J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2011/09/30/2011205459/justel

Titel
30 SEPTEMBER 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de investeringssubsidies voor de beschutte werkplaatsen
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-10-2011 en tekstbijwerking tot 18-04-2017)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 27-10-2011 nummer :   2011205459 bladzijde : 65261       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2011-09-30/08
Inwerkingtreding : 06-11-2011

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Begrippen en toepassingsgebied
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Bouwtechnische en bouwfysische normen
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Investeringssubsidie
Art. 4-8
HOOFDSTUK 4. - Theoretisch recht van de werkplaats
Art. 9
HOOFDSTUK 5. - Procedure tot toekenning van een investeringssubsidie
Art. 10-15
HOOFDSTUK 6. - De uitbetaling en de afrekening van de investeringssubsidie
Art. 16-17
HOOFDSTUK 7. - Boekhoudkundige en beheersmatige verplichtingen
Art. 18-22
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Art. 23-26

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Begrippen en toepassingsgebied

  Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° aankoop : de verwerving van een gebouw dat in aanmerking komt voor een integrale functionele bestemming als werkplaats;
  2° aanvraagdossier : investeringsdossier zoals voorgelegd door de werkplaats voor het verkrijgen van een investeringssubsidie;
  3° [2 [3 capaciteit: het gedeelte binnen het globale contingent dat toegekend is aan de werkplaats met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, dat bestaat uit de personen met een arbeidshandicap, vermeld in artikel 12, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;]3]2
  4° nieuwbouw : een nieuwe bouwconstructie met een integrale functionele bestemming als werkplaats;
  5° [1 Departement WSE: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie.]1
  6° uitbreiding : een nieuwe bouwconstructie die aan een bestaande constructie wordt toegevoegd met een integrale functionele bestemming als werkplaats;
  7° verbouwing : elke materiële ingreep, met uitzondering van de onderhoudswerkzaamheden en de door slijtage noodzakelijke vervangingswerkzaamheden, en werkzaamheden tot verbetering of vernieuwing van een geëxploiteerd gebouw met een integrale functionele bestemming als werkplaats;
  8° werkplaats : een beschutte werkplaats die erkend is door het [1 Departement WSE]1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1999 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de beschutte werkplaatsen.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 94, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>
  (2)<BVR 2014-12-19/B4, art. 107, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2015>
  (3)<BVR 2017-02-17/18, art. 104, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 2. Binnen de perken van het begrotingskrediet en volgens de voorwaarden bepaald bij dit besluit, is de werkplaats gerechtigd op een investeringssubsidie voor infrastructuurwerken.

  HOOFDSTUK 2. - Bouwtechnische en bouwfysische normen

  Art. 3. Om voor een investeringssubsidie in aanmerking te komen moeten de geplande infrastructuurwerken van de werkplaats aan de volgende bouwtechnische en bouwfysische normen voldoen :
  1° de regelgeving over de brandveiligheid;
  2° de regelgeving over de toegang tot gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek;
  3° de regelgeving over de eisen en handhavingmaatregelen op het vlak van energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat;
  4° het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming;
  5° het algemeen reglement inzake de elektrische installaties;
  6° de regelgeving over de stedenbouw en de ruimtelijke ordening;
  7° de regelgeving over de milieuvergunningen;
  8° de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren.

  HOOFDSTUK 3. - Investeringssubsidie

  Art. 4.De redelijke extra investeringskosten die de werkplaats maakt ten behoeve van de tewerkstelling van de [1 [2 personen met een arbeidshandicap]2]1, komen in aanmerking voor een investeringssubsidie.
  Maximaal 60 procent van de totale investeringskosten worden geacht redelijke extra investeringskosten te zijn.
  Bij nieuwbouw, uitbreiding of verbouwing omsluit de investeringssubsidie maximaal zestig procent van de totale investeringskosten voor onroerende infrastructuurwerken.
  Bij aankoop omsluit de investeringssubsidie maximaal zestig procent van de venale waarde van het gebouw zonder de grondaandelen.
  ----------
  (1)<BVR 2014-12-19/B4, art. 108, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2015>
  (2)<BVR 2017-02-17/18, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 5. Met behoud van de toepassing van artikel 4, bedraagt de investeringssubsidie per aanvraagdossier maximaal :
  1° 2.000 euro per toegekende capaciteit voor nieuwbouw of uitbreiding van infrastructuur;
  2° 1.200 euro per toegekende capaciteit voor aankoop of verbouwing van infrastructuur.
  Deze bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de bouwindex. De basisindex is die van 1 januari 2011. De aanpassing wordt doorgevoerd aan de hand van de actualisatieformule 0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20, waarbij :
  1° s : het officiële loon in de bouwnijverheid voor categorie 2A, dat van kracht is op 1 januari van het jaar in kwestie;
  2° S : 19,885;
  3° i : de index van de bouwmaterialen die van kracht is op 1 november voorafgaand aan het jaar in kwestie;
  4° I : 3627.

  Art. 6. De maximale investeringssubsidie bepaald met toepassing van artikel 4 en 5, wordt vermeerderd met een forfaitair bedrag ter compensatie van de kosten, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, inzake consultancy, architecten, veiligheid, dossierbeheer en de aankoop van de grond.
  Voor de berekening van het forfaitair bedrag wordt de coëfficiënt 0,10 gehanteerd die wordt vermenigvuldigd met het bedrag van de investeringssubsidie, vermeld in artikel 4 en artikel 5.

  Art. 7.De investeringssubsidie wordt alleen toegekend als :
  1° de nieuwbouw, aankoop of uitbreiding van de infrastructuur ten minste 350 vierkante meter bedraagt;
  2° het aandeel van de [2 [3 personen met een arbeidshandicap]3]2 dat werkzaam is in de nieuw aan te kopen, uit te breiden of te verbouwen infrastructuur met productiebestemming ten minste 50 procent omvat;
  3° bij aanvang en tijdens de uitvoering van de werkzaamheden de werkplaats duidelijk publiek bekendmaakt dat de werkzaamheden medegefinancierd worden door de Vlaamse Overheid. Het [1 Departement WSE]1 kan hierover nadere bepalingen vaststellen;
  4° de geplande infrastructuur minimaal tien vierkante meter per voorziene capaciteit omvat;
  5° de werkplaats maximale inspanningen levert inzake duurzaam en ecologisch bouwen.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>
  (2)<BVR 2014-12-19/B4, art. 108, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2015>
  (3)<BVR 2017-02-17/18, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 8. De investeringssubsidie is verschuldigd ten belope van theoretisch recht van de werkplaats, vermeld in hoofdstuk 4.

  HOOFDSTUK 4. - Theoretisch recht van de werkplaats

  Art. 9. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in hoofdstuk 3, is de werkplaats gedurende een opeenvolgende periode van twintig kalenderjaren gerechtigd op een theoretische en maximale investeringsubsidie. Die totale investeringssubsidie wordt bepaald aan de hand van de effectief toegekende capaciteit op het ogenblik van het ontvankelijk verklaard ingediend investeringsdossier, vermenigvuldigd met 2.050 euro.
  Dit bedrag wordt jaarlijks per 1 januari aangepast aan de bouwindex. De basisindex is die van 1 januari 2011.
  Voor de bepaling van de maximale investeringssubsidie zullen bij elke aanvraag :
  1° de investeringsubsidies die worden toegekend krachtens de bepalingen van dit besluit en die eveneens binnen dezelfde periode van 20 jaar worden verkregen, in mindering worden gebracht;
  2° de nog openstaande verrekeningen naar rata van het afschrijvingsritme van de gesubsidieerde infrastructuur van de ontvangen investeringssubsidies overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 6 juli 1994 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 februari 1995, 1 juni 2001 en 6 december 2002,in mindering worden gebracht.

  HOOFDSTUK 5. - Procedure tot toekenning van een investeringssubsidie

  Art. 10.De aanvraag voor de investeringssubsidie wordt voorafgegaan door een overleg tussen de werkplaats en het [1 Departement WSE]1.
  Dit overleg omvat minimaal :
  1°de investeringsintenties met betrekking tot de infrastructuur, waaronder de ontwerpen, de kostenramingen en de gemotiveerde noodzaak;
  2° de onderzochte investeringsmogelijkheden en de behorende opties tot financiering;
  3° het masterplan van de infrastructuurinvesteringen, dat de geplande investeringen voor de komende jaren en de financieringsmodaliteiten duidt.
  Het [1 Departement WSE]1 maakt binnen de tien werkdagen een verslag op van het overleg en bezorgt dit aan de werkplaats. Dit verslag bevat voorlopige aanbevelingen.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  Art. 11.Het aanvraagdossier wordt aangetekend verstuurd naar het [1 Departement WSE]1.
  Het ontvankelijk aanvraagdossier bestaat uit :
  1° een aanvraagformulier, waarvan het model wordt aangeleverd door het [1 Departement WSE]1, met daarin :
  a) een motivering van de investeringen, onder meer in het licht van een langetermijnvisie en met het oog op de tewerkstellingsperspectieven van de huidige en de potentiële [2 [3 personen met een arbeidshandicap]3]2;
  b) een gedetailleerde kostenraming van de investeringen, alsook een sluitend financieel plan voor de financiering van de investeringen waarvoor de investeringssubsidie wordt aangevraagd;
  2° de schriftelijke verbintenis dat de werkplaats de wetgeving inzake de overheidsopdrachten zal toepassen;
  3° de notulen van de raad van bestuur van de werkplaats waaruit de beslissing tot uitvoering van de infrastructuurwerken waarvoor een subsidieaanvraag wordt aangevraagd, blijkt;
  4° de informatiegegevens inzake de infrastructuurwerken, in het bijzonder :
  a) de bouwvergunning, de bodemattesten, en de stedenbouwkundige attesten;
  b) een algemeen vestigingsplan en een uittreksel uit het kadastraal plan;
  c) het ontwerp van de plannen;
  d) het attest van de brandweerdiensten;
  e) bij nieuwbouw en uitbreiding, een document over de bouwrijpheid en de bodemgeschiktheid van het terrein;
  f) een veiligheids- en gezondheidsplan, als bepaald in het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen;
  g) bij aankoop van een gebouw, een kopie van de aankoopbelofte of van de aankoopakte;
  5° enig ander nuttig document dat de naleving van de bouwtechnische en bouwfysische normen vermeld in hoofdstuk 2 kan staven.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>
  (2)<BVR 2014-12-19/B4, art. 108, 003; Inwerkingtreding : 01-04-2015>
  (3)<BVR 2017-02-17/18, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 12.Binnen de tien werkdagen na ontvangst van het aanvraagdossier meldt het [1 Departement WSE]1 aan de werkplaats of het ingediend aanvraagdossier ontvankelijk is. Als het aanvraagdossier niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt dit door het [1 Departement WSE]1 gemotiveerd.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  Art. 13.Binnen de 45 kalenderdagen nadat het aanvraagdossier ontvankelijk is verklaard, deelt het [1 Departement WSE]1 zijn beslissing mee over de gegrondheid van de aanvraag tot investeringssubsidie. Het [1 Departement WSE]1 behandelt de aanvraagdossiers chronologisch volgens datum van ontvangst.
  Het [1 Departement WSE]1 kan inzake het aanvraagdossier aanvullende inlichtingen vragen bij de werkplaats. Tot het ogenblik van de ontvangst van die inlichtingen wordt de termijn,vermeld in het eerste lid, geschorst.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  Art. 14.Het [1 Departement WSE]1 deelt zijn beslissing inzake de investeringssubsidie mee aan de werkplaats. De beslissing wordt gemotiveerd en bepaalt de maximaal toegekende investeringssubsidie.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  Art. 15.Als het [1 Departement WSE]1 vaststelt dat de subsidieaanvraag niet past binnen de perken van het begrotingskrediet van het lopende kalenderjaar, kan het [1 Departement WSE]1 er zich naar best vermogen toe verbinden het aanvraagdossier geheel of gedeeltelijk over te dragen naar het begrotingskrediet van het daaropvolgende kalenderjaar. Dergelijke overdracht geschiedt pas na overleg met de werkplaats, en zonder dat het [1 Departement WSE]1 hierbij aansprakelijk kan worden gesteld ten aanzien van het te bereiken resultaat.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  HOOFDSTUK 6. - De uitbetaling en de afrekening van de investeringssubsidie

  Art. 16.Voor nieuwbouw, uitbreiding en verbouwingen wordt een eerste schijf van dertig procent van de subsidie uitbetaald na de ontvangst van het bewijs van betaling van de eerste vorderingsstaten door de werkplaats.
  Een tweede schijf van dertig procent van de toegekende subsidie wordt uitbetaald als bewezen wordt dat meer dan vijftig procent van de totale aanvaarde investeringskosten door de werkplaats is betaald.
  Een derde schijf van dertig procent van de toegekende subsidie wordt uitbetaald als bewezen wordt dat 75 procent van de totale aanvaarde investeringskosten door de werkplaats is betaald.
  Het resterende saldo wordt uitbetaald nadat de werkplaats het proces-verbaal van de voorlopige oplevering en de eindafrekening aan het [1 Departement WSE]1 heeft bezorgd.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  Art. 17. De investeringssubsidie voor aankoop wordt binnen de 40 kalenderdagen na mededeling van de subsidiebeslissing betaald. Als de subsidiebeslissing wordt meegedeeld na overlegging van een aankoopbelofte, wordt de subsidie betaald binnen veertig kalenderdagen nadat de werkplaats de aankoopakte heeft voorgelegd.

  HOOFDSTUK 7. - Boekhoudkundige en beheersmatige verplichtingen

  Art. 18. Het gesubsidieerde goed wordt afgeschreven op een minimumperiode van 20 jaar.

  Art. 19.De ontvangen investeringssubsidies zijn kapitaalssubsidies. Ze worden conform de boekhoudkundige principes en de richtlijnen zoals opgegeven door het [1 Departement WSE]1 ter zake verrekend in de opbrengstenrekening voor het gedeelte naar rata van de afschrijvingstermijn van het gesubsidieerde goed.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  Art. 20. De werkplaats moet het gesubsidieerde goed als een goed huisvader beheren en onderhouden.

  Art. 21. De werkplaats is verplicht alle documenten die verband houden met de investeringssubsidie gedurende tien jaar te bewaren, te rekenen vanaf de voorlopige oplevering.
  De werkplaats is verplicht alle documenten die verband houden met de aanbesteding van de infrastructuurwerken gedurende vijf jaar te bewaren.

  Art. 22.De werkplaats mag tijdens de afschrijvingstermijn de bestemming van de gesubsidieerde infrastructuur niet wijzigen, noch de infrastructuur vervreemden of met een zakelijke recht bezwaren, behoudens de voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van het [1 Departement WSE]1.
  ----------
  (1)<BVR 2014-06-20/29, art. 95, 002; Inwerkingtreding : 30-10-2014>

  HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

  Art. 23. Dit besluit valt onder de toepassing van de Verordening nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarin bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening), die in het Publicatieblad van de Europese Unie op 9 augustus 2008 werd bekendgemaakt.

  Art. 24. Artikel 83, eerste lid, 2° van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen wordt opgeheven.

  Art. 25. Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1994 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 februari 1995, 1 juni 2001, 6 december 2002, 12 december 2003, 31 maart 2006, 15 december 2008 en 30 mei 2008, wordt opgeheven.

  Art. 26. De Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   
Brussel, 30 september 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie,
F. VAN DEN BOSSCHE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Vlaamse Regering,
   Gelet op het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006, artikel 79, § 5, gewijzigd bij het decreet van 21 november 2008;
   Gelet op het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen, artikel 83;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 1994 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 februari 1995, 1 juni 2001, 6 december 2002, 12 december 2003, 31 maart 2006, 15 december 2008 en 30 mei 2008;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2001, artikel 3 tot en met 34 en 41 tot en met 42bis ;
   Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 juli 2011;
   Gelet op het advies van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 7 september 2011;
   Gelet op advies 50.008/1/V van de Raad van State, gegeven op 29 augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1999 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de beschutte werkplaatsen;
   Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2006 tot aanpassing van de regelgeving met betrekking tot de integratie op de arbeidsmarkt van personen met een handicap binnen het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, artikel 88 en 89;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 17-02-2017 GEPUBL. OP 18-04-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 7; 11)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 19-12-2014 GEPUBL. OP 16-03-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 7; 11)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 20-06-2014 GEPUBL. OP 20-10-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 7; 10; 11; 12; 13; 14; 15; 16; 19; 22)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie