten voor het samenstellen van het dossier en het raadplegen van de bestanden, kosten van beheer, administratie en inning, alle kaartkosten behoudens hetgeen onder f) wordt bedoeld;
   e) de kosten betreffende nevendiensten die verbonden zijn aan de kredietovereenkomst, onder meer verzekeringspremies, indien het sluiten van deze dienstenovereenkomst verplicht is om het krediet zelf te verkrijgen of tegen de commerciële bedingen en voorwaarden waaronder het verhandeld wordt;
   f) [6 de kosten voor het openen en aanhouden van een specifieke rekening, voor het gebruik van een betaalmiddel voor zowel transacties als kredietopnemingen op die rekening en andere, met betalingstransacties verband houdende kosten, wanneer er een rekening moet worden geopend of aangehouden ter verkrijging van het krediet of ter verkrijging van het krediet onder de geadverteerde voorwaarden. Wanneer de opening van de rekening facultatief zou zijn dan nog moeten bij een consumentenkrediet de kosten voor deze rekening duidelijk en afzonderlijk in de kredietovereenkomst of een andere met de consument gesloten overeenkomst zijn vastgesteld;]6
  [6 g) de schattingskosten van het onroerend goed wanneer dergelijke schatting verplicht is om het gevraagde krediet te verkrijgen;]6
  [6 h) de zekerheidskosten.]6
   De totale kosten van het krediet voor de consument omvatten niet :
   a) kosten en vergoedingen die de consument moet betalen wegens niet naleving van een in de kredietovereenkomst opgenomen verbintenis;
   b) de andere kosten dan de aankoopprijs die de consument bij het verwerven van goederen of diensten in elk geval moet betalen, ook indien contant wordt betaald;
  [6 c) de kosten voor registratie en overschrijving van de overdracht van een onroerend goed;]6
   42° jaarlijkse kostenpercentage : het percentage dat de gelijkheid uitdrukt op jaarbasis, van de geactualiseerde waarden van het geheel van de verbintenissen van de kredietgever (kredietopnemingen) en de consument (aflossingen en totale kosten van het krediet voor de consument), bestaand of toekomstig, en die berekend wordt aan de hand van de elementen die de Koning aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt;
   43° reclame : iedere mededeling als bedoeld in artikel I. 8, 13° ;
   44° debetrentevoet : de rentevoet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of veranderlijk percentage op het gedeelte van het kapitaal dat is opgenomen en berekend aan de hand van de elementen die de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt, desgevallend met inbegrip van de berekeningsmethode van de hieraan verbonden nalatigheidsinteresten;
  [6 "Bij de hypothecaire kredieten met een onroerende bestemming is de debetrentevoet op jaarbasis I het resultaat van de vergelijking :
   (1 + i)n = (1 + I),
   waarbij i de periodieke rentevoet is en n het aantal periodes begrepen in het jaar;]6
  [6 44/1° periodieke rentevoet : de voet, uitgedrukt in percent per periode waartegen de intresten voor dezelfde periode berekend worden;]6
   45° vaste debetrentevoet : de debetrentevoet voorzien door een bepaling in de kredietovereenkomst waarbij de kredietgever en de consument voor de volledige duur van de kredietovereenkomst een enkele debetrentevoet of voor deeltermijnen verschillende debetrentevoeten overeenkomen waarvoor uitsluitend een vast specifiek percentage wordt gebruikt;
   46° verkoop op afbetaling : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, welke normaal leidt tot de verkrijging van goederen of levering van diensten, verkocht door de kredietgever of de kredietbemiddelaar bedoeld in 35°, c), laatste zin, en waarvan de prijs betaald wordt door middel van periodieke stortingen;
   47° financieringshuur : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij de ene partij zich ertoe verbindt de andere het genot van een lichamelijk roerend goed te verschaffen tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt periodiek te betalen en waarin, eveneens expliciet of stilzwijgend, een koopaanbod is vervat. Voor de toepassing van deze wet wordt de verhuurder beschouwd als kredietgever, of de kredietbemiddelaar bedoeld in 35°, c), laatste zin;
   48° lening op afbetaling : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij geld of een ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van een consument, die zich ertoe verbindt de lening terug te betalen door periodieke stortingen;
   49° kredietopening : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij koopkracht, geld of gelijk welk ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van de consument, die ervan gebruik kan maken door een of meerdere kredietopnemingen te verrichten onder meer met behulp van een betaalinstrument of op een andere wijze, en die zich ertoe verbindt terug te betalen volgens de overeengekomen voorwaarden.
   Als het niet mogelijk is om een wederopneming te doen tenzij mits een voorafgaand akkoord met de kredietgever of mits de naleving van andere voorwaarden dan degene die initieel waren overeengekomen, dan wordt deze wederopneming beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst;
   50° kredietovereenkomst op afstand : elke kredietovereenkomst gesloten overeenkomstig artikel I.8, 15° van dit Wetboek;
   51° geoorloofde debetstand op een rekening : een uitdrukkelijke kredietopening waarbij een kredietgever een consument de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op de hiermee verbonden betaalrekening te boven gaan;
   52° overschrijding : een stilzwijgend aanvaarde debetstand waarbij een kredietgever een consument de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op zijn betaalrekening of de overeengekomen geoorloofde debetstand op een rekening van de consument te boven gaan;
   53° [6 hypothecaire zekerheid : een zekerheid die de volgende vormen kan aannemen :
   a) een hypotheek of een voorrecht op onroerend goed of de inpandgeving van een op dezelfde wijze gewaarborgde schuldvordering, of
   b) de indeplaatsstelling van één of meer derde personen in de rechten van een schuldeiser die bevoorrecht is op een onroerend goed, of
   c) het krediet bedongen met het recht een hypothecaire waarborg te eisen, zelfs indien dit recht in een afzonderlijke akte bedongen is, of
   d) het garantiekrediet waarbij aan de borg of garant een hypothecaire waarborg wordt toegekend;]6
  [6 53/1° hypothecair krediet met een onroerende bestemming : de kredietovereenkomst gewaarborgd door een recht op voor bewoning bestemde onroerende goederen of een hypothecaire zekerheid die bestemd is voor de financiering van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten en de ermee verband houdende kosten en belastingen, of de herfinanciering van een dergelijke kredietovereenkomst.
   Wordt eveneens beschouwd als een hypothecair krediet met een onroerende bestemming :
   a) de kredietovereenkomst niet gewaarborgd door een hypothecaire zekerheid bestemd voor de financiering van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten, met uitzondering van de renovatie van een onroerend goed;
   b) de kredietovereenkomst bestemd voor het verwerven of behouden van een binnenvaartuig zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet van 26 maart 2012 betreffende de teboekstelling van binnenvaartuigen andere dan binnenschepen als bedoeld in artikel 271 van Boek II van het Wetboek van Koophandel;]6
  [6 53/2° hypothecair krediet met een roerende bestemming : de kredietovereenkomst gewaarborgd door een recht op voor bewoning bestemde onroerende goederen of een hypothecaire zekerheid die niet bestemd is voor de financiering van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten en de ermee verband houdende kosten en belastingen, of de herfinanciering van een dergelijke kredietovereenkomst;]6
  [6 53/3° hypothecair krediet : krediet dat zowel een hypothecair krediet met een roerende als een onroerende bestemming kan uitmaken;]6
   54° consumentenkrediet : het krediet dat, ongeacht de benaming of de vorm, wordt verstrekt aan een consument en dat geen hypothecair krediet uitmaakt;
   55° schuldbemiddeling : de dienstverlening, met uitsluiting van het sluiten van een kredietovereenkomst, met het oog op het totstandbrengen van een regeling omtrent de wijze van betaling van de schuldenlast die geheel of ten dele uit een of meer kredietovereenkomsten voortvloeit;
   56° verwerking van gegevens : de verwerking van persoonsgegevens omschreven in artikel 1, § 2, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
   57° bestand : het bestand, omschreven in artikel 1, § 3, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
   58° verantwoordelijke voor de verwerking : de verantwoordelijke voor de verwerking omschreven in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
   59° vestiging van de kredietgever of van de kredietbemiddelaar : de plaatsen waar hij gewoonlijk zijn bedrijf uitoefent of de vestiging van een andere kredietgever of kredietbemiddelaar;
   60° kapitaal : de schuld in hoofdsom die het voorwerp uitmaakt van de kredietovereenkomst.
   Voor de geoorloofde debetstanden op een rekening en de overschrijdingen zonder regeling voor gespreide terugbetaling van de hoofdsom : het door de consument opgenomen bedrag, vermeerderd met de vervallen debetintresten en, in het geval van eenvoudige betalingsachterstand zoals bedoeld in artikel VII.106, § 2, vervallen nalatigheidsinteresten op het bedrag van de overschrijding;
   61° aflossing van het kapitaal : de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument zich verbindt tijdens de looptijd van het krediet stortingen te doen die het kapitaal onmiddellijk met de overeenkomstige som verminderen;
   62° wedersamenstelling van kapitaal : de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument de verbintenis aangaat om, tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst, stortingen te doen die, alhoewel contractueel aangewend voor de terugbetaling van het kapitaal, niet onmiddellijk een overeenkomstige bevrijding tegenover de kredietgever meebrengen. Zij komen slechts in mindering van het kapitaal op de tijdstippen en volgens de voorwaarden die in de overeenkomst of door dit boek bepaald worden;
   63° verschuldigd blijvende saldo : het bedrag dat moet gestort worden om het opgenomen kapitaal af te lossen, weder samen te stellen of terug te betalen;
   64° gelieerde kredietovereenkomst : een kredietovereenkomst waarbij geldt dat :
   a) het betreffende krediet uitsluitend dient ter financiering van een overeenkomst voor het verwerven van een bepaald goed of de verrichting van een bepaalde dienst, en
   b) die twee overeenkomsten objectief gezien een commerciële eenheid vormen. Een commerciële eenheid wordt geacht te bestaan indien de leverancier of de dienstenaanbieder zelf het krediet van de consument financiert of, in het geval van financiering door een derde, indien de kredietgever bij het voorbereiden of sluiten van de kredietovereenkomst gebruik maakt van de diensten van de leverancier of dienstenaanbieder, dan wel indien bepaalde goederen of de levering van een bepaalde dienst uitdrukkelijk worden vermeld in de kredietovereenkomst;
   65° kredietbedrag : het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld;
   66° totale door de consument te betalen bedrag : de som van het kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument, met inbegrip van de te betalen residuele waarde van het goed bij het lichten van de koopoptie in geval van financieringshuur;
   67° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten zoals bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
   68° Bank : de Nationale Bank van België;
   69° Centrale : de Centrale voor Kredieten aan Particulieren belast met de opdrachten als bedoeld in [2 artikel VII.148]2;
   70° nevendienst : een dienst aangeboden aan de consument in samenhang met de kredietovereenkomst of de betalingsdienst;
   71° kredietinstelling : de kredietinstelling als bedoeld in [2 artikel 1, § 3, van de [7 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]7]2;
   72° verzekeringsonderneming : de onderneming [4 bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;]4;
   73° gereglementeerde onderneming : een onderneming zoals bedoeld in artikel 1, 7°, van het koninklijk besluit van 21 november 2005 over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen;
   74° subagent : de natuurlijke of rechtspersoon die als kredietbemiddelaar handelt voor rekening van en onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één kredietbemiddelaar [2 die geen subagent is]2;
   75° [6 ...]6;
   76° lidstaat van herkomst :
   a) indien de kredietgever of kredietbemiddelaar een natuurlijk persoon is, de lidstaat waar hij zijn hoofdkantoor heeft;
   b) indien de kredietgever of kredietbemiddelaar een rechtspersoon is, de lidstaat waar zijn statutaire zetel is gevestigd of, indien deze rechtspersoon volgens zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd.;
   77° lidstaat van ontvangst : de lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de kredietgever of kredietbemiddelaar een bijkantoor heeft of diensten verricht;
   78° verantwoordelijke voor de distributie : elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van een kredietgever, een kredietbemiddelaar of elke werknemer in dienst van dergelijke persoon, die de facto de verantwoordelijkheid heeft op de kredietbemiddelingswerkzaamheid of hierop toezicht uitoefent;
   79° persoon die in contact staat met het publiek : de andere personen bij een kredietgever of een kredietbemiddelaar die, op welke wijze dan ook, in contact staan met het publiek met het oog op het voorstellen van kredietovereenkomsten of hierover informatie verstrekt;
   80° wet van 2 augustus 2002 : wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
   81° agenten in een nevenfunctie : de verkopers van goederen en diensten van niet-financiële aard die, bij wijze van nevenactiviteit en voor rekening van een of meer kredietgevers, als bemiddelaar inzake consumentenkrediet optreden;]1
  [2 82° wet van 25 april 2014 : [7 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]7;
   83° [8 wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]8]2
  [6 84° kredietwaardigheidsbeoordeling : de evaluatie van de vooruitzichten dat de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen tot schuldaflossing worden nagekomen;
   85° adviesdiensten : het geven van persoonlijke aanbevelingen aan een consument met betrekking tot een of meer transacties in samenhang met kredietovereenkomsten;
   86° voorwaardelijke verplichting of garantie : een kredietovereenkomst die als garantie voor een andere afzonderlijke maar aanvullende transactie fungeert en uit hoofde waarvan het door een onroerend goed gewaarborgde kapitaal slechts wordt opgenomen wanneer zich een of meer in de overeenkomst vermelde gebeurtenissen voordoen;
   87° gedeelde vermogenskredietovereen-komst : een kredietovereenkomst waarbij het af te lossen kapitaal is gebaseerd op een contractueel vastgesteld percentage van de waarde van het onroerend goed op het tijdstip van de kapitaalaflossing of -aflossingen;
   88° koppelverkoop : het aanbieden of verkopen van een kredietovereenkomst als onderdeel van een pakket met andere onderscheiden financiële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst niet afzonderlijk wordt aangeboden aan de consument;
   89° gebundelde verkoop : het aanbieden of verkopen van een kredietovereenkomst als onderdeel van een pakket met andere onderscheiden financiële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst ook afzonderlijk aan de consument beschikbaar wordt gesteld, maar waarbij niet noodzakelijkerwijs dezelfde voorwaarden gelden als wanneer deze in combinatie met de nevendiensten wordt aangeboden;
   90° kredietovereenkomst in vreemde valuta : een kredietovereenkomst waarbij het krediet :
   a) uitgedrukt wordt in een andere valuta dan die waarin de consument het inkomen ontvangt of de activa aanhoudt waaruit het krediet moet worden terugbetaald; of
   b) uitgedrukt wordt in een andere valuta dan die van de lidstaat waar de consument verblijft;
   91° betalingstermijn : de termijn die besloten ligt tussen :
   a) het tijdstip waarop de kredietgever aan de consument ofwel een geldsom of koopkracht ter beschikking stelt, ofwel met het verschaffen van het genot of het leveren van een goed of het verlenen van een dienst een aanvang maakt, en het tijdstip waarop de consument de eerste betaling moet hebben gedaan;
   b) twee opeenvolgende tijdstippen waarop de consument een betaling moet hebben gedaan;
   92° termijnbedrag : het bedrag van een betaling die de consument aan het einde van iedere betalingstermijn moet hebben gedaan.]6
  [5 93° Verordening (EU) nr. 2015/751 : Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties.]5
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 2, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (3)<W 2015-12-18/31, art. 37, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>
  (4)<W 2016-03-13/07, art. 749, 033; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
  (5)<W 2016-06-29/01, art. 4, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (6)<W 2016-04-22/01, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
  (7)<W 2016-10-25/04, art. 168, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (8)<W 2016-10-25/04, art. 169, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  HOOFDSTUK 6. - Definities eigen aan boek VIII

  Art. I.9.Voor de toepassing van boek VIII gelden de volgende definities :
  1° " Norm " : een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
  a) " internationale norm " : een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;
  b) " Europese norm " : een door een Europese normalisatieorganisatie vastgestelde norm;
  c) " geharmoniseerde norm " : een Europese norm die op verzoek van de Commissie is vastgesteld met het oog op de toepassing van harmonisatiewetgeving van de Unie;
  d) " nationale norm " : een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm;
  2° " Normalisatiecommissie " : commissie die binnen het Bureau voor Normalisatie normalisatiewerkzaamheden in een bijzonder gebied uitvoert waarbij alle belangstellende partijen betrokken worden;
  3° " Sectorale normalisatieoperator " : instelling die al dan niet de rechtspersoonlijkheid bezit en die belast is met de coördinatie van één of meerdere normalisatiecommissie(s), in gebieden die onder haar bevoegdheid vallen;
  4° " Accreditatie " : formele verklaring van de nationale accreditatie-instelling dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen die zijn bepaald door geharmoniseerde normen en, indien van toepassing, aan aanvullende eisen, zoals die welke zijn opgenomen in de relevante sectorale regelingen, vereist om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit te verrichten;
  5° " Accreditatiesysteem " : systeem met eigen beheersregels bedoeld om de uitvoering van de accreditatieprocedure toe te laten;
  6° " Conformiteitsbeoordeling " : het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan vastgestelde eisen voor een product, proces, dienst, systeem, persoon of instantie;
  7° " Instelling voor de conformiteitsbeoordeling " : instelling die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer [1 kalibratie, proeven, certificatie en keuring]1;
  8° [1 ...]1;
  9° " Proef " : technische operatie die erin bestaat één of meerdere karakteristieken van een gegeven product, proces of dienst te bepalen volgens een gespecifieerde werkwijze;
  10° " Kalibratie " : activiteit die tot doel heeft, onder welbepaalde omstandigheden, de relatie vast te leggen tussen de waarden van de grootheid aangeduid door een meettoestel, een meetsysteem of de waarden weergegeven door een stoffelijke maat of door een referentiemateriaal en de corresponderende waarden van de grootheid gerealiseerd door standaarden;
  11° " Referentiemateriaal " : materiaal of substantie waarvan één of meerdere eigenschappen voldoende homogeen en welbepaald zijn om gebruikt te woorden voor de kalibratie van een toestel, de evaluatie van een meetmethode of voor de toekenning van waarden aan materialen;
  12° " Keuring " : onderzoek van de conceptie van een product, een dienst, een proces of een installatie, en bepaling van hun overeenstemming met specifieke eisen, of, op basis van een professioneel oordeel, met algemene eisen; het begrip " [1 inspectie]1 " moet als een synoniem van het begrip " keuring " worden beschouwd;
  13° " Certificatie " : procedure waarbij een derde partij een schriftelijke waarborg geeft dat een product, een proces of een dienst in overeenstemming is met vastgestelde eisen. Onder derde partij wordt verstaan een persoon of een instelling die voor wat betreft de betrokken materie als onafhankelijk van de betrokken partijen erkend is;
  14° " Meetinstrumenten " : alle voorwerpen, instrumenten en werktuigen of hun combinaties, uitsluitend of subsidiair opgevat en verwezenlijkt met het doel metingen te verrichten;
  15° " Geijkt meetinstrument " : een meetinstrument :
  a) dat voorzien is van de tekens of ijkmerken bedoeld in artikel VIII.47;
  b) dat krachtens de bepalingen van artikel VIII.51 vrijgesteld is van de eerste ijk en dat, rekening houdend met de bepalingen van artikel VIII.48, drager is van het goedkeuringsmerk voorzien in dit artikel;
  16° " Metingen in het economisch verkeer " : metingen uitgevoerd in de uitoefening van een beroep, een bedrijf of een handel, met het oog op de naleving van uit een rechtsverhouding voortvloeiende rechten en verplichtingen.
  ----------
  (1)<W 2015-10-26/06, art. 3, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  HOOFDSTUK 7. [1 Definities eigen aan boek IX]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-25/10, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 12-12-2013 par KB 2013-12-08/01, art. 2>

  Art. I.10.[1 Voor de toepassing van boek IX gelden de volgende definities :
   1° " product " : elk lichamelijk goed dat ongeacht of het nieuw, tweedehands of opnieuw in goede staat gebracht is, tegen betaling of gratis, in het kader van een handelsactiviteit of in het kader van een dienst aan een gebruiker wordt geleverd of ter beschikking gesteld, evenals elk lichamelijk goed dat door een werkgever in gebruik wordt gesteld of vervaardigd om ter beschikking gesteld te worden van een werknemer voor de uitvoering van zijn werk.
   Worden eveneens beoogd de installaties, met andere woorden de gezamenlijke constructie van producten, zodanig opgesteld dat zij in samenhang functioneren. Worden echter niet beoogd de tweedehands producten die als antiek worden geleverd of de producten die voor gebruik moeten worden gerepareerd of opnieuw in goede staat moeten worden gebracht, op voorwaarde dat de leverancier de persoon aan wie hij het product levert hiervan duidelijk op de hoogte stelt;
   2° " veilig product " : een product dat bij normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden, ook wat gebruiksduur en eventuele indienststelling, installatie en onderhoudseisen betreft, geen enkel risico oplevert, dan wel slechts beperkte risico's die verenigbaar zijn met het gebruik van het product en vanuit het oogpunt van een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid en de veiligheid van personen, aanvaardbaar worden geacht. De mogelijkheid een hoger veiligheidsniveau te bereiken of andere producten met een kleiner risico aan te schaffen, volstaat niet om een product als " gevaarlijk " te beschouwen. Tijdens de evaluatie wordt wel rekening gehouden met :
   a)de kenmerken van het product, met name de samenstelling, de verpakking, de voorschriften voor assemblage en, in voorkomend geval, voor installatie en onderhoud;
   b) het effect ervan op andere producten, ingeval redelijkerwijs kan worden verwacht dat het product in combinatie met die andere producten zal worden gebruikt;
   c) de aanbiedingsvorm van het product, de etikettering, eventuele waarschuwingen en aanwijzingen voor het gebruik en de verwijdering ervan, alsmede iedere andere aanwijzing of informatie over het product;
   d) de categorieën gebruikers die bij het gebruik van het product een groot risico lopen, in het bijzonder kinderen en ouderen;
   3° " gevaarlijk product " : een product dat niet beantwoordt aan de definitie van " veilig product ";
   4° " product bestemd voor consumenten " : elk product dat voor een consument bestemd is of waarvan redelijk te verwachten is dat het door consumenten zal gebruikt worden, ook als het niet specifiek voor hun bedoeld is. De enige uitzondering hierop zijn de voor de professionele doeleinden bestemde producten waarvan de etikettering dat professioneel gebruik aangeeft en die normaal niet in de distributie ter beschikking zijn van de consumenten;
   5° " dienst " : elke terbeschikkingstelling van een product aan [2 gebruikers]2 en elk gebruik door een dienstverlener van een product dat risico's inhoudt voor een [2 gebruiker]2, voor zover het een product betreft dat rechtstreeks verband houdt met de dienstverlening;
   6° " veilige dienst " : een dienst waarbij enkel veilige producten aan worden geboden en waarbij de dienstverlening geen risico's inhoudt voor de gebruiker dan wel beperkte risico's die verenigbaar zijn met de dienstverlening en vanuit het oogpunt van een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid en de veiligheid aanvaardbaar worden geacht;
   7° " gevaarlijke dienst " : een dienst die niet beantwoordt aan de definitie van " veilige dienst " ;
   8° " producent " :
   a) de fabrikant van het product of de dienstverlener, indien deze in een lidstaat gevestigd is, en eenieder die zich als fabrikant aandient door op het product zijn naam, merk of ander kenteken aan te brengen, of degene die het product opnieuw in goede staat brengt en een ieder die zich als dienstverlener aandient;
   b) de vertegenwoordiger van de fabrikant of van de dienstverlener, indien deze niet in een lidstaat gevestigd zijn, of, indien er geen in een lidstaat gevestigde vertegenwoordiger is, de importeur van het product of de distributeur van de dienst;
   c) de andere personen die beroepshalve betrokken zijn bij de verhandelingsketen of de dienstverlening, voor zover hun activiteiten van invloed kunnen zijn op de veiligheidskenmerken van de producten die op de markt worden gebracht;
   d) de werkgever die producten vervaardigt voor gebruik op de arbeidsplaats in het eigen bedrijf;
   9° " distributeur " : de persoon die beroepshalve betrokken is bij de verhandelingsketen of de dienstverlening en wiens activiteit geen invloed heeft op de veiligheidskenmerken van de producten;
   10° " werknemer " : de werknemer zoals bepaald in artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
   11° " werkgever " : de werkgever zoals bepaald in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
   12° " gebruiker " : naar gelang het geval de consument, de werkgever of de werknemer;
   13° " tussenkomend organisme " :
   a) elk organisme dat in het kader van boek IX of zijn uitvoeringsbesluiten optreedt bij het opstellen van een risicoanalyse, het bepalen van preventiemaatregelen, het uitvoeren van opstellingsinspecties, het uitvoeren van onderhoudsinspecties, het opstellen van inspectie- of onderhoudsschema's, het uitvoeren van periodieke controles of het uitvoeren van periodiek nazicht;
   b) elk organisme dat in het kader van boek IX of zijn uitvoeringsbesluiten wordt aangesteld als aangemelde of erkende instantie bij het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingsprocedures;
   c) elk organisme dat in het kader van boek IX of zijn uitvoeringsbesluiten optreedt om op een andere wijze de veiligheid van een product of dienst te controleren;
   14° " risico " : de kans dat er schade ontstaat door het gebruik of de aanwezigheid van een gevaarlijk product. De risicofactoren zijn de omgevingsfactoren en de individugebonden factoren die de kans op het ontstaan of de ernst van de schade beïnvloeden;
   15° " ernstig risico " : een risico dat snel ingrijpen van de overheid vereist, met inbegrip van risico's waarvan de gevolgen zich niet onmiddellijk voordoen;
   16° " de minister " : de minister tot wiens bevoegdheden de bescherming van de veiligheid van de consumenten behoort;
   17° " terugroepen " : alle maatregelen om een gevaarlijk product dat een producent of distributeur al aan de gebruiker heeft geleverd of beschikbaar gesteld, terug te nemen;
   18° " uit de handel nemen " : alle maatregelen om uitstalling of distributie en aanbieding van een gevaarlijk product, en de aanbieding van een gevaarlijke dienst, te verhinderen;
   19° " geharmoniseerde norm " : een niet-bindende nationale norm van een lidstaat, die een omzetting is van een Europese norm die het voorwerp heeft uitgemaakt van een mandaat van de Europese Commissie aan een Europese normalisatie-instelling en waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is gepubliceerd. De referenties van de Belgische normen die voldoen aan deze bepaling worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
   20° " lidstaat " : lidstaat van de Europese Unie, Turkije of een lidstaat van de Europese Vrijhandelsassociatie die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-25/10, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 12-12-2013 par KB 2013-12-08/01, art. 2>
  (2)<W 2016-06-29/01, art. 5, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  HOOFDSTUK 8. [1 - Definities eigen aan boek X.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-02/21, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. I.11. [1 Voor de toepassing van boek X gelden de volgende definities :
   1° "handelsagentuurovereenkomst" : overeenkomst waarbij de ene partij, de handelsagent, door de andere partij, de principaal, zonder dat hij onder diens gezag staat, permanent en tegen vergoeding belast wordt met het bemiddelen en eventueel het afsluiten van zaken in naam en voor rekening van de principaal.
   De handelsagent deelt zijn werkzaamheden naar eigen goeddunken in en beschikt zelfstandig over zijn tijd;
   2° "commerciële samenwerkingsovereenkomst" : overeenkomst gesloten tussen meerdere personen, waarbij de ene persoon het recht verleent aan de andere om bij de verkoop van producten of de verstrekking van diensten een commerciële formule te gebruiken onder één of meerdere van de volgende vormen :
   - een gemeenschappelijk uithangbord;
   - een gemeenschappelijke handelsnaam;
   - een overdracht van know how;
   - een commerciële of technische bijstand.
   3° "verkoopconcessie" : iedere overeenkomst krachtens welke een concessiegever aan een of meer concessiehouders het recht voorbehoudt in eigen naam en voor eigen rekening producten te verkopen, die hijzelf vervaardigt of verdeelt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-02/21, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 9. - [1 Definities eigen aan boek XI]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij w 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. I.13.[1 Voor de toepassing van boek XI gelden de volgende definities :
  1° Verdrag van Parijs : het Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom ondertekend te Parijs op 20 maart 1883 en goedgekeurd bij de wet van 5 juli 1884, inbegrepen iedere herzieningsakte die door België werd bekrachtigd;
  2° Berner Conventie : de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971;
  3° TRIPs-Overeenkomst : de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, opgenomen als Annex 1C bij het Akkoord tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, ondertekend te Marrakesh op 15 april 1994 en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994;
  4° Wereldhandelsorganisatie : de organisatie opgericht door het Akkoord tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, ondertekend op 15 april 1994 te Marrakesh en goedgekeurd bij wet van 23 december 1994;
  5° Dienst : de Dienst voor de Intellectuele Eigendom bij de Federale Overheidsdienst Economie;]1
  [2 6° databank : een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodisch geordend, en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk;
  7° technische voorzieningen : technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of prestaties of databanken, die door de houders van auteursrechten of naburige rechten of producenten van databanken niet zijn toegestaan;]2
  [3 8° Harmonisatiebureau voor de interne markt : Harmonisatiebureau voor de interne markt ingesteld door artikel 2 van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk.]3
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>
  (2)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<W 2015-07-20/15, art. 3, 027; Inwerkingtreding : 03-09-2015>

  Art. I.14. [1 Voor de toepassing van boek XI, titels 1 en 2, gelden de volgende definities :
  1° Samenwerkingsverdrag : het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977;
  2° Europees Octrooiverdrag : het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977, zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, aangenomen te München op 29 november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007;
  3° wet van 10 januari 1955 : de wet betreffende de bekendmaking en de toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan;
  4° Europees Octrooibureau : het Europees Octrooibureau ingesteld door het Europees Octrooiverdrag;
  5° register : het register van de uitvindingsoctrooien en van de aanvullende beschermingscertificaten;
  6° verzameling : de Verzameling van de uitvindingsoctrooien en van de aanvullende beschermingscertificaten;
  7° biologisch materiaal : materiaal dat genetische informatie bevat en zichzelf kan repliceren of in een biologisch systeem kan worden gerepliceerd;
  8° microbiologische werkwijze : iedere werkwijze waarbij microbiologisch materiaal wordt gebruikt, die op microbiologisch materiaal ingrijpt of die microbiologisch materiaal als resultaat heeft;
  9° werkwijze van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren : werkwijze voor de voortbrenging van planten of dieren die geheel bestaat uit natuurlijke verschijnselen zoals kruisingen of selecties;
  10° geschrift : een opeenvolging van duidelijke, gehandtekende en toegankelijke tekens die nadien geraadpleegd kunnen worden ongeacht hun drager en hun wijze van overdracht;
  11° handtekening : een geschreven of elektronische handtekening. Wanneer de handtekening elektronisch is, bepaalt de Koning de techniek(en) die toelaten te veronderstellen dat de identiteit van de ondertekenaar en de integriteit van zijn akte zijn gegarandeerd;
  12° verordening 1257/2012 : De Verordening nr. 1257/2012 van 17 december 2012 van het Europees Parlement en de Raad tot het uitvoering geven aan een nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming;
  13° het Europees octrooi : een octrooi dat door het Europees Octrooibureau ("EOB") volgens de regels en procedures zoals vastgelegd in het Europees Octrooiverdrag is verleend, onafhankelijk van het feit of het Europees octrooi eenheidswerking geniet krachtens de verordening 1257/2012.
  14° het Europees octrooi met eenheidswerking : het Europees octrooi dat eenheidswerking geniet krachtens de verordening 1257/2012;
  15° het Europees octrooi zonder eenheidswerking : het Europees octrooi dat geen eenheidswerking heeft krachtens de Verordening 1257/2012;
  16° het eengemaakt octrooigerecht : het gerecht gemeenschappelijk aan de overeenkomstsluitende lidstaten dat werd ingesteld door de Overeenkomst betreffende de oprichting van een eengemaakt octrooigerecht, ondertekend op 19 februari 2013.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 22-09-2014>

  Art. I.15. [1 Voor de toepassing van boek XI, titel 3, gelden de volgende definities :
  1° ras : een plantengroep van een botanische taxon van de laagst bekende rang die, ongeacht of volledig wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een kwekersrecht, kan worden :
  - gedefinieerd aan de hand van de expressie van de eigenschappen die het resultaat is van een bepaald genotype of van een bepaalde combinatie van genotypen,
  - onderscheiden van elke andere plantengroep op grond van de expressie van ten minste één van die eigenschappen, en
  - beschouwd als een eenheid, gezien zijn geschiktheid om onveranderd te worden vermeerderd;
  2° rascomponenten : de volledige planten of plantendelen, voor zover die delen volledige planten kunnen voortbrengen;
  3° geschrift : een opeenvolging van duidelijke, gehandtekende en toegankelijke tekens die nadien geraadpleegd kunnen worden ongeacht hun drager en hun wijze van overdracht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij w 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. I.16.[1 Voor de toepassing van boek XI, titel 5, gelden de volgende definities :
  1° Controledienst : de controledienst van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten bij de Federale overheidsdienst Economie;
  2° rechtmatig gebruiker : eenieder die handelingen verricht welke door de auteur of bij wet zijn toegestaan;
  3° doorgifte via de kabel : de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, door middel van een kabel- of microgolfsysteem, aan het publiek, van een eerste uitzending, al dan niet via de ether, ook per satelliet, van televisie- of radioprogramma's die voor ontvangst door het publiek bestemd zijn;
  4° [2 ...]2]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij w 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2016-06-29/01, art. 6, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. I.17. [1 Voor de toepassing van boek XI, titel 7, gelden de volgende definities :
  1° rechtmatig gebruiker : de persoon die opvragingen verricht en/of de databank hergebruikt op een wijze die door de producent van de databank of bij wet is toegestaan;
  2° producent van een databank : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het initiatief neemt tot en het risico draagt van de investeringen waardoor de databank ontstaan is;
  3° opvraging : de permanente of tijdelijke overbrenging van de inhoud van een databank of van een substantieel deel ervan op een andere drager, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Openbare uitlening wordt niet als opvraging beschouwd;
  4° hergebruik : elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank of van een substantieel deel ervan, door verspreiding van kopieën, verhuur, on line transmissie of in een andere vorm. Openbare uitlening wordt niet als hergebruik beschouwd. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij w 2014-04-19/60, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK 10. [1 Definities eigen aan Boek XII]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/51, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. I.18.[1 Voor de toepassing van Boek XII gelden de volgende definities :
   1° dienst van de informatiemaatschappij : elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van de dienst verricht wordt;
   2° elektronische post : tekst-, spraak, geluids- of beeldbericht dat over een openbaar communicatienetwerk wordt verzonden en in het netwerk of in de eindapparatuur van de ontvanger kan worden opgeslagen tot het door de afnemer wordt opgehaald;
   3° dienstverlener : iedere natuurlijke of rechtspersoon die een dienst van de informatiemaatschappij levert;
   4° gevestigde dienstverlener : een dienstverlener die vanuit een duurzame vestiging voor onbepaalde tijd daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent. De aanwezigheid en het gebruik van technische middelen en technologieën die nodig zijn voor het leveren van de dienst, vormen als zodanig geen vestiging van de dienstverlener;
   5° afnemer van de dienst : iedere natuurlijke of rechtspersoon die, al dan niet voor beroepsdoeleinden, gebruikmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij, in het bijzonder om informatie te verkrijgen of toegankelijk te maken;
   6° reclame : elke vorm van communicatie bestemd voor het direct of indirect promoten van de goederen, diensten of het imago van een onderneming, organisatie of persoon die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of een gereglementeerd beroep uitoefent.
   Voor de toepassing van Boek XII vormt het volgende op zich geen reclame :
   a) informatie die rechtstreeks toegang geeft tot de activiteit van een onderneming, organisatie of persoon, in het bijzonder een domeinnaam of een elektronisch postadres;
   b) mededelingen die onafhankelijk en in het bijzonder zonder financiële tegenprestatie zijn samengesteld;
   7° gereglementeerd beroep : elke beroepsactiviteit voor zover de toegang tot of uitoefening dan wel één van de wijzen van uitoefening door wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen, direct of indirect afhankelijk is gesteld van het bezit van een diploma, opleidingsbewijs of bekwaamheidsattest;
   8° beschermde dienst : één van de diensten van de informatiemaatschappij, voor zover deze tegen betaling en op basis van voorwaardelijke toegang worden verricht, of de verschaffing, beschouwd als een op zichzelf staande dienst, van voorwaardelijke toegang tot deze diensten;
   9° voorwaardelijke toegang : elke technische maatregel en regeling die de toegang tot de beschermde dienst in een begrijpelijke vorm afhankelijk maakt van voorafgaande, individuele toestemming;
   10° uitrusting voor voorwaardelijke toegang : elke uitrusting of programmatuur die is ontworpen of aangepast om toegang te verschaffen tot een beschermde dienst in een begrijpelijke vorm;
   11° illegale uitrusting : elke uitrusting of programmatuur die is ontworpen of aangepast om zonder toestemming van de dienstverrichter in een begrijpelijke vorm toegang te verschaffen tot een beschermde dienst;
   12° domeinnaam : een alfanumerieke weergave van een numeriek IP (Internet Protocol) adres dat het mogelijk maakt een op het Internet aangesloten computer te identificeren; een domeinnaam wordt geregistreerd onder een domein van het eerste niveau, dat ofwel overeenstemt met een van de generieke domeinen (gTLD) die werden bepaald door de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN), ofwel met een van de landcodes (ccTLD), zulks krachtens de norm ISO-3166-1;
   13° domeinnaam geregistreerd onder het BE-domein : een domeinnaam geregistreerd onder het domein van het eerste niveau dat overeenstemt met de landcode ".be" die krachtens de norm ISO-3166-1 werd toegewezen aan het Koninkrijk België.]1
  [2 14° verordening 910/2014 : de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
   15° certificaathouder : een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vertrouwensdienstverlener respectievelijk een certificaat voor elektronische handtekeningen of een certificaat voor elektronische zegels heeft afgegeven;
   16° Toezichthoudend orgaan : het orgaan bedoeld in artikel 17, paragraaf 1, van verordening 910/2014, opgericht binnen de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie dat is samengesteld uit de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren en belast is met het toezicht op de in België gevestigde verleners van vertrouwensdiensten, met inbegrip van de elektronische archiveringsdiensten;
   17° elektronische archiveringsdienst : vertrouwensdienst ter aanvulling van de diensten bedoeld in artikel 3, paragraaf 16, van verordening 910/2014, die bestaat in het bewaren van elektronische gegevens of het digitaliseren van papieren documenten en die aangeboden wordt door een vertrouwensdienstverlener in de zin van artikel 3, paragraaf 19, van verordening 910/2014 of die voor eigen rekening wordt uitgebaat door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
   18° gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst : elektronische archiveringsdienst verleend door een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener in de zin van artikel 3, paragraaf 20, van verordening 910/2014 die zich houdt aan de bepalingen van titel 2 en van bijlage I van boek XII of die voor eigen rekening wordt uitgebaat door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich houdt aan de bepalingen van dezelfde titel en dezelfde bijlage met uitzondering van de bepalingen onder e), i), j) en k).]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/51, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2016-07-21/40, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 28-09-2016 (KB 2016-09-14/06, art. 1)>

  HOOFDSTUK 11. [1 - Definities eigen aan boek XVI.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-04/41, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 13-05-2014>

  Art. I.19.[1 Voor de toepassing van Boek XVI gelden de volgende definities :
   1° handelsvereniging, beroepsorde of organisatie : vereniging die uitsluitend of hoofdzakelijk het bestuderen, het beschermen en het bevorderen van de professionele of interprofessionele belangen van zijn leden tot doel heeft;
   2° consumentengeschil : elk geschil tussen een consument en een onderneming met betrekking tot de uitvoering van een verkoop- of dienstenovereenkomst of tot het gebruik van een product;
   3° buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen : elke tussenkomst van een door de overheid opgerichte entiteit of van een onafhankelijke private entiteit die een oplossing voorstelt of oplegt of die partijen bijeenbrengt met het oog op de regeling van het consumentengeschil;
   4° gekwalificeerde entiteit : elke private of door een publieke overheid opgerichte entiteit die aan buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen doet en die voorkomt op de lijst die de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie opstelt en notificeert aan de Europese Commissie in uitvoering van de Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG.]1
  [2 5° duurzame gegevensdrager : ieder hulpmiddel dat de consument of de onderneming in staat stelt om aan hem persoonlijk gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-04/41, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 13-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 4, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  HOOFDSTUK 12. [1 - Definities eigen aan boek XV]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. I.20.[1 Voor de toepassing van boek XV gelden de volgende definities :
   1° persoonsgegevens : informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon in overeenstemming met de definitie van artikel 1, § 1, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
   2° verantwoordelijke voor de verwerking : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het openbaar bestuur die alleen of samen met anderen het doel en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens bepaalt;
   3° verwerking : elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op enigerlei andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens;
   4° federale coördinator : de natuurlijke persoon benoemd binnen de Federale Overheidsdienst Economie, om in het kader van de administratieve samenwerking, bepaald in de artikelen XV.35 tot XV.48, het aanspreekpunt te zijn tussen de Europese Commissie en de bevoegde Belgische autoriteiten;
   5° waarschuwingscoördinator : de natuurlijke persoon of personen die op federaal niveau is of zijn aangewezen om de andere lidstaten en de Europese Commissie in kennis te stellen van ernstige specifieke handelingen of omstandigheden met betrekking tot een dienstenactiviteit, die ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid van personen of aan het milieu kunnen veroorzaken;]1
  [2 6° Bank : de Nationale Bank van België.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  
  
  (2)<W 2016-12-01/12, art. 2, 040; Inwerkingtreding : 25-12-2016>

  HOOFDSTUK 12. [1 - Definitie eigen aan boek XVII]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. I.20. [1 Voor de toepassing van boek XVII, geldt de volgende definitie :
   1° bevoegde instantie : elke organisatie die naar het recht van een lidstaat is opgericht, die een rechtmatig belang heeft bij het instellen van een vordering tot staking van een inbreuk om de collectieve belangen van de consumenten te beschermen op grond van de criteria vastgesteld door het recht van die lidstaat.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-26/37, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 31-05-2014>


  HOOFDSTUK 13. [1 - Definities eigen aan boek XVII]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

  Art. I.21. [1 Voor de toepassing van boek XVII, titel 2, gelden de volgende definities :
   1° collectieve schade : het geheel van alle individuele schade die een gemeenschappelijke oorzaak heeft en die de leden van een groep hebben geleden;
   2° groep : het geheel van consumenten die individueel benadeeld zijn door een collectieve schade en worden vertegenwoordigd in de rechtsvordering tot collectief herstel;
   3° rechtsvordering tot collectief herstel : de rechtsvordering die tot doel heeft een collectieve schade te herstellen;
   4° optiesysteem met exclusie : het systeem waarin deel uitmaken van de groep, alle consumenten benadeeld door de collectieve schade, behoudens zij die hun wil hebben geuit er geen deel van uit te maken;
   5° optiesysteem met inclusie : het systeem waarin enkel deel uitmaken van de groep, de consumenten benadeeld door de collectieve schade die de wil hebben geuit deel uit te maken van de groep;
   6° groepsvertegenwoordiger : de vereniging die namens de groep optreedt in een rechtsvordering tot collectief herstel of de autonome openbare dienst bedoeld in artikel XVI.5 van dit Wetboek;
   7° akkoord tot collectief herstel : het akkoord tussen de groepsvertegenwoordiger en de verweerder dat het herstel van een collectieve schade regelt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

  Art. I.22. [1 Voor de toepassing van Boek XVII, Titel 3, gelden de volgende definities:
   1° "inbreuk op het mededingingsrecht": een inbreuk op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU") en/of op artikel IV.1 of IV.2;
   2° "inbreukpleger": de onderneming of de ondernemingsvereniging die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft begaan;
   3° "rechtsvordering tot schadevergoeding": een uit hoofde van artikel XVII.72 ingestelde vordering waarbij een schadevordering voor een rechterlijke instantie wordt gebracht door een partij die zich benadeeld acht of door iemand die optreedt namens een of meer partijen die zich benadeeld achten, of door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon op wie de rechten zijn overgegaan van de partij die zich benadeeld acht, daaronder begrepen de persoon die de schadevordering heeft verworven;
   4° "schadevordering": een vordering tot vergoeding van de door een inbreuk op het mededingingsrecht ontstane schade;
   5° "benadeelde partij": een persoon die schade heeft geleden die is ontstaan door een inbreuk op het mededingingsrecht;
   6° "nationale mededingingsautoriteit": de Belgische Mededingingsautoriteit of een andere autoriteit die bevoegd is om de artikelen 101 en 102 VWEU toe te passen, aangewezen door een lidstaat op grond van artikel 35 van de verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels bedoeld in de artikelen 101 en 102 VWEU;
   7° "mededingingsautoriteit": de Europese Commissie of een nationale mededingingsautoriteit, of beiden, indien de omstandigheden dit vereisen;
   8° "nationale rechterlijke instantie": een rechterlijke instantie van een lidstaat in de zin van artikel 267 VWEU;
   9° "beroepsinstantie": het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie ("Gerecht EU") dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Europese Commissie betreffende een procedure op grond van artikel 101 en/of 102 van het VWEU, of, in voorkomend geval, het Hof van Justitie dat uitspraak doet over een beroep tegen het arrest van het Gerecht EU conform artikel 256 van het VWEU of een nationale rechterlijke instantie die bevoegd is kennis te nemen van met de gangbare rechtsmiddelen ingestelde beroepen tegen besluiten van een nationale mededingingsautoriteit of tegen uitspraken in beroep tegen deze beslissing ongeacht de vraag of deze rechterlijke instantie al dan niet bevoegd is om een inbreuk op het mededingingsrecht vast te stellen;
   10° "inbreukbeslissing": een beslissing op grond waarvan het bestaan van een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld, uitgesproken door een mededingingsautoriteit of door een beroepsinstantie;
   11° "definitieve inbreukbeslissing": een beslissing op grond waarvan het bestaan van een inbreuk op het mededingingsrecht wordt vastgesteld waartegen op grond van gangbare rechtsmiddelen geen of niet langer meer beroep open staat;
   12° "kartel": een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met desgevallend één of meer andere niet-concurrerende ondernemingen en/of ondernemingsverenigingen - met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van import of export of mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten;
   13° "clementieregeling": een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 VWEU en/of het artikel IV.1 van het Wetboek van economisch recht, op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen meewerkt aan een onderzoek van de mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een besluit of door de procedure stop te zetten, volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit tegen vervolgingen wordt verleend voor betrokkenheid bij het kartel;
   14° "clementieverklaring": een vrijwillig door of namens een onderneming of een natuurlijke persoon ten overstaan van een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of een opname daarvan, waarin de onderneming of een natuurlijke persoon mededeelt wat zij of hij weet over een kartel en wat haar of zijn rol daarin was, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het krijgen van volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten of immuniteit tegen vervolgingen in het kader van een clementieregeling. Worden uitgesloten, reeds bestaande informatie, namelijk het bewijsmateriaal dat los van de procedure van een mededingingsautoriteit bestaat ongeacht of dit zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt;
   15° "begunstigde van een volledige vrijstelling van geldboeten": een onderneming of een ondernemingsvereniging waaraan door een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling volledige vrijstelling van geldboeten is verleend;
   16° "voorstel met het oog op een schikking": vrijwillige verklaring door of namens een onderneming ten overstaan van een mededingingsautoriteit waarin de onderneming haar deelname aan een inbreuk op het mededingingsrecht en haar aansprakelijkheid voor die inbreuk op het mededingingsrecht erkent of ervan afziet deze deelname en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid te betwisten, waarbij deze verklaring speciaal is opgesteld om de mededingingsautoriteit in staat te stellen een vereenvoudigde of spoedprocedure toe te passen;
   17° "meerkosten": het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde prijs en de prijs die zonder een inbreuk op het mededingingsrecht toegepast was;
   18° "minnelijke oplossing van geschillen": ieder processus dat de partijen in staat stelt een geschil over een schadevordering buitengerechtelijk te beslechten, zoals bemiddeling, buitengerechtelijke schikkingen of arbitrage;
   19° "minnelijke schikking": een door middel van een minnelijke oplossing van geschillen verkregen schikking alsook een scheidsrechterlijk vonnis;
   20° "directe afnemer": een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die rechtstreeks van een inbreukpleger producten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht;
   21° "indirecte afnemer": een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die niet van de inbreukpleger maar van een directe afnemer of van een volgende afnemer producten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht, of producten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-06-06/02, art. 3, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>
  

  BOEK II. - Algemene beginselen

  Titel 1. - Toepassingsgebied

  Art. II. 1. Onder voorbehoud van de toepassing van internationale verdragen, van het recht van de Europese Unie of van bepalingen in bijzondere wetten, bevat onderhavig Wetboek het algemeen juridisch kader inzake economische aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren.

  Titel 2. - Doelstellingen

  Art. II.2. Dit Wetboek strekt ertoe de vrijheid van ondernemen en de loyauteit van economische transacties te verzekeren, en een hoog niveau van bescherming van de consument te waarborgen.

  Titel 3. - Vrijheid van ondernemen

  Art. II.3. Iedereen is vrij om enige economische activiteit naar keuze uit te oefenen.

  Art. II.4. De vrijheid van ondernemen wordt uitgeoefend met inachtneming van de in België van kracht zijnde internationale verdragen, van het algemeen normatief kader van de economische unie en de monetaire eenheid zoals vastgesteld door of krachtens de internationale verdragen en de wet, alsmede van de wetten die de openbare orde en de goede zeden betreffen en van de bepalingen van dwingend recht.

  Titel 4. [1 Raadplegingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-04-18/03, art. 2, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
  

  Art. II.5. [1 Voor besluiten die een loutere omzetting zijn van harmonisatiemaatregelen genomen op Europees vlak, zijn de raadplegingen van adviesorganen voorzien door dit Wetboek, niet verplicht, maar volstaat een kennisgeving aan deze adviesorganen.
   Ontwerpen van besluiten die invulling geven aan een door de maatregel voorziene beleidsmarge of die andere elementen bevatten die de omzetting van de maatregel als zodanig te buiten gaan, dienen echter wel ter advies te worden voorgelegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-04-18/03, art. 3, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
  

  BOEK III. [1 Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Titel 1. [1 Vrijheid van vestiging en van dienstverlening.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 1. [1 Toepassingsgebied.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.1. [1 § 1. Deze titel voert gedeeltelijk de bepalingen uit van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.
  § 2. Deze titel is van toepassing op diensten, onverminderd de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten, met uitzondering van :
  1° de diensten van algemeen belang van niet-economische aard, met inbegrip van de sociale diensten die niet onder 11° vallen;
  2° de financiële diensten;
  3° de elektronische communicatiediensten en netwerken, evenals de middelen en diensten, met betrekking tot aangelegenheden die door de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie beheerd worden;
  4° de diensten op het gebied van vervoer met inbegrip van de havendiensten die onder de werkingssfeer van titel VI van het VWEU vallen;
  5° de diensten van notarissen die bij een officieel overheidsbesluit zijn benoemd;
  6° de diensten van gerechtsdeurwaarders die bij een officieel overheidsbesluit zijn benoemd;
  7° de diensten van uitzendkantoren;
  8° de diensten van de gezondheidszorg, al dan niet verleend door gezondheidszorgfaciliteiten en ongeacht de wijze waarop zij zijn georganiseerd en worden gefinancierd en ongeacht of zij openbaar of particulier van aard zijn;
  9° de gokactiviteiten die erin bestaan dat een financiële waarde wordt ingezet bij kansspelen, met inbegrip van loterijen, gokken in casino's en weddenschappen;
  10° de werkzaamheden ter uitoefening van het openbaar gezag zoals bepaald in artikel 51 van het VWEU;
  11° zonder afbreuk te doen aan hun kwalificatie als diensten van algemeen belang van niet-economische aard bedoeld in 1° of de kwalificatie als diensten van algemeen belang van economische aard, sociale diensten betreffende sociale huisvesting, kinderzorg en bijstand aan gezinnen en personen die permanent of tijdelijk in nood verkeren, die worden rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de Federale Staat;
  12° de diensten van private veiligheid.
  § 2. Deze titel is niet van toepassing op :
  1° het domein van de fiscaliteit;
  2° het arbeidsrecht;
  3° het sociaal zekerheidsrecht.
  § 3. Indien de bepalingen van deze titel strijdig zijn met wetgevende of reglementaire bepalingen ter omzetting van Gemeenschapsrecht die betrekking hebben op de specifieke aspecten van de toegang tot of de uitoefening van een dienstactiviteit in specifieke sectoren of voor specifieke beroepen, dan hebben deze laatste bepalingen voorrang.
  Dit betreft met name :
  1° de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen;
  2° de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische communicatienetwerken en -diensten en de uitoefening van omroepactiviteiten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voor zover zij de Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten omzet;
  3° de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties.
  § 4. Deze titel heeft geen betrekking op de regels van het internationaal privaatrecht, in het bijzonder de regels betreffende de bepaling van het op contractuele en niet-contractuele verbintenissen toepasselijke recht, met inbegrip van de regels die waarborgen dat voor de consumenten de bescherming geldt die hen wordt geboden door de regels inzake consumentenbescherming die zijn neergelegd in de consumentenwetgeving die in hun lidstaat van kracht is.
  § 5. Deze titel, en meer bepaald de bepalingen met betrekking tot de controle op de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, worden uitgevoerd en zijn van toepassing onverminderd de regels zoals bepaald in Richtlijn 95/46/EG, in Richtlijn 2002/58/EG, in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en onverminderd de voorziene regels inzake bescherming van persoonsgegevens, in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en in de wet van 24 augustus 2005 tot omzetting van verschillende bepalingen van de Richtlijn financiële diensten op afstand en van de Richtlijn privacy en elektronische communicatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 2. [1 Vrijheid van vestiging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 1. [1 Vergunningsstelsels.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.2. [1 Indien voor de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit een vergunning vereist is, moet deze vergunning aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter;
  2° de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;
  3° het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn.
  Het eerste lid is niet van toepassing op vergunningstelsels die rechtstreeks of onrechtstreeks door het gemeenschapsrecht zijn geregeld, onder anderen, de vergunningstelsels die de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk stellen van het bezit van bepaalde professionele kwalificaties en specifieke bepalingen die vereisen dat een bepaalde activiteit wordt voorbehouden aan een bepaald beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.3. [1 Vergunningstelsels die in overeenstemming met artikel III.2 worden ingericht moeten gebaseerd zijn op criteria die beletten dat de bevoegde autoriteiten hun beoordelingsbevoegdheid op willekeurige wijze uitoefenen.
  Deze criteria zijn :
  1° niet discriminerend;
  2° gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;
  3° evenredig met die reden van algemeen belang;
  4° duidelijk en ondubbelzinnig;
  5° objectief;
  6° vooraf openbaar bekendgemaakt;
  7° transparant en toegankelijk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.4. [1 De vergunningsprocedures en formaliteiten moeten gemakkelijk toegankelijk zijn en de lasten die zij voor de aanvragers kunnen voortbrengen moeten redelijk zijn en evenredig met de kosten van de vergunningsprocedures.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.5. [1 De vergunningsvoorwaarden voor een nieuwe vestiging mogen gelijkwaardige, of gezien hun doel in wezen vergelijkbare, eisen en controles waaraan de dienstverrichter al in België of een andere lidstaat onderworpen is, niet overlappen. De federale coördinator en de dienstverrichter staan de bevoegde autoriteit bij door over deze eisen de nodige informatie te verstrekken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.6. [1 Wanneer een dienstverrichter zich in België vestigt, mag geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering of waarborg geëist worden indien de dienstverrichter in een andere lidstaat waar hij een vestiging heeft, al gedekt is door een waarborg die gelijkwaardig is of die, met betrekking tot het doel en de dekking die hij biedt wat het verzekerde risico, de verzekerde som, de maximale waarborg en de mogelijke uitzonderingen van de dekking betreft, in wezen vergelijkbaar is.
  Indien de waarborg slechts ten dele gelijkwaardig is, zal voor de nog niet gedekte elementen een aanvullende waarborg geëist worden.
  Wanneer een beroepsaansprakelijkheids-verzekering of een andere vorm van waarborg opgelegd wordt aan een dienstverrichter gevestigd in België, worden attesten betreffende de dekking, afgegeven door een in een andere lidstaat gevestigde kredietinstelling of verzekeraar, als bewijsmiddel toegelaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.7. [1 Een vergunning bedoeld in artikel III.2 biedt de dienstverrichter op het gehele Belgische grondgebied het recht op toegang tot of uitoefening van de dienstenactiviteit, mede door de oprichting van agentschappen, dochterondernemingen, kantoren of bijkantoren.
  Het eerste lid is niet van toepassing :
  1° wanneer een vergunning eigen aan elke vestiging of een beperking van de vergunning tot een specifiek deel van het nationale grondgebied is gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang;
  2° op vergunningen die zijn afgeleverd door de overheden van de gewesten, de gemeenschappen, de provincies en de gemeenten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.8. [1 De ontvangst van elke vergunningsaanvraag wordt binnen tien werkdagen bevestigd.
  De ontvangstbevestiging bevat :
  1° de datum waarop de aanvraag is ontvangen;
  2° de termijn waarbinnen de beslissing moet genomen worden;
  3° de beschikbare rechtsmiddelen, de bevoegde instanties die er kennis van nemen alsook de te respecteren termijnen en formaliteiten;
  4° indien van toepassing, de vermelding dat bij het uitblijven van een beslissing binnen de voorziene termijn, de vergunning geacht wordt te zijn verleend.
  Wanneer een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager binnen een termijn van tien werkdagen geïnformeerd over de noodzaak tot het verstrekken van aanvullende stukken, de termijn waarover hij beschikt om dit te doen alsook de gevolgen hiervan voor de in het tweede lid bedoelde termijn.
  Wanneer een aanvraag wordt geweigerd omdat deze niet aan de vereiste procedures of formaliteiten voldoet, wordt de betrokkene hiervan zo snel mogelijk in kennis gesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.9. [1 De bevoegde autoriteit verleent de vergunning nadat een passend onderzoek heeft vastgesteld dat aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan.
  Indien door de reglementering geen termijn wordt voorgeschreven binnen welke een beslissing over de vergunningsaanvraag moet worden genomen, zal deze worden genomen ten laatste dertig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging of, als het dossier onvolledig is, vanaf het tijdstip waarop de aanvrager de bijkomende documenten heeft ingediend.
  Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag de termijn eenmaal voor een beperkte duur worden verlengd. De verlenging en de duur ervan worden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de aanvrager gebracht.
  Onverminderd de bijzondere wettelijke of reglementaire regimes gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang, wordt de vergunning geacht te zijn verleend bij het uitblijven van een antwoord binnen de door de wet of de verordening bepaalde termijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.10. [1 § 1. De aan een dienstverrichter verleende vergunning heeft een onbeperkte geldigheidsduur, uitgezonderd in de volgende gevallen :
  1° de vergunning maakt het voorwerp uit van een systeem van automatische verlenging;
  2° de vergunning is alleen afhankelijk van de voortdurende vervulling van de voorwaarden;
  3° het aantal beschikbare vergunningen is beperkt omwille van een dwingende reden van algemeen belang;
  4° een beperkte duur is gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang.
  § 2. Paragraaf 1 geldt onverminderd de mogelijkheid om een vergunning in te trekken wanneer niet meer aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.
  § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de maximale termijn waarbinnen de dienstverrichter na ontvangst van de vergunning daadwerkelijk met zijn activiteit moet beginnen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.11. [1 Wanneer het aantal beschikbare vergunningen voor een activiteit beperkt is door schaarste van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de bruikbare technische mogelijkheden, wordt een selectie gemaakt uit de gegadigden volgens een selectieprocedure die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt, met name een toereikende bekendmaking van de opening, uitvoering en afsluiting van de procedure.
  In de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt de vergunning voor een passende beperkte duur verleend en wordt zij niet automatisch verlengd; evenmin wordt enig ander voordeel toegekend aan de dienstverrichter wiens vergunning zojuist is verlopen of aan personen die een bijzondere band met die dienstverrichter hebben.
  De regels voor de selectieprocedure kunnen rekening houden met overwegingen die betrekking hebben op de volksgezondheid, met doelstellingen van sociaal beleid, de gezondheid en de veiligheid van werknemers of zelfstandigen, de bescherming van het milieu, het behoud van het cultureel erfgoed en andere dwingende redenen van algemeen belang.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 2. [1 Andere vereisten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.12. [1 § 1. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in België mag niet afhankelijk gemaakt worden van de volgende vereisten :
  1° discriminerende vereisten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de nationaliteit of, voor vennootschappen, met de plaats van de statutaire zetel, waaronder met name :
  a) nationaliteitsvereisten voor de dienstverrichter, zijn personeel, de aandeelhouders of de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de dienstverrichter;
  b) de vereiste dat de dienstverrichter, zijn personeel, de aandeelhouders of de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan hun verblijfplaats hebben op Belgisch grondgebied;
  2° een verbod op het hebben van een vestiging in meer dan een lidstaat of op inschrijving in registers of bij beroepsorden of -verenigingen in meer dan een lidstaat;
  3° beperkingen van de vrijheid van de dienstverrichter om tussen een hoofd- of een nevenvestiging te kiezen, met name de verplichting dat de hoofdvestiging van de dienstverrichter zich op hun grondgebied moet bevinden, of beperkingen van de vrijheid om voor vestiging als agentschap, bijkantoor of dochteronderneming te kiezen;
  4° wederkerigheidsvoorwaarden ten aanzien van de lidstaat waar de dienstverrichter al een vestiging heeft, behalve in het geval dat dergelijke voorwaarden in een communautair instrument op energiegebied zijn vastgelegd;
  5° de toepassing per geval van economische criteria, waarbij de verlening van de vergunning afhankelijk wordt gesteld van het bewijs dat er een economische behoefte of marktvraag bestaat, van een beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van de activiteit of van een beoordeling van de geschiktheid van de activiteit in relatie tot de door de bevoegde autoriteit vastgestelde doelen van economische planning;
  6° de rechtstreekse of onrechtstreekse betrokkenheid van concurrerende marktdeelnemers, ook binnen raadgevende organen, bij de verlening van vergunningen of bij andere besluiten van de bevoegde autoriteiten, met uitzondering van beroepsorden en van beroepsverenigingen of andere organisaties die in de hoedanigheid van bevoegde autoriteit optreden; dit verbod heeft geen betrekking op de raadpleging van organisaties zoals kamers van koophandel of sociale partners over andere aangelegenheden dan individuele vergunningsaanvragen, noch op een raadpleging van het grote publiek;
  7° een verplichting tot het stellen van of deelnemen in een financiële waarborg of het afsluiten van een verzekering bij een op Belgisch grondgebied gevestigde dienstverrichter of instelling. Dit belet niet dat een verzekering of financiële garanties als zodanig kunnen verlangd worden noch dat eisen inzake de deelname in een collectief waarborgfonds worden gesteld, bijvoorbeeld voor leden van een beroepsorde of -organisatie.
  8° een verplichting al gedurende een bepaalde periode ingeschreven te staan in de registers die in België worden bijgehouden of de activiteit vooraf al gedurende bepaalde tijd in België hebben uitgeoefend.
  § 2. Het in paragraaf 1, 5° vervatte verbod heeft geen betrekking op planningsvereisten waarmee geen economische doelen worden nagestreefd, maar die voortkomen uit dwingende redenen van algemeen belang.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 3. [1 Vrijheid van dienstverlening.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.13. [1 § 1. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit mag niet afhankelijk worden gemaakt van de naleving van eisen die :
  1° discriminerend zijn en die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de nationaliteit of, voor vennootschappen, met de plaats van de statutaire zetel;
  2° niet gerechtvaardigd zijn om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu;
  3° die niet van aard zijn om het nagestreefde doel te verwezenlijken en die verder gaan dan wat nodig is om dit doel te bereiken.
  § 2. Het vrij verrichten van diensten door een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter mag niet beperkt worden door één van de volgende vereisten :
  a) een verplichting voor de dienstverrichter een vestiging in België te hebben;
  b) een verplichting voor de dienstverrichter bij de Belgische bevoegde autoriteit een vergunning te verkrijgen of zich in te schrijven in een register of bij een beroepsorde of -vereniging in België, behalve in de in deze titel of door het gemeenschapsrecht geregelde gevallen;
  c) een verbod voor de dienstverrichter in België een bepaalde vorm of soort infrastructuur, met inbegrip van een kantoor of kabinet, op te zetten om de betrokken diensten te verrichten;
  d) de toepassing van een specifieke contractuele regeling tussen de dienstverrichter en de afnemer die het verrichten van diensten door zelfstandigen verhindert of beperkt;
  e) een verplichting voor de dienstverrichter om specifiek voor de uitoefening van een dienstenactiviteit een door de Belgische bevoegde autoriteit afgegeven identiteitsdocument te bezitten;
  f) vereisten, andere dan die welke noodzakelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid op het werk, die betrekking hebben op het gebruik van uitrusting en materiaal die een integrerend deel van de dienstverrichting vormen;
  g) beperkingen van het vrij verrichten van diensten bedoeld in artikel III.80.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.14. [1 Artikel III.13 is niet van toepassing :
  1° op diensten van algemeen economisch belang;
  2° op de aangelegenheden die vallen onder de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de Richtlijn 96/71 EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen, en volgens de regels die de wet van 5 maart 2002 bepaalt;
  3° op de aangelegenheden die vallen onder deel II, Boek III, Titel Ibis, hoofdstuk I van het Gerechtelijk Wetboek;
  4° op activiteiten van gerechtelijke invordering van schulden;
  5° op de aangelegenheden die vallen onder de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties en specifieke bepalingen die vereisen dat een activiteit voorbehouden wordt aan een bepaald beroep;
  6° op de aangelegenheden die vallen onder de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;
  7° op de aangelegenheden die vallen onder de artikelen 40 tot 47 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de artikelen 43 tot 57 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  8° voor wat betreft onderdanen van derde landen die zich in het kader van een dienstverrichting naar België begeven, op de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten om onderdanen van derde landen op wie de regeling inzake wederzijdse erkenning van artikel 21 van de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen niet van toepassing is, te verplichten in het bezit te zijn van een visum of een verblijfsvergunning, of de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten om onderdanen van derde landen te verplichten zich bij of na hun binnenkomst bij hen te melden;
  9° met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen op de aangelegenheden die vallen onder de Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap;
  10° inzake het auteursrecht en de naburige rechten, de rechten op topografieën van halfgeleiderproducten, de sui generis rechten op databanken, de rechten van industriële eigendom;
  11° op handelingen waarvoor de wet de tussenkomst van een notaris voorschrijft;
  12° op de aangelegenheden die vallen onder het koninklijk besluit van 21 april 2007 tot omzetting van de bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;
  13° op de aangelegenheden die vallen onder de artikelen 132, 133 en 134 van het Wetboek van Vennootschappen;
  14° op de inschrijving van voertuigen die in een andere lidstaat zijn geleased.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Titel 2. [1 Kruispuntbank van Ondernemingen en erkende ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 1. [1 Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 1. [1 Oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.15. [1 Er wordt een register opgericht, genaamd " Kruispuntbank van Ondernemingen ".
  Dit register en de daarmee gepaard gaande invoering van een uniek ondernemingsnummer heeft tot doel door de realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling de administratieve verplichtingen opgelegd aan ondernemingen te vereenvoudigen en de werking van de overheidsdiensten efficiënter te organiseren.
  De Kruispuntbank van Ondernemingen is belast met het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter beschikking stellen van de gegevens die betrekking hebben op de identificatie van de ondernemingen en hun gemandateerden overeenkomstig de bepalingen van deze titel en de wettelijke of reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel III.18 vermelde gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens artikel III.19.
  De Kruispuntbank van Ondernemingen beoogt ook de optimalisering van het overdragen en het verspreiden van de gegevens betreffende de ondernemingen.
  Te dien einde kan ze met name :
  1° linken creëren naar sites en databases van de overheden, administraties en diensten;
  2° linken tot stand brengen naar internetsites die informatie bevatten betreffende de identificatie van ondernemingen en hun mandatarissen, met inbegrip van linken naar internetsites van ondernemingen, die in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven zijn.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de modaliteiten waarbinnen de Kruispuntbank van Ondernemingen ter beschikking wordt gesteld in het kader van de versterking van de strijd tegen fraude, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en de wettelijke of reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel III.18 bedoelde gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens artikel III.19.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.16. [1 § 1. In de Kruispuntbank van Ondernemingen worden gegevens opgenomen betreffende :
  1° de rechtspersonen naar Belgisch recht;
  2° de vestigingen, instanties en diensten naar Belgisch recht die opdrachten van algemeen nut of verbonden met de openbare orde uitvoeren en over een financiële en boekhoudkundige autonomie beschikken, onderscheiden van deze van de rechtspersoon naar Belgisch publiek recht waarvan ze afhankelijk zijn;
  3° de rechtspersonen naar buitenlands of internationaal recht die in België beschikken over een zetel of die zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting;
  4° iedere natuurlijke persoon, die in België als onafhankelijke entiteit :
  a) een economische en beroepsmatige activiteit gewoonlijk, hoofdzakelijk of aanvullend uitoefent;
  b) of die zich dient te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting anders dan deze beoogd door deze titel;
  5° de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting anders dan deze beoogd door deze titel;
  6° de vestigingseenheden van de bovenvermelde ondernemingen.
  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, oefent onder andere gewoonlijk een economische en beroepsmatige activiteit uit, iedere onderneming die in België :
  1° hetzij als werkgever aan de sociale zekerheid is onderworpen;
  2° hetzij aan de belasting over de toegevoegde waarde is onderworpen.
  § 3. Voor de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de personen en verenigingen bedoeld in paragraaf 1, 1°, 3°, 4° en 5°, worden de nadere regels door de Koning bepaald.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 2. [1 Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.17. [1 Iedere onderneming of vestigingseenheid bedoeld in artikel III.16, wordt in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven en verkrijgt op het ogenblik van de inschrijving een ondernemings- of vestigingseenheidsnummer. Dit nummer vormt hun uniek identificatienummer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.18. [1 § 1. De inschrijving die gebeurt krachtens artikel III.17 omvat de volgende gegevens :
  1° de naam, de benaming of de firmanaam;
  2° de nauwkeurige aanduiding van de onderscheiden adressen, in voorkomend geval, van de maatschappelijke zetel van de onderneming en van de verschillende vestigingseenheden in België;
  3° de rechtsvorm;
  4° de rechtstoestand;
  5° de oprichtings- en stopzettingsdatum van de onderneming of de vestigingseenheid;
  6° de identificatiegegevens van de oprichters, mandatarissen en lasthebbers van de onderneming;
  7° de door de onderneming uitgeoefende economische activiteiten;
  8° de overige basisidentificatiegegevens, die moeten verstrekt worden op het ogenblik van de oprichting van de rechtspersoon of in toepassing van Hoofdstuk 2;
  9° de aanduiding van de toelatingen, vergunningen en erkenningen waarover de onderneming beschikt of de hoedanigheden waaronder deze gekend is bij de verschillende overheden, administraties en diensten en, in voorkomend geval, de opvolging van de aanvragen in dit verband;
  10° in voorkomend geval, de verwijzing naar de website van de onderneming, haar telefoonnummer, haar faxnummer en haar e-mailadres;
  11° de gegevens betreffende de bankrekening(en) van de onderneming.
  § 2. De Koning kan, na advies van het in artikel III.44 bedoelde Toezichtcomité en bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in paragraaf 1 opgesomde gegevens aanvullen met andere gegevens vereist voor de identificatie van ondernemingen of van gemeenschappelijk belang voor meerdere overheidsdiensten.
  § 3. Iedere wijziging die wordt aangebracht aan de in paragrafen 1 en 2 bedoelde gegevens, moet onverwijld in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden opgenomen met aanduiding van de datum waarop zij in werking treedt en van de er voor verantwoordelijke dienst.
  § 4. Deze gegevens worden bewaard gedurende dertig jaar te rekenen van de dag van het verlies van de rechtspersoonlijkheid voor de rechtspersonen, of van de definitieve stopzetting van de activiteit voor de andere bij artikel III.16 bedoelde houders van een inschrijving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.19. [1 De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de overheden, administraties en diensten aan die, betreffende de categorieën van ondernemingen die Hij aanduidt en volgens de functionele verdeling die Hij vastlegt, belast zijn met de eenmalige inzameling en het actualiseren van de gegevens bedoeld in artikel III.18.
  Bij het uitoefenen van deze taak zijn de overheden, administraties en diensten onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel III.18 bedoelde gegevens toelaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.20. [1 Voor de uitvoering van hun opdrachten zoals omschreven in deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten, hebben de Kruispuntbank van Ondernemingen en de overheden, administraties en diensten bedoeld bij artikel III.19, eerste lid :
  1° toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen;
  2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.21. [1 De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de modaliteiten en de aard van de inschrijvingen en de wijzigingen vast, die rechtstreeks op een elektronisch beveiligde wijze door de ondernemingen, bedoeld in artikel III.16, mogen worden meegedeeld aan de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 3. [1 Toekenning en gebruik van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.22. [1 Het ondernemingsnummer en het vestigingseenheidsnummer toegekend op het ogenblik van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden onmiddellijk na de toekenning medegedeeld aan de onderneming door de krachtens artikel III.19, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten.
  De Koning bepaalt de toekenningregels, de wijze van afleveren en de samenstelling van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.23. [1 Het gebruik van het ondernemingsnummer is verplicht in de betrekkingen die de ondernemingen hebben met de administratieve en rechterlijke overheden, evenals in de betrekkingen die deze laatste onderling hebben.
  De krachtens artikel III.19, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten nemen, teneinde de unieke gegevensinzameling mogelijk te maken, de nodige maatregelen opdat het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer een sleutel vormt die toegang geeft tot zowel de gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, als tot de gegevens die zijn opgenomen in de door hen beheerde repertoria en geautomatiseerde bestanden, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen die de toegang tot deze gegevens regelen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.24. [1 Wat de handels- en ambachtsondernemingen betreft, doet het toegekende ondernemingsnummer respectievelijk dienst als handelsregisternummer of als inschrijvingsnummer als ambachtsman.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.25.[1 Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken uitgaande van handels- en ambachtsondernemingen dienen steeds het ondernemingsnummer te vermelden.
  Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste één rekening waarvan de onderneming houdster is bij een in België gevestigde kredietinstelling die geen gemeentelijke spaarkas is en waarop de[2 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]2 van toepassing is.
  De voor de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid gebruikte gebouwen en marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een ambulante handel, of, in het geval van werkgevers, in het kader van een activiteit van burgerlijke of utiliteitsbouw of een activiteit van reinigen van het interieur van gebouwen, dragen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in het kader van het derde lid vermelde activiteiten waarvoor de gebruikte vervoermiddelen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer dragen, wijzigen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 170, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. III.26. [1 § 1. Elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend deurwaardersexploot vermeldt steeds het ondernemingsnummer.
  Bij gebreke aan vermelding van het ondernemingsnummer op het deurwaardersexploot, verleent de rechtbank uitstel aan de handels- of ambachtsonderneming om haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van de vordering te bewijzen.
  Indien de handels- of ambachtsonderneming haar inschrijving in deze hoedanigheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van haar vordering niet bewijst binnen de door de rechtbank gestelde termijn of indien blijkt dat de onderneming niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, verklaart de rechtbank van ambtswege de vordering van de handels- of ambachtsonderneming onontvankelijk.
  § 2. Indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar hoofdvordering, tegenvordering of vordering tot tussenkomst, ingediend bij verzoekschrift, bij conclusie of deurwaardersexploot, gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van die vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van die onderneming onontvankelijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien ze niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.27. [1 De akten van rechtspleging, die krachtens artikel III.26 onontvankelijk worden verklaard, stuiten de verjaring, alsmede de op straffe van nietigheid bepaalde rechtsplegingtermijnen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.28. [1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de verplichtingen bedoeld in de artikelen III.25 en III.26, uitbreiden tot andere categorieën van ondernemingen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 4. [1 Toegang en gebruik van de gegevens opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.29. [1 § 1. De toegang tot de volgende gegevens, vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen, kan, zonder voorafgaande machtiging van het Toezichtcomité, worden verleend aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten :
  1° de ondernemingsnummers en nummers van vestigingseenheidsnummers, toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° de naam van de onderneming en van haar vestigingseenheden;
  3° de juridische vorm van de onderneming;
  4° de rechtstoestand van de onderneming;
  5° het adres van de onderneming en van haar vestigingseenheden;
  6° de economische activiteiten van de onderneming en van haar vestigingseenheden;
  7° de hoedanigheden volgens welke een onderneming ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen en, in voorkomend geval, de opvolging van de aanvragen in dit verband;
  8° de naam en voornaam van de oprichters en van de personen die binnen de onderneming een functie uitoefenen onderworpen aan bekendmaking;
  9° de erkenningen, toelatingen of vergunningen waarover de onderneming beschikt, voor zover ze onderworpen zijn aan de bepalingen van verplichte bekendmaking of belang hebben voor derden en, in voorkomend geval, de opvolging van de aanvragen in dit verband;
  10° de verwijzing naar de website van de onderneming, haar telefoonnummers, faxnummers alsook haar e-mailadres;
  11° alle gegevens onderworpen aan bepalingen inzake bekendmaking met toepassing van :
  a) het Wetboek van Vennootschappen;
  b) de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
  c) de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden;
  d) de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord;
  e) de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen;
  f) de faillissementswet van 8 augustus 1997;
  g) de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen;
  12° de gegevens die moeten worden meegedeeld door de handels- en ambachtsondernemingen in uitvoering van het artikel III.53, met uitzondering van het Rijksregisternummer of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  13° de gegevens betreffende de bankrekening(en).
  § 2. De Koning bepaalt de modaliteiten voor deze toegang bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad en na advies van het Toezichtcomité bedoeld in de artikelen III.44.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.30. [1 § 1. De toegang tot de andere gegevens dan die opgesomd in het artikel III.29 vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen, kan worden verleend, middels een voorafgaande machtiging van het Toezichtcomité aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten.
  § 2. Vooraleer zijn machtiging te verlenen, controleert het Toezichtcomité of de gevraagde toegang overeenstemt met deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten.
  § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden voor die toegang bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad en na advies van het Toezichtcomité bedoeld in artikel III.44.
  § 4. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad en na advies van het Toezichtcomité, de gevallen waarin, bij afwijking van het eerste lid, geen machtiging van het Toezichtcomité vereist is.
  § 5. De uitwisselingen tussen overheidsdiensten, op basis van het ondernemings- of vestigingseenheidsnummer, van andere gegevens dan deze opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen moeten vooraf gemeld worden aan het Toezichtcomité, dat deze registreert in een kadaster, dat door iedereen geraadpleegd kan worden.
  De Koning bepaalt, na advies van het Toezichtcomité, de modaliteiten met betrekking tot de oprichting en raadpleging van het kadaster, alsook de modaliteiten voor de communicatie aan het Toezichtcomité.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.31. [1 Alle natuurlijke personen, rechtspersonen of entiteiten hebben toegang, via het internet, tot gegevens bedoeld in het artikel III.29, § 1, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  Er wordt minstens voorzien in een vrij toegankelijke website waarop deze gegevens in een leesbaar formaat terug te vinden zijn.
  De Koning bepaalt de gegevens die aldus toegankelijk zijn evenals de voorwaarden voor het raadplegen ervan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.32. [1 Iedere onderneming heeft recht op mededeling van de hem betreffende gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Indien blijkt dat de medegedeelde gegevens overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving onnauwkeurig, onvolledig of onjuist zijn, kan de houder van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen de verbetering van deze gegevens vragen op de wijze en binnen de termijnen vastgesteld door de Koning.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.33. [1 Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de artikelen III.29 en III.30, stelt de Koning, na advies van het Toezichtcomité, de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen vast die het voorwerp kunnen uitmaken van een commercieel of niet-commercieel hergebruik alsook de modaliteiten inzake hun terbeschikkingstelling.
  Enkel de beheersdienst mag deze basisgegevens aan ondernemingen verstrekken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.34. [1 § 1. Onverminderd artikel III.33 kan eenieder bij een ondernemingsloket inzage nemen van de gegevens van het handelsregister betreffende een bepaalde handels- of ambachtsonderneming en zich volledige of gedeeltelijke afschriften dan wel uittreksels van het register doen afgeven op de wijze bepaald door de Koning.
  § 2. De afschriften of uittreksels van het handelsregister worden op uitdrukkelijk verzoek eensluidend verklaard.
  § 3. De afschriften of uittreksels vermelden niet de inhoud van rechterlijke beslissingen die betrekking hebben op :
  1° een faillissement en één van de veroordelingen bepaald in de artikelen 486, 489bis en 489ter van het Strafwetboek, in geval van rehabilitatie;
  2° een gerechtelijk akkoord na uitvoering of een procedure van gerechtelijke reorganisatie na uitvoering;
  3° onbekwaam verklaring of benoeming van een gerechtelijk raadsman, wanneer een vonnis van opheffing is gewezen;
  4° de veroordelingen bedoeld in de artikelen XV.76, XV.77, 1° tot 6°, XV.78 en XV.79.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.35.[2 § 1.]2 [1 De gegevens vermeld op de uittreksels van de Kruispuntbank van Ondernemingen hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.]1
  [2 § 2. De uittreksels zijn beschikbaar in de drie officiële landstalen. Zij worden ook afgeleverd in het Engels op uitdrukkelijk verzoek.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2016-06-06/06, art. 2, 048; Inwerkingtreding : 10-06-2017>

  Afdeling 5. [1 Realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.36. [1 Overheden, administraties en diensten die gemachtigd zijn de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen te raadplegen mogen deze gegevens niet meer opnieuw rechtstreeks opvragen bij de ondernemingen bedoeld in artikel III.16 of bij de lasthebbers van deze laatste.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.37. [1 Eens een gegeven is medegedeeld aan en opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen kunnen de diensten die gemachtigd zijn deze gegevens te raadplegen, het niet rechtstreeks meedelen ervan niet langer ten laste leggen aan betrokkene.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 6. [1 Inschrijving, wijziging of doorhaling van de onjuiste of ontbrekende gegevens.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.38. [1 § 1. Elke belanghebbende kan bij de beheersdienst de rechtzetting van een onjuist gegeven of de inschrijving van een ontbrekend gegeven in de Kruispuntbank van Ondernemingen aanvragen. Hij deelt ter ondersteuning van dit verzoek alle rechtvaardigende stukken mee.
  De onderneming die de formaliteiten niet heeft vervuld waartoe ze gehouden is door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, kan zich niet rechtstreeks tot de beheersdienst wenden voor de rechtzetting of de inschrijving bedoeld in het eerste lid.
  § 2. Alle diensten die beschikken over een toegang tot de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ertoe gehouden, zodra ze een onjuist of ontbrekend gegeven vaststellen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, de beheersdienst hiervan op de hoogte te brengen.
  Ze delen ter ondersteuning van die informatie alle rechtvaardigende stukken mee.
  § 3. De politieambtenaren van de lokale of federale politie en de ambtenaren gemandateerd door een dienst, een overheid of een bestuur zijn ertoe gehouden, bij de opstelling van een onderzoeksverslag of een proces-verbaal, dat een onjuist of ontbrekend gegeven in de Kruispuntbank van Ondernemingen vaststelt; hiervan een afschrift mee te delen aan de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.39. [1 Wanneer de beheersdienst vaststelt dat het onjuiste of ontbrekende gegeven het gevolg is van een vergissing of een weglating van de dienst die dit gegeven invoert, deelt hij aan deze laatste de aanvraag tot aanpassing mee. De dienst voert, na verificatie, de eventuele aanpassing uit binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.40. [1 § 1. Wanneer het onjuiste of ontbrekende gegeven het gevolg is van het niet vervullen door een onderneming van de formaliteiten waartoe ze gehouden is door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, verzoekt de beheersdienst de onderneming, door middel van een schrijven, om over te gaan tot de inschrijving, de wijziging of de doorhaling van haar gegevens bij de dienst die door de beheersdienst werd aangewezen in de brief.
  De onderneming beschikt over een periode van dertig dagen na het versturen van het schrijven om bij de erin aangewezen dienst over te gaan tot de gevraagde inschrijving, de wijziging of doorhaling.
  § 2. Indien de onderneming de formaliteiten niet vervult tijdens de toegekende termijn, gaat de beheersdienst over tot de doorhaling van ambtswege van de onjuiste gegevens. Die doorhaling gebeurt op basis van een vonnis of arrest, een onderzoeksverslag of een proces-verbaal opgemaakt door een politieambtenaar van de lokale of federale politie, of door een ambtenaar gemandateerd door een dienst, een overheid of een bestuur, die de onjuistheid van het gegeven vaststelt.
  § 3. Wanneer de beheersdienst in de Kruispuntbank van Ondernemingen een gegeven doorhaalt dat in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad moet worden bekendgemaakt, wordt de doorhaling op verzoek van de beheersdienst gratis in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 4. De procedure van ambtshalve doorhaling van gegevens stelt de onderneming geenszins vrij van het vervullen van de wettelijke formaliteiten waartoe zij gehouden is.
  De beheersdienst kan geen verantwoordelijkheid dragen voor schade veroorzaakt aan derden wegens het niet vervullen door de onderneming van de wettelijke formaliteiten waartoe deze laatste gehouden is.
  § 5. Teneinde de kwaliteit van de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen te waarborgen en te verbeteren, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de voorwaarden en modaliteiten van ambtshalve inschrijving en wijziging bepalen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.41. [1 § 1. Wanneer het onjuiste gegeven het gevolg is van het feit dat de onderneming van adres veranderd is zonder de wettelijke voorschriften te eerbiedigen, verstuurt de beheersdienst de brief, bedoeld in artikel III.40, § 1, eerste lid, naar het adres van één van de vestigingseenheden, wanneer dit verschillend is van de zetel. Bij gebrek hieraan, wordt de brief verstuurd naar het adres van de woonplaats van een mandataris.
  De procedure beschreven in artikel III.40 wordt toegepast.
  § 2. Indien het onmogelijk blijkt om de onderneming te contacteren zoals voorzien in paragraaf 1, gaat de beheersdienst over tot de ambtshalve doorhaling van het onjuiste adres ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, tenzij het hier gaat over het adres van een onderneming natuurlijke persoon. Die doorhaling gebeurt op basis van een vonnis of arrest, een onderzoeksverslag of een proces-verbaal opgemaakt door een politieambtenaar van de lokale of federale politie of door een ambtenaar gemandateerd door een dienst, een overheid of een bestuur, die het onjuiste karakter van het gegeven vaststelt.
  Wanneer het door de beheersdienst in de Kruispuntbank van Ondernemingen doorgehaalde gegeven in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad moet worden bekendgemaakt, wordt de doorhaling op verzoek van de beheersdienst gratis in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 3. De procedure van ambtshalve doorhaling van gegevens stelt de onderneming geenszins vrij van het vervullen van de wettelijke formaliteiten waartoe zij gehouden is.
  De beheersdienst kan geen verantwoordelijkheid dragen voor schade veroorzaakt aan derden wegens het niet vervullen door de onderneming van de wettelijke formaliteiten waartoe deze laatste gehouden is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.42. [1 § 1. In afwijking van de procedure voorzien in artikel III.39 kan de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen zonder aanrekening van de kosten overgaan tot :
  1° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van ondernemingen natuurlijke personen waarvan de oprichter reeds minstens zes maanden overleden is volgens de gegevens afkomstig van het rijksregister van de natuurlijke personen;
  2° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van ondernemingen rechtspersonen waarvan de afsluiting van de vereffening minstens drie maanden geleden werd uitgesproken;
  3° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van ondernemingen rechtspersonen ten minste drie maanden na de beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement in toepassing van de faillissementswet van 8 augustus 1997;
  4° de ambtshalve doorhaling van de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 2 van het Wetboek van vennootschappen die, volgens de gegevens van de Nationale Bank van België, voor ten minste drie opeenvolgende boekjaren, niet hebben voldaan aan de verplichting tot neerlegging van hun jaarrekeningen overeenkomstig de artikelen 98 en 100 van het Wetboek van vennootschappen. Deze doorhaling is niet van toepassing op de vennootschappen bedoeld in artikel 97 van het Wetboek van vennootschappen. De beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen gaat over tot de intrekking van de doorhaling na de neerlegging bij de Nationale Bank van België van de niet neergelegde jaarrekeningen;
  5° de ambtshalve doorhaling van de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 2 van het Wetboek van vennootschappen die niet vallen onder het 4°, en die aan de volgende cumulatieve criteria beantwoorden :
  a) sedert minimum drie jaar, niet beschikken over actieve hoedanigheden, activiteiten of vestigingseenheden, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  b) ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen met een actieve status;
  c) niet beschikken over lopende toelatings- of hoedanigheidsaanvragen, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  d) sinds 7 jaar, geen enkele wijziging aangaande de ingeschreven gegevens in de Kruispuntbank van Ondernemingen hebben uitgevoerd;
  e) sinds 7 jaar, geen enkele andere publicatie dan die van de jaarrekeningen, in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad of in het Belgisch Staatsblad hebben uitgevoerd.
  Voor de toepassing van het eerste lid, 5°, vormen de actieve commerciële hoedanigheden, activiteiten of vestigingseenheden waarvan de begindata voor 1 juli 2003 vallen, geen nuttig criterium.
  De beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen gaat over tot de intrekking van de doorhaling wanneer aan één van de criteria bedoeld in het eerste lid, 5°, a) tot e), niet meer voldaan is.
  De beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen gaat ook over tot de intrekking van de doorhaling in het geval er een manifeste vergissing wordt vastgesteld door een overheid of dienst.
  § 2. De doorhalingen, alsook de intrekkingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° en 5°, en derde en vierde lid, worden gratis gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad en dit op initiatief van de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  § 3. Om de gegevenskwaliteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen te garanderen en te verbeteren, kan de Koning, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gevallen beoogd in paragraaf 1 uitbreiden of wijzigen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 7. [1 Bijzondere bepalingen omtrent de werking van de Kruispuntbank van Ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.43. [1 Er wordt bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie een strategisch comité van de Kruispuntbank van Ondernemingen opgericht.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, zijn opdrachten, zijn samenstelling en zijn werkingsmodaliteiten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.44. [1 Binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt een sectoraal comité voor de Kruispuntbank van Ondernemingen, " Toezichtcomité " genaamd opgericht, dat belast is met de afgifte van de machtiging bedoeld in artikel III.30, tweede lid.
  Het Toezichtcomité verstrekt tevens de adviezen bedoeld in de artikelen III.18, § 2, III.30, derde lid, en III.33, binnen dertig dagen na de aanhangigmaking door de beheersdienst. Bij ontstentenis van advies binnen de voorgeschreven termijn, wordt het advies geacht het voorstel te volgen dat de beheersdienst in de adviesaanvraag had geformuleerd.
  Het Toezichtcomité is samengesteld uit drie leden van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, van wie de voorzitter of een ander, door de Commissie in die hoedanigheid aangewezen lid, dat het Toezichtcomité voorzit, alsmede uit drie externe leden aangewezen door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, bepaalde voorwaarden en nadere regels. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
  De werkingsregels van het Toezichtcomité worden, zonder afbreuk te doen aan deze titel, bepaald in of krachtens de wet. Die regels bekrachtigen het recht van de voorzitter van het Toezichtcomité om een aan dat comité voorgelegd dossier voor de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zelf te brengen en de beslissing van het comité zo nodig te herzien.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.45. [1 De personen die bij het uitoefenen van hun functies tussenkomen in het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter inzage stellen van de gegevens bedoeld in artikel III.18, zijn gehouden aan het beroepsgeheim.
  Zij nemen alle nodige voorzorgsmaatregelen om de veiligheid van de opgenomen gegevens te verzekeren en met name te beletten dat deze gegevens vervormd of beschadigd worden, of meegedeeld worden aan personen die geen machtiging hebben om er kennis van te nemen.
  Zij waken over de rechtmatigheid van de mededeling van de gegevens.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.46. [1 De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de personen aan die in oorlogstijd, in omstandigheden daarmee gelijkgesteld krachtens artikel 7 van de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen of tijdens de bezetting van het grondgebied door de vijand, belast worden met de vernietiging van de gegevensbanken van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  De Koning stelt de voorwaarden en de modaliteiten van deze vernietiging vast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.47. [1 De kosten voor de werking en het gebruik van de Kruispuntbank van Ondernemingen worden gedragen door een krediet ingeschreven op de begroting van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
  De Koning kan een vergoeding vaststellen voor het gebruik van de Kruispuntbank van Ondernemingen door diensten die geen opdrachten uitvoeren voor de federale overheid. In voorkomend geval bepaalt Hij per categorie van gebruikers en voorwerp van de aanvraag, het bedrag van de vergoeding
  Behalve in het geval bedoeld in het eerste lid, kan de bijzondere verwerking van gegevens uit de Kruispuntbank van Ondernemingen aanleiding geven tot het innen van een vergoeding. Het bedrag van die vergoeding wordt bepaald in onderling overleg tussen de beheersdienst en de overheid, administratie of de dienst aan wie deze gegevens worden meegedeeld en in een overeenkomst vastgelegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.48.
  <Opgeheven bij W 2015-12-26/03, art. 54, 031; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Hoofdstuk 2. [1 Inschrijving van handels-, ambachtsondernemingen en niet-handelsondernemingen naar privaat recht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 1. [1 Verplichting tot inschrijving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.49. [1 § 1. Alle handels-, ambachtsondernemingen en niet-handelsondernemingen naar privaat recht zijn verplicht om zich respectievelijk met de handels-, ambachtshoedanigheid of hoedanigheid van niet-handelsonderneming naar privaat recht te laten inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen bij een ondernemingsloket van hun keuze en dit vóór de aanvang van hun activiteiten.
  Deze verplichting is zowel van toepassing op het ogenblik van de oprichting van de onderneming als bij de opening van een nieuwe vestigingseenheid.
  § 2. De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met de handels- of ambachtshoedanigheid vormt, behoudens tegenbewijs, een vermoeden van de hoedanigheid van koopman of ambachtsman, naargelang de aard van de inschrijving.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1, behoeven de vennoten onder firma en de werkende vennoten, ofschoon zij handelaars zijn, niet afzonderlijk in de Kruispuntbank van Ondernemingen te worden ingeschreven.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 zijn niet gehouden zich in te schrijven in de hoedanigheid van niet-handelsonderneming naar privaat recht :
  a) de natuurlijke personen die enkel in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven zijn met als enige hoedanigheid deze van werkgever van huispersoneel;
  b) de beroepsverenigingen;
  c) de verenigingen van mede-eigenaars;
  d) de representatieve werknemersorganisaties;
  e) de ondernemingen naar buitenlands of internationaal recht, die geen activiteit uitoefenen in België, maar die zich dienen te laten inschrijven in uitvoering van een verplichting opgelegd door de Belgische wetgeving;
  f) de btw-eenheden;
  g) de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid;
  h) de verenigingen zonder winstoogmerk;
  i) de inrichtende machten van het gesubsidieerde onderwijs.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.50. [1 § 1. De Koning stelt het bedrag vast van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels-, ambachtsonderneming of niet-handelsonderneming naar privaat recht.
  Hij kan hierbij een onderscheid maken op basis van de juridische aard van de onderneming.
  De aldus vastgestelde bedragen kunnen op 1 januari worden aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen indien het geïndexeerde bedrag minstens 0,5 euro hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag. Het bedrag van de verhoging wordt naar beneden toe afgerond op een veelvoud van 0,5 euro.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 2. [1 Verplichting tot wijziging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.51. [1 § 1. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, moeten de handels-, ambachtsondernemingen en niet-handelsondernemingen naar privaat recht die voornemens zijn een andere activiteit uit te oefenen dan deze waarvoor zij werden ingeschreven, vooraf om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen verzoeken. Deze verplichting geldt op dezelfde wijze voor de handels-, ambachtsondernemingen en niet-handelsondernemingen naar privaat recht die voornemens zijn in België een nieuwe vestigingseenheid op te richten.
  Wanneer de uitoefening van een nieuwe activiteit voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moeten deze ondernemingen, in afwijking van paragraaf 1, binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap tot wijziging overgaan.
  § 2. Binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand moeten de handels-, ambachtsondernemingen en niet-handelsondernemingen naar privaat recht verzoeken om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen indien één van de vermeldingen van de inschrijving, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel III.53, niet meer overeenstemt met de werkelijke toestand.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 3. [1 Verplichting tot doorhaling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.52. [1 In geval van beëindiging van de activiteiten of sluiting van één van de vestigingseenheden, moet de handels-, ambachtsonderneming of niet-handelsonderneming naar privaat recht of haar rechtsopvolgers, binnen één maand na de beëindiging van de activiteiten, om de doorhaling van de inschrijving verzoeken.
  Wanneer de in het eerste lid vermelde beëindiging voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moet de doorhaling gebeuren binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 4. [1 Gemeenschappelijke bepalingen aan de inschrijving, wijziging of doorhaling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.53. [1 Het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet gebeuren door de handelsambachtsonderneming of niet-handelsonderneming naar privaat recht, dit wil zeggen door de inschrijvingsplichtige natuurlijke personen respectievelijk de daartoe bevoegde vertegenwoordigers van de inschrijvingsplichtige onderneming.
  Het verzoek geschiedt op de door de Koning vastgestelde wijze.
  De Koning bepaalt de vermeldingen die het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet bevatten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.54. [1 De ondernemingsloketten moeten onverwijld de inschrijving, wijziging of doorhaling doen, die hun worden gevraagd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.55. [1 De ondernemingsloketten dienen elk verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling te weigeren en de redenen voor die weigering te rechtvaardigen :
  1° indien zij vaststellen dat het verzoek afkomstig is van iemand die daartoe niet verplicht of bevoegd is;
  2° bij verzuim van één van de stukken of vermeldingen die het verzoek dient te bevatten overeenkomstig artikel III.53 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  3° indien niet voldaan is aan de door deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten, of krachtens andere wetten, opgelegde voorafgaandelijke inschrijvingsvoorwaarden, waarvan de controle is toevertrouwd aan deze loketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.56. [1 De weigering van de inschrijving, wijziging of doorhaling in de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt geacht definitief te zijn, tenzij de aanvrager een nieuwe aanvraag indient die wel voldoet aan de gestelde voorwaarden, of een beroep indient tegen de beslissing van het ondernemingsloket bij de Vestigingsraad binnen de 30 werkdagen volgend op de datum van weigering van inschrijving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.57. [1 Een ondernemingsloket verstrekt de onderneming, op de wijze door de Koning bepaald, op haar verzoek een volledig uittreksel van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met vermelding van de datum van afgifte van het uittreksel.
  Het eerste uittreksel betreffende een inschrijving, een wijziging of een doorhaling wordt aan de onderneming gratis verstrekt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 3. [1 Inrichting van de ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 1. [1 Instelling en taken van de ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.58. [1 Niemand mag zonder de voorafgaandelijke en schriftelijke erkenning van de minister de activiteit van ondernemingsloket uitoefenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.59. [1 § 1. Onverminderd de taken die hen opgedragen worden door of in uitvoering van dit boek of andere wetten, hebben de ondernemingsloketten als taak :
  1° via hun infrastructuur, de dienstverrichters toe te laten :
  a) alle procedures en formaliteiten te laten afwikkelen die nodig zijn voor de toegang tot hun dienstenactiviteiten zoals bedoeld in artikelen 1 en 2 van de Dienstenrichtlijn, in het bijzonder alle voor vergunningen nodige verklaringen, kennisgevingen en aanvragen bij de bevoegde instanties, met inbegrip van de aanvragen tot inschrijving in een register, op een rol, in een databank, of bij een beroepsorde of beroepsvereniging;
  b) alle vergunningsaanvragen te laten afwikkelen die nodig zijn voor de uitoefening van hun dienstenactiviteiten, zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn;
  2° de handels- en ambachtsondernemingen en de niet-handelsondernemingen naar privaat recht in die hoedanigheden inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  3° in de door de Koning bepaalde gevallen nagaan of de handels- en ambachtsondernemingen en de niet-handelsondernemingen naar privaat recht voldoen aan de krachtens bijzondere wetten en reglementen opgelegde voorwaarden om ingeschreven te worden;
  4° de toegang tot de in 2° bedoelde inschrijvingen waarborgen, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels en voorwaarden;
  5° het bewaren van de archieven met betrekking tot de in 2° en 3° bedoelde voorwaarden en inschrijvingen, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels;
  6° het verrichten van administratieve formaliteiten, in uitvoering van dit boek of andere wetten, of krachtens deze wetten, volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels;
  7° er voor zorgen dat de dienstverrichters en de afnemers, voor wat betreft de dienstenactiviteiten bedoeld in paragraaf 1, 1°, a) en b), informatie krijgen over :
  a) de eisen die gelden voor de dienstverrichters, in het bijzonder de eisen inzake de procedures en formaliteiten die afgewikkeld moeten worden om toegang te krijgen tot dienstenactiviteiten en deze uit te oefenen;
  b) de adresgegevens van de bevoegde instanties, waaronder die welke bevoegd zijn op het gebied van de uitoefening van dienstenactiviteiten, zodat rechtstreeks contact met hen kan worden opgenomen;
  c) de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot openbare registers en databanken met gegevens over dienstverrichters en diensten;
  d) de rechtsmiddelen die normaal voorhanden zijn bij geschillen tussen de bevoegde instanties en de dienstverrichter of de afnemer, tussen een dienstverrichter en een afnemer of tussen dienstverrichters onderling;
  e) de adresgegevens van de verenigingen of organisaties, anders dan de bevoegde instanties, waarvan dienstverrichters of de afnemers praktische bijstand kunnen krijgen;
  8° het ontvangen voor rekening van de Schatkist van de inschrijvings- en registratierechten, retributies en kosten voor publicatie, met betrekking tot de in dit artikel bedoelde taken, volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels en voorwaarden;
  9° de rechtspersonen en natuurlijke personen die een inschrijving vragen in de Kruispuntbank van ondernemingen de volgende informatie meegeven :
  a) elke natuurlijke persoon die in België een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent uit hoofde waarvan hij dient te zijn aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, dient zich aan te sluiten uiterlijk op de dag van de aanvang van de zelfstandige activiteit;
  b) in geval van niet-naleving van deze verplichting, wordt een administratieve geldboete opgelegd krachtens artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
  c) hierbij zijn de rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan hun vennoten of mandatarissen;
  d) de zelfstandige die een zelfstandige activiteit uitoefent waarvoor hij niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van ondernemingen, overeenkomstig de artikelen III.17, III.49 of III.51, kan hiervoor bestraft worden krachtens de artikelen III.40, XV.77, 1°, 2°, 3° en 6° of XV.78, alsook krachtens artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
  Het ondernemingsloket reageert binnen de vijf werkdagen, te rekenen vanaf het moment waarop de informatie beschikbaar is, op elk verzoek om de in het eerste lid bedoelde informatie. Wanneer het verzoek onjuist, onvolledig of ongegrond is, stelt het de aanvrager daarvan onverwijld in kennis.
  § 2. Bijkomend kan het ondernemingsloket aan ondernemingen adviserende en begeleidende diensten verlenen met uitzondering van de diensten die bij wet exclusief voorbehouden zijn voor bepaalde vrije, dienstverlenende en intellectuele beroepen uit de economische sector.
  § 3. Het ondernemingsloket is eenvoudig, van op afstand en met elektronische middelen bereikbaar, om alle procedures en formaliteiten betreffende de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit bedoeld in paragraaf 1, 1° a) en b) te kunnen afwikkelen, met uitzondering van de inspectie van de plaats waar de dienst wordt verricht, van de door de dienstverrichter gebruikte uitrusting, en van de fysieke controle van de geschiktheid of de persoonlijke integriteit van de dienstverrichter of van zijn verantwoordelijke personeelsleden, wanneer die integraal deel uitmaken van een procedure of formaliteit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.60. [1 § 1. De ondernemingsloketten dienen de inschrijvingsdossiers van handels- en ambachtsondernemingen, waarvoor ze in uitvoering van artikel III.59, 2°, niet gemachtigd zijn zelf te beslissen omtrent de inschrijving, voorafgaandelijk voor te leggen aan de hiertoe aangewezen dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
  § 2. Deze dienst onderzoekt of, enerzijds voor inschrijving in het handelsregister en anderzijds voor de toegang tot de gewenste beroepsactiviteit, de vereiste voorwaarden zijn vervuld. Zodra alle documenten die toelaten het dossier van de handels- of ambachtsonderneming te onderzoeken, aangekomen zijn, brengt hij de onderneming en het ondernemingsloket op de hoogte van de volledigheid van het dossier. Hij verleent een schriftelijk en gemotiveerd advies binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de betekening van de volledigheid van het dossier.
  § 3. Bij gebreke aan een schriftelijk en gemotiveerd advies binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de betekening van de volledige verklaring van het dossier wordt het advies geacht positief te zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 2. [1 Erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.61. [1 § 1. Een organisatie mag onder de volgende voorwaarden als ondernemingsloket erkend worden :
  1° zij neemt de vorm aan van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
  2° haar leden behoren ten minste tot één van de volgende organisaties :
  a) representatieve werkgevers- of zelfstandigenorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in of erkend zijn door de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de " Conseil économique et social de la Région wallonne ", de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of een paritair comité opgericht in toepassing van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  b) sociaal verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, erkend in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
  c) sociale secretariaten voor werkgevers, erkend in uitvoering van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  d) kamers erkend door de Federatie der Kamers voor handel en nijverheid van België;
  e) samenwerkingsverbanden tussen verschillende van de hierboven vermelde organisaties;
  3° haar statuten vermelden als doel de uitvoering van de taken van ondernemingsloket in de zin van dit boek;
  4° zij beschikt volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels en het door de minister opgestelde lastenboek, over :
  a) bekwame medewerkers;
  b) interne beheersprocedures;
  c) ontvangstvoorzieningen, kantoren en materieel en archiefruimte;
  d) een eigen boekhouding;
  e) informatica-uitrusting, met inbegrip van beveiligings- en controlemechanismen;
  5° zij verkeert niet in staat van vereffening, noch is ze onderwerp van een procedure tot vereffening of tot staking van haar werkzaamheden;
  6° zij is in orde met de verplichtingen inzake de betaling van sociale zekerheidsbijdragen en met haar verplichtingen inzake de betaling van belastingen en taksen in overeenstemming met de Belgische wet;
  7° zij beschikt over een voldoende eigen private financiële en economische draagkracht om haar taken, omschreven in dit boek en haar uitvoeringsbesluiten, uit te voeren;
  8° zij heeft haar beroepsaansprakelijkheid laten verzekeren.
  § 2. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, nadere regels bepalen voor het vaststellen van het minimum aantal vestigingseenheden en de vestigingsplaats van de ondernemingsloketten, rekening houdende met een voldoende spreiding en de behoeften.
  § 3. In afwijking van de bepalingen van paragraaf 1, blijven de erkenningen van de ondernemingsloketten verleend op 9 september 2008, behouden tot 31 december 2014, onder de voorwaarden zoals die van toepassing waren op de dag van de erkenning.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.62. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister door middel van een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.
  § 2. De aanvraag moet vergezeld zijn van een bedrijfsplan en van alle documenten vereist door de erkenningsvoorwaarden.
  In het bedrijfsplan dient duidelijk te worden aangegeven op welke manier de activiteit als ondernemingsloket zal gefinancierd worden, hoe zal voorzien worden in de vereiste beroepsbekwaamheid en welke geografische zone het ondernemingsloket wil bestrijken. Deze voorwaarden zijn eveneens vereist voor elke vestigingseenheid van het loket.
  § 3. De openbare instellingen kunnen als gemachtigde optreden in naam van hun cliënten bij een ondernemingsloket.
  § 4. De minister kan overgaan tot de erkenning van een ondernemingsloket georganiseerd door een vereniging zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of uitsluitend gefinancierd met openbare middelen en die informatie-, begeleidings- of adviesactiviteiten uitoefent voor ondernemingsoprichters als blijkt dat in een zone die door de Europese of regionale overheid geografisch bepaald wordt als een zone die in aanmerking moet komen voor positieve discriminatie, geen actief ondernemingsloket bestaat.
  Bij de toepassing van het voorafgaande lid zijn de erkenningsvoorwaarden voorzien in artikel III.61, § 1, 2° en § 2, niet van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.63.
  <Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 7, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. III.64. [1 De erkenning wordt toegekend of geweigerd door de minister binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de volledigheid van de erkenningsaanvraag. Deze beslissing wordt de aanvrager betekend per aangetekende zending.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.65. [1 De aanvrager heeft de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen indien de redenen voor de weigering niet langer bestaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.66. [1 De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en is hernieuwbaar.
  De minister maakt de lijst van de erkende ondernemingsloketten en van hun vestigingseenheden bekend op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en ook jaarlijks vóór 31 maart in het Belgisch Staatsblad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.67. [1 De aanvraag om de erkenning van het ondernemingsloket te vernieuwen wordt zes maanden voor het verstrijken van de periode waarvoor de vorige erkenning verleend werd, gericht aan de minister.
  Het ondernemingsloket blijft erkend tot de minister zich uitgesproken heeft over de aanvraag tot vernieuwing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.68. [1 Elke wijziging van de gegevens verstrekt op het ogenblik van de erkenningsaanvraag moet binnen de maand worden meegedeeld aan de minister. Deze mededeling omschrijft en motiveert de wijziging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.69. [1 De minister kan, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning, ambtshalve beslissen de erkenning te schorsen of in te trekken wanneer de bepalingen van deze titel, zijn uitvoeringsbesluiten of de erkenningsvoorwaarden niet gerespecteerd worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 3. [1 Verplichtingen van de ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.70. [1 De ondernemingsloketten moeten de continuïteit van de uitvoering van de taken voorzien in artikel III.59 in de tijd verzekeren.
  De Koning kan de nadere regels vastleggen voor de door de ondernemingsloketten te leveren waarborgen om de continuïteit van de dienstverlening in de tijd te verzekeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.71. [1 De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de kwaliteitsnormen waaraan de dienstverlening van de ondernemingsloketten moeten beantwoorden, de minimale openingstijden en de bijzondere regels betreffende het beheer, de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.72. [1 De ondernemingsloketten moeten aan de overheden, de administraties en de diensten, met inbegrip van de parketten, de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de leden van de rechterlijke machten de daartoe gemachtigde ambtenaren van de ministeries, alsook de besturen van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties en de federaties van gemeenten en de gemeenten, en andere instellingen of organisaties aangeduid door de Koning, wanneer zij daartoe door hen wordt aangezocht, onverwijld en kosteloos, op de wijze door de Koning bepaald, alle in hun bezit zijnde inlichtingen verstrekken, inzage verlenen van alle in hun bezit zijnde documenten en stukken en deze instanties bovendien de afschriften of uittreksels te verstrekken, welke zij nodig achten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 4. [1 Vergoeding van de ondernemingsloketten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.73. [1 § 1. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de ministerraad :
  1° het percentage vaststellen dat de ondernemingsloketten inhouden van de ontvangen inschrijvings-, registratie- en publicatierechten, en retributies, als vergoeding voor hun opdracht met toepassing van de artikelen III.50 en III.59, 8° ;
  2° de in 1° bedoelde vergoeding aanpassen, volgens door Hem vastgestelde nadere regels, om de kwaliteit van de dienstverlening te stimuleren;
  3° de bedragen vastleggen die de ondernemingsloketten ontvangen voor formaliteiten waarvoor zij de beslissingsbevoegdheid hebben toegewezen gekregen van een federale administratie, zoals bedoeld in artikel III.59, 6°.
  § 2. De ondernemingsloketten kunnen voor de bijkomende diensten aan ondernemingen, bedoeld in artikel III.59, § 2, een prijs vaststellen per verrichting of forfaitair op jaarbasis.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Titel 3. [1 Algemene verplichtingen van de ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 1. [1 Informatie, transparantie en niet-discriminatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 1. [1 Informatie- en transparantieverplichtingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.74. [1 § 1. Onverminderd bijzondere wettelijke en reglementaire voorschriften, stelt elke onderneming op een der wijzen vermeld in artikel III.75, de volgende gegevens ter beschikking :
  1° haar naam of haar maatschappelijke benaming;
  2° haar rechtsvorm;
  3° het geografisch adres waar de onderneming is gevestigd;
  4° haar adresgegevens, met inbegrip van haar eventueel e-mailadres, die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met haar mogelijk maken;
  5° het ondernemingsnummer;
  6° haar maatschappelijke zetel;
  7° wanneer voor de activiteit een vergunningstelsel geldt, een vergunnings- of aangifteplicht, in overeenstemming met artikel 17 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, de adresgegevens van de bevoegde autoriteit of het ondernemingsloket;
  8° wat betreft de gereglementeerde beroepen :
  a) de handelsvereniging of beroepsorganisatie waarbij de onderneming is ingeschreven;
  b) de beroepstitel en de lidstaat waar die is verleend;
  9° de algemene voorwaarden en de bepalingen die de onderneming in voorkomend geval hanteert alsmede de talen waarin deze algemene voorwaarden en bepalingen kunnen worden geraadpleegd;
  10° het eventuele bestaan van door de onderneming gehanteerde contractbepalingen betreffende het op de overeenkomst toepasselijke recht of betreffende de bevoegde rechter;
  11° het eventuele bestaan van een niet bij wet voorgeschreven garantie na verkoop;
  12° de prijs van de dienst wanneer de onderneming de prijs van een bepaalde soort dienst vooraf heeft vastgesteld;
  13° de belangrijkste kenmerken van de ondernemingsactiviteit;
  14° de in artikel III.6 bedoelde verzekering of waarborgen, met name de adresgegevens van de verzekeraar of de borg en de geografische dekking.
  § 2. Wanneer de ondernemingen in een informatiedocument hun ondernemingsactiviteiten in detail beschrijven, nemen zij hierin informatie op over hun multidisciplinaire activiteiten en partnerschappen die rechtstreeks verband houden met de betrokken ondernemingsactiviteiten en over de maatregelen genomen ter voorkoming van belangenconflicten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.75. [1 Op initiatief van de onderneming worden de gegevens bedoeld in artikel III.74 :
  1° verstrekt aan de afnemer; of
  2° voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk gemaakt op de plaats waar de ondernemingsactiviteit wordt verricht of de overeenkomst wordt gesloten; of
  3° voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk gemaakt op een door de onderneming meegedeeld elektronisch adres; of
  4° opgenomen in elk door de onderneming verstrekt informatiedocument waarin haar activiteiten in detail worden beschreven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.76. [1 Op verzoek van de afnemer, verstrekt de onderneming de volgende aanvullende informatie :
  1° wanneer de onderneming de prijs van een bepaald soort goed of dienst niet vooraf heeft vastgesteld, de prijs van het goed of de dienst of, indien de precieze prijs niet kan worden gegeven, de manier waarop de prijs wordt berekend, zodat de afnemer de prijs kan controleren, of een voldoende gedetailleerde kostenraming;
  2° voor gereglementeerde beroepen, een verwijzing naar de geldende beroepsregels en de wijze waarop hierin inzage kan worden verkregen;
  3° informatie over haar multidisciplinaire activiteiten en partnerschappen die rechtstreeks verband houden met het betrokken goed of de betrokken dienst, en over de maatregelen genomen ter voorkoming van belangenconflicten;
  4° de gedragscodes die op de onderneming van toepassing zijn alsmede het adres waar zij elektronisch kunnen worden geraadpleegd en de beschikbare talen waarin deze codes kunnen worden geraadpleegd;
  5° de vorige versies, die van toepassing waren op het ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst, met de van toepassing zijnde begin- en einddatum, van de gegevens bedoeld in artikel III.74, 9°.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.77. [1 De informatie bedoeld in de artikelen III.74 en III.76 worden helder, ondubbelzinnig en tijdig voor de sluiting van enige overeenkomst of, indien er geen schriftelijke overeenkomst is, voor de levering van de goederen of verrichting van de dienst, meegedeeld of beschikbaar gesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.78. [1 Elke onderneming heeft de plicht aan te tonen dat aan de eisen voorzien in de artikelen III.74 tot III.77 is voldaan en dat de verstrekte informatie juist is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.79. [1 De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan de bijkomende informatieverplichtingen die van toepassing zijn op ondernemingen die in België hun vestiging hebben.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Afdeling 2. [1 Niet-discriminatie van de afnemers.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.80. [1 Afnemers worden niet onderworpen aan vereisten die het gebruik van een dienst van een in een andere lidstaat gevestigde onderneming beperken. De volgende vereisten worden met name bedoeld :
  1° een verplichting bij hun bevoegde autoriteiten een vergunning te verkrijgen of een verklaring af te leggen;
  2° discriminerende beperkingen op het verkrijgen van financiële bijstand vanwege het feit dat de onderneming in een andere lidstaat is gevestigd of vanwege de plaats waar de dienst wordt verricht.
  Het eerste lid is niet van toepassing op de vergunningstelsels die ook van toepassing zijn op het gebruik van een dienst die door een in België gevestigde onderneming wordt verricht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.81. [1 De afnemers worden niet onderworpen aan discriminerende vereisten op grond van nationaliteit of woonplaats.
  De algemene voorwaarden voor toegang tot een dienst, die door de onderneming voor het publiek toegankelijk worden gemaakt, bevatten geen discriminerende bepalingen in verband met de nationaliteit of verblijfplaats van de afnemer, zonder evenwel de mogelijkheid uit te sluiten om verschillende voorwaarden voor toegang te stellen wanneer die verschillen rechtstreeks door objectieve criteria worden gerechtvaardigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Hoofdstuk 2. [1 Boekhouding van de ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.82. [1 Elke onderneming voert een voor de aard en de omvang van haar bedrijf passende boekhouding en neemt de bijzondere wetsvoorschriften betreffende dat bedrijf in acht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.83. [1 De boekhouding van rechtspersonen omvat al hun verrichtingen, bezittingen, en rechten van welke aard ook, en hun vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook. De boekhouding van de natuurlijke personen die koopman zijn, omvat dezelfde gegevens betreffende hun ondernemingsactiviteit; de eigen middelen aan deze ondernemingsactiviteit verstrekt, worden afzonderlijk vermeld.
  Indien een onderneming onderscheiden ondernemingsactiviteiten uitoefent, wordt voor elk van die activiteiten een afzonderlijk systeem van rekeningen aangelegd.
  Wanneer het bedrijf van een onderneming ook werkzaamheden omvat die zij als zaakvoerder of deelgenoot in een tijdelijke handelsvereniging of in een handelsvereniging bij wijze van deelneming verricht, wordt haar boekhouding derwijze aangepast dat ze naar het voorschrift van het eerste lid volledig is, zowel wat betreft de betrekkingen met derden als wat betreft de rekening en verantwoording die door de deelgenoten onderling of door zaakvoerder en deelgenoten aan elkaar moet worden gedaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.84.[1 Elke boekhouding wordt door middel van een stelsel van boeken en rekeningen gevoerd met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden.
  Alle verrichtingen worden zonder uitstel, getrouw, volledig en naar tijdsorde ingeschreven in een ongesplitst dagboek of in een hulpdagboek, al dan niet gesplitst in bijzondere hulpdagboeken. Ze worden methodisch ingeschreven in of overgebracht naar de rekeningen waarop ze betrekking hebben.
  [2 Voor de ondernemingen die overeenkomstig artikel 21bis, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling over de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde beschikken over een geregistreerd kassasysteem, worden het bijzondere hulpdagboek voor de verkoopverrichtingen, bedoeld in het tweede lid, en het derde dagboek voor die verrichtingen, vermeld in artikel III.85, eerste lid, 3°, vervangen door het geregistreerde kassasysteem vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen.]2
  Voor gezamenlijke mutaties die in de loop van de periode in het ongesplitste hulpdagboek of in de bijzondere hulpdagboeken zijn geregistreerd, wordt ten minste eens in de maand een samenvattende boeking verricht in een centraal boek. Die recapitulatie geschiedt ten minste eens in de drie maanden voor de in artikel III.85 bedoelde ondernemingen die hun boekhouding voeren overeenkomstig de voorschriften van de artikelen III.83 en III.84.
  De in het vorige lid bedoelde samenvattende boeking omvat, hetzij het totaal van de boekingen in de gezamenlijke hulpdagboeken, uitgesplitst volgens de betrokken hoofdrekeningen die in het rekeningenstelsel van de onderneming voorkomen, hetzij het totaal van de boekingen in elk van de hulpdagboeken, wanneer de onderneming een boekhouding voert waarbij de aantekening tegelijk in de hulpdagboeken en op de betrokken rekeningen geschiedt.
  De rekeningen worden ondergebracht in een voor het bedrijf van de onderneming passend rekeningenstelsel ingericht naar de eisen van de bedrijfsuitoefening van de onderneming. Dit rekeningenstelsel wordt zowel in de zetel als in de belangrijke boekhoudingafdelingen voortdurend ter beschikking gehouden van belanghebbenden.
  De Koning bepaalt de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel. Hij stelt vast wat de rekeningen van dat stelsel moeten bevatten en hoe ze moeten worden gebruikt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2014-04-02/21, art. 5, 014; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.85. [1 De natuurlijke personen die koopman zijn, de vennootschappen onder firma en de gewone commanditaire vennootschappen waarvan de omzet over het laatste boekjaar, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, een door de Koning bepaald bedrag niet overschrijdt, behoeven geen boekhouding te voeren volgens de voorschriften van de artikelen III.83 en III.84, indien zij alle verrichtingen zonder uitstel, getrouw, volledig en naar tijdsorde inschrijven in ten minste drie dagboeken zodanig ingericht dat in bijzonderheden kunnen worden gevolgd :
  1° in het eerste, de mutaties in de liquide middelen in contanten of op rekening, met omschrijving van de verrichtingen en afzonderlijke vermelding van onttrekkingen van gelden anders dan ten behoeve van hun bedrijf, alsmede de dagelijkse saldi in contanten;
  2° in het tweede, de inkoop- en invoerverrichtingen en de ontvangen diensten met vermelding van het bedrag en van de wijze en de dag van betaling;
  3° in het derde, de verkoop- en uitvoerverrichtingen en de geleverde diensten met vermelding van het bedrag en van de wijze en de dag van inning alsmede de onttrekkingen in natura anders dan ten behoeve van hun bedrijf.
  Van de onttrekkingen bedoeld in het eerste lid, 1° en 3°, kunnen dagelijks de totale bedragen worden ingeschreven.
  Het bedrag, de wijze en de dag van betaling of van inning behoeven niet te worden vermeld in de dagboeken bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, indien deze gegevens voorkomen op de inkoopfacturen of op het dubbel van de verkoopfacturen dan wel op de volledige staten die in de vorm van een rekening leveranciers of rekening klanten worden bijgehouden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.86. [1 Elke boeking geschiedt aan de hand van een gedagtekend verantwoordingsstuk, waarnaar zij moet verwijzen.
  Voor verrichtingen van verkoop en dienstverlening in het klein waarvoor geen factuur vereist is, kan de boeking geschieden door middel van een dagelijkse, gezamenlijke inschrijving.
  De Koning stelt nadere regels betreffende de stukken ter verantwoording van de dagelijkse, gezamenlijke inschrijvingen, bedoeld in het tweede lid.
  De verantwoordingsstukken worden methodisch opgeborgen en zeven jaar bewaard, in origineel of in afschrift. Stukken die niet strekken tot bewijs jegens derden, worden drie jaar bewaard.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.87. [1 § 1. De boeken worden per blad genummerd; ze vormen elk in hun soort een doorlopende reeks; ze dragen de vermelding van hun soort, hun plaats in de reeks en de naam, de firmanaam of de bijzondere naam van de onderneming.
  § 2. De boeken worden op zodanige wijze gehouden dat de materiële continuïteit ervan, evenals de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen zijn verzekerd.
  De Koning stelt nadere regels voor het houden en bewaren van de boeken. Hij kan de werkwijze voorgeschreven in artikel III.84, derde en vierde lid, vervangen of toestaan dat ze, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, wordt vervangen door een andere die de materiële continuïteit van de boeken evenals de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen waarborgt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.88. [1 De boeken worden naar tijdsorde bijgehouden, zonder enig wit vak of enige weglating. In geval van correctie moet het oorspronkelijk geschrevene leesbaar blijven.
  De ondernemingen moeten hun boeken bewaren gedurende zeven jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.89. [1 § 1. Elke onderneming verricht, omzichtig en te goeder trouw, ten minste eens per jaar de nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen om op een door haar gekozen datum de inventaris op te maken van al haar bezittingen, en rechten van welke aard ook, en van haar vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook, die betrekking hebben op haar bedrijf, en van de eigen middelen daaraan verstrekt. De inventarisstukken worden ingeschreven in een boek. De stukken die wegens hun omvang bezwaarlijk kunnen worden overgeschreven, worden in dat boek samengevat en erbij gevoegd.
  § 2. De inventaris wordt ingericht overeenkomstig het rekeningenstelsel van de onderneming.
  De Koning kan maatstaven voor de waardering van de inventaris bepalen.
  Deze paragraaf geldt niet voor de in artikel III.85 bedoelde ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.90.[1 § 1. Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris, worden ze samengevat en beschreven in een staat, zijnde de jaarrekening.
  § 2. De ondernemingen die niet zijn onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen en de uitvoeringsbesluiten ervan [2 en die geen onderneming zijn in de zin van artikel III.85]2 moeten zich gedragen naar de bepalingen daarvan wat de vorm, de inhoud, de controle en de neerlegging van de jaarrekening en het jaarverslag betreft.
  De inhoud en de omvang van hun verplichtingen worden bepaald op basis van dezelfde criteria inzake personeelsbestand, jaaromzet en balanstotaal als degene die gelden voor de ondernemingen onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen.
  De jaarrekening van de openbare instellingen bedoeld in artikel I.5, 1°, c, moet worden neergelegd binnen zeven maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar, ook al werd de procedure van toezicht en goedkeuring waaraan zij in voorkomend geval is onderworpen nog niet beëindigd. In dergelijk geval maakt de neergelegde jaarrekening van dit feit uitdrukkelijk melding.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op :
  1° de natuurlijke personen die koopman zijn en die bedoeld worden in artikel III.85;
  2° de ondernemingen bedoeld in artikel I.5, 1°, d), waarop dit hoofdstuk 2 niet van toepassing is verklaard;
  3° de ondernemingen bedoeld in artikel III.95, § 1;
  4° de verzekerings- en herverzekerings-ondernemingen;
  5° de door buitenlandse ondernemingen die niet zijn onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden, wanneer die bijkantoren en centra van werkzaamheden geen eigen opbrengsten hebben door verkoop van goederen of dienstverlening aan derden of door geleverde goederen of verleende diensten aan de buitenlandse onderneming waarvan zij afhangen en waarvan de werkingskosten volledig door de laatstgenoemde worden gedragen;
  6° de natuurlijke personen die koopman zijn, wat de neerlegging van de jaarrekening en het jaarverslag betreft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2015-12-18/31, art. 38, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>

  Art. III.91. [1 § 1. De openbare instellingen naar Belgisch recht die een statutaire opdracht vervullen van commerciële, financiële of industriële aard, met uitzondering van de ondernemingen die bedoeld zijn in artikel III.95, § 1, moeten zich gedragen naar de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en de uitvoeringsbesluiten ervan voor wat de vorm, de inhoud, de controle en de neerlegging van een geconsolideerde jaarrekening en geconsolideerd jaarverslag betreft.
  De inhoud en de omvang van hun verplichtingen wordt bepaald op basis van dezelfde criteria inzake personeelsbestand, jaaromzet en balanstotaal als degene die gelden voor de ondernemingen onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen.
  De Koning kan het toepassingsgebied van de in het tweede lid bedoelde bepalingen uitbreiden tot andere in artikel I.5,1°, bedoelde ondernemingen.
  § 2. De Koning kan de door Hem op grond van artikelen III.84, zesde lid, III.89, § 2, III.90 en III.91, § 1, gestelde regels aanpassen, aanvullen of er geheel of gedeeltelijk vrijstelling van verlenen naargelang van de omvang van de onderneming alsmede de bedrijfstakken en de economische sectoren waarin zij werkzaam is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.92. [1 De koninklijke besluiten ter uitvoering van dit hoofdstuk worden genomen na overleg in de ministerraad.
  De besluiten ter uitvoering van artikel III.84, zesde lid, artikel III.89, § 2 en artikelen III.90 en III.91 worden genomen na advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
  De besluiten ter uitvoering van artikel I.5, 1°, en de wijzigingsbesluiten worden genomen na advies van de organisaties die de betrokken ondernemingen vertegenwoordigen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.93.[1 § 1. De Koning stelt een Commissie voor Boekhoudkundige Normen in; deze heeft tot taak :
   1° de regering en het Parlement op hun verzoek of uit eigen beweging van advies te dienen;
   2° door middel van adviezen en aanbevelingen bij te dragen tot de ontwikkeling van de leer van het boekhouden en de beginselen te bepalen van een regelmatige boekhouding.
  [2 De commissie voor Boekhoudkundige Normen is een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid.]2
   § 2. De Koning stelt in de schoot van de Commissie voor Boekhoudkundige normen een afzonderlijk College in dat tot taak heeft door middel van een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht vragen te beantwoorden betreffende de toepassing van de wettelijke bepalingen van het Belgisch Boekhoudrecht die onder de bevoegdheid van de Commissie vallen en waarvoor het op formele wijze wordt gevat.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-12/04, art. 2, 041; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2017-04-18/03, art. 4, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>

  Art. III.93/1. [1 § 1. Onder Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt verstaan het antwoord waarbij het College overeenkomstig de van kracht zijnde bepalingen vaststelt hoe de wet in hoofde van de aanvrager wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting die op jaarrekeningrechtelijk vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
   § 2. De aanvraag om een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt schriftelijk gericht aan het College. Zij moet gemotiveerd zijn en ondertekend zijn door een persoon die daartoe gemachtigd is door de aanvrager.
   Zij moet bevatten :
   - de identiteit van de aanvrager en, in voorkomend geval, die van de betrokken partijen en derden;
   - de beschrijving van de activiteiten van de aanvrager;
   - de volledige beschrijving van de bijzondere situatie of verrichting;
   - de verwijzing naar de wettelijke of reglementaire bepalingen waarop het antwoord moet slaan.
   De aanvraag bevat, in voorkomend geval, een volledige kopie van de aanvragen die voor hetzelfde onderwerp werden ingediend bij een overheid, en van de beslissingen met betrekking tot deze aanvragen.
   Zolang het College geen antwoord heeft gegeven, moet de aanvraag worden aangevuld met elk nieuw element dat betrekking heeft op de voorgenomen situatie of verrichting.
   § 3. De Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht wordt meegedeeld aan de aanvrager binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop het dossier alle nodige elementen bevat om een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht af te leveren. Het College en de aanvrager kunnen in onderlinge overeenstemming deze termijn wijzigen.
   Ten laatste binnen vijftien werkdagen vanaf het ogenblik dat de aanvraag volledig is, licht het College de aanvrager in over de overeenkomstig het vorige lid vastgestelde antwoordtermijn.
   § 4. Een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan niet worden gegeven wanneer:
   1° de aanvraag betrekking heeft op situaties of verrichtingen die identiek zijn aan die welke op jaarrekeningrechtelijk vlak reeds gevolgen hebben ten name van de aanvrager of op jaarrekeningrechtelijk vlak het voorwerp uitmaken van een administratief beroep of gerechtelijke handeling tussen de Belgische Staat en de aanvrager of aanhangig zijn gemaakt bij de rechterlijke macht;
   2° het treffen van een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht niet aangewezen is of zonder uitwerking is op grond van de in de aanvraag aangevoerde wettelijke of reglementaire bepalingen;
   3° de aanvraag voornamelijk fiscaalrechtelijke gevolgen ressorteert, tenzij in casu de primauteit van het boekhoudrecht reeds werd erkend of tenzij de aanvrager ermee instemt dat een overleg plaatsvindt met de bevoegde belastingautoriteit of er mee instemt dat met betrekking tot de voorliggende verrichting of situatie een aanvraag om voorafgaande beslissing in fiscale zaken zal worden ingediend die een overleg met de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken bij de Federale Overheidsdienst Financiën, opgericht bij koninklijk besluit van 13 augustus 2004, tot gevolg heeft.
   Een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan bovendien niet worden gegeven wanneer :
   1° bij het indienen van de aanvraag, essentiële elementen van de beschreven verrichting of situatie betrekking hebben op een vluchtland dat niet samenwerkt met de OESO;
   2° de beschreven verrichting of situatie geen economische substantie heeft in België.
   § 5. De Koning bepaalt wie de leden van het College dient voor te dragen, gekozen uit de leden van de Commissie waarbij minstens één lid tevens deel uitmaakt van het College dat overeenkomstig artikel 26 van de wet van 24 december 2002 belast is met de leiding van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken bij de Federale Overheidsdienst Financiën, benoemt de leden van het College, bepaalt de werkingsmodaliteiten van het College, bepaalt de in paragraaf 4, eerste lid, 2°, bedoelde materies en bepalingen, stelt nadere regels op met betrekking tot de termijn waarvoor een individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht kan worden gegeven en duidt aan wanneer een Individuele Beslissing inzake Boekhoudrecht ophoudt te bestaan.
   § 6. De Individuele Beslissingen inzake Boekhoudrecht worden op anonieme wijze gepubliceerd op de website van de Commissie.
   § 7. De minister van Economie zendt elk jaar een verslag over de toepassing van artikel III.93, § 2, van het Wetboek van economisch recht naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.
   De identiteit van de aanvragers, de leden van het College en de leden van het wetenschappelijk secretariaat wordt niet in het verslag vermeld.
   Het verslag wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers openbaar gemaakt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-12/04, art. 3, 041; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  

  Art. III.93/2. [1 § 1. De werkingskosten van de Commissie voor boekhoudkundige normen met inbegrip van deze van het voormelde College worden gedragen door de in artikel I.5, 1°, bedoelde ondernemingen die hun jaarrekening of hun geconsolideerde jaarrekening openbaar moeten maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België. De Koning bepaalt het bedrag van deze bijdrage, die echter niet hoger mag zijn dan 3,72 euro geïndexeerd volgens dezelfde regels als deze die werden vastgesteld voor de indexering van de wedden en lonen in de overheidsdiensten. De Nationale Bank van België int deze bijdrage samen met de kosten voor de openbaarmaking van de jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening en maakt haar over aan de Commissie.
   § 2. Op de voorzitter na moeten de leden van de Commissie en van het College telkens voor de helft bestaan uit natuurlijke personen behorend tot de Nederlandse taalrol en voor de helft uit natuurlijke personen van de Franstalige taalrol.
   § 3. Elk lid van de Commissie, elk lid van het College en de medewerkers van de Commissie zijn, buiten het uitoefenen van hun opdracht, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan zij wegens de uitvoering van hun opdracht kennis hebben. Voor wat betreft de dossiers Individuele Beslissingen inzake Boekhoudrecht oefenen de leden van het College en de medewerkers van de Commissie hun opdracht uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, daaronder begrepen de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtsmachten, en van de Gemeenschappen en de Gewesten en de openbare instellingen of inrichtingen, inlichtingen verstrekken welke voor die diensten, instellingen of inrichtingen nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-12/04, art. 4, 041; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  

  Art. III.94. [1 De minister of zijn afgevaardigde kan in bijzondere gevallen, na een met redenen omkleed advies van de in artikel III.93 vermelde Commissie voor Boekhoudkundige Normen, toestaan dat wordt afgeweken van de regels vastgesteld op grond van artikel III.84, zesde lid, artikel III.89, § 2, artikel III.90 en artikel III.91. Deze bevoegdheid wordt op dezelfde wijze door de minister bevoegd voor Middenstand of zijn afgevaardigde uitgeoefend ten aanzien van de vennootschappen en andere ondernemingen die als klein kunnen worden beschouwd in de zin van het Wetboek van Vennootschappen. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen wordt in kennis gesteld van het besluit van de minister of zijn afgevaardigde.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>

  Art. III.95.[1 § 1. Artikel III.85 en de artikelen III.90 tot III.94, alsook de besluiten genomen ter uitvoering van artikel III.84, zesde lid, en artikel III.89, § 2, zijn niet van toepassing op de Nationale Bank van België, de Deposito- en Consignatiekas, de kredietinstellingen [2 die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen en de beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]2.
  § 2. Artikel III.85 en artikel III.90, § 2, tweede lid, zijn niet van toepassing op de verzekeringsondernemingen en ondernemingen van hypothecair krediet en kapitalisatie.
  De artikelen III.84, zesde lid, III.89, § 2, III.90, § 2, eerste lid, III.91, § 2, en III.94 zijn niet van toepassing op de verzekeringsondernemingen die door de Koning zijn toegelaten op grond van de wetgeving betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-07-17/32, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 09-05-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 171, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  BOEK IV. - [1 Bescherming van de mededinging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  TITEL 1. - [1 Mededingingsregels]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  HOOFDSTUK 1. - [1 Restrictieve mededingingspraktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.1. [1 § 1. Zijn verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing vereist is, alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Belgische betrokken markt of op een wezenlijk deel ervan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in :
  1° het rechtstreeks of onrechtstreeks bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden;
  2° het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen;
  3° het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen;
  4° het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hen daarmee nadeel berokkenend bij de mededinging;
  5° het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten, van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.
  § 2. De krachtens dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten zijn van rechtswege nietig.
  § 3. De bepalingen van paragraaf 1 zijn echter niet van toepassing op :
  1° elke overeenkomst of groep van overeenkomsten tussen ondernemingen,
  2° elk besluit of groep van besluiten van ondernemingsverenigingen, en
  3° elke onderling afgestemde feitelijke gedraging of groep van gedragingen die bijdragen tot verbetering van de productie of van de verdeling of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang of die de kleine en middelgrote ondernemingen de mogelijkheid bieden om hun concurrentiepositie op de betrokken markt of op de internationale markt te verstevigen, waarbij een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen :
  a) beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn;
  b) de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen.
  § 4. Het is natuurlijke personen verboden in naam en voor rekening van een onderneming of ondernemingsvereniging met concurrenten te onderhandelen of met hen afspraken te maken over :
  a) het vaststellen van de prijzen bij verkoop van producten of diensten aan derden;
  b) het beperken van de productie of verkoop van producten of diensten;
  c) het toewijzen van markten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.2. [1 Het is verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing nodig is, dat één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan.
  Dit misbruik kan met name bestaan in :
  1° het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden;
  2° het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers;
  3° het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;
  4° het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.3. [1 De bij artikel IV.1, § 1, en artikel IV.2 bedoelde praktijken worden hierna restrictieve mededingingspraktijken genoemd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.4. [1 Het verbod van artikel IV.1, § 1, geldt niet voor overeenkomsten, besluiten van ondernemingsverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen waarvoor door een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen of een verordening of een beschikking van de Europese Commissie artikel 101, § 3, VWEU van toepassing is verklaard.
  Het verbod van artikel IV.1, § 1, geldt niet voor overeenkomsten, besluiten van ondernemingsverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die de handel tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden of de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet beperken, verhinderen of vervalsen, doch die de bescherming zouden genieten van een verordening bedoeld in het eerste lid ingeval zij deze handel wel zouden beïnvloeden of deze mededinging wel zouden beperken, verhinderen of vervalsen.
  Het verbod van artikel IV.1, § 1, is niet van toepassing op categorieën van overeenkomsten, besluiten van ondernemingsverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die binnen de werkingssfeer vallen van een koninklijk besluit genomen op grond van artikel IV.5.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.5. [1 § 1. De Koning kan, na raadpleging van de Commissie voor de Mededinging als bedoeld in artikel IV. 39 en van de Belgische Mededingingsautoriteit, bij besluit verklaren dat artikel IV.1, § 1, niet van toepassing is op categorieën overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen.
  Het besluit wordt met redenen omkleed. Er wordt overleg over gepleegd in de Ministerraad, wanneer het afwijkt van het advies of het verzoek van de Belgische Mededingingsautoriteit.
  § 2. Het koninklijk besluit omschrijft de categorieën van overeenkomsten, van besluiten en van onderling afgestemde feitelijke gedragingen waarop het van toepassing is en geeft met name aan :
  1° de beperkingen of de bepalingen die er niet in mogen voorkomen;
  2° de bepalingen die erin moeten voorkomen of de andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan.
  Dit koninklijk besluit wordt voor een beperkte tijdsduur genomen. Het kan worden opgeheven of gewijzigd wanneer de omstandigheden gewijzigd zijn met betrekking tot een punt van wezenlijk belang voor zijn vaststelling; in dit geval wordt voorzien in een overgangsregeling voor de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen bedoeld door het voorafgaande besluit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Concentraties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.6. [1 § 1. Voor de toepassing van dit boek komt een concentratie tot stand indien er een duurzame wijziging van zeggenschap voortvloeit uit :
  1° de fusie van twee of meer voorheen onafhankelijke ondernemingen of delen van ondernemingen; of
  2° het verkrijgen, door één of meer personen die reeds de zeggenschap over ten minste één onderneming bezitten of door één of meer ondernemingen, van de zeggenschap - door de verwerving van participaties in het kapitaal of de aankoop van vermogensbestanddelen, bij overeenkomst of op elke andere wijze - rechtstreeks of onrechtstreeks, over één of meer andere ondernemingen of delen daarvan.
  § 2. De oprichting van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, vormt een concentratie in de zin van paragraaf 1, 2°.
  § 3. Voor de toepassing van dit boek berust de zeggenschap op rechten, overeenkomsten of andere middelen die afzonderlijk of gezamenlijk met inachtneming van alle feitelijke en juridische omstandigheden, het mogelijk maken een bepalende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name :
  1° eigendoms- of gebruiksrechten op alle vermogensbestanddelen van een onderneming of delen daarvan;
  2° rechten of overeenkomsten die een bepalende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de ondernemingsorganen.
  § 4. De zeggenschap wordt verkregen door de persoon/personen of de onderneming/ondernemingen :
  1° die zelf rechthebbenden zijn of aan deze overeenkomsten rechten ontlenen; of
  2° die, hoewel zij zelf geen rechthebbenden zijn, noch aan deze overeenkomsten rechten ontlenen, de bevoegdheid hebben de daaruit ontstane rechten uit te oefenen.
  § 5. Geen concentratie in de zin van paragraaf 1 komt tot stand :
  1° indien kredietinstellingen, andere financiële instellingen, of verzekeringsmaatschappijen tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van financiële instrumenten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijke deelnemingen houden die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het concurrentiegedrag van deze ondernemingen te bepalen of mits zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze onderneming of van haar activa, geheel of gedeeltelijk, of de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen één jaar na de verwerving; deze termijn bedraagt twee jaar wanneer de deelnemingen verworven werden als bewijs van dubieuze of onbetaald gebleven vorderingen;
  2° indien de zeggenschap wordt verworven door een gerechtelijk mandataris of overheidsmandataris, op grond van een gerechtelijke beslissing of een andere procedure van gedwongen vereffening;
  3° indien de in paragraaf 1, 2°, bedoelde handelingen worden uitgevoerd door participatiemaatschappijen zoals bedoeld in artikel 5, 3, van de vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, met dien verstande echter dat de stemrechten die aan de in bezit zijnde deelnemingen zijn verbonden, slechts worden uitgeoefend om, met name door de benoeming van de leden van de raden van bestuur en van toezicht van de ondernemingen waarin zij deelnemingen houden, de volledige waarde van deze investeringen veilig te stellen en niet om rechtstreeks of onrechtstreeks het concurrentiegedrag van die ondernemingen te bepalen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.7. [1 § 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn slechts van toepassing wanneer de betrokken ondernemingen samen in België een omzet, bepaald volgens de in artikel IV.8 bedoelde criteria, van meer dan 100 miljoen euro bereiken en ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk in België een omzet halen van ten minste 40 miljoen euro.
  § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Commissie voor de Mededinging, bedoeld in artikel IV.39, de drempels bedoeld in paragraaf 1 verhogen.
  § 3. Om de drie jaar gaat de Belgische Mededingingsautoriteit over tot een toetsing van de drempels bedoeld in paragraaf 1, daarbij onder andere rekening houdende met de economische impact en de administratieve last voor de ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.8. [1 § 1 De omzet bedoeld in artikel IV.7 is de totale omzet gehaald tijdens het vorige boekjaar in België. Hij moet worden begrepen in de zin van het Wetboek van Vennootschappen, boek IV, titel VI over de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen.
  § 2. Als een concentratie bestaat in de verwerving van delen - die al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten - van een of meer ondernemingen of van een groep ondernemingen - wordt in afwijking van paragraaf 1 alleen het omzetcijfer dat betrekking heeft op de delen, die aldus het voorwerp van de transactie zijn, in hoofde van de vervreemder of vervreemders, in aanmerking genomen.
  Twee of meer transacties bedoeld in het eerste lid, die binnen een periode van twee jaar plaatsvinden tussen dezelfde personen of ondernemingen, moeten evenwel worden beschouwd als één concentratie die plaatsvindt op de datum van de laatste transactie.
  § 3. De omzet wordt vervangen :
  1° bij kredietinstellingen en andere financiële instellingen, door de som van de onderstaande batenposten, omschreven in het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, in voorkomend geval na aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde en van andere rechtstreeks met de betrokken baten samenhangende belastingen :
  a) rente en soortgelijke baten;
  b) opbrengsten uit waardepapieren :
  - opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren;
  - opbrengsten uit deelnemingen;
  - opbrengsten uit aandelen in verbonden ondernemingen;
  c) ontvangen provisies;
  d) nettobaten uit financiële transacties;
  e) overige bedrijfsopbrengsten.
  De omzet in België van een kredietinstelling of een financiële instelling omvat de hierboven omschreven batenposten van het bijkantoor of de afdeling van deze in België gevestigde instelling.
  2° bij verzekeringsmaatschappijen, door de waarde van de bruto geboekte premies, die alle uit hoofde van de door of namens de verzekeringsonderneming gesloten verzekeringsovereenkomsten ontvangen en te ontvangen bedragen omvatten, met inbegrip van de aan herverzekering afgestane premies en na aftrek van belastingen en parafiscale bijdragen of heffingen over het bedrag van de afzonderlijke premies of het totale premievolume. Er wordt rekening gehouden met de brutopremies gestort door de ingezetenen in België.
  § 4. Wat betreft de toepassing van artikel IV.7 en onverminderd paragraaf 2, wordt het omzetcijfer van elk der ondernemingen verkregen door de som te maken van de omzetcijfers van alle ondernemingen die tot dezelfde groep behoren.
  Worden beschouwd als deel uitmakend van dezelfde groep, de ondernemingen die verbonden zijn in de zin van het Wetboek van Vennootschappen, boek IV, titel VI over de geconsolideerde jaarrekeningen van de ondernemingen.
  § 5. Voor de openbare ondernemingen bedoeld in artikel IV.12, is de in aanmerking te nemen omzet deze van alle ondernemingen die een economisch geheel vormen met een zelfstandige beslissingsbevoegdheid, ongeacht de vraag wie het kapitaal ervan bezit of welke regels van bestuurlijk toezicht daarop van toepassing zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.9. [1 § 1. Voor de concentraties is de voorafgaande goedkeuring nodig van de Belgische Mededingingsautoriteit, die vaststelt of zij al of niet toelaatbaar zijn.
  § 2. Bij de in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt rekening gehouden met :
  1° de noodzaak een daadwerkelijke mededinging op de nationale markt te handhaven en te ontwikkelen in het licht van met name de structuur van alle betrokken markten en van de bestaande of potentiële mededinging van op of buiten het Belgische grondgebied gevestigde ondernemingen;
  2° de positie op de markt van de betrokken ondernemingen, hun economische en financiële macht, de keuzemogelijkheden van leveranciers en afnemers, hun toegang tot voorzieningsbronnen en afzetmarkten, het bestaan van juridische of feitelijke hinderpalen voor de toegang tot de markt, de ontwikkeling van vraag naar en aanbod van de betrokken producten en diensten, de belangen van de tussen- en eindverbruikers, alsmede de ontwikkeling van de technische en economische vooruitgang, voor zover deze in het voordeel van de consument is en geen belemmering vormt voor de mededinging.
  § 3. Concentraties die niet tot gevolg hebben dat een daadwerkelijke mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, onder andere door het in het leven roepen of versterken van een machtspositie, worden toelaatbaar verklaard.
  § 4. Concentraties die tot gevolg hebben dat een daadwerkelijke mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, onder andere door het in het leven roepen of versterken van een machtspositie, worden ontoelaatbaar verklaard.
  § 5. Indien de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming die een concentratie vormt in de zin van artikel IV.6, § 2, de coördinatie beoogt of tot stand brengt van het concurrentiegedrag van ondernemingen die onafhankelijk blijven, dan wordt die coördinatie beoordeeld overeenkomstig de criteria van artikel IV.1, teneinde vast te stellen of de transactie al dan niet toelaatbaar is.
  Bij die beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met :
  1° het significant en gelijktijdig actief blijven van twee of meer oprichtende ondernemingen op dezelfde markt als die van de gemeenschappelijke onderneming, op een stroomopwaartse of stroomafwaartse markt van laatstgenoemde markt of op een nauw met die markt verbonden markt;
  2° de mogelijkheid die aan de betrokken ondernemingen wordt gegeven om, via de coördinatie die het rechtstreekse gevolg is van de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming, de mededinging voor een wezenlijk deel van de betrokken producten en diensten uit te schakelen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.10. [1 § 1. De concentraties bedoeld in dit boek worden bij de auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit gemeld vóór hun tenuitvoerlegging en na de sluiting van de overeenkomst, de openbaarmaking van het aanbod tot aankoop of ruil, of de verwerving van een zeggenschapsdeelneming. De partijen kunnen echter een ontwerpovereenkomst melden, mits alle partijen uitdrukkelijk verklaren dat zij de intentie hebben om een overeenkomst te sluiten die op alle mededingingsrechtelijk relevante punten niet merkbaar verschilt van het gemelde ontwerp. In het geval van een openbaar aanbod tot aankoop of ruil, kunnen de partijen eveneens een ontwerp melden wanneer zij hun voornemen tot het doen van een dergelijk bod publiekelijk hebben aangekondigd.
  § 2. Concentraties door fusie in de zin van artikel IV.6, § 1, 1°, of door totstandkoming van een gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel IV.6, § 1, 2°, worden gezamenlijk gemeld door de partijen bij de fusie of door de partijen die de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen. In alle andere gevallen vindt de aanmelding plaats door de persoon of de onderneming die de zeggenschap over een of meer ondernemingen of een gedeelte daarvan verwerft.
  § 3. Een concentratie wordt aangemeld in het Nederlands of het Frans, naar keuze van de aanmeldende partijen.
  § 4. De modaliteiten van de aanmeldingen bedoeld bij paragraaf 1 worden bepaald door de Koning. De Belgische Mededingingsautoriteit kan de nadere regels voor een vereenvoudigde aanmelding bepalen.
  § 5. Zolang het Mededingingscollege geen beslissing neemt betreffende de toelaatbaarheid van de concentratie, mogen de betrokken ondernemingen de concentratie niet tot uitvoering brengen.
  § 6. Paragraaf 5 belet evenwel niet de tenuitvoerlegging van een openbaar aanbod tot aankoop of ruil of van een reeks transacties met financiële instrumenten, inclusief met deze converteerbaar in andere financiële instrumenten, die ter verhandeling worden toegelaten tot een markt zoals een effectenbeurs en waardoor de zeggenschap in de zin van artikel IV.6 wordt verkregen door tussenkomst van meerdere verkopers, mits :
  1° de concentratie overeenkomstig dit artikel onverwijld bij de auditeur-generaal wordt gemeld, en
  2° de verkrijger de aan de betrokken financiële instrumenten verbonden stemrechten niet uitoefent dan wel slechts uitoefent om de volle waarde van zijn belegging te handhaven en op basis van een door de voorzitter van de Belgische mededingingsautoriteit overeenkomstig paragraaf 7 verleende ontheffing.
  § 7. Onverminderd het bepaalde in paragraaf 6, kan de voorzitter op verzoek van de partijen, op elk ogenblik ontheffing verlenen van de in paragraaf 5 bepaalde verplichting. In dat geval vraagt de voorzitter dat de auditeur binnen twee weken na de indiening van het verzoek een verslag neerlegt, bevattende de noodzakelijke appreciatie-elementen om tot de in deze paragraaf bedoelde beslissing te komen.
  § 8. De voorzitter kan zijn beslissing vergezeld laten gaan van bepaalde voorwaarden en lasten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.11. [1 De concentraties die onderworpen zijn aan het toezicht van de Europese Commissie, met inbegrip van concentraties die bij toepassing van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen zijn verwezen naar de Europese Commissie, zijn niet onderworpen aan het toezicht ingesteld bij dit boek.
  Zijn echter wel onderworpen aan het toezicht ingesteld door dit boek, de concentraties die door de Europese Commissie naar de Belgische Mededingingsautoriteit werden verwezen krachtens de artikelen 4, vierde en vijfde lid, en 9, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. In dit geval dienen de partijen de concentratie opnieuw te melden bij de auditeur-generaal overeenkomstig artikel IV.10.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  HOOFDSTUK 3. - [1 Overheidsondernemingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.12. [1 De openbare ondernemingen en de ondernemingen waaraan de overheid bijzondere of exclusieve rechten verleent, zijn onderworpen aan de bepalingen van dit boek voor zover de toepassing daarvan de vervulling, in feite of in rechte, van de hun door of krachtens de wet toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  HOOFDSTUK 4. - [1 Maatregelen of beslissingen door een vreemde staat]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.13. [1 Behoudens ontheffing in de gevallen door de Koning bepaald, is het aan ieder persoon, verblijvend op het Belgisch grondgebied of er zijn zetel of een inrichting hebbend, verboden gevolg te geven aan maatregelen of beslissingen door een vreemde Staat of door diens organismen genomen en die betrekking hebben op een reglementering inzake mededinging, economische machtsposities of handelsbeperkende praktijken inzake internationaal vervoer ter zee en door de lucht.
  De Koning bepaalt op welke handelingen die verbodsbepaling slaat.
  De ontheffing, op verzoek van belanghebbenden, kan door de minister bevoegd voor economie, worden toegestaan en desgevallend aan bepaalde modaliteiten onderworpen worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.14. [1 Elk bevel of verzoek dat gegrond is op de in artikel IV.13 bedoelde maatregelen of beslissingen, moet binnen vijftien dagen medegedeeld worden aan de minister of aan zijn gemachtigde.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.15. [1 Onverminderd de artikelen IV.13 en IV.14 en behoudens de uitzonderingen die Hij bepaalt, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Commissie voor de Mededinging, maatregelen treffen waarbij het de ondernemingen verboden wordt niet bekendgemaakte inlichtingen of bescheiden met betrekking tot hun mededingingspraktijken aan een buitenlandse Staat of aan een daarvan afhangende instelling te geven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  TITEL 2. - [1 Handhaving van het mededingingsrecht]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  HOOFDSTUK 1. - [1 De Belgische Mededingingsautoriteit]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Afdeling 1. - [1 Organisatie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.16.[1 § 1. Er wordt een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid opgericht " Belgische Mededingingsautoriteit " genaamd.
  § 2. De Belgische Mededingingsautoriteit is samengesteld uit :
  1° de voorzitter en de dienst van de voorzitter;
  2° het Mededingingscollege;
  3° het directiecomité;
  4° het auditoraat onder leiding van de auditeur-generaal.
  § 3. De Belgische mededingingsautoriteit is bevoegd om de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie toe te passen bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna : VWEU).
  [2 § 4. De Koning bepaalt welke logistieke en materiële middelen de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, ter beschikking van de Belgische Mededingingsautoriteit stelt. Daartoe wordt een dienstverleningsovereenkomst overeengekomen tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
   § 5. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het administratief en geldelijk statuut van de voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en assessoren die zetelen in het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeur van de juridische studies en de directeur van de economische studies van de Belgische Mededingingsautoriteit.]2]1
  [2 § 6. De personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden ter beschikking gesteld door de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De Koning stelt, na advies van het directiecomité van de Belgische Mededingingsautoriteit, de regels van deze terbeschikkingstelling vast, alsmede de voorwaarden.
   § 7. De Koning bepaalt de wijze waarop het personeelsplan van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt aangenomen.
   § 8. De minister oefent volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, een recht van controle uit op de besluiten van de Belgische Mededingingsautoriteit die een financiële en budgettaire weerslag hebben.
   § 9. Het begrotingsontwerp van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt door het directiecomité opgemaakt en goedgekeurd door de minister.
   De begroting wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers medegedeeld.
   De rekeningen van de Belgische Mededingingsautoriteit worden door het directiecomité opgemaakt en goedgekeurd.
   Voor 31 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, deelt het directiecomité de jaarrekening van de Belgische Mededingingsautoriteit vergezeld van het activiteitenverslag voor controle mee aan het Rekenhof. Het Rekenhof kan zijn controle ter plaatse uitvoeren.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1, en 28-05-2013 voor §4 en §5, door KB 2013-05-21/03, art. 1, § 2>
  (2)<W 2017-04-18/03, art. 5, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>

  Onderafdeling 1. - [1 De voorzitter en de dienst van de voorzitter]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.17. [1 § 1. De voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit (hierna : " de voorzitter ") wordt door de Koning benoemd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor een mandaat van zes jaar dat eenmaal kan worden hernieuwd.
  De voorzitter vervult de opdrachten die hem door dit boek en in het bijzonder door afdeling 2 van dit hoofdstuk zijn opgedragen. Hij kan daartoe opdrachten delegeren aan de assessor-ondervoorzitter wanneer het taken van het Mededingingscollege betreft en, wanneer het andere taken betreft, aan de directeur economische studies, aan de directeur juridische studies en aan de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.
  § 2. Om tot voorzitter te kunnen worden benoemd, moet de kandidaat slagen voor het examen inzake beroepsbekwaamheid. Dat examen is bedoeld om de maturiteit te evalueren, alsmede de capaciteiten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het betrokken ambt. De nadere regels en het programma van het examen worden door de Koning bepaald. Hij brengt verder het bewijs van een nuttige ervaring voor de uitoefening van de functie. Hij moet houder zijn van een diploma van master en een functionele kennis van het Nederlands, het Frans en het Engels bewijzen.
  In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.
  § 3. De voorzitter wordt op rust gesteld wanneer hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1, en 28-05-2013 voor §1 en § 2, door KB 2013-05-21/03, art. 1, § 2>

  Art. IV.18. [1 De voorzitter mag geen enkele instructie aanvaarden bij het nemen van de beslissingen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hem geeft en in het bijzonder afdeling 2 van dit hoofdstuk, noch bij het innemen van standpunten in mededingingszaken van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU en Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.19. [1 De assessor-ondervoorzitter vervangt de voorzitter als voorzitter van het Mededingingscollege in het geval van een belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid. De assessor-ondervoorzitter heeft in de zaken waarin hij als voorzitter is aangeduid dezelfde bevoegdheden en verplichtingen die dit boek bepaalt voor de voorzitter.
  De voorzitter wordt bij onbeschikbaarheid vervangen als voorzitter van het directiecomité door het oudste aanwezige lid.
  Bij onbeschikbaarheid van de assessor-ondervoorzitter en de voorzitter wordt een derde assessor aangewezen en heeft de oudste van de drie assessoren zitting als voorzitter van het Mededingingscollege.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.20. [1 § 1. De voorzitter wordt onder meer belast met :
  1° het vertegenwoordigen, van België in de Europese en internationale mededingingsorganisaties voor alle besprekingen die de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit betreffen; en hij neemt deel aan andere besprekingen in Europese en internationale instellingen over wet- en regelgeving die het mededingingsbeleid betreffen;
  2° het bijdragen ten behoeve van de FOD Economie, het Parlement, de regering of andere instanties tot het voorbereiden en evalueren van het mededingingsbeleid in België, het bijdragen tot een betere kennis van dit beleid, het leiden van studies en het informeel beslechten van vragen en betwistingen over de toepassing van de mededingingsregels in zaken waarin geen formeel onderzoek wordt gevoerd zoals bedoeld in artikel IV.41, § 1;
  3° het bijdragen tot de voorbereiding van de Belgische wetgeving en reglementering met betrekking tot de mededingingsregels en het mededingingsbeleid;
  4° het vertegenwoordigen van de Belgische mededingingsautoriteit in de procedures bedoeld in de artikelen IV.75 tot IV.79.
  § 2. In de Belgische Mededingingsautoriteit wordt een dienst van de voorzitter opgericht. Deze dienst wordt geleid door de voorzitter en bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen. Voor de tenuitvoerlegging van de taken bedoeld in § 1, kan zij ook een beroep doen op de leden van het in artikel IV.27, § 1, bedoelde auditoraat ten belope van een door het directiecomité te bepalen percentage van hun tijd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 2. - [1 Het Mededingingscollege]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.21. [1 Het Mededingingscollege is het beslissingscollege dat door de voorzitter samengesteld wordt per zaak voor het nemen van de in Afdeling 2 van dit hoofdstuk bedoelde beslissingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.22. [1 § 1. Het Mededingingscollege bestaat uit :
  1° de voorzitter of de assessor- ondervoorzitter;
  2° twee assessoren aangewezen op de alfabetische lijsten van assessoren.
  De aanwijzing van de assessoren gebeurt in alfabetische orde van de lijsten bedoeld in paragraaf 2, bij toerbeurt gelet op de proceduretaal.
  In het Mededingingscollege dient ten minste één jurist met ervaring in geschillenbeslechting zitting te hebben; zo mogelijk heeft ten minste één lid een ander diploma.
  Indien een zaak niet kan toegewezen worden aan een assessor-ondervoorzitter of assessor van de taalgroep overeenkomstig de proceduretaal zonder een belangenconflict te veroorzaken, wordt de aanwijzing verricht op basis van de lijst van de andere taalgroep.
  § 2. De assessor-ondervoorzitter, die van een andere taalrol is dan de voorzitter, en de assessoren ten belope van maximum 20, worden door de Koning benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar.
  Zij worden ingedeeld in twee gelijke lijsten, in alfabetische volgorde, volgens de Nederlandstalige of Franstalige taalgroep waartoe zij behoren, bepaald door de taal van het diploma van master.
  Op elke lijst zal van iedere assessor het diploma vermeld worden.
  § 3. Om tot assessor-ondervoorzitter of assessor te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in artikel IV.17.
  § 4. De assessor-ondervoorzitter en de assessoren die in een zaak zitting hebben, mogen betreffende die zaak geen enkele instructie aanvaarden bij het nemen van de beslissingen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hun geeft en in het bijzonder afdeling 2 van dit hoofdstuk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1, en 28-05-2013 voor §2 en § 3, door KB 2013-05-21/03, art. 1, § 2>

  Onderafdeling 3. - [1 Het directiecomité]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.23. [1 Het directiecomité is belast met de leiding van de Belgische Mededingingsautoriteit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.24. [1 § 1. Het is samengesteld uit :
  1° de voorzitter;
  2° de auditeur-generaal;
  3° de directeur economische studies;
  4° de directeur juridische studies.
  Bij staking van stemmen heeft de voorzitter een beslissende stem.
  § 2. De Koning benoemt de directeur economische studies en de directeur juridische studies voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na een examen inzake beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel IV.17.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1, en 28-05-2013 voor § 2, door KB 2013-05-21/03, art. 1, § 2>

  Art. IV.25. [1 Het directiecomité is onder meer belast met :
  - het organiseren en samenstellen van de dienst van de voorzitter en het auditoraat;
  - het vaststellen van richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de mededingingsregels;
  - het opstellen van een jaarlijkse nota waarin zijn beleidsprioriteiten worden vastgesteld en aan de minister worden meegedeeld;
  - het opstellen van het huishoudelijk reglement van het auditoraat dat door de Koning wordt goedgekeurd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 4. - [1 De auditeur-generaal en het auditoraat]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.26.[1 § 1. De Koning benoemt de auditeur-generaal bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar.
  Om tot auditeur-generaal te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in art. IV.17.
  In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.
  § 2. De auditeur-generaal vervult de opdrachten die hem door dit boek en door titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, in het bijzonder zijn opgedragen.
  Hij is ondermeer belast met :
  1° de leiding van het auditoraat en de coördinatie en leiding van de onderzoeken;
  2° het ontvangen van de injuncties zoals bedoeld in artikel IV.41, § 1, 3°, en de klachten betreffende de restrictieve mededingingspraktijken;
  3° het openen van een onderzoek in de gevallen bedoeld in artikel IV.41, § 1, en het bepalen van de volgorde waarin deze zaken worden behandeld na advies van de directeur economische studies;
  4° het ontvangen van de aanmeldingen van concentraties;
  5° het afgeven van opdrachtbevelen wanneer de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie bij toepassing van Verordening (EG) nr. 1/2003 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag;
  6° het toezien op de uitvoering van de door het Mededingingscollege en het [2 Marktenhof]2 genomen beslissingen inzake de mededingingsregels.
  § 3. In geval van afwezigheid of verhindering wordt de auditeur-generaal vervangen door de ambtenaar van het auditoraat met de meeste dienstjaren of, in geval van gelijke anciënniteit, door de oudste in jaren.
  § 4. De auditeur-generaal wordt op rust gesteld wanneer hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen.
  § 5. De auditeur-generaal mag betreffende een zaak geen enkele instructie aanvaarden bij het nemen van de beslissingen in uitvoering van de opdrachten die hem door dit boek en in het bijzonder door afdeling 2 van dit hoofdstuk zijn opgedragen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1, en 28-05-2013 voor § 1, door KB 2013-05-21/03, art. 1, § 2>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Art. IV.27. [1 § 1. Een auditoraat wordt opgericht bij de Belgische Mededingingsautoriteit.
  Het auditoraat bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen, met dien verstande dat de voorzitter op hen een beroep kan doen ten belope van een door het directiecomité te bepalen percentage van hun tijd.
  § 2. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak die de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig de artikelen IV.26, § 2, tweede lid, 3°, en IV.41, § 1, beslist te behandelen, en bij elke aanmelding van een concentratie, een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast.
  De auditeur die met de dagelijkse leiding van een onderzoeksteam is belast, mag betreffende dat onderzoek enkel bevelen ontvangen van de auditeur-generaal.
  § 3. De auditeur-generaal stelt voor elke in paragraaf 2 bedoelde zaak een team van personeelsleden van het auditoraat samen dat met het onderzoek is belast onder zijn toezicht en onder de leiding van de auditeur die met de dagelijkse leiding van het onderzoek is belast.
  De personeelsleden van het auditoraat die bij een onderzoeksteam zijn ingedeeld, kunnen betreffende dat onderzoek enkel bevelen ontvangen van de auditeur-generaal of de auditeur die met de dagelijkse leiding van dat onderzoek is belast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.28. [1 De in artikel IV.27, § 2, bedoelde auditeurs die met de dagelijkse leiding van een onderzoek zijn belast, vervullen de opdrachten die hun door titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, zijn opgedragen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.29. [1 Voor het vervullen van de opdrachten die aan het auditoraat zijn opgedragen door de wet en in het bijzonder door titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, stelt de auditeur-generaal voor elke zaak die de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig de artikelen IV.26, § 2, tweede lid, 3° en IV.41, § 1, beslist te behandelen, en voor elke aangemelde concentratie, een cel samen die bestaat uit de auditeur-generaal, de auditeur die de dagelijkse leiding heeft van het onderzoek en een ander personeelslid van het auditoraat dat geen lid is van het onderzoeksteam.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.30. [1 § 1. Het auditoraat is belast met :
  1° het eventueel seponeren van klachten;
  2° de toepassing van afdeling 2, onderafdeling 4.
  § 2. Onverminderd artikel IV.28, zijn de auditeurs belast met :
  1° het leiden en organiseren van het onderzoek;
  2° het zich uitspreken op verzoek van de belanghebbende natuurlijke of rechtspersoon of op eigen initiatief, over het vertrouwelijke karakter van de gegevens die in de loop van de procedure aan de Belgische Mededingingsautoriteit of aan het auditoraat zijn overgezonden;
  3° het opstellen en het indienen van het gemotiveerd ontwerp van beslissing bij het Mededingingscollege;
  4° het afgeven van de opdrachtbevelen met inbegrip van de opdrachtbevelen bedoeld in artikel IV.41, § 3, achtste lid, behalve wanneer de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie bij toepassing van Verordening (EG) 1/2003 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag;
  5° de toepassing van artikel IV.63.
  § 3. De auditeurs kunnen alle handelingen verrichten ter volbrenging van hun opdracht, behalve wanneer dit boek deze handelingen aan het auditoraat voorbehoudt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.31. [1 Het auditoraat wordt bijgestaan door een secretariaat.
  Dit secretariaat is ook belast met het uitvoeren van de taken van een griffie voor de procedures voor het Mededingingscollege en de voorzitter.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 5. - [1 Wraking en tucht]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  Art. IV.32.[1 De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter of de voor een zaak aangeduide assessoren, de auditeur-generaal en de door hem aangeduide auditeurs kunnen worden gewraakt om de redenen vermeld in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.
   De persoon die weet dat er een wrakingsgrond tegen hem is, onthoudt zich.
   De vordering tot wraking wordt ingediend door middel van een met redenen omkleed verzoekschrift dat bij het secretariaat van het auditoraat wordt ingediend. Het bevat de middelen en is ondertekend door de partij of door haar bijzondere gemachtigde en de bijzondere volmacht is bij het verzoekschrift gevoegd.
   Het verzoekschrift tot wraking wordt binnen vierentwintig uur door het secretariaat aan de gewraakte persoon overhandigd.
   Deze laatste geeft binnen twee dagen onderaan het verzoekschrift zijn schriftelijke verklaring met ofwel zijn instemming met de wraking ofwel zijn weigering zich te onthouden, met zijn antwoorden op de wrakingsmiddelen.
   Indien de wraking betwist wordt, doet het [2 Marktenhof]2 er uitspraak over in afwezigheid van de betrokkene. De eisende partij en de gewraakte persoon worden gehoord.
   In dat geval is de beslissing van het [2 Marktenhof]2 niet vatbaar voor beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Art. IV.33.[1 Het [2 Marktenhof]2 kan op gemotiveerde wijze aan de voorzitter, de assessor ondervoorzitter, de assessoren, de auditeur-generaal en aan de directeurs voor economische en juridische studies een terechtwijzing, een blaam of een inhouding van wedde als tuchtrechtelijke sanctie opleggen. Het hof kan hen ook vervallen verklaren van hun ambt of hen schorsen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Onderafdeling 6. - [1 Het beroepsgeheim en immuniteit]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1{>

  Art. IV.34.[1 De voorzitter, de leden van het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de andere personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen, onverminderd de bepalingen van onderafdeling 10 van Afdeling 2 en van de koninklijke besluiten uitgevaardigd met toepassing van artikel IV.43, tweede lid, de vertrouwelijke gegevens en informatie waarvan zij wegens hun functie kennis hebben gekregen aan geen enkele persoon of autoriteit bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen [2 of om bewijzen te leveren conform de bepalingen van Boek XVII, titel 3, hoofdstuk 3]2.
  Zij mogen deze gegevens en informatie enkel gebruiken voor het doel waarvoor deze gegevens werden ingewonnen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2017-06-06/02, art. 4, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>

  Art. IV.35. [1 De verplichting bedoeld in artikel IV.34 geldt ook voor de vertegenwoordigers van de Belgische Mededingingsautoriteit en voor de deskundigen die deelnemen aan de vergaderingen van het adviescomité bedoeld in artikel 14 van de Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 VWEU, en in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.36. [1 De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter of assessoren, die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit genieten bij de uitoefening van hun ambt van dezelfde immuniteiten als de rijksambtenaren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 7. - [1 Onverenigbaarheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.37.[1 § 1. De functies van voorzitter, auditeur-generaal, directeur economische en juridische studies en personeelslid van de Belgische Mededingingsautoriteit zijn onverenigbaar met de gerechtelijke functies, met de uitoefening van een openbaar mandaat toegekend door verkiezing op een ander niveau dan het lokale of provinciale niveau, met elke bezoldigde functie of openbaar ambt van politieke of administratieve aard, met de ambten van notaris en gerechtsdeurwaarder, met het beroep van advocaat, met de militaire status en met de functie van bedienaar van een erkende eredienst.
   § 2. De functie van assessor-ondervoorzitter of assessor is onverenigbaar met de uitoefening van een openbaar mandaat toegekend door verkiezing op een ander niveau dan het lokale of provinciale niveau, met elke bezoldigde functie of openbaar ambt van politieke of administratieve aard met uitzondering van ambten in instellingen van hoger onderwijs, met de ambten van notaris en gerechtsdeurwaarder, met de militaire status en met de functie van bedienaar van een erkende eredienst.
   § 3. Van de eerste en tweede paragraaf mag enkel worden afgeweken :
   1° wanneer het de uitoefening betreft van het ambt van professor, docent, lector of assistent in de instellingen voor hoger onderwijs, voor zover dat ambt niet wordt uitgeoefend gedurende meer dan twee halve dagen per week;
   2° wanneer het de uitoefening betreft van de functie van lid van een examencommissie;
   3° wanneer het de deelname betreft aan een commissie, een raad of een adviescomité, voor zover het aantal opdrachten of functies beperkt is tot twee en het gaat om opdrachten of functies die onbezoldigd worden uitgeoefend.
   Deze afwijkingen worden toegekend door de voorzitter, en indien het hem betreft, door de voorzitter van het hof van beroep van Brussel
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  Art. IV.38. [1 De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter of assessoren die zitten in een zaak, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, mogen mondeling noch schriftelijk de betrokkenen in een zaak verdedigen; zij mogen hun ook geen consult geven.
  De voorzitter, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, mogen de volgende activiteiten niet uitoefenen :
  1° bezoldigde arbitrage;
  2° hetzij persoonlijk, hetzij via een tussenpersoon enige vorm van handel drijven, zaakwaarnemer zijn of deelnemen aan de leiding of het bestuur van of het toezicht op handelsvennootschappen of nijverheids- of handelsvestigingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 8. - [1 De Commissie voor de Mededinging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.39. [1 Er wordt in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een paritaire raadgevende commissie opgericht die Commissie voor de Mededinging wordt genoemd en die een adviserende bevoegdheid heeft voor alle algemene kwesties in verband met het mededingingsbeleid; zij oefent die bevoegdheid uit op eigen initiatief of op verzoek van de minister.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.40. [1 De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de Commissie voor de Mededinging alsook van haar secretariaat.
  De voorzitter, de werkende leden en hun plaatsvervangers worden benoemd door de minister.
  De Koning bepaalt eveneens, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van de vergoedingen toegekend aan de voorzitter en de leden van de Commissie alsook aan elke persoon die met de Commissie dient samen te werken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Afdeling 2. - [1 Procedures]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 1. - [1 Onderzoeksprocedure]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.41. [1 § 1. Het onderzoek van de zaken zoals bedoeld in artikel IV.27 gebeurt :
  1° op verzoek van de betrokkenen bedoeld in artikel IV.10 in het geval van een gemelde concentratie;
  2° ambtshalve of na een klacht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die aantoont daarbij een rechtstreeks en dadelijk belang te hebben, in het geval van een inbreuk op de artikelen IV.1, § 1, IV.2, en IV.10, § 1, of in geval van niet-naleving van een beslissing genomen krachtens de artikelen IV.10, § 7, IV.48, IV.49, IV.61 of IV.62;
  3° op verzoek of op injunctie van de minister;
  4° op verzoek van de minister van Middenstand, van een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam, belast met het toezicht of de controle op een economische sector in het geval van een inbreuk op artikel IV.1, § 1, op artikel IV.2 of op artikel IV.10, § 1;
  5° ambtshalve of op verzoek van de minister met het oog op een koninklijk besluit tot groepsgewijze ontheffing van overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen op grond van artikel IV.5.
  § 2. Ter vervulling van de hun opgedragen taken, kunnen de auditeurs alle noodzakelijke inlichtingen inwinnen bij de ondernemingen en ondernemingsverenigingen. Zij bepalen de termijn binnen welke deze inlichtingen hen moeten worden medegedeeld.
  Wanneer de auditeurs tot een onderneming of een ondernemingsvereniging een verzoek om inlichtingen richten, wijzen zij de rechtsgrond en het doel van hun verzoek aan.
  Indien een onderneming of vereniging van ondernemingen de gevraagde inlichtingen niet binnen de door de auditeur gestelde termijn verstrekt of indien de verstrekte inlichtingen onvolledig, onjuist of verdraaid zijn, kan de auditeur de inlichtingen bij een met redenen omklede beslissing eisen.
  Deze beslissing omschrijft de gevraagde inlichtingen en bepaalt binnen welke termijn ze moeten worden verstrekt. Als de beslissing tot verzoek om inlichtingen gericht is tot een van de aanmeldende ondernemingen, schorst zij bovendien de in artikel IV.61 bedoelde termijn tot de dag waarop de inlichtingen worden verstrekt of uiterlijk tot de dag waarop de termijn, bepaald door de auditeur, verstrijkt.
  De beslissing wordt door de auditeur ter kennis gebracht van de ondernemingen waarvan de inlichtingen worden geëist.
  § 3. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie zijn de auditeurs en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit bevoegd om inbreuken op dit boek op te sporen en om deze inbreuken vast te stellen bij processen-verbaal die gelden als bewijs tot het tegendeel is bewezen.
  Zij zijn eveneens bevoegd om alle inlichtingen op te sporen en om alle noodzakelijke vaststellingen te doen met het oog op de toepassing van de artikelen IV.6, IV.7, IV.9, IV.10 en IV.11.
  Zij verzamelen alle inlichtingen, nemen alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen af, doen zich alle documenten of inlichtingen, wie ook de houder ervan is, mededelen, die zij nodig achten ter vervulling van hun opdracht en waarvan zij kopie mogen nemen, en doen ter plaatse de nodige vaststellingen.
  Zij mogen een huiszoeking verrichten in de lokalen, vervoermiddelen en andere plaatsen van de ondernemingen waar zij redelijkerwijze vermoeden bescheiden of gegevens te kunnen vinden, die zij voor het vervullen van hun opdracht nodig achten en waarvan zij kopie mogen nemen, alsook in de woning van de ondernemingshoofden, bestuurders, zaakvoerders, directeurs, en andere personeelsleden alsook in de woning en in de lokalen die gebruikt worden voor professionele doeleinden van natuurlijke personen en rechtspersonen, intern of extern, belast met het commercieel, boekhoudkundig, administratief, fiscaal en financieel beheer, en zulks tussen 8 en 18 uur, en met voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter.
  Bij het volbrengen van hun opdracht kunnen zij ter plaatse beslag leggen en verzegelen voor de duur van, en voor zover nodig voor, hun opdracht maar niet langer dan 72 uur in andere lokalen dan deze van de ondernemingen of ondernemingsverenigingen. Deze maatregelen worden vastgesteld bij een proces-verbaal. Een kopie van dit proces-verbaal wordt bezorgd aan de persoon ten aanzien van wie deze maatregelen zijn getroffen.
  Bij het volbrengen van hun opdracht kunnen zij een beroep doen op de openbare macht.
  Om over te gaan tot een huiszoeking, een beslaglegging of een verzegeling, moeten de in het eerste lid bedoelde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit bovendien houder zijn van een specifiek opdrachtbevel afgegeven door de auditeur. Dit bevel vermeldt het voorwerp en het doel van hun opdracht.
  De auditeur-generaal kan deskundigen aanstellen van wie hij de opdracht bepaalt.
  § 4. Ongeacht de bijzondere wetten, die de geheimhouding van de mededelingen waarborgen, zijn de openbare besturen de auditeurs bij de uitvoering van hun opdracht behulpzaam.
  § 5. Bij de uitoefening van hun onderzoeksbevoegdheid houden de auditeurs, de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die hen in hun onderzoeken onder hun gezag bijstaan zich voor :
  1° het verhoor van personen aan de bepalingen van artikel 31, uitgezonderd het derde lid, van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;
  2° de opstelling van de oproepingen, processen-verbaal en verslagen, aan de bepalingen van artikel 11 van dezelfde wet. Wanneer verschillende personen het voorwerp uitmaken van het onderzoek, zal het ontwerp van beslissing van de auditeur bedoeld in artikel IV.42, § 5, opgesteld worden in de taal van de meerderheid, rekening houdend met de bepalingen van voornoemd artikel 11. Wanneer er pariteit is, wordt gebruik gemaakt van een der in België gesproken talen volgens de noodwendigheden van de zaak.
  § 6. Alvorens het met redenen omkleed ontwerp van beslissing zoals bepaald in de artikelen IV.42, § 5 IV.58, § 4 of IV.62, § 2, bij de voorzitter neer te leggen, stelt de auditeur een onderzoeksdossier samen, dat alle documenten en gegevens bevat die zijn verzameld tijdens het onderzoek en waarvan hij een inventaris opstelt, en spreekt hij zich uit over hun vertrouwelijkheid.
  De vertrouwelijkheid van de gegevens en documenten wordt beoordeeld ten aanzien van elke natuurlijke of rechtspersoon die kennis krijgt van het met redenen omkleed ontwerp van beslissing.
  De auditeur stelt ook een proceduredossier samen dat slechts deze documenten en gegevens bevat waarop het auditoraat of de auditeur zich steunt in zijn met redenen omkleed ontwerp van beslissing. De daaraan toegekende classificatie inzake vertrouwelijkheid wordt hier eveneens bijgevoegd. Het proceduredossier wordt neergelegd samen met het ontwerp van beslissing.
  § 7. Wanneer de auditeur van oordeel is dat ten aanzien van de betrokken onderneming gegevens die door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze gegevens heeft verstrekt als vertrouwelijk zijn aangemerkt, niet als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd, stelt hij deze natuurlijke persoon of rechtspersoon hiervan per brief, fax of e-mail op de hoogte en nodigt hen uit om hierover per brief, fax of e-mail een standpunt mee te delen binnen de door hem bepaalde termijn.
  De auditeur spreekt zich vervolgens uit. De auditeur kan beslissen dat het belang van een effectieve toepassing van dit boek zwaarder weegt dan de bescherming van het vertrouwelijke karakter van de verstrekte gegevens. De auditeur deelt zijn beslissing mee aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens heeft verstrekt.
  Wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon de vertrouwelijkheid inroept en motiveert van de gegevens die hij verstrekt, verstrekt hij tezelfdertijd een niet-vertrouwelijke samenvatting of versie van het betreffende document voor zover zich dit nog niet in het dossier bevindt. Indien de vertrouwelijkheid door de auditeur wordt aanvaard, worden de vertrouwelijke documenten vervolgens uit het onderzoeksdossier verwijderd en vervangen door de niet-vertrouwelijke versie of samenvatting. Indien geen niet-vertrouwelijke samenvatting of versie wordt verstrekt, zullen de gegevens als niet-vertrouwelijk worden beschouwd tenzij bij toepassing van het vijfde lid anders wordt beslist.
  Wanneer de auditeur de vertrouwelijkheid van de gegevens niet aanvaardt, deelt hij dit mee aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens heeft verstrekt met vermelding van de redenen waarom de gegevens niet als vertrouwelijk kunnen worden aangemerkt. Deze mededeling gebeurt per brief, fax of e-mail.
  De auditeur kan, in het belang van het onderzoek, zelf beslissen dat bepaalde gegevens die hij aanwijst en die door partijen of derden worden verstrekt, als vertrouwelijk dienen te worden aangezien. Hij deelt dit aan de betrokken natuurlijke of rechtspersonen die de gegevens hebben verstrekt mee per brief, fax of e-mail. In dit geval legt hij hun eveneens op om een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting te verstrekken, overeenkomstig het derde lid. Deze beslissing is niet vatbaar voor enig beroep.
  § 8. Tegen de beslissingen van de auditeur over de vertrouwelijkheid van gegevens kan door de natuurlijke personen of de rechtspersonen, die de gegevens hebben verstrekt, beroep worden aangetekend bij de voorzitter binnen de drie werkdagen na de kennisgeving van de beslissing. De voorzitter wijst de assessor-ondervoorzitter of een assessor aan die oordeelt over de vertrouwelijkheid en geen zitting mag hebben in het Mededingingscollege dat gevat wordt door dezelfde zaak.
  De aangewezen assessor-ondervoorzitter of assessor hoort de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, evenals de auditeur-generaal of de door hem gemachtigde auditeur binnen vijf werkdagen na ontvangst van het beroep, en spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na de partijen gehoord te hebben. De termijn van vijf werkdagen wordt gereduceerd tot twee werkdagen indien het een onderzoek inzake een concentratie betreft. Tegen deze beslissing is geen afzonderlijk beroep mogelijk.
  § 9. Het auditoraat of de auditeur deelt geen vertrouwelijke gegevens mee zolang er geen uitspraak is over het beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 2. - [1 Specifieke onderzoeksregels betreffende restrictieve mededingingspraktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.42. [1 § 1. De klachten betreffende de restrictieve mededingingspraktijken worden ingediend bij de auditeur-generaal.
  § 2. Indien het auditoraat tot het besluit komt dat een klacht niet ontvankelijk of ongegrond is of verjaard is, seponeert het de klacht bij een met redenen omklede beslissing. Het auditoraat kan een klacht ook bij een met redenen omklede beslissing seponeren, gelet op het prioriteitenbeleid en de beschikbare middelen. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven betekend aan de indiener van de klacht; daarbij wordt aan de indiener meegedeeld dat hij het proceduredossier op het secretariaat kan raadplegen, tegen betaling een kopie ervan kan ontvangen en tegen deze beslissing een beroep kan instellen bij de voorzitter die het Mededingingscollege samenstelt dat het beroep zal behandelen.
  § 3. Het beroep bedoeld in § 2 wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een met redenen omkleed en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van IV.79, § 4. De voorzitter kan termijnen vaststellen waarbinnen de onderneming, waartegen de klacht gericht was, en de klager schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. De voorzitter spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens.
  Enkel in geval van een sepotbeslissing gelet op het prioriteitenbeleid en de beschikbare middelen kan de voorzitter van het Mededingingscollege, op vraag van de appellerende partij, en mits daartoe ernstige redenen worden aangevoerd, beslissen dat het auditoraat zijn motivering dient te verduidelijken alvorens het Mededingingscollege uitspraak doet over het beroep.
  Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken. Deze uitspraak van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Indien het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan het auditoraat.
  § 4. Indien het auditoraat de klacht of desgevallend een ambtshalve onderzoek, gegrond acht, deelt de auditeur-generaal de ondernemingen en natuurlijke personen wier activiteit voorwerp is van het onderzoek mee welke grieven hij jegens hen aanhoudt, en hij geeft hun toegang tot het bewijsmateriaal dat daartoe gebruikt wordt evenals tot alle niet vertrouwelijke versies van documenten en inlichtingen die tijdens het onderzoek werden verkregen. Hij geeft hun een termijn van ten minste één maand om op deze mededeling te antwoorden.
  § 5. Na een termijn van niet meer dan één maand na ontvangst van de in paragraaf 4 van deze bepaling bedoelde antwoorden of bij ontbreken van een antwoord na verstrijken van de antwoordtermijn, legt de auditeur een met redenen omkleed ontwerp van beslissing namens het auditoraat neer bij de voorzitter. Dit ontwerp van beslissing is vergezeld van het proceduredossier met vermelding van de toegekende classificatie van vertrouwelijkheid, evenals van een inventaris hiervan.
  Na ontvangst van het ontwerp van beslissing stelt de voorzitter zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat de zaak zal behandelen en hij legt het ontwerp en het proceduredossier voor aan het Mededingingscollege.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.43. [1 De Koning kan alle nadere regels bepalen met het oog op de samenstelling en de indiening van de dossiers, alsook de nadere regels betreffende de procedures voor het Mededingingscollege, de voorzitter en het auditoraat vastleggen.
  Voor de economische sectoren die onder het toezicht of de controle van een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam zijn geplaatst, kan de Koning, na raadpleging van die instellingen of lichamen, de samenwerking tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en die instellingen of lichamen regelen, wat het onderzoek betreft evenals de wederzijdse uitwisseling van vertrouwelijke inlichtingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.44. [1 De voorzitter kan, ambtshalve of op verzoek van de minister of van de minister die de betrokken sector onder zijn bevoegdheid heeft, algemene of sectorale onderzoeken instellen of doen instellen indien er ernstige aanwijzingen zijn van marktverstoringen. Hij kan, indien er ook ernstige aanwijzingen zijn van het bestaan van de door de artikelen IV.1, § 1, en IV.2 en de artikelen 101 en 102 VWEU verboden praktijken of wanneer ondernemingen, ondernemingsverenigingen of bevraagde natuurlijke personen hun medewerking weigeren, de auditeur-generaal vragen dat het auditoraat zijn medewerking verleent aan een algemeen of sectoraal onderzoek. De bepalingen van artikel IV.41 zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek door het auditoraat, uitgezonderd het vierde tot het achtste lid van paragraaf 3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 3. - [1 Beslissing inzake restrictieve praktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.45.[1 § 1. Gelijktijdig met het indienen van het in artikel IV.42, § 5, bedoelde ontwerp van beslissing brengt de auditeur de ondernemingen en natuurlijke personen op wier activiteit het onderzoek betrekking had hiervan op de hoogte en stuurt hun een kopie van het ontwerp. Hij brengt hun ter kennis dat zij op het secretariaat van het auditoraat inzage kunnen nemen van het onderzoeksdossier en het proceduredossier zoals bedoeld in artikel IV.41, § 6, en tegen betaling een kopie ervan kunnen krijgen.
  Het secretariaat brengt de natuurlijke personen of rechtspersonen die een klacht hebben ingediend op de hoogte van het indienen van het ontwerp van beslissing. Zo het Mededingingscollege dit nodig acht, kunnen de natuurlijke personen of rechtspersonen die een klacht hebben ingediend evenals de andere personen die het Mededingingscollege zal horen overeenkomstig paragraaf 5, tweede en derde lid, een niet-vertrouwelijke versie van het in artikel IV.42, § 5, bedoelde ontwerp krijgen.
  § 2. De auditeur-generaal nodigt de ondernemingen en natuurlijke personen op wier activiteit het onderzoek betrekking had uit om de in het ontwerp van beslissing opgenomen vertrouwelijke passages aan te stippen met het oog op het toezenden van een niet-vertrouwelijke versie van het ontwerp aan de natuurlijke personen of rechtspersonen die de klacht hebben ingediend alsook ten aanzien van andere personen die het Mededingingscollege overeenkomstig paragraaf 5, tweede en derde lid, zal horen. De auditeur generaal neemt hiertoe een beslissing. Deze beslissing is niet vatbaar voor een afzonderlijk hoger beroep.
  De personen die de klacht hebben ingediend en alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen die het Mededingingscollege zal horen, hebben geen toegang tot het proceduredossier en het onderzoeksdossier, tenzij de voorzitter hiertoe betreffende het proceduredossier een andersluidende beslissing neemt [2 , en onverminderd de artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79]2.
  Indien andere personen dan de ondernemingen, die het voorwerp van het onderzoek uitmaken, vertrouwelijke informatie aan het Mededingingscollege wensen mee te delen, zal de assessor-ondervoorzitter of de door de voorzitter aangewezen assessor die geen deel uitmaakt van het Mededingingscollege zich, zoals de auditeur, over de vertrouwelijkheid uitspreken volgens de procedure bedoeld in artikel IV.41, §§ 6 en 7. De vertrouwelijke documenten maken bijgevolg geen deel uit van het proceduredossier en worden vervangen door de niet-vertrouwelijke samenvatting of versie die zal verstrekt worden door de partijen die de gegevens hebben meegedeeld, binnen de termijn bepaald door de assessor-ondervoorzitter of assessor. Deze beslissing is niet vatbaar voor een afzonderlijk hoger beroep.
  § 3. Zodra de ondernemingen, waarop het onderzoek betrekking heeft, toegang hebben gekregen tot het onderzoeksdossier en het proceduredossier met toepassing van §§ 1 en 2, beschikken de partijen over een termijn van twee kalendermaanden waarbinnen zij hun schriftelijke opmerkingen en de stukken van het onderzoeksdossier, dat zij aan het proceduredossier wensen toe te voegen, dienen neer te leggen.
  Zij mogen geen bijkomende stukken toevoegen die niet werden neergelegd tijdens het voorgaande onderzoek, behalve indien het een bewijs van een feit betreft of een antwoord op grieven waarvan zij nog geen kennis kregen.
  De voorzitter verlengt deze termijn op met redenen omklede vraag van de partijen of de auditeur-generaal alleen als hij het nodig acht en voor een termijn die niet langer is dan de gevraagde termijn.
  De voorzitter beslist op hun verzoek over de toegang door de andere ondernemingen die ook voorwerp zijn van onderzoek tot de schriftelijke opmerkingen van een onderneming die voorwerp is van het onderzoek. Hij spreekt zich uit over de vertrouwelijkheid van gegevens in deze schriftelijke opmerkingen.
  Indien het Mededingingscollege bij toepassing van paragraaf 5, tweede of derde lid, natuurlijke personen of rechtspersonen heeft toegelaten tot de zitting, kan de voorzitter een termijn bepalen waarbinnen zij schriftelijke opmerkingen mogen indienen, zodanig dat de auditeur en de betrokken partijen nog een schriftelijke repliek kunnen indienen.
  § 4. Na ontvangst van de schriftelijke opmerkingen van de partijen, die daartoe gerechtigd zijn of het verstrijken van de termijn waarin opmerkingen kunnen worden neergelegd, is de schriftelijke procedure afgesloten en organiseert de voorzitter zonder verwijl een zitting van het Mededingingscollege. Deze zitting vindt plaats ten minste één kalendermaand en ten hoogste twee kalendermaanden na het afsluiten van de schriftelijke procedure.
  § 5. Het Mededingingscollege behandelt elke zaak ter zitting. Het hoort de auditeur, evenals de ondernemingen en natuurlijke personen, op wier activiteit het onderzoek betrekking had, alsook de klager, wanneer deze erom vraagt.
  Wanneer het Mededingingscollege het nodig acht, kan het elke natuurlijke persoon of rechtspersoon horen.
  Indien natuurlijke personen of rechtspersonen, die blijk geven van een voldoende belang, vragen om gehoord te worden, wordt aan hun vraag tegemoet gekomen. Voor de economische sectoren die onder de controle of het toezicht van een openbare instelling of een andere geëigende overheidsinstelling zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben. In alle gevallen worden de minister en de directeurs economische en juridische studies geacht een voldoende belang te hebben.
  Het niet verschijnen van de opgeroepen partijen of van hun mandataris doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
  § 6. Het Mededingingscollege neemt na de zitting de zaak in beraad en het beslist binnen een termijn van één maand. Deze termijn wordt geschorst wanneer de aard van de voorgenomen beslissing een consultatie vereist van de Europese Commissie.
  § 7. De beslissing van het Mededingingscollege over de grond van de zaak kan niet steunen op de stukken, die als vertrouwelijk werden erkend, zodat de ondernemingen die het voorwerp van het onderzoek uitmaken ervan geen kennis hebben kunnen nemen.
  § 8. De Koning stelt de nadere regels vast wat de procedure voor het Mededingingscollege betreft alsmede de voorwaarden voor het verkrijgen van kopieën.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2017-06-06/02, art. 5, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>

  Art. IV.46.[1 § 1. Er kan een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de geldboeten waarin dit boek voorziet, worden toegekend aan een onderneming of een ondernemingsvereniging die samen met anderen bij een door artikel IV.1 verboden praktijk betrokken was, indien zij ertoe heeft bijgedragen het bestaan van deze verboden praktijk te bewijzen en de deelnemers eraan te identificeren, onder andere door inlichtingen te verstrekken waarover de Belgische Mededingingsautoriteit voorheen niet beschikte, door het bewijs te leveren van een door artikel IV.1, § 1, verboden praktijk waarvan het bestaan nog niet vaststond, of door de verboden praktijk te erkennen.
  Wanneer de auditeur-generaal of de door hem gemachtigde auditeur dit voorstelt, stelt de voorzitter een Mededingingscollege samen dat de zaak zal behandelen en legt hij het voorstel voor aan het Mededingingscollege.
  Als gevolg van het optreden van deze onderneming of ondernemingsvereniging neemt het Mededingingscollege op verzoek van de auditeur-generaal of de door hem gemachtigde auditeur, een clementieverklaring aan, waarin de voorwaarden worden bepaald waaraan de beoogde vrijstelling is onderworpen, nadat de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging hun opmerkingen hebben voorgelegd. Deze verklaring wordt aan de onderneming of ondernemingsvereniging overgezonden, en wordt niet gepubliceerd.
  Op het ogenblik van de beslissing genomen met toepassing van dit artikel, kan het Mededingingscollege, indien de voorwaarden aangewezen in de clementieverklaring werden nageleefd, een vrijstelling van geldboeten toekennen in verhouding tot de bijdrage die geleverd werd om de inbreuk te bewijzen.
  § 2. Natuurlijke personen die handelden in naam of voor rekening van een onderneming of ondernemingsvereniging, die samen met anderen bij een door artikel IV.1 verboden praktijk betrokken was, kunnen een verzoek tot immuniteit van vervolging indienen bij het auditoraat met betrekking tot de inbreuken bedoeld in artikel IV.1, § 4.
  Het Mededingingscollege kent hun op verzoek van de auditeur-generaal of de door hem gemachtigde auditeur immuniteit van vervolging toe indien deze persoon ertoe heeft bijgedragen het bestaan van een door artikel IV.1, § 1, verboden praktijk te bewijzen en de deelnemers ervan te identificeren, onder andere door inlichtingen te verstrekken waarover de Belgische Mededingingsautoriteit voorheen niet beschikte, door het bewijs te leveren van een door artikel IV.1, § 1, verboden praktijk waarvan het bestaan nog niet vaststond, of door een door artikel IV.1, § 4, verboden praktijk te erkennen.
  De immuniteit van vervolging kan worden toegekend aan iedereen die aan de in deze bepaling omschreven voorwaarden voldoet indien hij meewerkt aan een clementieverzoek van een onderneming voor wie hij optreedt.
  § 3. Na het aannemen van de clementieverklaring of het verlenen van immuniteit aan natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen de stukken en inlichtingen, die door een verzoeker zijn overgelegd, deel uitmaken van het onderzoeks- of proceduredossier, maar er kan onverminderd artikel IV.69 [2 en artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79]2 niet anderszins toegang toe worden verleend .
  § 4. Onverminderd de verjaringstermijnen kan de auditeur-generaal of de door hem gemachtigde auditeur alsnog om het opleggen van een sanctie verzoeken tegen de betrokken persoon, indien het Mededingingscollege vaststelt dat de voorwaarden van de in § 2 bedoelde persoonlijke clementieverklaring niet werden nageleefd.
  § 5. Een verzoek tot immuniteit van sancties door een natuurlijke persoon staat niet in de weg aan het toekennen van een volledige vrijstelling van geldboeten aan de onderneming bij toepassing van § 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2017-06-06/02, art. 6, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>

  Art. IV.47. [1 Het Mededingingscollege kan na de in artikel IV.45 bedoelde procedure betreffende een klacht, een verzoek of een ambtshalve onderzoek bij een met redenen omklede beslissing verklaren dat, op grond van de gegevens die het Mededingingscollege bekend zijn, er voor het Mededingingscollege geen aanleiding bestaat om op te treden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.48. [1 Na de in artikel IV.45 bedoelde procedure kan het Mededingingscollege bij een met redenen omklede beslissing vaststellen :
  1° dat er een restrictieve mededingingspraktijk bestaat en bevelen dat deze desgevallend beëindigd wordt, indien nodig volgens de door het Mededingingscollege voorgeschreven modaliteiten;
  2° dat er geen restrictieve mededingingspraktijk bestaat, voor zover er geen enkele beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten van de Europese Unie bestaat;
  3° dat de werking van artikel IV.4, tweede lid, of de werking van een koninklijk besluit in de zin van de artikelen IV.4, derde lid, en IV.5 in een individueel geval vervalt, indien de betrokken restrictieve mededingingspraktijk met artikel IV.1, § 3, onverenigbare gevolgen heeft;
  4° dat de werking van een verordening in de zin van artikel IV.4, eerste lid, in een individueel geval vervalt, indien de betrokken restrictieve mededingingspraktijk met artikel 101, § 3, VWEU onverenigbare gevolgen heeft op het nationale grondgebied of een gedeelte daarvan, welk gebied alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke geografische markt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.49. [1 § 1. Wanneer het Mededingingscollege voornemens is een beslissing te nemen waarbij de beëindiging van een inbreuk wordt gelast, en de betrokken ondernemingen toezeggingen doen om aan zijn bezorgdheden tegemoet te komen, kan het ten aanzien van deze ondernemingen bij beslissing die toezeggingen een verbindend karakter verlenen. Het kan de auditeur vragen een verslag in te dienen betreffende de voorstellen van toezeggingen binnen de termijn die het bepaalt. De beslissing kan voor een bepaalde periode worden gegeven en bevat de conclusie dat er niet langer gronden voor een optreden van de Belgische Mededingingsautoriteit bestaan. Deze beslissing laat de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties, om het bestaan van restrictieve praktijken voor het verleden vast te stellen, onverlet en kan niet worden uitgelegd als een nadelige erkenning door de betrokken onderneming.
  § . 2. De voorzitter kan de procedure bedoeld in de artikelen IV.41 tot IV.45 heropenen op verzoek of op eigen initiatief :
  1° indien er een wezenlijke verandering optreedt in een van de feiten waarop de beslissing steunt;
  2° indien de betrokken ondernemingen in strijd met de door hen gedane toezeggingen handelen, of
  3° indien de beslissing berust op onvolledige, onjuiste of verdraaide inlichtingen, die door partijen werden verstrekt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.50. [1 Indien de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging, waarop het onderzoek betrekking had, het voorwerp uitmaakt van een verordening van de Raad van de Europese Unie of een verordening van de Europese Commissie waarbij artikel 101, § 1, van het EG-verdrag buiten toepassing is verklaard of van een koninklijk besluit in de zin van artikel IV.5, stelt het Mededingingscollege dit vast en vaardigt het een beslissing tot seponering uit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 4. - [1 Procedure inzake transacties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.51. [1 Tijdens een onderzoek op grond van artikel IV.1 of artikel IV.2, al dan niet met gelijktijdige toepassing van artikel 101 of artikel 102 VWEU, kan het auditoraat op elk ogenblik van de procedure, doch in ieder geval vooraleer het in artikel IV.42, § 5, bedoelde ontwerp van beslissing bij de voorzitter wordt neergelegd, ten behoeve van de onderneming of ondernemingsvereniging naar wier activiteit het onderzoek wordt gevoerd een termijn vaststellen waarbinnen zij schriftelijk kan aangeven dat zij bereid is transactiegesprekken te voeren, teneinde in voorkomend geval een voorstel van transactie in te dienen. Het auditoraat is niet verplicht rekening te houden met antwoorden die ontvangen worden na het verstrijken van die termijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.52. [1 Wanneer de onderneming of de ondernemingsvereniging naar wier activiteit het onderzoek wordt gevoerd, aangeeft dat zij bereid is transactiegesprekken te voeren, deelt het auditoraat zijn voornemen om tot een transactie over te gaan schriftelijk mee aan de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging. Het auditoraat geeft daarbij aan welke bezwaren het lastens hen meent te kunnen staven en geeft hun toegang tot het bewijsmateriaal dat daartoe gebruikt wordt, evenals tot alle niet vertrouwelijke versies van documenten en inlichtingen die tijdens het onderzoek werden verkregen.
  Tevens geeft het auditoraat kennis van het minimum en het maximum van de geldboete die het overweegt voor te stellen aan het Mededingingscollege.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.53. [1 Wanneer het voor het auditoraat na verdere besprekingen duidelijk blijkt dat een transactie mogelijk is, en na de kennisneming van de hiervoor bedoelde documenten en inlichtingen, kan het auditoraat een termijn vaststellen waarbinnen de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging er zich toe kan verbinden een transactieverklaring af te leggen. In deze verklaring dienen zij hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij de aangehaalde inbreuk te erkennen en de voorgestelde sanctie te aanvaarden.
  Het auditoraat is niet verplicht rekening te houden met verklaringen met het oog op een transactie die het na het verstrijken van de termijn ontvangt. Het auditoraat kan de transactieprocedure te allen tijde stopzetten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.54. [1 Ingeval de verklaringen van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging de weergave en aanvaarding inhouden van de in de mededeling van het auditoraat vermelde inbreuk, kan het auditoraat aan de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging een ontwerp van transactiebeslissing ter kennis brengen waarin dit wordt vastgesteld, en de geldboete wordt bepaald.
  Voor het berekenen van de geldboete overeenkomstig de richtsnoeren van de Belgische Mededingingsautoriteit, en bij het ontbreken daarvan van de Europese Commissie, betreffende de berekening van boetes, kan het auditoraat een boetevermindering van 10 % toepassen. Het kan ook rekening houden met een verbintenis van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging om zich te kwijten van de betaling van schadevergoeding.
  Ten einde tot een transactie te komen dienen de betrokken ondernemingen of ondernemingsverenigingen binnen een door het auditoraat bepaalde termijn te bevestigen dat de aan hen gerichte mededeling van de ontwerpbeslissing de inhoud weergeeft van de door hen met het oog op een transactie gedane verklaringen, en dat zij de in het ontwerp bepaalde sanctie aanvaarden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.55. [1 Tezelfdertijd stelt het auditoraat, bij gelijktijdige toepassing van artikel 101 of artikel 102 VWEU, de Europese Commissie overeenkomstig artikel 11, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van deze ontwerpbeslissing in kennis.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.56. [1 Alle documenten en gegevens, die door het auditoraat en de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging worden uitgewisseld, zijn vertrouwelijk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.57. [1 Indien de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging binnen de gestelde termijn deze bevestiging heeft meegedeeld, neemt het auditoraat een beslissing, die de boete in zich bevat, waardoor de procedure wordt afgesloten. Deze beslissing geldt als een beslissing van het Mededingingscollege zoals bedoeld in artikel IV.48.
  Indien de Europese Commissie evenwel opmerkingen formuleert die een wijziging van de ontwerpbeslissing vergen en het auditoraat niet beslist de transactieprocedure stop te zetten, neemt het auditoraat een nieuwe ontwerpbeslissing en wordt opnieuw de procedure bedoeld in artikel IV.54 gevolgd.
  De auditeur-generaal stuurt de beslissing per aangetekende brief aan de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging. De auditeur-generaal stuurt tevens een afschrift van deze beslissing naar het secretariaat met het oog op de publicatie, en aan de klager indien er een bestaat.
  De betrokken onderneming of ondernemingsvereniging kan geen hoger beroep instellen tegen de transactiebeslissing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 5. - [1 Onderzoek inzake concentratie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.58. [1 § 1. De door de auditeur-generaal aangewezen auditeur stelt een onderzoek van de zaak in zodra hij de aanmelding heeft ontvangen of, indien de te verstrekken inlichtingen onvolledig zijn, zodra hij de volledige inlichtingen heeft ontvangen.
  Wanneer niet voldaan is aan de voorwaarden voor de toepassing van de in artikel IV.63 bedoelde vereenvoudigde procedure, zendt de auditeur een exemplaar van de aanmelding van concentraties verricht op grond van artikel IV.10, onverwijld over aan de voorzitter die het Mededingingscollege samenstelt dat de zaak zal behandelen.
  § 2. De auditeur, die belast is met de dagelijkse leiding van een onderzoek, kan onderzoekstaken opdragen aan de personeelsleden van het auditoraat.
  § 3. De auditeur aangewezen krachtens artikel IV.27 dient het gemotiveerd ontwerp van beslissing in bij de voorzitter, samen met het dossier van de procedure enkel samengesteld uit de documenten en gegevens waarop de auditeur zich steunt in zijn ontwerp, met vermelding van de toegekende classificatie van vertrouwelijkheid en van de inventaris van de stukken van dit dossier. Deze inventaris bepaalt de vertrouwelijkheid van de stukken ten aanzien van elke partij die toegang heeft tot het dossier.
  § 4. Het ontwerp van beslissing wordt neergelegd binnen een termijn van vijfentwintig werkdagen vanaf de dag volgend op de dag van de indiening van de aanmelding bij de auditeur-generaal. Ingeval de inlichtingen die bij de aanmelding werden verstrekt niet volledig waren, loopt deze termijn vanaf de dag volgend op de dag waarop de volledige inlichtingen werden ontvangen. De termijn van vijfentwintig werkdagen wordt verlengd met vijf werkdagen indien verbintenissen worden aangeboden overeenkomstig artikel IV.59, tweede lid.
  § 5. Bij de indiening bedoeld in § 4, deelt de auditeur een kopie van het ontwerp van beslissing mee aan de aanmeldende partijen. Hij deelt tevens een kopie van het ontwerp, na verwijdering van de zakengeheimen en de vertrouwelijke gegevens, mee aan de vertegenwoordigers van de meest representatieve organisaties van werknemers van deze ondernemingen of aan degenen die zij aanwijzen.
  Hij deelt de in het eerste lid bedoelde personen mee dat zij op het secretariaat inzage kunnen nemen van het dossier, met uitzondering van de stukken die ten aanzien van hen vertrouwelijk zijn, en dat zij tegen betaling een kopie ervan kunnen krijgen.
  De auditeur spreekt zich vooreerst uit over de vertrouwelijkheid en hij neemt deze documenten en gegevens op in een aparte bijlage die hij aan het secretariaat overzendt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.59. [1 Indien de auditeur meent dat een daadwerkelijke mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, onder andere door het in het leven roepen of versterken van een machtspositie, zoals bedoeld in artikel IV.9, § 4, brengt hij hiervan de ondernemingen die aan de concentratie deelnemen op de hoogte, ten minste vijf werkdagen voor de indiening van het ontwerp van beslissing bij de voorzitter overeenkomstig artikel IV.58, § 3.
  De ondernemingen die aan de concentratie deelnemen, beschikken in dat geval over een termijn van vijf werkdagen om aan de auditeur verbintenissen aan te bieden die bedoeld zijn om een beslissing op grond van artikel IV.61, § 2, eerste lid, 1° te verkrijgen.
  De auditeur hoort de ondernemingen die aan de concentratie deelnemen, over de aangeboden verbintenissen, en bepaalt in het ontwerp van beslissing een standpunt over de aangeboden verbintenissen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 6. - [1 Beslissing inzake concentratie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.60. [1 § 1. Het Mededingingscollege behandelt elke zaak ter zitting. De zitting vindt plaats ten minste tien werkdagen na de mededeling van het ontwerp van beslissing aan de aanmeldende partijen.
  § 2. Het Mededingingscollege hoort de ondernemingen die aan de concentratie deelnemen. Deze ondernemingen voegen hun eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken bij het dossier uiterlijk de dag voor de zitting en zij bezorgen daarvan een kopie aan de auditeur.
  Zij mogen geen bijkomende stukken toevoegen die niet werden neergelegd tijdens het voorgaande onderzoek, behalve indien het een bewijs van een feit betreft of een antwoord op grieven waarvan zij nog geen kennis hebben gekregen.
  Indien het zulks nodig acht, hoort het Mededingingscollege dat de zaak behandelt elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het oproept.
  Het hoort tevens de derden die van een voldoende belang doen blijken. Voor de economische sectoren, die onder de controle of het toezicht van een openbare instelling of een andere geëigende overheidsinstelling zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben. In alle gevallen worden de directeurs economische en juridische studies geacht een voldoende belang te hebben.
  De leden van de bestuursorganen of van de directieorganen van de ondernemingen die deelnemen aan de concentratie, alsook de vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemersorganisaties van deze ondernemingen, of de personen die zij aanwijzen, worden geacht een voldoende belang te hebben.
  Het niet-verschijnen van de opgeroepen partijen of van hun mandataris doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
  § 3. Andere personen dan de ondernemingen die aan de concentratie deelnemen, kunnen uiterlijk drie werkdagen voor de hoorzitting informatie meedelen aan het Mededingingscollege dat de zaak behandelt. Het secretariaat deelt deze informatie onmiddellijk mee aan de aanmeldende partijen en aan het auditoraat.
  Indien andere personen dan de ondernemingen die aan de concentratie deelnemen, vertrouwelijke informatie aan het Mededingingscollege wensen mee te delen, zal een daartoe door de auditeur-generaal aangewezen auditeur die niet belast was met het onderzoek, in toepassing van de procedure bedoeld in artikel IV.41, §§ 6 en 7, zich over de vertrouwelijkheid uitspreken. De vertrouwelijke documenten worden vervolgens niet bij het dossier gevoegd en worden vervangen door de niet-vertrouwelijke samenvatting of versie. Deze beslissing is niet vatbaar voor een afzonderlijk hoger beroep.
  § 4. De beslissing van het Mededingingscollege over de grond van de zaak kan niet steunen op de stukken die door derden werden aangebracht en als vertrouwelijk werden erkend zonder dat de aanmeldende partijen ervan kennis hebben kunnen nemen.
  § 5. De Koning bepaalt de nadere regels van de procedure voor het Mededingingscollege evenals de voorwaarden voor het verkrijgen van kopieën.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.61. [1 § 1. Het Mededingingscollege stelt bij gemotiveerde beslissing vast, dat :
  1° de concentratie binnen het toepassingsgebied valt van dit boek;
  2° de concentratie niet binnen het toepassingsgebied valt van dit boek.
  § 2. Als de concentratie binnen het toepassingsgebied van dit boek valt, neemt het Mededingingscollege een van de volgende gemotiveerde beslissingen :
  1° het kan beslissen dat de concentratie toelaatbaar is. Aan die beslissing kan het voorwaarden of verplichtingen verbinden, die moeten waarborgen dat de betrokken ondernemingen de verbintenissen nakomen die zij hebben aangeboden, teneinde de concentratie toelaatbaar te horen verklaren. Indien het Mededingingscollege voorwaarden of verplichtingen in overweging wenst te nemen die niet in het ontwerp van beslissing besproken zijn, worden de betrokken ondernemingen en de auditeur hierover gehoord, en beschikken zij over minimaal twee werkdagen om zich hierover uit te spreken. De aanmeldende partijen kunnen de voorwaarden van de concentratie wijzigen, tot op het ogenblik waarop het Mededingingscollege een beslissing heeft genomen. In dat geval slaat de beslissing van toelaatbaarheid op de aldus gewijzigde concentratie;
  2° ofwel verklaart het de concentratie toelaatbaar wanneer de betrokken ondernemingen samen niet meer dan 25 % controleren van welke voor de transactie relevante markt ook, ongeacht of het gaat om horizontale dan wel verticale relaties;
  3° ofwel kan het vaststellen dat er ernstige twijfels bestaan omtrent de toelaatbaarheid van de concentratie en kan het beslissen de procedure van bijkomend onderzoek bedoeld in artikel IV.62 in te zetten.
  De beslissingen van het Mededingingscollege bedoeld in het eerste lid worden genomen binnen een termijn van veertig werkdagen te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van ontvangst van de aanmelding, in voorkomend geval verlengd in toepassing van artikel IV.58, § 1. Deze termijn wordt met vijftien werkdagen verlengd indien de betrokken ondernemingen verbintenissen aanbieden teneinde de concentratie toelaatbaar te horen verklaren.
  De concentratie wordt toelaatbaar geacht, wanneer het Mededingingscollege geen beslissing heeft genomen binnen de in het tweede lid bedoelde termijn.
  § 3. De termijn bedoeld in § 2 kan niet worden verlengd, tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de aanmeldende partijen, en slechts voor de duur die zij voorstellen. Het Mededingingscollege staat in ieder geval een verlenging toe van vijftien werkdagen alsmede een nieuwe zitting, indien de aanmeldende partijen daarom verzoeken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.62. [1 § 1. Indien het Mededingingscollege de beslissing neemt, bedoeld in artikel IV.61, § 2, eerste lid, 3°, voert de auditeur een bijkomend onderzoek en dient hij een herzien ontwerp van beslissing in bij de voorzitter, die het zonder verwijl voorlegt aan het Mededingingscollege. De bepalingen van artikel IV.58, met uitzondering van de §§ 1 en 4, zijn van toepassing op het bijkomend onderzoek en het herzien ontwerp van beslissing.
  Uiterlijk twintig werkdagen na de datum van de beslissing om de procedure in te zetten overeenkomstig artikel IV.61, § 2, eerste lid, 3°, kunnen de aanmeldende partijen aan de auditeur verbintenissen voorstellen met het oog op het verkrijgen van een beslissing tot toelaatbaarheid.
  § 2. De auditeur dient het herziene ontwerp van beslissing in bij het Mededingingscollege binnen een termijn van dertig werkdagen na de beslissing om de procedure in te stellen. Deze termijn wordt verlengd met dezelfde duur als die welke de aanmeldende partijen gebruikt hebben om hun verbintenissen voor te stellen overeenkomstig paragraaf 1. Dit herziene ontwerp van beslissing wordt meegedeeld overeenkomstig artikel IV.58, § 5.
  Indien de auditeur van oordeel is dat de concentratie overeenkomstig artikel IV.9, § 3, toelaatbaar moet worden verklaard, vermeldt het herziene ontwerp van beslissing de redenen waarom de concentratie niet tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, met name door de verwezenlijking of de versterking van een machtspositie.
  Indien de auditeur van oordeel is dat de concentratie overeenkomstig artikel IV.9, § 4, ontoelaatbaar moet worden verklaard of onderworpen moet worden aan voorwaarden of verplichtingen, vermeldt het herzien ontwerp van beslissing de redenen waarom de concentratie moet worden verboden of onderworpen aan de voorwaarden en verplichtingen die de auditeur voorstelt.
  § 3. De ondernemingen die aan de concentratie deelnemen en de personen die overeenkomstig artikel IV.60, § 2, tussenkomen, dienen hun eventuele schriftelijke opmerkingen in binnen een termijn van tien werkdagen na de neerlegging van het herziene ontwerp van beslissing, met kopie aan de auditeur en de andere bij de zaak betrokken partijen.
  Zij mogen geen bijkomende stukken toevoegen die niet werden neergelegd tijdens het voorgaande onderzoek, behalve indien het een bewijs van een feit betreft of een antwoord op grieven waarvan zij nog geen kennis hebben gekregen.
  § 4. Ingeval schriftelijke opmerkingen met toepassing van paragraaf 3 ingediend worden, kan de auditeur een aanvullend ontwerp van beslissing neerleggen bij het Mededingingscollege binnen een termijn van vijf werkdagen na het verstrijken van de termijn bepaald in paragraaf 3. Dit herziene ontwerp van beslissing wordt medegedeeld overeenkomstig artikel IV.58, § 5. De ondernemingen, die aan de concentratie deelnemen, voegen hun eventuele schriftelijke opmerkingen toe aan het proceduredossier uiterlijk op de dag voor de hoorzitting, met kopie aan de auditeur.
  Zij mogen geen bijkomende stukken toevoegen, die niet werden neergelegd tijdens het voorgaande onderzoek.
  Eventuele bijkomende schriftelijke opmerkingen van tussenkomende partijen worden uit de debatten geweerd.
  § 5. Het Mededingingscollege onderzoekt de zaak overeenkomstig artikel IV.60.
  § 6. De beslissing van het Mededingingscollege betreffende de toelaatbaarheid van een concentratie wordt genomen binnen zestig werkdagen na de beslissing om de procedure in te stellen, desgevallend verlengd overeenkomstig paragraaf 2. Aan die beslissing kunnen voorwaarden of verplichtingen gekoppeld worden die waarborgen dat de betrokken ondernemingen de verbintenissen nakomen die zij hebben aangeboden teneinde de concentratie toelaatbaar te horen verklaren. Indien het Mededingingscollege voorwaarden of verplichtingen in overweging wenst te nemen die niet in het ontwerp van beslissing besproken zijn, worden de betrokken ondernemingen en de auditeur hierover gehoord en krijgen zij minimaal twee werkdagen om zich hierover uit te spreken.
  De beslissing over de concentratie wordt geacht gunstig te zijn wanneer het Mededingingscollege geen beslissing heeft genomen binnen de termijn van zestig werkdagen, desgevallend verlengd zoals bepaald in paragraaf 2, indien de betrokken ondernemingen verbintenissen aanbieden overeenkomstig paragraaf 2.
  De termijn kan niet worden verlengd, tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de partijen, en ten hoogste voor de duur die zij voorstellen. Het Mededingingscollege staat in ieder geval de gevraagde verlenging toe met maximaal twintig werkdagen alsmede een nieuwe zitting indien de aanmeldende partijen daarom verzoeken teneinde hun toe te laten nieuwe verbintenissen voor te stellen.
  De Koning kan, na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit, de termijn bedoeld in het eerste lid wijzigen.
  § 7. Wanneer het Mededingingscollege in zijn beslissing vaststelt dat de concentratie niet toelaatbaar is, beveelt het met het oog op het herstellen van een daadwerkelijke mededinging de splitsing van de gegroepeerde ondernemingen of activa, het stopzetten van de gemeenschappelijke controle of elke andere geëigende maatregel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 7. - [1 Onderzoek en beslissing tijdens een vereenvoudigde procedure bij concentraties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.63. [1 § 1. De aanmeldende partijen kunnen om de toepassing van de vereenvoudigde procedure verzoeken. In dat geval gelden de hiernavolgende bepalingen, in afwijking van de bepalingen van de artikelen IV.58, § 1 en §§ 3 tot 5, en IV.59 tot en met IV.62.
  § 2. De auditeur stelt het onderzoek van de zaak in zodra hij de aanmelding bedoeld in artikel IV.10 heeft ontvangen of, indien de te verstrekken inlichtingen onvolledig zijn, zodra hij de volledige inlichtingen heeft ontvangen.
  § 3. Indien de auditeur tot de vaststelling komt dat aan de voorwaarden voor toepassing van de vereenvoudigde procedure is voldaan en dat de aangemelde concentratie geen aanleiding geeft tot verzet, stelt hij dit vast in een schriftelijke beslissing die hij toestuurt aan de aanmeldende partijen. De auditeur stuurt tevens een afschrift van deze beslissing naar het secretariaat van de Belgische Mededingingsautoriteit met het oog op de publicatie ervan.
  § 4. De beslissing van de auditeur bedoeld in paragraaf 3 geldt voor de toepassing van dit boek als een beslissing van het Mededingingscollege in de zin van artikel IV.61, § 2, eerste lid, 1°.
  § 5. Indien de auditeur tot de vaststelling komt dat naar zijn oordeel niet aan de voorwaarden voor toepassing van de vereenvoudigde procedure is voldaan of dat er twijfels bestaan over de toelaatbaarheid van de concentratie, stelt hij dit met een beknopte toelichting vast in een beslissing die hij toestuurt aan de aanmeldende partijen, met een afschrift voor het secretariaat.
  Deze beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
  Door deze beslissing van de auditeur vervalt de vereenvoudigde procedure, zodat de artikelen IV.58 tot IV.62 onverminderd van toepassing worden. In dit geval wordt de aanmelding geacht vanaf het begin onvolledig te zijn geweest in de zin van artikel IV.58, § 1. De aanmelding wordt geacht volledig te zijn op de dag die volgt op die waarop de aanmeldende partijen de ontbrekende informatie verstrekken die in de beslissing van de auditeur is vermeld.
  § 6. Binnen vijftien werkdagen stuurt de auditeur de beslissing bedoeld in paragrafen 3 of 5 toe aan de aanmeldende partijen. De concentratie wordt geacht te zijn goedgekeurd wanneer de auditeur binnen de vermelde termijn de bedoelde beslissing niet heeft verstuurd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 8.-. [1 Voorlopige maatregelen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.64. [1 § 1. Het Mededingingscollege kan, onder de in dit artikel bepaalde voorwaarden, voorlopige maatregelen nemen teneinde de restrictieve mededingingspraktijken, die het voorwerp van het onderzoek uitmaken, te schorsen, indien dringend een toestand dient te worden vermeden die een ernstig, onmiddellijk en moeilijk herstelbaar nadeel kan veroorzaken voor de ondernemingen waarvan de belangen aangetast worden door deze praktijken of die schadelijk kan zijn voor het algemeen economisch belang.
  § 2. Gemotiveerde verzoeken om voorlopige maatregelen worden, samen met de daarop betrekking hebbende stukken door een klager, het auditoraat, de minister of de minister bevoegd voor de betrokken sector, ingediend bij de voorzitter. De voorzitter stelt zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat over het verzoek zal beslissen en legt het verzoek voor. Op straffe van nietigheid stuurt de verzoeker op dezelfde dag als de neerlegging, per aangetekende zending of e-mail met ontvangstmelding, een kopie van zijn verzoek en de bijhorende stukken aan de ondernemingen of ondernemingsverenigingen waartegen voorlopige maatregelen werden gevraagd. Het secretariaat bezorgt de auditeur-generaal kopie van dit verzoek en de bijhorende stukken indien hij niet de verzoeker is. Hij bezorgt ook kopie van de latere procedurestukken aan de auditeur-generaal, en desgevallend ook aan de minister wanneer deze de verzoeker is.
  § 3. De voorzitter of de assessor-ondervoorzitter of assessor die hij afvaardigt, legt de datum vast van een zitting die zal plaats hebben binnen een kalendermaand na de neerlegging van het verzoek waarop de verzoekers en de auditeur-generaal of een auditeur die hij afvaardigt, kunnen worden gehoord. Het secretariaat brengt de verzoekers, de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie om voorlopige maatregelen wordt verzocht, de auditeur-generaal en de minister op de hoogte van deze beslissing. De auditeur-generaal dient eventuele schriftelijke opmerkingen neer te leggen uiterlijk zes werkdagen voor de dag van de zitting. De partijen dienen over een termijn van vijf werkdagen te beschikken om voor de zitting inzage te nemen van de neergelegde opmerkingen en stukken met uitzondering van de passages waarvan de voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor-ondervoorzitter of assessor die hij afvaardigt jegens hen de vertrouwelijkheid heeft aanvaard. Schriftelijke opmerkingen moeten worden neergelegd op het in artikel IV.31 bedoelde secretariaat dat deze opmerkingen bezorgt aan de voorzitter en de auditeur-generaal. De partij die opmerkingen neerlegt moet een kopie per aangetekende zending of e-mail met ontvangstmelding toesturen aan alle andere partijen in de procedure.
  § 4. De in de paragrafen 3 en 6 bedoelde termijnen kunnen worden verlengd met maximum twee weken. Indien deze termijnen verlengd worden om de verzoekers toe te laten te antwoorden op schriftelijke opmerkingen van andere partijen, dienen de andere partijen over eenzelfde termijn te beschikken als de verzoekers om op hun repliek te antwoorden.
  § 5. De partijen die stukken neerleggen kunnen de passages aanduiden die zij vertrouwelijk achten, mits zij dit motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting neerleggen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, beslist over de vertrouwelijkheid van passages en tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
  § 6. Het Mededingingscollege oordeelt binnen een termijn van één kalendermaand na de zitting bedoeld in paragraaf 3, bij een met redenen omklede beslissing of er aanleiding bestaat om voorlopige maatregelen te treffen. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt het verzoek om voorlopige maatregelen geacht te zijn verworpen.
  De beslissing van het Mededingingscollege kan niet steunen op stukken waarvan de ondernemingen tegenover dewelke maatregelen genomen worden, geen kennis hebben kunnen nemen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Onderafdeling 9. - [1 Bekendmaking en kennisgeving]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV. [1 65. De beslissingen van het Mededingingscollege en van de voorzitter worden door het secretariaat van de Belgische Mededingingsautoriteit bij een aangetekende brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de partijen, de klagers en de minister alsook van elke persoon die overeenkomstig artikel IV.45, § 5, of artikel IV.60, § 2, een belang kan doen gelden en die aan het Mededingingscollege gevraagd heeft te worden gehoord.
  De voorzitter, die de beslissing neemt, houdt rekening met het rechtmatige belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens niet openbaar worden gemaakt.
  De beslissingen bedoeld in het eerste lid vermelden de partijen aan wie de kennisgeving moet worden gestuurd.
  Op straffe van nietigheid vermeldt de kennisgevingsbrief de termijn van hoger beroep alsook de wijze waarop dit rechtsmiddel kan worden ingesteld. De brief omvat als bijlage de namen, hoedanigheden en adressen van de partijen aan wie de beslissing ter kennis werd gebracht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.66.[1 § 1. Zodra de auditeur-generaal de aanmelding van een concentratie heeft ontvangen, stuurt hij deze voor bekendmaking bij uittreksel naar het Belgisch Staatsblad en op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit. Deze bekendmaking bevat de namen van de ondernemingen die deel uitmaken van de concentratie. De bekendmaking geeft aan of de toepassing van de vereenvoudigde procedure wordt gevraagd.
  § 2. De beslissingen van het Mededingingscollege of van de voorzitter, met inbegrip van de beslissingen bedoeld in de onderafdelingen 3 tot 7 van dit hoofdstuk, van het auditoraat bedoeld in artikel IV.30, § 1, 2°, en van de auditeur bedoeld in artikel IV.63, § 3, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit.
  De beslissingen van het [2 Marktenhof]2 en van het Hof van Cassatie worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ter kennis gebracht van de partijen door toedoen van de betrokken griffie, bij aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  Ook de berichten waardoor bij ontstentenis van een beslissing de concentratie wordt geacht toegelaten te zijn, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en ter kennis gebracht van de partijen die aan de concentratie hebben deelgenomen, alsook aan elke persoon die overeenkomstig artikel IV.60, § 2, een belang kan doen gelden en die aan het Mededingingscollege gevraagd heeft te worden gehoord.
  De berichten waardoor bij ontstentenis van een beslissing het verzoek om voorlopige maatregelen wordt geacht verworpen te zijn, worden ter kennis gebracht van de verzoekers alsook aan elke persoon die aan de procedure heeft deelgenomen.
  De beslissingen bedoeld in de vorige leden worden onmiddellijk, in de vorm bestemd voor de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, aan de Commissie voor de Mededinging meegedeeld.
  Bij deze bekendmaking en mededeling houdt de voorzitter van het Mededingingscollege rekening met het rechtmatig belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens niet openbaar worden gemaakt.
  De kennisgeving van de beslissing van het Mededingingscollege of van de voorzitter van het Mededingingscollege vermeldt dat tegen die beslissing beroep kan worden ingesteld bij het [2 Marktenhof]2 binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving.
  In het kader van deze beroepsprocedure worden niet als definitieve beslissing beschouwd, die waarbij bepaald wordt dat een concentratie binnen het toepassingsgebied van dit boek valt en die waarbij beslist wordt de procedure bepaald in artikel IV.62 in te stellen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Onderafdeling 10. - [1 Samenwerking met de Europese Commissie en de mededingingsautoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.67. [1 Wanneer de Belgische Mededingingsautoriteit zich, bij toepassing van artikel 104 van het VWEU, uitspreekt over de toelaatbaarheid van afspraken of over het misbruik maken van een machtspositie op de gemeenschappelijke markt, wordt de beslissing genomen in overeenstemming met de artikelen 101, lid 1, en 102 VWEU, volgens de procedure en de sancties bepaald in dit boek.
  Wanneer de Belgische Mededingingsautoriteit zich, met toepassing van verordeningen of richtlijnen genomen op basis van artikel 103 VWEU, uitspreekt over de toepassing van de beginselen neergelegd in de artikelen 101 en 102 van hetzelfde Verdrag, wordt de beslissing genomen in overeenstemming met deze verordeningen of richtlijnen, volgens de procedure en de sancties bepaald in dit boek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.68. [1 De daartoe door de auditeur-generaal aangeduide personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden, met toepassing van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad belast met het vervullen bij de ondernemingen van bijstands-, verificatie- of andere opdrachten in het kader van het toezicht op de naleving van de mededingingsregels van de verdragen van de Europese Unie, die zij ambtshalve, op verzoek van de Europese Commissie, of op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie uit hoofde van hun mededingingsregels uitvoeren.
  De daartoe gemachtigde personeelsleden hebben dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als die van de in artikel IV.41, § 3, bedoelde gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat, en als die van de in artikel 20, lid 2, van de Verordening (EG) nr. 1/2003 bedoelde gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van de Europese Commissie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.69. [1 Voor de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, hebben de voorzitter, de auditeur-generaal en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de bevoegdheid om alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke inlichtingen, mee te delen aan de Europese Commissie en aan de mededingingsautoriteiten van de andere lidstaten, alsook in voorkomend geval zulke informatie die werd verkregen van de Europese Commissie of van de mededingingsautoriteiten van de andere lidstaten als bewijsmiddel te gebruiken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Afdeling 3. - [1 Geldboeten en dwangsommen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.70.[1 § 1. Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt zoals bedoeld in artikel IV.48, 1°, kan het Mededingingscollege, aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen, geldboeten opleggen van maximaal 10 % van hun omzet. Bovendien kan het bij dezelfde beslissing, op vraag van de auditeur, wegens niet-naleving van haar beslissing dwangsommen opleggen aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen, tot beloop van 5 % van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen van de dag die zij in de beslissing bepaalt.
  Deze geldboeten en dwangsommen kunnen tevens worden opgelegd in geval van toepassing van de artikelen IV.48, 3° en 4°, en IV.49, § 2, en bij niet-naleving van de beslissingen bedoeld bij artikelen IV.61, § 2, 1°, en IV.62, §§ 6 en 7.
  [2 De Belgische Mededingingsautoriteit kan de vergoeding van schade toegebracht door een inbreuk op de mededinging, die werd toegekend ingevolge een minnelijke schikking als een verzachtende omstandigheid in aanmerking nemen, voordat zij haar beslissing neemt om een boete op te leggen.]2
  § 2. Inbreuken op artikel IV.1., § 4, worden gestraft met een administratieve geldboete van 100 tot 10.000 euro.
  § 3. De boetes en dwangsommen zoals bedoeld in §§ 1 en 2 zijn niet fiscaal aftrekbaar.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2017-06-06/02, art. 7, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>

  Art. IV.71. [1 § 1. Het Mededingingscollege kan aan personen, ondernemingen of ondernemingsverenigingen geldboeten opleggen tot beloop van 1 % van de omzet wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid :
  1° bij een aanmelding of een verzoek om inlichtingen onjuiste of verdraaide gegevens verstrekken;
  2° de inlichtingen op onvolledige wijze verstrekken;
  3° de inlichtingen niet binnen de gestelde termijn verstrekken;
  4° de onderzoeken bedoeld in de artikelen IV.41 en IV.44 beletten of hinderen.
  § 2. Dezelfde geldboeten kunnen worden opgelegd ingeval een onderneming is overgegaan tot een concentratie zonder deze vooraf te melden overeenkomstig artikel IV.10, zelfs indien zou blijken dat de concentratie toelaatbaar is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.72. [1 In geval van inbreuk op artikel IV.10, § 5, kan het Mededingingscollege de bij artikel IV.70 § 1, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen.
  Het kan bovendien de dwangsommen, bedoeld bij artikel IV.70, § 1, opleggen om het bevel bedoeld in artikel IV.62, § 7, te doen naleven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.73. [1 Het Mededingingscollege kan de in artikel IV.70, § 1, bedoelde dwangsom opleggen teneinde de voorlopige maatregelen, die hij overeenkomstig artikel IV.64 heeft getroffen, en de in artikel IV.41, § 2, derde lid, bedoelde beslissing te doen naleven.
  In dit laatste geval kan de dwangsom worden opgelegd in de loop van het onderzoek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.74. [1 De omzet bedoeld in de artikelen IV.70 en IV.71 is de totale omzet behaald tijdens het vorige boekjaar op de nationale markt en bij de export. Hij moet worden begrepen in de zin van titel VI van boek IV van het Wetboek Vennootschappen over de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Cassatie en tussenkomsten als amicus curiae]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  Art. IV.75. [1 Het Hof van Cassatie spreekt zich bij wege van prejudicieel arrest uit over de vragen met betrekking tot de interpretatie van de bepalingen van dit boek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  Art. IV.76. [1 Wanneer de oplossing van een geschil afhangt van de interpretatie van dit boek, kan het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is gemaakt de uitspraak uitstellen en een prejudiciële vraag stellen aan het Hof van Cassatie.
   De beslissing om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Cassatie schorst de termijnen en de procedure voor het rechtscollege dat de vraag stelt vanaf de dag waarop de beslissing werd genomen tot de dag waarop dit rechtscollege het antwoord van het Hof van Cassatie ontvangt.
   Tegen de beslissing van dit rechtscollege om een prejudiciële vraag te stellen of een dergelijke vraag niet te stellen kan geen enkel rechtsmiddel worden aangewend.
   § 2. De griffier van het Hof van Cassatie stelt de partijen, de Belgische Mededingingsautoriteit, de minister en, in het geval van toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de Europese Commissie onverwijld in kennis van de prejudiciële vraag.
   De griffier van het Hof van Cassatie nodigt de partijen, de Belgische Mededingingsautoriteit, de minister en de Europese Commissie uit om hun schriftelijke opmerkingen over te zenden, op straffe van onontvankelijkheid, binnen een maand na de kennisgeving van de prejudiciële vraag.
   § 3. Deze laatsten kunnen elk vragen om gehoord te worden en het proceduredossier ter plaatse raadplegen of vragen dat hen een afschrift wordt toegezonden.
   Het Hof kan de prejudiciële vraag herformuleren. Het Hof neemt een met redenen omklede beslissing. Het Hof doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken.
   § 4. Het rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld, evenals elk rechtscollege dat in dezelfde zaak uitspraak doet, moeten zich, voor de oplossing van het geschil naar aanleiding waarvan de vragen zijn gesteld, voegen naar het arrest dat het Hof van Cassatie heeft gewezen. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  Art. IV.77.[2 § 1.]2 [1 De Belgische Mededingingsautoriteit kan ambtshalve of op verzoek van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is, binnen de door het rechtscollege bepaalde termijnen, schriftelijke opmerkingen maken in verband met de toepassing van de artikelen IV.1 en IV.2 of van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
   Met de toestemming van het betrokken rechtscollege kan zij ook mondelinge opmerkingen maken.
   Enkel met het oog op de formulering van hun opmerkingen kan de Belgische Mededingingsautoriteit het betrokken rechtscollege verzoeken haar alle voor de beoordeling van de zaak noodzakelijke stukken toe te zenden of te laten toezenden.
   Wanneer de Belgische Mededingingsautoriteit opmerkingen indient moeten de andere partijen de gelegenheid worden geboden om op deze opmerkingen te antwoorden.]1
  [2 In het kader van een procedure betreffende een rechtsvordering tot schadevergoeding kan de Belgische Mededingingsautoriteit op verzoek van een nationaal rechtscollege dit rechtscollege bijstaan om het schadebedrag te bepalen wanneerzij dergelijke bijstand geschikt acht, volgens de voorwaarden en nadere regels bepaald in paragraaf 1.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>
  (2)<W 2017-06-06/02, art. 8, 047; Inwerkingtreding : 22-06-2017>

  Art. IV.78. [1 Elk door de hoven en rechtbanken gewezen vonnis of arrest waarbij het gaat om het geoorloofde karakter van een mededingingspraktijk als bedoeld in dit boek, wordt binnen acht dagen aan de Belgische Mededingingsautoriteit en, voor zover het gaat om een vonnis of arrest dat een toepassing van het Europees mededingingsrecht bevat, aan de Europese Commissie meegedeeld door toedoen van de griffier van het bevoegde rechtscollege.
   Bovendien geeft de griffier zonder verwijl de Belgische Mededingingsautoriteit kennis van de beroepen die zijn ingesteld tegen enig in het voorgaande lid bedoeld vonnis of arrest.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  HOOFDSTUK 3. - [1 Hoger beroep]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>

  Art. IV.79.[1 § 1. Tegen de beslissingen van het Mededingingscollege of de auditeur, zoals bedoeld in de artikelen IV.47, IV.48, IV.50, IV.61, § 1, 1° en 2°, en § 2, 1° en 2°, IV.62 § 6, IV.63, § 3, en IV.64, alsmede tegen stilzwijgende beslissingen tot toelating van concentraties door het verstrijken van de in artikelen IV.61 en IV.62 bepaalde termijnen en tegen het stilzwijgend afwijzen van een verzoek om voorlopige maatregelen door het verstrijken van de in artikel IV.64 bepaalde termijn kan uitsluitend bij het [2 Marktenhof]2 hoger beroep worden ingesteld.
   Na de mededeling van de grieven bedoeld in artikel IV.42, § 4, en artikel IV.59, eerste lid, kan bij het [2 Marktenhof]2 ook beroep worden aangetekend tegen beslissingen van het auditoraat betreffende het aanwenden in het onderzoek van de in het kader van een huiszoeking zoals bedoeld in artikel IV.41, § 3, vierde lid verkregen gegevens, voor zover deze gegevens daadwerkelijk zijn gebruikt voor het staven van de grieven.
   Tegen andere beslissingen van het Mededingingscollege, het Auditoraat of een auditeur staat alleen het beroep open dat in dit boek is voorzien, onverminderd de mogelijkheid om er middelen aan te ontlenen in een in deze paragraaf bedoelde beroepsprocedure voor het [2 Marktenhof]2.
   § 2. Het [2 Marktenhof]2 oordeelt volgens de procedure zoals in kortgeding in rechte en in feite over de zaak zoals voorgelegd door de partijen.
   Het hof oordeelt, behalve in de in het derde lid bedoelde gevallen met volle rechtsmacht met inbegrip van de bevoegdheid om een eigen beslissing in de plaats te stellen van de aangevochten beslissing.
   In zaken betreffende de toelaatbaarheid van concentraties of door het Mededingingscollege opgelegde voorwaarden of verplichtingen, en in zaken waarin het hof, anders dan de aangevochten beslissing, een inbreuk vaststelt op de artikelen 101 of 102 VWEU, spreekt het Hof zich alleen uit over de aangevochten beslissing met vernietigingsbevoegdheid.
   Het beroep schorst de aangevochten beslissingen niet.
   Het [2 Marktenhof]2 kan echter, op verzoek van de belanghebbende en bij beslissing alvorens recht te doen, de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Mededingingscollege geheel of gedeeltelijk schorsen tot op de dag van de uitspraak van het arrest.
   De schorsing van de tenuitvoerlegging kan slechts bevolen worden wanneer ernstige middelen worden ingeroepen die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen rechtvaardigen en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing ernstige gevolgen kan hebben voor de betrokkene.
   Het [2 Marktenhof]2 kan, in voorkomend geval, bevelen dat het betaalde bedrag van de geldboeten aan de betrokkene wordt terugbetaald.
   § 3. Een hoger beroep bij het [2 Marktenhof]2 kan worden ingesteld door elke bij de aangevochten beslissing betrokken partij. Het hoger beroep kan ook ingesteld worden door elke persoon die overeenkomstig artikel IV.45, § 5, of artikel IV.60, § 2, een belang kan doen gelden en die aan het Mededingingscollege gevraagd heeft te worden gehoord. Het beroep kan eveneens door de minister worden ingesteld zonder dat deze een belang moet aantonen en zonder dat hij vertegenwoordigd was voor het Mededingingscollege.
   § 4. Het hoger beroep wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld tegen de Belgische Mededingingsautoriteit door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de aangevochten beslissing.
   Het verzoekschrift bevat op straffe van nietigheid :
   1° de aanduiding van dag, maand en jaar;
   2° indien de verzoeker een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornaam, beroep en woonplaats, alsook, in voorkomend geval, zijn ondernemingsnummer; indien de verzoeker een rechtspersoon is, de benaming, de rechtsvorm, de maatschappelijke zetel en de hoedanigheid van de persoon die of het orgaan dat hem vertegenwoordigt, alsook, in voorkomend geval, zijn ondernemingsnummer; indien het beroep uitgaat van de minister, de benaming en het adres van de dienst die hem vertegenwoordigt;
   3° de vermelding van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld;
   4° een lijst van de namen, hoedanigheden en adressen van de partijen aan wie de beslissing ter kennis was gebracht;
   5° de uiteenzetting van de middelen;
   6° de plaats, de dag en het uur van de verschijning vastgesteld door de griffie van het hof van beroep te Brussel;
   7° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
   Binnen vijf dagen na het indienen van het verzoekschrift moet de verzoeker, op straffe van nietigheid van het verzoek, een afschrift van het verzoekschrift bij een aangetekende brief met ontvangstbewijs toesturen aan het secretariaat van het auditoraat dat de voorzitter en de auditeur-generaal inlicht, alsmede aan de partijen aan wie kennis werd gegeven van de aangevochten beslissing zoals blijkt uit de kennisgevingsbrief, en aan de bevoegde minister indien hij de verzoeker niet is.
   § 5. Incidenteel beroep kan worden ingesteld. Het is slechts ontvankelijk indien het is ingesteld binnen een maand na de ontvangst van de brief waarin het vorige lid voorziet.
   Het incidenteel beroep kan echter niet toegelaten worden indien het hoofdberoep nietig of laattijdig wordt verklaard.
   Het [2 Marktenhof]2 kan te allen tijde de personen die partij waren in de procedure die leidde tot het nemen van de aangevochten beslissing van rechtswege in de zaak betrekken, als het hoofdberoep of het incidenteel beroep hun belangen of verplichtingen kan aantasten. Het hof kan de Belgische Mededingingsautoriteit verzoeken om de mededeling van het proceduredossier en andere stukken die tijdens de procedure bij het Mededingingscollege werden neergelegd.
   De bevoegde minister kan zijn schriftelijke opmerkingen bij de griffie van het hof van beroep te Brussel indienen en het dossier ter plaatse op de griffie raadplegen. Het [2 Marktenhof]2 stelt de termijnen vast om deze opmerkingen neer te leggen. De griffie brengt deze opmerkingen ter kennis van de partijen.
   § 6. Wanneer een beslissing over de boetes niet wordt vernietigd is interest verschuldigd vanaf de datum van de aangevochten beslissing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/13, art. 1>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  HOOFDSTUK 4. - [1 Overige bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.80.[1 § 1. Het onderzoek bedoeld in artikel IV.41 mag slechts betrekking hebben op feiten die zich niet langer dan vijf jaar geleden hebben voorgedaan. De termijn wordt berekend vanaf de datum van de beslissing van de auditeur-generaal om ambtshalve een onderzoek in te stellen of vanaf de datum van het aanhangig maken van de zaak bij de auditeur-generaal overeenkomstig artikel IV.41, § 1.
  In geval van voortdurende of herhaalde inbreuken loopt deze termijn niettemin slechts vanaf de dag dat aan de laatste inbreuk een einde is gekomen.
  § 2. De verjaringstermijn met betrekking tot de procedure van onderzoek en beslissing is vijf jaar, te rekenen van de datum bedoeld in paragraaf 1.
  In geval van voortdurende of herhaalde inbreuken loopt deze termijn niettemin slechts vanaf de dag dat aan de laatste inbreuk een einde is gekomen.
  De verjaring wordt slechts gestuit door daden van onderzoek of daden van beslissing verricht binnen de termijn bepaald in het eerste lid of door een met redenen omkleed verzoek gericht aan de voorzitter door de klager of de verzoeker; met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen.
  [2 De verjaring met betrekking tot de procedure van onderzoek en beslissing wordt geschorst zolang een beslissing van de auditeur of van het auditoraat het voorwerp vormt van een procedure aanhangig bij het [3 Marktenhof]3.]2
  § 3. De verjaringstermijn met betrekking tot de oplegging van geldboeten en dwangsommen is :
  1° drie jaar voor inbreuken op de bepalingen betreffende het inwinnen van inlichtingen en het verrichten van huiszoekingen;
  2° vijf jaar voor de overige inbreuken.
  De verjaringstermijn gaat in op de dag waarop de inbreuk is gepleegd. Bij voortdurende of voortgezette inbreuken gaat de verjaringstermijn pas in op de dag waarop aan de laatste inbreuk een einde is gekomen.
  De verjaring wordt, voor wat de geldboeten en de dwangsommen betreft, slechts gestuit door elke handeling van het auditoraat of het Mededingingscollege of, als het de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU betreft, van de mededingingsautoriteit van een lidstaat met het oog op het onderzoek of vervolging van de inbreuk. De stuiting van de verjaring treedt in op de dag waarop van de handeling kennis wordt gegeven aan ten minste één onderneming of ondernemingsvereniging die aan de inbreuk heeft deelgenomen.
  Handelingen die de verjaring stuiten, zijn :
  1° een schriftelijk verzoek om inlichtingen van het auditoraat of de mededingingsautoriteit van een lidstaat;
  2° een door het auditoraat of de mededingingsautoriteit van een lidstaat aan haar personeel verstrekte schriftelijke opdracht tot huiszoeking;
  3° het instellen van een procedure door het auditoraat of de mededingingsautoriteit van een lidstaat;
  4° het indienen van het ontwerp van beslissing overeenkomstig artikel IV.42, § 5, door het auditoraat of de mededeling van punten van bezwaar door een mededingingsautoriteit van een lidstaat.
  De stuiting van de verjaring geldt ten aanzien van alle ondernemingen en ondernemingsverenigingen die aan de inbreuk hebben deelgenomen.
  Na iedere stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen. De verjaring treedt echter uiterlijk in op de dag waarop een termijn gelijk aan tweemaal de verjaringstermijn is verstreken zonder dat het Mededingingscollege een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd. Deze termijn wordt verlengd met de periode gedurende dewelke de verjaring overeenkomstig het volgende lid wordt geschorst.
  De verjaring inzake de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt geschorst zolang de beslissing van [2 de auditeur of het auditoraat of van]2 het Mededingingscollege het voorwerp vormt van een procedure aanhangig bij het [3 Marktenhof]3.
  § 4. De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van beslissingen genomen in toepassing van de artikelen IV.70 en IV.71 verjaart na vijf jaar.
  De verjaringstermijn gaat in de dag waarop de beslissing definitief is geworden.
  De verjaring inzake tenuitvoerlegging van sancties wordt gestuit :
  1° door de kennisgeving van een beschikking waarbij het oorspronkelijke bedrag van de geldboete of de dwangsom wordt gewijzigd of waarbij een daartoe strekkend verzoek wordt afgewezen;
  2° door elke handeling van het bevoegde orgaan of van een lidstaat dat handelt op verzoek van dat bevoegde orgaan, tot inning van de geldboete of de dwangsom.
  Na iedere stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen.
  De verjaring inzake de tenuitvoerlegging van sancties wordt geschorst :
  1° zolang uitstel van betaling wordt verleend;
  2° zolang de gedwongen tenuitvoerlegging van de betaling krachtens een beslissing van het [3 Marktenhof]3 is opgeschort.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2014-04-02/21, art. 9, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (3)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Art. IV.81.[1 Indien de onderneming in gebreke blijft de geldboete of de dwangsom te betalen, wordt de beslissing van het Mededingingscollege, of van de voorzitter, of de in kracht van gewijsde gegane beslissing van het [2 Marktenhof]2, toegezonden aan de FOD Financiën, met het oog op de inning van het bedrag van de administratieve geldboete.
  De vervolgingen die de voornoemde administratie moet instellen, gebeuren overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.
  De Koning stelt de termijnen en de nadere regels inzake de betaling van de in artikelen IV.70 tot en met IV.74 bedoelde geldboeten en dwangsommen vast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Art. IV.82. [1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst vastleggen van de proceshandelingen, met inbegrip van de onderzoeksmaatregelen, waarvan de kosten ten laste worden gelegd van de aanmeldende partijen of van de partijen die een inbreuk hebben gepleegd op dit boek.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, de voorwaarden en de wijze van inning van de kosten, bedoeld in het voorgaande lid, vaststellen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4,002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, door KB 2013-08-30/14, art. 1>

  Art. IV.83.[1 Het onderzoek wordt gevoerd en het ontwerp van beslissing wordt opgesteld in de taal van het Gewest waarin de onderneming die het voorwerp van het onderzoek is, gevestigd is. Gaat het om meerdere ondernemingen, dan wordt de taal gebruikt van het Gewest waarin de meerderheid van die ondernemingen gevestigd is. In geval van pariteit wordt gebruik gemaakt van een van de in België gesproken talen naar gelang van de behoeften die eigen zijn aan de zaak.
  Is de onderneming in het Brusselse Gewest gevestigd, dan wordt de taal, Nederlands of Frans, gekozen door de klager of door het orgaan dat het onderzoek initieel vordert.
  De onderneming die het voorwerp van het onderzoek is en die in het Brusselse Gewest gevestigd is, kan evenwel vragen dat het onderzoek gevoerd wordt en de rechtspleging voortgezet wordt in de andere taal, Frans of Nederlands. De beslissing over de wijziging van de proceduretaal wordt genomen door de auditeur-generaal. Tegen zijn beslissing kan door de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging hoger beroep worden aangetekend bij de voorzitter binnen drie werkdagen na de kennisgeving van de beslissing. Hij hoort de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, evenals de auditeur generaal of de door hem gemachtigde auditeur binnen vijf werkdagen na ontvangst van het beroep, en spreekt zich uit binnen de vijf werkdagen na de partijen gehoord te hebben. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 06-09-2013, bij KB 2013-08-30/14, art. 1>

  BOEK V. - [1 De mededinging en de prijsevoluties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  TITEL 1. - [1 Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.1.[1 Deze titel is van toepassing op de door de ondernemingen toegepaste prijzen, met uitzondering van de in titel 2 bedoelde prijzen van goederen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.2.[1 De prijzen van goederen en diensten worden bepaald door de vrije mededinging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.3.[1 Wanneer het Prijzenobservatorium een probleem inzake prijzen of marges, een abnormale prijzenevolutie, of een structureel marktprobleem vaststelt, kan het de betrokken partijen, de beroepsfederaties en de consumentenorganisaties raadplegen, en deelt het aan de minister het verslag van zijn vaststellingen mee. Zijn verslag wordt tegelijkertijd bezorgd aan de Belgische Mededingingsautoriteit die hierdoor wordt gevat en, in voorkomend geval, aan de betrokken sectorale regulatoren.
  Het verslag van het Prijzenobservatorium kan worden gepubliceerd, waarbij het vertrouwelijk karakter van de gegevens wordt gerespecteerd. Indien dit verslag zakengeheimen bevat, kan een van deze zakengeheimen ontdane versie worden gepubliceerd. Het verslag van het Prijzenobservatorium wordt voorafgaand aan elke publicatie overgezonden naar de betrokken partijen, beroepsfederaties of consumentenorganisaties.
  Het Prijzenobservatorium kan zich, binnen de wettelijk en reglementair toegewezen bevoegdheden van de FOD Economie, al het nodige bewijsmateriaal doen ter hand stellen om deze vaststellingen te staven.
  Het Prijzenobservatorium kan de vaststellingen en analyses in het eerste lid vermeld, ambtshalve dan wel op vraag van de minister, uitbrengen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.4.[1 § 1. Indien het dringend is een toestand te vermijden die een ernstig, onmiddellijk en moeilijk te herstellen nadeel kan veroorzaken voor de betrokken ondernemingen of voor de consumenten waarvan de belangen aangetast worden, of die schadelijk kan zijn voor het algemeen economisch belang, kan het Mededingingscollege, behalve voor de prijzen van goederen en diensten waarvan de niveaus kunnen worden vastgesteld door en krachtens de wet, voorlopige maatregelen nemen bedoeld om een einde te stellen aan de praktijken bedoeld in artikel V, 3. Deze maatregelen worden vastgesteld voor een maximale periode van zes maanden. Het Prijzenobservatorium kan aan het Mededingingscollege alle informatie meedelen betreffende de prijzen en de marges die het heeft verzameld op grond van artikel V, 3. Daarbij moet het Prijzenobservatorium rekening houden met de bepalingen van de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek en van Verordening 223/2009 van het Europese Parlement en van de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek, meer bepaald betreffende de statistische geheimhouding en het finaliteitsbeginsel.
  § 2. De voorzitter of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, legt de datum vast van een zitting, die zal plaatshebben binnen vijftien kalenderdagen na de neerlegging van het verslag van het Prijzenobservatorium, waarop deze laatste en de betrokken partijen vermeld in dat verslag worden gehoord. Het secretariaat brengt de betrokken partijen op de hoogte van deze beslissing. De partijen beschikken over een termijn van vijf werkdagen om voor de zitting inzage te nemen van de neergelegde opmerkingen en stukken, met uitzondering van de passages waarvan de voorzitter van het Mededingingscollege, of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, jegens hen de vertrouwelijkheid aanvaard heeft.
  De in deze paragraaf en paragraaf 4 bedoelde termijnen kunnen worden verlengd met maximaal twee weken.
  Indien het verslag de betrokken partijen niet vermeldt, nodigt de voorzitter of assessor-ondervoorzitter of assessor die hij afvaardigt, onverwijld de organisaties, vertegenwoordigd bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en die de betrokken sectoren vertegenwoordigen, uit.
  § 3. De partijen, die stukken neerleggen, kunnen de passages aanwijzen die zij vertrouwelijk achten, mits zij hun handeling motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting neerleggen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor-ondervoorzitter of assessor, die hij afvaardigt, beslist over de vertrouwelijkheid van passages en tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
  § 4. Het Mededingingscollege oordeelt binnen een termijn van één kalendermaand na de zitting bedoeld in paragraaf 2 bij een met redenen omklede beslissing of er aanleiding bestaat om voorlopige maatregelen te treffen. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt geen voorlopige maatregel bepaald.
  De beslissing van het Mededingingscollege kan niet steunen op stukken waarvan de ondernemingen of organisaties bedoeld in paragraaf 2, jegens dewelke maatregelen genomen worden, geen kennis hebben kunnen nemen.
  § 5. Het Mededingingscollege kan alle modaliteiten uitvaardigen die nodig zijn voor de toepassing en de uitvoering van zijn beslissing.
  § 6. Het kan zich al het nodige bewijsmateriaal ter hand doen stellen voor de uitvoering van de bevoegdheden die het zijn toevertrouwd bij dit artikel.
  Meer bepaald kan het de mededeling voorschrijven van alle boeken, registers en andere boekingsstukken waarvan het bijhouden door of krachtens wettelijke bepalingen is voorgeschreven.
  § 7. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit zoals beschreven in boek IV.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.5.[1 § 1. Een beroep kan ingediend worden bij het [2 Marktenhof]2 door elke betrokken partij of elke organisatie die werd gehoord krachtens artikel V. 4 evenals door elke belanghebbende persoon.
   Dit beroep wordt ingediend in de vormen voorgeschreven door artikel IV, 79, § 4, eerste en tweede lid.
   In geval van beroep maakt het Mededingingscollege zijn beslissing en alle bijkomende stukken onverwijld over aan het [2 Marktenhof]2, die de beslissing van het Mededingingscollege bevestigt, wijzigt of vernietigt, en en het voorwaardelijk of tijdelijk karakter van haar beslissing bepaalt.
   Dit arrest van het [2 Marktenhof]2 wordt genomen binnen de zes maanden na de beslissing van het Mededingingscollege.
   § 2. Het [2 Marktenhof]2 kan, op verzoek van de verzoeker bedoeld in paragraaf 1, en bij beslissing alvorens recht te doen, de tenuitvoerlegging van de in artikel V.4, § 1, bedoelde voorlopige maatregelen, geheel of gedeeltelijk schorsen tot op de dag van de uitspraak van het arrest.
   Indien het Mededingingscollege overeenkomstig artikel V.4, § 2, beslist dat de voorlopige maatregelen onmiddellijke uitwerking hebben, kan een beroep worden ingediend met schorsende werking.
   De schorsing van de tenuitvoerlegging kan slechts bevolen worden wanneer ernstige middelen worden ingeroepen die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen rechtvaardigen en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het besluit ernstige gevolgen kan hebben voor de betrokkene.
   De beslissingen van het Mededingingscollege bedoeld in artikel V. 4 en van het [2 Marktenhof]2 bedoeld in artikel V, 5, § § 1 en 2, kunnen in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit bekend gemaakt worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/19, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 3)>
  (2)<W 2017-02-20/01, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 27-02-2017>

  Art. V.6.[1 Het Mededingingscollege betekent zijn beslissing aan de minister. Wanneer het Mededingingscollege voorlopige maatregelen vastlegt, legt de minister binnen zes maanden een plan aan de regering voor houdende structurele wijziging van de marktwerking in de betrokken sector.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.7.[1 § 1. De minister kan met individuele of gegroepeerde ondernemingen programmaovereenkomsten sluiten die met name op het vlak van de toegepaste prijzen verplichtingen inhouden.
  Deze overeenkomsten worden gesloten voor een bepaalde termijn en kunnen door de partijen worden opgezegd met inachtneming van de daarbij bepaalde opzeggingstermijn.
  Deze overeenkomsten bevatten een clausule waarbij in geval van niet-uitvoering voorzien wordt in de betaling van een vergoeding. De krachtens deze clausule verschuldigde sommen worden door de minister of door zijn afgevaardigde bij gemotiveerde beslissing ingeschreven.
  De gemotiveerde beslissing wordt aan de schuldenaar ter kennis gebracht. Na ontvangst van deze beslissing beschikt de schuldenaar over een termijn van vijftien dagen om bij de burgerlijke rechtbanken beroep aan te tekenen. Dit beroep heeft opschortende werking en de beslissing is vatbaar voor hoger beroep.
  Bij ontstentenis van een beroep evenals in geval van verwerping van het beroep wordt de vergoeding, die niet vrijwillig betaald is, ingevorderd zoals inzake directe belastingen.
  § 2. De minister kan eveneens een programmaovereenkomst sluiten met beroepsverenigingen die actief zijn in de raffinage, de invoer of de distributie van aardolieproducten.
  Indien de beroepsvereniging of meerdere beroepsverenigingen waarmee een programmaovereenkomst wordt gesloten representatief zijn voor ten minste 60 % van de in verbruik gestelde hoeveelheden aardolieproducten in België, is de programmaovereenkomst bindend voor de hele sector. Wanneer een beroepsvereniging van de sector in naam van haar leden bij een ter post aangetekende brief een gemotiveerd bezwaar bij de minister indient tegen één of meer elementen die deel uitmaken van de van kracht zijnde programmaovereenkomst, dan neemt de minister dit bezwaar in overweging. Hij start binnen de maand na ontvangst van het gemotiveerde bezwaar een nieuwe onderhandeling over dit bezwaar binnen het kader van de programmaovereenkomst. De minister brengt binnen drie maanden na ontvangst van het bezwaar de betrokken beroepsvereniging bij een ter post aangetekende brief op de hoogte van het resultaat van de onderhandeling. Het gemotiveerde bezwaar heeft geen schorsende werking op de van kracht zijnde programmaovereenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  Art. V.8.[1 Bij de toepassing van de bepalingen van onderhavige titel, kunnen de producenten en de verdelers niet weigeren naar beste vermogen en onder voorwaarden conform de handelsgebruiken aan de vraag van de verdelers of verbruikers naar producten of dienstverstrekkingen te beantwoorden, als die vraag niet abnormaal voorkomt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 12-12-2013 (zie KB 2013-12-08/01, art. 2)>

  TITEL 2. - [1 Prijsvaststelling van geneesmiddelen en gelijkgestelden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  HOOFDSTUK 1. - [1 Toepassingsgebied]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  Art. V.9. [1 Aan de bepalingen van deze titel zijn onderworpen :
  1° de geneesmiddelen voor menselijk gebruik bedoeld in artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, met uitzondering van de magistrale bereidingen en de veeartsenijkundige geneesmiddelen;
  2° de door de Koning overeenkomstig artikel 1bis van de voornoemde wet van 25 maart 1964 geheel of ten dele met geneesmiddelen gelijkgestelde voorwerpen, apparaten en substanties en die door de minister worden aangewezen;
  3° de grondstoffen gebruikt in de magistrale bereidingen waarvan de lijst wordt vastgesteld door de minister.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Beslissingen tot prijsvaststelling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  Art. V.10.[1 § 1. De af-fabrieksprijzen van nieuwe geneesmiddelen en gelijkgestelden bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°, de verhogingen van de af-fabrieksprijzen van de geneesmiddelen en gelijkgestelden bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°, evenals de prijsverhogingen van de grondstoffen bedoeld in artikel V.9, 3°, zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de minister.
  [3 Met nieuwe geneesmiddelen wordt bedoeld :
   - alle geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, die voor de eerste maal op de markt worden gebracht door een houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de registratie van het geneesmiddel of door een houder van een vergunning voor parallelinvoer of door een houder van een kennisgeving voor parallelle distributie uitgaande van het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling;
   - alle geheel of ten dele met geneesmiddelen gelijkgestelde voorwerpen, apparaten en substanties zoals bedoeld in artikel V.9, 2°, die voor de eerste maal op de markt gebracht worden door een fabrikant, een invoerder of een verdeler.]3
  Met af-fabrieksprijs wordt bedoeld de verkoopprijs exclusief btw, die aan de groothandelaar wordt gefactureerd door de producent of de invoerder van het geneesmiddel bedoeld in artikel V.9, 1°, of de verkoopprijs exclusief btw die aan de personen bevoegd voor de aflevering gefactureerd wordt door de fabrikant, invoerder of verdeler van het gelijkgestelde voorwerp, apparaat of substantie zoals bedoeld in artikel V.9, 2°.
  § 2. De Koning bepaalt de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor een prijsaanvraag of prijsverhogingsaanvraag die gedaan wordt door een houder van de vergunning voor het in de handel brengen of registratie van het geneesmiddel of door een houder van een verwijzing voor parallelle invoer van het geneesmiddel voor de geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, of door een fabrikant, invoerder of verdeler van het gelijkgestelde voorwerp, apparaat of substantie zoals bedoeld in artikel V.9, 2°, en door een fabrikant, invoerder of verdeler van grondstoffen bedoeld in artikel V.9, 3°, evenals de termijnen binnen welke de beslissingen tot prijsvaststelling aan de ondernemingen worden betekend.
  Indien het aantal aanvragen uitzonderlijk hoog is, kunnen de termijnen door de Koning worden verlengd.
  § 3. De Koning kan bepaalde categorieën van geneesmiddelen en gelijkgestelden bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°, uitsluiten van de toepassingssfeer van hoofdstuk 2.
  § 4. De Koning kan nadere regels voorschrijven die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel.
  § 5. Bij ontstentenis van een beslissing betreffende de prijzen binnen de in § 2 bedoelde termijnen, mag de aanvrager de gevraagde prijs of prijsverhoging toepassen.
  § 6. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vaststellen onder welke de minister prijsverminderingen kan opleggen voor de bestaande geneesmiddelen en gelijkgestelden bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°.
  § 7. De minister kan delegatie verlenen voor de individuele beslissingen betreffende de prijzen bedoeld in dit artikel.]1
  [2 § 8. De minister kan voorschrijven dat de door hem aangestelde ambtenaren en agenten zonder verplaatsing mededeling moeten krijgen van alle boeken, registers en andere boekingsstukken, waarvan het bijhouden door of krachtens wettelijke bepalingen is voorgeschreven.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 5, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (3)<W 2016-06-29/01, art. 8, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. V.11. [1 § 1. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, beslissen over te gaan tot een volledige of gedeeltelijke blokkering van de prijzen van alle geneesmiddelen of van bepaalde categorieën van geneesmiddelen en gelijkgestelden zoals bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°.
  § 2. In geval van een prijsblokkering voor de geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, waarvoor voorzien wordt in een tegemoetkoming van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, gaan de ministers bevoegd voor economische zaken en voor sociale zaken ten minste eenmaal per jaar na of de macro-economische voorwaarden de handhaving van de blokkering rechtvaardigen.
  § 3. Op vraag van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de registratie van het geneesmiddel, voor de geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, of van de invoerder of verdeler van gelijkgestelden zoals bedoeld in artikel V.9, 2°, kan de minister in uitzonderlijke gevallen en voor zover bijzondere redenen verbonden aan de rentabiliteit die aangetoond worden door de aanvrager dit rechtvaardigen, een afwijking op de prijsblokkering toestaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  Art. V.12. [1 § 1. De minister kan de maximumprijs af-fabriek vaststellen voor de door hem aangewezen categorieën van geneesmiddelen en gelijkgestelden bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°. Deze prijzen mogen lager zijn dan de prijzen toegepast op de datum van zijn beslissing.
  § 2. De minister kan maximummarges vaststellen voor de groothandel of de terhandstelling van de geneesmiddelen en gelijkgestelden bedoeld in artikel V.9, 1° en 2°, evenals, in voorkomend geval, de maximale verkoopprijzen aan publiek.
  Voor de vaststelling van de maximale marges voor de groothandel en de aflevering van de geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, overlegt de minister met de minister die Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  Art. V.13. [1 Alvorens beslissingen te nemen en regels vast te stellen overeenkomstig dit hoofdstuk, raadpleegt de minister de Prijzencommissie voor de Geneesmiddelen waarvan de Koning de status, de samenstelling en de werkingsmodaliteiten regelt. De minister bepaalt eveneens de redelijke termijn binnen dewelke het advies moet worden gegeven. Na deze termijn is het advies niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>

  Art. V.14.[1 § 1. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen of van de registratie van het geneesmiddel, of de houder van de vergunning voor parallelinvoer van de geneesmiddelen voor geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en de onderneming die terugbetaalbare implantaten bedoeld in artikel 35, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1994 in de handel brengen, zijn verplicht jaarlijks na 1 februari en vóór 1 maart aan de Prijzendienst van de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, de af-fabrieksprijzen exclusief btw mee te delen, toegepast in de lidstaten van de Europese Unie aangewezen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van Economie en de minister van Sociale zaken.
  § 2. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen of van de registratie van het geneesmiddel, of de houder van de vergunning voor parallelinvoer van de geneesmiddelen, voor geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, niet terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, is verplicht jaarlijks na 1 februari en vóór 1 maart aan de Prijzendienst van de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, de af-fabrieksprijzen exclusief btw mee te delen, toegepast in de lidstaten van de Europese Unie aangewezen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 3. De minister kan desgevallend een aanpassing doorvoeren van de af-fabrieksprijzen toegepast in België onder de voorwaarden en de criteria vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Voor geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en voor de terugbetaalbare implantaten bedoeld in § 1, deelt de minister aan de minister die de Sociale Zaken in zijn bevoegdheid heeft, de doorgevoerde aanpassingen mee van de af-fabrieksprijzen opdat bijgevolg deze laatste de vergoedingsbasis of de bedragen van de terugbetaling kan aanpassen.]1
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. V.14. [1 § 1. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen of van de registratie van het geneesmiddel, of de houder van de vergunning voor parallelinvoer van de geneesmiddelen voor geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en de onderneming die [2 gelijkgestelde voorwerpen, apparaten en substanties bedoeld in artikel V.9, 2°, die in uitvoering van hetzelfde artikel V.9, 2°, door de minister zijn aangewezen en terugbetaalbaar zijn in het kader van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen]2 in de handel brengen, zijn verplicht jaarlijks na 1 februari en vóór 1 maart aan de Prijzendienst van de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, de af-fabrieksprijzen exclusief btw mee te delen, toegepast in de lidstaten van de Europese Unie aangewezen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van Economie en de minister van Sociale zaken.
  § 2. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen of van de registratie van het geneesmiddel, of de houder van de vergunning voor parallelinvoer van de geneesmiddelen, voor geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, niet terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, [2 alsook de onderneming die, gelijkgestelde voorwerpen, apparaten en substanties bedoeld in artikel V.9, 2°, die in uitvoering van hetzelfde artikel V.9, 2°, door de minister zijn aangewezen en die niet terugbetaalbaar zijn in het kader van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen in de handel brengt, zijn verplicht]2 jaarlijks na 1 februari en vóór 1 maart aan de Prijzendienst van de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, de af-fabrieksprijzen exclusief btw mee te delen, toegepast in de lidstaten van de Europese Unie aangewezen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 3. De minister kan desgevallend een aanpassing doorvoeren van de af-fabrieksprijzen toegepast in België onder de voorwaarden en de criteria vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Voor geneesmiddelen bedoeld in artikel V.9, 1°, terugbetaalbaar in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en voor de terugbetaalbare implantaten bedoeld in § 1, deelt de minister aan de minister die de Sociale Zaken in zijn bevoegdheid heeft, de doorgevoerde aanpassingen mee van de af-fabrieksprijzen opdat bijgevolg deze laatste de vergoedingsbasis of de bedragen van de terugbetaling kan aanpassen.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-04-03/18, art. 5,002; Inwerkingtreding : 01-07-2014; zie KB 2014-04-10/84, art. 1>
  (2)<W 2013-12-26/09, art. 9, 026; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Boek VI. [1 Marktpraktijken en consumentenbescherming]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  TITEL 1. - [1 Algemene principes]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.1. [1 § 1. Dit boek beoogt voornamelijk de regeling van de marktpraktijken en de bescherming van de consument, onverminderd de bijzondere regels die hieromtrent zijn vastgesteld in bepaalde sectoren.
  Het zet de bepalingen om van:
  1. Richtlijn 76/211/EEG van de Raad van 20 januari 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het voorverpakken naar gewicht of volume van bepaalde produkten in voorverpakkingen;
  2. Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten;
  3. Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten;
  4. Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie(richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie);
  5. Richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de Richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad;
  6. Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;
  7. Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming ("verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming");
  8. Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad ("Richtlijn oneerlijke handelspraktijken");
  9. Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (gecodificeerde versie);
  10. Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 2. Voor de aangelegenheden die worden bedoeld door dit boek kan de Koning, op voordracht van de ministers bevoegd voor Economie, Consumentenzaken en Financiën, voor een of meerdere categorieën van financiële diensten bijzondere regels vaststellen of afwijken van de toepassing van sommige bepalingen van dit boek.
  Vooraleer een besluit voor te stellen met toepassing van het eerste lid, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) en bepaalt hij de redelijke termijn binnen dewelke het advies moet worden gegeven. Na deze termijn is het advies niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  TITEL 2. - [1 Informatie van de markt]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene verplichting tot informatie van de consument]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.2.[1 Vooraleer een consument wordt gebonden door een andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, of door een overeenkomst bedoeld in artikel VI.66, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context:
  1° de voornaamste kenmerken van het product, op een wijze die is aangepast aan het gebruikte communicatiemiddel en aan het betrokken product;
  2° de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer, haar handelsnaam, het geografische adres waar zij gevestigd is en haar telefoonnummer;
  3° de totale prijs van het product, met inbegrip van alle belastingen, en alle diensten die door de consument verplicht moeten worden bijbetaald, of, als door de aard van het product de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend, en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings-, of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, in ieder geval het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn;
  4° desgevallend, de wijze van betaling, levering, uitvoering, de termijn waarbinnen de onderneming zich verbindt het product te leveren en het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling;
  5° naast een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen, desgevallend het bestaan en de voorwaarden van diensten na verkoop en commerciële garanties;
  6° desgevallend, de duur van de overeenkomst, of, wanneer de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch verlengd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
  7° desgevallend, de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan informatie en met het door de consument meegedeelde of redelijkerwijze voorzienbare gebruik;
  8° desgevallend, de functionaliteit van digitale inhoud, met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;
  9° desgevallend, de relevante interoperabiliteit van digitale inhoud met hardware en software en andere diensten waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn.]1
  [2 10° desgevallend, het feit dat bij het aangaan van de overeenkomst het totaalbedrag dat door de consument dient te worden betaald, wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 cent [3 overeenkomstig de artikelen VI.7/1 en VI.7/2]3.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-05-15/02, art. 40, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>
  (3)<W 2015-12-18/17, art. 48, 029; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Prijsaanduiding]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.3. [1 § 1. Behalve bij openbare verkoop, duidt elke onderneming die aan de consument goederen te koop aanbiedt, de prijs hiervan schriftelijk en ondubbelzinnig aan.
  Indien de goederen te koop uitgestald zijn, is de prijs bovendien leesbaar en goed zichtbaar aangeduid.
  § 2. Elke onderneming die aan de consument homogene diensten aanbiedt, duidt de prijs hiervan schriftelijk, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.4.[1 [2 Onverminderd artikel VI. 7/1, is de aangeduide prijs]2 de door de consument totaal te betalen prijs, waaronder is begrepen: de belasting over de toegevoegde waarde, alle overige taksen en de kosten van alle diensten die door de consument verplicht moeten worden bijbetaald.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-05-15/02, art. 41, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>

  Art. VI.5. [1 De prijzen voor consumenten zijn minstens in euro vermeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.6. [1 Elke reclame voor consumenten die gewag maakt van een prijs, vermeldt die overeenkomstig de voorschriften van de artikelen VI.4 en VI.5, alsmede van de met toepassing van artikel VI.7, 1° vastgestelde bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.7. [1 Voor de producten of categorieën van producten die Hij aanwijst, kan de Koning:
  1° bijzondere regels stellen inzake de prijsaanduiding;
  2° vrijstellen van de verplichting de prijs goed zichtbaar aan te duiden in geval van uitstalling voor verkoop;
  3° voor de diensten of de categorieën van diensten andere dan homogene diensten bepalen in welke gevallen en volgens welke regels een voorafgaand bestek aan de consument moet worden afgeleverd, voor zover deze hierom verzoekt en de onderneming bereid is de dienst te verlenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 2/1. [1 - Afronding van het te betalen bedrag]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/02, art. 42, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>

  Art. VI.7/1.[1 Elke onderneming mag het totaalbedrag dat de consument dient te betalen, afronden naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 cent, voor zover :
   - [2 de betaling plaatsvindt in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming;]2
   - het totaalbedrag hoger is dan 5 cent en
   - de onderneming de voorwaarden bepaald in artikel VI. 7/2 naleeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/02, art. 43, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>
  (2)<W 2015-12-18/17, art. 49, 029; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  Art. VI.7/2.[1 § 1. Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 1, 2, 6 of 7 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 5 cent afgerond.
   Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 3, 4, 8 of 9 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde hogere veelvoud van 5 cent afgerond.
   § 2. Op elk document waarop het te betalen totaalbedrag vermeld staat, vermeldt de onderneming uitdrukkelijk de toegepaste afronding.
   § 3. De onderneming licht de consument op een goed zichtbare manier in, door op zijn minst op de plaatsen waar de consument zijn schuld kan vereffenen, de boodschap "het te betalen totaalbedrag wordt [2 ...]2 afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 cent" aan te brengen.
   De Koning kan andere wijzen bepalen waarop een boodschap in verband met de afronding wordt meegedeeld.
   § 4. De onderneming past de afronding ook toe op de totaalbedragen die ze aan de consument terugbetaalt [2 ...]2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/02, art. 44, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>
  (2)<W 2015-12-18/17, art. 50, 029; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  Art. VI.7/3.[1 De betaling van het te betalen totaalbedrag dat in overeenstemming met artikel VI. 7/2 werd afgerond, bevrijdt de consument [2 en de onderneming van hun schuld]2.
   In afwijking van artikel 1235 van het Burgerlijk Wetboek kan het verschil tussen het overeenkomstig artikel VI. 7/2 afgeronde en betaalde totaalbedrag en het totaalbedrag vóór afronding niet worden teruggevorderd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/02, art. 45, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2014; zie KB 2014-09-22/01, art. 1>
  (2)<W 2015-12-18/17, art. 51, 029; Inwerkingtreding : 08-01-2016>

  HOOFDSTUK 3. - [1 Benaming, samenstelling en etikettering van goederen en diensten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.8.[1 De vermeldingen die het voorwerp zijn van de etikettering en die dwingend voorgeschreven zijn door dit boek, zijn uitvoeringsbesluiten of de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 februari 1960 waarbij aan de Koning de toelating verleend wordt om het gebruik van de benamingen waaronder koopwaren in de handel gebracht worden, te regelen, van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken en van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, [2 door de verordeningen van de Europese Unie die de bepalingen van dit boek of de voornoemde uitvoeringsbesluiten vervangen]2 alsook de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen, zijn minstens gesteld in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de goederen of diensten, onder bezwarende titel of gratis, aan de consument worden aangeboden.
  Als de etikettering dwingend is voorgeschreven, is ze goed zichtbaar en leesbaar, opgemaakt in de vorm en met de inhoud bepaald door de toepasselijke reglementering, en duidelijk onderscheiden van de reclame.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 6, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.9. [1 § 1. De Koning kan, onverminderd de bevoegdheid die Hem is verleend op het gebied van de volksgezondheid, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument:
  1° voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, de etikettering voorschrijven en de vermeldingen en andere elementen ervan vaststellen;
  2° de voorwaarden van menging, samenstelling, presentatie, kwaliteit en veiligheid vastleggen, waaraan de goederen moeten voldoen om al dan niet onder een bepaalde benaming op de markt te mogen worden gebracht;
  3° verbieden dat goederen onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;
  4° het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor goederen die op de markt worden gebracht;
  5° opleggen dat aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;
  6° verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht.
  § 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van de voorgaande paragraaf voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.10. [1 Mits naleving van de vormen bepaald in artikel VI.9, § 2, kan de Koning, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument, voor diensten of categorieën van diensten:
  1° vaststellen welke beschrijving van, en welke algemene vermeldingen over de diensten aan de consument moeten worden meegedeeld en op welke wijze;
  2° verbieden dat diensten onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;
  3° het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor diensten die op de markt worden gebracht;
  4° opleggen dat aan de benamingen waaronder diensten op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;
  5° verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benaming waaronder diensten op de markt worden gebracht.
  Wanneer ter uitvoering van dit artikel te treffen maatregelen betrekking hebben op de financiële diensten, worden die maatregelen gezamenlijk voorgesteld door de minister en de minister van Financiën.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 4. - [1 Aanduiding van de hoeveelheid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.11. [1 § 1. Elk geconditioneerd goed bestemd voor de verkoop vermeldt op de verpakking, of bij ontstentenis ervan, op het goed zelf, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig, de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid.
  § 2. Voor de goederen geconditioneerd in hoeveelheden van meer dan 10 kg of 10 l en bestemd voor de groothandel wordt de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aangebracht, ofwel op de verpakking, of bij ontstentenis ervan, op het goed zelf, ofwel op de factuur, de verzendingsnota of enig ander document dat bij de levering wordt afgegeven of verstuurd.
  § 3. Voor de goederen die geleverd worden per vrachteenheid van meer dan 10 kg of 10 l wordt de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid aangebracht op een weeg- of meetdocument, dat bij de levering aan de koper wordt overhandigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.12. [1 De verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden, rust op het vulbedrijf of op de conditioneerder, al naar gelang van het geval.
  Indien de goederen worden ingevoerd, rust de verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden op de invoerder.
  De verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden, rust evenwel op degene die de conditionering of de voorverpakking heeft laten uitvoeren, wanneer hij, al naar gelang van het geval, het vulbedrijf, de conditioneerder of de invoerder schriftelijk van dit voornemen op de hoogte heeft gebracht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.13. [1 Indien de nominale hoeveelheid niet vermeld is overeenkomstig de bepalingen van artikel VI.11, § 1, mag de onderneming de goederen slechts te koop aanbieden aan de consument nadat zij de hoeveelheid uitgedrukt in meeteenheden, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig heeft aangeduid op de verpakking of, bij ontstentenis ervan, op het goed zelf of op een bordje geplaatst dichtbij het goed.
  De hoeveelheid moet niet vermeld worden voor de los verkochte goederen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.14. [1 De aanduidingen van de meetinstrumenten waarmee de hoeveelheid van de los verkochte goederen wordt bepaald, moeten voor de gemiddelde consument goed leesbaar en goed zichtbaar zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.15. [1 Elke reclame voor consumenten betreffende voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden die gewag maakt van een prijs, vermeldt de nominale hoeveelheden van de inhoud van de verpakking, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.16. [1 Voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, kan de Koning:
  1° bijzondere regels stellen inzake de aanduiding van de hoeveelheid;
  2° vrijstellen van de door de artikelen VI.11 tot VI.13, opgelegde verplichtingen;
  3° vrijstellen van het aanduiden van de nominale hoeveelheid in een meeteenheid en een andere verkoopeenheid voorschrijven;
  4° de toelaatbare afwijkingen van de aangeduide nominale hoeveelheid ten opzichte van de werkelijke hoeveelheid vaststellen, alsook de wijze van controle op deze afwijkingen;
  5° de nominale hoeveelheden vastleggen voor de inhoud en/of de recipiënten van goederen die bestemd zijn om op de markt te worden gebracht;
  6° de aanduiding van het aantal stuks voorschrijven dat een voorverpakking bevat en de toelaatbare afwijkingen vaststellen van het aangeduide aantal ten opzichte van het werkelijke aantal, alsook de wijze van controle op deze afwijkingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 5. - [1 Vergelijkende reclame]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.17. [1 § 1. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat ze:
  1° niet misleidend is in de zin van de artikelen VI.97 tot VI.100 en het artikel VI.105, 1° ;
  2° goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd;
  3° op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar vergelijkt;
  4° er niet toe leidt dat onder ondernemingen de adverteerder met een concurrent, of de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent worden verward;
  5° niet de goede naam schaadt van en zich niet kleinerend uitlaat over de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent;
  6° voor goederen met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op goederen met dezelfde benaming;
  7° geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de oorsprongsbenamingen van concurrerende goederen;
  8° goederen of diensten niet voorstelt als een imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd handelsmerk of beschermde handelsnaam.
  § 2. Verboden is elke vergelijkende reclame die de voorwaarden gesteld in paragraaf 1 niet naleeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 6. - [1 Promoties inzake prijzen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 1.
  <Opgeheven bij W 2015-10-26/06, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.18.
  <Opgeheven bij W 2015-10-26/06, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.19.
  <Opgeheven bij W 2015-10-26/06, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.20.
  <Opgeheven bij W 2015-10-26/06, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.21.
  <Opgeheven bij W 2015-10-26/06, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Afdeling 2. - [1 Uitverkopen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.22. [1 Het gebruik van de benaming "Uitverkoop", "Liquidation" of "Ausverkauf" of enige andere gelijkwaardige benaming voor de tekoopaanbieding of verkoop van goederen is slechts toegelaten in een van de volgende gevallen en mits aan de andere voorwaarden van deze afdeling is voldaan:
  1° de verkoop heeft plaats ter uitvoering van een rechterlijke beslissing;
  2° de erfgenamen of rechtverkrijgenden van een overleden persoon die een onderneming uitbaatte, bieden hun verworven voorraad uit die onderneming geheel of gedeeltelijk te koop aan;
  3° een onderneming neemt de handel van een andere onderneming over en biedt de overgedragen voorraad geheel of gedeeltelijk te koop aan;
  4° een onderneming die haar activiteit stopzet, biedt haar gehele voorraad te koop aan en heeft tijdens de drie voorafgaande jaren geen gelijkaardige goederen om dezelfde reden uitverkocht;
  5° een onderneming voert in de lokalen waar zij de goederen gewoonlijk te koop aanbiedt aan de consument, verbouwingen of opknapbeurten uit die meer dan 20 werkdagen duren, mits die werken de verkoop onmogelijk maken en de onderneming tijdens de drie voorafgaande jaren geen gelijkaardige goederen om dezelfde reden uitverkocht heeft;
  6° een onderneming brengt de inrichting waar zij de goederen gewoonlijk aan de consument te koop aanbiedt, over naar een andere plaats, of zij sluit haar inrichting, mits zij vóór de aanvang van de uitverkoop de inrichting reeds minstens een jaar zal hebben uitgebaat;
  7° een ramp bracht ernstige schade toe aan de gehele of een belangrijk gedeelte van de voorraad goederen van de onderneming;
  8° door overmacht wordt de activiteit van de onderneming aanzienlijk gehinderd;
  9° de natuurlijke persoon die een onderneming uitbaat verzaakt aan elke beroepsactiviteit omwille van opruststelling op voorwaarde evenwel dat hij in de loop van het vorige jaar geen uitverkoop heeft gehouden op grond van de in het 4° bedoelde reden of van de in het 6° bedoelde sluiting van de inrichting.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.23.[1 § 1. De duur van de uitverkoop is beperkt tot vijf maanden voor de gevallen bedoeld in artikel VI.22, 1° tot 8°, en tot twaalf maanden in het geval bedoeld in artikel VI.22, 9°. Onderbrekingen van de uitverkoop tijdens deze termijnen hebben geen schorsende werking.
  Elke aankondiging of andere reclame betreffende een uitverkoop vermeldt verplicht de aanvangsdatum van de uitverkoop.
  § 2. Behalve in de gevallen bedoeld in artikel VI.22, 1° en 7°, vindt elke uitverkoop plaats in de verkooppunten waar, of via de verkooptechnieken waarmee, hetzij de onderneming zelf, hetzij de overleden persoon of overdragende onderneming dezelfde goederen placht te koop te stellen.
  De onderneming die meent zich onmogelijk te kunnen schikken naar het eerste lid, kan bij de minister of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, bij een ter post aangetekende brief een afwijking aanvragen. Zij omschrijft hierbij nader de aangevoerde redenen en de plaats waar zij de uitverkoop wenst te houden. Binnen tien werkdagen wordt over dit verzoek beslist. Indien er binnen deze termijn geen met redenen omklede afwijzing wordt meegedeeld, wordt de afwijking geacht te zijn toegestaan.
  § 3. In uitverkoop mogen slechts goederen te koop aangeboden of verkocht worden die voor het begin van de uitverkoop deel uitmaken van de voorraad van de onderneming.
  In uitverkoop mogen nochtans eveneens te koop aangeboden of verkocht worden, de goederen die op het ogenblik van de gerechtelijke beslissing bedoeld in artikel VI.22, 1°, of op het ogenblik van het overlijden van de persoon die een onderneming uitbaatte bedoeld in artikel VI.22, 2°, of op het ogenblik van de ramp bedoeld in artikel VI.22, 7°, of op het ogenblik van de hinder bedoeld in artikel VI.22, 8°, het voorwerp zijn geweest van een bestelling die, gelet op haar omvang en datum, als normaal kan worden beschouwd.
  Indien de onderneming verscheidene verkoopsinrichtingen uitbaat, mogen, zonder de toestemming van de minister of van de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, geen goederen worden overgebracht van een inrichting naar de plaats waar de uitverkoop plaatsvindt.
  De toestemming wordt aangevraagd bij een ter post aangetekende brief met vermelding van de omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen. Over dit verzoek wordt binnen tien werkdagen beslist. Bij ontstentenis van een met redenen omklede afwijzing binnen deze termijn, wordt verondersteld dat het toegestaan is de goederen over te brengen.
  § 4. [2 ...]2.
  § 5. De persoon die overgaat tot een uitverkoop zoals bedoeld in deze afdeling draagt de bewijslast dat is voldaan aan alle voorwaarden gesteld voor een dergelijke uitverkoop.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 8, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.24. [1 De Koning kan bijzondere modaliteiten van bekendmaking bepalen voorafgaand aan de aanvang van de uitverkoop.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 3. - [1 Opruimingen of solden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.25. [1 § 1. Teneinde eerlijke marktpraktijken te verzekeren tussen ondernemingen zijn tekoopaanbiedingen en verkopen onder de benaming "opruimingen", "solden", "soldes", "Schlussverkauf" of onder enige gelijkaardige benaming, enkel toegelaten voor de tekoopaanbieding en de verkoop van goederen aan verminderde prijs tijdens de volgende periodes:
  1° van 3 januari tot en met 31 januari; wanneer 3 januari op een zondag valt, vangt de periode aan op 2 januari;
  2° van 1 juli tot en met 31 juli; wanneer 1 juli op een zondag valt, vangt de periode aan op 30 juni.
  § 2. De Koning kan de periode bedoeld in paragraaf 1 wijzigen, zonder dat ze evenwel langer mag zijn dan een maand.
  § 3. De Koning kan nadere regels vaststellen voor de tekoopaanbieding en de verkoop van goederen onder de benamingen bedoeld in paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.26.[1 § 1. Enkel goederen die de onderneming bij aanvang van de in artikel VI.25 bedoelde periodes in bezit heeft en die zij voorheen minstens gedurende dertig dagen te koop heeft aangeboden, mogen onder de in artikel VI.25, § 1, bedoelde benamingen worden aangeboden.
  § 2. [2 ...]2.
  § 3. [2 ...]2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 9, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.27. [1 Het is de onderneming toegelaten reclame te maken voor tekoopaanbiedingen en verkopen onder de benamingen bedoeld in artikel VI.25, § 1, vóór de aanvang van de periodes bedoeld in artikel VI.25, op voorwaarde dat deze reclame de aanvangsdatum ervan vermeldt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.28. [1 De onderneming die tekoopaanbiedingen of verkopen doet onder de benamingen bedoeld in artikel VI.25, § 1, draagt de bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor dergelijke tekoopaanbiedingen en verkopen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.29. [1 § 1. Voor de sectoren van de kleding, de lederwaren en de schoenen is het verboden prijsverminderingen aan te kondigen die uitwerking hebben tijdens de sperperiode.
  Het verbod bedoeld in het eerste lid houdt tevens het verbod in om titels te verspreiden die recht geven op een prijsvermindering tijdens de sperperiode.
  § 2. De sperperiode is de periode van een maand die het begin van de periodes bedoeld in art. VI.25 voorafgaat.
  § 3. De Koning kan goederen of categorieën van goederen aanduiden waarvoor het verbod bedoeld in paragraaf 1 niet van toepassing is.
  § 4. Het verbod bedoeld in paragraaf 1 geldt niet voor de tekoopaanbieding en de verkoop tijdens handelsmanifestaties die tijdens de sperperiode doorgaan, op voorwaarde dat deze handelsmanifestaties worden georganiseerd door de plaatselijke verenigingen van ondernemingen of met hun medewerking en dat ze hoogstens vier dagen duren per sperperiode.
  De Koning kan nadere voorwaarden bepalen waaronder deze handelsmanifestaties mogen plaatsvinden.
  § 5. De sperperiode bedoeld in paragraaf 1 is niet van toepassing op uitverkopen verricht overeenkomstig de artikelen VI.22 tot VI.24.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.30. [1 De minister raadpleegt de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO vooraleer een besluit voor te stellen in toepassing van de artikelen VI.25 en VI.29. Hij bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies wordt gegeven. Eenmaal deze termijn verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 4. - [1 Titels die recht geven op terugbetaling of prijsvermindering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.31. [1 Titels die door een onderneming worden aangeboden bij de aanschaf van een goed of een dienst en die recht geven op een latere terugbetaling van de prijs of een deel daarvan, vermelden de volgende gegevens:
  1° de naam, het adres en, desgevallend, de vennootschapsvorm en het ondernemingsnummer van de uitgever;
  2° het bedrag dat wordt terugbetaald;
  3° de eventuele uiterste geldigheidsduur ervan, tenzij deze onbeperkt is;
  4° de nadere regels en voorwaarden voor de terugbetaling, met inbegrip van de stappen die de houder van de titel moet ondernemen om terugbetaling te bekomen en de termijn waarbinnen zal worden terugbetaald, tenzij deze informatie in een afzonderlijk document tegelijkertijd met de titel wordt medegedeeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.32. [1 § 1. Elke onderneming waaraan een titel wordt aangeboden die door haarzelf of een andere onderneming gratis werd verspreid en die de houder ervan bij de aankoop van één of meerdere goederen en/of diensten de mogelijkheid biedt onmiddellijk een korting op de prijs te krijgen, is verplicht deze aan te nemen, voor zover aan de voorwaarden van het aanbod is voldaan.
  In geval de titel werd uitgegeven door een andere onderneming dan die waaraan hij wordt aangeboden, geldt de verplichting van het eerste lid evenwel slechts wanneer de titel de gegevens vermeldt die zijn opgesomd in paragraaf 2.
  § 2. De gegevens bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zijn:
  1° de naam, het adres en, desgevallend, de vennootschapsvorm en het ondernemingsnummer van de uitgever;
  2° het bedrag van de korting;
  3° bij de verwerving van welke goederen of diensten de titel gebruikt kan worden;
  4° de verkooppunten waar de titel gebruikt kan worden, tenzij hij kan worden gebruikt in alle verkooppunten waar de goederen of diensten te koop worden aangeboden;
  5° de geldigheidsduur van de titel, tenzij deze onbeperkt is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.33. [1 Eenieder die de in deze afdeling bedoelde titels uitgeeft, wordt, onder de voorwaarden van de uitgifte ervan, schuldenaar van de schuldvordering die deze titels vertegenwoordigen.
  Voor zover de uitgever van de titels bedoeld in artikel VI.32, niet de onderneming is waar de titel werd aangeboden, is de uitgever verplicht hem binnen een redelijke termijn terug te betalen aan de onderneming waar de titel werd aangeboden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 7. - [1 Diverse bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.34. [1 Onverminderd de toepassing van artikel VI.97, 1° en 2°, indien buiten de verkoopinrichting van de onderneming een in de tijd begrensde reclame voor één of meerdere goederen wordt aangekondigd met vermelding van de prijs ervan, is de onderneming die niet meer over de betrokken goederen beschikt, verplicht aan de consument, voor elk goed van meer dan 25 euro en waarvan de voorraad uitgeput is, een titel af te geven die recht geeft op de aankoop van dat goed, en wel binnen een redelijke termijn en volgens de bewoordingen van het aanbod.
  De in het eerste lid bepaalde verplichting geldt evenwel niet wanneer de onderneming:
  a) niet meer onder dezelfde voorwaarden een nieuwe voorraad van de betrokken goederen kan aanleggen; of
  b) de betrokken goederen na uitputting van haar voorraad niet langer wenst te koop aan te bieden en zij dat ook duidelijk maakt in de reclame; of
  c) het aantal voorradige goederen voor elk van de verkoopinrichtingen waarvoor de reclame werd gemaakt, in de desbetreffende reclame heeft vermeld.
  De Koning kan het bedrag vermeld in het eerste lid aanpassen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.35. [1 § 1. Onverminderd de bevoegdheden die Hem krachtens een andere wetsbepaling zijn toegekend, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, voor de goederen of diensten of de categorieën van goederen of diensten die Hij bepaalt:
  1° de reclame verbieden of beperken, teneinde een betere bescherming van de veiligheid van de consument en van het leefmilieu te waarborgen;
  2° de minimale vermeldingen van de reclame vaststellen, teneinde een betere voorlichting van de consument te verzekeren.
  § 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van paragraaf 1 voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O., en bepaalt hij de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.36. [1 § 1. De Commissie voor Milieu-etikettering en milieureclame is belast met het uitbrengen van adviezen en aanbevelingen in verband met reclame en etikettering, die betrekking hebben op de gevolgen voor het leefmilieu, alsmede inzake de opstelling van een milieureclamecode.
  § 2. Na advies van de Commissie en op gezamenlijk initiatief van de minister en van de minister bevoegd voor het leefmilieu, kan de Koning een milieureclamecode opleggen.
  § 3. De Koning bepaalt de samenstelling van de Commissie. Deze moet onder haar leden ten minste twee vertegenwoordigers tellen van verenigingen ter bescherming van het leefmilieu.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  TITEL 3. - [1 Overeenkomsten met consumenten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.37. [1 § 1. Indien alle of bepaalde bedingen van een overeenkomst tussen een onderneming en een consument schriftelijk zijn, moeten ze op duidelijke en begrijpelijke wijze zijn opgesteld.
  § 2. In geval van twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de consument gunstigste interpretatie. Deze interpretatieregel is niet van toepassing in het kader van de vordering tot staking bedoeld in boek XVII.
  Een overeenkomst tussen een onderneming en een consument kan onder meer worden geïnterpreteerd aan de hand van de handelspraktijken die er rechtstreeks verband mee houden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.38. [1 Wanneer een overeenkomst met een consument werd gesloten ingevolge een oneerlijke handelspraktijk bedoeld in artikel VI.100, 12°, 16° en 17°, en artikel VI.103, 1°, 2° en 8°, kan de consument de terugbetaling van de betaalde bedragen eisen binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop hij kennis had of hoorde te hebben van het bestaan ervan, zonder teruggave van het reeds geleverde product.
  Wanneer een overeenkomst met een consument werd gesloten ingevolge een oneerlijke handelspraktijk bedoeld in de artikelen VI.93 tot VI.95, VI.100, 1° tot 11°, 13° tot 15°, 18° tot 23°, en artikel VI.103, 3° tot 7°, kan de rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de terugbetaling aan de consument van de door hem betaalde bedragen bevelen, zonder teruggave van het reeds geleverde product.
  In geval van niet-gevraagde levering aan de consument in de zin van artikel VI.103, 6°, is de consument in elk geval vrijgesteld van betaling van de prijs en van elke andere tegenprestatie. Het feit dat hij niet reageert op de levering betekent niet dat hij ermee instemt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.39. [1 Onverminderd bijzondere reglementeringen die het uitdrukkelijk toelaten, is het aan elke onderneming verboden de consument een wisselbrief ter ondertekening voor te leggen om deze laatste de betaling van zijn verplichtingen te laten beloven of waarborgen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.40. [1 Het is een onderneming verboden telefoonoproepen aan te rekenen waarbij de consument, naast de prijs voor de oproep, ook betaalt voor de inhoud, wanneer het oproepen betreft over de uitvoering van een reeds gesloten overeenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.41. [1 Voordat de consument gebonden is door een overeenkomst of een aanbod, vraagt de onderneming de uitdrukkelijke toestemming van de consument voor elke extra betaling boven de vergoeding die is overeengekomen voor de contractuele hoofdverbintenis van de onderneming. Wanneer de onderneming niet de uitdrukkelijke toestemming van de consument heeft verkregen, maar deze toestemming heeft afgeleid door het gebruik van standaardopties die de consument moet afwijzen om extra betaling te vermijden, heeft de consument recht op terugbetaling van deze betaalde bedragen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.42.[1 Voor het gebruik van een bepaald betaalmiddel is het de onderneming verboden om consumenten voor het gebruik van een bepaald betaalmiddel vergoedingen aan te rekenen die de kosten voor de onderneming als gevolg van het gebruik van dit middel overschrijden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art.VI.43 . § 1. Tenzij de partijen een ander tijdstip voor de levering zijn overeengekomen, levert de onderneming de goederen door het fysieke bezit van of de controle over de goederen onverwijld, doch in ieder geval niet later dan 30 dagen na de sluiting van de overeenkomst over te dragen aan de consument.
  § 2. Indien de onderneming niet voldaan heeft aan zijn verplichting om de goederen op het met de consument overeengekomen tijdstip of binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijnen te leveren, verzoekt de consument hem de levering te verrichten binnen een aanvullende termijn die gezien de omstandigheden passend is. Indien de onderneming de goederen niet binnen de aanvullende termijn levert, heeft de consument het recht de overeenkomst te beëindigen.
  Het eerste lid van deze paragraaf is niet van toepassing op verkoopovereenkomsten waarbij de onderneming heeft geweigerd de goederen te leveren, of waarbij de levering binnen de overeengekomen levertermijn essentieel is, alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst in aanmerking genomen, dan wel waarbij de consument de onderneming vóór de sluiting van de overeenkomst ervan in kennis stelt dat levering uiterlijk op of op een bepaalde datum essentieel is. In deze gevallen, als de onderneming de goederen niet op het met de consument overeengekomen tijdstip of binnen de in paragraaf 1 bepaalde termijn levert, heeft de consument het recht de overeenkomst onverwijld te beëindigen.
  § 3. Bij beëindiging van de overeenkomst vergoedt de onderneming onverwijld alle uit hoofde van de overeenkomst betaalde bedragen.
  § 4. Dit artikel is van toepassing onverminderd de gemeenrechtelijke sancties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.44. [1 Voor overeenkomsten waarbij de onderneming de goederen opstuurt naar de consument, gaat het risico van verlies of beschadiging van de goederen over op de consument zodra hij of een door hem aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit heeft gekregen. Het risico gaat echter over op de consument bij levering aan de vervoerder, als deze van de consument de opdracht heeft gekregen de goederen te vervoeren en deze keuze niet door de onderneming was geboden, onverminderd de rechten van de consument ten aanzien van de vervoerder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Overeenkomsten op afstand]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 1. - [1 Overeenkomsten op afstand die geen betrekking hebben op financiële diensten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.45. [1 § 1. Voordat de consument door een overeenkomst op afstand daartoe gebonden is, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie:
  1° de voornaamste kenmerken van de goederen en de diensten voor zover aangepast is aan de gebruikte drager en de goederen of diensten;
  2° de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer, haar handelsnaam;
  3° het geografisch adres waar de onderneming gevestigd is, het telefoonnummer, fax en e-mailadres van de onderneming, indien beschikbaar, zodat de consument snel contact met de onderneming kan opnemen en er efficiënt mee kan communiceren alsmede, desgevallend, het geografische adres en de identiteit van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt;
  4° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig punt 3° verstrekte adres, het geografische adres van de bedrijfsvestiging van de onderneming, en desgevallend dat van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt, waaraan de consument eventuele klachten kan richten;
  5° de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van alle belastingen, of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend, en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings- of portokosten en eventuele andere kosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. In het geval van een overeenkomst van onbepaalde duur of een overeenkomst die een abonnement inhoudt, omvat de totale prijs de totale kosten per factureringsperiode. Indien voor dergelijke overeenkomsten een vast tarief van toepassing is, omvat de totale prijs ook de totale maandelijkse kosten. Indien de totale kosten niet redelijkerwijze vooraf kunnen worden berekend, wordt de manier waarop de prijs moet worden berekend, meegedeeld;
  6° de kosten voor het gebruik van technieken voor communicatie op afstand voor het sluiten van de overeenkomst wanneer deze kosten op een andere grondslag dan het basistarief worden berekend;
  7° de wijze van betaling, levering, uitvoering, de termijn waarbinnen de onderneming zich verbindt het goed te leveren of de diensten te verlenen en, desgevallend, het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling;
  8° wanneer een herroepingsrecht bestaat, de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van dat recht overeenkomstig artikel VI.49, § 1, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen als bijlage 2 bij dit boek;
  9° desgevallend, het feit dat de consument de kosten van het terugzenden van de goederen zal moeten dragen in geval van herroeping en, indien de goederen door hun aard niet per gewone post kunnen worden teruggezonden, de kosten van het terugzenden van de goederen;
  10° ingeval de consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig artikel VI.46, § 8, heeft gedaan, dat de consument gebonden is de onderneming zijn redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig artikel VI.51, § 3;
  11° indien er niet voorzien is in een herroepingsrecht overeenkomstig artikel VI.53, de informatie dat de consument geen herroepingsrecht heeft of, desgevallend, de omstandigheden waarin de consument zijn herroepingsrecht verliest;
  12° een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen;
  13° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en commerciële garanties;
  14° desgevallend, het bestaan van relevante gedragscodes en hoe kopieën daarvan verkrijgbaar zijn;
  15° de duur van de overeenkomst, desgevallend, of, wanneer de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch verlengd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
  16° desgevallend, de minimumduur van de verplichtingen van de consument uit hoofde van de overeenkomst;
  17° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van waarborgsommen of andere financiële garanties die de consument op verzoek van de onderneming moet betalen of bieden;
  18° desgevallend, de functionaliteit van digitale inhoud met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;
  19° desgevallend, de relevante interoperabiliteit van digitale inhoud met hardware en software waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn;
  20° desgevallend, de mogelijkheid van toegang tot buitengerechtelijke klachten- en geschillenbeslechtingsprocedures waaraan de onderneming is onderworpen, en de wijze waarop daar toegang toe is.
  § 2. Bij een openbare veiling, kan de in paragraaf 1, onder 2°, 3° en 4°, bedoelde informatie vervangen worden door de overeenkomstige gegevens van de ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen.
  § 3. De in paragraaf 1, 8°, 9° en 10°, bedoelde informatie kan worden verstrekt door middel van de modelinstructies voor herroeping vermeld in bijlage 1 bij dit boek. De onderneming die deze instructies correct ingevuld aan de consument heeft verstrekt, heeft voldaan aan de informatievoorschriften vastgelegd in paragraaf 1, 8°, 9° en 10°.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst op afstand en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
  § 5. Indien de onderneming niet voldaan heeft aan de informatievoorschriften betreffende extra lasten en andere kosten zoals bedoeld in paragraaf 1, 5°, of betreffende de kosten van het terugzenden van de goederen zoals bedoeld in paragraaf 1, 9°, draagt de consument deze lasten of kosten niet.
  § 6. De bewijslast voor de naleving van de in dit artikel neergelegde informatievoorschriften ligt bij de onderneming.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.46. [1 § 1. De onderneming verstrekt de in artikel VI.45, § 1, genoemde informatie aan de consument of stelt deze beschikbaar, op een wijze die passend is voor de gebruikte techniek voor communicatie op afstand, in een duidelijke en begrijpelijke taal. Voor zover deze informatie op een duurzame gegevensdrager wordt verstrekt, is zij in leesbare vorm.
  § 2. Indien een overeenkomst op afstand die op elektronische wijze wordt gesloten een betalingsverplichting voor de consument inhoudt, wijst de onderneming de consument op duidelijke en in het oog springende manier en onmiddellijk voordat de consument zijn bestelling plaatst, op de in artikel VI.45, § 1, 1°, 5°, 15° en 16°, genoemde informatie.
  De onderneming ziet erop toe dat de consument bij het plaatsen van zijn bestelling, uitdrukkelijk erkent dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien het plaatsen van een bestelling inhoudt dat een knop of een soortgelijke functie moet worden aangeklikt, wordt de knop of soortgelijke functie op een goed leesbare wijze aangemerkt met alleen de woorden "bestelling met betalingsverplichting" of een overeenkomstige ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een verplichting inhoudt om de onderneming te betalen. Indien aan de bepalingen van dit lid niet is voldaan is de consument niet door de overeenkomst of de bestelling gebonden.
  § 3. Op de websites waarop handel wordt gedreven wordt uiterlijk aan het begin van het bestelproces duidelijk en leesbaar aangegeven of er beperkingen gelden voor de levering en welke betaalmiddelen worden aanvaard.
  § 4. Wanneer de overeenkomst gesloten wordt met behulp van een techniek voor communicatie op afstand die beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, verstrekt de onderneming, via die specifieke techniek voordat de overeenkomst gesloten wordt, ten minste de precontractuele informatie betreffende de voornaamste kenmerken van de goederen of de diensten, de identiteit van de onderneming, de totale prijs, het herroepingsrecht, de duur van de overeenkomst en, in geval van overeenkomsten voor onbepaalde tijd, de voorwaarden om de overeenkomst op te zeggen, zoals bedoeld in artikel VI.45, § 1, 1°, 2°, 5°, 8° en 15°. De overige in artikel VI.45, § 1, bedoelde informatie wordt door de onderneming verstrekt, overeenkomstig paragraaf 1 van dit artikel.
  § 5. Onverminderd paragraaf 4 maakt de onderneming, indien zij de consument opbelt met het oogmerk een overeenkomst op afstand te sluiten, aan het begin van het gesprek met de consument, haar identiteit, en desgevallend, de identiteit van de persoon namens wie zij opbelt, alsmede het commerciële doel van de oproep kenbaar.
  § 6. De Koning kan, voor de sectoren van de professionele activiteit of voor de categorieën van producten die Hij aanwijst, bepalen dat wanneer een overeenkomst per telefoon wordt gesloten, de onderneming het aanbod moet bevestigen aan de consument, die alleen gebonden is nadat hij het aanbod heeft getekend of zijn schriftelijke instemming heeft gestuurd. Dergelijke bevestiging kan, desgevallend, worden gedaan op een duurzame gegevensdrager.
  § 7. De onderneming verstrekt de consument op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de gesloten overeenkomst binnen een redelijke periode na sluiting van de overeenkomst en uiterlijk bij de levering van de goederen of voordat de uitvoering van de dienst begint.
  Deze bevestiging omvat:
  a) alle in artikel VI.45, § 1, bedoelde informatie, tenzij de onderneming die informatie al vóór de sluiting van de overeenkomst op afstand op een duurzame gegevensdrager aan de consument heeft verstrekt, en
  b) desgevallend, de bevestiging van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming en de erkenning van de consument overeenkomstig artikel VI.53, 13°.
  § 8. Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel VI.47, § 2, bepaalde herroepingstermijn, eist de onderneming dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.47. [1 § 1. Onverminderd artikel VI.53 beschikt de consument over een termijn van 14 dagen om de overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die welke in artikel VI.50, § 2, en artikel VI.51 zijn vermeld.
  § 2. Onverminderd artikel VI.48, verstrijkt de in paragraaf 1 bedoelde herroepingstermijn 14 dagen na:
  1° voor dienstenovereenkomsten, de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten;
  2° voor verkoopovereenkomsten, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit neemt of:
  a) indien de consument in dezelfde bestelling meerdere goederen heeft besteld die afzonderlijk worden geleverd, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het laatste goed fysiek in bezit neemt;
  b) indien de levering van een goed bestaat uit verschillende zendingen of onderdelen, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de laatste zending of het laatste onderdeel fysiek in bezit neemt;
  c) voor overeenkomsten betreffende regelmatige levering van goederen gedurende een bepaalde periode, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het eerste goed fysiek in bezit neemt.
  3° wat betreft overeenkomsten voor de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, van stadsverwarming, de dag van de sluiting van de overeenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.48. [1 Indien de onderneming de consument niet de ingevolge artikel VI.45, § 1, 8°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke, overeenkomstig artikel VI.47, § 2, vastgestelde herroepingstermijn.
  Indien de onderneming de in het eerste lid van dit artikel bedoelde informatie aan de consument heeft verstrekt binnen twaalf maanden na de in artikel VI.47, § 2, bedoelde dag, verstrijkt de herroepingstermijn 14 dagen na de dag waarop de consument die informatie heeft ontvangen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.49. [1 § 1. Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de consument de onderneming op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de consument:
  1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping, opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of
  2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
  § 2. De consument heeft zijn herroepingsrecht binnen de in artikel VI.47, § 2 en artikel VI.48, bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien de consument de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
  § 3. De onderneming kan, naast de in paragraaf 1 bedoelde mogelijkheden, de consument de mogelijkheid bieden het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de onderneming elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de onderneming de consument onverwijld op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
  § 4. De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig dit artikel ligt bij de consument.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.50. [1 § 1. De onderneming vergoedt alle van de consument ontvangen betalingen, inclusief, desgevallend, de leveringskosten, onverwijld en in elk geval binnen14 dagen na de dag waarop ze wordt geïnformeerd van de beslissing van de consument om de overeenkomst overeenkomstig artikel VI.49 te herroepen.
  De onderneming verricht de terugbetaling als bedoeld in het eerste lid onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de consument tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de consument uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de consument als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 wordt van de onderneming niet verlangd de bijkomende kosten terug te betalen, als de consument uitdrukkelijk voor een andere wijze van levering dan de door de onderneming aangeboden goedkoopste standaardlevering heeft gekozen.
  § 3. Behoudens wanneer de onderneming heeft aangeboden de goederen zelf af te halen, mag de onderneming, voor wat betreft verkoopovereenkomsten, wachten met de terugbetaling totdat zij alle goederen heeft teruggekregen, of totdat de consument heeft aangetoond dat hij de goederen heeft teruggezonden, naar gelang welk tijdstip eerst valt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.51. [1 § 1. Onverwijld en in elk geval binnen 14 dagen na de dag waarop hij zijn beslissing om de overeenkomst te herroepen overeenkomstig artikel VI.49 aan de onderneming heeft meegedeeld, zendt de consument de goederen terug of overhandigt die aan de onderneming of aan een persoon die door de onderneming gemachtigd is om de goederen in ontvangst te nemen, tenzij de onderneming aangeboden heeft de goederen zelf af te halen. De termijn is in acht genomen wanneer de consument de goederen terugstuurt voordat de termijn van 14 dagen is verstreken.
  De consument draagt alleen de directe kosten van het terugzenden van de goederen, tenzij de onderneming ermee instemt deze kosten te dragen of de onderneming heeft nagelaten de consument mee te delen dat deze laatste de kosten moet dragen.
  § 2. De consument is alleen aansprakelijk voor de waardevermindering van de goederen die het gevolg is van het behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen. De consument is in geen geval aansprakelijk voor waardevermindering van de goederen wanneer de onderneming heeft nagelaten om overeenkomstig artikel VI.45, § 1, 8°, informatie over het herroepingsrecht te verstrekken.
  § 3. Indien een consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig artikel VI.46, § 8, heeft gedaan, betaalt de consument de onderneming een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat de consument de onderneming ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitoefening van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de consument aan de onderneming moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
  § 4. De consument draagt geen enkele kost voor:
  1° de uitvoering van diensten, of de levering van water, gas of elektriciteit, wanneer deze niet in beperkte volumes of in een bepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, of van stadsverwarming, die geheel of ten dele, tijdens de herroepingstermijn zijn verleend, indien
  a) de onderneming heeft nagelaten de informatie overeenkomstig artikel VI.45, § 1, 8° of 10° te verstrekken, of
  b) de consument er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de dienst te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig artikel VI.46, § 8; of
  2° de volledige of gedeeltelijke levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, indien:
  a) de consument er van te voren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen vóór het einde van de in artikel VI.47 bedoelde periode van 14 dagen; of
  b) de consument niet heeft erkend zijn recht op herroeping te verliezen bij het verlenen van zijn toestemming, of
  c) de onderneming heeft nagelaten bevestiging te verstrekken overeenkomstig artikel VI.46, § 7.
  § 5. Tenzij anders bepaald in artikel VI.50, § 2, en in dit artikel, kan de consument in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.52.[1 § 1. De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om:
  1° de overeenkomst op afstand uit te voeren, of
  2° een overeenkomst op afstand te sluiten, in het geval de consument een aanbod heeft gedaan.
  § 2. [2 Onverminderd de toepassing van artikel VII. 92, eerste en tweede lid,]2 stelt de uitoefening door de consument van zijn herroepingsrecht voor een overeenkomst op afstand overeenkomstig de artikelen VI.47 tot en met VI.52, § 1, automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de consument, behoudens de kosten bedoeld in artikel VI.50, § 2, en artikel VI.51.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/39, art. 22, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015>

  Art. VI.53.[1 De consument kan het herroepingsrecht waarin artikel VI.47 voorziet niet uitoefenen voor:
  1° dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de onderneming de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd;
  2° de levering of verstrekking van goederen of diensten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de onderneming geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen;
  3° de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn;
  4° de levering van goederen die snel bederven of met een beperkte houdbaarheid;
  5° de levering van verzegelde goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken;
  6° de levering van goederen die na levering door hun aard onherroepelijk vermengd zijn met andere producten;
  7° de levering van alcoholische dranken waarvan de prijs is overeengekomen bij de sluiting van de verkoopovereenkomst, maar waarvan de levering slechts kan plaatsvinden na 30 dagen, en waarvan de werkelijke waarde afhankelijk is van schommelingen van de markt waarop de onderneming geen invloed heeft;
  8° overeenkomsten waarbij de consument de onderneming specifiek verzocht heeft hem te bezoeken om daar dringende herstellingen of onderhoud te verrichten; wanneer echter de onderneming bij een dergelijk bezoek aanvullende diensten verleent waar de consument niet expliciet om heeft gevraagd, of andere goederen levert dan vervangstukken die noodzakelijk gebruikt worden om het onderhoud of de herstellingen uit te voeren, is het herroepingsrecht op die aanvullende diensten of goederen van toepassing;
  9° de levering van verzegelde audio- en verzegelde video-opnamen en verzegelde computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken;
  10° de levering van kranten, tijdschriften of magazines, met uitzondering van overeenkomsten voor een abonnement op dergelijke publicaties;
  11° overeenkomsten die zijn gesloten tijdens een openbare veiling;
  12° de terbeschikkingstelling van accommodatie anders dan voor woondoeleinden, [2 vervoer]2, autoverhuurdiensten, catering en diensten met betrekking tot vrijetijdsbesteding, indien in de overeenkomsten een bepaalde datum of periode van uitvoering is voorzien;
  13° de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest;
  14° de overeenkomsten voor diensten voor weddenschappen en loterijen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-04-02/21, art. 6, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 2. - [1 Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.54. [1 Voor de overeenkomsten betreffende financiële diensten die een initieel akkoord over diensten omvatten, gevolgd door opeenvolgende verrichtingen of een reeks in de tijd gespreide aparte verrichtingen van dezelfde aard, is deze afdeling enkel van toepassing op het initiële akkoord.
  Ingeval een initieel akkoord ontbreekt, maar de opeenvolgende verrichtingen of een reeks in de tijd gespreide aparte verrichtingen van dezelfde aard tussen dezelfde overeenkomstsluitende partijen worden uitgevoerd, zijn de artikelen VI.55 en VI.56 uitsluitend van toepassing wanneer de eerste verrichting wordt uitgevoerd. Indien er evenwel langer dan één jaar geen verrichting van dezelfde aard wordt uitgevoerd, wordt de uitvoering van de volgende verrichting geacht de uitvoering van de eerste van een nieuwe reeks verrichtingen te zijn waarop de artikelen VI.55 en VI.56 van toepassing zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.55.[1 § 1. Te gelegener tijd, voordat de consument gebonden is door een overeenkomst of door een aanbod, dient hij ondubbelzinnig, op heldere en begrijpelijke wijze en door elk middel dat aangepast is aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand te worden ingelicht over minstens de volgende elementen:
  1° de aanbieder
  a) de identiteit van de aanbieder, met inbegrip van zijn ondernemingsnummer, zijn hoofdactiviteit, zijn geografisch adres, alsmede enig ander geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen consument en aanbieder;
  b) ingeval de aanbieder vertegenwoordigd wordt in de lidstaat waar de consument woont, de identiteit van deze vertegenwoordiger, en het geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen de consument en de vertegenwoordiger;
  c) indien de consument te maken heeft met een andere onderneming dan de aanbieder, de identiteit van die onderneming, de hoedanigheid waarin zij tegenover de consument optreedt en het geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen de consument en deze onderneming;
  d) wanneer de activiteit van de aanbieder en/of de andere onderneming waarmee de consument te maken heeft, onderworpen is aan een vergunningsstelsel, de coördinaten van de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
  2° de financiële dienst
  a) een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst;
  b) de totale prijs die de consument aan de onderneming moet betalen voor de financiële dienst, met inbegrip van alle daarmee samenhangende vergoedingen, kosten en uitgaven, alsmede alle belastingen en taksen die via de onderneming moeten worden betaald, of, wanneer de exacte prijs niet kan worden aangegeven, de grondslag voor de berekening van de prijs, zodat de consument deze kan nagaan;
  c) desgevallend, de vermelding dat de financiële dienst betrekking heeft op instrumenten die bijzondere risico's met zich meebrengen ingevolge hun specifieke kenmerken of de uit te voeren verrichtingen, of waarvan de prijs afhangt van schommelingen op de financiële markten waarop de aanbieder geen invloed heeft, alsmede de vermelding dat in het verleden behaalde resultaten geen enkele waarborg kunnen geven met betrekking tot het toekomstig rendement;
  d) de vermelding van het eventuele bestaan van andere taksen, belastingen en/of kosten die niet via de onderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;
  e) elke beperking van de geldigheidsduur van de verstrekte informatie;
  f) de wijze van betaling en uitvoering;
  g) elke specifieke extra kost voor de consument betreffende het gebruik van de techniek voor communicatie op afstand, wanneer deze bijkomende kost wordt aangerekend;
  3° de overeenkomst op afstand
  a) het al dan niet bestaan van het in artikel VI.58 bedoelde herroepingsrecht, en, waar dat recht bestaat, de duur van en de wijze van de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen op grond van artikel VI.59, § 1, alsook de gevolgen van het niet uitoefenen van dat recht;
  b) de minimumduur van de op afstand te sluiten overeenkomst bij permanente of periodieke verrichting van financiële diensten;
  c) de informatie over het eventuele recht van de partijen om de overeenkomst vroegtijdig of eenzijdig op te zeggen op grond van de bepalingen van de overeenkomst op afstand, met inbegrip van de opzegvergoedingen die de overeenkomst eventueel oplegt;
  d) de praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, met aanduiding van onder andere het adres waarnaar de kennisgeving moet worden gezonden;
  e) de wetgeving of wetgevingen die door de onderneming worden gebruikt als grondslag voor de totstandkoming van de betrekkingen met de consument vóór de sluiting van de overeenkomst;
  f) elke contractuele bepaling inzake het op de overeenkomst toepasselijke recht en/of inzake de bevoegde rechter;
  g) de taal of talen waarin de contractvoorwaarden en de in dit artikel bedoelde voorafgaande informatie worden verstrekt, en voorts de taal of talen waarin de onderneming, met instemming van de consument, toezegt te zullen communiceren gedurende de looptijd van de overeenkomst;
  4° de rechtsmiddelen;
  a) het bestaan of de afwezigheid van buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures toegankelijk voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand, en indien deze bestaan, de wijze waarop men er gebruik van kan maken;
  b) het bestaan van garantiefondsen of andere compensatieregelingen die niet vallen onder [2 de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]2 en onder de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor depostio's en financiële instrumenten.
  Het commerciële oogmerk van die informatie moet duidelijk vast te stellen zijn.
  § 2. Informatie over contractuele verplichtingen, die in de precontractuele fase aan de consument wordt meegedeeld, dient in overeenstemming te zijn met de contractuele verplichtingen die in geval van het sluiten van de overeenkomst op afstand zouden gelden op grond van het toepasselijk geachte recht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2016-10-25/04, art. 172, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. VI.56. [1 In geval van communicatie per spraaktelefonie moeten de identiteit van de onderneming en het commerciële oogmerk van de oproep aan het begin van elk gesprek met de consument expliciet duidelijk worden gemaakt.
  Mits de consument hiermee uitdrukkelijk toestemt, hoeft alleen de volgende informatie te worden verstrekt:
  a) de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die in contact staat met de consument en zijn band met de aanbieder;
  b) een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst;
  c) de totale prijs die de consument aan de onderneming moet betalen voor de financiële dienst, met inbegrip van alle daarmee samenhangende vergoedingen, kosten en uitgaven, alsmede alle belastingen en taksen die via de onderneming moeten worden betaald, of, wanneer de exacte prijs niet kan worden aangegeven, de grondslag voor de berekening van de prijs, zodat de consument deze kan nagaan;
  d) de vermelding van het eventuele bestaan van andere taksen, belastingen en/of kosten die niet via de onderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;
  e) het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin artikel VI.58 voorziet en, waar dat recht bestaat, de duur en de wijze van de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen op grond van artikel VI.59, § 1, alsook de gevolgen van het niet uitoefenen van dat recht.
  De onderneming deelt de consument mee dat op verzoek andere informatie beschikbaar is, en stelt hem in kennis van de aard van die informatie. De onderneming verstrekt in elk geval de volledige informatie wanneer ze voldoet aan haar verplichtingen krachtens artikel VI.57.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.57. [1 § 1. Te gelegener tijd voordat de consument gebonden is door een overeenkomst op afstand of door een aanbod, stelt de onderneming de consument in kennis van alle contractvoorwaarden en van de in artikel VI.55, § 1, bedoelde informatie, op papier of op een andere voor de consument beschikbare en toegankelijke duurzame gegevensdrager.
  § 2. De onderneming voldoet onmiddellijk na de sluiting van de overeenkomst aan de verplichting waartoe ze gehouden is krachtens paragraaf 1, wanneer de overeenkomst op afstand op verzoek van de consument is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de contractvoorwaarden en de informatie niet overeenkomstig paragraaf 1 kunnen worden verstrekt.
  § 3. Gedurende de contractuele relatie heeft de consument, wanneer hij het vraagt, te allen tijde het recht om de contractvoorwaarden op papier te verkrijgen. Voorts heeft de consument het recht om van de gebruikte techniek voor communicatie op afstand te veranderen, tenzij dat niet te verenigen is met de gesloten overeenkomst of de aard van de verstrekte financiële dienst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.58.[1 § 1. De consument beschikt over een termijn van minstens 14 kalenderdagen om de overeenkomst op afstand met betrekking tot een financiële dienst te herroepen. Hij kan dit recht uitoefenen zonder betaling van een boete en zonder opgave van enige reden.
  Voor de uitoefening van dit recht gaat de termijn in :
  - hetzij op de dag waarop de overeenkomst op afstand wordt gesloten;
  - hetzij op de dag waarop de consument de in artikel VI.57, § 1 of § 2, bedoelde contractsvoorwaarden en informatie ontvangt, indien deze dag valt na die welke is bedoeld in het eerste streepje.
  De kennisgeving wordt als tijdig aangemerkt indien zij schriftelijk of op een voor de ontvanger beschikbare en toegankelijke duurzame gegevensdrager is verzonden vóór het verstrijken van de termijn.
  § 2. Het herroepingsrecht is niet van toepassing op :
  1° financiële diensten waarvan de prijs afhankelijk is van schommelingen op de financiële markt waarop de aanbieder geen vat heeft, en die zich tijdens de herroepingstermijn kunnen voordoen.
  Dit geldt onder meer voor diensten in verband met :
  - wisselverrichtingen;
  - geldmarktinstrumenten;
  - effecten;
  - rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
  - financiële termijncontracten ("futures"), met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten;
  - rentetermijncontracten ("FRA's");
  - rente- of valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of een aandelenindex gekoppelde cashflows ("equity swaps");
  - opties ter verkrijging of vervreemding van in dit punt bedoelde instrumenten, met inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten, inzonderheid valuta- en renteopties;
  2° overeenkomsten die op uitdrukkelijk verzoek van de consument door beide partijen volledig zijn uitgevoerd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruik maakt;
  3° [2 de hypothecaire kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII, titel 4, hoofdstuk 2.]2
  § 3. Indien aan een overeenkomst op afstand voor een bepaalde financiële dienst een andere overeenkomst is gehecht betreffende financiële diensten die worden geleverd door een aanbieder of door een derde op grond van een overeenkomst tussen de derde en de onderneming, wordt die bijkomende overeenkomst zonder boete ontbonden indien de consument zijn herroepingsrecht bedoeld in paragraaf 1 uitoefent.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/39, art. 23, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015>

  Art. VI.59. [1 § 1. Gedurende de herroepingstermijn mag met de uitvoering van de overeenkomst pas na toestemming van de consument een begin worden gemaakt.
  Oefent de consument het in artikel VI.58, § 1, bedoelde herroepingsrecht uit, dan is hij enkel gehouden tot de onverwijlde betaling van de door de aanbieder krachtens de overeenkomst op afstand effectief verleende financiële dienst.
  Het te betalen bedrag mag :
  - niet hoger zijn dan een bedrag evenredig aan de verhouding tussen de reeds geleverde dienst en het geheel van de prestaties waarin de overeenkomst op afstand voorziet;
  - in geen geval zo hoog zijn dat het als een boete kan worden opgevat.
  § 2. De aanbieder kan van de consument slechts betaling op grond van paragraaf 1 eisen indien hij kan aantonen dat de consument overeenkomstig artikel VI.55, § 1, 3°, a, naar behoren geïnformeerd was over het te betalen bedrag. Hij mag deze betaling in geen geval eisen wanneer hij, zonder dat de consument daarom vooraf heeft verzocht, vóór het verstrijken van de in artikel VI.58, § 1, bedoelde herroepingstermijn, met de uitvoering van de overeenkomst begonnen is.
  § 3. De aanbieder is ertoe gehouden de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen alle bedragen terug te betalen die hij krachtens de overeenkomst op afstand van hem ontvangen heeft, met uitzondering van het in paragraaf 1 bedoelde bedrag. Deze termijn gaat in op de dag waarop de aanbieder de kennisgeving van de herroeping ontvangt.
  § 4. De consument geeft de aanbieder onverwijld, en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen, alle bedragen en/of zaken terug die hij van de aanbieder heeft ontvangen. Deze termijn gaat in op de dag waarop de consument de kennisgeving van zijn herroeping verzendt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.60. [1 § 1. De aanbieder is jegens de consument aansprakelijk voor het naleven van de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen VI.55 tot VI.57.
  § 2. Bij niet-naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen VI.55, § 1, 2° en 3°, VI.56 en VI.57, kan de consument de overeenkomst via een met redenen omkleed en ter post aangetekend schrijven binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop hij kennis had of hoorde te hebben van de niet-nageleefde verplichting, zonder kosten en zonder boete opzeggen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.61. [1 De verzending van goederen en van titels die diensten vertegenwoordigen, gebeurt steeds op risico van degene die met de consument heeft gecontracteerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 3. - [1 Aan dit hoofdstuk gemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.62. [1 Het komt aan de onderneming toe het bewijs te leveren dat ze heeft voldaan aan de verplichtingen inzake de informatie aan de consument, de naleving van de termijnen, de toestemming van de consument met het sluiten van de overeenkomst en, desgevallend, met de uitvoering ervan gedurende de herroepingstermijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.63. [1 De bedingen en voorwaarden, of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken de bewijslast voor de naleving van alle of een deel van de in deze afdeling bedoelde verplichtingen die rusten op de onderneming en, in het geval van overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten, op de aanbieder, op de consument te leggen, zijn verboden en nietig.
  Elk beding waarbij de consument verzaakt aan het voordeel van de rechten die hem door deze afdeling worden toegekend, wordt voor niet geschreven gehouden.
  Elk beding dat de wet van een staat die geen lid is van de Europese Unie op de overeenkomst toepasselijk verklaart, is verboden en nietig voor wat de in deze afdeling geregelde aangelegenheden betreft, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie van toepassing zou zijn en die wet de consumenten in de genoemde aangelegenheden een hogere bescherming zou bieden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 3. - [1 Buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.64. [1 § 1. Voordat de consument door een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, daartoe gebonden is, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie :
  1° de voornaamste kenmerken van de goederen en de diensten voor zover aangepast is aan de gebruikte drager en de goederen of diensten;
  2° de identiteit van de onderneming, onder meer haar ondernemingsnummer, haar handelsnaam;
  3° het geografisch adres waar de onderneming gevestigd is, het telefoonnummer, fax en e-mailadres van de onderneming, indien beschikbaar, zodat de consument snel contact met de onderneming kan opnemen en er efficiënt mee kan communiceren alsmede, indien van toepassing, het geografisch adres en de identiteit van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt;
  4° wanneer dat verschilt van het overeenkomstig punt 3° verstrekte adres, het geografisch adres van de bedrijfsvestiging van de onderneming, en desgevallend dat van de onderneming voor wiens rekening ze optreedt, waaraan de consument eventuele klachten kan richten;
  5° de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van alle belastingen, of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijze niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings- of portokosten en eventuele andere kosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel dergelijke extra kosten verschuldigd kunnen zijn. In het [geval van een overeenkomst van onbepaalde duur of een overeenkomst die een abonnement inhoudt], omvat de totale prijs de totale kosten per factureringsperiode. Indien voor dergelijke overeenkomsten een vast tarief van toepassing is, omvat de totale prijs ook de totale maandelijkse kosten. Indien de totale kosten niet redelijkerwijze vooraf kunnen worden berekend, wordt de manier waarop de prijs moet worden berekend, meegedeeld;
  6° de wijze van betaling, levering, uitvoering, de termijn waarbinnen de onderneming zich verbindt het goed te leveren of de diensten te verlenen, en desgevallend, het beleid van de onderneming inzake klachtenbehandeling;
  7° wanneer een herroepingsrecht bestaat, de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van dat recht overeenkomstig artikel VI.69, § 1, alsmede het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek;
  8° desgevallend, het feit dat de consument de kosten van het terugzenden van de goederen zal moeten dragen in geval van herroeping;
  9° ingeval de consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een verzoek overeenkomstig artikel VI.65, § 2, tweede lid, heeft gedaan, dat de consument gebonden is de onderneming zijn redelijke kosten te vergoeden overeenkomstig artikel VI.71, § 3;
  10° indien er niet voorzien is in een herroepingsrecht overeenkomstig artikel VI.73, de informatie dat de consument geen herroepingsrecht heeft of, desgevallend, de omstandigheden waarin de consument zijn herroepingsrecht verliest;
  11° een herinnering aan het bestaan van de wettelijke waarborg van conformiteit van de goederen;
  12° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van bijstand aan de consument na verkoop, diensten na verkoop en commerciële garanties;
  13° desgevallend, het bestaan van relevante gedragscodes en hoe daarvan kopie verkrijgbaar is;
  14° desgevallend, de duur van de overeenkomst of, wanneer de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch verlengd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
  15° desgevallend, de minimumduur van de verplichtingen van de consument uit hoofde van de overeenkomst;
  16° desgevallend, het bestaan en de voorwaarden van waarborgsommen of andere financiële garanties die de consument op verzoek van de onderneming moet betalen of bieden;
  17° desgevallend, de functionaliteit van digitale inhoud met inbegrip van toepasselijke technische beveiligingsvoorzieningen;
  18° desgevallend, de relevante interoperabiliteit van digitale inhoud met hardware en software waarvan de onderneming op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn;
  19° desgevallend, de mogelijkheid van toegang tot buitengerechtelijke klachten- en geschillenbeslechtingsprocedures waaraan de onderneming is onderworpen, en de wijze waarop daar toegang toe is.
  § 2. Bij een openbare veiling, kan de in paragraaf 1, onder 2°, 3° en 4°, bedoelde informatie vervangen worden door de overeenkomstige gegevens van de ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen.
  § 3. De in paragraaf 1, onder 7°, 8° en 9°, bedoelde informatie kan worden verstrekt door middel van de modelinstructies voor herroeping vermeld in het model opgenomen als bijlage 1 bij dit boek. De onderneming die deze instructies correct ingevuld aan de consument heeft verstrekt, heeft voldaan aan de informatievoorschriften vastgelegd in paragraaf 1, onder 7°, 8° en 9°.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen bij de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.
  § 5. Indien de onderneming niet voldaan heeft aan de informatievoorschriften betreffende extra lasten en andere kosten zoals bedoeld in paragraaf 1, 5°, of betreffende de kosten van het terugzenden van de goederen zoals bedoeld in paragraaf 1, 8°, draagt de consument deze lasten of kosten niet.
  § 6. De bewijslast voor de naleving van de in dit artikel neergelegde informatievoorschriften ligt bij de onderneming.
  § 7. De Koning kan, wat de overeenkomsten betreft waarbij de consument uitdrukkelijk om de diensten bij de onderneming heeft verzocht met het oog op het verrichten van herstellings- of onderhoudswerken, waarvoor de onderneming en de consument hun contractuele verplichtingen onmiddellijk nakomen en het door de consument te betalen bedrag niet meer dan 200 euro bedraagt, vrijstellingen vaststellen op de in paragraaf 1 bedoelde informatieverplichting.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.65. [1 § 1. De onderneming verstrekt de in artikel VI.64, § 1, genoemde informatie aan de consument op papier of, indien de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager. Die informatie wordt verstrekt in een leesbare vorm en in een duidelijke en begrijpelijke taal.
  § 2. De onderneming verstrekt de consument een kopie van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst op papier of, indien de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager, desgevallend met inbegrip van de bevestiging van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming en de erkenning van de consument overeenkomstig artikel VI.73, 13°.
  Indien de consument wenst dat de verrichting van diensten of de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming aanvangt tijdens de in artikel VI.67, § 2, voorziene herroepingstermijn, eist de onderneming dat de consument daar uitdrukkelijk om verzoekt op een duurzame gegevensdrager.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.66.[1 Vallen niet onder de toepassing van dit hoofdstuk:
  1° de verkopen van voedingsmiddelen, dranken of andere goederen die bestemd zijn voor dagelijkse huishoudelijke consumptie en die fysiek door een onderneming op basis van frequente en regelmatige rondes bij de woon- of verblijfplaats, dan wel arbeidsplaats van de consument worden afgeleverd;
  2° de verzekeringsovereenkomsten;
  3° de verkopen georganiseerd in het raam van manifestaties zonder handelskarakter en met een uitsluitend menslievend doel, onder de voorwaarden bepaald in uitvoering van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, en voor zover de verkoopsom 50 euro niet overschrijdt. De Koning kan dit bedrag aanpassen voor zover het 50 euro niet overschrijdt;
  4° [3 de kredietovereenkomsten, onderworpen aan boek VII van dit wetboek.]3]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-04-19/39, art. 24, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015>
  (3)<W 2016-04-22/01, art. 36, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>

  Art. VI.67.[1 § 1. Onverminderd artikel VI.73 beschikt de consument over een termijn van 14 dagen om de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst zonder opgave van redenen te herroepen, en zonder andere kosten te moeten dragen dan die welke in artikel VI.70, § 1, tweede lid, en artikel VI.71 zijn vastgesteld.
  § 2. Onverminderd artikel VI.68 verstrijkt de in paragraaf 1 bedoelde herroepingstermijn 14 dagen na:
  1° voor dienstenovereenkomsten, de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten;
  2° voor verkoopovereenkomsten, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit neemt of :
  a) indien de consument in dezelfde bestelling meerdere goederen heeft besteld die afzonderlijk worden geleverd, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het laatste goed fysiek in bezit neemt;
  b) indien de levering van een goed bestaat uit verschillende zendingen of onderdelen, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de laatste zending of het laatste onderdeel fysiek in bezit neemt;
  c) voor overeenkomsten betreffende regelmatige levering van goederen gedurende een bepaalde periode, de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, het eerste goed fysiek in bezit neemt.
  3° wat betreft overeenkomsten voor de levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, van stadsverwarming, de dag van de sluiting van de overeenkomst.
  [2 ...]2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 10, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.68. [1 Indien de onderneming de consument niet de ingevolge artikel VI.64, § 1, 7°, verplichte informatie over het herroepingsrecht heeft verstrekt, loopt de herroepingstermijn af twaalf maanden na het einde van de oorspronkelijke in artikel VI.67, § 2, vastgestelde herroepingstermijn.
  Indien de onderneming de in het eerste lid van dit artikel bedoelde informatie aan de consument heeft verstrekt binnen twaalf maanden na de in artikel VI.67, § 2, bedoelde dag, verstrijkt de herroepingstermijn veertien dagen na de dag waarop de consument die informatie heeft ontvangen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.69. [1 § 1. Voor het verstrijken van de herroepingstermijn stelt de consument de onderneming op de hoogte van zijn beslissing de overeenkomst te herroepen. Daartoe kan de consument :
  1° gebruikmaken van het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of
  2° een andere ondubbelzinnige verklaring afgeven waarin hij verklaart de overeenkomst te herroepen.
  § 2. De consument heeft zijn herroepingsrecht binnen de in artikel VI.67, § 2, en artikel VI.68, bedoelde herroepingstermijn uitgeoefend indien de consument de mededeling betreffende de uitoefening van het herroepingsrecht verzendt voordat deze termijn is verstreken.
  § 3. De onderneming kan, naast de in paragraaf 1 bedoelde mogelijkheden, de consument de mogelijkheid bieden om het modelformulier voor herroeping opgenomen in bijlage 2 bij dit boek, of een andere ondubbelzinnige verklaring op de website van de onderneming elektronisch in te vullen en toe te zenden. In deze gevallen deelt de onderneming de consument onverwijld en op een duurzame gegevensdrager de bevestiging van de ontvangst van de herroeping mee.
  § 4. De bewijslast ten aanzien van de uitoefening van het herroepingsrecht overeenkomstig dit artikel ligt bij de consument.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.70. [1 § 1. De onderneming vergoedt alle van de consument ontvangen betalingen, inclusief, desgevallend, de leveringskosten, onverwijld en in elk geval veertien dagen na de dag waarop ze wordt geïnformeerd van de beslissing van de consument om de overeenkomst overeenkomstig artikel VI.69 te herroepen.
  De onderneming verricht de terugbetaling als bedoeld in het eerste lid onder gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als hetgeen door de consument tijdens de oorspronkelijke transactie werd gebruikt, tenzij de consument uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de consument als gevolg van zulke terugbetaling geen kosten mag hebben.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 wordt van de onderneming niet verlangd de bijkomende kosten terug te betalen, als de consument uitdrukkelijk voor een andere wijze van levering dan de door de onderneming geboden goedkoopste standaardlevering heeft gekozen.
  § 3. Behoudens wanneer de onderneming heeft aangeboden zelf de goederen af te halen, mag de onderneming, voor wat betreft verkoopovereenkomsten, wachten met de terugbetaling totdat hij alle goederen heeft teruggekregen, of totdat de consument heeft aangetoond dat hij de goederen heeft teruggezonden, naar gelang welk tijdstip eerst valt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.71. [1 § 1. Onverwijld en in elk geval binnen 14 dagen na de dag waarop hij zijn beslissing om de overeenkomst te herroepen overeenkomstig artikel VI.69 aan de onderneming heeft meegedeeld, zendt de consument de goederen terug of overhandigt die aan de onderneming of aan een persoon die door de onderneming gemachtigd is om de goederen in ontvangst te nemen, tenzij de onderneming aangeboden heeft de goederen zelf af te halen. De termijn is in acht genomen wanneer de consument de goederen terugstuurt voordat de termijn van 14 dagen is verstreken.
  De consument draagt alleen de directe kosten van het terugzenden van de goederen, tenzij de onderneming ermee instemt deze kosten te dragen of de onderneming heeft nagelaten de consument mee te delen dat deze laatste de kosten moet dragen.
  Wat buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten betreft, haalt de onderneming, indien de goederen bij de consument thuis zijn geleverd bij het sluiten van de overeenkomst, deze op eigen kosten af indien de goederen door hun aard niet per gewone post kunnen worden teruggezonden.
  § 2. De consument is alleen aansprakelijk voor de waardevermindering van de goederen die het gevolg is van het behandelen van de goederen dat verder gaat dan nodig was om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen. De consument is in geen geval aansprakelijk voor waardevermindering van de goederen wanneer de onderneming heeft nagelaten om overeenkomstig artikel VI.64, § 1, 7°, informatie over het herroepingsrecht te verstrekken.
  § 3. Indien een consument het herroepingsrecht uitoefent nadat hij een uitdrukkelijk verzoek overeenkomstig artikel VI.65, § 2, tweede lid, heeft gedaan, betaalt de consument de onderneming een bedrag dat evenredig is aan hetgeen reeds is geleverd op het moment dat de consument de onderneming ervan in kennis heeft gesteld dat hij zijn herroepingsrecht uitoefent, vergeleken met de volledige uitoefening van de overeenkomst. Het evenredige bedrag dat de consument aan de onderneming moet betalen wordt berekend op grondslag van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op grondslag van de marktwaarde van het geleverde.
  § 4. De consument draagt geen kosten voor :
  1° de uitvoering van diensten, of de levering van water, gas of elektriciteit, wanneer deze niet in beperkte volumes of in een bepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, of van stadsverwarming, die geheel of ten dele tijdens de herroepingstermijn zijn verleend, indien :
  a) de onderneming heeft nagelaten de informatie overeenkomstig artikel VI.64, § 1, 7° en 9° te verstrekken, of
  b) de consument er niet uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de dienst te beginnen tijdens de herroepingstermijn overeenkomstig artikel VI.65, § 2, tweede lid, of
  2° de volledige of gedeeltelijke levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, indien :
  a) de consument er van te voren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen vóór het einde van de in artikel VI.67 bedoelde periode van 14 dagen,
  b) de consument niet heeft erkend zijn recht op herroeping te verliezen bij het verlenen van zijn toestemming, of
  c) de onderneming heeft niet voldaan aan de verplichtingen van artikel VI.65, § 2.
  § 5. Tenzij anders bepaald in artikel VI.70, § 2, en in dit artikel, kan de consument in geen enkel opzicht aansprakelijk worden gesteld ingevolge de uitoefening van zijn herroepingsrecht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.72. [1 § 1. De uitoefening van het herroepingsrecht beëindigt de verplichting voor de partijen om :
  1° de buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst uit te voeren, of
  2° de buiten verkoopruimte overeenkomst te sluiten, in het geval de consument een aanbod heeft gedaan.
  § 2. Onverminderd artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, stelt de uitoefening door de consument van zijn herroepingsrecht voor een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst overeenkomstig de artikelen VI.67 tot en met VI.71, automatisch een einde aan elke aanvullende overeenkomst, zonder kosten voor de consument, behoudens de kosten bedoeld in artikel VI.70, § 2 en artikel VI.71.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.73.[1 De consument kan het herroepingsrecht waarin artikel VI.67 voorziet niet uitoefenen voor :
  1° dienstenovereenkomsten na volledige uitvoering van de dienst als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument, en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht verliest zodra de onderneming de overeenkomst volledig heeft uitgevoerd;
  2° de levering of verstrekking van goederen of diensten waarvan de prijs gebonden is aan schommelingen op de financiële markt waarop de onderneming geen invloed heeft en die zich binnen de herroepingstermijn kunnen voordoen;
  3° de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde goederen, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn;
  4° de levering van goederen die snel bederven of met een beperkte houdbaarheid;
  5° de levering van verzegelde goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken;
  6° de levering van goederen die na levering door hun aard onherroepelijk vermengd zijn met andere producten;
  7° de levering van alcoholische dranken waarvan de prijs is overeengekomen bij de sluiting van de verkoopovereenkomst, maar waarvan de levering slechts kan plaatsvinden na 30 dagen, en waarvan de werkelijke waarde afhankelijk is van schommelingen van de markt waarop de onderneming geen invloed heeft;
  8° overeenkomsten waarbij de consument de onderneming specifiek verzocht heeft hem te bezoeken om daar dringende herstellingen of onderhoud te verrichten; wanneer echter de onderneming bij een dergelijk bezoek aanvullende diensten verleent waar de consument niet expliciet om heeft gevraagd, of andere goederen levert dan vervangstukken die noodzakelijk gebruikt worden om het onderhoud of de herstellingen uit te voeren, is het herroepingsrecht op die aanvullende diensten of goederen van toepassing;
  9° de levering van verzegelde audio- en verzegelde video-opnamen en verzegelde computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken;
  10° de levering van kranten, tijdschriften of magazines, met uitzondering van overeenkomsten voor een abonnement op dergelijke publicaties;
  11° overeenkomsten die zijn gesloten tijdens een openbare veiling;
  12° de terbeschikkingstelling van accommodatie anders dan voor woondoeleinden, [2 vervoer]2, autoverhuurdiensten, catering en diensten met betrekking tot vrijetijdsbesteding, indien in de overeenkomsten een bepaalde datum of periode van uitvoering is voorzien;
  13° de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, als de uitvoering is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument en mits de consument heeft erkend dat hij zijn herroepingsrecht daarmee verliest;
  14° de overeenkomsten betreffende de constructie van nieuwe gebouwen en de ingrijpende verbouwing van bestaande gebouwen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2014-04-02/21, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.74. [1 De tekoopaanbieding en de verkoop van producten door middel van ambulante activiteiten is slechts toegestaan voor zover daarbij de wetgeving op die activiteiten wordt nageleefd. Voor het overige zijn de bepalingen van dit boek daarop van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 4. - [1 Openbare verkoop]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.75. [1 § 1. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen aan de consument, hetzij bij opbod, hetzij bij afslag, van vervaardigde goederen en de uitstalling van deze goederen met het oog op dergelijke verkopen, vallen onder de bepalingen van dit hoofdstuk, met uitzondering evenwel van de tekoopaanbiedingen en verkopen :
  1. zonder handelskarakter;
  2. van kunstvoorwerpen of voorwerpen uit een verzameling - met uitsluiting van tapijten en juwelen - of antiek;
  3. ter uitvoering van een wetsbepaling of van een rechterlijke beslissing;
  4. in het kader van een gerechtelijke reorganisatie of faillissement;
  5. door middel van een techniek voor communicatie op afstand.
  § 2. De Koning kan bijzondere voorwaarden stellen voor de openbare tekoopaanbiedingen en verkopen van goederen die Hij bepaalt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.76. [1 § 1. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen bedoeld in artikel VI.75 zijn alleen toegelaten wanneer zij op gebruikte goederen betrekking hebben.
  § 2. Als gebruikt wordt beschouwd elk goed dat duidelijke tekenen van gebruik vertoont, behalve indien de duidelijke tekenen van gebruik uitsluitend het resultaat zijn van een kunstmatig uitgevoerde verouderingsbehandeling, alsmede elk goed waarvan de onderneming kan bewijzen dat het reeds op normale wijze werd gebruikt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.77. [1 De Koning kan, voor bepaalde goederen, afwijkingen toestaan van de bepaling van artikel VI.76, § 1, wanneer blijkt dat het moeilijk of onmogelijk is deze goederen volgens andere verkoopmethodes aan te bieden of te verkopen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.78. [1 De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen in de zin van artikel VI.75 mogen enkel gehouden worden in lokalen die hiervoor uitsluitend zijn bestemd, behoudens afwijkingen die, bij noodzaak, worden toegestaan door de minister of door de door hem daartoe aangewezen ambtenaar.
  Eenieder die een openbare tekoopaanbieding of verkoop organiseert, is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van het eerste lid en van artikel VI.76.
  De organisator vermeldt goed leesbaar zijn naam, voornaam of maatschappelijke benaming, woonplaats of maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer op alle aankondigingen, reclame en documenten die betrekking hebben op de openbare tekoopaanbieding en verkoop.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.79. [1 De ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen weigert zijn medewerking aan verrichtingen die de bepalingen van dit hoofdstuk niet naleven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 5. - [1 Gezamenlijk aanbod]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.80. [1 Onverminderd artikel VI.81 is het gezamenlijk aanbod aan de consument toegelaten voor zover het geen oneerlijke handelspraktijk in de zin van de artikelen VI.93 en volgende uitmaakt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.81. [1 § 1. Elk gezamenlijk aanbod aan de consument, waarvan minstens één bestanddeel een financiële dienst is, en dat verricht wordt door een onderneming of door verscheidene ondernemingen die handelen met een gemeenschappelijke bedoeling, is verboden.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het evenwel geoorloofd gezamenlijk aan te bieden :
  1° financiële diensten die een geheel vormen;
  De Koning kan, op voordracht van de bevoegde ministers en van de minister van Financiën, de in de financiële sector aangeboden diensten aanduiden die een geheel vormen;
  2° financiële diensten en kleine door de handelsgebruiken aanvaarde goederen en diensten;
  3° financiële diensten en titels tot deelneming aan wettig toegestane loterijen;
  4° financiële diensten en voorwerpen waarop onuitwisbare en duidelijk zichtbare reclameopschriften zijn aangebracht, welke als dusdanig niet in de handel voorkomen, op voorwaarde dat de prijs waartegen de onderneming ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan 10 euro, exclusief BTW, of 5 % van de prijs, exclusief BTW, van de financiële dienst waarmee ze worden aangeboden. Het percentage van 5 % is van toepassing wanneer het bedrag dat hiermee overeenstemt hoger is dan 10 euro;
  5° financiële diensten en chromo's, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde;
  6° financiële diensten en titels bestaande uit documenten die, na de aanschaf van een bepaald aantal diensten, recht geven op een gratis aanbod of een prijsvermindering bij de aanschaf van een gelijkaardige dienst, voor zover dat voordeel door dezelfde onderneming verstrekt wordt en niet meer bedraagt dan een derde van de prijs van de vroeger aangeschafte diensten.
  De titels moeten de eventuele uiterste geldigheidsduur en de voorwaarden van het aanbod vermelden.
  Wanneer de onderneming een einde maakt aan haar aanbod, heeft de consument recht op het aangeboden voordeel naar verhouding van de vroeger gedane aankopen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 6. - [1 Onrechtmatige bedingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.82. [1 Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het ogenblik waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.
  Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.37, § 1, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.
  De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van, enerzijds, de prijs of vergoeding, en, anderzijds, de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.83.[1 In de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een consument zijn in elk geval onrechtmatig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken :
  1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de consument terwijl de uitvoering van de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;
  2° in overeenkomsten van onbepaalde duur te bepalen dat de prijs van de producten wordt vastgelegd op het ogenblik van levering, dan wel de onderneming toe te laten eenzijdig de prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van elementen die enkel afhangen van haar wil, zonder dat de consument in al deze gevallen het recht heeft om vooraleer de nieuwe prijs of de nieuwe voorwaarden van kracht worden, de overeenkomst zonder kosten of schadevergoeding te beëindigen en hem daartoe een redelijke termijn wordt gelaten.
  Zijn echter geoorloofd en geldig :
  a) de bedingen van prijsindexering, voor zover deze niet onwettig zijn en de wijze waarop de prijzen worden aangepast expliciet beschreven is in de overeenkomst;
  b) de bedingen waarbij de onderneming van financiële diensten zich het recht voorbehoudt de door of aan de consument te betalen rentevoet te wijzigen, zonder enige opzegtermijn in geval van geldige reden, mits de onderneming verplicht wordt dit ter kennis te brengen van de consument en deze vrij is de overeenkomst onmiddellijk op te zeggen;
  3° in overeenkomsten van bepaalde duur te bepalen dat de prijs van de producten wordt vastgelegd op het ogenblik van levering, dan wel de onderneming toe te laten eenzijdig de prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van elementen die enkel afhangen van haar wil, zelfs indien op dat ogenblik de consument de mogelijkheid wordt geboden om de overeenkomst te beëindigen.
  De in het 2°, tweede lid, bepaalde uitzonderingen zijn ook van toepassing met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde geval;
  4° de onderneming het recht te verlenen om de kenmerken van het te leveren product te wijzigen, indien die kenmerken wezenlijk zijn voor de consument, of voor het gebruik waartoe hij het product bestemt, althans voor zover dit gebruik aan de onderneming was medegedeeld en door haar aanvaard of voor zover, bij gebrek aan een dergelijke specificatie, dit gebruik redelijkerwijze was te voorzien;
  5° de leveringstermijn van een product eenzijdig te bepalen of te wijzigen;
  6° de onderneming het recht te geven eenzijdig te bepalen of het geleverde product aan de bepalingen van de overeenkomst beantwoorden of haar het exclusieve recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;
  7° de consument te verbieden de ontbinding van de overeenkomst te vragen ingeval de onderneming haar verbintenis niet nakomt;
  8° het recht van de consument te beperken om de overeenkomst op te zeggen, wanneer de onderneming, in het raam van een contractuele garantieverplichting, haar verbintenis om het goed te herstellen of te vervangen niet of niet binnen een redelijke termijn nakomt;
  9° de consument ertoe te verplichten zijn verbintenissen na te komen, terwijl de onderneming de hare niet is nagekomen, of in gebreke zou zijn deze na te komen;
  10° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de onderneming toe te staan de overeenkomst voor bepaalde duur eenzijdig te beeïndigen zonder schadeloosstelling voor de consument, behoudens overmacht;
  11° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de onderneming toe te staan een overeenkomst van onbepaalde duur op te zeggen zonder redelijke opzegtermijn, behoudens overmacht;
  12° de consument niet toe te staan bij overmacht de overeenkomst te ontbinden, tenzij tegen betaling van een schadevergoeding;
  13° de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar grove schuld of voor die van haar aangestelden of lasthebbers, of, behoudens overmacht, voor het niet-uitvoeren van een verbintenis die een van de voornaamste prestaties van de overeenkomst vormt;
  14° de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken, bepaald bij de artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek, of de wettelijke verplichting tot levering van een goed dat met de overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot 1649octies van het Burgerlijk Wetboek, op te heffen of te verminderen;
  15° een onredelijk korte termijn te bepalen om gebreken in het geleverde product aan de onderneming te melden;
  16° de consument te verbieden zijn schuld tegenover de onderneming te compenseren met een schuldvordering die hij op haar zou hebben;
  17° het bedrag vast te leggen van de vergoeding verschuldigd door de consument die zijn verplichtingen niet nakomt, zonder in een gelijkwaardige vergoeding te voorzien ten laste van de onderneming die in gebreke blijft;
  18° de consument voor een onbepaalde termijn te binden, zonder duidelijke vermelding van een redelijke opzeggingstermijn;
  19° de overeenkomst van bepaalde duur voor de opeenvolgende levering van goederen voor een onredelijke termijn te verlengen indien de consument niet tijdig opzegt;
  20° een overeenkomst van bepaalde duur automatisch te verlengen bij het ontbreken van een tegengestelde kennisgeving van de consument, terwijl een al te ver van het einde van de overeenkomst verwijderde datum is vastgesteld als uiterste datum voor de kennisgeving van de wil van de consument om de overeenkomst niet te verlengen;
  21° de bewijsmiddelen waarop de consument een beroep kan doen op ongeoorloofde wijze te beperken of hem een bewijslast op te leggen die normaliter op een andere partij bij de overeenkomst rust;
  22° in geval van betwisting, de consument te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming;
  23° [4 een andere rechter aan te wijzen dan deze die is aangewezen door artikel 624, 1°, 2° en 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, onverminderd de toepassing van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken;]4
  24° in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de consument, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die duidelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden;
  25° de wettelijke aansprakelijkheid van de onderneming uit te sluiten of te beperken bij overlijden of lichamelijk letsel van de consument ten gevolge van een doen of nalaten van deze onderneming;
  26° op onweerlegbare wijze de instemming van de consument vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst;
  27° de onderneming toe te staan door de consument betaalde bedragen te behouden wanneer deze afziet van het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst, zonder erin te voorzien dat de consument een gelijkwaardig bedrag aan schadevergoeding mag ontvangen van de onderneming wanneer deze laatste zich terugtrekt;
  28° de onderneming toe te staan de door de consument betaalde voorschotten te behouden ingeval de onderneming zelf de overeenkomst opzegt;
  29° de verplichting van de onderneming te beperken om de verbintenissen na te komen die door haar gevolmachtigden zijn aangegaan, of haar verbintenissen te laten afhangen van het naleven van een bijzondere formaliteit;
  30° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van de consument ten aanzien van de onderneming of een andere partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of gedeeltelijke wanprestatie of van gebrekkige uitvoering door de onderneming van een van haar contractuele verplichtingen;
  31° te voorzien in de mogelijkheid van overdracht van de overeenkomst door de onderneming, wanneer hierdoor de garanties voor de consument zonder diens instemming geringer kunnen worden;
  32° de voor een product aangekondigde prijs te verhogen omwille van de weigering van de consument om via bankdomiciliëring te betalen;
  33° de voor een product aangekondigde prijs te verhogen omwille van de weigering van de consument om zijn facturen via elektronische post te ontvangen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 11, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
  (3)<W 2016-12-25/14, art. 161, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (4)<W 2017-07-06/24, art. 320, 050; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. VI.84. [1 § 1. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig.
  De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan.
  De consument kan geen afstand doen van de rechten die hem bij deze afdeling worden toegekend.
  § 2. Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op de overeenkomst toepasselijk verklaart, wordt wat de in deze afdeling geregelde aangelegenheden betreft voor niet geschreven gehouden wanneer, bij gebreke van dat beding, de wet van een lidstaat van de Europese Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in de genoemde aangelegenheden een hogere bescherming zou bieden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.85. [1 Teneinde het evenwicht van de rechten en de plichten tussen partijen te verzekeren bij de verkoop van producten aan de consument of teneinde de eerlijkheid bij commerciële transacties te verzekeren, kan de Koning, bij een in ministerraad overlegd besluit, voor de sectoren van de professionele activiteit of voor de categorieën van producten die Hij aanwijst, het gebruik van bepaalde bedingen voorschrijven of verbieden in de overeenkomsten aangegaan tussen een onderneming en een consument. Hij kan ook het gebruik van typecontracten opleggen.
  Alvorens een besluit ter uitvoering van het eerste lid voor te stellen, raadpleegt de minister de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.86. [1 § 1. De Commissie voor Onrechtmatige Bedingen neemt kennis van de bedingen en voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten van ondernemingen aan consumenten voorkomen.
  § 2. Op de Commissie kan een beroep worden gedaan door de minister, de consumentenorganisaties en de betrokken interprofessionele en bedrijfsgroeperingen.
  Zij kan ook van ambtswege optreden.
  § 3. De Koning bepaalt de samenstelling van de Commissie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.87. [1 § 1. De Commissie beveelt aan :
  1° de schrapping of wijziging van bedingen en voorwaarden die haar kennelijk het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen lijken te verstoren, ten nadele van de consument;
  2° de invoeging van vermeldingen, bedingen en voorwaarden die haar voor de voorlichting van de consument noodzakelijk lijken of waarvan de ontstentenis haar kennelijk het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen lijkt te verstoren, ten nadele van de consument;
  3° de bedingen en voorwaarden zo op te stellen en op te maken dat de consument de betekenis en de draagwijdte ervan kan begrijpen.
  Interprofessionele en bedrijfsgroeperingen of consumentenorganisaties kunnen de Commissie om advies verzoeken over ontwerpen van bedingen of voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten tussen ondernemingen en consumenten voorkomen.
  § 2. In het raam van haar bevoegdheden stelt de Commissie aan de minister wijzigingen in de wetten of verordeningen voor die haar wenselijk lijken.
  § 3. De Commissie stelt jaarlijks een verslag op over haar werkzaamheden en maakt dit verslag bekend. Dat verslag omvat onder meer de volledige tekst van de aanbevelingen en voorstellen die zij in de loop van het jaar gedaan heeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 7. - [1 Bestelbon]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.88. [1 Bij verkoop is elke onderneming verplicht een bestelbon af te geven wanneer de levering van het goed of de verlening van de dienst, of een deel daarvan, uitgesteld wordt en er door de consument een voorschot wordt betaald.
  De gegevens van de bestelbon binden hem die de bon heeft opgemaakt, ongeacht algemene of bijzondere, andere of strijdige voorwaarden.
  De Koning kan de vermeldingen vaststellen die op de bestelbon moeten voorkomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 8. - [1 Bewijsstukken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.89. [1 § 1. Elke onderneming die diensten verleent aan de consument is verplicht aan de consument die erom verzoekt, gratis een bewijsstuk af te geven. Deze verplichting vervalt indien de prijs van de dienst werd medegedeeld overeenkomstig artikel VI.3, § 2, of indien een bestek of factuur die de in paragraaf 2 genoemde vermeldingen bevat, wordt afgegeven.
  Onder de toepassing van dit artikel vallen niet de overeenkomsten die onder de benaming "forfaitair bedrag" of onder enige andere gelijkwaardige benaming zijn aangegaan en die het verlenen van een dienst tot voorwerp hebben voor een vast totaalbedrag dat vóór de dienstverlening is overeengekomen en dat op deze dienst in zijn geheel betrekking heeft.
  § 2. De Koning :
  - bepaalt, hetzij op algemene wijze, hetzij voor de diensten of categorieën van diensten die Hij aanwijst, de vermeldingen die op het bewijsstuk moeten voorkomen;
  - kan de diensten of categorieën van diensten die Hij aanwijst, ontheffen van de toepassing van deze afdeling;
  - kan de goederen of categorieën van goederen aanwijzen waarop deze afdeling van toepassing zal zijn;
  - kan, in afwijking van paragraaf 1, voor de diensten of categorieën van diensten die Hij bepaalt, de onderneming verplichten aan de consument gratis een bewijsstuk af te geven waarvan Hij de vermeldingen en de nadere regels bepaalt.
  § 3. De besluiten uitgevaardigd met toepassing van paragraaf 2, vierde gedachtenstreep, worden door de minister onderworpen aan het advies van de Raad voor het Verbruik en van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. De minister bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet verstrekt worden. Indien het advies niet verstrekt werd binnen de bepaalde termijn, is het niet meer vereist.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.90. [1 De consument moet de geleverde diensten slechts betalen bij de afgifte van het gevraagde bewijsstuk, indien deze afgifte dwingend is voorgeschreven krachtens artikel VI.89.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 9. - [1 Verlenging van overeenkomsten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.91. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de dienstenovereenkomst en op de verkoopsovereenkomst die zowel goederen als diensten tot voorwerp heeft.
  Wanneer een overeenkomst van bepaalde duur afgesloten tussen een onderneming en een consument een beding tot stilzwijgende verlenging bevat, wordt dit beding geplaatst in vetgedrukte letters en in een kader los van de tekst, op de voorzijde van de eerste bladzijde.
  Dit beding vermeldt de gevolgen van de stilzwijgende verlenging waaronder de bepaling van paragraaf 2, evenals de uiterste datum waarop de consument zich kan verzetten tegen de stilzwijgende verlenging van de overeenkomst en de wijze waarop hij kennis geeft van dit verzet.
  § 2. Onverminderd de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst, kan de consument, na de stilzwijgende verlenging van een overeenkomst van bepaalde duur, op elk ogenblik zonder vergoeding de overeenkomst opzeggen met inachtneming van de opzeggingstermijn die in de overeenkomst is bepaald, zonder dat deze termijn meer dan twee maanden mag bedragen.
  § 3. Voor zover een wet geen specifieke regels over de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten vaststelt, kan de Koning voor de diensten of categorieën van diensten die Hij aanwijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad :
  1. bijzondere regels stellen inzake de stilzwijgende verlenging van een overeenkomst;
  2. vrijstellen van de verplichtingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
  § 4. Het toepassingsgebied van dit hoofdstuk kan door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, worden uitgebreid tot bepaalde categorieën van goederen die Hij aanwijst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  TITEL 4. - [1 Verboden praktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 1. - [1 Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 1. - [1 Toepassingsgebied]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.92.[1 [2 Dit hoofdstuk]2 is van toepassing op oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten vóór, gedurende en na de tekoopaanbieding en de verkoop van producten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2017-04-18/03, art. 6, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>

  Afdeling 2. - [1 Oneerlijke handelspraktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.93. [1 Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij :
  a) in strijd is met de vereisten van professionele toewijding
  en
  b) het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het economische gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het onderliggende product wezenlijk verstoort of kan verstoren.
  Een handelspraktijk die op voor de onderneming redelijkerwijs voorzienbare wijze het economische gedrag van slechts een duidelijk herkenbare groep consumenten wezenlijk verstoort of kan verstoren, namelijk van consumenten die wegens een mentale of lichamelijke handicap, hun leeftijd of goedgelovigheid bijzonder vatbaar zijn voor die handelspraktijk of voor de onderliggende producten, wordt beoordeeld vanuit het gezichtspunt van het gemiddelde lid van die groep. Dit laat onverlet de gangbare, legitieme reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.94. [1 Zijn oneerlijk, de handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten die :
  1° misleidend zijn in de zin van de artikelen VI.97 tot en met VI.100, of
  2° agressief zijn in de zin van de artikelen VI.101 tot en met VI.103.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.95. [1 Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten zijn verboden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.96. [1 Is eveneens verboden elke handeling of omissie die strijdig is met de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, - namelijk met de verordeningen vermeld in de Bijlage van Verordening (EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming, of met de eveneens in voornoemde Bijlage vermelde richtlijnen zoals omgezet - en die schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten die woonachtig zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, waar de verantwoordelijke onderneming of dienstverlener gevestigd is of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen met betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 3. - [1 Misleidende handelspraktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.97. [1 Als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie en derhalve op onwaarheden berust of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de gemiddelde consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen ten aanzien van een of meer van de volgende elementen, en de gemiddelde consument er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen :
  1° het bestaan of de aard van het product;
  2° de voornaamste kenmerken van het product, zoals beschikbaarheid, voordelen, risico's, uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procédé en datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik, gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong, van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op het product verrichte tests of controles;
  3° de reikwijdte van de verplichtingen van de onderneming, de motieven voor de handelspraktijk en de aard van het verkoopproces, elke verklaring of symbool dat doet geloven dat de onderneming of het product sponsoring of directe of indirecte steun krijgt;
  4° de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berekend, of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel;
  5° de noodzaak van een dienst, onderdeel, vervanging of reparatie;
  6° de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de onderneming of haar tussenpersoon, zoals haar identiteit, vermogen, kwalificaties, status, erkenning, affiliatie, connecties, industriële, commerciële of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en onderscheidingen;
  7° de rechten van de consument, met inbegrip van het recht op vervanging of terugbetaling met toepassing van de bepalingen van de wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen, of de risico's die hij eventueel loopt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.98. [1 Als misleidend wordt eveneens beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, en die het volgende behelst :
  1° marketing van een product, onder andere door vergelijkende reclame, op zodanige wijze dat verwarring wordt geschapen met producten, handelsmerken, handelsnamen en andere onderscheidende kenmerken van een concurrent;
  2° niet-nakoming door de onderneming van verplichtingen die opgenomen zijn in een gedragscode waaraan zij zich heeft gebonden, voor zover :
  a) het niet gaat om een intentieverklaring maar om een verplichting die verifieerbaar is, en
  b) de onderneming in de context van een handelspraktijk aangeeft dat zij door de gedragscode gebonden is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.99. [1 § 1. Als misleidende omissie wordt beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden en de beperkingen van het communicatiemedium in aanmerking genomen, essentiële informatie welke de gemiddelde consument, naargelang de context, nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, weglaat en die de gemiddelde consument er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.
  § 2. Als misleidende omissie wordt voorts beschouwd een handelspraktijk die essentiële informatie als bedoeld in paragraaf 1, rekening houdend met de in die paragraaf geschetste details, verborgen houdt, op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laattijdig verstrekt, of het commerciële oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, en de gemiddelde consument er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.
  § 3. Indien het voor de handelspraktijk gebruikte medium beperkingen qua ruimte of tijd meebrengt, wordt bij de beoordeling of er informatie werd weggelaten met deze beperkingen rekening gehouden, alsook met maatregelen die de onderneming genomen heeft om de informatie langs andere wegen ter beschikking van de consument te stellen.
  § 4. In het geval van een uitnodiging tot aankoop wordt de volgende informatie als essentieel beschouwd, indien deze niet reeds uit de context blijkt :
  1° de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin zulks gezien het gebruikte medium en het betrokken product passend is;
  2° het geografische adres en de identiteit van de onderneming en, desgevallend, het geografische adres en de identiteit van de onderneming namens wie zij optreedt;
  3° de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, desgevallend, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat deze kosten ten laste van de consument kunnen worden gelegd;
  4° de wijze van betaling, levering, uitvoering en het beleid inzake klachtenbehandeling, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;
  5° desgevallend, het bestaan van een herroepings- of annuleringsrecht.
  § 5. Wordt eveneens als essentieel beschouwd de informatie met betrekking tot commerciële communicatie, inclusief reclame en marketing, opgenomen in het Europees recht, onder meer de artikelen van de richtlijnen bedoeld in bijlage II van de Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.100. [1 Worden onder alle omstandigheden als oneerlijk beschouwd, de volgende misleidende handelspraktijken :
  1° beweren een gedragscode te hebben ondertekend wanneer dit niet het geval is;
  2° een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aanbrengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen;
  3° beweren dat een gedragscode door een publieke of andere instantie is erkend wanneer dit niet het geval is;
  4° beweren dat een onderneming, met inbegrip van haar handelspraktijken, of een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend, goedgekeurd of toegelaten terwijl zulks niet het geval is, of iets dergelijks beweren zonder dat aan de voorwaarde voor de aanbeveling, erkenning, goedkeuring of toelating wordt voldaan;
  5° producten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden zonder dat de onderneming aangeeft dat er een gegrond vermoeden bestaat dat zij deze producten of gelijkwaardige producten niet tegen die prijs kan leveren of door een andere onderneming kan doen leveren gedurende een periode en in hoeveelheden die, rekening houdend met het product, de omvang van de voor het product gevoerde reclame en de aangeboden prijs, redelijk zijn;
  6° producten tegen een genoemde prijs te koop aanbieden en vervolgens, met de bedoeling een ander product aan te prijzen :
  a) weigeren het aangeboden product aan de consument te tonen; of
  b) weigeren een bestelling op te nemen of het product binnen een redelijke termijn te leveren; of
  c) een exemplaar van het product met gebreken tonen;
  7° bedrieglijk beweren dat het product slechts gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn of dat het slechts onder speciale voorwaarden gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn, om de consument onmiddellijk te doen beslissen en hem geen kans of onvoldoende tijd te geven een geïnformeerd besluit te nemen;
  8° beloven aan de consumenten, met wie de onderneming vóór de transactie heeft gecommuniceerd in een taal die geen nationale taal is, een naverkoopdienst te verschaffen en deze dienst vervolgens enkel beschikbaar stellen in een andere taal zonder dit duidelijk aan de consument te laten weten alvorens deze zich tot de transactie verbindt;
  9° beweren of anderszins de indruk wekken dat een product legaal kan worden verkocht wanneer dit niet het geval is;
  10° wettelijke en reglementaire rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend kenmerk van het aanbod van de onderneming;
  11° redactionele inhoud in de media, waarvoor de onderneming heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk uit de inhoud of uit duidelijk door de consument identificeerbare beelden of geluiden blijkt;
  12° feitelijk onjuiste beweringen doen betreffende de aard en de omvang van het gevaar dat de persoonlijke veiligheid van de consument of zijn gezin zou bedreigen indien de consument het product niet koopt;
  13° een product dat lijkt op een door een bepaalde fabrikant vervaardigd product op een zodanige wijze promoten dat bij de consument doelbewust de verkeerde indruk wordt gewekt dat het product inderdaad door die fabrikant is vervaardigd, terwijl zulks niet het geval is;
  14° een piramidesysteem opzetten, beheren of promoten waarbij de consument tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten;
  15° beweren dat de onderneming op het punt staat haar zaak stop te zetten of te verhuizen, indien zulks niet het geval is, onverminderd de artikelen VI.22 en volgende;
  16° beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken;
  17° bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen;
  18° feitelijk onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid het product te bemachtigen met de bedoeling de consument het product te doen aanschaffen tegen voorwaarden die minder gunstig zijn dan de normale marktvoorwaarden;
  19° in de context van een handelspraktijk beweren dat er een wedstrijd wordt georganiseerd of prijzen worden uitgeloofd zonder de aangekondigde prijzen of een redelijk alternatief daadwerkelijk toe te kennen;
  20° een product als "gratis", "voor niets", "kosteloos" en dergelijke omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen;
  21° marketingmateriaal voorzien van een factuur of een soortgelijk document waarin om betaling wordt gevraagd, waardoor bij de consument de indruk wordt gewekt dat hij het aangeprezen product al heeft besteld, terwijl dat niet het geval is;
  22° op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de onderneming niet optreedt ten behoeve van haar beroepsactiviteit, of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument;
  23° op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product de dienst na verkoop beschikbaar is in een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar het product wordt verkocht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Afdeling 4. - [1 Agressieve handelspraktijken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.101. [1 Als agressief wordt beschouwd een handelspraktijk jegens consumenten die, in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen dat hij anders niet had genomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.102. [1 Om te bepalen of er bij een handelspraktijk gebruik wordt gemaakt van intimidatie, dwang, inclusief lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, wordt rekening gehouden met :
  1° het tijdstip, de plaats, de aard en de persistentie van de handelspraktijk;
  2° het gebruik van dreigende of grove taal of gedragingen;
  3° het bewust uitbuiten door de onderneming van bepaalde tegenslagen of omstandigheden die zo ernstig zijn dat zij het beoordelingsvermogen van de consument kunnen beperken, met het oogmerk het besluit van de consument met betrekking tot het product te beïnvloeden;
  4° door de onderneming opgelegde, kosten meebrengende of bovenmatige niet-contractuele belemmeringen ten aanzien van rechten die de consument uit hoofde van het contract wil uitoefenen, waaronder het recht om het contract te beëindigen of een ander product of een andere onderneming te kiezen;
  5° het dreigen met maatregelen die wettelijk niet kunnen worden genomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.103. [1 Worden onder alle omstandigheden, als oneerlijke handelspraktijken beschouwd, de volgende agressieve handelspraktijken :
  1° de indruk geven dat de consument het pand niet mag verlaten alvorens er een overeenkomst is opgesteld;
  2° de consument thuis opzoeken en zijn verzoek om weg te gaan of niet meer terug te komen negeren, behalve indien, en voor zover gerechtvaardigd volgens de wettelijke of reglementaire bepalingen, wordt beoogd een contractuele verplichting te doen naleven;
  3° hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon, fax, e-mail of andere afstandsmedia, onverminderd :
  a) de wettelijke of reglementaire bepalingen die dit toelaten om de uitvoering van een contractuele verplichting te verzekeren;
  b) artikel VI.110; en
  c) artikel XII. 13;
  4° een consument die op grond van een verzekeringspolis een vordering indient, om documenten vragen die redelijkerwijs niet relevant kunnen worden geacht om de geldigheid van de vordering te beoordelen, dan wel systematisch weigeren antwoord te geven op daaromtrent gevoerde correspondentie, met de bedoeling de consument ervan te weerhouden zijn contractuele rechten uit te oefenen;
  5° kinderen er in reclame rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen;
  6° vragen om onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling of om terugzending of bewaring van producten die de onderneming heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft gevraagd;
  7° de consument uitdrukkelijk meedelen dat, als hij het product niet koopt, de baan van de betrokkene of de bestaansmiddelen van de onderneming in het gedrang komen;
  8° de bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen,
  - als er in feite geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel; of
  - als het ondernemen van stappen om in aanmerking te kunnen komen voor de prijs of voor een ander soortgelijk voordeel afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 2. - [1 Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.104. [1 Verboden is elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.105. [1 Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is verboden elke reclame van een onderneming die :
  1° alle bestanddelen in acht genomen, op enigerlei wijze, met inbegrip van haar voorstellingswijze of de weglating van informatie, de persoon tot wie zij zich richt of die zij bereikt, misleidt of kan misleiden omtrent, onder meer :
  a) de kenmerken van de goederen of diensten, zoals beschikbaarheid, aard, uitvoering, samenstelling, procédé en datum van fabricage of levering, de gevolgen voor het leefmilieu, geschiktheid voor het gebruik, de gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong of van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op de goederen of diensten verrichte tests of controles;
  b) de prijs of de wijze waarop hij wordt berekend, alsmede de voorwaarden waaronder de goederen worden geleverd of de diensten worden verricht;
  c) de hoedanigheid, kwaliteiten, kwalificaties en rechten van een onderneming, zoals haar identiteit en haar vermogen, haar bekwaamheden en haar industriële, commerciële of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en onderscheidingen;
  en die daardoor haar economisch gedrag kan beïnvloeden, of die om die redenen een onderneming schade toebrengt of kan toebrengen;
  2° afbrekende gegevens bevat over een andere onderneming, haar goederen, diensten of activiteit;
  3° het zonder gerechtvaardigde reden mogelijk maakt één of meer andere ondernemingen te identificeren;
  4° een daad in de hand werkt die als een overtreding van dit boek of als een inbreuk met toepassing van de artikelen XV. 83 à 86 et XV. 126 moet worden beschouwd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.106. [1 Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is verboden elke reclame van een onderneming die :
  1° een factuur of gelijkaardig document waarbij om betaling wordt gevraagd, bevat, die of dat de indruk wekt dat het goed of de dienst reeds werd besteld, terwijl dat niet het geval is;
  2° essentiële informatie over de gevolgen van het door de bestemmeling gegeven antwoord verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft, of die de eigenlijke commerciële bedoeling, wanneer die niet duidelijk blijkt uit de context, verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.107. [1 Het is verboden voor een onderneming ofwel rechtstreeks, ofwel via een betalingsformulier, een bestelformulier, een factuur, een aanbod, algemene voorwaarden, een voorstel tot verbetering of elk ander soortgelijk document, adverteerders te werven om hen in gidsen, adressenbestanden, telefoonboeken of soortgelijke lijsten of bestanden op te nemen, zonder ondubbelzinnig aan te geven dat deze werving een aanbod van overeenkomst tegen betaling uitmaakt en zonder in het vet en in het grootste lettertype dat in het document wordt gebruikt de duur van de overeenkomst en de hieraan verbonden prijs te vermelden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.108. [1 Het is verboden voor een onderneming om aan een andere persoon, zonder dat deze hierom eerst heeft verzocht, enig goed toe te zenden, met het verzoek dit tegen betaling van zijn prijs te verwerven, het te bewaren of het, zelfs kosteloos, aan de afzender terug te zenden.
  Het is eveneens verboden voor een onderneming om aan een andere persoon, zonder dat deze hierom eerst heeft verzocht, enige dienst te verlenen met het verzoek die dienst, tegen betaling van zijn prijs, te aanvaarden.
  De minister kan van deze verbodsbepalingen afwijkingen toestaan voor aanbiedingen met een liefdadig doel. In dat geval moet het vergunningsnummer en de volgende vermelding "De geadresseerde heeft geen enkele verplichting, noch tot betaling, noch tot terugzending" leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig vermeld zijn op de documenten die op het aanbod betrekking hebben.
  In geen geval is de geadresseerde verplicht de verleende dienst of het toegezonden goed te betalen noch het terug te zenden. Het feit dat de geadresseerde niet reageert op de prestatie van de dienst of de levering van het goed betekent niet dat hij er mee instemt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.109. [1 Het is verboden een piramidesysteem op te zetten, te beheren of te promoten waarbij een onderneming tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voorkomt uit het aanbrengen van nieuwe ondernemingen in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 3. - [1 Ongewenste communicaties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.110.[1 § 1. Het gebruik van geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst en het gebruik van faxen met het oog op direct marketing, zijn verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschap.
  De persoon die zijn toestemming heeft gegeven kan deze te allen tijde terugtrekken, zonder daarvoor een reden op te geven en zonder dat hem daarvoor enige kosten kunnen worden ten laste gelegd.
  De bewijslast dat om de overgebrachte communicatie werd verzocht via een techniek vermeld in of vastgesteld met toepassing van deze paragraaf, berust op de afzender.
  Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning het verbod bedoeld in het eerste lid uitbreiden tot andere dan de aldaar vermelde communicatietechnieken, rekening houdend met de evolutie ervan.
  § 2. [2 Onverminderd artikel XII.13 is het gebruik van andere dan de in paragraaf 1 bedoelde technieken voor het overbrengen van ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing toegestaan, voor zover de geadresseerde, natuurlijke of rechtspersoon, zich hiertegen niet kennelijk heeft verzet of, voor wat betreft direct marketing naar abonnees, mits inachtneming van de bepalingen voorzien in de artikelen VI.111 tot VI.115.]2]1
  [2 § 3. Geen enkele kost mag worden aangerekend aan de geadresseerde omwille van de uitoefening van zijn recht op verzet.
  § 4. Bij de verzending van reclame door middel van een communicatietechniek als bedoeld in paragraaf 2, is het verboden de identiteit van de onderneming, uit naam waarvan de communicatie plaatsvindt, te verbergen.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>
  (2)<W 2015-10-26/06, art. 12, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>

  Art. VI.111. [1 § 1. De operator biedt aan zijn abonnee de mogelijkheid om op elk ogenblik mede te delen dat hij zich verzet tegen het gebruik van het telefoonnummer of de telefoonnummers die hem zijn toegekend voor redenen van direct marketing.
  De abonnee oefent dit recht van verzet gratis uit en kan dit minstens telefonisch, per brief of per e-mail mededelen.
  Bij het aangaan van de overeenkomst vestigt de operator de aandacht van de abonnee op een uitdrukkelijke en opvallende wijze op dit recht.
  § 2. De operator registreert elk verzet van een abonnee zoals bedoeld in paragraaf 1, binnen vijf werkdagen in een daartoe bestemd gegevensbestand en deelt de datum van registratie mee aan de abonnee.
  De operator stelt het gegevensbestand dat de telefoonnummers bevat waarop de abonnees geen oproepen voor redenen van direct marketing wil ontvangen ter beschikking van personen die aan direct marketing via telefoon willen doen.
  Een operator kan de uitvoering van de verplichtingen zoals bedoeld in paragraaf 1 delegeren aan een instelling zonder winstgevend doel met dewelke hij hieromtrent een overeenkomst afsluit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.112. [1 § 1. Elke telefonisch oproep voor redenen van direct marketing naar een telefoonnummer dat is opgenomen in het gegevensbestand bedoeld in artikel VI.111, § 2, is verboden.
  Voor elke telefoonoproep om redenen van direct marketing gaat de oproeper voorafgaandelijk na of het desbetreffende nummer niet is opgenomen in dit gegevensbestand.
  § 2. Het verbod bedoeld in paragraaf 1 geldt niet voor oproepen naar telefoonnummers van abonnees die aan de persoon die telefoonoproepen om redenen van direct marketing doet of namens wie dergelijke oproepen worden gedaan, zijn uitdrukkelijke toelating hebben verleend om zijn persoonsgegevens voor dergelijke doeleinden te gebruiken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.113. [1 De operatoren en de personen die aan direct marketing doen of voor wiens rekening dit gebeurt, dragen de bewijslast van de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.114. [1 § 1. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maatregelen nemen om :
  1° de inhoud, de vorm en de werking van het gegevensbestand bedoeld in artikel VI.111, § 2, te bepalen;
  2° de toegangsvoorwaarden en -wijzen tot deze gegevensbestanden te bepalen voor personen die telefoonoproepen om redenen van direct marketing willen doen, met inbegrip van de identificatie van deze personen;
  3° de mededelingsvormen door de abonnee bedoeld in artikel VI.111, § 1, zo eenvoudig mogelijk te houden.
  § 2. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, eveneens een vereniging of organisatie erkennen die de verplichtingen van alle operatoren bedoeld in artikel VI.111 op zich neemt.
  Deze vereniging of organisatie kan enkel worden erkend op basis van de erkenningscriteria die de Koning bepaalt en die minstens de volgende waarborgen bieden :
  1° het gebruiksgemak voor de abonnee;
  2° het uitsluitende gebruik van de gegevens uit het gegevensbestand met het oog op het naleven van de rechten van de abonnee overeenkomstig artikel VI.111, § 1;
  3° de afwezigheid van elk winstgevend doel van de vereniging of de organisatie;
  4° de continue en eenvoudige toegang tot de gegevens, tegen een beperkte prijs, voor de personen die telefoonoproepen om redenen van direct marketing willen doen;
  5° de naleving van de regels die krachtens paragraaf 1 worden opgelegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.115. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder "operator" en "abonnee", een operator en een abonnee zoals gedefinieerd in artikel 2, 11° en 15° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  HOOFDSTUK 4. - [1 Verkoop met verlies]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.116. [1 § 1. Teneinde eerlijke marktpraktijken te verzekeren tussen ondernemingen, [is het elke onderneming] verboden goederen met verlies te koop aan te bieden of te verkopen.
  Als een verkoop met verlies wordt beschouwd, elke verkoop tegen een prijs die niet ten minste gelijk is aan de prijs waartegen de onderneming het goed heeft gekocht of die de onderneming zou moeten betalen bij herbevoorrading, na aftrek van eventueel toegekende en definitief verworven kortingen, alsook van niet definitief verworven volumekortingen berekend op basis van 80 % van de volumekorting die de onderneming in het voorbije jaar voor hetzelfde goed heeft verworven. Om uit te maken of er verkoop met verlies is, wordt geen rekening gehouden met kortingen die, al dan niet uitsluitend, toegekend worden in ruil voor verbintenissen van de onderneming andere dan de aankoop van goederen.
  § 2. In geval van gezamenlijk aanbod van verscheidene, al dan niet identieke goederen, geldt het verbod bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, slechts wanneer het aanbod in zijn geheel een verkoop met verlies uitmaakt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.117. [1 § 1. Het in artikel VI.116, § 1, eerste lid, bedoelde verbod geldt evenwel niet :
  1° voor goederen die uitverkocht worden of in het kader van een opruiming verkocht worden;
  2° voor goederen die niet langer bewaard kunnen worden;
  3° voor goederen die de onderneming, ten gevolge van externe omstandigheden, redelijkerwijze niet meer kan verkopen tegen een prijs gelijk aan of hoger dan de aankoopprijs ervan;
  4° voor goederen waarvan de verkoopprijs, om dwingende redenen van mededinging, wordt afgestemd op de prijs die door de concurrentie voor hetzelfde of een concurrerend goed gevraagd wordt.
  § 2. De contractuele bedingen waarbij verkoop met verlies aan de consument wordt verboden, kunnen niet ingeroepen worden tegen degene die het goed verkoopt in de gevallen bedoeld onder paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  TITEL 5. - [1 Collectieve consumentenovereenkomsten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.118. [1 § 1. De collectieve consumentenovereenkomsten kunnen betrekking hebben op de algemene contractuele voorwaarden die aan de consumenten zullen worden voorgesteld, de voorlichting die hen zal worden gegeven, de wijzen van handelspromotie, de elementen betreffende kwaliteit, conformiteit en veiligheid van goederen en diensten en de wijzen van regeling van consumentengeschillen.
  § 2. De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt het toepassingsgebied, de datum van inwerkingtreding en de duur ervan.
  De collectieve consumentenovereenkomst is niet van toepassing op de lopende overeenkomsten, behoudens andersluidende bepaling en voor zover zij gunstiger is voor de consument.
  De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt de wijze waarop informatie betreffende de overeenkomst wordt verstrekt zowel aan de ondernemingen als aan de consumenten.
  § 3. Desgevallend bepaalt de collectieve consumentenovereenkomst de wijze waarop ze wordt herzien en verlengd.
  Zij bepaalt tevens de voorwaarden voor de opzegging ervan door het geheel of een gedeelte van de ondertekenaars of toetreders, alsmede de duur van de opzegging die niet minder dan zes maanden mag bedragen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.119. [1 Het onderhandelen over en het ondertekenen van collectieve consumentenovereenkomsten gebeurt binnen de Raad voor het Verbruik.
  De vraag om over een collectieve consumentenovereenkomst te onderhandelen gaat uit van een lid van de Raad voor het Verbruik of van een lid van de regering.
  Indien de vraag op een sector slaat die niet vertegenwoordigd is binnen de Raad voor het Verbruik, worden de ondernemingen van de sector of hun vertegenwoordigers uitgenodigd.
  De collectieve consumentenovereenkomst kan niet worden afgesloten zonder hun goedkeuring.
  Er moet binnen de Raad voor het Verbruik een unaniem standpunt bestaan over de collectieve consumentenovereenkomst, zowel om de onderhandelingen aan te vatten als om een overeenkomst te sluiten.
  Een specifieke cel wordt opgericht binnen het secretariaat van de Raad voor het Verbruik om het secretariaat van de collectieve consumentenovereenkomsten waar te nemen en om een register ervan bij te houden.
  Een huishoudelijk reglement legt de te volgen procedure vast, alsook het aanwezigheidsquorum binnen elke groep van de Raad voor het Verbruik om unanieme beslissingen te nemen. Het reglement moet worden goedgekeurd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.120. [1 De algemene contractuele voorwaarden die in de collectieve consumentenovereenkomsten zijn vastgesteld, moeten vooraf voor advies worden voorgelegd aan de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen, die binnen de drie maanden haar advies uitbrengt. Eenmaal deze termijn is verstreken, kan de collectieve consumentenovereenkomst worden afgesloten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.121. [1 De collectieve consumentenovereenkomst wordt door de minister overgemaakt aan de regering.
  Behoudens bezwaar door een lid van de regering binnen een termijn van 15 dagen wordt zij bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Ingeval van bezwaar van een lid wordt zij geagendeerd op de eerstvolgende ministerraad.
  Bij gebrek aan bekrachtiging door de ministerraad, vervalt de collectieve consumentenovereenkomst.
  Elke wijziging, verlenging of opzegging van een collectieve consumentenovereenkomst wordt voorgelegd aan de ministerraad, waarna deze wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.122. [1 De ondertekenaars van en toetreders tot een collectieve consumentenovereenkomst waken over de correcte toepassing ervan.
  De collectieve consumentenovereenkomst voorziet in de wijze waarop de klachten van de consumenten worden behandeld.
  Het niet naleven van een collectieve consumentenovereenkomst door een onderneming kan worden beschouwd als een oneerlijke handelspraktijk jegens consumenten in de zin van titel IV, hoofdstuk 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.123. [1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, op eenparig advies van de Raad voor het Verbruik aan een ganse sector de toepassing opleggen van een collectieve consumentenovereenkomst waarvan het toepassingsgebied nationaal is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  TITEL 6. - [1 Bijzondere regels inzake geregistreerde benamingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.124. [1 § 1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen :
  a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten, of voor zover het gebruik van de benaming tot gevolg heeft dat van de reputatie van deze beschermde benaming wordt geprofiteerd;
  b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven, of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals "soort", "type", "methode", "op de wijze van", "imitatie" en dergelijke;
  c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product vermeld op de binnen- of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt als die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;
  d) elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.
  Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een product dat als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat product niet beschouwd als strijdig met het eerste lid, a) of b).
  § 2. Geregistreerde benamingen mogen geen soortnamen worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.125. [1 Wanneer de rechter een inbreuk op de regels inzake geregistreerde benamingen vaststelt, beveelt hij tegenover elke inbreukmaker de staking ervan.
  De rechter kan eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op de regels inzake geregistreerde benamingen te plegen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/23, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. VI.126. [1 § 1. Onverminderd de aan de benadeelde wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, kan de rechter, op vordering van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen, de terugroeping uit het handelsverkeer, de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer of de vernietiging gelasten van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt.
  Deze maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten.
  Bij de beoordeling van een vordering als bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen, alsmede met de belangen van de