J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2012/05/26/2012000365/justel

Titel
26 MEI 2012. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 57/6/1, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, houdende de vastlegging van de lijst van veilige landen van herkomst

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 01-06-2012 nummer :   2012000365 bladzijde : 31326       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2012-05-26/01
Inwerkingtreding : 01-06-2012

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De volgende landen worden aangewezen als veilig land van herkomst in de zin van artikel 57/6/1, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen :
  - Albanië
  - Bosnië-Herzegovina
  - India
  - Kosovo
  - FYROM
  - Montenegro
  - Servië

  Art. 2. Dit besluit wordt geëvalueerd binnen de zes maanden na haar inwerkingtreding.

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 4. De Minister die de Toegang tot het Grondgebied, het Verblijf, de Vestiging en de Verwijdering van Vreemdelingen onder zijn bevoegdheid heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 26 mei 2012.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken,
  D. REYNDERS
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie,
  Mevr. M. DE BLOCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, artikel 57/6/1, vierde lid;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 maart 2012;
   Gelet op het advies van de Commissaris-generaal voor Vluchtelingen en de Staatlozen, gegeven op 5 maart 2012;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 23 maart 2012;
   Gelet op het advies nr. 51.191/4 van de Raad van State, gegeven op 23 april 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken, de Minister van Justitie, en de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 23 maart 2012 en 11 mei 2012;
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Dit besluit heeft tot doel de lijst met veilige landen vast te leggen, zoals bedoeld in het nieuwe artikel 57/6/1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna : de Vreemdelingenwet).
   Het Federale Parlement keurde, in het kader van de aanhoudende asielcrisis, op 24 november 2011 het wetsontwerp goed, dat voorziet in de invoering van een procedure voor aanvragen van asielzoekers uit veilige landen van herkomst. Deze wet werd gepubliceerd op 17 februari 2012.
   De wet voorziet een specifieke procedure tot niet-inoverwegingname met kortere termijnen voor de behandeling van asielaanvragen van personen afkomstig uit landen die zijn aangemerkt als veilig land van herkomst. Een individueel en effectief onderzoek blijft noodzakelijk, maar het vermoeden geldt dat er in hoofde van de asielzoeker geen vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade aanwezig is, gezien zijn afkomst uit een veilig land van herkomst.
   Met dit besluit wordt de uitvoering beoogd van het nieuw artikel 57/6/1, vierde lid van de Vreemdelingenwet, dat voorziet in de vastlegging van een lijst van veilige landen van herkomst op gezamenlijk voorstel van de Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de Minister van Buitenlandse Zaken.
   De EU-asielprocedurerichtlijn (Richtlijn 2005/85/EG van 1 december 2005) laat toe de lijst veilige landen van herkomst in te voeren, maar geeft wel strikt omlijnde criteria mee voor de beoordeling. De wetsbepalingen rond de veilige herkomstlanden verwijzen naar deze criteria, met name de rechtstoestand in het land van herkomst, de toepassing van de rechtsvoorschriften en de algemene politieke omstandigheden en de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging en mishandeling.
   Voor deze beoordeling moeten volgens de wet met een aantal informatiebronnen rekening worden gehouden, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten van de Europese Unie, informatie van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.
   De wet voorziet eveneens dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een niet-bindend advies opstelt over welke landen op deze lijst kunnen worden opgenomen. De Minister bevoegd voor de Toegang tot het Grondgebied, het Verblijf, de Vestiging en de Verwijdering van Vreemdelingen heeft aan de Commissaris-generaal een goed onderbouwd advies gevraagd over welke landen op de lijst dienen te worden geplaatst.
   Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen is een onafhankelijke instantie en is omwille van haar (asiel- en landen)expertise bijzonder goed geplaatst om de veiligheidssituatie van een land te kunnen inschatten als het over bescherming gaat.
   Deze lijst met veilige landen zal minstens één keer per jaar herbekeken worden, maar kan afhankelijk van de veranderingen in de situatie in de landen van herkomst ook sneller worden herzien. Het feit dat de vastlegging van de lijst dient te gebeuren bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en niet bij wet, laat toe om op flexibele wijze in te spelen op de veranderende situatie.
   Deze lijst moet meegedeeld worden aan de Europese Commissie.
   Artikelsgewijze commentaar
   Artikel 1.
   De Minister die bevoegd is voor de Toegang tot het Grondgebied, het Verblijf, de Vestiging en de Verwijdering van Vreemdelingen en de Minister van Buitenlandse Zaken hebben besloten om volgende landen voor te dragen als veilig land van herkomst.
   Het gaat om volgende landen :
   - Albanië
   - Bosnië-Herzegovina
   - FYROM
   - India
   - Kosovo
   - Montenegro
   - Servië
   Voor wat betreft Albanië, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in Albanië, de mate waarin vervolging of mishandeling in Albanië voorkomen en de mate waarin er tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet komt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in Albanië algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. Zo kunnen sommige bijzondere situaties van vendetta van die aard zijn dat ze in aanmerking komen om te worden gekwalificeerd als vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin of als ernstige schade zoals bepaald in de definitie van subsidiaire bescherming. "
   Voor wat betreft Bosnië-Herzegovina, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in Bosnië-Herzegovina, de mate waarin vervolging of mishandeling in Bosnië-Herzegovina voorkomen en de mate waarin er tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet komt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in Bosnië-Herzegovina algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. "
   Voor wat betreft FYROM, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in FYROM, de mate waarin vervolging of mishandeling in FYROM voorkomen en de mate waarin er tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet, komt het Commissariaat-generaal voor deVluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in FYROM algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. "
   Voor wat betreft India, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in India, de mate waarin vervolging of mishandeling in India voorkomen en de mate waarin er tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet komt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in India algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. "
   Voor wat betreft Kosovo, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in Kosovo, de mate waarin vervolging of mishandeling in Kosovo voorkomen en de mate waarin er tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet komt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in Kosovo algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. Het kan onder meer gaan om bijzondere vormen van ernstige discriminatie die als vervolging in de zin van artikel 48/3 van de Vreemdelingenwet of als ernstige schade in de zin van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet kunnen beschouwd worden, zonder dat de nodige bescherming kan geboden worden. "
   Voor wat betreft Montenegro, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in Montenegro, de mate waarin vervolging of mishandeling in Montenegro voorkomen en de mate waarin tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet komt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in Montenegro algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. "
   Voor wat betreft Servië, besluit de Commissaris-generaal als volgt : " Gelet op voorgaande vaststellingen betreffende de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in het democratische stelsel, de politieke omstandigheden in Servië, de mate waarin vervolging of mishandeling in Servië voorkomen en de mate waarin er tegen eventuele vervolging of mishandeling bescherming geboden wordt, en rekening houdende met de criteria die werden vastgelegd in artikel 57/6/1 van de Vreemdelingenwet komt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen tot het advies dat er in Servië algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie en dat er geen zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat de asielzoeker een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet. Dit sluit niet uit dat er uitzonderlijk voor een aantal bijzondere situaties een nood aan internationale bescherming kan aanwezig zijn. Het kan onder meer gaan om vormen van ernstige discriminatie die als vervolging in de zin van artikel 48/3 van de Vreemdelingenwet of als ernstige schade in de zin van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet kunnen beschouwd worden, zonder dat de nodige bescherming kan geboden worden. "
   De Regering is van oordeel dat deze landen in principe moeten worden beschouwd als veilige landen van herkomst, gezien deze beantwoorden aan de criteria die worden beschreven in artikel 57/6/1, tweede lid van de Vreemdelingenwet, zoals ook blijkt uit het advies van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.
   Deze criteria hebben niet alleen betrekking op aspecten van algemene politieke aard (bijvoorbeeld het bestaan van democratische instellingen, de politieke stabiliteit), maar ook op de rechtstoestand en de naleving van mensenrechten, zowel betreffende de formele verplichtingen die een land op zich heeft genomen (partij bij het EVRM) als de naleving daarvan in de praktijk. De beoordeling of er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie of van foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, is gebaseerd op een diepgaande analyse door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, die een aanzienlijke expertise daarover heeft opgebouwd.
   Er werd verder nauwe aansluiting gezocht bij het beleid van de overige Europese landen.
   Niettegenstaande ook uit het advies van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen blijkt dat er enige kanttekeningen zouden kunnen worden geplaatst bij bepaalde situaties in bepaalde landen, vormt deze vaststelling geen bezwaar om deze landen op de lijst te plaatsen, rekening houdende met alle relevante feiten en omstandigheden. Deze afweging gebeurde op zeer voorzichtige wijze.
   Bovendien wordt de asielzoeker afkomstig van deze veilige landen steeds in de gelegenheid gesteld om substantiële redenen aan te geven waaruit blijkt dat in zijn specifieke omstandigheden, zijn land van herkomst niet als veilig kan worden beschouwd en dit dus in afwijking van de algemene situatie aldaar. Het loutere feit dat een asielzoeker afkomstig is uit een veilig land van herkomst zal in geen geval automatisch tot gevolg hebben dat diens asielaanvraag niet in overweging wordt genomen. Slechts indien, na individueel onderzoek, blijkt dat de asielzoeker geen of onvoldoende elementen naar voren brengt waaruit blijkt dat hij in zijn land van herkomst daadwerkelijk vervolgd wordt of een reëel risico op ernstige schade loopt, zal zijn asielaanvraag niet in overweging worden genomen.
   Artikel 2.
   Artikel 2 vermeldt de evaluatie van huidig koninklijk besluit binnen de zes maanden na haar inwerkingtreding.
   Artikel 3.
   Artikel 3 vermeldt de inwerkingtreding van het koninklijk besluit.
   Artikel 4.
   Dit artikel vereist geen bijzondere commentaar.
   Dit is het onderwerp van dit ontwerp van koninklijk besluit.
   We hebben de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige
   en zeer getrouwe dienaars,
   De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken,
   D. REYNDERS
   De Minister van Justitie,
   Mevr. A. TURTELBOOM
   De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie,
   Mevr. M. DE BLOCK

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie