J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2011/07/27/2011014212/justel

Titel
27 JULI 2011. - Wet betreffende de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 12-08-2011 nummer :   2011014212 bladzijde : 47086   BEELD
Dossiernummer : 2011-07-27/04
Inwerkingtreding : 30-11-2010

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees parlement en de Raad van 23 april 2009.

  Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° " wet van 17 februari 1993 ": de wet van 17 februari 1993 houdende goedkeuring van volgende Internationale Akten : 1. Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk Belgiė en de regering van de Franse Republiek inzake afbakening van de territoriale zee, 2. Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk Belgiė en de regering van de Franse Republiek inzake de afbakening van het continentaal plat, ondertekend te Brussel op 8 oktober 1990;
  2° " wet van 10 augustus 1998 " : de wet van 10 augustus 1998 houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk Belgiė en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van het continentaal plat, en Bijlage, en briefwisseling, en het Verdrag tussen het Koninkrijk Belgiė en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijwaartse afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 18 december 1996;
  3° " Resolutie A.949(23) van de IMO " : Resolutie A.949(23) van de Internationale Maritieme Organisatie, getiteld : " Guidelines on places of refuge for ships in need of assistance ";
  4° " Resolutie A.950(23) van de IMO " : Resolutie A.950(23) van de Internationale Maritieme Organisatie, getiteld : " Maritime assistance services (MAS) ";
  5° " maritieme zones " : de zeegebieden zoals bepaald in artikel 4;
  6° " schip " : een zeeschip of -vaartuig alsmede vaste of drijvende kunstwerken;
  7° " schip dat bijstand behoeft " : een schip in omstandigheden die gevaar voor verlies van het schip, voor het milieu of voor de scheepvaart kunnen opleveren, onverminderd de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee en de Bijlage, ondertekend te Hamburg op 27 april 1979;
  8° " toevluchtsoord " : een voor de opvang van schepen die bijstand behoeven aangewezen haven, deel van een haven of andere beschutte aanleg- of ankerplaats dan wel veilig gebied;
  9° " exploitant " : de reder of beheerder van een schip;
  10° " agent " : de persoon die opdracht of toestemming heeft om namens de exploitant van een schip informatie te verstrekken;
  11° " verzekeringsbewijs " : verzekeringsbewijs zoals bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2009/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de verzekering van scheepseigenaren tegen maritieme vorderingen;
  12° " federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee " : de federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee zoals bepaald in artikel 7, § 1, 1°, van het Samenwerkingsakkoord van 8 juli 2005 tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de oprichting van en de samenwerking in een structuur Kustwacht en de Federale Overheidsdienst Justitie.

  Art. 4. Deze wet is enkel van toepassing op situaties met betrekking tot de opvang van schepen die bijstand behoeven in de hierna omschreven maritieme zones :
  1° de territoriale zee zoals bepaald in de wet van 6 oktober 1987 tot bepaling van de breedte van de territoriale zee van Belgiė en zoals zijwaarts afgebakend in :
  - de Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk Belgiė en de regering van de Franse Republiek inzake de afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 8 oktober 1990, goedgekeurd bij de wet van 17 februari 1993;
  - het Verdrag tussen het Koninkrijk Belgiė en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijwaartse afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 18 december 1996, goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1998;
  2° de exclusieve economische zone zoals bepaald en afgebakend in de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van Belgiė in de Noordzee;
  3° het continentaal plat zoals bepaald en afgebakend in de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.

  Art. 5. § 1. Er wordt een bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven opgericht.
  De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen wordt aangewezen als de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven.
  De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven wordt bijgestaan door de door de Koning aan te wijzen vertegenwoordigers van de federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee.
  § 2. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven beschikt op het ogenblik van de operatie over de vereiste deskundigheid en bevoegdheid om onafhankelijk en autonoom beslissingen te nemen betreffende de opvang van schepen die bijstand behoeven.
  § 3. Vanaf het ogenblik bepaald in de plannen bedoeld in artikel 7 oefent de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven de opgedragen bevoegdheden van de federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee uit.
  De bevoegdheid van de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven om op grond van de in het eerste lid toegekende bevoegdheden op te treden, wordt beperkt tot de artikelen 6, § 1, eerste lid, en 8.
  § 4. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven en de federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee komen regelmatig bijeen om ervaringen uit te wisselen en de uit hoofde van artikel 6, § 1, eerste lid, genomen maatregelen te verbeteren. Ze kunnen steeds samenkomen naar aanleiding van bijzondere omstandigheden.

  Art. 6. § 1. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven wanneer ze optreedt overeenkomstig artikel 5, § 3, mag, in voorkomend geval, en met name wanneer de maritieme veiligheid of de bescherming van het mariene milieu in het gedrang komt, alle maatregelen nemen die op een niet-exhaustieve wijze worden opgesomd door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Op grond van dwingende redenen van algemeen belang verhindert het beslag in voorkomend geval gelegd overeenkomstig de artikelen 1467 en 1413 van het Gerechtelijk Wetboek of enige andere dwangmaatregel op een schip dat bijstand behoeft de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven geenzins om de in het eerste lid bedoelde maatregelen te nemen.
  § 2. De Belgische Staat kan burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de maatregelen al dan niet genomen door de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven in uitvoering van de toegekende federale bevoegdheden overeenkomstig artikel 5, § 3.
  § 3. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven wint, in het in artikel 5, § 3, bedoelde geval, onmiddellijk de met redenen omklede adviezen in van de federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee, bedoeld in artikel 5, § 1, derde lid, en van de door het Vlaamse Gewest aangewezen instanties.
  De federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee, bedoeld in artikel 5, § 1, derde lid, verstrekken onmiddellijk de gevraagde adviezen aan de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven.
  Het ontbreken van de met redenen omklede adviezen, bedoeld in het eerste lid, ontslaat de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven niet van de voorafgaande beoordeling en beslissingen bedoeld in de artikelen 6, § 1, eerste lid, en 8.

  Art. 7. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven stelt de plannen bedoeld in artikel 5, § 3, op voor de opvang van schepen teneinde het hoofd te bieden aan de dreigingen die uitgaan van schepen die bijstand behoeven welke zich in de maritieme zones bevinden, in voorkomend geval met inbegrip van dreigingen voor mensenlevens en het mariene milieu. De in artikel 5, § 3, bedoelde plannen zijn operationele plannen overeenkomstig artikel 6, 6°, van het Samenwerkingsakkoord van 8 juli 2005 tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de oprichting en de samenwerking in een structuur Kustwacht.
  De in het eerste lid bedoelde plannen worden na raadpleging van de betrokkenen opgesteld, op basis van Resoluties A.949(23) en A.950(23) van de IMO, en omvatten ten minste de volgende informatie :
  1° de identificatiegegevens betreffende de instantie of instanties die met de ontvangst en de behandeling van noodsignalen zijn belast;
  2° de identificatiegegevens betreffende de instantie die verantwoordelijk is voor de beoordeling van de omstandigheden, en voor het nemen van de beslissing inzake het bieden of weigeren van toegang aan een bijstand behoevend schip tot het gekozen toevluchtsoord;
  3° informatie over de kustlijn van Belgiė en alle elementen die een voorafgaande beoordeling en een snelle besluitvorming over de keuze van een toevluchtsoord voor een schip moeten mogelijk maken, inclusief een beschrijving van de milieufactoren en van de economische en sociale factoren en de natuurlijke omstandigheden;
  4° de beoordelingsprocedures voor het aan een bijstand behoevend schip bieden of weigeren van toegang tot het toevluchtsoord;
  5° de middelen en uitrustingen die geschikt zijn voor hulpverlening, redding en bestrijding van verontreiniging;
  6° procedures voor internationale coördinatie en besluitvorming;
  7° de geldende procedures inzake financiėle zekerheden en aansprakelijkheid voor de opvang van schepen in toevluchtsoorden.
  De naam en contactadressen van de in artikel 5, § 1, tweede en derde lid, bedoelde bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven en de federale overheidsdiensten met bevoegdheid op zee, alsmede van de in het tweede lid, 1°, bedoelde voor de ontvangst en behandeling van noodsignalen aangewezen instanties worden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
  De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven verstrekt, op verzoek, de relevante informatie over de in het eerste lid bedoelde plannen aan de aangrenzende lidstaten van de Europese Unie.
  Bij de toepassing van de procedures op basis van de in het eerste lid bedoelde plannen voor de opvang van schepen die bijstand behoeven zorgt de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven ervoor dat relevante informatie ter beschikking van de bij de operaties betrokken partijen worden gesteld.
  Indien een lidstaat van de Europese Unie daarom verzoekt, geldt voor degenen die overeenkomstig het vierde en het vijfde lid informatie ontvangen een vertrouwelijkheidsplicht.
  De behandeling van geclassificeerde informatie gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. Deze bepaling is enkel van toepassing op nationale informatie waarbij diegene die de informatie aflevert, bepaalt of ze mag worden gedeeld.

  Art. 8. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven wanneer ze optreedt overeenkomstig artikel 5, § 3, beslist over de aanvaarding van een schip in een toevluchtsoord op grond van een voorafgaande beoordeling van de omstandigheden, verricht op basis van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde plannen. De bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven zorgt ervoor dat schepen tot een toevluchtsoord worden toegelaten indien bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven van oordeel is dat een dergelijke opvang de beste oplossing biedt voor de bescherming van mensenlevens of het mariene milieu.

  Art. 9. Het ontbreken van een verzekeringsbewijs ontheft de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven niet van de voorafgaande beoordeling en beslissing bedoeld in artikel 8 en wordt op zich niet als een voldoende reden voor de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven beschouwd om te weigeren een schip op te vangen in een toevluchtsoord.
  Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, kan de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven, wanneer de bevoegde instantie voor de opvang van schepen die bijstand behoeven een schip opvangt in een toevluchtsoord, de exploitant, agent of kapitein van het schip vragen een verzekeringsbewijs over te leggen. Het opvragen van het verzekeringsbewijs mag niet leiden tot vertraging bij de opvang van een schip dat bijstand behoeft.

  Art. 10. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 30 november 2010.
  
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 27 juli 2011.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  Y. LETERME
  De Minister van Financiėn en Institutionele Hervormingen,
  D. REYNDERS
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen,
  S. VANACKERE
  De Minister van Justitie,
  St. DE CLERCK
  De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
  Mevr. S. LARUELLE
  De Minister van Landsverdediging,
  P. DE CREM
  De Minister van Klimaat en Energie,
  P. MAGNETTE
  De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen,
  V. VAN QUICKENBORNE
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
  E. SCHOUPPE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2010-2011. Kamer van Volksvertegenwoordigers : Stukken. - Wetsontwerp, nr. 53-1363/1. - Verslag namens de commissie, nr. 53-1363/2. - Tekst verbeterd door de commissie, nr. 53-1363/3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 53-1363/4. Integraal verslag : 1 juni 2011 Senaat : Stukken. - Ontwerp niet geėvoceerd door de Senaat, nr. 5-1057/1.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie